← België

BMA-2026-CCS-15 PUB.pdf

De Voorzitter van de Belgische Mededingingsautoriteit Beslissing BMA-2026-CCS-15 van 28 mei 2026 in toepassing van artikel IV.10, §6 van het Wetboek van economisch recht. Zaak MEDE-CCS-26/0022 Désiré Stadsbader/DCA Infra PUBLIEKE VERSIE I. Retroacta

  1. Op 23 maart 2026 heeft DCA Infra NV overeenkomstig artikel XX.41 WER een Verzoekschrift ingediend tot het bekomen van een gerechtelijke reorganisatie (collectief akkoord).
  2. Bij beschikking van de Afdelingsvoorzitter van de Ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout, werden dhr. Kurt Bomhals en dhr. Bart Beckers aangesteld als gedelegeerde rechters.
  3. Bij vonnis van 7 april 2026 opende de Ondernemingsrechtbank van Antwerpen, afdeling Turnhout een procedure van gerechtelijke reorganisatie, met het oog op het bereiken van een collectief akkoord. Overeenkomstig artikel XX.46, §2 WER werd een opschorting van 1 maand bepaald.
  4. Bij vonnis van 5 mei 2026 verleende de Ondernemingsrechtbank van Antwerpen, afdeling Turnhout een verlenging van de opschorting van 1 maand, eindigend op 7 juni
  5. Op 8 mei 2026 heeft DCA Infra een reorganisatieplan ter griffie van de Ondernemingsrechtbank van Antwerpen, afdeling Turnhout neergelegd (hierna: “het Reorganisatieplan”). Het Reorganisatieplan voorziet in een overname van DCA Infra en haar dochteronderneming DC Recycling door Désiré Stadsbader NV. De stemming over het Reorganisatieplan zal plaatsvinden ter zitting van de Ondernemingsrechtbank van 29 mei 2026 om 10.00 uur.
  6. Op 15 mei 2026 ontving het auditoraat de toelating van de raadslieden van Désiré Stadsbader NV om een marktonderzoek te starten in onderhavige zaak.
  7. Op 20 mei 2026 hebben de raadslieden van Désiré Stadsbader NV, [VERTROUWELIJK], overeenkomstig artikel IV.10, §6 WER een verzoek (hierna: “het Verzoek”) ingediend tot ontheffing van het verbod om een concentratie tot uitvoering te brengen zolang de Belgische Mededingingsautoriteit geen beslissing genomen heeft over de toelaatbaarheid van de concentratie.
  8. In hun verzoek tot ontheffing vragen de raadslieden van Désiré Stadsbader NV de Voorzitter van de Belgische Mededingingsautoriteit om de wettelijk voorziene termijn voor het verslag van de auditeurgeneraal of de door hem aangeduide auditeur in te korten. Als motivering voor dit verzoek verwijzen zij naar de zitting van de ondernemingsrechtbank van 29 mei 2026 waarop over het Reorganisatieplan gestemd moet worden. Een belangrijk element bij deze stemming vormt de beslissing tot ontheffing van de mededingingsautoriteit.
  9. Op 21 mei 2026 verzocht de Voorzitter van de Belgische Mededingingsautoriteit (hierna: “BMA”) om een verslag bij de auditeur-generaal over het verzoek tot ontheffing. Het verslag dient uiterlijk op 26 mei 2026 ingediend te worden bij de Voorzitter van de BMA.
  10. De auditeur-generaal heeft Karel Marchand (hierna: de “auditeur”) samen met mevr. Paulien Bailleul en dhr. Arnaud Leterme (het “onderzoeksteam”) belast met het afleveren van het verslag.
  11. Op 26 mei 2026 heeft de auditeur zijn verslag aan de Voorzitter overgemaakt. 2 II. Betrokken ondernemingen II.1 Désiré Stadsbader NV
  12. Désiré Stadsbader NV (hierna: “Stadsbader” of “Verzoekende Partij”) is een Belgische naamloze vennootschap met maatschappelijke zetel te Kanaalstraat 1, 8530 Harelbeke en met KBO-nummer 0432.759.
  13. Stadsbader is een Belgisch aannemersbedrijf dat infrastructuur- en wegenwerken, burgerlijke bouwprojecten en elektromechanische uitrustingen realiseert. II.2 DCA Infra en DC Recycling NV
  14. DCA Infra NV is een naamloze vennootschap naar Belgisch recht met maatschappelijke zetel te Lilsedijk 50, 2340 Beerse en met KBO-nummer 0736.707.674 (hierna: “DCA Infra”).
  15. DCA Infra beschikt over diverse erkenningen om overheidsopdrachten van bepaalde aard en omvang uit te voeren.1 Deze erkenning biedt de aanbestedende overheid het nodige vertrouwen dat de aannemer in staat is om de werken waarvoor hij erkend is goed en degelijk uit te voeren.
  16. DC Recycling NV is een naamloze vennootschap naar Belgisch recht met maatschappelijke zetel te lndustrieweg 30, 2280 Grobbendonk en met KBO-nummer 0466.103.014 (hierna “DC Recycling”). DC Recycling is een 100% dochteronderneming van DCA Infra (hierna samen: “Doelonderneming”).
  17. De Doelonderneming is gespecialiseerd in infrastructuurwerken voor afvalwater, ondersteund door geïntegreerde recyclageactiviteiten.
  18. De Verzoekende Partij en de Doelonderneming worden hierna gezamenlijk “de Partijen” genoemd. III. De Voorgenomen Concentratie
  19. De Doelonderneming bevindt zich in een procedure van gerechtelijke reorganisatie gelet op de vonnissen van 7 april 2026 en 5 mei 2026 van de Ondernemingsrechtbank van Antwerpen, afdeling Turnhout.
  20. Op 8 mei 2026 heeft DCA Infra in het kader van voormelde procedure het Reorganisatieplan neergelegd ter griffie van de Ondernemingsrechtbank van Antwerpen, afdeling Turnhout. De Voorgenomen Concentratie betreft de overname door Stadsbader van 100% van de aandelen in DCA Infra NV (hierna: de “Voorgenomen Concentratie” of “De Transactie”). Door deze overname zal Stadsbader ook de controle verwerven over DC Recycling. De overname maakt deel uit van het goed te keuren Reorganisatieplan.
  21. Het volgende overzicht geeft duidelijk de groepsstructuur weer waarbinnen de Voorgenomen Concentratie kadert:2 [VERTROUWELIJK] 1 Zie bijlagen 3 tot en met 9 bij het verslag van de auditeur. 2 Zie Verzoekschrift, randnr.
  22. 3 IV. Het verzoek tot verlening van ontheffing
  23. Stadsbader zal DCA Infra en DC Recycling overnemen. De raadslieden van Stadsbader hebben op 20 mei 2026 overeenkomstig artikel IV.10, §6 WER bij de Voorzitter van de Belgische Mededingingsautoriteit een verzoek tot ontheffing van de verplichting van artikel IV.10, §4 WER ingediend.
  24. De Verzoekende Partij verwijst naar vaststaande beslissingspraktijk van de Belgische Mededingingsautoriteit volgens dewelke er aan twee voorwaarden moet voldaan zijn om een verzoek tot verlening van ontheffing in te willigen, namelijk dat de ontheffing dringend is (urgentievereiste) en dat de Voorgenomen Concentratie niet zal leiden tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging (daadwerkelijke mededinging niet in gevaar). Hieronder volgt een samenvatting van het Verzoek aangaande deze twee voorwaarden. IV.1 Urgentievereiste
  25. Wat betreft de urgentievereiste verwijst de Verzoekende Partij in de eerste plaats naar de financieel precaire situatie waarin de Doelonderneming zich bevindt. De financiële situatie van DCA Infra kan volgens de Verzoekende Partij als volgt worden samengevat:3 - Geschatte waarde bij een liquidatie: [VERTROUWELIJK] EUR; Geschatte waarde bij een reorganisatie: [VERTROUWELIJK] EUR; Huidige uitstaande schulden van: [VERTROUWELIJK] EUR.
  26. Uit deze cijfers blijkt dat DCA Infra zich momenteel in een precaire financiële situatie bevindt en, zonder ingrijpen, redelijkerwijze niet in staat kan worden geacht haar schulden terug te betalen. Deze financiële tekortkomingen worden volgens de Verzoekende Partij ook bevestigd door de [VERTROUWELIJK].4
  27. De precaire financiële situatie van DCA Infra is volgens de Verzoekende Partij tevens te wijten aan het faillissement van DCA NV. Deze onderneming, die gespecialiseerd is in bouwactiviteiten en samen met DCA Infra, DCA Woonprojecten, Coraco NV en DC Recycling NV de DCA-Groep vormt, werd failliet verklaard bij vonnis van 24 maart 2026.5 DCA Infra heeft verschillende schuldvorderingen die voortkomen uit codebitie met DCA NV.6 Zoals omschreven in het Reorganisatieplan, is DCA Infra samen met DCA NV codebiteur ten aanzien van BNPPF voor een totaalbedrag van 35.872.473 EUR. 7 Daarnaast zijn beide ondernemingen codebiteur ten aanzien van Belfius Bank en Belfius Commercial Finance.8
  28. Volgens de Verzoekende Partij zou de problematiek niet beperkt zijn tot een tijdelijk tekort aan middelen, maar is er ook sprake van een [VERTROUWELIJK].9 3Zie bijlage 4 bij het Verzoekschrift, randnr. 36-37 en bijlage 8 bij het Verzoekschrift. 4 Zie bijlage 10 en 11 bij het Verzoekschrift. 5 Zie bijlage 4 bij het Verzoekschrift, figuur 2.1.
  29. 6 Zie in deze zin bijlage 4 bij het Verzoekschrift, randnr.
  30. 7 Zie bijlage 4 bij het Verzoekschrift, randnr.
  31. 8 Zie bijlage 4 bij het Verzoekschrift, randnr.
  32. 9 Onder meer om deze reden meent de Verzoekende Partij dat een hold separate-verplichting niet werkbaar is, zie bijlage 1 bij het verslag van de auditeur. Zie Verzoekschrift, randnr. 31 en
  33. 4
  34. De Verzoekende Partij verklaart verder dat de financiële tekortkomingen gevolgen hebben op het terrein. Talrijke werven van de Doelonderneming zouden stilliggen of slechts gedeeltelijk verdergezet worden.10 Zonder bijkomende financiering door Stadsbader zullen de problemen verder escaleren, met nefaste gevolgen voor de verdere uitvoering van de lopende werven, aldus de Verzoekende Partij.
  35. Daarenboven verklaart de Verzoekende Partij dat DCA Infra reeds vandaag niet in staat is om [VERTROUWELIJK].11 Verzoekende Partij meent dat een onderneming die tijdens een gerechtelijke reorganisatie [VERTROUWELIJK], zich per definitie in een bijzonder precaire toestand bevindt.
  36. Tegen deze achtergrond is een versterking van het werkkapitaal, gepaard gaande met een overname van alle aandelen, noodzakelijk volgens de Verzoekende Partij.
  37. Daarnaast is er volgens de Verzoekende Partij ook sprake van onomkeerbare gevolgen bij de handhaving van de opschortingsplicht. De Verzoekende Partij stelt dat de schade die voortvloeit uit het niet-verlenen van de ontheffing, niet kan worden hersteld door een latere goedkeuringsbeslissing van de BMA. De hervatting van invorderingsmaatregelen door schuldeisers, waaronder kredietverleners, en de daaruit voortvloeiende verstoring van de dagelijkse werking zouden de waarde van DCA Infra aanzienlijk aantasten. Dit zou volgens de Verzoekende Partij leiden tot het opstarten van de faillissementsprocedure, met de uiteindelijke liquidatie tot gevolg. IV.2 Daadwerkelijke mededinging niet in gevaar
  38. Volgens de Verzoekende Partij brengt de Voorgenomen Concentratie de daadwerkelijke mededinging niet in gevaar. De activiteiten van de Partijen vertonen een beperkte horizontale overlap op de segmenten rioleringswerken en bouw van andere civieltechnische werken, die deel uitmaken van de ruimere nationale markt voor burgerlijke bouwkunde, alsook op de nationale markt voor recyclageactiviteiten. Daarnaast bestaan er volgens de Verzoekende Partij verticale relaties, met name enerzijds de recyclageactiviteiten van de Doelonderneming en de activiteiten van Stadsbader op het vlak van rioleringswerken en bouw van andere civieltechnische werken (segmenten van de burgerlijke bouwkunde), en anderzijds tussen de wegenbouwactiviteiten van Stadsbader en de rioleringsactiviteiten van de Doelonderneming.
  39. De Verzoekende Partij is van oordeel dat de Voorgenomen Concentratie geen aanleiding geeft tot enige mededingingsrechtelijke bezorgdheden op de subsegmenten (i) rioleringswerken (ondergronds), inclusief accessoire water-, wegen- en grondwerken, en (ii) de bouw van andere civieltechnische werken, zijnde subsegmenten binnen de Belgische markt voor burgerlijke bouwkunde. Het gezamenlijke marktaandeel van de Partijen bedraagt ruimschoots minder dan 25%.
  40. Wat betreft de recyclageactiviteiten van de Partijen oordeelt de Verzoekende Partij dat de Voorgenomen Concentratie geen aanleiding geeft tot enige mededingingsrechtelijke bezorgdheden op de Belgische markt voor recyclageactiviteiten. Het gezamenlijke marktaandeel van de Partijen bedraagt ruimschoots minder dan 5%. Voorts bestaan de recyclageactiviteiten van Stadsbader voor [VERTROUWELIJK]% uit intragroep activiteiten. De Verzoekende Partij stelt verder dat het aantal aanbieders van recyclageactiviteiten bijzonder groot is. De Verzoekende Partij benadrukt tot slot dat de respectieve sites van Stadsbader en de site te Grobbendonk geen naaste concurrenten zijn.12 In de 10 Volgens de Verzoekende Partij zouden er 14 werven stilliggen of slechts gedeeltelijk opereren. 11 Zie bijlage 2 bij het Verzoekschrift, pagina
  41. 12 Volledigheidshalve merken Partijen op dat de site van Stadsbader te Grobbendonk een asfaltcentrale is, waar geen recyclageactiviteiten worden uitgeoefend. 5 praktijk wordt bouwafval immers afgevoerd naar een locatie in de nabijheid van de werf, onder meer om transportkosten en tijdsverlies te beperken. Zelfs de dichtstbijzijnde sites van Stadsbader, met name te Kallo en Puurs, liggen op minstens 40 minuten (zonder verkeer) van Grobbendonk. V. Beoordeling V.1 Voorafgaande opmerkingen
  42. Om de verklaringen van Stadsbader te verifiëren, werden volgens het verslag van de auditeur de volgende onderzoeksdaden gesteld: a. Op 21 mei 2026 nam het onderzoeksteam contact op met de contactpersonen van de opdrachtgevers waar DCA Infra momenteel een project lopende heeft teneinde de urgentie van deze zaak te verifiëren en de alternatieven voor DCA Infra te achterhalen. Ook de schepenen van enkele gemeenten werden gecontacteerd teneinde de impact van het stilliggen van de werven te achterhalen; b. Op 22 mei 2026 werd contact opgenomen met de gedelegeerde rechters, de heer Kurt Bomhals en de heer Bart Beckers teneinde eveneens de urgentie van deze zaak te verifiëren; c. Op 22 mei 2026 nam het onderzoeksteam contact op met de contactpersonen van de klanten die beroep doen op DC Recycling voor hun recyclagediensten teneinde de urgentie van de zaak te verifiëren en de alternatieven voor DC Recycling te achterhalen.
  43. Gelet op de urgentie en de beslissing van de Voorzitter om de termijn voor het verslag in te korten, heeft de auditeur beslist het onderzoek telefonisch te voeren. De inhoud van de verschillende telefoongesprekken is opgenomen in één verslag van het telefonisch onderzoek. Dit verslag is terug te vinden in bijlage 1 bij het verslag van de auditeur.
  44. Gelet op de beperkte tijdspanne waarbinnen hij zijn verslag heeft moeten verlenen, maakt de auditeur in zijn verslag het nodige voorbehoud, zeker wat marktgegevens betreft. Er kan derhalve niet worden uitgesloten dat het auditoraat tijdens de formele aanmeldingsprocedure na een uitgebreid onderzoek tot andere inzichten komt. V.2 Voorwaarden voor de verlening van de ontheffing
  45. De voorwaarden voor een ontheffing op het verbod tot uitvoering werden recentelijk uiteengezet in de beslissingspraktijk van de BMA.13 Het betreft meer bepaald de urgentie, rekening houdende met de impact van het verbod van uitvoering op Partijen of derden, en het feit dat de ontheffing niet van dien aard kan zijn dat ze de daadwerkelijke mededinging in gevaar brengt.14 13 Bijvoorbeeld, de beslissingen BMA-2024-CC-19 van 21 mei 2024, BMA-2024-CC-14 van 29 maart 2024, BMA-2024-CC-05 van 29 januari 2024 en BMA-2023-CC-34 van 27 oktober
  46. 14 Naar analogie met de voorwaarden voor een ontheffing zoals bepaald in art.7

(3)van Verordening 13/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen. 6 V.2.1 Urgentie
  1. De raadslieden van Stadsbader doen gelden dat de overname van DCA Infra hoogdringend is, en dus zonder toelating van de concentratie door het Mededingingscollege af te wachten, tot uitvoering moet worden gebracht.15
  2. Ten einde dit in casu te verifiëren heeft het onderzoeksteam het volgende onderzocht: de financiële situatie waarin de Doelonderneming zich bevindt met daaraan gekoppeld de vraag naar een alternatief voor de overname door de Verzoekende Partij, de directe gevolgen van een eventueel faillissement van de Doelonderneming en de gevolgen van een eventueel faillissement van de Doelonderneming in de onmiddellijke toekomst.
  3. In dit kader heeft het onderzoeksteam onder meer de gedelegeerde rechters en de opdrachtgevers waarvoor DCA Infra op vandaag een project uitvoert, bevraagd. Ook klanten van DC Recycling werden bevraagd in het kader van de urgentievereiste. V.2.1.a Precaire financiële situatie Doelonderneming
  4. Uit het Reorganisatieplan blijkt dat DCA Infra momenteel niet in staat wordt geacht haar schulden terug te betalen. DCA Infra heeft verschillende schuldvorderingen die voortkomen uit codebitie met DCA NV, dat bij vonnis van 24 maart 2026 failliet is verklaard. Zoals omschreven in het Reorganisatieplan, is DCA Infra samen met DCA NV codebiteur ten aanzien van BNP Paribas Fortis voor een totaalbedrag van 35.872.473 EUR.16 Daarnaast zijn beide ondernemingen codebiteur ten aanzien van Belfius Bank en Belfius Commercial Finance. [VERTROUWELIJK].
  5. In het verslag van de gedelegeerde rechters inzake het Verzoek voor een collectief akkoord wordt vermeld dat ondanks de winstcijfers van de laatste boekjaren en een gevulde orderportefeuille, DCA Infra financieel onder druk is komen te staan. [VERTROUWELIJK]. V.2.1.b Bevraging gedelegeerde rechters
  6. De auditeur heeft met het oog op het verifiëren van de urgentie contact opgenomen met de gedelegeerde rechters.
  7. De gedelegeerde rechters hebben in hun opdracht vastgesteld dat de impact van een eventueel faillissement van DCA Infra groot zal zijn. Er zullen niet alleen meer dan 200 arbeidsplaatsen verloren gaan. Ook vele openbare bouwprojecten zullen ernstige gevolgen ondervinden. Steden en gemeenten zullen op zoek moeten gaan naar een aannemer om de werken van DCA Infra over te nemen, wat niet evident zal zijn. Aannemers zijn immers terughoudend om lopende werven van een andere aannemer over te nemen; doorgaans vragen zij hiervoor een meerprijs. Werven zullen langer open liggen en intussen stijgen de prijzen voor bouwmaterialen verder.
  8. De gedelegeerde rechters verklaren dat DCA Infra onmogelijk alleen verder kan gaan na het faillissement van de andere ondernemingen binnen de DCA-groep. Een overname door een externe speler is met andere woorden noodzakelijk om de impact zo minimaal mogelijk te houden. Een interne reorganisatie zouden de banken-schuldeisers nooit aanvaard hebben.
  9. Wat betreft het Reorganisatieplan en de overname door de Verzoekende Partij wijzen de gedelegeerde rechters erop dat dit het beste scenario is. De overname biedt de nodige garanties voor 15 Zie IV.1 Urgentievereiste. 16 Zie bijlage 4 bij het Verzoekschrift, randnr.
  10. 7 een doorstart van de werven waarop de onderneming actief is. Het alternatief, een overname na faillissement, zal grote gevolgen hebben voor de timing en kosten van deze werven.
  11. De gedelegeerde rechters verklaren tot slot dat [VERTROUWELIJK]. V.2.1.c Bevraging opdrachtgevers DCA Infra
  12. De auditeur heeft met het oog op het verifiëren van de urgentie enerzijds en op het achterhalen van de uitwijkmogelijkheden van opdrachtgevers van DCA Infra anderzijds enkele opdrachtgevers bevraagd waarmee DCA Infra momenteel een project lopende heeft. Dit zijn Pidpa, Aquafin, Farys en Fluvius. Uit deze bevraging blijkt dat de impact van een eventueel faillissement van DCA Infra groot zou zijn op het openbaar domein. [VERTROUWELIJK].
  13. Ook werden de bevoegde schepen van de gemeente Puurs-Sint-Amands en Tessenderlo-Ham bevraagd naar de impact van een eventueel faillissement van DCA Infra op het terrein. Zeker wat betreft de werf in Puurs-Sint-Amands zouden volgens de bevoegde schepen de gevolgen van een faillissement van de Doelonderneming groot zijn. De werf situeert zich op een verbindingsweg tussen de N17 en een deelgemeente. Komt deze werf voor langere tijd stil te liggen, dan heeft dit tot gevolg dat de inwoners van deze deelgemeente voor langere periode afgesloten zullen blijven van een belangrijke ontsluitingsweg. Het onderzoeksteam heeft in de persberichten gevonden over gelijkaardige situaties in andere gemeenten.17 V.2.1.d Bevraging klanten DC Recycling
  14. Daarnaast heeft de auditeur ook enkele klanten van DC Recycling bevraagd, met name [VERTROUWELIJK], die allen gebruik maken van de recyclagediensten van DC Recycling. Uit deze bevraging blijkt dat de potentiële impact van een faillissement van DC Recycling kan variëren naargelang de betrokken klant, maar in bepaalde gevallen aanzienlijk kan zijn. Andere opdrachtgevers wijzen op de beschikbaarheid van alternatieve verwerkingscapaciteit en achten de impact beperkter. V.2.1.e Analyse en conclusie over de urgentievereiste
  15. Om een verzoek tot ontheffing van het verbod op uitvoering van een concentratie te kunnen inwilligen, dient eerst en vooral aangetoond te worden dat de situatie waarin de Doelonderneming zich bevindt, van dien aard is dat een overname dringend uitgevoerd moet kunnen worden (urgentievereiste). Het betreft een feitenkwestie die geval per geval beoordeeld dient te worden.
  16. Uit het gesprek met de gedelegeerde rechters blijkt dat een overname door een externe partij de enige uitweg vormde om een faillissement van DCA Infra te vermijden. De situatie is na het uitspreken van het faillissement van de andere vennootschappen in de DCA-groep onhoudbaar geworden, hoewel DCA Infra op zich een winstgevend bedrijf was. De opeenstapeling van schulden in hoofde van DCA Infra maakt dat een overname noodzakelijk is om de zware impact van het faillissement te vermijden. Dit wordt bevestigd door de cijfers opgenomen het Reorganisatieplan en de bijlagen bij het Verzoekschrift.
  17. Het faillissement zou grote gevolgen hebben voor steden en gemeenten, opdrachtgevers en personeelsleden van DCA Infra. Gelet op haar expertise in rioleringswerken, is DCA Infra vaak betrokken bij grote publieke werven. Deze werven hebben uit hun aard een grote impact voor de bevolking. Dit blijkt onder meer uit de verklaring van de schepen van de gemeente Puurs-Sint-Amands, 17 Zie bijlage 2 bij het verslag van de auditeur. 8 bevoegd voor openbare werken.18 Ook voor opdrachtgevers waarvoor DCA Infra werkt zou een faillissement grote gevolgen kunnen hebben. Werven zouden stil komen te liggen, er zal gezocht moeten worden naar andere aannemers en de kostprijs van de projecten zal stijgen door onder meer stijgende materiaalkosten en meerprijzen aangerekend door de nieuwe aannemers.
  18. Daarnaast geven de opdrachtgevers mee dat een faillissement ook voor onderaannemers gevolgen kan hebben, met name onbetaalde facturen. Hierdoor dreigen sommigen ermee de werken te staken of vragen ze aan de opdrachtgevers om hen rechtstreeks te betalen.19
  19. De Voorzitter oordeelt verder op basis van het verslag van de telefoongesprekken van het onderzoeksteam dat de situatie op het terrein ten gevolge van de (gedeeltelijke) stopzetting van enkele werven op bepaalde plaatsen nu reeds acuut is. De werven situeren zich op het openbaar domein, waardoor er directe impact is voor burgers en ondernemers. Dit blijkt ook uit de publieke berichtgeving.20 Bepaalde aanbestedingen zouden ook niet gegund kunnen worden aan de laagste bieder, zijnde DCA Infra, omwille van de financiële moeilijkheden. Gelet op de subsidies die dreigen te vervallen, mogen de toewijzingsbeslissingen echter niet meer op zich laten wachten.
  20. [VERTROUWELIJK], is positief maar doet niets af aan het urgent karakter van deze overname.
  21. Gelet op de resultaten van het gevoerde onderzoek en het verslag van de auditeur, oordeelt de Voorzitter dat urgentievereiste om een ontheffing van het verbod tot uitvoering in te willigen, vervuld is. V.2.2 Daadwerkelijke mededinging niet in gevaar
  22. Gelet op de korte onderzoekstermijn vermeld de auditeur in zijn verslag dat de mededingingsanalyse noodgedwongen op hoofdlijnen werd uitgevoerd. Bijgevolg wordt in dat verslag een voorbehoud gemaakt met betrekking tot de volledigheid ervan. Het onderzoeksteam heeft eveneens kunnen steunen op sectorkennis opgedaan tijdens eerdere recente onderzoeken van het auditoraat betreffende concentraties in dezelfde sectoren.21 V.2.2.a De onderlinge verhouding tussen Partijen
  23. Wat betreft de rioleringswerken en de bouw van andere civieltechnische werken is de auditeur van oordeel dat de Partijen zich eerder verticaal tot elkaar verhouden dan horizontaal.22 Hoewel Stadsbader en de Doelonderneming beide actief zijn in rioleringswerken, is Stadsbader op dit vlak eerder een generalist, die slechts occasioneel actief is in afvalwaterafvoer, als aanvulling op haar overige activiteiten, en de Doelonderneming eerder een specialist op het gebied van afvalwaterafvoer. 18 Zie bijlage 1 bij het verslag van de auditeur. 19 Zie bijlage 1 bij het verslag van de auditeur. 20 Zie bijlage 2 bij het verslag van de auditeur. 21 Zie onder meer BMA-2025-CC-27-AUD van 14 juli 2025 en BMA-2022-CC-14-AUD van 28 april
  24. 22 Op de hypothetische Belgische markt voor rioleringswerken hebben Partijen volgens de Verzoekende Partij een gezamenlijk marktaandeel van niet hoger dan 15%, gebaseerd op een markttotaal van 506 miljoen euro berekend aan de hand van de totale investeringen in Vlaamse rioleringen. Wanneer ook Brusselse en Waalse totalen zouden worden toegevoegd aan dit markttotaal, zouden de indicatieve marktaandelen van Partijen evident nog lager komen te liggen. Bovendien stelt de auditeur in zijn verslag vast dat voorgaande beschikkingspraktijk weinige indicaties bevat die zouden toelaten een afzonderlijke markt voor rioleringswerken af te bakenen. Rioleringswerken zouden deel uitmaken van een grotere markt van burgerlijke bouwkunde (wegen, bruggen, spoorwegen, riolering…). Eerdere onderzoeken van het auditoraat wijzen ook uit dat de markt voor de burgerlijke bouwkunde een groot aantal ondernemingen van verschillende groottes omvat, die zich enten op een bepaalde specialisatie aan de hand van het bekomen van bepaalde erkenningen. Samen met de omvang van sommige projecten leiden deze specialisaties tot de constructie van hoofd- en onderaanneming. Gelet op dit alles concludeert de auditeur in zijn verslag dat er prima facie geen horizontale mededingingsbezwaren ontstaan ten gevolge van de overname van de activiteiten van DCA Infra. 9 Stadsbader geeft ook aan beroep te doen op onderaannemers voor wat betreft rioleringswerken. De overige bouwactiviteiten van DCA Infra hebben een ondersteunend karakter en worden slechts uitgevoerd voor zover noodzakelijk voor de realisatie van rioleringswerken. Partijen zullen elkaar voornamelijk treffen in een hoofdaannemer-onderaannemer-relatie in het kader van een (groot) project. DCA Infra voert slechts een beperkt deel van de betonwegenwerken zelf uit. De overige wegenwerken worden vaak uitbesteed aan onderaannemers. [VERTROUWELIJK].
  25. Wat betreft de recyclageactiviteiten, stelt de auditeur vast dat de activiteiten van de Partijen zich voornamelijk horizontaal tot elkaar verhouden. Stadsbader recycleert bouwafval op haar sites te Harelbeke (West-Vlaanderen), Zedelgem (West-Vlaanderen), Kallo (Oost-Vlaanderen), Puurs (Antwerpen) en Vaulx (Henegouwen). De recyclageactiviteiten van Stadsbader bestaan voor [VERTROUWELIJK]% uit intragroep activiteiten.23 DC Recycling saneert en recycleert afgegraven grond en afgebroken materialen op haar site te Grobbendonk (Antwerpen). Tussen [VERTROUWELIJK] en [VERTROUWELIJK]% van DC Recycling’s activiteiten wordt gerealiseerd door DCA Infra, wat betekent dat tussen [VERTROUWELIJK]% en [VERTROUWELIJK]% van de omzet van DC Recycling gerealiseerd wordt door externe verkoop. V.2.2.b Bevraging opdrachtgevers DCA Infra
  26. Om potentiële afschermingsstrategieën in hoofde van Stadsbader na het verzoek tot ontheffing te onderzoeken, heeft het onderzoeksteam opdrachtgevers van DCA Infra ondervraagd. Eén van de gestelde vragen heeft betrekking op de uitwijkmogelijkheden van opdrachtgevers wanneer DCA Infra dreigt te verdwijnen van de markt.24 De opdrachtgevers geven aan dat, hoewel het aantal inschrijvende ondernemingen afneemt naarmate de erkenningsklasse hoger wordt, er sprake is van voldoende concurrentie tussen de inschrijvende ondernemingen, waardoor een verdwijnen van de markt van DCA Infra geen al te grote gevolgen zal hebben voor keuzemogelijkheden van de opdrachtgevers van DCA Infra.
  27. De beperkte impact op de keuzemogelijkheden voor de opdrachtgevers blijkt ook uit de publiek beschikbare lijst van erkenningen verleend door de FOD Economie.25 Momenteel hebben 70 bedrijven de erkenning C1, klasse 8 in handen, waaronder ook DCA Infra. Deze erkenning laat de betrokken ondernemingen toe om de grootste rioleringswerken uit te voeren. Op basis van deze lijst lijken er dus voldoende ondernemingen in aanmerking te komen om deze werken uit te voeren.26 V.2.2.c Bevraging klanten DC Recycling
  28. Wat de uitwijkmogelijkheden voor de klanten van DC Recycling betreft, blijkt uit het gevoerde onderzoek dat er alternatieven voor handen zijn. In bepaalde gevallen zijn deze evenwel verder gelegen en/of gaan deze gepaard met hogere kosten, onder meer door bijkomende transportafstanden.27 Daarnaast wordt door klanten van DC Recycling gewezen op een mogelijk beperkte beschikbaarheid van stortmogelijkheden in de onmiddellijke regio, gelet op het eerdere lokale karakter van de betrokken activiteiten. 23 Zie Verzoekschrift, randnr.
  29. 24 Men denkt aan de situatie waarbij DCA Infra geïntegreerd wordt in de structuren van Stadsbader en dus enkel nog maar opdrachten voor Stadsbader zou verrichten. 25 https://weblist.economie.fgov.be/nl/recognized-contractor 26 Voor de volledigheid heeft het onderzoeksteam voor iedere erkenning die DCA Infra bezit, gecontroleerd of er voldoende andere ondernemingen over dezelfde erkenning beschikken. Dat bleek voor iedere erkenning het geval te zijn. Zie daartoe ook bijlage 3-9 bij het verslag van de auditeur. 27 Zie bijlage 1 bij het verslag van de auditeur. 10 V.2.2.d Onduidelijkheid m.b.t. marktdefinitie recyclageactiviteiten
  30. In haar Verzoekschrift gaat de Verzoekende Partij uit van een Belgische markt voor recyclageactiviteiten. Niettegenstaande deze ruime geografische marktomschrijving, stelt de Verzoekende Partij dat bouwpuin meestal afgevoerd wordt naar stortplaatsen in de nabijheid van de werf. Gelet op het feit dat in de praktijk bouwafval afgevoerd wordt naar een locatie in de nabijheid van de werf, onder meer om transportkosten en tijdsverlies te beperken, lijkt een geografische marktdefinitie als zijnde nationaal prima facie te ruim.
  31. Om potentiële afschermingsstrategieën in hoofde van Stadsbader uit te sluiten, heeft de auditeur aan de Verzoekende Partij gevraagd om aan te geven wat de uitwijkmogelijkheden zijn van klanten van DC Recycling. DCA Infra heeft voor de site in Grobbendonk aangegeven welke concurrenten zich binnen een straal van 30 minuten rijtijd bevinden. Dit zijn er zes in totaal. V.2.2.e Analyse en conclusie wat betreft de vereiste dat de daadwerkelijke mededinging op de markt niet in gevaar wordt gebracht
  32. Om een verzoek tot ontheffing van het verbod op uitvoering van een concentratie te kunnen inwilligen dient naast de urgentievereiste ook onderzocht te worden dat door de ontheffingsbeslissing de daadwerkelijke mededinging op de markt niet in gevaar gebracht wordt. Gelet op de korte termijn waarbinnen de aanvraag behandeld dient te worden kan er geen grondige beoordeling plaatsvinden en is de auditeur hier derhalve niet aan gebonden bij het onderzoek ten gronde van de navolgende aanmelding.
  33. Uit het gevoerde onderzoek blijkt dat er, minstens prima facie, voldoende alternatieve uitwijkmogelijkheden zijn voor de opdrachtgevers van DCA Infra. Opdrachtgevers van de onderneming hebben verklaard dat ook andere ondernemingen dezelfde werken zouden kunnen uitvoeren. Ook de lijst met door de FOD Economie erkende aannemers geeft dit aan. Het is belangrijk te benadrukken dat deze analyse van de uitwijkmogelijkheden voor opdrachtgevers los staat van de beoordeling van de urgentie. De uitwijkmogelijkheden wordt immers louter onderzocht met het oog op de inschatting van de toekomstige gevolgen die het verdwijnen van DCA Infra zou kunnen hebben voor de structuur van de markt. Bij de beoordeling van de urgentie is voornamelijk de onmiddellijke impact van het verdwijnen van DCA Infra van belang.
  34. Het beeld is genuanceerder wat betreft DC Recycling. Het gevoerde onderzoek laat niet toe te besluiten dat er voldoende concurrentie is en er bestaat onduidelijkheid over de geografische marktdefinitie. De auditeur heeft niet kunnen verifiëren of door de Verzoekende Partij aangegeven straal van 30 minuten rijtijd een correcte weergave is van de realiteit. Het is daarenboven ook niet duidelijk of de sites die de Verzoekende Partij als alternatief naar voor schuift, volwaardige alternatieven zijn en of elke site dezelfde afvalstromen kan verwerken als DC Recycling. De termijn voor het onderzoek heeft, volgens het verslag van de auditeur, niet toegelaten om dit afdoende te verifiëren.
  35. Gelet op het voorgaande sluit de Voorzitter, in overeenstemming met de conclusie van de auditeur in zijn verslag, niet uit dat er zich mogelijk problemen kunnen voordoen op de markt voor recyclageactiviteiten. Deze bezorgdheid werd door de auditeur aan de raadslieden van de Verzoekende Partij meegedeeld. 11 V.3 Bijkomende voorwaarde betreffende de verderzetting van de activiteiten van DC Recycling
  36. Conform artikel IV.10, §6, in fine WER kan de Voorzitter van de BMA zijn beslissing vergezeld laten gaan van bepaalde voorwaarden en verplichtingen. Gelet op het voorbehoud met betrekking tot de markt van recyclageactiviteiten, acht de Voorzitter het noodzakelijk de verderzetting van de operationele activiteit van DC Recycling ten aanzien van derden te garanderen. De beslissing tot ontheffing mag immers niet tot gevolg hebben dat concurrenten van Stadsbader niet langer gebruik zouden kunnen maken van de diensten van DC Recycling. Dit geldt des te meer gelet op het feit dat niet duidelijk is of er voldoende evenwaardige uitwijkmogelijkheden zijn die als alternatief kunnen dienen voor DC Recycling. DC Recycling zou haar diensten ten aanzien van externe partijen moeten blijven aanbieden aan de huidige en gebruikelijke voorwaarden, minstens tot de toelatingsbeslissing van de BMA met betrekking tot de Voorgenomen Concentratie.28
  37. Deze bezorgdheden werden aan de Verzoekende Partij meegedeeld. In haar verzoekschrift biedt de Verzoekende Partij volgende goedkeuringsvoorwaarde aan om tegemoet te komen aan deze bezorgdheden: Stadsbader is in het kader van onderhavig verzoek tot ontheffing bereid de verbintenis aan te gaan dat huidige en toekomstige klanten zonder meer gebruik kunnen (blijven) maken van de diensten van DC Recycling.29
  38. Het nuttig effect van de aangeboden goedkeuringsvoorwaarde voor de ontheffing dient gegarandeerd te worden. Dit kan enkel wanneer huidige en toekomstige klanten gebruik kunnen blijven maken van diensten van DC Recycling tegen de huidige en gebruikelijke voorwaarden. De door de Verzoekende Partij aangeboden goedkeuringsvoorwaarde voor de ontheffing dient dan ook in deze zin aangevuld te worden.
  39. De Verzoekende Partij verbindt zich ertoe op de website van DC Recycling de nodige publiciteit te geven aan deze verbintenis.30
  40. Door de aangeboden verbintenis van de Verzoekende Partij, is de vraag naar een hold separate minder urgent.31 Het is hierdoor ook niet nodig om zich in het kader van huidig besluit uit te spreken over de geografische marktdefinitie voor recyclageactiviteiten. [VERTROUWELIJK]% en de [VERTROUWELIJK]% van DC Recycling’s activiteiten gerealiseerd door DCA Infra, wat betekent dat tussen de [VERTROUWELIJK]% en de [VERTROUWELIJK]% van DC Recycling’s activiteiten gerealiseerd wordt externe partijen. 29 Zie Verzoekschrift, randnr.
  41. 30 Zie Bijlage 10 bij het verslag van de auditeur. 31 Uit het verslag van de auditeur blijkt dat een hold separate-verplichting niet werkbaar is. Volgens de Verzoekende Partij vereisen de omstandigheden dat Stadsbader onmiddellijk controle verwerft over de door haar geïnjecteerde financiële middelen en de bijhorende beslissingsprocessen. Er zou immers sprake zijn van [VERTROUWELIJK]. De Verzoekende Partij is van oordeel dat er meteen [VERTROUWELIJK] noodzakelijk is om een [VERTROUWELIJK]. De Verzoekende Partij heeft op vraag van de auditeur onderzocht of een minder verregaande maatregel, zoals louter financieel toezicht, een vetorecht op betalingen of de aanduiding van een waarnemer, hetzelfde doel kan bewerkstelligen. Dat blijkt niet het geval te zijn gelet op de bijzonder precaire situatie waarin de Doelonderneming zich bevindt. Voor de Verzoekende Partij is het noodzakelijk [VERTROUWELIJK]. De Verzoekende Partij concludeert dat de onmiddellijke integratie noodzakelijk is om de Doelonderneming als going concern te stabiliseren. 28 Volgens het Verzoekschrift wordt tussen de 12 V.4 Termijn voor de verlening van de ontheffing
  42. Conform de beschikkingspraktijk van de BMA is een ontheffing van het uitvoeringsverbod doorgaans geldig tot op het ogenblik dat de BMA een beslissing heeft genomen over de toelaatbaarheid van de concentratie.32
  43. Ook hier is de Voorzitter van mening dat een ontheffing van het uitvoeringsverbod dient te worden toegekend voor de periode tot aan de eventuele toelatingsbeslissing van de concentratie door de BMA en voor zover de aanmelding binnen de maand na de beslissing van de Voorzitter zal worden verricht.
  44. De Voorzitter stelt vast dat de Verzoekende Partij verklaart dat zij reeds naar een opstart van de prenotificatie van de Voorgenomen Concentratie toewerkt en dat zij, uiterlijk binnen de 15 werkdagen na de indiening van het ontheffingsverzoek, een ontwerp-aanmelding zal indienen bij de auditeurgeneraal.33 VI. Beslissing van de Voorzitter OM DEZE REDENEN, Verleent de Voorzitter bij toepassing van artikel IV.10, §6 WER Désiré Stadsbader NV ontheffing voor de periode tot aan de eventuele toelaatbaarheidsbeslissing van de concentratie door de mededingingsautoriteit van de in artikel IV.10, §4 WER opgelegde schorsingsplicht voor het verwerven van de aandelen van DCA Infra (inclusief DC Recycling). Deze ontheffing is onderhevig aan de volgende voorwaarden: - De aanmelding ten laatste ontvangen is binnen de maand na de datum van deze beslissing; - Huidige en toekomstige klanten zonder meer gebruik kunnen (blijven) maken van de diensten van DC Recycling, tegen de huidige en gebruikelijke voorwaarden. De Verzoekende Partij dient er tevens voor te zorgen dat aan deze voorwaarde de nodige publiciteit gegeven wordt op de website van DC Recycling. Daartoe dient volgende tekst op de website van voormelde onderneming gepubliceerd te worden: “Als gevolg van de ontheffingsbeslissing van de Voorzitter van de Belgische Mededingingsautoriteit verbinden Désiré Stadsbader NV en DC Recycling zich ertoe dat huidige en toekomstige klanten van DC Recycling gebruik kunnen (blijven) maken van de diensten van DC Recycling tegen de huidige en gebruikelijke voorwaarden. Deze verplichting geldt tot de datum van de eventuele toelaatbaarheidsbeslissing van de overname van DCA Infra en DC Recycling door Désiré Stadsbader NV.” Aldus beslist op 28 mei 2026, De Voorzitter Axel Desmedt 32 Zie BMA, beslissing 2023-CC-34 van 27 oktober 2023, AZ Damiaan – AV Serruys/AZ Oostende; BMA, beslissing 2024-CC-19 van 21 mei 2024, VDL/Van Hool. 33 Verzoekschrift, randnr.
  45. 13

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.