← België

Beslissing over de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de N.V. Elia System Operator betreffende de methoden voor congestiebeheer en de metho

Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)070412-CDC-678 over de ‘aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de N.V. Elia System Operator betreffende de methoden voor congestiebeheer en de methoden voor de toekenning van de beschikbare capaciteit op de koppelverbinding Frankrijk-België aan de toegangsverantwoordelijken’ genomen met toepassing van artikelen 180, §2, en 183, §2, van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe 12 april 2007 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna: CREG) onderzoekt hierna, op basis van artikelen 180, § 2, en 183, §2, van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het technisch reglement), het voorstel van N.V. Elia System Operator (hierna: Elia) betreffende de methoden voor congestiebeheer en de methoden voor de toekenning van de beschikbare capaciteit op de koppelverbinding Frankrijk-België aan de toegangsverantwoordelijken, zoals gewijzigd. Artikel 180, §2, van het technische reglement bepaalt dat de methoden voor congestiebeheer, alsook de veiligheidsregels, ter goedkeuring aan de CREG worden voorgelegd door de netbeheerder. Artikel 183, §2, van het technische reglement bepaalt dat de methoden voor de toekenning aan de toegangsverantwoordelijken van de capaciteit die beschikbaar is voor energieuitwisselingen met de buitenlandse netten, ter goedkeuring aan de CREG worden voorgelegd door de netbeheerder. Het voorstel betreffende de methoden voor congestiebeheer en de methoden voor de toekenning van de capaciteit die beschikbaar is voor energie-uitwisselingen met het Franse net, zoals gewijzigd, werd door Elia per brief van 1 maart 2007 (op 2 maart ontvangen per drager met bericht van ontvangst) aan de CREG bezorgd. Het door Elia ingediende dossier bestaat uit de volgende documenten: de “Règles d’Allocation des Capacités sur l’Interconnexion France-Belgique (Règles IFB), version 1.3 [xx/xx/07]», en een begeleidende nota met als titel: “Allocations sur l’interconnexion France-Belgique – Modifications des Règles IFB dans le cadre de la mise en place des allocations infra journalières” (hierna: de begeleidende nota). Deze beslissing is opgesplitst in vier delen. Het eerste deel is gewijd aan het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de beslissing toegelicht. Het derde deel ontleedt de voorgestelde gewijzigde methoden voor congestiebeheer en capaciteitstoekenning op de Frans-Belgische grens. Het vierde deel, ten slotte, bevat de eigenlijke beslissing. 2/29 Een kopie van de IFB regels die Elia bij brief van 1 maart 2007 ter kennis bracht van de CREG en waarin de door Elia voorgestelde wijzigingen staan aangeduid, werd als bijlage bij deze beslissing gevoegd. Op zijn vergadering van 12 april 2007 nam het Directiecomité van de CREG onderhavige beslissing. 3/29 I. WETTELIJK KADER I.1. Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2003 houdende de gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 96/92/EG 1. Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 houdende de gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 96/92/EG (hierna: richtlijn 2003/54/EG) legt in haar artikel 9.

  1. e)een algemene verplichting op volgens dewelke de netbeheerder de niet-discriminatie tussen gebruikers of categorieën van gebruikers van het net, meer in het bijzonder ten gunste van zijn gelieerde maatschappijen, moet waarborgen. Richtlijn 2003/54/EG benadrukt meer bepaald het principe van de niet-discriminerende toegang tot het transmissiesysteem in artikel 20.1, dat bepaalt dat de Lidstaten erop dienen toe te zien dat voor alle in aanmerking komende klanten een systeem van toegang voor derden tot de transmissie- en distributienetten wordt ingevoerd. Dit systeem, gebaseerd op gepubliceerde tarieven, moet objectief en zonder discriminatie tussen de gebruikers van het net worden toegepast. Artikel 20.2 van richtlijn 2003/54/EG bepaalt onder meer dat de transmissienetbeheerder de toegang kan weigeren als hij niet over de nodige capaciteit beschikt. Artikel 23.1.
  2. a)van richtlijn 2003/54/EG heeft betrekking op de regelgevende instanties en bepaalt dat ze, ten minste, verantwoordelijk moeten zijn voor het garanderen van nondiscriminatie, daadwerkelijke mededinging en een doeltreffende marktwerking ten aanzien van de voorschriften inzake het beheer en de toekenning van koppelingscapaciteit, in overleg met de regelgevende instanties van de Lidstaten waarmee een koppeling bestaat. 4/29 I.2. Verordening (EG) Nr. 1228/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit 2. De CREG herinnert eraan dat, krachtens de bepalingen van artikel 249 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, verordening nr. 1228/2003 een algemene draagwijdte heeft, in al zijn elementen bindend is en rechtstreeks van toepassing is in iedere Lidstaat. 3. Artikel 6.1 preciseert dat de problemen inzake congestiebeheer worden aangepakt met niet-discriminerende oplossingen die op de markt zijn gebaseerd en de betrokken marktdeelnemers en transmissiesysteembeheerders doeltreffende economische signalen geven. 4. Artikel 6.2 van verordening nr. 1228/2003 bepaalt dat de procedures voor de beperking van de transacties alleen mogen worden gebruikt in noodsituaties waarbij de transmissienetbeheerder snel moet ingrijpen en waarbij redispatching of compensatiehandel niet mogelijk zijn, en dat, behoudens gevallen van overmacht, de marktdeelnemers aan wie een capaciteit werd toegekend, moeten worden vergoed voor elke beperking. 5. Artikel 6.3 bepaalt dat marktdeelnemers de beschikking krijgen over de maximale capaciteit van de koppelverbindingen en/of de maximale capaciteit van de transmissiesystemen waarmee grensoverschrijdende stromen worden verzorgd, met naleving van de voor een bedrijfszekere exploitatie van het net geldende veiligheidsnormen. 6. Artikel 6.4 betreft het tijdschema van de nominaties en de herverdeling van de ongebruikte capaciteiten. transmissienetbeheerders Het bepaalt voldoende lang dat de vóór marktdeelnemers de aanvang van de betrokken de betrokken exploitatieperiode in kennis moeten stellen van hun voornemen om de toegekende capaciteit al dan niet te gebruiken. Elke ongebruikte toegekende capaciteit wordt opnieuw aan de markt toegekend volgens een open, transparante en niet-discriminerende procedure. 5/29 7. Artikel 6.5 van verordening nr. 1228/2003 bepaalt dat, voor zover dit technisch mogelijk is, de transmissienetbeheerders de behoeften aan capaciteit voor elektriciteitsstromen in tegengestelde richting over de overbelaste koppellijn moeten vereffenen, teneinde de capaciteit van deze lijn maximaal te benutten. I.3. De nieuwe “Richtsnoeren voor het beheer en de toewijzing van beschikbare overdrachtcapaciteit op interconnecties tussen nationale systemen” 8. Overeenkomstig artikel 8

(4)van verordening nr. 1228/2003, besliste de Europese Commissie de in de bijlage van deze verordening nr. 1228/2003 opgenomen richtsnoeren voor het beheer en de toekenning van beschikbare overdrachtscapaciteit op interconnecties (koppelverbindingen) tussen nationale systemen te wijzigen1. Aldus werd een nieuwe versie van de bijlage van kracht op 1 december 2006 (hierna: de nieuwe richtsnoeren). De bepalingen van deze nieuwe richtsnoeren die relevant zijn voor onderhavige beslissing, worden hierna weergegeven. 1. ALGEMEEN […] 1.9. Uiterlijk op 1 januari 2008 moeten mechanismen voor het intra-day-congestiebeheer van de capaciteit voor koppelverbinding op een gecoördineerde wijze en volgens betrouwbare werkingsvoorwaarden worden ingevoerd, om de uitwisselingsmogelijkheden te maximaliseren en de grensoverschrijdende vereffening te verzekeren. 1.10. De nationale regelgevende instanties zullen regelmatig de methoden voor congestiebeheer evalueren, waarbij zij met name aandacht zullen besteden aan de naleving van de beginselen en regels die in de voorliggende verordening en in de onderhavige richtsnoeren zijn vastgelegd, en aan de modaliteiten en voorwaarden die de regelgevende instanties zelf hebben vastgelegd op basis van die beginselen en regels. In het kader van een dergelijke evaluatie moeten alle marktspelers worden geraadpleegd en moeten gerichte studies worden uitgevoerd. 1 Zie beslissing van de Commissie van 9 november 2006 tot wijziging van de bijlage bij verordening (EG) Nr. 1228/2003 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit, Publicatieblad EG, nr. L 312 van 11 november 2006, p. 59 6/29 2. METHODEN VOOR CONGESTIEBEHEER 2.1 De methoden voor congestiebeheer moeten op de markt gebaseerd zijn, zodat doeltreffende grensoverschrijdende handel wordt vergemakkelijkt. Daarom zal capaciteit alleen worden toegewezen door expliciete (capaciteit) of impliciete (capaciteit en energie) veilingen. Beide methoden mogen worden gebruikt voor een en dezelfde interconnectie. Met betrekking tot intra-day handel is continuhandel mogelijk. 2.2. Afhankelijk van de concurrentievoorwaarden moeten de mechanismen voor congestiebeheer zowel lange- als kortetermijntoewijzing van transmissiecapaciteit mogelijk maken. 2.3. Bij elke procedure van capaciteitstoewijzing wordt een voorgeschreven gedeelte van de beschikbare interconnectiecapaciteit toegewezen, alsook de resterende capaciteit die niet eerder is toegewezen en alle capaciteit die is vrijgegeven door de begunstigden van eerdere toewijzingen. […] 2.5. De toegangsrechten voor toewijzingen op lange en middellange termijn moeten vaste transmissiecapaciteitsrechten zijn. Voor deze toegangsrechten gelden de beginselen “use-itor-lose-it” of “use-it-or-sell-it” op het ogenblik van de nominering. 2.6. De TNB’s stellen een passende structuur vast voor de toewijzing van capaciteit tussen verschillende tijdsbestekken. Hierin kan een optie zijn opgenomen om een minimumpercentage aan interconnectiecapaciteit te reserveren voor dagelijkse of “intra-day”toewijzing. Deze toewijzingsstructuur moet worden beoordeeld door de respectievelijke regelgevende instanties. Bij het opstellen van hun voorstellen houden de TNB’s rekening met:
  1. a)de kenmerken van de markten,
  2. b)de exploitatieomstandigheden, zoals de gevolgen van de vereffening van vaste programma’s,
  3. c)het niveau van harmonisering van de percentages en tijdsbestekken die zijn goedgekeurd voor de verschillende geldende mechanismen voor toewijzing van capaciteit. […] 7/29 2.10. In beginsel mogen alle potentiële marktdeelnemers zonder beperking deelnemen aan het toewijzingsproces. Om te vermijden dat problemen in verband met het mogelijk gebruik van een dominante positie door marktdeelnemers ontstaan of verergeren, mogen de bevoegde regelgevings- en/of mededingingsinstanties om redenen van marktdominantie algemene of ten aanzien van een bedrijf geldende beperkingen opleggen. 2.11. De marktdeelnemers delen de TNB voldoende lang vóór een bepaalde datum voor iedere vervaldag hun vaste aanvragen tot reservering van capaciteit mee. De datum wordt zodanig vastgesteld dat de TNB’s de mogelijkheid hebben de ongebruikte capaciteit opnieuw toe te wijzen, met het oog op een nieuwe toekenning op de volgende vervaldag, met inbegrip van de intraday-sessies. 2.12. Capaciteit mag worden verhandeld op secundaire basis voor zover de TNB lang genoeg van tevoren hiervan in kennis wordt gesteld. Wanneer een TNB een secundaire transactie weigert, moet hij dit op duidelijke en transparante wijze meedelen en uitleggen aan alle marktdeelnemers, en moet hij de regelgevende instantie daarvan in kennis stellen. 2.13. De financiële gevolgen van het niet naleven van verplichtingen in verband met de toewijzing van capaciteit komen ten laste van degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn. Wanneer marktdeelnemers geen gebruik maken van de capaciteit waartoe ze zich verbonden hebben, of, in het geval van expliciet geveilde capaciteit, deze niet verhandelen op secundaire basis of tijdig teruggeven, verliezen ze de rechten op die capaciteit en zijn ze een op de kosten gebaseerde vergoeding verschuldigd. Deze op de kosten gebaseerde vergoedingen voor het niet gebruiken van capaciteit dienen gerechtvaardigd en proportioneel te zijn. Ook wanneer een TNB zijn verplichting niet nakomt, dient hij de marktdeelnemer te vergoeden voor het verlies van de capaciteitsrechten. Met andere verliezen die het gevolg zijn van het verlies van capaciteitsrechten wordt geen rekening gehouden. De belangrijkste concepten en methoden voor het vaststellen van de aansprakelijkheid voor het niet naleven van de verplichtingen worden van tevoren uiteengezet voor wat de financiële gevolgen betreft, en dienen te worden beoordeeld door de relevante nationale regelgevende instantie(s). […] 3. COÖRDINATIE 8/29 […] 4. TIJDSCHEMA VOOR MARKTOPERATIES […] 4.2. De nominering van transmissierechten dient, met volle aandacht voor de netwerkveiligheid, lang genoeg van tevoren plaats te vinden, en wel vóór de “day-ahead”sessies van alle relevante georganiseerde markten en vóór de bekendmaking van de capaciteit die zal worden toegewezen op basis van het “day-ahead”- of het “intra-day”toewijzingsmechanisme. Om doeltreffend gebruik te maken van de interconnectie,c worden nomineringen van transmissierechten in de omgekeerde richting vereffend. […] 5. TRANSPARANTIE 5.1. TNB’S publiceren alle relevante gegevens met betrekking tot de beschikbaarheid van het netwerk, de netwerktoegang en het netwerkgebruik, inclusief een verslag waarin wordt nagegaan waar en waarom er sprake is van congestie, welke methoden worden toegepast om de congestie te beheren en welke plannen er bestaan voor congestiebeheer in de toekomst. […] 5.3. De toegepaste procedures voor congestiebeheer en capaciteitstoewijzing, de tijdstippen en procedures voor het aanvragen van capaciteit, een beschrijving van de aangeboden producten, en de rechten en plichten van de TNB’s en van de partijen die de capaciteit verkrijgen, inclusief de aansprakelijkheid bij niet-naleving van deze plichten, moeten nauwkeurig door de TNB’S worden beschreven en op transparante wijze aan alle potentiële netwerkgebruikers worden meegedeeld. […] 5.5. De TNB’s dienen alle relevante gegevens betreffende de grensoverschrijdende handel te publiceren op basis van de best mogelijke voorspelling. De betrokken marktdeelnemers verschaffen de TNB’s de nodige informatie, zodat die aan hun verplichting kunnen voldoen. De wijze waarop deze informatie wordt gepubliceerd moet ter beoordeling aan de regelgevende instanties worden voorgelegd. De TNB’s moeten minstens de volgende gegevens publiceren: 9/29
  4. a)jaarlijks: Informatie over de langetermijnevolutie van de transmissie-infrastructuur en het effect ervan op de grensoverschrijdende transmissiecapaciteit,
  5. b)maandelijks: Maand- en jaarvoorspellingen van de voor de markt beschikbare transmissiecapaciteit, rekening houdend met alle relevante informatie waarover de TNB beschikt op het ogenblik van de berekening van de voorspelling (vb. de gevolgen van zomer en winter op de capaciteit van de lijnen, onderhoud aan het net, beschikbaarheid van productie-eenheden, enz.);
  6. c)wekelijks: Voorspellingen van de voor de markt beschikbare transmissiecapaciteit voor de komende week, rekening houdend met alle informatie waarover de TNB beschikt op het ogenblik van de berekening van de voorspelling, zoals de weersvoorspelling, gepland onderhoud aan het net, beschikbaarheid van productie-eenheden, enz.;
  7. d)dagelijks: Voor de markt beschikbare “day-ahead”- en “intra-day”-transmissiecapaciteit voor elke tijdseenheid van de markt, rekening houdend met alle vereffende “day-ahead”nomineringen, “day-ahead”-productieschema’s, vraagprognoses en gepland onderhoud aan het net;
  8. e)totale reeds toegewezen capaciteit per tijdseenheid van de markt en alle relevante omstandigheden waarin deze capaciteit kan worden gebruikt (vb. de toewijzingsprijs op de veiling, de verplichtingen inzake de wijze waarop de capaciteit moet worden gebruikt, enz.) teneinde alle resterende capaciteit te identificeren;
  9. f)de toegewezen capaciteit, zo snel mogelijk na elke toewijzing, en een indicatie van de betaalde prijs;
  10. g)de totale gebruikte capaciteit, per tijdseenheid van de markt, onmiddellijk na de nominering;
  11. h)zo dicht mogelijk bij de werkelijke tijd: verzamelde informatie over gerealiseerde commerciële en fysieke stromen, per tijdseenheid van de markt, inclusief een beschrijving van de effecten van eventuele corrigerende maatregelen (zoals beperking) die door de TNB’s zijn genomen om problemen met het systeem of netwerk op te lossen;
  12. i)informatie vooraf over geplande uitval en verzamelde informatie achteraf over geplande en niet-geplande uitval die de vorige dag heeft plaatsgevonden in opwekkingseenheden van meer dan 100 MW. 5.6. De markt moet tijdig over alle relevante informatie beschikken om over alle transacties te kunnen onderhandelen (industriële klanten moeten bijvoorbeeld tijdig kunnen onderhandelen over jaarcontracten en biedingen moeten tijdig naar georganiseerde markten worden 10/29 gestuurd). 5.7. De TNB moet de relevante informatie over de voorspelde vraag en opwekking publiceren volgens de in de punten 5.5 en 5.6 vermelde tijdschema’s. De TNB moet ook de relevante informatie publiceren die nodig is voor de grensoverschrijdende vereffeningsmarkt. 5.8. Wanneer de voorspellingen zijn gepubliceerd, moeten ook de ex-post gerealiseerde waarden voor de informatie over de voorspelling worden gepubliceerd in de tijdsperiode die volgt op die waarop de voorspelling betrekking heeft of ten laatste op de volgende dag (D+1). 5.9. Alle door de TNB’s gepubliceerde informatie moet gratis ter beschikking worden gesteld in een gemakkelijk toegankelijk formaat. Het moet ook mogelijk zijn om via adequate en genormaliseerde middelen voor informatie-uitwisseling, die in nauwe samenwerking met de marktpartijen worden vastgesteld, toegang te krijgen tot alle gegevens. De gegevens omvatten informatie over voorbije tijdsperiodes, en minstens over de voorbije twee jaar, zodat nieuwe marktdeelnemers ook toegang hebben tot dergelijke gegevens. […] I.4. 9. De elektriciteitswet Artikel 2, 7° van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: elektriciteitswet) verstaat onder “transmissienet” het nationaal transmissienet voor elektriciteit, dat de bovengrondse lijnen, ondergrondse kabels en installaties omvat die dienen voor het vervoer van elektriciteit van land tot land en naar rechtstreekse afnemers van de producenten en naar distributeurs gevestigd in België, alsook voor de koppeling tussen elektrische centrales en tussen elektriciteitsnetten. 10. Artikel 15 § 1 van dezelfde wet bepaalt dat de in aanmerking komende afnemers een recht van toegang tot het transmissienet hebben tegen de tarieven vastgesteld overeenkomstig artikel 12 en dat de netbeheerder de toegang alleen kan weigeren wanneer hij niet over de nodige capaciteit beschikt, of wanneer de aanvrager niet voldoet aan de technische voorschriften bepaald in het technisch reglement. 11/29 I.5. 11. Het technisch reglement Artikel 180, §1, van het technische reglement bepaalt dat de netbeheerder op niet- discriminerende en transparante wijze de door hem toegepaste congestiebeheermethoden moet bepalen. Artikel 180, §2, preciseert dat de methoden voor congestiebeheer en de veiligheidsregels ter goedkeuring aan de CREG ter kennis gebracht moeten worden en gepubliceerd moeten worden overeenkomstig artikel 26. Overeenkomstig artikel 180, §3, van het technisch reglement moet de netbeheerder er, bij de uitvaardiging en de inwerkingstelling van deze methoden, inzonderheid op toezien om, 1° zoveel mogelijk rekening te houden met de richting van de elektriciteitsstromen, en in het bijzonder wanneer de energie-uitwisselingen effectief de congestie doen verminderen; 2° zoveel mogelijk betekenisvolle invloeden te vermijden op de elektriciteitsstromen in andere netten; 3° problemen van congestie op het net op te lossen bij voorkeur met methoden die geen selectie tussen de energie-uitwisselingen van de verschillende toegangsverantwoordelijken inhouden; 4° geschikte economische signalen te geven aan de betrokken netgebruikers. Overeenkomstig artikel 180, §4, van het technisch reglement moeten deze methoden van congestiebeheer onder meer gebaseerd zijn op: 1° procedures voor het in mededinging stellen van de beschikbare capaciteit; 2° de coördinatie van de inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de regelzone en/of, middels akkoord met de buitenlandse netbeheerder(s), door de gecoördineerde inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de betrokken buitenlandse regelzone(s). Krachtens artikel 181, §1, van het technische reglement hebben de methoden voor congestiebeheer bepaald in artikel 180 onder meer tot doel: 1° elke beschikbare capaciteit aan de markt ter beschikking te stellen volgens transparante 12/29 en niet-discriminerende methoden via, in voorkomend geval, veilingen waarin de capaciteiten kunnen worden verkocht met verschillende duurtijden en met verschillende karakteristieken (bijvoorbeeld wat betreft de verwachte betrouwbaarheid van de betreffende beschikbare capaciteit); 2° de beschikbare capaciteit in een serie verkopen aan te bieden die op verschillende tijdsbasis gehouden kunnen worden; 3° bij elk van deze veilingen een bepaald gedeelte van de beschikbare capaciteit aan te bieden, met inbegrip van alle overblijvende capaciteiten die niet toegekend werden bij de vorige verkopen. 4° de commercialisering van de aangeboden capaciteit toe te laten. Artikel 181, §2, bepaalt dat de methoden voor congestiebeheer, in noodsituaties, een beroep kunnen doen op de onderbreking van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen, overeenkomstig vooraf vastgestelde prioriteitsregels die de CREG ter kennis zijn gebracht en gepubliceerd zijn overeenkomstig artikel 26 van dit besluit. Zijn paragraaf 3 preciseert dat, wat de uitvaardiging en de inwerkingstelling van de methoden voor congestiebeheer betreft, de netbeheerder overleg dient te plegen met de netbeheerders van de betrokken buitenlandse regelzones. 12. Artikel 183, §1, van het technische reglement bepaalt dat de netbeheerder waakt over de uitvoering van een of meer methoden voor de toekenning van beschikbare capaciteit aan de toegangsverantwoordelijken van energie-uitwsselingen met buitenlandse netten. Volgens artikel 183, §2, van het technisch reglement, zijn deze methodes transparant en niet-discriminerend. Ze worden aan de CREG ter goedkeuring voorgelegd en gepubliceerd overeenkomstig artikel 26 van het technisch reglement. Ten slotte preciseert artikel 183, §3, van het technisch reglement dat deze methoden tot doel hebben het gebruik van de capaciteit van het net te optimaliseren overeenkomstig artikel 179. 13. Overeenkomstig artikel 184 van het technische reglement beogen de methoden van toekenning van capaciteit onder meer: 13/29 1° in de mate van het mogelijke elk verschil in behandeling te minimaliseren tussen de verschillende soorten van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen door fysieke wederkerige overeenkomsten of aanbiedingen op georganiseerde buitenlandse markten; 2° elke ongebruikte capaciteit aan andere marktdeelnemer ter beschikking te stellen; 3° de precieze voorwaarden van de garantiegraad van de aan de marktdeelnemers ter beschikking gestelde capaciteit te bepalen. 14/29 II. 14. ANTECEDENTEN Op 1 december 2005 keurde de CREG beslissing (B) 051201-CDC-494 goed betreffende de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de N.V. Elia System Operator over de methoden voor congestiebeheer en voor de toekenning aan de toegangsverantwoordelijken van de beschikbare capaciteit op de koppelverbinding FrankrijkBelgië (hierna: de beslissing van 1 december 2005). Door deze beslissing genomen met toepassing van artikelen 180, §2, en 183, §2, van het technisch reglement weigert de CREG de goedkeuring, maar stond ze voorlopig de inwerkingstelling toe van een nieuw mechanisme voor de toekenning van capaciteit en congestiebeheer op de Frans Belgische grens, op basis van expliciete veilingen voorgesteld door Elia. In haar beslissing maakte de CREG overigens enig voorbehoud en richtte ze een aantal verzoeken tot Elia. Het voorbehoud heeft onder meer betrekking op de juridische aspecten van het voorstel van ELIA en wordt onder andere gerechtvaardigd door het feit dat de CREG het noodzakelijke overleg met de Franse regulator, de Commission de Régulation de l’Energie (CRE) niet volledig kon afronden. 15. Op 1 augustus 2006 overhandigde Elia de CREG een gemeenschappelijke nota van TenneT (de Nederlandse transmissienetbeheerder), RTE (de Franse transmissienetbeheerder) en Elia over de intraday transacties op de koppelverbindingen. 16. Op 25 augustus 2006 nam de CREG de beslissing (B) 060825-CDC-560 over de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de N.V. Elia System Operator betreffende de methoden voor de toekenning van de beschikbare capaciteit aan de toegangsverantwoordelijken op de koppelverbinding Frankrijk-België. Dit voorstel beoogde de integratie in de IFB Regels van de nodige wijzigingen aan de inwerkingstelling van een marktkoppeling op de koppelverbinding Frankrijk-België. Door deze beslissing genomen met uitvoering van artikel 183, §2 van het technisch reglement weigert de CREG het voorstel van Elia van nieuwe IFB Regels goed te keuren maar staat niettemin de voorlopige toepassing goed van de voorgestelde wijzigingen om de inwerkingstelling van Belpex en de marktkoppeling niet te vertragen. 15/29 17. In de loop van de maanden oktober en november 2006 pleegden de CREG en de CRE overleg met het oog op de bespreking van de inhoud van de IFB Regels en stelden daarbij een lijst op met de punten die door Elia en RTE moesten worden gewijzigd om hun goedkeuring te bekomen (hierna: de gemeenschappelijke opmerkingen). Beide regulatoren verzochten Elia en RTE hen een nieuw voorstel van IFB Regels ter goedkeuring voor te leggen dat rekening houdt met de gemeenschappelijke opmerkingen. 18. Op 4 december 2006 richtten de CRE (la Commission de Régulation de l’Energie), de Franse energieregulator, en de CREG respectievelijk aan RTE en aan Elia in antwoord op hun gemeenschappelijke nota van 1 augustus 2006 het verzoek hen overeenkomstig het respectieve juridische kader, een voorstel over te maken voor de inwerkingstelling van een mechanisme van intraday toekenning van capaciteit. 19. Op 7 december 2006 keurde de CREG beslissing (B) 061207-CDC-610 goed betreffende de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de N.V. Elia System Operator over de methoden voor congestiebeheer en voor de toekenning aan de toegangsverantwoordelijken van de beschikbare capaciteit op de koppelverbinding FrankrijkBelgië (hierna: de beslissing van 7 december 2006). Dit voorstel beoogde de integratie in de IFB Regels van de nodige wijzigingen aan de invoering van een secundaire capaciteitsmarkt en het in aanmerking nemen van de gemeenschappelijke opmerkingen van de CREG en de CRE. Door deze beslissing genomen met toepassing van de artikelen 180, §2, en 183, §2, van het technisch reglement weigert de CREG meer bepaald het voorstel van Elia van nieuwe IFB Regels goed te keuren maar staat niettemin de voorlopige toepassing goed van de voorgestelde wijzigingen om de invoering van de secundaire markt niet te vertragen. Bovendien verzoekt de CREG Elia om haar tegen uiterlijk 1 maart 2007 een nieuw voorstel over te maken dat aan haar eisen beantwoordt. 20. Bij brief van 22 februari 2007 bezorgde Elia de CREG het gemeenschappelijke tijdschema van Elia en RTE betreffende de invoering van “netting” enerzijds en van het voorlopige “intraday” toewijzingsmechanisme op de koppelverbinding Frankrijk-België anderzijds. 21. Op 22 maart 2007 keurde de CREG de beslissing (B)070322-CDC-668 goed betreffende de wijziging van de algemene voorwaarden van de contracten van toegangsverantwoordelijken aangeboden door de netbeheerder aan de netgebruikers. Door deze beslissing genomen met toepassing van artikel 6 van het technisch reglement keurt de 16/29 CREG de door Elia aan bedoelde algemene voorwaarden voorgestelde wijzigingen goed, met uitzondering van de wijziging aangebracht aan artikel 12.2.5. De goedgekeurde wijzigingen betreffen hoofdzakelijk de invoering van een mechanisme voor de toekenning van intraday capaciteit voor de in- en uitvoer aan de zuidgrens. In haar beslissing preciseert de CREG dat haar goedkeuring van de wijzigingen aan de algemene voorwaarden in het raam van de invoering van een mechanisme voor toewijzing van intraday capaciteit aan de zuidgrens pas in werking kunnen treden wanneer de CREG de inwerkingtreding van de voorgestelde IFB regels heeft toegestaan. 22. Op 1 maart 2007 ontving de CREG van Elia, met toepassing van de artikelen 180, §2, en 183, §2, van het technisch reglement een aanvraag tot goedkeuring van de methoden voor de toekenning aan de toegangsverantwoordelijken van de beschikbare capaciteit voor de energie-uitwisselingen met het Franse net, zoals essentieel gewijzigd met het oog op de invoering van een mechanisme van toekenning van intraday capaciteit. 23. In de loop van de maand maart 2007 en begin april 2007 pleegden de CRE en de CREG overleg over het voorstel van nieuwe IFB Regels. 17/29 III. ANALYSE VAN DE METHODEN VOOR CONGESTIEBEHEER EN VOOR DE TOEKENNING VAN CAPACITEIT OP DE KOPPELVERBINDING FRANKRIJK-BELGIË VOORGESTELD DOOR ELIA III.1. Voorafgaande opmerkingen 24. Onder deze titel wordt de conformiteit geanalyseerd van het voorstel van Elia met het wettelijke kader, omschreven in titel I van deze beslissing. 25. De CREG onderzoekt meer bepaald of de nieuwe versie van de IFB Regels, voorgesteld door Elia, rekening houdt met de kritiek die de CREG formuleerde in haar beslissing van 7 december 2006 en met de gemeenschappelijke opmerkingen van de CRE en de CREG. Deze beslissing doet op geen enkele wijze afbreuk aan de beslissing van de CREG van 7 december 2006. De daarin gemaakte opmerkingen blijven volkomen geldig. 26. Voorliggende beslissing geldt zonder afbreuk te doen aan alle verdere aanpassingen aan de IFB Regels die in het raam van de harmonisering voorzien onder afdeling 3 van de nieuwe richtsnoeren zou kunnen worden verlangd. III.2. Toepassing van het wettelijk kader op het voorstel van Elia III.2.1 Algemeen 27. De wijzigingen die Elia aan de geldende IFB regels voorstelt, betreffen enerzijds de invoering van een mechanisme voor toekenning van intraday capaciteit (“verbeterd” proratasysteem) en anderzijds bijkomende wijzigingen als gevolg van de 18/29 gemeenschappelijke opmerkingen van de CREG en de CRE die in de beslissing van 7 december van de CREG werden overgenomen. Verder werden ook een aantal wijzigingen aan de structuur en minimale tekstuele verbeteringen doorgevoerd. 28. De CREG wenst te benadrukken dat de invoering van een mechanisme voor de toekenning van intraday capaciteit aan de Frans-Belgische grens algemeen een aanzienlijke verbetering van de marktvoorwaarden in België vormt, en in het bijzonder voor de nieuwkomers op de markt voor de productie van elektriciteit. 29. De CREG wijst erop dat het voorgestelde mechanisme de invoering van de gerichte regionale oplossing waarvan sprake in het regionaal actieplan van de regulatoren2 (hierna: regionaal actieplan) niet mag vertragen. III.2.2 Analyse Artikel 1.07 30. De CREG zal nagaan hoe deze bepaling door de deelnemers wordt toegepast en behoudt zich bijgevolg het recht voor te vragen dat verbeteringen of verduidelijkingen aan de tekst worden aangebracht ingeval ze misbruiken zouden vaststellen. In dit verband herinnert de CREG er bijvoorbeeld aan dat de maatregel van capaciteitsbeperking moet begrepen worden alsof hij van toepassing is op een marktspeler, samen met de rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden vennootschappen of groepen van vennootschappen. Artikel 2.06 31. In het vierde lid van dit artikel stelt de CREG dat de netting van capaciteiten genomineerd voor de jaar- en maandhorizonten en waarvan sprake is in dit artikel, pas in werking zal treden op een tijdstip dat aan de deelnemers zal worden meegedeeld. De CREG 2 Zie het regionaal actieplan van de 5 regulatoren: BNetzA (Duitse regulator), CRE, CREG, DTe (Nederlandse regulator), ILR (Luxemburgse regulator), gepubliceerd op volgend webadres http://www.creg.be/pdf/Presse/2007/compress12022007nl.pdf. 19/29 noteert dat deze netting uitdrukkelijk is voorzien in artikel 4.2 van de nieuwe richtsnoeren die sinds 1 december 2006 van kracht zijn. De CREG beklemtoont het belang van deze netting van de capaciteiten om een goede prijsconvergentie op de Belgische, Franse en Nederlandse beurzen die door het mechanisme van impliciete veilingen zijn gekoppeld te verzekeren. De CREG vraagt Elia deze netting van de capaciteiten zo snel mogelijk door te voeren. Artikel 2.08
  13. a)32. De CREG dringt er wat het tweede lid betreft op aan dat het Gezamenlijke Veilingbureau (hierna: GV), overeenkomstig artikel 5.5.(
  14. h)van de nieuwe richtsnoeren, in geval van capaciteitsvermindering, de redenen voor deze vermindering publiceert op zijn website. Deze publicatie moet zo snel mogelijk en uiterlijk vanaf 1 juli 2007 effectief zijn. Artikel 2.09 33. De CREG dringt er wat het derde streepje van het tweede lid betreft, op aan dat het GV, overeenkomstig artikel 5.5.(
  15. h)van de nieuwe richtsnoeren, in geval van een vermindering van de genomineerde uitwisselingsprogramma’s, de redenen voor deze vermindering publiceert op zijn website. Deze publicatie moet zo snel mogelijk en uiterlijk vanaf 1 juli 2007 effectief zijn. Artikel 2.10 34. De CREG stelt vast dat de nieuwe richtsnoeren hogere eisen inzake transparantie stellen (zie afdeling 5 van de richtsnoeren). Dit geldt in elk geval voor de publicatie van de volgende gegevens: de beschikbaarheid van de netelementen (artikel 5.1.); de jaarvoorspellingen van transmissiecapaciteit (artikel 5.5.(b)); de weekvoorspellingen van transmissiecapaciteit (artikel 5.5.(c)); de beschikbaarheid van de productie-eenheden (artikel 5.5.(i)); en de achteraf gerealiseerde waarden (artikel 5.8). De CREG verzoekt Elia alles in het werk te stellen om zich zo vlug mogelijk te conformeren aan de voornoemde bepalingen. De CREG herinnert eraan dat de regulatoren van de Centraal-Westelijke Europese regio in 20/29 hun regionaal actieplan ook het belang hebben beklemtoond van een snelle en efficiënte doorvoering door de netbeheerders van deze nieuwe transparantievereisten. Artikel 3.02 35. De marktspelers lijken eerder voorstander te zijn van een bankgarantiesysteem dan van een systeem waarbij regelmatig fondsen worden opgevraagd. De CRE en de CREG stipten in hun gemeenschappelijke opmerkingen aan dat het bankgarantiesysteem zoals dat wordt voorgesteld niet optimaal lijkt en als discriminerend kan voorkomen in het geval van veilingen. Deze kwestie zal moeten worden opgelost in het kader van de harmonisering van de IFB regels zoals voorzien in het regionale actieplan. Artikel 3.05 36. Het GV mag geen misbruik maken van de mogelijkheden die hem door dit artikel worden geboden. De CREG behoudt zich bijgevolg het recht voor verbeteringen of verduidelijkingen aan de tekst te vragen ingeval ze onredelijke gedragingen door het GV zou vaststellen. 37. In punt (
  16. b)van dit artikel is in het tweede punt van de eerste paragraaf een redactiefout geslopen. De term “demande” moet waarschijnlijk worden vervangen door “demandant” Artikel 4.01 (
  17. b)38. De CREG herinnert eraan dat zijzelf en de CRE in hun gemeenschappelijke opmerkingen aanstipten de mogelijkheid en de voorwaarden te zullen onderzoeken van een vergoeding voor capaciteitsverminderingen op basis van de prijsverschillen van de beurzen. Dit onderzoek zal zich meer bepaald baseren op de studie die de netbeheerders van de Centraal-Westelijke Europese regio in het kader van het regionaal actieplan zullen voeren. Voor meer duidelijkheid dient in de laatste paragraaf na “s’applique” het woord “également” te worden toegevoegd. 21/29 Artikel 4.02 (
  18. b)39. Zoals blijkt uit de gemeenschappelijke opmerkingen en uit haar beslissing van 7 december 2006 kan de CREG niet aanvaarden dat de IFB Regels niet bepalen dat, als de deelnemer een betwiste factuur volledig heeft betaald en vervolgens blijkt dat de betwisting terecht was, de deelnemer recht heeft op dezelfde verwijlintrest als die welke hij zou verschuldigd geweest zijn, indien hij zijn factuur niet tijdig betaald had, en dat deze verwijlinterest begint te lopen vanaf de datum van betaling. De afwezigheid van een dergelijke bepaling in de IFB Regels is niet billijk. Immers indien het GV een factureringsfout maakt, is er geen reden opdat de deelnemer daardoor zou worden benadeeld en is het maar normaal dat hij recht heeft op verwijlintresten. De CREG begrijpt niet dat dit voor het GV buitensporige kosten kan veroorzaken omdat enerzijds de intresten logischerwijze slechts verschuldigd zijn op het verschil tussen het betaalde bedrag en het door de deelnemer werkelijk verschuldigde bedrag en dat anderzijds zoals Elia en RTE beklemtonen, betwistingen van facturen totnogtoe zeer zelden voorkomen. Die zeldzame gevallen worden in overleg tussen het GV en de deelnemers behandeld door commerciële reglementen die berusten op een consensus. Deze maatregel zou het GV er bijkomend moeten toe aanzetten geen fouten te maken bij het uitschrijven van facturen en in geval van fouten het geschil minnelijk te regelen door zijn fout zo snel mogelijk te erkennen, en dat vóór het verstrijken van de betalingstermijn en zelfs (indien mogelijk) nog voor de deelnemer tot betaling is overgegaan. De CREG merkt op dat een dergelijke clausule overigens in de toegangscontracten die Elia aan de netbeheerders aanbiedt, voorkomt. Elia is met dit type clausule dus vertrouwd. Het verbaast dan ook dat Elia zich hiertegen verzet. Bovendien heeft zij vragen bij de definitie van enerzijds een “terechte klacht” en anderzijds bij “de datum van betaling van de factuur”. De CREG wenst hierover volgende opmerkingen te formuleren. Het terechte karakter van een klacht zou het beste kunnen worden aangetoond door een vaststelling van het GV na onderzoek (dat in zijn belang zo snel mogelijk wordt uitgevoerd) of door de bevoegde rechter. Wat de “datum van betaling van de factuur betreft” lijkt een rekeninguittreksel de datum waarop het GV daadwerkelijk voor het betreffende bedrag werd gecrediteerd gemakkelijk te kunnen aantonen. De bewoordingen 22/29 die de CREG voorstelt, zouden dan ook geen problemen bij de toepassing moeten veroorzaken. De CREG kan dus niet aanvaarden dat de IFB Regels geen wederkerigheid in het recht op de betaling van intresten vooropstellen zoals hiervoor aangeduid, en verzoekt Elia zo vlug mogelijk en uiterlijk tegen 4 mei 2007 een nieuw voorstel in te dienen dat aan de bezwaren van de CREG voldoet. Artikel 5.02 40. De aansprakelijkheidsbeperking voorzien in dit artikel veroorzaakt een aantal problemen en roept een reeks vragen op. 41. De CREG beklemtoont in de eerste plaats het gebrek aan algemene duidelijkheid over het aansprakelijkheidsregime voorzien door de IFB Regels. Deze situatie is betreurenswaardig en komt niet tegemoet aan de transparantie die de nieuwe richtsnoeren in artikel 5.3 vooropstellen. 42. Artikel 5.02 voorziet meerdere aansprakelijkheidsbeperkingen ten aanzien van het GV en de TNB’s. Het sluit immers alle aansprakelijkheid in geval van indirecte schade en immateriële schade uit en begrenst de schadevergoeding van de (rechtstreekse en materiële) schade tot 100.000 EUR. Op het eerste zicht zijn deze beperkingen van toepassing op de twee voornaamste contractuele tekortkomingen door de TNB’s/het GV, namelijk de verkeerde toekenning van capaciteit (bijvoorbeeld na een afgebroken veiling) en het niet ter beschikking stellen van toegekende capaciteit (vermindering). De aansluiting van dit artikel op het vergoedingsmechanisme voorzien onder artikel 4.01(
  19. b)is niet duidelijk. Zo geven de IFB regels niet duidelijk aan of artikel 5.02 ook van toepassing is op de gevallen beoogd onder artikel 4.01(
  20. b)of dat dit laatste artikel precies de toepassing van artikel 5.02 uitsluit. Dat moet door Elia worden opgehelderd. Elia verduidelijkt in haar voorstel evenmin op welke verplichtingen of tekortkomingen de artikelen 4.01(
  21. b)resp. 5.02 van toepassing zijn. 23/29 43. Het toepassingsveld van artikel 4.01(
  22. b)is niet duidelijk. Dit artikel is in de eerste plaats van toepassing op de “Verminderingen” beoogd onder de artikelen 2.08 en 2.09 van de IFB Regels. Deze laatste twee artikelen lijken niet alle gevallen van capaciteitsvermindering te beogen (verschillend van vermindering door overmacht) maar enkel de verminderingen verbonden met de betrouwbaarheid van het elektriciteitssysteem. Een vermindering die rechtstreeks zou voortvloeien uit een fout van de TNB lijkt daarmee niet onder de toepassing van artikel 4.01(b), maar onder de toepassing van artikel 5.02 te vallen. Dat moet door Elia worden opgehelderd. Vervolgens is dit artikel van toepassing in geval van annulering van een veiling, wanneer deze zich na het einde van de betwistingstermijn voordoet. Uit de IFB Regels blijkt niet duidelijk dat dit artikel uitsluitend van toepassing is buiten een geval van tekortkoming door het GV, of dat in het geval van een fout artikel 5.02 van toepassing is, noch of dit artikel geldt in geval van annulering van een afbebroken/verkeerde veiling. Deze aspecten moeten door Elia worden opgehelderd. De CREG is dan ook van oordeel dat het toepassingsveld van artikel 4.01(
  23. b)niet duidelijk is. Elia zou in haar voorstel voor iedere foutieve tekortkoming uit hoofde van het GV/de TNB’s moeten aangeven welk aansprakelijkheidsregime van toepassing is. 44. De CREG wijst ook op het gebrek aan duidelijkheid over de personen die door artikel 5.02 worden bedoeld. Dit artikel verwijst nu eens naar de TNB’s en het GV, en dan weer naar de “Partijen”. Afgezien van de deelnemer, verwijst de term “Partijen” naar het GV, maar niet naar de TNB’s als zodanig en dus in geen geval naar Elia. Artikel 5.02 zou meer duidelijkheid moeten scheppen over de begunstigden van de aansprakelijkheidsbeperking. 45. Artikel 5.02 is absoluut niet duidelijk geformuleerd en lijkt de aansprakelijkheid voor zowel de immateriële als voor de indirecte schade uit te sluiten (en niet voor de schade die gelijktijdig immaterieel en onrechtstreeks is). 46. Aangezien de term “immateriële schade” aanleiding kan geven tot heel uiteenlopende interpretaties, moet deze term worden verduidelijkt. De CREG merkt op dat artikel 2.13 van de nieuwe richtsnoeren voorziet dat “de financiële 24/29 gevolgen van het niet naleven van verplichtingen in verband met de toewijzing van capaciteit ten laste komen van degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn” en dat “wanneer een TNB zijn verplichting niet nakomt, hij de marktdeelnemer dient te vergoeden voor het verlies van capaciteitsrechten”, en enkel de vergoeding voor indirecte schade uitsluit. Voor immateriële schade wordt geen enkele uitzondering voorzien. Ook immateriële schade uitsluiten lijkt dus in strijd met het vergoedingsprincipe voorzien in dit artikel en in artikel 6.2 van Verordening 1228/2003 dat bepaalt: “behoudens in geval van overmacht worden marktdeelnemers met een capaciteitstoewijzing voor een eventuele beperking vergoed”. 47. De uitsluiting van de indirecte schade vormt geen probleem vermits die uitdrukkelijk wordt voorzien door artikel 2.13 van de nieuwe richtsnoeren. De CREG merkt echter op dat deze term op velerlei wijzen kan worden geïnterpreteerd die heel wat ruimer zijn dan het begrip “consequential loss” van het Angelsaksische recht waar in de Engelse versie van de nieuwe richtsnoeren precies sprake van is. Verder merkt de CREG op dat de IFB regels ervan uitgaan dat verlies van winst, winstderving, verlies van inkomsten, contracten of van meerwaarden automatisch indirecte schade vormen waarvoor het GV nooit aansprakelijk kan worden gesteld terwijl deze schade in bepaalde gevallen directe schade kan vormen. De uitgebreide betekenis die de IFB Regels geven aan de “indirecte schade” is dan ook in strijd met artikel 2.13 van de nieuwe richtsnoeren en met artikel 6.2 van het artikel 6.2 van Verordening 1228/2003. Om de verenigbaarheid van de IFB Regels met artikel 2.13 van de nieuwe richtsnoeren te verzekeren, stelt de CREG Elia voor dat in de tekst van de IFB Regels uitdrukkelijk en eenvoudig wordt verwezen naar de “indirecte” schade” waarvan sprake onder artikel 2.13 van de nieuwe richtlijnen (zonder opsomming). 48. De CREG merkt vervolgens op dat het begrenzen van de aansprakelijkheid voorzien onder paragraaf 3, tot 100.000 EUR per klacht voor de schade, waarvoor de aansprakelijkheid niet is uitgesloten (materiële en rechtstreekse schade) onaanvaardbaar is. Immers zoals eerder al aangehaald voorzien artikel 2.13 van de nieuwe richtsnoeren (dat algemeen verwijst naar iedere tekortkoming ten aanzien van de verplichtingen verbonden met de toekenning van capaciteit) en artikel 6.2 van Verordening 1228/2003 de schadevergoeding met uitsluiting van enkel de indirecte schade. Deze bepalingen laten dus 25/29 niet toe om de aansprakelijkheid voor rechtstreekse schade te beperken. Het argument dat stelt dat het voorzien van clausules inzake aansprakelijkheidsbeperking in een contract van dienstverlening waarmee de deelnemer overigens vrij kon instemmen, gebruikelijk en volstrekt geldig is, ter zake niet overtuigend is. Dit argument houdt immers geen rekening met de beperkingen opgelegd door het sectorspecifieke recht (van openbare orde) die hiervoor werden vermeld, noch met de bijzonderheid van de wettelijke monopoliesituatie van de TNB’s. 49. Tot slot wenst de CREG te vernemen wat het laatste lid van artikel 5.02 precies viseert. Indien Elia van mening is dat de TNB’s en het GV ter zake geen enkele verplichting hebben, ziet de CREG het nut van een dergelijke clausule niet goed in. In het andere geval lijkt deze aansprakelijkheidsbeperking haar buitensporig en zou deze dus moeten worden geschrapt. 50. Om de redenen aangehaald onder de voorgaande paragrafen 41 tot 49 kan de CREG artikel 5.02 van de IFB Regels niet goedkeuren en verzoekt zij Elia zo vlug mogelijk en uiterlijk tegen 4 mei 2007 een nieuw voorstel in te dienen dat aan de bezwaren van de CREG tegemoetkomt. Artikel 6.04 51. De CREG dringt er wat het derde lid betreft op aan dat het GV in geval van annulering van een veiling de redenen daarvoor op zijn website zou publiceren, om een grotere transparantie te verzekeren. Deze publicatie moet zo snel mogelijk en uiterlijk vanaf 1 juli 2007 effectief zijn. Afdeling 3.3.7. van de begeleidende nota Elia en RTE stippen in het tweede lid aan dat de garantie van de vastheid van de capaciteit en van de uitwisselingsprogramma’s aanzienlijke kosten voor de TNB kan teweegbrengen omwille van de activering van de “redispatching”-oplossingen. De CREG begrijpt dat de “redispatching” die hier wordt beoogd van het “curatieve” type is en enkel tot doel heeft de uitwisselingsprogramma’s te verzekeren en geen toename 26/29 van de capaciteit voorgesteld voor de verschillende horizonten mogelijk te maken. De CREG preciseert dat de wijze waarop deze kosten in aanmerking worden genomen evenals hun niveau in overeenstemming met de beslissingen van de CREG inzake tarieven moeten blijven. 27/29 BESLISSING In toepassing van artikelen 180, §2, en 183, §2, van het technisch reglement beslist de CREG om voorgaande redenen het voorstel van Elia betreffende de methoden voor congestiebeheer en de methoden voor de toekenning van beschikbare capaciteit aan de toegangsverantwoordelijken voor energie-uitwisselingen met het Franse net, zoals gewijzigd, niet goed te keuren. Niettemin, vermits de wijzigingen die Elia aan de IFB Regels voorstelt een verbetering vormen ten opzichte van de huidige versie van de IFB Regels en om de invoering van het nieuwe mechanisme voor de toekenning van intraday capaciteit niet te vertragen en de markt daardoor niet te benadelen, staat de CREG Elia toe om de door haar voorgestelde wijzigingen aan de huidige IFB Regels voorlopig toe te passen in afwachting van een totale en definitieve goedkeuring. De CREG vraagt Elia om zo snel mogelijk en uiterlijk tegen 4 mei 2007 een nieuw voorstel over te maken dat beantwoordt aan de eisen geformuleerd onder paragraaf 39 (betaling van intresten ingeval van verkeerde facturatie) en onder de paragrafen 40 tot 50 (aansprakelijkheidsbeperking) van onderhavige beslissing. De CREG vraagt Elia eveneens om de netting van de capaciteiten zo snel mogelijk door te voeren, conform de bepalingen van paragraaf 31 van voorliggende beslissing. De CREG verzoekt Elia verder om zo snel mogelijk en uiterlijk op 1 juli 2007 zich te conformeren aan de transparantievereisten geformuleerd onder de paragrafen 32, 33 en 51 van voorliggende beslissing. 28/29 De CREG verzoekt Elia alles in het werk te stellen om zich zo vlug mogelijk te conformeren aan de in paragraaf 34 van voorliggende beslissing geformuleerde transparantievereisten. aaaa Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Dominique WOITRIN Directeur François POSSEMIERS Voorzitter van het Directiecomité 29/29

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.