NIET-VERTROUWELIJKE VERSIE Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel. 02/289.76.11 Fax 02/289.76.99 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEK
Het door Fluxys ingediende voorstel van standaard aansluitingscontract preciseert dat het bestaat uit de volgende documenten: het voorstel van standaard aansluitingscontract van 29 februari 2008 (dat bepalingen specifiek voor nieuwe aansluitingen bevat) met in bijlage 1) Procédures opérationnelles (version 2.22 du 27 février 2008), 2) Modèle de Contrat d’Allocation, 3) Plan d’implantation, 4) Certificat de conformité, 5) Rapport de mise en service, 6) Coordonnées, 7) Spécifications, 8) Garantie bancaire (pour de nouveaux raccordements) en 9) Installations du Transporteur. De negende bijlage werd evenwel niet meegeleverd. Deze beslissing is opgesplitst in vijf delen. Het eerste deel is gewijd aan het wettelijke kader en de bevoegdheid van de CREG. In het tweede deel worden de antecedenten van de beslissing samengevat. Het derde deel bevat een aantal voorafgaande opmerkingen. Het vierde deel bevat het artikelsgewijze commentaar van de CREG bij het voorstel van standaard aansluitingscontract. Het vijfde deel bevat de eigenlijke beslissing. Een kopie van het voorstel van standaard aansluitingscontract (de Franse versie waarop deze beslissing betrekking heeft) wordt als bijlage aan deze beslissing toegevoegd. Onderhavige beslissing werd door het directiecomité goedgekeurd op 1 september 2008. aaaa 3/
INHOUDSOPGAVE INLEIDING ............................................................................................................................... 2 INHOUDSOPGAVE ................................................................................................................. 4 WETTELIJK KADER & BEVOEGDHEID CREG ..................................................................... 5 ANTECEDENTEN .................................................................................................................. 12 VOORAFGAANDE OPMERKINGEN .................................................................................... 15 VOORSTEL VAN STANDAARD AANSLUITINGSCONTRACT ........................................... 34 I. II. HET EIGENLIJKE CONTRACT ............................................................................ 34 DE BIJLAGEN ...................................................................................................... 109 BESLUIT .............................................................................................................................. 124 4/
WETTELIJK KADER & BEVOEGDHEID CREG 1. Op basis van de artikelen 1, 4 en 9 van Verordening (EG) nr. 1775/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten (hierna « de gasverordening »), zijn bijlage, en artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet, is de CREG bevoegd om het aansluitingscontract van Fluxys goed te keuren. Artikel 1 van de gasverordening: het voorwerp (en doel) – De gasverordening heeft als doel « niet-discriminerende regels vast te stellen betreffende de toegangsvoorwaarden voor aardgastransmissiesystemen. Dit doel omvat onder meer de vaststelling van geharmoniseerde principes betreffende (…), de instelling van derdentoegangsdiensten, (…) » (art. 1, 1) (wij onderstrepen). Artikel 4 van de gasverordening: de « derdentoegangsdiensten », artikel 4 van de gasverordening stelt dat: « 1. Transmissiesysteembeheerders waarborgen:
- a)dat ze op niet-discriminerende basis diensten aan alle netgebruikers aanbieden. transmissiesysteembeheerder Met name dezelfde dienst wanneer aan een meerdere afnemers aanbiedt, geschiedt dit onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden, met gebruikmaking van geharmoniseerde transportcontracten of een door de bevoegde instantie volgens de procedure van artikel 25 van Richtlijn 2003/55/EG goedgekeurde gemeenschappelijke netcode;
- b)dat zij zowel vaste als afschakelbare derdentoegangsdiensten aanbieden. De prijs van afschakelbare capaciteit is een afspiegeling van de waarschijnlijkheid van afschakeling;
- c)dat zij de netgebruikers zowel lange- als kortetermijndiensten aanbieden. 2. Transportcontracten met niet-standaardaanvangsdata of van een kortere duur dan een standaard transportcontract van een jaar, resulteren niet in willekeurig hogere of lagere tarieven die niet de marktwaarde van de dienst weerspiegelen overeenkomstig de in artikel 3, lid 1, vermelde principes. 5/
3. Zo nodig kunnen derdentoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van netgebruikers voor wat betreft de kredietwaardigheid van deze gebruikers. Zulke garanties mogen geen oneerlijke marktbelemmering vormen en moeten niet-discriminerend, transparant en proportioneel zijn. » (wij onderstrepen) Artikel 9 van de gasverordening: de « richtsnoeren » - Onder de titel « Richtsnoeren » stelt artikel 9 van de gasverordening bovendien het volgende: « 1. In voorkomend geval worden in de richtsnoeren inzake de minimaal vereiste harmonisatie voor het bereiken van het doel van deze verordening, de volgende punten gespecificeerd:
- a)de nadere bijzonderheden van de derdentoegangsdiensten, inclusief de aard, duur en andere eisen betreffende deze diensten, in overeenstemming met artikel 4;
- b)(…);
- c)de nadere gegevens betreffende de definitie van de technische informatie die nodig is opdat de netgebruikers effectieve toegang kunnen verkrijgen tot het systeem en de definitie van alle voor de transparantie-eisen relevante punten, inclusief de op alle relevante punten te publiceren informatie en het tijdschema voor de publicatie van deze informatie, in overeenstemming met artikel 6. 2. De richtsnoeren betreffende de in lid 1 genoemde kwesties zijn opgenomen in de bijlage. Zij kunnen door de Commissie worden gewijzigd; dit gebeurt volgens de procedure (…). 3. Bij de toepassing en de wijziging van de krachtens deze verordening aangenomen richtsnoeren wordt rekening gehouden met de verschillen tussen de nationale gassystemen. Derhalve zullen geen uniforme voorwaarden voor de toegang van derden op communautair niveau vereist zijn. Er kunnen evenwel minimumeisen worden gesteld waaraan moet worden voldaan om de voor een interne gasmarkt noodzakelijke niet-discriminerende en transparante voorwaarden voor nettoegang te verwezenlijken; deze minimumeisen kunnen vervolgens worden toegepast in het licht van de verschillen tussen de nationale gassystemen. » (wij onderstrepen) 6/
Artikel 12
van de gasverordening stelt het volgende: « Deze verordening laat de rechten van de lidstaten onverlet om maatregelen te handhaven of in te voeren die meer gedetailleerde voorschriften bevatten dan in deze verordening en de in artikel 9 bedoelde richtsnoeren » (wij onderstrepen). 2. De bijlage bij de gasverordening is opgesplitst in 3 titels, waarbij titel 3 luidt « Definitie van de technische informatie die netgebruikers nodig hebben om effectieve toegang te kunnen verkrijgen tot het systeem (…) ». Onder deze titel valt deel 3.1 getiteld « Definitie van de technische informatie die netgebruikers nodig hebben om effectieve toegang tot het systeem te kunnen verkrijgen », waarin het volgende wordt gesteld: « De transmissiesysteembeheerders publiceren ten minste de volgende informatie over hun systemen en diensten:
- a)een gedetailleerde en uitvoerige beschrijving van de verschillende aangeboden diensten en de bijbehorende tarieven;
- b)de verschillende typen transportcontracten die voor deze diensten beschikbaar zijn en, in voorkomend geval, de netcode en/of de standaardvoorwaarden waarin de rechten en verantwoordelijkheden van alle netgebruikers geharmoniseerde worden beschreven, transportcontracten en inclusief andere de relevante documenten;
- c)de geharmoniseerde procedures die worden toegepast wanneer gebruik wordt gemaakt van het transmissiesysteem, inclusief de definitie van kernbegrippen; (…);
- i)de regels voor verbinding met het door de transmissiesysteembeheerder geëxploiteerde systeem; (…); » (wij onderstrepen). 3. De gasverordening verwijst uitdrukkelijk naar Richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende intrekking van Richtlijn 98/30/EG (hierna « de tweede gasrichtlijn ») waarvan zij de logica overneemt. In het kader van onderhavige beslissing moet worden gewezen op de artikelen 8 en 25, §2. 7/
Artikel 8
.2 van de tweede gasrichtlijn, artikel 8 met als titel « Taken van systeembeheerders », luidt als volgt: « De door transmissiesysteembeheerders vastgestelde regels voor het in evenwicht houden van het gastransmissiesysteem, waaronder de regels voor de tarieven die zij hun systeemgebruikers in rekening brengen voor energieonbalans, zijn objectief, transparant en niet-discriminerend. De voorwaarden, met inbegrip van de regels en tarieven, voor het verlenen van dergelijke diensten door transmissiesysteembeheerders worden volgens een methode die in overeenstemming is met artikel 25, lid 2, vastgesteld op een niet-discriminerende wijze die de kostprijs weerspiegelt. De voorwaarden worden gepubliceerd » (wij onderstrepen). Artikel 25, §2, van de tweede gasrichtlijn stelt de minimale bevoegdheden vast die door de Lidstaten moeten worden toegewezen aan de regelgevende instanties. Overeenkomstig deze paragraaf : « 2. De regelgevende instanties zijn verantwoordelijk voor de vaststelling of de aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake:
- a)aansluiting op en toegang tot nationale netwerken, inclusief de tarieven inzake transmissie en distributie. Deze tarieven of methoden maken het mogelijk dat de noodzakelijke investeringen in de netwerken zodanig worden uitgevoerd dat zij de rentabiliteit van de netwerken waarborgen; (…)»(wij onderstrepen). 4. Uit de gezamenlijke lezing van de artikelen 1, 4 en 9 van de gasverordening, en artikel 3.1,
- b)van de bijlage van de gasverordening die rechtstreeks van toepassing zijn in het Belgische recht, met de artikelen 8 en 25, §2, van de tweede gasrichtlijn (principe van de eensluidende interpretatie) blijkt dat de CREG bevoegd is en moet zijn om de aansluitingsvoorwaarden goed te keuren; deze aansluitingsvoorwaarden moeten bovendien op niet-discriminerende wijze worden vastgesteld en worden gepubliceerd. 5. De term « transportcontract » in artikel 2, 1.2 van de gasverordening wordt gedefinieerd als « een contract tussen een transmissiesysteembeheerder en een 8/
netgebruiker voor de uitvoering van de transmissie ». Transmissie krijgt een eigen definitie in de verordening, i.e. « het transport van aardgas door een net dat vooral bestaat uit hogedrukpijpleidingen, met uitzondering van een upstreampijpleidingnet en van het gedeelte van hogedrukpijpleidingen dat in de eerste plaats voor lokale aardgasdistributie wordt gebruikt, met het oog op de belevering van afnemers, de levering zelf niet inbegrepen » (art. 2, 1.1 van de gasverordening). De gasverordening stelt verder wat dient te worden verstaan onder netgebruiker: « een afnemer of mogelijke afnemer van een transmissiesysteembeheerder, (…) » (art. 2, 1.11 van de gasverordening), waarbij het om afnemers gaat, in de zin van de tweede gasrichtlijn, « grootafnemers of eindafnemers van aardgas en aardgasbedrijven die aardgas kopen» (art. 2, 24, van de tweede gasrichtlijn) (wij onderstrepen). Hieruit volgt dat het vervoerscontract, uit hoofde van de gasverordening, het contract is dat door de transmissiesysteembeheerder met het oog op het uitvoeren van het transport wordt afgesloten met hetzij een grootafnemer, hetzij een eindafnemer van aardgas. 6. Op nationaal vlak, en meer bepaald in de gedragscode, wordt een onderscheid gemaakt tussen het vervoerscontract en het aansluitingscontract, waarbij dit laatste slaat op klanten die aardgas afnemen. Met toepassing van artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet moet de CREG de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot het vervoersnet goedkeuren, zijnde “het standaardcontract voor de toegang tot het vervoersnet en de daarmee verbonden operationele regels” (artikel 1, 51°, van de gaswet). Om de terminologie die in het nationaal recht wordt gebruikt af te stemmen op de bedoelingen van de Europese wetgever dient er te worden van uitgegaan dat het « standaard contract voor toegang tot het vervoersnet » slaat op het « transportcontract » zoals bedoeld in het Europees recht, namelijk een contract afgesloten door de transmissienetbeheerder met een netgebruiker – en dit zowel « stroomopwaarts» (« shipper ») als « stroomafwaarts » (« consument ») met het oog op het transport. In de praktijk is het zo dat Fluxys een afzonderlijk contract aanbiedt voor de toegang tot respectievelijk de opslaginstallatie, de LNG-installatie en het aardgasvervoersnet, en nogmaals afzonderlijk naargelang het de toegang tot het aardgasvervoersnet in hoofde van de bevrachter (reservering van vervoerscapaciteit en flexibiliteit), dan wel in hoofde van de eindafnemer (aansluiting) betreft. 9/
Hieruit volgt dat de CREG bevoegd is voor het evalueren van de voorwaarden vastgelegd in het zogenaamde « aansluitingscontract » aangezien dit laatste deel uitmaakt van en een « toepassing » is van het « transportcontract » in de betekenis van de Europese verordening.
- Het recht op toegang van eindafnemers aangesloten op het aardgasvervoersnet is verder expliciet opgenomen in artikel 15/6 van de gaswet. In artikel 15/6 van de gaswet wordt bepaald dat de eindafnemers aangesloten op het aardgasvervoersnet en de leveranciers die hun klanten bevoorraden via een aardgasdistributienet evenals de distributieondernemingen vanaf 1 juli 2004 recht hebben op toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG installatie. Met toepassing van artikel 15/7, §1, van de gaswet kunnen de vervoerondernemingen de toegang tot het vervoernet enkel geldig weigeren in de mate dat : 1° het net niet over de nodige capaciteit beschikt om het vervoer te verzekeren; 2° de toegang tot het net de goede uitvoering van een openbare dienstverplichting door de betrokken vervoeronderneming zou verhinderen; 3° de toegang tot het net voor de betrokken vervoeronderneming economische en financiële moeilijkheden zou meebrengen ingevolge « take-or-pay » contracten gesloten voor 1 januari
- Elke weigering van toegang tot het vervoernet in uitvoering van § 1 moet met toepassing van artikel 15/7, §2, van de gaswet met redenen worden omkleed.
- Het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas (hierna “de gedragscode”) bevat slechts enkele bepalingen specifiek met betrekking tot de aansluiting, te weten in de artikelen 84 tot en met
- Deze artikelen worden hierna weergegeven. Artikel 84 §
- De aansluitingsovereenkomst afgesloten tussen de vervoersonderneming en de betrokken netgebruiker of netgebruikers bevat de voorschriften inzake de aansluiting van de betrokken afnemer of afnemers op het vervoersnet. §
- Deze voorschriften betreffen: 1° het ontwerp van het gasontvangststation; 1 §1, 3°, en elke ontheffing die wordt verleend in uitvoering van deze bepaling houden op uitwerking te hebben op 1 oktober 2006 (artikel 15/7, §2, tweede lid, van de gaswet) 10/
2° de inplanting en de constructie van de vervoersinstallatie; 3° de aansluitingsprocedure; 4° de indienstname van de vervoersinstallatie; 5° de ijking en de herijking van de meetapparatuur; 6° de registratie van de meetresultaten; 7° het onderhoud en de controle van de vervoersinstallatie; 8° de door de beheerder van de vervoersinstallatie na te leven veiligheidsvoorschriften; 9° de voorwaarden inzake leveringsdruk en gaskwaliteit. Artikel 85 De voorschriften vastgelegd in uitvoering van artikel 84 blijven onverminderd van toepassing zolang de vervoersinstallatie fysisch is verbonden met het vervoersnet onafgezien van het feit of er al dan niet aardgas door de afnemer wordt afgenomen, Artikel 86 De beheerder van het gasontvangststation geeft de vervoersonderneming vrije toegang tot het gasontvangststation. De vervoersonderneming heeft het recht om de meettoestellen en de afsluiters van het gasontvangststation te verzegelen. De beheerder van het gasontvangststation verwittigt onmiddellijk de vervoersonderneming telkens deze zegels worden verbroken. Vermeldenswaard is nog artikel 5 van de gedragscode volgens hetwelk de vervoersonderneming voldoet aan de eisen van transparantie, objectiviteit en redelijkheid en zich onthoudt van elke discriminatie tussen netgebruikers of categorieën van netgebruikers. 9. De CREG plant in het voorstel van nieuwe gedragscode, te nemen met toepassing van artikel 15/5undecies van de gaswet, een ruimer aantal artikelen aan het aansluitingscontract te wijden. De CREG verwijst in dit verband naar het niet-bindende ontwerp van nieuwe gedragscode bekend gemaakt op haar website met het oog op een publieke raadpleging (zie “gas” vervolgens “raadplegingen”, vervolgens “Openbare raadpleging 05/2008 – raadpleging over het ontwerp van nieuwe gedragscode inzake toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie”). Verder in deze beslissing wordt hiernaar verwezen als “het (voorlopige) ontwerp van nieuwe gedragscode”. 11/
ANTECEDENTEN
- Fluxys maakte de CREG begin 2006 twee ontwerpen van aansluitingsovereenkomst over in het Engels, één m.b.t. de bestaande aansluitingen, één m.b.t. de nieuwe aansluitingen. Op basis van de opmerkingen van een aantal industriële eindafnemers en een eerste analyse van het ontwerp van aansluitingsovereenkomst van maart 2006 vonden een paar informele overlegvergaderingen plaats tussen de CREG en Fluxys, waarna de CREG Fluxys verzocht de aansluitingsovereenkomst aan te passen en haar een gewijzigde versie voor publieke raadpleging over te maken.
- Eind juni 2006 ontving de CREG een tweede versie van de aansluitingsovereenkomst, waarin de bepalingen voor bestaande en nieuwe aansluitingen werden samengebracht en waarin een aantal aanpassingen werden doorgevoerd, al dan niet om tegemoet te komen aan vragen/suggesties van de CREG.
- de Op basis van deze versie van de aansluitingsovereenkomst alsook een vragenlijst die CREG opstelde ten aanzien van de eindafnemers aangesloten op het aardgasvervoersnet, waarin hen werd gewezen op een aantal genomen opties in het ontwerp, organiseerde de CREG op 5 september 2006 een consultatiedag. Ter gelegenheid van deze consultatiedag kwamen zowel de technische als de juridische aspecten van de aansluitingsovereenkomst aan bod.
- Na verloop van de consultatiedag ontving de CREG de schriftelijke opmerkingen van negen eindafnemers en van de Federatie van de Industriële Grootverbruikers van Energie in België (Febeliec). De raadpleging werd afgesloten op 29 september
- Op basis van de resultaten van de raadpleging heeft de CREG haar gesprekken met Fluxys verder gezet in een poging om te komen tot een voor de verschillende partijen aanvaardbare overeenkomst.
- Door middel van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (B.S., 28 december 2006) werd de definitie van het begrip “belangrijkste voorwaarden” gewijzigd, door de invoeging van een definitie van dit begrip in de gaswet, waardoor de CREG een 12/
goedkeuringsbevoegdheid wordt toegekend met betrekking tot de standaardcontracten voor de toegang tot het vervoersnet. Immers, door artikel 63 van voornoemde wet van 27 december 2006 wordt de term “belangrijkste voorwaarden” in artikel 1, 51°, van de gaswet gedefinieerd als “het standaardcontract voor de toegang tot het vervoersnet en de daarmee verbonden operationele regels”.
- Per brief van 22 maart 2007 verzocht de CREG Fluxys onder meer om haar het standaardcontract voor de toegang van de eindafnemer op het vervoersnet (het aansluitingscontract) ter goedkeuring over te maken tegen 4 mei
- Na veelvuldige briefwisseling tussen de CREG en Fluxys en herhaald aandringen vanwege de CREG maakte Fluxys uiteindelijk per schrijven van 17 september 2007, ontvangen op 18 september 2007, een nieuwe versie van de aansluitingsovereenkomst in het Frans over. De aangekondigde Nederlandse vertaling ervan alsook de bijlagen 2-8 (gedeeltelijk in het Engels) werden per e-mail van 3 oktober 2007 aan de CREG bezorgd. Ook een Franstalige versie werd opnieuw meegestuurd met als datum 3 oktober
- Het bleek niet om een Nederlandse vertaling te gaan, doch om een nieuwe versie, waarvan ook de Franstalige versie werd bezorgd.
- Niettegenstaande de transmissiesysteembeheerders met toepassing van bijlage 1.
(3)bij de gasverordening geharmoniseerde contracten ontwikkelen inzake derdentoegangsdiensten nadat zij naar behoren overleg hebben gepleegd met de netgebruikers, achtte de CREG het nuttig deze nieuwe versie van het voorstel van aansluitingsovereenkomst, ontvangen op 3 oktober 2007, (nogmaals) op eigen initiatief ter consultatie voor te leggen aan de eindafnemers. Via een persbericht van 4 oktober 2007 werd het voorstel van aansluitingsovereenkomst op de website van de CREG gepubliceerd. De CREG kondigde daarin reeds aan dat zij, op basis van haar analyse, de ontvangen reacties en de informatie verstrekt tijdens de overlegvergaderingen een beslissing tot goedkeuring of aanpassing van het nieuwe ontwerp van aansluitingsovereenkomst van Fluxys zou nemen en op haar website zou publiceren. De netgebruikers werden uitgenodigd om binnen een termijn van dertig kalenderdagen hun eventuele opmerkingen aan de CREG over te maken. De CREG mocht talrijke opmerkingen van meerdere eindafnemers en van Febeliec ontvangen. Per schrijven van 11 januari 2008, ontvangen op 14 januari 2008, werden de versies van het aansluitingscontract van 3 oktober 2007 nogmaals aan de CREG meegedeeld. 13/
Niettegenstaande de contracten zelf dezelfde datum dragen als diegene die ter raadpleging werden bekendgemaakt, draagt althans één van de bijlagen 11 januari 2008 als datum, zodat ervan kon worden uitgegaan dat deze versie opnieuw een nieuwe versie uitmaakte. Amper twee weken na indiening van het voorstel van standaard aansluitingscontract op 14 januari 2008 werd de CREG benaderd om (andermaal) een nieuw voorstel in te dienen om rekening te houden met de opmerkingen van de eindafnemers. Nochtans werden de fundamentele opmerkingen van de eindafnemers reeds herhaaldelijk in 2007 door medewerkers van de CREG aan Fluxys meegedeeld. Fluxys had klaarblijkelijk in 2007 ook rechtstreekse contacten en overlegvergaderingen met eindafnemers om hun mening aangaande het contract te kennen.
- Per brief van 18 februari 2008, ontvangen daags nadien, liet Fluxys onder meer weten dat zij, na ontvangst van de resultaten van de consultatie deze resultaten grondig zou analyseren en, in samenspraak met de diensten van de CREG, zou proberen om een aanvaardbare oplossing te vinden voor alle partijen binnen een redelijke termijn.
- Per brief van 3 maart 2008, ontvangen op 4 maart 2008, liet Fluxys weten het consultatieverslag van de raadpleging van de CREG bijzonder grondig te hebben nagekeken en diende zij een nieuw voorstel van standaard aansluitingscontract (gedateerd op 29 februari 2008) ter goedkeuring in het Frans in.
- De CREG heeft een derde openbare raadpleging georganiseerd die van start ging op 17 maart 2008 op basis van deze aangepaste versie van het standaard aansluitingscontract dd. 29 februari
- Een aantal trilaterale vergaderingen tussen de CREG, Fluxys en een aantal eindafnemers en vertegenwoordigers van Febeliec vonden plaats en gaven aanleiding tot opmerkingen en een aantal aanpassingen, voornamelijk met betrekking tot de operationele procedures, waarin Fluxys zich kon vinden.
- De CREG behandelt het voorstel van standaard aansluitingscontract hierna artikelsgewijs. Zij geeft achtereenvolgens het ontworpen artikel waarbij ze opmerkingen heeft weer en haar beoordeling, daarbij rekening houdend met de reacties van de eindafnemers/Febeliec en de toelichtingen bekomen vanwege Fluxys tijdens de diverse werkvergaderingen. 14/
VOORAFGAANDE OPMERKINGEN A. Fluxys als voorlopig beheerder
- Indien Fluxys hierna als ‘beheerder’ wordt aangeduid, gaat het vanzelfsprekend om Fluxys fungerend als van rechtswege (voorlopig) beheerder op grond van artikel 8/1 van de gaswet. De procedure voor de aanduiding van beheerders bedoeld in artikel 8 van de gaswet heeft nog niet geresulteerd in de benoeming van beheerders. B. Bestaande aansluitingen
- Het voorstel van standaard aansluitingscontract is bedoeld zowel voor bestaande als voor nieuwe aansluitingen. Fluxys legt terecht ook voor de bestaande aansluitingen een standaardcontract ter goedkeuring voor. Lang niet alle eindafnemers die over een bestaande aansluiting beschikken, blijken immers een aansluitingscontract met Fluxys te hebben afgesloten. Daarenboven zijn er een aantal eindafnemers die met het oude Distrigas een leveringscontract afsloten, dat in de niet-geliberaliseerde context, tevens een luik “aansluiting” zou hebben bevat. In elk geval is geen enkele eindafnemer bereid gevonden dit “contract”, waarvan de CREG betwijfelt of dit nog bestaat, laat staan afdwingbaar is ten aanzien van Fluxys in het bijzonder gelet op de sterk gewijzigde geliberaliseerde context, aan de CREG voor te leggen. De CREG stelt vast dat het ten andere vooral die categorie eindafnemers is geweest, die het nuttig vond gedurende het consultatieproces met betrekking tot het aansluitingscontract, inhoudelijke opmerkingen te maken bij het aansluitingscontract dat Fluxys voorstelt. De CREG gaat ervan uit dat deze eindafnemers dit doen vanuit de wetenschap dat er geen aansluitingscontract bestaat, dan wel dat een eventueel aansluitingscontract, indien dit nog zou bestaan en afdwingbaar zou zijn, onaangepast is aan de huidige marktomstandigheden.
- Ook al mag Fluxys de eindafnemer die over een bestaande aansluiting én een geldige aansluitingsovereenkomst beschikt niet verplichten het door de CREG goedgekeurde aansluitingscontract te ondertekenen (het goedgekeurde standaard aansluitingscontract 15/
heeft geen regelgevend karakter, behalve daar waar het een specifieke verplichting overneemt waarvan de inhoud in de gaswet en/of de gedragdscode is vastgelegd; Fluxys moet de instemming van zijn medecontractant bekomen om dit op lopende contracten te kunnen toepassen wanneer er geen uitdrukkelijke contractuele clausule in die zin is opgenomen), lijkt het de CREG ten zeerste in het belang van de eindafnemer om een aansluitingscontract conform het door de CREG goedgekeurde standaard aansluitingscontract af te sluiten. De CREG is ervan overtuigd dat het door haar goedgekeurde aansluitingscontract gunstiger zal zijn dan de bestaande aansluitingscontracten. De CREG heeft gedurende de besprekingen van de afgelopen jaren diverse versies van het aansluitingscontract bestudeerd en heeft onder meer vastgesteld dat deze een onevenwichtige verdeling van rechten en plichten inhouden en talrijke onduidelijkheden bevatten wat betreft de precieze draagwijdte van de erin vervatte rechten en verplichtingen. Doorheen de afgelopen jaren heeft het aansluitingscontract reeds in belangrijke mate gewonnen aan duidelijkheid. De CREG is ervan overtuigd dat het uiteindelijk door haar goedgekeurde aansluitingscontract meer evenwicht in de rechten en verplichtingen van partijen zal brengen en meer waarborgen zal bieden voor een correcte verdeling van aansprakelijkheid. Bovendien zullen eindafnemers met een bestaand aansluitingscontract over een contract beschikken dat vermoedelijk -de CREG stelt de nieuwe gedragscode voor; zij stelt ze niet vast- niet aangepast zal zijn aan de nieuwe gedragscode. In het voorstel van nieuwe gedragscode dat de CREG aan de minister zal richten, plant zij ten opzichte van de bestaande gedragscode immers meer artikelen te wijden aan het aansluitingscontract en nieuwe of gewijzigde verantwoordelijkheden te voorzien zowel aan de zijde van Fluxys als van de eindafnemer. Aangezien de gedragscode de openbare orde raakt, zullen de relevante bepalingen ipso facto op de bestaande aansluitingscontracten van toepassing zijn en desgevallend voorrang hebben op de daarmee strijdige bepalingen in het contract. Het spreekt evenwel voor zich dat in dat geval het bestaande aansluitingscontract niet langer representatief riskeert te zijn/zal zijn voor de rechten en verplichtingen van partijen. Niemand zal ontkennen dat zulks tot onduidelijkheden en betwistingen kan/zal aanleiding geven en dat beide partijen er belang bij hebben over een contract te beschikken dat de gewijzigde wettelijke context reflecteert, te meer daar het aansluitingscontract van onbepaalde duur is. De CREG is er bijgevolg voorstander van dat partijen de bestaande aansluitingscontracten aanpassen om deze in overeenstemming te brengen met het door de CREG goedgekeurde aansluitingscontract en beveelt dit sterk aan. 16/
- Aangezien Fluxys gehouden is tot een niet-discriminatieverplichting in het bijzonder op grond van de gaswet en de gedragscode, dient zij alle eindafnemers in elk geval de mogelijkheid te bieden om toegang tot het net te bekomen tegen de voorwaarden vervat in het door de CREG goedgekeurde standaard aansluitingscontract. Het spreekt voor zich dat zij die geen aansluitingscontract met Fluxys hebben, verplicht zijn om er één af te sluiten overeenkomstig de wetgeving. C. Recht van toegang tot de vervoersnetten
- De CREG is de mening toegedaan dat het recht van toegang tot de vervoersnetten, bedoeld in de artikelen 15/5, 15/6 en 15/7 van de gaswet van openbare orde is. Het recht van toegang tot de vervoersnetten is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de aardgasmarkt
- Opdat er concurrentie op de aardgasmarkt zou komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van aardgas kunnen kiezen, is het essentieel dat de eindafnemers en hun leveranciers gegarandeerd toegang tot de vervoersnetten hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een niet-discriminatoire wijze. Het is immers via de vervoersnetten dat nagenoeg elke ingevoerde en verbruikte of opnieuw uitgevoerde aardgasmolecule passeert. Een leverancier kan maar het door hem verkochte aardgas effectief aan zijn klant leveren indien hij en zijn klant elk toegang hebben tot de vervoersnetten. Hierbij komt dat, enkele zeer lokale uitzonderingen daargelaten, de vervoersnetten een natuurlijk monopolie zijn, gelet op het feit dat de investeringen erin hoge sunk costs zijn: de investeringen vertegenwoordigen hoge bedragen en zijn moeilijk aanwendbaar voor een ander gebruik dan het vervoer van aardgas. Daarbij komt dat de bouw van vervoersinfrastructuur op groot verzet van de bevolking stuit waardoor het de facto uitgesloten is om de nodige bouw- en andere vergunningen te verkrijgen voor de aanleg van concurrerende vervoersnetten naast de bestaande. Het is dan ook niet realistisch te veronderstellen dat naast de bestaande vervoersnetten één of zelfs meerdere nieuwe 2 Zie ook considerans 7 van Richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende intrekking van Richtlijn 98/30/EG, P.B., L 176/57, waarin ook uitdrukkelijk gesteld wordt dat het voor een goed werkende concurrentie is vereist dat de toegang tot het netwerk niet-discriminerend en transparant is en tegen redelijke prijzen kan geschieden. 17/
vervoersnetten zullen worden gebouwd. Dit verklaart dan ook waarom het beheer van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie sedert de wet van 1 juni 2005 tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (B.S., 14 juni 2005) wordt verzekerd respectievelijk en alleen door de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie, dewelke elk de functie van gecombineerd netbeheerder kunnen vervullen.
- Dat het recht van toegang tot de vervoersnetten een noodzakelijke basispijler van de liberalisering van de aardgasmarkt is, blijkt ook uit de analyse van de juridische situatie vóór de inwerkingtreding van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten (B.S., 11 mei 1999). Op het vlak van het vervoer van aardgas bestond er immers geen wetgeving die enig monopolie toekende aan de historische vervoersonderneming die ook actief was in de markt voor de levering van aardgas. Nochtans had alleen deze onderneming de facto als enige leverancier toegang tot de vervoersnetten. Dat derden geen toegang tot de vervoersnetten hadden, volgde gewoon uit het feit dat deze vervoersonderneming de eigenaar was van nagenoeg alle vervoersinfrastructuur van aardgas in België. Het was precies omwille van dit eigendomsrecht van deze vervoersonderneming dat derden, met uitzondering van de eindafnemers die bevoorraad werden door deze vervoersonderneming, geen toegang tot de vervoersnetten hadden. Om de concurrentie in de gasmarkt te introduceren, heeft de gaswet ervoor geopteerd om elke in aanmerking komende afnemer alsook de leveranciers van aardgas, voor zover deze laatste leveren aan in aanmerking komende afnemers, een recht van toegang te verlenen tot de vervoersnetten. Het is dan ook duidelijk dat een miskenning van dit essentiële recht van toegang tot de vervoersnetten de liberalisering van de gasmarkt op de helling zet.
- Uit artikel 15/5 van de gaswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot de vervoersnetten onlosmakelijk gekoppeld is aan de gedragscode en de regulering van de vervoersnettarieven bedoeld in de artikelen 15/5bis-duodecies van de gaswet. De gedragscode en de regulering van de vervoersnettarieven beogen het recht van toegang tot de vervoersnetten in de feiten te realiseren. Overeenkomstig artikel 15/5undecies van de gaswet regelt de gedragscode de toegang tot de vervoersnetten. Met de gedragscode beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, nietpertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar 18/
zijn wegens hun gebrek aan de nodige gespecialiseerde kennis inzake het beheer van de vervoersnetten. Met deze gedragscode beoogt de wetgever ook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de beheerders anderzijds. De belangen van de netgebruikers en de beheerders zijn immers niet altijd gelijklopend. Aldus bestaat het risico dat de beheerders de toegang tot hun vervoersnet weigeren om technische redenen die niet pertinent zijn. Anders dan een gewone privé-onderneming hoeft de beheerder immers niet te streven naar een zo groot mogelijk aantal klanten om zijn kosten te dekken en een zo hoog mogelijke winst te maken. De regulering van de tarieven voor de toegang tot en het gebruik van de vervoersnetten en de ondersteunende diensten krachtens artikelen 15/5bis en ter van de gaswet impliceert immers dat het totaal inkomen (en dus ook de tarieven) precies in elk geval het geheel van al zijn reële kosten en een billijke winstmarge dekken, ongeacht de gebruiksintensiteit van de vervoersnetten. Door deze garantie dat al haar kosten, samen met een billijke winstmarge, gedekt zijn, ontstaat immers het gevaar dat de beheerder netgebruikers aan wie de dienstverlening ingewikkelder is of die meer technische of financiële risico’s stellen zal trachten te weigeren en haar weigering zal trachten te motiveren met complexe, maar niet-pertinente argumenten. Doordat de gedragscode de verplichtingen van de beheerders en de netgebruikers verduidelijkt, is het derhalve de technische vertaling van het recht van toegang tot de vervoersnetten en derhalve eveneens van openbare orde. 28. De complexiteit van het beheer van het vervoersnet heeft ook een weerslag op de tarifering van de dienstverlening die de beheerders aanbieden. Het is voor een netgebruiker onmogelijk uit te maken of de prijzen die de beheerder autonoom zou bepalen, effectief correcte prijzen zijn. Hij kan dit niet uitmaken omdat hij zelf niet over de vereiste technische specialisatie noch over de nodige informatie beschikt. Bovendien kan hij de prijzen van de beheerder doorgaans niet met deze van andere netbeheerders vergelijken omdat de beheerder van het aardgasvervoersnet van een natuurlijk en wettelijk monopolie geniet en de diverse nationale vervoersnetten onderling sterk kunnen verschillen. Daarom garandeert artikel 15/5bis van de gaswet niet-discriminatoire en transparante tarieven. Artikel 15/5bis garandeert dat het totaal inkomen dat nodig is voor de uitoefening van de respectievelijke wettelijke en reglementaire verplichtingen van de beheerders voornamelijk het geheel van reële kosten nodig voor de vervulling van de in artikel 15/1, §1, en 15/2 bedoelde taken en een billijke marge en afschrijvingen te dekken. Zonder deze regulering van de vervoersnettarieven wordt immers het recht van toegang tot het vervoersnet niet daadwerkelijk verzekerd. Niet alleen discriminatoire tarieven, maar ook te hoge tarieven beperken de toegang tot de vervoersnetten. Het hoeft geen betoog dat discriminatoire of te hoge vervoersnettarieven het recht van toegang tot de vervoersnetten de facto uithollen. De regulering van de vervoersnettarieven is dan ook van openbare orde. 19/
D. Toetsingscriteria voor de CREG
- Krachtens artikel 15/14, §2, tweede lid, 6° samen gelezen met artikel 1, 51°, van de gaswet is het standaard aansluitingscontract onderworpen aan de goedkeuring door de CREG en dient de beheerder van het aardgasvervoersnet een voorstel van standaard aansluitingscontract, evenals alle wijzigingen die hieraan worden aangebracht, aan de CREG ter kennis te geven zodat de CREG hierover een beslissing tot goed- of afkeuring kan nemen.
- In geval van een goedkeuringsbevoegdheid gaat de goedkeurende overheid na of de goed te keuren akte regelmatig is en conform is met het algemeen belang.3 D.
- Overeenstemming met de wet
- Een akte is regelmatig indien zij overeenstemt met de wet. Aldus wordt de CREG de opdracht gegeven ervoor te zorgen dat de bepalingen van het standaard aansluitingscontract in overeenstemming zijn met de wetgeving en dat het standaard aansluitingscontract en de wetgeving een sluitend geheel vormen. Typerend voor contracten is dat zij de regels van openbare orde of van dwingend recht verder uitwerken of aanvullen. Aldus is de CREG er via haar goedkeuringsbevoegdheid mee belast erop toe te zien dat het standaard aansluitingscontract in de eerste plaats de sectorspecifieke wetgeving niet schendt en ervoor zorgt dat het recht van toegang tot het vervoersnet en de wettelijke regels die dit recht van toegang reguleren, worden aangevuld op een manier dat aan elke netgebruiker zijn recht van toegang tot het vervoersnet effectief gegarandeerd wordt. De CREG zal hierbij in het bijzonder nagaan of het voorstel van standaard aansluitingscontract de toegang tot het vervoersnet niet belemmert (en zodoende artikel 15/7 van de gaswet respecteert), de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het vervoersnet niet in gevaar brengt (en zodoende in overeenstemming is met de verplichtingen voorzien voor de beheerder in artikel 15/1, §1, 1° en 2°, van de gaswet volgens hetwelk de respectieve beheerders de vervoersinstallaties dienen te exploiteren, te onderhouden en te 3 Zie onder meer VAN MENSEL, A., CLOECKAERT, I., ONDERDONCK, W. en WYCKAERT, S., De administratieve rechtshandeling – Een Proeve, Mys&Breesch, Gent, 1997, p. 101; DEMBOUR, J., Les actes de la tutelle administrative en droit belge, Maison Ferdinand Larcier, Bruxelles, 1955, p. 98, nr.
- 20/
ontwikkelen op economisch aanvaardbare, veilige, betrouwbare en efficiënte wijze) en redelijk is (en zodoende artikel 5 van de gedragscode respecteert). Bovendien gaat de CREG na of het voorstel in overeenstemming is met het mededingingsrecht en de algemene verbintenissenrechtelijke regels. D.1.
- De sectorspecifieke wetgeving
- De sectorspecifieke wetgeving betreft het recht van toegang tot de vervoernetten, de regulering van de vervoernettarieven en de regels van de gedragscode (zie §§ 25-28 van deze beslissing).
- Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot de vervoersnetten en de gedragscode, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake aardgas betreffen (artikel 15/14, §2, van de gaswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, (enkel) het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 20/2 van de gaswet). Dankzij artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 20/2 van de gaswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de contracten weren en de beheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen. D.1.1.
- Geen belemmering van de toegang tot het vervoersnet Krachtens artikel 15/5 van de gaswet hebben de afnemers en de houders van leveringsvergunningen toegang tot elk netwerk voor het aardgasvervoer, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie op basis van de tarieven vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 15/5bis en goedgekeurd door de CREG. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen betreffende de gereglementeerde tarieven en de gedragscode, wordt over de toegang te goeder trouw onderhandeld. Paragraaf 25 van deze beslissing zet uiteen dat de vrije toegang tot het vervoersnet essentieel is voor de vrijmaking van de aardgasmarkt. Het recht van toegang tot het vervoersnet is dan ook een basisprincipe en principieel recht dat niet beperkend mag worden 21/
geïnterpreteerd. Elke uitzondering op of beperking van dit recht moet uitdrukkelijk voorzien zijn en beperkend geïnterpreteerd worden. Zo bepaalt artikel 15/7 van de gaswet dat de beheerders de toegang tot het vervoersnet enkel geldig kunnen weigeren indien het net niet over de nodige capaciteit beschikt om het vervoer te verzekeren of de toegang tot het net de goede uitvoering van een openbare dienstverplichting door de betrokken beheerder zou verhinderen.4 Bovendien moet de weigering met redenen omkleed zijn.
- De CREG is van oordeel dat, in het kader van de liberalisering van de aardgasmarkt, de toetredingsdrempel tot de aardgasmarkt zo laag mogelijk dient te zijn teneinde het recht van toegang tot het vervoersnet te garanderen en de (vrije) toegang tot het vervoersnet op geen enkele wijze te belemmeren, dit uiteraard in zoverre de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het vervoersnet niet in gevaar gebracht wordt en de optimale ontwikkeling van het vervoersnet niet verhinderd wordt. De CREG meent dan ook dat het niet kan toegelaten worden dat de beheerder op enige wijze het recht van toegang tot het vervoersnet zou bemoeilijken, beperken of belemmeren door het opleggen van onbillijke, onevenwichtige, onredelijke of disproportionele contractsvoorwaarden.
- De CREG wijst er tevens op dat de beheerder van het aardgasvervoersnet het beheer van het aardgasvervoersnet niet enkel op een onpartijdige, onafhankelijke en nietdiscriminatoire wijze5 dient waar te nemen maar daarbij tevens een zo groot mogelijke transparantie dient na te streven. Dit is noodzakelijk voor de goede werking van de aardgasmarkt en een goede werking van de mededinging op deze markt
- Verder is de CREG van oordeel dat de beheerder bij het uitvoeren van zijn wettelijke taken dient te zorgen voor een tijdige en zo duidelijk, accuraat en volledig mogelijke informatieverstrekking aan de netgebruikers. Dit geldt voor de pre-contractuele fase, het contract zelf en de toepassing van het contract. Dit is nodig met het oog op een transparant beheer en teneinde de toegang tot het vervoersnet op optimale wijze te verzekeren en op geen enkele wijze te belemmeren. 4 Artikel 15/7, §1, 3°, van de gaswet hield op uitwerking te hebben op 1 oktober 2006 (artikel 15/7, §2, tweede lid, van de gaswet); 5 Zie ondermeer artikel 15/1, §1, 5° en 7°, van de gaswet en artikel 8/3, §5, 3°, van de gaswet. 6 Zie ondermeer Parl. St., Kamer, 1998-99, nr. 2025/6, blz. 7 ; Richtlijn 98/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas, considerans 19, 22 en 24 en de artikelen 14 en
- 22/
Een dergelijke volledige, accurate, en tijdige informatieverstrekking houdt ondermeer in dat, wanneer de beheerder in uitvoering van zijn wettelijke taken een beslissing neemt die het recht van toegang van een netgebruiker (rechtstreeks of onrechtstreeks) raakt, hij deze beslissing dan ook tijdig en duidelijk dient mee te delen aan de netgebruiker en de redenen voor deze beslissing steeds op duidelijke wijze dient te vermelden. Alzo kan de netgebruiker desgevallend zelf maatregelen nemen om zijn toegang tot het vervoersnet te vrijwaren of de kosten ervan te reduceren. 38. Zoals reeds vermeld kunnen de beheerders krachtens artikel 15/7 van de gaswet de toegang tot het vervoersnet alleen weigeren wanneer het net niet over de nodige capaciteit beschikt om het vervoer te verzekeren of indien de toegang tot het net de goede uitvoering van een openbare dienstverplichting door de betrokken beheerder zou verhinderen. De beheerder kan bijgevolg de toegang tot het vervoersnet enkel en alleen weigeren in deze twee gevallen, limitatief opgesomd in artikel 15/7 van de gaswet, en niet wanneer de in aanmerking komende afnemer niet zou voldoen aan andere “voorschriften” of (contractuele) verplichtingen. De CREG meent dat hieruit dan ook voortvloeit dat de beheerder enkel in de twee gevallen, limitatief opgesomd in artikel 15/7 van de gaswet zelf (t.t.z. eenzijdig, zonder voorafgaande rechterlijke machtiging) kan overgaan tot het, al dan niet tijdelijk, buiten dienst stellen van een aansluiting en/of het, geheel of gedeeltelijk, schorsen of beëindigen van het aansluitingscontract aangezien dit de facto neerkomt op een (al dan niet tijdelijke) weigering van de toegang tot het vervoersnet door de beheerder. De gemeenrechtelijke regel dat contracten van onbepaalde duur steeds eenzijdig kunnen opgezegd worden met eerbiediging van een redelijke opzeggingstermijn/vergoeding wordt opgeheven door de lex specialisregel van openbare orde vervat in artikel 15/7 van de gaswet. Het kan immers niet volstaan om een redelijke opzeggingstermijn/vergoeding toe te kennen om het recht van toegang aan een netgebruiker te ontzeggen. Verder moet ook opgemerkt worden dat, wat betreft de ontbinding van een overeenkomst overeenkomstig het gemeen recht, de ontbinding van een contract voor een ernstige of zwaarwichtige wanprestatie krachtens artikel 1184 van het Burgerlijk wetboek in principe voor de rechter moet gevorderd worden. De CREG is dan ook van oordeel dat de beheerder, wanneer hij in een concrete situatie meent dat het aansluitingscontract om andere redenen dan een gebrek aan capaciteit of het verhinderen van de goede uitvoering van een openbare dienstverplichting, zou moeten beëindigd worden, hij een voorafgaande rechterlijke 23/
machtiging dient te krijgen voor de beëindiging van het contract. Het komt dan aan de rechter toe om in concreto en op tegenspraak te beoordelen of de door de beheerder opgeworpen redenen voldoende zwaarwichtig zijn om over te gaan tot een ontbinding van het aansluitingscontract. Zoals reeds gezegd kan de beheerder immers enkel zelf (met andere woorden eenzijdig, zonder voorafgaande rechterlijke controle en machtiging) overgaan tot het beëindigen (of schorsen) van het aansluitingscontract in de twee gevallen, limitatief opgesomd in artikel 15/7 van de gaswet. D.1.1.
- Veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het vervoersnet De gaswet, doch vooral de gedragscode, voorzien in een heel aantal bepalingen teneinde de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het aardgasvervoersnet te waarborgen. Bij het onderzoek van het voorstel van standaard aansluitingscontract wordt dan ook geverifieerd of hieraan voldaan is. D.1.1.
- Redelijkheid en niet-discriminatie Met toepassing van artikel 5 van de gedragscode voldoet de vervoersonderneming aan de eisen van transparantie, objectiviteit en redelijkheid en onthoudt zich van elke discriminatie tussen netgebruikers of categorieën van netgebruikers. Met toepassing van voormelde bepaling dient Fluxys ook wat betreft de door haar voorgestelde contracten te voldoen aan de eisen van redelijkheid. De gedragscode laat bijgevolg expliciet toe de door Fluxys voorgestelde voorwaarden aan een redelijkheidstoets te onderwerpen. De omstandigheid dat het om een standaardcontract gaat, impliceert dat alle eindafnemers toegang kunnen krijgen tegen dezelfde voorwaarden, waardoor een niet-discriminatoire toegang tot het net wordt bewerkstelligd. Het spreekt voor zich dat de in artikel 5 van de gedragscode vermelde vereisten tevens een rol spelen na het afsluiten van een contract. Ook de uitoefening van de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten moet op een redelijke en niet-discriminatoire wijze gebeuren. De wijze van uitoefening van de rechten voortvloeiend uit een overeenkomst wordt begrensd door de leer van het rechtsmisbruik. 24/
D.1.
- Het mededingingsrecht
- Naast de algemene verbintenissenrechtelijke regels (cfr. §45 ev.), inzonderheid het principe betreffende de gekwalificeerde benadeling, heeft de CREG zich bij het onderzoek van het voorstel van standaard aansluitingscontract ook geïnspireerd op het mededingingsrecht. Ondernemingen met een dominante positie of monopoliepositie hebben immers een “bijzondere verantwoordelijkheid” ten aanzien van het concurrentiemechanisme op de markt en hun gedragingen dienen in die optiek redelijk en proportioneel te zijn. In het bijzonder heeft de CREG zich daarbij geïnspireerd op artikel 3, tweede lid, 1°, van de wet tot bescherming van de economische mededinging, gecoördineerd op 15 september 2006, en artikel 82, tweede lid, a) van het verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschappen, welke bepaalt dat het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden of prijzen door ondernemingen met een machtspositie een verboden misbruik van machtspositie kan uitmaken. Onbillijke contractsvoorwaarden zijn voorwaarden die de betrokken contractspartijen onder normale mededingingsvoorwaarden niet zouden aanvaarden. De wettelijke monopoliepositie die Fluxys heeft ingevolge de opdrachten die haar door de federale overheid toevertrouwd werden in het algemeen belang, samen met de bijzondere verantwoordelijkheid die overeenkomstig het mededingingsrecht rust op elke onderneming met een dominante of monopoliepositie, begrenzen de vrijheid van handel en nijverheid van Fluxys. Dit is nog des te meer het geval wanneer men hierbij ook artikel 15/7 van de gaswet en artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet in rekening brengt.
- In haar administratieve praktijk maakt de Europese Commissie doorgaans een onderscheid tussen de volgende relevante markten in de gassector7 :
(1)de markt van de gasinfrastructuur (met name de vervoers- en distributienetten, de opslagsites en de LNGinstallaties),
(2)de levering (met een onderscheid naargelang van de desbetreffende categorie van afnemers) en
(3)de handel. In dit geval lijkt de relevante markt deze van de gasinfrastructuur te zijn, in het bijzonder dan de infrastructuur bestemd voor de activiteit van het vervoer van gas. 7 Zie, bijvoorbeeld, Commissie, zaak nr. COMP/M.4180 Gaz de France/Suez, §§ 56 en volgende. 25/
Voor wat de geografische transportmarkt betreft, gaat de Commissie er vanuit dat ieder vervoersnet op zichzelf een geografische markt vormt
- De relevante geografische markt kan bijgevolg worden geïdentificeerd als zijnde de Belgische markt voor het vervoer van gas.
- Aangezien Fluxys een wettelijk monopolie heeft voor wat het beheer van het vervoersnet voor aardgas in België betreft, neemt Fluxys een dominante positie in op de relevante markt. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is van oordeel dat een onderneming die een wettelijk monopolie heeft, kan worden beschouwd als zijnde een onderneming met een dominante positie
- Voor wat de potentiële medecontractanten van Fluxys betreft, namelijk de industriële afnemers of distributeurs, zij hebben geen ander alternatief dan zich tot Fluxys te richten om respectievelijk gas geleverd te krijgen voor eigen gebruik of om gas geleverd te krijgen voor distributie. Fluxys is bijgevolg een verplichte en onvermijdelijke medecontractant, waarmee zijn dominante positie op de markt nogmaals wordt bevestigd.
- Het opnemen van de voorgestelde clausules in het voorstel van aansluitingscontract van Fluxys kan worden beschouwd als zijnde onbillijk wanneer zou worden aangetoond dat de medecontractanten van Fluxys een dergelijke clausule niet zouden aanvaarden of niet bereid zouden zijn te aanvaarden wanneer normale concurrerende voorwaarden zouden gelden. In dit geval kunnen deze clausules worden beschouwd als zijnde misbruik van een dominante positie in hoofde van Fluxys en moeten deze ongeldig worden verklaard, en dit ten minste voor wat het deel betreft waarin de regels inzake de mededinging worden overtreden. Meerdere netgebruikers hebben in het kader van de verscheidene raadplegingen gedaan door de CREG opmerkingen geformuleerd op het voorstel van aansluitingscontract dat door Fluxys wordt voorgesteld. Verscheidene opmerkingen en klachten werden genoteerd. 8 Commissie, 9 december 2004, zaak nr.COMP/M.3440, ENI/EDP/GDP, § 75 (voor elektriciteit). HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I-
- 9 26/
D.1.
- Algemene verbintenissenrechtelijke regels
- Het openbare orde karakter van de hierna besproken algemene verbintenissenrechtelijke regels, zoals de gekwalificeerde benadeling, de bindende partijbeslissing, de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van het contract en het voorkomen van interpretatieproblemen of het streven naar duidelijke en transparante contractsbepalingen, is algemeen aanvaard. De gekwalificeerde benadeling
- De cumulatieve voorwaarden van de gekwalificeerde benadeling zijn: - er bestaat een groot (kennelijk) onevenwicht tussen de wederzijdse prestaties; - de ene partij maakt misbruik van de concrete omstandigheden waarin de medecontractant zich ten aanzien van haar bevond, om zich bij de contractssluiting een disproportioneel voordeel toe te eigenen. Dit kan ondermeer het geval zijn wanneer er sprake is van economische superioriteit van de misbruikplegende partij, bijvoorbeeld als gevolg van een monopoliepositie; - het contract dan wel een of meerdere clausules zouden ofwel niet, ofwel tegen voor de zwakkere partij minder ongunstige voorwaarden zijn gesloten, indien er niet van misbruik sprake zou zijn geweest. Aangezien de (voorlopige) beheerder van een wettelijk toegekende monopoliepositie geniet, dringt een toetsing aan het principe van de gekwalificeerde benadeling zich bijgevolg op. De taak van de CREG bestaat er hier in om preventief te werken, m.a.w. misbruiken te voorkomen. Zij beoogt hier niet het bewijs te leveren van een misbruik in een concreet geval; aangezien het hier om een voorstel van contract gaat dat Fluxys aan de netgebruikers wenst aan te bieden, is het immers ook niet mogelijk dat er reeds een concreet misbruik heeft plaatsgevonden daar het aansluitingscontract nog niet afgesloten werden. Door een voorafgaande toetsing aan de desbetreffende verbintenisrechtelijke regel wordt ook vermeden dat achteraf inbreuken op deze verbintenisrechtelijke regel van openbare orde door de rechter moeten vastgesteld worden. 27/
De bindende partijbeslissing
- Overeenkomstig artikel 1129 van het Burgerlijk Wetboek is één van de voorwaarden voor de geldigheid van een overeenkomst dat ze een bepaald of minstens bepaalbaar voorwerp heeft. Door aan overeenkomsten of beter aan de contractuele verbintenissen de vereiste van een bepaalbaar voorwerp te stellen, heeft de wetgever geoordeeld aan overeenkomsten alleen binnen welbepaalde grenzen rechtsgevolgen te willen verlenen. De wilsovereenstemming volstaat niet omdat er ook nog een zekere maatschappelijke controle op de inhoud van de overeenkomst moet worden uitgeoefend. Het principe van de bindende partijbeslissing vereist ten minste dat de overeenkomst op zijn minst de nodige objectieve gegevens moet bevatten om het voorwerp te kunnen bepalen, zonder dat nog een nieuwe wilsuiting van één van hen vereist is. De inhoud van de rechten en verplichtingen uit een overeenkomst mag niet aan een geheel arbitraire beslissing van een van de contractspartijen worden overgelaten. Bepaald/bepaalbaar voorwerp
- De wetgever heeft in artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek duidelijk gemaakt dat elke verbintenis bij haar totstandkoming een voorwerp moet hebben dat bovendien bepaald moet zijn. Het voorwerp van de verbintenis is het concrete doel, het concrete resultaat waartoe de aangegane verbintenis –bij volmaakte uitvoering- moet leiden. Het voorwerp zal de inzet worden van alle latere aansprakelijkheids- en uitvoeringsincidenten. Daarom is de rechtspraak terughoudend m.b.t. bedingen, waardoor het (bestaand) voorwerp naderhand in zekere zin kan worden geneutraliseerd. Dergelijke bedingen woorden soms nietig verklaard om aldus het voorwerp van de verbintenis te kunnen vrijwaren.10 De geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak
- Onder de miskenning van de algemeen verbintenissenrechtelijke regel van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van een overeenkomst verstaat de CREG ook de miskenning van een rechtsregel van openbare orde. Bijgevolg telkens de CREG van oordeel is dat het algemeen belang geschonden werd door een van de voorwaarden van het aansluitingscontract (die uiteraard het voorwerp of de oorzaak van dit contract betreffen), 10 CORNELIS, L., Algemene theorie van de verbintenis, Intersentia, Antwerpen-Groningen, 2000, p. 121 ev. 28/
wordt het principe van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van contracten geschonden. Het voorkomen van interpretatieproblemen
- Onduidelijke contractsclausules leiden tot interpretatieproblemen en dienen daarom te worden geweerd. In de mate dat zij niet behept zijn met een schending van de algemene verbintenissenrechtelijke regel van de bindende partijbeslissing, zou kunnen beweerd worden dat zulke clausules geen rechtsregel van openbare orde schenden. Nochtans dient verwezen te worden naar de vereiste van een zo groot mogelijke transparantie welke noodzakelijk is om de vrije toegang tot het aardgasvervoersnet te garanderen en welke valt onder het toetsingscriterium betreffende het niet belemmeren van de toegang tot het vervoersnet en daarom alleen al van openbare orde is. In de mate dat onduidelijke contractsclausules toch niet strijdig zouden zijn met enige rechtsregels van openbare orde – iets wat volgens de CREG niet mogelijk is gezien het toetsingscriterium betreffende het niet belemmeren van de toegang tot het aardgasvervoersnet -, dan verhinderen zij in ieder geval dat de CREG haar taak naar behoren kan uitoefenen en is de beheerder in dat geval ten minste verplicht de nodige bijkomende toelichtingen te geven. D.
- Conformiteit met het algemeen belang
- Als administratieve overheid heeft de CREG ook tot taak om het algemeen belang te behartigen. Het algemeen belang is dan ook een essentieel toetsingscriterium voor de CREG om te bepalen of het voorstel van aansluitingscontract hieraan voldoet.
- Het algemeen belang is een ruim begrip. Het feit dat dit begrip noch in de gaswet noch in de gedragscode gedefinieerd wordt, impliceert noodzakelijkerwijze dat de CREG de inhoud ervan op discretionaire wijze bepaalt. Dit begrip verwijst minstens naar alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving, het mededingingsrecht, de algemene verbintenissenrechtelijke regels. Hierbij dient te worden opgemerkt dat sommige van deze rechtsregels in de praktijk dezelfde eisen stellen aan de contracten, zoals bijvoorbeeld de vereiste van redelijke, billijke, evenwichtige en proportionele contractsbepalingen. 29/
Het begrip algemeen belang verwijst evenwel niet uitsluitend naar alle rechtsregels die van openbare orde zijn, aangezien deze toetsing zodoende zou samenvallen met de toetsing inzake conformiteit met de wet die de CREG reeds uitvoert en op die manier geen enkele eigen inhoud biedt.
- De goedkeuring van het voorstel van aansluitingscontract betreft de goedkeuring van een standaardcontract, dit is een toetredingscontract. Er bestaat geen individuele onderhandelingsvrijheid meer omtrent het goedgekeurde standaardcontract. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de ongelijkwaardige positie van de contractspartijen. Fluxys heeft, als exclusief (voorlopig) beheerder van het aardgasvervoersnet, immers een wettelijke monopoliepositie. Het aardgasvervoersnet is voor de netgebruikers een essentiële infrastructuur waarvoor geen alternatief bestaat; voor de uitoefening van hun activiteiten zijn zij genoodzaakt met Fluxys overeenkomsten te sluiten om toegang tot en het gebruik van het vervoersnet te hebben. Daarom kennen de artikelen 15/5 en 15/6 van de gaswet dan ook een uitdrukkelijk recht van toegang toe aan de eindafnemers. De CREG is van oordeel dat, teneinde inhoud te geven aan het begrip “algemeen belang” in het kader van het goedkeuren van een standaardcontract, d.i. een toetredingscontract, in elk geval gewag gemaakt moet worden van de bescherming van de “zwakkere partij”, diegene wiens onderhandelingsvrijheid wordt ontnomen, d.i. de eindafnemer. Het gaat immers niet alleen over de vraag of de contractsbepalingen in overeenstemming zijn met het algemeen belang, maar ook of zij dit zijn rekening houdend met de bijzondere omstandigheid dat de onderhandelingsvrijheid terzake in hoofde van de eindafnemer wordt uitgesloten. “Het meest geschikte middel bestaat er echter in de zwakkere partij preventief te beschermen, door bijzondere wetsbepalingen, dan wel doordat over de inhoud van de overeenkomst voorafgaandelijk afspraken worden gemaakt tussen de sterkere partij en een vereniging of groepering (bv. Een consumentenvereniging), eventueel de overheid, die de belangen van de zwakkere contractpartijen waarneemt(…). Resultaat van die onderhandeling is dan een standaardovereenkomst waartoe individuele (zwakkere) partijen kunnen toetreden (in de echte zin van het woord…)”
- Het algemeen belang vereist volgens de CREG evenwel meer dan dat. Bescherming van de zwakkere partij, nl. de eindafnemer, betekent weliswaar niet dat de eindafnemer geen enkele 11 VAN GERVEN, W. en COVEMAEKER, S., Verbintenissenrecht, Acco, Leuven, 2001, p.
- 30/
verantwoordelijkheid moet dragen in het kader van het goed beheer van het vervoersnet. Ook al rust de wettelijke verplichting voor beheer van het vervoersnet op Fluxys, de eindafnemer moet daartoe bijdragen. Zo is de CREG absoluut voorstander dat al het nodige wordt gedaan opdat de metingen van de afnames op het aardgasvervoersnet correct gebeuren. De bewustwording in hoofde van eindafnemers dat zij het nodige moeten doen om het vervoer te regelen van het aardgas dat zij aankopen is tevens van groot belang met het oog op de veilige exploitatie van het aardgasvervoersnet door Fluxys. Ook dat is in het algemeen belang.
- In het kader van de clausules vervat in het voorstel van standaard aansluitingscontract met betrekking tot de aansprakelijkheid tussen partijen vertaalt het algemeen belang zich onder meer in de noodzaak voldoende garanties in te bouwen opdat de voorziene verplichtingen ook daadwerkelijk worden nageleefd. E. Verhouding met de andere standaardcontracten voor de toegang tot de vervoersnetten
- De standaardisering van de verscheidene standaardcontracten voor de toegang tot het vervoersnet is wenselijk, maar geen doel op zich. Belangrijker dan de standaardisering van de verschillende standaardcontracten is de vereiste dat het contract moet aangepast zijn aan zijn precieze voorwerp en aan de behoeften van de partijen bij dit contract. In de praktijk blijkt dat de netgebruikers die met Fluxys een aansluitingscontract afsluiten heel vaak verschillen van de netgebruikers die met Fluxys een vervoerscontract afsluiten. Het is heel vaak zo dat een leverancier (of loutere bevrachter) het vervoerscontract met Fluxys afsluit, daar waar het de eindafnemer is die het aansluitingscontract met Fluxys afsluit.
- Waar de relevante markt voor de leveranciers van aardgas beperkt is tot de Belgische nationale markt, is dat niet zo voor de eindafnemers. De overgrote meerderheid van eindafnemers rechtstreeks aangesloten op het aardgasvervoersnet zijn immers grote industriële ondernemingen waarvan de relevante markt zich ten minste op Europees en veelal wereldniveau situeert. Waar het voor de leveranciers van aardgas vooral op aan komt, is het garanderen van een gelijke behandeling zodat de concurrentie onder de leveranciers van aardgas niet wordt scheefgetrokken. Het streven naar een zo laag mogelijke financiële last voortvloeiend uit het contract is voor hen ook belangrijk in die zin dat een te hoge financiële last op hun schouders de marge beschikbaar voor concurrentie op de markt voor de levering van aardgas kan verkleinen en wel zo kan verkleinen dat nieuwkomers niet op de 31/
markt kunnen overleven. Toch speelt deze overweging minder bij hen dan bij de grote industriële ondernemingen omdat de leveranciers van aardgas deze kosten kunnen doorrekenen aan hun klanten voorzover deze kosten identiek zijn voor elke leverancier en voorzover ze niet zo hoog zijn dat zij de marge voor concurrentie al te zeer doen verkleinen. Bij de grote industriële eindafnemers is dit anders. Voor hen kan men stellen dat eerder het omgekeerde geldt: een gelijke behandeling is uiteraard belangrijk, maar waar het vooral op aan komt is het drukken van de financiële last op hun schouders voortvloeiend uit het contract. Zij staan immers in concurrentie met vooral ondernemingen gelokaliseerd in andere landen en om aan deze concurrentie het hoofd te bieden, dienen zij waar zij maar kunnen hun kosten te drukken. Aangezien de kosten voor de aansluiting op het vervoersnet per land verschillend gereguleerd zijn, zullen deze kosten van land tot land verschillen. Nietdiscriminatie op nationaal niveau is immers minder relevant wanneer de concurrentie in een ander land gevestigd is en dus onderworpen is aan andere kosten voor de aansluiting op het vervoersnet. Niet-discriminatie is voor hen dan ook enkel interessant in de zin van een meest-begunstigingsclausule, namelijk dat ze ook kunnen genieten van de gunstigste contractuele regeling die de nationale beheerder aan een andere onderneming heeft geboden.
- De CREG stelt vast dat de reacties van de partijen bij het aansluitingscontract uitgebreid en precies zijn. Elke clausule wordt op haar kosten en baten geanalyseerd, namelijk dat bij hen de financiële kost van elke contractuele bepaling veel zwaarder speelt dan een eerder algemene benadering die vooral een gelijke behandeling van alle netgebruikers en een niet al te grote aantasting door Fluxys van de concurrentiemarge op de markt voor de levering van aardgas beoogt.
- Tot besluit kan dus gesteld worden dat het standaard aansluitingscontract een afzonderlijk contract is dat eigen zeer specifieke technische kenmerken heeft, en dat in de overgrote meerderheid van de gevallen gesloten wordt met andere contractspartijen die geen leverancier/bevrachter zijn, waardoor andere contractsbepalingen dan deze gebruikt in het vervoerscontract meer gepast of noodzakelijk kunnen zijn. Niettemin zal de beheerder er moeten over waken dat het standaard aansluitingscontract en het standaardcontract voor binnenlands vervoer mekaar aanvullen en één sluitend geheel vormen. Afhankelijk van het uiteindelijk door de CREG goedgekeurde standaard aansluitingscontract, zal het standaardcontract voor binnenlands vervoer moeten opgesteld/aangepast worden. 32/
F. Ontwikkelingen in het dossier van het aansluitingscontract 59. Sinds de eerste versie van het aansluitingscontract die door Fluxys aan de CREG ter kennis werd gebracht is er een hele tijd, reeds ruim twee jaar, verlopen. Zoals uiteengezet in de inleiding van deze beslissing heeft het aansluitingscontract in deze periode een hele evolutie gekend: er werden door Fluxys meerdere ontwerpen van aansluitingscontract opgesteld, er waren verschillende informele overlegvergaderingen tussen de CREG en Fluxys, er werden raadplegingen - met inbegrip van schriftelijke consultaties - van de betrokken netgebruikers georganiseerd. Een heel aantal bepalingen van het aansluitingscontract werden in deze periode ook meermaals gewijzigd. Sinds de eerste consultatiedag georganiseerd door de CREG op 5 september 2006 heeft de CREG dan ook heel wat bijkomende ervaring in deze materie opgedaan en heeft zij nieuwe informatie van de eindafnemers ontvangen. Indien er in een dossier nieuwe elementen zijn zoals nieuwe informatie, bijvoorbeeld onder de vorm van nieuwe opmerkingen van de netgebruikers, dient de CREG hier op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel immers rekening mee te houden bij haar onderzoek en haar beslissing. De CREG heeft met andere woorden veel nieuwe informatie van de eindafnemers ontvangen waardoor zij bijkomende opmerkingen dient te formuleren bij een aantal contractsbepalingen of haar voorlopige inzichten besproken tijdens de consultatiedag of inzichten desgevallend vervat in de beslissingen met betrekking tot de belangrijkste voorwaarden uit het verleden (notie vervat in artikel 10 van de gedragscode) hier en daar moet bijsturen. De CREG zal zich daartoe mogelijks opnieuw genoodzaakt zien in haar beslissing met betrekking tot het aangepaste voorstel van standaard aansluitingscontract om rekening te houden met relevante nieuwe opmerkingen vanwege Fluxys en/of eindafnemers en Febeliec ten gevolge van het uitbrengen van onderhavige beslissing. 33/
VOORSTEL VAN STANDAARD AANSLUITINGSCONTRACT
- Ook al maken de bijlagen integraal deel uit van het standaard aansluitingscontract, wordt hierna onder I. van “het eigenlijke contract” en onder II. van “de bijlagen” gesproken met het loutere oogmerk om de bespreking van de bijlagen te kunnen onderscheiden van de rest van het document. Enkel die artikelen van het voorstel van standaard aansluitingscontract die aanleiding geven tot opmerkingen van de CREG worden vermeld. I. HET EIGENLIJKE CONTRACT TITEL
- Op de eerste bladzijde van het contract is sprake van “aansluitingscontract”. Het gaat voor alle duidelijkheid om het standaard aansluitingscontract (cfr. Artikel 1, 51°, van de gaswet), nl. om het geheel van rechten en plichten tussen Fluxys en de eindafnemer die standaard zijn voor alle eindafnemers, d.w.z. waarover de eindafnemers niet kunnen onderhandelen. Juridisch gezien dienen deze toetredingsovereenkomsten te worden gekwalificeerd. overeenkomsten derhalve als Uit het voorstel van standaard aansluitingscontract ingediend door Fluxys blijkt dat enkel nog bepaalde individuele gegevens per contract moeten worden ingevuld zoals onder meer: identiteit en persoonlijke gegevens van de contractant, de, specifieke gegevens met betrekking tot de bankgarantie, de gegevens van de contactpersonen van beide partijen, de specifieke technische gegevens van de installaties van de eindafnemer, de aanduiding van het aansluitingspunt op het inplantingsplan en de gewenste druk en kwaliteit van het aardgas. De CREG vraagt om, van zodra goedgekeurd, uit het titelblad te laten blijken dat het gaat om het standaard aansluitingscontract goedgekeurd door de CREG met vermelding van de datum van goedkeuring. 34/
IDENTITEIT PARTIJEN
- De term “Transporteur” stemt niet overeen met het wettelijk gehanteerde begrip. Er moet sprake zijn van “beheerder van het aardgasvervoersnet” (artikel 1, 31°, van de gaswet), met dien verstande dat de N.V. FLUXYS althans van rechtswege als beheerder van het aardgasvervoersnet benoemd is met toepassing van artikel 8/1 van de gaswet in afwachting van de definitieve aanwijzing van de betrokken beheerder of tot de weigering van de minister deze benoeming te aanvaarden (zie ook reeds §21 van deze beslissing). De CREG maakt hierna alvast gebruik van de term “beheerder van het aardgasvervoersnet” (kortweg: de beheerder) daar waar in het voorstel sprake is van “transporteur”. PREAMBULE ¾ Ontworpen preambule “Attendu que l’arrêté Royal du 4 avril 2003 relatif au code de bonne conduite en matière d’accès aux réseaux de transport pour le gaz naturel prévoit qu’un contrat de raccordement doit être conclu entre le Transporteur et les consommateurs de gaz naturel; Attendu que l’Affréteur (les Affréteurs) a (ont) demandé à Fluxys de transporter du Gaz Naturel par le biais du Réseau de transport en vue d’une re-livraison à l’Affréteur (les Affréteurs) au Point de prélèvement. Attendu que le Client final souhaite que ses installations soient physiquement reliées au Réseau de transport de Fluxys. Il est donc convenu entre les Parties que les la Station de Réception de Gaz Naturel du Client final sera et restera raccordée au Réseau de transport de Fluxys aux conditions générales suivantes : » ¾ Beoordeling CREG
- Het tweede lid van de preambule wekt de indruk dat het verzoek van de Bevrachter(s) aan Fluxys om aardgas te vervoeren een beweegreden is voor het afsluiten en behoud van het standaard aansluitingscontract. Het bepaalde in artikel 85 van de gedragscode geeft duidelijk aan dat de fysische aansluiting niet afhankelijk kan worden gesteld van een afname van aardgas door de afnemer. De preambule is hiermee in strijd doordat ze de indruk wekt dat het aardgasontvangststation op het aardgasvervoersnet aangesloten is en zal blijven omdat er een vervoerscontract met een bevrachter bestaat. Het tweede lid van de preambule moet derhalve verdwijnen. 35/
Om de duidelijkheid van het voorstel te verhogen, is het aangewezen de termen “Fluxys” en “Beheerder” (thans nog “vervoerder”) niet door elkaar te gebruiken, maar uitsluitend één van beide termen te gebruiken. Voor de volledigheid wordt nog gewezen op het feit dat het woord “les” voor “la Station de Réception de Gaz Naturel” in de laatste alinea overbodig is.
- DEFINITIES Algemeen
- De CREG is van mening dat een coherent en duidelijk begrippenkader dient gehanteerd te worden en dat de definities in het standaard aansluitingscontract daarom zoveel mogelijk identiek moeten zijn met de definities in de gaswet en de gedragscode alsook in voorkomend geval met de in het vervoerscontract opgenomen definities (ten minste indien deze op hun beurt met de wet in overeenstemming zijn), teneinde elke mogelijke verwarring en eventuele interpretatiegeschillen omtrent deze begrippen te vermijden. Door geen gebruik te maken van de in de gaswet en de gedragscode gedefinieerde begrippen komt bovendien ook de rechtszekerheid in het gedrang. Immers, de precieze impact van het niet gebruiken van de wettelijk gedefinieerde termen ten aanzien van die wetgeving is onduidelijk (bvb. MATRS in vorige versies i.p.v. vervoerscontract).
- Het kan evenwel wenselijk blijken bepaalde in de gaswet of gedragscode gedefinieerde begrippen ietwat nader te preciseren in het aansluitingscontract omdat een wettelijke definitie mogelijks te vaag blijft in een contractuele context, zonder daarmee evenwel in strijd te zijn. Het spreekt ten andere voor zich dat het contract steeds zal moeten worden uitgelegd in conformiteit met de wet. Dit is bijvoorbeeld het geval voor de definitie van “Point de prélèvement” en “Contrat de transport”.
- Daarnaast worden in het voorstel van standaard aansluitingscontract termen gebruikt die niet wettelijk gedefinieerd zijn maar wel nauw verbonden zijn met wettelijk gedefinieerde begrippen (zoals “Installation du Transporteur” vs. “installations de transport” en “Société liée” vs. “entreprise liée”). 36/
Het begrip “Installation du Transporteur” is er gekomen om tegemoet te komen aan de vraag van de CREG en van de eindafnemers om duidelijkheid te scheppen over wie welke installaties op de site beheert omdat dit van cruciaal belang is voor het bepalen van de werderzijdse aansprakelijkheden. Deze term heeft bijgevolg voor het aansluitingscontract een specifieke betekenis en doet vanzelfsprekend geen afbreuk aan de inhoud van de term “Installations de transport” gedefinieerd in artikel 1, 8°, van de gaswet. Het begrip “Société liée” wordt in een volledig ander verband gebruikt dan de term “entreprise liée” in de gaswet. Terwijl in de gaswet deze term wordt gebruikt in het kader van de onafhankelijkheid van de beheerders ten gunste van verwante ondernemingen (artikel 15/1, §1, 5°, van de gaswet), wordt het begrip “Société liée” in het aansluitingscontract aangewend in het kader van de aansprakelijkheid tussen partijen. Ook al kan in dat geval aan dit begrip een andere begripsinhoud toekomen dan in de gaswet, blijkt niet de definitie op zich, maar wel het betrekken van deze ondernemingen in de aansprakelijkheidsregeling van het aansluitingscontract op bezwaren/vragen te stuiten (cfr. infra §§125, 3) en 150).
- De CREG merkt op dat het ten zeerste aangewezen is de definities eigen aan het standaard aansluitingscontract eveneens op te nemen in het door Fluxys gepubliceerde glossarium van definities, van zodra zij door de CREG worden goedgekeurd. Met toepassing van artikel 3.1, c), van de bijlage bij de gasverordening publiceert de beheerder immers de definitie van kernbegrippen. Vanzelfsprekend zijn eenzijdig door Fluxys aangebrachte wijzigingen van de hier bedoelde definities via wijzigingen van het glossarium de eindafnemer niet tegenstelbaar.
- De opmerkingen dewelke de CREG hierna formuleert met betrekking tot een aantal definities vloeien voort uit de hierboven vermelde vaststellingen alsook de vaststelling dat een aantal definities onduidelijkheden bevatten. Het zijn nochtans deze gedefinieerde begrippen die de draagwijdte van de contractuele rechten en verplichtingen en dus ook de aansprakelijkheid van partijen bepalen. Het is derhalve uiterst belangrijk om tot definities te komen die geen ruimte laten voor toepassings- en interpretatieproblemen. De overige bepalingen van het voorstel van standaard aansluitingscontract zijn slechts goed te beoordelen indien eerst ondubbelzinnige definities bestaan van de in het contract gebruikte termen. Het hoeft geen betoog dat onduidelijke definities de toegang tot het aardgasvervoersnet in strijd met artikel 15/7 van de gaswet belemmeren, met toepassing van artikel 5 van de gedragscode onredelijk zijn en strijdig zijn met het algemeen belang. 37/
- Volledigheidshalve wijst de CREG erop dat Fluxys het gebruik van de gedefinieerde begrippen in de verschillende artikelen van het standaard aansluitingscontract nauwkeurig dient te verifiëren (onder meer met betrekking tot het al dan niet gebruik van hoofdletters voor de gedefinieerde begrippen) en waar nodig aan te passen. In haar commentaar bij de artikelen gebruikt de CREG niet steeds hoofdletters voor de gedefinieerde begrippen. Het is wel haar bedoeling om naar de gedefinieerde begrippen te verwijzen. Definitie 1 “Affréteur” ¾ Ontworpen definitie “l’Utilisateur du réseau ayant conclu un Contrat de transport avec Fluxys en vue d’approvisionner le Client final. » ¾ Beoordeling CREG
- Uit de raadpleging van de eindafnemers is gebleken dat het gebruik van de term ”Bevrachter” verwarring schept. De CREG is nochtans van mening dat deze term meer geschikt is dan de term “netgebruiker”, aangezien deze laatste term een veelheid van personen viseert op grond van de definitie ervan in artikel 1, 21°, van de gaswet, terwijl hier enkel de persoon bedoeld wordt die een vervoerscontract met de beheerder van het aardgasvervoersnet heeft afgesloten. Een definitie van de term “bevrachter” werd reeds goedgekeurd in het kader van de belangrijkste voorwaarden (volgens de oude notie ervan, cfr. artikel 10 gedragscode) voor overbrenging. Het valt te betreuren dat het vervoerscontract (thans ook gekend onder de benaming “MATRS” d.i. master agreement for transport related services) geen gebruik maakt van de term “bevrachter” doch van “Grid User”, hetgeen in feite vertaald neerkomt op het ruimere “netgebruiker”. Ter gelegenheid van de goedkeuring van het standaardcontract voor de toegang van de bevrachters tot het aardgasvervoersnet past het de terminologie aan te passen. Het vervoerscontract dat met de beheerder van het aardgasvervoersnet wordt afgesloten krijgt ten andere in het (voorlopige) ontwerp van nieuwe gedragscode de benaming “transmissiecontract”. De term “bevrachter” komt tevens in het (voorlopige) ontwerp van nieuwe gedragscode voor. 38/
Definitie 3: “Autres Affréteurs” ¾ Ontworpen definitie “Les Utilisateurs du réseau ayant conclu un contrat de transport avec Fluxys, autre que l’Affréteur. » ¾ Beoordeling CREG
- De definitie moet worden geschrapt omdat de term eenvoudigweg niet blijkt gebruikt te worden in het voorstel van standaard aansluitingscontract. Definitie 8 “Compteur de volume de gaz” ou “Compteur” ¾ Ontworpen definitie « Instrument de mesure (compteur à turbine ou compteur à pistons rotatifs) permettant de déterminer le volume de gaz acheminé le long du conduit sur lequel cet instrument est installé. » ¾ Beoordeling CREG
- De vermelding tussen haken in deze definitie moet worden geschrapt. Het is immers niet uitgesloten dat in de nabije toekomst meetapparatuur kan worden gebruikt die gebaseerd is op andere technieken dan de huidige bestaande “compteur à turbine” en/of “compteur à pistons rotatifs”. Vanuit dit oogpunt lijkt de vermelding onredelijk en moet zij worden weggelaten. Definitie 10 “Contrat d’Allocation” ¾ Ontworpen definitie “le contrat conclu entre le(s) Affréteur(s), le Transporteur, le Client final et d’autre parties concernées, le cas échéant, pour l’allocation des quantités de Gaz Naturel prélevées par le(s) Affréteur(s) entre ces derniers et d’autre parties concernées, le cas échéant, au Point de prélèvement.” 39/
¾ Beoordeling CREG 73. Het is niet duidelijk wat wordt bedoeld met de woorden “autre(
- s)parties concernées”. Ze worden bovendien niet geviseerd in artikel 64 van de gedragscode volgens hetwelk de toewijzingsovereenkomst een contract is tussen de vervoeronderneming, de betrokken leveringsondernemingen (merk op dat het enkelvoud wordt gebruikt in de Nederlandstalige versie van de gedragscode “betrokken leveringsonderneming”) en, desgevallend, de eindafnemer of de distributieonderneming. Met de term “leveringsonderneming” wordt eigenlijk de bevrachter bedoeld. Meestal is de leveringsonderneming ook de bevrachter, maar dit is niet noodzakelijk het geval. Fluxys dient de definitie in overeenstemming te brengen met artikel 64 van de gedragscode door de termen “autre(
- s)parties concernées” weg te laten. Verder is de CREG van mening dat moet vermeden worden dat elke individuele bevrachter weet welke hoeveelheden de eindafnemer respectievelijk bij de onderscheiden bevrachters betrekt. De definitie vervat in artikel 1, 10° van het voorstel mag bijgevolg in elk geval niet zo worden uitgelegd dat het de verplichting zou inhouden voor de eindafnemer om een toewijzingsovereenkomst af te sluiten met het geheel van bevrachters die zijn afnamepunt bevoorraden. In het (voorlopige) ontwerp van nieuwe gedragscode wordt alvast een bepaling voorzien die duidelijk aangeeft dat een toewijzingsovereenkomst wordt afgesloten per bevrachter. Er wordt met andere woorden uitgegaan van de vertrouwelijke aard van de informatie omtrent de respectieve bevrachters die het afnamepunt van de eindafnemer bevoorraden. In afwachting van de nieuwe gedragscode dient de definitie onder artikel 1, 10° van het voorstel in elk geval zodanig te worden begrepen dat ze alvast toelaat dat een toewijzingsovereenkomst wordt afgesloten per bevrachter die het afnamepunt van de eindafnemer bevoorraadt. Definitie 17 “Dommage Matériel et Direct” ¾ Ontworpen definitie “tout dommage purement patrimonial qui est la cause directe et immédiate de la nonexécution du contrat ou d’une faute extra-contractuelle” 40/
¾ Beoordeling CREG
- Er bestaat geen wettelijke definitie van het begrip vermogenschade. In de rechtsleer en rechtspraak is vermogenschade doorgaans alle schade (zowel direct als indirect van aard) aan een vermogensbestanddeel. Uitgesloten van dit begrip zijn in elk geval morele en lichamelijke schade. Op de vraag of bijvoorbeeld inkomstenverlies wordt uitgesloten door de definitie van “Dommage Matériel et Direct” lijkt ontkennend te moeten worden geantwoord. Naar de mening van de CREG herhaalt de definitie, nl. “la cause directe et immédiate de la nonexécution” (met dien verstande dat de CREG uit de besprekingen heeft begrepen dat niet “la cause” wordt bedoeld maar “la conséquence” en dat dit om een materiële vergissing gaat) de definitie van vergoedbare schade naar gemeen recht12, dewelke volstaat om voor de rechtbanken de vergoeding van zowel directe als indirecte schade te bekomen. De cassatierechtspraak interpreteert de term “onmiddellijk en rechtstreeks gevolg” immers extensief als zijnde alle schade die een noodzakelijk gevolg van de contractuele wanprestatie is, met name de schade die zonder de contractuele tekortkoming niet zou zijn voorgekomen.13 Inkomstenverlies kan zoals andere schade zowel direct als indirect zijn. Zulks hangt af van de intensiteit van het oorzakelijk verband tussen de fout en de vermeende schade. Inkomstenverlies wordt samen met andere vormen van schade weliswaar naderhand expliciet uitgesloten van vergoeding in artikel 4.2 van het voorstel van standaard aansluitingscontract, waar inkomstenverlies als indirecte of immateriële schade wordt aangemerkt (cfr. infra §136).
- De woorden “ou d’une faute extra-contractuelle” stuiten op bezwaren zowel van een aantal eindafnemers als van de CREG om reden dat het onredelijk voorkomt om door middel van dit contract de aansprakelijkheid die Fluxys zou kunnen oplopen ten aanzien van de 12 Cfr. artikel 1151 B.W. “Zelfs ingeval het niet uitvoeren van de overeenkomst is veroorzaakt door opzet van de schuldenaar, moet de schadevergoeding, wat betreft het verlies dat de schuldeiser heeft geleden en de winst die hij heeft moeten derven, alleen omvatten hetgeen een onmiddellijk en rechtstreeks gevolg is van het niet uitvoeren van de overeenkomst” 13 Cass., 18 oktober 1974, Arr.Cass., 1975, 236 en Pas. 1975, I, 217 ; Cass., 14 oktober 1985, Arr.Cass., 1985-86,
- 41/
eindafnemer (en omgekeerd) voor zaken die niets met dit contract te maken hebben, uit te sluiten/te beperken. De draagwijdte van de aansprakelijkheidsregeling vervat in het aansluitingscontract komt ook aan bod in het ontworpen artikel 4.1 van het voorstel. De CREG is van mening dat dit de gepaste plaats is om dit te regelen. Het schept onduidelijkheid en verwarring door reeds in de definitie met betrekking tot schade de draagwijdte van de aansprakelijkheidsregeling in termen van contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid te willen regelen. Zulks geeft aanleiding tot verwarring, mogelijke tegenstrijdigheden en bijgevolg geschillen. Het hoeft geen betoog dat bepalingen die tot verwarring aanleiding geven de toegang tot het net belemmeren, onredelijk zijn en in strijd zijn met het algemeen belang. Alleen al daarom moeten de woorden “qui est la cause directe et immédiate de la non-exécution du contrat ou d’une faute extra-contractuelle” uit de definitie te worden weggelaten. Ingevolge de opmerkingen van de CREG onder artikel 4.2 van het voorstel van standaard aansluitingscontract, zal deze definitie mogelijks zelfs volledig verdwijnen. De CREG verwijst dan ook voor het overige naar hetgeen onder de artikelen 4.1 en 4.2 uiteengezet wordt. Definitie 20 “Installation du Transporteur” ¾ Ontworpen definitie “Toute installation et/ou appareillage appartenant au Transporteur et exploités par lui, et situés sur le Site, tels qu’énumérés à l’annexe 9 au présent Contrat.” ¾ Beoordeling CREG 76. Het is een goede zaak dat duidelijkheid zal worden verschaft aangaande de installaties stroomafwaarts het aansluitingspunt die toebehoren aan de beheerder en door deze laatste worden beheerd. Fluxys beweert dat deze lijst site-specifiek is, reden waarom de bijlage niet ter goedkeuring wordt voorgelegd. De CREG kan aannemen dat niet elk aardgasontvangststation identiek is, maar wijst Fluxys op haar verplichting om de netgebruikers op een niet-discriminatoire wijze te behandelen. De CREG stelt voor dat Fluxys alvast concreet werk maakt van een ontwerp van bijlage 9 en dit voor reacties overmaakt aan de eindafnemers. In elk geval zijn de telemetingsapparatuur en de gaschromatograaf dergelijke installaties stroomafwaarts het aansluitingspunt van en beheerd 42/
door de beheerder (cfr. definities in artikel 1, 4° en 45° -in feite 49°-). Bij de indiening van het aangepaste voorstel van standaard aansluitingscontract dient deze bijlage, waarop melding wordt gemaakt van de installaties van de beheerder die zich standaard op elke site bevinden, te worden toegevoegd. Ter gelegenheid van de ondertekening van het aansluitingscontract vullen partijen deze lijst desgevallend aan met de bijkomende installaties van de beheerder (die site-specifiek zijn). Definitie 31 “Point de raccordement” ¾ Ontworpen definitie “le point physique du Réseau de transport, tel que spécifié à l’Annexe 3, où la Station de Réception de Gaz Naturel est raccordée au Réseau de transport. Sauf accord contraire entre les Parties, la re-livraison par le Transporteur à l’Affréteur (aux Affréteurs) d’une quantité équivalente de Gaz Naturel transporté pour le compte de l’Affréteur (des Affréteurs) en vertu du Contrat de transport est considérée comme ayant lieu à ce point. ¾ Beoordeling CREG 77. Met deze definitie komt Fluxys tegemoet aan een aantal bezorgdheden van de CREG. Voortaan blijkt duidelijk uit de definitie dat het aansluitingspunt het uiterste punt van het aardgasvervoersnet vormt. Het aardgasvervoersnet strekt zich uit tot de installaties die toebehoren aan en/of gebruikt worden door of voor rekening van de eindafnemer (onverminderd evenwel hetgeen uiteengezet wordt in §§76 en 85 van deze beslissing). Op die manier wordt de toegang tot het vervoersnet van de eindafnemer gewaarborgd. De bedoeling moet immers zijn dat het aardgasvervoersnet rechtstreeks grenst aan de installaties waarop elke in aanmerking komende afnemer zelf de nodige gebruiksrechten heeft om het aardgas te kunnen afnemen dat hij gekocht heeft. Er wordt voorzien dat partijen dit punt op een plan in bijlage bij het standaard aansluitingscontract zullen preciseren, teneinde elk misverstand te vermijden. De CREG vraagt dat Fluxys concreet werk maakt hiervan en de betrokken eindafnemers reeds een ontwerp van inplantingsplan per aansluiting overmaakt. 43/
- De CREG is van mening, rekening houdend met de opmerkingen van de eindafnemers, dat het redelijk is om dit aansluitingspunt te situeren in stroomrichting na de ingangshoofdafsluiter van de inkomende leidingen. […] Volgens informatie bekomen van Fluxys is het evenwel niet mogelijk om op een algemene wijze te bepalen dat het aansluitingspunt gesitueerd wordt na de isolatieflens (ook “isolatiemof” genoemd) van de kathodische bescherming, omdat er niet steeds een isolatieflens aanwezig is. Het spreekt voor zich dat de vervoerinstallaties, rechtstreeks aangesloten op het aardgasvervoersnet, waarvoor een vervoervergunning werd afgeleverd na aanstelling van de beheerders (lees ook voorlopig beheerder) door de beheerder van het aardgasvervoersnet moeten worden geëxploiteerd met toepassing van artikel 15/1, §1, 2°, van de gaswet. Indien er een isolatieflens is, behoort die tot het aardgasvervoersnet en moet het aansluitingspunt stroomafwaarts van de isolatieflens gesitueerd worden.
- De CREG onderschrijft de idee om het aansluitings- en afnamepunt te laten samenvallen. Zij is ten andere van mening dat zelfs beter één enkele term/definitie wordt gebruikt. Het lijkt immers logisch dat de eigendomsoverdracht van het aardgas plaatsvindt op het punt waar de gebruiksrechten over de infrastructuur eindigen. Hiermee controleert elke partij op elk ogenblik hoe het gas behandeld wordt waarvan hij eigenaar is. De CREG heeft ervoor gepleit om geen afwijkingsmogelijkheid te voorzien (cfr. de woorden “tenzij anders overeengekomen”) omdat dit de poort dreigt open te zetten voor discriminatie. Fluxys antwoordde steeds dat het in een aantal historisch gegroeide situaties niet steeds mogelijk is. De CREG begrijpt dat wanneer het materieel onmogelijk is om deze punten te laten samenvallen, deze afwijkingsmogelijkheid moet worden voorzien, zoniet zou men strikt genomen in strijd zijn met het aansluitingscontract. Fluxys draagt hierin verantwoordelijkheid en dient bij het toestaan van afwijkingen vanzelfsprekend het niet-discriminatiebeginsel toe te passen. Definitie 42 “Réseau de transport”
- De CREG is van mening dat in het aansluitingscontract de in de gaswet gedefinieerde term “aardgasvervoersnet” moet worden gebruikt. Het ruimere “vervoernet” 44/
heeft tevens betrekking op de LNG-installaties en opslaginstallaties, hetgeen in de context van het aansluitingscontract niet aan de orde is. Definitie 45 “Site” ¾ Ontworpen definitie “la propriété, clôturée ou non, détenue ou utilisée par Client final, sur laquelle se situe la Station de Réception de Gaz Naturel.” ¾ Beoordeling CREG 81. Tijdens de raadpleging van de eindafnemers, werd opgemerkt dat referentie moet worden gemaakt in de definitie van de term “site” naar de kadastrale gegevens van het bedoelde perceel. De CREG kan hiermee niet instemmen. Het is niet aan Fluxys om de kadastrale gegevens te kennen van de sites waarop het aardgasontvangststation van de eindafnemer zich bevindt. Het is veeleer aan de eindafnemer om die informatie te verschaffen. Definitie 46 “Société liée” ¾ Ontworpen definitie “a) toute entreprise qui détient directement ou indirectement plus de cinquante
(50)pour cent du capital social ou des droits de vote d’une Partie à la présente Convention ou qui, d’une manière ou d’une autre, détient directement ou indirectement une participation majoritaire dans l’une des Parties à la présente Convention; b) toute entreprise au sein de laquelle l’une des Parties à la présente Convention détient directement ou indirectement plus de cinquante
(50)pour cent du capital social ou des droits de vote ou qui, d’une manière ou d’une autre, détient directement ou indirectement une participation majoritaire ; c) toute entreprise dont le capital social ou les droits de vote sont détenus directement ou indirectement à plus de cinquante
(50)pour cent ou qui, d’une manière ou d’une autre, est placée sous le contrôle d’une ou plusieurs entreprises qui détiennent directement ou indirectement plus de cinquante
(50)pour cent du capital social ou des droits de vote de l’une des Parties à la présente Convention ou qui, d’une manière ou d’une autre, détient directement ou indirectement une participation majoritaire dans l’une des Parties à la présente Convention. » 45/
¾ Beoordeling CREG
- In artikel 1, 19°, van de gaswet wordt het begrip “verwante onderneming” gedefinieerd als “een verbonden of geassocieerde onderneming in de zin van het Wetboek van vennootschappen”. De in artikel 1, 46° van het voorstel van standaard aansluitingscontract voorgestelde definitie van “verbonden onderneming” is verschillend van de definitie van verbonden vennootschap in het Wetboek van vennootschappen. Zoals reeds eerder werd uiteengezet, wordt de term verwante onderneming in de gaswet gebruikt in het kader van de onafhankelijkheid van de beheerder. Hier wordt de term aangewend in het kader van de aansprakelijkheidsregeling en kan terecht worden aangevoerd dat om die reden niet noodzakelijkerwijze het in de gaswet gedefinieerde begrip “verwante onderneming” moet worden aangewend (cfr. supra, §66).
- Uit gesprekken met Fluxys is gebleken dat zij met deze bepaling in elk geval de met de rechtstreeks aangesloten eindafnemer verbonden ondernemingen viseert die via het aardgasontvangststation van die rechtstreeks aangesloten eindafnemer aardgas afnemen. Fluxys kan ook schade berokkenen aan deze “achterliggende” eindafnemers, doch deze laatsten sluiten aldus Fluxys geen aansluitingscontract met Fluxys af omdat hun installaties niet rechtstreeks met het net beheerd door Fluxys verbonden zijn. Minder duidelijk is of Fluxys de zogenaamde “achterliggende” eindafnemers die geen verbonden ondernemingen zijn daarmee dan wil uitsluiten dan wel of zij ervan overtuigd is dat alle “achterliggende” eindafnemers steeds verbonden ondernemingen zijn. Het hoeft geen betoog dat geen grotere discrepantie kan bestaan tussen een bedoeling enerzijds en de verwoording ervan anderzijds. Een met de eindafnemer verbonden onderneming is immers in elk geval niet noodzakelijk een eindafnemer van aardgas. Om die reden alleen al dient deze definitie uit het voorstel van standaard aansluitingscontract te worden weggelaten (zie ook §§125,3), en 150). Definitie 44 (moet in feite 48 zijn) “Station de Réception de Gaz Naturel” ¾ Ontworpen definitie 46/
“les installations (équipement, tubes, appareils, instruments, compteurs, installations, logements, dispositifs et matériaux) y compris une Station de comptage et, le cas échéant, un Poste de détente et/ou une Vanne d’isolement d’entrée, appartenant à et/ou utilisées par/ou pour le compte du Client final pour recevoir le Gaz Naturel, à l’exclusion de toute Installation du Transporteur. » ¾ Beoordeling CREG
- Voorafgaandelijk weze opgemerkt dat de nummering van de definities vanaf hier niet meer klopt. Dit zorgt voor verwarring. De CREG vraagt dat de definities worden hernummerd.
- Met deze definitie wordt tegemoet gekomen aan de bezorgdheid van de CREG en van een aantal eindafnemers dat binnen het aardgasontvangststation ook een aantal installaties aan Fluxys toebehoren en door haar moeten worden beheerd. De aanvankelijke definitie stelde algemeen dat het gaat om “de installaties voor de ontvangst van aardgas (…) die toebehoren aan en/of gebruikt worden door of voor rekening van de Verbruiker”. Deze ruime definitie wekte de indruk dat alle installaties met betrekking tot het aardgasontvangststation toebehoren aan de eindafnemer en/of gebruikt worden door of voor rekening van de eindafnemer. Nochtans zijn er installaties die onderdeel zijn van het aardgasontvangststation en die eigendom zijn van Fluxys en door haar worden beheerd, zoals bijvoorbeeld de flowmeter, de eventuele gaschromatograaf en de telemetingsapparatuur. Het belang van een uiterst nauwkeurige definitie van de term “aardgasontvangstation” is natuurlijk zeer groot aangezien het de verantwoordelijkheden en dus ook de aansprakelijkheid van partijen bepaalt. Indien de term “aardgasontvangststation” de installaties die in werkelijkheid door Fluxys worden beheerd niet uitsluit, lopen de eindafnemers het risico verantwoordelijk te kunnen worden gehouden voor installaties die zij in werkelijkheid niet zelf beheren. De toevoeging van de woorden “à l’exclusion de toute Installation du Transporteur” schept de vereiste duidelijkheid. Het begrip “Installation du Transporteur” in artikel 1, 20° van het voorstel strekt ertoe de installaties van Fluxys en door haar beheerd, gesitueerd op de site waar de afname door de eindafnemer plaatsvindt, te onderscheiden door een opsomming ervan in bijlage bij de overeenkomst toe te voegen. 47/
- Uit de raadpleging van de eindafnemers komt de vraag naar voren, dewelke de CREG onderschrijft, waarom bij de vertaling van het Engelse ontwerp van contract naar het Frans de woorden “situated on the Site” werden weggelaten. De CREG vraagt Fluxys terzake om een verduidelijking, aangezien zij steeds meent te hebben begrepen dat het aardgasontvangststation zich niet op het openbaar domein uitstrekt.
- Verder wordt ook door eindafnemers opgemerkt dat wel kan worden opgemaakt waar het “Aardgasontvangststation” begint, maar niet waar het eindigt. Volgens de omschrijving behoort het “Ontspanningsstation”, indien voorhanden, tot het “Aardgasontvangststation”. Dit is evenwel niet noodzakelijk het geval. Een Ontspanningsstation behoort tot het Aardgasontvangststation indien het in stroomrichting vóór het Meetstation ligt. Het lijkt de eindafnemers onredelijk dat Fluxys via haar aansluitingsprocedures eisen zou opleggen aan eindafnemers met betrekking tot onder meer ventielen en meters die zich buiten de sfeer van het Aardgasontvangststation bevinden. De definitie van “Aardgasontvangststation” dient aldus deze eindafnemers bijgevolg te worden geherformuleerd opdat duidelijk zou zijn waar het Aardgasontvangststation eindigt.[…] De CREG is van mening dat het een redelijke eis is van de eindafnemers om uit de definitie te laten blijken dat het aardgasontvangststation eindigt na het meetstation. Voor wat betreft bedrijfsnetten kan deze discussie evenwel niet los gezien worden van hetgeen uiteengezet wordt in §150 van deze beslissing. Definitie 47 (dit moet in feite 51 zijn) “Urgence” ¾ Ontworpen definitie “tout événement ou toute situation, assimilable ou non à un cas de force majeure, qui nécessite l’adoption de mesures d’urgence par le Transporteur et/ou le Client final, agissant en Opérateur Prudent et Diligent, afin de préserver ou réparer l’intégrité du Réseau de transport ou la Station de Réception de Gaz Naturel, selon le cas, et/ou de prévenir ou de limiter tout autre dommage.” ¾ Beoordeling CREG
- De woorden “elke andere schade te voorkomen en te beperken” is naar de mening van de CREG heel ruim. De CREG wenst erop te wijzen dat het vermijden van de kleinste schade niet kan volstaan voor partijen om de noodsituatie in te roepen en de afsluiter te 48/
sluiten. Het hoeft geen betoog dat slechts ten uitzonderlijken titel van het recht om de afsluiter te sluiten gebruik kan worden gemaakt. Dergelijk ruime bewoordingen laten misbruik toe; de voorgestelde definitie is om die reden onredelijk en dus onaanvaardbaar. De CREG vraagt de voorgestelde definitie te herformuleren opdat duidelijk zou zijn dat de ingangshoofdafsluiter slechts kan gesloten worden om de systeemintegriteit/integriteit van het aardgasontvangststation en/of de openbare veiligheid te vrijwaren. Definitie 50 (dit moet in feite 54 zijn) “Vanne d’isolement général d’entrée” ¾ Ontworpen definitie “l’ensemble de vannes, avec purge et bypass (équilibrage), qui permet à la Station de Réception de Gaz Naturel du Client final d’être isolée du Réseau de transport. Cette vanne est indiquée au Plan d’implantation (Annexe 3).” ¾ Beoordeling CREG
- […]Het aansluitingspunt situeert zich stroomafwaarts van de ingangshoofdafsluiter en deze afsluiter behoort bijgevolg tot het aardgasvervoersnet. De CREG vraagt om elke dubbelzinnigheid terzake weg te nemen en in de definitie van “ingangshoofdafsluiter” de woorden “faisant partie du Réseau de transport de gaz naturel” toe te voegen tussen “l’ensemble de vannes, avec purge et by-pass (équilibrage)” et “qui permet à la Station de réception de gaz Naturel”.
- VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN 3.
- Verplichtingen van de partijen Artikel 3.1.1 ¾ Ontworpen bepaling “A tout moment les Parties agiront en conformité avec (i) les normes d’un Opérateur Prudent et Diligent, (ii) les lois et règlements applicables, en ce compris le Code de 49/
bonne conduite, et (iii) les Procédures opérationnelles ci-jointes (Annexe 1) et autres annexes. Pour ce qui concerne une Station de réception de Gaz Naturel existante (au Jour de Départ), les Parties agiront en conformité avec les Procédures opérationnelles à partir du 1er janvier 2017, sauf pour
- a)les Clauses 1, 2, 3.1, 4 et 5 des Procédures opérationnelles qui sont d’application immédiate,
- b)les modifications à une Station de réception existante, auxquelles modifications les Procédures opérationnelles s’appliquent immédiatement ;
- c)les Clauses 3.4.3 et 3.5.6 des Procédures opérationnelles qui sont d’application à partir du [1er janvier 2010], à l’exception de la Clause 3.4.3.2.1. qui est d’application à partir du 1er janvier [2017]
- d)les Clauses 3.6 et 3.7 des Procédures opérationnelles qui ne sont d’application qu’aux nouvelles installations et aux modifications des installations existantes.” ¾ Beoordeling CREG 90. Met toepassing van het ontworpen eerste lid van artikel 3.1.1 verbinden partijen zich er ten aanzien van elkaar toe te handelen overeenkomstig de normen van een voorzichtige en zorgvuldige operator, overeenkomstig de toepasselijke wetten en reglementen, waaronder de gedragscode, en overeenkomstig de bijlagen van het aansluitingscontract. Deze bepaling komt er volgens de CREG op neer dat partijen er zich ten aanzien van elkaar op een contractuele basis toe verbinden de wet na te leven en te handelen als een zorgvuldige “huisvader”, in casu zorgvuldige “operator”. Fouten die bestaan in het niet naleven van de wet of een schending van de zorgvuldigheidsnorm, ook al betreft het doen en laten dat niets met de aansluiting van de eindafnemer op het aardgasvervoersnet te maken heeft, houden zodoende (tevens) een contractuele wanprestatie in waardoor het contractueel aansprakelijkheidsregime van toepassing wordt. De CREG heeft er vanzelfsprekend op zich niets tegen dat partijen er zich ten aanzien van elkaar toe verbinden zorgvuldig te handelen. Wel kan dit geen reden vormen om te argumenteren dat alle in het aansluitingscontract vervatte verbintenissen per definitie middelof inspanningsverbintenissen zijn.14 De verplichting tot het leveren van de gewenste gasdruk 14 VAN GERVEN, W. en COVEMAEKER, S., o.c., p.105-106: “Bij resultaats- of uitslagverbintenissen is het bewijs van de tekortkoming gemakkelijk te leveren. Het volstaat te bewijzen dat het door de debiteur beloofde resultaat niet bereikt werd. Bij middel- of inspanningsverbintenissen is de op de schuldeiser rustende bewijslast zwaarder: hij moet dan bewijzen, naast het bestaan van de overeenkomst waaruit de verbintenis voortvloeit, dat de debiteur of zijn vervangers bij de nakoming onzorgvuldig zijn geweest; d.i. dat zij beneden de maat van een normale inspanning zijn gebleven.” 50/
en gaskwaliteit moet bijvoorbeeld in elk geval een resultaatsverbintenis zijn (cfr. infra §§118120). Verder lijken de wetgeving en het algemeen belang zich niet te verzetten tegen het contractualiseren van de wettelijke verplichtingen van partijen die betrekking hebben op en/of een invloed kunnen hebben op de aansluiting van de eindafnemer op het net, op de integriteit van zijn installaties en op de integriteit van het aardgasvervoersnet. Het is precies onder meer in dit contract dat de beheerder van het aardgasvervoersnet zijn wettelijke verplichtingen als beheerder uitvoert. Het redelijkheidsbeginsel en het algemeen belang verzetten zich daarentegen wel tegen het in het aansluitingscontract onderbrengen van elke wettelijke verplichting (en dus aansprakelijkheid) die daarbuiten tussen partijen kan bestaan: de woorden “A tout moment les Parties agiront en conformité avec (…) les lois et règlements applicables” zijn vanuit dit oogpunt te ruim, aangezien hier alle wetgeving wordt bedoeld, niet alleen de wettelijke verplichtingen van Fluxys als (voorlopige) beheerder die betrekking hebben op en/of een invloed kunnen hebben op de aansluiting van de eindafnemer. De CREG vraagt Fluxys bijgevolg om het eerste lid van het ontworpen artikel 3.1.1 te herformuleren om het in overeenstemming te brengen met het algemeen belang en de wetgeving (in het bijzonder het redelijkheidsbeginsel vervat in artikel 5 van de gedragscode; zie ook opmerkingen CREG onder artikel 4.1). Het vervangen van het eerste lid van het ontworpen artikel 3.1.1 door een bepaling die bijvoorbeeld voorziet dat de partijen erkennen dat het aansluitingscontract en de daarin vervatte rechten en verplichtingen integraal onderworpen zijn aan de toepasselijke wetten en toepasselijke reglementering, waaronder in het bijzonder de gedragscode, kan een manier zijn om aan het bezwaar van de CREG tegemoet te komen. 91. Uit het woord “auxquelles” kan worden afgeleid dat de operationele procedures, in geval van wijzigingen van een aardgasontvangststation, slechts van toepassing zijn op “de wijzigingen” ervan, niet op het gehele aardgasontvangststation. De CREG merkt op dat de Nederlandstalige versie geen getrouwe vertaling hiervan vormt. De vertaling naar het Nederlands wekt de indruk dat het hele aardgasontvangststation moet voldoen aan de operationele procedures van zodra de kleinste wijziging (met inbegrip van vervanging) aan het aardgasontvangststation wordt aangebracht, hetgeen onredelijk zou zijn en naar aanleiding van diverse gesprekken met Fluxys niet haar bedoeling is gebleken. De Nederlandse vertaling moet derhalve in elk geval worden aangepast op dat vlak. 51/
Bovendien is ten onrechte sprake van “Station de réception” in het ontworpen artikel 3.1.1, tweede lid, b), in plaats van het gedefinieerde “Station de réception de Gaz Naturel”.
- Een aantal eindafnemers merken op dat het onredelijk voorkomt te eisen dat een bestaande installatie met ingang van 1 januari 2017 conform is met de operationele procedures (in zoverre deze eisen bevatten die niet voortvloeien uit de wet), indien de eindafnemer bijvoorbeeld kan bewijzen dat hij dit station kort nadien uit dienst zal nemen. In dit geval is volgens de CREG sprake van bijzondere omstandigheden. Het spreekt voor zich dat dergelijke bijzondere omstandigheden niet allemaal vervat kunnen zijn in bepalingen die voor alle aansluitingen moeten gelden. De CREG is van mening dat dergelijke zaken met het gezond verstand moeten geregeld worden en partijen met andere woorden naar een redelijke oplossing terzake moeten zoeken. Fluxys dient weliswaar in het toestaan van afwijkingen wegens dergelijke bijzondere omstandigheden op niet-discriminerende wijze te handelen. Fluxys lichtte naar aanleiding van een vergadering met de CREG en met een aantal eindafnemers en Febeliec toe dat de vierkante haakjes in het ontworpen artikel 3.1.1 duiden op het feit dat dit wijzigbaar is. De CREG benadrukt dat zulks niet kan betekenen dat Fluxys “à la tête du client” te werk gaat. Fluxys dient hierbij het gelijkheidsbeginsel te respecteren.
- Daarentegen is de CREG het niet eens met een aantal eindafnemers die beweren dat Fluxys in de operationele procedures slechts kan herhalen of uitwerken wat verplicht is op grond van de wet. Van verplichtingen van openbare orde kunnen partijen bij overeenkomst inderdaad niet afwijken. Het staat partijen evenwel vrij om zaken te regelen die niet geregeld worden door de wet of verder te gaan dan het niveau van veiligheid dat de wet oplegt (zie ook §31). Het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas bepaalt overigens in zijn artikel 14 dat de afnemingposten de nodige apparatuur voor de gasregeling en –meting bevatten en deze apparatuur overeen dient te stemmen met de specificaties van de vervoeronderneming. De wetgever geeft bijgevolg expliciet de bevoegdheid aan de beheerder om de specificaties vast te stellen voor de apparatuur voor de gasregeling en –meting. Ook met toepassing van artikel 84 van de gedragscode bevat de aansluitingsovereenkomst de voorschriften inzake het ontwerp van aardgasontvangststation, inzake de ijking en de herijking van de meetapparatuur, en de aansluitingsprocedure (in casu de operationele procedures). 52/
Artikel 3
.1.2 ¾ Ontworpen bepaling “En cas d’Urgence, chaque Partie sera autorisée à fermer la Vanne d’isolement général d’entrée, dans quel cas il en avisera immédiatement l’autre Partie. La vanne fermée ne sera rouverte que par le personnel dûment autorisé du Transporteur qui agira avec toute diligence requise, et après concertation avec le Client final. Une Partie prenant des mesures en cas d’Urgence :
- a)notifiera l’Urgence sans délai à l’autre Partie et fournira avec la diligence raisonnable toutes les informations disponibles sur la cause de l’événement ;
- b)déclarera que la situation d’Urgence a cessé et, dans le cas contraire, évaluera le temps requis pour résoudre la situation d’urgence ; et
- c)prendra sans délai toute action raisonnable pour remédier aux évènements empêchant l’exécution des obligations du présent Contrat et pour limiter les dommages causés. » ¾ Beoordeling CREG 94. De beheerder kan met toepassing van de gedragscode de gastoevoer van de eindafnemer afsnijden in geval de systeemintegriteit in het gedrang komt en dit volgens de modaliteiten voorzien in de gedragscode. Het (voorlopige) ontwerp van nieuwe gedragscode voorziet dat de beheerder de gastoevoer tevens kan afsnijden in geval van noodsituaties, zoals gedefinieerd in dit ontwerp. Het gaat om uitzonderlijke en buitengewone omstandigheden, zoals aardbevingen en dergelijke, die een dringend optreden van de beheerder vergen. De ontworpen definitie van het begrip noodsituatie is niettemin nietlimitatief. Andere omstandigheden kunnen als een noodsituatie gekwalificeerd worden voor zover het gaat om uitzonderlijke en buitengewone omstandigheden. Men kan bijvoorbeeld denken aan een situatie waarbij de fysieke integriteit van personen in het gedrang komt. Niemand zal betwisten dat wanneer een reëel gevaar is voor het leven van personen, sprake is van een noodsituatie, die het dichtdraaien van de ingangshoofdafsluiter kan verrechtvaardigen. In afwachting van de nieuwe gedragscode en op voorwaarde dat het begrip “urgence” op gepaste wijze wordt gedefinieerd (cfr. §88 van deze beslissing) aanvaardt de CREG dat door middel van het aansluitingscontract het recht voor Fluxys om de gastoevoer af te snijden wordt uitgebreid tot de hierboven bedoelde noodsituaties (uitbreiding ten aanzien van de huidige gedragscode omdat de systeemintegriteit niet noodzakelijk in het gedrang komt). Dit recht is bovendien wederkerig; ook de eindafnemer kan de afsluiter sluiten in geval van een spoedgeval. 53/
- Uit gesprekken met Fluxys is gebleken dat partijen elkaar geen schadevergoeding verschuldigd zijn indien correct gebruik wordt gemaakt van deze bepaling (ook al maakt de noodsituatie geen geval van overmacht uit in hoofde van de partij die er zich op beroept). Het ligt voor de hand dat indien het sluiten van de afsluiter en bijgevolg de schorsing van het contract achteraf niet gerechtvaardigd blijkt te zijn, partijen uiteraard recht hebben op schadevergoeding (volgens de bepalingen voorzien in artikel 4 van het voorstel).
- Er wordt voorzien dat het opnieuw opendraaien van de ingangshoofdafsluiter gebeurt na overleg met de eindafnemer. De CREG is van mening dat de vraag van een aantal eindafnemers om dit te vervangen door het akkoord van de eindafnemer, gerechtvaardigd voorkomt. Rekening houdend met de schade die het gevolg kan zijn van het zonder verwittiging opnieuw opendraaien van de ingangshoofdafsluiter, is het redelijk te vereisen dat Fluxys daartoe het schri