← België

Beslissing over de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de N.V. Elia System Operator betreffende de methodes voor congestiebeheer en de metho

Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02 289 76 11 Fax: 02 289 76 09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)060825-CDC-552 over ‘de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de N.V. Elia System Operator betreffende de methodes voor congestiebeheer en de methodes voor het toekennen, aan de toegangsverantwoordelijken, van de beschikbare dagcapaciteit op de koppelverbindingen Frankrijk-België en BelgiëNederland via impliciete veilingen’. genomen met toepassing van artikelen 180, §2, en 183, §2, van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe 25 augustus 2006 INLEIDING DE COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op basis van artikelen 180, §2, en 183, §2, van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het technisch reglement), het voorstel van de N.V. Elia System Operator (hierna: Elia) betreffende de koppeling van de markten als mechanisme voor impliciete toekenning van de dagcapaciteit op de koppelverbindingen Frankrijk-België en België-Nederland. In artikel 180, §2, van het technisch reglement wordt gestipuleerd dat de methodes voor congestiebeheer, alsook de veiligheidsregels, aan de CREG ter goedkeuring ter kennis worden gebracht door de netbeheerder en overeenkomstig artikel 26 van dat reglement worden gepubliceerd. In artikel 183, §2, van het technisch reglement wordt bepaald dat de methodes voor de toekenning, aan de toegangsverantwoordelijken, van de capaciteit die beschikbaar is voor energie-uitwisselingen met de buitenlandse netten, aan de CREG ter goedkeuring ter kennis worden gebracht overeenkomstig artikel 26 van dat reglement. Het voorstel van methodes voor het beheer van congestie en voor de toekenning van de beschikbare dagcapaciteit aan de toegangsverantwoordelijken van energie-uitwisselingen met Frankrijk en Nederland via het mechanisme van marktkoppeling (impliciete veilingen) werd bij de CREG ingediend per brief van 1 maart 2006 (ontvangen per drager met ontvangstbewijs op dezelfde datum). Het dossier ingediend door Elia bevat vier documenten: 1) de nota “Le couplage des marchés comme mécanisme d’allocation des capacités journalières sur les interconnexions France Belgique et Belgique Pays-Bas », 2) de verklarende nota betreffende de wijzigingen van het contract van toegangsverantwoordelijke, 3) de gewijzigde versie van het contract van toegangsverantwoordelijke met track changes en 4) de gewijzigde versie van het contract van toegangsverantwoordelijke zonder track changes. Elia verwijst in haar schrijven ook naar het document “The Belpex project and its impact on cross-border capacity allocation” dat aan de CREG werd toegezonden per brief 2/50 van 12 mei 2005 en dat de principes van de “Day Ahead Market Coupling” (hierna DAMC) uiteenzet. De documenten in verband met de wijzigingen van het contract van toegangsverantwoordelijke (voormelde documenten 2, 3 en 4) werden geanalyseerd in het kader van de beslissing van de CREG (B)060511-CDC-545 betreffende ‘de wijzigingen van de algemene voorwaarden vervat in artikel 1, artikel 11.5 en bijlagen 1, 2 en 5 van de contracten van toegangsverantwoordelijke aangeboden door de netbeheerder aan de netgebruikers’ van 11 mei 2006 en maken bijgevolg niet het voorwerp uit van deze beslissing. Op 21 juni 2006 heeft de CREG een aangetekend schrijven met ontvangstbewijs naar Elia gestuurd, waarin zij Elia met name verzoekt de antwoorden te formaliseren die zijn vervat in de verschillende documenten die zijn uitgewisseld in het kader van het stappenplan van 7 december 2005 van de drie regulatoren, de CRE, de CREG en DTe (hierna: stappenplan), en er bijkomende informatie aan toe te voegen voor verwerking in het dossier. Elia heeft de gevraagde bijkomende informatie verschaft per schrijven van 29 juni 2006, ontvangen per drager met ontvangstbewijs op 29 juni 2006. Per schrijven van 30 juni 2006, ontvangen per drager met ontvangstbewijs op 30 juni 2006, laat Elia aan de CREG weten dat er een fout geslopen is in de nota getiteld “Le couplage des marchés comme mécanisme d’allocation des capacités journalières sur les interconnexions France Belgique et Belgique Pays-Bas” en dat zij bijgevolg in bijlage een gecorrigeerde versie van het gehele dossier voegt. Elia verzoekt de CREG in hetzelfde schrijven om haar de initiële versie van het dossier, overgemaakt op 29 juni 2006, aan haar terug te sturen. Op 19 juli 2006 heeft de CREG aan Elia een brief gestuurd met het gezamenlijke standpunt van de CRE, de CREG en de DTe betreffende de trilaterale marktkoppeling. Als antwoord op deze brief heeft Elia op 27 juli 2006 aan de CREG ter informatieve titel het antwoord van de 6 operatoren van de trilaterale marktkoppeling gestuurd. Dezelfde dag heeft Elia, ter goedkeuring in het kader van de artikelen 180, §2, en 183, §2, van het technisch 3/50 reglement, een tweede aanvullende nota bij het dossier over de back-upprocedure en over de transparantie met betrekking tot de paradoxaal verworpen block orders gestuurd. De onderhavige beslissing is in vier delen opgedeeld. Het eerste deel gaat over het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de beslissing uiteengezet. In het derde deel worden de door Elia voorgestelde methodes voor toekenning van de dagcapaciteiten en voor het congestiebeheer voor impliciete veilingen op de koppelverbindingen België-Frankrijk en België-Nederland geanalyseerd. Het vierde deel ten slotte bevat de eigenlijke beslissing. De onderhavige beslissing is door het directiecomité van de CREG goedgekeurd op zijn zitting van 25 augustus 2006. 4/50 I. WETTELIJK KADER I.1. Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van richtlijn 96/92/EG. 1. Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van richtlijn 96/92/EG (hierna: richtlijn 2003/54/EG), legt in haar artikel 9.

  1. e)een algemene verplichting op volgens dewelke de netbeheerder de niet-discriminatie tussen gebruikers of categorieën gebruikers van het net, met name ten gunste van verwante bedrijven, moet waarborgen. Richtlijn 2003/54/EG benadrukt meer bepaald het principe van de niet-discriminerende toegang tot het transmissienet in artikel 20.1, dat bepaalt dat de Lidstaten ervoor moeten zorgen dat voor alle in aanmerking komende klanten een systeem voor toegang van derden tot de transmissie- en distributienetten wordt ingevoerd. Dit systeem, gebaseerd op gepubliceerde tarieven, moet objectief en zonder discriminatie tussen de gebruikers van het net worden toegepast. Artikel 23.1.
  2. a)van richtlijn 2003/54/EG heeft betrekking op de regelgevende instanties en voorziet dat ze, ten minste, verantwoordelijk moeten zijn voor het garanderen van nondiscriminatie, daadwerkelijke mededinging en een doeltreffende marktwerking ten aanzien van de voorschriften inzake het beheer en de toekenning van koppelingscapaciteit, in overleg met de regelgevende instanties van de Lidstaten waarmee een koppeling bestaat. Overeenkomstig artikel 23.4. van de richtlijn 2003/54/EG zijn de regelgevende instanties bevoegd om zo nodig van de beheerders van transport- en distributienetten te verlangen dat zij de in de leden 1, 2 en 3 (van hetzelfde artikel) bedoelde voorwaarden, tarieven, regels, mechanismen en methoden wijzigen om ervoor te zorgen dat deze evenredig zijn en op nietdiscriminerende wijze worden toegepast. 5/50 I.2. Verordening (EG) Nr. 1228/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit 2. De CREG herinnert eraan dat, krachtens de bepalingen van artikel 249 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, verordening nr. 1228/2003 een algemene draagwijDTe heeft, in al zijn elementen bindend is en rechtstreeks van toepassing is in iedere Lidstaat. 3. Artikel 5 van de verordening (EG) nr. 1228/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit (hierna: verordening nr. 1228/2003) bepaalt de informatie over koppelingscapaciteit. Punt 3 bepaalt dat de transmissiesysteembeheerders ramingen moeten publiceren van de beschikbare overdrachtcapaciteit voor elke dag, met vermelding van eventuele reeds gereserveerde capaciteit. Deze publicaties vinden plaats op bepaalde tijdstippen vóór de dag van het transport, en omvatten in elk geval ramingen voor de komende week en de komende maand, alsook een kwantitatieve aanduiding van de verwachte betrouwbaarheid van de beschikbare capaciteit. 4. Artikel 6 van verordening nr. 1228/2003 omschrijft de algemene principes inzake congestiebeheer. Artikel 6.1 preciseert dat congestieproblemen op het net moeten worden aangepakt met nietdiscriminerende, aan de markt gerelateerde oplossingen waarvan voor de marktdeelnemers en de betrokken transmissiesysteembeheerders doeltreffende economische signalen uitgaan. Bovendien bepaalt dit artikel dat netcongestieproblemen bij voorkeur moeten worden opgelost met van transacties losstaande methodes, d.w.z. methodes waarbij geen keuze moet worden gemaakt tussen de contracten van afzonderlijke marktdeelnemers. 6/50 Artikel 6.2 van verordening nr. 1228/2003 bepaalt dat de procedures om transacties te beperken slechts mogen worden toegepast in noodsituaties wanneer de transmissiesysteembeheerder snel moet optreden en redispatching of compensatiehandel niet mogelijk is, en dat, behoudens in geval van overmacht, de marktdeelnemers aan wie een capaciteit werd toegekend, moeten worden vergoed voor elke beperking. Artikel 6.3 bepaalt dat marktdeelnemers de beschikking over de maximale capaciteit van de koppelverbindingen en/of de maximale capaciteit van de transmissiesystemen waarmee grensoverschrijdende stromen worden verzorgd, krijgen, zulks in overeenstemming met de voor een bedrijfszekere exploitatie van het net geldende veiligheidsnormen. Artikel 6.4 betreft het tijdschema van de nominaties en de herverdeling van de ongebruikte capaciteiten. Het bepaalt dat de marktdeelnemers de betrokken transmissiesysteembeheerders voldoende lang vóór de aanvang van de betrokken exploitatieperiode in kennis moeten stellen van hun voornemen om de toegekende capaciteit al dan niet te gebruiken. Elke ongebruikte toegekende capaciteit wordt opnieuw aan de markt toegekend volgens een open, transparante en niet-discriminerende procedure. Artikel 6.5 van verordening nr. 1228/2003 bepaalt dat, voor zover dit technisch mogelijk is, de transmissiesysteembeheerders de behoeften aan capaciteit voor elektriciteitsstromen in tegengestelde richting over de overbelaste koppellijn moeten vereffenen, teneinde de capaciteit van deze lijn maximaal te benutten. Artikel 6.6 van verordening nr. 1228/2003 betreft de ontvangsten uit de toewijzing van koppelingscapaciteit. In het artikel wordt gepreciseerd: “Eventuele ontvangsten uit de toewijzing van koppelingscapaciteit worden gebruikt voor een of meer van de volgende doelen:
  3. a)het garanderen dat de toegewezen capaciteit daadwerkelijk beschikbaar is;
  4. b)investeringen in het net die de koppelingscapaciteit handhaven of vergroten;
  5. c)alle inkomsten waarmee de regelgevende instanties rekening houden bij de goedkeuring van de methode voor de berekening van de nettarieven en/of bij de toetsing of de tarieven gewijzigd moeten worden.” 7/50 5. Artikel 9 van verordening nr. 1228/2003 bepaalt dat de regelgevende instanties ervoor moeten zorgen dat deze verordening en de krachtens artikel 8 vastgestelde richtsnoeren in acht worden genomen, en in voorkomend geval met elkaar en met de Commissie moeten samenwerken om te voldoen aan de doelstellingen van deze verordening. 6. De bijlage van deze verordening nr.1288/2003 (hierna: bijlage van de verordening) preciseert de richtsnoeren voor het beheer en de toekenning van beschikbare overdrachtcapaciteit op koppelverbindingen tussen nationale systemen. In punt 3 van het deel 'algemeen' wordt bepaald dat ieder onderscheid tussen de verschillende typen grensoverschrijdende transacties, ongeacht de vraag of het hier fysieke bilaterale contracten betreft, dan wel pogingen om op buitenlandse markten vaste voet aan de grond te krijgen, tot een minimum beperkt wordt wanneer de regels voor specifieke congestiebeheermethodes worden uitgewerkt. De methode voor de toekenning van schaarse transmissiecapaciteit dient transparant te zijn. Aantoonbaar moet zijn dat eventuele verschillen in de behandeling van transacties geen concurrentievervalsend effect hebben en de ontwikkeling van concurrentie niet in de weg staan. In punt 6 onder luik Algemeen van de bijlage wordt bepaald dat de nationale regelgevende instanties, in aanmerking genomen dat het Europese continentale net uiterst fijnmazig is en dat het gebruik van koppellijnen de elektriciteitsstromen aan tenminste twee zijden van een landsgrens beïnvloedt, ervoor moeten zorgen dat er niet unilateraal congestiebeheersprocedures met significante effecten voor de elektriciteitsstromen in andere netten worden uitgewerkt. Punt 2 van het deel van de bijlage van de verordening met betrekking tot de principes die ten grondslag liggen aan methoden voor congestiebeheer, bepaalt dat de grensoverschrijdende gecoördineerde redispatching of compensatiehandel (cross-border co-ordinated redispatching or counter trading) door de betrokken transmissiesysteembeheerders gezamenlijk kunnen worden gebruikt. De voor transmissiesysteembeheerders aan compensatiehandel en redispatching verbonden kosten moeten evenwel op een efficiënt niveau blijven. 8/50 Punt 1 van het deel van de bijlage van verordening nr. 1228/2003 over de richtsnoeren voor expliciete veilingen preciseert dat het veilingsysteem op zodanige wijze wordt opgezet dat alle beschikbare capaciteit op de markt wordt gebracht. Hiertoe kan een gecombineerde veiling worden georganiseerd waarbij capaciteit van uiteenlopende duur en met verschillende karakteristieken (bv. met betrekking tot de betrouwbaarheid) wordt geveild. Punt 2 van dat deel preciseert dat de totale koppelingscapaciteit te koop wordt aangeboden op een reeks veilingen, welke, bijvoorbeeld, jaarlijks, maandelijks, wekelijks, dagelijks of meerdere malen per dag kunnen worden gehouden, al naargelang de behoeften van de betrokken markten. Bij elk van deze veilingen wordt dan een voorgeschreven fractie van de overdrachtcapaciteit toegewezen, alsmede eventuele resterende capaciteit die nog niet bij eerdere veilingen is toegewezen. Punt 3 van dat deel bepaalt meer in het bijzonder dat de procedures voor expliciete veilingen zo moeten worden opgezet dat bieders ook kunnen deelnemen aan de veilingdagen van georganiseerde markten (d.w.z. een energiebeurs) in de bewuste landen. Punt 4 van het deel van de bijlage van verordening nr. 1228/2003 betreffende de richtsnoeren voor expliciete veilingen bepaalt dat de elektriciteitsstromen in beide richtingen via overbelaste koppellijnen in principe dienen te worden vereffend, teneinde de transportcapaciteit in de richting van de congestie te kunnen maximaliseren. Punt 8 van het deel van de bijlage van verordening nr. 1228/2003 betreffende de richtsnoeren voor expliciete veilingen bepaalt dat, om het ontstaan van vlot functionerende elektriciteitsmarkten te bevorderen, op een veiling gekochte capaciteit vrij verhandelbaar moet zijn tot de kennisgeving aan de transmissiesysteembeheerder dat de gekochte capaciteit zal worden gebruikt. I.3. De nieuwe “Congestion management guidelines” 9/50 7. De Europese Commissie heeft, met toepassing van artikel 8

(4)van verordening nr. 1228/2003, een begin gemaakt met de wijziging van de bijlage van diezelfde verordening nr. 1228/2003 betreffende de richtsnoeren voor het beheer en de toewijzing van beschikbare overdrachtcapaciteit op interconnecties tussen nationale systemen. Een nieuwe versie van de bijlage zou in principe eind 2006 moeten worden gepubliceerd. In afwezigheid van een definitieve tekst terzake van de Europese Commissie wordt in de onderhavige beslissing rekening gehouden met het Ontwerpbesluit van de Commissie, getiteld «RICHTSNOEREN VOOR CONGESTIEBEHEER OVERDRACHTCAPACITEIT VAN EN TOEWIJZING INTERCONNECTIES VAN TUSSEN BESCHIKBARE NATIONALE SYSTEMEN» (hierna: nieuwe richtlijnen) dat voortvloeit uit het standpunt van de Commissie over de grensoverschrijdende energie-uitwisselingen inzake de richtsnoeren voor het congestiebeheer, na de schriftelijke procedure die op 8 juni 2006 geëindigd is, ook al is dat document strikt gesproken niet juridisch bindend. Aangezien te verwachten valt dat de Europese Commissie de principes van dat document zal overnemen in haar officiële tekst, zou het, om redenen van juridische zekerheid, weinig constructief zijn er geen rekening mee te houden in het kader van het onderhavige onderzoek. Een interpretatie van die richtlijnen wordt gegeven in het hoofdstuk over de uitwerking van de beoordelingselementen (zie III.2.). De relevante bepalingen van die nieuwe richtlijnen worden hierna gegeven. 1. ALGEMENE BEPALINGEN […] 1.3 Wanneer de geplande commerciële transacties niet verenigbaar zijn met de veilige exploitatie van het netwerk, moeten de transmissiesysteembeheerders de congestie verlichten overeenkomstig de voorschriften voor veilige exploitatie van het netwerk en tegelijkertijd de daarmee gepaard gaande kosten op een economisch doeltreffend niveau trachten te houden. Redispatching of compensatiehandel moeten worden overwogen wanneer minder dure maatregelen niet kunnen worden toegepast. 1.4 In geval van structurele congestie passen de transmissiesysteembeheerders onmiddellijk de vooraf vastgestelde en overeengekomen regels en afspraken voor congestiebeheer toe. De congestiebeheermethoden moeten ervoor zorgen dat de fysieke elektriciteitsstromen die gepaard gaan met alle toegewezen transmissiecapaciteit voldoen aan de veiligheidsnormen van het netwerk. 10/50 1.5 De congestiebeheermethoden moeten doeltreffende economische signalen geven aan de marktdeelnemers en transmissiesysteembeheerders, de mededinging bevorderen en geschikt zijn om regionaal en gemeenschapsbreed te worden toegepast. 1.6 Bij congestiebeheer mag geen onderscheid worden gemaakt op basis van de transactie. Een specifiek verzoek voor een transmissiedienst wordt enkel afgewezen wanneer aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
  1. a)de extra fysieke elektriciteitsstromen die voortvloeien uit de aanvaarding van dit verzoek zouden tot gevolg hebben dat de veilige exploitatie van het elektriciteitssysteem niet langer kan worden gegarandeerd, en
  2. b)het met dat verzoek gemoeide bedrag aan geld in de congestiebeheer procedure is lager dan alle andere voor aanvaarding bedoelde verzoeken om dezelfde dienst en voorwaarden. […] 2. METHODEN VOOR CONGESTIEBEHEER 2.1 Methoden voor congestiebeheer moeten op de markt gebaseerd zijn, zodat doeltreffende grensoverschrijdende handel wordt vergemakkelijkt. Daarom zal capaciteit alleen worden toegewezen door expliciete (capaciteit) of impliciete (capaciteit en energie) veilingen. Beide methoden mogen worden gebruikt voor een en dezelfde interconnectie. Met betrekking tot intra-day handel is continuhandel mogelijk. 2.2 Afhankelijk van de concurrentievoorwaarden moeten de mechanismen voor congestiebeheer zowel lange- als kortetermijntoewijzing van transmissiecapaciteit mogelijk maken. 2.3 Bij elke procedure voor capaciteitstoewijzing wordt een voorgeschreven gedeelte van de beschikbare interconnectiecapaciteit toegewezen, alsook de resterende capaciteit die niet eerder is toegewezen en alle capaciteit die is vrijgegeven door de begunstigden van eerdere toewijzingen. 2.4 Transmissiesysteembeheerders maken de door hen op de markt aangeboden transmissiecapaciteit zo zeker mogelijk, rekening houdend met de rechten en plichten van de betrokken transmissiesysteembeheerders en de marktdeelnemers, teneinde daadwerkelijke en doeltreffende mededinging te vergemakkelijken. Een redelijk deel mag deze capaciteit mag als minder zeker op de markt worden gebracht, maar de marktdeelnemers worden te allen tijde op de hoogte gebracht van de precieze voorwaarden voor het transport via grensoverschrijdende lijnen. 11/50 2.5 De toegangsrechten voor toewijzingen op lange en middellange termijn moeten vaste transmissiecapaciteitsrechten zijn. Voor deze toegangsrechten gelden de beginselen "use-itor-lose-it" of "use-it-or-sell-it" op het ogenblik van de nominering. 2.6 De transmissiesysteembeheerders stellen een passende structuur vast voor de toewijzing van capaciteit tussen verschillende tijdsbestekken. Hierin kan een optie zijn opgenomen om een minimumpercentage aan interconnectiecapaciteit te reserveren voor dagelijkse of "intra-day"-toewijzing. Deze toewijzingsstructuur moet worden beoordeeld door de respectievelijke regelgevende instanties. Bij het opstellen van hun voorstellen houden de transmissiesysteembeheerders rekening met:
  3. a)de kenmerken van de markten;
  4. b)de exploitatieomstandigheden, zoals de gevolgen van de vereffening van vaste programma's;
  5. c)het niveau van harmonisering van de percentages en tijdsbestekken die zijn goedgekeurd voor de verschillende geldende mechanismen voor de toewijzing van capaciteit. 2.7 Bij de toewijzing van capaciteit mag geen onderscheid worden gemaakt tussen marktdeelnemers die gebruik maken van hun recht om bilaterale leveringscontracten te sluiten en zij die een bod te doen op een energiebeurs. De capaciteit wordt toegewezen aan het hoogste bod, ongeacht of het een impliciet of expliciet bod binnen een gegeven tijdsbestek is. […] 2.11 Voor elk tijdsbestek vindt er door de marktdeelnemers vaste nominatie plaats van hun capaciteitsgebruik bij de transmissiesysteembeheerders binnen een vastgestelde uiterste termijn. Deze uiterste termijn wordt zodanig vastgesteld dat de transmissiesysteembeheerders in staat zijn ongebruikte capaciteit opnieuw toe te wijzen voor gebruik in het volgende relevante tijdsbestek, zelfs binnen een en dezelfde dag. 2.12 Capaciteit mag vrij worden verhandeld op secundaire basis voorzover de transmissiesysteembeheerder lang genoeg van tevoren hiervan in kennis wordt gesteld. Wanneer een transmissiesysteembeheerder een secundaire transactie weigert, moet hij dit op duidelijke en transparante wijze meedelen en uitleggen aan alle marktdeelnemers, en moet hij de regelgevende instantie daarvan in kennis stellen. 2.13 De financiële gevolgen van het niet naleven van verplichtingen in verband met de toewijzing van capaciteit komen ten laste van degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn. 12/50 Wanneer marktdeelnemers geen gebruik maken van de capaciteit waartoe ze zich verbonden hebben of, in het geval van expliciet geveilde capaciteit, deze niet verhandelen op secundaire basis of tijdig teruggeven, verliezen ze de rechten op die capaciteit en zijn ze een op de kosten gebaseerde vergoeding verschuldigd. Deze op de kosten gebaseerde vergoedingen voor het niet gebruiken van capaciteit dienen gerechtvaardigd en proportioneel te zijn. Wanneer een transmissiesysteembeheerder zijn verplichting niet nakomt, dient hij de marktdeelnemer te vergoeden voor het verlies van de capaciteitsrechten. Met andere verliezen die het gevolg zijn van het verlies van capaciteitsrechten wordt geen rekening gehouden. De belangrijkste concepten en methoden voor het vaststellen van de aansprakelijkheid voor het niet naleven van de verplichtingen worden van tevoren uiteengezet voor wat de financiële gevolgen betreft, en dienen te worden beoordeeld door de relevante nationale regelgevende instantie(s). 3. COÖRDINATIE 3.1 De betrokken transmissiesysteembeheerders coördineren en implementeren de toewijzing van interconnectiecapaciteit aan de hand van gemeenschappelijke toewijzingsprocedures. Wanneer verwacht wordt dat de handel tussen twee landen (transmissiesysteembeheerders) een aanzienlijke invloed zal hebben op de fysieke stroom van elektriciteit in een derde land (transmissiesysteembeheerder), coördineren de betrokken transmissiesysteembeheerders hun congestiebeheermethodes via een gemeenschappelijke congestiebeheerprocedure. De nationale regelgevende instanties en de transmissiesysteembeheerders zien erop toe dat geen congestiebeheerprocedure unilateraal wordt opgezet die aanzienlijke gevolgen heeft voor de fysieke elektriciteitsstromen in andere netwerken. […] 3.5 Ter bevordering van eerlijke en doeltreffende mededinging en grensoverschrijdende handel, dient de in punt 2 beschreven coördinatie tussen de transmissiesysteembeheerders binnen de gebieden alle stappen te bestrijken, gaande van capaciteitsberekening en optimalisering van toewijzing tot veilige exploitatie van het netwerk, en worden de verantwoordelijkheden duidelijk verdeeld. Deze coördinatie heeft met name betrekking op: […]
  6. d)identieke tijdsbestekken en sluitingstijden;
  7. e)identieke structuren voor de toewijzing van capaciteit tussen verschillende tijdsbestekken (bv. 1 dag, 3 uren, 1 week enz.) en in termen van verkochte capaciteitsblokken (hoeveelheid elektriciteit in MW, MWh enz.); 13/50
  8. f)consequentheid wat het kader voor contracten met marktdeelnemers betreft; […] 4. TIJDSCHEMA VOOR MARKTOPERATIES 4.1 De toewijzing van de beschikbare transmissiecapaciteit dient voldoende lang van tevoren plaats te vinden. Vóór elke toewijzing maken de betrokken transmissiesysteembeheerders samen de toe te wijzen capaciteit bekend, indien nodig rekening houdend met de capaciteit die vrijkomt uit zekere transmissierechten en, voorzover relevant, de daarmee gepaard gaande vereffende nomineringen; ook het tijdsbestek waarbinnen beperkte of geen capaciteit beschikbaar zal zijn (bijvoorbeeld wegens onderhoud) wordt bekendgemaakt. 4.2 De nominering van transmissierechten dient, met volle aandacht voor de netwerkveiligheid, lang genoeg van tevoren plaats te vinden, en wel vóór de "dayahead"sessies van alle relevante georganiseerde markten en vóór de bekendmaking van de capaciteit die zal worden toegewezen op basis van het "day-ahead"- of het "intra-day"toewijzingsmechanisme. Om doeltreffend gebruik te maken van de interconnectie worden nomineringen van transmissierechten in de omgekeerde richting vereffend. 4.3 Opeenvolgende "intra-day"-toewijzingen van beschikbare transmissiecapaciteit voor dag D vinden plaats op de dagen D-1 en D, na bekendmaking van de geraamde of werkelijke "day-ahead"-productieschema's. 4.4 Bij het voorbereiden van de "day-ahead"-netwerkexploitatie wisselen de transmissiesysteembeheerders informatie uit met naburige transmissiesysteembeheerders, zoals de topologie van de gridvoorspelling, de beschikbaarheid en voorspelde productie van opwekkingseenheden, en “load-flows”, teneinde het gebruik van het algemene netwerk te optimaliseren via operationele maatregelen die beantwoorden aan de regels voor veilige exploitatie van het netwerk. 5. TRANSPARANTIE 5.1. Transmissiesysteembeheerders publiceren alle relevante gegevens met betrekking tot de beschikbaarheid van het netwerk, de netwerktoegang en het netwerkgebruik, inclusief een verslag waarin wordt nagegaan waar en waarom er sprake is van congestie, welke methoden worden toegepast om de congestie te beheren en welke plannen er bestaan voor congestiebeheer in de toekomst. 5.2 Transmissiesysteembeheerders publiceren een algemene beschrijving van de congestiebeheermethoden die in diverse omstandigheden worden toegepast om zoveel mogelijk capaciteit ter beschikking te stellen van de markt, alsook een algemeen systeem 14/50 voor de berekening van de interconnectiecapaciteit voor de verschillende tijdsbestekken, gebaseerd op de werkelijke elektrische en fysieke toestand van het netwerk. Een dergelijk systeem moet door de regelgevende instanties van de betrokken lidstaat worden beoordeeld. 5.3 De toegepaste procedures voor congestiebeheer en capaciteitstoewijzing, de tijdstippen en procedures voor het aanvragen van capaciteit, een beschrijving van de aangeboden producten en de rechten en plichten van transmissiesysteembeheerders en van de partijen die de capaciteit verkrijgen, inclusief de aansprakelijkheid bij niet naleving van deze plichten, moeten nauwkeurig door de transmissiesysteembeheerders worden beschreven en op transparante wijze aan alle potentiële netwerkgebruikers worden meegedeeld. 5.4 De operationele normen en de normen voor de veiligheid van de planning vormen een integrerend onderdeel van de informatie die de transmissiesysteembeheerders moeten publiceren in een openbaar document. Ook dit document wordt ter beoordeling aan de nationale regelgevende instanties voorgelegd. 5.5 De transmissiesysteembeheerders dienen alle relevante gegevens betreffende grensoverschrijdende handel te publiceren op basis van de best mogelijke voorspelling. De betrokken marktdeelnemers verschaffen de transmissiesysteembeheerders de nodige informatie, zodat die aan hun verplichting kunnen voldoen. De wijze waarop deze informatie wordt gepubliceerd moet ter beoordeling aan de regelgevende instanties worden voorgelegd. De transmissiesysteembeheerders moeten minstens de volgende gegevens publiceren: […]
  9. i)informatie vooraf over geplande uitval en verzamelde informatie achteraf over geplande en niet-geplande uitval die de vorige dag heeft plaatsgevonden in opwekkingseenheden van meer dan 100 MW. 5.6 De markt moet tijdig over alle relevante informatie beschikken om over alle transacties te kunnen onderhandelen (industriële klanten moeten bijvoorbeeld tijdig kunnen onderhandelen over jaarcontracten en biedingen moeten tijdig naar georganiseerde markten worden gestuurd). 5.7 De transmissiesysteembeheerder moet de relevante informatie over de voorspelde vraag en opwekking publiceren volgens de in de punten 5.5 en 5.6 vermelde tijdschema's. De transmissiesysteembeheerder moet ook de relevante informatie publiceren die nodig is voor de grensoverschrijdende vereffeningsmarkt. 15/50 5.8 Wanneer de voorspellingen zijn gepubliceerd, moeten ook de ex-post gerealiseerde waarden voor de informatie over de voorspelling worden gepubliceerd in de tijdsperiode die volgt op die waarop de voorspelling betrekking heeft of ten laatste op de volgende dag (D+1). 5.9 Alle door de transmissiesysteembeheerders gepubliceerde informatie moet gratis ter beschikking worden gesteld in een gemakkelijk toegankelijk formaat. Het moet ook mogelijk zijn om via adequate en genormaliseerde middelen voor informatieuitwisseling, die in nauwe samenwerking met de marktpartijen worden vastgesteld, toegang te krijgen tot alle gegevens. De gegevens omvatten informatie over voorbije tijdsperiodes, en minstens over de voorbije twee jaar, zodat nieuwe marktdeelnemers ook toegang hebben tot dergelijke gegevens. 5.10 Transmissiesysteembeheerders wisselen regelmatig een reeks voldoende accurate gegevens over het netwerk en de “load-flow” uit teneinde elke transmissiesysteembeheerder in staat te stellen in zijn gebied “loadflow” berekeningen uit te voeren. Op verzoek wordt dezelfde reeks gegevens ook ter beschikking van de regelgevende instanties en van de Europese Commissie gesteld. De regelgevende instanties en de Europese Commissie behandelen deze gegevens vertrouwelijk en zien erop toe dat alle consultants die op basis van deze gegevens analytisch werk voor hen uitvoeren, ze eveneens vertrouwelijk behandelen. 6. HET GEBRUIK VAN INKOMSTEN UIT CONGESTIE 6.1 Aan een vooraf gespecificeerd tijdsbestek gekoppelde congestiebeheerprocedures leveren alleen inkomsten op wanneer er voor dat tijdsbestek congestie ontstaat, behalve in het geval van nieuwe interconnectoren, die een vrijstelling krachtens artikel 7 van de verordening genieten. De procedure voor de verdeling van deze inkomsten wordt ter beoordeling aan de regelgevende instanties voorgelegd; deze procedure mag het toewijzingsproces niet beïnvloeden ten gunste van een partij die capaciteit of energie aanvraagt en mag stimulansen voor de beperking van congestie niet ontmoedigen. 6.2 De nationale regelgevende instanties moeten transparantie aan de dag leggen met betrekking tot het gebruik van de inkomsten uit de toewijzing van interconnectiecapaciteit. 6.3 De inkomsten uit congestie worden onder de betrokken transmissiesysteembeheerders verdeeld overeenkomstig criteria die zijn overeengekomen tussen de betrokken transmissiesysteembeheerders en beoordeeld door de respectievelijke regelgevende instanties. 6.4 De transmissiesysteembeheerders stellen van tevoren duidelijk vast hoe ze eventueel verkregen inkomsten uit congestie zullen gebruiken en brengen verslag uit over het 16/50 werkelijke gebruik van deze inkomsten. De regelgevende instanties gaan na of dit gebruik in overeenstemming is met de verordening en de richtsnoeren en of alle congestie-inkomsten uit de toewijzing van interconnectiecapaciteit aan een of meer van de drie in artikel 6, lid 6, van de verordening beschreven doelstellingen werden besteed. […] I.4. 8. De elektriciteitswet Het beginsel van het toegangsrecht dat bekrachtigd wordt in artikel 20 van richtlijn 2003/54/EG is omgezet bij artikel 15 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna “de elektriciteitswet”). 9. Overeenkomstig artikel 23, §2, tweede lid, 2°, van de elektriciteitswet kan de CREG op eigen initiatief of op verzoek van de minister of een gewestregering studies uitvoeren in verband met de elektriciteitsmarkt. Met toepassing van artikel 23, §2, tweede lid, 9°, van dezelfde wet oefent de CREG controle uit op de naleving van het technisch reglement. 10. Met toepassing van artikel 26, §2, van de elektriciteitswet mogen de leden van de organen en de personeelsleden van de CREG de vertrouwelijke gegevens die hun ter kennis zijn gekomen op grond van hun functie bij de CREG, aan niemand bekendmaken, behalve wanneer zij worden opgeroepen om in rechte te getuigen en onverminderd § 3 en de uitwisseling van informatie met de reguleringsinstanties voor elektriciteit en voor gas van de gewesten en van andere lidstaten van de Europese Unie. I.5. 11. Het technisch reglement Krachtens artikel 8 van het technisch reglement moet de netbeheerder zich onthouden van elke discriminatie tussen netgebruikers, toegangsverantwoordelijken, leveranciers van ondersteunende diensten of tussen elk andere persoon die op een of andere manier met het net verbonden is in het kader van zijn taken en verplichtingen, of uitgevoerde diensten. 17/50 12. Overeenkomstig artikel 142, §3, van het technisch reglement dienen vermogensuitwisselingen voor import of export conform te zijn met de bepalingen van Hoofdstuk V van deze Titel (met name “Verbindingen met buitenlandse netten”), dit zijn de artikelen 176 tot en met 184 van het technisch reglement. 13. Krachtens artikel 180, §1, van het technisch reglement moet de netbeheerder de methodes voor het beheer van congestie die door hem worden toegepast, op nietdiscriminerende en transparante wijze bepalen. Artikel 180, §2, preciseert dat de methodes voor congestiebeheer, alsook de veiligheidsregels aan de CREG ter goedkeuring ter kennis worden gebracht en gepubliceerd worden overeenkomstig artikel 26. Overeenkomstig artikel 180, §3, van het technisch reglement moet de netbeheerder er, bij de uitvaardiging en de inwerkingstelling van deze methodes van congestiebeheer, inzonderheid op toezien om, 1° zoveel mogelijk rekening te houden met de richting van de elektriciteitsstromen en in het bijzonder wanneer de energie-uitwisselingen effectief de congestie doen verminderen; 2° zoveel mogelijk betekenisvolle invloeden te vermijden op de elektriciteitsstromen in andere netten; 3° problemen van congestie op het net op te lossen bij voorkeur met methodes die geen selectie tussen de energie-uitwisselingen van de verschillende toegangsverantwoordelijken inhouden; 4° geschikte economische signalen te geven aan de betrokken netgebruikers. Overeenkomstig artikel 180, §4 van het technisch reglement moeten deze methodes van congestiebeheer onder meer gebaseerd zijn op: 1° de veilingen van de beschikbare capaciteit; 2° de coördinatie van de inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de regelzone en/of, middels akkoord met de buitenlandse netbeheerder(s), door de gecoördineerde inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de betrokken buitenlandse regelzone(s). 18/50 Krachtens artikel 181, §1, van het technisch reglement, hebben de methodes voor congestiebeheer bepaald in artikel 180 onder meer tot doel om: 1° elke beschikbare capaciteit aan de markt ter beschikking te stellen volgens transparante en niet discriminerende methodes via, in voorkomend geval, veilingen waarin de capaciteiten kunnen worden verkocht met verschillende duurtijden en met verschillende karakteristieken (bijvoorbeeld wat betreft de verwachte betrouwbaarheid van de betreffende beschikbare capaciteit); 2° de beschikbare capaciteit in een serie verkopen aan te bieden die op verschillende tijdsbasis gehouden kunnen worden; 3° bij elk van deze veilingen een bepaald gedeelte van de beschikbare capaciteit aan te bieden, met inbegrip van alle overblijvende capaciteiten die niet toegekend werden bij de vorige verkopen; 4° de commercialisering van de aangeboden capaciteit toe te laten. Artikel 181, §2, bepaalt dat de methodes voor congestiebeheer, in noodsituaties, een beroep kunnen doen op de onderbreking van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen, overeenkomstig vooraf vastgestelde prioriteitsregels die de CREG ter kennis zijn gebracht en gepubliceerd zijn overeenkomstig artikel 26 van dit besluit. Paragraaf 3 preciseert dat, voor wat de methodes voor congestiebeheer tussen de regelzones betreft, de netbeheerder overleg dient te plegen met de netbeheerders van de betrokken buitenlandse regelzones. 14. Artikel 183, §1, van het technisch reglement bepaalt bovendien dat de netbeheerder waakt over de uitvoering van één of meer methodes voor de toekenning van de beschikbare capaciteit aan de toegangsverantwoordelijken van energie-uitwisselingen met de buitenlandse netten. Volgens artikel 183, §2, van het technisch reglement zijn deze methodes transparant en nietdiscriminerend. Zij worden aan de CREG ter goedkeuring ter kennis gebracht en gepubliceerd overeenkomstig artikel 26 van het technisch reglement. 19/50 Ten slotte, artikel 183, §3, van het technisch reglement preciseert dat deze methodes tot doel hebben het gebruik van de capaciteit van het net te optimaliseren, overeenkomstig artikel 179. 15. Overeenkomstig artikel 184 van het technisch reglement beogen de methodes van toekenning van capaciteit onder meer: 1° in de mate van het mogelijke elk verschil in behandeling te minimaliseren bij het congestiebeheer, tussen de verschillende soorten van grensoverschrijdende energieuitwisselingen door bilaterale fysieke overeenkomsten of aanbiedingen op georganiseerde buitenlandse markten; 2° elke ongebruikte capaciteit aan andere marktdeelnemers ter beschikking te stellen; 3° de precieze voorwaarden van de garantiegraad van de aan de marktdeelnemers ter beschikking gestelde capaciteit te bepalen. I.6. Het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 16. Met toepassing van artikel 5, §1, 2°, van het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 met betrekking tot de oprichting en de organisatie van een Belgische markt voor de uitwisseling van energieblokken (hierna: het koninklijk besluit van 20 oktober 2005) moet de marktbeheerder overeenkomstig artikel 8 marktregels en –procedures vaststellen met het oog op het verhogen van de transparantie wat de toegang tot de markt betreft, het vermijden van elke discriminatie tussen deelnemers en het waarborgen van de vertrouwelijkheid van de gegevens van de deelnemers. 17. Overeenkomstig artikel 6 van het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 mag de marktbeheerder, indien de markt gekoppeld wordt aan gelijkaardige markten in de buurlanden, onverminderd de toepassing van de bepalingen inzake verbindingen met buitenlandse netten voorgeschreven door het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, en onverminderd de bevoegdheden van de CREG overeenkomstig voornoemd koninklijk besluit, in opdracht van de netbeheerder de methodes voor de 20/50 toekenning van de beschikbare capaciteit, toegewezen aan de marktkoppeling, voor de uitwisselingen met de buitenlandse netten uitvoeren, op voorwaarde dat dit op een transparante, niet-discriminatoire wijze geschiedt. 18. Met toepassing van artikel 7, §3, van het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 wordt het verbod tot mededeling van vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie waarvan de personen bedoeld in §§1 en 2 kennis hebben gekregen, opgeheven, onder meer wanneer het informatie betreft die zij moeten meedelen in hun verhouding met de CBFA of met de CREG (2°) of in geval van een voorafgaand schriftelijk akkoord van degene op wie de vertrouwelijke informatie betrekking heeft (6°). 19. Met toepassing van artikel 19 van het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 ziet de CREG in overeenstemming met de wet toe op de naleving van dit koninklijk besluit en kan zij daartoe van de marktbeheerder en de deelnemers alle noodzakelijke inlichtingen vorderen. Zij kan overgaan tot een controle van hun rekeningen ter plaatse. I.7. Het ministerieel besluit van 11 januari 2006 en de marktprocedures 20. Het ministerieel besluit van 11 januari 2006 tot goedkeuring van het marktreglement voor de uitwisseling van energieblokken trad in werking op 20 februari 2006. In de inleiding van het marktreglement voor de uitwisseling van energieblokken (hierna: het marktreglement) wordt het volgende vermeld: “Belpex heeft tot doel een transparante, nietdiscriminatoire en professionele markt te organiseren voor het verhandelen van elektriciteit. In dergelijke markt worden de Aankoop- en Verkooporders van de Deelnemers op een optimale manier met elkaar gecombineerd. Het onderstaande Marktreglement biedt de noodzakelijke waarborgen voor de organisatie en de werking van deze markt en voor de bescherming van de belangen van de Deelnemers”. 21/50 Met toepassing van artikel 2 van het marktreglement kan de Belpex DAM, in overeenstemming met artikel 6 van het koninklijk besluit (lees: het koninklijk besluit van 20 oktober 2005), via de TLC1, aan de APX DAM en/of de Powernext DAM worden gekoppeld. Andere bepalingen in het marktreglement waarin sprake is van marktkoppeling zijn de volgende : - artikel 20, laatste lid : “Belpex is niet aansprakelijk voor gelijk welke schade en/of verliezen in verband met of als gevolg van een ontkoppeling van de Belpex DAM, de APX DAM en/of de Powernext DAM, een vertraging van de Fixing en/of het wijzigen of intrekken van Orders of het indienen van nieuwe Orders in overeenstemming met artikel 35 van het Marktreglement”; - artikel 35, laatste lid : “Ingeval van koppeling van de Belpex DAM met de APX DAM en indien de BELPEX DAM, de APX DAM en/of de Powernext DAM voorafgaand aan de Fixing worden ontkoppeld, kan Belpex beslissen de Fixing uit te stellen en de Deelnemers de kans te bieden nieuwe Orders in te dienen en/of de bestaande en al ingediende Orders op het Transactieplatform te wijzigen of in te trekken”. Met toepassing van artikel 5.4, laatste lid, van het marktreglement ontvangt de CREG een kopie van de beslissingen van Belpex om een aanvrager niet toe te laten tot de Belpex DAM en met toepassing van artikel 13.2.4 van het markreglement brengt Belpex de CREG op de hoogte van de maatregelen van schorsing, opheffing van schorsing of van beëindiging van een deelnemersovereenkomst en van de redenen daarvoor. Overeenkomstig artikel 41 van het marktreglement bezorgt Belpex de CREG elke transactiedag de volumes en de prijzen van de orders en de contracten van elke deelnemer op de Belpex DAM. Belpex stelt jaarlijks, vóór 30 juni van elk jaar, een schriftelijk verslag op over de werking van de Belpex DAM tijdens het vorige jaar dat hij tegelijkertijd aan de Minister, de CBFA en de CREG overmaakt. Belpex publiceert dagelijks de geaggregeerde 1 Artikel 1, 52°, van het marktreglement definieert de term “TLC” als volgt: “de marktkoppeling of de koppeling van de DAM van APX, Powernext en/of Belpex, d.i. de gecoördineerde Fixing van deze DAMs waarvoor het noodzakelijk is dat de TNB, RTE (de Franse transmissienetbeheerder) en TenneT (de Nederlandse transmissienetbeheerder) aan deze DAM kennis geven van de beschikbare dayahead’ transmissiecapaciteit op de grens tussen België en Frankrijk en tussen België en Nederland, teneinde deze capaciteit (impliciet) toe te kennen aan de Deelnemers van deze DAMs op een marktgebaseerde manier”. 22/50 curven van vraag en aanbod op de Belpex DAM, de MCP’s (market clearing price) en de MCV’s (market clearing volume). I.8. Het ministerieel besluit van 11 januari 2006 betreffende de erkenning van de N.V. Belpex als marktbeheerder 21. Met toepassing van artikel 4, § 2, van het ministerieel besluit van 11 januari 2006 betreffende de erkenning van de N.V. Belpex als marktbeheerder voor de uitwisseling van energieblokken roept de marktbeheerder, binnen de drie maanden van de eerste markttransactie, een werkgroep samen om de goede werking van het marktreglement te onderzoeken. Deze werkgroep formuleert indien noodzakelijk voorstellen tot verbetering van het marktreglement. Het verslag van deze analyse door de werkgroep wordt aan de minister afgeleverd binnen de zes maanden na de eerste transactie. II. 22. ANTECEDENTEN De CREG, de CRE (Commission de Régulation de l’Energie) en de DTe (Directie Toezicht Energie) hebben op 5 juli 2005 een gezamenlijke openbare raadpleging uitgeschreven om de regionale integratie van de elektriciteitsgroothandelsmarkten van België, Frankrijk en Nederland te vergemakkelijken. Die marktintegratie heeft met name betrekking op de mechanismen voor toekenning van grenscapaciteit. Op basis van die raadpleging hebben de drie regulatoren een gemeenschappelijk stappenplan opgesteld voor de implementatie van de verschillende stappen voor de regionale integratie in de drie landen. 23. Met dat stappenplan, opgesteld op 7 december 2005, moedigen de CRE, de CREG en de DTe sterk de integratie van energie- en transmissiemarkten aan die nauw bij realtime aanleunen. Zij zijn het er ook over eens dat het principe van een koppeling van de Belgische, Franse en Nederlandse georganiseerde markten (hierna: marktkoppeling of DAMC, voor Day Ahead Market Coupling) voordelen zou kunnen brengen vergeleken met een mechanisme van expliciete dagveilingen. 23/50 Om een doeltreffende en veilige werking van het marktkoppelingsconcept te kunnen waarborgen, vragen de drie regulatoren aan de operators van de DAMC (dit zijn netbeheerders en marktoperatoren) om de hierna geresumeerde vier kwesties grondig te behandelen. a. de goede werking van het algoritme voor koppeling van de drie markten, met onder meer gedetailleerde informatie over een back-upprocedure die een alternatief biedt voor de DAMC; b. het potentieel van een veralgemening van het DAMC-concept naar andere markten, meer bepaald rekening houdend met de geplande marktkoppeling tussen APX en Nordpool wanneer de NorNedkabel tussen Nederland en Noorwegen operationeel zal zijn; c. het aantonen van de afwezigheid van een discriminerende behandeling tussen programma’s die genomineerd worden in het DAMC-model en die welke genomineerd worden in het expliciete-veilingsmodel; d. informatie over de implementatie- en werkingskosten van het DAMC-concept, en over de manier waarop het zal worden gefinancierd, met het oog op het maken van een uitgebreide kosten-batenanalyse van de voordelen van DAMC in vergelijking met een mechanisme van expliciete dagveilingen. Naast de vier bovenstaande punten zullen de drie regulatoren overeenkomstig hun respectieve mandaat aangelegenheden behandelen in verband met markttoezicht en marktmacht. Door het stappenplan worden de netbeheerders en de georganiseerde markten verzocht zo snel mogelijk een volledig dossier in te dienen bij de regulatoren. Dat dossier moet alleszins toereikende antwoorden op de vier bovengenoemde vragen bevatten. Na ontvangst van het einddossier zullen de drie regulatoren minstens drie maanden nodig hebben om hun conclusies te bestuderen en te publiceren. Tijdens die overgangsperiode zal het explicieteveilingsmodel ook worden toegepast op het day-aheadtijdsbestek. 24/50 24. Op 1 maart 2006 ontvangt de CREG van Elia de aanvraag tot goedkeuring betreffende de marktkoppeling als mechanisme voor impliciete toekenning van de dagcapaciteit op de koppelverbindingen Frankrijk-België en België-Nederland overeenkomstig artikelen 180, §2, en 183, §2, van het technisch reglement alsook de aanvraag tot goedkeuring van de wijzigingen aangebracht aan het contract van toegangsverantwoordelijke overeenkomstig artikel 6 van het technisch reglement. 25. Op 3 maart 2006 ontvangt de CREG van de zes organisatoren van de marktkoppeling het antwoord op de vier vragen die in het kader van het stappenplan waren gesteld over de koppeling van de georganiseerde markten van de drie landen. 26. Op 22 maart ontvangt de CREG de marktprocedures die door Belpex zijn opgesteld en gepubliceerd zijn op haar website. 27. Op 30 maart 2006 belegt DTe in Den Haag met de CRE en de CREG een overlegvergadering in het kader van het stappenplan die onder meer wordt gewijd aan het marktontwikkelingsproject. 28. Op 5 april 2006 beleggen de CRE, de CREG en DTe in het kader van het stappenplan een vergadering over de koppeling van de elektriciteitsmarkten van de drie landen met de zes organisatoren van de DAMC: Elia, RTE, Tennet, Belpex, APX en Powernext. Deze vergadering biedt de regulatoren de kans 9 vragen over de koppeling van de georganiseerde elektriciteitsmarkten van de drie landen uit te werken en te formuleren. De conclusies van de vergadering en de 9 openstaande vragen worden op 19 april 2006 per e-mail, en op 4 mei 2006 per brief, naar de zes operators van de DAMC gestuurd. 29. Op 25 april 2006 overhandigt de CREG aan Elia haar beslissing tot goedkeuring, in het kader van artikel 6 van het technisch reglement, betreffende de wijzigingen aangebracht aan het contract van toegangsverantwoordelijke.2 2 Beslissing van de CREG (B)060511-CDC-545 betreffende ‘de wijzigingen van de algemene voorwaarden vervat in artikel 1, artikel 11.5 en bijlagen 1, 2 en 5 van de contracten van toegangsverantwoordelijke aangeboden door de netbeheerder aan de netgebruikers’ van 11 mei 2006. 25/50 30. Op 19 mei 2006 ontvangt de CREG per e-mail het antwoord van de zes organisatoren van de koppeling van de georganiseerde markten op de 9 vragen van de regulatoren. Op 6 juni 2006 ontvangt de CREG per brief een kopie van die documenten. In de bijgevoegde brief laten de operators van de marktkoppeling weten dat zij, in het belang van de marktpartijen, ten laatste tegen 20 juni 2006 de goedkeuring van de drie regulatoren wensen te krijgen aangaande de marktkoppeling. 31. Op 21 juni 2006 stuurt de CREG een aangetekend schrijven met ontvangstbewijs naar Elia waarin zij Elia onder meer verzoekt de antwoorden die vervat zaten in de verschillende in het kader van het stappenplan uitgewisselde documenten te formaliseren en er bijkomende informatie aan toe te voegen voor verwerking in het dossier. Op 30 juni 2006 krijgt de CREG het antwoord van Elia, dat zij bij het dossier voegt. Dat antwoord bevat: een inleidende brief eveneens gedateerd op 30 juni 2006, een volledige versie van de op 1 maart 2006 neergelegde nota met als titel “Le couplage des marchés comme mécanisme d’allocation des capacités journalières sur les interconnexions France Belgique et Belgique Pays-Bas", een aanvullende nota en een brief van Belpex NV van 23 juni 2006. 32. Op 19 juli 2006 heeft de CREG aan Elia een brief gestuurd met het gezamenlijke standpunt van de CRE, de CREG en de DTe betreffende de trilaterale marktkoppeling. 33. Als antwoord op deze brief heeft Elia op 27 juli 2006 aan de CREG ter informatieve titel het antwoord van de 6 operatoren van de trilaterale marktkoppeling gestuurd. Dat antwoord handelt over de back-upprocedure, over de transparantie met betrekking tot de paradoxaal verworpen block orders, de details van de kosten en ontvangsten van de trilaterale marktkoppeling, evenals de tussentijdse oplossing voor de monitoring van de markten. Dezelfde dag heeft Elia, ter goedkeuring in het kader van de artikelen 180, §2, en 183, §2, van het technisch reglement, een tweede aanvullende nota bij het dossier gestuurd over de back-upprocedure en over de transparantie met betrekking tot de paradoxaal verworpen block orders. 34. Op 28 juli 2006 wordt de wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen, gepubliceerd in het staatsblad. Deze wet laat onder meer de CREG toe om, krachtens artikel 136, vertrouwelijke gegevens uit te wisselen met de reguleringsinstanties van de andere Lidstaten van de Europese Unie. 26/50 35. Op 19 april, 6 juni, 16 juni en 29 juni worden conference calls tussen de drie betrokken regulatoren georganiseerd in het kader van het overleg en om een samenvattend document op te stellen over het gezamenlijke standpunt van de CRE, de CREG en de DTe over de marktkoppeling. III. ANALYSE VAN DE METHODES VOOR CAPACITEITSTOEKENNING EN CONGESTIEBEHEER VOOR DE IMPLICIETE VEILINGEN OP DE KOPPELVERBINDINGEN BELGIË-FRANKRIJK EN BELGIË-NEDERLAND III.1. Opmerkingen en voorbehoud vooraf 36. In dit hoofdstuk wordt geanalyseerd in hoeverre het voorstel van Elia conform is met het wettelijke kader dat werd uiteengezet in het eerste deel van deze beslissing. 37. Artikel 6 van het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 bepaalt dat de marktbeheerder, indien de markt gekoppeld wordt aan gelijkaardige markten in de buurlanden, onverminderd de toepassing van de bepalingen inzake verbindingen met buitenlandse netten voorgeschreven door het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, en onverminderd de bevoegdheden van de CREG overeenkomstig voornoemd koninklijk besluit, in opdracht van de netbeheerder de methodes voor de toekenning van de beschikbare capaciteit, toegewezen aan de marktkoppeling, voor de uitwisselingen met de buitenlandse netten mag uitvoeren, op voorwaarde dat dit op transparante, niet-discriminatoire wijze geschiedt. Artikel 6 van het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 komt er met andere woorden op neer dat, ingeval van marktkoppeling, de marktbeheerder in opdracht van Elia de methodes voor de toekenning van de beschikbare capaciteit mag uitvoeren, rekening houdend weliswaar 27/50 met de bepalingen inzake verbindingen met buitenlandse netten vervat in de artikelen 176184 van het technisch reglement en de bevoegdheden van de CREG overeenkomstig het technisch reglement (o.m. op grond van de artikelen 180, §2, en 183, §2, van het technisch reglement). 38. De CREG stelt vast dat het voorstel van Elia betrekking heeft op de toewijzing van 100% van de dagelijkse koppelingscapaciteit aan impliciete veilingen, en bijgevolg elke expliciete veiling voor de dagcapaciteit supprimeert. In de mate dat de grensoverschrijdende uitwisselingen die op dagbasis gebeuren, via de beurs worden verricht, is de toegang tot die beurs bepalend voor de toegang tot het net. De CREG stelt vast dat Elia een brief van Belpex van 23 juni 2006 verstrekt waarin Belpex Elia laat weten van plan te zijn ten laatste binnen 6 maanden na de lancering van de aan de Franse en de Nederlandse markt gekoppelde day-aheadmarkt een naar activiteitsvolume van de deelnemers gedifferentieerde tarifering ter goedkeuring voor te leggen aan de Raad van Bestuur van Belpex. Die maatregel zou tot doel hebben een adequaat antwoord te bieden op het verklaarde belang van deelnemers die beperkte volumes behandelen. De CREG herinnert eraan dat zij bevoegd is op het punt van de toegangsvoorwaarden tot het net. De wetgever heeft overigens in artikel 6 van het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 uitdrukkelijk vermeld dat de CREG in geval van marktkoppeling alle door het technisch reglement toegewezen bevoegdheden behield. Bovendien bevatten het koninklijk besluit van 20 oktober 2005, het marktreglement en de marktprocedures onder meer de voorwaarden voor beursdeelname. Ten slotte herinnert de CREG eraan dat Belpex verplicht is de regelgeving met betrekking tot de beurs toe te passen in overeenstemming met artikel 15 van de elektriciteitswet, die hiërarchisch hoger staat, en volgens de CREG van openbare orde is. De CREG herinnert er ook aan dat Elia ondanks de aan Belpex toevertrouwde opdracht verantwoordelijk blijft voor de naleving van het in artikel 15 van de elektriciteitswet bepaalde recht van toegang tot het transmissienet. 28/50 Bijgevolg, als de CREG vaststelt dat de toepassing van de regelgeving met betrekking tot de beurs het toegangsrecht tot het transmissienet, zoals bekrachtigd in artikel 20, §1 van richtlijn 2003/54/EG en in artikel 15 van de elektriciteitswet, rechtstreeks of onrechtstreeks beperkt of in feite op losse schroeven zet, zal de CREG Elia vragen om de CREG een voorstel ter goedkeuring voor te leggen ter uitvoering van artikel 6 van het technisch reglement, of de artikelen 180 en 183 van het technisch reglement en, indien nodig, zal de CREG alle middelen gebruiken waarover zij beschikt om het toegangsrecht tot het net te garanderen. 39. De CREG wenst te benadrukken dat deze beslissing uitsluitend betrekking heeft op de voorgestelde methodes voor congestiebeheer en toekenning van beschikbare dagcapaciteit aan ARP’s in geval van marktkoppeling (met andere woorden via het systeem van impliciete veiling). De CREG doet met andere woorden met deze beslissing geenszins afbreuk aan de bevoegdheid van de CREG om op grond van dezelfde artikelen 180, §2, en 183, §2, van het technisch reglement de methodes voor congestiebeheer en toekenning van beschikbare capaciteit (dag, maand, jaar) goed te keuren voor wat betreft de expliciete veilingen op de koppelverbindingen België-Frankrijk en België-Nederland. Wat de methodes voor de expliciete veilingen op de Noord- en Zuidgrens betreft, nam de CREG een afwijzende beslissing respectievelijk op 1 december 2005 en 22 december 2005.3 40. Hetgeen onder paragraaf 39 van deze beslissing wordt uiteengezet, heeft bovendien tot gevolg dat de methodes die van toepassing zullen zijn in geval van fallback, waarvan de algemene principes door Elia uiteengezet worden in haar brief van 27 juli 2006, deze zijn die vandaag met de voorlopige toestemming van de CREG worden toegepast in afwachting van de door haar definitief goedgekeurde methodes voor congestiebeheer en toekenning van capaciteit via expliciete veilingen van de beschikbare capaciteit op de grenzen met Frankrijk en Nederland. 3 Décision (B)051201-CDC-494 relative à ‘la demande d’approbation de la proposition de la S.A. Elia System Operator relative aux méthodes de gestion de la congestion et aux méthodes pour l’allocation aux responsables d’accès de la capacité disponible sur l’interconnexion France Belgique’ du 1er décembre 2005 en Beslissing (B)051222-CDC-502 over ‘de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de N.V. Elia System Operator betreffende de methodes voor congestiebeheer en de methodes voor de toekenning van de beschikbare capaciteit aan de toegangsverantwoordelijken op de koppelverbinding België-Nederland’ van 22 december 2005. 29/50 41. Met deze beslissing wordt vanzelfsprekend evenmin afbreuk gedaan aan de bevoegdheid van de CREG om, in voorkomend geval, met toepassing van de artikelen 180, §2, en 183, §2, van het technisch reglement, intra-day methodes voor de toekenning van de capaciteit op de grenzen België Frankrijk en België Nederland goed te keuren. 42. Deze beslissing spreekt zich verder niet uit over de tarifaire aspecten, hierin inbegrepen de kosten die voortkomen uit de toewijzing van de dagcapaciteit op de koppelverbindingen en de bestemming van de ontvangsten die daaruit voortkomen. Deze beslissing houdt op dit vlak geenszins een impliciete of expliciete goedkeuring in van deze aspecten. In deze beslissing zal enkel nagegaan worden of de voorgestelde methodes a priori de naleving van artikel 6.6 van de verordening nr.1228/2003 toelaten. De CREG zal met andere woorden uitsluitend nagaan of de voorgestelde methodes wel degelijk toelaten dat de ontvangsten uit de toewijzing van koppelingscapaciteit gebruikt worden voor een of meer van de in artikel 6.6 van de verordening nr.1228/2003 genoemde doelen, zonder zich uit te spreken over de verdeling zelf van de ontvangsten over die doelen. 43. De CREG wenst erop te wijzen dat zij deze goedkeuringsbeslissing neemt op een ogenblik dat de Belgische elektriciteitsbeurs nog niet operationeel is. Het spreekt voor zich dat Elia een voorstel tot wijziging van de goedgekeurde methodes voorlegt, indien dit noodzakelijk of opportuun zou blijken ingevolge gewijzigde marktomstandigheden en opgedane ervaringen. De CREG zal in elk geval de goedgekeurde methodes nauwgezet evalueren op grond van de haar toegekende bevoegdheden. 44. Indien huidige beslissing bovendien, niettegenstaande het overleg dat plaatsvond tussen de netbeheerders, de CREG, de Nederlandse en Franse regulator, alsnog niet compatibel mocht blijken met in Frankrijk en Nederland genomen beslissingen of ingevoerde reglementering, behoudt de CREG zich het recht voor om geheel of gedeeltelijk terug te komen op haar beslissing na daartoe een voorstel tot wijziging van de thans door de CREG goedgekeurde methodes vanwege Elia te hebben ontvangen. III.2. In aanmerking genomen beoordelingselementen 45. Op basis van de wetteksten die in het eerste deel van deze beslissing werden uiteengezet, zijn bij het uitwerken van deze beslissing een aantal beoordelingselementen in 30/50 aanmerking genomen. Die beoordelingselementen, die hierna één voor één worden geanalyseerd, zijn: - niet-discriminatie in de methodes voor congestiebeheer en capaciteitstoekenning; - het tot een minimum beperken van verschillen in de behandeling van transacties; - de congestiebeheermethode moet op de markt gebaseerd zijn; - van de oplossingen voor congestieproblemen moeten voor de marktdeelnemers en de transmissiesysteembeheerders doeltreffende economische signalen uitgaan; - de “zekerheid” (vastheid) van de toegekende capaciteit; - de marktdeelnemers krijgen de beschikking over de maximale koppelingscapaciteit; - de vereffening van de energiestromen in beide richtingen op de koppellijnen (netting); - de redispatching en de uitvoeringsvoorwaarden ervan; - de transparantie van de toekenningsregels en de congestiebeheermethodes en van informatie die rechtstreeks verband houdt met de capaciteitstoekenning en de transparantie van de algemene marktwerking; - de harmonisatie van de methodes voor beheer van de congestie wanneer de congestie ten minste twee koppelverbindingen treft; 46. - de economische rechtvaardiging van de methode; - de naleving van artikel 6.6 van verordening nr. 1228/2003; - de monitoring door de CREG. Een eerste beoordelingselement betreft de niet-discriminatie. De methodes voor congestiebeheer en voor capaciteitstoewijzing mogen niet discrimineren. Dat beoordelingselement steunt met name op artikel 6.1 van verordening nr. 1228/2003 en op artikelen 180, §1, en 183, §2, van het technisch reglement. 47. Een beoordelingselement betreffende niet-discriminatie betreft het tot een minimum beperken van verschillen in de behandeling van transacties. Artikel 6.1 van verordening 31/50 nr. 1228/2003 bepaalt dat netcongestieproblemen bij voorkeur worden opgelost met van transacties losstaande methoden, d.w.z. methoden waarbij geen keuze tussen de contracten van afzonderlijke marktdeelnemers hoeft te worden gemaakt. In de bijlage van verordening nr. 1228/2003 wordt, in punt 3 van het deel Algemeen, toegevoegd dat het maken van onderscheid tussen de verschillende typen grensoverschrijdende transacties, ongeacht de vraag of het hier fysieke bilaterale contracten betreft, dan wel pogingen om op buitenlandse markten vaste voet aan de grond te krijgen, tot een minimum moet worden beperkt wanneer de regels voor specifieke congestiebeheermethoden worden uitgewerkt. In dat artikel wordt ook gepreciseerd dat aantoonbaar moet zijn dat eventuele verschillen in de behandeling van transacties geen concurrentievervalsend effect hebben en de ontwikkeling van concurrentie niet in de weg staan. Ten slotte wordt in artikel 184, 1°, van het technisch reglement gestipuleerd dat de methodes voor toekenning van capaciteit in alle mate van het mogelijk bij het beheer van een congestie elk verschil in behandeling tussen de verschillende soorten van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen door fysieke wederkerige overeenkomsten of aanbiedingen op georganiseerde buitenlandse markten beogen te minimaliseren. Dit beoordelingselement vloeit voort uit het beginsel van niet-discriminatie. 48. Een ander beoordelingselement betreffende niet-discriminatie heeft betrekking op het type van congestiebeheermethode: artikel 6.1 van verordening nr. 1228/2003 stipuleert dat de oplossingen voor congestieproblemen aan de markt gerelateerd moeten zijn. De interpretatie van die termen wordt met name gegeven door de nieuwe richtlijnen. Die preciseren in artikel 2.1 dat capaciteit alleen mag worden toegewezen door expliciete (capaciteit) of impliciete (capaciteit en energie) veilingen. 49. Voorts wordt in artikel 6.1 van verordening nr. 1228/2003 bepaald dat van de oplossingen voor congestieproblemen doeltreffende economische signalen moeten uitgaan voor de marktdeelnemers en de betrokken transmissiesysteembeheerders. Die voorwaarde stond al vermeld in artikel 180, §3, 4°, van het technisch reglement, waarin wordt gepreciseerd dat de netbeheerder erop moet toezien dat de congestiebeheermethodes geschikte economische signalen geven aan de betrokken netgebruikers. De nieuwe richtlijnen preciseren in artikel 2.7 dat de capaciteit wordt toegewezen aan het hoogste bod. 50. Het volgende beoordelingselement betreft de vastheid van de toegekende capaciteit. Wat betreft de graad van vastheid van de toegekende capaciteit wordt in artikel 6.2 van verordening nr. 1228/2003 verduidelijkt dat procedures om transacties te beperken slechts in 32/50 noodsituaties worden toegepast wanneer de transmissiesysteembeheerder snel moet optreden. Wat betreft de duidelijkheid van de definitie van de door de netbeheerder voorgestelde graad van vastheid, bepaalt artikel 184, 3°, van het technisch reglement dat de methodes van toekenning van capaciteit onder meer beogen de precieze voorwaarden van de garantiegraad van de aan de marktdeelnemers ter beschikking gestelde capaciteit te bepalen. De door de netbeheerder voorgestelde voorwaarden van betrouwbaarheid moeten dus duidelijk worden uiteengezet. Wat ten slotte de mogelijkheid betreft om een beroep te doen op de onderbreking van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen, een mogelijkheid waarin al was voorzien in artikel 181, §2, van het technisch reglement, wordt in artikel 6.2, tweede lid, van verordening nr. 1228/2003 gepreciseerd dat marktdeelnemers met een capaciteitstoewijzing, behoudens in geval van overmacht, worden vergoed voor een eventuele beperking. 51. Volgens artikel 6.3 van verordening nr. 1228/2003 krijgen marktdeelnemers voorts de beschikking over de maximale capaciteit van de koppelverbinding in overeenstemming met de voor een bedrijfszekere exploitatie van het net geldende veiligheidsnormen. Bovendien wordt in artikel 183, §3, van het technisch reglement bepaald dat de methodes voor toekenning van capaciteit het gebruik van de capaciteit van het net beogen te optimaliseren. De voorgestelde toewijzingsmethode moet er dus over waken dat de totaliteit van de beschikbare capaciteit aan de markt toegekend wordt. 52. Bovendien worden de energiestromen, volgens artikel 6.5 van verordening nr. 1228/2003, voor zover dat technisch mogelijk is, in beide richtingen vereffend op de koppellijnen (netting), teneinde de transmissiecapaciteit in de richting van de congestie maximaal te benutten. In artikel 6.4 van verordening nr. 1228/2003 worden de middelen gegeven om dat beoordelingselement te kunnen toepassen op de middellange- en langetermijncapaciteit: dat artikel bepaalt dat marktdeelnemers de betrokken transmissiesysteembeheerders er voldoende lang vóór de aanvang van de betrokken exploitatieperiode van in kennis moeten stellen of zij voornemens zijn de toegewezen capaciteit (nominatie) te gebruiken. Die noodzaak om de elektriciteitsstromen in de mate van het mogelijke in de tegengestelde richtingen te vereffenen, is ook terug te vinden in artikel 180, §3, 1°, van het technisch reglement. 53. Het volgende beoordelingselement betreft de redispatching en de uitvoeringsvoorwaarden ervan. In artikel 6.6 van verordening nr. 1228/2003 wordt bepaald 33/50 dat eventuele ontvangsten uit veilingen kunnen worden gebruikt voor het garanderen dat de toegewezen capaciteit daadwerkelijk beschikbaar is. In de bijlage van verordening nr. 1228/2003 wordt in punt 2 van het onderdeel « Principes die ten grondslag liggen aan methoden voor congestiebeheer » bepaald dat grensoverschrijdende gecoördineerde redispatching door de betrokken transmissiesysteembeheerders gezamenlijk kan worden gebruikt. Er wordt ook gespecifieerd dat de voor de transmissiesysteembeheerders aan redispatching verbonden kosten evenwel op een efficiënt niveau moeten blijven. Artikel 180, §4, 2°, van het technisch reglement bepaalt dat de methodes van congestiebeheer onder meer gebaseerd moeten zijn op de coördinatie van de inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de regelzone en, met akkoord met de buitenlandse netbeheerder, door de gecoördineerde inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de betrokken buitenlandse regelzone. Bovendien wordt in artikel 1.3 van de nieuwe richtlijnen de mogelijkheid geboden om, wanneer de geplande transacties niet verenigbaar zijn met de veilige exploitatie van het netwerk, curatief gebruik te maken van redispatching of compensatiehandel wanneer minder dure maatregelen niet kunnen worden toegepast. 54. Het volgende beoordelingselement betreft de transparantie van de toewijzingsregels en de congestiebeheermethodes, de transparantie van de informatie die rechtstreeks verband houdt met de capaciteitstoewijzing en de transparantie van de algemene marktwerking. Artikel 180 van het technisch reglement bepaalt onder meer dat de netbeheerder op transparante wijze de methodes voor het beheer van congestie die door hem worden toegepast, moet bepalen en dat die methodes voor congestiebeheer (overeenkomstig artikel 26) moeten worden gepubliceerd. Evenzo bepaalt artikel 183, §2, van het technisch reglement dat de methodes voor toekenning van de beschikbare capaciteit (overeenkomstig artikel 26) moet worden gepubliceerd. Artikel 5.3 van verordening nr. 1228/2003 en artikel 182, §1, van het technisch reglement bepalen dat de netbeheerder de informatie over de toekenning, onder meer de vooruitzichten van de beschikbare capaciteit, moet publiceren. Overwegende dat transparantie een conditio sine qua non vormt voor de goede werking van een markt, gaan de nieuwe richtsnoeren nog verder op dat vlak, en wijden heel deel 5 aan de transparantie. Om alle marktpartijen in staat te stellen te beschikken over de beste informatie en ze op gelijke voet te plaatsen (“level playing field”), voorzien die nieuwe richtsnoeren met name in de publicatie van relevante gegevens over het aanbod (productie: artikel 5.5 i)) en de vraag (verbruik: artikel 5.7) op de elektriciteitsmarkt. De raming van het toekomstige elektriciteitsaanbod en van de toekomstige vraag naar elektriciteit vormt immers een van de belangrijkste parameters om de prijs van de veilingen 34/50 op de koppelverbindingen vast te stellen. Die nieuwe richtlijnen voorzien ook in de publicatie van de fysieke stromen (artikel 5.5.h)). 55. Een ander beoordelingselement heeft betrekking op de harmonisatie van de congestiebeheermethodes wanneer die congestie ten minste twee koppelverbindingen treft, dit is wanneer een transactie op een koppelverbinding een aanzienlijke invloed heeft op de fysieke stromen en de mogelijke transacties op andere koppelverbindingen (die definitie is ontleend aan artikel 3.1 van de nieuwe richtsnoeren). In artikel 3.5, van de nieuwe richtsnoeren wordt bepaald dat de methodes voor congestiebeheer moeten worden gecoördineerd, hetgeen in het bijzonder 3.5 (
  10. f)consequentheid wat het kader voor contracten met marktdeelnemers betreft. 56. Een ander beoordelingselement betreft de (economische) rechtvaardiging voor de overschakeling van een expliciete naar een impliciete veiling van de dagcapaciteit op de koppelverbindingen. Dit beoordelingselement kadert in punt 3 onder het luik “Principes die ten grondslag liggen aan methoden voor congestiebeheer” van de richtsnoeren in bijlage bij verordening nr.1228/2003 volgens hetwelk onmiddellijk een onderzoek moet worden ingesteld naar de mogelijke verdiensten van een combinatie van marktsplitsing of andere marktgeoriënteerde mechanismen voor het oplossen van “permanente” congestie. De CREG is immers van mening dat de wijziging van bestaande systemen pas verantwoord is als redelijkerwijze kan worden aangenomen dat de voorgestelde wijziging een gunstige invloed zal hebben op de werking van de elektriciteitsmarkt in ruime zin. In het bijzonder dient aangetoond te worden dat het systeem van impliciete veiling door DAMC leidt tot een efficiënter gebruik van de dagcapaciteit op de koppelverbindingen dan in het geval van expliciete veiling. Daarenboven dient Elia aan te tonen dat de voordelen van een DAMC opwegen tegen de kost die de overschakeling met zich meebrengt. 57. Een ander beoordelingselement betreft de toepassing van artikel 6, §6, van verordening nr. 1228/2003, dat het gebruik van ontvangsten uit de toewijzing van koppelingscapaciteit betreft. In het kader van impliciete veilingen is naleving van dat artikel onderworpen aan de voorafgaande voorwaarde dat die ontvangsten uit veilingen integraal door de betrokken netbeheerders worden ingezameld. 58. Een ander beoordelingselement betreft de controlebevoegdheden van de CREG betreffende de wetgeving waarnaar in het eerste deel van de onderhavige beslissing wordt 35/50 verwezen. Het voorgestelde toekenningsmechanisme mag immers een doeltreffende controle door de CREG niet in de weg staan. III.3. Toepassing van het wettelijke kader en van de beoordelingselementen op het voorstel van Elia III.3.1. 59. Algemeen De hierna geformuleerde analyse van de beoordelingselementen steunt op de stukken van het door Elia ingediende aanvraagdossier en op de resultaten van het overleg met de CRE en de DTe. 60. De CREG merkt op dat in het voorstel van ELIA garanties van de DAMC-operators inzake de goede werking van het algoritme, ook bij beperkte koppelingscapaciteit, opgenomen zijn. Zij merkt op dat de complexiteit van dat algoritme enerzijds verband houdt met de toegepaste gedecentraliseerde aanpak en anderzijds met de mogelijkheid om “block orders” in te dienen, dat wil zeggen energie-uitwisselingen waarvan het volume verschillende uren lang constant is. Zoals beschreven in de aanvullende nota van 27 juli 2006, voorziet deze procedure in het hernemen van de expliciete veilingen vanaf 12 uur als de marktkoppeling niet gelukt is. In hun e-mail van 19 mei 2006 verduidelijken de operatoren van de marktkoppeling dat de inwerkingstelling van de grensoverschrijdende intra-day markt de beste oplossing is in geval van een faling van de marktkoppeling. De CREG meent dat de uitzonderingsprocedure in het voorstel aanvaardbaar is, maar merkt op dat die slechts tot 1 januari 2007 een overgangsprocedure zou kunnen zijn. Met de invoering van de grensoverschrijdende intradaghandel vanaf die datum zou het immers wenselijk kunnen zijn een nieuwe uitzonderingsprocedure toe te passen. Het spreekt voor zich dat Elia de nieuwe uitzonderingsprocedure vóór de toepassing ervan ter goedkeuring zou moeten voorleggen aan de CREG. 36/50 61. De CREG let ook op de verbintenis van de zes operators om de nodige wijzigingen aan de DAMC aan te brengen opdat die naar andere markten zou kunnen worden uitgebreid. In dat verband staat de CREG erop (onder meer Elia) te herinneren aan de vraag geformuleerd in het kader van het gemeenschappelijke standpunt van de drie regulatoren van juli 2006 om de opportuniteit te bestuderen van een sluitingsuur voor de markten (bijvoorbeeld 12 uur) dat compatibel is met de Duitse en Scandinavische beurzen. III.3.2. 62. Afwezigheid van discriminatie In punt 8.3 van het op 30 juni 2006 ingediende dossier zet Elia het niet- discriminerende karakter van haar voorstel tot toekenning van de dagcapaciteiten door marktkoppeling uiteen. Volgens Elia is de voorgestelde impliciete-veilingmethode nietdiscriminerend, met name omdat alle marktpartijen dezelfde rechten en plichten hebben. 63. De CREG stelt vast dat, in zoverre de totaliteit van de dagcapaciteit wordt voorbehouden voor marktkoppeling, de dagelijkse, grensoverschrijdende en occasionele energie-uitwisselingen in beperkte hoeveelheid niet langer interessant zijn, gezien de vaste kosten voor deelname aan de beurzen, hetgeen niet het geval is met het explicieteveilingmechanisme dat momenteel van toepassing is voor dagcapaciteit. 64. Als antwoord op de bekommernissen van de CREG bezorgt Elia aan de CREG een brief van Belpex de dato 23 juni 2006 waarin Belpex Elia meldt van plan te zijn een naar activiteitsvolume van de deelnemers gedifferentieerde tarifering ter goedkeuring voor te leggen aan de Raad van Bestuur van Belpex uiterlijk binnen zes maanden na de lancering van de aan de Franse en Nederlandse markt gekoppelde Day-aheadmarkt. Het is de bedoeling van Belpex die tariferingswijze vast te stellen na raadpleging van de markt en in overleg met de Belpex Users’Group. In de brief zet Belpex uiteen dat niet kan worden uitgesloten dat de indiening van een nieuwe tariferingswijze een wijziging van het bij ministerieel besluit van 11 januari 2006 goedgekeurde marktreglement of een wijziging van de parametrering van het systeem noodzaakt. Belpex legt uit dat op basis van de praktijken van buitenlandse beurzen wordt overwogen om met de markt ten minste twee mogelijkheden te onderzoeken, met name: 37/50 1) de invoering van een aanvullend tarief dat erin bestaat de vaste fees (toegangsrecht en/of jaarlijks recht) te beperken en de met het volume evenredige fees te verhogen om het break-even-point voor afnemers die beperkte hoeveelheden energie verhandelen, te verlagen ; 2) de invoering van een “broker model” dat de mogelijkheid biedt transacties te verrichten via een tussenpersoon. 65. De CREG meent dat een dergelijke lichtere procedure voor deelneming aan de beurs voor marktpartijen die beperkte hoeveelheden energie wensen uit te wisselen, het mogelijk zou moeten maken discriminatie tussen de gebruikers van de koppelverbinding te vermijden. 66. Gezien het voorafgaande is de CREG van mening dat het voorstel van Elia voor impliciete veiling voldoet aan het beoordelingselement betreffende niet-discriminatie. 67. De CREG herinnert aan het voorbehoud dat zij in paragraaf 38 van deze beslissing formuleert over onder meer de voorwaarden voor toegang tot de beurs. III.3.3. 68. Minimaliseren van verschillen in behandeling Dit beoordelingselement is erop gericht eventuele verschillen in behandeling tussen de diverse types van grenstransacties in de mate van het mogelijke tot een minimum te beperken, of het nu gaat om fysieke bilaterale contracten dan wel om biedingen op georganiseerde markten. 69. In het voorstel van Elia is de aan de marktkoppeling toegekende capaciteit vast, behoudens overmacht. De regels voor expliciete veilingen die momenteel gelden aan de Belgisch-Franse grens, stipuleren duidelijk dat nominaties die overeenstemmen met capaciteiten die zijn verworven op maandelijkse en jaarlijkse veilingen, vast zijn, behoudens overmacht. 70. De huidige regels op de Belgisch-Nederlandse grens bevatten geen duidelijke aanwijzing van de graad van vastheid van de capaciteit die wordt genomineerd in het kader 38/50 van maandelijkse en jaarlijkse veilingen. Om voor expliciete en impliciete veilingen gelijkwaardige voorwaarden voor de vastheid van nominaties voor te stellen, verklaart Elia, in haar brief van 30 juni 2006, zich bereid om haar partners een wijziging van de TSO-Auctionregels voor te stellen op het punt van de vastheid van de capaciteit die genomineerd is in het kader van jaarlijkse en maandelijkse veilingen en die regels, nadat ze zijn goedgekeurd door haar partners of na ontvangst van de commentaar van die partners op die regels (zie brief van Elia van 30 juni 2006), ter goedkeuring voor te leggen aan de CREG. In dat verband staat de CREG erop (onder meer Elia) te herinneren aan de vraag geformuleerd in het kader van het gemeenschappelijke standpunt van de drie regulatoren van juli 2006, om de wijzigingen in kwestie ten laatste vóór 1 januari 2007 uit te voeren. 71. Gezien het voorgaande meent de CREG dat het voorstel van Elia beantwoordt aan het beoordelingselement dat erop gericht is verschillen in behandeling tussen de verschillende transactievormen in de mate van het mogelijke tot een minimum te beperken. III.3.4. Op de markt gebaseerde methodes en doeltreffende economische signalen 72. Artikel 2.1. van de nieuwe richtlijnen definieert duidelijk wat onder “op de markt gebaseerde methodes” moet worden verstaan: capaciteit zal alleen worden toegewezen door expliciete (capaciteit) of impliciete (capaciteit en energie) veilingen. 73. Elia stelt een koppeling van de toekomstige Belgische stroombeurs met de Franse en Nederlandse beurzen voor toekenning van dagcapaciteit op de Belgisch-Franse en BelgischNederlandse grens voor. De door Elia voorgestelde methode is een impliciete veiling van de dagcapaciteit op de twee grenzen en beantwoordt dus aan een marktgebaseerde methode. 74. Bij afwezigheid van verplichting op de koppelverbinding tussen twee markten wordt een zelfde prijs vastgesteld voor die twee markten. Als er congestie is, wordt de prijs van de koppelingscapaciteit impliciet bepaald door het prijsverschil tussen de twee markten. Die prijs levert bijgevolg een economische signaal dat wijst op de waarde die de marktpartijen toekennen aan energie-uitwisselingen op korte termijn tussen de twee markten. 39/50 Aan de andere kant vormen de jaarlijkse inkomsten van de beheerders van de koppelverbinding een belangrijk economisch signaal voor de netbeheerders wat betreft het nut van een versterking van de koppelingscapaciteit. 75. Gezien het voorgaande is de CREG van oordeel dat het voorstel van Elia beantwoordt aan de beoordelingselementen die bepalen dat de methodes op de markt gebaseerd moeten zijn en doeltreffende economische signalen moeten geven. III.3.5. 76. Vastheid van de toegekende capaciteit Volgens de theorie is de koppelingscapaciteit die op basis van een impliciet veilingmechanisme wordt toegewezen, vast. Elia wijst er in punt 8.2 van het op 30 juni 2006 ingediende dossier op dat zij de vastheid van de aan de marktkoppeling toegekende capaciteit waarborgt, behalve in geval van force majeure. 77. In punt 3.2.4 van het op 30 juni 2006 ingediende dossier preciseert Elia overigens wat zij verstaat onder force majeure. De definitie van force majeure lijkt in overeenstemming te zijn met het gemeen recht. 78. De voorwaarden van vastheid van de capaciteiten die aan de marktkoppeling ter beschikking worden gesteld zijn duidelijk uiteengezet in het voorstel en het niveau van deze vastheid is voldoende. Bijgevolg is de CREG van oordeel dat het voorstel van Elia beantwoordt aan het beoordelingselement met betrekking tot de vastheid van de toegekende capaciteiten. III.3.6. 79. Maximalisatie van de beschikbare capaciteit De maximale koppelingscapaciteit moet ter beschikking van de marktdeelnemers worden gesteld. In het bijzonder moet de maximale nog beschikbare dagelijkse capaciteit ter beschikking van de marktkoppeling worden gesteld. Een van de manieren om die doelstelling te vervullen, is bij het bepalen van de capaciteit die ter beschikking wordt gesteld 40/50 van de day-ahead-marktkoppeling rekening te houden met de nettowaarde van de nominaties die al zijn gebeurd in het kader van maandelijkse en jaarlijkse toewijzingen. 80. De CREG herinnert eraan dat zij in haar beslissingen over congestiebeheer en de toekenning van capaciteit op de Belgisch-Franse en Belgisch-Nederlandse grens via expliciete veilingen al van oordeel was dat bij de capaciteit die ter beschikking werd gesteld van expliciete dagveilingen rekening moest worden gehouden met de capaciteitsoverdracht die het gevolg is van de netting van de uitwisselingen die zijn genomineerd in het kader van jaarlijkse en maandelijkse veilingen. 81. In punt 3 van bijlage 2 bij haar brief van 30 juni 2006 geeft Elia kennis van het principeakkoord van Elia, TenneT, RTE en het Steering Committee van de Auction Office om bij het berekenen van de dagcapaciteit een “netting” van de nominaties met betrekking tot de maand- en jaarcapaciteiten te doen. Elia vestigt er ook de aandacht op dat de enige manier om die verrichting uit te voeren zonder het operationele risico te verhogen, erin bestaat die netting te baseren op grensoverschrijdende nominaties die op dubbel-eenduidige wijze aan elkaar beantwoorden, en wijst er voorts op dat de te implementeren processen contractuele wijzigingen en informaticaontwikkelingen noodzaken. 82. De CREG kan begrip opbrengen voor de moeilijkheden die Elia ondervindt bij de onmiddellijke implementatie van die maatregel, in zoverre die maatregel een nauwe samenwerking met de netbeheerders van Frankrijk en Nederland vergt. Niettemin herhaalt de CREG haar verzoek aan Elia om bij het bepalen van de beschikbare dagcapaciteit zo snel mogelijk rekening te houden met de nettowaarde van de nominaties die al zijn uitgevoerd in het kader van de jaarlijkse en maandelijkse toewijzingen. 83. Gezien het voorgaande is de CREG van oordeel dat het voorstel van Elia beantwoordt aan het criterium betreffende het maximaliseren van de toegekende capaciteit. 84. De CREG behoudt zich het recht voor terug te komen op deze kwestie, met name in het kader van de beslissingen betreffende expliciete veilingen op de grens. 41/50 III.3.7. 85. Vereffening van de energiestromen Voor de dagelijkse toekenning van de capaciteit op de Frans-Belgische en Belgisch- Nederlandse grens stelt Elia een methode voor die gebaseerd is op impliciete veilingen. 86. Anders dan in het expliciete veilingsysteem worden de capaciteiten die in beide richtingen op de koppelverbinding worden gebruikt, in een impliciete veilingmethode de facto vereffend. De aldus gerealiseerde netting van de stromen stelt de netbeheerders in staat de nog beschikbare capaciteit te verhogen die in intra-day ter beschikking van de gebruikers van de koppelverbinding zal worden gesteld. 87. De CREG meent bijgevolg dat het voorstel van Elia beantwoordt aan het beoordelingselement betreffende de vereffening van de energiestromen. III.3.8. 88. Redispatching Dit beoordelingselement betreft de mogelijkheid voor de netbeheerders om een beroep te doen op redispatching teneinde met name de toegekende capaciteit te garanderen. 89. In punt 2 van bijlage 2 bij haar brief van 30 juni 2006 wijst Elia erop dat al aan grensoverschrijdende redispatching van productie-eenheden is gedaan, met name op 9 september 2005 met RTE, de Franse netbeheerder, om congesties weg te werken. Elia wijst op haar inspanningen om een akkoord tussen netbeheerders over de praktische behandeling van congesties op de koppelverbindingen in West-Europa tot stand te brengen. 90. De CREG begrijpt dat de momenteel uitgevoerde acties inzake redispatching occasioneel zijn om de toegekende capaciteit te garanderen, en neemt terdege nota van de inspanningen van Elia op Europees vlak. Zij zal erop toezien dat die inspanningen binnen redelijke termijn tot resultaat leiden. 42/50 91. De CREG is bijgevolg van mening dat het voorstel van Elia voldoet aan het beoordelingselement betreffende redispatching. De CREG behoudt zich evenwel het recht voor op deze kwestie terug te komen, met name via andere beslissingen op de grenzen in het licht met name van de evolutie van de regionale context en het belang van de uitgevoerde redispatching. Ten slotte herinnert de CREG aan het voorbehoud dat zij in paragraaf 42 van de onderhavige beslissing formuleert met name over de impact van de redispatchingkosten op de tarieven. III.3.9. 92. Transparantie De CREG merkt op dat Elia van oordeel is dat het vierde punt van bijlage 2 bij de brief van 30 juni 2006 geen deel uitmaakt van de onderhavige goedkeuringsprocedure. De CREG merkt evenwel op dat Elia zich zal inspannen om vanaf één september 2006 de gegevens over de algemene beschikbaarheid van de productie-eenheden zoals die gegevens worden uiteengezet in de brief van Elia aan de CREG van 7 april 2006 en bijlagen, te publiceren, onder voorbehoud dat de juridische problemen inzake vertrouwelijkheid die gelinkt zijn aan deze publicatie opgelost zijn. De CREG is van oordeel dat de aangelegenheden betreffende de transparantie wel degelijk deel uitmaken van de methodes voor congestiebeheer en toekenning van de beschikbare capaciteit aan de toegangsverantwoordelijken, en verwacht bijgevolg dat Elia alles in het werk stelt om die problemen vóór de opstarting van de marktkoppeling op te lossen. Bovendien herinnert de CREG eraan dat Elia zich onder meer zal moeten conformeren aan de bijkomende transparantievereisten van de nieuwe richtlijnen betreffende congestiebeheer zodra die in werking treden. 93. De CREG heeft ook aandacht voor het voorstel van Belpex (bijlage 3 bij de brief van 30 juni 2006 en de tweede aanvullende nota bij het dossier dat op 27 juli 2006 werd ingediend) om het aantal paradoxaal verworpen block orders te publiceren. 94. Conform artikelen 180, § 2, en 183, §2 van het technisch reglement herinnert de CREG Elia eraan dat de goedgekeurde methodes conform artikel 26 van het technisch reglement zullen worden gepubliceerd. 43/50 95. De CREG herinnert aan het belang van transparantie op de Belgische elektriciteitsmarkt in het kader van de integratie van de Belgische, Franse en Nederlandse markt. Zij vindt dat de verbetering van de transparantievoorwaarden die de afgelopen maanden werd waargenomen (fysieke stromen, capaciteitsoverdracht, balancing…) een belangrijk element vormt in de aanvaarding van de marktkoppeling. 96. De CREG herinnert eraan dat, overeenkomstig artikel 41, derde alinea van het marktreglement, Belpex verplicht is om dagelijks de geaggregeerde vraag- en aanbodcurves van de «day ahead market» van Belpex te publiceren, evenals de MCP («Market Clearing Price») en de MCV («Market Clearing Volume»). 97. Rekening houdend met het voorgaande is de CREG van oordeel dat het voorstel terzake van Elia in overeenstemming is met het beoordelingselement betreffende de transparantie. 98. De CREG vestigt er evenwel de aandacht op dat Elia zich onder meer zal moeten conformeren aan de bijkomende transparantievereisten van de nieuwe richtlijnen betreffende het congestiebeheer zodra die in werking treden. De CREG herinnert Elia er ook aan dat zij erop zal toezien dat de uit netting en use-it-or-loose it resulterende capaciteitsoverdracht naar dagelijkse toekenning, de capaciteiten die worden aangeboden aan dagelijkse toekenning (dit is aan de DAMC) en de effectief door de dagelijkse toekenning op elke grens gebruikte capaciteit gepubliceerd blijven worden wanneer de marktkoppeling tot stand is gebracht. III.3.10. 99. Harmonisatie en coördinatie Het voorstel tot koppeling van de Belgische, Franse en Nederlandse beurzen vormt de eerste echt gecoördineerde benadering voor beheer van de dagelijkse congestie in de Noord-West-Europese regio. Het zou moeten bijdragen tot de integratie van de Belgische, Franse en Nederlandse elektriciteitsmarkten. Dit initiatief maakt het met name al mogelijk de tijden voor de daguitwisselingen te harmoniseren. 44/50 100. Rekening houdend met het voorgaande is de CREG van oordeel dat het voorstel van Elia ter zake in overeenstemming is met de beoordelingselementen betreffende de harmonisatie en de coördinatie. III.3.11. 101. Economische rechtvaardiging In punt 10 van het op 30 juni 2006 ingediende dossier brengt Elia een kosten- batenalayse van de vervanging van het systeem van expliciete veilingen door een methode van impliciete veilingen voor de dagelijkse toekenning van capaciteit. Het economische voordeel van de implicieteveilingmethode berust hoofdzakelijk op twee elementen. Het eerste element betreft de verbetering van de doeltreffendheid van het gebruik van de koppelverbindingen. In tegenstelling tot het systeem van expliciete veilingen, dat de marktpartijen ertoe brengt capaciteit op de koppelverbinding aan te kopen voordat ze aan energie-uitwisselingen doen, garandeert de gezamenlijke en gelijktijdige toekenning van capaciteit en energie immers dat de capaciteit wordt toegekend aan de transacties met de hoogste waarde. Het tweede element houdt verband met de toename van de beschikbare capaciteit als gevolg van de automatische netting van de tegengestelde nominaties. Ten slotte maakt de voorgestelde koppeling een aanzienlijke inbreng van liquiditeiten in Belpex mogelijk. 102. Rekening houdend met het voorgaande is de CREG van oordeel dat het voorstel terzake van Elia in overeenstemming is met het beoordelingselement betreffende de economische rechtvaardiging. III.3.12. 103. Naleving van artikel 6.6 van verordening nr. 1228/2003 Elia zet in punt 7 van het op 30 juni 2006 ingediende dossier uiteen hoe de inkomsten uit het opheffen van congesties zullen worden ingezameld en verdeeld. Zij preciseert met name dat die inkomsten automatisch en rechtstreeks worden ingezameld door de netbeheerders, zonder langs de beurs te passeren. Het voorstel van Elia botst niet met de toepassing van artikel 6.6 van verordening nr. 1228/2003. 45/50 104. Rekening houdend met het voorgaande is de CREG van oordeel dat het voorstel terzake van Elia in overeenstemming is met het beoordelingselement betreffende het gebruik van inkomsten uit congestie. De CREG staat er echter op in dit kader te herinneren aan het voorbehoud in paragraaf 42 van deze beslissing aangaande de tariefaspecten van de invoering van een methode van impliciete veilingen. III.3.13. 105. Monitoring door de CREG De mechanismen voor expliciete toekenning van de grenscapaciteit stellen de twee betrokken regulatoren in staat controle en toezicht uit te oefenen op de goede werking van de methodes voor congestiebeheer en voor toekenning van de capaciteiten. De respectieve netbeheerder stelt met inachtneming van de vertrouwelijkheidsregels dezelfde informatie over de toepassing van de congestiebeheermethodes en de marktwerking, dit is de gegevens over de hoeveelheden en prijzen per marktpartij, ter beschikking van elke regulator. 106. Artikel 41, eerste lid, van het marktreglement bepaalt dat Belpex de CREG dagelijks de volumes en de prijzen van de orders en de contracten van elke deelnemer op de dayahead market van Belpex moet bezorgen. De invoering van een mechanisme voor impliciete toewijzing via de beurzen maakt het voor de regulatoren ingewikkelder toezicht uit te oefenen op de goede werking van het congestiebeheer en de capaciteitstoekenning dan in een systeem van expliciete veilingen. Dat toezicht is echter des te belangrijker daar de voorgestelde marktkoppeling het gedrag van dominante marktpartijen die op verschillende markten actief zijn, minder transparant zal maken. 107. In het kader van het pentalaterale energieforum tussen Duitsland, België, Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg en Nederland hebben de energieministers zich ertoe verbonden de wetgeving te wijzigen om die gegevensuitwisseling mogelijk te maken. Wat België betreft, wordt in de wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen, gepubliceerd in het staatsblad op 28 juli 2006, in artikel 136 voorzien in een wijziging van artikel 26, §2, van de elektriciteitswet; een wijziging die de CREG in staat stelt vertrouwelijke gegevens uit te wisselen met de reguleringsinstanties voor elektriciteit en voor gas van de andere lidstaten van de Europese Unie. Het wijzigen van de wetten in de twee andere landen die betrokken zijn bij de koppeling van de beurzen dreigt echter niet klaar te zijn tegen de momenteel geplande datum voor de opstarting van de marktkoppeling. 46/50 Met het oog op het opzetten van een doeltreffende monitoring van de werking van de marktkoppeling, zijn de drie regulatoren van oordeel dat het noodzakelijk is om vertrouwelijke gegevens uit te wisselen, onder meer die met betrekking tot vraag en aanbod van de actoren op de drie beurzen. De in België van kracht zijnde bepalingen van artikel 26, §2, van de elektriciteitswet, en de op termijn voorziene wijzigingen van de regelgeving in Frankrijk en Nederland zullen een dergelijke monitoring toelaten. De CREG staat er evenwel op het belang te benadrukken om, in afwachting van een definitieve oplossing, een tijdelijke oplossing in te voeren opdat de CRE en DTe de vereiste vertrouwelijke gegevens aan de CREG kunnen overmaken. Bijgevolg is de CREG van oordeel dat ELIA Belpex moet verzoeken dat Belpex, in het kader van de aan Belpex gegeven opdracht op grond van artikel 6 van het Koninklijk Besluit van 20 oktober 2005, met Powernext en APX een tijdelijke oplossing zoekt teneinde tegemoet te komen aan de vraag van de regulatoren om gegevens uit te wisselen. 108. De CREG vraagt eveneens aan Elia dat zij, zes maanden nadat de marktkoppeling werkzaam is, een studie uitvoert over de goede werking van de marktkoppeling met aandacht voor de sterkten en zwaktes van de toegepaste methodes. 47/50 BESLISSING Krachtens artikelen 180, §2, en 183, §2, van het technisch reglement ; Overwegende dat Elia haar principeakkoord heeft gegeven voor de netting van de nominaties betreffende de jaarlijkse en maandelijkse capaciteit bij het berekenen van de dagcapaciteit; Overwegende dat Elia bereid is haar partners een wijziging van de TSO-Auction-regels voor te stellen wat betreft de vastheid van de capaciteit die wordt genomineerd in het kader van jaarlijkse en maandelijkse veilingen en die regels ter goedkeuring voor te leggen aan de CREG, nadat ze zijn goedgekeurd door haar partners of na ontvangst van hun commentaar op die regels; Overwegende dat Elia van Belpex een brief heeft gekregen waarin Belpex aankondigt van plan te zijn een gedifferentieerde tarifering van de beursdeelname voor marktpartijen die beperkte hoeveelheden energie wensen uit te wisselen, ter goedkeuring voor te leggen aan haar raad van bestuur, uiterlijk binnen zes maanden na de opstarting van de aan de Franse en de Nederlandse markt gekoppelde Day-aheadmarkt; Overwegende dat Elia zich zal inspannen om tegen 1 september de vooruitzichten voor de totale beschikbaarheid van de productie-eenheden te publiceren; Gezien de voorgaande analyse, Gezien het gepleegde overleg met de andere betrokken regulatoren, Gezien de noodzaak om de opstarting van de beursactiviteiten niet te vertragen, in het belang van de Belgische en de Noord-West-Europese elektriciteitsmarkt, Gezien de noodzaak om het toegangsrecht en de transparantie de facto te waarborgen voor alle marktpartijen, Rekening houdend met de reserves in paragrafen 38 à 44, 84 et 91 van de onderhavige beslissing, 48/50 hecht de CREG haar goedkeuring aan het voorstel over de methodes voor congestiebeheer en de methodes voor toekenning van dagcapaciteit aan de toegangsverantwoordelijken op de koppelverbindingen België-Frankrijk en België-Nederland via impliciete veilingen, welk voorstel Elia op 1 maart 2006 ter goedkeuring heeft voorgelegd. De CREG vraagt ELIA om elke nieuwe uitzonderingsprocedure (fallback) die wordt overwogen, ingevolge de invoering van de grensoverschrijdende intradaghandel, zoals uiteengezet in paragraaf 60 van deze beslissing, ter goedkeuring voor te leggen aan de CREG vóór de toepassing van zulke nieuwe uitzonderingsprocedure. De CREG staat erop, onder meer Elia, te herinneren aan de vraag geformuleerd in het kader van het gemeenschappelijke standpunt van de drie regulatoren van juli 2006 om de opportuniteit te bestuderen van een sluitingsuur voor de markten (bijvoorbeeld 12 uur) dat compatibel is met de Duitse en Scandinavische beurzen, zoals uiteengezet in paragraaf 61 van deze beslissing. De CREG vraagt aan Elia om de gewijzigde TSO-Auction-regels inzake de vastheid van de genomineerde capaciteiten in het kader van de jaarlijkse en maandelijkse expliciete veilingen ten laatste vóór 1 januari 2007 aan de CREG ter goedkeuring voor te leggen, overeenkomstig het gemeenschappelijke standpunt van de drie regulatoren van juli 2006, zoals uiteengezet in paragraaf 70 van deze beslissing. De CREG vraagt Elia alles in het werk te stellen voor het oplossen van de juridische vertrouwelijkheidsproblemen in verband met de publicatie van de gegevens over de algemene beschikbaarheid van de productie-eenheden, ten laatste vóór de start van de marktkoppeling, zoals uiteengezet in paragraaf 92 van deze beslissing. De CREG vraagt aan ELIA om Belpex te verzoeken dat zij, in het kader van de aan Belpex gegeven opdracht op grond van artikel 6 van het Koninklijk Besluit van 20 oktober 2005, met Powernext en APX een tijdelijke oplossing zoekt ten einde tegemoet te komen aan de vraag van de regulatoren om gegevens uit te wisselen, zoals uiteengezet in paragraaf 107 van deze beslissing. De CREG vraagt Elia ook om de CREG na zes maanden werking van de marktkoppeling een studie te bezorgen over de goede werking van de marktkoppeling, zoals uiteengezet in paragraaf 108 van deze beslissing. 49/50

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.