Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel. 02/289.76.11 Fax 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)040108-CDC-244 over ‘de vraag tot goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot het vervoersnet van de N.V. FLUXYS’ genomen met toepassing van de artikelen 10 en 11 van het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas. 8 januari 2004 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op basis van de artikelen 10 en 11 van het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas (hierna : de gedragscode), de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot het vervoersnet van de N.V. FLUXYS in België. Voornoemde belangrijkste voorwaarden werden door de N.V. FLUXYS op 11 juli 2003 bij de CREG per drager tegen ontvangstbewijs ingediend in de vorm van drie onderscheiden documenten, te weten : - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van de belangrijkste voorwaarden voor toegang tot het vervoersnet van de N.V. FLUXYS voor haar overbrengingsactiviteit in België overeenkomstig artikelen 10 en 11 van het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas (hierna : belangrijkste voorwaarden voor overbrenging) ; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van de belangrijkste voorwaarden voor toegang tot het vervoersnet van de N.V. FLUXYS voor haar opslagactiviteit in België overeenkomstig artikelen 10 en 11 van het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas (hierna : belangrijkste voorwaarden voor opslag) ; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van de belangrijkste voorwaarden voor toegang tot het vervoersnet van de N.V. FLUXYS voor haar doorvoeractiviteit in België overeenkomstig artikelen 10 en 11 van het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas (hierna : belangrijkste voorwaarden voor doorvoer). Deze beslissing bestaat uit drie delen. Het eerste deel geeft een beschrijving van het wettelijk kader. Het tweede deel geeft een analyse van de belangrijkste voorwaarden voor toegang tot het vervoersnet van de N.V. FLUXYS, dat op zijn beurt drie secties omvat, met name de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging, de belangrijkste voorwaarden voor opslag en de belangrijkste voorwaarden voor doorvoer. Iedere sectie wordt verder onderverdeeld in drie subsecties, die elk een analyse geven van de voorafgaandelijke 2/96 opmerkingen, de definities en de belangrijkste voorwaarden zoals voorgesteld door de N.V. FLUXYS. In het derde deel formuleert de CREG haar besluit. Om deze beslissing voor te bereiden, heeft de CREG besloten een raadpleging te organiseren, zelfs al was zij wettelijk niet gehouden om de spelers van de markt te bevragen. Iedereen die belangstelling heeft voor het gebruik van het vervoersnet van de N.V. FLUXYS, heeft de mogelijkheid gekregen om zijn standpunt kenbaar te maken met betrekking tot de belangrijkste voorwaarden, die gepubliceerd werden op de websites van de CREG en de N.V. FLUXYS. De geïnteresseerden konden zich tot de CREG wenden per e-mail of vragen om door de CREG gehoord te worden. Overigens hadden de deelnemers aan de raadpleging de mogelijkheid om te antwoorden op alle of een deel van de belangrijkste voorwaarden en konden ze de CREG alle bijkomende informatie bezorgen die zij nuttig achtten. De raadpleging werd afgesloten op 22 september
- In totaal ontving de CREG opmerkingen en commentaar van zeven geïnteresseerde partijen. Een synthese van het resultaat van deze raadpleging werd opgenomen in bijlage van onderhavige beslissing. Deze beslissing werd door het Directiecomité van de CREG goedgekeurd tijdens haar vergadering van 08 januari
- aaaa 3/96 DEEL I : WETTELIJK KADER I.
- RECHT VAN TOEGANG TOT DE VERVOERSNETTEN
- De CREG is de mening toegedaan dat het recht van toegang tot de vervoersnetten, bedoeld in artikel 15/5, § 1, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leindingen (hierna : gaswet) van openbare orde is. Het recht van toegang tot de vervoersnetten is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de gasmarkt
- Opdat er concurrentie op de gasmarkt zou komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van gas kunnen kiezen, is het essentieel dat de eindafnemers en hun leveranciers gegarandeerd toegang tot de vervoersnetten hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een niet-discriminatoire wijze. Het is immers via de vervoersnetten dat nagenoeg elke ingevoerde en verbruikte of opnieuw uitgevoerde gasmolecule passeert, zelfs voor eindafnemers aangesloten op een distributienet. Een leverancier kan maar het door hem verkochte gas effectief aan zijn klant leveren indien hij en zijn klant elk toegang hebben tot de vervoersnetten. Hierbij komt dat, enkele zeer lokale uitzonderingen daargelaten, de vervoersnetten een natuurlijk monopolie zijn, gelet op het feit dat de investeringen erin hoge sunk costs zijn : de investeringen vertegenwoordigen hoge bedragen en zijn moeilijk aanwendbaar voor een ander gebruik dan het vervoer van aardgas. Daarbij komt dat de bouw van vervoersinfrastructuur op groot verzet van de bevolking stuit waardoor het de facto uitgesloten is om de nodige bouw- en andere vergunningen te verkrijgen voor de aanleg van concurrerende vervoersnetten naast de bestaande. Het is dan ook niet realistisch te veronderstellen dat naast de bestaande vervoersnetten één of zelfs meerdere nieuwe vervoersnetten zullen worden gebouwd. Dit verklaart dan ook waarom er in België slechts één grote vervoersonderneming (die weliswaar is opgesplitst in meerdere vennootschappen) bestaat die het vervoer van het aardgas verzorgt nodig voor de bevoorrading van het hele land. 1 Zie ook considerans 7 van Richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende intrekking van Richtlijn 98/30/EG, P.B., L 176/57, waarin ook uitdrukkelijk gesteld wordt dat het voor een goed werkende concurrentie is vereist dat de toegang tot het netwerk niet-discriminerend en transparant is en tegen redelijke prijzen kan geschieden. 4/96 Dat het recht van toegang tot de vervoersnetten een noodzakelijke basispijler van de liberalisering van de gasmarkt is, blijkt ook uit de analyse van de juridische situatie vóór de inwerkingtreding van de gaswet. Op het vlak van het vervoer van aardgas bestond er immers geen wetgeving die enig monopolie toekende aan de historische vervoersonderneming die ook actief was in de markt voor de levering van aardgas. Nochtans had alleen deze onderneming de facto als enige leverancier toegang tot de vervoersnetten. Dat derden geen toegang tot de vervoersnetten hadden, volgde gewoon uit het feit dat deze vervoersonderneming de eigenaar was van nagenoeg alle vervoersinfrastructuur van aardgas in België. Het was precies omwille van dit eigendomsrecht van deze vervoersonderneming dat derden, met uitzondering van de eindafnemers die bevoorraad werden door deze vervoersonderneming, geen toegang tot de vervoersnetten hadden. De gaswet heeft niet verplicht deze situatie op het vlak van het eigendomsrecht te veranderen : het eigendomsrecht van de vervoersinfrastructuur mag nog altijd in handen zijn van één enkele onderneming. Om de concurrentie in de gasmarkt te introduceren, heeft de gaswet ervoor geopteerd om elke in aanmerking komende afnemer alsook de leveranciers van aardgas, voorzover deze laatste leveren aan in aanmerking komende afnemers, een recht van toegang te verlenen tot de vervoersnetten. Het is dan ook duidelijk dat een miskenning van dit essentiële recht van toegang tot de vervoersnetten de liberalisering van de gasmarkt op de helling zet.
- Uit artikel 15/5 van de gaswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot de vervoersnetten onlosmakelijk gekoppeld is aan de gedragscode en de regulering van de vervoerstarieven bedoeld in respectievelijk artikel 15/5, §§ 2 en 3, van de gaswet. De gedragscode en de regulering van de vervoerstarieven beogen het recht van toegang tot de vervoersnetten in de feiten te realiseren. Overeenkomstig artikel 15/5, § 3, van de gaswet regelt de gedragscode de toegang tot de vervoersnetten. Met de gedragscode beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, nietpertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar zijn wegens hun gebrek aan de nodige gespecialiseerde kennis inzake het beheer van de vervoersnetten. Met deze gedragscode beoogt de wetgever ook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de vervoersonderneming anderzijds. De belangen van de netgebruikers en de vervoersonderneming zijn immers niet altijd gelijklopend. Aldus bestaat het risico dat de vervoersonderneming de toegang tot haar net weigert om technische redenen die niet pertinent zijn. Anders dan een gewone privé-onderneming hoeft de vervoersonderneming immers niet te streven naar een zo groot 5/96 mogelijk aantal klanten om haar kosten te dekken en een zo hoog mogelijke winst te maken. De regulering van de tarieven voor de toegang tot en het gebruik van de vervoersnetten en de ondersteunende diensten krachtens artikel 15/5, § 2, van de gaswet impliceert immers dat de tarieven precies het geheel van al zijn reële redelijke kosten dekken en hierbovenop een billijke winstmarge vastgesteld door de CREG dekken, ongeacht de gebruiksintensiteit van de vervoersnetten. Door deze garantie dat al haar kosten, samen met een billijke winstmarge, gedekt zijn, ontstaat immers het gevaar dat de vervoersonderneming netgebruikers aan wie de dienstverlening ingewikkelder is of die meer technische of financiële risico’s stellen zal trachten te weigeren en haar weigering zal trachten te motiveren met complexe, maar niet-pertinente argumenten. Doordat de gedragscode de verplichtingen van de vervoersonderneming en de netgebruikers verduidelijkt, is het derhalve de technische vertaling van het recht van toegang tot de vervoersnetten. Het is een essentiële vertaling ervan omwille van de technische complexiteit van de zaak en derhalve eveneens van openbare orde. De gedragscode regelt de belangrijkste voorwaarden. Zoals de gedragscode, regelen de belangrijkste voorwaarden ook het recht van toegang tot de vervoersnetten en zijn ze bijgevolg eveneens van openbare orde. Het belang van de belangrijkste voorwaarden wordt immers uitdrukkelijk bevestigd door artikel 11, eerste lid, van de gedragscode volgens welk de vervoersonderneming haar vervoersnet maar in gebruik mag nemen nadat de CREG haar belangrijkste voorwaarden heeft goedgekeurd.
- De complexiteit van het beheer van de vervoersnetten heeft ook een weerslag op de tarifering van de dienstverlening die de vervoersonderneming aanbiedt. Het is voor een netgebruiker onmogelijk uit te maken of de prijzen die de vervoersonderneming autonoom zou bepalen, effectief correcte prijzen zijn. Hij kan dit niet uitmaken omdat hij zelf niet over de vereiste technische specialisatie noch over de nodige informatie beschikt. Bovendien kan hij de prijzen van de vervoersonderneming doorgaans niet met deze van andere vervoersonderneming vergelijken omdat de vervoersonderneming van een natuurlijk monopolie geniet en de diverse nationale vervoersnetten onderling sterk kunnen verschillen. Daarom garandeert artikel 15/5, § 2, van de gaswet niet-discriminatoire en transparante tarieven. Artikel 15/5, § 2, van de gaswet garandeert ook dat de vervoerstarieven niet meer dan de reële redelijke kosten, vermeerderd met een billijke winstmarge, dekken. Zonder deze regulering van de vervoerstarieven wordt immers het recht van toegang tot de vervoersnetten niet daadwerkelijk verzekerd. Niet alleen discriminatoire tarieven, maar ook te hoge tarieven beperken de toegang tot de vervoersnetten. Bovendien kunnen te hoge tarieven een discriminatie veroorzaken tussen de historische leverancier van aardgas 6/96 enerzijds en de andere netgebruikers anderzijds. Het hoeft geen betoog dat discriminatoire of te hoge vervoerstarieven het recht van toegang tot de vervoersnetten de facto uithollen. De regulering van de vervoerstarieven is dan ook van openbare orde. I.
- DE GOEDKEURINGSCRITERIA VAN DE GEDRAGSCODE
- Overeenkomstig artikel 10 van de gedragscode dient de vervoersonderneming de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot haar vervoersnet op te stellen. Overeenkomstig artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet moet de CREG de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de vervoernetten goedkeuren. Artikel 11 van de gedragscode specificeert dit door te stellen dat de belangrijkste voorwaarden moeten worden goedgekeurd door de CREG vooraleer de vervoersonderneming haar vervoersnet in gebruik mag nemen. Voormeld artikel 11 bepaalt tevens de termijnen en de modaliteiten tot goedkeuring of afwijzing van de belangrijkste voorwaarden voorgesteld door de vervoersonderneming. Overeenkomstig artikel 95 van de gedragscode dient de vervoeronderneming die op de dag van de inwerkingtreding van de gedragscode reeds een vervoernet exploiteert, haar belangrijkste voorwaarden ter goedkeuring voor te leggen aan de CREG overeenkomstig artikel 11, § 1, van de gedragscode, uiterlijk twee maanden na de inwerkingtreding van de gedragscode. De vervoersonderneming mag in dit geval haar vervoersnet exploiteren in afwachting van de goedkeuring door de CREG. De gedragscode is in werking getreden op 12 mei 2003 en op 11 juli 2003 heeft de N.V. FLUXYS per drager tegen ontvangstbewijs haar belangrijkste voorwaarden ter goedkeuring overgemaakt aan de CREG.
- De wetgeving specificeert nergens op basis van welke redenen de CREG haar goedkeuring mag weigeren aan de belangrijkste voorwaarden die de vervoersonderneming haar voorstelt. Alleen artikel 10, § 2, van de gedragscode bepaalt dat de belangrijkste voorwaarden betrekking moeten hebben op de dertien elementen die het opsomt. Het is duidelijk dat de CREG haar goedkeuring moet weigeren aan onvolledige belangrijkste voorwaarden, dit zijn voorwaarden die één of meerdere van deze dertien elementen niet of slechts ten dele uitwerken. Nochtans is de bevoegdheid van de CREG niet hiertoe beperkt. Als administratieve overheid heeft de CREG ook tot taak om het algemeen belang te behartigen. Het algemeen belang is 7/96 dan ook een essentieel toetsingscriterium voor de CREG om te bepalen of de voorgestelde belangrijkste voorwaarden al dan niet haar goedkeuring kunnen wegdragen.
- Het algemeen belang is een ruim begrip. Voor de toepassing van artikel 11 van de gedragscode interpreteert de CREG dit begrip als verwijzend naar ten minste alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving en het mededingingsrecht. De sectorspecifieke wetgeving
- De sectorspecifieke wetgeving die de CREG begrijpt onder het begrip “algemeen belang” omvat alle regels van openbare orde.Het betreft bijgevolg het recht van toegang tot de vervoersnetten, de regulering van de vervoerstarieven en de regels van de gedragscode (zie de paragrafen 1 tot 3 van deze beslissing). Het mededingingsrecht
- In het kader van de liberalisering van de gasmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging en het waken over het goed functioneren van de markt in (dit in het uiteindelijke belang van de particuliere consument en van de diverse concurrenten op de markt). Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een economische machtspositie bekleedt, geen inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen van onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang strekt verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot de vervoersnetten. De vrije toegang tot de vervoersnetten is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de gasmarkt. Er dient dan ook over gewaakt te worden dat geen enkele van de algemene voorwaarden die de vervoersonderneming voorstelt, de normale werking van de mededinging zou verhinderen of beperken. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van aardgas aan klanten, maar alle markten van de gassector betreft (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de trading van aardgas). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de vervoersonderneming onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele algemene voorwaarden zou 8/96 toepassen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken. In het hiernavolgend onderzoek wordt dan ook onderzocht of de algemene voorwaarden die door de N.V. FLUXYS opgelegd worden aan zijn medecontractanten redelijk, billijk, evenwichtig en proportioneel zijn en aldus in overeenstemming zijn met het algemeen belang. 9/96 DEEL II : DE BELANGRIJKSTE VOORWAARDEN VOOR TOEGANG TOT HET VERVOERSNET VAN DE N.V. FLUXYS. ALGEMENE OPMERKINGEN
- De CREG laat als algemene opmerking gelden dat wanneer in de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging sprake is van “basisprincipes” en voor zover deze basisprincipes slechts een herhaling zijn van wat in de gaswet en de gedragscode bepaald wordt, deze artikelen weggelaten moeten worden daar deze geen goedkeuring vereisen van de CREG. De belangrijkste voorwaarden moeten een concrete invulling zijn van de wettelijke basisprincipes zoals gesteld in paragraaf 21 van deze beslissing. Niets belet dat de belangrijkste voorwaarden refereren naar de gedragscode. Voor de netwerkcode, die overeenkomt met de algemene voorwaarden bij een commercieel contract, staat het vrij de basisprincipes en de belangrijkste voorwaarden te incorporeren of hiervoor naar de gedragscode respectievelijk de belangrijkste voorwaarden te verwijzen. Bovenstaande opmerking geldt inzonderheid voor de artikelen 1 tot en met 4, 6, 25 tot en met 29, 52 tot en met 55 en 81 tot en met 86 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging, voor de artikelen 1 tot en met 5, 29 tot en met 30 en 44 tot en met 49 van de belangrijkste voorwaarden voor opslag en voor de artikelen 1 tot en met 6 van de belangrijkste voorwaarden voor doorvoer.
- Conform artikel 15/5, §3, van de gaswet, komt het de Koning toe om de basisprincipes van toegang voor derden in de gedragscode te bepalen. De gaswet geeft hierover geen bevoegdheid aan de vervoersonderneming. Om elk misverstand te vermijden moet de term “basisprincipes” uit de titels van de belangrijkste voorwaarden geweerd worden.
- De belangrijkste voorwaarden bevatten alle regels die op elke netgebruiker van toepassing zijn. Zij vormen de gemeenschappelijke noemer van alle vervoerscontracten, waarvan niet mag afgeweken worden. Zij moeten voldoende uitgewerkt worden om elke discriminatie tussen netgebruikers te voorkomen.
- Conform artikel 6, tweede lid, 6°, van de gedragscode, dienen de belangrijkste voorwaarden rekening te houden met de noden van de hub van Zeebrugge. In die optiek 10/96 vraagt de CREG te onderzoeken in welke mate de overbrenging van aardgas tussen de LNG-terminal, de Interconnector-terminal, de Zeepipe-terminal, de vTn leiding en het vervoersnet voor H-gas zonder capaciteitsboeking zou kunnen gebeuren, met als enige beperkingen dat het gas beantwoordt aan de kwaliteiten die nodig zijn voor de gevraagde overbrenging en er volgens de gebruikelijke regels genomineerd wordt.
- Artikel 48, §5, van de gedragscode, vereist dat in geval van blijvende congestie de capaciteitstoewijzingsregels desnoods aangepast worden. De N.V. FLUXYS heeft in haar voorstel van belangrijkste voorwaarden een “first come – first served” systeem voorgesteld als basismechanisme. Dit systeem is niet aangepast aan situaties met blijvende congestie. Het is bekend dat blijvende congestie nu reeds bestaat voor opslag en de N.V. FLUXYS heeft terecht een aangepast systeem voorgesteld. Op vele ingangspunten is de overbrengingscapaciteit volgeboekt op de primaire markt. Het is dan ook niet uitgesloten dat, zelfs na toepassing van artikel 48, §§ 1 tot 4, van de gedragscode, in de nabije toekomst blijvende congestie zal vastgesteld worden op sommige specifieke punten. Bijgevolg dient de N.V. FLUXYS nu reeds een stel regels voor te stellen die van toepassing zijn bij blijvende congestie. De concrete organisatie van de allocatie kan dan verder in het indicatief vervoersprogramma geval per geval gedetailleerd worden. Het concreet vaststellen waar en wanneer blijvende congestie optreedt gebeurt ook geval per geval in het indicatief vervoersprogramma. De CREG meent dat het klassieke mechanisme van veilingen niet toegelaten is door de gaswet2 waar de tarieven gereguleerd zijn voor binnenlands vervoer. De openbare verkoop en de “open season” zijn de enige niet-discriminerende manieren om de beperkte capaciteit toe te wijzen. De toewijzing van de vervoersdiensten dient dan op basis van andere criteria dan de aangeboden prijs3 te gebeuren. Dergelijke criteria behoren tot de belangrijkste voorwaarden. In geval van blijvende congestie dient de vervoersonderneming bij de capaciteitstoewijzing rekening te houden met de aan sommige netgebruikers opgelegde openbare dienstverplichtingen en de continuïteit inzake bevoorrading van de distributienetten. 2 CREG, voorstel (C)020606-CREG-90, 6 juni 2002, van koninklijk besluit betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas, paragraaf
- 3 In de vaktaal heet dit een “beauty contest”. 11/96 Om de goedkeuring van de CREG weg te dragen moet het voorgestelde systeem minimaal volgende kenmerken hebben, of iets gelijkwaardig : - de vervoersonderneming organiseert minstens eenmaal per jaar een “open season”4 van de vrijgekomen capaciteit en/of flexibiliteit. Onverminderd de bestaande en geldige overeenkomsten, zorgt de vervoersonderneming ervoor dat een deel van de capaciteit en/of flexibiliteit vrijkomt : bijvoorbeeld jaarlijks één vierde van de capaciteit en/of flexibiliteit, maar het mag uiteraard ook meer zijn ; - indien de aanvragers gezamenlijk meer capaciteit en/of flexibiliteit aanvragen dan beschikbaar is, worden deze vervoersdiensten onder hen verdeeld volgens transparante en niet-discriminerende regels. 4 Dit impliceert niet noodzakelijkerwijze een fysische vergadering. De “open season” mag op afstand gebeuren. De vervoersonderneming dient een concrete procedure voor te stellen. 12/96 I. BELANGRIJKSTE VOORWAARDEN VOOR OVERBRENGING I.
- ANALYSE VAN DE VOORAFGAANDE STANDPUNTEN EN OPMERKINGEN VAN DE N.V. FLUXYS
- De CREG is van oordeel dat de voorafgaande standpunten en opmerkingen van de N.V. FLUXYS in haar belangrijkste voorwaarden voor overbrenging van pagina 5 tot en met 19 geen concrete invulling inhouden van de bepalingen van artikel 10, §2, van de gedragscode. Bijgevolg, kan de onderhavige beslissing betreffende de belangrijkste voorwaarden van de N.V. FLUXYS niet beschouwd worden deze standpunten en opmerkingen goed te keuren. Volledigheidshalve acht de CREG het evenwel noodzakelijk hieronder haar standpunt weer te geven met betrekking tot deze standpunten en opmerkingen. JURIDISCH VOORBEHOUD EN TOEPASSINGSGEBIED
- In haar voorstel met betrekking tot de belangrijkste voorwaarden maakt de N.V. FLUXYS een juridisch voorbehoud, waarbij zij zich baseert op een uitspraak van de Raad van State volgens dewelke er voor artikel 10, §2 van de gedragscode geen rechtsgrond zou bestaan, waardoor een rechter bij wie een geschil terzake aanhangig is gemaakt, deze bepaling conform artikel 159 van de Grondwet zou kunnen afwijzen. Ten gevolge daarvan, en om bij toepassing van het principe van « Convention-loi » de rechtszekerheid en het daarin opgenomen systeem inzake toegang tot het vervoersnet te verzekeren, stelt de N.V. FLUXYS voor om de belangrijkste voorwaarden integraal op te nemen in haar overbrengingscontract. De N.V. FLUXYS verwijst naar een advies dat op 14 november 2002 door de wetgevingsafdeling van de Raad van State werd uitgebracht en dat stelt dat de gedragscode de vervoersondernemingen er niet toe kan verplichten om basisprincipes uit te werken met betrekking tot de rechten en plichten van de vervoersondernemingen en van de gebruikers van het net inzake de toegang tot het vervoersnet. Indien dit het geval zou zijn, dan doet de gedragscode afbreuk aan de bevoegdheid die conform de gaswet bij de Koning berust om deze basisprincipes uit te werken. Deze bevoegdheid kan niet aan de vervoersonderneming of, onrechtstreeks via de goedkeuringsprocedure, aan de CREG worden overgedragen.
- De CREG kan hierop alleen reageren door eraan te herinneren dat het niet tot haar bevoegdheid behoort om zich uit te spreken over de legaliteit van een uitvoeringsbesluit. 13/96 Daartoe moet de meest gerede partij zelf het initiatief nemen door het instellen van een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State of door in een geschil, hangende voor de rechtbank, de exceptie van onwettigheid op te werpen.
- Wat het voorstel van de N.V. FLUXYS betreft om de belangrijkste voorwaarden op te nemen in haar overbrengingscontract, verwijst de CREG naar de artikelen 27 en 36 van de gedragscode, die stellen dat de vervoersonderneming de gebruikers van het net elektronisch op de hoogte moet brengen van de belangrijkste voorwaarden zoals die door de CREG werden goedgekeurd. Op basis van artikel 11, 5e lid, van de gedragscode worden, indien deze belangrijkste voorwaarden zouden worden gewijzigd, deze wijzigingen pas van kracht nadat ze door de CREG zijn goedgekeurd en de gebruikers van het net op de hoogte werden gebracht van de goedgekeurde wijzigingen. Echter wanneer de vervoersonderneming bij de bekendmaking van goedgekeurde belangrijkste voorwaarden zich zou beperken tot het opnemen van deze voorwaarden in een vervoerscontract afgesloten met een netgebruiker, beantwoordt dit niet aan wat in artikel 27 van de gedragscode bepaald is. Artikel 27 van de gedragscode richt zich tot iedere netgebruiker en niet alleen tot de netgebruiker die met de N.V. FLUXYS een vervoerscontract heeft afgesloten.
- Het laten opnemen van goedgekeurde belangrijkste voorwaarden in een vervoerscontract is een eigen keuze van de N.V. FLUXYS dat niet aan de goedkeuring van de CREG onderworpen is. Niettemin wenst de CREG de aandacht van de N.V. FLUXYS erop te vestigen dat het recht van toegang tot de vervoersnetten van openbare orde is en dat de gedragscode en daarvan afgeleid de belangrijkste voorwaarden dit recht van toegang regelen. Bijgevolg primeren de belangrijkste voorwaarden als regels van openbare orde op elk vervoerscontract, inclusief deze die werden gesloten voorafgaand aan de inwerkingtreding van de belangrijkste voorwaarden. Evenzeer primeren de wijzigingen aan de belangrijkste voorwaarden op de vervoerscontracten die gesloten werden en die de vroegere versie van de belangrijkste voorwaarden incorporeren. BEGRIP BEVRACHTER
- De omschrijving van het begrip “bevrachter” hoort thuis in de lijst van de definities. DE IN DE GEDRAGSCODE VOORZIENE DOCUMENTEN
- De N.V. FLUXYS maakt vooreerst een beschrijving van de in de gedragscode voorziene documenten, met name de belangrijkste voorwaarden, het indicatief 14/96 vervoersprogramma, het nalevingprogramma, het huishoudelijk reglement, de netwerkcode, de informatie over het vervoersnet, het overbrengingscontract en het aardgastoewijzingscontract. Vervolgens wordt een schema van de toegang tot het vervoersnet weergegeven en tenslotte wordt de opname van de belangrijkste voorwaarden in het overbrengingscontract toegelicht. Belangrijkste voorwaarden
- De N.V. FLUXYS wekt de indruk dat de belangrijkste voorwaarden voor haar overbrengingsactiviteiten een apart document uitmaken, naast het indicatief vervoersprogramma, het nalevingprogramma, het huishoudelijk reglement, de netwerkcode en de informatie over het vervoersnet. Dit is geen correcte benadering. Overeenkomstig artikel 10, §1, van de gedragscode dient de vervoersonderneming de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot haar vervoersnet op te stellen. De belangrijkste voorwaarden hebben betrekking op dertien onderscheiden punten opgesomd in artikel 10 van de gedragscode. De concrete invulling hiervan is meer dan een loutere herhaling van wat al in de gedragscode vermeld staat. In de belangrijkste voorwaarden moet onder meer ook het nalevingprogramma opgenomen worden waarvan het huishoudelijk reglement een onderdeel is. Dit alles maakt deel uit van één enkel document, genaamd de belangrijkste voorwaarden. Daarnaast, stelt de vervoersonderneming enerzijds overeenkomstig artikel 9 van de gedragscode een indicatief vervoersprogramma en anderzijds overeenkomstig artikel 87 van de gedragscode een netwerkcode op. Dit zijn op hun beurt twee aparte documenten, welke op verschillende tijdstippen ter goedkeuring moeten worden overgemaakt aan de CREG.
- De N.V. FLUXYS schrijft dat de vervoersonderneming “in eerste instantie de basisprincipes moet bepalen die de toegang tot haar vervoersnet regelen”. Hier moet worden opgemerkt dat de basisprincipes krachtens artikel 15/5, §3, van de gaswet, niet door de vervoersonderneming maar door de Koning in de gedragscode bepaald worden. Deze opmerking geldt eveneens voor alle subtitels van de belangrijkste voorwaarden die de term “basisprincipes” gebruiken. Indicatief vervoersprogramma
- Naast het feit dat de verwijzing naar de inhoud van het indicatief vervoersprogramma niet in de belangrijkste voorwaarden moet worden opgenomen, stelt de CREG ook vast dat de N.V. FLUXYS in haar opsomming van de elementen die deel 15/96 uitmaken van het indicatief vervoersprogramma, gebruik maakt van een andere terminologie dan deze voorzien in artikel 9, §1, van de gedragscode. De CREG is van oordeel dat dezelfde terminologie als deze van de gedragscode gebruikt moet worden teneinde verwarring en interpretatieproblemen te vermijden. Waar de N.V. FLUXYS in het ingediende document het alleen heeft over de goedkeuring van het indicatief vervoersprogramma door de CREG, herinnert de CREG eraan dat de N.V. FLUXYS conform artikel 28 van de gedragscode het indicatief vervoersprogramma ook bekend moet maken aan de netgebruikers. Nalevingprogramma
- De CREG wijst erop dat de N.V. FLUXYS niet vermeldt dat het nalevingprogramma, overeenkomstig artikel 10, §2, 9°, van de gedragscode, ook deel uitmaakt van de belangrijkste voorwaarden en als dusdanig door de CREG moet worden goedgekeurd. De N.V. FLUXYS stelt dat de interne beleidsregels in eerste instantie bestemd zijn voor alle werknemers van de vervoersonderneming en tevens het huishoudelijk reglement bevatten. Overeenkomstig artikel 42, §2, van de gedragscode bevatten de interne beleidsregels inzonderheid 1) de procedures die de werknemers van de vervoersonderneming moeten respecteren in hun contacten met de netgebruikers, 2) het huishoudelijk reglement en 3) de regels inzake de behandeling van vragen en dossiers van netgebruikers. De N.V. FLUXYS maakt echter geen melding van deze laatste categorie. Huishoudelijk reglement
- Het huishoudelijk reglement is geen apart document doch maakt, overeenkomstig artikel 42, §2, van de gedragscode, deel uit van het nalevingprogramma. De CREG wijst er tevens op dat een mededeling van het huishoudelijk reglement niet voldoende is, maar dat dit eveneens goedgekeurd moet worden door de CREG overeenkomstig artikel 11 van de gedragscode. De verwijzing in artikel 42, §2, 2°, van de gedragscode naar artikel 39 van de gedragscode, waarin gesteld wordt dat in uitvoering van de artikelen 37 en 38 de vervoersonderneming een huishoudelijk reglement opstelt en dit meedeelt aan de CREG en haar medewerkers, doet geen afbreuk aan de goedkeuringsvereiste voorzien in artikel 11 van de gedragscode. De CREG is van oordeel dat om te kunnen goedkeuren, er minstens een mededeling moet gebeuren van het goed te keuren document. Bovendien is het voorwerp van goedkeuring van het huishoudelijk reglement beperkt tot wat in de artikelen 37 en 38 van de gedragscode wordt uiteengezet. 16/96 Aldus zal het huishoudelijk reglement, dat ter goedkeuring moet worden voorgelegd aan de CREG, bepalingen bevatten over hoe een vervoersonderneming intern vertrouwelijke informatie, die zij van haar netgebruikers heeft verkregen, zal behandelen. Ieder van deze bepalingen zullen getoetst worden aan de principes van non-discriminatie en transparantie overeenkomstig artikel 42, §1, van de gedragscode. Netwerkcode
- Hoewel de netwerkcode geen deel uitmaakt van de belangrijkste voorwaarden maar een apart document is, wijst de CREG er niettemin op dat in artikel 87 van de gedragscode uitdrukkelijk wordt gesteld dat de netwerkcode ook regels dient te bevatten inzake aanbod van capaciteit en flexibiliteit op eventuele secundaire markten. De CREG stelt vast dat de N.V. FLUXYS hiervan geen melding maakt. Informatie over het vervoersnet
- De artikelen 31 en 32 van de gedragscode verplichten de N.V. FLUXYS niet om de jaarlijkse beschrijvingen die zij overeenkomstig deze artikelen dient te publiceren, ter goedkeuring voor te leggen aan de CREG. Artikel 12 van de gedragscode bepaalt echter dat de vervoersonderneming uiterlijk op 15 januari van elk jaar aan de CREG een overzicht moet geven van de investeringen die zij het voorbije jaar met betrekking tot haar vervoersnet heeft gedaan, van het totale gebruik van de capaciteit van het vervoersnet en van de jaarlijkse en de piekgasstromen op de voornaamste plaatsen van het vervoersnet. Ook moet zij een beschrijving geven van de ontwikkeling van de vervoersdiensten. Overbrengingscontract
- De N.V. FLUXYS stelt dat het overbrengingscontract de hoeksteen vormt voor de organisatie van de toegang tot haar vervoersnet omdat in dit contract alle rechten en verplichtingen van de bevrachter en de vervoersonderneming zijn opgenomen. Op voorwaarde dat de toegang tot het vervoersnet en de rechten en verplichtingen van de bevrachter en de vervoersonderneming volledig in overeenstemming zijn met de belangrijkste voorwaarden zoals goedgekeurd door de CREG, heeft de CREG geen enkel bezwaar tegen het feit dat de N.V. FLUXYS de goedgekeurde belangrijkste voorwaarden laat opnemen in een vervoerscontract. Bij wijziging van de belangrijkste voorwaarden, 17/96 goedgekeurd door de CREG zijn deze onmiddellijk tegenstelbaar. De gewijzigde en goedgekeurde belangrijkste voorwaarden zullen dus op alle contracten, ook op lopende contracten, onmiddellijk van toepassing zijn. Aardgastoewijzingscontract
- De term “aardgastoewijzigingscontract” wordt niet gebruikt in de gaswet en de gedragscode. Om deze reden acht de CREG het wenselijk om de term toewijzingsovereenkomst te gebruiken zoals voorzien in artikel 64 van de gedragscode. BAND TUSSEN BELANGRIJKSTE VOORWAARDEN EN TARIEFVOORWAARDEN VOOR TOEGANG TOT HET VERVOERSNET
- De N.V. FLUXYS stelt dat er een nauwe band bestaat tussen de belangrijkste voorwaarden en de tariefvoorwaarden voor de toegang tot het vervoersnet waardoor de gekozen opties, naar aanleiding van de goedkeuring van beide documenten door de CREG, verregaande implicaties kunnen hebben. In het vooruitzicht hiervan heeft de CREG al in haar tariefbeslissing5 van 20 november 2003 gesteld dat de goedkeuring van de tarieven niet kan worden ingeroepen om een goedkeuring van enige belangrijkste voorwaarde af te dwingen. Het is evenwel duidelijk dat de tarieven opgesteld zijn in het kader van de bestaande organisatie van de diensten die door de vervoersonderneming worden aangeboden. Indien de inhoud van deze diensten tengevolge van de nieuwe belangrijkste voorwaarden zou veranderen, kan dit inderdaad leiden tot een gewijzigde kostenbasis en moeten de tarieven logischerwijze aangepast worden. De CREG aanvaardt immers dat een vervoersonderneming de CREG aanpassingen aan haar goedgekeurde tarieven binnen het kalenderjaar ter goedkeuiring kan voorleggen indien deze aanpassingen resulteren uit een nieuwe wettelijke verplichting die bij de opmaak van de begroting onbekend of onbecijferbaar was voor de vervoersonderneming. 5 Beslissing (B)031120-CDC-220 van 20 november 2003 over ‘de aanvraag tot goedkeuring betreffende de tarieven voor de aansluiting en het gebruik van het vervoersnet, alsook de ondersteunende diensten, van de N.V. Fluxys voor het jaar 2004’. 18/96
- De N.V. FLUXYS stelt dat de belangrijkste voorwaarden ten vroegste op 1 april 2004 van kracht worden en wijst erop dat de werkelijke datum van inwerkingtreding van de belangrijkste voorwaarden afhangt van de data waarop deze belangrijkste voorwaarden en de tarieven van de N.V. FLUXYS zullen worden goedgekeurd, rekening houdend met een redelijke termijn voor implementatie door de N.V. FLUXYS. Voor wat betreft de inwerkingtreding van de belangrijkste voorwaarden verwijst de CREG naar artikel 95 van de gedragscode en voor wat betreft de inwerkingtreding van de tarieven verwijst de CREG naar de artikel 10 en 27 het koninklijk besluit van 15 april 2002 betreffende de algemene tariefstructuur en de basisprincipes en procedures inzake de tarieven en de boekhouding van de aardgasondernemingen actief op het Belgisch grondgebied (hierna : het tariefbesluit). OVERZICHT VAN DE DERTIEN BELANGRIJKSTE VOORWAARDEN VAN FLUXYS
- De N.V. FLUXYS geeft een schematisch overzicht van haar dertien belangrijkste voorwaarden. De CREG stelt vast dat het verband tussen dit overzicht en de lijst van belangrijkste voorwaarden opgenomen in artikel 10, §2, van de gedragscode niet evident is. BEST PRACTICES EN EVENWICHT VAN HET VERVOERSNET
- De belangrijkste voorwaarden moeten een concrete invulling geven aan artikel 10, §2, van de gedragscode. Hiervoor kan de vervoersonderneming onder meer beroep doen op de conclusies van het Forum van Madrid, voor zover deze conclusies in overeenstemming zijn met wat gesteld wordt in de gaswet en de gedragscode. De CREG stelt echter vast dat de verwijzingen naar de aanbevelingen genomen op het vijfde Forum van Madrid door de N.V. FLUXUS niet volledig getrouw zijn weergegeven. De derde aanbeveling luidt immers : “facilitating cross-border trade and customer choice through competition in the internal market”. Bij het laatste principe betreffende de balancering van het net, vermeldt de N.V. FLUXYS niet dat het vijfde Forum van Madrid hieraan de idee toevoegt dat : “a certain amount of imbalance may be allowed to which no imbalance charges apply provided these tolerances are non-discriminatory”. I.
- ANALYSE VAN DE DEFINITIES
- De CREG heeft de definities van de begrippen gebruikt door de N.V. FLUXYS, vergeleken met de definities vastgelegd in de gaswet, de gedragscode en het tariefbesluit. 19/96
- Uit deze vergelijking blijkt dat heel wat van de door de N.V. FLUXYS gebruikte definities afwijken van de definities vastgelegd in de drie voormelde wetteksten. De CREG is dan ook van oordeel dat, voor zover er geen gegronde reden voor een andere definitie kan worden opgegeven door de N.V. FLUXYS, de wettelijke definitie voorrang geniet. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS dan ook de wettelijke definities te respecteren. Verder is de CREG van oordeel dat wettelijke definities, behoudens de opname van de definitie “gaswet” en “gedragscode”, niet hernomen hoeven te worden in de belangrijkste voorwaarden.
- De CREG wijst erop dat het gebruik van een aantal gedefinieerde begrippen aanleiding kan geven tot verwarring : - telkens er gebruik gemaakt wordt van het begrip “herleveringspunt” wordt dit beter vervangen door “afnamepunt” ; - voor wat betreft het gebruik van de termen “dag of gasdag” merkt de CREG op dat slechts één begrip kan gebruikt worden, meer bepaald “gasdag” ; - de definitie van “dagelijks toegangsprogramma” en “eigen gebruik” is onvolledig en moet verder verduidelijkt worden ; - het is niet wenselijk om voor eenzelfde begrip twee termen te hanteren. Daar “eindafnemer” een term is die gedefinieerd wordt in de gaswet, moet deze term verkozen worden boven “eindgebruiker” ; - de verwijzing in de definitie van de term “equivalente capaciteit” naar artikel 22 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging schept verwarring omwille van het feit dat in voornoemd artikel geen definitie van “equivalente capaciteit” gegeven wordt. Bovendien beoogt artikel 22 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging een andere situatie dan wat in artikel 1, 25°, van de gedragscode gedefinieerd werd. Hetzelfde geldt voor de “maandelijkse verschilrekening”. Ook daar is de verwijzing naar artikel 64 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging niet voldoende ; - de CREG stelt vast dat de definities van de begrippen “fysieke congestie” en “contractuele congestie” niet overeenkomen met de begrippen “congestie” en “verzadiging” zoals vastgelegd in artikel 1, 41° en 42°, van de gedragscode ; volgens de gedragscode telt de onderbreekbare capaciteit niet mee om congestie vast te stellen ; 20/96 - de definitie ”niet-vaste capaciteit of voorwaardelijke capaciteit” is verwarrend. De CREG is van oordeel dat de definities zoals bepaald in artikel 1, 19°, 20° en 21°, van de gedragscode moeten worden gerespecteerd, onverminderd de mogelijkheid voor de N.V. FLUXYS om zo nodig bijkomende begrippen zoals “voorwaardelijke capaciteit” in te voeren ; - in de definitie van “toegangsvoorwaarden” heeft de N.V. FLUXYS het verkeerd voor wanneer zij stelt dat het in bezit zijn van een leveringsvergunning en het bewijs leveren van voldoende financiële draagkracht een conditio sine qua non zou zijn om toegang te verkrijgen tot het vervoersnet. Deze stellinginname is strijdig met wat in hoofdstuk 3 van de gedragscode bepaald is. I.
- ANALYSE VAN DE BELANGRIJKSTE VOORWAARDEN Artikel 1
- Artikel 1 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging beperkt het aanbieden van vervoersdiensten tot bevrachters. De CREG merkt op dat in uitvoering van de artikelen 4 tot 6 van de gedragscode de vervoersonderneming haar vervoersdiensten moet aanbieden aan alle netgebruikers. Pas wanneer deze netgebruikers een vervoerscontract hebben ondertekend met de N.V. FLUXYS worden het bevrachters. Artikel 1 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging van de N.V. FLUXYS moet aldus worden aangepast dat de betrokken documenten aan alle netgebruikers worden aangeboden. Het al dan niet vast karakter van de door de netgebruiker gereserveerde en gecontracteerde capaciteit wordt bepaald door de aard van de onderschreven capaciteit waarvan de definities zijn vastgelegd in artikel 1, 19°, 20° en 21°, van de gedragscode. Artikel 2
- Artikel 2 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging bepaalt dat de kandidaat-bevrachter die toegang wil krijgen tot het vervoersnet van de N.V. FLUXYS een toegangsaanvraag moet indienen bij de N.V. FLUXYS, overeenkomstig deze belangrijkste voorwaarden en de gedragscode. De term “kandidaat-bevrachter” wordt nergens gedefinieerd en moet worden vervangen door de term “aanvrager” waarvan de definitie is bepaald in artikel 1, 3°, van de gedragscode. De CREG merkt op dat de aanvraag van toegang tot het vervoersnet geregeld wordt via de procedures en de nadere regels beschreven in de gedragscode, meer bepaald in hoofdstuk 3 van de gedragscode, en niet in de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging. 21/96 Artikel 6
- De CREG acht het wenselijk om het begrip “herleveringspunt” overal in de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging te vervangen door het begrip “afnamepunt” zoals gedefinieerd in artikel 1, 6°, van de gedragscode. De CREG verwijst in dit verband naar haar opmerking in paragraaf 36 van deze beslissing. Artikel 7
- Dit artikel bepaalt dat de ingangspunten gegroepeerd zijn in ingangszones, waarvan de configuratie gepubliceerd wordt op de website van de N.V. FLUXYS en dat voor de configuratie van de ingangszones rekening gehouden wordt met de beperkingen van het vervoersnet van de N.V. FLUXYS, zodat bij wijziging van het vervoersnet, de configuraties van de ingangszones door de N.V. FLUXYS gewijzigd kunnen worden. Verder wordt bepaald dat de bevrachters aanvaarden dat hun vervoerscontracten op overeenkomstige wijze worden aangepast. De CREG is van mening dat de concrete lijst van de ingangspunten die tot een ingangszone behoren en de exitpunten die tot een balanceringszone behoren, in de netwerkcode moeten worden opgenomen. Artikel 8
- Dit artikel bepaalt dat de configuratie van de balanceringszones en overdrachtspunten rekening houdt met de beperkingen van het vervoersnet van de N.V. FLUXYS en bijgevolg gewijzigd kan worden. Verder wordt bepaald dat de bevrachters aanvaarden dat hun vervoerscontracten op overeenkomstige wijze worden aangepast. De CREG wijst erop dat bij wijziging van de configuratie van de balanceringszones en overdrachtspunten de procedure van wijziging van de belangrijkste voorwaarden dient gevolgd te worden zoals voorzien in artikel 11, vijfde lid, van de gedragscode. Verder bepaalt dit artikel dat het vervoersnet van de N.V. FLUXYS in de beginconfiguratie vier balanceringszones heeft. De CREG is van oordeel dat het aantal balanceringszones zoveel mogelijk beperkt dient te worden en beschouwt de voorgestelde configuratie als een overgangsmaatregel, die op relatief kort termijn zal moeten herbekeken worden. Artikel 9
- Rekening houdend met artikel 49, 2°, van de gedragscode is het mogelijk dat een bevrachter zelf over een dienst beschikt die de omzetting van hoogcalorisch aardgas 22/96 (hierna : H-gas) naar laagcalorisch aardgas (hierna L-gas) mogelijk maakt. Het is dan ook wenselijk om dit artikel als volgt aan te passen : … moet de bevrachter over voldoende capaciteit beschikken en bij gebreke aan een eigen infrastructuur voor “omzetting van hoogcalorisch gas in laagcalorisch gas” bij de N.V. FLUXYS een dienst onderschrijven. Verder merkt de CREG op dat de N.V. FLUXYS geen belangrijkste voorwaarden heeft opgesteld voor wat betreft het gebruik van de transformatoren voor omzetting van H-gas in L-gas. Artikel 10
- Zoals gesteld in paragraaf 37 van deze beslissing, past de term ‘bevrachter’ niet aangezien het een beperking van de toegang tot het vervoersnet inhoudt. Bovendien hebben “bevrachters” normalerwijze reeds capaciteit en/of diensten onderschreven zodat de term “netgebruikers” moeten worden gebruikt. Artikel 12
- Artikel 12 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging legt verregaande beperkingen op aan de netgebruikers door te eisen dat de capaciteiten aan de kant van de injectie en afname gelijktijdig (voor eenzelfde periode) worden onderschreven en dat de som van de injectiecapaciteiten gelijk moet zijn aan de afnamecapaciteiten. De CREG is van oordeel dat het evenwicht bij de nominaties moet gecontroleerd worden en niet bij de reservering van capaciteit. Bijgevolg moeten de capaciteiten voor de injectie onafhankelijk kunnen geboekt worden van de capaciteiten voor afname. Indien dit momenteel nog niet kan of niet wenselijk is, zou de N.V. FLUXYS dit nader moeten verklaren in het kader van het indicatief vervoersprogramma. Artikel 13
- Het is niet duidelijk welke uitzonderingen er in artikel 13 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging bedoeld worden. De CREG is van mening dat de uitzonderingen nader moeten omschreven worden rekening houdend met de opmerkingen vervat in paragraaf 44 van deze beslissing. Artikel 14
- De gedragscode legt in hoofdstuk 8, afdeling 2, een aantal verplichtingen op inzake nominatie en hernominatie en verplicht in artikel 87 de vervoersonderneming tot het 23/96 opstellen van een netwerkcode die de procedures te volgen bij nominaties en hernominaties vastlegt. Artikel 15
- Het bestaan van een contractuele band tussen ingangszone en afnamepunt is in tegenspraak met de gangbare definitie van een entry-exit systeem vooropgesteld door de N.V. FLUXYS in artikel 1 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging. De modaliteiten inzake bevoorrading van afnamepunten moeten beter worden gedefinieerd. De CREG verwijst in dit verband tevens naar haar opmerkingen in paragraaf 44 van deze beslissing. Artikel 16
- Het door de bevrachter nakomen van alle contractuele voorwaarden voor het uitvoeren van het dagelijks toegangsprogramma zoals gesteld in artikel 16, 2°, van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging, is te verregaand en gaat in tegen de bepalingen inzake onderbrekingen en reducties vastgelegd in hoofdstuk 8, afdeling 6, van de gedragscode. Artikel 17
- De CREG verwijst in verband met artikel 17 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging naar haar opmerkingen in de paragrafen 47 en 48 van deze beslissing. Artikelen 6 tot en met 17
- De artikelen 6 tot met 17 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging moeten worden herwerkt met als doel te komen tot een duidelijke en overzichtelijke beschrijving van het door de N.V. FLUXYS voorgestelde entry-exit capaciteitssysteem. Artikel 18
- De CREG is van mening dat de hypotheses, criteria en parameters, kortom de methodologie gebruikt bij de simulaties nader moeten worden omschreven teneinde te beantwoorden aan de criteria van transparantie, non-discriminatie en objectiviteit. Zoniet dient verwezen te worden naar de artikelen van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging waarin deze vermeld staan. De verwijzing naar artikel 29 van de belangrijkste 24/96 voorwaarden voor overbrenging is op zich onjuist gelet op de opmerkingen geformuleerd door de CREG aangaande dit artikel. Artikel 19
- De CREG is van mening dat een loutere verwijzing naar de operationele voorwaarden, de operationele behoeften en de openbare dienstverplichtingen, zoals vermeld in artikel 19, 2°, 3°en 4° van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging, niet volstaat en dat beter omschreven moet worden wat hieronder verstaan wordt. Artikel 21
- Dit artikel kan geen afbreuk doen aan de bepalingen van artikel 34 van de gedragscode dat voorziet dat de vervoersonderneming de informatie inzake beschikbare, bruikbare en beschikbare operationele capaciteiten samen met de gemiddelde gasstroom en piekbelasting en de eisen inzake gaskwaliteit en leveringsdruk voor een periode van minstens twee jaar dient te geven en, desgevallend, in beide richtingen. Artikelen 18 tot en met 21
- De artikelen 18 tot en met 21 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging moeten worden herwerkt. Om tegemoet te komen aan de verplichting opgelegd door artikel 10, §2, 1°, van de gedragscode dient daarbij meer nadruk gelegd te worden op de berekeningsmethodologie. Hierbij moet er een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen simulaties op langere termijn nodig voor het bepalen van de bruikbare en beschikbare capaciteiten en de simulaties op korte termijn nodig bij het onderzoek van de aanvraag van toegang tot en het gebruik van het vervoersnet zoals bepaald in hoofdstuk 3 van de gedragscode. Tevens dient er aandacht te worden gegeven aan de berekening van de bruikbare en beschikbare capaciteit in tegenstroom. Artikel 22
- Artikel 22 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging moet worden herwerkt rekening houdend met de opmerking in paragraaf 54 van deze beslissing en de bepalingen vastgelegd in de artikelen 25, 26 en 50 van de gedragscode.
- De CREG is van mening dat artikel 22, vierde lid, van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging overbodig is aangezien artikel 26 van de gedragscode bepaalt dat de netgebruiker die capaciteit of equivalente capaciteit en/of flexibiliteit heeft overgekocht, 25/96 toegang tot het vervoersnet moet aanvragen. Pas dan heeft de vervoersonderneming het recht om een onderzoek uit te voeren naar de aanvraag voor toegang tot het vervoersnet. Dit onderzoek kan in geen geval plaats hebben tijdens de onderhandelingen van de overdracht van capaciteit en/of mag geen voorwaarde tot overdracht van de capaciteit zijn. Artikel 23
- Zoals paragraaf 37 van deze beslissing het stelt, dient de volledige bruikbare capaciteit ter beschikking gesteld te worden van alle aanvragers en niet enkel van de bevrachters. Artikel 24
- Artikel 24 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging dient weggelaten te worden. Het indicatief vervoersprogramma maakt geen deel uit van de belangrijkste voorwaarden. Artikel 28
- Artikel 28 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging is niet volledig in lijn met de bepalingen inzake onderbrekingen en reducties zoals vastgelegd in hoofdstuk 8, afdeling 6 van de gedragscode. Zo bepalen de artikelen 73 en 74 van de gedragscode wat een vervoersonderneming moet doen bij gebeurtenissen die aanleiding geven tot reducties en onderbrekingen van gasstromen. Artikel 29
- Het laatste lid van artikel 29 gaat in de goede richting qua congestiebeleid, maar dient genuanceerd te worden. Zoals bepaald in artikel 45 van de gedragscode voert de N.V. FLUXYS een pro-actief congestiebeleid. De belangrijkste voorwaarden moeten dan ook in die zin uitgewerkt worden. Wanneer er congestie optreedt, zoals in de gedragscode gedefinieerd, moet de vervoersonderneming acties ondernemen conform artikel 48 van de gedragscode. Hoofdstuk 3 van de gedragscode geeft de twee procedures om toegang te krijgen tot het vervoersnet, namelijk via het automatisch reserveringssysteem of via de onderhandelde toegang. In de eerste procedure wordt, bij negatief resultaat na onderzoek van de aanvraag, de aanvrager verwezen naar de procedure van de onderhandelde toegang. Er is dus via dit systeem nog geen verwijzing naar de CREG. Alleen in het kader van een onderhandelde 26/96 toegang tot het vervoersnet wordt bij negatief resultaat van het onderzoek de CREG hiervan op de hoogte gebracht. Artikelen 25 tot en met 29
- De artikelen 25 tot en met 29 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging hebben betrekking op basisprincipes die reeds zijn vastgelegd in hoofdstuk 3 en de artikelen 45 en 56 van de gedragscode. Deze artikelen moeten in dit opzicht dan ook uit de belangrijkste voorwaarden worden geschrapt. Zij mogen wel in de netwerkcode hernomen worden. Artikel 30
- Het is voor de CREG niet duidelijk wat er moet worden verstaan onder de term “capaciteitstoewijzingsaanvraag”. De procedure voor de aanvraag van toegang tot en het gebruik van het vervoersnet is vastgelegd in hoofdstuk 3 van de gedragscode. Artikel 10, §2, 3°, van de gedragscode stelt dat de vervoersonderneming belangrijkste voorwaarden opstelt die betrekking hebben op de capaciteitstoewijzingsregels en de wijze waarop onderbreekbare capaciteit wordt aangeboden. De termen “toegewezen capaciteit” en “capaciteitstoewijzingsregels” zijn gedefinieerd in artikel 1, 22° en 23°, van de gedragscode. Artikel 30 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging wordt dus beter geschrapt. Artikel 31
- De procedure voor de aanvraag voor toegang tot en gebruik van het vervoersnet is vastgelegd in hoofdstuk 3 van de gedragscode. Overeenkomstig artikel 19, 2°, van de gedragscode, dient bij de aanvraag voor toegang tot en gebruik van het vervoersnet enkel een kopie of een bewijs van de leveringsvergunning meegedeeld te worden indien de aanvraag uitgaat van een vergunningsplichtige leveringsonderneming. Artikel 31, 8°, van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging doet uitschijnen alsof de aanvrager in alle gevallen het bewijs van het in bezit zijn van een leveringsvergunning moet leveren. Dit is echter onjuist. Elke netgebruiker kan een aanvraag doen. Verder geeft artikel 31, 8°, van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging de indruk dat de N.V. FLUXYS uitsluitend de onderhandelde toegang viseert en het automatisch reserveringssysteem uitsluit. Een loutere verwijzing naar artikel 19 van de gedragscode is dus onvoldoende. Artikel 31 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging wordt dus beter geschrapt daar dit in wezen niets bijdraagt buiten wat reeds in de gedragscode werd bepaald. 27/96 Artikel 32
- In de mate dat dit artikel een loutere herhaling is van de bepalingen van de gedragscode in verband met onderhandelde toegang tot het net, zonder concrete invulling ervan, dient het weggelaten te worden. De verwijzing naar artikel 18 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging is te vaag. De CREG verwijst naar haar opmerking in paragraaf 51 van deze beslissing. Artikel 33
- Dit artikel legt aan de N.V. FLUXYS geen enkele afdwingbare verplichting op. De netgebruiker kan immers niet controleren of er capaciteit beschikbaar is. Ofwel wordt de aanvraag tot toegang aanvaard en wordt een voorstel van vervoerscontract overgemaakt, ofwel wordt de aanvraag niet aanvaard en dit op grond van wettige redenen. Wel geldt de verplichting voor de vervoersonderneming om de wijzigingen in de beschikbare capaciteit op verzoek van de netgebruiker of via publicatie mee te delen conform artikel 34 van de gedragscode. Een “alarmsysteem” waarbij alle geïnteresseerden automatisch een melding krijgen dat de website aangepast is, zou uiteraard sterk geapprecieerd worden. De N.V. FLUXYS maakt geen melding van de keuze tussen het automatisch reserveringssysteem en de onderhandelde toegang en de manier waarop dit gebeurt. De CREG verwijst in dit verband naar haar opmerking in paragraaf 63 van deze beslissing. Artikelen 34, 36 en 37
- Voor wat betreft de artikelen 34, 36 en 37 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging verwijst de CREG naar haar opmerking in paragraaf 64, alinea 1, van deze beslissing. Artikel 35
- De bevrachter bepaalt de samenstelling van zijn vervoersportfolio en de aanwending van de door hem gecontracteerde onderbreekbare en niet-vaste capaciteit in functie van zijn klantenbestand. De bevrachter hoeft de in artikel 35 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging gevraagde informatie niet mee te delen aan de vervoersonderneming voor de aanvraag van entry-capaciteit. 28/96 De CREG is het wel eens dat de afspraken inzake onderbreekbaarheid technisch haalbaar moeten zijn en dat de vervoersonderneming dit moet kunnen onderzoeken voor de afnamepunten. Overeenkomstig artikel 1, 21°, van de gedragscode kan onderbreekbare capaciteit onvoorwaardelijk onderbroken worden door de vervoersonderneming. Voor wat betreft de niet-vaste capaciteit, gedefinieerd in artikel 1, 20°, van de gedragscode, zijn de modaliteiten van onderbreekbaarheid opgenomen in het vervoerscontract. Artikel 38
- Onderbreekbare capaciteit is per definitie altijd beschikbaar. Op dat punt moet artikel 38 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging herzien worden. Verder herinnert de CREG eraan dat de eventuele beperking in het aanbod van onderbreekbare capaciteit wordt vastgelegd in het indicatief vervoersprogramma zoals bepaald in artikel 9 van de gedragscode. Artikelen 39 en 40
- De CREG merkt op dat capaciteit wordt toegewezen op basis van duidelijke capaciteitstoewijzingsregels waarvan sprake in de artikelen 1, 23°, 10, §2, 3°, en 87, 3°, van de gedragscode. In de praktijk komt het erop neer dat N.V. FLUXYS opteert voor een “first come – first served” - regel. De CREG stelt vast dat er geen specifieke procedure voorzien is voor het geval dat er (tijdelijke) congestie zou optreden. Volgens de informatie die gepubliceerd wordt i.v.m. beschikbare capaciteiten blijkt er congestie te bestaan op de primaire markt voor injectiecapaciteit op meerdere ingangspunten. Het lijkt dus aangewezen meer in detail uit te werken hoe de capaciteit wordt aangeboden die op dergelijke plaatsen vrijkomt, wanneer de “anti-hoarding” - maatregelen voorzien in artikel 48 van de gedragscode geen voldoende oplossing bieden. Deze capaciteitstoewijzingsregels moeten duidelijk en transparant zijn. Simulatieprocedures en –scenario’s waarover artikel 39 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging handelt, worden gebruikt om de bruikbare en beschikbare capaciteit te bepalen. Betreffende de opbouw van scenario’s voor de netwerksimulaties meent de CREG dat het efficiënter zou zijn een onderscheid te maken tussen binnenlandse afnamepunten en grensoverschrijdende afnamepunten. Voor de ontspanningsstations naar distributienetten volstaat het rekening te houden met de vraagprognoses van het indicatief plan voor de 29/96 bevoorrading van aardgas in België onafhankelijk van de totale vaste capaciteiten die op deze afnamepunten geboekt zijn. Artikelen 41 en 42
- Deze artikelen zijn niet in overeenstemming met artikel 8 van de gedragscode, waarin duidelijk gesteld wordt dat een vervoersonderneming naast vaste en niet-vaste capaciteit tevens onderbreekbare capaciteit aanbiedt. Zie ook paragraaf 68 van deze beslissing. Artikel 43
- Artikel 43 van de belangrijkste voorwaarden van overbrenging bepaalt dat de opzegging alsook de onderbrekingsvoorwaarden betreffende de niet-vaste en onderbreekbare capaciteiten nader bepaald zullen worden in het vervoerscontract. De voorwaarden van onderbrekingen of reducties van de aardgasstromen zijn weergegeven in de artikelen 71 tot 74 van de gedragscode. Andere voorwaarden tot onderbrekingen of reducties kande CREG niet aanvaarden. Een vervoerscontract kan hier dus evenmin een uitzondering op maken. Wellicht bedoelt de N.V. FLUXYS met “onderbrekingsvoorwaarden betreffende niet-vaste capaciteiten” de beperkingen waarbinnen een niet-vaste capaciteit als een onderbreekbare capaciteit mag behandeld worden. Als dit het geval is, moet dit duidelijker blijken uit de formulering. Artikel 10, §2, 13°, van de gedragscode bepaalt dat in de belangrijkste voorwaarden ook de voorwaarden van de opzeg van een vervoerscontract, waaronder de eventuele schadevergoedingen moeten worden opgenomen. De uitwerking hiervan moet dus gebeuren binnen het kader van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging, weliswaar in het daartoe voorziene hoofdstuk XII. Artikelen 30 tot en met 43
- De artikelen 30 tot en met 43 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging behandelen in hoofdzaak de regels voor de aanvraag voor toegang tot en gebruik van het vervoersnet welke al vastgelegd zijn in hoofdstuk 3 van de gedragscode en vermelden, met uitzondering van artikel 42, laatste paragraaf, nergens de door de N.V. FLUXYS gebruikte capaciteitstoewijzingsregels. Deze capaciteitstoewijzigingsregels moeten een uitwerking zijn van wat onder meer is voorzien in de gedragscode onder de artikelen 4 en 8 als algemene bepalingen en Day-Ahead-Market, artikel 9 aangaande het indicatief vervoersprogramma, artikel 13, aangaande het automatisch reserveringssysteem, artikel 18, aangaande de 30/96 onderhandelde toegang, de artikelen 24, 46, 47 en 48, aangaande de secundaire markt, opvolging en opheffing van capaciteit en artikel 87 aangaande de netwerkcode. De belangrijkste voorwaarden voor overbrenging beantwoorden dus niet aan de in artikel 10, §2, 3°, van de gedragscode gestelde eisen. Artikelen 44 tot en met 47
- Artikel 10, §2, 4°, van de gedragscode bepaalt dat de belangrijkste voorwaarden regels moeten bevatten inzake de verhandelbaarheid van capaciteit en flexibiliteit en de wijze waarop dit wordt vastgelegd in de vervoerscontracten. Het is wenselijk om voor hoofdstuk III van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging als opschrift te hanteren “regels inzake de verhandelbaarheid van capaciteit en flexibiliteit en de wijze waarop dit in de vervoerscontracten wordt vastgelegd”. Verder stellen de artikelen 24 tot en met 26 van de gedragscode dat de verhandeling van capaciteit en flexibiliteit gebeurt via de secundaire markt en dat de vervoersonderneming, bij gebreke aan een beurs, de uitbouw van deze secundaire markt zal ondersteunen. In artikel 46 van de gedragscode wordt verder gesteld dat, bij gebreke aan een openbare beurs of wanneer een netgebruiker geen beroep wil doen op een openbare beurs, de verhandeling gebeurt door het doen van een aanbod door de netgebruiker op de secundaire markt van een hoeveelheid capaciteit en flexibiliteit met prijs die hij wenst te verhandelen. De gedragscode vraagt aan de N.V. FLUXYS om uit te werken hoe de netgebruiker in concreto dit aanbod zal moeten doen. Vervolgens stelt artikel 46 van de gedragscode dat, wanneer een vervoersonderneming een dergelijk aanbod ontvangt, hij dit aanbod samen met het aanbod van de primaire markt publiceert in overeenstemming met artikel 34 van de gedragscode. De N.V. FLUXYS moet aanduiden hoe en waar zij dit zal publiceren, met dien verstande dat wanneer een kandidaatnetgebruiker capaciteit/flexibiliteit wenst aan te kopen hij een vergelijking moet kunnen maken tussen wat op de primaire en wat op de secundaire markt aangeboden wordt. Er zal door de N.V. FLUXYS een procedure uitgewerkt moeten worden hoe de overdracht tussen de bevrachter A-overdrager, die een aanbod doet, en de bevrachter B-overnemer, die het aanbod geheel/gedeeltelijk en/of tijdelijk/permanent wenst over te nemen, bij akkoord tussen beiden tot stand komt. In haar voorstel (C)020606-CREG-90 van het koninklijk besluit6 wordt gesteld dat de verhandelbaarheid van capaciteit en flexibiliteit uitgevoerd zal worden aan de hand van de rechtsfiguur “contractsoverdracht met of zonder bevrijding”. De contractsoverdracht betekent 6 CREG, voorstel (c) 020606-CREG-90, 6 juni 2002, van koninklijk besluit betreffende de gedragscode inzake de toegang tot de vervoersnetten voor aardgas. 31/96 in concreto dat een netgebruiker (bevrachter A-overdrager) die met de N.V. FLUXYS een vervoerscontract heeft afgesloten geheel/gedeeltelijk en/of tijdelijk/permanent zijn vervoerscontract overdraagt aan een derde-netgebruiker (bevrachter B-overnemer). Dit houdt bijgevolg in dat bevrachter A-overdrager alle rechten en verplichtingen die hij put uit het vervoerscontract overdraagt aan bevrachter B-overnemer. Opdat de contractsoverdracht aan de N.V. FLUXYS tegenstelbaar zou zijn, volstaat het dat beide bevrachters de N.V. FLUXYS in kennis stellen van de contractsoverdracht. De inkennisstelling is in principe aan geen vormvereisten onderworpen (artikel 1690 van het B.W.). Van zodra het aanbod wordt aanvaard door bevrachter B is simultaan de N.V. FLUXYS hiervan op de hoogte. De N.V. FLUXYS weet ook wat het voorwerp van de overdracht is nu het aanvaarden van het aanbod door bevrachter B via haar gebeurt. Het voordeel dat in de gedragscode het begrip aanbod wordt gebruikt, betekent dat eens A een aanbod doet en B met dit aanbod akkoord gaat, A zijn aanbod niet meer kan terugtrekken. Het akkoord van B brengt de overdracht onmiddellijk tot stand en de N.V. FLUXYS heeft hiervan terzelfdertijd kennis gekregen. Doet daarentegen B een tegenaanbod via de N.V. FLUXYS dan is het aan A om hierop te reageren of hij hiermee akkoord kan gaan. Als A het tegenaanbod aanvaardt, is de overdracht tot standgekomen en is terzelfdertijd de N.V. FLUXYS hiervan op de hoogte gebracht. Weigert A het tegenaanbod dan heeft de N.V. FLUXYS hiervan ook weet. Daar het Belgische recht alleen overdracht van schuldvordering kent (artikel 1689 van het B.W.) en geen overdracht van schulden, biedt de contractsoverdracht de mogelijkheid om dit toch te doen. Dit gebeurt door een onderscheid te maken tussen overdracht met of zonder bevrijding. Bij contractsoverdracht zonder bevrijding blijft A een volwaardige contractspartij voor de N.V. FLUXYS. A blijft dus hoofdelijk gehouden tot alle uit de aanvankelijke vervoersovereenkomst voortvloeiende verplichtingen. M.a.w. niet alleen voor de schulden van voor de overdracht maar ook voor de schulden van na de overdracht blijft A schuldenaar ten aanzien van de N.V. FLUXYS. Wordt A door de N.V. FLUXYS aangesproken voor schulden die in principe gevorderd moeten worden van B dan kan A zich hiertegen niet verzetten. Er zal dan een verrekening plaatsvinden tussen A en B. De bevrachter B daarentegen zal alleen aangesproken kunnen worden door de N.V. FLUXYS voor de schulden die zijn ontstaan vanaf de overdracht. Het vervoerscontract van A wordt niet wederzijds beëindigd maar blijft bestaan. Contractsoverdracht met bevrijding veronderstelt dat de overdracht gepaard gaat met een drie-partijenovereenkomst waarbij de N.V. FLUXYS uitdrukkelijk aanvaardt dat A contractueel volledig bevrijd wordt voor de schulden vanaf de 32/96 overdracht. Het vervoerscontract van A wordt wederzijds beëindigdt en belope van het voorwerp van de contractsoverdracht. Er zullen overnemers zijn die al een vervoerscontract hebben met de N.V. FLUXYS en die bijkomende capaciteit en flexibiliteit aankopen op de secundaire markt en er zullen overnemers zijn die nog geen vervoerscontract hebben afgesloten met de N.V. FLUXYS en die in plaats van op de primaire, op de secundaire markt zullen aankopen. De artikelen 15, 5°, 6°, en 19, 7° en 8°, van de gedragscode bepalen uitdrukkelijk wat een netgebruiker-overnemer moet melden bij een vervoersonderneming om toegang te hebben tot het vervoersnet indien hij capaciteit op de secundaire markt heeft aangekocht. Het betreft hier het meedelen van informatie over de uitbreiding van zijn bestaand vervoerscontract of het afsluiten van een nieuw vervoerscontract wanneer hij er nog geen heeft. Ook de netgebruiker-overdrager zal op basis van deze artikelen informatie aan de vervoersonderneming moeten meedelen, waaronder de wijziging van zijn bestaand vervoerscontract. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS hiermee rekening te willen houden bij uitschrijven van de procedure hoe een aanbod van capaciteit en flexibiliteit op de secundaire markt wordt gerealiseerd. Wat betreft artikel 50 van de gedragscode, merkt de CREG op dat dit artikel de vervoersonderneming er alleen attent op wil maken dat het vervoerscontract het recht om al dan niet over te gaan tot verhandeling van capaciteit en flexibiliteit op de secundaire markt zonder bevrijding niet mag belemmeren. Het betreft een absoluut recht in hoofde van de bevrachter-overdrager waaraan geen beperkingen kunnen worden gesteld. Hetzelfde geldt voor het voorwerp van de capaciteit en de flexibiliteit die een bevrachter-overdrager wenst te verhandelen op de secundaire markt. De enige keer dat het uitdrukkelijk akkoord van de N.V. FLUXYS vereist is, is wanneer de overdracht met bevrijding gebeurt. Artikel 44
- Het recht om over te gaan tot capaciteitsoverdracht zonder bevrijding vloeit niet voort uit het vervoerscontract maar wel uit de gedragscode. Dit artikel is dus overbodig. Artikel 45
- De woorden “op voorhand” worden beter uit de tekst weggelaten. Bevrijding vindt slechts plaats wanneer de N.V. FLUXYS haar uitdrukkelijk akkoord geeft. Geeft de N.V. FLUXYS haar akkoord niet dan kan de contractsoverdracht nog steeds plaatsvinden, weliswaar dan zonder bevrijding. 33/96 Artikel 46
- Dit artikel is niet in overeenstemming met de artikelen 6, 1°, en 24 van de gedragscode. Het moet bijvoorbeeld mogelijk zijn om capaciteit en flexibiliteit afzonderlijk te verhandelen, of om vaste capaciteit als onderbreekbare capaciteit op de secundaire markt aan te bieden. Artikel 47
- Wat betreft artikel 47, §1, van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging stelt de CREG vast dat dit artikel in strijd is met artikel 26 van de gedragscode. Overeenkomstig artikel 26 van de gedragscode kan een netgebruiker capaciteit en/of flexibiliteit kopen via de secundaire markt met bevrijding van de overdrager. Eens hij deze capaciteit heeft aangekocht vraagt de netgebruiker aan de vervoersonderneming toegang tot het vervoersnet via het automatisch reserveringssysteem of via de onderhandelde toegang zoals vastgelegd in hoofdstuk 3 van de gedragscode. In het bijzonder verwijst de CREG naar de artikelen 15, 5° en 6° en 19, 7° en 8°, van de gedragscode.
- Artikel 47, §2, van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging moet worden geschrapt. Bij capaciteits- en/of flexibiliteitoverdracht zonder bevrijding van de overdrager zijn er ten overstaan van de vervoersonderneming enkel praktische afspraken inzake nominatie en netevenwicht te maken. Het vervoerscontract wordt niet gewijzigd, de bevrachter blijft ten overstaan van de vervoersonderneming de verantwoordelijke partij en de vervoersonderneming kan dan ook geen verdere verplichtingen opleggen. Artikelen 44 tot en met 47
- De artikelen 44 tot en met 47 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging zijn geen concrete invulling van artikel 10, §2, 4°, van de gedragscode en moeten bijgevolg verder uitgewerkt worden. Artikelen 48 tot en met 51
- De CREG verwijst in dit verband naar haar opmerkingen in paragraaf 46 van deze beslissing. Conform artikel 10, §2, 5°, van de gedragscode, hoort het uurrooster voor het indienen van de nominaties en hernominaties bij de belangrijkste voorwaarden, wegens het belang van deze regels voor de bevrachter bij het handhaven van het evenwicht tussen injecties en afnamen. Deze regels spelen een rol bij de beoordeling van de 34/96 balanceringsregels conform artikel 52, §2, 5°, van de gedragscode. Tevens moeten de belangrijkste voorwaarden op de gepaste plaats aanduiden binnen welke tijdspanne de vervoerder het toegangsprogramma aanvaardt en de betrokken partijen de informatie omtrent de meettoestanden en evenwichtspositie doorsturen. Artikelen 52 tot en met 55
- Deze artikelen hernemen de basisprincipes vastgelegd in de artikelen 2, 6, 52, 56 en 71 van de gedragscode op een onvolledige wijze. Loutere en bovendien onvolledige herhalingen van basisprincipes vastgelegd in de gedragscode, zonder concrete invulling ervan, dienen weggelaten te worden. Om volledig te zijn merkt de CREG nog het hierna volgende op. Artikel 52
- Bij het instellen van een evenwichtsregel in functie van de energiehoeveelheid is het wenselijk ergens te expliciteren of men de calorische onderwaarde dan wel de bovenwaarde in acht neemt. Het is dan ook wenselijk uitdrukkelijk te stellen hoe het onevenwicht behandeld wordt van de bevrachter die in evenwicht is met zijn volumes, maar wegens verschillen in gaskwaliteit over het vervoersnet in onevenwicht is in wat betreft energiehoeveelheid. Artikel 53
- Dit artikel moet verder uitgewerkt worden. Er dient te worden vermeld hoe de N.V. FLUXYS het evenwicht zal handhaven, op welke manier zij controle zal uitoefenen en welke middelen ze daartoe zal inzetten. De woorden “met als redelijk te beschouwen middelen” wijzen op een inspanningsverbintenis, wat in overeenstemming is met artikel 2, §1, van de gedragscode. Artikel 54
- Dit artikel is te summier. Er dient bepaald te worden hoe een bevrachter en/of de vervoersonderneming een noodsituatie moet inroepen en hoeveel tijd hij hiervoor krijgt. Artikel 55
- Er dient verduidelijkt te worden wat er precies bedoeld wordt met “andere door de bevrachter verschuldigde kosten”. De verwijzing naar artikel 54 van de belangrijkste 35/96 voorwaarden voor overbrenging betekent dat met de in artikel 55 van de belangrijkste voorwaarden opgesomde situaties “noodsituaties” bedoeld worden. De CREG stelt vast dat de twee opgesomde gevallen op technisch vlak niet beantwoorden aan een noodsituatie. Deze bepalingen zijn niet volledig in lijn met artikel 56 van de gedragscode en moeten dus aangepast worden. Wat betreft het begrip “tarieftoeslagen” gaat de CREG ervan uit dat hiermee de tarifaire toeslagen bedoeld worden waarover artikel 8 van het tariefbesluit handelt. In dit verband wijst de CREG erop dat, wanneer de bevrachter zelf geen fout treft aan het onevenwicht waarin hij zich bevindt (zoals bijvoorbeeld overmacht of een noodsituatie niet veroorzaakt door de bevrachter), deze tarifaire toeslagen alleen de werkelijke kosten die de vervoersonderneming heeft opgelopen ten gevolge van dat onevenwicht mogen dekken. In dergelijke gevallen kunnen de tarifaire toeslagen onmogelijk het doel nastreven om een verstandig gebruik van het vervoersnet te verzekeren in hoofde van de bevrachter. In deze gevallen treft de bevrachter zelf immers geen fout voor het onevenwicht, had hij dit onevenwicht niet kunnen voorkomen en zal hij ook in de toekomst een gelijkaardig onevenwicht niet kunnen voorkomen, zelfs niet als de tarifaire toeslag in zijnen hoofde een verstandig gebruik van het vervoersnet zou trachten te verzekeren. Artikel 58
- Dit artikel bepaalt dat de evenwichtsrekening door de N.V. FLUXYS wordt opgesteld op basis van de eerste voorlopige uurtoewijzing. Dit artikel moet verder worden uitgewerkt zeker voor wat betreft de laatste alinea. Artikel 59
- De CREG verwijst in dit verband naar de artikelen 35 en 52, §2, 5°, van de gedragscode, en stelt vast dat artikel 59 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging hieraan niet beantwoordt. Indien de informatiedoorstroming voor sommige categorieën van netgebruikers niet in de lijn is met de balanceringsperiode, moet de N.V. FLUXYS dit motiveren en een termijn voorstellen om deze overgangsregeling te beëindigen. Artikel 60
- De wijze waarop onevenwichten worden behandeld moet beter worden uitgewerkt. Er is een voldoende duidelijke uiteenzetting in verband met de problematiek van 36/96 netevenwicht nodig. Dit artikel bepaalt bijvoorbeeld niet duidelijk wat met de niet-toegestane uuronevenwichten gebeurt en op welke manier de bevrachters hun onevenwichten mogen bundelen. Artikelen 48 tot en met 60
- De artikelen 48 tot en met 60 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging beantwoorden niet voldoende aan artikel 10, §2, 5°, van de gedragscode. De CREG is van oordeel dat de belangrijkste voorwaarden inzake het evenwicht van de aardgasstromen beter moeten worden uitgewerkt. In het bijzonder wordt hiervoor verwezen naar de verplichtingen van de netgebruiker voorzien in artikel 52 van de gedragscode, de mogelijkheid tot bundeling van onevenwichten voorzien in artikel 55 van de gedragscode, de onderbrekingen en/of reductie voorzien in artikel 56 van de gedragscode alsook de artikelen 68 en 70 van de gedragscode. De CREG wenst er tevens op te wijzen dat de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging van de N.V. FLUXYS voor wat betreft het netevenwicht van niet continu bemeten eindafnemers, de zogenaamde profielklanten of SLP-afnemers, de nodige bepalingen en regels dient te bevatten. Artikelen 61 tot en met 70
- De artikelen 61 tot en met 70 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging beschrijven de te respecteren regels inzake netevenwicht maar geven niet alle informatie inzake tolerantiewaarden zoals bedoeld in artikel 1, 38°, van de gedragscode. De toegestane tolerantiewaarden moeten de netgebruiker in staat stellen om zonder bijkomende vergoeding op- en neerwaarts af te wijken van de genomineerde capaciteit en van het te respecteren energie-evenwicht binnen de balanceringsperiode. De toleranties ten opzichte van de genomineerde capaciteiten worden niet behandeld. De CREG is van oordeel dat de belangrijkste voorwaarden inzake de tijdseenheid en de tolerantiewaarden zoals bedoeld in de artikelen 52 en 53 van de gedragscode beter moeten worden uitgewerkt. De artikelen 61 tot en met 70 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging beantwoorden daarom niet volledig aan artikel 10, §2, 6°, van de gedragscode. Artikelen 63 tot en met 66
- Artikel 2, §3 van de gedragscode laat niet toe een positief saldo aan te kopen. De CREG is van oordeel dat in plaats van enkel een afrekening tussen de N.V. FLUXYS en de netgebruiker er bij voorkeur een afrekening tussen netgebruikers onderling moet mogelijk 37/96 zijn. De stimuli voorzien door de gedragscode in verband met het evenwicht zijn de tarifaire toeslagen die voortvloeien uit de overschrijding van het evenwicht en niet de tarieftoeslagen op verhandeling van aardgas zoals voorgesteld in laatste alinea van artikel
- De CREG is verder van oordeel dat afwijkingen van het dagevenwicht moeten mogelijk gemaakt worden door het aanbieden van bijkomende flexibiliteitsdiensten rekening houdend met de verplichtingen opgelegd door artikel 2 van de gedragscode. Artikelen 67 tot en met 70
- Deze artikelen moeten verder worden uitgewerkt rekening houdend met de bepalingen van de artikelen 10, §3, en 52, §2, 6°, van de gedragscode. Bovendien moet er worden uitgelegd hoe de flexibiliteit wordt toegewezen aan de netgebruikers en hoe het systeem inzake penaliteiten werkt. De vervoersondernemingen dienen uiteraard alle maatregelen te treffen om te vermijden dat de netgebruikers de systeemintegriteit in gevaar brengen. De netgebruikers moeten niettemin hun gedrag, binnen de perken van het contract, nog zelf kunnen bepalen, rekening houdend met de relevante prijssignalen inclusief de penaliteiten. Artikelen 71 en 72
- Artikel 55 van de gedragscode regelt de bundeling van de onevenwichten. De belangrijkste voorwaarden dienen te verduidelijken waar en hoe de specifieke behandeling zal geregeld worden. Artikel 55, tweede lid, van de gedragscode bepaalt dat wanneer de vervoersonderneming, met toepassing van artikel 6, 4°, van de gedragscode, de afnamepunten groepeert tot afnamezones, het voldoende is dat de netgebruiker een evenwicht eerbiedigt tussen de som van al zijn toeleveringen in een bepaalde afnamezone en de som van al zijn afnamen binnen dezelfde afnamezone. Dit moet de verhandelbaarheid bevorderen. De vraag stelt zich echter wat er gebeurt wanneer een netgebruiker werkzaam is in verschillende zones. Ook het derde lid van artikel 55 van de gedragscode, met name dat aan de netgebruikers de mogelijkheid gegeven wordt om na individuele bundeling in uitvoering van §§1 en 2 hun onevenwichten onderling te bundelen per ingangspunt, werd niet uitgewerkt. Artikelen 71 tot en met 73
- De CREG is van oordeel dat de belangrijkste voorwaarden inzake de bundeling van onevenwichten door de netgebruiker en de daarmee verbonden contractuele bepalingen 38/96 beter moeten worden uitgewerkt. De CREG verwijst hiervoor onder meer naar de artikelen 55, 68 en 70 van de gedragscode. De artikelen 71 tot en met 73 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging beantwoorden niet voldoende aan artikel 10, §2, 7°, van de gedragscode. Artikel 74
- Het begrip interconnectiepunten dient te worden gedefinieerd. Er dient verduidelijkt te worden of het gaat om ingangspunten, afnamepunten of een combinatie van beiden. Het is daarenboven wenselijk om de lijst van “interconnectiepunten” niet expliciet op te nemen in de belangrijkste voorwaarden. Op die manier wordt vermeden dat de wijzigingsprocedure dient gevolgd te worden telkens er een nieuw ingangspunt bijkomt of wegvalt. Artikel 79
- Overeenkomstig artikel 7 van de gedragscode dient de netgebruiker aan de ingangspunten aardgas te leveren dat voldoet aan de contractueel gestelde kwaliteitsvereisten. In de mate dat hieraan voldaan wordt, levert de vervoersonderneming aan de afnamepunten aardgas dat voldoet aan contractueel gestelde kwaliteitseisen. Artikel 79 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging verplicht de bevrachter tot het schadeloos stellen van de N.V. FLUXYS bij niet-nakoming van de kwaliteitsvereisten. Er dient verduidelijkt te worden hoe de schadeloosstelling zal bepaald worden. Hierover werd niets bepaald. In ieder geval mag de schadevergoeding niet hoger zijn dan de schade die de N.V. FLUXYS ondervindt van de niet-nakoming van de kwaliteitsvereisten door de bevrachter. Indien de N.V. FLUXYS geen schade lijdt, heeft ze geen recht op enige schadevergoeding. Tot slot, stelt de CREG de vraag wat de N.V. FLUXYS zal doen indien de netgebruiker gas injecteert in het vervoersnet dat aan de gestelde kwaliteitsvereisten voldoet, doch aan het afnamepunt dit niet langer meer zo is. Het is evenmin duidelijk wat het laatste lid van artikel 79 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging toevoegt, rekening houdende met de verplichtingen voor de bevrachter om in evenwicht te zijn. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS deze bepaling verder uit te diepen, rekening houdend met de gestelde opmerkingen en vragen. Artikel 80
- De CREG is van oordeel dat het ter beschikking stellen van informatie over de gaskwaliteit zeer belangrijk is, te meer daar het gasevenwicht in energiehoeveelheid gebeurt en de N.V. FLUXYS aan het injecteren van gas dat niet voldoet aan de gestelde 39/96 kwaliteitsvereisten een schadeloosstelling verbindt. De N.V. FLUXYS heeft slechts recht op een schadevergoeding wanneer ze daadwerkelijk schade lijdt. Bovendien gaat het hier om informatie aan een afnamepunt, zodat de aansprakelijkheid van de bevrachter in gedrag kan komen t.a.v. de eindafnemer wanneer het aardgas niet voldoet aan de gestelde kwaliteiten. Informatie over de gaskwaliteit, zowel op het ingangs- als op het afnamepunt is belangrijk voor de netgebruiker, gelet op diens aansprakelijkheid. Er is bijgevolg meer nodig dan een louter onderschrijven van een informatiedienst. De N.V. FLUXYS dient de informatie, die ze reeds heeft omwille van exploitatieredenen, via haar website bekend te maken. De CREG kan niet akkoord gaan met het indicatieve karakter van deze dienst. Naast de informatie die voor iedereen beschikbaar gesteld wordt, inzonderheid de gaskwaliteit op ingangspunten en belangrijke knooppunten van het net, kan de N.V. FLUXYS ook individuele diensten aanbieden, die op een welbepaald afnamepunt uitgevoerd worden en aan één netgebruiker toerekenbaar zijn. De CREG verwijst tenslotte naar de artikelen 34, 35 en 52 en hoofdstuk 8, afdeling 7, van de gedragscode waar respectievelijk de wijze waarop informatie aan de netgebruiker moet worden ter beschikking gesteld en de metingen op het vervoersnet, uit te voeren door de vervoersonderneming, worden behandeld. Artikelen 74 tot en met 80
- De artikelen 74 tot en met 80 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging moeten beter worden uitgewerkt betreffende de eisen inzake aardgaskwaliteit voor de verschillende ingangspunten van het vervoersnet. De artikelen 74 tot en met 80 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging beantwoorden niet aan artikel 10, §2, 8°, van de gedragscode. In het bijzonder verwijst de CREG naar de artikelen 3, 7 en 80 van de gedragscode. Artikelen 81 tot en met 86
- De CREG verwijst naar wat hiervoor reeds werd uiteengezet onder het eerste luik aangaande de voorafgaande standpunten en opmerkingen van de N.V. FLUXYS, meer in het bijzonder de door de CREG geformuleerde standpunten en opmerkingen aangaande het nalevingprogramma en het huishoudelijk reglement in de paragrafen 24 en 25 van deze beslissing. 40/96 Artikel 82
- Dit artikel stemt niet overeen met de bepalingen van de gedragscode. Het nalevingprogramma zoals bedoeld in artikel 42 van de gedragscode is van toepassing op alle werknemers. Het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 39 van de gedragscode is enkel van toepassing op werknemers die toegang hebben tot vertrouwelijke informatie. Artikel 83
- Dit artikel stemt niet overeen met artikel 42, §2, van de gedragscode. De CREG verwijst hiervoor naar wat uiteengezet werd in paragraaf 99 van deze beslissing. Artikel 86
- Overeenkomstig artikel 10, §2, 9°, van de gedragscode maakt het nalevingprogramma integraal deel uit van de belangrijkste voorwaarden zodat het ook goedgekeurd moet worden door de CREG. Dit geldt dus ook voor elke wijziging dat hieraan zou worden aangebracht. Het is dus niet voldoende dat alleen de directie van de N.V. FLUXYS het nalevingprogramma en de bijbehorende wijzigingen goedkeurt. Artikel 87
- De CREG stelt vast dat dit een herhaling is van wat in artikel 42, §2, van de gedragscode bepaald is, zodat artikel 87 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging weggelaten kan worden. Inhoudelijk wordt niet gezegd op welke wijze de vertrouwelijke informatie van de netgebruiker intern behandeld zal worden. Een herschrijven van dit artikel is dan ook nodig. Daarnaast moet ook het huishoudelijk reglement, meer bepaald de regels die een concrete invulling geven aan de artikelen 37 en 38 van de gedragscode, goedgekeurd worden door de CREG. Artikelen 88 en 89
- De artikelen 37 en 38 van de gedragscode handelen over de behandeling intern in een vervoersonderneming van vertrouwelijke informatie van netgebruikers. De inhoud van de artikelen 88 en 89 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging geven hier een zeer summier gevolg aan. Zo is niet geweten wat de N.V. FLUXYS juist verstaat onder de inhoud van vertrouwelijke informatie. Een verdere uitwerking is dan ook vereist. 41/96 Artikel 91
- De inhoud van dit artikel is slechts een gedeeltelijke herhaling van wat in artikel 40 van de gedragscode bepaald is. Wanneer deze bepaling alleen maar een herhaling inhoudt van wat in de gedragscode geschreven staat, heeft artikel 91 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging geen toegevoegde waarde, zodat dit weggelaten kan worden. Bij behoud van artikel 91 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging moet 2° in overeenstemming gebracht worden met artikel 40, 4°, van de gedragscode. Immers, het feit dat deze personen geen vermogensbelangen mogen hebben, is van essentieel belang en biedt een bijkomende veiligheid. Artikel 91, 3°, van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging moet in overeenstemming gebracht worden met artikel 40, 2°, van de gedragscode. Zo beperkt artikel 40, 2°, van de gedragscode zich niet tot geschillen in verband met de toegang tot het vervoersnet. Artikel 40, 2°, van de gedragscode betreft elk mogelijk geschil en wanneer het verstrekken van vertrouwelijke informatie noodzakelijk is voor de verdediging van de vervoersonderneming. Artikel 40, 3°, van de gedragscode dat verband houdt met het kenbaar maken van vertrouwelijke informatie aan de commissaris, de werknemers die worden tewerkgesteld binnen elke boekhoudkundige, juridische of andere dienst die in een geïntegreerde vervoersonderneming door zowel de leverings- als de vervoersafdeling gebruikt wordt, werd in dit artikel niet opgenomen. Het is van belang dat dit ook opgenomen wordt in het huishoudelijk reglement aangezien de gaswet geen scheiding voorziet van de gemeenschappelijke diensten van een vervoersonderneming. Artikelen 88 tot en met 93
- De CREG merkt op dat de artikelen 88 tot en met 93 uitsluitend handelen over de wijze waarop dient te worden omgegaan met vertrouwelijke informatie. Nochtans moeten de interne beleidsregels, overeenkomstig artikel 42, §2, 1° en 3°, van de gedragscode, ook een beschrijving omvatten van de procedures die de werknemers van een vervoersonderneming moeten respecteren in hun contacten met de netgebruikers en de regeling inzake de behandeling van vragen en dossiers van netgebruikers. Er dient bovendien verduidelijkt te worden of er andere beleidsregels zullen worden toegepast naargelang de categorie van 42/96 werknemers waarop zij van toepassing zijn. In voorkomend geval moet ook aangeduid worden welke verschillende categorieën van werknemers er zijn. Artikelen 94 tot en met 97
- Overeenkomstig artikel 10, §2, 9°, van de gedragscode moeten externe beleidsregels, zoals verwoord in artikel 42, §2, van de gedragscode door de CREG niet worden goedgekeurd. Artikelen 81 tot en met 99
- De artikelen 81 tot en met 99 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging inzake het nalevingprogramma zoals bedoeld in artikel 42, §2, van de gedragscode moeten herschreven worden. De artikelen 81 tot en met 99 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging beantwoorden niet volledig aan artikel 10, §2, 9°, van de gedragscode om de redenen vermeld in paragafen 99 tot en met
- Artikel 100
- Dit artikel is niet volledig in lijn met artikel 45 van de gedragscode. Zo moet artikel 100, 1°, van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging duidelijk aangeven dat een optimale en maximale benuttiging van de bruikbare capaciteit wordt beoogd. Daarnaast dienen de methodes die de N.V. FLUXYS hiervoor zal gebruiken, beschreven te worden. Artikel 100, 2°, van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging dient eveneens te vermelden dat de opsporing tijdig moet gebeuren. Ook hier geldt de algemene opmerking dat de belangrijkste voorwaarden een concrete invulling moeten zijn van wat is voorzien in de gedragscode. De belangrijkste voorwaarden kunnen zich helemaal niet beperken tot een herhaling van wat gesteld werd in de gedragscode. Artikel 101
- De CREG stelt vast dat deze bepaling niet volledig in overeenstemming is met wat bepaald is in artikel 8 van de gedragscode. Dit artikel legt de vervoersonderneming op naast vaste en niet-vaste capaciteit ook onderbreekbare capaciteit aan te bieden. De N.V. FLUXYS stelt in artikel 101 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging dat slechts beschikbare niet-vaste capaciteit of onderbreekbare capaciteit zal worden aangeboden wanneer zij een aanvraag tot vaste capaciteit niet kan aanvaarden. Deze laatste voorwaarde 43/96 houdt een beperking in van wat in artikel 8 van de gedragscode bepaald is. De CREG verwijst in dit verband tevens naar haar opmerking in paragraaf 41 van deze beslissing. Artikel 102
- Dit artikel verwijst naar artikel 132 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging. De CREG verwijst naar haar opmerkingen in paragraaf 146 van deze beslissing. Artikel 103
- De CREG verwijst in dit verband naar haar opmerkingen in de paragrafen 73 tot en met 78 van deze beslissing. Zoals in deze paragrafen uitvoerig werd uiteengezet bestaat er een onderscheid tussen overdracht met en overdracht zonder bevrijding. Alleen in geval van overdracht met bevrijding moet de N.V. FLUXYS haar toelating geven wat betreft de bevrijding van de bevrachter-overdrager en het aanvaarden van de bevrachter-overnemer als nieuwe contractspartij. Artikel 103 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging geeft de indruk dat de N.V. FLUXYS steeds haar goedkeuring geeft bij overdracht en bijgevolg de overdracht steeds met bevrijding zal gebeuren. Dit houdt een beperking in met wat in de gedragscode is toegelaten, met name overdracht zonder bevrijding. Artikel 104
- In artikel 48, §4, van de gedragscode wordt bepaald hoe een vervoersonderneming de beslissing van de CREG in gehele of gedeeltelijke opheffing van niet-gebruikte capaciteit moet uitvoeren. Met name, de vervoersonderneming voert de opheffing uit voor de netgebruikers pro rata de omvang van hun respectieve niet-gebruikte capaciteit. De CREG stelt vast dat artikel 104 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging hiervan geen concrete uitvoering is en dus nader uitgewerkt moet worden. Verder merkt de CREG op dat punt 2° van artikel 104 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging niet volledig in overeenstemming is met de bepalingen van artikel 48, §2, van de gedragscode. In artikel 48, §2, van de gedragscode gaat het om een “nieuwe” aangevraagde capaciteit. De woorden “zonder tarieftoeslag” in punt 3° van artikel 104 moeten ook verduidelijkt worden. De CREG verwijst in dit verband naar artikel 8 van het tariefbesluit. Punt 5° van artikel 104 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging moet ook vermelden dat de opheffing pro rata moet gebeuren overeenkomstig artikel 48, §4, van de gedragscode. 44/96 Artikel 105
- Zoals bepaald in artikel 45, laatste lid, van de gedragscode, dienen de resultaten van de opsporing van fysieke congestiepunten tijdig aan de CREG ter kennis gebracht te worden. Artikel 105 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging herhaalt deze bepaling zondermeer. Het heeft dan ook geen toegevoegde waarde en kan dus weggelaten worden. Artikel 106
- Dit artikel dient in overeenstemming gebracht te worden met de bepalingen van artikel 48, §5, van de gedragscode, dat bepaalt dat in geval van blijvende congestie de vervoersonderneming de capaciteitstoewijzigingsregels, waarvan sprake in de artikelen 9, §1, 2°, en 10, §2, 2°, van de gedragscode wijzigt in functie van de in de markt bestaande vraag, rekening houdende met de bepalingen van artikel 11 van de gedragscode, dat de verplichting oplegt aan de vervoersonderneming om de gewijzigde capaciteitstoewijzigingsregels ter goedkeuring van de CREG te onderwerpen. Artikel 100 tot en met 106
- De artikelen 100 tot en met 106 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging zijn geen concrete invulling van de bepalingen inzake congestiebeleid zoals vastgelegd in de artikelen 45 tot en met 48 en artikel 87 van de gedragscode. Het voeren van een pro-actief congestiebeleid veronderstelt een beleid gericht op het optimaal gebruik van de bruikbare capaciteit en het tijdig opsporen van punten van verzadiging dat zich vertaalt in een gedifferentieerd aanbod van vervoersdiensten vastgelegd in het indicatief vervoersprogramma bedoeld in artikel 9 van de gedragscode en een toekomstgericht investeringsbeleid. De CREG stelt vast dat de artikelen 100 tot en met 106 op onvoldoende wijze bovenvermelde punten behandelen. Deze artikelen moeten om tegemoet te komen aan artikel 10, §2, 10°, van de gedragscode, verder worden uitgewerkt. Hierbij dient de vervoersonderneming bovendien rekening te houden met artikel 10, §3, van de gedragscode. Artikel 107 tot en met 113
- De artikelen 107 tot en met 113 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging geven geen volledige concrete invulling aan de behandeling van aardgas voor eigen gebruik door de vervoersonderneming en van de verschillen op de periodieke 45/96 energiebalans zoals voorzien in artikel 10, §2, 11°, van de gedragscode. De CREG verwijst hiervoor naar de artikelen 2, §§ 2 tot en met 4, van de gedragscode, die een verdere uitwerking vereisen in de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging. Artikel 108
- De CREG is van mening dat moet verduidelijkt worden wat de N.V. FLUXYS bedoelt met “andere activiteiten” in punt 4° van artikel 108, eerste lid, van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging. De wijze waarop de aankopen van aardgas, bedoeld in artikel 108, tweede lid, van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging, zullen gerealiseerd worden, dienen nader bepaald te worden. Artikel 113
- Er dient verduidelijkt te worden wat verstaan wordt onder “report-/deportrekening”. Tevens dient vermeld te worden op welk artikel van het tariefbesluit de N.V. FLUXYS zich baseert. Artikelen 114 tot en met 119
- De CREG merkt op dat de artikelen aangaande de aansprakelijkheid niet evenwichtig zijn. Volgende verschilpunten werden vastgesteld : - daar waar de contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid van de N.V. FLUXYS ten aanzien van de bevrachter beperkt blijft tot het vergoeden van enkel de directe en materiële schade, wordt de contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid van de bevrachter ten aanzien van de N.V. FLUXYS uitgebreid tot het vergoeden van de indirecte en immateriële schade ; - daar waar de begroting van de te vergoeden schade door de N.V. FLUXYS voor één schadegeval per jaar, per contract afzonderlijk berekend wordt, worden voor de bevrachter alle contracten in aanmerking genomen worden. Bijkomende rijst hier de vraag of het maandelijks te betalen vast bedrag voor elk contract identiek is, dan wel of het verschillend is voor de verschillende contracten ; - ten aanzien van derden sluit de N.V. FLUXYS de financiële gevolgen van haar buitencontractuele aansprakelijkheid uit wat betreft de indirecte en immateriële 46/96 schade die derden zouden kunnen lijden. Voor directe en materiële schade van derden geldt de vrijwaring vanaf de gestelde drempelwaarden in artikel 115 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging. Wat betreft de bevrachter geldt geen vrijwaring en moet de bevrachter alle financiële gevolgen van zijn aansprakelijkheid ten aanzien van derden zelf dragen, zowel voor directe, materiële als indirecte en immateriële schade ; - de verwijzing naar de drempelwaarden van artikel 115 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging betekent dat de N.V. FLUXYS de derde vergoedt zowel voor directe, materiële schade als voor indirecte, immateriële schade. Eens de drempelwaarden zijn overschreden, zal het de bevrachter zijn die de verdere financiële gevolgen van de schade van derden vergoedt. De CREG stelt dus vast dat ten aanzien van derden de N.V. FLUXYS wel bereid is om indirecte en immateriële schade te vergoeden, terwijl zij dit ten aanzien van de bevrachter overeenkomstig artikel 115 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging uitsluit. Aangezien zowel de bevrachter als de derde/eindklant netgebruikers zijn en de gedragscode discriminatie tussen netgebruikers verbiedt, verzoekt de CREG naar een motivering van het gehanteerde verschil. Er wordt aan de N.V. FLUXYS gevraagd deze verschillen weg te werken of, indien zij moeten behouden blijven, deze verschillen afdoend te motiveren. Verder wordt ook aan de N.V. FLUXYS gevraagd om de reden en de hoogte te motiveren van de opgegeven vaste bedragen en de drempelwaarden die de aansprakelijkheid van de N.V. FLUXYS en de bevrachter beperken. Zonder afdoende motivering kan de CREG deze bedragen en drempelwaarden niet goedkeuren. Artikel 115
- De CREG laat opmerken dat het begrip “bedrog” (artikel 1116 B.W.) een relatieve nietigheidsgrond is van een overeenkomst en dus niets te maken heeft met een contractuele en/of buitencontractuele aansprakelijkheid. Er wordt beter gesproken van een opzettelijke fout of bedrieglijke fout. Verder stelt de CREG zich de vraag welk verschil er bestaat tussen een FLUXYS-overbrengingscontract waarvan sprake in artikel 115, 1° en 2°, van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging en de overbrengingscontracten, waarvan sprake in artikel 118, 1° en 2°, van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging. Indien er een 47/96 verschil bestaat moet dit verduidelijkt worden. Wanneer er geen verschil bestaat moet het begrip “FLUXYS” weggelaten worden. Het feit dat in artikel 115 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging verwezen wordt naar contractuele schade, betekent dus dat deze schadevergoeding geldt bij ontbinding van een vervoerscontract in geval van contractuele wanprestatie. Artikel 116
- Met dit artikel beoogt de N.V. FLUXYS dat de bevrachter haar moet vrijwaren voor elk mogelijke schade-eis die een derde, al dan niet-netgebruiker, inclusief de eindafnemernetgebruiker, gebaseerd op een buitencontractuele fout in hoofde van de N.V. FLUXYS, tegen haar zou kunnen instellen. Dit artikel vindt dus toepassing wanneer dezelfde feiten en een contractuele fout uitmaken in hoofde van de N.V. FLUXYS ten aanzien van de bevrachter én een buitencontractuele fout uitmaken in hoofde van de N.V. FLUXYS ten aanzien van derden. De CREG stelt dat de N.V. FLUXYS en niet de bevrachter de schade ontstaan uit de contractuele fouten van de N.V. FLUXYS dient te vergoeden. Ook voor de buitencontractuele fouten lijkt de regeling voorgesteld door N.V. FLUXYS niet aanvaardbaar gelet op de plafonnering van de maximale schadevergoeding waartoe de N.V. FLUXYS kan gehouden zijn. Artikel 117
- Artikel 117, eerste lid, van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging bepaalt dat noch de N.V. FLUXYS, noch de bevrachter een verhaalsrecht hebben tegenover elkaar wanneer er lichamelijke schade aan henzelf en/of aan hun personeel wordt toegebracht, behalve in geval van grove fout of bedrog. Het gaat hier om een bevrijdingsbeding. In principe kan men zich bevrijden van alle aansprakelijkheid, behalve voor eigen opzet, of wanneer de wet het uitdrukkelijk anders bepaalt, of wanneer hierdoor elke betekenis aan de overeenkomst wordt ontnomen dat partijen beoogden tot stand te brengen. Dezelfde opmerking geldt ook hier wat betreft het begrip “bedrog” zoals door de CREG verwoord werd in paragraaf 121 van deze beslissing.
- Verder is er de vraag hoe aan de N.V. FLUXYS en aan de bevrachter, wanneer dit ook een handelsvennootschap is, lichamelijke schade kan worden toegebracht. Dit is 48/96 uitgesloten zodat de bewoordingen “aan henzelf” geen bestaansreden heeft wanneer geen van beide partijen een natuurlijke persoon zijn.
- De CREG merkt op dat artikel 117, eerste lid, van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging het personeel van geen beide partijen het recht kan ontzeggen zelf hun verhaalrecht uit te oefenen. In dit verband herinnert de CREG eraan dat het onmogelijk is te bedingen dat het personeel van de N.V. FLUXYS en van de bevrachter in eigen naam en voor eigen rekening geen verhaalsrecht zouden mogen uitoefenen voor lichamelijke schade die hen werd toegebracht. Artikel 1119 van het B.W. stelt duidelijk dat niemand zich kan verbinden of iets bedingen in eigen naam dan voor zichzelf. De N.V. FLUXYS en de bevrachter zijn onderscheiden rechtssubjecten van het personeel dat bij hen tewerk gesteld is en die het slachtoffer kunnen worden van lichamelijke schade.
- Het tweede lid van artikel 117 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging voorziet een wederkerig vrijwaringsbeding. Met de derde wordt bedoeld ieder rechtssubject dat geen personeelslid is van de N.V. FLUXYS en de bevrachter. In principe moet een derde die het slachtoffer wordt van lichamelijke schade op basis van de artikelen 1382 en 1383 van het B.W. zijn vordering instellen tegen die partij die een fout heeft begaan, zoniet zal zijn vordering niet gegrond worden verklaard. Alleen deze partij is gehouden tot betaling van enige schadevergoeding. Wanneer het vrijwaringsbeding voorzien in artikel 117, tweede lid van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging hierop wordt toegepast, betekent dit bijvoorbeeld dat niet tegenstaande de fout in hoofde van de N.V. FLUXYS bewezen is, de schadevergoeding door de bevrachter toch betaald wordt. Het omgekeerde geldt ook. De CREG kan deze eigenaardige constructie niet goedkeuren tenzij de N.V. FLUXYS hiervoor een overtuigende reden kan geven.
- Het derde lid van artikel 117 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging roept eveneens vragen op. De verzekeraar is in de huidige stand van zaken geen belanghebbende partij. De CREG vraagt zich af hoe de N.V. FLUXYS en de bevrachter in het kader van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging zich tegenover elkaar al kunnen “verbinden” dat hun respectieve verzekeraars zullen instemmen om afstand te doen van hun verhaalsrecht, wat betreft lichamelijke schade. Met andere woorden, hier wordt beoogd dat de N.V. FLUXYS en de bevrachter in eigen naam er zich toe verbinden dat hun respectieve verzekeraars afstand doen van hun subrogatierecht nopens lichamelijke schade. 49/96 In eerste instantie moet verwezen worden naar het feit dat afstand van subrogatierecht in sommige gevallen wettelijk uitgesloten is, met name : - de artikelen 41 en 49 van de wet van 25 juni 1992 van de landverzekeringsovereenkomst met betrekking tot uitkeringen gedaan door een schadeverzekeraar of door een sommenverzekeraar ; - de artikelen 52, §4 en 75 van de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomst ; - artikel 47 van de arbeidsongevallenwet ; - artikel 70, §2 van de wet op de ziekte- en invaliditeitsverzekering. Ten tweede, houdt artikel 1119 van het B.W. in dat niemand zich kan verbinden of iets kan bedingen in eigen naam, dan voor zichzelf. Aangezien in het derde lid van artikel 117 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging gesteld wordt dat de N.V. FLUXYS en de bevrachter in eigen naam er zich toe verbinden dat een derde verzekeraar afstand zal doen van zijn subrogatierecht wat betreft de vergoeding voor lichamelijke schade, moet dit derde lid als nietig worden beschouwd. De techniek van een derdebeding (artikel 1121 van het B.W.) is eveneens uitgesloten daar een derdebeding alleen ten gunste van een derde kan bepaald worden. Afstand van een verhaalsrecht in hoofde van de derde-begunstigde is geen beding ten gunste van de verzekeringsmaatschappij, maar integendeel een beding ten nadele van de verzekeringsmaatschappij. Hoogstens kan in het derde lid van artikel 117 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging een belofte opgenomen worden waarbij de N.V. FLUXYS en de bevrachter elkaar beloven dat zij de nodige inspanningen zullen ondernemen opdat hun respectieve verzekeraars afstand van verhaalsrecht zullen doen wat betreft de vergoeding van lichamelijke schade. Het niet kunnen inwilligen van deze belofte mag in geen geval een reden zijn om het vervoerscontract te horen ontbinden. Evenmin mag dit een voorwaarde zijn om de toegang tot het vervoersnet te weigeren daar dit niet voorzien is als toegangsvoorwaarde in hoofdstuk 3 van de gedragscode. Het is best mogelijk dat een nieuwkomer-netgebruiker op de aardgasmarkt over niet voldoende financiële draagkracht beschikt teneinde van zijn verzekeringsmaatschappij deze toestemming te verkrijgen of de hieraan verbonden hogere verzekeringspremie te betalen. Dit houdt een ernstige toetredingsbelemmering in voor de toegang tot de gasmarkt voor nieuwkomers, wat vermeden moet worden bij de realisatie van een vrije en concurrerende gasmarkt. Bovendien werkt dit discriminatie van netgebruikers in de hand, wat verboden is overeenkomstig de gedragscode en de gaswet. 50/96 Artikel 118
- De CREG verwijst voor wat betreft artikel 118 van de belangrijkste voorwaarden voor overbenging naar paragaaf 121 van deze beslissing. Artikel 119
- Artikel 119 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging houdt geen vrijwaringsbeding in vermits met deze bepaling niets anders gezegd wordt dan dat de aansprakelijke partij, in dit geval de bevrachter, zelf de financiële gevolgen van zijn fouten moet dragen ten aanzien van derden. Bijgevolg heeft deze bepaling geen bestaansreden en kan ze dus weggelaten worden daar deze bepaling in feite neerkomt op de toepassing van het gemeen recht. Artikelen 120 tot en met 124
- Artikel 93 van de gedragscode bepaalt dat indien de vervoersonderneming voorschotten of bankgaranties vraagt aan de netgebruiker, deze in verhouding moeten staan met het te verwachten facturatiebedrag, rekening houdend met de contractueel bepaalde betalingstermijnen. De voorschotten en de bankgaranties mogen niet hoger zijn dan de gemiddelde prijs van de vervoersdiensten gerekend over de periode van levering van de diensten tot aan de betaling van de facturen. Over enige andere financiële waarborg, zoals het refereren aan een rating tot staving van de financiële draagkracht van de aanvrager, handelt de gedragscode niet. De CREG leidt hieruit af dat de gedragscode derhalve alleen voorschotten of bankgaranties aanvaardt als financiële waarborg. Ook de bezorgdheid om elke discriminatie tussen netgebruikers te voorkomen, gebiedt dat elke netgebruiker, ongeacht zijn ratings, een voorschot of een bankgarantie dient te geven, respectievelijk te stellen, waarbij de hoogte van dit voorschot of deze bankgaranties uitsluitend bepaald wordt in functie van de gemiddelde prijs van de vervoersdiensten waarop hij een beroep doet. Alleen door van elke netgebruiker een voorschot of een bankgarantie te vragen, plaatst men hen op voet van gelijkheid : men legt aan elke netgebruiker in functie van de vervoersdiensten waarop hij beroep doet, eenzelfde kost op. Dit is niet het geval wanneer men bepaalde ondernemingen die een bepaalde rating hebben, zou vrijstellen van het geven van een voorschot of het stellen van een bankgarantie. Deze ondernemingen zouden derhalve de kosten verbonden aan het geven van een voorschot of van het stellen van een bankgarantie niet hebben, terwijl de andere ondernemingen deze kosten wel dienen te dragen. Daarbij komt dat veelal de gevestigde en historische marktspelers eerder over de nodige rating zullen beschikken dan de nieuwkomers, terwijl men zeker bij het begin van een 51/96 liberalisering van een markt de toegang tot deze markt vooral voor de nieuwkomers dient te vergemakkelijken. Bijgevolg kan de CREG de artikelen 120 tot 124 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging niet aanvaarden in de mate ze werken met ratings en op basis hiervan bepaalde aanvragers vrijstellen van voorschotten of bankgaranties.
- De CREG kan bijgevolg ook niet aanvaarden dat de vervoersonderneming in de loop van het vervoerscontract de financiële draagkracht van de bevrachter gaat analyseren om de gestelde bankgarantie aan te passen. Artikel 93 van de gedragscode is duidelijk waar het stelt dat de voorschotten of bankgaranties enkel in verhouding staan tot het te verwachten facturatiebedrag, rekening houdend met de contractueel bepaalde betalingstermijnen. Het bevat geen enkele referentie aan de financiële draagkracht van de bevrachter. Artikelen 125 tot en met 131
- Artikel 10, §2, 13°, van de gedragscode bepaalt uitdrukkelijk dat de belangrijkste voorwaarden betrekking hebben op de voorwaarden van opzeg van een vervoerscontract, waaronder de eventuele schadevergoedingen. Het is dus verkeerd vanwege de N.V. FLUXYS te stellen dat de voorwaarden van opzeg nader uitgewerkt zullen worden in het vervoerscontract. Overeenkomstig de gedragscode behoort dit tot één van de dertien belangrijkste voorwaarden, zodat dit nader gepreciseerd moet worden in het desbetreffende hoofdstuk.
- Opzeg (résiliation) duidt op een beëindiging van een geldig afgesloten vervoerscontract zonder dat een contractuele en/of buitencontractuele wanprestatie van de tegenpartij bewezen moet worden. Opzeg vindt zijn juridische grondslag in artikel 1134 van het B.W. Daarnaast is het een feitelijk gegeven dat vervoerscontracten steeds worden afgesloten voor een bepaalde duur en dus in principe niet beëindigd kunnen worden voor het verstrijken van de overeengekomen duur, dan tenzij in volgende gevallen. Opzeg is mogelijk wanneer de wet het uitdrukkelijk toelaat. Steunend op artikel 10, §2, 13°, van de gedragscode, is het wettelijk toegelaten een vervoerscontract van bepaalde duur vroegtijdig op te zeggen. Deze opzegmogelijkheid geldt alleen ten voordele van de netgebruiker en niet ten voordele van de N.V. FLUXYS. Opzeg van een vervoerscontract heeft onvermijdelijk tot gevolg dat de toegang tot het vervoersnet geweigerd wordt. Artikel 15/7 van de gaswet bepaalt dat slechts in drie specifieke gevallen een vervoersonderneming de toegang tot het vervoersnet geldig kan weigeren. Ieder van de in artikel 15/7 van de gaswet opgesomde situaties zijn situaties die zich uitsluitend kunnen voordoen alvorens een 52/96 vervoerscontract met een netgebruiker wordt afgesloten. Met andere woorden ze betreffen uitsluitend de fase van de aanvraag tot toegang. Daarnaast moeten elk van deze weigeringen gemotiveerd worden. Eens een vervoerscontract is afgesloten voorziet de gaswet nergens dat een vervoersonderneming de toegang kan weigeren en dus het vervoerscontract vroegtijdig kan beëindigen. Het in de gaswet gehanteerde begrip “enkel geldig weigeren” is voor geen andere interpretatie vatbaar zodat buiten de gevallen opgesomd in artikel 15/7 van de gaswet, geen afwijkingen mogelijk zijn. Wanneer de gedragscode dan bepaalt dat de belangrijkste voorwaarden ook voorwaarden van opzeg moeten inhouden, betekent dit, om geen afbreuk te doen aan het principe dat een uitvoeringsbesluit niet strijdig mag zijn met een hogere rechtsnorm, dat de voorwaarden van opzeg uitsluitend gelden voor de netgebruiker en niet voor de vervoersonderneming. Zoals reeds hoger in paragraaf 1 van deze beslissing werd uiteengezet is het recht van toegang tot het vervoersnet van openbare orde. Vrije toegang tot het vervoersnet is één van de basispijlers voor de vrijmaking van de gasmarkt. Opdat er concurrentie op de gasmarkt zou kunnen komen en afnemers daadwerkelijk hun leverancier van aardgas zouden kunnen kiezen, is het essentieel dat de afnemers, de houders van leveringsvergunningen en andere netgebruikers gegarandeerd toegang hebben tot het vervoersnet en dat zij van dit recht kunnen genieten op een niet-discriminatoire wijze. Het recht van toegang tot het vervoersnet is dan ook een basisprincipe en een principieel recht dat niet beperkend geïnterpreteerd mag worden. Elke uitzondering hierop moet beperkend geïnterpreteerd worden. Een opzegrecht voor vervoerscontracten van bepaalde duur is een zodanige uitzondering. Niet alleen is dit een uitzondering op het algemene principe dat contracten van bepaalde duur niet vroegtijdig kunnen worden opgezegd, maar bovendien is dit opzegrecht een uitzondering op het principe dat het recht van toegang tot het vervoersnet van openbare orde is. Bijgevolg, kan dit opzegrecht uitsluitend gelden voor de netgebruiker. De N.V. FLUXYS beschikt bovendien over een feitelijk monopolie waardoor, in geval van opzeg van het vervoerscontract door de N.V. FLUXYS, het voor de netgebruiker in de praktijk onmogelijk wordt om op het Belgische grondgebied met een andere vervoersonderneming een vervoerscontract af te sluiten. Het argument dat iedere netgebruiker een vervoersvergunning kan aanvragen, is geen valabel argument. De uitbouw van een parallel vervoersnet gaat niet alleen gepaard met hoge investeringskosten, maar bovendien zal dit in de praktijk op heel wat moeilijkheden stuiten, gelet op de beperkte beschikbare ruimte in België en de grote bevolkingsdichtheid. De criteria voor de toekenning van een individuele vervoersvergunning, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 14 mei 2002 betreffende de vervoersvergunning voor gasachtige producten en andere door 53/96 middel van leidingen, zijn zodanig opgesteld dat slechts een zeer beperkte categorie van netgebruikers hieraan zal kunnen beantwoorden. Aangezien in de gedragscode elke discriminatie tussen netgebruikers en categorieën van netgebruikers is uitgesloten, is het logisch dat ook om deze redenen aan de N.V. FLUXYS geen opzegrecht verleend kan worden. Met het oog op een efficiënte en niet-discriminerende toegang tot het vervoersnet moet alles in het werk gesteld worden opdat alle marktdeelnemers, inclusief nieuwe deelnemers, daadwerkelijk toegang hebben tot de markt. Een volledig opengestelde markt waarbij de handels- en industriesector, evenals de consumenten vrij hun leveranciers kunnen kiezen, veronderstelt eveneens dat alle aanbieders, opdat zij vrij aan hun klanten zouden kunnen leveren, de absolute garantie hebben dat hen de toegang niet ontzegd wordt door de vervoersonderneming via het mechanisme van opzeg van een vervoerscontract. Leveranciers kunnen slechts de garantie bieden aan hun klanten aardgas te leveren, wanneer ook zij op hun beurt de garantie hebben van de vervoersonderneming dat hen de toegang niet geweigerd zal worden door het mechanisme van opzeg van een vervoerscontract. Op die manier wordt ook de mogelijkheid gecreëerd dat de afnemer daadwerkelijk de mogelijkheid heeft om over te stappen op een nieuwe leverancier, wat de concurrentie binnen de markt bewerkstelligt.
- De CREG merkt op dat in hoofdstuk XII van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging bijna uitsluitend bepalingen zijn opgenomen die verband houden met ontbinding en opschorting van een vervoerscontract. Zoals voor opzeg, leidt ontbinding en opschorting van een vervoerscontract onvermijdelijk tot weigering van de toegang tot het vervoersnet. Hoofdstuk XII van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging kent aldus aan de N.V. FLUXYS en aan de bevrachter het recht toe om eenzijdig en zonder enige voorafgaande rechterlijke controle het vervoerscontract te ontbinden. Dit betekent dat de N.V. FLUXYS unilateraal de toegang tot haar vervoersnet kan weigeren enkel en alleen omdat zij en zij alleen van oordeel is dat bijvoorbeeld de bevrachter een of andere contractuele verplichting niet nakomt. Nergens kent de gaswet evenwel dergelijk ontbindingsrecht toe aan één van de partijen bij het vervoerscontract (zie paragraaf 133 van deze beslissing). Daarbij komt dat het recht van toegang tot de vervoersnetten van openbare orde is zodat de partijen bij een vervoerscontact geen uitzonderinge