← België

Beslissing over de vraag tot goedkeuring van het indicatief vervoersprogramma van de NV FLUXYS, voor wat betreft haar opslagactiviteiten, voor de peri

NIET-VERTROUWELIJKE VERSIE Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02 289 76 11 Fax: 02 289 76 09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)090226-CDC-829 over ‘de vraag tot goedkeuring van het indicatief vervoersprogramma van de NV FLUXYS, voor wat betreft haar opslagactiviteiten, voor de periode 2009 2010’ genomen met toepassing van artikel 9 van het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas 26 februari 2009 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 9 van het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas (hierna : de gedragscode), het indicatief opslagprogramma van de NV FLUXYS voor de periode 2009 2010 dat op 12 februari 2009 ter goedkeuring bij de CREG werd ingediend per drager met ontvangstbewijs. De onderstaande beslissing is ingedeeld in vier delen. Het eerste deel gaat over het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de onderhavige beslissing uiteengezet. In het derde deel wordt onderzocht of het voorstel de voorschriften van artikel 9 van de gedragscode naleeft, of het rekening houdt met de opmerkingen die de CREG maakte in haar beslissing (B)071213-CDC-734 van 13 december 2007 over de vraag van de NV FLUXYS tot goedkeuring van het indicatief vervoersprogramma, voor wat betreft haar opslagactiviteiten, voor de periode 2008-2009 (hierna : de beslissing van 13 december 2007) en of het voorstel verenigbaar is met de belangrijkste opslagvoorwaarden van de NV FLUXYS, goedgekeurd door de CREG in haar beslissing (B)041220-CDC-244/3 van 20 december 2004 over de vraag tot goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden voor opslag van de NV FLUXYS (hierna : de belangrijkste opslagvoorwaarden). Het vierde deel, tenslotte, bevat het besluit. Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 26 februari

  1. aaaa NIET-VERTROUWELIJKE VERSIE 2/12 I. WETTELIJK KADER
  2. Overeenkomstig artikel 9, §§2 en 3, van de gedragscode stelt de vervoersonderneming een indicatief opslagprogramma op voor een periode van minstens twee jaar en stuurt ze dit indicatief opslagprogramma jaarlijks bij, onder andere op basis van het door de vervoersonderneming gevoerde congestiebeleid bedoeld in artikel 45 van de gedragscode. Het indicatief opslagprogramma wordt door de vervoersonderneming ter goedkeuring overgemaakt aan de CREG.
  3. Overeenkomstig artikel 9, §1, van de gedragscode moet het indicatief opslagprogramma onder meer de volgende elementen bevatten: de aangeboden vaste, nietvaste en onderbreekbare capaciteiten, de gehanteerde capaciteitstoewijzingsregels, de vooropgestelde tolerantiewaarden, de verschillende types van opslagcontracten en de looptijden van de standaard opslagcontracten. Verder moeten zowel de looptijden van de opslagcontracten als de verdeling van de beschikbare capaciteit over vaste, niet-vaste en onderbreekbare capaciteit en de toewijzingsregels de in de markt bestaande vraag weerspiegelen. De vervoersonderneming moet hierbij rekening houden met de specifieke kenmerken van de opslagdiensten waarop het indicatief opslagprogramma betrekking heeft en met de specifieke behoeften van de categorieën gebruikers van de opslaginstallaties die volgens objectieve en pertinente criteria gedefinieerd worden
  4. Op 1 juni 2005 werd de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (hierna : de gaswet) gewijzigd door de wet tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (Belgisch Staatsblad, 14 juni 2005). Artikel 24 van deze wet vervangt artikel 15/5, §3 van de gaswet door een artikel 15/5undecies dat het wettelijk kader van de gedragscode wijzigt. Zoals vermeld in de voorbereidende werkzaamheden van deze wet1 « (werd) een aantal bepalingen (…) toegevoegd. Zo bepaalt de gedragscode ook : - de minimumvereisten met betrekking tot de juridische en operationele scheiding van vervoerfuncties en leveringsfuncties van aardgas binnen geïntegreerde beheerders van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie ; - 1 de basisbeginselen met betrekking tot de rechten en verplichtingen van, enerzijds, de Parlementaire stukken, Kamer, zitting 2004-2005, nr. 1595/001, Memorie van toelichting, p.
  5. NIET-VERTROUWELIJKE VERSIE 3/12 beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie en, anderzijds, de gebruikers van het desbetreffende aardgasvervoersnet, van de opslaginstallatie voor aardgas of van de LNG-installatie inzake het gebruik ervan en meer bepaald, inzake onderhandelingen over de toegang tot vervoer, over het congestiebeheer en over de publicatie van informatie; - maatregelen die in het verbintenissenprogramma moeten worden opgenomen om te waarborgen dat ieder discriminerend gedrag is uitgesloten en om te voorzien in een adequaat toezicht op de naleving ervan.. »
  6. Op 27 december 2006 werd voornoemd artikel 15/5undecies, §1 aangevuld door artikel 65 van de wet houdende diverse bepalingen (I) (Belgisch Staatsblad, 28 december 2006). Volgens deze nieuwe beschikking bepaalt de gedragscode bovendien : - de regels en de organisatie van de secundaire markt waarop netgebruikers onderling capaciteit en flexibiliteit verhandelen en waarop de beheerders eveneens capaciteit en flexibiliteit kunnen kopen ;
  7. de basisprincipes betreffende de organisatie van de toegang tot de hubs. Als gevolg van deze wetswijzigingen zal de gedragscode dus moeten gewijzigd worden om de inhoud ervan aan te passen aan de wetten van 1 juni 2005 en 27 december
  8. In afwachting van deze wijziging blijft het huidige reglementaire kader van toepassing. Daaruit volgt onder meer dat in de huidige beslissing de CREG nog altijd de term « vervoersonderneming » blijft gebruiken, overeenkomstig voornoemd artikel 9 van de gedragscode, hoewel de gaswet voortaan de preciezere term « beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas » gebruikt.
  9. De inhoud van het indicatief vervoersprogramma moet altijd verenigbaar zijn met de belangrijkste voorwaarden, zoals opgesteld krachtens artikel 10 van de gedragscode. De NV FLUXYS verwijst naar het indicatief opslagprogramma in onder andere artikelen 36 en 52 van de belangrijkste opslagvoorwaarden Sinds de wet van 27 december 2006 wordt het begrip « belangrijkste voorwaarden » in de gaswet omschreven als zijnde de standaardovereenkomst voor toegang tot het vervoersnet en de eraan verbonden werkingsregels. In afwachting van de goedkeuring door de CREG van met name de belangrijkste voorwaarden in de zin van artikel 1, 51° van de gaswet voor NIET-VERTROUWELIJKE VERSIE 4/12 opslag, blijven de belangrijkste toegangsvoorwaarden voor opslag , op dit ogenblik goedgekeurd krachtens artikel 10 van de gedragscode, van kracht. Een dergelijke benadering ligt overigens in de lijn van het voorstel voor een nieuwe gedragscode dat op 9 oktober 2008 werd opgesteld door de CREG (artikel 238, §1). II.
  10. ANTECEDENTEN De CREG keurde het door de NV FLUXYS ingediende indicatief opslagprogramma voor de periode 2008-2009 goed door haar beslissing van 13 december
  11. Deze goedkeuring beperkte zich echter tot het jaar
  12. In paragraaf 25 van deze beslissing verzocht de CREG de NV FLUXYS haar uiterlijk op 30 juni 2008 een voorstel van indicatief vervoer- en opslagprogramma 2009 - 2010 over te maken. Een eerste voorstel van indicatief opslagprogramma voor de opslag van Loenhout en de LNG-opslag van Dudzele voor de periode 2009 - 2010 werd op 9 juli 2008 bij de CREG ingediend per drager met ontvangstbewijs. Na overleg tussen de diensten van de CREG en de NV FLUXYS werd een aangepast voorstel van indicatief opslagprogramma voor de opslag van Loenhout en de LNG-opslag van Dudzele voor de periode 2009 - 2010 op 19 december 2008 bij de CREG ingediend per drager met ontvangstbewijs. Uiteindelijk, na briefwisseling per e-mail tussen de diensten van de CREG en de NV FLUXYS, werd een definitief voorstel van indicatief opslagprogramma voor de opslag van Loenhout en de LNG-opslag van Dudzele voor de periode 2009 - 2010 (hierna : het voorstel) op 12 februari 2009 bij de CREG ingediend per drager met ontvangstbewijs.
  13. De CREG herinnert eraan (paragraaf 8 van de beslissing van 13 december 2007) dat het indicatief opslagprogramma systematisch zal moeten gewijzigd en aangepast worden in functie van onder andere de door de vervoersonderneming aangeboden opslagdiensten. De eventuele wijzigingen en aanpassingen moeten door de CREG goedgekeurd worden. Het indicatief opslagprogramma vormt in feite een catalogus van de door de vervoersonderneming aangeboden producten en diensten. Het is dan ook volkomen logisch dat het indicatief vervoersprogramma wordt bekend gemaakt aan de opslaggebruikers, zoals bepaald in artikel 28 van de gedragscode. NIET-VERTROUWELIJKE VERSIE 5/12 ANALYSE VAN HET VOORSTEL
  14. De CREG herinnert eraan dat de opslagcapaciteit die door de vervoersonderneming ter beschikking van de opslaggebruikers wordt gesteld in de eerste plaats afhangt van de fysiek en technisch beschikbare opslagcapaciteit in de opslaginstallaties en ten tweede van de gereserveerde opslagcapaciteit om de operationele behoeften van vervoersonderneming te dekken. De CREG stelt vast dat het studieproject voor het opstellen van de berekeningsmethodologie om de operationele behoeften van de vervoersonderneming te bepalen nog altijd aan de gang is. Het bepalen van de operationele behoeften is bovendien een telkens terugkerende oefening, aangezien deze behoeften niet enkel afhangen van de fysieke installaties, maar ook van het beheer en de commerciële exploitatie van het vervoersnet, die van jaar tot jaar kunnen verschillen. Hoewel voornoemd studieproject geen verband houdt met de evaluatie van het voorstel, gelast de CREG de NV FLUXYS de inspanningen in de werkgroep verder te zetten opdat de methodologie voor het berekenen van de operationele behoeften zou kunnen afgerond worden. De CREG merkt op dat het aanvaarden van de termen van het voorstel niet vooruitloopt op de afloop van voornoemd studieproject, noch op de resultaten van de berekeningen, noch op hun gevolgen voor de toekomstige beslissingen van de CREG.
  15. De CREG wijst erop dat sinds 2007 een project voor de uitbreiding van de ondergrondse opslagcapaciteit in Loenhout aan de gang is. Reeds in 2008 konden de opslaggebruikers genieten van de eerste resultaten van dit project, die geleid hebben tot een grotere opslagcapaciteit (beschikbaar ondergronds volume om gas op te slaan). Voor 2009 is een tweede fase in het uitbreidingsproject gepland, die tot een toename van de opslagcapaciteit ten opzichte van 2008 zal leiden. Bovendien wordt een verhoging van de injectie- en emissiecapaciteit voorzien vanaf het opslagseizoen 2010 -
  16. De CREG merkt op dat het aanvaarden van de termen van het voorstel niet vooruitloopt op de afloop van het aan de gang zijnde uitbreidingsproject, noch op de gevolgen die deze activiteiten voor de toekomstige beslissingen van de CREG zullen hebben. A fortiori geldt hetzelfde voor de gevolgen van de verwachte wijzigingen aan de gedragscode.
  17. Tenzij anders vermeld, is de hiernavolgende analyse opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende hoofdstukken en titels van het nieuwe voorstel. De hierna geformuleerde opmerkingen hebben betrekking op een bepaald voorbehoud of betreffen specifieke eisen in verband met de toepassing van het indicatief vervoersprogramma 2009 - 2010 van de NV FLUXYS of van de versies ingediend voor NIET-VERTROUWELIJKE VERSIE 6/12 latere periodes. Het gebrek aan opmerkingen over een bepaald punt van het voorstel betekent dat de CREG er zich niet tegen verzet, maar houdt geenszins een voorafgaande goedkeuring van dit punt in indien het op identieke wijze wordt ingediend voor een latere periode. Hoofdstuk 1 – Definities
  18. De NV FLUXYS verwijst in het indicatief vervoersprogramma 2009 - 2010 naar de definities die vervat zijn in het op haar website gepubliceerde glossarium van definities. De CREG aanvaardt - en zij moedigt dit zelfs aan - het principe volgens hetwelke begrippen worden gedefinieerd in een document dat los staat van het indicatief opslagprogramma, op voorwaarde dat de definities van de in het indicatief opslagprogramma gebruikte termen niet gewijzigd worden zonder de uitdrukkelijke instemming van de CREG. De CREG herhaalt immers, zoals aangegeven in haar beslissing (B)061221-CDC-565/3 van 21 december 2008, dat ze van oordeel is dat het glossarium van definities, zelfs al wordt het apart van het indicatief vervoersprogramma gepubliceerd, integraal deel ervan uitmaakt, althans wat de definities van de termen in dat verband betreft. Hoofdstuk 2 – Inleiding
  19. De NV FLUXYS stipt aan dat « les dates d’introduction de nouveaux services sont indicatives et peuvent être modifiées en fonction du résultat des développements et des tests menés par Fluxys LNG ». De CREG is van oordeel dat de vervoersonderneming in staat moet zijn om de precieze datum van de invoering van nieuwe diensten aan te kondigen, althans voor het eerste jaar dat door het indicatief opslagprogramma wordt gedekt. Rekening houdend met de onzekerheden aangaande de investeringen in de uitbreiding van de ondergrondse opslaginstallatie te Loenhout, aanvaardt de CREG echter, bij wijze van uitzondering, de door de NV FLUXYS voorgestelde formulering. Ze gelast de NV FLUXYS echter om haar op de hoogte te stellen van eventuele vertragingen die bij de invoering van de beschreven diensten zouden opgelopen worden en om haar een verantwoording van deze vertragingen te geven. In haar beslissing van 13 december 2007 verzocht de CREG de NV FLUXYS aan haar voorstel een kalender toe te voegen die de voorziene data van invoering van de nieuwe diensten aanduidt, op zijn minst voor het jaar
  20. Totnogtoe heeft de CREG dergelijke informatie niet ontvangen. Ze verzoekt de NV FLUXYS haar de kalender te bezorgen met de indicatieve datums voorzien in de planning van het uitbreidingsproject van Loenhout. NIET-VERTROUWELIJKE VERSIE 7/12 Hoofdstuk IV – Dienstenaanbod Afdeling 4.1.2 - Capaciteit
  21. Zoals voorzien in het indicatief opslagprogramma 2008 - 2009 werd vanaf het opslagseizoen 2008 - 2009 de opslagcapaciteit uitgedrukt in termen van hoeveelheid energie (GWh in plaats van m³(n)) om de aangeboden diensten beter af te stemmen op de behoeften van de gebruikers. De evaluatie door Fluxys van het seizoen 2008 - 2009 laat toe te besluiten dat de nieuwe methodologie aan de marktbehoeften voldoet. Bijgevolg wordt de uitdrukking van de opslagcapaciteit in termen van hoeveelheid energie hernomen in het voorstel 2009 -
  22. De CREG stemt hiermee in en stelt voor om de evaluatie van de nieuwe methodologie in 2009 verder te zetten. De CREG doet merkt op dat voor het opslagseizoen 2009 - 2010 de nuttige vaste opslagcapaciteit 6 486,0 GWh bedraagt, vergeleken met 6 269,8 GWh voor het seizoen 2008 - 2009, terwijl de nuttige voorwaardelijke opslagcapaciteit 820,2 GWh bedraagt, vergeleken met 802,6 GWh voor het seizoen 2008 -
  23. Deze verhoging maakt deel uit van voornoemd uitbreidingsproject. De CREG verheugt zich om de toename van de opslagcapaciteit ter beschikking van de gebruikers van de opslag en zal de ontwikkeling ervan blijven volgen. Afdeling 4.1.3.4 – Dienst van « day-ahead » injectie en emissie Afdeling 4.1.4 - Werkingsregels
  24. De CREG stelt vast dat de NV FLUXYS het aanbod van injectie- en emissiediensten voor de opslaginstallatie van Loenhout heeft aangepast. Vanaf 2009 worden « day ahead » injectie- en emissiediensten aangeboden op onderbreekbare basis voor de volgende dag. Deze diensten worden berekend aan de hand van de volgende gegevens : het verschil, voor een bepaalde dag, tussen enerzijds de reële injectiecapaciteit (respectievelijk emissiecapaciteit) van de opslaginstallatie en de som van de reële injectiediensten (respectievelijk emissiediensten) van alle opslaggebruikers en anderzijds de som, voor alle opslaggebruikers in Loenhout, van de verschillen tussen de reële injectiediensten (respectievelijk emissiediensten) en de nominaties op deze diensten. Zo zal de « day ahead » dienst kunnen bijdragen tot een grotere beschikbaarheid van opslagcapaciteit aangeboden aan de markt en tot een optimalisatie van de opslaginstallatie te Loenhout in het algemeen. Tegelijkertijd heeft de NV FLUXYS als begeleidende maatregel de werkingsregels aangepast voor de berekening van de parameters die het niveau van de beschikbare reële injectie- en emissiediensten bepalen. De waarde van de beschikbare reële diensten wordt op NIET-VERTROUWELIJKE VERSIE 8/12 dagbasis meegedeeld aan de gebruikers. Overeenkomstig artikel 100 van de gedragscode moet de « day-ahead » dienst uiterlijk acht maanden na de goedkeuring van de netwerkcode aangeboden worden. De oprichting van een « day-ahead » dienst maakt deel uit van de Guidelines of Good Practice for Storage System Operators (GGPSSO) van 23 maart 2005 (afdeling 3.
  25. van de GGPSSO). In het verleden heeft de CREG de NV FLUXYS voortdurend aangespoord om het aanbod van korte termijndiensten uit te breiden met het oog op het verhogen van de flexibiliteit waarover de netgebruikers beschikken om hun nominaties te beheren. De CREG verwijst daarbij onder meer naar haar beslissing van 13 december
  26. De CREG stelt vast dat de bepalingen voorgesteld in het huidige voorstel van de NV FLUXYS ertoe bijdragen de flexibiliteit van de aan de markt aangeboden diensten te vergroten. De CREG leidt hieruit af dat de voorgestelde bepalingen een stap in de goede richting vormen. Bijgevolg stemt de CREG hiermee in, maar stelt ze voor de nieuwe diensten en de eraan verbonden werkingsregels in 2009 te evalueren bij de indiening van het nieuwe voorstel van indicatief opslagprogramma voor de gasopslag in Loenhout en voor de LNG-opslag in Dudzele voor 2010 -
  27. Afdeling 4.2.3.5 – Voorwaardelijke opslagdienst
  28. De NV FLUXYS wordt verzocht de criteria te publiceren waaraan de CBW en de expansiefactor van het opgeslagen LNG moeten voldoen om de voorwaardelijke opslagdienst ter beschikking van de gebruikers van de opslag in Dudzele te stellen. De CREG benadrukt dat deze criteria een openbaar karakter hebben en dus dezelfde moeten zijn voor alle gebruikers van de opslag in Dudzele. Bijgevolg moeten ze ter beschikking staan van alle huidige en potentiële opslaggebruikers. Afdeling 4.2.3.9 – « Day Ahead » emissiedienst Afedling 4.2.4 Werkingsregels
  29. De CREG stelt vast dat de NV FLUXYS het aanbod van injectie- en emissiediensten voor de opslaginstallatie van Dudzele heeft veranderd. Vanaf 2009 wordt een « day ahead » injectiedienst aangeboden op onderbreekbare basis voor de volgende dag. Deze dienst worden berekend aan de hand van de volgende gegevens : het verschil, voor een bepaalde dag, tussen enerzijds de reële emissiecapaciteit van de opslaginstallatie en de som van de reële emissiediensten van alle opslaggebruikers en anderzijds de som, voor alle gebruikers van de opslag in Dudzele, van de verschillen tussen de reële emissiediensten en de nominaties op deze diensten. Zo zal de « day ahead » dienst kunnen bijdragen tot een grotere beschikbaarheid van emissiecapaciteit aangeboden aan de markt en tot een optimalisatie van de opslaginstallatie te Dudzele in het algemeen. Tegelijkertijd heeft de NV NIET-VERTROUWELIJKE VERSIE 9/12 FLUXYS als begeleidende maatregel de werkingsregels aangepast voor de berekening van de parameters die het niveau van de beschikbare emissiedienst bepalen. De waarde van de beschikbare reële dienst wordt op dagbasis meegedeeld aan de opslaggebruikers. De CREG herinnert eraan dat, overeenkomstig artikel 100 van de gedragscode, de « dayahead » dienst uiterlijk acht maanden na de goedkeuring van de netwerkcode moet aangeboden worden. De CREG herinnert er tevens aan dat de oprichting van een « dayahead » dienst deel uitmaakt van de Guidelines of Good Practice for Storage System Operators (GGPSSO) van 23 maart 2005 (afdeling 3.
  30. van de GGPSSO). De CREG merkt op dat ze in het verleden de NV FLUXYS voortdurend heeft aangespoord om het aanbod van korte termijndiensten uit te breiden ten einde de flexibiliteit te verhogen waarover de netgebruikers beschikken om hun nominaties te beheren. De CREG verwijst daarbij onder meer naar haar beslissing van 13 december
  31. De CREG stelt vast dat de bepalingen voorgesteld in het huidige voorstel van de NV FLUXYS een eerste stap in de goede richting vormen. Bijgevolg stemt de CREG hiermee in, maar stelt ze voor de nieuwe diensten en de eraan verbonden werkingsregels in 2009 te evalueren bij de indiening van het nieuwe voorstel van indicatief opslagprogramma voor de gasopslag in Loenhout en voor de LNGopslag in Dudzele voor 2010 -
  32. Afdeling 4.3.2 – Diensttransfer naar secundaire markt
  33. De NV FLUXYS is wettelijk verplicht de secundaire markt te organiseren. Ze zal de aanbiedingen van de secundaire markt op haar website (www.Fluxys.com) publiceren en aan de opslaggebruikers een Bulletin Board ter beschikking stellen. De NV FLUXYS zal de overdracht van de opslagdienst voor de opslaggebruiker commercialiseren als die dat wenst : de NV FLUXYS zal de aanvragen van de kopers behandelen en de dienst tegen gereguleerde prijs aanbieden. De CREG hecht haar goedkeuring aan het ter beschikking stellen door de NV FLUXYS van een Bulletin Board waarop de capaciteitsaanbiedingen gepubliceerd worden, maar behoudt zich het recht voor om later een herziening van de organisatie van de secundaire markt te vragen naar aanleiding van de ontwikkeling van het reglementaire kader en/of van haar evaluatie van de effectieve werking van het door de NV FLUXYS ingevoerde systeem. NIET-VERTROUWELIJKE VERSIE 10/12 Hoofdstuk V – Commercialisering van de diensten Afdeling 5.1 – Types van contracten
  34. De CREG stelt vast dat de NV FLUXYS geen diensten op korte termijn aanbiedt, behalve de « Day Ahead » dienst. Zoals reeds werd aangestipt in de beslissing van 13 december 2007 zou het aanbod van diensten op korte termijn er vooral moeten toe leiden de markt een grotere algemene flexibiliteit te bieden. Dat zou moeten resulteren in een ruimer en vlotter toegankelijk aanbod van flexibiliteitsdiensten. De CREG merkt op dat ze door haar verzoek niet alleen streeft naar een ruimer aanbod aan diensten ten bate van de opslaggebruikers, maar ten bate van de vervoersnetgebruikers in het algemeen. De CREG herhaalt het verzoek dat ze in haar beslissing van 13 december 2007 formuleerde en dringt er bij de NV FLUXYS op aan dat zij haar inspanningen om het aanbod van flexibiliteitsdiensten uit te breiden zou verder zetten. Afdeling 5.2 – Regels voor de toewijzing van diensten
  35. Vanaf het opslagseizoen 2008 - 2009 gebeurde de toewijzing op basis van de gereserveerde GOS-herleveringscapaciteit per 1 januari van het betrokken jaar, met hertoewijzing van de toegewezen capaciteit in de loop van het jaar op basis van de gereserveerde GOS-herleveringscapaciteit per 1 juni. De hertoewijzing werd op 1 augustus van kracht. In haar beslissing van 13 december 2007 stemde de CREG hiermee in, maar stelde ze ook voor het aantal hertoewijzingen en de hertoewijzingsprocedure te evalueren bij de indiening van het nieuwe voorstel van indicatief opslagprogramma voor de gasopslag in Loenhout en voor de LNG-opslag in Dudzele. Op basis van de informatie ontvangen tijdens bilaterale ontmoetingen met de net- en opslaggebruikers, heeft de CREG niet kunnen vaststellen dat er bij ontevredenheid was in verband met het aantal hertoewijzingen. Tevens merkt de CREG op dat, dank zij de wijzigingen van de werkingsregels, de problematiek van de transfer van het volume gas opgeslagen in de opslaginstallaties (transfer van Gas In Storage (« GIS »)) minder acuut geworden is. De nieuwe werkingsregels zouden de opslaggebruikers moeten in staat stellen het opgeslagen volume beter te beheren, zowel tijdens het opslagseizoen (injectiedienst) als tijdens het uitzendseizoen (emissiedienst). De CREG aanvaardt de voorgestelde regels voor de toewijzing van diensten, maar stelt voor ze verder te evalueren in 2009, bij de indiening van het nieuwe voorstel van indicatief opslagprogramma voor de gasopslag in Loenhout en voor de LNG-opslag in Dudzele voor 2010 -
  36. NIET-VERTROUWELIJKE VERSIE 11/12 III. BESLUIT
  37. Met toepassing van artikel 9, §2, van de gedragscode, Gezien de voorgaande analyse, Beslist de CREG het indicatief opslagprogramma van de NV FLUXYS voor wat betreft haar opslagactiviteiten voor de periode 2009 - 2010, ingediend bij de CREG per drager met ontvangstbewijs op 12 februari 2009, goed te keuren. De goedkeuring van de CREG beperkt zich echter tot het jaar
  38. Het goedgekeurde document wordt als bijlage bij de huidige beslissing gevoegd.
  39. De CREG verzoekt de NV FLUXYS uiterlijk op 1 maart 2009 het indicatief opslagprogramma 2009 - 2010 in het Frans en het Nederlands te publiceren. De CREG stelt tevens voor het indicatief opslagprogramma in het Engels te publiceren.
  40. De CREG herhaalt haar verzoek aan de NV FLUXYS om haar een kalender te bezorgen die de voorziene data van de uitbreiding van de opslaginstallatie in Loenhout en van de invoering van nieuwe diensten om de beschikbaarheid van de opslaginstallaties te optimaliseren meldt. Bovendien vraagt de CREG de NV FLUXYS haar op de hoogte te houden van eventuele vertragingen die bij de invoering van de beschreven diensten zouden opgelopen worden en haar een ondubbelzinnige en volledige verantwoording van deze vertragingen te bezorgen.
  41. De CREG verzoekt de NV FLUXYS uiterlijk op 30 juni 2009 een voorstel van indicatief vervoersprogramma 2010 - 2011 ter goedkeuring aan de CREG voor te leggen. aaaa Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas : Dominique WOITRIN Directeur François POSSEMIERS Voorzitter van het Directiecomité NIET-VERTROUWELIJKE VERSIE 12/12

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.