← België

Beslissing over de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de N.V. Elia System Operator betreffende de regels voor Intra-day toewijzing van capa

Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)081218-CDC-819 over de ‘aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de N.V. Elia System Operator betreffende de regels voor Intra-day toewijzing van capaciteit op de interconnectie Nederland-België (INB regels)’ genomen met toepassing van artikelen 180, §2, en 183, §2, van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe 18 december 2008 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna: CREG) onderzoekt hierna, op basis van artikelen 180, § 2, en 183, §2, van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het technisch reglement), het voorstel van N.V. Elia System Operator (hierna: Elia) betreffende de regels voor intradaytoewijzing van capaciteit op de interconnectie Nederland-België (hierna: de INB regels). Artikel 180, §2, van het technische reglement bepaalt dat de methoden voor congestiebeheer, alsook de veiligheidsregels, ter goedkeuring aan de CREG worden voorgelegd door de netbeheerder. Artikel 183, §2, van het technische reglement bepaalt dat de methoden voor de toekenning aan de toegangsverantwoordelijken van de capaciteit die beschikbaar is voor energieuitwisselingen met de buitenlandse netten, ter goedkeuring aan de CREG worden voorgelegd door de netbeheerder. Het voorstel betreffende de regels voor intraday-toewijzing van capaciteit op de interconnectie Nederland-België werd door Elia per brief van 9 september 2008 aan de CREG bezorgd. Het door Elia ingediende dossier bestaat uit de INB regels zelf en uit een begeleidende nota met als titel: “Toewijzingen op de interconnectie Nederland-België – Toelichting van de INB regels in het kader van de invoering van de intra-day toewijzingen van capaciteit” (hierna: de begeleidende nota). Deze beslissing is opgesplitst in vier delen. Het eerste deel is gewijd aan het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de beslissing toegelicht. Het derde deel ontleedt het voorstel van INB regels. Het vierde deel, ten slotte, bevat de eigenlijke beslissing. Een kopie van de INB regels die Elia bij brief van 9 september 2008 ter kennis bracht van de CREG en waarin de door Elia voorgestelde wijzigingen staan aangeduid, werd als bijlage bij deze beslissing gevoegd. 2/24 Op zijn vergadering van 18 december 2008 nam het Directiecomité van de CREG onderhavige beslissing. 3/24 I. WETTELIJK KADER I.1. Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2003 houdende de gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 96/92/EG 1. Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 houdende de gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 96/92/EG (hierna: richtlijn 2003/54/EG) legt in haar artikel 9.

  1. e)een algemene verplichting op volgens dewelke de netbeheerder de niet-discriminatie tussen gebruikers of categorieën van gebruikers van het net, meer in het bijzonder ten gunste van zijn gelieerde maatschappijen, moet waarborgen. Richtlijn 2003/54/EG benadrukt meer bepaald het principe van de niet-discriminerende toegang tot het transmissiesysteem in artikel 20.1, dat bepaalt dat de Lidstaten erop dienen toe te zien dat voor alle in aanmerking komende klanten een systeem van toegang voor derden tot de transmissie- en distributienetten wordt ingevoerd. Dit systeem, gebaseerd op gepubliceerde tarieven, moet objectief en zonder discriminatie tussen de gebruikers van het net worden toegepast. Artikel 20.2 van richtlijn 2003/54/EG bepaalt onder meer dat de transmissienetbeheerder de toegang kan weigeren als hij niet over de nodige capaciteit beschikt. Artikel 23.1.
  2. a)van richtlijn 2003/54/EG heeft betrekking op de regelgevende instanties en bepaalt dat ze, ten minste, verantwoordelijk moeten zijn voor het garanderen van nondiscriminatie, daadwerkelijke mededinging en een doeltreffende marktwerking ten aanzien van de voorschriften inzake het beheer en de toekenning van koppelingscapaciteit, in overleg met de regelgevende instanties van de Lidstaten waarmee een koppeling bestaat. 4/24 I.2. Verordening (EG) Nr. 1228/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit 2. De CREG herinnert eraan dat, krachtens de bepalingen van artikel 249 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, verordening nr. 1228/2003 een algemene draagwijdte heeft, in al zijn elementen bindend is en rechtstreeks van toepassing is in iedere Lidstaat. 3. Artikel 6.1 preciseert dat de problemen inzake congestiebeheer worden aangepakt met niet-discriminerende oplossingen die op de markt zijn gebaseerd en de betrokken marktdeelnemers en transmissiesysteembeheerders doeltreffende economische signalen geven. 4. Artikel 6.2 van verordening nr. 1228/2003 bepaalt dat de procedures voor de beperking van de transacties alleen mogen worden gebruikt in noodsituaties waarbij de transmissienetbeheerder snel moet ingrijpen en waarbij redispatching of compensatiehandel niet mogelijk zijn, en dat, behoudens gevallen van overmacht, de marktdeelnemers aan wie een capaciteit werd toegekend, moeten worden vergoed voor elke beperking. 5. Artikel 6.3 bepaalt dat marktdeelnemers de beschikking krijgen over de maximale capaciteit van de koppelverbindingen en/of de maximale capaciteit van de transmissiesystemen waarmee grensoverschrijdende stromen worden verzorgd, met naleving van de voor een bedrijfszekere exploitatie van het net geldende veiligheidsnormen. 6. Artikel 6.4 betreft het tijdschema van de nominaties en de herverdeling van de ongebruikte capaciteiten. transmissienetbeheerders Het bepaalt voldoende lang dat de vóór marktdeelnemers de aanvang van de betrokken de betrokken exploitatieperiode in kennis moeten stellen van hun voornemen om de toegekende capaciteit al dan niet te gebruiken. Elke ongebruikte toegekende capaciteit wordt opnieuw aan de markt toegekend volgens een open, transparante en niet-discriminerende procedure. 5/24 7. Artikel 6.5 van verordening nr. 1228/2003 bepaalt dat, voor zover dit technisch mogelijk is, de transmissienetbeheerders de behoeften aan capaciteit voor elektriciteitsstromen in tegengestelde richting over de overbelaste koppellijn moeten vereffenen, teneinde de capaciteit van deze lijn maximaal te benutten. I.3. De nieuwe “Richtsnoeren voor het beheer en de toewijzing van beschikbare overdrachtcapaciteit op interconnecties tussen nationale systemen” 8. Overeenkomstig artikel 8

(4)van verordening nr. 1228/2003, besliste de Europese Commissie de in de bijlage van deze verordening nr. 1228/2003 opgenomen richtsnoeren voor het beheer en de toekenning van beschikbare overdrachtscapaciteit op interconnecties (koppelverbindingen) tussen nationale systemen te wijzigen1. Aldus werd een nieuwe versie van de bijlage van kracht op 1 december 2006 (hierna: de nieuwe richtsnoeren). De bepalingen van deze nieuwe richtsnoeren die relevant zijn voor onderhavige beslissing, worden hierna weergegeven. 1. ALGEMEEN […] 1.5 De congestiebeheermethoden moeten doeltreffende economische signalen geven aan de marktdeelnemers en transmissiesysteembeheerders, de mededinging bevorderen en geschikt zijn om regionaal en gemeenschapsbreed te worden toegepast. […] 1.9. Uiterlijk op 1 januari 2008 moeten mechanismen voor het intra-day-congestiebeheer van de capaciteit voor koppelverbinding op een gecoördineerde wijze en volgens betrouwbare werkingsvoorwaarden worden ingevoerd, om de uitwisselingsmogelijkheden te maximaliseren en de grensoverschrijdende vereffening te verzekeren. 1.10. De nationale regelgevende instanties zullen regelmatig de methoden voor congestiebeheer evalueren, waarbij zij met name aandacht zullen besteden aan de naleving 1 Zie beslissing van de Commissie van 9 november 2006 tot wijziging van de bijlage bij verordening (EG) Nr. 1228/2003 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit, Publicatieblad EG, nr. L 312 van 11 november 2006, p. 59 6/24 van de beginselen en regels die in de voorliggende verordening en in de onderhavige richtsnoeren zijn vastgelegd, en aan de modaliteiten en voorwaarden die de regelgevende instanties zelf hebben vastgelegd op basis van die beginselen en regels. In het kader van een dergelijke evaluatie moeten alle marktspelers worden geraadpleegd en moeten gerichte studies worden uitgevoerd. 2. METHODEN VOOR CONGESTIEBEHEER 2.1 De methoden voor congestiebeheer moeten op de markt gebaseerd zijn, zodat doeltreffende grensoverschrijdende handel wordt vergemakkelijkt. Daarom zal capaciteit alleen worden toegewezen door expliciete (capaciteit) of impliciete (capaciteit en energie) veilingen. Beide methoden mogen worden gebruikt voor een en dezelfde interconnectie. Met betrekking tot intra-day handel is continuhandel mogelijk. […] 2.3. Bij elke procedure van capaciteitstoewijzing wordt een voorgeschreven gedeelte van de beschikbare interconnectiecapaciteit toegewezen, alsook de resterende capaciteit die niet eerder is toegewezen en alle capaciteit die is vrijgegeven door de begunstigden van eerdere toewijzingen. […] 2.5. De toegangsrechten voor toewijzingen op lange en middellange termijn moeten vaste transmissiecapaciteitsrechten zijn. Voor deze toegangsrechten gelden de beginselen “use-itor-lose-it” of “use-it-or-sell-it” op het ogenblik van de nominering. 2.6. De TNB’s stellen een passende structuur vast voor de toewijzing van capaciteit tussen verschillende tijdsbestekken. Hierin kan een optie zijn opgenomen om een minimumpercentage aan interconnectiecapaciteit te reserveren voor dagelijkse of “intra-day”toewijzing. Deze toewijzingsstructuur moet worden beoordeeld door de respectievelijke regelgevende instanties. Bij het opstellen van hun voorstellen houden de TNB’s rekening met:
  1. a)de kenmerken van de markten,
  2. b)de exploitatieomstandigheden, zoals de gevolgen van de vereffening van vaste programma’s, 7/24
  3. c)het niveau van harmonisering van de percentages en tijdsbestekken die zijn goedgekeurd voor de verschillende geldende mechanismen voor toewijzing van capaciteit. 2.7. Bij de toewijzing van capaciteit mag geen onderscheid worden gemaakt tussen marktdeelnemers die gebruik maken van hun recht om bilaterale leveringscontracten te sluiten en zij die een bod te doen op een energiebeurs. De capaciteit wordt toegewezen aan het hoogste bod, ongeacht of het een impliciet of expliciet bod binnen een gegeven tijdsbestek is. 2.8. In gebieden waar de financiële termijnmarkten voor elektriciteit goed ontwikkeld zijn en hun doeltreffendheid hebben bewezen, mag alle interconnectiecapaciteit via impliciete veilingen worden toegewezen. […] 2.10. In beginsel mogen alle potentiële marktdeelnemers zonder beperking deelnemen aan het toewijzingsproces. Om te vermijden dat problemen in verband met het mogelijk gebruik van een dominante positie door marktdeelnemers ontstaan of verergeren, mogen de bevoegde regelgevings- en/of mededingingsinstanties om redenen van marktdominantie algemene of ten aanzien van een bedrijf geldende beperkingen opleggen. 2.11. De marktdeelnemers delen de TNB voldoende lang vóór een bepaalde datum voor iedere vervaldag hun vaste aanvragen tot reservering van capaciteit mee. De datum wordt zodanig vastgesteld dat de TNB’s de mogelijkheid hebben de ongebruikte capaciteit opnieuw toe te wijzen, met het oog op een nieuwe toekenning op de volgende vervaldag, met inbegrip van de intraday-sessies. 2.12. Capaciteit mag worden verhandeld op secundaire basis voor zover de TNB lang genoeg van tevoren hiervan in kennis wordt gesteld. Wanneer een TNB een secundaire transactie weigert, moet hij dit op duidelijke en transparante wijze meedelen en uitleggen aan alle marktdeelnemers, en moet hij de regelgevende instantie daarvan in kennis stellen. 2.13. De financiële gevolgen van het niet naleven van verplichtingen in verband met de toewijzing van capaciteit komen ten laste van degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn. 8/24 Wanneer marktdeelnemers geen gebruik maken van de capaciteit waartoe ze zich verbonden hebben, of, in het geval van expliciet geveilde capaciteit, deze niet verhandelen op secundaire basis of tijdig teruggeven, verliezen ze de rechten op die capaciteit en zijn ze een op de kosten gebaseerde vergoeding verschuldigd. Deze op de kosten gebaseerde vergoedingen voor het niet gebruiken van capaciteit dienen gerechtvaardigd en proportioneel te zijn. Ook wanneer een TNB zijn verplichting niet nakomt, dient hij de marktdeelnemer te vergoeden voor het verlies van de capaciteitsrechten. Met andere verliezen die het gevolg zijn van het verlies van capaciteitsrechten wordt geen rekening gehouden. De belangrijkste concepten en methoden voor het vaststellen van de aansprakelijkheid voor het niet naleven van de verplichtingen worden van tevoren uiteengezet voor wat de financiële gevolgen betreft, en dienen te worden beoordeeld door de relevante nationale regelgevende instantie(s). […] 3. COÖRDINATIE 3.1. De betrokken transmissiesysteembeheerders coördineren en implementeren de toewijzing van interconnectiecapaciteit aan de hand van gemeenschappelijke toewijzingsprocedures. Wanneer verwacht wordt dat de handel tussen twee landen (transmissiesysteembeheerders) een aanzienlijke invloed zal hebben op de fysieke stroom van elektriciteit in een derde land (transmissiesysteembeheerder), coördineren de betrokken transmissiesysteembeheerders hun congestiebeheermethodes via een gemeenschappelijke congestiebeheerprocedure. De nationale regelgevende instanties en de transmissiesysteembeheerders zien erop toe dat geen congestiebeheerprocedure unilateraal wordt opgezet die aanzienlijke gevolgen heeft voor de fysieke elektriciteitsstromen in andere netwerken. 3.2. Uiterlijk op 1 januari 2007 moet tussen landen in de volgende gebieden een gemeenschappelijke congestiebeheermethode en –procedure voor toewijzing van capaciteit aan de markt worden opgezet, en dit minstens voor de jaar-, maand- en “day-ahead” toewijzing:
  4. a)Noord-Europa (Denemarken, Zweden, Finland, Duitsland en Polen),
  5. b)Noordwest-Europa (Benelux, Duitsland en Frankrijk),
  6. c)Italië (d.w.z. Italië, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Slovenië en Griekenland),
  7. d)Centraal Oost-Europa (Duitsland, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Oostenrijk en 9/24 Slovenië),
  8. e)Zuidwest-Europa (Spanje, Portugal en Frankrijk),
  9. f)VK, Ierland en Frankrijk,
  10. g)de Baltische staten (Estland, Letland en Litouwen). In geval van een interconnectie waarbij tot meerdere gebieden behorende landen betrokken zijn mag een andere congestiebeheermethode worden gebruikt ter verzekering van verenigbaarheid met de methoden die worden toegepast in de andere gebieden waartoe genoemde landen behoren. In dat geval stellen de betreffende transmissiesysteembeheerders de methode voor die ter beoordeling aan de betreffende regelgevende instanties zal worden voorgelegd. […] 3.4. In de zeven bovenvermelde gebieden worden verenigbare congestiebeheerprocedures vastgesteld om een volledig geïntegreerde interne Europese elektriciteitsmarkt tot stand te brengen. De marktpartijen mogen niet worden geconfronteerd met onverenigbare regionale systemen. 3.5. Ter bevordering van eerlijke en doeltreffende mededinging en grensoverschrijdende handel, dient de in punt 2 beschreven coördinatie tussen de transmissiesysteembeheerders binnen de gebieden alle stappen te bestrijken, gaande van capaciteitsberekening en optimalisering van toewijzing tot veilige exploitatie van het netwerk, en worden de verantwoordelijkheden duidelijk verdeeld. Deze coördinatie heeft met name betrekking op:
  11. a)het gebruik van een gemeenschappelijk transmissiemodel dat doeltreffend omspringt met fysieke loop-flows en rekening houdt met de verschillen tussen fysieke en commerciële stromen;
  12. b)de toewijzing en nominering van capaciteit om doeltreffend om te springen met onderling afhankelijke fysieke loop-flows;
  13. c)het gelijktrekken van de verplichtingen van capaciteitshouders om informatie te verstrekken over het geplande gebruik van de capaciteit, d.w.z. de nominering van capaciteit (voor expliciete veilingen);
  14. d)identieke tijdsbestekken en sluitingstijden;
  15. e)identieke structuren voor de toewijzing van capaciteit tussen verschillende tijdsbestekken 10/24 (bv. 1 dag, 3 uren, 1 week enz.) en in termen van verkochte capaciteitsblokken (hoeveelheid elektriciteit in MW, MWh enz.);
  16. f)consequentheid wat het kader voor contracten met marktdeelnemers betreft;
  17. g)de verificatie van de stromen om te voldoen aan de eisen inzake netwerkbeveiliging voor operationele planning en real-time exploitatie;
  18. h)de verrekening en de uitvoering van maatregelen inzake congestiebeheer. […] 4. TIJDSCHEMA VOOR MARKTOPERATIES […] 4.2. De nominering van transmissierechten dient, met volle aandacht voor de netwerkveiligheid, lang genoeg van tevoren plaats te vinden, en wel vóór de “day-ahead”sessies van alle relevante georganiseerde markten en vóór de bekendmaking van de capaciteit die zal worden toegewezen op basis van het “day-ahead”- of het “intra-day”toewijzingsmechanisme. Om doeltreffend gebruik te maken van de interconnectie worden nomineringen van transmissierechten in de omgekeerde richting vereffend. 4.3. Opeenvolgende “intra-day”- toewijzingen van beschikbare transmissiecapaciteit voor dag D vinden plaats op de dagen D-1 en D, na bekendmaking van de geraamde of werkelijke “day-ahead”-productieschema’s. […] 5. TRANSPARANTIE 5.1. TNB’S publiceren alle relevante gegevens met betrekking tot de beschikbaarheid van het netwerk, de netwerktoegang en het netwerkgebruik, inclusief een verslag waarin wordt nagegaan waar en waarom er sprake is van congestie, welke methoden worden toegepast om de congestie te beheren en welke plannen er bestaan voor congestiebeheer in de toekomst. […] 5.3. De toegepaste procedures voor congestiebeheer en capaciteitstoewijzing, de tijdstippen en procedures voor het aanvragen van capaciteit, een beschrijving van de aangeboden producten, en de rechten en plichten van de TNB’s en van de partijen die de capaciteit 11/24 verkrijgen, inclusief de aansprakelijkheid bij niet-naleving van deze plichten, moeten nauwkeurig door de TNB’S worden beschreven en op transparante wijze aan alle potentiële netwerkgebruikers worden meegedeeld. […] 5.5. De TNB’s dienen alle relevante gegevens betreffende de grensoverschrijdende handel te publiceren op basis van de best mogelijke voorspelling. De betrokken marktdeelnemers verschaffen de TNB’s de nodige informatie, zodat die aan hun verplichting kunnen voldoen. De wijze waarop deze informatie wordt gepubliceerd moet ter beoordeling aan de regelgevende instanties worden voorgelegd. De TNB’s moeten minstens de volgende gegevens publiceren:
  19. a)jaarlijks: Informatie over de langetermijnevolutie van de transmissie-infrastructuur en het effect ervan op de grensoverschrijdende transmissiecapaciteit,
  20. b)maandelijks: Maand- en jaarvoorspellingen van de voor de markt beschikbare transmissiecapaciteit, rekening houdend met alle relevante informatie waarover de TNB beschikt op het ogenblik van de berekening van de voorspelling (vb. de gevolgen van zomer en winter op de capaciteit van de lijnen, onderhoud aan het net, beschikbaarheid van productie-eenheden, enz.);
  21. c)wekelijks: Voorspellingen van de voor de markt beschikbare transmissiecapaciteit voor de komende week, rekening houdend met alle informatie waarover de TNB beschikt op het ogenblik van de berekening van de voorspelling, zoals de weersvoorspelling, gepland onderhoud aan het net, beschikbaarheid van productie-eenheden, enz.;
  22. d)dagelijks: Voor de markt beschikbare “day-ahead”- en “intra-day”-transmissiecapaciteit voor elke tijdseenheid van de markt, rekening houdend met alle vereffende “day-ahead”nomineringen, “day-ahead”-productieschema’s, vraagprognoses en gepland onderhoud aan het net;
  23. e)totale reeds toegewezen capaciteit per tijdseenheid van de markt en alle relevante omstandigheden waarin deze capaciteit kan worden gebruikt (vb. de toewijzingsprijs op de veiling, de verplichtingen inzake de wijze waarop de capaciteit moet worden gebruikt, enz.) teneinde alle resterende capaciteit te identificeren;
  24. f)de toegewezen capaciteit, zo snel mogelijk na elke toewijzing, en een indicatie van de betaalde prijs;
  25. g)de totale gebruikte capaciteit, per tijdseenheid van de markt, onmiddellijk na de nominering; 12/24
  26. h)zo dicht mogelijk bij de werkelijke tijd: verzamelde informatie over gerealiseerde commerciële en fysieke stromen, per tijdseenheid van de markt, inclusief een beschrijving van de effecten van eventuele corrigerende maatregelen (zoals beperking) die door de TNB’s zijn genomen om problemen met het systeem of netwerk op te lossen;
  27. i)informatie vooraf over geplande uitval en verzamelde informatie achteraf over geplande en niet-geplande uitval die de vorige dag heeft plaatsgevonden in opwekkingseenheden van meer dan 100 MW. 5.6. De markt moet tijdig over alle relevante informatie beschikken om over alle transacties te kunnen onderhandelen (industriële klanten moeten bijvoorbeeld tijdig kunnen onderhandelen over jaarcontracten en biedingen moeten tijdig naar georganiseerde markten worden gestuurd). 5.7. De TNB moet de relevante informatie over de voorspelde vraag en opwekking publiceren volgens de in de punten 5.5 en 5.6 vermelde tijdschema’s. De TNB moet ook de relevante informatie publiceren die nodig is voor de grensoverschrijdende vereffeningsmarkt. 5.8. Wanneer de voorspellingen zijn gepubliceerd, moeten ook de ex-post gerealiseerde waarden voor de informatie over de voorspelling worden gepubliceerd in de tijdsperiode die volgt op die waarop de voorspelling betrekking heeft of ten laatste op de volgende dag (D+1). 5.9. Alle door de TNB’s gepubliceerde informatie moet gratis ter beschikking worden gesteld in een gemakkelijk toegankelijk formaat. Het moet ook mogelijk zijn om via adequate en genormaliseerde middelen voor informatie-uitwisseling, die in nauwe samenwerking met de marktpartijen worden vastgesteld, toegang te krijgen tot alle gegevens. De gegevens omvatten informatie over voorbije tijdsperiodes, en minstens over de voorbije twee jaar, zodat nieuwe marktdeelnemers ook toegang hebben tot dergelijke gegevens. […] I.4. 9. De elektriciteitswet Artikel 2, 7° van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: elektriciteitswet) verstaat onder “transmissienet” het nationaal transmissienet voor elektriciteit, dat de bovengrondse lijnen, ondergrondse kabels en 13/24 installaties omvat die dienen voor het vervoer van elektriciteit van land tot land en naar rechtstreekse afnemers van de producenten en naar distributeurs gevestigd in België, alsook voor de koppeling tussen elektrische centrales en tussen elektriciteitsnetten. 10. Artikel 15 § 1 van dezelfde wet bepaalt dat de in aanmerking komende afnemers een recht van toegang tot het transmissienet hebben tegen de tarieven vastgesteld overeenkomstig artikel 12 en dat de netbeheerder de toegang alleen kan weigeren wanneer hij niet over de nodige capaciteit beschikt, of wanneer de aanvrager niet voldoet aan de technische voorschriften bepaald in het technisch reglement. I.5. 11. Het technisch reglement Artikel 180, §1, van het technische reglement bepaalt dat de netbeheerder op niet- discriminerende en transparante wijze de door hem toegepaste congestiebeheermethoden moet bepalen. Artikel 180, §2, preciseert dat de methoden voor congestiebeheer en de veiligheidsregels ter goedkeuring aan de CREG ter kennis gebracht moeten worden en gepubliceerd moeten worden overeenkomstig artikel 26. Overeenkomstig artikel 180, §3, van het technisch reglement moet de netbeheerder er, bij de uitvaardiging en de inwerkingstelling van deze methoden, inzonderheid op toezien om, 1° zoveel mogelijk rekening te houden met de richting van de elektriciteitsstromen, en in het bijzonder wanneer de energie-uitwisselingen effectief de congestie doen verminderen; 2° zoveel mogelijk betekenisvolle invloeden te vermijden op de elektriciteitsstromen in andere netten; 3° problemen van congestie op het net op te lossen bij voorkeur met methoden die geen selectie tussen de energie-uitwisselingen van de verschillende toegangsverantwoordelijken inhouden; 4° geschikte economische signalen te geven aan de betrokken netgebruikers. 14/24 Overeenkomstig artikel 180, §4, van het technisch reglement moeten deze methoden van congestiebeheer onder meer gebaseerd zijn op: 1° procedures voor het in mededinging stellen van de beschikbare capaciteit; 2° de coördinatie van de inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de regelzone en/of, middels akkoord met de buitenlandse netbeheerder(s), door de gecoördineerde inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de betrokken buitenlandse regelzone(s). Krachtens artikel 181, §1, van het technische reglement hebben de methoden voor congestiebeheer bepaald in artikel 180 onder meer tot doel: 1° elke beschikbare capaciteit aan de markt ter beschikking te stellen volgens transparante en niet-discriminerende methoden via, in voorkomend geval, veilingen waarin de capaciteiten kunnen worden verkocht met verschillende duurtijden en met verschillende karakteristieken (bijvoorbeeld wat betreft de verwachte betrouwbaarheid van de betreffende beschikbare capaciteit); 2° de beschikbare capaciteit in een serie verkopen aan te bieden die op verschillende tijdsbasis gehouden kunnen worden; 3° bij elk van deze veilingen een bepaald gedeelte van de beschikbare capaciteit aan te bieden, met inbegrip van alle overblijvende capaciteiten die niet toegekend werden bij de vorige verkopen. 4° de commercialisering van de aangeboden capaciteit toe te laten. Artikel 181, §2, bepaalt dat de methoden voor congestiebeheer, in noodsituaties, een beroep kunnen doen op de onderbreking van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen, overeenkomstig vooraf vastgestelde prioriteitsregels die de CREG ter kennis zijn gebracht en gepubliceerd zijn overeenkomstig artikel 26 van dit besluit. Zijn paragraaf 3 preciseert dat, wat de uitvaardiging en de inwerkingstelling van de methoden voor congestiebeheer betreft, de netbeheerder overleg dient te plegen met de netbeheerders van de betrokken buitenlandse regelzones. 15/24 12. Artikel 183, §1, van het technische reglement bepaalt dat de netbeheerder waakt over de uitvoering van een of meer methoden voor de toekenning van beschikbare capaciteit aan de toegangsverantwoordelijken van energie-uitwsselingen met buitenlandse netten. Volgens artikel 183, §2, van het technisch reglement, zijn deze methodes transparant en niet-discriminerend. Ze worden aan de CREG ter goedkeuring voorgelegd en gepubliceerd overeenkomstig artikel 26 van het technisch reglement. Ten slotte preciseert artikel 183, §3, van het technisch reglement dat deze methoden tot doel hebben het gebruik van de capaciteit van het net te optimaliseren overeenkomstig artikel 179. 13. Overeenkomstig artikel 184 van het technische reglement beogen de methoden van toekenning van capaciteit onder meer: 1° in de mate van het mogelijke elk verschil in behandeling te minimaliseren tussen de verschillende soorten van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen door fysieke wederkerige overeenkomsten of aanbiedingen op georganiseerde buitenlandse markten; 2° elke ongebruikte capaciteit aan andere marktdeelnemer ter beschikking te stellen; 3° de precieze voorwaarden van de garantiegraad van de aan de marktdeelnemers ter beschikking gestelde capaciteit te bepalen. 16/24 II. 14. ANTECEDENTEN Zoals beschreven in titel I van deze beslissing diende luidens de Europese regelgeving het intradaybeheer op de Nederlands-Belgische grens op 1 januari 2008 te zijn van start gegaan. Artikel 1.9 van de bijlage ‘Richtsnoeren voor congestiebeheer en toewijzing van beschikbare overdrachtcapaciteit van interconnecties tussen nationale systemen” bepaalt immers dat “uiterlijk op 1 januari 2008 op gecoördineerde wijze en onder veilige exploitatieomstandigheden mechanismen voor het intra-dagelijkse beheer van congestie van de interconnectiecapaciteit [moeten] worden opgesteld teneinde zoveel mogelijk handelsopportuniteiten te scheppen en een grensoverschrijdend evenwicht tot stand te brengen”. 15. Op de 3e Implementation Group Meeting van 18 juli 2007 kondigde Tennet aan dat meer informatie in augustus 2007 zou worden verstrekt aangaande een interimoplossing tussen België en Nederland voor januari 2008. 16. Op de 4e Implementation Group Meeting van 21 januari 2008 meldde Elia dat Elia en Tennet een tijdelijk mechanisme wensten toe te passen voor het intra-dagelijkse beheer van congestie op de Nederlands-Belgische grens, dat zou gebaseerd zijn op een verbeterd prorata systeem. Elia zou dit systeem beheren. Het systeem zelf zou van start gaan in juni 2008. 17. Begin juni 2008 vernam de CREG dat er mogelijkheden waren met de invoering van de interim oplossing voor de intraday handel, en dat het project mogelijk vertraagd zou worden. Gevraagd naar een reactie, antwoordde Elia in een mail van 10 juni 2008 dat het project effectief vertraging had opgelopen. Elia verwees hierbij naar IT-ontwikkelingen bij Tennet als gevolg van een in de loop van het project vastgesteld probleem met betrekking tot de interactie tussen de intraday-nominaties op de interne Nederlandse markt met deze op de grens België-Nederland, en de wijziging van de grid code in Nederland. Vooral ten gevolge van de IT-problemen zou het intraday-project pas in het eerste kwartaal van 2009 van start kunnen gaan. 18. Op 25 augustus 2008 schreef de CREG en de Energiekamer een gezamenlijke brief naar Elia en Tennet, waarin zij hun bezorgdheid uiten over het gebrek aan vooruitgang bij de 17/24 invoering van het intraday-project. In het gezamenlijke schrijven toonden de regulatoren zich bereid om een door de netbeheerders voorgestelde tussenoplossing voorlopig toe te staan in afwachting van een totale en definitieve goedkeuring. Daarnaast drongen de beide regulatoren er op aan om het project zo snel mogelijk, en uiterlijk op 1 oktober 2008, van start te laten gaan. 19. Op 9 september 2008 legde Elia, met toepassing van artikel 180, §2, en 183, §2, van het technisch reglement, het huidige voorstel van regels voor de intradaytoewijzing van capaciteit op de interconnectie Nederland-België voor aan de CREG. Wat de timing voor de invoering van het intraday-project en de toepassing van de voorgestelde regels betreft, ontving de CREG bericht dat de door de Belgische en Nederlandse regulatoren gevraagde invoeringsdatum onhaalbaar was en dat ook de eerder door de netbeheerders vooropgestelde invoeringsdatum van januari 2009 niet volledig gegarandeerd kon worden. 20. Bij brief van 9 september 2008 (ontvangen op 10 september 2008) legde Elia, met toepassing van artikel 6 van het technisch reglement, eveneens een nieuwe wijziging van de algemene voorwaarden van de contracten van toegangsverantwoordelijke ter goedkeuring voor aan de CREG. In de beslissing van 9 oktober 2008 werden de voorgestelde wijzigingen aan de algemene voorwaarden van de contracten van toegangsverantwoordelijke, op twee voorgestelde wijzigingen na, goedgekeurd. De datum waarop de wijzigingen met betrekking tot het intraday-mechanisme van kracht zouden worden, werd niet door Elia in haar voorstel vermeld en werd tot op heden ook nog niet aan de CREG ter kennis gegeven. 21. Begin december 2008 ontving de CREG bericht dat het intraday-project tegen eind januari niet meer haalbaar is en opnieuw moet worden uitgesteld. De uiterlijke invoering van het intra-day beheer zou nu mid-mei 2009 plaats vinden. 18/24 III. ANALYSE VAN DE DOOR ELIA VOORGESTELDE REGELS VOOR INTRADAY TOEWIJZING VAN CAPACITEIT OP DE KOPPELVERBINDING NEDERLAND-BELGIË Hieronder wordt de conformiteit geanalyseerd van het voorstel van Elia met het wettelijke kader, omschreven in titel I van deze beslissing. III.1. 22. Conformiteit van het voorstel met de nieuwe richtsnoeren De door Elia voorgestelde INB regels beogen een intraday mechanisme aan de grens Nederland-België in te voeren op basis van een verbeterd pro rata-systeem. Het voorgestelde verbeterd pro rata-systeem is evenwel problematisch in het licht van de artikelen 1.5, 1.9, 2.1, 2.7 en hoofdstuk 3 van de nieuwe richtsnoeren. 23. Volgens artikel 1.5 van de nieuwe richtsnoeren dient een intraday-systeem doeltreffende economische signalen te geven. Artikel 2.1 van de nieuwe richtsnoeren verduidelijkt hierbij dat de interconnectiecapaciteit via expliciete of impliciete veilingen moet toegewezen worden, maar laat voor de intra-day handel ook continuhandel toe. Artikel 2.7 van de nieuwe richtsnoeren bepaalt voorts dat de capaciteit moet worden toegewezen aan het hoogste bod, ongeacht of het een impliciet of expliciet bod binnen een gegeven tijdsbestek is. Het onderhavige voorstel voldoet evenwel niet aan de in deze artikelen bepaalde voorwaarden. De CREG stelt vast dat de door Elia voorgestelde methode van intradaycongestiebeheer geen expliciete of impliciete veilingen inhoudt, noch een continuhandel betreft. In het voorgestelde verbeterd pro rata systeem wordt de capaciteit niet toegewezen aan de deelnemer die (expliciet, impliciet, of in de continuhandel) de hoogste prijs bood, maar wordt zij toewezen in verhouding tot enerzijds het aantal deelnemers die voor een bepaalde gate intra-day capaciteit hebben gevraagd, en anderzijds de vraag naar intra-day capaciteit, waarbij volgens een iteratief algoritme kleine aanvragen met voorrang worden behandeld. 19/24 Een toewijzing van de intraday interconnectiecapaciteit op een verbeterd pro-rata basis geeft bijgevolg geen gepaste economische signalen aan de marktdeelnemers, en voldoet hierdoor niet aan de nieuwe richtsnoeren. 24. Daarnaast bepaalt artikel 1.9 van de nieuwe richtsnoeren dat de mechanismen voor het intra-dagelijks beheer van congestie van de interconnectiecapaciteit op gecoördineerde wijze en onder veilige exploitatieomstandigheden dienen te worden opgesteld. Dit houdt in dat Elia onder meer rekening moet houden met de coördinatieverplichtingen tussen de transmissiesysteembeheerders zoals beschreven in hoofdstuk 3 van de nieuwe richtsnoeren. In het huidige voorstel vindt een dergelijke coördinatie evenwel niet plaats. De verplichtingen die in hoofdstuk 3 van de nieuwe richtsnoeren zijn opgenomen, kunnen niet of slechts in erg beperkte mate teruggevonden worden in het onderhavige voorstel. Het onderhavige voorstel betreft immers een op bilaterale wijze georganiseerde toewijzing van capaciteit; het richt geen gemeenschappelijke en regionaal gecoördineerde congestiebeheermethode en – procedure voor toewijzing van capaciteit op, zoals vereist in hoofdstuk 3 van de nieuwe richtsnoeren. 25. Om de redenen aangehaald onder de voorgaande paragrafen 22 tot 24, kan de CREG het onderhavige voorstel om een op bilaterale wijze georganiseerd, verbeterd pro rata systeem toe te passen als methode voor de intraday toewijzing van capaciteit op de koppelverbinding Nederland-België niet goedkeuren. III.2. Artikelsgewijze bespreking Artikel 3.03 26. Artikel 3.03 (
  28. b)vermeldt de omstandigheden waarin de machtiging van een deelnemer door het Gezamenlijk Veiligingsbureau kan worden opgeheven. Dit gebeurt onder meer “na ontvangst door het Gezamenlijk Veilingbureau van een beslissing van een mededingingsautoriteit of een regulerende overheid die vaststelt dat de Deelnemer één of meer onrechtmatige of bedrieglijke handelingen heeft gesteld in het kader van de Toewijzing van Capaciteit op de Interconnectie Nederland-België en de opheffing van de Machtiging vraagt”. 20/24 Het gevolg van een dergelijke opheffing van Machtiging in een dergelijk geval is aanzienlijk. Volgens het laatste lid van artikel 3.03 (
  29. b)van de voorgestelde regels kan “de Deelnemer van wie de Machtiging werd opgeheven op initiatief van het Gezamenlijk Veilingsbureau nadien geen aanspraak meer maken op de hoedanigheid van Deelnemer”. 27. De CREG vindt dat een dergelijke onherroepelijke maatregel bijzonder verregaand is, en vraagt zich af waarom in de onderhavige regels enkel deze maatregel wordt voorgesteld als mogelijke sanctie ten gevolge van onrechtmatige of bedrieglijke handelingen in hoofde van de deelnemer. Minder verregaande sancties, zoals een in artikel 3.03 (
  30. a)beschreven tijdelijke opschorting van de deelnemer, kunnen op basis van de voorgestelde regels niet door een mededingingsautoriteit of een regulerende overheid worden gevraagd. Volgens artikel 3.03 (
  31. a)van de voorgestelde regels kan een deelnemer immers enkel maar tijdelijk geschorst worden “indien ten minste een van de voorwaarden opgesomd in artikel 3.02 niet meer is vervuld”. 2 Het stellen van onrechtmatige of bedrieglijke handelingen is evenwel niet opgenomen in artikel 3.02, waardoor een mededingingsautoriteit of regulerende overheid helaas niet over de mogelijkheid beschikt om op basis van de voorgestelde Regels het Gezamenlijk Veilingbureau te verzoeken de deelnemer tijdelijk te schorsen. Artikel 4.02 28. De aansprakelijkheidsbeperking voorzien in dit artikel veroorzaakt een aantal problemen en roept een reeks vragen op. 29. Artikel 4.02 voorziet meerdere aansprakelijkheidsbeperkingen ten aanzien van het GV en de TNB’s. Het sluit immers alle aansprakelijkheid in geval van indirecte schade en immateriële schade uit en begrenst de schadevergoeding van de (rechtstreekse en materiële) schade tot 100.000 EUR. 2 Het voorbehoud “onverminderd paragraaf (
  32. b)van dit artikel” dat artikel 3.03 (
  33. a)hierbij maakt, houdt niet in dat de voorwaarden van paragraaf (
  34. b)eveneens aanleiding kunnen geven tot een tijdelijke opschorting, maar wel dat de toepassing van paragraaf (
  35. b)niet kan worden verhinderd, indien een welbepaalde situatie aanleiding zou kunnen geven tot de toepassing van zowel paragraaf (
  36. a)als paragraaf (b). 21/24 30. De beperking van de aansprakelijkheid is hierbij echter niet duidelijk geformuleerd. Aangezien de term “immateriële schade” aanleiding kan geven tot heel uiteenlopende interpretaties, moet deze term worden verduidelijkt. De CREG merkt op dat artikel 2.13 van de nieuwe richtsnoeren voorziet dat “de financiële gevolgen van het niet naleven van verplichtingen in verband met de toewijzing van capaciteit ten laste komen van degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn” en dat “wanneer een TNB zijn verplichting niet nakomt, hij de marktdeelnemer dient te vergoeden voor het verlies van capaciteitsrechten”, en enkel de vergoeding voor indirecte schade uitsluit. Voor immateriële schade wordt geen enkele uitzondering voorzien. Ook immateriële schade uitsluiten lijkt dus in strijd met het vergoedingsprincipe voorzien in dit artikel en in artikel 6.2 van Verordening 1228/2003 dat bepaalt: “behoudens in geval van overmacht worden marktdeelnemers met een capaciteitstoewijzing voor een eventuele beperking vergoed”. 31. De uitsluiting van de indirecte schade vormt geen probleem vermits die uitdrukkelijk wordt voorzien door artikel 2.13 van de nieuwe richtsnoeren. De CREG merkt echter op dat deze term op velerlei wijzen kan worden geïnterpreteerd die heel wat ruimer zijn dan het begrip “consequential loss” van het Angelsaksische recht waar in de Engelse versie van de nieuwe richtsnoeren precies sprake van is. Verder merkt de CREG op dat de INB regels ervan uitgaan dat verlies van winst, winstderving, verlies van inkomsten, contracten of van meerwaarden automatisch indirecte schade vormen waarvoor het GV nooit aansprakelijk kan worden gesteld terwijl deze schade in bepaalde gevallen directe schade kan vormen. De uitgebreide betekenis die de INB Regels geven aan de “indirecte schade” is dan ook in strijd met artikel 2.13 van de nieuwe richtsnoeren en met artikel 6.2 van het artikel 6.2 van Verordening 1228/2003. Om de verenigbaarheid van de INB Regels met artikel 2.13 van de nieuwe richtsnoeren te verzekeren, stelt de CREG Elia voor dat in de tekst van de INB Regels uitdrukkelijk en eenvoudig wordt verwezen naar de “indirecte” schade” waarvan sprake onder artikel 2.13 van de nieuwe richtlijnen (zonder opsomming). 32. De CREG merkt vervolgens op dat het begrenzen van de aansprakelijkheid voorzien onder paragraaf 3, tot 100.000 EUR per klacht voor de schade, waarvoor de aansprakelijkheid niet is uitgesloten (materiële en rechtstreekse schade) onaanvaardbaar is. 22/24 Immers zoals eerder al aangehaald voorzien artikel 2.13 van de nieuwe richtsnoeren (dat algemeen verwijst naar iedere tekortkoming ten aanzien van de verplichtingen verbonden met de toekenning van capaciteit) en artikel 6.2 van Verordening 1228/2003 de schadevergoeding met uitsluiting van enkel de indirecte schade. Deze bepalingen laten dus niet toe om de aansprakelijkheid voor rechtstreekse schade te beperken. Het argument dat stelt dat het voorzien van clausules inzake aansprakelijkheidsbeperking in een contract van dienstverlening waarmee de deelnemer overigens vrij kon instemmen, gebruikelijk en volstrekt geldig is, ter zake niet overtuigend is. Dit argument houdt immers geen rekening met de beperkingen opgelegd door het sectorspecifieke recht (van openbare orde) die hiervoor werden vermeld, noch met de bijzonderheid van de wettelijke monopoliesituatie van de TNB’s. 33. Om de redenen aangehaald onder de voorgaande paragrafen 28 tot 32 kan de CREG artikel 4.02 van de IFB Regels niet goedkeuren. BESLISSING In toepassing van artikelen 180, §2, en 183, §2, van het technisch reglement beslist de CREG, omwille van de redenen beschreven in titel III van deze beslissing, het voorstel van Elia betreffende de regels voor intra-day toewijzing van capaciteit op de koppelverbinding Nederland-België niet goed te keuren. Niettemin stelt de CREG vast dat het onderhavige voorstel een aanzienlijke verbetering vormt ten opzichte van de huidige marktvoorwaarden in België. Op dit ogenblik wordt er immers op de koppelverbinding Nederland-België helemaal geen intraday capaciteit aangeboden. Deze situatie is eveneens strijdig met de nieuwe richtsnoeren; conform artikel 1.9 van de nieuwe richtsnoeren diende het intraday beheer immers reeds op 1 januari 2008 te hebben plaats gevonden. In tegenstelling tot het onderhavige voorstel draagt de huidige situatie echter niet bij tot een betere marktwerking. Daarnaast begrijpt de CREG dat Elia ondertussen ook op een meer langere termijnbasis werkt aan een duurzame en regionale oplossing, die wel conform zou zijn met de Verordening en de nieuwe richtsnoeren, en dat in casu bijgevolg slechts een relatief tijdelijk systeem wordt voorgesteld van intraday beheer. 23/24 Gelet op het feit dat het onderhavige voorstel in het licht van de nieuwe richtsnoeren kan beschouwd worden als een beduidende vooruitgang ten aanzien van de huidige situatie en dat zij een positieve impuls voor de tussenstatelijke handel kan vormen, staat de CREG Elia dan ook toe om de door haar voorgestelde INB Regels voorlopig toe te passen in afwachting van een totale en definitieve goedkeuring. De CREG verzoekt evenwel Elia om binnen de drie maanden een nieuw voorstel in te dienen dat wel integraal conform is aan de vereisten van Verordening Nr. 1228/2003 en de nieuwe richtsnoeren. aaaa Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Dominique WOITRIN Directeur François POSSEMIERS Voorzitter van het Directiecomité 24/24

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.