← België

Beslissing over het voorstel van de N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR betreffende de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartuuronevenwich

NIET VERTROUWELIJKE VERSIE Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel. : 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)071213-CDC-732 over ‘het voorstel van de N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR betreffende de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten’ genomen met toepassing van artikel 159, §1, van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe 13 december 2007 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt in deze beslissing, met toepassing van artikel 159, §1, van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het technisch reglement), het voorstel van N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR (hierna: Elia) betreffende een mechanisme voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten voor het jaar

  1. De CREG ontving dit voorstel van ELIA bij brief van 23 oktober
  2. Op 10 december 2007 ontving de CREG van ELIA een brief van dezelfde dag over de evolutie van het voorstel van ELIA als gevolg van de vergadering van ELIA en de CREG van 5 december
  3. Deze brief maakt integraal deel uit van het voorstel. Deze beslissing bestaat uit drie delen. Het eerste deel vat het wettelijke kader samen en het tweede deel geeft een analyse van het voorstel weer. Het derde deel omvat de eigenlijke beslissing. De begeleidende brief van ELIA van 23 oktober 2007 en het voorstel van ELIA worden als bijlage 1 aan deze beslissing toegevoegd. De brief die ELIA op 10 december 2007 naar de CREG stuurde vormt de bijlage
  4. Op 13 december 2007 keurde het Directiecomité van de CREG de onderhavige beslissing goed. aaaa NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 2/21 I.
  5. WETTELIJK KADER Deze beslissing wordt genomen met toepassing van artikel 159, §1, van het technisch reglement, volgens hetwelk, op voorstel van de netbeheerder, de werkingsregels van de markt bestemd voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten worden goedgekeurd door de CREG en gepubliceerd door de netbeheerder.
  6. Artikel 2 van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder de taken en verplichtingen uitvoert die hij dient uit te voeren krachtens de wet van 29 april 1999 teneinde de elektriciteitsuitwisselingen tussen de verschillende op het net aangesloten personen te behouden en te ontwikkelen en het behoud van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net te bewaken, te handhaven dan wel te herstellen.
  7. Artikel 3, §1, van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder het technisch beheer van de elektriciteitsstromen op het transmissienet organiseert en zijn taken waarneemt teneinde met de hem ter beschikking staande middelen een permanent evenwicht tussen de vraag en het aanbod van elektriciteit te bewaken, te handhaven dan wel te herstellen overeenkomstig artikel 8 van de wet van 29 april
  8. De netbeheerder waakt over de compensatie van het globaal onevenwicht van de regelzone, veroorzaakt door de eventuele individuele onevenwichten van de verschillende toegangsverantwoordelijken.
  9. Krachtens artikel 8 van het technisch reglement moet de netbeheerder zich onthouden van elke discriminatie tussen netgebruikers, toegangsverantwoordelijken, leveranciers van ondersteunende diensten of tussen elk andere persoon die op een of andere manier met het net verbonden is in het kader van zijn taken en verplichtingen of uitgevoerde diensten.
  10. Krachtens artikel 157, §2, van het technisch reglement bewaakt, handhaaft dan wel herstelt de netbeheerder op elk moment het evenwicht tussen aanbod en vraag van elektrisch vermogen in de regelzone, onder meer veroorzaakt door de eventuele individuele onevenwichten van de verschillende toegangsverantwoordelijken. Ten dien einde schakelt de netbeheerder tijdens de uitbating van het net, in volgorde de hem ter beschikking zijnde middelen in, met name : 1° activering van de primaire regeling van de frequentie overeenkomstig de bepalingen bedoeld in Hoofdstuk XIII van Titel IV; NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 3/21 2° de secundaire regeling van het evenwicht in de regelzone overeenkomstig de bepalingen bedoeld in Hoofdstuk XIII van Titel IV; 3° het vermogen ter beschikking gesteld door de producenten conform art. 159, §2; en 4° de aanpassingen aan de dagelijkse toegangsprogramma's van belastingen die door de toegangsverantwoordelijken aan de netbeheerder worden aangeboden. §3 van ditzelfde artikel voegt eraan toe dat indien de modaliteiten, bedoeld in §2, niet volstaan om tot het herstel te leiden van het evenwicht tussen de vraag en het aanbod van actief vermogen in de regelzone, de netbeheerder opdraagt om het tertiaire reservevermogen dat door derden ter beschikking wordt gesteld overeenkomstig de bepalingen bedoeld in Hoofdstuk XIII van Titel IV, te activeren.
  11. Artikel 158 van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder de hem ter beschikking staande middelen activeert overeenkomstig artikel 157, § 2, met name volgens het criterium van de laagste prijs.
  12. Krachtens artikel 159, §2, van het technisch reglement houden alle producenten van de regelzone waarvan het nominale vermogen voor de toegang tot het net hoger of gelijk is aan 75 MW hun beschikbare vermogen ter beschikking van de netbeheerder overeenkomstig artikelen 222 en
  13. Deze inschrijving voor dit reservevermogen gaat vergezeld met een prijsofferte. De producenten waarvan het nominale vermogen voor de toegang tot het net lager is dan 75 MW, alsook de producenten actief in een andere regelzone voor zover de operationele regels tussen de betrokken regelzones het toelaten, kunnen eveneens, overeenkomstig door de netbeheerder bepaalde objectieve en transparante modaliteiten, hun beschikbaar kwartiervermogen ter beschikking stellen.
  14. Hoofdstuk XIII van Titel IV van het technisch reglement heeft betrekking op de ondersteunende diensten. Artikel 233 van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder het primair, secundair en tertiair reservevermogen dat bijdraagt tot het waarborgen van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net in de regelzone evalueert en bepaalt. Hij deelt zijn evaluatiemethode en het resultaat aan de commissie mee ter goedkeuring. Artikel 243 van het technisch reglement bepaalt in §1 dat de netbeheerder het reservevermogen voor de secundaire regeling koopt via een mededingingsprocedure en/of aanbesteding. De netbeheerder bepaalt de technische specificaties betreffende de NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 4/21 terbeschikkingstelling en de levering van dit vermogen. §2 van dit artikel bepaalt dat de leverancier van deze dienst het secundaire reservevermogen activeert op aanvraag van de netbeheerder. Krachtens artikel 249, §1, van het technisch reglement koopt de netbeheerder het reservevermogen voor de tertiaire regeling via een mededingingsprocedure en/of aanbesteding. De netbeheerder bepaalt de technische specificaties betreffende de terbeschikkingstelling en de levering van dit vermogen. §2 van dit artikel bepaalt dat de leverancier van deze dienst het tertiaire reservevermogen activeert op aanvraag van de netbeheerder. Tot slot bepaalt artikel 256 van het technisch reglement dat de netbeheerder de middelen waarover hij beschikt aanwendt overeenkomstig dit besluit, teneinde de afwijkingen tussen het daadwerkelijk uitgewisseld actief vermogen en het geprogrammeerd actief vermogen met de buitenlandse regelzones te beperken. Deze afwijkingen worden eveneens kwartuuronevenwichten genoemd.
  15. Krachtens artikel 159, §4, van het technisch reglement publiceert de netbeheerder ten minste elke dag de prijzen voor de onevenwichten van de voorgaande dag. Artikel 244, §1, van het technisch reglement stelt dat de netbeheerder, overeenkomstig artikel 26, de benodigde hoeveelheden alsmede de technische specificaties betreffende de beschikbaarheid en levering van actief vermogen aan het net voor de secundaire regeling bepaalt en publiceert. Artikel 250, §1, van het technisch reglement voegt eraan toe dat de netbeheerder, overeenkomstig artikel 26, de benodigde hoeveelheden alsmede de technische specificaties betreffende de beschikbaarheid en levering van actief vermogen aan het net voor de tertiaire regeling bepaalt en publiceert. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 5/21 II. ANALYSE VAN HET VOORSTEL II.
  16. Voorafgaande opmerkingen en voorbehouden
  17. Zoals de inleiding ervan verduidelijkt, wordt het voorstel door ELIA ingediend voor het jaar
  18. Deze beslissing heeft dus uitsluitend betrekking op de toepassing van de marktregels voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten gedurende het jaar
  19. ELIA wordt verzocht later een voorstel van marktregels voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten toepasselijk na het jaar 2008 in te dienen.
  20. Op verschillende plaatsen in het voorstel verwijst ELIA rechtstreeks of onrechtstreeks naar voorwaarden opgenomen in de overeenkomsten gesloten of nog te sluiten tussen ELIA en de marktspelers. Deze beslissing heeft, overeenkomstig artikel 159, §1, van het technisch reglement, enkel betrekking op de voorstellen van werkingsregels van de markt bestemd voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten en vormt op geen enkele manier een expliciete of impliciete goedkeuring van de overeenkomsten waarnaar in het voorstel wordt verwezen. ELIA dient zonodig deze overeenkomsten in overeenstemming te brengen met de marktregels die de onderhavige beslissing inhoudt. Zo spreekt het onderhavige voorstel zich ook niet uit over de tariefaspecten. II.
  21. In overweging genomen beoordelingselementen
  22. Op grond van de wetteksten weergegeven in deel I werd een aantal beoordelingselementen in overweging genomen voor het uitwerken van deze beslissing. Deze beoordelingselementen worden hierna ontleed.
  23. Het mechanisme voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten vormt een belangrijk element voor de werking van de Belgische markt. Het is dus van essentieel belang om rekening te houden met de structuur en de opbouw van de markt waarvoor het bestemd is. Zo moet het rekening houden met de volgende elementen: NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 6/21 − het aantal lokale producenten dat diensten voor de compensatie van de onevenwichten kan aanbieden is zeer beperkt, − om nieuwe marktspelers aan te trekken die in staat zijn op de Belgische markt diensten voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten aan te bieden, dient een evenwicht gevonden te worden tussen een redelijke vergoeding van deze diensten en een regulering van de aanbiedingen, die gezien de beperkte mededinging noodzakelijk is.
  24. Zo is het belangrijk dat het mechanisme voldoende flexibel is om de deelneming toe te laten van een zo groot mogelijk aantal spelers op de markt van de levering van diensten bestemd voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten. Met het oog hierop mag de structuur van het mechanisme niet de deur sluiten voor toekomstige evoluties die het mogelijk maken deze richting uit te gaan.
  25. Verder is het ook noodzakelijk dat het mechanisme een adequate transparantie biedt op het vlak van de aanbiedingen en hun activering. Deze transparantie brengt een merkbare zichtbaarheid mee in termen van informatie aan de marktspelers over de aanbiedingen met betrekking tot de compensatie van de kwartuuronevenwichten en draagt er aldus toe bij om het potentieel abusieve gedrag van sommige marktspelers te ontmoedigen. Bovendien is het belangrijk dat het mechanisme de producenten die wensen deel te nemen aan de levering van diensten voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten duidelijke signalen geeft met betrekking tot de kosten en inkomsten die zij van hun deelneming aan deze diensten kunnen verwachten.
  26. Het zou echter gevaarlijk zijn mochten de ARP de compensatie van de kwartuuronevenwichten in België beschouwen als een hulpmiddel dat hen ter beschikking staat om hun verplichting tot evenwicht na te komen. Het mechanisme voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten moet onder de huidige omstandigheden een hulpmiddel blijven dat ter beschikking van de TNB wordt gesteld om het evenwicht van de Belgische regelzone te verzekeren. Het mechanisme moet gebaseerd zijn op de marktregels en tevens toch zoveel mogelijk gaming door arbitrage met de spotmarkt voorkomen. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 7/21 Dit aspect wordt hoofdzakelijk verzekerd via het tarief voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten. De goedkeuring ervan behoort bij de goedkeuring van de tarieven van de netbeheerder en valt buiten het kader van deze beslissing.
  27. Bovendien moeten het mechanisme voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten en het eraan verbonden tarief een minimalisering van de kosten voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten voor de ARP beogen.
  28. Tot slot is het van primordiaal belang dat het mechanisme voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten geen hinderpaal vormt voor de oprichting van een Noordwest Europese lokale markt. De integratie van deze markten is immers noodzakelijk om tot mededinging op nationaal niveau te komen. Het is dus belangrijk dat het mechanisme voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten zonder al te grote moeilijkheden met die van de buurlanden kan geïntegreerd worden. II.
  29. Toepassing van het wettelijk kader en van de beoordelingselementen op het voorstel II.3.
  30. Openstelling van de markt van de levering van diensten bestemd voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten
  31. In het voorgestelde mechanisme staat de markt van de levering van de secundaire regeling open voor alle producenten, ongeacht of ze al dan niet reserveringscontracten in het kader van de secundaire regeling hebben getekend. Enerzijds is elke marktspeler bij wie ELIA secundair regelvermogen heeft gereserveerd verplicht ELIA een offerte te maken voor een vermogen dat minstens gelijk is aan het gereserveerde vermogen, zowel voor het opregelen als het afregelen. De eenheidsprijs waartegen een dergelijke marktspeler een offerte doet, moet lager zijn dan een bepaalde limiet voor de offertes van opregelvermogen en hoger dan een andere limiet voor de offertes van afregelvermogen. Deze beide limieten worden weergegeven door formules die afhangen van de referentiemarktprijs op het beschouwde uur en van het deel brandstof in de productiekosten van het desbetreffende type van centrale. Bovendien is het verschil tussen deze beide limieten constant. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 8/21 In geval van onbeschikbaarheid van het offertesysteem stelt ELIA voor het te vervangen door een eenheidsprijs voor de offertes in stijgende zin en een andere eenheidsprijs voor de offertes in dalende zin. Deze twee prijzen worden weergegeven door formules die slechts afhangen van de referentiemarktprijs op het beschouwde uur. Anticiperend op een eventuele weigering van de leveranciers om het hierboven beschreven systeem met gelimiteerde offerteprijzen toe te passen, had ELIA in zijn voorstel voor 2007 voorgesteld om ingeval van een dergelijke weigering de prijzen van de offertes van secundair regelvermogen te normaliseren, zonder invloed op de factuur van de leverancier. Deze normalisatie maakte het mogelijk fictieve prijzen voor de activering van het secundair regelvermogen te bepalen die de hierboven beschreven limieten in acht namen en enkel gebruikt werden voor de berekening van de tarieven voor de compensatie van de onevenwichten. De enige leverancier van de secundaire reservedienst in 2007 weigerde inderdaad het systeem van gelimiteerde offerteprijzen systematisch in acht te nemen. Uit een monitoring van de normalisatieprocedure, die ELIA elke maand naar de CREG stuurde, bleek echter dat de verschillen gering waren en dat het verschil tussen de reële facturen en wat ze geweest zouden zijn als de leverancier het beperkingsysteem permanent had in acht genomen te verwaarlozen was. Met de bedoeling de transparantie van het systeem te vergroten en het rechtstreekse verband tussen de kosten op het vlak van de middelen voor secundair vermogen en de tariefsignalen te verbeteren, kondigde ELIA in zijn brief van 10 december 2007 aan dat het, om op het verzoek van de CREG in te gaan, het mechanisme voor het normaliseren van de offerteprijzen voor activering van het gereserveerde secundair regelvermogen uit zijn voorstel terugtrok. Anderzijds hebben de marktspelers bij wie ELIA geen secundair regelvermogen heeft gereserveerd wel de mogelijkheid om aan de secundaire regeling deel te nemen, maar zijn ze niet verplicht om dit te doen. Als ze beslissen om eraan deel te nemen, zijn de prijzen van hun offertes niet gelimiteerd.
  32. De CREG stelt vast dat totnogtoe slechts één enkele marktspeler aan de secundaire regeling deelneemt. Door de limieten die het mechanisme op het vlak van de prijzen van de offertes invoert, beperkt het voorgestelde mechanisme de macht van deze speler op de markt. Het voert flexibiliteit in door het jaar onder te verdelen in subperiodes, die ‘loten’ NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 9/21 genoemd worden, en door het mogelijk te maken om voor elk lot contracten voor het reserveren van secundair regelvermogen te ondertekenen. Het voert tevens flexibiliteit in door de markt van de secundaire regeling open te stellen voor marktspelers die geen contracten voor het reserveren van secundair regelvermogen met ELIA gesloten hebben. Daardoor kunnen naar deze markt spelers aangetrokken worden die over een kleiner park beschikken en die bijgevolg misschien niet het risico kunnen nemen om aan de secundaire regeling deel te nemen op zo’n regelmatige basis als de bepaling van de loten vereist. De CREG is van mening dat de voorgestelde werkingsregels voor de markt van de secundaire regeling een goed compromis vormt tussen het reguleren van de prijzen van de offertes en het aanmoedigen van de kleinere marktspelers om aan de secundaire regeling deel te nemen. Dat is des te belangrijker daar de secundaire regeling totnogtoe meer dan 95% van de tijd alleen gebruikt wordt om de kwartuuronevenwichten van de Belgische regelzone te compenseren. Bovendien, als gevolg van de terugtrekking van het normalisatiemechanisme uit het voorstel van ELIA, is de CREG van mening dat het niet langer denkbaar is dat de leveranciers van de dienst zich niet meer aan de beperkingen van de offerteprijzen voor activering van het gereserveerde secundair regelvermogen zouden houden.
  33. Op dit ogenblik bestaat het tertiair vermogen uit vier types van hulpbronnen : niet- gereserveerd tertiair vermogen (CIPU contracten), tertiair regelvermogen gecontracteerd van de kant van de productie, tertiair regelvermogen gecontracteerd op de onderbreekbare belasting en de bijstandsovereenkomsten tussen TNB’s. Het niet-gereserveerd tertiair vermogen vloeit voort uit de toepassing van artikel 159, §2, van het technisch reglement. Tertiair regelvermogen gecontracteerd aan de kant van de productie en op de onderbreekbare belasting is vermogen dat contractueel door de TNB werd gereserveerd op basis van de reacties op een internationale offerteaanvraag. Voor de selectie van de hulpbronnen stelt ELIA voor de ontvangen offertes per kwartuur in stijgende volgorde van prijs te klasseren. In de praktijk wordt het tertiair regelvermogen geplaatst op de duurste eenheden die de vereiste technische kenmerken vertonen. Aangezien niet-gereserveerd tertiair vermogen (CIPU contracten) onder andere samengesteld is uit ongebruikt vermogen van eenheden in werking, zou dit vermogen in termen van kosten op een voordeliger niveau moeten geplaatst worden dan het tertiair regelvermogen. Dit mechanisme impliceert dat indien een marktspeler een maximum aan kansen wil hebben om zijn niet-gereserveerd tertiair vermogen aan ELIA te verkopen, hij er belang bij heeft een lagere prijs te bieden dan die van de offertes van tertiair regelvermogen, NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 10/21 waarvan de prijs geplafonneerd is volgens een formule die rekening houdt met de prijs van de brandstof. Dit mechanisme laat het dus aan de markt over om ervoor te zorgen de prijzen zodanig te bepalen dat het niet-gereserveerd tertiair vermogen, waarvan de prijs vrij wordt gelaten maar waarvan het aanbod verplicht is, wordt aangeboden tegen een lagere prijs dan die van het gereserveerd tertiair vermogen, dat op duurdere machines geplaatst dient te worden. Voor de activering van de onderbreekbare belastingcontracten wordt voorzien dat het aantal offerteaanvragen per jaar dat contractueel mogelijk is voor deze contracten beperkt zou zijn. Verder kunnen deze hulpbronnen ook gebruikt worden bij het opheffen van congesties. Teneinde de mogelijkheid te behouden om gedurende het hele jaar een beroep te doen op de onderbreekbare belasting, stelt ELIA een procedure voor die rekening houdt met de opgelegde beperking inzake het aantal activeringen en het frequenter aantal periodes waarin zich congesties op het net voordoen. Deze procedure geeft voorrang aan de tertiaire reserve op de productie-eenheden in het eerste deel van het jaar en maakt in het tweede jaargedeelte een soepelere activering van de onderbreekbare belasting mogelijk volgens de economische stapeling. Gezien hun aard van laatste toevlucht, wordt er enkel gebruik gemaakt van de bijstandsovereenkomsten tussen TNB’s als alle andere mogelijkheden uitgeput zijn of wanneer de TNB voorziet dat hij niet over toereikende reserves in de regelzone zal beschikken. De CREG is van mening dat deze werkwijze artikelen 157 en 158 van het technisch reglement naleeft. Bovendien is de CREG van oordeel dat deze selectiemethode kleinere producenten die zich, gezien de structuur van hun park, niet noodzakelijk contractueel willen verbinden om deel te nemen aan de tertiaire regeling, toch de mogelijkheid biedt om deel te nemen aan de diensten voor compensatie van de kwartuuronevenwichten op tertiair niveau.
  34. Het voorgestelde mechanisme biedt het voordeel dat het in de toekomst evoluties zal mogelijk maken om de mededinging op de markt van de tertiaire reserve te versterken. Zo stelt ELIA voor het secundair regelvermogen en het niet-gereserveerd tertiair regelvermogen (CIPU contracten) in concurrentie te brengen vooraleer de secundaire NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 11/21 regeling verzadigd is. Het niet-gereserveerd tertiair vermogen zou dan vóór het secundair regelvermogen geactiveerd worden indien zijn activeringsprijs interessanter is. Vervolgens stelt ELIA voor een systeem uit te werken waarbij de ARP op het vlak van onderbreekbare belasting blokken van regelvermogen tegen een vrij vastgestelde prijs zouden mogen aanbieden. Dat zou toelaten de hulpbronnen te vermeerderen die aan de compensatie van de kwartuuronevenwichten deelnemen in het kader van artikel 157, §2, 4°, van het technisch reglement, daar waar de onderbreekbare belasting vandaag wordt aangeboden met toepassing van artikel 157, §3, van het technisch reglement, tegen een prijs die volgens een in het voorstel beschreven methode wordt vastgesteld. Deze onderbreekbare belastingen zouden dan in concurrentie treden met de andere hulpbronnen van regelvermogen van artikel 157, §2, 4°, van het technisch reglement. Tot slot stelt ELIA ook de studie voor van een uitbreiding van het mechanisme tot offertes afkomstig uit het buitenland, waarvan sommige goedkoper dan de lokale offertes zouden kunnen zijn. Eerst moet echter de impact op het grensoverschrijdend vermogen nog nader onderzocht worden.
  35. Voor zover deze evoluties ertoe leiden de mededinging op de Belgische markt van de compensatie van de kwartuuronevenwichten te versterken, moedigt de CREG ELIA aan ze te blijven bestuderen en, wanneer ze voldoende gerijpt zijn, ze in een nieuw voorstel van een mechanisme voor het compenseren van de kwartuuronevenwichten in te dienen. Toch wil ze de aandacht van ELIA erop vestigen dat het absoluut noodzakelijk is dat de volgorde van aanspreken van de hulpbronnen slechts op basis van het criterium van de laagste prijs gebeurt voor zover dit niet de veiligheid van de Belgische regelzone in gevaar brengt. Ze vestigt de aandacht van ELIA tevens op de kwestie van de overeenstemming van eventuele voorstellen inzake de evolutie van het mechanisme met het technisch reglement en meer bepaald met de artikelen 157 en 158, onder andere voor wat betreft de hulpbronnen die buiten de Belgisch regelzone liggen. II.3.
  36. Beschikbaarheid van de gecontracteerde hulpbronnen van secundair en tertiair regelvermogen.
  37. De reservatie van het secundair regelvermogen en van het tertiair regelvermogen heeft betrekking op hoeveelheden waarvan de waarde bepaald wordt in de documenten van ELIA met als titel « Evaluatiemethode van het primair, secundair en tertiair reservevermogen NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 12/21 voor 2008 » en « Bepaling van het primair, secundair en tertiair reservevermogen voor 2008». Deze documenten vormden het onderwerp van beslissing (B)070927-CDC-703 van de CREG van 27 september 2007 over de vraag tot goedkeuring van de evaluatiemethode voor en de bepaling van het primair, secundair en tertiair reservevermogen voor
  38. De onderhavige beslissing komt dus niet op deze elementen terug.
  39. Op verschillende plaatsen in het voorstel, onder meer in afdelingen 4.1.1 en 4.2.1, vermeldt ELIA de mogelijkheid van hulpbronnen die een beschikbaarheid lager dan 100% kunnen vertonen. De CREG is van oordeel dat de toevlucht tot hupbronnen die een beschikbaarheid lager dan 100% kunnen vertonen gunstig is voor de werking van de betrokken markten, omdat het producenten naar deze markten kan aantrekken die over een park beschikken waarvan de omvang de beschikbaarheid van de in reserve gehouden hulpbronnen niet altijd voor 100% kan waarborgen. Toch wil de CREG eraan herinneren dat de secundaire regelvermogens die bijdragen tot het verzekeren van de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net in de regelzone werden bepaald door ELIA. Het heeft ze meegedeeld onder de vorm van een voorstel aan de CREG, die ze in haar beslissing (B)070927-CDC-703 goedkeurde op basis van artikel 233 van het technisch reglement. Bijgevolg is de CREG van oordeel dat het aanvaarden door ELIA van offertes waaraan een beschikbaarheid lager dan 100% verbonden is, op zulke wijze dient te gebeuren dat de offertes van secundair regelvermogen die ELIA worden aangeboden toelaten te voldoen aan de hoeveelheid die het onderwerp vormde van beslissing (B)070927-CDC-703 van de CREG. Om dezelfde reden is de CREG van oordeel dat het aanvaarden van Belgische offertes van tertiair regelvermogen gecontracteerd van de kant van de productie op zulke wijze dient te gebeuren dat de offertes van tertiair regelvermogen van de kant van de productie die ELIA worden aangeboden toelaten te voldoen aan de hoeveelheid die het onderwerp vormde van beslissing (B)070927-CDC-703 van de CREG. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 13/21 II.3.
  40. Activering van de hulpbronnen voor de secundaire regeling
  41. In zijn voorstel selecteert ELIA op D-1 voor elk kwartuur van dag D offertes voor 150 MW in stijgende zin en 150 MW in dalende zin
  42. Deze offertes kunnen zowel afkomstig zijn van het gereserveerd vermogen als van het niet-gereserveerd vermogen. De selectie van de offertes door ELIA gebeurt onafhankelijk voor de offertes in stijgende zin en de offertes in dalende zin, in stijgende volgorde van de eenheidsprijs van de offertes. De geselecteerde offertes nemen deel aan de secundaire regeling op dag D voor het beschouwde uur. Elke producent waarvan minstens één offerte geselecteerd werd voor het beschouwde uur ontvangt een signaal gebaseerd op het onevenwicht van de zone, in verhouding tot het vermogen van zijn geselecteerde offertes. Deze verhouding kan verschillend zijn voor de regeling in dalende zin en de regeling in stijgende zin. Het signaal wordt door ELIA naar elke producent verstuurd voor het geheel van de productie-eenheden die hij van plan is te laten deelnemen aan de tweede regeling. De niet-geselecteerde offertes worden door ELIA behandeld als toenemende en afnemende offertes, in het kader van het niet-gereserveerd tertiair vermogen (CIPU contracten).
  43. De CREG is van mening dat deze werkwijze conform artikelen 157, §2, 158 en 159, §2, van het technisch reglement is.
  44. De CREG stelt echter vast dat het activeringsmechanisme van de secundaire regeling geen nauwkeurig verband legt tussen een in aanmerking genomen offerte en de machine die zal gebruikt worden bij de activering ervan. Ze is van mening dat deze werkwijze voor de producent soepelheid op het vlak van de activering van het secundair regelvermogen invoert. Ze brengt echter in herinnering dat ELIA zich ervan moet verzekeren dat elke offerte om deel te nemen aan de secundaire regeling die niet volledig of gedeeltelijk geselecteerd werd op dag D-1 toch aanwezig is, met het vermogen dat overeenstemt met het niet-geselecteerde deel van de offerte, op het vlak van de offertes van niet-gereserveerd tertiair vermogen (CIPU contracten), zoals ELIA aanstipt in de laatste paragraaf van afdeling 5.2.2 van het voorstel, overeenkomstig artikel 159, §2, van het technisch reglement. Het is eveneens noodzakelijk dat ELIA de nodige gegevens opslaat om na de activering te kunnen bepalen wat het bedrag is van de deelneming van elke eenheid in elk type van regeling of reserve, voor elk kwartuur. 1 Tenzij het totale bedrag aangeboden door de leveranciers lager is dan deze waarde. Het mag echter niet lager zijn dan 100 MW. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 14/21
  45. In haar beslissing (B)070927-CDC-703 van 27 september 2007 over de reserves voor 2008 verzoekt de CREG ELIA om samen met de grote industriële afnemers na te gaan op welke manier deze zouden kunnen deelnemen aan de secundaire regeling van het zoneevenwicht. In hetzelfde opzicht vraagt de CREG aan ELIA om haar ten gepaste tijde de eventuele aanpassingen van de marktwerkingsregels inzake compensatie van de kwartuuronevenwichten voor te stellen die nodig zouden zijn om de betrokken marktspelers toe te laten aan de offertes van secundaire regeling deel te nemen. II.3.
  46. Wijze van vergoeding van de leveranciers van de diensten voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten
  47. Al valt de goedkeuring van het tarief voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten buiten het kader van deze beslissing, toch heeft het voor de tarifering toegepaste principe gevolgen voor het mechanisme zelf, in de mate dat, om een goede werking hiervan te bekomen, de wijze van vergoeding van de producenten die diensten voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten aanbieden niet onafhankelijk mag zijn van de wijze van tarifering van de onevenwichten van de ARP. Deze vergoeding bestaat uit twee luiken : de vergoeding voor het reserveren van de hulpbronnen en die voor het activeren van de hulpbronnen. Voor het reserveren van de hulpbronnen stelt ELIA voor een « pay as bid » vergoeding goed te keuren. Deze wijze van vergoeding werd bij voorkeur toegepast op een vergoeding op basis van de prijs van de marginale offerte met de bedoeling een lagere reservatiekost te bekomen, in een systeem waar het aantal producenten dat aan deze markt kan deelnemen voor het ogenblik beperkt is tot drie. Voor het activeren van de hulpbronnen stelt ELIA eveneens een vergoeding van het type « pay as bid » voor. Deze wijze van vergoeding is aangewezen omwille van het geringe aantal marktspelers dat in staat is producten op de Belgische markt voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten aan te bieden. Bovendien beperkt ze de gevolgen van de prijspieken en tempert ze het belang dat de producenten erbij kunnen hebben om productievermogen aan de markt te ontrekken. En tot slot is de toegepaste tarifering voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten, namelijk een tarifering tegen gemiddelde kost, coherent met de wijze van vergoeding « pay as bid ». NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 15/21 Rekening houdend met de voornoemde elementen, is de CREG van mening dat deze vergoedingsmethode het best aangepast is aan de huidige structuur van de Belgische markt voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten.
  48. Het activeren van de onderbreekbare belasting gebeurt volgens de principes vermeld in punt
  49. De vergoeding van deze activering gebeurt tegen een prijs van 110% van de laatste geactiveerde hulpbron voor het beschouwde kwartuur, met een voorgestelde vaste minimumprijs. De CREG is van oordeel dat de wijze van activering van de onderbreekbare belasting een noodzakelijk compromis vormt tussen de voorzichtigheid ingegeven door de bezorgdheid om de veiligheid van het systeem waartoe de netbeheerder gedwongen wordt en de wil om de dwingende regels verbonden aan de onderbreekbare ladingen te versoepelen en zo deze laatste tegen voordeligere prijzen te kunnen gebruiken als de omstandigheden het toelaten. Toch is ze van mening dat het achteraf herwaarderen van de onderbreekbare belasting dient vermeden te worden. Ze vraagt dat de prijs van een hulpbron eens en voor altijd vooraf voor een gegeven kwartuur zou vastgesteld worden en dat deze prijs de plaats van de hulpbron op de oproeplijst zou bepalen. II.3.
  50. Intraday markt
  51. De eventuele inwerkingstelling in de loop van 2008 in België van een intraday groothandelsmarkt vormt een belangrijke evolutie in termen van marktwerking. Voor zover ELIA onder andere de correcte werking van het mechanisme voor de compensatie van de onevenwichten baseert op overwegingen met het oog op het vermijden van gaming en sourcing van de ARP op de markt van de secundaire en tertiaire regelvermogens, vestigt de CREG de aandacht van ELIA op de mogelijke interacties die zich zouden kunnen voordoen tussen de nieuwe intraday markt en de markt voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten. II.3.
  52. Transparantie en marktinformatie
  53. In hoofdstuk 6 van het voorstel stelt ELIA voor op zijn website inlichtingen te verstrekken die moeten bijdragen tot de transparantie van het mechanisme voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 16/21 De CREG stelt vast dat deze inlichtingen overeenstemmen met wat tussen ELIA en de CREG werd afgesproken naar aanleiding van de in het voorstel vermelde brief van ELIA en het antwoord van de CREG in haar brief 20060724124 van 24 juli
  54. Verder, in punt 7.4, heeft ELIA het over de publicatie van een fiche waarin de werking wordt beschreven van het mechanisme voor het in evenwicht brengen van de marktwerking met betrekking tot de compensatie van de kwartuuronevenwichten. De CREG verzoekt ELIA het document vóór 31 januari 2008 bij te werken zodat het een getrouwe weergave zou vormen van onderhavige beslissing en van het voorstel waarop ze slaat.
  55. In zijn oorspronkelijk voorstel had Elia voorzien in een mechanisme om de «spread» van de prijs van de offertes voor activering van het secundaire regelvermogen aan te passen, met het oog op de behandeling van het saldo van het overschot dat eind 2006 resulteerde uit de toepassing van de balancingtarieven
  56. Ten einde te beantwoorden aan de vraag van de CREG om de transparantie van het voorgestelde mechanisme en het rechtstreekse verband tussen de kosten als gevolg van de activering van de secundaire regeling en de tariefsignalen voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten te versterken, aanvaardde ELIA in zijn brief van 10 december 2007 om dit mechanisme uit zijn voorstel te verwijderen. De behandeling van het saldo van het overschot dat resulteerde uit de toepassing van de balancingtarieven zal verzekerd worden in het kader van het tariefvoorstel 2008-
  57. II.3.
  58. Monitoring
  59. Hoofdstuk 8 van het voorstel heeft betrekking op de monitoring. Na een eerste jaar van gebruikmaking van de van ELIA ontvangen monitoringgegevens wenst de CREG de haar door ELIA bezorgde gegevens uit te breiden om te kunnen overgaan tot een grondigere evaluatie van de markten voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten. Deze aanvullende gegevens hebben betrekking op de kwartuurmeting van de productie van elke productie-eenheid, evenals op de verschillende coëfficiënten FC, BHK, EXT en ROM3 2 Zie hoofdstuk 6 van het voorstel van ELIA. 3 Zie het voorstel van ELIA, blz. 16/42 en 21/
  60. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 17/21 die het mogelijk maken de limieten van de prijsoffertes voor het activeren van de gecontracteerde secundaire en tertiaire regelvermogens te berekenen. De CREG verzoekt ELIA om haar vóór einde februari 2008 de individuele kwartuurgegevens over de productie van elke aan het net van ELIA aangesloten eenheid voor het jaar 2007 te bezorgen. Vanaf de verzending van de gegevens met betrekking tot de maand januari 2008 verzoekt de CREG ELIA om diezelfde productiegegevens toe te voegen aan de maandelijkse verzendingen van de monitoringgegevens. Wat betreft de verzending naar de CREG van de verschillende coëfficiënten die toelaten de limieten van de prijsoffertes voor het activeren van de gecontracteerde secundaire en tertiaire regelvermogens te berekenen, verzoekt de CREG ELIA om haar vóór 31 januari 2008 een voorstel op te sturen waarin ELIA een gedetailleerde opgave geeft van de desbetreffende gegegevens, de frequentie tegen dewelke ze veranderen en de datum vanaf dewelke ELIA voorstelt deze gegevens toe te voegen aan de maandelijks naar de CREG verzonden gegevens. Bovendien verzoekt de CREG ELIA om deze gegevens vanaf 1 januari 2008 op te slaan, ten einde de historiek van deze waarden sinds januari 2008 aan de eerste maandelijkse verzending te kunnen toevoegen..
  61. De periodiciteit van de verzending van de monitoringverslagen en -gegevens, evenals de termijn tussen het einde van de beschouwde periode en het ogenblik waarop ze worden overgemaakt aan de CREG vormen belangrijke elementen van het monitoringproces. Om te beantwoorden aan het verzoek dat de CREG formuleerde in haar beslissing (B)061220-CDC-611 van 20 december 2006 over het het voorstel van ELIA betreffende de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten voor 2007, werd tussen ELIA en de CREG4 overeengekomen om de verzendingsfrequentie van de verslagen en de monitoringgegevens evenals de structuur van deze verslagen te herdefiniëren. De verslagen en gegevens werden opgesplitst in elementen die de CREG moeten bezorgd worden op maandbasis en elementen die moeten bezorgd worden op driemaandelijkse basis. Deze laatste hebben betrekking op de verslagen en gegevens over de individuele kwartuuronevenwichten van de ARP. De uitvoering van deze verzending van documenten gebeurde geleidelijk aan in de loop van het jaar
  62. Toch stelt de CREG vast dat er twee punten te verbeteren blijven. 4 Zie onder andere de brief van ELIA van 28 februari 2007 en het antwoord van de CREG van 14 maart
  63. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 18/21 De verslagen en gegevens over de individuele kwartuuronevenwichten van de ARP worden de CREG zeer laattijdig bezorgd. Op het ogenblik dat deze beslissing werd opgesteld, had het laatst ontvangen verslag over deze individuele onevenwichten betrekking op het eerste trimester van 2007 en de laatste gegevens op het tweede trimester van
  64. ELIA vestigde de aandacht van de CREG op de moeilijkheid om de nodige gegevens binnen de afgesproken termijn te bekomen, onder andere als gevolg van de totstandkoming van de volledige vrijmaking van de Waalse en de Brusselse markt op 1 januari
  65. De CREG nam akte van deze moeilijkheden. Niettemin herhaalt ze haar verzoek om deze informatie zo vlug mogelijk te ontvangen, wegens het belang ervan bij de evaluatie van de werking van het mechanisme voor compensatie van de kwartuuronevenwichten en van de houding van de ARP in verband met onevenwichten. De CREG verzoekt ELIA om haar deze gegevens en verslagen zo vlug mogelijk te bezorgen en in elk geval ten laatste tijdens de week volgend op het versturen naar de ARP van de eerste onevenwichtfacturen berekend op basis van deze gegevens, zelfs al gaat het om voorlopige facturen. Verder stelt de CREG vast dat de maandelijkse verslagen nog altijd niet de tabellen over de concentratie van het aanbod bevatten, terwijl ELIA over alle nodige gegevens beschikt. Van bij het begin was voorzien dat deze gegevens vanaf de maand september 2006 in dit verslag zouden opgenomen worden. De CREG verzoekt ELIA om deze elementen zo vlug mogelijk in de maandelijkse verslagen op te nemen en ten laatste met ingang van het verslag over de maand januari
  66. De CREG vraagt eveneens dat het verslag over de maand januari 2008 minstens het overzicht van deze informatie voor het hele jaar 2007 en de maand januari 2008 zou bevatten. III. BESLISSING Gelet op het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe. Gelet op het voorstel « Proposition de règles de fonctionnement du marché relatif à la compensation des déséquilibres quart horaires pour l’année 2008 », overgemaakt door de NV ELIA SYSTEM OPERATOR bij brief van 23 oktober
  67. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 19/21 Gelet op de brief verstuurd door de N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR naar de CREG op 10 december
  68. Gelet op de beslissing van de CREG van 27 september 2007 over de vraag tot goedkeuring van de evaluatiemethode voor en de bepaling van het primair, secundair en tertiair reservevermogen voor
  69. Gelet op de voorgaande analyse. Overwegende dat de NV ELIA SYSTEM OPERATOR zijn voorstel heeft ingediend voor het jaar
  70. Overwegende dat het voorstel de voorschriften naleeft van de artikelen van het technisch reglement weergegeven in deel I van deze beslissing. Overwegende dat het voorstel voldoet aan de beoordelingselementen ontwikkeld in deel II.
  71. van deze beslissing. Beslist de CREG, in het raam van de opdracht die haar wordt toevertrouwd door artikel 159, §1 van het technisch reglement, het voorstel van de NV ELIA SYSTEM OPERATOR voor het jaar 2008 goed te keuren. De CREG beslist echter ook dat de NV ELIA SYSTEM OPERATOR de nodige acties dient te ondernemen om te voldoen aan de opmerkingen die onder meer werden gemaakt in de paragrafen 23, 25, 28, 29, 31, 34, 36 en 37 van deze beslissing. Verder herinnert de CREG aan de noodzaak voor de NV ELIA SYSTEM OPERATOR om over de reserves te beschikken die het onderwerp vormen van de beslissing van de CREG van 27 september 2007 over de vraag tot goedkeuring van de evaluatiemethode voor en de bepaling van het primair, secundair en tertiair reservevermogen voor
  72. De CREG beslist tevens dat de N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR zonodig de overeenkomsten verbonden aan de compensatie van de kwartuuronevenwichten in overeenstemming dient te brengen met de nieuwe marktregels die de onderhavige beslissing inhoudt. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 20/21

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.