← België

Beslissing over het aangepaste voorstel van standaardcontract voor de toegang van de eindafnemer tot het aardgasvervoersnet (het zgn. “standaard aansl

Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel. 02/289.76.11 Fax 02/289.76.99 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)091022-CDC-914 over „het aangepaste voorstel van standaardcontract voor de toegang van de eindafnemer tot het aardgasvervoersnet (het zgn. “standaard aansluitingscontract”)‟ genomen met toepassing van artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen 22 oktober 2009 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op basis van artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (hierna: de gaswet), het aangepaste voorstel van de N.V. FLUXYS (hierna Fluxys) van standaardcontract voor de toegang van de eindafnemer tot het aardgasvervoersnet (het standaard aansluitingscontract genoemd), ingediend bij de CREG in het Frans op 29 september 2009. Artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet bepaalt dat de CREG de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de vervoernetten goedkeurt en de toepassing ervan door de vervoerondernemingen in hun respectieve netten controleert. Sedert de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (B.S., 28 december 2006) wordt de term “belangrijkste voorwaarden” in artikel 1, 51°, van de gaswet gedefinieerd als “het standaardcontract voor de toegang tot het vervoersnet en de daarmee verbonden operationele regels”. In haar beslissing (B)080901-CDC-789 van 1 september 2008 over ‟het voorstel van standaardcontract voor de toegang van de eindafnemer tot het aardgasvervoersnet (het zgn. “standaard aansluitingscontract”)‟ (hierna: de beslissing van 1 september 2008) keurde de CREG het voorstel van standaard aansluitingscontract van Fluxys af en vroeg haar onder meer uiterlijk binnen een termijn van een maand na betekening van de beslissing een aangepast voorstel ter goedkeuring voor te leggen. Op verzoek van Fluxys werd deze deadline een aantal keer uitgesteld om nieuwe besprekingen met de CREG toe te laten. Het door Fluxys in het Frans ingediende aangepaste voorstel van standaard aansluitingscontract preciseert dat het bestaat uit de volgende documenten: het voorstel van standaard aansluitingscontract (dat bepalingen specifiek voor nieuwe aansluitingen bevat) met 10 bijlagen getiteld 1) Procédures opérationnelles (version 2.31 du 10 septembre 2008), 2) Modèle de Contrat d‟Allocation, 3) Plan d‟implantation, 4) Certificat de conformité, 5) Rapport de mise en service, 6) Coordonnées, 7) Spécifications, 8) Garantie bancaire (pour de nouveaux raccordements), 9) Installations du Gestionnaire en 10) Station de Réception de Gaz Naturel. Samen met het aangepaste voorstel van standaard aansluitingscontract maakte Fluxys ook een motivatienota over. 2/85 Deze beslissing is opgesplitst in vijf delen. Het eerste deel is gewijd aan het wettelijke kader en de bevoegdheid van de CREG. In het tweede deel worden de antecedenten van de beslissing samengevat. Het derde deel bevat een aantal voorafgaande opmerkingen. Het vierde deel bevat het artikelsgewijze commentaar van de CREG bij het aangepaste voorstel van standaard aansluitingscontract. Het vijfde deel bevat de eigenlijke beslissing. Een kopie van het aangepaste voorstel van standaard aansluitingscontract (de Franse versie waarop deze beslissing betrekking heeft) wordt als bijlage aan deze beslissing toegevoegd. Onderhavige beslissing werd door het directiecomité goedgekeurd op 22 oktober 2009.  3/85 INHOUDSOPGAVE INLEIDING ............................................................................................................................ 2 INHOUDSOPGAVE .............................................................................................................. 4 WETTELIJK KADER & BEVOEGDHEID CREG................................................................... 5 ANTECEDENTEN ............................................................................................................... 13 VOORAFGAANDE OPMERKINGEN .................................................................................. 17 AANGEPAST VOORSTEL VAN STANDAARD AANSLUITINGSCONTRACT .................. 36 I. HET EIGENLIJKE CONTRACT ..............................................................................36 II. DE BIJLAGEN ........................................................................................................72 BESLUIT ............................................................................................................................. 83 4/85 WETTELIJK KADER & BEVOEGDHEID CREG 1. Op basis van artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet, is de CREG bevoegd om o.m. het aansluitingscontract van Fluxys goed te keuren. Deze bevoegdheid bestaat ten andere eveneens op grond van onder meer de artikelen 1, 4 en 9 van Verordening (EG) nr. 1775/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en zijn bijlage (hierna “de gasverordening”)1. Artikel 1 van de gasverordening: het voorwerp (en doel) – De gasverordening heeft als doel « niet-discriminerende regels vast te stellen betreffende de toegangsvoorwaarden voor aardgastransmissiesystemen. Dit doel omvat onder meer de vaststelling van geharmoniseerde principes betreffende (…), de instelling van derdentoegangsdiensten, (…) » (art. 1, 1) (eigen onderlijning). Artikel 4 van de gasverordening: de « derdentoegangsdiensten », artikel 4 van de gasverordening stelt dat: « 1. Transmissiesysteembeheerders waarborgen:

  1. a)dat ze op niet-discriminerende basis diensten aan alle netgebruikers aanbieden. transmissiesysteembeheerder Met name dezelfde dienst wanneer aan een meerdere afnemers aanbiedt, geschiedt dit onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden, met gebruikmaking van geharmoniseerde transportcontracten of een door de bevoegde instantie volgens de procedure van artikel 25 van Richtlijn 2003/55/EG goedgekeurde gemeenschappelijke netcode;
  2. b)dat zij zowel vaste als afschakelbare derdentoegangsdiensten aanbieden. De prijs van afschakelbare capaciteit is een afspiegeling van de waarschijnlijkheid van afschakeling; 1 Er weze opgemerkt dat deze bevoegdheid in de toekomst zal voortvloeien uit de artikelen 1, 14 en 23 van Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van ste Verordening (EG) nr. 1775/2005 en zijn bijlage, dewelke in werking trad de 20 dag volgend op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie doch slechts van toepassing is in elke lidstaat vanaf 3 maart 2011. 5/85
  3. c)dat zij de netgebruikers zowel lange- als kortetermijndiensten aanbieden. 2. Transportcontracten met niet-standaardaanvangsdata of van een kortere duur dan een standaard transportcontract van een jaar, resulteren niet in willekeurig hogere of lagere tarieven die niet de marktwaarde van de dienst weerspiegelen overeenkomstig de in artikel 3, lid 1, vermelde principes. 3. Zo nodig kunnen derdentoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van netgebruikers voor wat betreft de kredietwaardigheid van deze gebruikers. Zulke garanties mogen geen oneerlijke marktbelemmering vormen en moeten niet-discriminerend, transparant en proportioneel zijn. » (eigen onderlijning) Artikel 9 van de gasverordening: de « richtsnoeren » - Onder de titel « Richtsnoeren » stelt artikel 9 van de gasverordening bovendien het volgende: « 1. In voorkomend geval worden in de richtsnoeren inzake de minimaal vereiste harmonisatie voor het bereiken van het doel van deze verordening, de volgende punten gespecificeerd:
  4. a)de nadere bijzonderheden van de derdentoegangsdiensten, inclusief de aard, duur en andere eisen betreffende deze diensten, in overeenstemming met artikel 4;
  5. b)(…);
  6. c)de nadere gegevens betreffende de definitie van de technische informatie die nodig is opdat de netgebruikers effectieve toegang kunnen verkrijgen tot het systeem en de definitie van alle voor de transparantie-eisen relevante punten, inclusief de op alle relevante punten te publiceren informatie en het tijdschema voor de publicatie van deze informatie, in overeenstemming met artikel 6. 2. De richtsnoeren betreffende de in lid 1 genoemde kwesties zijn opgenomen in de bijlage. Zij kunnen door de Commissie worden gewijzigd; dit gebeurt volgens de procedure (…). 3. Bij de toepassing en de wijziging van de krachtens deze verordening aangenomen richtsnoeren wordt rekening gehouden met de verschillen tussen de nationale gassystemen. Derhalve zullen geen uniforme voorwaarden voor de toegang van derden op communautair niveau vereist zijn. Er kunnen 6/85 evenwel minimumeisen worden gesteld waaraan moet worden voldaan om de voor een interne gasmarkt noodzakelijke niet-discriminerende en transparante voorwaarden voor nettoegang te verwezenlijken; deze minimumeisen kunnen vervolgens worden toegepast in het licht van de verschillen tussen de nationale gassystemen. » (eigen onderlijning) Artikel 12 van de gasverordening stelt het volgende: « Deze verordening laat de rechten van de lidstaten onverlet om maatregelen te handhaven of in te voeren die meer gedetailleerde voorschriften bevatten dan in deze verordening en de in artikel 9 bedoelde richtsnoeren » (eigen onderlijning) 2. De bijlage bij de gasverordening is opgesplitst in 3 titels, waarbij titel 3 luidt « Definitie van de technische informatie die netgebruikers nodig hebben om effectieve toegang te kunnen verkrijgen (…) ». Onder deze titel valt deel 3.1 getiteld « Definitie van de technische informatie die netgebruikers nodig hebben om effectieve toegang tot het systeem te kunnen verkrijgen », waarin het volgende wordt gesteld: « De transmissiesysteembeheerders publiceren ten minste de volgende informatie over hun systemen en diensten:
  7. a)een gedetailleerde en uitvoerige beschrijving van de verschillende aangeboden diensten en de bijbehorende tarieven;
  8. b)de verschillende typen transportcontracten die voor deze diensten beschikbaar zijn en, in voorkomend geval, de netcode en/of de standaardvoorwaarden waarin de rechten en verantwoordelijkheden van alle netgebruikers geharmoniseerde worden beschreven, transportcontracten en inclusief andere de relevante documenten;
  9. c)de geharmoniseerde procedures die worden toegepast wanneer gebruik wordt gemaakt van het transmissiesysteem, inclusief de definitie van kernbegrippen; (…);
  10. i)de regels voor verbinding met het door de transmissiesysteembeheerder geëxploiteerde systeem; (…); » (eigen onderlijning). 7/85 3. De gasverordening verwijst uitdrukkelijk naar Richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende intrekking van Richtlijn 98/30/EG (hierna « de tweede gasrichtlijn ») waarvan zij de logica overneemt en waarvan de huidige gaswet de omzetting op nationaal niveau vormt. In het kader van onderhavige beslissing moet worden gewezen op de artikelen 8 en 25, §2. Er weze opgemerkt dat de artikelen 13.3 en 41.6,
  11. a)van Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG (hierna: de derde gasrichtlijn) de bepalingen van de artikelen 8.2 en 25, §2, 2, van de tweede gasrichtlijn inhoudelijk hernemen. De derde gasrichtlijn trad reeds in werking; de lidstaten hebben evenwel tot 3 maart 2011 om deze naar nationaal recht om te zetten. Artikel 8.2 van de tweede gasrichtlijn2, artikel 8 met als titel « Taken van systeembeheerders », luidt als volgt: « De door transmissiesysteembeheerders vastgestelde regels voor het in evenwicht houden van het gastransmissiesysteem, waaronder de regels voor de tarieven die zij hun systeemgebruikers in rekening brengen voor energieonbalans, zijn objectief, transparant en niet-discriminerend. De voorwaarden, met inbegrip van de regels en tarieven, voor het verlenen van dergelijke diensten door transmissiesysteembeheerders worden volgens een methode die in overeenstemming is met artikel 25, lid 2, vastgesteld op een niet-discriminerende wijze die de kostprijs weerspiegelt. De voorwaarden worden gepubliceerd » (eigen onderlijning). Artikel 25, §2, van de tweede gasrichtlijn3 stelt de minimale bevoegdheden vast die door de Lidstaten moeten worden toegewezen aan de regelgevende instanties. 2 In dezelfde zin: artikel 13.3 van de derde gasrichtlijn: “De door transmissiesysteembeheerders vastgestelde regels voor het in evenwicht houden van het gastransmissiesysteem, waaronder de regels voor de tarieven die zij hun systeemgebruikers aanrekenen voor verstoring van de energiebalans, zijn objectief, transparant en niet-discriminerend. De voorwaarden, met inbegrip van de regels en tarieven, voor het verlenen van dergelijke diensten door transmissiesysteembeheerders worden volgens een methode die in overeenstemming is met artikel 41, lid 6. vastgesteld op een nietdiscriminerende wijze die de kostprijs weerspiegelt. De voorwaarden worden gepubliceerd.” 3 In dezelfde zin: artikel 41.6.
  12. a)van de derde gasrichtlijn: “De regulerende instanties zijn bevoegd om ten minste de methodes voor het berekenen of tot stand komen van de volgende voorwaarden vast te stellen of voldoende ruim vóór hun inwerkingtreding goed te keuren:
  13. a)de aansluiting op en toegang 8/85 Overeenkomstig deze paragraaf : « 2. De regelgevende instanties zijn verantwoordelijk voor de vaststelling of de aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake:
  14. a)aansluiting op en toegang tot nationale netwerken, inclusief de tarieven inzake transmissie en distributie. Deze tarieven of methoden maken het mogelijk dat de noodzakelijke investeringen in de netwerken zodanig worden uitgevoerd dat zij de rentabiliteit van de netwerken waarborgen; (…)»(eigen onderlijning). De derde gasrichtlijn voorziet bovendien, in tegenstelling tot de tweede gasrichtlijn, de verplichting voor de lidstaten om ervoor te zorgen dat de regulerende instantie de bevoegdheden krijgt die haar in staat stelt de haar overeenkomstig de leden 1, 3 en 6 toevertrouwde taken op een efficiënte en snelle wijze uit te voeren, waarbij de regulerende instantie ten minste beschikt over een aantal bevoegdheden, waaronder het vaststellen van bindende besluiten voor aardgasbedrijven (artikel 41.4,a). Uit de gezamenlijke lezing van de artikelen 1, 4 en 9 van de gasverordening, en artikel 3.1,
  15. b)van de bijlage van de gasverordening die rechtstreeks van toepassing zijn in het Belgische recht, met de artikelen 8 en 25, §2, van de tweede gasrichtlijn en voor zoveel als nodig met de artikelen 13.3 en 41.6.
  16. a)van de derde gasrichtlijn (principe van de eensluidende interpretatie) blijkt dat de CREG bevoegd is en moet zijn om de aansluitingsvoorwaarden goed te keuren; deze aansluitingsvoorwaarden moeten bovendien op niet-discriminerende wijze worden vastgesteld en worden gepubliceerd. 4. De term « transportcontract » wordt in artikel 2, 1.2 van de gasverordening gedefinieerd als « een contract tussen een transmissiesysteembeheerder en een netgebruiker voor de uitvoering van de transmissie ». Transmissie heeft in de gasverordening een eigen definitie, i.e. « het transport van aardgas door een net dat vooral bestaat uit hogedrukpijpleidingen, met uitzondering van een upstreampijpleidingnet en van het gedeelte van hogedrukpijpleidingen dat in de eerste plaats voor lokale aardgasdistributie tot nationale netten, inclusief de transmissie- en distributietarieven en voorwaarden en tarieven voor toegang tot LNG-installaties. Deze tarieven of methoden maken het mogelijk dat de noodzakelijke investeringen in de netten en LNG-installaties op een zodanige wijze worden uitgevoerd dat deze investeringen de levensvatbaarheid van de netten en de LNG-installaties kunnen waarborgen;” 9/85 wordt gebruikt, met het oog op de belevering van afnemers, de levering zelf niet inbegrepen » (art. 2, 1.1 van de gasverordening). De gasverordening stelt verder wat dient te worden verstaan onder netgebruiker: « een afnemer of mogelijke afnemer van een transmissiesysteembeheerder, (…) » (art. 2, 1.11 van de gasverordening), waarbij het om afnemers gaat, in de zin van de tweede gasrichtlijn, « grootafnemers of eindafnemers van aardgas en aardgasbedrijven die aardgas kopen» (art. 2, 24, van de tweede gasrichtlijn) (eigen onderlijning). Hieruit volgt dat het vervoerscontract, uit hoofde van de gasverordening, het contract is dat door de transmissiesysteembeheerder met het oog op het uitvoeren van het transport wordt afgesloten met hetzij een grootafnemer, hetzij een eindafnemer van aardgas. 5. Op nationaal vlak, en meer bepaald in de gedragscode, wordt een onderscheid gemaakt tussen het vervoerscontract en het aansluitingscontract, waarbij dit laatste slaat op klanten die aardgas afnemen. Met toepassing van artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet moet de CREG de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot het vervoersnet goedkeuren, zijnde “het standaardcontract voor de toegang tot het vervoersnet en de daarmee verbonden operationele regels” (artikel 1, 51°, van de gaswet). Om de terminologie die in het nationaal recht wordt gebruikt af te stemmen op de bedoelingen van de Europese wetgever dient er te worden van uitgegaan dat het « standaard contract voor toegang tot het vervoersnet » slaat op het « transportcontract » zoals bedoeld in het Europees recht, namelijk een contract afgesloten door de transmissienetbeheerder met een netgebruiker – en dit zowel « stroomopwaarts» (« shipper ») als « stroomafwaarts » (« consument ») met het oog op het transport. In de praktijk is het zo dat Fluxys een afzonderlijk contract aanbiedt voor de toegang tot respectievelijk de opslaginstallatie, de LNG-installatie en het aardgasvervoersnet, en nogmaals afzonderlijk naargelang het de toegang tot het aardgasvervoersnet in hoofde van de bevrachter (reservering van vervoerscapaciteit en flexibiliteit), dan wel in hoofde van de eindafnemer (aansluiting) betreft. 10/85 Hieruit volgt dat de CREG bevoegd is voor het evalueren van de voorwaarden vastgelegd in het zogenaamde « aansluitingscontract » aangezien dit laatste deel uitmaakt van en een « toepassing » is van het « transportcontract » in de betekenis van de gasverordening. Het voorstel (C)090716-CDC-882 van 16 juli 2009 van koninklijk besluit betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas maakt ten andere op expliciete wijze een onderscheid tussen het aansluitingscontract, het aardgasvervoerscontract, het opslagcontract en het LNG-contract. Dit voorstel werd bekend gemaakt op de website van de CREG. Verder in deze beslissing wordt hiernaar verwezen als “het voorstel van nieuwe gedragscode”. 6. Het recht op toegang van eindafnemers aangesloten op het aardgasvervoersnet is verder expliciet opgenomen in artikel 15/6 van de gaswet. In artikel 15/6 van de gaswet wordt bepaald dat de eindafnemers aangesloten op het aardgasvervoersnet en de leveranciers die hun klanten bevoorraden via een aardgasdistributienet evenals de distributieondernemingen vanaf 1 juli 2004 recht hebben op toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG installatie. Met toepassing van artikel 15/7, §1, van de gaswet kunnen de vervoerondernemingen de toegang tot het vervoernet enkel geldig weigeren in de mate dat : 1° het net niet over de nodige capaciteit beschikt om het vervoer te verzekeren; 2° de toegang tot het net de goede uitvoering van een openbare dienstverplichting door de betrokken vervoeronderneming zou verhinderen; 3° de toegang tot het net voor de betrokken vervoeronderneming economische en financiële moeilijkheden zou meebrengen ingevolge « take-or-pay » contracten gesloten voor 1 januari 19984. Elke weigering van toegang tot het vervoernet in uitvoering van §1 moet met toepassing van artikel 15/7, §2, van de gaswet met redenen worden omkleed. 4 §1, 3°, en elke ontheffing die wordt verleend in uitvoering van deze bepaling houden op uitwerking te hebben op 1 oktober 2006 (artikel 15/7, §2, tweede lid, van de gaswet) 11/85 7. Het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas (hierna “de gedragscode”) bevat slechts enkele bepalingen specifiek met betrekking tot de aansluiting, te weten in de artikelen 84 tot en met 86. Deze artikelen worden hierna weergegeven. Artikel 84 §1. De aansluitingsovereenkomst afgesloten tussen de vervoersonderneming en de betrokken netgebruiker of netgebruikers bevat de voorschriften inzake de aansluiting van de betrokken afnemer of afnemers op het vervoersnet. §2. Deze voorschriften betreffen: 1° het ontwerp van het gasontvangststation; 2° de inplanting en de constructie van de vervoersinstallatie; 3° de aansluitingsprocedure; 4° de indienstname van de vervoersinstallatie; 5° de ijking en de herijking van de meetapparatuur; 6° de registratie van de meetresultaten; 7° het onderhoud en de controle van de vervoersinstallatie; 8° de door de beheerder van de vervoersinstallatie na te leven veiligheidsvoorschriften; 9° de voorwaarden inzake leveringsdruk en gaskwaliteit. Artikel 85 De voorschriften vastgelegd in uitvoering van artikel 84 blijven onverminderd van toepassing zolang de vervoersinstallatie fysisch is verbonden met het vervoersnet onafgezien van het feit of er al dan niet aardgas door de afnemer wordt afgenomen, Artikel 86 De beheerder van het gasontvangststation geeft de vervoersonderneming vrije toegang tot het gasontvangststation. De vervoersonderneming heeft het recht om de meettoestellen en de afsluiters van het gasontvangststation te verzegelen. De beheerder van het gasontvangststation verwittigt onmiddellijk de vervoersonderneming telkens deze zegels worden verbroken. Vermeldenswaard is nog artikel 5 van de gedragscode volgens hetwelk de vervoersonderneming voldoet aan de eisen van transparantie, objectiviteit en redelijkheid en zich onthoudt van elke discriminatie tussen netgebruikers of categorieën van netgebruikers. 12/85 8. De CREG heeft in het voorstel van nieuwe gedragscode een ruimer aantal artikelen aan het aansluitingscontract gewijd. ANTECEDENTEN 9. Fluxys maakte de CREG begin 2006 twee ontwerpen van aansluitingsovereenkomst over in het Engels, één m.b.t. de bestaande aansluitingen, één m.b.t. de nieuwe aansluitingen. Op basis van de opmerkingen van een aantal industriële eindafnemers en een eerste analyse van het ontwerp van aansluitingsovereenkomst van maart 2006 vonden een paar informele overlegvergaderingen plaats tussen de CREG en Fluxys, waarna de CREG Fluxys verzocht de aansluitingsovereenkomst aan te passen en haar een gewijzigde versie voor publieke raadpleging over te maken. 10. Eind juni 2006 ontving de CREG een tweede versie van de aansluitingsovereenkomst, waarin de bepalingen voor bestaande en nieuwe aansluitingen werden samengebracht en waarin een aantal aanpassingen werden doorgevoerd, al dan niet om tegemoet te komen aan vragen/suggesties van de CREG. 11. de Op basis van deze versie van de aansluitingsovereenkomst alsook een vragenlijst die CREG opstelde ten aanzien van de eindafnemers aangesloten op het aardgasvervoersnet, waarin hen werd gewezen op een aantal genomen opties in het ontwerp, organiseerde de CREG op 5 september 2006 een consultatiedag. Ter gelegenheid van deze consultatiedag kwamen zowel de technische als de juridische aspecten van de aansluitingsovereenkomst aan bod. 12. Na verloop van de consultatiedag ontving de CREG de schriftelijke opmerkingen van negen eindafnemers en van de Federatie van de Industriële Grootverbruikers van Energie in België (Febeliec). De raadpleging werd afgesloten op 29 september 2006. Op basis van de resultaten van de raadpleging heeft de CREG haar gesprekken met Fluxys verder gezet in een poging om te komen tot een voor de verschillende partijen aanvaardbare overeenkomst. 13/85 13. Door middel van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (B.S., 28 december 2006) werd de definitie van het begrip “belangrijkste voorwaarden” gewijzigd, door de invoeging van een definitie van dit begrip in de gaswet, waardoor de CREG een goedkeuringsbevoegdheid wordt toegekend met betrekking tot de standaardcontracten voor de toegang tot het vervoersnet. Immers, door artikel 63 van voornoemde wet van 27 december 2006 wordt de term “belangrijkste voorwaarden” in artikel 1, 51°, van de gaswet gedefinieerd als “het standaardcontract voor de toegang tot het vervoersnet en de daarmee verbonden operationele regels”. 14. Per brief van 22 maart 2007 verzocht de CREG Fluxys onder meer om haar het standaardcontract voor de toegang van de eindafnemer op het vervoersnet (het aansluitingscontract) ter goedkeuring over te maken tegen 4 mei 2007. Na veelvuldige briefwisseling tussen de CREG en Fluxys en herhaald aandringen vanwege de CREG maakte Fluxys uiteindelijk per schrijven van 17 september 2007, ontvangen op 18 september 2007, een nieuwe versie van de aansluitingsovereenkomst in het Frans over. De aangekondigde Nederlandse vertaling ervan alsook de bijlagen 2-8 (gedeeltelijk in het Engels) werden per e-mail van 3 oktober 2007 aan de CREG bezorgd. Ook een Franstalige versie werd opnieuw meegestuurd met als datum 3 oktober 2007. Het bleek niet om een Nederlandse vertaling te gaan, doch om een nieuwe versie, waarvan ook de Franstalige versie werd bezorgd. 15. Niettegenstaande de transmissiesysteembeheerders met toepassing van bijlage 1.

(3)bij de gasverordening geharmoniseerde contracten ontwikkelen inzake derdentoegangsdiensten nadat zij naar behoren overleg hebben gepleegd met de netgebruikers, achtte de CREG het nuttig deze nieuwe versie van het voorstel van aansluitingsovereenkomst, ontvangen op 3 oktober 2007, (nogmaals) op eigen initiatief ter consultatie voor te leggen aan de eindafnemers. Via een persbericht van 4 oktober 2007 werd het voorstel van aansluitingsovereenkomst op de website van de CREG gepubliceerd. De CREG kondigde daarin reeds aan dat zij, op basis van haar analyse, de ontvangen reacties en de informatie verstrekt tijdens de overlegvergaderingen een beslissing tot goedkeuring of aanpassing van het nieuwe ontwerp van aansluitingsovereenkomst van Fluxys zou nemen en op haar website zou publiceren. De netgebruikers werden uitgenodigd om binnen een termijn van dertig kalenderdagen hun eventuele opmerkingen aan de CREG 14/85 over te maken. De CREG mocht talrijke opmerkingen van meerdere eindafnemers en van Febeliec ontvangen. Per schrijven van 11 januari 2008, ontvangen op 14 januari 2008, werden de versies van het aansluitingscontract van 3 oktober 2007 nogmaals aan de CREG meegedeeld. Niettegenstaande de contracten zelf dezelfde datum dragen als diegene die ter raadpleging werden bekendgemaakt, draagt althans één van de bijlagen 11 januari 2008 als datum, zodat ervan kon worden uitgegaan dat deze versie opnieuw een nieuwe versie uitmaakte. Amper twee weken na indiening van het voorstel van standaard aansluitingscontract op 14 januari 2008 werd de CREG benaderd om (andermaal) een nieuw voorstel in te dienen om rekening te houden met de opmerkingen van de eindafnemers. Nochtans werden de fundamentele opmerkingen van de eindafnemers reeds herhaaldelijk in 2007 door medewerkers van de CREG aan Fluxys meegedeeld. Fluxys had klaarblijkelijk in 2007 ook rechtstreekse contacten en overlegvergaderingen met eindafnemers om hun mening aangaande het contract te kennen.
  1. Per brief van 18 februari 2008, ontvangen daags nadien, liet Fluxys onder meer weten dat zij, na ontvangst van de resultaten van de consultatie deze resultaten grondig zou analyseren en, in samenspraak met de diensten van de CREG, zou proberen om een aanvaardbare oplossing te vinden voor alle partijen binnen een redelijke termijn.
  2. Per brief van 3 maart 2008, ontvangen op 4 maart 2008, liet Fluxys weten het consultatieverslag van de raadpleging van de CREG bijzonder grondig te hebben nagekeken en diende zij een nieuw voorstel van standaard aansluitingscontract (gedateerd op 29 februari 2008) ter goedkeuring in het Frans in.
  3. De CREG heeft een derde openbare raadpleging georganiseerd die van start ging op 17 maart 2008 op basis van deze aangepaste versie van het standaard aansluitingscontract dd. 29 februari
  4. Een aantal trilaterale vergaderingen tussen de CREG, Fluxys en een aantal eindafnemers en vertegenwoordigers van Febeliec vonden plaats en gaven aanleiding tot opmerkingen en een aantal aanpassingen, voornamelijk met betrekking tot de operationele procedures, waarin Fluxys zich kon vinden.
  5. Per beslissing van 1 september 2008 heeft de CREG de goedkeuring van het voorstel van standaard aansluitingscontract ontvangen op 4 maart 2008 geweigerd. 15/85 Nadien hebben meerdere besprekingen op verzoek van Fluxys plaatsgevonden ter voorbereiding van het aangepaste voorstel van standaard aansluitingscontract. Nadat meerdere versies door de CREG werden becommentarieerd, diende Fluxys uiteindelijk officieel een aangepast voorstel van standaard aansluitingscontract bij de CREG in op 29 september
  6. De CREG behandelt het aangepast voorstel van standaard aansluitingscontract ontvangen op 29 september 2009 hierna artikelsgewijs. Zij geeft achtereenvolgens het ontworpen artikel waarbij ze opmerkingen heeft weer en haar beoordeling, daarbij rekening houdend met de toelichtingen vervat in de motivatienota van Fluxys die samen met het aangepast voorstel van standaard aansluitingscontract aan de CREG werd overgemaakt en deze bekomen vanwege Fluxys tijdens de diverse werkvergaderingen. 16/85 VOORAFGAANDE OPMERKINGEN A. Fluxys als voorlopig beheerder
  7. Indien Fluxys hierna als „beheerder‟ wordt aangeduid, gaat het vanzelfsprekend om Fluxys fungerend als van rechtswege (voorlopig) beheerder op grond van artikel 8/1 van de gaswet. De procedure voor de aanduiding van beheerders bedoeld in artikel 8 van de gaswet, opnieuw opgestart met een tweede oproep tot kandidatuurstelling bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 juli 2009, heeft nog niet geresulteerd in de benoeming van beheerders. B. Bestaande aansluitingen
  8. Het voorstel van standaard aansluitingscontract is bedoeld zowel voor bestaande als voor nieuwe aansluitingen. Fluxys legt terecht ook voor de bestaande aansluitingen een standaardcontract ter goedkeuring voor. Lang niet alle eindafnemers die over een bestaande aansluiting beschikken, blijken immers een aansluitingscontract met Fluxys te hebben afgesloten. Daarenboven zijn er een aantal eindafnemers die met het oude Distrigas een leveringscontract afsloten, dat in de niet-geliberaliseerde context, tevens een luik “aansluiting” zou hebben bevat. In elk geval is geen enkele eindafnemer bereid gevonden dit “contract”, waarvan de CREG betwijfelt of dit nog bestaat, laat staan afdwingbaar is ten aanzien van Fluxys in het bijzonder gelet op de sterk gewijzigde geliberaliseerde context, aan de CREG voor te leggen. De CREG stelt vast dat het ten andere vooral die categorie eindafnemers is geweest, die het nuttig vond gedurende het consultatieproces met betrekking tot het aansluitingscontract, inhoudelijke opmerkingen te maken bij het aansluitingscontract dat Fluxys voorstelt. De CREG gaat ervan uit dat deze eindafnemers dit doen vanuit de wetenschap dat er geen aansluitingscontract bestaat, dan wel dat een eventueel aansluitingscontract, indien dit nog zou bestaan en afdwingbaar zou zijn, onaangepast is aan de huidige marktomstandigheden. 17/85
  9. Hoewel Fluxys de eindafnemer die over een bestaande aansluiting én een geldige aansluitingsovereenkomst beschikt niet kan verplichten het door de CREG goedgekeurde aansluitingscontract te ondertekenen (het goedgekeurde standaard aansluitingscontract heeft immers geen reglementair karakter. Fluxys moet de instemming van zijn medecontractant bekomen om dit op lopende contracten te kunnen toepassen wanneer er geen uitdrukkelijke contractuele clausule in die zin is opgenomen), lijkt het de CREG ten zeerste in het belang van de eindafnemer om een aansluitingscontract conform het door de CREG goedgekeurde standaard aansluitingscontract af te sluiten. De CREG is ervan overtuigd dat het door haar goedgekeurde aansluitingscontract gunstiger zal zijn dan de bestaande aansluitingscontracten. De CREG heeft gedurende de besprekingen van de afgelopen jaren diverse versies van het aansluitingscontract bestudeerd en heeft onder meer vastgesteld dat deze een onevenwichtige verdeling van rechten en plichten inhouden en talrijke onduidelijkheden bevatten wat betreft de precieze draagwijdte van de erin vervatte rechten en verplichtingen. Doorheen de afgelopen jaren heeft het aansluitingscontract reeds in belangrijke mate gewonnen aan duidelijkheid. De CREG is ervan overtuigd dat het uiteindelijk door haar goedgekeurde aansluitingscontract meer evenwicht in de rechten en verplichtingen van partijen zal brengen en meer waarborgen zal bieden voor een correcte verdeling van aansprakelijkheid. Bovendien zullen eindafnemers met een bestaand aansluitingscontract over een contract beschikken dat vermoedelijk -de CREG stelt de nieuwe gedragscode voor; zij stelt ze niet vast- niet aangepast zal zijn aan de nieuwe gedragscode. In het voorstel van nieuwe gedragscode dat de CREG aan de minister heeft gericht, heeft zij ten opzichte van de bestaande gedragscode immers meer artikelen gewijd aan het aansluitingscontract en heeft zij nieuwe verantwoordelijkheden voorzien zowel aan de zijde van Fluxys als van de eindafnemer. Aangezien de gedragscode de openbare orde raakt, zullen de relevante bepalingen ipso facto op de bestaande aansluitingscontracten van toepassing zijn en desgevallend voorrang hebben op de daarmee strijdige bepalingen in het contract. Het spreekt evenwel voor zich dat in dat geval het bestaande aansluitingscontract niet langer representatief riskeert te zijn/zal zijn voor de rechten en verplichtingen van partijen. Niemand zal ontkennen dat zulks tot onduidelijkheden en betwistingen kan/zal aanleiding geven en dat beide partijen er belang bij hebben over een contract te beschikken dat de gewijzigde wettelijke context reflecteert, te meer daar het aansluitingscontract van onbepaalde duur is. 18/85 De CREG is er bijgevolg voorstander van dat partijen de bestaande aansluitingscontracten aanpassen om deze in overeenstemming te brengen met het door de CREG goedgekeurde aansluitingscontract en beveelt dit sterk aan.
  10. Aangezien Fluxys gehouden is tot een niet-discriminatieverplichting in het bijzonder op grond van de gaswet en de gedragscode, dient zij alle eindafnemers in elk geval de mogelijkheid te bieden om toegang tot het net te bekomen tegen de voorwaarden vervat in het door de CREG goedgekeurde standaard aansluitingscontract. Het spreekt voor zich dat zij die geen aansluitingscontract met Fluxys hebben, verplicht zijn om er één af te sluiten overeenkomstig de wetgeving. C. Recht van toegang tot de vervoersnetten
  11. De CREG is de mening toegedaan dat het recht van toegang tot de vervoersnetten, bedoeld in de artikelen 15/5, 15/6 en 15/7 van de gaswet van openbare orde is. Het recht van toegang tot de vervoersnetten is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de aardgasmarkt
  12. Opdat er concurrentie op de aardgasmarkt zou komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van aardgas kunnen kiezen, is het essentieel dat de eindafnemers en hun leveranciers gegarandeerd toegang tot de vervoersnetten hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een niet-discriminatoire wijze. Het is immers via de vervoersnetten dat nagenoeg elke ingevoerde en verbruikte of opnieuw uitgevoerde aardgasmolecule passeert. Een leverancier kan maar het door hem verkochte aardgas effectief aan zijn klant leveren indien hij en zijn klant elk toegang hebben tot de vervoersnetten. Hierbij komt dat, enkele zeer lokale uitzonderingen daargelaten, de vervoersnetten een natuurlijk monopolie zijn, gelet op het feit dat de investeringen erin hoge sunk costs zijn: de investeringen vertegenwoordigen hoge bedragen en zijn moeilijk aanwendbaar voor een ander gebruik dan het vervoer van aardgas. Daarbij komt dat de bouw van vervoersinfrastructuur op groot verzet van de bevolking stuit waardoor het de facto uitgesloten is om de nodige bouw- en andere vergunningen te verkrijgen voor de aanleg van 5 Zie ook considerans 7 van de tweede gasricthlijn waarin ook uitdrukkelijk gesteld wordt dat het voor een goed werkende concurrentie is vereist dat de toegang tot het netwerk niet-discriminerend en transparant is en tegen redelijke prijzen kan geschieden en considerans 4 van de derde gasrichtlijn waarin gesteld wordt dat er nog steeds geen sprake is van een niet-discriminerende nettoegang. 19/85 concurrerende vervoersnetten naast de bestaande. Het is dan ook niet realistisch te veronderstellen dat naast de bestaande vervoersnetten één of zelfs meerdere nieuwe vervoersnetten zullen worden gebouwd. Dit verklaart dan ook waarom het beheer van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie sedert de wet van 1 juni 2005 tot wijziging van de gaswet (B.S., 14 juni 2005) wordt verzekerd respectievelijk en alleen door de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie, dewelke elk de functie van gecombineerd netbeheerder kunnen vervullen.
  13. Dat het recht van toegang tot de vervoersnetten een noodzakelijke basispijler van de liberalisering van de aardgasmarkt is, blijkt ook uit de analyse van de juridische situatie vóór de inwerkingtreding van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten (B.S., 11 mei 1999). Op het vlak van het vervoer van aardgas bestond er immers geen wetgeving die enig monopolie toekende aan de historische vervoersonderneming die ook actief was in de markt voor de levering van aardgas. Nochtans had alleen deze onderneming de facto als enige leverancier toegang tot de vervoersnetten. Dat derden geen toegang tot de vervoersnetten hadden, volgde gewoon uit het feit dat deze vervoersonderneming de eigenaar was van nagenoeg alle vervoersinfrastructuur van aardgas in België. Het was precies omwille van dit eigendomsrecht van deze vervoersonderneming dat derden, met uitzondering van de eindafnemers die bevoorraad werden door deze vervoersonderneming, geen toegang tot de vervoersnetten hadden. Om de concurrentie in de gasmarkt te introduceren, heeft de gaswet ervoor geopteerd om elke in aanmerking komende afnemer alsook de leveranciers van aardgas, voor zover deze laatste leveren aan in aanmerking komende afnemers, een recht van toegang te verlenen tot de vervoersnetten. Het is dan ook duidelijk dat een miskenning van dit essentiële recht van toegang tot de vervoersnetten de liberalisering van de gasmarkt op de helling zet.
  14. Uit artikel 15/5 van de gaswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot de vervoersnetten onlosmakelijk gekoppeld is aan de gedragscode en de regulering van de vervoersnettarieven bedoeld in de artikelen 15/5bis-duodecies van de gaswet. De gedragscode en de regulering van de vervoersnettarieven beogen het recht van toegang tot de vervoersnetten in de feiten te realiseren. Overeenkomstig artikel 15/5undecies van de gaswet regelt de gedragscode de toegang tot de vervoersnetten. Met de gedragscode beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, niet- 20/85 pertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar zijn wegens hun gebrek aan de nodige gespecialiseerde kennis inzake het beheer van de vervoersnetten. Met deze gedragscode beoogt de wetgever ook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de beheerders anderzijds. De belangen van de netgebruikers en de beheerders zijn immers niet altijd gelijklopend. Aldus bestaat het risico dat de beheerders de toegang tot hun vervoersnet weigeren om technische redenen die niet pertinent zijn. Anders dan een gewone privé-onderneming hoeft de beheerder immers niet te streven naar een zo groot mogelijk aantal klanten om zijn kosten te dekken en een zo hoog mogelijke winst te maken. De regulering van de tarieven voor de toegang tot en het gebruik van de vervoersnetten en de ondersteunende diensten krachtens artikelen 15/5bis en ter van de gaswet impliceert immers dat het totaal inkomen (en dus ook de tarieven) precies in elk geval het geheel van al zijn reële kosten en een billijke winstmarge dekken, ongeacht de gebruiksintensiteit van de vervoersnetten. Door deze garantie dat al haar kosten, samen met een billijke winstmarge, gedekt zijn, ontstaat immers het gevaar dat de beheerder netgebruikers aan wie de dienstverlening ingewikkelder is of die meer technische of financiële risico‟s stellen zal trachten te weigeren en haar weigering zal trachten te motiveren met complexe, maar niet-pertinente argumenten. Doordat de gedragscode de verplichtingen van de beheerders en de netgebruikers verduidelijkt, is het derhalve de technische vertaling van het recht van toegang tot de vervoersnetten en derhalve eveneens van openbare orde.
  15. De complexiteit van het beheer van het vervoersnet heeft ook een weerslag op de tarifering van de dienstverlening die de beheerders aanbieden. Het is voor een netgebruiker onmogelijk uit te maken of de prijzen die de beheerder autonoom zou bepalen, effectief correcte prijzen zijn. Hij kan dit niet uitmaken omdat hij zelf niet over de vereiste technische specialisatie noch over de nodige informatie beschikt. Bovendien kan hij de prijzen van de beheerder doorgaans niet met deze van andere netbeheerders vergelijken omdat de beheerder van het aardgasvervoersnet van een natuurlijk en wettelijk monopolie geniet en de diverse nationale vervoersnetten onderling sterk kunnen verschillen. Daarom garandeert artikel 15/5bis van de gaswet niet-discriminatoire en transparante tarieven. Artikel 15/5bis garandeert dat het totaal inkomen dat nodig is voor de uitoefening van de respectievelijke wettelijke en reglementaire verplichtingen van de beheerders voornamelijk het geheel van reële kosten nodig voor de vervulling van de in artikel 15/1, §1, en 15/2 bedoelde taken en een billijke marge en afschrijvingen te dekken. Zonder deze regulering van de vervoersnettarieven wordt immers het recht van toegang tot het vervoersnet niet daadwerkelijk verzekerd. Niet alleen discriminatoire tarieven, maar ook te hoge tarieven beperken de toegang tot de vervoersnetten. Het hoeft geen betoog dat discriminatoire of te 21/85 hoge vervoersnettarieven het recht van toegang tot de vervoersnetten de facto uithollen. De regulering van de vervoersnettarieven is dan ook van openbare orde. D. Toetsingscriteria voor de CREG
  16. Krachtens artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet samen gelezen met artikel 1, 51°, van de gaswet is het standaard aansluitingscontract onderworpen aan de goedkeuring door de CREG en dient de beheerder van het aardgasvervoersnet een voorstel van standaard aansluitingscontract, evenals alle wijzigingen die hieraan worden aangebracht, aan de CREG ter kennis te geven zodat de CREG hierover een beslissing tot goed- of afkeuring kan nemen.
  17. In geval van een goedkeuringsbevoegdheid gaat de goedkeurende overheid na of de goed te keuren akte regelmatig is en conform is met het algemeen belang.6 D.
  18. Overeenstemming met de wet
  19. Een akte is regelmatig indien zij overeenstemt met de wet. Aldus wordt de CREG de opdracht gegeven ervoor te zorgen dat de bepalingen van het standaard aansluitingscontract in overeenstemming zijn met de wetgeving en dat het standaard aansluitingscontract en de wetgeving een sluitend geheel vormen. Typerend voor contracten is dat zij de regels van openbare orde of van dwingend recht verder uitwerken of aanvullen. Aldus is de CREG er via haar goedkeuringsbevoegdheid mee belast erop toe te zien dat het standaard aansluitingscontract in de eerste plaats de sectorspecifieke wetgeving niet schendt en ervoor zorgt dat het recht van toegang tot het vervoersnet en de wettelijke regels die dit recht van toegang reguleren, worden aangevuld op een manier dat aan elke netgebruiker zijn recht van toegang tot het vervoersnet effectief gegarandeerd wordt. De CREG zal hierbij in het bijzonder nagaan of het voorstel van standaard aansluitingscontract de toegang tot het vervoersnet niet belemmert (en zodoende artikel 15/7 van de gaswet respecteert), de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het vervoersnet niet in gevaar brengt (en zodoende in overeenstemming is met de verplichtingen voorzien 6 Zie onder meer VAN MENSEL, A., CLOECKAERT, I., ONDERDONCK, W. en WYCKAERT, S., De administratieve rechtshandeling – Een Proeve, Mys &Breesch, Gent, 1997, p. 101; DEMBOUR, J., Les actes de la tutelle administrative en droit belge, Maison Ferdinand Larcier, Bruxelles, 1955, p. 98, nr.
  20. 22/85 voor de beheerder in artikel 15/1, §1, 1° en 2°, van de gaswet volgens hetwelk de respectieve beheerders de vervoersinstallaties dienen te exploiteren, te onderhouden en te ontwikkelen op economisch aanvaardbare, veilige, betrouwbare en efficiënte wijze) en redelijk is (en zodoende artikel 5 van de gedragscode respecteert). Bovendien gaat de CREG na of het voorstel in overeenstemming is met het mededingingsrecht en de algemene verbintenissenrechtelijke regels. D.1.
  21. De sectorspecifieke wetgeving
  22. De sectorspecifieke wetgeving betreft het recht van toegang tot de vervoernetten, de regulering van de vervoernettarieven en de regels van de gedragscode (zie §§ 25-28 van deze beslissing).
  23. Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot de vervoersnetten en de gedragscode, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake aardgas betreffen (artikel 15/14, §2, van de gaswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, (enkel) het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 20/2 van de gaswet). Dankzij artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 20/2 van de gaswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de contracten weren en de beheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen. D.1.1.
  24. Geen belemmering van de toegang tot het vervoersnet Krachtens artikel 15/5 van de gaswet hebben de afnemers en de houders van leveringsvergunningen toegang tot elk netwerk voor het aardgasvervoer, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie op basis van de tarieven vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 15/5bis en goedgekeurd door de CREG. Paragraaf 25 van deze beslissing zet uiteen dat de vrije toegang tot het vervoersnet essentieel is voor de vrijmaking van de aardgasmarkt. Het recht van toegang tot het vervoersnet is dan ook een basisprincipe en principieel recht dat niet beperkend mag worden 23/85 geïnterpreteerd. Elke uitzondering op of beperking van dit recht moet uitdrukkelijk voorzien zijn en beperkend geïnterpreteerd worden. Zo bepaalt artikel 15/7 van de gaswet dat de beheerders de toegang tot het vervoersnet enkel geldig kunnen weigeren indien het net niet over de nodige capaciteit beschikt om het vervoer te verzekeren of de toegang tot het net de goede uitvoering van een openbare dienstverplichting door de betrokken beheerder zou verhinderen.7 Bovendien moet de weigering met redenen omkleed zijn.
  25. De CREG is van oordeel dat, in het kader van de liberalisering van de aardgasmarkt, de toetredingsdrempel tot de aardgasmarkt zo laag mogelijk dient te zijn teneinde het recht van toegang tot het vervoersnet te garanderen en de (vrije) toegang tot het vervoersnet op geen enkele wijze te belemmeren, dit uiteraard in zoverre de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het vervoersnet niet in gevaar gebracht wordt en de optimale ontwikkeling van het vervoersnet niet verhinderd wordt. De CREG meent dan ook dat het niet kan toegelaten worden dat de beheerder op enige wijze het recht van toegang tot het vervoersnet zou bemoeilijken, beperken of belemmeren door het opleggen van onbillijke, onevenwichtige, onredelijke of disproportionele contractsvoorwaarden.
  26. De CREG wijst er tevens op dat de beheerder van het aardgasvervoersnet het beheer van het aardgasvervoersnet niet enkel op een onpartijdige, onafhankelijke en nietdiscriminatoire wijze8 dient waar te nemen maar daarbij tevens een zo groot mogelijke transparantie dient na te streven. Dit is noodzakelijk voor de goede werking van de aardgasmarkt en een goede werking van de mededinging op deze markt.
  27. Verder is de CREG van oordeel dat de beheerder bij het uitvoeren van zijn wettelijke taken dient te zorgen voor een tijdige en zo duidelijk, accuraat en volledig mogelijke informatieverstrekking aan de netgebruikers. Dit geldt voor de pre-contractuele fase, het contract zelf en de toepassing van het contract. Dit is nodig met het oog op een transparant beheer en teneinde de toegang tot het vervoersnet op optimale wijze te verzekeren en op geen enkele wijze te belemmeren. Een dergelijke volledige, accurate, en tijdige informatieverstrekking houdt ondermeer in dat, wanneer de beheerder in uitvoering van zijn wettelijke taken een beslissing neemt die het 7 Artikel 15/7, §1, 3°, van de gaswet hield op uitwerking te hebben op 1 oktober 2006 (artikel 15/7, §2, tweede lid, van de gaswet); 8 Zie ondermeer artikel 15/1, §1, 5° en 7°, van de gaswet en artikel 8/3, §5, 3°, van de gaswet. 24/85 recht van toegang van een netgebruiker (rechtstreeks of onrechtstreeks) raakt, hij deze beslissing dan ook tijdig en duidelijk dient mee te delen aan de netgebruiker en de redenen voor deze beslissing steeds op duidelijke wijze dient te vermelden. Alzo kan de netgebruiker desgevallend zelf maatregelen nemen om zijn toegang tot het vervoersnet te vrijwaren of de kosten ervan te reduceren.
  28. Zoals reeds vermeld kunnen de beheerders krachtens artikel 15/7 van de gaswet de toegang tot het vervoersnet alleen weigeren wanneer het net niet over de nodige capaciteit beschikt om het vervoer te verzekeren of indien de toegang tot het net de goede uitvoering van een openbare dienstverplichting door de betrokken beheerder zou verhinderen. De beheerder kan bijgevolg de toegang tot het vervoersnet enkel en alleen weigeren in deze twee gevallen, limitatief opgesomd in artikel 15/7 van de gaswet, en niet wanneer de in aanmerking komende afnemer niet zou voldoen aan andere “voorschriften” of (contractuele) verplichtingen. De CREG meent dat hieruit dan ook voortvloeit dat de beheerder enkel in de twee gevallen, limitatief opgesomd in artikel 15/7 van de gaswet zelf (t.t.z. eenzijdig, zonder voorafgaande rechterlijke machtiging) kan overgaan tot het, al dan niet tijdelijk, buiten dienst stellen van een aansluiting en/of het, geheel of gedeeltelijk, schorsen of beëindigen van het aansluitingscontract aangezien dit de facto neerkomt op een (al dan niet tijdelijke) weigering van de toegang tot het vervoersnet door de beheerder. De gemeenrechtelijke regel dat contracten van onbepaalde duur steeds eenzijdig kunnen opgezegd worden met eerbiediging van een redelijke opzeggingstermijn/vergoeding wordt opgeheven door de lex specialisregel van openbare orde vervat in artikel 15/7 van de gaswet. Het kan immers niet volstaan om een redelijke opzeggingstermijn/vergoeding toe te kennen om het recht van toegang aan een netgebruiker te ontzeggen. Verder moet ook opgemerkt worden dat, wat betreft de ontbinding van een overeenkomst overeenkomstig het gemeen recht, de ontbinding van een contract voor een ernstige of zwaarwichtige wanprestatie krachtens artikel 1184 van het Burgerlijk wetboek in principe voor de rechter moet gevorderd worden. De CREG is dan ook van oordeel dat de beheerder, wanneer hij in een concrete situatie meent dat het aansluitingscontract om andere redenen dan een gebrek aan capaciteit of het verhinderen van de goede uitvoering van een openbare dienstverplichting, zou moeten beëindigd worden, hij een voorafgaande rechterlijke machtiging dient te krijgen voor de beëindiging van het contract. Het komt dan aan de rechter toe om in concreto en op tegenspraak te beoordelen of de door de beheerder 25/85 opgeworpen redenen voldoende zwaarwichtig zijn om over te gaan tot een ontbinding van het aansluitingscontract. Zoals reeds gezegd kan de beheerder immers enkel zelf (met andere woorden eenzijdig, zonder voorafgaande rechterlijke controle en machtiging) overgaan tot het beëindigen (of schorsen) van het aansluitingscontract in de twee gevallen, limitatief opgesomd in artikel 15/7 van de gaswet. De CREG is niettemin van mening dat artikel 15/7 van de gaswet niet zodanig kan worden uitgelegd dat Fluxys verplicht is de eindafnemer onbeperkt toe te laten aardgas af te nemen van het aardgasvervoersnet in geval geen afnamecapaciteit voor hem werd gereserveerd, terwijl die capaciteit nochtans beschikbaar is. Fluxys kan niet gehouden zijn capaciteit ter beschikking te stellen van de eindafnemer indien door of namens deze eindafnemer zelfs geen capaciteit werd gevraagd. Anders redeneren zou Fluxys ook verplichten aardgas te leveren in strijd met het verbod vervat in artikel 15/1, 8°, van de gaswet. D.1.1.
  29. Veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het vervoersnet De gaswet, doch vooral de gedragscode, voorzien in een heel aantal bepalingen teneinde de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het aardgasvervoersnet te waarborgen. Bij het onderzoek van het voorstel van standaard aansluitingscontract wordt dan ook geverifieerd of hieraan voldaan is. D.1.1.
  30. Redelijkheid en niet-discriminatie Met toepassing van artikel 5 van de gedragscode voldoet de vervoersonderneming aan de eisen van transparantie, objectiviteit en redelijkheid en onthoudt zich van elke discriminatie tussen netgebruikers of categorieën van netgebruikers. Met toepassing van voormelde bepaling dient Fluxys ook wat betreft de door haar voorgestelde contracten te voldoen aan de eisen van redelijkheid. De gedragscode laat bijgevolg expliciet toe de door Fluxys voorgestelde voorwaarden aan een redelijkheidstoets te onderwerpen. De omstandigheid dat het om een standaardcontract gaat, impliceert dat alle eindafnemers toegang kunnen krijgen tegen dezelfde voorwaarden, waardoor een niet-discriminatoire toegang tot het net wordt bewerkstelligd. Het spreekt voor zich dat de in artikel 5 van de gedragscode vermelde vereisten tevens een rol spelen na het afsluiten van een contract. Ook de uitoefening van de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten moet op een redelijke 26/85 en niet-discriminatoire wijze gebeuren. De wijze van uitoefening van de rechten voortvloeiend uit een overeenkomst wordt begrensd door de leer van het rechtsmisbruik. D.1.
  31. Het mededingingsrecht
  32. Naast de algemene verbintenissenrechtelijke regels (cfr. §45 ev.), inzonderheid het principe betreffende de gekwalificeerde benadeling, heeft de CREG zich bij het onderzoek van het voorstel van standaard aansluitingscontract ook geïnspireerd op het mededingingsrecht. Ondernemingen met een dominante positie of monopoliepositie hebben immers een “bijzondere verantwoordelijkheid” ten aanzien van het concurrentiemechanisme op de markt en hun gedragingen dienen in die optiek redelijk en proportioneel te zijn. In het bijzonder heeft de CREG zich daarbij geïnspireerd op artikel 3, tweede lid, 1°, van de wet tot bescherming van de economische mededinging, gecoördineerd op 15 september 2006, en artikel 82, tweede lid, a) van het verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschappen, welke bepaalt dat het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden of prijzen door ondernemingen met een machtspositie een verboden misbruik van machtspositie kan uitmaken. Onbillijke contractsvoorwaarden zijn voorwaarden die de betrokken contractspartijen onder normale mededingingsvoorwaarden niet zouden aanvaarden. De wettelijke monopoliepositie die Fluxys heeft ingevolge de opdrachten die haar door de federale overheid toevertrouwd werden in het algemeen belang, samen met de bijzondere verantwoordelijkheid die overeenkomstig het mededingingsrecht rust op elke onderneming met een dominante of monopoliepositie, begrenzen de vrijheid van handel en nijverheid van Fluxys. Dit is nog des te meer het geval wanneer men hierbij ook artikel 15/7 van de gaswet en artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet in rekening brengt.
  33. In haar administratieve praktijk maakt de Europese Commissie doorgaans een onderscheid tussen de volgende relevante markten in de gassector9 :
(1)de markt van de gasinfrastructuur (met name de vervoers- en distributienetten, de opslagsites en de LNGinstallaties),
(2)de levering (met een onderscheid naargelang van de desbetreffende categorie van afnemers) en
(3)de handel. 9 Zie, bijvoorbeeld, Commissie, zaak nr. COMP/M.4180 Gaz de France/Suez, §§ 56 en volgende. 27/85 In dit geval lijkt de relevante markt deze van de gasinfrastructuur te zijn, in het bijzonder dan de infrastructuur bestemd voor de activiteit van het vervoer van gas. Voor wat de geografische transportmarkt betreft, gaat de Commissie er vanuit dat ieder vervoersnet op zichzelf een geografische markt vormt10. De relevante geografische markt kan bijgevolg worden geïdentificeerd als zijnde de Belgische markt voor het vervoer van gas. 43. Aangezien Fluxys een wettelijk monopolie heeft voor wat het beheer van het vervoersnet voor aardgas in België betreft, neemt Fluxys een dominante positie in op de relevante markt. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is van oordeel dat een onderneming die een wettelijk monopolie heeft, kan worden beschouwd als zijnde een onderneming met een dominante positie11. Voor wat de potentiële medecontractanten van Fluxys betreft, namelijk de industriële afnemers of distributeurs, zij hebben geen ander alternatief dan zich tot Fluxys te richten om respectievelijk gas geleverd te krijgen voor eigen gebruik of om gas geleverd te krijgen voor distributie. Fluxys is bijgevolg een verplichte en onvermijdelijke medecontractant, waarmee zijn dominante positie op de markt nogmaals wordt bevestigd. 44. Het opnemen van de voorgestelde clausules in het voorstel van aansluitingscontract van Fluxys kan worden beschouwd als zijnde onbillijk wanneer zou worden aangetoond dat de medecontractanten van Fluxys een dergelijke clausule niet zouden aanvaarden of niet bereid zouden zijn te aanvaarden wanneer normale concurrerende voorwaarden zouden gelden. In dit geval kunnen deze clausules worden beschouwd als zijnde misbruik van een dominante positie in hoofde van Fluxys en moeten deze ongeldig worden verklaard, en dit ten minste voor wat het deel betreft waarin de regels inzake de mededinging worden overtreden. 10 Commissie, 9 december 2004, zaak nr.COMP/M.3440, ENI/EDP/GDP, § 75 (voor elektriciteit). HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I-01979. 11 28/85 Meerdere netgebruikers hebben in het kader van de verscheidene raadplegingen gedaan door de CREG opmerkingen geformuleerd op het voorstel van aansluitingscontract dat door Fluxys wordt voorgesteld. Verscheidene opmerkingen en klachten werden genoteerd. D.1.3. Algemene verbintenissenrechtelijke regels 45. Het openbare orde karakter van de hierna besproken algemene verbintenissenrechtelijke regels, zoals de gekwalificeerde benadeling, de bindende partijbeslissing, de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van het contract en het voorkomen van interpretatieproblemen of het streven naar duidelijke en transparante contractsbepalingen, is algemeen aanvaard. De gekwalificeerde benadeling 46. De cumulatieve voorwaarden van de gekwalificeerde benadeling zijn: - er bestaat een groot (kennelijk) onevenwicht tussen de wederzijdse prestaties; - de ene partij maakt misbruik van de concrete omstandigheden waarin de medecontractant zich ten aanzien van haar bevond, om zich bij de contractssluiting een disproportioneel voordeel toe te eigenen. Dit kan ondermeer het geval zijn wanneer er sprake is van economische superioriteit van de misbruikplegende partij, bijvoorbeeld als gevolg van een monopoliepositie; - het contract dan wel een of meerdere clausules zouden ofwel niet, ofwel tegen voor de zwakkere partij minder ongunstige voorwaarden zijn gesloten, indien er niet van misbruik sprake zou zijn geweest. Aangezien de (voorlopige) beheerder van een wettelijk toegekende monopoliepositie geniet, dringt een toetsing aan het principe van de gekwalificeerde benadeling zich bijgevolg op. De taak van de CREG bestaat er hier in om preventief te werken, m.a.w. misbruiken te voorkomen. Zij beoogt hier niet het bewijs te leveren van een misbruik in een concreet geval; aangezien het hier om een voorstel van contract gaat dat Fluxys aan de netgebruikers wenst aan te bieden, is het immers ook niet mogelijk dat er reeds een concreet misbruik heeft plaatsgevonden daar het aansluitingscontract nog niet afgesloten werden. Door een voorafgaande toetsing aan de desbetreffende verbintenisrechtelijke regel wordt ook 29/85 vermeden dat achteraf inbreuken op deze verbintenisrechtelijke regel van openbare orde door de rechter moeten vastgesteld worden. De bindende partijbeslissing 47. Overeenkomstig artikel 1129 van het Burgerlijk Wetboek is één van de voorwaarden voor de geldigheid van een overeenkomst dat ze een bepaald of minstens bepaalbaar voorwerp heeft. Door aan overeenkomsten of beter aan de contractuele verbintenissen de vereiste van een bepaalbaar voorwerp te stellen, heeft de wetgever geoordeeld aan overeenkomsten alleen binnen welbepaalde grenzen rechtsgevolgen te willen verlenen. De wilsovereenstemming volstaat niet omdat er ook nog een zekere maatschappelijke controle op de inhoud van de overeenkomst moet worden uitgeoefend. Het principe van de bindende partijbeslissing vereist ten minste dat de overeenkomst op zijn minst de nodige objectieve gegevens moet bevatten om het voorwerp te kunnen bepalen, zonder dat nog een nieuwe wilsuiting van één van hen vereist is. De inhoud van de rechten en verplichtingen uit een overeenkomst mag niet aan een geheel arbitraire beslissing van een van de contractspartijen worden overgelaten. Bepaald/bepaalbaar voorwerp 48. De wetgever heeft in artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek duidelijk gemaakt dat elke verbintenis bij haar totstandkoming een voorwerp moet hebben dat bovendien bepaald moet zijn. Het voorwerp van de verbintenis is het concrete doel, het concrete resultaat waartoe de aangegane verbintenis –bij volmaakte uitvoering- moet leiden. Het voorwerp zal de inzet worden van alle latere aansprakelijkheids- en uitvoeringsincidenten. Daarom is de rechtspraak terughoudend m.b.t. bedingen, waardoor het (bestaand) voorwerp naderhand in zekere zin kan worden geneutraliseerd. Dergelijke bedingen woorden soms nietig verklaard om aldus het voorwerp van de verbintenis te kunnen vrijwaren.12 De geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak 49. Onder de miskenning van de algemeen verbintenissenrechtelijke regel van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van een overeenkomst verstaat de CREG 12 CORNELIS, L., Algemene theorie van de verbintenis, Intersentia, Antwerpen-Groningen, 2000, p. 121 ev. 30/85 ook de miskenning van een rechtsregel van openbare orde. Bijgevolg telkens de CREG van oordeel is dat het algemeen belang geschonden werd door een van de voorwaarden van het aansluitingscontract (die uiteraard het voorwerp of de oorzaak van dit contract betreffen), wordt het principe van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van contracten geschonden. Het voorkomen van interpretatieproblemen 50. Onduidelijke contractsclausules leiden tot interpretatieproblemen en dienen daarom te worden geweerd. In de mate dat zij niet behept zijn met een schending van de algemene verbintenissenrechtelijke regel van de bindende partijbeslissing, zou kunnen beweerd worden dat zulke clausules geen rechtsregel van openbare orde schenden. Nochtans dient verwezen te worden naar de vereiste van een zo groot mogelijke transparantie welke noodzakelijk is om de vrije toegang tot het aardgasvervoersnet te garanderen en welke valt onder het toetsingscriterium betreffende het niet belemmeren van de toegang tot het vervoersnet en daarom alleen al van openbare orde is. In de mate dat onduidelijke contractsclausules toch niet strijdig zouden zijn met enige rechtsregels van openbare orde – iets wat volgens de CREG niet mogelijk is gezien het toetsingscriterium betreffende het niet belemmeren van de toegang tot het aardgasvervoersnet -, dan verhinderen zij in ieder geval dat de CREG haar taak naar behoren kan uitoefenen en is de beheerder in dat geval ten minste verplicht de nodige bijkomende toelichtingen te geven. D.2. Conformiteit met het algemeen belang 51. Als administratieve overheid heeft de CREG ook tot taak om het algemeen belang te behartigen. Het algemeen belang is dan ook een essentieel toetsingscriterium voor de CREG om te bepalen of het voorstel van aansluitingscontract hieraan voldoet. 52. Het algemeen belang is een ruim begrip. Het feit dat dit begrip noch in de gaswet noch in de gedragscode gedefinieerd wordt, impliceert noodzakelijkerwijze dat de CREG de inhoud ervan op discretionaire wijze bepaalt. Dit begrip verwijst minstens naar alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving, het mededingingsrecht, de algemene verbintenissenrechtelijke regels. 31/85 Hierbij dient te worden opgemerkt dat sommige van deze rechtsregels in de praktijk dezelfde eisen stellen aan de contracten, zoals bijvoorbeeld de vereiste van redelijke, billijke, evenwichtige en proportionele contractsbepalingen. Het begrip algemeen belang verwijst evenwel niet uitsluitend naar alle rechtsregels die van openbare orde zijn, aangezien deze toetsing zodoende zou samenvallen met de toetsing inzake conformiteit met de wet die de CREG reeds uitvoert en op die manier geen enkele eigen inhoud biedt. 53. De goedkeuring van het voorstel van aansluitingscontract betreft de goedkeuring van een standaardcontract, dit is een toetredingscontract. Er bestaat geen individuele onderhandelingsvrijheid meer omtrent het goedgekeurde standaardcontract. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de ongelijkwaardige positie van de contractspartijen. Fluxys heeft, als exclusief (voorlopig) beheerder van het aardgasvervoersnet, immers een wettelijke monopoliepositie. Het aardgasvervoersnet is voor de netgebruikers een essentiële infrastructuur waarvoor geen alternatief bestaat; voor de uitoefening van hun activiteiten zijn zij genoodzaakt met Fluxys overeenkomsten te sluiten om toegang tot en het gebruik van het vervoersnet te hebben. Daarom kennen de artikelen 15/5 en 15/6 van de gaswet dan ook een uitdrukkelijk recht van toegang toe aan de eindafnemers. De CREG is van oordeel dat, teneinde inhoud te geven aan het begrip “algemeen belang” in het kader van het goedkeuren van een standaardcontract, d.i. een toetredingscontract, in elk geval gewag gemaakt moet worden van de bescherming van de “zwakkere partij”, diegene wiens onderhandelingsvrijheid wordt ontnomen, d.i. de eindafnemer. Het gaat immers niet alleen over de vraag of de contractsbepalingen in overeenstemming zijn met het algemeen belang, maar ook of zij dit zijn rekening houdend met de bijzondere omstandigheid dat de onderhandelingsvrijheid terzake in hoofde van de eindafnemer wordt uitgesloten. “Het meest geschikte middel bestaat er echter in de zwakkere partij preventief te beschermen, door bijzondere wetsbepalingen, dan wel doordat over de inhoud van de overeenkomst voorafgaandelijk afspraken worden gemaakt tussen de sterkere partij en een vereniging of groepering (bv. Een consumentenvereniging), eventueel de overheid, die de belangen van de zwakkere contractpartijen waarneemt(…). Resultaat van die onderhandeling is dan een standaardovereenkomst waartoe individuele (zwakkere) partijen kunnen toetreden (in de 13 echte zin van het woord…)” . 13 VAN GERVEN, W. en COVEMAEKER, S., Verbintenissenrecht, Acco, Leuven, 2001, p. 44. 32/85 Het algemeen belang vereist volgens de CREG evenwel meer dan dat. Bescherming van de zwakkere partij, nl. de eindafnemer, betekent weliswaar niet dat de eindafnemer geen enkele verantwoordelijkheid moet dragen in het kader van het goed beheer van het vervoersnet. Ook al rust de wettelijke verplichting voor beheer van het vervoersnet op Fluxys, de eindafnemer moet daartoe bijdragen. Zo is de CREG absoluut voorstander dat al het nodige wordt gedaan opdat de metingen van de afnames op het aardgasvervoersnet correct gebeuren. De bewustwording in hoofde van eindafnemers dat zij het nodige moeten doen om het vervoer te regelen van het aardgas dat zij aankopen is tevens van groot belang met het oog op de veilige exploitatie van het aardgasvervoersnet door Fluxys. Ook dat is in het algemeen belang. 54. In het kader van de clausules vervat in het voorstel van standaard aansluitingscontract met betrekking tot de aansprakelijkheid tussen partijen vertaalt het algemeen belang zich onder meer in de noodzaak voldoende garanties in te bouwen opdat de voorziene verplichtingen ook daadwerkelijk worden nageleefd. E. Verhouding met de andere standaardcontracten voor de toegang tot de vervoersnetten 55. De standaardisering van de verscheidene standaardcontracten voor de toegang tot het vervoersnet is wenselijk, maar geen doel op zich. Belangrijker dan de standaardisering van de verschillende standaardcontracten is de vereiste dat het contract moet aangepast zijn aan zijn precieze voorwerp en aan de behoeften van de partijen bij dit contract. In de praktijk blijkt dat de netgebruikers die met Fluxys een aansluitingscontract afsluiten heel vaak verschillen van de netgebruikers die met Fluxys een vervoerscontract afsluiten. Het is heel vaak zo dat een leverancier (of loutere bevrachter) het vervoerscontract met Fluxys afsluit, daar waar het de eindafnemer is die het aansluitingscontract met Fluxys afsluit. 56. Waar de relevante markt voor de leveranciers van aardgas beperkt is tot de Belgische nationale markt, is dat niet zo voor de eindafnemers. De overgrote meerderheid van eindafnemers rechtstreeks aangesloten op het aardgasvervoersnet zijn immers grote industriële ondernemingen waarvan de relevante markt zich ten minste op Europees en veelal wereldniveau situeert. Waar het voor de leveranciers van aardgas vooral op aan komt, is het garanderen van een gelijke behandeling zodat de concurrentie onder de leveranciers van aardgas niet wordt scheefgetrokken. Het streven naar een zo laag mogelijke financiële last voortvloeiend uit het contract is voor hen ook belangrijk in die zin dat een te hoge 33/85 financiële last op hun schouders de marge beschikbaar voor concurrentie op de markt voor de levering van aardgas kan verkleinen en wel zo kan verkleinen dat nieuwkomers niet op de markt kunnen overleven. Toch speelt deze overweging minder bij hen dan bij de grote industriële ondernemingen omdat de leveranciers van aardgas deze kosten kunnen doorrekenen aan hun klanten voor zover deze kosten identiek zijn voor elke leverancier en voor zover ze niet zo hoog zijn dat zij de marge voor concurrentie al te zeer doen verkleinen. Bij de grote industriële eindafnemers is dit anders. Voor hen kan men stellen dat eerder het omgekeerde geldt: een gelijke behandeling is uiteraard belangrijk, maar waar het vooral op aan komt is het drukken van de financiële last op hun schouders voortvloeiend uit het contract. Zij staan immers in concurrentie met vooral ondernemingen gelokaliseerd in andere landen en om aan deze concurrentie het hoofd te bieden, dienen zij waar zij maar kunnen hun kosten te drukken. Aangezien de kosten voor de aansluiting op het vervoersnet per land verschillend gereguleerd zijn, zullen deze kosten van land tot land verschillen. Nietdiscriminatie op nationaal niveau is immers minder relevant wanneer de concurrentie in een ander land gevestigd is en dus onderworpen is aan andere kosten voor de aansluiting op het vervoersnet. Niet-discriminatie is voor hen dan ook enkel interessant in de zin van een meestbegunstigingsclausule, namelijk dat ze ook kunnen genieten van de gunstigste contractuele regeling die de nationale beheerder aan een andere onderneming heeft geboden. 57. De CREG stelt vast dat de reacties van de partijen bij het aansluitingscontract uitgebreid en precies zijn. Elke clausule wordt op haar kosten en baten geanalyseerd, namelijk dat bij hen de financiële kost van elke contractuele bepaling veel zwaarder speelt dan een eerder algemene benadering die vooral een gelijke behandeling van alle netgebruikers en een niet al te grote aantasting door Fluxys van de concurrentiemarge op de markt voor de levering van aardgas beoogt. 58. Tot besluit kan dus gesteld worden dat het standaard aansluitingscontract een afzonderlijk contract is dat eigen zeer specifieke technische kenmerken heeft, en dat in de overgrote meerderheid van de gevallen gesloten wordt met andere contractspartijen die geen leverancier/bevrachter zijn, waardoor andere contractsbepalingen dan deze gebruikt in het vervoerscontract meer gepast of noodzakelijk kunnen zijn. Niettemin zal de beheerder er moeten over waken dat het standaard aansluitingscontract en het standaardcontract voor binnenlands vervoer mekaar aanvullen en één sluitend geheel vormen. Afhankelijk van het uiteindelijk door de CREG goedgekeurde standaard aansluitingscontract, zal het standaardcontract voor binnenlands vervoer moeten opgesteld/aangepast worden. 34/85 F. Ontwikkelingen in het dossier van het aansluitingscontract 59. Sinds de eerste versie van het aansluitingscontract die door Fluxys aan de CREG ter kennis werd gebracht is er een hele tijd, reeds ruim drie jaar, verlopen. Zoals uiteengezet in de inleiding van deze beslissing heeft het aansluitingscontract in deze periode een hele evolutie gekend: er werden door Fluxys meerdere ontwerpen van aansluitingscontract opgesteld, er waren verschillende informele overlegvergaderingen tussen de CREG en Fluxys, er werden raadplegingen - met inbegrip van schriftelijke consultaties - van de betrokken netgebruikers georganiseerd. Een heel aantal bepalingen van het aansluitingscontract werden in deze periode ook meermaals gewijzigd. Sinds de eerste consultatiedag georganiseerd door de CREG op 5 september 2006 heeft de CREG dan ook heel wat bijkomende ervaring in deze materie opgedaan en heeft zij nieuwe informatie van de eindafnemers ontvangen. Indien er in een dossier nieuwe elementen zijn zoals nieuwe informatie, bijvoorbeeld onder de vorm van nieuwe opmerkingen van de netgebruikers, dient de CREG hier op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel immers rekening mee te houden bij haar onderzoek en haar beslissing. De CREG heeft met andere woorden veel nieuwe informatie van de eindafnemers ontvangen waardoor zij bijkomende opmerkingen diende te formuleren bij een aantal contractsbepalingen of haar voorlopige inzichten besproken tijdens de consultatiedag of inzichten desgevallend vervat in de beslissingen met betrekking tot de belangrijkste voorwaarden uit het verleden (notie vervat in artikel 10 van de gedragscode) en in de beslissing van 1 september 2008 hier en daar moest bijsturen. De CREG ziet zich daartoe mogelijks opnieuw genoodzaakt in toekomstige beslissingen met betrekking tot het standaard aansluitingscontract om rekening te houden onder meer met relevante nieuwe opmerkingen vanwege Fluxys en/of eindafnemers en Febeliec.14 60. In dit verband wijst de CREG er ook op dat de Europese Commissie intussen een studie is opgestart met betrekking tot de aansprakelijkheid van transmissienetbeheerders, weze het in de elektriciteitssector (zie onder meer punt 34 van de conclusies van het 16e European Electricity Regulatory Forum in Firenze op 4 en 5 juni 2009). Er valt niet uit te sluiten dat de resultaten van deze studie ook van belang kunnen zijn voor de transmissienetbeheerders in de aardgassector. 14 Zie ook artikel 41.2, derde lid, van de derde gasrichtlijn: “Goedkeuringen die uit hoofde van deze richtlijn door een regulerende instantie (…) zijn verleend, doen geen afbreuk aan een naar behoren gemotiveerd toekomstig gebruik van de bevoegdheden waarover de regulerende instantie uit hoofde van dit artikel beschikt (…)” 35/85 AANGEPAST VOORSTEL VAN STANDAARD AANSLUITINGSCONTRACT 61. Ook al maken de bijlagen integraal deel uit van het standaard aansluitingscontract, wordt hierna onder I. van “het eigenlijke contract” en onder II. van “de bijlagen” gesproken met het loutere oogmerk om de bespreking van de bijlagen te kunnen onderscheiden van de rest van het document. I. HET EIGENLIJKE CONTRACT TITEL 62. Zoals gevraagd in haar beslissing van 1 september 2008, laat Fluxys uit het titelblad blijken dat het gaat om het standaard aansluitingscontract. De CREG suggereert om ook de datum van goedkeuring door de CREG te vermelden. IDENTITEIT PARTIJEN 63. Ingevolge een opmerking in die zin in de beslissing van de CREG van 1 september 2008, is thans sprake van “beheerder van het aardgasvervoersnet” (cfr. artikel 1, 31°, van de gaswet), kortweg “beheerder”, met dien verstande dat Fluxys althans van rechtswege als beheerder van het aardgasvervoersnet benoemd is met toepassing van artikel 8/1 van de gaswet in afwachting van de definitieve aanwijzing van de betrokken beheerder of tot de weigering van de minister deze benoeming te aanvaarden. PREAMBULE  Ontworpen preambule “Attendu que l‟Arrêté royal du 4 avril 2003, relatif au code de bonne conduite en matière d‟accès aux réseaux de transport pour le gaz naturel prévoit qu‟un contrat de raccordement doit être conclu entre le Gestionnaire et les consommateurs de gaz naturel; Attendu que dans le cadre d‟une demande du Client final à l‟Affréteur (les Affréteurs) de lui fournir du Gaz Naturel au Point de prélèvement, l‟Affréteur (les Affréteurs) a (ont) demandé au Gestionnaire de transporter du Gaz Naturel par le biais du Réseau de transport de gaz naturel en vue d‟une re-livraison à ce Point de prélèvement. 36/85 Attendu que le Client final souhaite que ses installations soient physiquement reliées au Réseau de transport de gaz naturel du Gestionnaire. [A AJOUTER POUR LES NOUVEAUX RACCORDEMENTS : Attendu qu‟en vue de la réalisation du raccordement physique des installations du Client final, le Gestionnaire a envoyé une offre au Client final à la date du [DATE]]. Il est donc convenu entre les Parties que la Station de Réception de Gaz Naturel du Client final sera et restera raccordée au Réseau de transport de gaz naturel du Gestionnaire aux conditions générales suivantes.»  Beoordeling CREG 64. Ingevolge de door de CREG geformuleerde opmerking in haar beslissing van 1 september 2008, heeft Fluxys gemotiveerd waarom zij het tweede lid van de preambule wenst te behouden. Zij wenst daarmee te benadrukken dat niettegenstaande het recht van de eindafnemer om aangesloten te worden op het aardgasvervoersnet, zulk een aansluiting telkens gerealiseerd wordt met het oog op de belevering van aardgas en dat het dan ook essentieel is deze algemene context en de relatie met het aardgasleveringscontract expliciet te vermelden in de preambule van het aansluitingscontract. De CREG merkt op dat deze bepaling dan ook op die manier dient te worden begrepen en geenszins kan worden uitgelegd in strijd met artikel 85 van de gedragscode, nl. op zodanige wijze dat het behoud van de fysische aansluiting afhankelijk zou worden gesteld van een continue afname van aardgas door de afnemer. 65. Aan de vraag om de termen “Fluxys” en “Beheerder” niet door elkaar te gebruiken, maar uitsluitend één van beide termen te gebruiken, komt Fluxys in huidig voorstel tegemoet. 66. Voor wat de nieuwe aansluitingen betreft verwijst Fluxys voortaan ook naar de offerte voor aansluiting die werd overgemaakt aan de eindafnemer (zie ook §92 van deze beslissing). 1. DEFINITIES Algemeen 67. De CREG is van mening dat het ten zeerste aangewezen is de definities eigen aan het standaard aansluitingscontract op te nemen in het door Fluxys gepubliceerde glossarium van 37/85 definities, van zodra zij door de CREG worden goedgekeurd. Met toepassing van artikel 3.1, c), van de bijlage bij de gasverordening publiceert de beheerder immers de definitie van kernbegrippen. Vanzelfsprekend zijn eenzijdig door Fluxys aangebrachte wijzigingen van de hier bedoelde definities via wijzigingen van het glossarium de eindafnemer niet tegenstelbaar. In haar commentaar bij de artikelen gebruikt de CREG niet steeds hoofdletters voor de gedefinieerde begrippen. Het is wel haar bedoeling om naar de gedefinieerde begrippen te verwijzen. Definitie “Autres Affréteurs” 68. Ingevolge een opmerking in de beslissing van de CREG van 1 september 2008 werd de definitie van het begrip “autres affréteurs” geschrapt omdat de term eenvoudigweg niet wordt gebruikt in het standaard aansluitingscontract. Definitie “Compteur de volume de gaz” ou “Compteur”  Ontworpen definitie « Instrument de mesure accepté par les autorités compétentes, permettant de déterminer le volume de gaz acheminé le long du conduit sur lequel cet instrument est installé. »  Beoordeling CREG 69. Zoals gevraagd in de beslissing van 1 september 2008 werd de vermelding tussen haken in deze definitie geschrapt. De woorden “accepté par les autorités compétentes” werden thans toegevoegd. Deze toevoeging vormt volgens de CREG een terechte precisering. Definitie “Contrat d‟Allocation”  Ontworpen definitie “le contrat conclu entre le(
  1. s)Affréteur(s), le Gestionnaire et le Client final, pour l‟allocation des quantités de Gaz Naturel prélevées au Point de prélèvement par le(
  2. s)Affréteur(s), étant entendu que si le Client final en a expressément fait la demande au 38/85 Gestionnaire, il est conclu autant de Contrats d‟Allocation que d‟Affréteurs approvisionnant le Point de prélèvement.”  Beoordeling CREG 70. Ingevolge de opmerkingen van de CREG in haar beslissing van 1 september 2008 heeft Fluxys de vermelding “d‟autres parties concernées, le cas échéant” in de definitie van “contrat d‟allocation” geschrapt en heeft zij de idee toegevoegd dat, op uitdrukkelijke vraag van de eindafnemer, evenveel toewijzingsovereenkomsten zullen worden afgesloten als er bevrachters het afnamepunt bevoorraden. Op die manier kan de eindafnemer vermijden dat elke individuele bevrachter weet welke hoeveelheden hij respectievelijk bij de onderscheiden bevrachters betrekt. Artikel 157, §1, van het voorstel van nieuwe gedragscode bepaalt dat tussen de beheerder van het aardgasvervoersnet en elke betrokken bevrachter en/of leveringsonderneming en, al naargelang het geval, de eindafnemer of de distributienetbeheerder, voor elk afnamepunt binnen het aardgasvervoersnet een toewijzingsovereenkomst voor aardgas wordt afgesloten. Indien er meerdere bevrachters en/of leveringsondernemingen actief zijn op eenzelfde afnamepunt preciseert voornoemd artikel dat er een toewijzingsovereenkomst per bevrachter en/of leveringsonderneming wordt opgesteld. In afwachting van de nieuwe gedragscode werd aldus reeds bekomen dat de eindafnemer het recht heeft op zoveel toewijzingsovereenkomsten als er bevrachters het afnamepunt van de eindafnemer bevoorraden. Hoewel de nieuwe gedragscode vanaf haar inwerkingtreding voorrang zal hebben vanwege haar openbare orde-karakter (cfr. §§23 en 27 van deze beslissing), past het het standaard aansluitingscontract daarmee in overeenstemming te brengen. Definitie “Dommage Direct”  Ontworpen definitie “tout dommage au patrimoine d‟une Partie qui est la conséquence directe et immédiate d‟une faute commise par l‟autre Partie, incluant les dommages matériels, soit les dommages aux biens tangibles (les « Dommages Matériels Directs ») et les dommages immatériels, soit les dommages aux composants patrimoniaux intangibles d‟une Partie découlant directement d‟un Dommage Matériel Direct (les « Dommages Immatériels Directs »), incluant entre autres les pertes de revenus et les pertes de bénéfices, à l‟exclusion de tout dommage indirect. » 39/85  Beoordeling CREG 71. Ten gevolge van het herwerken door Fluxys van de aansprakelijkheidsregeling bedoeld in artikel 4 van het voorstel, heeft Fluxys de definitie van “Dommage Matériel et Direct” vervangen door een definitie van het begrip “Dommage Direct”. Ingevolge een opmerking van de CREG in haar beslissing van 1 september 2008 geschiedt de uitsluiting van de vergoeding van “indirecte schade” niet langer aan de hand van een definitie die ook op niet-limitatieve wijze schadeposten van directe en materiële aard omvatte. Definitie “Installation du Gestionnaire”  Ontworpen definitie “toute installation et/ou appareillage appartenant au Gestionnaire et exploités par lui, et situés sur le Site, tels qu‟énumérés à l‟Annexe 9 au présent Contrat.”  Beoordeling CREG 72. Ingevolge het verzoek daartoe van de CREG in haar beslissing van 1 september 2008 levert Fluxys thans de bijlage, waarop melding wordt gemaakt van de installaties van de beheerder die zich standaard op elke Site bevinden. Partijen dienen deze lijst ter gelegenheid van de ondertekening van het aansluitingscontract aan te vullen met de eventuele bijkomende installaties van de beheerder die Site-specifiek zijn. Definitie “Réseau de transport de gaz naturel”  Ontworpen definitie “le réseau de transport de gaz naturel, tel que défini dans la loi Gaz. »  Beoordeling CREG 73. Ingevolge een opmerking van de CREG in haar beslissing van 1 september 2008 wordt thans de in artikel 1, 10°bis, van de gaswet gedefinieerde term “aardgasvervoersnet” gebruikt in plaats van de term “vervoernet” die bvb. ook opslag- en LNG-installaties omvat (artikel 1, 10°, gaswet). 40/85 Definitie “Société liée”  Ontworpen definitie “toute société répondant à la définition de l‟article 11 du Code des Sociétés. ”  Beoordeling CREG 74. Het begrip “société liée” wordt voortaan gedefinieerd door verwijzing naar artikel 11 van het Wetboek van vennootschappen. Het begrip “société liée” wordt in het aansluitingscontract nog uitsluitend gebruikt in het kader van de vrijwaringsverplichting bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, in combinatie met de woorden “connectée de manière directe ou indirecte à la même Station de Réception de Gaz Naturel”. Definitie “Station de Réception de Gaz Naturel”  Ontworpen definitie “les installations (équipement, tubes, appareils, instruments, compteurs, installations, logements, dispositifs et matériaux) y compris une Station de comptage et, le cas échéant, un Poste de détente et/ou une Vanne d‟isolement d‟entrée, appartenant à et/ou utilisées par/ou pour le compte du Client final pour recevoir le Gaz Naturel, à l‟exclusion de toute Installation du Gestionnaire, comme indiqué à l‟Annexe 10 du présent Contrat. »  Beoordeling CREG 75. Uit de raadpleging van de eindafnemers kwam de vraag naar voren waarom bij de vertaling van het Engelse ontwerp van contract naar het Frans de woorden “situated on the Site” werden weggelaten. Op haar vraag naar verduidelijking, preciseert Fluxys dat de idee dat het aardgasontvangststation gelegen is op de “Site” reeds vervat zit in de definitie zelf van het begrip “Site” en het aldus een overbodige herhaling uitmaakte. 76. Ingevolge de opmerkingen van de CREG terzake in haar beslissing van 1 september 2008 werd beslist om een tiende bijlage aan het standaard aansluitingscontract toe te voegen waarop het aardgasontvangststation, met begin- en eindpunt, wordt aangeduid. Op die manier bekomen de eindafnemers de gewenste rechtszekerheid omtrent het toepassingsgebied van de operationele procedures in bijlage bij het standaard aansluitingscontract. 41/85 Definitie “Urgence”  Ontworpen definitie “tout événement ou toute situation, assimilable ou non à un cas de force majeure, qui nécessite l‟adoption de mesures d‟urgence par le Gestionnaire et/ou le Client final, agissant en Opérateur Prudent et Diligent, afin de réparer ou de préserver la sécurité publique ou l‟intégrité du Réseau de transport de gaz naturel ou la Station de Réception de Gaz Naturel, selon le cas.”  Beoordeling CREG 77. Ingevolge een door de CREG geformuleerde opmerking in haar beslissing van 1 september 2008 werd deze definitie geherformuleerd zodat thans duidelijk is dat de ingangshoofdafsluiter slechts kan worden gesloten om de integriteit van het aardgasvervoersnet, de integriteit van het aardgasontvangststation of de openbare veiligheid te vrijwaren. Definitie “Vanne d‟isolement général d‟entrée”  Ontworpen definitie “l‟ensemble des vannes, avec purge et by-pass (équilibrage), qui permet à la Station de Réception de Gaz Naturel du Client final d‟être isolée du Réseau de transport de gaz naturel. Cette vanne, qui fait en principe partie du Réseau de transport de gaz naturel, excepté dans le cas où le Client Final n‟a pas donné son accord ou ne peut pas donner son accord au Gestionnaire pour construire ou opérer cette vanne sur son Site, est indiquée au Plan d‟implantation (Annexe 3).”  Beoordeling CREG 78. De CREG stelt vast dat ingevolge de door haar geformuleerde opmerking in haar beslissing van 1 september 2008 thans gepreciseerd wordt dat de ingangshoofdafsluiter tot het aardgasvervoersnet behoort, behoudens indien de eindafnemer de beheerder niet de toestemming geeft of kan geven om deze afsluiter op de Site te beheren (bvb. omdat hij niet over de nodige rechten op de Site of het desbetreffende gedeelte ervan beschikt). 79. De CREG stelt vast dat de term “Client Final” op één plaats tweemaal een hoofdletter draagt, terwijl dit elders niet het geval is. Op pagina 2 van het contract wordt gesteld dat de 42/85 betrokken eindafnemer in de overeenkomst verder aangeduid wordt als “Client final”. De CREG vraagt de rechtzetting van deze kleine materiële vergissing. 3. VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN 3.1. Verplichtingen van de partijen Artikel 3.1.1  Ontworpen bepaling “A tout moment, les Parties exécutent le présent Contrat en conformité avec : (
  3. i)les normes d‟un Opérateur Prudent et Diligent, (
  4. ii)les lois et règlements applicables au présent Contrat, en ce compris le Code de bonne conduite, et (iii) les Procédures opérationnelles ci-jointes (Annexe 1) et les autres Annexes. Dans le cas d‟une Station de Réception de Gaz Naturel existant à la Date de début du Contrat, les Parties se conforment aux Procédures opérationnelles à partir du 1er janvier 2017, sauf pour :
  5. a)les articles 1, 2, 3.1, 4 et 5 des Procédures opérationnelles qui sont d‟application immédiate,
  6. b)les modifications à une Station de Réception de Gaz Naturel existante, pour lesquelles les Procédures opérationnelles s‟appliquent immédiatement ;
  7. c)les articles 3.4.3 et 3.5.6 des Procédures opérationnelles qui sont d‟application à partir du 1er janvier 2011, à l‟exception de l‟article 3.4.3.2.1. qui est d‟application à partir du 1er janvier 2017 ;
  8. d)les articles 3.6 et 3.7 des Procédures opérationnelles qui ne sont d‟application qu‟aux nouvelles installations et aux modifications des installations existantes.”  Beoordeling CREG 80. Rekening houdend met de opmerkingen van de CREG in haar beslissing van 1 september 2008, heeft Fluxys de woorden “agiront en conformité avec” vervangen door “exécutent le présent Contrat” waardoor de draagwijdte van de bepaling tot redelijke proporties wordt gebracht. In artikel 3.1.1, tweede lid, b), werd “Station de réception” vervangen door “Station de Réception de Gaz Naturel”. De datum van 1 januari 2010 in artikel 3.1.1, tweede lid, b), werd vervangen door 1 januari 2011. Artikel 3.1.2  Ontworpen bepaling 43/85 “En cas d‟Urgence, chaque Partie est autorisée à fermer la Vanne d‟isolement général d‟entrée. Dans ce cas, elle en avise immédiatement l‟autre Partie. La Vanne ainsi fermée n‟est ouverte à nouveau que par le personnel dûment autorisé du Gestionnaire qui agit avec toute la diligence requise, et après accord écrit des deux Parties. Une Partie prenant des mesures en cas d‟Urgence :
  9. a)notifie l‟Urgence sans délai à l‟autre Partie et fournit avec la diligence raisonnable toutes les informations disponibles sur la cause de l‟événement ;
  10. b)déclare sans délai que la situation d‟Urgence a cessé et, dans le cas contraire, évalue le temps requis pour résoudre la situation d‟Urgence, et en informe l‟autre Partie ; et
  11. c)prend sans délai toute action raisonnable pour remédier aux évènements empêchant l‟exécution des obligations du présent Contrat et pour limiter les dommages causés. »  Beoordeling CREG 81. Ingevolge een opmerking van de CREG in haar beslissing van 1 september 2008 wordt thans bepaald dat het opnieuw opendraaien van de ingangshoofdafsluiter gebeurt na schriftelijk akkoord van partijen, dit in de eerste plaats omwille van veiligheidsredenen. Het spreekt voor zich dat partijen hun rechten die voortvloeien uit dit artikel op een voorzichtige en redelijke wijze zullen moeten uitoefenen en dat indien het sluiten van de afsluiter en bijgevolg de schorsing van het contract achteraf niet gerechtvaardigd blijkt te zijn, partijen recht hebben op een schadevergoeding. Artikel 3.1.3  Ontworpen bepaling “Les parties s‟engagent à conclure le Contrat d‟Allocation selon le modèle annexé au présent Contrat (Annexe 2), étant entendu que si le Client final en a expressément fait la demande au Gestionnaire, les Parties s‟engagent à conclure autant de Contrats d‟Allocation que d‟Affréteurs approvisionnant le Point de prélèvement, selon le modèle annexé au présent Contrat (Annexe 2).»  Beoordeling CREG 82. De CREG stelt vast dat Fluxys, in de lijn van de aanpassing die zij aanbracht aan de definitie van “toewijzingsovereenkomst”, ook hier de idee heeft toegevoegd dat op uitdrukkelijke vraag van de eindafnemer zoveel toewijzingsovereenkomsten zullen worden 44/85 afgesloten als er bevrachters het afnamepunt bevoorraden, en dit volgens de modelovereenkomst in bijlage 2. Voor wat betreft de impact van het voorstel van nieuwe gedragscode op deze bepaling, verwijst de CREG naar hetgeen zij uiteenzette en het voorbehoud dat zij terzake maakte in §70 van deze beslissing. 3.2. Verplichtingen van de eindafnemer Artikel 3.2.1  Ontworpen bepaling “Le Client final a conclu ou a demandé à un tiers de conclure un Contrat de Transport avec le Gestionnaire pour l‟approvisionnement de Gaz Naturel au Point de prélèvement.” [A AJOUTER POUR LES NOUVEAUX RACCORDEMENTS - Le Client final s‟engage à conclure ou demande à un tiers de conclure un Contrat de Transport commençant au plus tard le [ ], d‟une durée minimale de [ ] et pour une capacité de transport au moins équivalente à [ ] m³(n)/h. Le Client final fournit au Gestionnaire une garantie bancaire à première demande (conforme au modèle repris à l‟Annexe 8) couvrant le risque d‟investissement du Gestionnaire relatif au raccordement au cas où ne serait pas contractée la capacité de transport d‟au moins [ ] m³(n)/h pour une période minimale de [ ] à compter de la mise en service du raccordement.] »  Beoordeling CREG Alle aansluitingen 83. In haar beslissing van 1 september 2008 merkte de CREG onder meer op dat het onderschrijven van “voldoende” vervoerscapaciteit voor de afname van de eindafnemer een verantwoordelijkheid is en blijft van de bevrachter, niet van de eindafnemer. Zoals gevraagd, bracht Fluxys die verantwoordelijkheid voor de eindafnemer beter tot uiting door het vervangen in artikel 3.2.1 van de woorden “pour ses besoins en gaz naturel au Point de prélèvement” door “pour l‟approvisionnement de Gaz Naturel au Point de prélèvement”. Nieuwe aansluitingen 84. De CREG oordeelde in haar beslissing van 1 september 2008 dat de bepaling i.v.m. de bankgarantie best ondergebracht kan worden in een afzonderlijk artikel omdat zij bijvoorbeeld niet kan bedoeld zijn in artikel 4.7. Fluxys heeft ervoor geopteerd om artikel 4.7 aan te passen maar komt daarmee aan de bezorgdheid van de CREG tegemoet. 45/85 Artikel 3.2.2  Ontworpen bepaling “Sans préjudice de l‟article 7 et de toute sanction ou tout recours au titre du droit pénal, le Client final n‟est pas en droit de prélever du Gaz Naturel du Réseau de transport de gaz naturel si aucun Contrat de Transport n‟est en vigueur au moment du prélèvement par le Client final.”  Beoordeling CREG 85. Rekening houdend met de opmerkingen van de CREG in haar beslissing van 1 september 2008 in verband met de rechtsonzekerheid waartoe de woorden “geacht wordt kennis te hebben” aanleiding gaven, werd deze bepaling door Fluxys geherformuleerd. De bewoordingen en hun draagwijdte zijn thans duidelijk, nl. dat er geen aardgasafname kan gebeuren indien geen vervoerscontract in uitvoering is op het ogenblik van de afname. Zoals in de beslissing van 1 september 2008 werd toegelicht, weze ten overvloede herhaald dat deze bepaling in elk geval zo moet worden geïnterpreteerd dat, indien een vervoerscontract bestaat/in uitvoering is, maar bijvoorbeeld onvoldoende vervoerscapaciteit werd gereserveerd, de eindafnemer in geen geval verantwoordelijkheid draagt voor het onvoldoende onderschrijven van capaciteit (doch wel de bevrachter). De verplichting in hoofde van de bevrachter om voldoende vervoersdiensten te voorzien is met zoveel woorden opgenomen in het voorstel van nieuwe gedragscode (cfr. voorstel van nieuwe gedragscode van, artikelen 83 en 85). Door het vervangen van het woord “conclu” door de woorden “en vigueur” beantwoordt Fluxys de vraag van de CREG wat de situatie is in geval van de vroegtijdige beëindiging of opschorting van het vervoerscontract. 86. Het hoeft geen betoog dat de eindafnemer er alle belang bij zal hebben om in zijn contract met zijn leverancier vergaande informatieverplichtingen in hoofde van de leverancier op te nemen in verband met het vervoerscontract dat voor hem werd afgesloten. In het voorstel van nieuwe gedragscode (artikel 235) werd alvast voorgesteld om een artikel 22bis aan het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor 46/85 de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas toe te voegen dat als volgt luidt: “De leveringsonderneming die op vraag van de afnemer een vervoerscontract afsloot of liet afsluiten met de beheerder van het aardgasvervoersnet bezorgt deze afnemer onverwijld de bevestiging van het feit dat een vervoerscontract voor zijn aardgasbehoeften werd afgesloten alsmede van de duurtijd van de toegewezen vervoersdiensten. De leveringsonderneming bezorgt op verzoek van de afnemer alle andere nuttige informatie met betrekking tot het vervoerscontract dat voor zijn aardgasbehoeften op het afnamepunt werd afgesloten.” Verder werd in het voorstel van nieuwe gedragscode (artikel 102) de verplichting opgenomen dat de beheerder van het aardgasvervoersnet de eindafnemer via de toewijzingsovereenkomst informeert over de looptijd van de voor hem door de bevrachter gecontracteerde vervoersdiensten op het afnamepunt (artikel 102, §1) en dat de beheerder van het aardgasvervoersnet de eindafnemer voldoende tijdig vooraf informeert over het verstrijken van de duurtijd van de voor hem door de bevrachter gecontracteerde aardgasvervoersdienst voor afnamecapaciteit op het afnamepunt (artikel 102, §2). “Art. 102. §1. De beheerder van het aardgasvervoersnet legt de eindafnemer, onmiddellijk na ontvangst van elk ondertekend dienstenformulier met betrekking tot de aardgasafname van deze eindafnemer op het afnamepunt, een toewijzingsovereenkomst bedoeld in artikel 157 of wijziging ervan ter ondertekening voor, waarop de beheerder, onverminderd hoofdstuk 4, afdeling 4.6, de duur van deze overeenkomst aangeeft. §2. Ten minste dertig kalenderdagen voor het verstrijken van de duurtijd van de in uitvoering zijnde aardgasvervoersdienst voor afnamecapaciteit voor de eindafnemer of ten minste zeven kalenderdagen voordien indien deze dienst een duurtijd heeft van dertig kalenderdagen of minder, indien op dat ogenblik geen nieuwe aardgasvervoersdienst voor afnamecapaciteit voor de toekomstige afname van de betrokken eindafnemer werd onderschreven, verwittigt de beheerder van het aardgasvervoersnet de eindafnemer, per fax, die bevestigd wordt met een aangetekend schrijven met ontvangstbewijs, ervan dat hij bij gebrek aan onderschrijving van een nieuwe aardgasvervoersdienst voor afnamecapaciteit uiterlijk bij het verstrijken van de duurtijd van de in uitvoering zijnde aardgasvervoersdienst voor afnamecapaciteit zijn aardgasafname moet staken op dat ogenblik.” Ook in geval van de vroegtijdige beëindiging of opschorting door de bevrachter van de gecontracteerde aardgasvervoersdienst voor afnamecapaciteit is een tijdige verwittigingsplicht van de eindafnemer in hoofde van de bevrachter en de beheerder voorzien (voorstel van nieuwe gedragscode, artikelen 103 en 104). 47/85 Artikel 3.2.3  Ontworpen bepaling “Le Client final informe le Gestionnaire de toute modification relative à la personne ou à la société fournissant du Gaz Naturel au Point de prélèvement, et ce pour les quantités allouées au Client final conformément au Contrat d‟Allocation.  Beoordeling CREG 87. Fluxys legt uit dat het steeds de eindafnemer is die als eerste weet wie levert op het afnamepunt en er bijgevolg geen aanleiding is om deze informatieverplichting wederkerig te maken zoals gevraagd door een aantal eindafnemers. Bij nader inzien lijkt het gerechtvaardigd de bepaling aldus te behouden. Eenzelfde verplichting werd opgenomen in het voorstel van nieuwe gedragscode (artikel 101, §2) en zal in de toekomst van toepassing zijn op alle eindafnemers en dus ook gelden voor de achterliggende eindafnemers die vandaag geen aansluitingscontract met Fluxys afsluiten omdat zij niet rechtstreeks op het aardgasvervoersnet zijn aangesloten: “Art. 101 §2. De eindafnemer informeert de beheerder van het aardgasvervoersnet onverwijld over de identiteit van zijn leveringsonderneming(
  12. en)en elke wijziging daarvan.” Artikel 3.2.6.  Ontworpen bepaling “Le Gestionnaire doit donner son accord préalable à tout raccordement d‟installations de transport de gaz naturel et/ou de distribution de gaz naturel, en ce compris le(
  13. s)Station(
  14. s)de Réception de Gaz Naturel, au Réseau de transport de gaz naturel interconnecté. Le Client final motive sa demande en fournissant au Gestionnaire les plans techniques et tous les éléments pertinents, et notamment les éléments économiques, techniques, relatifs aux permis et/ou à la sécurité. Le Gestionnaire ne refuse pas son accord de façon déraisonnable et ne peut le refuser que pour des motifs économiques, techniques, relatifs aux permis et/ou à la sécurité.» 48/85  Beoordeling CREG 88. Ingevolge de opmerkingen van de CREG terzake in haar beslissing van 1 september 2008 heeft Fluxys deze bepaling geherformuleerd. Om aan de voornaamste bezorgdheden van de CREG tegemoet te komen, heeft Fluxys tijdens de besprekingen met de CREG gemotiveerd dat wanneer de wet haar zou verplichten tot aansluiting van bepaalde vervoers- of distributie-installaties, deze bepaling daaraan vanzelfsprekend geen afbreuk doet en zij de aansluiting in deze gevallen inderdaad niet kan en zal weigeren. Een dergelijke weigering zou dan aldus Fluxys vanzelfsprekend onredelijk zijn. Tot op een zekere hoogte kan de CREG begrip opbrengen voor de bezorgdheid op basis waarvan de beheerder voorstelt om de aansluiting te laten afhangen van zijn voorafgaandelijk akkoord. Deze houdt verband met de mogelijke impact op de integriteit van het aardgasvervoersnet en de noodzaak voor de beheerder om uit oogpunt van veiligheid en operationeel beheer terdege op de hoogte te zijn van de installaties die op zijn aardgasvervoersnet zijn aangesloten. Evenwel kan niet worden aanvaard, zoals reeds betoogd werd in haar beslissing van 1 september 2008, dat Fluxys met de uitoefening van de rechten vervat in deze bepaling wettelijke bepalingen, zoals artikel 15/1, §1, 2°, van de gaswet, ontkracht door het akkoord van de beheerder als bijkomende voorwaarde toe te voegen. Opgemerkt weze nog dat artikel 3.2.6 enkel betrekking kan hebben op de eventuele toekomstige aansluiting van een aardgasontvangststation ná het afsluiten van het aansluitingscontract. De mogelijkheid voor de beheerder om zijn goedkeuring voor de aansluiting te weigeren mist immers elke grondslag ten aanzien van de aansluiting die voor ogen lag bij de ondertekening van het aansluitingscontract. Bovendien, wat de aansluiting van een tweede aardgasontvangststation betreft, kan de ondertekening door de eindafnemer van een tweede aansluitingscontract (na aanvaarding van de offerte van Fluxys voor aansluiting) de enige voorwaarde voor aansluiting vormen. Deze bepaling kan met andere woorden niet tot gevolg hebben dat Fluxys langs deze weg in dergelijke gevallen bijkomende voorwaarden (niet goedgekeurd door de CREG) gaat opleggen. 49/85 De manier waarop Fluxys de rechten vervat in artikel 3.2.6. zal uitoefenen, is derhalve van groot belang. Het spreekt voor zich dat Fluxys dit dient te doen met strikte naleving van de wet en dat bij betwisting het uiteindelijke oordeel zal toekomen aan de bevoegde rechter. Indien er zich in de praktijk daadwerkelijke problemen zouden voordoen met de toepassing van deze bepaling en/of de CREG naar aanleiding van de toepassing van dit artikel (gegronde) klachten van eindafnemers zou ontvangen, zal een herziening en desgevallend aanpassing van het standaard aansluitingscontract zich opdringen. Artikel 3.2.7.  Ontworpen bepaling “Le Gestionnaire a le droit d‟installer un Système de télémesure sur les lignes de comptage de la Station de comptage. Le Gestionnaire est également autorisé à recevoir, obtenir (par le biais du Système de télémesure) et traiter les données relatives aux quantités de Gaz Naturel prélevées par le Client final telles que mesurées par la Station de comptage. Le Gestionnaire est par ailleurs en droit de transmettre ces données à l‟Affréteur (aux Affréteurs), le cas échéant, à une fréquence et sous la forme qu‟il souhaite. La transmission de ces données à tout autre tiers, requiert le consentement préalable et écrit du Client final. A la demande du Client final, le Gestionnaire met à sa disposition les données de télémesure liées au Client final et au Point de Raccordement, moyennant signature préalable par le Client final des conditions contractuelles pertinentes telles que publiées sur le site internet du Gestionnaire. »  Beoordeling CREG 89. Ingevolge de opmerking geformuleerd door de CREG in haar beslissing van 1 september 2008 wordt het recht voor de eindafnemer op het bekomen van de hier bedoelde meetgegevens in het standaard aansluitingscontract opgenomen, weliswaar mits ondertekening door de eindafnemer van pertinente contractuele voorwaarden die bekend gemaakt zullen worden op de website van de beheerder. Fluxys beoogt hiermee de reeds bestaande zogenaamde web-track agreement. Het spreekt voor zich dat een dergelijke overeenkomst louter praktische afspraken kan bevatten verbonden aan de terbeschikkingstelling van de telemeetgegevens, doch geen bepalingen die de toegang tot het net betreffen. Indien de CREG zou vaststellen dat deze contractuele voorwaarden bepalingen bevatten die de toegang tot het net betreffen, behoudt zij zich het recht voor deze overeenkomst of bepalingen alsnog te beschouwen als integraal deel 50/85 uitmakend van de standaardcontracten voor de toegang tot het net onderworpen aan de goedkeuring van de CREG. 90. Op vraag van de CREG werd inzake het akkoord van de eindafnemer verduidelijkt dat het moet gaan om zijn voorafgaand schriftelijk akkoord en werd de verwijzing naar artikel 8.3 wegens gebrek aan relevantie weggelaten. [POUR LES NOUVEAUX RACCORDEMENTS 3.2.8 – Le Client final paie au Gestionnaire le tarif de raccordement conformément aux Tarifs régulés.] 91. Op vraag van de CREG heeft Fluxys de nummering van dit artikel aangepast om aan te geven dat dit een bijkomend artikel vormt in geval van nieuwe aansluitingen en geen alternatief op artikel 3.2.7 hiervoor besproken. 3.3. Verplichtingen van de Beheerder Artikel 3.3.1  Ontworpen bepaling “Sans préjudice des obligations découlant des lois applicables, le Gestionnaire s‟engage à maintenir le raccordement physique à la Station de réception de Gaz Naturel au Réseau de transport de gaz naturel au Point de raccordement.” POUR LES NOUVEAUX RACCORDEMENTS Sans préjudice des obligations découlant des lois applicables, le Gestionnaire s‟engage à raccorder et à maintenir le raccordement physique à la Station de réception de Gaz Naturel au Réseau de transport de gaz naturel au Point de raccordement, conformément l‟offre de raccordement du Gestionnaire telle qu‟acceptée par le Client final (Annexe [°]).  Beoordeling CREG 92. De CREG stelt vast dat de bepaling vervat in artikel 3.3.1 werd aangepast ingevolge de opmerking van de CREG in haar beslissing van 1 september 2008 dat de beheerder zich er voor wat de bestaande aansluitingen betreft veeleer toe behoort te verbinden het aardgasontvangststation fysiek verbonden te houden met het aardgasvervoersnet, hetgeen impliceert dat hij onder meer het nodige doet om de nodige vergunningen te behouden, 51/85 desgevallend te hernieuwen. Voor de eindafnemer blijft het essentieel dat er niet alleen op het ogenblik dat het contract wordt gesloten, maar ook tijdens de hele uitvoeringsperiode daadwerkelijk een aansluiting is, omdat dit bepalend is voor de toegang tot het net en de mogelijkheid om gas geleverd te krijgen. Tevens ingevolge de beslissing van de CREG van 1 september 2008 heeft Fluxys deze bepaling voor wat nieuwe aansluitingen betreft aangevuld met de verwijzing naar het door de eindafnemer aanvaarde voorstel voor aansluiting waarin afspraken worden gemaakt omtrent de realisatie van de fysieke aansluiting. Artikel 3.3.2  Ontworpen bepaling “Durant toute la durée du présent Contrat et sans préjudice de l‟application de l‟article 3.1.1, le Gestionnaire (
  15. i)entretient, répare et remplace la Vanne d‟isolement général d‟entrée, le joint isolant de la protection cathodique du Réseau de transport de gaz naturel, le Point de raccordement, et les Installations du Gestionnaire, (
  16. ii)maintient ces installations en bon état de marche et de fonctionnement, (iii) exploite ces installations en Opérateur Prudent et Diligent, et (
  17. iv)fait des efforts raisonnables pour renouveler et maintenir toute autorisation nécessaire pour le maintien et l‟exploitation de celles-ci.”  Beoordeling CREG 93. Aanvankelijk, in het ontwerp van aansluitingscontract dat ter consultatie van de eindafnemers werd voorgelegd in oktober 2007, was in dit artikel uitsluitend sprake van het aansluitingspunt. Naar aanleiding van voormelde consultatie werd door een aantal eindafnemers opgemerkt dat de onderhoudsverplichting van Fluxys niet beperkt kon blijven tot het aansluitingspunt. Positief is dat Fluxys deze contractuele verplichting nadien heeft uitgebreid met de Installaties van de beheerder en met de Ingangshoofdafsluiter (zie definities). De CREG achtte het niettemin redelijk dat deze verplichting zou worden uitgebreid tot de aansluiting (dat deel van het aardgasvervoersnet dat werd aangelegd om de eindafnemer op het bestaande aardgasvervoersnet aan te sluiten), doch stelt vast dat Fluxys daarop niet alsdusdanig is ingegaan, al wordt thans bijkomend gepreciseerd dat de isolatieflens van de kathodische bescherming onder de verantwoordelijkheid van Fluxys valt en dat de bepaling geen afbreuk doet aan artikel 3.1.1 waarin onder meer naar de wettelijke verplichtingen van 52/85 Fluxys wordt verwezen. Dergelijke uitbreiding van de verplichting vervat in artikel 3.3.2 tot de aansluiting is geen noodzakelijke voorwaarde om als verplichting te bestaan in hoofde van Fluxys. De verplichting tot onderhoud van het aardgasvervoersnet is een wettelijke verplichting die voor de beheerder van het aardgasvervoersnet voortvloeit uit artikel 15/1, §1, van de gaswet, en die vanzelfsprekend onverminderd blijft voortbestaan, hetgeen Fluxys thans ook expliciet bevestigt door de verwijzing naar artikel 3.1.1. In de mate dat deze wettelijke verplichting voor Fluxys niet gecontractualiseerd wordt in het aansluitingscontract blijft daarop het buitencontractuele aansprakelijkheidsregime van toepassing. Artikel 3.3.3  Ontworpen bepaling “Pour autant que le Gestionnaire reçoive aux points d‟entrée du Réseau de transport de gaz naturel, notamment de l‟Affréteur, des débits de Gaz Naturel suffisants et conformes aux spécifications pour le transport à ces points d‟entrée, le Gestionnaire assure que la Pression et la qualité du Gaz Naturel au Point de raccordement soient conformes aux conditions de l‟Annexe 7. Si la Pression et/ou la qualité du Gaz Naturel ne sont pas conformes aux conditions précitées, le Client final peut demander au Gestionnaire de lui démontrer que le Gestionnaire a assuré la Pression et la qualité du Gaz Naturel et/ou demander de lui transmettre les informations pertinentes afin que le Client final puisse s‟adresser à son/ses Affréteurs ou à des tiers en vue d‟une éventuelle indemnisation. Si le Gestionnaire a manqué à son obligation, il indemnise le Client final des dommages subis et démontrés par ce dernier, dans les limites du présent Contrat. Le Gestionnaire transmet toute information pertinente relative à un problème ou à un incident sur un (ou plusieurs) point(
  18. s)d‟entrée et pouvant raisonnablement avoir eu un impact sur la Pression et/ou la qualité du Gaz Naturel au Point de raccordement.»  94. Beoordeling CREG Om tegemoet te komen aan de vraag van de CREG naar een resultaatsverbintenis in hoofde van Fluxys inzake druk en kwaliteit (voor wat kwaliteit betreft reeds vervat in artikel 7 van de gedragscode) heeft Fluxys de termen “s‟assurera que” vervangen door “assure que”. De tweede zin van het oorspronkelijke artikel 3.3.3, die aanleiding gaf tot onduidelijkheid, werd ingevolge de opmerking van de CREG in haar beslissing van 1 september 2008 weggelaten. Hoewel de verplichting van Fluxys afhankelijk blijft van de naleving door de bevrachters van hun verplichtingen op de ingangspunten, bevat het nieuwe artikel 3.3.3 een aantal substantiële verbeteringen in die zin dat Fluxys, op verzoek van de eindafnemer, verplicht is 53/85 de relevante informatie aan de eindafnemer ter beschikking te stellen zodat deze laatste zich tot de verantwoordelijke bevrachter(
  19. s)of derden kan richten om een schadevergoeding te bekomen. Aan de bezorgdheid van de CREG, die erin bestaat een vordering van de schadelijdende eindafnemer ten aanzien van de aansprakelijke partij in de praktijk mogelijk te maken, is derhalve tegemoet gekomen. 95. In haar voorstel van nieuwe gedragscode (artikel 97, §3) is de CREG verder gegaan door, zowel voor kwaliteit als voor druk, de verplichting voor de beheerder te voorzien om de eindafnemer minstens de kwaliteit en gasdruk op het aansluitingspunt te leveren die overeengekomen werd in het aansluitingscontract ongeacht wat er geleverd wordt op de ingangspunten, doch onverminderd de gevallen waarin de beheerder gerechtigd is de aardgastoevoer met toepassing van de gedragscode en/of het aansluitingscontract te onderbreken of te reduceren. Het niet voorhanden zijn van de overeengekomen kwaliteit en druk op het aansluitingspunt geeft dan aanleiding tot aansprakelijkheid van Fluxys behoudens indien zij zich in een geval bevindt waarin de gedragscode en/of het aansluitingscontract haar toelaten de aardgastoevoer te reduceren of te onderbreken. “Art. 97, §3. De beheerder van het aardgasvervoersnet stelt op het aansluitingspunt aardgas ter beschikking dat voldoet aan de in het aansluitingscontract vermelde eisen inzake druk en kwaliteit behoudens indien hij met toepassing van dit besluit en/of het aansluitingscontract gerechtigd is de aardgastoevoer te onderbreken of te reduceren.” In afwachting van de nieuwe gedragscode is deze regeling voorlopig als overgangsregeling aanvaardbaar. Hoewel de nieuwe gedragscode vanaf haar inwerkingtreding voorrang zal hebben vanwege haar openbare orde-karakter (zie ook §§23 en 27 van deze beslissing), past het het standaard aansluitingscontract daarmee in overeenstemming te brengen. 4. AANSPRAKELIJKHEID 96. De CREG is van oordeel dat er naar een voldoende en redelijk niveau van aansprakelijkheid van partijen moet worden gestreefd. Tegenover de verplichtingen van partijen bepaald in het standaard aansluitingscontract dient een redelijke en voldoende aansprakelijkheid te staan voor het geval van niet naleving van deze verplichtingen. Wat de aansprakelijkheid van de partijen in het kader van het aansluitingscontract betreft dient ook rekening gehouden te worden met de economische en financiële aspecten (met name de 54/85 verzekerbaarheid en bijgevolg betaalbaarheid van het netbeheer, voor wat betreft de aansprakelijkheid van de beheerder). Een beperking van de aansprakelijkheid is in die optiek aanvaardbaar, en zelfs aangewezen wanneer hierdoor de globale last (verzekeringspremies, risicomanagement, enz. gecumuleerd voor alle partijen) beperkt wordt. Daarbij weze opgemerkt dat exoneratie- en/of aansprakelijkheidsbeperkende bedingen die de overeenkomst zouden “uithollen” (elke betekenis zouden ontnemen aan de verbintenissen) verboden zijn en leiden –in de regel- tot de nietigheid van een dergelijk beding. In het kader van het standaard aansluitingscontract moet er rekening mee gehouden worden dat de in het contract opgenomen verplichtingen van partijen, en in het bijzonder voor de beheerder, in belangrijke mate de contractualisering inhouden van wettelijke verplichtingen die volgens de CREG van openbare orde zijn. Het contractualiseren van dergelijke wettelijke verplichtingen doet evenwel niets af aan de aard ervan. 4.1. Aansprakelijkheid van de partijen  Ontworpen bepaling “L‟article 4 s‟applique à tous les cas où la responsabilité d‟une Partie est mise en cause dans le cadre du présent Contrat, tant dans le cas d‟une responsabilité contractuelle que dans le cas d‟un concours de responsabilités contractuelle et extracontractuelle. »  Beoordeling CREG 97. Met de herformulering van dit artikel komt Fluxys tegemoet aan de bezwaren die de CREG formuleerde in haar beslissing van 1 september 2008. Er is met andere woorden niet langer sprake van “verbonden ondernemingen” in dit artikel. Bovendien hebben de aansprakelijkheidsbepalingen en –beperkingen vervat in artikel 4 voortaan enkel betrekking op de contractuele aansprakelijkheid van partijen en laten zij de buitencontractuele aansprakelijkheid (buiten gevallen van samenloop) onverlet. 4.2. Aansprakelijkheidsbeperking 55/85  Ontworpen bepaling “4.2.1. Sans préjudice de l‟article 4.1 et sauf en cas de dol ou de faute intentionnelle, la responsabilité d‟une Partie vis-à-vis de l‟autre Partie est exclusivement limitée à la réparation des Dommages Directs subis par cette autre Partie, dans les limites définies ci

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.