← België

Beslissing over de vraag tot goedkeuring van de netwerkcode van de N.V. FLUXYS

Obsah (9)§7§2§4§5§6§3§1§13§8

Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02 289 76 11 Fax: 02 289 76 09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESL

zake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas 20 oktober 2005

LEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 88, §1, van het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode

zake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas (hierna: de gedragscode), de voorstellen van een netwerkcode van de N.V. FLUXYS voor haar binnenlandse vervoersactiviteiten en opslagactiviteiten (hierna respectievelijk: het voorstel van overbrengingscode, het voorstel van opslagcode Loenhout en het voorstel van opslagcode Dudzele), die ter goedkeuring bij de CREG werden

gediend per drager met ontvangstbewijs, respectievelijk op 27 april 2005 (voorstel van overbrengingscode en voorstel van opslagcode Loenhout) en op 21 juni 2005 (voorstel van opslagcode Dudzele). Artikel 88, §1, van de gedragscode bepaalt dat de netwerkcode is onderworpen aan de goedkeuring van de Commissie en slechts

werking treedt na deze goedkeuring.. De onderstaande beslissing is

gedeeld

zes delen. Het eerste deel gaat over het wettelijke kader.

het tweede deel worden de antecedenten van de onderhavige beslissing uiteengezet.

het derde, vierde en vijfde deel wordt respectievelijk onderzocht of het voorstel van overbrengingscode, het voorstel van opslagcode Loenhout en het voorstel van opslagcode Dudzele de voorschriften van de gedragscode naleven, of ze rekening houden met de opmerkingen die de CREG heeft geformuleerd

haar beslissingen (B)040108-CDC244 van 8 januari 2004, (B)040603-CDC-244/2 van 3 juni 2004 en (B)041220-CDC-244/3 van 20 december 2004 over de vraag tot goedkeuring van de (aangepaste) belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot het vervoersnet van de N.V. FLUXYS en of ze verenigbaar zijn met de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot het vervoersnet van de N.V. FLUXYS, die de CREG op 20 december 2004 heeft goedgekeurd (hierna: de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging of opslag). Het zesde deel ten slotte bevat de conclusie. Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 20 oktober 2005. aaaa 2/74 I. I.1. 1. WETTELIJK KADER De gedragscode De gedragscode op basis waarvan het voorstel werd geformuleerd is de gedragscode bedoeld

artikel 15/5, §3, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (hierna: de gaswet),

de versie van vóór de wijzigingen aangebracht door de wet van 1 juni 2005 (Belgisch Staatsblad, 14 juni 2005). Op 1 juni 2005 werd de gaswet gewijzigd door de « wet houdende wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen » (Belgisch Staatsblad, 14 juni 2005). Artikel 24 van deze wet vervangt artikel 15/5, §3, van de gaswet door een artikel 15/5undecies dat het wettelijke kader van de gedragscode wijzigt. Zoals de voorbereidende werkzaamheden van deze wet vermelden1: « er werden enkele bepalingen toegevoegd. Zo bepaalt de gedragscode eveneens: - de minimumvereisten met betrekking tot de juridische en operationele scheiding van de vervoers- en leveringsfuncties van aardgas binnen de geïntegreerde beheerders van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-

stallatie; - de basisbeginselen met betrekking tot de rechten en verplichtingen van, enerzijds, de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-

stallatie en, anderzijds, de gebruikers van het desbetreffende aardgasvervoersnet, van de opslaginstallatie voor aardgas of van de LNG-

stallatie

zake het gebruik ervan en meer bepaald,

zake onderhandelingen over de toegang tot vervoer, over het congestiebeheer en over de publicatie van

formatie; - de maatregelen die

het verbintenissenprogramma moeten worden opgenomen om te waarborgen dat ieder discriminerend gedrag is uitgesloten en om te voorzien

een adequaat toezicht op de naleving ervan ». Het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode

zake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas zal dus moeten gewijzigd worden om de

houd ervan aan te 1 Parlementaire Stukken, Kamer, zitting 2004-2005, n° 1595/001, Memorie van Toelichting, p. 23. 3/74 passen aan de voorschriften van de wet van 1 juni 2005.

afwachting van deze wijziging wordt de onderhavige beslissing genomen met verwijzing naar het koninklijk besluit van 4 april

  1. Bij arrest nr. 126.817 uitgesproken door de Raad van State op 5 januari 2004

zake de N.V. DISTRIGAS en de C.V. DISTRIGAS & C° tegen de Belgische Staat, werd de schorsing van de tenuitvoerlegging van de gedragscode bevolen, minstens

zoverre die toepassing vindt op doorvoeractiviteiten

de zin van de richtlijn 91/296/EEG en artikel 1 7°bis, van de gaswet,

het bijzonder, maar niet beperkt tot, de artikelen 6, 48 en 64 van de gedragscode. Tengevolge van dit arrest moet de N.V. FLUXYS enkel haar voorstellen van netwerkcodes voor haar binnenlandse vervoersactiviteiten

België ter goedkeuring aan de CREG voorleggen. I.2. 3.

houd van de netwerkcode en goedkeuringsprocedure Overeenkomstig artikel 97 van de gedragscode legt de vervoersonderneming die op de dag van de

werkingtreding van de gedragscode reeds een vervoersnet exploiteert, uiterlijk vier maanden na de goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden, de netwerkcode ter goedkeuring voor aan de CREG. 4. De netwerkcode wordt gedefinieerd door artikel 1, 47°, van de gedragscode als een gestandaardiseerd geheel van bepalingen en regels met betrekking tot de toegang tot en het gebruik van het vervoersnet dat een automatisering van de behandeling van de aanvragen mogelijk maakt. Ze bevat

zonderheid, volgens de bepalingen van artikel 87 van de gedragscode: 1° de bepalingen met betrekking tot het gebruik en de werking van het automatisch reserveringssysteem,

zonderheid welke vervoersdiensten er via het automatisch reserveringssysteem kunnen aangevraagd worden en de relaties met eventuele secundaire markten vermeld

hoofdstuk 3, afdeling 1 en 3; 2° de regels

zake aanbod van capaciteit en flexibiliteit op eventuele secundaire markten; 3° de capaciteitstoewijzingsregels; 4° de regels

zake congestie; 5° alle

dit hoofdstuk vermelde rechten en verplichtingen samen met de procedures en de termijnen; 6° de wijze waarop de uitwisseling van

formatie en gegevens tussen de vervoersonderneming en de netgebruiker gebeurt, rekening houdend met de bepalingen van 4/74 de artikelen 39 en 51; 7° de wijze waarop de elektronische uitwisseling van gegevens tussen de vervoersonderneming en de netgebruiker en de vervoersondernemingen van vervoersnetten die aansluiten op haar eigen vervoersnet gebeurt, rekening houdend met de bepalingen van artikel 3. Krachtens artikel 17 van de gedragscode moet de netwerkcode eveneens een specifiek tijdsschema bevatten op grond waarvan de netgebruiker via het automatische reserveringssysteem capaciteit kan reserveren voor de daaropvolgende dag. 5. De

houd van de netwerkcode moet volkomen verenigbaar zijn met de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging en opslag, opgesteld krachtens artikel 10 van de gedragscode. De belangrijkste voorwaarden voor overbrenging en opslag zijn immers de regels die de vervoersonderneming

elk vervoerscontract moet naleven. 5/74 II. ANTECEDENTEN 6. Het voorstel van overbrengingscode en het voorstel van opslagcode Loenhout werden door de N.V. FLUXYS bij de CREG

gediend per drager met ontvangstbewijs op 27 april 2005. Het voorstel van opslagcode Dudzele werd door de N.V. FLUXYS bij de CREG

gediend per drager met ontvangstbewijs op 21 juni 2005. Overeenkomstig artikel 97 van de gedragscode en zoals aangehaald

paragraaf 3 van deze beslissing, is de N.V. FLUXYS wettelijk verplicht de netwerkcode uiterlijk vier maanden na de goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden ter goedkeuring voor te leggen aan de CREG,

dit geval dus op 20 april 2005. Niettegenstaande de laattijdige

diening van de voorstellen heeft de CREG ze onderzocht overeenkomstig artikel 89, §2, van de gedragscode. De beslissing van de CREG om de voorstellen

aanmerking te nemen ondanks de laattijdige

diening ervan mag echter niet geïnterpreteerd worden

het nadeel van de CREG en geeft de N.V. FLUXYS geen blanco volmacht om zich

de toekomst te onttrekken aan de

de gedragscode vermelde termijnen. De CREG dringt er dan ook op aan dat de wettelijke termijnen voortaan nauwgezet zouden

acht genomen worden. 7. De voormelde voorstellen werden aanvankelijk

het Engels bij de CREG

gediend. Artikel 52 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen

bestuurszaken (B.S. van 2 augustus 1966) bepaalt: « Voor de akten en bescheiden die voorgeschreven zijn bij de wetten en reglementen en voor die welke bestemd zijn voor hun personeel, gebruiken de private nijverheids-, handels- en financiebedrijven de taal van het gebied waar hun exploitatiezetel of onderscheiden exploitatiezetels gevestigd zijn » Aangezien de gedragscode moet beschouwd worden als een « akte of bescheid voorgeschreven bij een wet of reglement », vereist de wetgeving dat ze

het Nederlands of het Frans wordt

gediend. Niettegenstaande de voorstellen van netwerkcode voor het vervoer en de opslag

het Engels werden

gediend, heeft de CREG de ontvangst van de desbetreffende documenten bevestigd. Niettemin heeft ze de N.V. FLUXYS gelast haar de documenten uiterlijk op 16 juni 2005

het Frans of het Nederlands te bezorgen. Een Nederlandse versie van het voorstel van overbrengingscode en het voorstel van opslagcode Loenhout werden bij de CREG

gediend op 5 augustus 2005, terwijl een Franse versie van het voorstel van opslagcode Dudzele bij de CREG werd

gediend op 22 september

  1. 6/74
  2. De CREG wijst erop dat wijzigingen aan de netwerkcode kunnen aangebracht worden op voorstel van de vervoersonderneming en mits goedkeuring van de CREG, overeenkomstig artikel 88, §2, van de gedragscode. Van haar kant kan de CREG, rekening houdend met gewijzigde marktvoorwaarden of haar evaluatie van de marktwerking, de vervoersonderneming opdragen de netwerkcode te herzien of aan te passen, overeenkomstig artikel 89 van de gedragscode.
  3. Gezien het nauwe verband tussen, enerzijds, de definitie van de vervoers- en opslagdiensten die, met toepassing van artikel 9 van de gedragscode, worden beschreven

het

dicatief vervoersprogramma en, anderzijds, de regels en procedures

zake de toegang tot het vervoerssysteem en het gebruik ervan die, met toepassing van artikel 87 van de gedragscode, worden beschreven

de netwerkcode, zal deze beslissing regelmatig verwijzen naar het voorstel van

dicatief vervoersprogramma dat door de N.V. FLUXYS ter goedkeuring bij de CREG werd

gediend op 24 februari 2005 (hierna, naargelang de context: het voorstel van IVP Overbrenging of het voorstel van IVP Opslag) en naar de beslissing van de CREG (B)050817-CDC-454 van 17 augustus 2005 over de aanvraag tot goedkeuring van het

dicatief vervoersprogramma van de N.V. FLUXYS (hierna: de beslissing van 17 augustus 2005). 10. Deze beslissing neemt de commentaren

beschouwing van de marktspelers die de CREG heeft ontvangen ter gelegenheid van een raadpleging georganiseerd tussen april en juni 2005 en die uiteenlopende vormen aannam: a. bilaterale vergaderingen van de CREG en de bevrachters die op dit ogenblik actief zijn op het vervoersnet van de N.V. FLUXYS evenals met andere marktspelers, op hun verzoek; b. publicatie van de voorstellen van de N.V. FLUXYS op de website van de CREG; de belangstellenden werden verzocht hun commentaar uiterlijk op 15 juni 2005 schriftelijk over te maken aan de CREG. Tengevolge van deze publicatie heeft de CREG een aantal opmerkingen van een marktspeler ontvangen; c. een multilaterale vergadering op 22 juni 2005 van de CREG, de marktspelers en de N.V. FLUXYS,

de loop waarvan de N.V. FLUXYS de gelegenheid had de voorstellen uiteen te zetten, de CREG sommige van haar opmerkingen bij de voorstellen bekendmaakte en de marktspelers de kans kregen om commentaar te geven en vragen te stellen. 7/74

  1. De CREG heeft tevens haar standpunten met die van de N.V. FLUXYS vergeleken tijdens verschillende werkvergaderingen en via een uitgebreide elektronische briefwisseling. 8/74 III. ANALYSE VAN DE NETWERKCODE VAN DE N.V. FLUXYS VOOR HAAR ACTIVITEIT VAN BINNENLANDS VERVOER (‘VOORSTEL VAN OVERBRENGINGSCODE’) III.
  2. Algemene beschouwingen De CREG noteert vormverschillen tussen de drie voorstellen van netwerkcode. Deze verschillen houden onder andere verband met de structuur van sommige bijlagen (bijlage D, bijvoorbeeld), met hun

houd (bijvoorbeeld §1.3 van bijlage C van het voorstel van opslag Dudzele), met sommige formuleringen (bijvoorbeeld §1 van de bijlagen D van de drie voorstellen) of nog

verband met de vertaling of niet van de door het hele document gebruikte afkortingen. Als er geen redenen zijn om de drie teksten van elkaar te doen afwijken, moeten ze identiek zijn. Dat zal verwarring bij de netgebruikers voorkomen. De CREG vraagt dat de N.V. FLUXYS zich zou verzekeren van de samenhang van vorm en

houd van de drie voorstellen van netwerkcode. 13. Zoals vermeld

paragraaf 7 hiervoor, heeft de CREG eerst een Engelse versie van het voorstel van overbrengingscode ontvangen op 27 april 2005 en de Nederlandse versie pas op 5 augustus 2005. Door beide teksten met elkaar te vergelijken heeft de CREG een aantal verschillen tussen beide versies vastgesteld, waarvan sommige een

vloed hebben op de betekenis van de betrokken passages. De bijzonderste verschillen die de CREG ontdekte worden opgesomd

bijlage 1 van deze beslissing. 14. De procedure om de overbrengingscode te wijzigen moet

detail beschreven worden

de overbrengingscode zelf en niet

zijn bijlagen en moet rekening houden met de bepalingen van de artikelen 88 en 89 van de gedragscode. Telkens wanneer

de bijlagen van de overbrengingscode wordt verwezen naar een aanpassing van deze laatste, zal de tekst uitdrukkelijk verwijzen naar de procedure die

detail wordt beschreven

de overbrengingscode. Deze opmerking geldt bijvoorbeeld voor de bijlagen G1 §2, H §3.

  1. en §4.
  2. De CREG laat tevens opmerken dat de wijzigingen die door de CREG werden goedgekeurd krachtens de procedures beschreven

de artikelen 88 en 89 van de gedragscode een dwingend karakter hebben en dus opgelegd worden aan alle ondertekenaars van de overbrengingscode. 9/74 15. De CREG stelt vast dat de « Articles of Agreement van de netwerkcode », aangekondigd

§7

.1 van het voorstel van IVP Overbrenging, niet bij het voorstel van overbrengingscode

begrepen zijn. De CREG vraagt om coherentie tussen beide documenten: als het voorstel van IVP Overbrenging verwijst naar de « Articles of Agreement van de netwerkcode », moeten deze opgenomen zijn

de overbrengingscode en dus ter goedkeuring aan de CREG voorgelegd worden. 16. De structuur van het voorstel van overbrengingscode, meer bepaald de nomenclatuur die gebruikt wordt om de bijlagen te nummeren die

begrepen zijn

de hoofdbijlagen C, D, G1, G2 en I (bijvoorbeeld « Bijlage A van bijlage C »), is onduidelijk. Om dit probleem te verhelpen, vraagt de CREG de N.V. FLUXYS dezelfde nomenclatuur te gebruiken voor alle subbijlagen van de netwerkcode, zodat men de hoofdbijlage waarnaar ze verwijzen kan herkennen, en deze nomenclatuur op elke subbijlage aan te duiden (bijv. C-A.1 voor de eerste subbijlage van bijlage C). 17. De CREG raadt aan om de formulering van de overbrengingscode

de mate van het mogelijke

overeenstemming te brengen met de formulering van de overeenkomstige artikels van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging. De CREG meent dat onder meer de volgende passages

dat opzicht kunnen verbeterd worden: - bijlage B, §1 (zie artikel 108 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging); - bijlage B, §2 (zie artikel 78 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging); - bijlage B, §3.1 (zie artikel 48 van de gedragscode); - bijlage B, §3.2 (zie artikel 113 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging); - bijlage D, §4 (zie hoofdstuk 4 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging); - bijlage E, §1 (zie hoofdstuk 8 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging); - bijlage E, §2.3 (zie artikel 60 van de belangrijkste voorwaarden voor de opslag). 18. De CREG stelt vast dat het voorstel van overbrengingscode niet de (gedetailleerde) beschrijving bevat van de "Day-Ahead Market" (DAM) noch van het "automatische reserveringssysteem" (ARS). De CREG beseft dat dit het gevolg is van het feit dat de DAM en het ARS nog niet geïmplementeerd zijn, maar laat toch opmerken dat de overbrengingscode te gelegener tijd zal moeten aangepast worden. DE CREG verwijst

dit verband naar de artikelen 99 en 100 van de gedragscode. 19. De CREG stelt vast dat sommige rechten en plichten, vermeld

hoofdstuk 8 van de gedragscode, niet uitdrukkelijk worden opgenomen

het voorstel van overbrengingscode. Het gaat bijvoorbeeld om: 10/74 - de verplichting voor de vervoersonderneming om de netgebruiker onverwijld te verwittigen

geval van overschrijdingen die de systeemintegriteit

het gedrang brengen en/of de normale dienstverlening aan andere netgebruikers verstoren en hem de maatregelen op te leggen die nodig zijn om het evenwicht te herstellen (artikel 56 van de gedragscode); - de verplichting voor de vervoersonderneming om de netgebruiker

formatie te verschaffen over het geleverde aardgasvolume en het verschil tussen de nominatie en het werkelijk geleverde gasvolume (artikel 67 van de gedragscode); - het verbod voor de vervoersonderneming om de onevenwichten als gevolg van de verschillen tussen de door de netgebruikers gemaakte nominaties en de werkelijke aardgasstroom bij de

gangspunten

rekening te brengen van de netgebruiker, voor zover er desbetreffende overeenkomsten zijn afgesloten met alle betrokken operatoren van aangrenzende aardgasvervoersnetten (artikel 68, §2, van de gedragscode); - de verplichtingen vermeld

de artikelen 71 tot 74 van de gedragscode, met betrekking tot onderbrekingen en reducties van de aardgasstromen

het vervoersnet. De CREG vraagt dat het geheel van rechten en plichten vermeld

hoofdstuk 8 van de gedragscode zou opgenomen worden

de overbrengingscode, met toepassing van artikel 87 van de gedragscode. III.

  1. Analyse Tenzij anders wordt vermeld, komt de structuur van de onderstaande analyse overeen met de volgorde van hoofdstukken en titels van het voorstel van overbrengingscode en zijn bijlagen.
  2. Doelstelling en definities
  3. De

afdeling 1.1 van het voorstel van overbrengingscode vermelde doelstelling is onnauwkeurig. Het gaat er niet enkel om de operationele regels, maar ook een aantal andere regels, rechten en plichten te beschrijven, zoals aangegeven

paragraaf 4 hiervoor. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS dan ook de door de overbrengingscode beoogde doelstellingen vollediger weer te geven. 22. Wat betreft de termen die niet

het voorstel van overbrengingscode zelf gedefinieerd worden, moet het voorstel van overbrengingscode verwijzen naar de gaswet, de 11/74 gedragscode en de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging. Verder moeten de definities van de overbrengingscode volkomen verenigbaar zijn met de definities van de gaswet, de gedragscode en de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging. De CREG noteerde onder andere de volgende onverenigbaarheden: - de definitie

(8)van « geaggregeerd ontvangststation » wijkt af van de definitie

de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging; - de definitie

(17)van « dag » wijkt af van de definitie van « gasdag »

de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging; - de definitie

(22)van « gaswet » wijkt af van de definitie van dezelfde term

de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging; - de definitie

(50)van « flexibiliteitsdiensten » wijkt af van de definitie

de gedragscode; - de definitie

(60)van « netgebruiker » wijkt af van de definitie

de gaswet; - de definitie

(62)van « calorische bovenwaarde » bevat een feitelijke vergissing, waardoor ze afwijkt van de definitie

de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging; - de definitie

(73)van « belangrijkste vorwaarden » wijkt af van de definitie

de gedragscode; - de definitie

(102)van « secundaire markt » wijkt af van de definitie

de gedragscode; - de definitie

(112)van « leverancier » is onverenigbaar met de definitie van « aargaslevering »

de gaswet; - de definitie

(123)van « werkdag » wijkt af van de definitie

de gedragscode. 23. De CREG wijst erop dat de term « netgebruiker »

de gaswet wordt gedefinieerd als « elke natuurlijke of rechtspersoon die levert aan of afneemt van het betrokken net ». Deze term dekt dus heel wat medespelers

de gasketen, onder meer de bevrachters, de distributieondernemingen en de eindafnemers die rechtstreeks aan het vervoersnet aangesloten zijn. Een grote meerderheid van de bepalingen van het voorstel van overbrengingscode waarin de term « netgebruiker » wordt gebruikt heeft echter uitsluitend betrekking op de bevrachters, een term die

de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging van de N.V. FLUXYS wordt gedefinieerd als « elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een overbrengingscontact heeft afgesloten met Fluxys ». Daarom verzoekt de CREG de N.V. FLUXYS de hiervoor aangehaalde definitie van « bevrachter »

herinnering te brengen en de term « netgebruiker » te vervangen door de term « bevrachter »

het voorstel van overbrengingscode en zijn bijlagen, voor elke bepaling die enkel betrekking heeft op deze laatsten en niet op de andere netgebruikers

de zin van de gaswet. 24. Wat de overige definities betreft, formuleert de CREG de volgende opmerkingen en vragen: 12/74 - de term « custody transfer » gebruikt

definitie

(33)zou moeten gedefinieerd worden

de overbrengingscode; - de term « SMP » gebruikt

de definities

(56)en
(57)zou moeten gedefinieerd worden

de overbrengingscode; - de definitie

(70)zou eveneens naar de MTSRSI op het afnamepunt moeten verwijzen; -

definitie

(96)verzoekt de CREG de termen « aan de bedrijfscondities en » te schrappen. De CREG verwijst onder andere naar paragraaf 81 hierna. 25. De CREG vraagt dat de N.V. FLUXYS zou letten op de coherentie van de overbrengingscode met het

dicatief vervoersprogramma. Op dit ogenblik bestaat er geen goedgekeurd

dicatief vervoersprogramma van de N.V. FLUXYS. De CREG stipt echter het feit aan dat de diensten waarvan de definities

het voorstel van overbrengingscode genummerd werden als

(1),
(2),
(3),
(5),
(7),
(20),
(30),
(31),
(66)en
(98)niet of anders gedefinieerd worden

het voorstel van IVP Overbrenging. 26. Zo is het ook niet aangewezen om

de overbrengingscode de cijferinhoud van de door de vervoersonderneming aangeboden diensten weer te geven. Deze

houd moet

het

dicatief vervoersprogramma gedefinieerd worden en is onderworpen aan de goedkeuring van de CREG

het raam van de procedure bepaald

artikel 9, §2, van de gedragscode. Daarom vraagt de CREG dat de definities genummerd

(1),
(5),
(17),
(18)en
(20)

het voorstel van overbrengingscode niet de diensten zouden beschrijven noch de getalswaarde zouden vermelden, om het risico op tegenstrijdigheid van beide documenten, waarvoor sterk verschillende procedures voor wijziging en/of aanpassing gelden, te voorkomen. Zonodig zal de overbrengingscode verwijzen naar het

dicatief vervoersprogramma van de N.V. FLUXYS. 27. Voor de vlotte leesbaarheid is het aangewezen de definities

alfabetische volgorde te plaatsen. Als de afkortingen niet met dezelfde letters beginnen verdient het aanbeveling ze afzonderlijk op te nemen met verwijzing naar de term voluit. 2. Bijlagen Bijlage A: Toewijzingsprocedure van de vervoersdiensten 28. Zoals aangegeven

paragraaf 26 hiervoor, is de overbrengingscode niet het document waarin de diensten moeten gekwantificeerd worden. De CREG eist dan ook dat de N.V. FLUXYS alle vermeldingen van getalswaarde uit §§ 2 en 3 van deze bijlage zou verwijderen. 13/74

  1. De eerste zin van §2.1 lijkt te betekenen dat de bevrachters de keuze hebben van het type afnamecapaciteit dat ze reserveren (bijvoorbeeld: SLP, niet-SLP, NDM), wat niet door de N.V. FLUXYS wordt bevestigd. Er zou een nauwkeuriger formulering moeten gebruikt worden om iedere verwarring te voorkomen.
  2. Het zou beter zijn elke verwijzing naar de « matching rule »

§2

.1 te vermijden, want deze regel dient om de

gangscapaciteit waarop de bevrachter moet

tekenen te bepalen en niet de afnamecapaciteit. 31. Nog altijd

§2

.1, gaan de derde en vierde paragraaf over de toewijzing van het op de afnamepunten afgenomen gas. Dit onderwerp moet niet aangesneden worden

bijlage A, die over de toewijzing van de vervoersdiensten gaat, maar wel

de bijlage « Operationele procedures » van de overbrengingscode. 32. Wat de beschrijving van de « matching rule »

§2

.2.1 betreft, verwijst de CREG naar haar commentaar en opmerkingen gemaakt

paragraaf 38 van haar beslissing van 17 augustus 2005. Verder merkt de CREG op dat de betekenis van de term « matching »

deze context niet dezelfde is als de definitie die ervan wordt gegeven

bijlage C van het voorstel van overbrengingscode. Deze laatste is correcter, want ze is coherent met de gebruikelijke betekenis van de term « matching »2, die betrekking heeft op het nagaan van de overeenstemming van de nominaties aan de

terconnectiepunten tussen vervoersnetten. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS dus de verplichting die de onderschrijvingen van

gangs- en afnamecapaciteit bindt anders te benoemen, bijvoorbeeld « contractuele band

gang-uitgang ». 33. Met betrekking tot de regels voor de toewijzing van basis- en aanvullende overdrachtscapaciteit, beschreven

§2

.3, verwijst de CREG naar haar commentaar en vragen geformuleerd

paragraaf 40 en 41 van haar beslissing van 17 augustus

  1. De CREG merkt op dat de regels voor de toewijzing en onderbreking van aanvullende overdrachtscapaciteit, vermeld

het voorstel van overbrengingscode, verschillen van deze

het voorstel van IVP Overbrenging. De CREG vraagt de N.V. FLUXYS dat deze regels

beide documenten dezelfde zouden zijn. 35. Na het verwijderen van de cijfergegevens

verband met de hoeveelheid flexibiliteit waarop de bevrachters recht hebben naargelang de capaciteit waarop ze

tekenden, kan §3 worden samengevat

één paragraaf die de principes herhaalt die gelden voor de toewijzing 2 De CREG verwijst bijvoorbeeld naar regel CBP 2003-002-01 die werd goedgekeurd door de leidende

stanties van EASEE-gas 14/74 van de basisflexibiliteitsdiensten (die automatisch worden toegekend bij de

tekening op afnamecapaciteit) en de aanvullende flexibiliteitsdiensten (toegekend volgens het principe First Committed First Served) en verwijst naar het

dicatief vervoersprogramma voor wat betreft de hoeveelheid flexibiliteit waarop de bevrachters recht hebben. 36. De overbrengingscode moet zo min mogelijk verwijzen naar bijzondere datums of jaren, die een jaarlijkse aanpassing van de overbrengingscode zouden vereisen. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS dan ook de vermelding « 2005 » uit de titel van deze §3 te verwijderen. 37.

§4vraagt de CREG aan de N.V.

FLUXYS om dezelfde regel voor de toewijzing van capaciteit voor de mengsstations te hanteren als die welke

het voorstel van IVP Overbrenging wordt aangegeven. Enkel deze laatste stemt overeen met artikel 56 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging. Bovendien zou de overbrengingscode de procedure moeten beschrijven die dient gevolgd te worden door de bevrachters die het gebruik van de mengstations tot na 28 februari wensen te verlengen, evenals de te volgen regel

dien een dergelijke verlenging slechts zou gewenst worden door een deel van de bevrachters die capaciteit voor de mengstations vragen. 38.

§5vraagt de CREG aan de N.V.

FLUXYS om dezelfde regel voor de toewijzing van de ontspandiensten te hanteren als die welke

het voorstel van IVP Overbrenging wordt aangegeven. Deze laatste is correcter

die zin dat de capaciteit wordt toegekend naargelang de behoeften en niet enkel naargelang de aard van de afnamepunten. 39.

§6vraagt de CREG aan de N.V.

FLUXYS om dezelfde regel voor de toewijzing van de odorisatiediensten te hanteren als die welke

het voorstel van IVP Overbrenging wordt aangegeven. Deze laatste is correcter

die zin dat de capaciteit wordt toegekend naargelang de behoeften en niet enkel naargelang de aard van de afnamepunten. Bijlage B: Procedure voor congestiebeheer 40. Op verschillende plaatsen

§3

(bijvoorbeeld §1, 3.1.1 en §3.1.2) wordt de tekst van de gedragscode en van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging praktisch woord voor woord overgenomen, zonder verdere details toe te voegen. De CREG verwacht dat de overbrengingscode onder meer preciseert binnen welke termijnen de verschillende acties die ten laste komen van de N.V. FLUXYS moeten ondernomen worden. 41. Tenzij de N.V. FLUXYS het uitdrukkelijk verantwoordt, vraagt de CREG dat de

§1

.3 gebruikte term « Transport Services Agreement » vervangen wordt door « Master Agreement 15/74 for Transport and Related Services », zoals gedefinieerd

de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging. 42. Voor een grotere duidelijkheid vraagt de CREG dat de eerste zin van §3.1.2 als volgt vervolledigd wordt: de woorden « moet elke capaciteitsaanvrager aantonen dat de gevraagde capaciteit daadwerkelijk wordt gebruikt » dienen vervangen te worden door « moet elke capaciteitsaanvrager aan de CREG aantonen dat de gevraagde capaciteit daadwerkelijk zal gebruikt worden ». Zoals ook wordt aangehaald

paragraaf 44 van deze beslissing, is het wel degelijk de CREG die over deze

formatie moet beschikken. 43. De procedure beschreven

de tweede alinea van §3.1.3 moet uit de overbrengingscode verwijderd worden.

de overbrengingscode van de N.V. FLUXYS dient

geen geval de door de CREG gevolgde procedure

toepassing van artikel 48, §3, van de gedragscode te worden beschreven. De gedragscode is voor wat betreft deze procedure duidelijk en voldoende. 44.

§3.1.4 wordt gesteld dat de N.V.

FLUXYS met behulp van het gebruiksregister van de toegewezen capaciteit de vrij te geven capaciteit moet berekenen. De gedragscode bepaalt

artikel 47, §2: « de vervoersonderneming bepaalt de omvang van de niet-gebruikte vaste capaciteit per netgebruiker

functie van elk relevant criterium (…) ». Niettemin is het volgens artikel 48, §3 van de gedragscode de CREG die « de nodige stappen neemt opdat de vervoersonderneming de toewijzing van niet-gebruikte capaciteit geheel of gedeeltelijk zou opheffen ». Daarom dienen de woorden « Fluxys moet met behulp van de registers (…) » vervangen door « De CREG moet met behulp van de registers (…) ». 45.

geval van blijvende congestie voorziet artikel 48, §5 van de gedragscode

een wijziging van de capaciteitstoewijzingsregels, wat een wijziging van de overbrengingscode, van het

dicatief vervoersprogramma en van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging vereist. Het is aangewezen §4.2 dienovereenkomstig te wijzigen, daarbij verwijzend naar de

detail uiteengezette procedure voor het wijzigen van de overbrengingscode die moet beschreven worden

de overbrengingscode, zoals gevraagd

paragraaf 14 hiervoor. Bijlage C: Operationele procedures 46. Voor wat betreft §2.1 en §2.2, wil de CREG doen opmerken dat de eindafnemers en de bevrachters

de onmogelijkheid verkeren om de calorische bovenwaarde (hierna CBW) te voorspellen van het gas dat aan de afnamepunten van het vervoersnet zal afgenomen worden. De bevrachter kan slechts

formatie verschaffen over de kwaliteit van het gas dat 16/74 hij naar de

gangspunten van het vervoersnet laat overbrengen en deze

formatie moet hij dan ook nog krijgen van de vervoersnetbeheerder upstream.

zijn net worden de fysieke stromen enkel beheerd door de vervoersonderneming. De CREG is dan ook van mening dat de N.V. FLUXYS de bevrachters niet moet vragen om de CBW te voorspellen van het gas dat ze zullen afnemen, maar dat het veeleer haar taak is de betrokken bevrachters en andere netgebruikers te

formeren over haar voorspellingen m.b.t. de CBW van het gas dat ze aan de afnamepunten zal herleveren, eens de schattingen van de bevrachters m.b.t. de CBW van het aan de

gangspunten geleverde gas en hun nominaties aan de

gangs- en afnamepunten gekend zijn. Dit systeem wordt trouwens voorzien, onder de vorm van een optionele dienst,

artikel 96 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging. De CREG vraagt dan ook dat de N.V. FLUXYS deze dienst zo spoedig mogelijk zou aanbieden. 47. De

§2

.1.2 voorkomende term « beschikbare dagelijkse hoeveelheden » is niet gedefinieerd. De CREG merkt op dat die term niet kan geïnterpreteerd worden

de zin van “beschikbare capaciteit” zoals gedefinieerd

de gedragscode, zodat een definitie van deze term en/of de keuze van een andere term onontbeerlijk is. De CREG laat dezelfde opmerking gelden voor andere plaatsen waar de term « beschikbaar » nog voorkomt

het voorstel overbrengingscode zonder duidelijk gedefinieerd te zijn, bij voorbeeld

Bijlage D, §2.1

  1. De tweede en derde paragraaf van §2.2 zijn onvoldoende duidelijk en moeten geherformuleerd worden.
  2. De CREG merkt een

coherentie op tussen de tekst en de legende van de grafieken

§2

.2: de afkortingen SDT en TDT betekenen respectievelijk « Grid User’s Daily Transport Notice » en « Transporter’s Daily Transport Notice »

de tekst en « Grid User’s Daily Conversion Notice » en « Transporter’s Daily Conversion Notice »

de grafieken. De CREG vraagt dat elke

de overbrengingscode gebruikte afkorting een enkele betekenis zou hebben. 50. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS om bijkomende uitleg te verschaffen over de betekenis van de term « verplicht”

§2.2.1, alsook over de gevolgen van een niet-naleving van deze verplichting.

Een “alternatieve oplossing » lijkt immers reeds voorzien te zijn, met name terugvallen op het SWT bericht, zodat het “verplichte” karakter van deze eerste nominatie onduidelijk is. 51. Wat de nodige termijn betreft om

de loop van de dag te hernomineren aan de opslag van Loenhout, die een bijzonder

gangspunt (bij uitzending) en afnamepunt (bij

jectie) van het vervoersnet vormt, verwijst de CREG naar paragraaf 146 hierna. 17/74 52. Verscheidene

§2

.3 gebruikte termen worden niet nader gedefinieerd: AMTSRh, standaard CBW, CBWh, RFh. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS deze termen

de overbrengingscode te definiëren. 53.

§2

.5.1 worden de termen « aansluitingsprocedures » en « toewijzingsovereenkomst » gebruikt

verband met de

gangspunten van het vervoersnet.

de definities van de overbrengingscode hebben deze termen echter uitsluitend betrekking op de afnamepunten. De CREG vraagt de N.V. FLUXYS om de formulering van deze paragrafen of de definitie van voornoemde termen

de overbrengingscode te herzien. 54. De CREG stelt voor om

de paragrafen 3 en 4 §2.5.1, de termen « voorlopige uurtoewijzing » en « definitieve toewijzing » te gebruiken, die nauwkeuriger zijn dan « bepaalt elk uur de voorlopige (resp. definitieve) aardgashoeveelheden », aangezien deze termen gedefinieerd worden

de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging. Deze opmerking geldt eveneens voor §2.5.3.

voorkomend geval stelt de CREG de N.V. FLUXYS voor de definitie van « voorlopige uurtoewijzing » en « definitieve toewijzing »

de overbrengingscode te herhalen. 55. De beschrijving van de procedures voor de toewijzing van gas aan de

gangs-, overdracht- en afnamepunten vermeldt niet de termijn, de frequentie noch de manier waarop de voorlopig en definitief toegekende hoeveelheden aan de betrokkenen worden meegedeeld. De CREG vraagt dat deze

formatie duidelijk

de overbrengingscode wordt weergegeven,

overeenstemming met artikel 67 van de gedragscode. 56. Het voorstel van overbrengingscode preciseert niet de specifieke toewijzingsregels voor de geaggregeerde ontvangststations. Zelfs, al is het volkomen aanvaardbaar dat over de regels voor de toewijzing van gas tussen verscheidene bevrachters aan de afnamepunten waarop rechtstreekse eindafnemers zijn aangesloten vrij tussen de betrokken partijen kan onderhandeld worden

het raam van een toewijzingsovereenkomst, zo is het even noodzakelijk dat de regels voor toewijzing aan de geaggregeerde ontvangststations (hierna: GOS) transparant zouden zijn en dat de CREG a priori de niet discriminerende aard ervan zou kunnen waarborgen via de procedure van de goedkeuring van de overbrengingscode. De CREG vraagt van de N.V. FLUXYS dus een nauwkeurige en gedetailleerde weergave van de regels voor toewijzing aan de GOS die op dit ogenblik van kracht zijn en/of

de nabije toekomst van kracht zullen worden. 18/74

dit verband verwijst de CREG naar de recente stellingname3 van de drie Belgische regulatoren voor elektriciteit en gas (CREG, CWaPE, VREG), die onder andere vragen dat de vervoersonderneming met de operationele toewijzing (per uur) van aardgas aan de GOS op basis van de

feed-gegevens en de verbruiksprofielen zou starten vanaf 31 oktober

  1. De CREG vraagt tevens om een precieze weergave van de regels voor de voorlopige toewijzing per uur die de N.V. FLUXYS toepast als de communicatie van de meetgegevens tijdelijk onderbroken wordt. Dit moet het de bevrachter mogelijk maken de opvolging van zijn evenwichtspositie te garanderen.
  2. De CREG veronderstelt dat de toewijzing per uur, beschreven

§2.5.3, niet van toepassing is op de NDM-afnamepunten en vraagt de N.V.

FLUXYS te preciseren welke toewijzingsregels van toepassing zijn op deze bijzondere afnamepunten. 59. De CREG stelt vast dat de regels voor de toewijzing van gas bij de

stallaties voor de kwaliteitsconversie van aardgas ontbreken. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS deze regels

§2.5 toe te voegen.

60. De CREG eist dat de procedure voor het onderbreken van de onderbreekbare capaciteit aan de

gangspunten nauwkeurig

de overbrengingscode zou beschreven worden. Deze

formatie is onontbeerlijk voor de planning van het vervoer van aardgas over het vervoersnet van de N.V. FLUXYS door de bevrachters 61. Het nut en het doel van de

§3

.4 beschreven procedure voor het vaststellen van een plafond zijn onduidelijk en zouden

de overbrengingscode moeten gepreciseerd worden Verder, behoudens uitdrukkelijke rechtvaardiging ervan door de N.V. FLUXYS, vraagt de CREG dat deze procedure

extenso

de overbrengingscode zou beschreven worden. 62. Het nut van de procedure van het veiligheidsmechanisme is onduidelijk, aangezien deze procedure een overlapping lijkt van de procedure beschreven

§2.3.1 van Bijlage C.

Het doel van deze procedure lijkt immers te bestaan

het beheren van de fysieke congesties van het net als gevolg van hogere nominaties aan de

gangspunten dan waarvoor onderschreven werd. De procedure voor verificatie van de

gangscapaciteit, beschreven

§2

.3.1 van Bijlage C garandeert echter dat de nominaties aan de

gangspunten het onderschrijvingsniveau niet overtreffen, wat het veiligheidsmechanisme beschreven

§3.5 nutteloos lijkt te maken.

De CREG vraagt dan ook om de procedure van 3 Gepubliceerd op 22 september 2005 op de website van de regulatoren: CREG, CWaPE, VREG 19/74 het veiligheidsmechanisme uit de overbrengingscode te verwijderen of duidelijker uit te leggen

welke omstandigheden deze procedure van toepassing is. 63. Het voorstel van overbrengingscode beschrijft de te volgen procedure

geval gas dat niet voldoet aan de kwaliteitsspecificaties vermeld

Bijlage E door een bevrachter aan een

gangspunt van het vervoersnet wordt geleverd. Daarentegen beschrijft het voorstel van overbrengingscode niet de gevolgde procedure

geval de vervoersonderneming gas dat niet aan de kwaliteitscriteria voldoet aan een afnamepunt herlevert. De CREG vraagt dat deze procedure

uitvoering van de bepalingen

de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging (artikel 94 en 95) eveneens zou beschreven worden

de overbrengingscode. 64. Paragraaf §5.2 zou, voor wat betreft het uitvoeren van onderhoudswerken op het vervoersnet en het

formeren van de netgebruikers over deze werken, naar artikel 72 van de gedragscode moeten verwijzen, veeleer dan naar de overbrengingscode,. Verder wijst de CREG erop dat artikel 31 van de gedragscode bepaalt: « de vervoersonderneming

formeert de netgebruikers uiterlijk op 30 september van elk jaar over de omstandigheden die de evolutie van de bruikbare capaciteit van het vervoersnet bepalen». Deze bepaling zal uitdrukkelijk herhaald en zonodig aangevuld worden

de overbrengingscode. Tot slot, hoewel het niet geëist wordt

artikel 72 van de gedragscode, beveelt de CREG de N.V. FLUXYS aan bij het opstellen van haar onderhoudsprogramma voorafgaandelijk overleg met de netgebruikers te plegen. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS bijgevolg §5.2 van deze bijlage aan te passen om rekening te houden met de voorgaande opmerkingen. Bijlage D: Secundaire markt van vervoersdiensten 65. De CREG vraagt de N.V. FLUXYS duidelijk

§1

te vermelden dat de bevrachters krachtens artikel 46 van de gedragscode verplicht zijn de toegewezen vaste capaciteit die ze (tijdelijk of permanent) niet meer nodig hebben op de secundaire markt aan te bieden en de vervoersonderneming te

formeren over al hun aanbiedingen op de secundaire markt. De huidige formulering van §1 geeft immers de

druk dat de bevrachters de mogelijkheid hebben om hun aanbiedingen op de secundaire markt via N.V. FLUXYS kondigen, daar waar de gedragscode een verplichting

houdt, zowel voor de bevrachters als voor de N.V. FLUXYS zelf, aangezien er voor het ogenblik geen openbare beurs voor capaciteit en flexibiliteit bestaat. 20/74 66. Het voorstel van overbrengingscode vermeldt

§1

: « de uitwisseling op de secundaire markt mag de aard van de vervoersdiensten niet veranderen ». De CREG wenst dat de betekenis van de term « aard van de vervoersdiensten » zou verduidelijkt worden

deze context, zonodig door middel van een definitie

de overbrengingscode.

dien met de aard van een vervoersdienst zijn vast of onderbreekbaar karakter wordt bedoeld vraagt de CREG dat deze zin geschrapt wordt uit de overbrengingscode.

dien deze beperking tijdelijk noodzakelijk zou blijken te zijn dan moet de N.V. FLUXYS dit vermelden

het voorstel van IVP overbrenging. 67. Door uitdrukkelijk te weigeren de op de secundaire markt aangekochte capaciteit

te sluiten

de matchingregel, schept de N.V. FLUXYS een verplichting die het belang van de secundaire markt en dus haar liquiditeit sterk dreigt te verminderen. Immers, door het opleggen van deze verplichting kan een koper op de secundaire markt enkel bijkomende flexibiliteit of

gangscapaciteit verwerven ter aanvulling bij deze welke hij al op de primaire markt diende te kopen om aan de matchingregel te voldoen. Deze aanvullende capaciteit kan dus enkel dienen om bevoorradingsarbitrages uit te voeren. Zoals de de resultaten van de door de CREG gehouden raadpleging echter aantonen, is de markt van oordeel dat een liquide secundaire markt van vervoersdiensten ook moet dienen om de toegang tot het vervoersnet mogelijk te maken

geval van congestie. De voornoemde verplichting maakt het onmogelijk aan deze marktbehoefte te voldoen. Daarenboven is deze verplichting onverenigbaar met de vraag van de CREG

paragraaf 53 van haar beslissing van 17 augustus 2005, waarin ze vraagt om de uitwisseling van afnamecapaciteit op de secundaire markt toe te staan. De CREG vraagt de N.V. FLUXYS dan ook om deze verplichting op te heffen

dien de N.V. FLUXYS gewichtige redenen heeft die de onmiddellijke opheffing ervan beletten, zou de CREG als overgangsmaatregel kunnen overwegen om een afgezwakte versie van deze verplichting te aanvaarden, bijvoorbeeld door ze enkel toe te passen

de gevallen van capaciteitsoverdracht zonder vrijstelling van de overdrager.

elk geval heeft deze verplichting op de secundaire markt slechts zin zolang de matchingregel

stand gehouden wordt op de primaire markt en we verwijzen

dat verband naar paragraaf 32 van deze beslissing. 68. De CREG vraagt om

§1

de zin « De vervoersdiensten mogen alleen worden overgedragen tussen twee geregistreerde netgebruikers » te vervangen door: « De vervoersdiensten mogen alleen worden overgedragen tussen twee bevrachters ». De CREG verwijst

dit verband naar de paragrafen 23 en 105 van deze beslissing. 21/74 69. De titel van §2 past niet, onder meer omdat deze afdeling geen definitie van secundaire markt geeft. Deze titel moet dus aangepast worden aan de reële

houd van deze afdeling. De CREG verwijst tevens naar paragraaf 22 hiervoor

verband met de definitie van « secundaire markt ».

  1. Wat betreft de lijst van vervoersdiensten die het voorwerp van een uitwisseling op de secundaire markt kunnen zijn, verwijst de CREG naar paragraaf 53 van haar beslissing van 17 augustus 2005 en vraagt ze bijgevolg de N.V. FLUXYS om §2.1.2 van Bijlage D dienovereenkomstig aan te passen.
  2. Opdat een bevrachter

gangscapaciteit op de secundaire markt zou kunnen verkopen, acht de N.V. FLUXYS het nodig vooraf de capaciteit te berekenen die de verkoper

de handel mag brengen, zoals wordt uitgelegd

§2.1.1 van het voorstel van overbrengingscode.

De N.V. FLUXYS noemt het resultaat van deze berekening « vrije capaciteit ». De CREG vraagt deze term te vervangen door « equivalente capaciteit » om

overeenstemming te zijn met artikel 25 van de gedragscode en vraagt de N.V. FLUXYS om artikel 27 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging dienovereenkomstig aan te passen. 72. De voorwaarden die de N.V. FLUXYS

§2

.1.1 stelt om de equivalente capaciteit te kunnen berekenen lijken verder te gaan dan haar echte behoeften om deze simulatie te maken. Enerzijds hoeft de N.V. FLUXYS geen ander « contractueel gegeven » te vragen dan de referentie van het vervoerscontract waarvan de verkoper het geheel of een deel van de

gangscapaciteit wil verkopen. De eerste voorwaarde moet dus geherformuleerd worden. Anderzijds, voor de berekening van de equivalente capaciteit, lijkt het voor de N.V. FLUXYS niet nuttig om te weten of de verkoper voornemens is zijn capaciteit met of zonder vrijstelling te verkopen. Deze

formatie kan door de N.V. FLUXYS worden opgevraagd van zodra de verkoper een tegenpartij heeft gevonden. De CREG verwijst

dit verband naar artikel 61 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging. De derde voorwaarde die de N.V. FLUXYS stelt moet bijgevolg geschrapt worden, tenzij de N.V. FLUXYS ze kan rechtvaardigen. 73. De CREG vraagt de N.V. FLUXYS tevens

§2

.1.1 uitdrukkelijk te verduidelijken dat het berekenen van de equivalente capaciteit slechts nodig is voor vaste of conditionele

gangscapaciteit. Voor wat betreft onderbreekbare

gangscapaciteit verwijst de CREG naar artikel 1, 21° van de gedragscode. Tenzij de N.V. FLUXYS dit kan rechtvaardigen is het berekenen van een equivalente capaciteit, gezien de onvoorwaardelijkheid van de onderbreking

hoofde van de vervoersonderneming, niet nodig. 22/74 74. De CREG verbaast zich over het ontbreken,

§2

.2, van een onderscheid tussen de diensten voor balanceringsflexibiliteit (CIT, DIT, HIT) en de « Rate Flexibility » (RF). Nochtans, afgaande op de definitie van RF-dienst en van « flexibiliteitsdienst »

de gedragscode, besluit de CREG dat RF een flexibiliteitsdienst is, op dezelfde wijze als HIT, CIT en DIT. De CREG vraagt zich echter af of de aanvullende RF-dienst wel vrij verhandelbaar op de secundaire markt moet zijn aangezien hij rechtsreeks verbonden is aan de afnamecapaciteit onderschreven per afnamepunt. Het verkopen van aanvullende RF onafhankelijk van de afnamecapaciteit waaraan ze verbonden is, kan slechts overwogen worden

geval de koper van aanvullende RF al over afnamecapaciteit op hetzelfde afnamepunt beschikt.

alle andere gevallen moet het onmogelijk zijn RF te herverkopen tenzij

combinatie met de overeenstemmende afnamecapaciteit. De CREG stelt de N.V. FLUXYS dus voor

verschillende regels te voorzien voor de herverkoop op de secundaire markt van, enerzijds, RF en, anderzijds, HIT, CIT en DIT. 75. Het onderscheid dat de N.V. FLUXYS

§3

maakt tussen secundaire markten die door haar “gefaciliteerd” en “niet gefaciliteerd” worden is onverenigbaar met de verplichtingen

zake communicatie en publicatie van het aanbod die respectievelijk opgelegd worden aan de bevrachters en de vervoersonderneming, zoals werd herhaald

paragraaf 65 hiervoor. De bevrachters moeten altijd hun aanbiedingen meedelen aan de N.V. FLUXYS, die verplicht is ze te publiceren. Het onderscheid tussen “gefaciliteerde” en “niet gefaciliteerde” markten mag bijgevolg slechts slaan op de commercialisatiediensten die de N.V. FLUXYS zich voorneemt aan te bieden

het kader van de door haar gefaciliteerde markt. 76. Uit de vorige paragraaf volgt dat de de drie eerste stappen van het op de markt brengen van een vervoersaanbod dezelfde moeten zijn voor de door de N.V. FLUXYS « gefaciliteerde » en « niet gefaciliteerde » markten: a. kennisgeving van het aanbod door de bevrachter aan de N.V. FLUXYS; b.

geval van een aanbod van vaste of voorwaardelijke

gangscapaciteit, berekening door de N.V. FLUXYS van de equivalente capaciteit; c. publicatie van het aanbod door de N.V. FLUXYS. Op het ogenblik van de publicatie moet het onderscheid gemaakt worden tussen de twee door de N.V. FLUXYS voorgestelde methoden worden gemaakt:

dien de bevrachter beslist de vervoersdienst zelf te commercialiseren, zal de N.V. FLUXYS, naast de kenmerken van de aangeboden dienst, ook de contactgegevens van de bevrachter en de door deze laatste 23/74 vrij gekozen herverkoopprijs publiceren.

dien de bevrachter niet voor de commercialisering op de secundaire markt wil

staan, zal de te contacteren organisatie de N.V. FLUXYS zijn.

  1. - De CREG heeft nog de volgende opmerkingen met betrekking tot §
  2. De tekst verwijst naar de onderbijlagen 3 en 5 die niet

het voorstel van overbrengingscode zitten, terwijl geen enkele verwijzing wordt gedaan naar onderbijlage 2. De eerste zin van §§ 3.1 en 3.2 stelt dat de secundaire markt « kan als volgt worden georganiseerd ». Deze formulering past niet

de netwerkcode, a fortiori niet als deze procedures beschrijft voor diensten die door de gedragscode verplicht gesteld worden. - De termijn van kennisgeving door een bevrachter aan de N.V. FLUXYS van de vervoersdiensten die hij op de secundaire markt wil herverkopen, is niet heel duidelijk. Enerzijds worden

§§ 3

.1.a en 3.1.b twee verschillende termijnen vermeld: minimum 16 werkdagen en minimum 7 werkdagen respectievelijk. Anderzijds vindt men maar één kennisgevingtermijn

onderbijlage 2, maar ditmaal bedraagt de termijn 14 (kalender?)dagen. De CREG wil dat de N.V. FLUXYS deze termijnen verduidelijkt en eveneens voorziet, om redenen van liquiditeit van de secundaire markt, ze zoveel mogelijk te beperken van zodra het automatisch reservatiesysteem operationeel zal zijn. - De laatste zin van §§ 3.1.a en 3.2.a is dubbelzinnig: hij kan betekenen dat de bevrachters op de secundaire markt geen diensten mogen commercialiseren die ze eerder op deze zelfde markt verworven hebben. Een dergelijke beperking lijkt de CREG, om redenen van liquiditeit van de secundaire markt, onaanvaardbaar. Hij kan ook betekenen dat de

houd van de diensten aangeboden op de secundaire markt niet mag verschillen van de diensten aangeboden op de primaire markt,

welk geval de CREG de N.V. FLUXYS vraagt duidelijk te zeggen wat deze beperking precies

houdt. 24/74 -

§3.1.c, stelt de N.V. FLUXYS: « Fluxys zal deze diensten commercialiseren gedurende een standaardperiode van minstens zeven

(7)dagen ».

gevolge de opmerkingen gemaakt

de vorige paragrafen en om elke verwarring te voorkomen, stelt de CREG voor deze zin als volgt te herformuleren: « de N.V. FLUXYS zal de aanbiedingen op de secundaire markt slechts van haar elektronisch platform verwijderen onder één van de volgende voorwaarden: •

dien de verkoper de N.V. FLUXYS ervan

kennis stelt dat hij zijn aanbod van de secundaire markt terugtrekt (ongeacht of hij al dan niet een aankoper voor de aangeboden dienst gevonden heeft); •

dien de N.V. FLUXYS de dienst verkocht heeft op de door haar gefaciliteerde secundaire markt; •

dien de noodzakelijke termijn voor de overdracht van de diensten van de ene bevrachter aan de andere niet langer verenigbaar is met de

het aanbod voorziene datum van overdracht ». - Omwille van de coherentie, vraagt de CREG de N.V. FLUXYS te vermelden dat de voetnoot waarnaar wordt verwezen

§3.2.b) ook geldt voor §3.1.d).

Krachtens artikel 60 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging, is het aangewezen om de term « werkdag » te vervangen door « dag ». 78. De CREG vraagt de N.V. FLUXYS om §3 van Bijlage D van de overbrengingscode grondig te herzien, daarbij rekening houdend met alle vragen, opmerkingen en voorstellen geformuleerd

de paragrafen 75, 76 en 77 hiervoor. Bijlage E: Specificaties van het aardgas op het

gangspunt en het afnamepunt 79. De eisen

zake de kwaliteit van het aardgas aan de

gangspunten van het vervoersnet worden behandeld

de artikelen 90 tot 93 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging, overeenkomstig artikel 10, §2, 8°, van de gedragscode. De eisen

zake de

formatie van de netgebruikers over de eisen

zake gaskwaliteit en leveringsdruk aan de

gangspunten worden van hun kant behandeld

artikel 34 van de gedragscode. Daaraan ondergeschikt, is het aangewezen de conformiteit van de overbrengingscode met de twee voornoemde documenten te verzekeren. 80. Bijlage E begint met een waarschuwing van de lezer aangaande de

dicatieve aard van de kwaliteitsspecificaties voor aardgas die

de overbrengingscode vermeld worden en een verwijzing naar de website van de N.V. FLUXYS om te vernemen welke specificaties 25/74 effectief van toepassing zijn. Deze waarschuwing moet verwijderd worden om de volgende redenen: a) aangezien de overbrengingscode bedoeld is om door sommige netgebruikers ondertekend te worden, zoals aangehaald

paragraaf 109 hierna, is het beter te vermijden er onzekere gegevens

op te nemen. Wijzigingen

de overbrengingscode dewelke zowel door de NV. FLUXYS als door de betrokken netgebruiker werd ondertekend, kunnen niet unilateraal worden doorgevoerd. Verder verwijst de CREG voor wat betreft wijzigingen aan de overbrengingscode, naar paragraaf 14 van onderhavige beslissing; b) bijlage C van het voorstel van overbregingscode beschrijft de te volgen procedures

geval het gas dat door een bevrachter aan een

gangspunt van het net wordt geleverd niet conform de kwaliteitseisen gespecifieerd

bijlage E zou zijn. Het is noodzakelijk dat deze laatsten niet op

dicatieve basis gegeven worden opdat de procedures

bijlage C van toepassing zouden zijn. 81. De specificatietabellen 1.1 tot 1.19 geven de marges weer binnen dewelke de druk en de temperatuur van het op de

gangspunten van het vervoersnet geleverde gas moeten liggen. Bovendien behoudt de N.V. FLUXYS zich het recht voor van de bevrachters te eisen dat ze hun gas met een welbepaalde druk leveren, die zij bepaald heeft op het ogenblik dat ze dit recht uitoefent, zoals aangegeven

de voetnoten. De CREG is van oordeel dat de bevrachters geen rechtstreekse controle hebben op het druk- en temperatuurniveau van het gas dat ze aan de

gangspunten leveren. Deze variabelen worden gecontroleerd door de N.V. FLUXYS en de naburige vervoersnetbeheerders (hierna: VNB’s). Bijgevolg is het via de akkoorden die ze met de naburige VNB’s heeft gesloten, evenals via diverse contracten, zoals bijstands- en onderbreekbare vervoerscontracten, dat de N.V. FLUXYS zich ervan moet verzekeren dat de druk en de temperatuur aan de

gangspunten van haar net op het geschikte peil staan om haar toe te laten aan haar verplichtingen te voldoen. Daarom verzoekt de CREG de N.V. FLUXYS elke vermelding en elke eis met betrekking tot de druk of de temperatuur aan de

gangspunten uit de overbrengingscode te verwijderen. 82. De CREG noteert heel wat verschillen tussen de tabellen opgenomen

§§ 1

.2, 1.3, 1.4, 1.5, 1.7, 1.8, 1.11, 1.12, 1.13, 1.14, 1.15 en 1.16 van Bijlage E van het voorstel van overbrengingscode en deze welke opgenomen zijn

de artikelen 91 en 92 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging. De CREG vraagt de N.V. FLUXYS deze fouten te verbeteren

haar voorstel van overbrengingscode. 26/74 83. Om te beantwoorden aan de opmerkingen die

de voorgaande paragrafen 81 en 82 gemaakt werden, kan de N.V. FLUXYS de tabellen 1.1 tot 1.19 van het voorstel van overbrengingscode vervangen door de tabellen

de artikelen 91 en 92 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging, met toevoeging van de twee paragrafen over de onzuiverheden en odoranten, opgenomen

§§1.1 tot 1.19 van het voorstel van overbrengingscode.

De CREG vraagt tevens om de volledige lijst te bezorgen van de

gangspunten waarop de kwaliteitsspecificaties van toepassing zijn en wijst erop dat ze niet toepasselijk zijn op de 6 « backhaul »

gangspunten die aangeduid worden

artikel 89 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging. 84. Hoewel het niet geëist wordt

de gedragscode, stelt de CREG toch voor

de overbrengingscode de rechten en verplichtingen van de partijen

herinnering te brengen en zonodig te verduidelijken

geval van niet-naleving van de kwaliteitsspecificaties aan de

gangspunten, beschreven

de artikelen 94 en 95 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging. 85. Overeenkomstig artikel 84 van de gedragscode worden de voorwaarden voor de leveringsdruk en de gaskwaliteit aan de afnamepunten bepaald

de aansluitingsovereenkomst tussen de vervoersonderneming en de betrokken netgebruiker(s), m.a.w. meestal de eindafnemer(s) of de distributieonderneming. Deze drukvoorwaarden zullen verenigbaar moeten zijn met de noodzaak, voor de vervoersonderneming, om de capaciteiten op het vervoersnet te maximaliseren.

die zin zullen de voorwaarden voor de leveringsdruk moeten rekening houden met, enerzijds, de eisen van de eindafnemers en, anderzijds, de operationele verplichtingen van de N.V. FLUXYS. 86. De CREG is echter van mening dat de grenzen binnen dewelke de specificaties van de gaskwaliteit kunnen bepaald worden

de aansluitingsovereenkomsten moeten vastgelegd worden

de overbrengingscode. Daarom vraagt de CREG om de tabellen 2.1 tot 2.3 te vervangen door de tabel toegevoegd aan artikel 91 van de belangrijkste voorwaarden: deze tabel legt

feite de maximumgrenzen vast van de fysische en chemische eigenschappen aan de

gangspunten van de H- en L-gasnetten. Er is geen reden waarom deze eigenschappen zouden veranderen tijdens het vervoer over het vervoersnet van de N.V. FLUXYS. Vandaar dat de maximumgrenzen aan de afnamepunten moeten overeenstemmen met de maximumgrenzen aan de

gangspunten. Concreet gesproken, met betrekking tot de waarden bepaald

de tabellen 2.1 en 2.2 van bijlage E van het voorstel van overbrengingscode, vraagt de CREG de N.V. FLUXYS om rekening houdend met artikel 91 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging de 27/74 CBWmin vast te stellen op 38.9 MJ/m3(n) en 34.3 MJ/m3(n), respectievelijk op het H- en het L-gasnet, de minimum Wobbe-

dex vast te leggen op 49.1 MJ/m3(n) en 43.9 MJ/m3(n), respectievelijk op het H- en het L-gasnet en om de maximum Wobbe-

dex op het H-gaswet te verlagen tot een waarde van om en nabij 56.82 MJ/m3(n). De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS tevens

de overbrengingscode te preciseren dat tabel 2.1 (aangepast

functie van de eerder gemaakte opmerkingen) de maximum- en minimumwaarden vastlegt van de kwaliteitsspecificaties van het gas aan de afnamepunten en dat de specificaties aan een bijzonder afnamepunt bepaald worden

de aansluitingsovereenkomst, overeenkomstig artikel 84 van de gedragscode. 87. De CREG laat opmerken dat de betekenis van het werkwoord « leveren » zoals gebruikt

de eerste zin van punt 2.3 onverenigbaar is met de betekenis van de term « levering »

de gaswet. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS deze zin nauwkeuriger te herformuleren. 88. Voor het bijzonder afnamepunt dat overeenstemt met de opslag van Loenhout (toevoer) worden de kwaliteitsspecificaties vastgelegd

de overbrengingscode, terwijl de druk- en temperatuurvoorwaarden moeten bepaald worden

een overeenkomst (OBA) tussen de vervoersnetbeheerder en de beheerder van het opslagsysteem. De CREG vraagt dus om elke vermelding met betrekking tot de leveringsdruk of –temperatuur uit tabel 2.3. te verwijderen. 89. De CREG vraagt om

§2

.3 te verduidelijken wat de term «

piek » betekent. 90. Overeenkomstig artikel 60 van de belangrijkste voorwaarden voor de opslag, moeten de nadere regels voor het weigeren van

jectie van niet-conform gas bepaald worden

de overbrengingscode. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS deze nadere regels te beschrijven

de overbrengingscode. 91. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS om

alle tabellen met specificaties van de gaskwaliteit gebruik te maken van de eenheden goedgekeurd door EASEE-gas. De CBW en de Wobbe-

dex moeten meerbepaald worden uitgedrukt

kWh/m3(n). De referentietemperatuur (25°) waaraan deze grootheden worden uitgedrukt moet ook aangeduid worden. Bijlage G1: Test- en metingsmethodes voor het aardgas op het

gangspunt 92. De

houd van Bijlage G1 lijkt niet aangepast te zijn aan de

formatiebehoeften van bevrachters en andere netgebruikers. Een zodanig gedetailleerde beschrijving van de 28/74 meetinstallaties schaadt de leesbaarheid van het document en brengt het risico mee dat de minste wijziging aan de

stallaties ook een wijziging van de netwerkcode zal vereisen, wat niet wenselijk is. De CREG is dan ook van oordeel dat een summiere beschrijving van de

stallaties en hun kenmerken

termen van prestatievermogen en precisie, met naleving van het bepaalde

artikel 87 van de gedragscode, beter aangepast is aan de noden van de markt. 93. De CREG is niet bevoegd om de procedures goed te keuren of te verwerpen die aangewend worden om een bepaald prestatieniveau met de getroffen maatregelen of de gedane proeven te bereiken. Deze taak komt toe aan de Afdeling metrologie van de Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie. De CREG zal zich dus ertoe beperken zich uit te spreken over de vorm waarin deze

formatie verstrekt wordt en over de naleving van artikel 87 van de gedragscode terzake. 94. De CREG stelt vast dat het voorstel van overbrengingscode geen enkele

formatie bevat over de metingen uitgevoerd bij de

stallaties voor kwaliteitsconversie van het gas. Nochtans zijn deze

stallaties afnamepunten van het H-gasnet en

gangspunten van het L-gasnet . Met toepassing van de artikelen 76, 79 en 87 van de gedragscode, vraagt de CREG de N.V. FLUXYS dus

de netwerkcode een summiere beschrijving en opgave van de kenmerken

termen van prestatievermogen en precisie van de meetinstallaties gebruikt bij de

stallaties voor kwaliteitsconversie van het gas

te lassen. 95. De N.V. FLUXYS verwijst

Bijlage G1 herhaaldelijk naar een «

terconnection agreement » waarvan deze bijlage zou deel uitmaken. Aangezien de CREG niet op de hoogte is van het bestaan, noch a fortiori van de

houd van een dergelijk document, is ze niet

staat enige bepaling die ernaar verwijst goed te keuren. 96. Bijlage G1 verwijst tevens naar verscheidene termen die niet

het voorstel van overbrengingscode gedefinieerd worden of waarvan de betekenis

deze context onduidelijk is: « procedurehandleiding », « overeenkomst », « PTn1 », « GERG » 97. Zoals herinnerd werd

paragraaf 14 van deze beslissing, wordt de procedure voor wijziging van de netwerkcode beschreven

de gedragscode. Deze procedure moet herhaald en zonodig verduidelijkt worden

de overbrengingscode. Geen enkele afwijking van deze procedure mag

de overbrengingscode voorzien zijn. Bijgevolg moet de derde paragraaf van §2 van Bijlage G1 geschrapt worden of naar de wettelijke procedure verwijzen. 29/74 98. De vermelding van de bevrachter Distrigas moet verwijderd worden van het kalibreerblad dat

§7.15.4.5 als voorbeeld wordt gegeven.

Meer algemeen mag geen enkele vermelding van een particuliere netgebruiker

de overbrengingscode staan. Bijlage G2: Test- en metingsmethodes voor het aardgas op het afnamepunt

  1. Paragraaf 93 hiervoor is eveneens van toepassing voor wat betreft bijlage G
  2. De CREG stipt een klaarblijkelijke tegenstrijdigheid aan tussen §3.2.1, die vermeld dat de chromatograaf gekalibreerd wordt door de N.V. FLUXYS, en §4.1, die van de eindgebruiker eist dat hij kalibreertests laat uitvoeren. De CREG vraagt de nodige verduidelijkingen aan te brengen om elke verwarring uit te sluiten.
  3. De N.V. FLUXYS verwijst naar vier subbijlagen van bijlage G2, maar geen enkele van die onderbijlagen is

begrepen

het voorstel van overbrengingscode. De CREG vraagt de N.V. FLUXYS om bijlage G2 aan te vullen met deze bijlagen of niet ernaar te verwijzen,

dien een dergelijke verwijzing niet nodig is voor een summiere beschrijving en opgave van de kenmerken

termen van de meetinstallaties, zoals gevraagd

paragraaf 92 hiervoor. Bijlage H: Werking en gebruik van het automatisch reservatiesysteem (ARS) 102. Doorheen deze bijlage H worden de termen « reserveren » en « boeken » naast elkaar gebruikt. Het verdient volgens de CREG aanbeveling om de terminologische consistentie te versterken en systematisch te kiezen voor « reserveren »,

lijn met de

de gedragscode geïntroduceerde naam van het “automatische reserveringssysteem” 103. Paragraaf §4.1 schept enige verwarring

verband met de te vervullen voorwaarden om enerzijds toegang tot het ARS te krijgen en anderzijds vervoersdiensten via het ARS te kunne reserveren. Met het oog op meer duidelijkheid, stelt de CREG voor §4.1 op te splitsen

twee hoofdstukken: - een hoofdstuk « Toegang tot het ARS » waarin eraan herinnerd wordt dat de enige verplichting voor de netgebruikers erin bestaat de overbrengingscode te ondertekenen; - een hoofdstuk « Lijst en toegangsrechten van de gebruikers van het ARS », dat de

houd van §4.1 van het voorstel van overbrengingscode zal bevatten en bovendien zal preciseren dat het noodzakelijk is de voorwaarde te vervulen die vermeld wordt

§3

van bijlage I (aangepast

functie van de opmerkingen en eisen geformuleerd

de paragrafen 105 tot 109 hierna) alvorens vervoersdiensten te kunnen reserveren. Dit hoofdstuk zal eveneens moeten aangeven welke ARS-functies beschikbaar zijn voor 30/74 netgebruikers die de overbrengingscode ondertekend hebben maar niet voldoen aan de voorwaarden om vervoersdiensten te reserveren. 104. Gezien de zeer onvolledige aard van bijlage H van het voorstel van overbrengingscode, als gevolg van het feit dat de ontwikkeling van het ARS nog steeds aan de gang is, is de CREG niet

staat andere opmerkingen over deze bijlage te formuleren. Bijlage I: Procedure voor het reserveren van de vervoersdiensten 105. De CREG ziet het nut niet

van de

voering

§3van het begrip « geregistreerde netgebruiker ».

Zoals werd uitgelegd

paragraaf 23 hiervoor, is de term « bevrachter » het meest geschikt om een persoon aan te duiden die een overbrengingscontract met de N.V. FLUXYS heeft gesloten en bijgevolg vervoersdiensten kan reserveren. Paragraaf §3 van bijlage I moet dus veeleer preciseren welke voorwaarde men moet vervullen om als bevrachter beschouwd te worden, m.a.w. om vervoersdiensten te kunnen reserveren. De CREG vraagt dus om de titel van §3 als volgt te wijzigen: « Voorafgaande voorwaarde om vervoersdiensten te kunnen reserveren ». De eerste zin van deze §3 moet ook verwijderd worden: de voorwaarden om vervoersdiensten te kunnen reserveren zijn onafhankelijk van de door de bevrachter gekozen reserveringswijze (ARS of onderhandelde toegang). 106. De CREG heeft reeds herhaaldelijk gesteld dat de toegang tot het netwerk niet afhankelijk kan worden gesteld van het houden van een leveringsvergunning (de CREG verwijst

dit verband o.m. naar §§36, 63 en 136 van de beslissing (B)040108-CDC-244 van 8 januari 2004). Bijgevolg verzoekt de CREG de N.V. FLUXYS om de eerste voorwaarde vermeld

§3te schrappen.

107. De tweede voorwaarde van §3 kan, omwille van het bepaalde lidwoord « de », geïnterpreteerd worden alsof het MATRS een niet onderhandelbaar standaarddocument zou zijn, terwijl het

tegendeel om een

dividuele overeenkomst gaat die de betrekkingen tussen de bevrachter en de N.V. FLUXYS regelt, overeenkomstig artikel 1 van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging. De CREG stelt voor « de » te vervangen door « een ».

  1. Krachtens artikel 124 van de belangijkste voorwaarden voor de overbrenging moet de bevrachter niet over een bankwaarborg beschikken voor de eigenlijke aanvang van de vervoersdienst . Een dergelijke waarborg kan niet door de N.V. FLUXYS geëist worden, noch voor noch op het ogenblik van de reservering van de vervoersdienten. De derde voorwaarde van §3 moet dus eveneens verwijderd worden. 31/74
  2. Hoewel de CREG gunstig staat tegenover een volledige uniformering van de operationele regels en andere procedures beschreven

de overbrengingscode4, kan ze geen voorstel van overbrengingscode goedkeuren dat alle bevrachters zou verplichten de overbrengingscode te ondertekenen. Krachtens artikelen 14 en 88 §2 van de gedragscode geldt deze verplichting enkel voor netgebruikers die gebruik willen maken van het ARS en/of uitdrukkelijk wensen geraadpleegd te worden

geval van wijziging van de overbrengingscode. De vierde voorwaarde van §3 moet dus eveneens geschrapt worden. Het staat de N.V. FLUXYS echter vrij de door de CREG goedgekeurde overbrengingscode aan het MATRS toe te voegen

het kader van de onderhandelingen om een netgebruiker toegang tot het vervoersnet te verlenen via de procedure van onderhandelde toegang tot het vervoersnet. 110.

§4

.2.1 (stap 3), vraagt de CREG om « moet hij het TSCFQ ondertekenen en zich als Netgebruiker registreren op de wijze

punt 3 gesteld » te vervangen door « moet hij de voorwaarde beschreven

punt 3 vervullen en het TSCFQ ondertekenen ». De CREG verwijst

dit verband naar paragrafen 105 en 106 van onderhavige beslissing. 111. De N.V. FLUXYS stelt

§4

.2.2 (stap 3) en §4.3.2 (stap 4) dat de « vergoeding wordt berekend op basis van de gereguleerde tarieven ». De CREG merkt

dit verband op dat er hiervoor nog geen tarief bestaat. De CREG verzoekt bijgevolg de N.V. FLUXYS om haar tariefvoorstel aan te vullen. 112. Paragraaf §4.3.1 (stap 1) moet worden aangepast door het

aanmerking nemen van de opmerkingen en eisen geformuleerd

de paragrafen 103 en 105 tot en met 109 hiervoor. 113. De procedure beschreven

§4

.3.2 van bijlage I van het voorstel van overbrengingscode met betrekking tot het reserveren van vervoersdiensten via het ARS, is onverenigbaar met met de commercialisering van « day-ahead » capaciteit, aangezien deze procedure een minimumtermijn van 3 werkdagen tussen de aanvraag van de bevrachter en het gebruik van de gereserveerde dienst voorschrijft. Er zal dus

de toekomst moeten voorzien worden

een veel kortere procedure om de commercialisering van deze dienst van « day-ahead » capaciteit mogelijk te maken. 4 De CREG wenst dat deze uniformering zou gegarandeerd

de gewijzigde gedragscode, die

toepassing van de nieuwe gaswet moet gestemd worden. 32/74 IV. ANALYSE VAN DE NETWERKCODE VAN DE N.V. FLUXYS VOOR DE OPSLAG VAN AARDGAS TE LOENHOUT (VOORSTEL VAN OPSLAGCODE LOENHOUT) IV.

  1. Algemene opmerkingen
  2. Betreffende de coherentie tussen de het voorstel van overbrengingscode, het voorstel van opslagcode Loenhout en het voorstel van opslagcode Dudzele verwijst de CREG naar paragraaf
  3. Zoals reeds vermeld

paragraaf 7 hierboven, heeft de CREG eerst een Engelse versie van onderhavige voorstel van opslagcode Loenhout ontvangen op 27 april 2005 en pas op 5 augustus 2005 een Nederlandse versie ervan. De vergelijking van beide teksten heeft de CREG

staat gesteld om een aantal verschillen te identificeren, waarvan sommige een

vloed hebben op de betekenis van de betreffende passages. De belangrijkste verschillen worden opgesomd

bijlage 2 bij deze beslissing. 116. De procedure om de opslagcode Loenhout te wijzigen dient

de opslagcode Loenhout zelf (en niet

de verschillende bijlagen ervan)

detail te worden beschreven, met

achtneming van het bepaalde

artikels 88 en 89 van de gedragscode. Telkens

de bijlagen van het voorstel van opslagcode Loenhout wordt verwezen naar een aanpassing daarvan, zal de tekst uitdrukkelijk verwijzen naar de procedure die gedetailleerd wordt beschreven

de opslagcode Loenhout. Deze opmerking is bijvoorbeeld van toepassing op de bijlagen B §4.2, C §2.1 en H §3.2 en §4.2. De CREG merkt

dat verband op dat wijzigingen die volgens de

artikels 88 en 89 van de gedragscode vermelde procedure door de CREG goedgekeurd worden, een bindend karakter hebben voor alle ondertekenaars van de opslagcode Loenhout. 117. De CREG stelt vast dat de « Articles of Agreement van de opslagcode » waarover het gaat

§13

.1 van het voorstel IVP Opslag, niet zijn opgenomen

het voorstel van opslagcode Loenhout. De CREG vraagt coherentie tussen beide documenten: wanneer het voorstel IVP Opslag verwijst naar de « Articles of Agreement van de opslagcode » moeten deze worden opgenomen

het voorstel van opslagcode Loenhout en dus ter goedkeuring aan de CREG worden voorgelegd. 33/74 118. Er dient

het voorstel van opslagcode Loenhout zo weinig mogelijk verwezen te worden naar jaartallen die niet vast liggen (« glijdende jaartallen »), om een jaarlijkse aanpassing van de opslagcode Loenhout te vermijden. Er dient bijvoorbeeld verwezen te worden naar “het

dicatieve opslagprogramma” en niet naar « het

dicatieve opslagprogramma 2005-2006 ». De verwijzing naar jaartallen kan onder meer op de volgende plaatsen verwijderd worden: - de definities

(32),
(41),
(83)en
(84); - de titelbladzijden van Bijlagen A, C, D en H; - §1 van bijlage H. 119. Teneinde misverstanden te voorkomen lijkt het de CREG aangewezen om de « bijlagen » A tot I een andere naam en/of nummering te geven dan de « bijlagen bij de bijlagen », bijvoorbeeld bijlage A van Bijlage C. De CREG verwijst

dit verband naar paragraaf 16 hierboven. 120. Het verdient volgens de CREG aanbeveling om de formulering van het voorstel van opslagcode Loenhout waar mogelijk

lijn te brengen met de formulering van de overeenkomstige artikelen uit de belangrijkste voorwaarden voor opslag. De CREG meent dat onder meer de volgende passages

dat verband vatbaar zijn voor verbetering: - bijlage B, §2 (zie artikel 78 van de belangrijkste voorwaarden voor opslag); - bijlage B, §3.1 (zie artikel 30 van de belangrijkste voorwaarden voor opslag); - bijlage B, §3.2 (zie artikel 33 van de belangrijkste voorwaarden voor opslag); - bijlage C, §4.1 (zie artikel 51 van de belangrijkste voorwaarden voor opslag); - bijlage C, §4.2 (zie artikel 50 van de belangrijkste voorwaarden voor opslag); - bijlage C, §4.3 (zie artikel 53 van de belangrijkste voorwaarden voor opslag); - bijlage D, §4 (zie artikelen 45 en 46 van de belangrijkste voorwaarden voor opslag); - bijlage E, §1 (zie artikel 60 van de belangijkste voorwaarden voor opslag). 121. De CREG stelt vast dat het voorstel van opslagcode Loenhout geen (gedetailleerde) beschrijving

houdt van de « Day-Ahead Market » (DAM) noch van het « Automatisch reserveringssysteem » (ARS). De CREG beseft dat dit volgt uit het feit dat de DAM en ARS 34/74 nog niet geïmplementeerd zijn, maar merkt op dat het voorstel van opslagcode Loenhout ten gepaste tijde zal moeten worden aangepast. De CREG verwijst

dit verband naar de artikelen 99 en 100 van de gedragscode. 122. De CREG stelt vast dat bepaalde rechten en plichten die

hoofdstuk 8 van de gedragscode worden vermeld, niet uitdrukkelijk zijn opgenomen

het voorstel van opslagcode Loenhout. Het gaat bijvoorbeeld om: - de verplichting, voor de vervoersonderneming, om aan de netgebruiker

formatie over de allocatie van aardgas en de afwijkingen tussen nominatie en allocatie te verschaffen (artikel 67 van de gedragscode); - de verplichtingen vermeld

de artikels 71 tot 74 van de gedragscode betreffende de onderbrekingen en verminderingen van aardgasstromen

het vervoersnet. De CREG vraagt dat alle rechten en plichten die worden vermeld

hoofdstuk 8 van de gedragscode en die van toepassing zijn op de opslag Loenhout, zouden worden opgenomen

de opslagcode Loenhout,

toepassing van artikel 87 van de gedragscode. IV 2 Analyse 123. De hiernavolgende analyse bespreekt achtereenvolgend de hoofdstukken zoals die

het voorstel van opslagcode Loenhout aan bod komen.

  1. Definities
  2. De doelstelling van het voorstel van opslagcode Loenhout, vermeld

sectie 1.1, is onvoldoende duidelijk. Niet alleen de operationele regels, maar ook alle andere regels, rechten en plichten, zoals gesteld

paragraaf 4 hierboven, moeten worden beschreven. De CREG vraagt dus aan de N.V. FLUXYS om de door de opslagcode Loenhout nagestreefde doelstellingen te verduidelijken. 35/74 125. Voor wat de termen betreft die

het voorstel van opslagcode Loenhout zelf niet gedefinieerd zijn, dient

het voorstel van opslagcode Loenhout te worden verwezen naar de gaswet, de gedragscode en de belangrijkste voorwaarden, zoals trouwens wordt gedaan op de titelbladzijde van de meeste bijlagen. Er dient ook te worden gelet op de consistentie van de definities van het voorstel van opslagcode Loenhout met de definities van de gaswet, de gedragscode en de belangrijkste voorwaarden. De volgende

consistenties kunnen onder meer vermeld worden: - de definitie

(3)van « geaggregeerd ontvangststation » verschilt van de definitie van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging; - de definitie
(17)van « dag » wijkt af van de definitie van « gasdag »

de belangrijkste voorwaarden voor opslag; - de definitie

(22)van « gaswet » wijkt af van de definitie van dezelfde term

de belangrijkste voorwaarden voor opslag; - de definitie

(30)van « netgebruiker » verschilt van de definitie van de gaswet, tevens herhaald

de belangrijkste voorwaarden voor opslag; - de definitie

(31)van « CBW » houdt een materiële fout

, waardoor ze verschilt van de definitie van de belangrijkste voorwaarden voor opslag; - de definitie

(41)van « belangrijkste voorwaarden » wijkt af van de definitie van de gedragscode; - de definitie
(66)van « primaire markt » wijkt af van de definitie van de gedragscode; - de definitie
(76)van « secundaire markt » wijkt af van de definitie van de gedragscode; - de definitie
(88)van « opslagseizoen » wijkt af van de definitie van de belangrijkste opslagvoorwaarden; - de definitie
(92)van « opslaggebruiker » wijkt af van de definitie van de belangrijkste opslagvoorwaarden; - de definitie
(94)van « leverancier » verschilt van de definitie van « levering »

de gaswet; - de definitie

(100)van « volumecapaciteit » is niet compatibel met de definitie van « capaciteit » opgenomen

de gedragscode; 36/74 126. - de definitie

(110)van « werkdag » wijkt af van de definitie van de gedragscode.

verband met de overige definities wenst de CREG het volgende op te merken: de definitie

(12)van “contractjaar” lijkt te impliceren dat enkel het eerste jaar vanaf de

werkingtreding van het contract

aanmerking komt, wat allicht niet bedoeld wordt; - de term “custody transfer” die

definitie

(18)wordt gebruikt, zou

de opslagcode Loenhout moeten worden gedefinieerd; - de definitie

(36)van “

jectieseizoen” verwijst naar Bijlage C terwijl

de betreffende Bijlage C geen procedure is opgenomen voor de wijziging van de begin- en einddatums van het

jectieseizoen; - de definities

(67)van “prioritaire aanvrager” en
(68)van “prioritaire opslaggebruiker” komen niet overeen met de allocatieregel voorgesteld

het

dicatieve opslagprogramma

gediend op 24 februari 2004 en afgekeurd door de CREG

haar beslissing van 17 augustus 2005; -

definitie

(69)vraagt de CREG de termen « aan de bedrijfsvoorwaarden en » te schrappen. De CREG verwijst met name naar paragraaf 81 hierboven; - de definitie
(82)van “storage service confirmation form for quotation” lijkt te impliceren dat een opslaggebruiker de SSCFQ moet ondertekenen, hoewel dat document overeenkomstig Bijlage I niet bindend is; - de termen “forward flow” en “reverse flow” worden nergens

de tekst gebruikt

de zin die ze krijgen

de definities

(21)en
(73). De CREG kan zich bijgevolg niet uistpreken over de

houd van de betrokken paragrafen en verzoekt de N.V. FLUXYS om hetzij de definities hetzij de tekst aan te passen met het oog op consistentie. De CREG verwijst

dat verband onder meer naar Bijlage C, §3.1, Bijlage C, §6.5, en Bijlage C, §

  1. Aan de hand van de vergelijking van §13.1 van het voorstel van IVP Opslag en §7.1 van het voorstel IVP Overbrenging enerzijds, van §4 van bijlage I van het voorstel van opslagcode Loenhout en 63 van bijlage I van het voorstel van overbrengingscode anderzijds kan men besluiten dat het « Storage Services Agreement » (SSA) voor de opslag het equivalent is van het « Master Agreement for Transport and Related Services » (MATRS) voor de overbrenging.

tegenstelling tot het SSA, dat niet wordt gedefinieerd

de belangrijkste voorwaarden voor opslag, wordt het MATRS als volgt gedefinieerd

de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging: « Raamcontract voor overbrenging ». Om een 37/74 coherentie tussen de definities van MATRS en SSA te behouden en het verband tussen het SSA en het opslagcontract (term gedefinieerd

de belangrijkste voorwaarden voor opslag) te verduidelijken, vraagt de CREG de definitie

(90)van « Storage Services Agreement » te wijzigen

« Raamcontract voor opslag ». 128. Voor de vlotte leesbaarheid is het aangewezen de definities

alfabetische volgorde te plaatsen. Als de afkortingen niet met dezelfde letters beginnen verdient het aanbeveling ze afzonderlijk op te nemen met verwijzing naar de term voluit. 2. Bijlagen Bijlage A: procedure voor toewijzing van opslagdiensten 129.

§2

, 2., 2e stip, staat dat “day-ahead capaciteit (...) niet onder de hierna beschreven toewijzingsprocedures valt”. De CREG merkt echter op dat er ook voor die capaciteit toewijzingsregels moeten worden voorzien, zoals trouwens reeds voorzien lijkt te zijn

§3.5.

De CREG verwijst

dit verband naar paragraaf

  1. De toewijzingsregel voorgesteld

§3

.1.1 komt niet overeen met de regel opgenomen

het op 24 februari 2005

gediende en bij beslissing van 17 augustus afgekeurde, voorstel van IVP Oplslag. De CREG verwijst

dit verband naar haar opmerking geformuleerd

paragraaf 126 hierboven met betrekking tot definitie

(67)en verzoekt de N.V. FLUXYS om te letten op de consistente van dergelijke regels

haar verschillende documenten. 131. De toewijzingsregel voorgesteld

§3

.1.2 komt niet overeen met artikel 37 van de belangrijkste voorwaarden voor opslag, waarin wordt gesteld dat de

voorkomend geval nog beschikbare capaciteiten “na toewijzing volgens het

artikel 36 bepaalde voorrangsrecht, worden toegewezen tijdens een op jaarbasis door Fluxys georganiseerde verkoopperiode. De tijdens deze verkoopperiode gebruikte toewijzingsregels (...) houden rekening met de marktvoorwaarden en met het marktaandeel (...) van de aanvragers (...).” Een “first committed, first served”-regel houdt geenszins rekening met de marktvoorwaarden,

voorkomend geval met blijvende congestie, noch met enig marktaandeel. Een andere toewijzingsregel dient bijgevolg te worden voorgesteld. 132.

verband met §3.4 wenst de CREG op te merken dat de N.V. FLUXYS geen toewijzingsregel dient voor te stellen voor capaciteiten die

opdracht van de CREG worden vrijgemaakt, omdat de vereiste opheffing, overeenkomstig artikel 48, §3, van de gedragscode, steeds dient te gebeuren

het kader van één bepaalde aanvraag en dus enkel ten gunste van de betrokken aanvrager. 38/74 Bijlage B: procedure voor congestiebeheer van opslag 133.

verband met §3.1, lijkt het de CREG aangewezen omwille van redenen van transparantie, hoewel niet bepaald door de belangrijkste voorwaarden voor opslag, om de

bijlage C nader toegelichte factoren MIF/MWF/DIF/IIF/IWF tevens op te nemen

het register van niet-gebruikte capaciteit. 134. Op verscheidene plaatsen

§4

(bijvoorbeeld

§§ 4

.1.1 en 4.1.2) wordt de tekst van de gedragscode vrijwel overgenomen zonder dat hij echt concreet en toepasbaar wordt gemaakt. De CREG verwacht echter dat de opslagcode Loenhout onder meer alle relevante termijnen vermeldt die door de N.V. FLUXYS moeten worden gerespecteerd . 135. Voor meer duidelijkheid vraagt de CREG dat de eerste zin van §4.1.2 als volgt wordt aangevuld: de termen “dat hij de gevraagde capiciteit daadwerkelijk gebruikt” moeten worden vervangen door “dat hij de gevraagde capaciteit daadwerkelijk zal gebruiken”. Bovendien moet

de tweede zin van §4.1.2 worden gepreciseerd dat dit bewijs aan de CREG moet worden geleverd. Zoals wordt gesteld

paragraaf 44 van onderhavige beslissing is het wel degelijk de CREG die over deze

formatie moet beschikken. 136. De

de tweede paragraaf van §4.1.3 beschreven procedure moet worden geschrapt uit de opslagcode Loenhout. De opslagcode Loenhout van de N.V. FLUXYS is niet het document waarin de procedure moet worden beschreven die door de CREG wordt gevolgd

toepassing van artikel 48 §3 van de gedragscode. 137. Betreffende §4.1.4 verwijst de CREG naar paragraaf 44 hierboven. Bijlage C: procedures voor de exploitatie van de aardgasopslag 138.

verband met §2.1 verzoekt de CREG de N.V. FLUXYS om bijkomende uitleg te verschaffen over het belang en de impact van de conversie van capaciteit op basis van de CBWC. 139.

verband met §2.3.2 en §2.4.8 wenst de CREG op te merken dat de opslaggebruiker niet bij machte kan zijn om een CBW te voorspellen voor het gas dat op een bepaalde dag

de aardgasopslag zal worden geïnjecteerd (of uitgezonden). De CREG verwijst

dit verband naar paragraaf 46 hierboven. De link tussen de opslagcode Loenhout en de overbrengingscode dient hier te worden verduidelijkt,

die zin dat N.V. FLUXYS (netbeheerder) aan de betrokken opslaggebruikers en/of bevrachters een voorspelling moet doorsturen voor het herleveringspunt van het net “Aansluitingspunt Loenhout”, alsook voor ieder ander herleveringspunt. 39/74 140. De

§2

.3.3 voorkomende term “beschikbare dagelijkse hoeveelheden” is niet gedefinieerd. De CREG merkt op dat die term niet kan geïnterpreteerd worden

de zin van “beschikbare capaciteit” zoals gedefinieerd

de gedragscode, zodat een definitie van deze term en/of de keuze van een andere term onontbeerlijk is. De CREG laat dezelfde opmerking gelden voor alle andere plaatsen waar de term “beschikbaar” nog voorkomt

het voorstel van opslagcode Loenhout, onder meer §2.5.2.2, §2.5.2.3, §4.2, §5, §6.5 en

Bijlage D, §2.

  1. De CREG merkt op dat het schema op bladzijde 10/40 (§2.4) geen correcte weergave is van de beschrijving van de procedure

de daarnavolgende tekst (§2.4.8), wat betreft de tijdsindicaties van de hernominaties “within day”. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS om de consistentie van tekst en schema te versterken teneinde duidelijkheid te scheppen over de te volgen procedure. 142. De twee eerste paragrafen op bladzijde 11/40 (§2.4) zijn onduidelijk en moeten worden herformuleerd. 143. De CREG stelt een

coherentie vast tussen de tekst en de legende van de grafieken van §2.4: de afkortingen SDT en TDT betekenen respectievelijk « Storage User’s Daily Storage Notice » en « Storage Operator’s Daily Storage Notice »

de tekst en « Storage User’s Daily Storage Forecast » en « Storage Operator’s Daily Storage Forecast »

de grafieken. De CREG vraagt dat er een unieke betekenis wordt gegeven aan elke afkorting die

de opslagcode wordt gebruikt. 144. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS om bijkomende uitleg te verschaffen over de betekenis van de term “verplicht”

§2.4.2, alsook over de gevolgen van een niet-naleving van deze verplichting.

Een “alternatieve oplossing” lijkt immers reeds voorzien te zijn, met name terugvallen op het SWT bericht, zodat het “verplichte” karakter van deze eerste nominatie onduidelijk is. 145.

het eerste lid van §2.4.8 wordt gemeld dat de opslaggebruiker via het dagelijkse SDT bericht dient mee te delen “welke (gecodeerde) stroomopwaartse netgebruiker(s) aardgas op het aansluitingspunt van de aardgasopslag beschikbaar zullen stellen.” De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS om dit artikel aan te vullen voor het geval dat een stroomopwaartse netgebruiker het aardgas op het aansluitingspunt zal afnemen. 146. De CREG vraagt de N.V. FLUXYS

verband met §2.4.8 om met de nodige zorg te onderzoeken of hernominaties op de aardgasopslag van Loenhout

werking zouden 40/74 kunnen treden, zij het op “reasonable endeavour” basis, niet langer dan 1 uur na het eerste uurinterval. 147.

verband met de hernominaties, waarvan de behandeling beschreven is

het voorlaatste lid van §2.4.8 (actie van de operator van de opslag), merkt de CREG op dat het voorstel van opslagcode Loenhout de vrijheid laat aan de opslaggebruiker om onbeperkt te hernomineren binnen de grenzen van zijn onderschreven capaciteit (desgevallend verminderd na toepassing van de relevante correctiefactoren), hoewel de opslaggebruiker

geen geval een garantie krijgt dat zijn hernominaties kunnen uitgevoerd worden binnen de gewenste termijn. Teneinde de transparantie en de voorspelbaarheid van de werking van de aardgasopslag naar de opslaggebruikers toe te verhogen, verzoekt de CREG de N.V. FLUXYS om

het voorstel van opslagcode Loenhout de meest voorkomende oorzaken van vertraging bij de uitvoering van de hernominaties op te nemen, samen met een kwantificering van de respectievelijk te verwachten vertragingen. 148.

de mate dat de opslaggebruikers niet bij machte zijn om de CBW van het te

jecteren gas te voorspellen, maar aangewezen zijn op de voorspelling van de netbeheerder, zouden de voorspelde waarden voor de CBW aangegeven door de respectievelijke opslaggebruikers identiek moeten zijn. Het lijkt daarom overbodig,

tegenstelling tot het bepaalde

§2

.4.9, om de opslaggebruiker

kennis te stellen van “de laagste CBW die door elke andere opslaggebruiker ... is aangekondigd”. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS om deze procedure te verduidelijken, en verwijst

dat verband naar haar opmerkingen geformuleerd

paragraaf 139 hierboven. 149. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS om te verduidelijken welke gevallen bedoeld worden

§§2

.5.2.2 en 2.5.2.3 met de volgende termen: “

dien de operator van de opslag

jectie- of uitzendnominaties niet kan aanvaarden (...)”. 150. De CREG merkt op dat er

§§2

.5.2.2 en 2.5.2.3 een verdelingsregel ontbreekt, waarmee de vereiste verhoging van de geaggregeerde nominaties verdeeld wordt tussen de betrokken opslaggebruikers: de operator van de opslag zal allicht niet aan iedere opslaggebruiker vragen om zijn

dividuele nominaties te verhogen al naargelang het geval tot MinWF / MinIF, terwijl de betrokken paragrafen dat recht toekennen aan de operator van de opslag. 151. De CREG merkt op dat de draagwijdte van het laatste lid van §2.5.2.4 nadere toelichting verdient, onder meer om duidelijk te maken of hier wekelijkse nominatieprogramma’s, dagelijkse nominaties of “within-day” hernominaties bedoeld worden. 41/74 De CREG verwijst

dit verband naar haar opmerking gefomuleerd

paragraaf 147 hierboven. 152.

§3

.2 van deze bijlage wordt gesteld dat de voorlopige aardgashoeveelheden “op uurbasis” bepaald worden, terwijl de definitieve aardgashoeveelheden “na afloop van de maand” bepaald worden. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS om deze paragraaf aan te vullen met een duidelijk tijdschema volgens hetwelke de operator van de opslag de opslaggebruiker

kennis zal stellen van die aardgashoeveelheden, met

achtneming van artikel 67 van de gedragscode. 153. De zinsnede “of overmacht

hoofde van de Operator van de Opslag”,

§§4

.1 en 4.2, telkens laatste lid, lijkt te impliceren dat de voor de opslaggebruiker noodzakelijke termijn niet kan verlengd worden, iets waarvan de betrokken opslaggebruiker het slachtoffer dreigt te worden,

geval van overmacht

hoofde van de operator van de opslag.

de mate dat de opslaggebruiker geen vat heeft op dergelijke omstandigheden, lijkt het aangewezen om

het voorstel van opslagcode Loenhout een sterkere garantie

te bouwen dat hij over de nodige tijd zal beschikken om de vereiste corrigerende maatregelen te nemen. 154. De CREG merkt op dat de termijnen vermeld

§§4

.1 en 4.2, telkens laatste lid, bij voorkeur, om redenen van harmonisatie, worden uitgedrukt

aantallen kalenderdagen eerder dan werkdagen. 155. De CREG merkt op dat de termijn vermeld

§5

bij voorkeur, om redenen van harmonisatie, wordt uitgedrukt

aantal kalenderdagen eerder dan werkdagen. De CREG laat bijkomend gelden dat een termijn van tien werkdagen om een gasoverdracht uit te voeren onredelijk lang is, des te meer dat dergelijke overdracht geen operationeel gevolg kan hebben. 156.

verband met §6 merkt de CREG op dat het niet duidelijk is op welke manier een aantal factoren wordt gecommuniceerd aan de opslaggebruikers. Er wordt bijvoorbeeld vermeld dat de MIF “als regel” dagelijks op de website van de operator van de opslag wordt gepubliceerd, maar er wordt geen procedure voorzien bijvoorbeeld

het geval dat er “within day” een gewijzigde factor moet worden gecommuniceerd. Het verdient volgens de CREG bijkomend aanbeveling om voorbeelden van de modelformulieren van de WFR, DFR, WAF en DAF berichten op te nemen

de bijlagen bij Bijlage C. 157.

verband §§6.2, 6.3 en 6.4 merkt de CREG op dat de verwittigingstermijn van 4 uur mogelijk niet verzoenbaar is met de binnenkort verwachte resultaten van een lopende 42/74 gezamenlijke studie van de CREG en de N.V. FLUXYS over de operationele reserve. De CREG maakt voorbehoud bij de bewuste termijnen tot die studie afgerond is. 158. Artikel 31 van de gedragscode bepaalt dat een kalender van de door de operator geplande onderhoudswerken jaarlijks uiterlijk op 30 september moet worden gepubliceerd. De datum vermeld

§§6

.3 en 10.2, 1e lid (met name 31 december) dient overeenkomstig te worden aangepast. 159.

verband met §7 merkt de CREG op dat het geval waarin N.V. FLUXYS niet- kwaliteitsconform gas zou uitzenden uit de aardgasopslag naar het aansluitingspunt van de aardgasopslag, niet behandeld wordt

het voorstel van opslagcode Loenhout. Zonder afbreuk te doen aan de terzake geldende aansprakelijkheidsregeling,

gesloten

de belangrijkste voorwaarden voor opslag, dienen de

dergelijk geval te volgen procedures eveneens te worden beschreven

het voorstel van opslagcode Loenhout.

  1. De laatste zin van §8, 1e lid, bevat meerdere niet-gedefinieerde termen, waardoor de betekenis ervan onduidelijk is. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS om deze zin op passende wijze te verduidelijken.
  2. De CREG merkt op dat de betekenis van de term “leveren”

§8

, 1e en 3e lid, niet duidelijk is en alleszins niet overeenkomt met de betekenis die aan dit woord gegeven wordt

de gaswet. De CREG verzoekt bijgevolg de N.V. FLUXYS om deze paragraaf op passende wijze te verduidelijken.

  1. Hoewel dit niet vereist wordt door artikel 72 van de gedragscode, verdient het volgens de CREG aanbeveling om voorafgaandelijk overleg te plegen met de opslaggebruikers bij het opstellen van de onderhoudsplanning. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS om hiermee rekening te houden bij de aanpassing van §10.2, 3e lid.
  2. De CREG merkt op dat §10.2, 4e lid, geheel geschrapt of herschreven dient te worden. Het voorstel van opslagcode Loenhout dient immers geen aansprakelijkheidsregeling te bevatten, a fortiori geen aansprakelijkheidsregeling die lijkt af te wijken van de

de belangrijkste voorwaarden voor opslag

gesloten regeling. Bijlage D: Opslagdiensten op de secundaire markt 164. De CREG verwijst

verband met §1 naar paragraaf 65 van onderhavige beslissing. 165. Het voorstel van opslagcode Loenhout vermeldt

§1

: « de aard van de opslagdiensten mag echter niet veranderen ten gevolge van een uitwisseling op de 43/74 secundaire markt ».

de veronderstelling dat de aard van een opslagdienst overeenstemt met het vaste of onderbreekbare karakter ervan, vraagt de CREG deze zin van de opslagcode Loenhout te schrappen.

dien deze beperking tijdelijk noodzakelijk zou blijken te zijn dan moet de N.V. FLUXYS dit vermelden

het voorstel van IVP Opslag. 166.

§1

vraagt de CREG de zin « De Opslagdiensten mogen alleen worden overgedragen tussen twee geregistreerde Opslaggebruikers » te vervangen door de zin: « De Opslagdiensten mogen alleen worden overgedragen tussen twee Opslaggebruikers ».

dit verband verwijst de CREG naar paragraaf 182 van onderhavige beslissing. 167. De titel van §2 voldoet niet, met name omdat deze sectie geen definitie van de secundaire markt verschaft. Deze titel moet dus worden aangepast aan de werkelijke

houd van deze sectie. De CREG verwijst eveneens naar haar opmerking

paragraaf 125 van onderhavige beslissing betreffende de definitie van « secundaire markt ». 168. Zowel

§1

als

§2.1 maakt de N.V.

FLUXYS voorbehoud bij de overdracht van opslagdiensten, “

dien uit simulaties zou blijken dat deze overgedragen dienst onder de gewijzigde omstandigheden niet gebruikt kan worden met betrekking tot de aard van deze capaciteitsdienst.” De betekenis van deze zinsnede en de noodzaak om simulaties uit te voeren bij capaciteitsoverdracht met betrekking tot opslagactiviteiten zijn niet duidelijk omschreven. De CREG verzoekt bijgevolg de N.V. FLUXYS om de nodige verduidelijking aan te brengen

het voorstel van opslagcode Loenhout of om het voorbehoud te schrappen 169. Onverminderd de opmerkingen die worden geformuleerd

paragraaf 168 hierboven, blijken de voorwaarden die door de N.V. FLUXYS

§2

.1.1 worden gesteld, haar werkelijke behoeften om de simulatie te doen, te overtreffen. Enerzijds mag de N.V. FLUXYS geen ander contractueel gegeven vragen dan de referte van het opslagcontract waarvan de verkoper de betrokken dienst geheel of gedeeltelijk wil verkopen. De eerste voorwaarde moet dus opnieuw worden geformuleerd. Bovendien blijkt het voor deze simulatie niet nuttig voor de N.V. FLUXYS om te weten of de verkoper met of zonder bevrijding zal verkopen. De derde voorwaarde die door de N.V. FLUXYS wordt gesteld, moet dus worden geschrapt tenzij de N.V. FLUXYS hiervoor enige motivering aanbrengt.

deze laatste veronderstelling vraagt de CREG deze voorwaarde te herformuleren omdat ze onvoldoende duidelijk is. 170. Het onderscheid dat door de N.V. FLUXYS

§3

wordt gemaakt tussen de door haar « gefaciliteerde » en « niet gefaciliteerde » secundaire markten, is niet verenigbaar met de communicatie- en publicatieplicht van de aanbiedingen die respectievelijk aan de opslaggebruikers en de vervoersonderneming toekomen, zoals wordt gesteld

paragraaf 164 hierboven. De opslaggebruikers moeten hun aanbiedingen steeds kenbaar 44/74 maken aan de N.V. FLUXYS die verplicht is deze te publiceren. Het onderscheid tussen « gefaciliteerde » en « niet gefaciliteerde » markten kan bijgevolg enkel betrekking hebben op de commercialiseringsdiensten die de N.V. FLUXYS

het kader van de door haar gefaciliteerde markt wil aanbieden. 171. Uit voorgaande paragraaf resulteert dat de eerste drie stappen van het op de secundaire markt brengen van een aanbod

zake opslagdienst gemeenschappelijk moeten zijn voor de door de N.V. FLUXYS « gefaciliteerde » en « niet gefaciliteerde » markten: a. kennisgeving van het aanbod door de opslaggebruiker aan de N.V. FLUXYS; b. onverminderd de

paragraaf 168 geformuleerde opmerkingen, desgevallend berekening door de N.V. FLUXYS van de verhandelbare capaciteit op de secundaire markt; c. publicatie van het aanbod door de N.V. FLUXYS. Op het ogenblik van de publicatie moet het onderscheid tussen de twee door de N.V. FLUXYS voorgestelde methoden worden gemaakt:

dien de opslaggebruiker beslist zelf de opslagdienst te commercialiseren, zal de N.V. FLUXYS, naast de kenmerken van de aangeboden dienst, de contactgegevens van de verkoper en de vrij door laatstgenoemde gekozen doorverkoopprijs publiceren.

dien de opslaggebruiker niet voor de commercialisering op de secundaire markt wil

staan, zal de N.V. FLUXYS de te contacteren organisatie zijn.

  1. - De CREG heeft nog de volgende opmerkingen over §
  2. De eerste zin van de §§ 3.1 en 3.2 geeft aan: de secundaire markt « kan als volgt worden georganiseerd ». Deze formulering voldoet niet, a fortiori wanneer

de opslagcode procedures worden beschreven voor diensten die door de gedragscode verplicht zijn gemaakt. - De termijn voor kennisgeving door een opslaggebruiker aan de N.V. FLUXYS van de opslagdiensten die hij op de secundaire markt wil doorverkopen, is niet heel duidelijk. Enerzijds worden twee verschillende termijnen vermeld

de §§ 3.1.a en 3.1.b: respectievelijk minstens 18 werkdagen en minstens 5 werkdagen. Bovendien is slechts één termijn voor kennisgeving terug te vinden

sub-bijlage 2. De CREG wenst dat de N.V. FLUXYS deze termijnen verduidelijkt en eveneens zoveel mogelijk

kort van zodra het automatische reserveringssysteem operationeel zal zijn. 45/74 - De laatste zin van §§ 3.1.a en 3.2.a is dubbelzinnig: de CREG verwijst

dit verband naar paragraaf 77, punt 3, van onderhavige beslissing. •

verband met §3.1.c verwijst de CREG naar paragraaf 77, punt 4 van onderhavige beslissing. - Met het oog op coherentie vraagt de CREG aan de N.V. FLUXYS om te vermelden dat de voetnota die verwijst naar §3.2.b) eveneens geldt voor §3.1.d). Krachtens artikel 45 van de belangrijkste opslagvoorwaarden moet de term « werkdag » hier evenwel worden vervangen door « dag ». - De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS om te verduidelijken wie of wat bedoeld wordt

§2

.1 met “de opslaggebruiker die de verkoop van opslagdiensten op de secundaire markt dient te faciliteren”. 173. De CREG vraagt aan de N.V. FLUXYS om §3 van bijlage D van het voorstel van opslagcode Loenhout grondig te herzien en

dat verband met alle vragen, opmerkingen en suggesties die

de paragrafen 170, 171 en 172 hierboven werden geformuleerd, rekening te houden. Bijlage E: Aardgasspecificaties op het aansluitingspunt van de aardgasopslag 174. Daar de opslag van Loenhout een specifiek

gangs- en afnamepunt van het door de N.V. FLUXYS beheerd vervoersnet is, worden de kwaliteitsspecificaties van het gas dat

de opslag van Loenhout wordt geïnjecteerd en van daaruit

omloop wordt gebracht, behandeld

de overbrengingscode. Daarom vraagt de CREG de volledige

houd van de §§ 1 en 2 van bijlage E van de opslagcode Loenhout te schrappen en deze respectievelijk te vervangen door een verwijzing naar §2.3 van bijlage E van de overbrengingscode (aangepast op basis van de

de paragrafen 87 tot 90 van onderhavige beslisssing geformuleerde opmerkingen) en door een verwijzing naar §1 van bijlage E van de overbrengingscode (aangepast op basis van de

de paragrafen 81 tot 83 van onderhavige beslissing geformuleerde opmerkingen). De CREG wil dat de N.V. FLUXYS

§1

van bijlage E van de opslagcode Loenhout herinnert aan de verplichtingen betreffende het CO2-gehalte van het aardgas dat

de opslag van Loenhout wordt geïnjecteerd welke eveneens worden vermeld

de belangrijkste voorwaarden voor opslag en preciseert dat het beheer van deze verplichtingen wordt beschreven

het OBA tussen de vervoersnetbeheerder en de opslagsysteembeheerder. Bijlage G: Meet- en testprocedures 46/74 175. Betreffende bijlage G verwijst de CREG naar haar opmerkingen geformuleerd

de paragrafen 92 en 93 van onderhavige beslissing. Bijlage H: Werking en gebruik van het automatische reserveringssysteem 176. Doorheen deze bijlage H worden de termen « reserveren » en « boeken » naast elkaar gebruikt. Het verdient volgens de CREG aanbeveling om de terminologische consistentie te versterken en systematisch te kiezen voor « reserveren »,

lijn met de

de gedragscode geïntroduceerde naam van het « automatische reserveringssysteem ». 177. De CREG herinnert eraan dat de enige voorwaarde waaraan de netgebruiker moet voldoen om toegang tot het ARS te krijgen, het ondertekenen van de netwerkcode is,

casu de opslagcode Loenhout.

tegenstelling tot hetgeen

§4

.1 wordt gesteld, is het dus niet nodig opslaggebruiker te zijn,

de zin van de belangrijkste voorwaarden voor opslag, om toegang tot het ARS te krijgen. De CREG vraagt dus de term « opslaggebruiker »

dit hoofdstuk te vervangen door « netgebruiker ». 178. Overigens is §4.1 onvoldoende duidelijk en coherent.

de eerste plaats worden

het eerste gedeelte van dit hoofdstuk functies van het ARS behandeld en niet de toegang tot het systeem,

tegenstelling tot de titel van dit hoofdstuk. Overigens wordt

het tweede deel van §4.1 verwarring gecreëerd over de voorwaarden waaraan enerzijds de netgebruiker moet voldoen om toegang tot het ARS te krijgen en anderzijds de gebruiker van het ARS om via het ARS opslagdiensten te kunnen reserveren. Met het oog op duidelijkheid en coherentie tussen de verschillende netwerkcodevoorstellen van de N.V. FLUXYS suggereert de CREG om §4.1 op te splitsen

drie hoofdstukken: - een hoofdstuk « Toegang tot het ARS » waarin eraan wordt herinnerd dat de enige verplichting van de netgebruikers om toegang tot het ARS te krijgen, het ondertekenen van de opslagcode is; - een hoofdstuk « Lijst en toegangsrechten van de gebruikers van het ARS », dat de

houd van het tweede deel van §4.1 van het voorstel van opslagcode Loenhout zal bevatten en waarin bovendien zal worden gepreciseerd dat het noodzakelijk is te voldoen aan de voorwaarde gesteld

§4

van bijlage I (aangepast op basis van de opmerkingen en aanvragen geformuleerd

de paragrafen 182 tot 186 van onderhavige beslissing) alvorens opslagdiensten te kunnen reserveren.

dit hoofdstuk zal eveneens moeten worden vermeld welke functies van het ARS beschikbaar zijn 47/74 voor de opslaggebruikers die de opslagcode hebben ondertekend maar niet voldoen aan de voorwaarden om opslagdiensten te reserveren. - een hoofdstuk « Functies van het ARS » dat het eerste gedeelte van §4.1 van het voorstel van opslagcode Loenhout zal bevatten.

  1. Gezien het zeer onvolledige karakter van bijlage H van het voorstel van opslagcode Loenhout, aangezien er nog steeds aan de ontwikkeling van het ARS wordt gewerkt, kan de CREG geen andere opmerkingen over deze bijlage formuleren. Bijlage I: Procedure voor reservering van opslagdiensten
  2. Doorheen deze bijlage I worden de termen “reserveren” en “boeken” naast elkaar gebruikt. De CREG verwijst

dit verband naar paragraaf 102 van onderhavige beslissing. 181.

verband met §2 merkt de CREG op dat minstens een deel van de via het ARS aangeboden opslagdiensten vermoedelijk “op de primaire markt aangeboden gebundelde opslagdiensten” betreffen, terwijl

de tekst het onderscheid tussen beide categorieën wordt benadrukt. Daarnaast is niet duidelijk

welke categorie de diensten aangeboden op de DAM thuishoren. De CREG verzoekt bijgevolg de N.V. FLUXYS om de geschetste categorieën te verfijnen en/of aan te vullen. 182. De CREG ziet niet

welk nut de

troductie van het begrip « geregistreerde opslaggebruiker »

§4heeft.

Met het oog op coherentie met de overbrengingscode en de vraag die

paragraaf 105 wordt geformuleerd, vraagt de CREG dus om de titel van §4 als volgt te wijzigen: « Voorafgaande voorwaarde om opslagdiensten te kunnen reserveren ». De eerste zin van deze §4 moet dus worden verwijderd: de voorwaarden om opslagdiensten te kunnen reserveren staan los van de reserveringswijze die door de netgebruiker wordt gekozen (ARS of onderhandelde toegang). 183. De CREG heeft reeds herhaaldelijk gesteld dat de toegang tot het netwerk (

clusief de opslaginstallaties) niet afhankelijk kan worden gesteld van het houden van een leveringsvergunning. De CREG verwijst

dit verband naar paragraaf 106 van onderhavige beslissing. Bijgevolg verzoekt de CREG de N.V. FLUXYS om de eerste voorwaarde vermeld

§4te schrappen.

184. Volgens de redenering die

paragraaf 127 van onderhavige beslissing wordt gevolgd, is het “Storage Services Agreement” (SSA) een raamcontract voor opslag. Wegens het bepalende lidwoord « de » kan de tweede voorwaarde van §4 worden geïnterpreteerd als was het SSA een standaard- en geen onderhandelbaar document, terwijl het

tegendeel 48/74 gaat om een

dividueel contract waarin de relaties tussen de opslaggebruiker en de N.V. FLUXYS worden geregeld. De CREG suggereert om « de » te vervangen door « een ».

  1. Krachtens artikel 90 van de belangrijkste voorwaarden voor opslag moet de opslaggebruiker niet over een bankwaarborg beschikken vóór de eigenlijke aanvang van de door hem aangekochte opslagdienst. De N.V. FLUXYS kan dergelijke waarborg niet vragen, noch vóór noch op het ogenblik van de reservering van de opslagdiensten. De derde voorwaarde van §4 moet dus worden verwijderd.
  2. Hoewel de CREG gunstig staat tegenover een volledige uniformering van de operationele regels en andere procedures die

de opslagcode worden beschreven5 kan zij een voorstel van opslagcode waarin alle netgebruikers zouden worden verplicht de opslagcode te ondertekenen, niet goedkeuren. Krachtens artikel 14 en 88 §2 van de gedragscode, wordt deze verplichting enkel opgelegd aan de netgebruikers die het ARS willen gebruiken en de netgebruikers die uitdrukkelijk willen worden geraadpleegd bij wijziging van de opslagcode. Dus ook de vierde voorwaarde van §4 moet worden geschrapt. Het staat de N.V. FLUXYS evenwel vrij de aanhechting aan het SSA van de door de CREG goedgekeurde opslagcode voor te stellen

het kader van onderhandelingen met het oog op de toegang tot het opslagnet voor een netgebruiker via de onderhandelde toegangsprocedure. 187. De N.V. FLUXYS stelt

§5

.2 (stap 8) en §5.3 (stap 6) dat de ”vergoeding wordt berekend op basis van de gereguleerde tarieven”. De CREG verwijst

dit verband naar paragraaf 111 van onderhavige beslissing. 188. Volgens de opmerkingen geformuleerd

de paragrafen 182 tot 186 hierboven is het begrip « geregistreerde opslaggebruiker » niet nuttig en moet het gebruik ervan worden vermeden. Overigens ziet de CREG niet

waarom niet alle opslaggebruikers de mogelijkheid zouden hebben opslagdiensten op korte termijn te reserveren. De CREG vraagt dus de titel van §5.4

die zin aan te passen. 189. Bij de aanpassing van de titel van §5.5 en de volledige §5.5.1 (stap 1) moet rekening worden gehouden met de opmerkingen en vragen die worden geformuleerd

de paragrafen 178 en 182 tot 186 hierboven. 5 De CREG wenst dat deze uniformering zou gegarandeerd

de gewijzigde gedragscode, die

toepassing van de nieuwe gaswet moet gestemd worden. 49/74 V. ANALYSE VAN DE NETWERKCODE VAN DE N.V. FLUXYS VOOR DE OPSLAG VAN LNG TE DUDZELE (VOORSTEL VAN OPSLAGCODE DUDZELE) V.

  1. Algemene opmerkingen
  2. Betreffende de coherentie tussen het voorstel van overbrengingscode, het voorstel van opslagcode Loenhout en het voorstel van opslagcode Dudzele verwijst de CREG naar paragraaf
  3. Zoals reeds vermeld

paragraaf 7 hierboven, heeft de CREG op 21 juni 2005 een Engelse versie van onderhavige voorstel van opslagcode Dudzele ontvangen en pas op 22 september 2005 een Franse versie ervan. De vergelijking van beide teksten heeft de CREG

staat gesteld om een aantal vertaalfouten te identificeren, waarvan sommige een

vloed hebben op de betekenis van de betreffende passages. De belangrijkste verschillen worden opgesomd

bijlage 3 bij deze beslissing. 192. De procedure om de opslagcode Dudzele te wijzigen dient

het voorstel van opslagcode Dudzele zelf (en niet

de verschillende bijlagen ervan)

detail te worden beschreven, met

achtneming van het bepaalde

artikel 88 en 89 van de gedragscode. De betreffende passages

de verschillende bijlagen, bijvoorbeeld

Bijlage B, §4.2, en

Bijlage C, §1.3, dienen bijgevolg te worden geschrapt en/of herschreven. De CREG merkt

dat verband op dat wijzigingen die volgens de

artikel 88 van de gedragscode vermelde procedure door de CREG goedgekeurd worden, een bindend karakter hebben voor alle ondertekenaars van de opslagcode Dudzele. 193. De CREG stelt vast dat de « Articles of Agreement van de opslagcode » waarover het gaat

§13

.1 van het voorstel van IVP Opslag niet zijn opgenomen

het voorstel van opslagcode Dudzele. De CREG vraagt coherentie tussen beide documenten: wanneer het voorstel van IVP Opslag verwijst naar de « Articles of Agreement van de opslagcode » moeten deze worden opgenomen

het voorstel van opslagcode Dudzele en dus ter goedkeuring aan de CREG worden voorgelegd. 194. Er dient

het voorstel van opslagcode Dudzele zo weinig mogelijk verwezen te worden naar jaartallen die niet vast liggen (“glijdende jaartallen”), om een jaarlijkse 50/74 aanpassing van de opslagcode Dudzele te vermijden. Er dient bijvoorbeeld verwezen te worden naar “le programme

dicatif de transport” en niet naar “le programme

dicatif de transport 2005-2006”. De verwijzing naar jaartallen kan onder meer op de volgende plaatsen verwijderd worden: - de definities

(37),
(85)en
(86); - de titelbladzijden van Bijlagen A, D en G; - §1 van bijlage G. 195. Teneinde misverstanden te voorkomen lijkt het de CREG aangewezen om de “bijlagen” A tot J een andere naam en/of nummering te geven dan de “bijlagen bij de bijlagen”, bijvoorbeeld bijlage A van Bijlage C. De CREG verwijst

dit verband naar paragraaf 16 hierboven. 196. Het verdient volgens de CREG aanbeveling om de formulering van het voorstel van opslagcode Dudzele waar mogelijk

lijn te brengen met de formulering van de overeenkomstige artikelen uit de belangrijkste voorwaarden voor opslag. De CREG meent dat onder meer de volgende passages

dat verband vatbaar zijn voor verbetering: - bijlage B, §2 (artikel 78 van de belangrijkste voorwaarden voor opslag); - bijlage B, §3.1 (artikel 30 van de belangrijkste voorwaarden voor opslag); - bijlage B, §3.2 (artikel 33 van de belangrijkste voorwaarden voor opslag); - bijlage C, §6.1 (artikel 51 van de belangrijkste voorwaarden voor opslag); - bijlage C, §6.2 (artikel 50 van de belangrijkste voorwaarden voor opslag); - bijlage C, §6.3 (artikel 53 van de belangrijkste voorwaarden voor opslag); - bijlage D, §5 (artikelen 45 en 46 van de belangrijkste voorwaarden voor opslag). 197. De CREG stelt vast dat het voorstel van opslagcode Dudzele geen gedetailleerde beschrijving

houdt van de “Day-Ahead Market” (DAM) noch van het Automatisch reserveringssysteem (ARS). De CREG beseft dat dit volgt uit het feit dat de DAM en ARS nog niet geïmplementeerd zijn, maar merkt op dat het voorstel van opslagcode Dudzele ten gepaste tijde zal moeten worden aangepast. CREG verwijst

dit verband naar artikel 99 en 100 van de gedragscode. 51/74 198. De CREG stelt vast dat bepaalde rechten en plichten die

hoofdstuk 8 van de gedragscode worden vermeld, niet uitdrukkelijk zijn opgenomen

het voorstel van opslagcode Dudzele. Het gaat bijvoorbeeld om de verplichting voor de vervoersonderneming om aan de opslaggebruiker

formatie over de allocatie van aardgas en de afwijkingen tussen nominatie en allocatie te verschaffen (artikel 67 van de gedragscode). De CREG vraagt dat alle rechten en plichten die worden vermeld

hoofdstuk 8 van de gedragscode en die van toepassing zijn op de opslag Dudzele, zouden worden opgenomen

het voorstel van opslagcode Dudzele,

toepassing van artikel 87 van de gedragscode. De CREG stelt daarenboven vast dat duidelijk omschreven procedures voor het bepalen van de kwaliteit van het LNG (aangevoerd met behulp van vrachtwagens) en het aardgas dat vanuit de opslagplaats wordt uitgezonden ontbreken. De CREG verzoekt de N.V. FLUXYS de nodige procedures

zake de kwaliteitsbepalingen

het voorstel van opslagcode Dudzele op te nemen, rekening houdend met artikelen 61 tot 66 van de belangrijkste voorwaarden voor opslag. V.

  1. Analyse
  2. De hiernavolgende analyse bespreekt achtereenvolgend de hoofdstukken zoals die

het voorstel van opslagcode Dudzele aan bod komen.

  1. Doel en definities
  2. De doelstelling van de opslagcode Dudzele, vermeld

sectie 1.1, is onvoldoende duidelijk. Niet alleen de operationele regels, maar ook alle andere regels, rechten en plichten, zoals gesteld

paragraaf 4 hierboven, moeten worden beschreven. De CREG vraagt dus aan de N.V. FLUXYS om de door de opslagcode Dudzele nagestreefde doelstellingen te verduidelijken. 201. Voor wat de termen betreft die

het voorstel van opslagcode Dudzele zelf gedefinieerd zijn, dient te worden gelet op de consistentie van de definities van het voorstel van opslagcode Dudzele met de definities van de gaswet, de gedragscode en de belangrijkste voorwaarden. De volgende

consistenties kunnen onder meer vermeld worden: - de definitie

(2)van “station de réception agrégée” verschilt van de definitie van de belangrijkste voorwaarden voor overbrenging; 52/74 - de definities
(6)en
(7)van “capacité d’

jection disponible” en “capacité d’émission disponible” zijn strijdig met de definitie van “beschikbare capaciteit” opgenomen

de gedragscode; - de definitie

(14)van “vérifié” wijkt af van de definitie van dezelfde term

de opslagcode voor Loenhout; - de definitie

(22)van “jour” wijkt af van de definitie van “gasdag”

de belangrijkste voorwaarden voor opslag; - de definitie

(28)van “loi gaz” wijkt af van de definitie van dezelfde term

de belangrijkste voorwaarden voor opslag; - de definitie

(35)van “utilisateur du réseau” verschilt van de definitie van de gaswet, tevens herhaald

de belangrijkste voorwaarden voor opslag; - de definitie

(45)van “LNG” wijkt af van de definitie van dezelfde term

de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de LNG Terminal van Zeebrugge; - de definitie

(47)van “principales conditions” (en niet “conditions principales”) wijkt af van de definitie van de gedragscode.

dit verband vraagt de CREG om

de volledige opslagcode Dudzele de term « conditions principales » te vervangen door « principales conditions » - de definitie

(70)van “marché primaire” wijkt af van de definitie van de gedragscode; - de definitie
(79)van “marché secondaire” wijkt af van de definitie van de gedragscode; - de definitie
(80)van “utilisateur vendeur du système de stockage” wijkt af van de definitie van dezelfde term

de opslagcode voor Loenhout; - de definitie

(96)van “utilisateur du stockage” wijkt af van de definitie van de belangrijkste voorwaarden voor opslag .

dit verband vraagt de CREG om

de volledige opslagcode Dudzele de term « utilisateu

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.