← België

Beslissing betreffende de algemene voorwaarden van de contracten van toegangsverantwoordelijke aangeboden door de netbeheerder aan de netgebruikers

Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B) 030320-CDC-121 betreffende 'de algemene voorwaarden van de contracten van toegangsverantwoordelijke aangeboden door de netbeheerder aan de netgebruikers ' genomen met toepassing van artikel 6 van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe 20 maart 2003 BESLISSING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna “CREG”) onderzoekt hierna, met toepassing van artikel 6 van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna “technisch reglement”), de algemene voorwaarden van de contracten van toegangsverantwoordelijke die de netbeheerder, Elia System Operator NV (hierna “ESO”), aan de netgebruikers aanbiedt. Bij aangetekend schrijven van 28 januari 2003 heeft de CREG ESO erop gewezen dat ESO, krachtens artikel 6 van het technisch aansluitingscontracten, de reglement, de algemene voorwaarden van de toegangscontracten en de contracten van toegangs- verantwoordelijke aan de CREG onverwijld ter goedkeuring diende voor te leggen. Bij dit schrijven werd ESO dan ook verzocht de algemene voorwaarden van de desbetreffende contracten onverwijld ter goedkeuring voor te leggen, alsook een aantal specifieke inlichtingen met betrekking tot deze contracten aan de CREG te bezorgen, teneinde de algemene voorwaarden van de contracten te kunnen onderzoeken en een beslissing te kunnen nemen met betrekking tot de goedkeuring ervan. ESO heeft bij aangetekend schrijven van 27 januari 2003 (door de CREG ontvangen op 29 januari 2003) een kopie van het toegangscontract (enkel in het Nederlands), het “Access responsibility contract” (hierna “contract van toegangsverantwoordelijke”) (enkel in het Engels) en de “Convention provisiore our l’utilistion non exclusive du Réseau ELIA par des utilisteurs éligibles raccordés aux réseaux de distribution établis en région wallonne ou en région bruxelloise” (enkel in het Frans), met toepassing van artikel 6 van het technisch reglement, aan de CREG ter goedkeuring overgemaakt. Bij brief van 3 februari 2003 bevestigde ESO de ontvangst van het schrijven van de CREG van 28 januari 2003 en antwoordde dat zij de door de CREG gevraagde inlichtingen zo spoedig mogelijk zou bezorgen. Daarop heeft de CREG, bij brief van 12 februari 2003, haar vraag om inlichtingen met betrekking tot de voormelde contracten herhaald en nog enkele bijkomende verduidelijkingen gevraagd. 2/52 Bij aangetekend schrijven van 20 februari 2003 heeft ESO aan de CREG de gevraagde documenten, waaronder de Franstalige versie van het toegangscontract, en inlichtingen met betrekking tot de contracten bezorgd. Op 13 maart 2003 heeft de CREG het voorstel van beslissing dat als basis gediend heeft voor het nemen van onderhavige beslissing aan ESO overgemaakt en haar de mogelijkheid tot schriftelijke reactie geboden tot 18 maart 2003. De N.V. ESO heeft van dit aanbod gebruik gemaakt en haar schriftelijke opmerkingen toegestuurd aan de CREG bij brief van 18 maart 2003. Een kopie van het contract van toegangsverantwoordelijke dat door ESO aan de CREG werd overgemaakt, is als bijlage bij deze beslissing gevoegd. Op zijn vergadering van 20 maart 2003 nam het Directiecomité van de CREG aldus de hierna volgende beslissing. Gelet op het korte tijdsbestek waarin de CREG haar beslissing over het contract van toegangsverantwoordelijke overeenkomstig artikel 6 van het technisch reglement verplicht is te nemen en gelet op het feit dat het technisch reglement waaraan het contract van toegangsverantwoordelijke dient te worden getoetst van zeer recente datum is en dit van nature uit een complexe materie betreft, heeft het Directiecomité van de CREG zich noodzakelijkerwijze beperkt tot het aanduiden van die problemen die het voorgelegde contract van toegangsverantwoordelijke stelt die na een eerste, in de tijd zeer beperkt onderzoek duidelijk zijn. Het Directiecomité van de CREG behoudt zich dan ook het recht voor om bij een volgend onderzoek van dit contract andere problemen te behandelen. aaaa ALGEMENE OPMERKINGEN Studie van de toegangscontracten en contracten van toegangsverantwoordelijke 1. In 2002 heeft de CREG aan de toenmalige netgebruikers twee vragenlijsten voorgelegd met betrekking tot de toegangscontracten en contracten van 3/52 toegangsverantwoordelijke die hen werden aangeboden door de toenmalige feitelijke netbeheerder, NV ELIA. Een eerste vragenlijst betrof de pre-contractuele fase, zijnde de onderhandelingen met ESO over deze contracten, en een tweede vragenlijst betrof de inhoud van deze contracten. De CREG had de bedoeling om op basis van de resultaten van deze enquête een studie, bedoeld in artikel 23, § 2, tweede lid, 2°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna “de elektriciteitswet”), te maken ten einde de contracten voor 2003 te optimaliseren voorzover dit nodig zou blijken. Een gevolg daarvan was dat de netgebruikers slechts over een beperkte tijd beschikten om de omvangrijke vragenlijsten te beantwoorden. Dit laatste samen met het feit dat het merendeel van de gecontacteerde ondernemingen nog niet echt actief was op de Belgische elektriciteitsmarkt, verklaart waarschijnlijk waarom het aantal reacties op deze omvangrijke vragenlijsten eerder beperkt was, zelfs nadat de CREG de antwoordtermijn verlengd had. Door dit laatste restte er evenwel nog te weinig tijd om aanpassingen aan de contracten voor 2003 te vragen zonder de onzekerheid in hoofde van de netgebruikers te vergroten. Daarom besliste de CREG om de aangevatte studie tegen midden 2003 te finaliseren en aan de hand daarvan de contracten voor 2004 te helpen voorbereiden. Hierdoor zou de CREG ook met een ondertussen groter aantal actieve netgebruikers van gedachten kunnen wisselen over deze contracten om aldus met kennis van de recente ervaring van een groter aantal marktactoren haar studie te kunnen finaliseren. Desalniettemin hebben de resultaten van de door de CREG uitgevoerde enquête met betrekking tot de contracten van 2002, als inspiratiebron gediend voor het onderzoek van de algemene voorwaarden van de contracten in het kader van artikel 6 van het technisch reglement. Hoe beperkt de reactie op deze enquête ook was, zij bevat een aantal interessante opmerkingen vanuit de marktpraktijk. Het onmiddellijk effect van artikel 6 van het technisch reglement 2. Met de inwerkingtreding van artikel 6 van het technisch reglement op 28 december 2002 is de situatie juridisch echter grondig gewijzigd. Ingevolge artikel 6 van het technisch reglement dient de netbeheerder nu immers de algemene voorwaarden van de aansluitingscontracten, de toegangscontracten en de contracten van toegangsverantwoordelijke, evenals alle wijzigingen die hieraan worden aangebracht, onverwijld aan de CREG ter goedkeuring voor te leggen. De CREG heeft nu de onmiddellijke 4/52 taak de algemene voorwaarden van deze contracten, overeenkomstig de criteria vermeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement, te onderzoeken en te beslissen of deze al dan niet goedgekeurd kunnen worden. De CREG heeft aldus een nieuwe bevoegdheid gekregen die zij voor de inwerkingtreding van het technisch reglement niet had. Tot dan kon de CREG enkel op eigen initiatief of op verzoek van de minister bevoegd voor energie een studie, bedoeld in artikel 23, § 2, tweede lid, 2°, van de elektriciteitswet, over de bedoelde contracten maken. Waar de wetgever het maken van dergelijke studie niet aan enige termijn verbindt, verplicht artikel 6 van het technisch reglement de CREG haar beslissing over de algemene voorwaarden van de bedoelde contracten te nemen binnen een termijn van dertig dagen. Indien de CREG niet binnen een termijn van dertig dagen beslist, worden de algemene voorwaarden van deze contracten geacht te zijn goedgekeurd door de CREG en verliest de CREG dus als het ware haar bevoegdheid om de netbeheerder desgevallend te verplichten de algemene voorwaarden van deze contracten conform te maken aan de voorschriften van artikel 6 van het technisch reglement. Ingevolge artikel 6 van het technisch reglement is de agenda die de CREG zich had vooropgesteld om tegen midden 2003 haar studie over de bedoelde contracten na overleg met de netbeheerder en de netgebruikers te finaliseren, dus niet meer pertinent. De korte termijn van dertig dagen impliceert ook dat het overleg met ESO noodzakelijkerwijze beperkt is geworden tot de briefwisseling van 13 en 18 maart 2003. 3. In haar schrijven van 18 maart 2003 stelt ESO dat artikel 6 van het technisch reglement geen wettelijke basis heeft en dat de onderhavige beslissing daarom geen rechtsbasis heeft. De CREG dient erop te wijzen dat de wetgever haar niet gemachtigd heeft zich uit te spreken over de (on)(grond)wettigheid van wetgevende akten in de materiële zin van het woord. Zij dient de wetten van dit land toe te passen zoals ze geschreven zijn. De bevoegdheid om wetgevende akten op hun (grond)wettigheid te toetsen komt toe aan de rechtscolleges die daartoe door de Grondwet en de wetten zijn aangeduid. Indien ESO van oordeel is dat artikel 6 van het technisch reglement onwettig is, dient zij dit aan te vechten voor de daartoe bevoegde rechtscolleges. 4. In haar brief van 19 december 2002 had de CREG aan ESO laten weten dat zij niet meer plande tussen te komen in de contracte van toegangsverantwoordelijke. De enige reden hiervoor was dat de CREG geen verwarring of verstoring op de elektriciteitsmarkt wenste te veroorzaken aangezien deze contracten reeds aan de netgebruikers waren 5/52 aangeboden. Deze brief dateert van voor de inwerkingtreding van artikel 6 van het technisch reglement. Met de inwerkingtreding en het onmiddellijke effect van dit artikel is deze brief van de CREG niet meer pertinent. Niet alleen heeft de CREG de taak onmiddellijk de contracten bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement al dan niet goed te keuren, deze beslissing van de CREG heeft immers ook onmiddellijk een effect op de betrokken contracten in die zin dat, indien de beslissing van de CREG een of meerdere aanpassingen aan de betrokken contracten met zich meebrengt, de betrokken contracten onmiddellijk dienen te worden aangepast. Dit geldt niet alleen voor de nog te sluiten contracten ; het geldt evenzeer voor de reeds gesloten contracten, ongeacht of deze al dan niet vóór de inwerkingtreding van het technisch reglement werden gesloten. Uit de paragrafen 6 tot en met 9 van deze beslissing volgt immers dat alle bepalingen waaraan de contracten moeten worden getoetst overeenkomstig artikel 6, § 1, van het technisch reglement, van openbare orde zijn. Het is algemeen aanvaard dat het beginsel van de eerbiedigende werking van nieuwe rechtsregels niet geldt wanneer de nieuwe rechtsregels van openbare orde zijn of zelfs maar van dwingend recht zijn. Hierbij komt nog dat het toepassingsgebied van artikel 6, § 1, van het technisch reglement niet beperkt wordt tot de contracten die nog moeten gesloten worden. Bovendien voorziet dit artikel de mogelijkheid voor de CREG om te vragen dat bepaalde clausules herzien worden zonder dat een beperking met betrekking tot de werking in de tijd werd ingelast. Daarbij komt nog dat artikel 5 van het technisch reglement bepaalt dat de operationele regels inzake het beheer van de elektriciteitsstromen waaraan de netbeheerder onderworpen is en die hij in werking stelt krachtens het technisch reglement, het geheel van toepasselijke regels in voornoemde materie vervangen op het moment van de inwerkingtreding van het technisch reglement. Voor alle duidelijkheid is het allicht nuttig te preciseren dat de aanpassingen die aan de betrokken contracten eventueel moeten doorgevoerd worden ingevolge de beslissing van de CREG, geen retro-actief effect kunnen hebben. Ze hebben enkel effect op de relatie tussen de netbeheerder en de netgebruiker naar de toekomst toe, dit nadat de aanpassing aan de betrokken contracten is doorgevoerd. Hierop moet wel de uitzondering worden gemaakt met betrekking tot de gereguleerde tarieven voor de aansluiting op en het gebruik van het transmissienet en de ondersteunende diensten, bedoeld in artikel 12 van de elektriciteitswet. Zoals blijkt uit de beslissing (B) 030320-CDC-129 van de CREG van 20 maart 2003 over de vraag tot goedkeuring van het aangepaste tariefvoorstel met budget van de N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR voor het exploitatiejaar 2003, heeft de CREG het voorstel van ESO 6/52 om de door ESO voorgestelde tarieven retro-actieve werking toe te kennen met ingang van 1 oktober 2002, aanvaardt. In haar brief van 18 maart 2003 stelt ESO dat de beslissing van de CREG om de algemene voorwaarden van het contract van toegangsverantwoordelijke niet goed te keuren en een herziening van een aantal clausules ervan te vragen, ertoe zou kunnen leiden dat ESO geen nieuwe contracten meer zou kunnen sluiten zolang er geen zekerheid bestaat over de (definitieve) inhoud ervan. De CREG wijst erop dat de toepassing van artikel 6 van het technisch reglement er uiteraard niet toe mag leiden dat er geen contracten van toegangsverantwoordelijke meer zouden gesloten worden zolang de CREG de (herziene) algemene voorwaarden van deze contracten niet heeft goedgekeurd. Daarom dient te worden voorkomen dat men de uitoefening door de CREG van haar bevoegdheid bedoeld in artikel 6 van het technisch reglement als voorwendsel zou aanwenden om geen contracten voor toegangsverantwoordelijke meer te sluiten. Hierbij wijst de CREG erop dat, zolang zij de algemene voorwaarden van het contract van toegangsverantwoordelijke niet heeft goedgekeurd, de lopende contracten ongewijzigd blijvengelden. Daarom is de CREG de mening toegedaan dat, in afwachting van de goedkeuring door de CREG van de algemene voorwaarden van het contract van toegangsverantwoordelijke, ESO de huidige contracten kan blijven aanbieden. De CREG verzoekt ESO wel om in de contracten van toegangsverantwoordelijke een clausule op te nemen die bepaalt dat het contract van toegangsverantwoordelijke zal worden herzien om het aan te passen aan de eventuele goedkeuringsbeslissing die de CREG zal nemen met toepassing van artikel 6 van het technisch reglement. De CREG behoudt zich evenwel het recht voor om op deze overgangsregeling terug te komen indien zou blijken dat de netbeheerder de herziening gevraagd door de onderhavige beslissing niet binnen een redelijke termijn doorvoert en aldus de toepassing van de huidige algemene voorwaarden van het contract van toegangsverantwoordelijke onredelijk lang rekt. 5. De CREG is de mening toegedaan dat het recht van toegang tot het transmissienet, bedoeld in artikel 15 van de elektriciteitswet van openbare orde is. Het recht van toegang tot het transmissienet is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. Opdat er concurrentie op de elektriciteitsmarkt zou komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van elektriciteit kunnen kiezen, is het essentieel de eindafnemers, hun leveranciers en de producenten van elektriciteit gegarandeerd toegang tot het transmissienet hebben en dat zij 7/52 van dit recht kunnen genieten op een niet-discriminatoire wijze. Het is immers via het transmissienet dat nagenoeg elke geproduceerde en verbruikte elektron passeert, zelfs voor eindafnemers aangesloten op een distributienet. Een leverancier kan maar de door hem verkochte elektriciteit effectief aan zijn klant leveren indien hij, zijn klant en eventueel de producent van deze stroom (indien hijzelf de verkochte elektriciteit niet produceert) elk toegang hebben tot het transmissienet. Hierbij komt dat het transmissienet een natuurlijk monopolie is gelet op de hoge sunk costs die de investeringen erin zijn : de investeringen vertegenwoordigen hoge bedragen en zijn niet aanwendbaar voor ander gebruik dan het vervoer van elektriciteit. Daarbij komt dat de bouw van transmissie-infrastructuur (voornamelijk hoogspanningskabels) op groot verzet van de bevolking stuit waardoor het de facto uitgesloten is om de nodige bouw- en andere vergunningen te verkrijgen voor de aanleg van een tweede transmissienet naast het bestaande. Het is dan ook niet realistisch te veronderstellen dat naast het bestaande transmissienet een of zelfs meerdere nieuwe transmissienetten zullen worden gebouwd. Dit verklaart dan ook waarom artikel 8 van de elektriciteitswet geopteerd heeft voor een enkele netbeheerder van het unieke transmissienet dat in België bestaat. Dat het recht van toegang tot het transmissienet een noodzakelijke basispijler van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt is, blijkt ook uit de analyse van de juridische situatie vóór de inwerkingtreding van de elektriciteitswet. Op het vlak van de transmissie van elektriciteit bestond er immers geen wetgeving die enig monopolie toekende aan de historische elektriciteitsproducent. Nochtans had alleen deze elektriciteitsproducent de facto als enige leverancier toegang tot het transmissienet. Dat derden geen toegang tot het transmissienet hadden, volgde gewoon uit het feit dat de historische elektriciteitsproducent de eigenaar was van nagenoeg alle transmissie-infrastructuur van elektriciteit in België. Het was precies omwille van dit eigendomsrecht van de historische elektriciteitsproducent dat derden, met uitzondering van de eindafnemers die bevoorraad werden door de historische elektriciteitsproducent, geen toegang tot het transmissienet hadden. De elektriciteitswet heeft niet verplicht deze situatie op het vlak van het eigendomsrecht te veranderen : het eigendomsrecht van de transmissie-infrastructuur mag nog altijd in handen zijn van één enkele elektriciteitsproducent, dus ook van de historische elektriciteitsproducent in België. Om de concurrentie in de elektriciteitsmarkt te introduceren, heeft de elektriciteitswet ervoor geopteerd om elke in aanmerking komende afnemer alsook de producenten en leveranciers van elektriciteit, voorzover deze laatste leveren aan in aanmerking komende afnemers, een recht van toegang te verlenen tot het transmissienet. 8/52 Het is dan ook duidelijk dat een miskenning van dit essentiële recht van toegang tot het transmissienet de liberalisering van de elektriciteitsmarkt op de helling zet. 6. Uit artikel 15 van de elektriciteitswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot het transmissienet onlosmakelijk gekoppeld is aan het technisch reglement en de regulering van de transmissietarieven bedoeld in respectievelijk de artikelen 11 en 12 van de elektriciteitswet. Het technisch reglement en de regulering van de transmissietarieven beogen het recht van toegang tot het transmissienet in de feiten te realiseren. Overeenkomstig artikel 11 van de elektriciteitswet regelt het technisch reglement het beheer van het transmissienet en de toegang ertoe. Het beheer van het transmissienet is een technisch gespecialiseerde en complexe materie die de netgebruikers zelf niet beheersen. Dat dit zo is blijkt alleen al uit het feit dat de wetgever een gespecialiseerde regulator voor de elektriciteitsmarkt, namelijk de CREG, heeft opgericht die, op basis van zijn gespecialiseerde kennis, de naleving van de sectorspecifieke wetgeving, waaronder het technisch reglement, kan opvolgen. Met het technisch reglement beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, niet-pertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar zijn wegens hun gebrek aan de nodige gespecialiseerde kennis inzake het beheer van het transmissienet. Met dit reglement beoogt de wetgever ook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de netbeheerder anderzijds. De belangen van de netgebruikers en de netbeheerder zijn immers niet altijd gelijklopend. Aldus bestaat het risico dat de netbeheerder de toegang tot zijn net weigert om technische redenen die niet pertinent zijn. Anders dan een gewone privé-onderneming hoeft de netbeheerder immers niet te streven naar een zo groot mogelijk aantal klanten om zijn kosten te dekken en een zo hoog mogelijke winst te maken. De regulering van de tarieven voor de toegang tot en het gebruik van het transmissienet en de ondersteunende diensten krachtens artikel 12 van de elektriciteitswet impliceert immers dat de tarieven precies het geheel van al zijn reële redelijke kosten dekken en hierbovenop een billijke winstmarge vastgesteld door de CREG dekken, ongeacht de gebruiksintensiteit van het transmissienet. Door deze garantie dat al zijn kosten, samen met een billijke winstmarge, dekt, ontstaat immers het gevaar dat de netbeheerder netgebruikers aan wie de dienstverlening ingewikkelder is of die meer technisch of financiële risico’s stellen, gaat trachten te weigeren en zijn weigering gaat 9/52 trachten te motiveren met complexe, maar niet pertinente argumenten. Doordat het technisch reglement de verplichtingen van de netbeheerder en de netgebruikers verduidelijkt, is het derhalve de technische vertaling van het recht van toegang tot het transmissienet. Het is een essentiële vertaling ervan omwille van de technische complexiteit van de zaak en derhalve eveneens van openbare orde. 7. De complexiteit van het beheer van het transmissienet heeft ook een weerslag op de tarifering van de dienstverlening die de netbeheerder aanbiedt. Het is voor een netgebruiker onmogelijk uit te maken of de prijzen die de netbeheerder autonoom zou bepalen, effectief correcte prijzen zijn. Hij kan dit niet uitmaken omdat hij zelf niet over de vereiste technische specialisatie noch over de nodige informatie beschikt. Bovendien kan hij de prijzen van de netbeheerder niet met deze van andere netbeheerders vergelijken omdat de netbeheerder van een wettelijk en natuurlijk monopolie geniet en de diverse nationale transmissienetten onderling sterk verschillen. Daarom garandeert artikel 12 van de elektriciteitswet niet- discriminatoire en transparante tarieven. Artikel 12 van de elektriciteitwet garandeert ook dat de transmissietarieven niet meer dan de reële redelijke kosten, vermeerderd met een billijke winstmarge, dekken. Zonder deze regulering van de transmissietarieven wordt immers het recht van toegang tot het transmissienet niet daadwerkelijk verzekerd. Niet alleen discriminatoire tarieven, maar ook te hoge tarieven beperken de toegang tot het transmissienet. Bovendien kunnen te hoge tarieven een discriminatie veroorzaken tussen de historische elektriciteitsproducent enerzijds en de andere netgebruikers anderzijds. De historische elektriciteitsproducent bezit immers 70 % van de aandelen van de netbeheerder. De winst die gegenereerd wordt uit de te hoge tarieven, dit is het aandeel van de winst dat de billijke winstmarge overstijgt, komt immers voor 70 % ten goede van de historische elektriciteitsproducent. Hij gaat dus een deel van de te hoge tarieven kunnen recupereren. Dit kunnen de andere netgebruikers niet aangezien zij geen aandeelhouder van de netbeheerder zijn en, in afwachting van de beursgang van de netbeheerder, alleen maar kunnen worden indien de huidige aandeelhouders hiermee instemmen. Het hoeft geen betoog dat discriminatoire of te hoge transmissietarieven het recht van toegang tot het transmissienet de facto uithollen. De regulering van de transmissietarieven is dan ook van openbare orde. 8. In de mate dat de criteria waaraan de algemene voorwaarden van de aansluitingscontracten, de toegangscontracten en de contracten van toegangsverantwoordelijke overeenkomstig artikel 6, § 1, van het technisch reglement 10/52 dienen te worden getoetst, refereren aan het mededingingsrecht, en de betrokken contracten niet in overeenstemming zouden zijn met deze criteria en aldus met het mededingingsrecht, dienen alle contracten ook onmiddellijk te worden aangepast. Het is immers algemeen aanvaard dat het mededingingsrecht van openbare orde is. 9. Dezelfde opmerking als deze vervat in paragraaf 8 geldt ten aanzien van de algemene verbintenissenrechtelijke regels, zoals de gekwalificeerde benadeling, de bindende partijbeslissing, de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van het contract en het voorkomen van interpretatieproblemen of het streven naar duidelijke en transparante contractsbepalingen. Ook hier is het openbare ordekarakter van deze basisprincipes algemeen aanvaard. Taalgebruik 10. Wat het taalgebruik van de aansluitingscontracten, de toegangscontracten en de contracten van toegangsverantwoordelijke betreft, dient de CREG te wijzen op de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken (hierna “de taalwet”). Aangezien ESO als beheerder van het transmissienet belast is met een opdracht die de grenzen van een privaat bedrijf te buiten gaat en die haar toevertrouwd werd door de federale overheid in het algemeen belang, is zij immers, overeenkomstig artikel 1, § 1, 2°, van de taalwet, onderworpen aan de wetgeving op het gebruik van de talen in bestuurszaken. Daar de werkkring van ESO het hele land bestrijkt is zij, wat haar taken van algemeen belang betreft, onderworpen aan de regeling die geldt voor de centrale diensten zoals vervat in de artikelen 39 et seq. van de taalwet. Krachtens artikel 41, § 2, van de taalwet, moeten de centrale diensten ten aanzien van private bedrijven de taal gebruiken van het taalgebied waar het bedrijf gevestigd is, tenzij het betrokken bedrijf in een faciliteitengemeente gevestigd is. Overeenkomstig artikel 41, § 1, van de taalwet, moet ten aanzien van particulieren de taalkeuze van de particulier worden geëerbiedigd, voor zover hij één van de drie landstalen gebruikt. Daar moet aan toegevoegd worden dat de taalwet slechts drie talen kent, namelijk het Nederlands, het Frans en het Duits. 11/52 Bijgevolg moet ESO, wat haar taken van algemeen belang betreft, ten aanzien van bedrijven die gevestigd zijn in een Belgische gemeente, die geen faciliteitengemeente is, de taal van het gebied gebruiken, ongeacht de taal die het bedrijf zelf aanwendt. Ten aanzien van deze bedrijven dient ESO dus het Nederlands, het Frans of het Duits te gebruiken. Voor bedrijven die gevestigd zijn in het tweetalige taalgebied zal ESO ofwel het Nederlands of het Frans dienen te gebruiken in functie van de keuze van het bedrijf tussen deze twee talen. Voor bedrijven gevestigd in een faciliteitengemeente, zal ESO de taal dienen te gebruiken die het bedrijf zelf kiest ; dit kan in functie van het taalregime voor de betrokken facliteitengemeente ofwel het Nederlands, het Frans of het Duits zijn. Voor bedrijven niet gevestigd in België, zal ESO de taal gekozen door het bedrijf dienen te gebruiken voor zover het gaat over het Nederlands, het Frans of het Duits. Andere talen dan deze drie kunnen niet gebruikt worden, ook niet voor bedrijven zonder vestiging in België. De CREG wijst erop dat de taalwet van openbare orde is en het dan ook niet mogelijk is om er contractueel van af te wijken. De sanctie op handelingen in strijd met de taalwet is de absolute nietigheid. BASISPRINCIPES 11. Krachtens artikel 6, § 1, van het technisch reglement dient de netbeheerder de algemene voorwaarden van het contract van toegangsverantwoordelijke evenals alle wijzigingen die hieraan worden aangebracht, aan de CREG ter goedkeuring voor te leggen. 12. De contracten van toegangsverantwoordelijke die ESO aan de netgebruikers aanbiedt worden door ESO voorgesteld als standaardcontracten. Het zijn contracten waarvan alle bepalingen eenzijdig zijn vastgesteld door ESO en waarover de netgebruikers niet kunnen onderhandelen. Juridisch gezien dienen deze overeenkomsten derhalve als toetredingsovereenkomsten te worden gekwalificeerd. Bovendien zijn alle bepalingen van alle contracten van toegangsverantwoordelijke identiek. Uit het standaardcontract van toegangsverantwoordelijke dat door ESO aan de CREG ter goedkeuring werd voorgelegd, blijkt dat alle bepalingen van het contract “standaard” zijn en enkel de naam, adres en 12/52 handtekening nog per contractant ingevuld moeten worden. Ook de bepalingen van de bijlagen van alle contracten van toegangsverantwoordelijke zijn identiek (enkel de individuele adresgegevens, contactgegevens en het specifieke bedrag van de bankgarantie dienen nog per contract ingevuld te worden). Alle bepalingen vervat in het aan de CREG voorgelegde contract van toegangsverantwoordelijke en bijlagen zijn dan ook algemene voorwaarden, die onderworpen zijn aan goedkeuring door de CREG. 13. Artikel 6, § 1, van het technisch reglement bepaalt dat de CREG in haar onderzoek met het oog op het nemen van haar beslissing met betrekking tot de contracten van toegangsverantwoordelijke van de netbeheerder, dient na te gaan of de algemene voorwaarden van deze contracten : (

  1. a)de toegang tot het net niet belemmeren ; (
  2. b)de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net niet in gevaar brengen ; (
  3. c)conform het algemeen belang zijn. De CREG stelt vast dat de wetgever deze drie criteria niet nader bepaalt. Het komt derhalve aan de CREG toe een concrete invulling te geven aan deze drie criteria aangezien de wetgever de CREG belast heeft erop toe te zien dat de algemene voorwaarden van de contracten bedoeld in artikel 6 van het technisch reglement aan deze drie criteria beantwoorden. 14. Alvorens nader in te gaan op deze drie toetsingscriteria benadrukt de CREG dat er steeds een evenwicht moet nagestreefd worden tussen deze principes en de taken en verplichtingen van ESO als netbeheerder. ESO dient haar taken en verplichtingen als netbeheerder zoals bepaald in artikel 8 van de elektriciteitswet te vervullen, wat naast de exploitatie van het transmissienet ondermeer het waarborgen van de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie alsook de optimale ontwikkeling van het transmissienet inhoudt. Daarbij dient ESO er steeds over te waken de toegang tot het transmissienet niet te belemmeren en conform het algemeen belang te handelen. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de ongelijkwaardige positie van de contractspartijen. ESO heeft, als exclusief beheerder van het transmissienet, immers een wettelijke monopoliepositie. Het transmissienet is voor de netgebruikers een essentiële infrastructuur waarvoor geen alternatief bestaat ; voor de uitoefening van hun activiteiten zijn 13/52 zij genoodzaakt met ESO overeenkomsten te sluiten om toegang tot en het gebruik van het transmissienet te hebben. Naast de algemene verbintenissenrechtelijke regels, inzonderheid het principe betreffende de gekwalificeerde benadeling, heeft de CREG zich bij het onderzoek van de algemene voorwaarden, dan ook geïnspireerd op het mededingingsrecht. Ondernemingen met een dominante positie of monopoliepositie hebben immers een “bijzondere verantwoordelijkheid” ten aanzien van het concurrentiemechanisme op de markt en hun gedragingen dienen in die optiek redelijk en proportioneel te zijn. In het bijzonder heeft de CREG zich daarbij geïnspireerd op de regel vervat in artikel 3a van de wet van 1 juli 1999 tot bescherming van de economische mededinging en artikel 82a van het verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschappen, welke bepaalt dat het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden of prijzen door ondernemingen met een machtspositie een verboden misbruik van machtspositie kan uitmaken. Onbillijke contractsvoorwaarden zijn voorwaarden die de betrokken contractspartijen onder normale mededingingsvoorwaarden niet zouden aanvaarden. De wettelijke monopoliepositie die ESO heeft ingevolge de opdrachten die haar door de federale overheid toevertrouwd werden in het algemeen belang, samen met de bijzondere verantwoordelijkheid die overeenkomstig het mededingingsrecht rust op elke onderneming met een dominante of monopoliepositie begrenzen, anders dan ESO in haar brief van 18 maart 2003 beweert, de vrijheid van handel en nijverheid van ESO. Dit is nog des te meer het geval wanneer men hierbij ook artikel 6 van het technisch reglement in rekening brengt. Geen belemmering van de toegang tot het transmissienet 15. Krachtens artikel 15, § 1, eerste lid, van de elektriciteitswet hebben de in aanmerking komende afnemers, producenten en tussenpersonen een recht van toegang tot het transmissienet. Paragraaf 8 van deze beslissing zet uiteen dat de vrije toegang tot het transmissienet essentieel is voor de vrijmaking van de elektriciteitsmarkt. Het recht van toegang tot het transmissienet is dan ook een basisprincipe dat ruim dient te worden geïnterpreteerd. Elke uitzondering op of beperking van dit recht moet derhalve uitdrukkelijk voorzien zijn en 14/52 beperkend geïnterpreteerd worden (cf. de uitzondering vervat in artikel 15, § 1, tweede lid, van de elektriciteitswet). 16. De CREG is van oordeel dat, in het kader van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt, de toetredingsdrempel tot de elektriciteitsmarkt zo laag mogelijk dient te zijn teneinde het recht van toegang tot het transmissienet te garanderen en de (vrije) toegang tot het transmissienet op geen enkele wijze te belemmeren, dit uiteraard in zoverre de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het transmissienet niet in gevaar gebracht wordt en de optimale ontwikkeling van het transmissienet niet verhinderd wordt. De CREG meent dan ook dat het niet kan toegelaten worden dat de netbeheerder op enige wijze het recht van toegang tot het transmissienet zou bemoeilijken, beperken of belemmeren door het opleggen van onbillijke, onevenwichtige, onredelijke of 1 disproportionele contractsvoorwaarden. 17. De CREG wijst er tevens op dat de netbeheerder het beheer van het transmissienet niet enkel op een onpartijdige, onafhankelijke en niet-discriminatoire wijze2 dient waar te nemen maar daarbij tevens een zo groot mogelijke transparantie dient na te streven. Dit is noodzakelijk voor de goede werking van de elektriciteitsmarkt en een goede werking van de mededinging op deze markt3. Verder is de CREG van oordeel dat de netbeheerder bij het uitvoeren van zijn wettelijke taken dient te zorgen voor een tijdige en zo duidelijk, accuraat en volledig mogelijke informatieverstrekking aan de netgebruikers. Dit geldt voor de pre-contractuele fase, het contract zelf en de toepassing van het contract. Dit is ondermeer nodig met het oog op een transparant beheer en teneinde de toegang tot het transmissienet op optimale wijze te verzekeren en op geen enkele wijze te belemmeren. Een dergelijke volledige, accurate, en tijdige informatieverstrekking houdt ondermeer in dat, wanneer de netbeheerder in uitvoering van zijn wettelijke taken een beslissing neemt die het 1 Zie ondermeer artikel 23.4. van de consolidated version of amended proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council amending directive 96/92.EC and directive 98/30/EC concerning common rules for the internal market in electricity and natural gas, 2001/0077 (COD), 27 november 2002. 2 Zie ondermeer artikel 9, § 2, van de elektriciteitswet en artikel 8 van het technisch reglement. 3 Zie ondermeer Parl. St., Senaat, 1998-99, nr. 1308/4, blz. 6 ; Richtlijn 96/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit, considerans 25. 15/52 recht van toegang van een netgebruiker (rechtstreeks of onrechtstreeks) raakt, hij deze beslissing dan ook tijdig en duidelijk dient mee te delen aan de netgebruiker en de redenen voor deze beslissing steeds op duidelijke wijze dient te vermelden. Alzo kan de netgebruiker desgevallend zelf maatregelen nemen om zijn toegang tot het transmissienet te vrijwaren of de kosten ervan te reduceren. Veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het transmissienet 18. Eén van de taken van de netbeheerder bestaat erin de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het transmissienet te waarborgen en in dit verband toe te zien op de beschikbaarheid van de nodige ondersteunende diensten en inzonderheid hulpdiensten ingeval van defect van productie-eenheden (artikel 8, 4°, van de elektriciteitswet). Bij het onderzoek van de algemene voorwaarden wordt dan ook geverifieerd of hieraan voldaan is. Conformiteit met het algemeen belang 19. De vennootschap die het transmissienet beheert, dient dit beheer waar te nemen in het algemeen belang, ten voordele van alle afnemers en alle leveranciers van stroom4. Artikel 6, § 1, van het technisch reglement vertaalt deze basisidee in het toetsingscriterium van de conformiteit van de aansluitingscontracten, de toegangscontracten en de contracten voor toegangsverantwoordelijke aan het algemeen belang. 20. Het algemeen belang is een ruim begrip dat artikel 6 van het technisch reglement voor zijn toepassing niet definieert. Voor de toepassing van artikel 6 van het technisch reglement interpreteert de CREG dit begrip als verwijzend naar ten minste alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving, het mededingingsrecht, de algemene verbintenissenrechtelijke regels en de taalwetgeving. Hierbij dient te worden opgemerkt dat sommige van deze rechtsregels in de praktijk dezelfde eisen stellen aan de contracten, zoals bijvoorbeeld de vereiste van redelijke, billijke, evenwichtige en proportionele contractsbepalingen. 4 Zie ondermeer Parl. St. Senaat 1998-99, nr.1308/4, blz. 22. 16/52 De sectorspecifieke wetgeving 21. De sectorspecifieke wetgeving die de CREG begrijpt onder het begrip “algemeen belang” bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement betreffen alle regels van openbare orde die niet vallen onder de twee andere toetsingscriteria vervat in artikel 6, § 1, van de elektriciteitswet, namelijk deze betreffende het niet-belemmeren van de toegang tot het transmissienet en deze betreffende het vrijwaren van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het transmissienet. Het betreft bijgevolg de regulering van de tarieven met betrekking tot het transmissienet en de regels van het technisch reglement voorzover zij niet onder de voormelde twee criteria vallen. Zoals de paragrafen 6 en 7 van deze beslissing aantonen zijn deze regulering van de tarieven met betrekking tot het transmissienet en deze regels van het technisch reglement van openbare orde. 22. Onverminderd het openbare-ordekarakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot het transmissienet en het technisch reglement, dient er ook op te worden gewezen dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake elektriciteit betreffen (artikel 23, § 2, van de elektriciteitswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, enkel het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 31 van de elektriciteitswet). Dankzij artikel 6 van het technisch reglement hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 31 van de elektriciteitswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige algemene voorwaarden van de contracten verwerpen en de netbeheerder uit te nodigen de nodige aanpassingen te doen. Het mededingingsrecht 23. In het kader van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging en het waken over het goed functioneren van de markt in (dit in het uiteindelijke belang van de particuliere consument en van de diverse concurrenten op de markt). Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een economische machtspositie bekleedt, geen 17/52 inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen van onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang strekt verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot het net. De vrije toegang tot het net is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de elektriciteitsmarkt. Er dient dan ook over gewaakt te worden dat geen enkele van de voorwaarden die door de netbeheerder aan zijn medecontractanten opgelegd worden de normale werking van de mededinging zouden verhinderen of beperken. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van elektriciteit aan klanten maar alle markten van elektriciteitssector betreft waarop geen wettelijk monopolie is toegekend (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de trading van elektriciteit en de markt voor productie van elektriciteit). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de netbeheerder in een contract dat activiteiten op een welbepaalde markt betreft, onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele voorwaarden zou opleggen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken. In het hiernavolgend onderzoek wordt dan ook onderzocht of de algemene voorwaarden die door ESO opgelegd worden aan zijn medecontractanten redelijk, billijk, evenwichtig en proportioneel zijn en aldus in overeenstemming zijn met het algemeen belang. De algemene verbintenissenrechtelijke regels De gekwalificeerde benadeling 24. De cumulatieve voorwaarden van de gekwalificeerde benadeling zijn : − er bestaat een groot (kennelijk) onevenwicht tussen de wederzijdse prestaties ; − de ene partij maakt misbruik van de concrete omstandigheden waarin de medecontractant zich ten aanzien van haar bevond, om zich bij de contractssluiting een disproportioneel voordeel toe te eigenen. Dit kan ondermeer het geval zijn wanneer er 18/52 sprake is van economische superioriteit van de misbruikplegende partij, bijvoorbeeld als gevolg van een monopoliepositie ; − het contract dan wel een of meerdere clausules zouden ofwel niet, ofwel tegen voor de zwakkere partij minder ongunstige voorwaarden zijn gesloten, indien er niet van misbruik sprake zou zijn geweest. 25. Aangezien de netbeheerder van een wettelijk toegekende monopoliepositie geniet, dringt een toetsing aan het principe van de gekwalificeerde benadeling zich bijgevolg op. De bindende partijbeslissing 26. Overeenkomstig artikel 1129 van het Burgerlijk Wetboek is één van de voorwaarden voor de geldigheid van een overeenkomst dat ze een bepaald of minstens bepaalbaar voorwerp heeft. Door aan overeenkomsten of beter aan de contractuele verbintenissen de vereiste van een bepaalbaar voorwerp te stellen, heeft de wetgever geoordeeld aan overeenkomsten alleen binnen welbepaalde grenzen rechtsgevolgen te willen verlenen. De wilsovereenstemming volstaat niet omdat er ook nog een zekere maatschappelijke controle op de inhoud van de overeenkomst moet worden uitgeoefend Het principe van de bindende partijbeslissing vereist ten minste dat de overeenkomst op zijn minst de nodige objectieve gegevens moet bevatten om het voorwerp te kunnen bepalen, zonder dat nog een nieuwe wilsuiting van één van hen vereist is. De inhoud van de rechten en verplichtingen uit een overeenkomst mag niet aan een geheel arbitraire beslissing van een van de contractspartijen worden overgelaten. De geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak 27. Onder de miskenning van de algemeen verbintenissenrechtelijke regel van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van een overeenkomst verstaat de CREG ook de miskenning van een rechtsregel van openbare orde. Bijgevolg telkens de CREG van oordeel is dat het algemeen belang geschonden werd door een van de algemene voorwaarden van het contract van toegangsverantwoordelijke, wordt het principe van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van contracten geschonden. 19/52 Het voorkomen van interpretatieproblemen 28. Onduidelijke contractsclausules leiden tot interpretatieproblemen en dienen daarom te worden geweerd. In de mate dat zij niet behept zijn met een schending van de algemene verbintenissenrechtelijke regel van de bindende partijbeslissing, zou kunnen beweerd worden dat zulke clausules geen rechtsregel van openbare orde schenden. Nochtans dient verwezen te worden naar de vereiste van een zo groot mogelijke transparantie welke noodzakelijk is om de vrije toegang tot het transmissienet te garanderen en welke valt onder het toetsingscriterium betreffende het niet-belemmeren van de toegang tot het transmissienet en daarom alleen al van openbare orde is. In de mate dat onduidelijke contractsclausules toch niet strijdig zouden zijn met enige rechtsregels van openbare orde – iets wat volgens de CREG niet mogelijk is gezien het toetsingscriterium betreffende het niet-belemmeren van de toegang tot het transmissienet -, dan verhinderen zij in ieder geval dat de CREG haar taak naar behoren kan uitoefenen en is de netbeheerder in dat geval ten minste verplicht de nodige bijkomende toelichtingen te geven. ONDERZOEK VAN DE ALGEMENE VOORWAARDEN VAN HET CONTRACT VAN TOEGANGSVERANTWOORDELIJKE 29. In het hiernavolgende onderzoek worden de algemene voorwaarden van het contract van toegangsverantwoordelijke getoetst aan de drie toetsingscriteria vervat in artikel 6, § 1, van het technisch reglement zoals beschreven in de paragrafen 13 tot en met 28 van deze beslissing. Behalve een beslissing omtrent de goedkeuring van de algemene voorwaarden van het contract van toegangsverantwoordelijke zullen ook enkele bijkomende opmerkingen geformuleerd worden met betrekking tot mogelijke verbeteringen van bepaalde voorwaarden. De goedkeuring van de algemene voorwaarden of bepaalde algemene voorwaarden van het contract van toegangsverantwoordelijke door de CREG, neemt uiteraard niet weg dat ESO, 20/52 onafhankelijk daarvan, steeds aan zijn wettelijke verplichtingen inzake het beheer van het transmissienet dient te voldoen. Algemeen 30. Het contract van toegangsverantwoordelijke dat door ESO aan de CREG ter goedkeuring werd voorgelegd, is volledig opgesteld in het Engels. Als antwoord op het verzoek van de CREG om haar het contract van toegangsverantwoordelijke in het Nederlands en het Frans te bezorgen, heeft ESO geantwoord dat het contract van toegangsverantwoordelijke enkel in het Engels bestaat gelet op het internationaal cliënteel. De CREG dient bijgevolg te besluiten dat ESO het contract van toegangsverantwoordelijke enkel in het Engels aanbiedt, terwijl de enige talen die volgens de taalwet mogelijk zijn het Nederlands, het Frans en het Duits zijn (zie paragraaf 10 van deze beslissing). Aangezien de taalwet van openbare orde is, zijn alle algemene voorwaarden van het contract van toegangsverantwoordelijke bijgevolg niet conform aan het algemeen belang. In principe zou de CREG haar onderzoek van het contract van toegangsverantwoordelijke kunnen stopzetten in afwachting een Nederlandse, Franse en/of Duitse versie van het contract van toegangsverantwoordelijke te ontvangen. De CREG is echter niet formalistisch, maar constructief en zal daarom de algemene voorwaarden van het contract van toegangsverantwoordelijke verder inhoudelijk onderzoeken omdat de taal de inhoud van deze voorwaarden immers niet verandert. Preambule 31. In het eerste streepje van de preambule van het contract van toegangsverantwoordelijke wordt bepaald dat ESO het eigendomsrecht of ten minste het gebruiks- of exploitatierecht heeft voor “… het Belgisch elektriciteitsnet van 380 kV tot en met 20 kV.” Dit is in strijd met artikel 9, § 1, van de elektriciteitswet in de mate dat het gaat over infrastructuur met een spanningsniveau van minder dan 30 kV. ESO mag duidelijk geen infrastructuur beheren met een spanningsniveau van minder dan 30 kV. De CREG heeft ESO hierop reeds gewezen in haar aangetekend schrijven van 19 december 2002. Bij brief van 20 januari 2003 antwoordde ESO het volgende : 21/52 “…dat de VREG in een beslissing van 5 september 2002 Elia System Operator NV heeft aangeduid als “beheerder van het distributienet van elektriciteit via elektrische leidingen met een spanning van 26 kV of hoger in het gehele grondgebied van het Vlaamse Gewest waarvan zij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft”. Daarnaast heeft de CWaPE in haar “Avis sur la détermination des tronçons du réseau à considérer comme Réseau de Transport Local (RTL)” (CD-2k06-CWaPE) het volgende geoordeeld: “Les réseaux comprennent quelques liaisons de forte capacité de transport qui, bien qu’exploitées à des tensions inférieures à 30kV, assurent en fait, une fonction de transport local. Il s’agit notamment de liaisons d’interappui assurant l’équilibre ou le secours d’alimentation de plusieurs postes de distribution sans que des clients finals y soient reliés. La CWaPE a suggéré le 7 octobre 2002 au point 3.2 de sa proposition d’amendements CD-2j07-CwaPE-004 du projet de décret relatif à l’organisation du marché régional du gaz de modifier les tensions retenues pour les tronçons du RTL et d’étendre le domaine des 30-70kV à l’ensemble de la haute tension (supérieure à 1kV)". Het antwoord hierop van de CREG is vervat in paragraaf 9 van het voorontwerp van beslissing (B) 030220-CDC-120 van de CREG van 20 februari 2003 over de vraag tot goedkeuring van het aangepaste tariefvoorstel met budget van de N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR voor het exploitatiejaar 2003, welke als volgt luidt : “De kosten verbonden aan de infrastructuurdelen onder de 30 kV worden verworpen. De N.V. ESO voert aan dat deze kosten ten onrechte door de CREG worden verworpen. De N.V. ESO beweert artikel 9, §1, van de elektriciteitswet niet te schenden aangezien zij geen lijnen en kabels met een nominale spanning onder 30kV beheert,dan wel omdat het gaat om trunks5. De term ‘nominale spanning’ kan immers volgens de N.V. ESO slechts worden begrepen als de ‘constructie- of isolatiespanning’ doch in geen geval als ‘exploitatiespanning’, waarvoor zij verwijst naar de definitie van ‘nominale spanning van een elektrische installatie’ in artikel 3 van het algemeen reglement op de elektrische installaties (AREI), dat bindend werd verklaard bij koninklijk besluit van 10 maart 1981. De netten van 26 kV dewelke de N.V. ESO beheert hebben -aldus de N.V. ESO- een constructiespanning dewelke hoger is dan 30kV waardoor de bepaling van artikel 9, §1, van de wet van 29 april betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna : elektriciteitswet) niet wordt geschonden. Artikel 3 van het AREI definieert ‘nominale spanning van een elektrische installatie’ als de ‘spanning die gegeven wordt door de kenmerken van een elektrische installatie en waardoor de beproevingsvoorwaarden en de spanningsgrenzen van deze installatie vastgelegd worden. Deze waarde houdt geen rekening noch met voorbijgaande overspanningen bijvoorbeeld veroorzaakt door schakelen, noch met tijdelijke abnormale spanningsveranderingen, bijvoorbeeld wegens fouten in het voedingsnet’. Dit argument faalt naar recht. De definitie van ‘nominale spanning van een elektrische installatie’ geldt slechts voor de toepassing van dit reglement. Deze definitie heeft geen bindende kracht daarbuiten. Bovendien lijkt de definitie van nominale spanning 5 “Trunks” zijn kabelverbindingen op middenspanning, die injectieposten met elkaar verbinden en die geplaatst werden om een bijkomende injectie naar de middenspanning te vermijden. Ze hebben een ondersteunende functie en dragen aldus bij tot het evenwicht tussen de verschillende injectieposten. Aan “trunks” zijn geen eindafnemers verbonden. 22/52 van een elektrische installatie niet meteen een goed uitgangspunt om de nominale spanning van een net te definiëren. Men kan zich overigens de vraag stellen of de definitie van nominale spanning van een elektrische installatie in het AREI wel onomstootbaar naar constructie- of isolatiespanning verwijst. Het AREI is overigens niet de enige tekst met reglementair karakter die het begrip nominale spanning definieert. Zo is er bijvoorbeeld een koninklijk besluit van 23 maart 1977 tot vaststelling van de veiligheidswaarborgen welke bepaalde elektrische machines, apparaten en leidingen moeten bieden6 dat een (andere) definitie van nominale spanning bevat. Het begrip nominale spanning wordt bovendien gedefinieerd in meerdere internationale, Europese en Belgische technische normen7. Geen enkele van deze definities houdt de garantie in dat zij strookt met de bedoeling van de bijzondere wetgever bij het invoeren van een bevoegdheidsverdeling inzake elektriciteit in artikel 6, §1, VII, eerste lid, a), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. Er zijn evenwel meerdere redenen aanwezig om aan te nemen dat met nominale spanning de spanning waarmee het net wordt aangeduid wordt bedoeld en niet de constructie- of isolatiespanning van het net. Vooreerst strookt dergelijke definitie het meest met de taalkundige betekenis van ‘nominaal’. Volgens het woordenboek ‘van Dale’ betekent nominaal onder meer “1. de naam betreffende, naar de naam : appel nominaal, zie bij appel²

(3)”. Ingeval van afwezigheid van definitie van een term in een wetgevende tekst dient men immers terug te vallen op de betekenis die men aan de term in het gewoon taalgebruik geeft. Bovendien blijkt deze definitie de overtuiging van de wetgever weg te dragen. Zo wordt in het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna “het koninklijk besluit van 19 december 2002”) verwezen naar de technische norm EN 50160 dewelke door de verwijzing ernaar bindende kracht verkrijgt. Overeenkomstig artikel 47 van het koninklijk besluit van 19 december 2002 levert de netbeheerder aan de netgebruiker een spanning op het aansluitingspunt met een kwaliteit die ten minste voldoet aan de norm EN
  1. Volgens dit artikel dient deze norm als referentiepunt voor alle spanningsniveaus. ‘Nominale spanning van een net’ wordt volgens de norm EN 50160 gedefinieerd als ‘tension caractérisant ou identifiant un réseau et à laquelle on se réfère pour certaines caractéristiques de fonctionnement’. Deze definitie verwijst naar de spanning waarmee een net wordt aangeduid, doch in geen geval naar de constructieof isolatiespanning van het net. De definitie van ‘distributienet’ in artikel 2, 12°, van de elektriciteitswet geeft duidelijk aan dat de netten worden gedefinieerd eerder in functie van hun werking dan van hun isolatie- en/of constructiekenmerken : ‘elk net dat werkt aan een spanning die gelijk is aan of lager is dan 70 kilovolt, voor het vervoer van elektriciteit naar afnemers op regionaal of lokaal niveau’. 6 B.S., 31 maart
  2. Zie o.m. IEC 60050-601 ‘International Electrotechnical Vocabulary’; NBN EN 50160, ‘Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten’ (Europese en geregistreerde Belgische norm). 7 23/52 Ingevolge artikel 17 van de elektriciteitswet is de aanleg van nieuwe directe lijnen onderworpen aan de voorafgaande toekenning van een individuele vergunning afgeleverd door de minister op voorstel van de CREG. Uit artikel 6 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2000 tot vaststelling van de criteria en de procedure voor toekenning van individuele vergunningen voorafgaand aan de aanleg van directe lijnen kan men afleiden dat in geen geval de constructie- of isolatiespanning wordt bedoeld : “Elke wijziging van een directe lijn waarvoor een vergunning werd afgeleverd op basis van dit besluit , maakt het voorwerp uit van een aanvraag tot herziening van de toegekende vergunning voor zover de wijziging betrekking heeft op : - een toename van de spanning of van de druk”. Men kan immers niet van toename van spanning spreken indien het om de constructie- of isolatiespanning gaat. Ook het Controle Comité van de Elektriciteit en het Gas gaat in haar typereglement8 voor elektriciteit in laagspanning uit van eenzelfde definitie van nominale netspanning als de definitie die in het koninklijk besluit van 19 december 2002 werd opgenomen door middel van verwijzing naar de norm EN 50160 : “Spanning waarmee een net of materieel wordt aangeduid en waaraan bepaalde werkingskarakteristieken zijn verbonden (cf. Reglement van de Internationale Elektrotechnische Commissie –IEC)”. Anders redeneren zou bijvoorbeeld met zich kunnen meebrengen dat het hele 70 kVnet, vermits het om veiligheidsredenen altijd voor een hogere spanning dan de nominale werkingsspanning ontworpen en geïsoleerd is (volgens de planningscriteria van de N.V. ESO bedraagt de ontwerpspanning van het 70 kV-net 82,5 kV), tot de federale bevoegdheid behoort (en dus aan de gewestelijke bevoegdheid wordt onttrokken) hetgeen niet de bedoeling kan zijn geweest van de bijzondere wetgever. Rekening houdend met het voorgaande is de CREG van mening dat moet worden uitgegaan van de nominale spanning als zijnde de werkingsspanning van een net waarmee zij wordt aangeduid. De N.V. ESO kan derhalve geen netten beheren met een nominale spanning beneden 30 kV. Een net dat wordt aangeduid als 26 kV-net mag derhalve niet worden beheerd door de beheerder van het transmissienet. Zulks is wel degelijk in strijd met artikel 9, §1, van de elektriciteitswet. De kosten verbonden aan deze infrastructuurdelen werden derhalve wel degelijk terecht verworpen door de CREG. Het argument dat de VREG en de CWAPE het standpunt van de N.V. ESO onderschrijven is onjuist, minstens overdreven. De aanwijzing van de N.V. ESO door de VREG als beheerder van het distributienet van elektriciteit via elektrische leidingen met een spanning van 26kV of hoger houdt geenszins een bewijs in dat de VREG nominale spanning als constructie- of isolatiespanning definieert. Dit wordt geenszins gespecificeerd. Integendeel, in haar technisch reglement van 1 juli 2002 gaat de VREG uit van een gelijkaardige definitie van nominale spanning als deze in het koninklijk besluit van 19 8 Zie website van het CCEG : www.cceg.be. 24/52 december
  3. Het begrip ‘nominale spanning’ wordt immers in Bijlage 1 bij het Vlaams technisch reglement gedefinieerd als ‘de spanning die kenmerkend is voor een distributienet en waarnaar men verwijst om bepaalde werkingskenmerken aan te geven’. De CWAPE geeft in haar advies9 van 7 november 2002 te kennen dat zij het verkieslijk vindt rekening te houden met de constructiespanning omwille van de volgende reden : “L’avis de la CWAPE est qu’il est préférable de tenir compte prioritairement de la tension de conception (sauf tronçons très courts et/ou isolés du réseau de transport fédéral). En effet, il est techniquement aisé et rapide de modifier la tension d’exploitation si les besoins des réseaux le justifient. Dans ce cas, devoir modifier l’autorité compétente constituerait un frein à l’adaptabilité des réseaux. ». De CWAPE neemt evenwel geen definitief standpunt in : “La CWAPE est d’avis de signaler ces tronçons comme faisant partie du Réseau de Transport fédéral (RTF). S’ils relevaient finalement de la Région, la CWAPE est d’avis qu’ils soient intégrés au RTL. ». Tot slot dient te worden beklemtoond dat het koninklijk besluit van 19 december 2002 dat voor de spanningsniveaus naar de norm EN 50160 verwijst (en dus zoals blijkt uit hetgeen hierboven werd uiteengezet, uitgaat van ‘nominale spanning’ als zijnde de spanning waarmee een net wordt aangeduid), werd opgesteld na overleg met de netbeheerder. Het is derhalve ten zeerste ongepast dat de N.V. ESO thans een andere interpretatie aan het begrip ‘nominale spanning’ poogt te geven. Het argument dat het ontwerp tot wijziging van het Waalse decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt dat de grenzen van het plaatselijk transmissienet wijzigt van 30-70 kV naar 1-70 kV definitief werd aangenomen betekent niet dat de elektriciteitswet niet moet worden nageleefd zolang deze niet zelf wordt gewijzigd. Om die reden dient ook te worden geoordeeld dat de kosten verbonden aan trunks op middenspanning moeten worden verworpen.”. In haar beslissing (B) 030306-CDC-120 van de CREG van 6 maart 2003 over de vraag tot goedkeuring van het aangepaste tariefvoorstel met budget van de N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR voor het exploitatiejaar 2003 voorziet de CREG evenwel een uitzondering op de algemene regel dat de netbeheerder geen netten mag beheren met een spanning beneden 30 kV, meer bepaald wanneer het gaat over infrastructuurdelen die als bijkomstig dienen te worden beschouwd en noodzakelijk zijn voor het beheer van de netten met een spanning van 30 kV of meer. Deze uitzondering betreft enkel bijkomstige infrastructuurdelen die niet kenmerkend zijn voor de netten beheerd door de netbeheerder, maar louter functioneel noodzakelijk zijn voor het beheer van de netten met een spanning van ten minste 30 kV. 9 Avis CD-2k06-CwaPE-007 du 7 novembre 2002 sur la ‘détermination des tronçons du réseau à considérer comme Réseau de Transport Local (RTL)’. 25/52 Bijgevolg beheert ESO enkel netten met een spanning van 30 kV of meer en kan ESO niet stellen netten te beheren met een spanning lager dan 30 kV. Het eerste streepje van de preambule is, in de mate dat het refereert naar het beheer van netten met een spanning van minder dan 30 kV, dan ook strijdig met artikel 9, § 1, van de elektriciteitswet en daarom niet conform aan het algemeen belang. Het eerste streepje van de preambule moet dan ook gewijzigd worden wegens strijdigheid met artikel 9, §1, van de elektriciteitswet: de referentie naar 20 kV dient te worden vervangen door een referentie naar een spanningsniveau van ten minste 30 kV. Artikel 1
  4. De CREG stelt vast dat ESO een aantal begrippen anders definieert in het contract van toegangsverantwoordelijke dan in het toegangscontract (bijvoorbeeld de definities van “ELIA-net” en “toegang tot het ELIA-net”). Bovendien worden een aantal begrippen in het contract van toegangsverantwoordelijke anders gedefinieerd dan in de elektriciteitswet en/of het technisch reglement (zoals de definities van de begrippen aansluitingspunt (“Connection Point”), netgebruiker (“Grid User”), injectiepunt (“Injection Point”) en afnamepunt (“Offtake Point”)). De CREG is van oordeel dat een coherent en duidelijk begrippenkader dient gehanteerd te worden en dat de definities in het contract van toegangsverantwoordelijke en het toegangscontract dan ook identiek dienen te zijn en moeten overeenstemmen met de definities vervat in de elektriciteitswet en het technisch reglement, teneinde elke mogelijke verwarring en eventuele interpretatiegeschillen omtrent deze begrippen te vermijden. Aangezien een coherent en duidelijk begrippenkader ontbreekt waardoor er interpretatieproblemen kunnen ontstaan, wordt, in strijd met artikel 6, § 1, van het technisch reglement, de toegang tot het transmissienet belemmerd en is er geen conformiteit met het algemeen belang.
  5. Artikel 11 van het contract van toegangsverantwoordelijke bevat verschillende verwijzingen naar artikelen van de Grid Code. Het begrip “Grid Code” is echter niet gedefinieerd in het contract van toegangsverantwoordelijke. 26/52 Ten einde elk interpretatieprobleem te vermijden en bijgevolg in overeenstemming te zijn met de criteria betreffende het niet-belemmeren van de toegang tot het transmissienet en het algemeen vervat in artikel 6, § 1, van het technisch reglement, dient het contract van toegangsverantwoordelijke dan ook een definitie van het begrip “Grid Code” (technisch reglement) te geven door te verwijzen naar het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe.
  6. Ook het begrip “UCTE-rules” waarnaar de artikelen 3.1., 3.2.
  7. en 12.
  8. van het contract van toegangsverantwoordelijke verwijzen, is niet gedefinieerd in dit contract. Ten einde elk interpretatieprobleem te vermijden en bijgevolg in overeenstemming te zijn met de criteria betreffende het niet-belemmeren van de toegang tot het transmissienet en het algemeen belang vervat in artikel 6, § 1, van het technisch reglement, dient het contract van toegangsverantwoordelijke dan ook een definitie van het begrip “UCTE-rules” te geven. Artikel 2
  9. Overeenkomstig artikel 2, tweede lid, van het contract van toegangsverantwoordelijke regelt dit contract de aansprakelijkheden van de toegangsverantwoordelijke met betrekking tot mogelijke onevenwichten. Het contract van toegangsverantwoordelijke bevat echter geen algemene regeling met betrekking tot de aansprakelijkheid van beide partijen. Het contract bevat wel een aantal bepalingen, verspreid over verschillende artikelen, met betrekking tot specifieke aansprakelijkheden van de toegangsverantwoordelijke (zie ondermeer de artikelen 4.3., 5.3.1.2., laatste lid, en 5.3.4., laatste lid). Wat de aansprakelijkheid van ESO betreft, bevat het contract van toegangsverantwoordelijke enkel bepalingen die de aansprakelijkheid van ESO uitsluiten (zie ondermeer artikel 5.3.1.1., tweede lid). Het contract van toegangsverantwoordelijke is, waar het de aansprakelijkheden tussen de toegangsverantwoordelijke en de netbeheerder regelt, dan ook duidelijk onevenwichtig. Gelet op de monopoliepositie van ESO is het contract aldus strijdig met het mededingingsrecht en bijgevolg niet conform aan het algemeen belang bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement. 27/52
  10. De CREG herinnert aan de interpretatie die zij voorstaat van artikel 8 van de elektriciteitswet : “Een strikte interpretatie van de elektriciteitswet leidt tot de beschouwing dat bepaalde verbintenissen vervat in artikel 8 van de elektriciteitswet verder gaan dan loutere inspanningsverbintenissen en als resultaatsverbintenissen moeten worden beschouwd. Dit betekent niet dat de netbeheerder tot onredelijke verbintenissen verplicht is. In geval de niet-naleving van een resultaatsverbintenis wordt aangevoerd, kan de netbeheerder zich immers beroepen op het bestaan van een ‘vreemde oorzaak’ teneinde het niet naleven van deze verbintenis te rechtvaardigen. De CREG is zich ervan bewust dat dergelijke interpretatie van de elektriciteitswet hogere kosten met zich mee kan brengen dan die van een inspanningsverbintenis. Deze kosten worden noodzakelijkerwijze verhaald op de netgebruikers. Vermits de CREG de belangen van de netgebruikers ter harte neemt is zij van oordeel dat een lezing van de elektriciteitswet die een evenwicht tussen de netveiligheid en de daaraan verbonden kosten waarborgt, aanvaardbaar is indien op zijn minst een volwaardige inspanningsverbintenis wordt gehandhaafd (...).”
  11. Hieruit volgt dat de verplichtingen die aan ESO opgelegd zijn, ten minste volwaardige inspanningsverbintenissen moeten zijn, zo ze al niet resultaatsverbintenissen zijn. Aangezien deze bepalingen van de elektriciteitswet van openbare orde zijn, is het evident dat ESO deze verplichtingen contractueel niet kan beperken. Gelet op het korte tijdsbestek waarbinnen de CREG zich moet uitspreken over de algemene voorwaarden van het contract van toegangsverantwoordelijke, heeft zij deze algemene voorwaarden niet geval per geval kunnen toetsen aan de verplichtingen die aan ESO krachtens de wet zijn opgelegd. De CREG zal bij haar onderzoek van de algemene voorwaarden van het contract van toegangsverantwoordelijke die van toepassing zullen zijn vanaf 2004 dit onderzoek wel uitvoeren. In het licht daarvan verzoekt de CREG ESO zelf reeds te controleren over het huidige en het toekomstige contract van toegangsverantwoordelijke in overeenstemming is met de verplichtingen die ESO krachtens de wet zijn opgelegd. Indien dergelijke overeenstemming ontbreekt, zijn de betrokken algemene voorwaarden in strijd met de sectorspecifieke wetgeving die op dit punt van openbare orde is en bijgevolg niet conform aan het algemeen belang bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement. 10 CREG, advies (A)020512-CDC-82 van 13 mei 2002 over het voorontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 juni 2001 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, paragraaf
  12. 28/52
  13. Het ontbreken van een algemene regeling met betrekking tot de aansprakelijkheid van de contractspartijen leidt er overigens toe dat er voor de toegangsverantwoordelijke geen duidelijkheid is over zijn rechten en plichten op dit vlak. Dit gebrek aan duidelijkheid kan de toegang tot het transmissienet beperken en aanleiding geven tot interpretatieproblemen waardoor het contract van toegangsverantwoordelijke strijdig is met de criteria van het niet-belemmeren van de toegang tot het transmissienet en de conformiteit met het algemeen belang bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement. Artikel 3.
  14. De artikelen 3.2.
  15. en 3.2.
  16. van het contract van toegangsverantwoordelijke bepalen dat ESO het recht heeft om de procedures voor het bekomen van toegangsrechten op respectievelijk de zuidgrens en de noordgrens, zoals vervat in de bijlagen 1A en 1B en respectievelijk bijlage 2, “eenzijdig” te wijzigen. De CREG wijst er op dat overeenkomstig artikel 6 van het technisch reglement alle wijzigingen aan de algemene voorwaarden van het contract van toegangsverantwoordelijke aan de goedkeuring van de CREG onderworpen zijn. Bovendien bepaalt artikel 152, § 2, van het technisch reglement uitdrukkelijk dat het contract van toegangsverantwoordelijke kan voorzien dat zijn algemene beginselen kunnen aangepast worden door de netbeheerder na goedkeuring door de CREG conform artikel 6 van het technisch reglement. De CREG stelt vast dat de artikelen 3.2.
  17. en 3.2.
  18. van het contract van toegangsverantwoordelijke niet conform de artikelen 6 en 152, § 2, van het technisch reglement zijn. Deze bepalingen zijn bijgevolg niet conform aan het algemeen belang bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement.
  19. Voorts bepaalt artikel 152, § 3, van het technisch reglement dat de in § 2 van hetzelfde artikel bedoelde aanpassingen van toepassing worden binnen “een redelijke termijn, rekening houdend met de teneur van de geplande aanpassingen en de imperatieven verbonden aan de betrouwbaarheid, de veiligheid en de efficiëntie van het net”. Aansluitend daarbij wenst de CREG te benadrukken dat wanneer er wijzigingen aan het contract en/of de bijlagen worden doorgevoerd er steeds een voldoende redelijke termijn 29/52 moet gegeven worden aan de contractspartijen om deze wijzigingen operationeel toe te passen en de nodige wijzigingen door te voeren in hun contracten met andere marktpartijen.
  20. Wat betreft de procedure en methodes voor de toekenning van capaciteit, zoals vervat in de bijlagen 1A (punt 3.
  21. en 3.2.), 1B (punt 3.
  22. en 3.2.) en 2, dient de CREG bovendien te wijzen op het artikel 183, § 2 van het technisch reglement, dat bepaalt dat de methodes voor de toekenning van de beschikbare capaciteit aan de toegangsverantwoordelijken van energie-uitwisselingen met buitenlandse netten door de CREG goedgekeurd dienen te worden. Aangezien de methodes voor het toekennen van beschikbare capaciteit aan de toegangsverantwoordelijken van energie-uitwisselingen met buitenlandse netten goedgekeurd dienen te worden door de CREG, zijn ook alle wijzigingen van deze methodes onderworpen aan de goedkeuring van de CREG. Eventuele wijzigingen aan de bepalingen met betrekking tot deze allocatiemethodes vervat in de bijlagen 1A, 1B en 2 van het contract van toegangsverantwoordelijke, dienen dan ook goedgekeurd te worden door de CREG en kunnen niet eenzijdig gewijzigd worden door ESO zoals bepaald in de artikels 3.2.
  23. en 3.2.
  24. van het contract van toegangsverantwoordelijke. Artikel 4
  25. Het behoud van het evenwicht voor het geheel van zijn toegangen tot het transmissienet is de voornaamste verplichting, zo niet één van de voornaamste verplichtingen van elke toegangsverantwoordelijke (zie artikel 156, 1°, technisch reglement). Om aan zijn evenwichtsverplichting te kunnen voldoen dient de toegangsverantwoordelijke uiteraard tijdig over de nodige technische gegevens te beschikken om snel te kunnen reageren wanneer er zich een onevenwicht voordoet. Uit de enquête die door de CREG gevoerd werd met betrekking tot de contracten van 2002 (zie paragraaf 1 van deze beslissing) is gebleken dat verschillende netgebruikers aanklagen dat zij niet tijdig over de nodige informatie (meetgegevens) beschikken om snel te kunnen optreden ingeval van een onevenwicht en aldus de voor hen zware financiële gevolgen van een onevenwicht zo veel mogelijk te beperken. Zij stellen dat ESO hen immers pas na afloop 30/52 van de maand de nodige meetgegevens verstrekt. Zij pleitten er dan ook voor dat hen de voorlopige niet-gevalideerde meetgegevens zo snel mogelijk door ESO zouden verstrekt worden zodat zij, als verantwoordelijke voor het evenwicht, in staat zouden zijn om snel in te grijpen en (de gevolgen van) de onevenwichten zo veel mogelijk te beperken. Artikel 363 van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder de gevalideerde gegevens met betrekking tot de injecties en afnames voor elk injectie en/of afnamepunt ten minste op maandelijkse basis en voor de voorbije maand aan de toegangsverantwoordelijke ter beschikking stelt. Bij een strikte of minimale interpretatie van dit artikel kan gesteld worden dat het contract van toegangsverantwoordelijke artikel 363 van het technisch reglement eerbiedigt. Deze interpretatie is echter onvoldoende om het recht van toegang tot het transmissienet niet te belemmeren. De ernstige financiële gevolgen van onevenwichten voor de toegangsverantwoordelijke, samen met het feit dat het door de trage informatiedoorstroming voor hem zeer moeilijk, zelfs onmogelijk is snel eventuele onevenwichten te voorkomen, kan afschrikwekkend werken en aldus sommige geïnteresseerden doen afzien van activiteiten op de elektriciteitsmarkt in België. Uit de enquête van de CREG van 2002 is daarenboven gebleken dat de toegangsverantwoordelijken, indien zij een andere keuze zouden gehad hebben, zeker deze algemene voorwaarden van het contract van toegangsverantwoordelijke niet zouden hebben ondertekend. derhalve besloten worden dat In het licht van de monopoliepositie van ESO kan de onderhavige bepalingen de algemene verbintenissenrechtelijke regel van de gekwalificeerde benadeling manifest schendt. Bijgevolg zijn de onderhavige bepalingen niet alleen in strijd met het criterium van het nietbelemmeren van de toegang tot het transmissienet, maar ook met het criterium van de confomiteit aan het algemeen belang bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement.
  26. Teneinde de toegangsverantwoordelijken in staat te stellen om hun evenwichtsverplichtingen zo goed mogelijk te kunnen vervullen, zouden deze echter naast de maandelijkse gevalideerde meetgegevens eveneens dagelijks moeten kunnen beschikken over de niet-gevalideerde meetgegevens voor de dag D-
  27. De CREG is van oordeel dat ESO ook op dit vlak dient te zorgen voor een tijdige en zo volledig mogelijke informatieverstrekking aan de netgebruikers daar de desbetreffende informatie voor de toegangsverantwoordelijke essentieel is om aan zijn voornaamste verplichting, zijnde de evenwichtsverplichting, te voldoen. 31/52 Aangezien het contract van toegangsverantwoordelijke niet voorziet dat ESO dagelijks de niet-gevalideerde meetgegevens voor de dag D-1 aan de toegangsverantwoordelijke ter beschikking zal stellen, belemmert het de toegang tot het transmissienet zoals bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement. Artikel 4.
  28. Artikel 4.
  29. van het contract van toegangsverantwoordelijke bepaalt dat de evenwichtsverantwoordelijkheid van de toegangsverantwoordelijke bestaat in de verplichting om te allen tijde te doen “whatever is necessary in order to avoid to come in imbalance and/or avoid to be, at any time during the execution of this contract, in a situation of Imbalance [...]”. Deze contractsbepaling is niet in overeenstemming is met artikel 157, § 1, van het technisch reglement, dat aan de toegangsverantwoordelijke de verplichting oplegt om “alle redelijke middelen te voorzien en in werking te stellen teneinde het evenwicht op kwartierbasis te behouden […]”. Overeenkomstig artikel 157, § 1, van het technisch reglement zijn de evenwichtsverantwoordelijkheden inspanningsverbintenis en, van anders dan de toegangsverantwoordelijke een artikel 4.
  30. van van het contract toegangsverantwoordelijke stelt, geenszins een resultaatsverbintenis. Artikel 4.
  31. van het contract van toegangsverantwoordelijke is derhalve in strijd met de sectorspecifieke wetgeving die van openbare orde is. Om die reden is het in strijd met het criterium van het algemeen belang bedoeld in artikel 6 van het technisch reglement.
  32. Het opleggen van een absolute evenwichtsverplichting is ook vanuit technisch oogpunt trouwens onaanvaardbaar daar het technisch gezien quasi onmogelijk is om op elk ogenblik steeds perfect in evenwicht te zijn. Het evenwicht tussen injectie en afname in reële tijd kan nagenoeg onmogelijk bereikt worden alleen op basis van de beschikbare gegeven op dag D-1 aangezien het werkelijke niveau van de vraag op de volgende dag niet gekend is en bijvoorbeeld afhangt van de temperatuur. Om de bovenstaande reden belemmert artikel 4.
  33. van het contract van toegangsverantwoordelijke de toegang tot het transmissienet omdat een ontradend effect kan hebben op het willen gebruiken van het transmissienet en ds de intrede in de 32/52 elektriciteitsmarkt in België. Het is bovendien een onevenwichtige en onredelijke bepaling welke strijdt met het mededingingsrecht. Bijgevolg is artikel 4.
  34. van het contract van toegangsverantwoordelijke niet conform aan de criteria van het niet-belemmeren van de toegang tot het transmissienet en van de conformiteit aan het algemeen belang. Artikel 4.
  35. Artikel 4.2., eerste lid, van het contract van toegangsverantwoordelijke bepaalt dat de toegangsverantwoordelijke “undertakes to have at its disposal, at all times during the execution of this contract, except for what mentioned in Article 10.2, the necessary power resources in order to […] comply with its balancing responsibility […]”. De CREG dient erop te wijzen dat deze contractsbepaling een resultaatsverbintenis inhoudt en daarom niet in overeenstemming is met artikel 157, § 1, van het technisch reglement, dat aan de toegangsverantwoordelijke enkel de inspanningsverbintenis oplegt om “alle redelijke middelen te voorzien en in werking te stellen teneinde het evenwicht op kwartierbasis te behouden […]”. Artikel 4.2., eerste lid, van het contract van toegangsverantwoordelijke is derhalve in strijd met de sectorspecifieke wetgeving die van openbare orde is. Om die reden is het in strijd met het criterium van het algemeen belang bedoeld in artikel 6 van het technisch reglement.
  36. Artikel 4.2., derde lid, van het contract van toegangsverantwoordelijke geeft ESO het recht om, ingeval van een onevenwicht dat zij niet kan compenseren, de desbetreffende toegangsverantwoordelijke of enkele dan wel al diens klanten van het netwerk af te schakelen zolang zij dit nodig acht en dit zonder dat zij de verplichting heeft de ARP hiervan voorafgaand op de hoogte te brengen. Daar artikel 4.2., derde lid, van het contract van toegangsverantwoordelijke ESO een zeer vergaande bevoegdheid verleent, is de CREG van oordeel dat ESO de toegangsverantwoordelijke steeds zo spoedig mogelijk, en in principe vooraf (tenzij dit in het desbetreffende geval voor ESO werkelijk onmogelijk zou zijn), op de hoogte dient te brengen van een dergelijke ernstige maatregel alsook de redenen hiervoor. Een dergelijke beslissing tot het afschakelen van het transmissienet van een toegangsverantwoordelijke of van een of meerdere van diens klanten houdt immers een beperking in van het toegangsrecht van de 33/52 desbetreffende netgebruiker. In die zin kan artikel 4.2., derde lid, van het contract van toegangsverantwoordelijke de toegang tot het transmisienet belemmeren en strijdig zijn met artikel 6, § 1, van het technisch reglement. Artikel 4.
  37. Artikel 4.3., (iv), van het contract van toegangsverantwoordelijke bepaalt dat de toegangsverantwoordelijke ESO’s recht aanvaardt om het contract van toegangsverantwoordelijke eenzijdig te beëindigen wanneer de toegangsverantwoordelijke “from time to time” in een situatie van onevenwicht is (onverminderd het feit dat de toegangsverantwoordelijke voor dergelijke onevenwichten aan ESO reeds een niet onbelangrijke vergoeding dient te betalen). De CREG dient hierbij te wijzen op artikel 15, § 1, van de elektriciteitswet en de artikelen 154 en 155 van het technisch reglement. Artikel 155 van het technisch reglement bepaalt dat “de opschorting of de ontbinding van het contract van toegangsverantwoordelijke leidt tot weigering van toegang tot het net”. Krachtens artikel 15, §1, tweede lid, van de elektriciteitswet, kan de netbeheerder de toegang tot het transmissienet enkel weigeren wanneer hij niet over de nodige capaciteit beschikt of de in aanmerking komende afnemer niet voldoet aan de technische voorschriften bepaald in het technisch reglement, en niet wanneer andere (contractuele) verplichtingen niet worden nageleefd. Zoals reeds uiteengezet in paragraaf 15 van deze beslissing dient elke uitzondering op of beperking van het recht van toegang tot het transmissienet uitdrukkelijk voorzien te zijn en beperkend geïnterpreteerd te worden. Hieruit volgt dat de netbeheerder het contract van toegangsverantwoordelijke enkel kan opschorten of beëindigen (en aldus de toegang tot het net weigeren) in één van de twee gevallen voorzien in artikel 15, §1, tweede lid, van de elektriciteitswet, namelijk een gebrek aan capaciteit of het niet-voldoen aan de technische voorschriften bepaald in het technisch reglement. De modaliteiten van deze tweede uitzondering op het recht van toegang voorzien in artikel 15, §1, tweede lid, van de elektriciteitswet, namelijk het niet-voldoen aan de technische 34/52 voorschriften bepaald in het technisch reglement, zijn verder uitgewerkt in het technisch reglement. Zo bepaalt artikel 154, § 1, van het technisch reglement dat, ingeval van grove tekortkoming van de toegangsverantwoordelijke aan de verplichtingen hem opgelegd door het technisch reglement en/of het contract van toegangsverantwoordelijke, de netbeheerder na ingebrekestelling, indien de veiligheid van het net in het gedrang is, de uitvoering van het contract van toegangsverantwoordelijke kan opschorten bij gemotiveerde beslissing, onverminderd zijn ontbinding overeenkomstig het gemeen recht of de sancties voorzien in dit besluit. De bepaling vervat in artikel 154, § 1, van het technisch reglement dat de netbeheerder, ingeval van grove tekortkoming van de toegangsverantwoordelijke aan de verplichtingen bedoeld in het contract van toegangsverantwoordelijke, dit contract kan opschorten (en aldus de toegang weigeren tot het transmissienet), lijkt op het eerste zicht in strijd te zijn met artikel 15, §1, tweede lid, van de elektriciteitswet, volgens welk de netbeheerder de toegang tot het transmissienet enkel kan weigeren wanneer hij niet over de nodige capaciteit beschikt of de in aanmerking komende afnemer niet voldoet aan de technische voorschriften bepaald in het technisch reglement, en niet wanneer andere contractuele verplichtingen niet worden nageleefd. Volgens de algemene interpretatieregels dient een bepaling van een koninklijk besluit dat schijnbaar tegenstrijdig is met de hogere wetsbepalingen, echter steeds zo te worden geïnterpreteerd dat het in overeenstemming is met deze hogere rechtsnormen. De voormelde bepaling van artikel 154, § 1, van het technisch reglement dient derhalve zo te worden geïnterpreteerd dat “de verplichtingen bedoeld in het contract van toegangsverantwoordelijke” enkel die verplichtingen betreffen die een verdere contractuele uitwerking zijn van de technische voorschriften bepaald in het technisch reglement. Enkel bij deze interpretatie is artikel 154, § 1, van het technisch reglement in overeenstemming met de tweede uitzondering vervat in artikel 15, § 1, tweede lid, van de elektriciteitswet.
  38. Uit hetgeen voorafgaat volgt dat de netbeheerder het contract van toegangsverantwoordelijke enkel kan opschorten, en a fortiori (eenzijdig) beëindigen, wanneer alle voorwaarden vermeld in artikel 154, § 1, van het technisch reglement vervuld zijn (dit is een grove tekortkoming die de veiligheid van het net in gevaar brengt) aangezien dit leidt tot een weigering van toegang tot het net. 35/52 Verder moet er op gewezen worden dat een dergelijke opschorting respectievelijk beëindiging volgens artikel 154, § 1, van het technisch reglement, dient te gebeuren overeenkomstig de modaliteiten bepaald in dit artikel, met name na ingebrekestelling en met een gemotiveerde beslissing. De hierboven aangehaalde bepaling van artikel 4.3., (iv), van het contract van toegangsverantwoordelijke is niet in overeenstemming met de voorwaarden en modaliteiten bepaald in artikel 154, §1, van het technisch reglement. Bijgevolg is dit artikel niet conform aan het algemeen belang zoals bedoeld in artikel 6, § , van het technisch reglement.
  39. Gelet op het feit dat het, zoals reeds uiteengezet is in paragraaf 44 van deze beslissing, technisch gezien quasi-onmogelijk is om op elk ogenblik steeds perfect in evenwicht te zijn en er geen enkele beperking wordt gemaakt met betrekking tot ernst van de tekortkomingen, is de sanctie voorzien in artikel 4.3., (iv), van het contract van toegangsverantwoordelijke bovendien disproportioneel en onredelijk. Gelet op de monopoliepositie contract van ESO, is artikel 4.3., (iv), van het van toegangsverantwoordelijke bijgevolg het in strijd met het mededingingsrecht en om die reden niet conform met het algemeen belang bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement. Aangezien het ook de toegang tot transmissienet belemmert, strijdt het om die reden ook met artikel 6, § 1, van het technisch reglement. Artikel 4.
  40. Overeenkomstig artikel 4.
  41. van het contract van toegangsverantwoordelijke is een onbalansvergoeding verschuldigd “if and when ELIA so determines that [ARP] has been, according to what mentioned hereabove, in imbalance”. De verschuldigdheid van een geldsom wordt derhalve afhankelijk gemaakt niet van het onevenwicht op zich, maar van de beslissing van ESO dat de toegangverantwoordelijke in onevenwicht is. Er mag aangenomen worden dat een toegangsverantwoordelijke, indien hij de keuze zou hebben, dergelijke clausule niet zou aanvaarden. De clausule is immers onevenwichtig en onredelijk en is daarom in strijd met de algemene verbintenissenrechtelijke regel van de gekwalificeerde benadeling, alsook met het mededingingsrecht. Om die reden is artikel 4.
  42. van het contract van toegangsverantwoordelijke niet conform aan het algemeen belang bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement. 36/52 Artikel 5
  43. Voor wat betreft de dagelijkse toegangsprogramma’s die ingediend worden door de toegangsverantwoordelijken, wijst de CREG volledigheidshalve op de regels vervat in hoofdstuk XI, titel IV, van het technisch reglement.
  44. Hoewel meerdere artikelen van het technisch reglement bepalen dat de procedures en ontvankelijkheidsvoorwaarden met betrekking tot de dagelijkse toegangsprogramma’s op transparante wijze in het contract van toegangsverantwoordelijke moeten vastgelegd worden (zie ondermeer de artikelen 213 en 215 van het technisch reglement), merkt de CREG op dat het contract van toegangsverantwoordelijke geen duidelijke, transparante en overzichtelijke regeling bevat met de ontvankelijkheidsvoorwaarden en de procedures voor het indienen, de aanvaarding en uitvoering van de dagelijkse toegangsprogramma’s. De desbetreffende bepalingen, vervat in artikel 5 en bijlage 5 van het contract van toegangsverantwoordelijke, scheppen geen voldoende duidelijkheid over de wijze waarop de toegangsverantwoordelijke en de netbeheerder hierbij te werk dienen te gaan noch over de precieze rechten en plichten terzake van beide partijen. De CREG is van mening dat dan ook niet voldaan is aan de transparantievereiste, zoals inzonderheid opgelegd door de artikels 213 en 215 van het technisch reglement. In dit opzicht is artikel 5 van het contract van toegangsverantwoordelijke in strijd met de sectorspecifieke wetgeving en derhalve niet conform aan het algemeen belang bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement. Voorts meent de CREG dat ESO ook op dit vlak moet zorgen voor een volledige en accurate informatieverstrekking aan de desbetreffende netgebruikers. De correcte toepassing van deze procedures met betrekking tot de toegangsprogramma’s en precieze naleving van deze voorwaarden is immers essentieel voor de toegangsverantwoordelijke om zijn toegangsrecht daadwerkelijk te kunnen uitoefenen. Het gebrek aan transparantie belemmert dan ook duidelijk de toegang tot het transmissienet en is om die reden ook in strijd met artikel 6, § 1, van het technisch reglement. 37/52 Artikel 5.1.
  45. Artikel 5.1.1., derde lid, van het contract van toegangsverantwoordelijke bepaalt dat “[…] ARP has to have at its disposal all necessary resources in order to comply at all times during day D with its balancing responsibility”. Ook hier dient de CREG vast te stellen dat deze contractsbepaling een resultaatsverbintenis inhoudt en niet in overeenstemming is met artikel 157, § 1, van het technisch reglement, dat aan de toegangsverantwoordelijke enkel de verplichting oplegt om “alle redelijke middelen te voorzien en in werking te stellen teneinde het evenwicht op kwartierbasis te behouden […]”. Artikel 5.1.1., derde lid, van het contract van toegangsverantwoordelijke is derhalve in strijd met de sectorspecifieke wetgeving die van openbare orde is. Om die reden is het in strijd met het criterium van het algemeen belang bedoeld in artikel 6 van het technisch reglement. Artikel 5.1.2., eerste tot derde lid
  46. Krachtens artikel 5.1.
  47. van het contract van toegangsverantwoordelijke zal elk nominatieschema dat niet volledig accuraat of niet in evenwicht is, automatisch door ESO als ongeldig beschouwd worden zonder dat de mogelijkheid voorzien wordt voor de toegangsverantwoordelijke om dit te corrigeren. Artikel 215 van het technisch reglement bepaalt nochtans dat het dagelijks toegangsprogramma door de toegangsverantwoordelijke kan aangepast worden, tot op het in het contract van toegangsverantwoordelijke bepaalde uur op dag D-1, “volgens een procedure en ontvankelijkheidsvoorwaarden en dit op transparante en niet discriminerende wijze, voorzien in elk contract van toegangsverantwoordelijke”. De CREG stelt vast een dergelijke transparante procedure en ontvankelijkheidsvoorwaarden voor de aanpassing van het dagelijks toegangsverantwoordelijke niet in het contract toegangsprogramma van door de toegangsverantwoordelijke zijn opgenomen en dat derhalve niet voldaan is aan artikel 215 van het technisch reglement. Artikel 5.1.
  48. van het contract van toegangsverantwoordelijke is derhalve in strijd met de sectorspecifieke wetgeving die van openbare orde is. Om die reden is het in strijd met het criterium van het algemeen belang bedoeld in artikel 6 van het technisch reglement. 38/52 Onverminderd het voorgaande meent de CREG dat ook de redelijkheid, billijkheid en proportionaliteit vereisen dat, wanneer ESO vaststelt dat een ingediend nominatieschema niet volledig accuraat is (hetgeen bijvoorbeeld ook te wijten kan zijn aan een louter materiële vergissing) zij aan de toegangsverantwoordelijke de mogelijkheid moet geven om binnen een korte termijn alsnog een geldig nominatieschema in te dienen. Gelet op de monopoliepositie van ESO, is artikel 5.1.
  49. van het contract van toegangsverantwoordelijke bijgevolg in strijd met het mededingingsrecht en met het algemeen belang bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement. Aangezien het ook de toegang tot transmissienet belemmert, strijdt het om die reden ook met artikel 6, § 1, van het technisch reglement. Artikel 5.1.2., vierde lid
  50. Artikel 5.1.2., vierde lid, van het contract van toegangsverantwoordelijke bepaalt dat “In case of subsequent introduction of invalid schedules, ARP shall be deemed to have failed to comply with its balancing responsibility. ELIA shall then have the right […] to terminate this contract”. Deze contractsbepaling geeft ESO dus het recht om het contract van toegangsverantwoordelijke te beëindigen van zodra een toegangsverantwoordelijke twee opeenvolgende ongeldige nominatieschema’s heeft ingediend. De CREG dient ook hier te wijzen op artikel 15, §1, van de elektriciteitswet en de artikelen 154 en 155 van het technisch reglement. Op basis van de combinatie van deze artikelen zoals uiteengezet in de paragrafen 47 en 48 van deze beslissing dient besloten te worden dat de netbeheerder het contract van toegangsverantwoordelijke enkel kan opschorten en a fortiori (eenzijdig) beëindigen, wanneer alle voorwaarden vermeld in artikel 154, § 1, van het technisch reglement vervuld zijn, dit is een grove tekortkoming die de veiligheid van het net in gevaar brengt, aangezien dit leidt tot een weigering van toegang tot het net. Bovendien dient een dergelijke beëindiging te gebeuren overeenkomstig de modaliteiten bepaald in artikel 154, § 1, van het technisch reglement, namelijk na ingebrekestelling en bij een gemotiveerde beslissing. De CREG stelt vast dat artikel 5.1.
  51. van het contract van toegangsverantwoordelijke niet voldoet aan deze voorwaarden en modaliteiten bepaald in artikel 154, § 1, van het technisch reglement. Om die reden is artikel 5.1.2., vierde lid, van het contract van 39/52 toegangsverantwoordelijke niet conform aan het algemeen belang zoals bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement. Onverminderd het voorgaande, meent de CREG dat de mogelijkheid voor ESO om het contract van toegangsverantwoordelijke toegangsverantwoordelijke twee te opeenvolgende beëindigen ongeldige van zodra een nominatieschema’s heeft ingediend een onbillijke en disproportionele maatregel is. Gelet op de monopoliepositie van ESO, is artikel 5.1.2., vierde lid, van het contract van toegangsverantwoordelijke daarom ook in strijd met het mededingingsrecht en daarom met het algemeen belang bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement. Aangezien het ook de toegang tot transmissienet belemmert, strijdt het om die reden ook met artikel 6, § 1, van het technisch reglement. Artikel 5.3.1.
  52. Artikel 5.3.1.
  53. van het contract van toegangsverantwoordelijke bepaalt dat “ELIA shall bear no responsibility whatsoever toward [ARP] if and when ELIA delays, suspends or refuses the execution of a herein mentioned contractual right of [ARP] because of possible conflicts between the said rights and due requirements of other grid operators, safety of the ELIA-grid and/or other applicable provisions, whether of legal or contractual”. Deze clausule moet in het licht van artikel 6, tweede lid, van het contract van toegangsverantwoordelijke worden gelezen. Volgens laatstgenoemd artikel “[ARP] shall be responsible for all consequences, including legal and financial, resulting from any such Imbalance” “(s)hould there be any Imbalance resulting from the execution of the said Nominations”. Het kan ernstig worden betwijfeld of de toegangsverantwoordelijke de combinatie van die twee clausules zou aanvaarden, indien ESO geen machtspositie zou hebben, zeker daar de clausule ook geldt wanneer ESO enkel door het sluiten van een contract met een ander (m.a.w. niet enkel door dwingende wetgeving) tot de maatregel zou gehouden zijn. Indien artikel 5.3.1.
  54. van het contract van toegangsverantwoordelijke al niet in strijd zou zijn met de algemene verbintenissenrechtelijke regel van de gekwalificeerde benadeling, dan is dit artikel wegens zijn onredelijkheid en onevenwichtigheid in strijd met het mededingingsrecht gelet op de monopoliepositie van ESO. In die zin is artikel 5.3.1.
  55. niet conform aan het algemeen belang bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement. 40/52
  56. Het feit dat de toegangsverantwoordelijke zijn schade niet kan verhalen op ESO wanneer deze bijvoorbeeld hem de toegang tot het transmissienet beperkt, opschort of zelfs weigert, is eveneens in strijd met het criterium van het ,niet-belemmeren van de toegang tot het transmissienet bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement. Dergelijke bepaling kan immers potentiële toegangsverantwoordelijken doen afzien om toegang te vragen tot het transmissienet en dus in te treden in de elektriciteitsmarkt in België.
  57. Bovendien bestaat ook het risico dat artikel 5.3.1.
  58. van het contract van toegangsverantwoordelijk een ongeoorloofde partijbeslissing inhoudt, omdat ESO op een arbitraire wijze kan overgaan tot een uitstel, opschorting of weigering tot uitvoering (zie ondermeer de bewoordingen “possible conflict” en “due requirements”). Artikel 7.
  59. Artikel 7.
  60. van het contract van toegangsverantwoordelijke bevat de verplichting voor de toegangsverantwoordelijke om, in geval van betwisting van een factuur, alle relevante informatie te verzamelen om de factuur te wijzigen indien de betwisting omwille van onjuiste of onvolledige gegevens is ontstaan. In het gemeen recht komt het diegene toe die beweert dat zijn tegenpartij iets aan hem is verschuldigd, om die bewering te bewijzen (artikel 1315 iuncto artikel 870 van het Burgerlijk Wetboek ). Artikel 7.
  61. van het contract van toegangsverantwoordelijke keert derhalve de bewijslast om. Hoewel de gemeenrechtelijke regel niet van dwingend recht is en in principe deze omkering van de bewijslast mogelijk is, dringt hier toch zeer de vraag op of deze omkering van de bewijslast niet getuigt van een misbruik van machtspositie van de netbeheerder en niet leidt tot een situatie waarin de toegangsverantwoordelijke vaak niet het nodige bewijs zal kunnen leveren omdat heel wat gegevens technisch complex zijn en bovendien in handen zijn van de netbeheerder. Daarom is artikel 7.
  62. van het contract van toegangsverantwoordelijke waar het de bewijslast omkeert een onredelijke en onevenwichtige bepaling die wegens strijdigheid met het mededingingsrecht niet conform is aan het algemeen belang bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement. 41/52
  63. Artikel 7.
  64. van het contract van toegangsverantwoordelijke bepaalt dat de niet- betaling van één enkele factuur binnen de vijftien dagen na een formele aanmaning aan ESO het recht geeft om het contract eenzijdig te beëindigen. Hoewel verbintenissenrechtelijk artikel 7.
  65. van het contract van toegangsverantwoordelijke een geldig uitdrukkelijk ontbindend beding of verbrekingsbeding is, zal voor de conformiteit ervan ten opzichte van het mededingingsrecht veel afhangen van de toepassing die ESO eraan zal geven. De termijn van vijftien dagen is immers vrij kort te noemen. Ook kan de vraag gesteld worden waarom onmiddellijk voor de beëindiging van het contract gekozen is in plaats van voor de opschorting ervan. Als daarenboven het contract beëindigd wordt wanneer het slechts om één enkele factuur zou gaan, kan de beëindiging onevenredig zijn in verhouding tot de gelaakte tekortkoming en daarom, gelet op de monopoliepositie van ESO, strijdig zijn met het mededingingsrecht. Een monopolist moet zich immers redelijk en proportioneel gedragen. De CREG zal er daarom nauwlettend op toe zien dat ESO artikel 7.
  66. van het contract van toegangsverantwoordelijke niet op een onredelijke en disproportionele wijze zal toepassen. Indien zij dergelijk ongeoorloofd en onwettig gedrag zou vaststellen, zal zij haar goedkeuring aan dit artikel moeten opheffen. Artikel 7.
  67. Schuldvergelijking Artikel 7.
  68. van het contract van toegangsverantwoordelijke voorziet in een eenzijdig conventioneel schuldvergelijkingsrecht ten voordele van ESO. Een dergelijke bepaling is geen evenwichtige algemene voorwaarde. De CREG ziet niet in waarom enkel aan ESO een dergelijk recht zou moeten toegekend worden en niet aan de toegangsverantwoordelijke. Zij acht het dan ook nodig dat er, onverminderd de wettelijke schuldvergelijking, in dit artikel eenzelfde conventioneel compensatierecht in hoofde van de toegangsverantwoordelijke wordt voorzien, teneinde de evenwichtigheid van de algemene voorwaarden terzake te verzekeren. Indien het evenwicht in artikel 7.
  69. niet hersteld wordt, is deze bepaling in strijd met de algemene verbintenissenrechtelijke regel van de gekwalificeerde benadeling en met het mededingingsrecht. Alleen een monopoliepositie van de netbeheerder kan verklaren waarom een toegangsverantwoordelijke een dergelijke bepaling aanvaardt. 42/52 Artikel 7.6
  70. Bankgarantie Artikel 7.
  71. van het contract van toegangsverantwoordelijke bepaalt dat de toegangsverantwoordelijke een bankgarantie op eerste verzoek of een bankgarantie op eerste verzoek van de moedermaatschappij dient te bezorgen aan ESO. Deze bankgarantie op eerste verzoek moet uitgegeven worden door een financiële instelling met een officiële A rating van het credit rating bureau Standard & Poors of zijn equivalent bij het bureau Moody’s. Bij deze bepaling wenst de CREG de volgende opmerkingen te formuleren. De vorm van de gevraagde zekerheidsstelling
  72. De onvoorwaardelijke bankgarantie op eerste verzoek is een zeer vergaande vorm van zekerheid voor de schuldeiser (de facto komt deze garantie neer op een onvoorwaardelijke betalingsgarantie vanwege de bank). Bovendien heeft deze vorm van garantie een impact op de kredietopnamecapaciteit van een onderneming en is deze derhalve een (zeer) kostelijke garantievorm voor de netgebruiker. De CREG wijst erop dat ook andere vormen van zekerheidsstelling mogelijk zijn die beduidend minder kostelijk zijn voor de netgebruiker, zoals bijvoorbeeld zakelijke zekerheden, betalingsgaranties verstrekt door financiële instellingen gevestigd in de Europese Unie en erkend dor een officieel controle-organisme (zoals bijvoorbeeld de Commissie voor Bank- en Financiewezen of de Controledienst voor de Verzekeringen), of kredietverzekeringen zo nodig aangevuld met andere vormen van zekerheden. Het zou bijvoorbeeld ook mogelijk zijn om in de contracten enerzijds een kortere betalingstermijn te voorzien en anderzijds een lagere bankgarantie, wat in sommige gevallen ook minder kostelijk kan uitvallen voor de netgebruiker. De CREG stelt vast dat de netbeheerders van andere EU lidstaten ook andere (voor de netgebruikers minder kostelijke) vormen van zekerheidsstelling accepteren en dat sommige van deze netbeheerders zelfs geen enkele financiële waarborg vragen. De CREG meent dat er zou moeten gewerkt worden met verschillende “menu’s” die een combinatie van garanties bevatten en waarbij de toegangsverantwoordelijke dan kan opteren voor de voor hem meest gepaste en minst bezwarende waarborg(en), dit teneinde de toetredingsdrempel voor (kleine) nieuwkomers in de elektriciteitsmarkt zou laag mogelijk te 43/52 houden. Op basis van de ervaring die hiermee wordt opgedaan kan dan na verloop van tijd voor deze garantievorm gekozen worden die het minst de toegang tot het transmissienet belemmert, zoals bedoeld in artikel 6, §1, van het technisch reglement. Het bedrag van de gevraagde waarborg
  73. De CREG ziet niet in waarom ESO van de toegangsverantwoordelijke een onvoorwaardelijke bankgarantie op eerste verzoek voor een dergelijk hoog bedrag eist. Hoewel de CREG vaststelt dat de absolute waarde van de door ESO gevraagde bankgaranties t.a.v. het contract van toegangsverantwoordelijke voor 2002 verminderd is, blijven deze bedragen zeer hoog. Vereisten m.b.t. de financiële instelling die de waarborg uitgeeft
  74. Tenslotte bepaalt artikel 7.
  75. nog dat de onvoorwaardelijke bankgarantie op eerste verzoek dient uitgegeven te zijn door een financiële instelling met een officiële A rating van het credit rating bureau Standard & Poors of zijn equivalent bij het bureau Moody’s. Deze vereiste met betrekking tot de rating van de financiële instelling die de bankgarantie uitgeeft is nieuw t.o.v. het contract
  76. Deze vereiste vermindert het aantal banken waartoe de netgebruikers zich kunnen wenden voor het bekomen van de bankgarantie ernstig en vermindert aldus hun mogelijkheden om deze tegen gunstigere voorwaarden te bekomen. De CREG ziet niet in waarom betalingsgaranties verstrekt door financiële instellingen gevestigd in de Europese Unie en erkend door een officieel controle-organisme (zoals bijvoorbeeld de Commissie voor Bank- en Financiewezen of de Controledienst voor de Verzekeringen) ook geen voldoende zekerheid bieden aan de netbeheerder. Artikel 7.6.van het contract van toegangsverantwoordelijke is overdreven streng. Dit creëert dan ook een (nodeloze, overdreven) toetredingsdrempel tot de elektriciteitsmarkt in België, vooral voor (kleine) nieuwkomers. Het belemmert aldus de toegang tot het transmissienet en is daarom in strijd met artikel 6, § 1, van het technisch reglement. 44/52 Artikelen 9.
  77. en 9.
  78. Artikel 9.
  79. van het contract van toegangsverantwoordelijke bevat een mogelijkheid tot herziening van de overeenkomst, op het eerste, schriftelijke verzoek van ESO, in het geval dat “the safety, reliability and/or efficiency of the ELIA-grid and/or new circumstances of a legal or regulatory nature should arise which either, directly or indirectly, would have for effect that the implementation or the very nature of this Contract will no longer be in compliance with the laws, regulations, implementing orders, recommendations or other instructions, including of any regulating authority, or will impose new liabilities or taxes on ELIA as grid operator”. Wanneer de partijen over de herziening geen overeenstemming bereiken, kunnen beide partijen, overeenkomstig artikel 9.
  80. van het contract van toegangsverantwoordelijke, dit contract eenzijdig zonder schadeloosstelling beëindigen, mogelijks zelfs met onmiddellijke ingang. De artikelen 9.
  81. en 9.
  82. van het contract van toegangsverantwoordelijke bieden ESO de facto de mogelijkheid om dit contract eenzijdig te beëindigen of onredelijke, onevenwichtige voorwaarden en dergelijke op te leggen. Artikel 9.
  83. van het contract van toegangsverantwoordelijke voorziet wel in onderhandelingen over de gewenste herziening van het contract. Onverminderd de verplichting tot uitvoering ter goeder trouw van het contract, kunnen onderhandelingen pro forma worden gevoerd. ESO kan de herziening van het contract dan ook de facto aanbieden als te nemen of te laten en aldus de toegangsverantwoordelijke dwingen een herziening te aanvaarden die hij niet zou aanvaarden indien ESO niet over een monopoliepositie zou bezitten, dan wel met de beëindiging van zijn contract geconfronteerd te worden. Hierbij komt dat ESO een herziening van het contract van toegangsverantwoordelijke kan aanbieden bijvoorbeeld wanneer de efficiëntie van het transmissienet tot rechtstreeks en zelfs onrechtstreeks gevolg zou hebben dat het contract van toegangsverantwoordelijke niet meer op een wettige manier zou kunnen worden nageleefd. Het is de CREG niet duidelijk hoe de efficiëntie van het transmissienet zou kunnen leiden tot een strijdigheid met enige rechtsregel, vooral niet omdat artikel 15, § 1, van de elektriciteitswet het recht van toegang tot het transmissienet instelt als het ware als een fundamenteel recht in het raam van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. Aan elke in aanmerking komende afnemer en zijn leverancier en producent van elektriciteit dient toegang tot het transmissienet verleend te worden, onafhankelijk van enige efficiëntie-overweging. Indien efficiëntie-overwegingen enige rol zouden spelen, zou dat ertoe kunnen leiden dat bepaalde eindafnemers niet langer meer bevoorraad zouden kunnen worden. In een welvarende maatschappij is zulks 45/52 ondenkbaar en onaanvaardbaar. Dergelijke clausule strijdt met het algemeen belang bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement. Ze strijdt er des te meer mee omdat artikel 12 van de elektriciteitswet garandeert dat de werkelijke kosten ten gevolge van het algemene recht van toegang tot het transmissienet, in de tarieven met betrekking tot het transmissienet moeten worden opgenomen. De enige beperking hierbij is dat de netbeheerder niet om het even welke kosten mag maken om eenieder het recht van toegang tot het transmissienet te verlenen. Hij moet ernaar streven zijn kosten in het licht van zijn verplichtingen zo laag mogelijk te houden als redelijk is. Indien hij daarentegen onredelijke kosten zou hebben, dient de CREG deze op basis van artikel 22 van het koninklijk besluit van 4 april 2001 betreffende de algemene tariefstructuur en de basisprincipes en procedures inzake de tarieven en de boekhouding van de beheerder van het nationaal transmissienet voor elektriciteit te verwerpen. Een andere reden om een herziening van het contract van toegangsverantwoordelijke te vragen betreft het feit dat de toepassing van dit contract nieuwe belastingen zou opleggen aan de netbeheerder. De CREG ook hier niet goed waarom ESO hiervoor de mogelijkheid wenst het contract van toegangsverantwoordelijke te herzien, tenzij ESO, die een houder van een wettelijk toegekend monopolie is, de intentie heeft de belastingen te ontwijken ten koste van het algemeen recht van toegang tot het transmissienet. Deze bepaling schendt dan ook manifest het algemeen belang zoals bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement. Ook de reden dat de toepassing van het contract zou leiden tot nieuwe verantwoordelijkheden in hoofde van ESO tengevolge van technische en economische kenmerken van het transmissienet is strijdig met het algemeen belang zoals bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement. Het is immers de netbeheerder die beslist over de technische en economische kenmerken van het transmissienet, behoudens de toepassing van het voormelde artikel 22 van het koninklijk besluit van 4 april 2001 betreffende de algemene tariefstructuur en de basisprincipes en procedures inzake de tarieven en de boekhouding van de beheerder van het nationaal transmissienet voor elektriciteit. De enige beperking zou kunnen komen van het ontwikkelingsplan bedoeld in artikel 13 van de elektriciteitswet. Dit plan wordt echter opgesteld door de netbeheerder zelf. Het enige wat tegen de wil van de netbeheerder kan gebeuren is dat hij overeenkomstig artikel 13, § 3, van de elektriciteitswet verplicht is bepaalde investeringen te doen waarvoor hij zelf niet spontaan het initiatief genomen heeft. Deze verplichting kan aan de netbeheerder evenwel maar worden opgelegd wanneer de investeringen voorzien in het ontwikkelingsplan de netbeheerder niet in de mogelijkheid stellen op een adequate en 46/52 doeltreffende wijze aan de capaciteitsbehoeften te voldoen. Het komt dan ook eigenaardig over dat wanneer de netbeheerder verplicht zou worden om investeringen te doen om beter aan de capaciteitsbehoeften te voldoen, hij de toegang tot het transmissienet zou gaan ontzeggen aan een of meerdere toegangsverantwoordelijken. Daarom kan deze reden niet verzoend worden met het criterium van het algemeen belang bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement. Alleen de enige nog resterende reden voor een herziening van het contract, namelijk de hypothese dat de naleving van het contract van toegangsverantwoordelijke in strijd zou zijn met nieuwe rechtsregels is aanvaardbaar voor zover het gaat om nieuwe rechtsregels die van openbare orde zijn of die dwingend recht zijn. Voor de andere rechtsregels is de mogelijkheid om een herziening van het contract te vragen wel aanvaardbaar ; de mogelijkheid om het contract te beëindigen wanneer de toegangsverantwoordelijke de gevraagde herziening afwijst, is dat niet want het is disproportioneel en onredelijk. Het getuigt van een misbruik van machtspositie wat in strijd is met het mededingingsrecht en daarom met het algemeen belang bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement.
  84. In dit verband dient de CREG er ook op te wijzen dat overeenkomstig artikel 6 van het technisch reglement alle wijzigingen aan de algemene voorwaarden van het contract van toegangsverantwoordelijke aan de goedkeuring van de CREG onderworpen zijn. De CREG stelt vast dat de artikelen 9.
  85. en 9.
  86. van het contract van toegangsverantwoordelijke niet conform artikel 6 van het technisch reglement zijn. Deze bepalingen zijn bijgevolg niet conform aan het algemeen belang bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement. Artikel 10.
  87. Artikel 10.
  88. van het contract van toegangsverantwoordelijk verwijst naar artikel 14.2., maar de overeenkomst telt slechts twaalf artikelen. Wellicht is artikel 9.
  89. van het contract van toegangsverantwoordelijke bedoeld. Het contract van toegangsverantwoordelijke dient op dit punt te worden gecorrigeerd. 47/52 Artikel 12.
  90. Artikel 12.
  91. van het contract van toegangsverantwoordelijke geeft ESO het recht tot eenzijdige wijziging van de bijlagen bij het contract van toegangsverantwoordelijke, zonder enige beperking wat de reden van de wijziging betreft, en tot toepassing van het eenzijdige beëindigingsrecht bedoeld in artikel 9.
  92. van hetzelfde contract. Onverminderd de opmerkingen geformuleerd bij artikel 9.
  93. van het contract van toegangsverantwoordelijke in paragraaf 66 van deze beslissing, is artikel 12.
  94. van hetzelfde contract onduidelijk in de zin dat in artikel 9.
  95. van hetzelfde contract de mogelijkheid van onderhandelen wordt opengelaten, terwijl die mogelijkheid niet in artikel 12.
  96. is voorzien. Daarbij komt de onbeperkte en onvoorwaardelijke mogelijkheid de bijlagen te wijzigen en het contract eenzijdig op te zeggen over als een onredelijke en onevenwichtige clausule die wijst op een situatie waarin de monopoliehouder van zijn machtspositie gebruik maakt om dergelijke clausule op te leggen. Artikel 12.
  97. van het contract van toegangsverantwoordelijke is om die reden in strijd met het mededingingsrecht en bijgevolg is het niet conform aan het algemeen belang bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement.
  98. In dit verband dient de CREG er ook op te wijzen dat overeenkomstig artikel 6 van het technisch reglement alle wijzigingen aan de algemene voorwaarden van het contract van toegangsverantwoordelijke aan de goedkeuring van de CREG onderworpen zijn. Bovendien bepaalt artikel 152, § 2, van het technisch reglement uitdrukkelijk dat het contract van toegangsverantwoordelijke kan voorzien dat zijn algemene beginselen kunnen aangepast worden door de netbeheerder na goedkeuring door de CREG conform artikel 6 van het technisch reglement. De CREG stelt vast dat artikel 12.
  99. van het contract van toegangsverantwoordelijke niet conform de artikel 6 en 152, § 2, van het technisch reglement is. Deze bepaling is bijgevolg niet conform aan het algemeen belang bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement.
  100. Overeenkomstig artikel 12.
  101. van het contract van toegangsverantwoordelijke kan ESO met betrekking tot praktische interpretatievragen over om het even welke procedure uit 48/52 het contract of de bijlagen aan de toegangsverantwoordelijk verduidelijking geven en zal die verduidelijking bindend zijn niet alleen voor de toegangsverantwoordelijke die de vraag gesteld heeft, maar ook voor alle andere toegangsverantwoordelijken. Artikel 12.
  102. van het contact van toegangsverantwoordelijke kent derhalve aan een contractspartij het recht toe te bepalen wat het voorwerp van de verbintenis is. Artikel 12.
  103. van het contract van toegangsverantwoordelijke zoekt dus niet naar de gemeenschappelijke bedoeling van de contractspartijen. Hierbij komt dat er nergens criteria worden aangegeven over hoe ESO deze bevoegdheid dient uit te oefenen. Om die reden is artikel 12.
  104. in strijd met de algemene verbintenissenrechtelijke regel van de bindende partijbeslissing en bijgevolg met het algemeen belang bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement. Artikel 12.
  105. Artikel 12.
  106. van het contract van toegangsverantwoordelijke houdt in dat beide partijen bevestigen dat zij met betrekking tot hun vorig contract van toegangverantwoordelijke in verband met hetzelfde onderwerp geen enkel geschil of aanspraak tegen elkaar hebben. Dit lijkt dan ook neer te komen op een afstand van de bestaande geschillen of aanspraken. De vraag moet hier gesteld worden of ESO een contract van toegangsverantwoordelijke zou aanbieden aan een toegangsverantwoordelijke waartegen ESO zelf een geschil heeft ingeleid en dus op basis van dit artikel 12.
  107. van het contract van toegangsverantwoordelijke afstand van dit geschil neemt. Dezelfde vraag geldt voor de hypothese waarin ESO nog openstaande facturen vordert bij de betrokken toegangsverantwoordelijke. hypothese stelt zich de vraag hoe artikel 12.
  108. van het In deze contract van toegangsverantwoordelijke moet worden geïnterpreteerd ; de vraag is of ESO afstand doet van de invordering van zijn facturen, dan wel of de toegangsverantwoordelijke de betaling van deze facturen niet langer betwist en dus betaalt. Gelet op de monopoliepositie van ESO mag aangenomen worden dat ESO de laatste interpretatie zal voorstaan en allicht zal opleggen aan de toegangsverantwoordelijke. Dit toont aan dat artikel 12.
  109. van het contract van toegangsverantwoordelijke naar alle waarschijnlijkheid een clausule is die de toegangsverantwoordelijke niet zou hebben aanvaard ware het niet dat hij geen keuze heeft gelet op de monopoliepositie van ESO. Daarom is artikel 12.
  110. van het contract van toegangsverantwoordelijk een onredelijke clausule die strijdt met het mededingingsrecht, alsook met de algemene verbintenissenrechtelijke regel van de gekwalificeerde benadeling. 49/52 Bijgevolg is artikel 12.
  111. van het contract van toegangsverantwoordelijke niet conform met het algemeen belang bedoeld in artikel 6, § 1, van het technisch reglement. Artikel 12.
  112. Toepasselijk recht - Geschillen Wat de geschillenbeslechting betreft dient te worden gewezen op artikel 14 van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende het beheer van het nationaal transmissienet voor elektriciteit. Overeenkomstig de bepalingen van dit artikel moet in het contract van toegangsverantwoordelijke, wanneer de toegangsverantwoordelijke daarom verzoekt een clausule opgenomen worden volgens welke eventuele geschillen met betrekking tot de toegang tot het transmissienet, de tarieven of de toepassing van het technisch reglement worden voorgelegd aan de arbitrage- of bemiddelingsdienst opgericht in de schoot van de CREG. De CREG wijst er op dat, indien de toegangsverantwoordelijke erom verzoekt, arbitrage en/of bemiddeling dan ook als methode van geschillenbeslechting in het contract moet opgenomen worden, voor wat betreft voormelde geschillen De CREG verzoekt tevens om in het contract van toegangsverantwoordelijke een duidelijke vermelding in te lassen waarbij de toegangsverantwoordelijke uitdrukkelijk gewezen wordt op zijn recht om een dergelijke clausule in de overeenkomst te laten opnemen en de toegangsverantwoordelijke verklaart dat hij door ESO op de hoogte is gesteld van dit recht. 50/52 BESLUIT
  113. Gelet op de hiervoor uiteengezette redenen vraagt de CREG, met toepassing van artikel 6 van het technisch reglement, de herziening van de volgende algemene voorwaarden van het contract van toegangsverantwoordelijke dat haar door ESO ter goedkeuring werd voorgelegd : − preambule, eerste streepje (paragraaf 31 van deze beslissing) ; − artikel 1 (paragrafen 32 tot 34 van deze beslissing) ; − de artikelen 3.2.
  114. en 3.2.2., inclusief de bijlagen 1A, 1B en 2 (paragrafen 38 tot 40 van deze beslissing) ; − artikel 4 (paragrafen 41 tot 50 van deze beslissing) ; − artikel 5, inclusief bijla

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.