Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.:. 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B) 080730-CDC-785 over ‘de vraag van Greenpeace tot heroverweging om toegang te krijgen tot de documenten “globale ontvangstenbesteding voor de activiteiten productie en koppelingoverbrenging van elektricitiet” en “globale ontvangstenbesteding voor de activieit distributie van elektriciteit” van het Controlecomité voor de periode 1971-2006’ in toepassing van artikel 8, § 2, van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur 30 juli 2008 I. FEITEN De feiten in deze zaak zijn als volgt: op 26 februari 2008 vraagt Greenpeace aan de CREG een kopie van diverse documenten van het controlecomité (affectation de la recette 19712006); bij brief van 13 maart 2008 weigert de CREG deze toegang. Bij brief, ontvangen op 13 mei 2008, vraagt Greenpeace het advies van de Commissie Toegang Bestuursdocumenten (CBT) en vraagt zij de CREG om te heroverwegen. De CBT heeft geen advies gegeven binnen de wettelijk voorziene termijn. Gevolg gevend aan het verzoek tot heroverweging heeft de CREG, nadat is gebleken dat de CBT geen advies had gegeven, op 25 juni 2008 een brief gericht aan FEBEG, Interregies en Intermixt waarin wordt gevraagd of zij dan wel hun leden bezwaar hebben tegen de openbaarmaking van de gevraagde documenten. Bij brief van 2 juli 2008, ontvangen op 4 juli 2008, antwoordde Intermixt dat zij geen tijd heeft gehad om ruggespraak te hebben met haar leden om het vertrouwelijk karakter van de gegevens op te heffen. Ook meldde Intermixt dat zij er niet van overtuigd zijn dat de regels die voor de CREG gelden inzake vertrouwelijke gegevens zomaar kunnen worden uitgebreid op de werking van het controlecomité. Bij brief van 3 juli 2008, ontvangen op 7 juli 2008, meldde FEBEG dat de documenten van het vroegere controlecomité vertrouwelijk zijn omdat zij vertrouwelijke individuele of individualiseerbare gegevens van ondernemingen bevatten en dat ook het toenmalige controlecomité onderworpen waren aan de vertrouwelijkheid. Ook meldde FEBEG dat er niet zomaar van uit kan worden gegaan dat gegevens na vijf jaar niet meer confidentieel zouden zijn, met name omdat de documenten informatie bevatten in verband met kosten en rentabiliteit. Bij brief van 3 juli 2008, ontvangen op 7 juli 2008, antwoordde Interregies dat zij geen betrokken partij is bij de genoemde documenten. Vervolgens is de CREG overgegaan tot onderzoek van de opgeworpen argumenten en heeft zij, in het kader van de heroverweging, nagegaan of de documenten in kwestie dan wel delen daarvan openbaar moeten worden gemaakt. 2/8 II. OVERWEGINGEN
- Overwegende dat artikel 4 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur (hierna: “Wet Openbaarheid Bestuur”) bepaalt dat eenieder een bestuursdocument kan raadplegen of daarvan een afschrift kan ontvangen voor zover dit bestuursdocument zich bij een administratieve overheid bevindt;
- Overwegende dat het begrip “bestuursdocumenten” ruim wordt gedefinieerd in de Wet Openbaarheid Bestuur en alle informatie betreft waarover een administratieve overheid beschikt. Dat bijgevolg de documenten van het voormalige Controlecomité die zich bij de CREG bevinden, zijn te beschouwen als bestuursdocumenten;
- Overwegende dat de Wet Openbaarheid Bestuur tevens enkele uitzonderingsgronden kent op de verplichte openbaarheid. Dat artikel 6, § 2, 2° Wet Openbaarheid Bestuur stelt dat de administratieve overheid de vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument afwijst wanneer de openbaarmaking van het bestuursdocument afbreuk doet aan een bij wet ingestelde geheimhoudingsverplichting. Dat deze uitzondering een zgn. "absolute" verplichte uitzonderingsgrond is. Verplichte uitzonderingsgronden zijn uitzonderingsgronden die de administratieve overheid ertoe verplichten (i.e. "moet") om de openbaarheid te weigeren wanneer ze vaststelt dat de openbaarheid afbreuk doet aan het beschermde belang of wanneer de schade die de openbaarheid met zich meebrengt aan het beschermde belang niet opweegt tegen het algemene belang dat gediend is met de openbaarheid. Binnen de categorie van de verplichte uitzonderingsgronden, moet nog een onderscheid worden gemaakt tussen de absolute verplichte uitzonderingsgronden en de relatieve verplichte uitzonderingsgronden. Bij de absolute verplichte uitzonderingsgronden mogen de bestuursdocumenten in geen geval openbaar worden gemaakt;
- Overwegende dat artikel 26, § 2, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: “de elektriciteitswet”) stelt dat de leden van de organen en de personeelsleden van de CREG gebonden zijn door het beroepsgeheim en dat overtreding van deze bepaling strafbaar is gesteld; dat ook de leden van het voormalige controlecomité door een dergelijk beroepsgeheim gebonden zijn (ingevolge artikel 19 van de Statuten van het controlecomité); 3/8
- Overwegende dat aldus artikel 26, § 2, van de elektriciteitswet dient te worden beschouwd als een bij wet ingestelde geheimhoudingsverplichting; dat de Wet Openbaarheid Bestuur zich weliswaar richt tot de CREG als administratieve overheid, en artikel 26, § 2, van de elektriciteitswet zich richt tot de (individuele) personeelsleden van de CREG en tot de personen die lid zijn van de organen van de CREG; dat evenwel niet kan worden hardgemaakt dat de CREG als administratieve overheid niet zou zijn gehouden tot het respecteren van artikel 26, § 2, van de elektriciteitswet; dat aldus vertrouwelijke gegevens die de personeelsleden van de CREG verkrijgen op grond van hun functie bij de CREG te beschouwen zijn als een bij wet ingestelde uitzonderingsgrond in de zin van artikel 6, § 2, 2° van de Wet Openbaarheid Bestuur;
- Overwegende dat de CREG de gegevens die onder het beroepsgeheim vallen eenvoudigweg niet mag openbaar maken; dat de CREG evenwel, ook bij deze verplichte absolute uitzonderingsgrond, in concreto moet vaststellen dat de openbaarheid een inbreuk pleegt op het beschermde belang; dat de CREG desgevallend de openbaarheid ten dele moet weigeren, en ten dele de openbaarheid moet toestaan;
- Overwegende dat de documenten waarvoor Greenpeace de openbaarheid vraagt betrekking hebben op de “globale ontvangstbesteding” van de activiteiten productie, koppeling-overbrenging en distributie van elektriciteit en betrekking hebben op de periode 1971-2006;
- Overwegende dat wat betreft de documenten inzake de activiteit productie en koppeling-overbrenging van elektriciteit het toenmalige Beheerscomité van het controlecomité de globale ontvangstenbesteding heeft opgesteld tot en met 1999 omdat vanaf 2000 de markt voor de productie van elektriciteit was geliberaliseerd;
- Dat in de documenten ontvangstenbesteding voor de activiteit productie en koppeling-overbrenging cijfers worden gegeven inzake, onder meer, de exploitatie-opbrengst en –kostprijs, de bruto- en nettowinst van de leden; dat de exploitatie-opbrengst in detail wordt opgesplitst; dat aldus ook inzicht wordt gegeven in, onder meer, de kosten van aankoop van energie; dat ook wat betreft de verkoop van energie cijfers worden gegeven over de verschillende types van geproduceerde elektriciteit; dat de documenten ook cijfers bevatten over de afschrijvingsbedragen en de rentabiliteit;
- Dat voor de activiteit productie en koppeling-overbrenging na 1999 er enkel nog de documenten “exploitatiekostprijs buiten brandstoffen” werden opgesteld; dat de vraag van 4/8 Greenpeace weliswaar uitdrukkelijk verwijst naar de globale ontvangstenbesteding en niet naar de “exploitatiekostprijs buiten brandstoffen”; dat de vraag tot openbaarheid evenwel impliciet maar zeker ook op deze documenten betrekking heeft; dat dus ook ten aanzien van laatstgenoemde documenten moet worden onderzocht of deze al dan niet openbaar dienen te worden gemaakt;
- Dat evenwel ook de documenten “exploitatiekostprijs buiten brandstoffen” informatie verschaffen over de exploitatiekostprijs, afschrijvingen, aankopen (buiten brandstoffen) en de verkoopprijs van primaire energie;
- Overwegende dat wat betreft de activiteit distributie van elektriciteit de laatste documenten “globale ontvangstenbesteding” van het controlecomité dateren van 2001 voor de gemende sector en van 1998 voor de zuivere; dat nadien werd overgestapt van het systeem van het controlecomité naar het gereguleerde systeem van de CREG; dat hoedanook het controlecomité ingevolge artikel 10 van de wet van 20 maart 2003 tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 en van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (B.S. 4 april 2003, err. 11 april 2003) werd opgeheven met ingang van 1 juli 2003;
- Overwegende dat de structuur en inhoud van de documenten wat betreft de “Globale ontvangstenbesteding” van de activiteit distributie van elektriciteit van de privé-sector en van Inter-regies nagenoeg dezelfde is als de documenten voor de activiteit productie en koppeling-overbrenging;
- Overwegende dat de documenten in kwestie voor elk van de drie genoemde activiteiten en voor de gehele betrokken periode gedetailleerde cijfergegevens bevatten inzake kosten en rentabiliteit; dat het feit dat de cijfergegevens geaggregeerd zijn weergegeven geen afbreuk doet aan het feit dat deze individualiseerbaar zijn – immers, qua productie van elektriciteit waren er slechts twee ondernemingen actief; het netbeheer transmissie en distributie is “van nature uit” een monopolieactiviteit – ; dat dus het openbaar maken van geaggregeerde gegevens over de kosten van de genoemde activiteiten van aard kan zijn om individuele informatie over individuele marktspelers vrij te geven, of minstens individualiseerbare informatie; dat immers de combinatie van de geaggregeerde gegevens enerzijds, met algemeen bekende en openbare gegevens zoals marktaandelen van geïndividualiseerde marktactoren anderzijds toelaat om per productie van type energie, type 5/8 installaties etc. in detail de kostprijs, prijzenstrategie, afschrijvingsbeleid etc. te berekenen en na te gaan;
- Overwegende dat in de documenten in kwestie er alleen maar tabellen met cijfergegevens zijn opgenomen; dat er aldus geen gegevens in voorkomen welke niet vertrouwelijk zouden zijn en welke dus (weze het partieel) niet onder het beroepsgeheim van de CREG zouden vallen;
- Overwegende dat het tijdsverloop
(1971)tot vandaag geen afbreuk doet aan het vertrouwelijke karakter van de cijfergegevens aangezien de cijfers betrekking hebben op activiteiten (en bij uitbreiding installaties) die over het algemeen vandaag nog in gebruik zijn; dat het belangrijk is om ook vandaag nog deze precieze gegevens over kosten en rentabiliteit uit de openbaarheid te weren in het licht van de vrijgemaakte elektriciteits- en gasmarkt; dat zelfs indien de cijfergegevens in kwestie betrekking hebben op installaties of type-installaties die vandaag niet meer in gebruik zijn, deze hun vertrouwelijk karakter niet verliezen omdat de type-installatie die vandaag worden ingezet voor de productie van elektriciteit en het beheer van het net quasi dezelfde zijn (kerninstallaties, gasgestookte centrales, steenkoolcentrales, hoogspannings- en laagspanningsleidingen);
- Overwegende dat het openbaar maken van deze gegevens, zelfs al dateren ze van drie decennia terug, afbreuk doet aan de geheimhoudingsverplichting waaraan de CREG en haar personeel zijn onderworpen; het is precies om te vermijden dat gegevens over kosten en rentabiliteit van ondernemingen in de openbaarheid zouden komen dat artikel 26, § 2, van de elektriciteitswet de geheimhoudingsverplichting heeft ingesteld;
- Overwegende dat in deze omstandigheden het de CREG is verboden om de bedoelde documenten openbaar te maken; dat dit verbod voorvloeit uit de Wet Openbaarheid Bestuur, die van openbare orde is;
- Overwegende dat dit verbod er niet aan in de weg staat dat de CREG desgevallend moet overgaan tot de partiële openbaarmaking van de betrokken documenten; dat een dergelijke partiële openbaarheid geldt t.a.v. gegevens die niet als vertrouwelijk kunnen worden beschouwd, c.q. die er niet toe leiden dat artikel 26, § 2, van de elektriciteitswet zou worden geschonden; 6/8
- Overwegende evenwel dat de genoemde documenten enkel en alleen betrekking hebben op deze globale ontvangstenbesteding; dat zij alleen maar cijfers en kosten bevatten; dat het bijgevolg niet mogelijk is om over te gaan tot een partiële openbaarmaking van de documenten;
- Geheel ten overvloede dient erop te worden gewezen dat de documenten en de daarin vervatte gegevens niet enkel vallen onder de uitzonderingsgrond voorzien in artikel 6, § 2, 2°, van de Wet Openbaarheid Bestuur (een bij wet ingestelde geheimhoudingsverplichting) maar ook onder de uitzonderingsgrond voorzien in artikel 6, § 1, 7° van de Wet Openbaarheid Bestuur (het uit de aard van de zaak vertrouwelijk karakter van ondernemings- en fabricagegegevens); dat uit de Memorie van Toelichting bij de Wet Openbaarheid Bestuur blijkt dat de geheimhouding van ondernemings- en fabricagegegevens die aan de overheid zijn medegedeeld zich kan opdringen met het oog op het behoud van de eerlijke mededinging (Parl. St., Kamer, 1992-1993, nr. 1112/1, p. 18); dat uit bovenstaande motivering uitvoerig is gebleken dat de documenten in kwestie niet openbaar kunnen worden gemaakt zonder de eerlijke mededinging in het gedrang te brengen; 7/8