Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02 289 76 11 Fax: 02 289 76 09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)091119-CDC-921 over ‘de vraag tot goedkeuring van het indicatief vervoersprogramma van de NV FLUXYS, voor wat betreft haar opslagactiviteiten, voor de periode 2010 2011’ genomen met toepassing van artikel 9 van het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas 19 november 2009 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 9 van het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas (hierna : de gedragscode), het indicatief opslagprogramma van de NV FLUXYS voor de periode 2010 2011 dat op 29 oktober 2009 ter goedkeuring bij de CREG werd ingediend per drager met ontvangstbewijs. De onderstaande beslissing is ingedeeld in vier delen. Het eerste deel gaat over het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de onderhavige beslissing uiteengezet. In het derde deel wordt onderzocht of het voorstel de voorschriften van artikel 9 van de gedragscode naleeft, of het rekening houdt met de opmerkingen die de CREG maakte in haar beslissing (B)090226-CDC-829 van 26 februari 2009 over de vraag van de NV FLUXYS tot goedkeuring van het indicatief vervoersprogramma, voor wat betreft haar opslagactiviteiten, voor de periode 2009-2010 (hierna : de beslissing van 26 februari 2009) en of het voorstel verenigbaar is met de belangrijkste opslagvoorwaarden van de NV FLUXYS, goedgekeurd door de CREG in haar beslissing (B)041220-CDC-244/3 van 20 december 2004 over de vraag tot goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden voor opslag van de NV FLUXYS (hierna : de belangrijkste opslagvoorwaarden). Het vierde deel, tenslotte, bevat het besluit. Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 19 november
- 2/25 I. WETTELIJK KADER
- Overeenkomstig artikel 9, §§2 en 3, van de gedragscode stelt de vervoersonderneming een indicatief opslagprogramma op voor een periode van minstens twee jaar en stuurt ze dit indicatief opslagprogramma jaarlijks bij, onder andere op basis van het door de vervoersonderneming gevoerde congestiebeleid bedoeld in artikel 45 van de gedragscode. Het indicatief opslagprogramma wordt door de vervoersonderneming ter goedkeuring overgemaakt aan de CREG.
- Overeenkomstig artikel 9, §1, van de gedragscode moet het indicatief opslagprogramma onder meer de volgende elementen bevatten: de aangeboden vaste, nietvaste en onderbreekbare capaciteiten, de gehanteerde capaciteitstoewijzingsregels, de vooropgestelde tolerantiewaarden, de verschillende types van opslagcontracten en de looptijden van de standaard opslagcontracten. Verder moeten, in overeenstemming met artikel 9, §4 van de gedragscode, zowel de looptijden van de opslagcontracten als de verdeling van de beschikbare capaciteit over vaste, niet-vaste en onderbreekbare capaciteit en de toewijzingsregels de in de markt bestaande vraag weerspiegelen. De vervoersonderneming moet hierbij rekening houden met de specifieke kenmerken van de opslagdiensten waarop het indicatief opslagprogramma betrekking heeft en met de specifieke behoeften van de categorieën gebruikers van de opslaginstallaties die volgens objectieve en pertinente criteria gedefinieerd worden. De wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (hierna : de gaswet) werd gewijzigd door de wet van 1 juni 2005 tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (Belgisch Staatsblad, 14 juni 2005). Artikel 24 van deze wet vervangt artikel 15/5, §3 van de gaswet door een artikel 15/5undecies dat het wettelijk kader van de gedragscode wijzigt door de term „vervoersonderneming‟ te wijzigen door „beheerder van het aardgasvervoersnet, beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en beheerder van de LNG-installatie‟. Tevens moet de gedragscode voortaan het volgende bepalen : - de basisbeginselen met betrekking tot de rechten en verplichtingen van, enerzijds, de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie en, anderzijds, de gebruikers van het desbetreffende aardgasvervoersnet, van de opslaginstallatie voor aardgas of van 3/25 de LNG-installatie inzake het gebruik ervan en meer bepaald inzake onderhandelingen over de toegang tot vervoer, over het congestiebeheer en over de publicatie van desbetreffende informatie; - de maatregelen die in het verbintenissenprogramma moeten worden opgenomen om te waarborgen dat ieder discriminerend gedrag wordt uitgesloten en om te voorzien in een adequaat toezicht op de naleving ervan.
- Artikel 15/5undecies, §1 van de gaswet werd eveneens aangevuld door artikel 65 van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I) (Belgisch Staatsblad van 28 december 2006). Volgens deze nieuwe beschikking bepaalt de gedragscode bovendien : - de regels en de organisatie van de secundaire markt waarop netgebruikers onderling capaciteit en flexibiliteit verhandelen en waarop de beheerders eveneens capaciteit en flexibiliteit kunnen kopen ;
- de basisprincipes betreffende de organisatie van de toegang tot de hubs. Als gevolg van deze wetswijzigingen zal de gedragscode moeten gewijzigd worden. In afwachting van deze wijziging blijft het huidige reglementaire kader van toepassing. Daaruit volgt onder meer dat in de huidige beslissing de CREG nog altijd de term « vervoersonderneming » blijft gebruiken, overeenkomstig voornoemd artikel 9 van de gedragscode, hoewel de gaswet voortaan de preciezere term « beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas » gebruikt.
- De inhoud van het indicatief vervoersprogramma moet altijd verenigbaar zijn met de belangrijkste voorwaarden, zoals opgesteld krachtens artikel 10 van de gedragscode. De NV FLUXYS verwijst naar het indicatief opslagprogramma in onder andere artikelen 36 en 52 van de belangrijkste opslagvoorwaarden.
- Sinds voornoemde wet van 27 december 2006 wordt het begrip « belangrijkste voorwaarden » in de gaswet omschreven als zijnde « de standaardovereenkomst voor toegang tot het vervoersnet en de eraan verbonden werkingsregels ». In afwachting van de goedkeuring door de CREG van de belangrijkste voorwaarden voor opslag in de zin van artikel 1, 51° van de gaswet, blijven de belangrijkste toegangsvoorwaarden voor opslag die op dit ogenblik zijn goedgekeurd krachtens artikel 10 van de gedragscode van kracht (cf. Beslissing (B)041220-CDC- 244/3 van 20 decembre 2004 over de vraag tot goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden voor toegang tot het vervoersnet van de NV FLUXYS). Een dergelijke benadering ligt overigens in de lijn van het voorstel voor een nieuwe gedragscode 4/25 opgesteld door de CREG (cf. artikel 238, §1 van het Voorstel (C)090716-CDC-882 van 16 juli 2009 van « koninklijk besluit betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas »). De tekst kan geraadpleegd worden op de website van de CREG (www.creg.be). 5/25 II.
- ANTECEDENTEN Door haar beslissing van 26 februari 2009 keurde de CREG, uitsluitend voor het jaar 2009, het door de NV FLUXYS ingediende indicatief opslagprogramma voor de periode 2009-2010 goed. In paragraaf 24 van deze beslissing verzocht de CREG de NV FLUXYS haar uiterlijk op 30 juni 2009 een voorstel van indicatief opslagprogramma 2010 - 2011 over te maken.
- Zoals bepaald in art. 15/11, §2 van de gaswet, dient de vervoersonderneming de capaciteiten van de bestaande oplsaginstallaties bij voorrang toe te wijzen aan de houders van een leveringsvergunning die de gasdistributieinstallaties bevoorraden. De regels die van toepassing waren in het verleden en die nog steeds geldig zijn voor het opslagseizoen 2009 - 2010, houden rekening met de capaciteitsonderschrijving door de netgebruikers op de GOS op 1 januari voor het opslagseizoen waarvan de injectieperiode aanvangt op 15 april van hetzelfde jaar. Concreet houdt de bestaande regeling in dat de beschikbare capaciteiten voor opslag, injectie en emissie worden toegewezen op basis van de bestaande marktaandelen van de netgebruikers in het bedoelde marktsegment (proportionaliteitsregel). De toepassing van deze regels laat niet toe rekening te houden met toekomstige wijzigingen in de marktaandelen van de betreffende netgebruikers. Indien een netgebruiker erin slaagt zijn marktaandeel in het segment eindverbruikers dat aangesloten is op het distrbutienet substantieel te vergroten, dan kan hij krachtens de bestaande regeling slechts beroep doen op het deel van de capaciteit dat overeenstemt met zijn marktaandeel op 1 januari. Het deel van de capaciteit dat overeenstemt met het bijkomend verworven marktaandeel blijft in de bestaande regeling gereserveerd voor de netgebruiker die op 1 januari instond voor de bevoorrading van deze eindklanten. De momenteel geldende toewijzingsregels bieden bijgevolg geen volledig kader om voor alle huidige en toekomstige netgebruikers toegangsvoorwaarden tot de opslaginstallaties tot stand te brengen die corresponderen met hun reële behoeften. Sommige vervoersnetgebruikers hebben in de loop van het jaar tegenover de CREG hun bezorgdheid over de bestaande regels overgemaakt. Rekening houdend met deze opmerkingen heeft de CREG vervolgens de vervoersonderneming verzocht een voorstel uit te werken dat enerzijds rekening houdt met de eisen zoals vastgelegd in de wet, maar dat anderzijds een oplossing biedt voor de tekortkomingen van de bestaande toewijzingsregels. Aansluitend heeft de vervoersonderneming in samenspraak met de CREG een voorstel voor nieuwe toewijzingregels voor de opslaginstallaties uitgewerkt. De uitwerking van de nieuwe regels werd voorbereid via regelmatige werkgroepvergaderingen met vertegenwoordigers van de vervoersonderneming en van de 6/25 CREG. Aansluitend heeft de vervoersonderneming een voorstel voor de nieuwe toewijzingsregels schriftelijk voorgelegd aan de netgebruikers in het algemeen en aan de opslaggebruikers in het bijzonder, waarbij een methodologie is uitgewerkt die gebaseerd is op de toekomstige marktaandelen van de opslaggebruikers rekening houdend met hun capaciteitsonderschrijvingen op de GOS voor de komende opslagperiode. De reactie van de netgebruikers op dit voorstel was bijna unaniem positief: de vervoersonderneming heeft slechts één negatieve reactie op haar voorstel ontvangen. Deze negatieve reactie had geen betrekking op de nieuwe methodologie voor toewijzing op zich, doch enkel op de datum waarop de nieuwe regels zouden van toepassing worden. Omwille van de gunstige reacties bij de betrokken netgebruikers werd het voorstel met de aangepaste toewijzingsregels als eerste belangrijk element opgenomen in het voorgestelde indicatief programma voor opslag 2010-
- De nieuwe toewijzingsregels worden grondig ontleed in paragraaf 38 onder punt III. van deze beslissing.
- De CREG heeft in het verleden herhaaldelijk haar bezorgdheid uitgedrukt over het beperkte aanbod aan flexibiliteitsdiensten voor opslag in het algemeen en het ontbreken van korte termijn opslagdiensten in het bijzonder. De CREG verwijst hiervoor onder meer naar haar opmerkingen in paragraaf 17 van haar beslissing (B)071213-CDC-734 van 13 december 2007 over „de vraag tot goedkeuring van het indicatief vervoersprogramma van de NV FLUXYS, voor wat betreft haar opslagactiviteiten, voor de periode 2008-2009‟. In de betreffende paragraaf wordt ook gemeld dat de vervoersonderneming bevestigt dat zij andere mogelijkheden onderzoekt met de bedoeling haar aanbod aan flexibiliteitsdiensten te verruimen. Ten einde haar engagement dienaangaande na te komen heeft de vervoersonderneming een voorstel voor korte termijn diensten ontwikkeld, gebaseerd op het concept van Virtuele Opslag (Virtual Storage). De principes van het concept werden aan vertegenwoordigers van de CREG toegelicht op een informatievergadering op 5 maart
- De vertegenwoordigers van de CREG hebben dit initiatief toegejuicht en zij hebben de vervoersonderneming op de hoogte gebracht van hun aandachtspunten, vooral op het vlak van het opstellen van de operationele regels voor de nieuwe dienst. In samenspraak met de CREG heeft de vervoersonderneming vervolgens het concept verder uitgewerkt en aangevuld met een voorstel voor allocatieregels. De CREG heeft aan de vervoersonderneming gevraagd de toewijzingsregels lichtjes aan te passen met als bedoeling dat de allocatieregels beter zouden afgestemd zijn op de noden van netgebruikers met een beperkt marktaandeel en eventuele nieuwkomers op de markt. Het uitgewerkte concept werd, met uitzondering van de detailuitwerking voor wat betreft de allocatieregels, voor alle actieve zowel als niet-actieve netgebruikers op een shippers meeting op 8 mei 2009 toegelicht. De verdere optimalisering van de allocatieregles gebeurde via de ad hoc 7/25 werkgroep, die vertegenwoordigers van de CREG en de NV FLUXYS verenigde.
- Tegemoet komend aan de vraag van de CREG tot verhoging van het aanbod aan flexibiliteitsdiensten omvat het indicatief programma voor opslag een voorstelling van de dienst Virtuele Opslag (Virtual Storage Inventory), samen met de aangeboden capaciteiten en de voorziene toegangsregels. De voorgestelde nieuwe toewijzingsregels worden grondig ontleed in paragraaf 20, 21, 30, 31, 32 en 39 van deze beslissing.
- Een derde belangrijke wijziging van het voorliggende voorstel voor indicatief programma voor opslag heeft betrekking op de informatie die door de vervoersonderneming aan de netgebruikers ter beschikking gesteld wordt. De artikelen 30 t .e.m. 36 van de gedragscode bevatten de algemene bepalingen betreffende de informatie die door de vervoersonderneming aan de netgebruikers dient verstrekt te worden. In overeenstemming hiermee bevat het indicatief programma voor opslag bepalingen die de precieze modaliteiten vastleggen voor de wijze en het tijdstip waarop deze informatie aan de opslaggebruikers verstrekt wordt. Op initiatief van de Europese groep van Energie Regulatoren (ERGEG) werd aan de koepelorganisatie Gas Storage Europe (GSE), die de belangen vertegenwoordigt van de Europese ondernemingen die actief zijn als operator van opslaginstallaties, de vraag voorgelegd om over te gaan van wekelijkse publicatie van bepaalde belangrijke parameters met betrekking tot gasopslag naar dagelijkse publicatie van deze gegevens, en dit met ingang vanaf 30 november
- Aansluitend heeft de CREG, op voorstel van ERGEG, de NV FLUXYS bij brief van 28 april 2009 verzocht de mogelijkheid te onderzoeken om de betreffende gegevens voor de door haar beheerde opslaginstallaties te publiceren op dagbasis en de gepubliceerde gegevens uit te breiden met de dagelijkse injectie- en uitzendhoeveelheden. De NV FLUXYS heeft, bij brief gedateerd op 1 juli 2009, geantwoord dat zij zich ertoe verbond de gevraagde dagelijkse allocaties betreffende de injectie, de uitzending en de hoeveelheid gas in opslag van zowel de opslaginstallatie te Loenhout als van de piekopslaginstallatie te Dudzele op dagbasis te publiceren op geaggregeerde wijze. De brief bevestigt tevens dat de haalbaarheid van de gewenste limietdatum. Op 1 oktober 2009 werd dit engagement ook bevestigd door GSE dat via een persmededeling meldt dat de bij haar aangesloten leden tegen uiterlijk1 december 2009 de gevraagde data op dagbasis zouden publiceren. Daarom werden in het indicatief programma voor opslag 2010 – 2011 nieuwe regels opgenomen aangaande de communicatie van gegevens door de vervoersonderneming ten behoeve van de opslaggebruikers. Deze nieuwe regels worden ontleed in paragraaf 34 onder punt III. van deze beslissing. 8/25
- In haar beslissing van 26 februari 2009 (paragraaf 23) had de CREG de NV FLUXYS verzocht aan haar voorstel een kalender toe te voegen met de voorziene data voor de uitbreiding van de opslaginstallaties van Loenhout alsook de data van invoering van nieuwe diensten om de beschikbaarheid van de opslaginstallaties te optimaliseren. Omdat de vervoersonderneming geen antwoord gegeven heeft, heeft de CREG haar verzoek herhaald bij brief van 9 juni
- Op 14 juli 2009 heeft de NV FLUXYS aanvullende gegevens verstrekt met betrekking tot het project voor de uitbreiding van de opslagcapaciteit en de verhoging van de injectie- en uitzendcapaciteit van de opslaginstallatie te Loenhout. De CREG heeft kennis genomen van de aanvullende gegevens. In paragraaf 19 van de analyse verduidelijkt de CREG haar houding met betrekking tot de aanvullende informatie omtrent het uitbreidingsproject voor de opslaginstallatie te Loenhout.
- Een eerste voorstel van indicatief opslagprogramma voor Loenhout en Dudzele voor de periode 2010-2011 werd op 17 september 2009 per drager met ontvangstbewijs bij de CREG ingediend. Na overleg tussen de diensten van de CREG en de NV FLUXYS werd op 29 oktober 2009 een definitief voorstel van indicatief opslagprogramma voor Loenhout en Dudzele voor de periode 2010-2011 bij de CREG ingediend per drager met ontvangstbewijs (hierna : het voorstel).
- De CREG herinnert eraan (paragraaf 8 van de beslissing van 26 februari 2009) dat het indicatief opslagprogramma systematisch zal moeten gewijzigd en aangepast worden in functie van onder andere de door de vervoersonderneming aangeboden opslagdiensten. De eventuele wijzigingen en aanpassingen moeten door de CREG goedgekeurd worden. Het indicatief opslagprogramma vormt in feite een catalogus van de door de vervoersonderneming aangeboden producten en diensten. Het is dan ook volkomen logisch dat het indicatief opslagprogramma wordt bekendgemaakt aan de opslaggebruikers, zoals bepaald in artikel 28 van de gedragscode. 9/25 III.
- ANALYSE VAN HET VOORSTEL De CREG herinnert eraan dat de opslagcapaciteit die door de vervoersonderneming ter beschikking van de opslaggebruikers wordt gesteld in de eerste plaats afhangt van de fysiek en technisch beschikbare opslagcapaciteit in de opslaginstallaties en ten tweede van de gereserveerde opslagcapaciteit om de operationele behoeften van de vervoersonderneming te dekken. De CREG stelt vast dat de vervoersonderneming niet meer doorgaat met de inspanningen die werden aangevat om de berekeningsmethodologie voor het bepalen van de operationele behoeften af te ronden (nochtans heeft de CREG in haar beslissing van 26 februari 2009 de NV FLUXYS gelast dit te doen). Bovendien merkt de CREG op dat het bepalen van de operationele behoeften een telkens terugkerende oefening is, aangezien deze behoeften niet enkel afhangen van de beschikbaarheid van de fysieke installaties, die onder meer verband houdt met de verwezenlijking van het investeringsprogramma, maar ook van het beheer en de commerciële exploitatie van het vervoersnet en van de opslaginstallaties, die van jaar tot jaar kunnen verschillen, en van de verplichtingen die de vervoersonderneming worden opgelegd in het kader van de bevoorradingszekerheid (SOS – Security of Supply). Verder wijst de CREG erop dat de studie over de operationele behoeften de reservering door de NV FLUXYS van een deel van de beschikbare flexibiliteitsmiddelen dient te verantwoorden. Hoewel het studieproject om de methodologie te bepalen voor het berekenen van de operationele behoeften als zodanig geen verband houdt met de evaluatie van het voorstel, gelast de CREG de NV FLUXYS haar inspanningen opnieuw op te nemen opdat de methodologie voor het berekenen van de operationele behoeften zou kunnen afgerond worden. Meer specifiek stelt de CREG voor de studie in de loop van 2010 af te ronden. Opdat het studieproject binnen de voorziene termijn zou kunnen verwezenlijkt worden, vraagt de CREG de vervoersonderneming een lijst van af te werken actiepunten op te stellen samen met een planning van het studieproject, en de ad hoc werkgroep belast met het project herop te starten. Ten slotte merkt de CREG op dat het aanvaarden van de termen van het voorstel niet vooruitloopt op de afloop van voornoemd studieproject, noch op de resultaten van de berekeningen, noch op hun gevolgen voor de toekomstige beslissingen van de CREG.
- De CREG herinnert eraan dat sinds 2007 een project voor de uitbreiding van de ondergrondse opslagcapaciteit in Loenhout aan de gang is. Na de geslaagde uitbreidingen in 2008 en 2009, waardoor de opslaggebruikers konden genieten van een grotere opslagcapaciteit (beschikbaar ondergronds volume om gas op te slaan), voorziet het project in een nieuwe uitbreiding van de opslagcapaciteit in
- Bovendien wordt vanaf 1 juli 2010 10/25 een verhoging van de injectiecapaciteit gepland en zal de emissiecapaciteit vanaf 1 november 2010 verhoogd worden. De CREG merkt op dat het aanvaarden van de termen van het voorstel niet vooruitloopt op de afloop van het aan de gang zijnde uitbreidingsproject, noch op de gevolgen die deze activiteiten voor de toekomstige beslissingen van de CREG zullen hebben. A fortiori geldt hetzelfde voor de gevolgen van de verwachte wijzigingen aan de gedragscode.
- Tenzij anders vermeld, is de hiernavolgende analyse opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende hoofdstukken en titels van het nieuwe voorstel. De hierna geformuleerde opmerkingen hebben betrekking op een bepaald voorbehoud of betreffen specifieke eisen met betrekking tot de toepassing van het indicatief opslagprogramma 2010 - 2011 van de NV FLUXYS of van de versies ingediend voor latere periodes. Het ontbreken van opmerkingen over een bepaald punt van het voorstel betekent dat de CREG er zich niet tegen verzet, maar houdt geenszins een voorafgaande goedkeuring van dit punt in indien het opnieuw op identieke wijze wordt ingediend voor een latere periode. Hoofdstuk 1 – DEFINITIES
- De NV FLUXYS verwijst in het indicatief opslagprogramma 2010 - 2011 naar de definities die vervat zijn in het op haar website gepubliceerde glossarium van definities. De CREG aanvaardt, en zij moedigt dit zelfs aan, het principe volgens hetwelke begrippen worden gedefinieerd in een document dat los staat van het indicatief opslagprogramma, op voorwaarde dat de definities van de in het indicatief opslagprogramma gebruikte termen niet gewijzigd worden zonder de uitdrukkelijke instemming van de CREG. De CREG herhaalt immers, zoals aangegeven in haar beslissing (B)061221-CDC-565/3 van 21 december 2006 „betreffende de vraag tot goedkeuring van het indicatief vervoersprogramma van de NV FLUXYS voor wat betreft haar overbrenging- en opslagactiviteiten, voor de periode 20072008, dat ze van oordeel is dat het glossarium van definities, zelfs al wordt het apart van het indicatief vervoersprogramma gepubliceerd, integraal deel ervan uitmaakt, althans wat de definities van de termen in dat verband betreft. Hoofdstuk 2 – INLEIDING
- De NV FLUXYS stipt aan dat « les dates d‟introduction de nouveaux services sont indicatives et peuvent être modifiées en fonction du résultat des développements et des tests menés par Fluxys LNG ». De CREG is van oordeel dat de vervoersonderneming in staat 11/25 moet zijn om de precieze datum van de invoering van nieuwe diensten aan te kondigen, althans voor het eerste jaar dat door het indicatief opslagprogramma wordt gedekt. Rekening houdend met de onzekerheden aangaande de investeringen in de uitbreiding van de ondergrondse opslaginstallatie te Loenhout, aanvaardt de CREG echter, bij wijze van uitzondering, de door de NV FLUXYS voorgestelde formulering. Ze gelast de NV FLUXYS echter om haar op de hoogte te stellen van eventuele vertragingen die bij de invoering van de beschreven diensten zouden opgelopen worden en om haar een verantwoording van deze vertragingen te geven. Zoals reeds aangehaald in paragraaf 12 van de voorliggende beslissing heeft de NV Fluxys op 14 juli 2009 aanvullende informatie bezorgd met betrekking tot de data van de mijlpalen van het uitbreidingsproject van de opslaginstallatie te Loenhout. De CREG stelt vast dat deze aanvullende gegevens geen bijkomende informatie bevatten in verband met het bedoelde project, maar slechts een overzichtelijke samenvatting van gegevens die reeds voordien bekend waren. Bovendien stelt de CREG vast dat de door Fluxys verstrekte bijkomende inlichtingen nagenoeg integraal publiek beschikbaar zijn op haar website. Met haar vraag uit haar beslissing van 26 februari 2009 en herhaald in haar brief van 9 juni 2009 wil de CREG inzicht krijgen in de scharniermomenten van het uitbreidingsproject, wil zij vernemen wat het kritisch pad is in de projectplanning en wenst zij een haalbaarheidsanalyse van de projectplanning te kennen. Bovendien wenst zij van de vervoersonderneming te vernemen welke waarborgen zij aan de projectcontractanten heeft gevraagd met betrekking tot de realisatie van de vooropgestelde tussentijdse mijlpalen. De CREG herhaalt daarom nogmaals haar vraag aan de vervoersonderneming om de vermelde projectgegevens te bekomen. Daarnaast behoudt zij zich het recht voor om desgevallend aan de vervoersonderneming bijkomende informatie te vragen met betrekking tot het project. Hoofdstuk 3 – KENMERKEN VAN DE OPSLAGINSTALLATIES Afdeling 3.3 Virtuele opslag Afdeling 3.3.1 Algemene beschrijving
- Zoals gemeld in paragraaf 9 van voorliggende beslissing heeft de CREG in het verleden herhaaldelijk haar bezorgdheid uitgedrukt over het beperkte aanbod aan flexibiliteitsdiensten voor opslag in het algemeen en het ontbreken van korte termijn opslagdiensten in het bijzonder. Aansluitend werd gemeld dat de vervoersonderneming een voorstel voor korte termijn diensten heeft ontwikkeld, gebaseerd op het concept van virtuele opslag (Virtual Storage). Het concept voor de dienst Virtuele Opslag is gebaseerd op de 12/25 optimalisatie van de verschillende fysische bronnen van flexibiliteit waarover de vervoersonderneming beschikt. De dienst Virtuele Opslag is een korte termijn dienst die aan de netgebruikers wordt aangeboden op onderbreekbare basis. De dienst stelt de shippers in staat gas te injecteren in een virtuele opslaginstallatie, gas tijdelijk op te slaan en gas uit te zenden. De dienst Virtuele Opslag correspondeert bijgevolg met de dienst die in het algemeen wordt gecommercialiseerd onder de naam “Parking and Lending”. Onder “Parking” dient te worden verstaan “de mogelijkheid tot het opslaan van gas” en “Lending” beantwoordt aan de mogelijkheid gas uit het net te lenen. Het is belangrijk op te merken dat de nieuw aangeboden dienst het de gebruiker van de Virtuele Opslag mogelijk maakt gas te ontlenen aan het vervoersnet, zonder dit gas eerst in het systeem te injecteren. Het is voor de gebruiker dus mogelijk een netto „negatieve‟ positie in te nemen. De CREG verwelkomt de invoering van de dienst. Hiena volgen enkele bemerkingen van algemene aard. Afdeling 3.3.2 – Aansluitingen op het net
- De nieuwe dienst wordt aangeboden op een virtueel grenspunt. In het voorliggende voorstel wordt de dienst ter beschikking gesteld op de virtuele grenspunten Zeebrugge en Eynatten. Een netgebruiker kan slechts op een van de twee grenspunten capaciteit onderschrijven. Wat de verdeling van de capaciteit betreft, worden de onderschrijvingen op beide grenspunten samengenomen en toegewezen op een pro rata basis tussen beide grenspunten. De CREG maakt voorbehoud bij het aanbieden van de dienst Virtuele Opslag op twee virtuele grenspunten. De CREG is van oordeel dat, vermits het virtuele grenspunten betreft, het zou moeten volstaan om de dienst aan te bieden op een enkel virtueel grenspunt. Specifiek houdt de bezorgdheid van de CREG verband met het feit dat op de fysieke ingangspunten Eynatten en s‟Gravenvoeren (ingangszone Eynatten) slechts een beperkt aantal shippers actief zijn. Deze vaststelling is op zichzelf nauw gekoppeld met de beperkingen op het vlak van de vrij beschikbare ingangscapaciteit op deze fysieke ingangspunten. De CREG verwijst in dit verband naar haar bezorgdheid in verband met het optreden van congestie aan de genoemde ingangspunten. Hoewel deze problematiek op zichzelf volledig buiten het kader van de voorliggende beslissing valt, herhaalt de CREG haar bezorgdheid dienaangaande. Zij maakt bovendien van de gelegenheid gebruik om erop te wijzen dat de draagwijdte van de problematiek van congestie feitelijk veel verder reikt dan het al dan niet terbeschikking zijn van vrije capaciteit. Met betrekking tot de dienst Virtuele 13/25 Opslag wil de CREG in ieder geval voorkomen dat netgebruikers die actief zijn in de ingangszone Eynatten een competitief voordeel zouden kunnen putten uit deze activiteit met betrekking tot het ondersvhrijven van diensten op de dienst Virtuele Opslag. De NV FLUXYS heeft verzekerd dat het aanbieden van de dienst op twee virtuele ingangspunten slechts gebeurt om te voorkomen dat een shipper die slechts actief zou zijn in bijvoorbeeld de ingangszone Eynatten geen gebruik zou kunnen maken van de bedoelde dienst. De CREG aanvaardt het huidig voorstel met twee ingangspunten, maar zij dringt aan op verdere ontwikkeling van het vervoersnet en van de aangeboden diensten zodat de dienst in de toekomst zou kunnen aangeboden worden op een enkel virtueel ingangspunt. Zij wijst er bovendien op dat het streven naar een enkel (virtueel) ingangspunt onmiddellijk aansluit bij haar vraag aan de vervoersonderneming om de bestaande beperkingen van het vervoersmodel, die gekoppeld zijn aan het bestaan van verschillende balanceringszones, weg te werken en over te gaan tot de creatie van een volwaardig Entry/Exit systeem met een enkele balanceringszone. De CREG stelt daarom voor de invoering van de nieuwe dienst op te volgen en te evalueren bij de indiening van het indicatief programma voor opslag voor de periode 2011 –
- De dienst Virtuele Opslag wordt enkel aangeboden aan netgebruikers die actief zijn op het H-gasnet. Verder heeft de nieuwe dienst als eigenschap dat injectie en uitzending kunnen gebeuren met een hoog debiet. Hoofdstuk 4 – DIENSTENAANBOD Afdeling 4.1 Loenhout Afdeling 4.1.2 Capaciteit Afdeling 4.1.2.1 Totale capaciteit van de injectie- en emissiediensten, nuttige opslagcapaciteit
- Vanaf het opslagseizoen 2008 - 2009 wordt de opslagcapaciteit uitgedrukt in termen van hoeveelheid energie (GWh in plaats van m³(n)) om de aangeboden diensten beter af te stemmen op de behoeften van de gebruikers. De evaluatie door de NV FLUXYS van de twee laatste opslagseizoenen laat toe te besluiten dat de nieuwe methodologie aan de marktbehoeften voldoet. Bijgevolg wordt de uitdrukking van de opslagcapaciteit in termen van hoeveelheid energie hernomen in het voorstel 2010 -
- De CREG stemt hiermee in en is van mening dat de nieuwe methode mag beschouwd worden als de favoriete referentiemethode. 14/25 De CREG merkt op dat voor het opslagseizoen 2010 - 2011 de nuttige vaste opslagcapaciteit 6 756,3 GWh bedraagt, vergeleken met 6 486,0 GWh voor het seizoen 2009 –
- De nuttige voorwaardelijke opslagcapaciteit bedraagt in het totaal 842,3 GWh, vergeleken met 820,2 GWh voor het seizoen 2009 -
- De CREG stelt tevens vast dat tegen het einde van de periode die door het huidige indicatief programma wordt gedekt, de nuttige vaste opslagcapaciteit 7 296,8 GWh en de nuttige voorwaardelijke opslagcapaciteit in het totaal 886,3 GWh bedraagt. De verwachte verhoging maakt deel uit van voornoemd uitbreidingsproject. De CREG verheugt zich over de toename van de opslagcapaciteit die ter beschikking van de gebruikers van de opslag staat en zal de ontwikkeling ervan blijven volgen. Het uitbreidingsproject voorziet ook in de toename van de injectie- en emissiecapaciteit : vanaf 1 juli 2010 zal de injectiecapaciteit 325 km³(n)/h bedragen, tegen 250 km³(n)/h vroeger, terwijl de emissiecapaciteit zal toenemen van 500 km³(n)/h op 1 januari 2010 tot 625 km³(n)/h vanaf 1 november
- In haar voorstel merkt de NV FLUXYS op dat de voorziene verhogingen onderworpen zijn aan de voorwaardelijke indienststelling van een nieuwe compressor tegen 1 juli 2010 voor wat betreft de injectiecapaciteit, en van indienststelling van een nieuwe emissie-installatie tegen 1 november 2010 voor wat betreft de emissiecapaciteit. De CREG herbevestigt haar steun aan de voornoemde uitbreidingen en betuigt haar instemming ermee. Ze gelast de NV FLUXYS echter haar op de hoogte te houden van eventuele vertragingen die bij de verwezenlijking van de voornoemde uitbreidingen zouden opgelopen worden en haar een ondubbelzinnige en volledige verantwoording van deze vertragingen te bezorgen. Afdeling 4.1.2.2 Diensten gereserveerd door FLUXYS
- Gelijklopend met de verhogingen van de vaste en voorwaardelijke opslagcapaciteit plant de vervoersonderneming een toename van haar onderschrijvingen op de aangeboden diensten. Van 1 juli 2010 tot 31 december 2011 wil de NV FLUXYS intekenen op de injectiedienst voor een capaciteit van 75 km³(n)/h, terwijl de voorziene capaciteit 50 km³(n)/h bedraagt voor de periode van 1 januari 2010 tot 30 juni
- Wat de emissiedienst betreft, voorziet de NV FLUXYS dat ze op deze dienst zal intekenen voor een capaciteit van 125 km³(n)/h voor de periode van 1 november 2010 tot 31 december 2011, vergeleken met de intekening van 100 km³(n)/h voor de periode van 1 januari 2010 tot 31 oktober
- De CREG verwijst naar paragraaf 15, waarin ze haar standpunt verduidelijkte met betrekking tot de reservering door de NV FLUXYS van opslagcapaciteit om haar operationele behoeften in het raam van het netbeheer gedeeltelijk te dekken. Meer bepaald herhaalt de CREG haar verzoek aan de NV FLUXYS, vermeld in dezelfde paragraaf 15, om in de loop van 2010 de 15/25 studie af te ronden met het oog op het vaststellen van de berekeningsmethodologie voor het bepalen van de operationele behoeften. Afdeling 4.1.4.4 « Day-ahead » injectie- en emissiediensten
- Vanaf 2009 worden « day ahead » injectie- en emissiediensten aangeboden op onderbreekbare basis voor de volgende dag. Deze diensten worden berekend aan de hand van de volgende gegevens : het verschil, voor een bepaalde dag, tussen enerzijds de reële injectiecapaciteit (respectievelijk emissiecapaciteit) van de opslaginstallatie en de som van de reële injectiediensten (respectievelijk emissiediensten) van alle opslaggebruikers en anderzijds de som, voor alle opslaggebruikers in Loenhout, van de verschillen tussen de reële injectiediensten (respectievelijk emissiediensten) en de nominaties op deze diensten. In haar beslissing van 26 februari 2009 heeft de CREG voorgesteld de nieuwe diensten en de eraan verbonden operationele regels te evalueren in 2009, bij de indiening van het nieuwe indicatief opslagprogramma voor de gasopslag van Loenhout en de LNG-opslag van Dudzele voor 2010 –
- Tot op heden heeft de CREG geen enkele aanwijzing gekregen die toelaat vast te stellen dat de huidige « day ahead » dienst onvoldoende of gebrekkig functioneert. Daaruit kan de CREG afleiden dat de « day ahead » dienst zoals hij werd ontworpen voldoet aan de behoeften van de opslaggebruikers. De CREG stemt dus in met deze dienst. Afdeling 4.2 Dudzele Afdeling 4.2.2 Capaciteit Afdeling 4.2.2.1 Totale capaciteit van de diensten voor laden van en het vervoer per tankwagen en van de diensten voor injectie, emissie en opslag
- De CREG stelt vast dat de NV FLUXYS haar dienstenaanbod verder blijft verbeteren : via de dienst voor het laden van tankwagens stelt zij de netgebruikers 3300 tankwagens per jaar ter beschikking voor de periode van 1 januari 2010 tot 31 december 2011, tegen 3200 tankwagens per jaar voor de periode die door het huidig indicatief programma gedekt wordt. Afdeling 4.2.2.3 Bruikbare diensten
- Vanaf 1 januari 2010 neemt de NV FLUXYS van de NV FLUXYS LNG de commercialisering van de diensten verbonden aan de opslaginstallatie van Dudzele over. Deze herstructurering van de gas- en LNGopslagdiensten komt neer op een 16/25 vereenvoudiging voor de netgebruiker. Voortaan zal één contactpunt volstaan voor het beheer van alle opslagdiensten. De CREG stemt in met deze vereenvoudiging. Ze merkt op dat het voorstel van indicatief vervoersprogramma 2010-2011 van de NV FLUXYS LNG voor wat betreft haar terminallingactiviteit in de lijn van het huidige voorstel ligt. Afdeling 4.2.3 Dienstenaanbod Afdeling 4.2.3.1 Diensten verbonden aan het laden van LNG-tankwagens in de LNGterminal van Zeebrugge
- Zoals gesteld in paragraaf 26 hiervoor, zullen vanaf 1 januari 2010 diensten verbonden aan het laden van LNG-tankwagens in de LNG-terminal van Zeebrugge worden aangeboden door de NV FLUXYS LNG en worden gecommercialiseerd door de NV FLUXYS. Het gaat meer bepaald om de dienst voor het op temperatuur brengen van de tankwagens (Truck Cool Down), de dienst voor keuring van de tankwagens (Truck Approval) en de dienst voor het laden van de tankwagens (Truck Loading). De CREG stemt in met deze herstructurering. Ze merkt op dat het voorstel van indicatief vervoersprogramma 20102011 van de NV FLUXYS LNG voor wat betreft haar terminallingactiviteit coherent is met het huidige voorstel. Afdeling 4.2.3.5 Dienst voorwaardelijke opslag
- De NV FLUXYS wordt verzocht de criteria te publiceren waaraan de CBW en de uitzettingsfactor van de LNG moeten voldoen om de dienst voorwaardelijke opslag ter beschikking van de opslaggebruikers te kunnen stellen. De CREG benadrukt dat deze criteria een openbaar karakter hebben en dezelfde moeten zijn voor alle gebruikers van de opslaginstallaties in Dudzele. Bijgevolg moeten deze criteria beschikbaar zijn voor alle huidige en potentiële opslaggebruikers. Afdeling 4.2.3.9 « Day-ahead » emissiedienst
- Vanaf 2009 worden « day ahead » injectie- en emissiediensten aangeboden op onderbreekbare basis voor de volgende dag. Deze diensten worden berekend aan de hand van de volgende gegevens : het verschil, voor een bepaalde dag, tussen enerzijds de reële injectiecapaciteit (respectievelijk emissiecapaciteit) van de opslaginstallatie en de som van de reële injectiediensten (respectievelijk emissiediensten) van alle opslaggebruikers en anderzijds de som, voor alle opslaggebruikers, van de verschillen tussen de reële injectiediensten (respectievelijk emissiediensten) en de nominaties op deze diensten. In haar beslissing van 26 februari 2009 heeft de CREG voorgesteld de nieuwe diensten en de eraan 17/25 verbonden operationele regels te evalueren in 2009, bij de indiening van het nieuwe indicatief opslagprogramma voor de gasopslag van Loenhout en de LNG-opslag van Dudzele voor 2010 –
- Tot op heden heeft de CREG geen enkele aanwijzing gekregen die toelaat vast te stellen dat de huidige « day ahead » dienst onvoldoende of gebrekkig functioneert.. Daaruit kan de CREG afleiden dat de « day ahead » dienst zoals hij werd ontworpen voldoet aan de behoeften van de opslaggebruikers en stemt ze dus in met deze dienst. Afdeling 4.3 Virtuele opslag Afdeling 4.3.2 Capaciteit
- In het voorstel biedt Fluxys de dienst Virtuele Opslag aan met een totale nuttige opslagcapaciteit gelijk aan 14 GWh en een ontleningscapaciteit van -14 GWh. De totaal beschikbare injectie- en uitzendcapaciteit bedragen elk 1,4 GW. De CREG stelt vast dat de totaal beschikbaar gestelde opslag- en ontleningscapaciteit eerder beperkt zijn. Daarnaast merkt zij op dat de capaciteiten eveneens rekening dienen te houden met de fysische en operationele beperkingen van het vervoersnet. Daarom is de CREG van mening dat de capaciteiten die in het huidige voorstel werden opgenomen voor de dienst Virtuele Opslag een stap zijn in de goede richting. Zij stelt voor dat het gebruik van de nieuwe dienst zorgvuldig zou opgevolgd worden. Dit houdt een opvolging in van de onderschrijvingen van de nieuwe dienst, maar ook een opvolging van het effectief gebruik van de dienst, zowel in hoeveelheden als in de tijd. Daarnaast benadrukt de CREG dat interne opvolging bij de vervoersonderneming eveneens vereist is: de vervoersonderneming zal moeten nagaan welke invloed de nieuwe dienst heeft op de operationele exploitatie van het net, op het niveau en de kwaliteit van de andere diensten en op de veiligheid van het net en van de dienstverlening en op de leveringszekerheid in het algemeen. Vervolgens zal de vervoersonderneming moeten nagaan welke invloed de nieuwe dienst heeft op de aanwending van de operationele middelen, op de reservering van deze middelen voor eigen gebruik en op de (extra) kosten die het gevolg zijn van de inzet van deze middelen. In het kader van de vermelde opmerkingen stelt de CREG voor na een jaar een evaluatie te maken van de dienst Virtuele Opslag. De CREG verzoekt de vervoersonderneming uitdrukkelijk alle operationele data die verband houden met de dienst zorgvuldig te documenteren ten einde toe te laten de evaluatie van de dienst voor te bereiden. Aansluitend aan de evaluatie kan, in overleg met de CREG, de dienst bijgestuurd en verfijnd worden waar nodig. De CREG stelt voor deze evaluatie te laten samenvallen met de voorbereiding van het indienen door de vervoersonderneming van haar indicatief programma voor opslag 18/25 voor het opslagseizoen 2010 –
- Afdeling 4.3.3 Dienstenaanbod
- De dienst Virtuele Opslag wordt aangeboden als een geïntegreerde dienst, namelijk een bundel bestaande uit injectiecapaciteit, uitzendcapaciteit en opslagcapaciteit “Parking & Lending”. De geïntegreerde dienst wordt aangeboden op jaarbasis. De gebruiker van de dienst mag de hem toegewezen capaciteiten te koop aanbieden op de secundaire markt. De bundel blijft hierbij wel ondeelbaar. Afdeling 4.3.3.3 Reële opslagcapaciteit « Parking » & « Lending »
- De dienst Virtuele Opslag wordt aangeboden als onderbreekbare dienst. Deze onderbreekbaakbaarheid sluit nauw aansluit bij de beschikbaarheid van de operationele middelen waarover de vervoersonderneming beschikt en die de onderliggende basis vormen waarop deze dienst gesteund is. De omvang van de diensten die aangeboden worden onder het pakket Virtuele Opslag is bovendien afhankelijk van de heersende buitentemperatuur. De CREG merkt op dat ook deze afhankelijkheid onmiddellijk terug te voeren is tot de nood aan en de beschikbaarheid van operationele middelen in functie van het verloop van de buitentemperatuur. De CREG herhaalt daarom nogmaals haar oproep, die ze al in paragraaf 15 en 23 van deze beslissing deed, tot het heropstarten van de werkgoep die instaat voor het vaststellen van de methodologie voor de berekening en de bepaling van de omvang van de operationele middelen met als doel het definiëren en vastleggen van de behoeften met als streefdatum eind
- Afdeling 4.4 Gemeenschappelijke diensten voor alle opslaginstallaties Afdeling 4.4.1 Overdracht van diensten op de secundaire markt
- De NV FLUXYS is wettelijk verplicht de secundaire markt te organiseren. Ze zal de aanbiedingen van de secundaire markt op haar website (www.Fluxys.com) publiceren en aan de opslaggebruikers een Bulletin Board ter beschikking stellen. De NV FLUXYS zal de overdracht van de opslagdienst voor de opslaggebruiker commercialiseren als die dat wenst : de NV FLUXYS zal de aanvragen van de kopers behandelen en de dienst tegen gereguleerde prijs aanbieden. 19/25 De CREG hecht haar goedkeuring aan het ter beschikking stellen door de NV FLUXYS van een « Bulletin Board » waarop de capaciteitsaanbiedingen gepubliceerd worden, maar behoudt zich het recht voor om later een herziening van de organisatie van de secundaire markt te vragen in geval van verandering van het reglementaire kader en/of naargelang haar evaluatie van de effectieve werking van het door de NV FLUXYS ingevoerde systeem. De CREG wijst erop dat, ingevolge de aangekondigde wijziging van de gedragscode, de vervoersonderneming in de toekomst zal verplicht zijn de secundaire markt te organiseren en te beheren via een elektronisch platform, SMP genaamd. De modaliteiten hiervan worden uitgewerkt in artikelen 17 tot 20 van het ontwerp van nieuwe gedragscode, zoals het werd voorgelegd aan de bevoegde minister. (Voorstel (C)090716-CDC-882 van 16 juli 2009 van « koninklijk besluit betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas »). Deze tekst kan geraadpleegd worden op de website van de CREG (www.creg.be). De CREG wijst erop dat zij bij haar toekomstige beslissingen het indicatief programma zal toetsen aan de bepalingen van de nieuwe gedragscode. Afdeling 4.4.6 Publicatie van operationele gegevens op de website van FLUXYS
- Zoals vermeld in paragraaf 11 heeft de CREG, naar aanleiding van de vraag van de Europese groep van Energie Regulatoren (ERGEG) aan de koepelorganisatie Gas Storage Europe (GSE), de NV FLUXYS verzocht om te onderzoeken of zij bereid was over te gaan van wekelijkse publicatie van enkele belangrijke parameters met betrekking tot gasopslag naar dagelijkse publicatie van deze gegevens, aangevuld met enkele bijkomende data, en dit met ingang vanaf 30 november
- De NV FLUXYS heeft bij brief van 1 juli 2009 geantwoord dat zij zich ertoe verbond de gevraagde dagelijkse allocaties betreffende de injectie, de emissie en de hoeveelheid gas in opslag van zowel de opslaginstallatie te Loenhout als van de piekopslaginstallatie te Dudzele dagelijks en op geaggregeerde wijze te publiceren. De brief bevestigt tevens de haalbaarheid van de gewenste limietdatum. In haar voorstel voor indicatief vervoersprogramma met betrekking tot de opslagdiensten voor de periode 2010 – 2011 meldt de NV FLUXYS dat de betreffende gegevens zullen gepubliceerd worden op dagbasis. De gebruikte standaard is de EASEE GAS standaard. 20/25 Hoofdstuk 5 – COMMERCIALISERING VAN DE DIENSTEN Afdeling 5.1 Types en duur van de opslagcontracten
- De CREG stelt vast dat de NV FLUXYS geen diensten op korte termijn aanbiedt, behalve de « Day Ahead » dienst. Zoals ze al had aangestipt in haar beslissing van 13 december 2007 over „de vraag tot goedkeuring van het indicatief vervoersprogramma van de NV FLUXYS, voor wat betreft haar opslagactiviteiten, voor de periode 2008 - 2009‟ zou het aanbod van diensten op korte termijn er vooral moeten toe leiden de markt een grotere algemene flexibiliteit te bieden. Dat zou moeten resulteren in een ruimer en vlotter toegankelijk aanbod van flexibiliteitsdiensten. Door het instellen van de dienst Virtuele Opslag biedt de vervoersonderneming de vervoersnetgebruikers daarentegen de mogelijkheid om in te tekenen op een dienst die hen toelaat hun beschikbare flexibiliteit te verbeteren en hun bevoorradingsportefeuille te optimaliseren. Wat de kenmerken van de voorgestelde dienst betreft, verwijst de CREG naar de opmerkingen in de vorige afdelingen. Niettemin stemt ze in met de voorgestelde dienst Virtuele Opslag en stelt ze voor de evaluatie ervan verder te zetten in 2010, bij de indiening van het nieuwe voorstel van indicatief opslagprogramma voor de gasopslag in Loenhout en voor de LNG-opslag in Dudzele voor 2011 –
- De CREG stelt vast dat vanaf het opslagseizoen 2010 – 2011, het aanbod van opslagcontracten door de vervoersonderneming werd aangevuld door een opslagcontract bij de virtuele opslag en door een truck loading contract. De CREG merkt op dat dank zij deze evolutie het dienstenaanbod op het vlak van aangeboden contracten overeenstemt met de aangeboden diensten. Ze stemt hiermee in. Afdeling 5.2 Regels voor de toewijzing van diensten in Loenhout en Dudzele
- Vanaf het opslagseizoen 2008 - 2009 gebeurde de toewijzing op basis van de gereserveerde GOS-herleveringscapaciteit per 1 januari van het betrokken jaar, met hertoewijzing van de toegewezen capaciteit in de loop van het jaar op basis van de gereserveerde GOS-herleveringscapaciteit per 1 juli. De hertoewijzing werd op 1 augustus van kracht. In haar beslissing van 13 december 2007 stemde de CREG hiermee in, maar stelde ze ook voor het aantal hertoewijzingen en de hertoewijzingsprocedure te evalueren bij de indiening van het nieuwe voorstel van indicatief opslagprogramma voor de gasopslag in Loenhout en voor de LNG-opslag in Dudzele. Totnogtoe heeft de CREG niet kunnen vaststellen dat de net- en de opslaggebruikers ontevreden waren in verband met het aantal hertoewijzingen. De nieuwe werkingsregels zouden de opslaggebruikers moeten in staat stellen het opgeslagen volume beter te beheren, zowel tijdens het opslagseizoen 21/25 (injectiedienst) als tijdens het uitzendseizoen (emissiedienst). Door haar beslissing van 26 februari 2009 heeft de CREG de voorgestelde regels voor de toewijzing van diensten aanvaard, waarbij ze toch voorstelt deze verder te evalueren bij de indiening van het nieuwe voorstel van indicatief opslagprogramma voor de gasopslag in Loenhout en voor de LNGopslag in Dudzele voor 2010 -
- Zoals gemeld in paragraaf 8 van voorliggende beslissing heeft de vervoersonderneming in samenwerking met de CREG een voorstel voor nieuwe toewijzingsregels uitgewerkt, gebaseerd op een methodologie die steunt op de toekomstige marktaandelen van de opslaggebruikers. Voor elke opslaggebruiker wordt een prioritair recht berekend dat hem wordt toegewezen rekening houdend met zijn capaciteitsonderschrijvingen op de GOS voor de komende opslagperiode. Aan elke maand wordt een gewichtsfactor toegekend die rekening houdt met de totale capaciteitsonderschrijving op de opslagdiensten door alle opslaggebruikers voor de betreffende maand. De allocatie vindt plaats in twee beurten. Een eerste toewijzing gaat in op 15 april van het betreffende jaar op basis van de berekende prioritaire rechten op 1 maart. Indien een (of meer) opslaggebruiker(s) het hem (hen) toegekende recht niet volledig benut(ten), dan wordt het resterende deel van de beschikbare capaciteiten toegewezen aan de andere geïnteresseerde opslaggebruikers op basis van een pro rata toewijzing. Is de beschikbare opslagcapaciteit na deze toewijzing nog niet volledig onderschreven, dan volgt een toewijzing op basis van First Come First Served (FCFS). De tweede toewijzing wordt effectief op 1 juli op basis van de cijfers beschikbaar op 1 juni. Indien op het ogenblik van deze toewijzing blijkt dat voor een netgebruiker het volume gas in stock hoger is dan wat hem op basis van de herrekende prioritaire rechten toekomt, dan wordt het hem toegekende recht gelijkgesteld met het volume gas in opslag op zijn rekening. In dit geval komt enkel het nog niet benutte deel van de opslagcapaciteit in aanmerking voor herverdeling. De vervoersonderneming vermijdt op deze wijze dat (een deel van het) gas in stock moet overgedragen worden tussen de respectieve opslaggebruikers. Afdeling 5.3 Regels voor de toewijzing van diensten bij de virtuele opslag
- De dienst Virtuele Opslag wordt uitsluitend aangeboden aan gebruikers die actief zijn op het H-gas vervoersnet. Zoals reeds gemeld wordt de Virtuele Opslag aangeboden als een geïntegreerde dienst. Elke gebruiker van de dienst kan intekenen op de dienst in overeenstemming met de hem toegewezen rechten. De dienst wordt aangeboden op jaarbasis. Intekenen op de dienst kan vanaf 1 januari van het lopende jaar en elke maand in de loop van de contractuele periode is er een hertoewijzing van de dienst, waardoor de in het 22/25 begin van deze periode gebeurde toewijzing van diensten kan bijgestuurd worden, rekening houdend met de eventuele ondertussen gebeurde wijzigingen van de onderschrijvingen van afnamecapaciteit voor de bevoorrading in H-gas van de eindafnemers op de Belgische markt. Het initiële recht waarop de gebruiker van de Virtuele Opslag recht heeft, wordt berekend op basis van de MTSR rechten op het H-gas net die door hem werden onderschreven. De formule voor de berekening van het toegewezen recht houdt rekening met een minimale MTSR onderschrijving, samen met een parameter die toelaat te controleren of de opslaggebruiker effectief capaciteit gecontracteerd heeft voor de betrokken maand. Dit laatste gebeurt om misbruik te voorkomen. Daarnaast wordt het recht zo berekend dat, eens de toetredingsdrempel overschreden is, een minimum capaciteit aan de opslaggebruiker wordt toegekend. Verder is de formule zo opgesteld dat de toewijzingsrechten minder dan evenredig met het MTSR marktaandeel toenemen. Op deze wijze kan een groot deel van de beschikbare capaciteit van de nieuwe dienst ter beschikking gesteld worden van kleine marktspelers. De CREG benadrukt dat relatief grote spelers, onder meer als gevolg van foisonnering, minder nood hebben aan bijkomende flexibiliteitsinstrumenten om hun portefeuille te beheren en om het netevenwicht te garanderen. De relatieve bevoordeliging van de kleine spelers op de markt beantwoordt aan de bekommernis van de CREG om de nettoegang voor nieuwe en kleine spelers te vergemakkelijken. De CREG aanvaardt de voorgestelde regels voor de toewijzing van diensten, waarbij ze toch voorstelt deze verder te evalueren in 2010, bij de indiening van het nieuwe voorstel van indicatief opslagprogramma voor de gasopslag in Loenhout en voor de LNG-opslag in Dudzele voor 2011 -
- 23/25 IV. BESLUIT
- Met toepassing van artikel 9, §2, van de gedragscode, Gezien de voorgaande analyse, verwelkomt de CREG de invoering door de NV FLUXYS van de bijkomende dienst Virtuele Opslag. Verder verwelkomt de CREG de invoering van de nieuwe regels voor de toewijzing van de opslagcapaciteit en de injectie- en emissiecapaciteit op de opslaginstallaties. Ten slotte verwelkomt de CREG de aankondiging door de NV FLUXYS van de nieuwe regels voor de mededeling van informatie aan de opslaggebruikers, beslist de CREG het indicatief opslagprogramma van de NV FLUXYS voor wat betreft haar opslagactiviteiten voor de periode 2010 - 2011, ingediend bij de CREG per drager met ontvangstbewijs op 29 oktober 2009, goed te keuren. De goedkeuring van de CREG beperkt zich echter tot het jaar
- Het goedgekeurde document wordt als bijlage bij de huidige beslissing gevoegd.
- De CREG verzoekt de NV FLUXYS op 1 januari 2010 het indicatief opslagprogramma 2010 – 2011 op zijn minst in het Frans en het Nederlands te publiceren.
- De CREG herhaalt haar vragen uit de paragrafen 21, 24, 29, 30 en 39 met betrekking tot de evaluatie door de N.V.. FLUXYS van de dienst Virtuele Opslag, het aanbieden van « day ahead » diensten op de opslaginstallaties te Loenhout en Dudzele en de invoering van de nieuwe regels voor de toewijzing van de opslagdiensten te Loenhout en Dudzele. De CREG vraagt met name dat de vervoersonderneming haar de resultaten van de evaluatie zou bezorgen en dat zij voorstellen ter verbetering van de aangeboden diensten zou formuleren. De CREG herhaalt haar verzoek aan de NV FLUXYS om haar een kalender te bezorgen die de voorziene data vermeldt van de uitbreiding van de opslaginstallatie in Loenhout en van de invoering van nieuwe diensten om de beschikbaarheid van de opslaginstallaties te optimaliseren. De CREG wenst op de hoogte gehouden te worden van wat het kritische pad is in de projectplanning van het uitbreidingsproject te Loenhout en zij wenst in kennis gesteld te worden van een haalbaarheidsanalyse van de projectplanning. Bovendien wenst zij van de vervoersonderneming te vernemen welke waarborgen zij aan de projectcontractanten heeft gevraagd met betrekking tot de realisatie van de vooropgestelde tussentijdse mijlpalen. De CREG herhaalt bijgevolg haar vraag dat de NV FLUXYS haar de bedoelde gegevens zou 24/25 bezorgen. Bovendien behoudt zij zich het recht voor om desgevallend aan de vervoersonderneming bijkomende informatie te vragen. Bovendien vraagt de CREG de NV FLUXYS haar op de hoogte te houden van eventuele vertragingen die bij de invoering van de beschreven diensten zouden opgelopen worden en haar een ondubbelzinnige en volledige verantwoording van deze vertragingen te bezorgen. De CREG gelast de NV FLUXYS de studie over de operationele behoeften in de loop van 2010 af te ronden. Opdat het studieproject binnen de voorziene termijn een concrete vorm zou kunnen aannemen, gelast de CREG de vervoersonderneming een lijst van actiepunten op te stellen, samen met een planning van het studieproject, en de ad hoc werkgroep belast met het project opnieuw op te starten.
- De CREG verzoekt de NV FLUXYS uiterlijk op 30 juni 2010 een voorstel van indicatief vervoersprogramma 2011 - 2012 ter goedkeuring aan de CREG voor te leggen. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas : Dominique WOITRIN Directeur Christine François VANDERVEEREN POSSEMIERS Voorzitter van het Directiecomité 25/25 INDICATIEF OPSLAGPROGRAMMA Versie van 28/10/2009 voor de Opslag van Loenhout, voor de LNG-Opslag van Dudzele en voor de Virtuele Opslag 2010 – 2011 Opgesteld op basis van artikel 9 van het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys INHOUDSOPGAVE 1 DEFINITIES .................................................................................................................. 5 2 INLEIDING ................................................................................................................... 8 3 KENMERKEN VAN DE OPSLAGINSTALLATIES .................................................. 9 3.1 Loenhout............................................................................................................... 9 3.1.1 Algemene beschrijving............................................................................ 9 3.1.2 Bepalen van het volume en de Capaciteiten van het Opslagreservoir ..................................................................................... 10 3.1.2.1 3.1.2.2 3.1.2.3 3.1.2.4 3.1.3 Bepalen van de Injectiecapaciteit .......................................................... 11 3.1.3.1 3.1.3.2 3.1.3.3 3.1.4 4 Simulatie van het ondergrondse Opslagreservoir .........................................14 Dudzele............................................................................................................... 16 3.2.1 Algemene beschrijving.......................................................................... 16 3.2.2 Bepalen van het volume en de Capaciteiten van het Opslagreservoir ..................................................................................... 16 3.2.3 Ontvangstcapaciteit ............................................................................... 17 3.2.3.1 3.2.3.2 3.3 Maximale geologische kenmerken ...............................................................13 Technische kenmerken van de bovengrondse installaties.............................14 Totale capaciteit............................................................................................14 Seizoensmatig verloop van de Capaciteiten in het Opslagreservoir ..... 14 3.1.5.1 3.2 Maximale geologische kenmerken ...............................................................12 Technische kenmerken van de bovengrondse installaties.............................13 Totale capaciteit............................................................................................13 Bepalen van de Uitzendcapaciteit ......................................................... 13 3.1.4.1 3.1.4.2 3.1.4.3 3.1.5 Opslagvolume...............................................................................................10 Totaal Volume ..............................................................................................10 Kussengasvolume .........................................................................................11 Nuttig Volume ..............................................................................................11 Laadcapaciteit...............................................................................................18 LNG-vervoerscapaciteit................................................................................18 3.2.4 Uitzendcapaciteit ................................................................................... 18 3.2.5 Boil-off .................................................................................................. 18 Virtuele Opslag................................................................................................... 20 3.3.1 Algemene beschrijving.......................................................................... 20 3.3.2 Verbindingen met het net ...................................................................... 20 DIENSTENAANBOD ................................................................................................. 22 4.1 Loenhout............................................................................................................. 23 4.1.1 Contractueel Opslagmodel .................................................................... 23 4.1.2 Capaciteiten........................................................................................... 24 4.1.2.1 4.1.2.2 4.1.2.3 4.1.3 Totale Injectie- en Uitzendcapaciteiten, nuttige Opslagcapaciteit ................24 Door Fluxys gereserveerde Diensten ............................................................24 Bruikbare Diensten .......................................................................................25 Dienstenaanbod ..................................................................................... 25 4.1.3.1 4.1.3.2 Jaarlijkse conditionele Injectie- en Uitzenddiensten.....................................28 Vaste Opslagdienst .......................................................................................28 2 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys 4.1.3.3 4.1.3.4 4.1.3.5 4.1.3.6 4.1.4 Operationele regels................................................................................ 29 4.1.4.1 4.1.4.2 4.1.4.3 4.1.4.4 4.2 Jaarlijkse conditionele Uitbreidingsdienst ....................................................28 Jaarlijkse conditionele Opslagdienst.............................................................28 « Day-ahead » Injectie- en Uitzenddienst.....................................................29 Gasoverdracht...............................................................................................29 Reële Injectiedienst.......................................................................................30 Reële Uitzenddienst......................................................................................32 Reële Opslagdienst .......................................................................................34 « Day-ahead » Injectie- en Uitzenddienst.....................................................35 Dudzele............................................................................................................... 36 4.2.1 Contractueel Opslagmodel .................................................................... 36 4.2.2 Capaciteiten........................................................................................... 38 4.2.2.1 4.2.2.2 4.2.2.3 4.2.3 Totale capaciteiten van de Laaddiensten, Vervoersdiensten per tankwagen, Injectie-, Uitzend- en Opslagdiensten........................................38 Door Fluxys gereserveerde diensten.............................................................38 Bruikbare Diensten .......................................................................................39 Dienstenaanbod ..................................................................................... 40 4.2.3.1 Diensten in verband met de Lading van LNG-tankwagens in de LNGterminal van Zeebrugge ................................................................................41 4.2.3.2 Vervoersdiensten per tankwagen van de LNG-terminal van Zeebrugge naar de Opslag van Dudzele .......................................................41 4.2.3.3 Injectiedienst.................................................................................................41 4.2.3.4 Vaste Opslagdienst .......................................................................................42 4.2.3.5 Conditionele Opslagdienst............................................................................42 4.2.3.6 Vaste Uitzenddienst......................................................................................42 4.2.3.7 (Technische) Conditionele Uitzenddienst.....................................................42 4.2.3.8 (Operationele) Conditionele Uitzenddienst ..................................................42 4.2.3.9 « Day-ahead » Uitzenddienst........................................................................43 4.2.3.10 Gasoverdracht...............................................................................................43 4.2.4 Operationele regels................................................................................ 43 4.2.4.1 4.2.4.2 4.2.4.3 4.3 Virtuele Opslag................................................................................................... 46 4.3.1 Contractueel Opslagmodel .................................................................... 46 4.3.2 Capaciteiten........................................................................................... 46 4.3.2.1 4.3.2.2 4.3.2.3 4.3.3 Totale Injectie-, Uitzend- en bruikbare Opslagcapaciteiten..........................46 Door Fluxys gereserveerde diensten.............................................................47 Bruikbare Diensten .......................................................................................47 Dienstenaanbod ..................................................................................... 47 4.3.3.1 4.3.3.2 4.3.3.3 4.4 Reële Uitzenddienst......................................................................................43 Reële Opslagdienst .......................................................................................45 « Day-ahead » Uitzenddienst........................................................................45 Operationele regels .......................................................................................48 Reële Injectie- en Uitzendcapaciteiten..........................................................48 Reële Opslagcapaciteit « Parking » en « Lending » .....................................48 Gemeenschappelijke Diensten voor elke Opslag ............................................... 50 4.4.1 Overdracht van Dienst op de Secundaire Markt ................................... 50 4.4.1.1 4.4.1.2 4.4.1.3 4.4.1.4 4.4.1.5 Verantwoordelijkheden.................................................................................50 Op de Secundaire Markt uitwisselbare Diensten ..........................................50 Uitwisselingsvoorwaarden............................................................................50 Niet-geautomatiseerde dienst voor Overdracht van Dienst ..........................51 Automatische overdrachtsdienst: « Bulletin Board » ...................................51 3 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys 4.4.2 4.4.3 Ondersteunende verzekeringsdienst ...................................................... 51 Basisinformatiedienst ............................................................................ 52 4.4.3.1 4.4.3.2 4.4.3.3 4.4.4 4.4.5 4.4.6 5 Informatie via de toepassing Extranet Storage voor Loenhout en Dudzele.........................................................................................................52 Informatie via de toepassing Extranet Storage voor Virtual Storage............52 Via de toepassing Webtrack beschikbare informatie ....................................53 Metering-Dienst .................................................................................... 53 Toewijzingsdienst.................................................................................. 54 Bekendmaking van operationele gegevens op de website van Fluxys .................................................................................................... 54 VERHANDELING VAN DE DIENSTEN ................................................................. 56 5.1 5.2 Types en looptijd van de Opslagcontracten........................................................ 56 5.1.1 Types Opslagcontracten ........................................................................ 56 5.1.2 Looptijd van de Opslagcontracten......................................................... 56 Toewijzingsregels van Diensten in Loenhout en Dudzele ................................. 56 5.2.1 Algemeen principe van de toewijzingsregel ......................................... 56 5.2.1.1 5.2.1.2 5.3 5.4 5.5 5.2.2 Capaciteitstoewijzingsregel van de Truck Loading-Dienst .................. 60 Toewijzingsregels van Virtuele Opslagdiensten ................................................ 60 5.3.1 Algemeen principe ................................................................................ 60 5.3.2 Toewijzingsregel van Diensten voor de Gebruikers met een prioriteitsrecht ....................................................................................... 61 5.3.3 Maandelijkse toewijzingscycli van Diensten ........................................ 62 Voorgestelde tolerantiewaarden ......................................................................... 62 Procedures om Opslagdiensten te onderschrijven .............................................. 63 5.5.1 Primaire Markt ...................................................................................... 63 5.5.1.1 5.5.1.2 5.5.2 Diensten in de Opslag van Loenhout en de Opslag van Dudzele .................63 Virtuele Opslagdienst ...................................................................................63 Secundaire Markt .................................................................................. 64 5.5.2.1 5.5.2.2 5.6 Toewijzingsregel van Diensten.....................................................................57 Toewijzingsprocedure...................................................................................58 Diensten in de Opslag van Loenhout en de Opslag van Dudzele .................64 Virtuele Opslagdienst ...................................................................................64 Matching van onderschrijving ............................................................................ 64 4 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys 1 DEFINITIES Wat de betekenis van de onderstaande begrippen en uitdrukkingen betreft, verwijst Fluxys naar de begripsverklaringen in het « Glossarium van Definities » dat geraadpleegd kan worden op de website (www.fluxys.com). Toewijzing in energie (Contractueel) Opslagjaar Goedgekeurde LNG-vrachtwagen Onderschreven Uitzendcapaciteit Onderschreven Injectiecapaciteit Opslagcapaciteit (Opslag) (Reële) Uitzendcapaciteit (Reële) Injectiecapaciteit (Reële) « Lending »-Capaciteit (Reële) « Parking »-Capaciteit Reële Capaciteit Modusomkering Rekening Gas op voorraad Opslagcontract Uitbreiding Uitzending Maximale Uitzending Minimale Uitzending Capaciteitstest Lostest Verdampingsgassen Uitzendfactor bij onderhoud Injectiefactor bij onderhoud Conditionele Injectiefactor Conditionele Uitzendfactor Volumecorrectiefactor voor Uitzending 5 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys Volumecorrectiefactor voor Injectie Minimale Uitzendingsflow Minimale Injectiestroom Gas op voorraad Beheerder van de Opslaginstallatie voor Aardgas Injectie Opslaginstallaties Dag Meting in energie Secundaire markt Exploitatiemodus van de Opslaginstallatie Nominatie Uitzendperiode Injectieperiode Leveringspunt (Opslag) Herleveringspunt (Opslag) Conditionele Uitbreidingsdienst Standaarddienst Opslagdienst Geïntegreerde Virtuele Opslagdienst Vervoersdienst Onderschrijving van Capaciteit (Opslag) Losstation Opslag Opslagsysteem Virtuele Opslag Gasoverdracht Standaardeenheid Eigen gebruik of Eigen verbruik (Opslag) Opslaggebruiker 6 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys Kussengasvolume Beschikbaar volume (Opslag) Opslagvolume (Opslag) Totaal volume (Opslag) Totaal opgeslagen volume (Opslag) of Volume in stock Nuttig Volume (Opslag) Bruikbaar volume (Opslag) of Opslagvolume 7 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys 2 INLEIDING Overeenkomstig artikel 9 §1 van het koninklijk besluit betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas heeft Fluxys het Indicatieve Opslagprogramma opgesteld. In dit Indicatieve Opslagprogramma staat een totaaloverzicht van de Opslagdiensten voor de periode 2010-
- Het door Fluxys voorgestelde Indicatieve Opslagprogramma is vrijblijvend: • het programma bevat de Diensten die in 2010 en 2011 aangeboden zullen worden in overeenstemming met het aangepaste tariefvoorstel 2008-2011; • Er is Fluxys alles aan gelegen de Opslaggebruikers uitsluitend kwalitatief hoogstaande Diensten te verstrekken, dat wil zeggen Diensten die op genoegzame wijze getoetst werden op operationeel niveau, meer in het bijzonder wat betreft de terbeschikkingstelling van Correctiefactoren en Allocatiegegevens. Deze dienen van voldoende kwaliteit te zijn om de Opslaggebruikers in staat te stellen hun verplichtingen na te komen. Gevolg hiervan is dat de invoeringsdatums van de nieuwe Diensten zoals die in dit Indicatief Opslagprogramma vermeld zijn, indicatief zijn en onderhevig zijn aan wijzigingen naargelang van het resultaat van de ontwikkelingen en tests. De operationele regels met betrekking tot het gebruik van de verschillende Opslagdiensten, zoals de specifieke regels inzake capaciteitsonderbreking, worden bijgevoegd aan het Opslagcontract (LSA, DSA en VSA – Attachment C). 8 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys 3 KENMERKEN VAN DE OPSLAGINSTALLATIES 3.1 Loenhout 3.1.1 Algemene beschrijving De onderstaande figuur illustreert het principeschema. Peripheral control shafts Control shafts upper aquifers Gas control shafts Operating shafts Processing & compressor station Antenna Shafts for diagraph control Peripheral control shafts To pipeline network Roof of reservoir Water- and gastight cover layer Gas Reservoir rock Water Water Grids De Opslag van Loenhout is een ondergrondse stockage voor gas in watervoerende aardlagen (aquifers). Het hoogcalorische gas (rijk gas) wordt opgeslagen op meer dan één kilometer diepte, onder een koepelvormige laag kleigesteente dat ondoorlaatbaar is voor water en gas. De koepel overdekt een gesteentestructuur waarvan de holten gevuld zijn met warm zoutwater. Deze gesteentestructuur is geschikt voor de berging van aardgas dankzij het volume in de holten en de verbinding daartussen. Via productieputten wordt het gas in het Opslagreservoir ingepompt om daarna uitgezonden te worden in het Vervoersnet. De exploitatie van het ondergrondse Opslagreservoir wordt gecontroleerd via controleputten. Een gedeelte van het gas werd oorspronkelijk door Fluxys ingepompt en dient als buffergas: dit gasvolume – het « Buffergas » – waarborgt voldoende druk en bijgevolg voldoende gasstroming (debiet) tijdens de Uitzendperiode. 9 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys Alvorens dit in het Opslagreservoir te injecteren wordt het gas behandeld door bovengrondse installaties (filteren, meten enz.) die het gas ook behandelen op het tijdstip van Uitzending (waterafscheiding, ontzwaveling, droging enz.). De Opslag van Loenhout is van het seizoensgebonden type: deze Opslagplaats voor gas, waarvan de Injectie- en Uitzenddebieten aangepast worden in functie van het Nuttige Volume, maakt het mogelijk grote volumes op te slaan. 3.1.2 3.1.2.1 Bepalen van het volume en de Capaciteiten van het Opslagreservoir Opslagvolume Om het Opslagvolume te bepalen wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten Opslagvolume: 3.1.2.2 • Totaal Volume (Vtot); • Kussengasvolume (Vcush); • Nuttig Volume (Vutil). Totaal Volume Het Totale Opslagvolume is het maximale Opslagvolume, uitgedrukt in m³(n), dat in het Opslagreservoir geborgen kan worden. Het Totale Volume Vtot wordt niet alleen bepaald door de vorm, het volume en de geologische kenmerken van het Opslagreservoir, maar ook door: • de maximale Opslagdruk van aardgas in de structuur die bij koninklijk besluit is voorgeschreven. Deze huidige maximale druk bedraagt 150 bar, gemeten op 1080 m onder de zeespiegel. Deze druk werd bepaald door geomechanische tests uit te voeren om elk gevaar voor mechanische verstoring en gasindringing door de bovenliggende aardlagen (deklagen) te vermijden; • de maximale Opslagdiepte (gas-watercontact) van 1295 m onder de zeespiegel. Op grond van de milieuvergunning is het Fluxys toegelaten vanaf 31 juli 2008 het het Totale Volume uit te breiden van 1,2 miljard m³(n) tot 1,4 miljard m³(n). Deze uitbreiding wordt doorgevoerd in vier jaar tijd, onder voorbehoud dat voldaan wordt aan alle tussentijdse controles. Op 31 juli 2008 bedroeg het Totale Volume 1,25 miljard m³(n). Vanaf 15 april 2009 werd het Totale Volume verhoogd tot 1,3 miljard m³(n). Vanaf 15 april 2010 zal het Totale volume verhoogd worden tot 1,35 miljard m³(n), onder voorbehoud dat voldaan wordt aan alle tussentijdse controles. Vanaf 15 april 2011 zal het Totale Volume verhoogd worden tot 1,4 miljard m³(n), onder voorbehoud dat voldaan wordt aan alle tussentijdse controles. 10 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys 3.1.2.3 Kussengasvolume Het Kussengasvolume Vcush komt overeen met het gasvolume dat permanent in het Opslagreservoir nodig is met het oog op de instandhouding van een voldoende hoge druk (ten opzichte van de druk van het Vervoersnet) en een voldoende hoog debiet (dat wil zeggen minimumdebiet en continu debiet) tijdens de Uitzendperiodes (Uitzending). Het Kussengasvolume wordt bepaald door: • de koepelstructuur van het Opslagreservoir, die geen volkomen gewelfde vorm heeft zodat een bepaalde gashoeveelheid opgesloten zit in deze stolpvormige ruimten en bijgevolg niet beschikbaar is voor afgifte op korte termijn; • het verschijnsel van reduceerbare gasverzadiging, dat verhindert dat een gedeelte van het Buffergas op korte termijn uitgezonden wordt; • het verschijnsel van de niet-reduceerbare gasverzadiging dat een bepaalde gashoeveelheid voorgoed opsluit in het reservoirgesteente zodat die niet langer beschikbaar is voor afgifte. Dit Kussengas vertegenwoordigt vandaag een volume gelijk aan de helft (50%) van het maximale Opslagvolume Vtot. 3.1.2.4 Nuttig Volume Het Nuttige Volume Vutil is het volume dat met een voldoende hoog debiet kan onttrokken worden aan de Opslag. Dit is dus het gasvolume bovenop het Kussengasvolume en dat beschikbaar is voor alle Opslaggebruikers tijdens alle Injectie- en Uitzend periodes. Het verschil tussen Vtot en Vcush is het Nuttige Volume, Vutil. Zo is Vutil een fractie van Vtot; de huidige verdeling is gelijk aan 50%. De vaste Opslagdienst wordt uitgedrukt in energie en berekend door het gedeelte van het Nuttige Volume dat al in het verleden gevuld werd te vermenigvuldigen met een conversiefactor van de CBW ten belope van 10,81 kWh/m³(n). De conditionele Uitbreidingsdienst wordt uitgedrukt in energie en berekend afhankelijk van de geplande uitbreiding voor het lopende Contractuele Jaar, « pro rata » van de onderschrijving van de vaste Opslagdienst, met een conversiefactor van de CBW ten belope van 10,81 kWh/m³(n). De conditionele Opslagdienst wordt uitgedrukt in energie en berekend door de vaste Opslagdienst en de conditionele Opslagdienst te vermenigvuldigen met 0,0814 (= (11,69 kWh/m³(n)/10,81 kWh/m³(n))-1) met dien verstande dat de CBW van 11,69 kWh/m³(n) een historisch gemiddelde is. 3.1.3 Bepalen van de Injectiecapaciteit De bruikbare Injectiecapaciteit in de Opslag van Loenhout wordt bepaald door Fluxys, rekening houdend met de algemeen erkende regels in de gasindustrie en op basis van: 11 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys 3.1.3.1 • de geologische kenmerken van de ondergrondse Opslagplaats voor gas; en • de technische kenmerken van de bovengrondse aardgasbehandelingsinstallaties. Maximale geologische kenmerken De totale Injectiecapaciteit wordt bepaald door de geologische omstandigheden van het ondergrondse Opslagreservoir. Het gaat hier onder meer om de volgende voorwaarden: • de doorlaatbaarheid of “permeabiliteit” van de gesteentestructuur, dat wil zeggen de weerstand die de poriën van de gesteentestructuur bieden aan de Injectie van aardgas (zie punt 3.1.5); • de maximumdruk van het ondergrondse Opslagreservoir, dat wil zeggen de maximumdruk die de koepel van het reservoir kan weerstaan (zie punt 3.1.5); • de injecteerbare hoeveelheid of “injectiviteit” van de productieputten, dat wil zeggen de weerstand van de zone rond de productieputten. De totale “geologische” Injectiecapaciteit bedraagt: • per productieput: 1 put van 7” = 65 000 m³(n)/h; 1 put van 4”½ = 25 000 m³(n)/h • de totale PiekInjectiecapaciteit is in theorie gelijk aan: (65 000 m³(n)/h × 8) + (25 000 m³(n)/h x 2) = 570 000 m³(n)/h. Deze Injectiecapaciteit van 570 000 m³(n)/h is een zuiver theoretische capaciteit en die niet met zekerheid kan worden getoetst. De kenmerken met betrekking tot de Injectiecapaciteit worden bepaald op basis van druk- en debietgegevens die tijdens de Injectieperiode opgemeten werden. De totale Injectiecapaciteit die tot op heden bereikt werd bedraagt 280 000 m³(n)/h gedurende een uiterst beperkte tijdsperiode (enkele uren). Om een hogere Injectiecapaciteit te bereiken, moet onderzoek verricht worden naar de geomechanische gevolgen van een dergelijke piekdruk op de deklaag. Vanaf 15 april 2010 zal de ingebruikneming van twee extra productieputten het mogelijk maken de “geologische” Injectiecapaciteit op te voeren tot 130 000 m³(n)/h. Het precieze cijfer moet nog bevestigd worden door de putten en de installatie uit te testen op het ogenblik dat de uitbreiding heeft plaatsgevonden. Teneinde Injectiecapaciteit gedurende tien
(10)dagen te handhaven, wordt de maximale ondergrondse Injectiecapaciteit echter beperkt tot 250 000 m³(n)/h vóór 1 juli 2010 en tot 325 000 m³(n)/h vanaf 1 juli 2010 1 . 1 Onder voorbehoud dat de nieuwe compressor in gebruik genomen wordt, zijnde omstreeks 1 juli 2010 12 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys 3.1.3.2 Technische kenmerken van de bovengrondse installaties De Injectiecapaciteit wordt eveneens bepaald door de capaciteit van de Injectiecompressoren. Tegen 2010 komt de beschikbare capaciteit van de Injectiecompressoren overeen met de capaciteit van: • 4 compressoren + 1 reserve, dat wil zeggen circa 67 000 m³(n)/h x 4 = 268 000 m³(n)/h. Vanaf 1 juli 2010 2 zal de ingebruikneming van een extra compressor het mogelijk maken de Injectiecapaciteit op te voeren tot 75 000 m³(n)/h. 3.1.3.3 Totale capaciteit De totale Injectiecapaciteit wordt bepaald als kleinste waarde van de maximumdebieten van de boven- en ondergrondse installaties, en bedraagt 250 000 m³(n)/h tot 30 juni 2010 en 325 000 m³(n)/h vanaf 1 juli 20102. 3.1.4 Bepalen van de Uitzendcapaciteit 3.1.4.1 Maximale geologische kenmerken De totale Uitzendcapaciteit wordt bepaald door de geologische omstandigheden van het ondergrondse Opslagreservoir. Het gaat hier onder meer om de volgende voorwaarden: • de doorlaatbaarheid of “permeabiliteit” van de gesteentestructuur, dat wil zeggen de weerstand die de poriën van de gesteentestructuur bieden aan de Uitzending van aardgas (zie punt 3.1.5); • het gedrag van water in de structuur dat kan leiden tot de inundatie of onderwaterzetting van de put door meevoering van water (zie punt 3.1.5); • de minimale overdruk die aan het puthoofd van de productieput nodig is voor de nabehandeling van het aardgas en de Injectie in het Vervoersnet; • de productiecapaciteit van de putten, dat wil zeggen de weerstand van de zone rond de productieputten. De totale “geologische” Uitzendcapaciteit bedraagt: • per productieput: 1 put van 7” = 70 000 m³(n)/h; 1 put van 4”½ = 30 000 m³(n)/h • Totale Uitzendcapaciteit: (70 000 m³(n)/h × 8) + (30 000 m³(n)/h × 2) = 620 000 m³(n)/h. 2 Onder voorbehoud dat de nieuwe compressor in gebruik genomen wordt, zijnde omstreeks 1 juli 2010 13 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys Deze geologische kenmerken werden bepaald door de productieputten te testen. De Uitzendkenmerken worden in kaart gebracht door periodieke proeven uit te voeren waarbij de totale productiecapaciteit voor elk platform en voor elke put afzonderlijk bepaald wordt. Het is de bedoeling de Uitzendcapaciteit vanaf 15 april 2010 uit te breiden door twee extra productieputten in gebruik te nemen. Het precieze cijfer moet nog bevestigd worden door de putten en installaties uit te testen op het ogenblik dat de uitbreiding plaatsvindt. 3.1.4.2 Technische kenmerken van de bovengrondse installaties De totale Uitzendcapaciteit wordt ook bepaald door de capaciteitsbegrenzing van de drooginstallaties. Deze capaciteit bedraagt 500 000 m³(n)/h voor de periode 20092010 en 625 000 m³(n)/h vanaf 15 april 2010. 3.1.4.3 Totale capaciteit De totale Uitzendcapaciteit wordt bepaald als kleinste waarde van de maximumdebieten van elke bovengrondse installatie; deze wordt bepaald door het maximumdebiet van de drooginstallaties 3.1.5 Seizoensmatig verloop van de Capaciteiten in het Opslagreservoir De capaciteiten van het ondergrondse Opslagreservoir variëren tijdens het Injectieseizoen en het Uitzendseizoen afhankelijk van: • het verloop van het opgeslagen volume, • het geïnjecteerde en/of uitgezonden (piek)debiet. Gevolg daarvan is dat sterke drukschommelingen in het Opslagreservoir kunnen ontstaan afhankelijk van deze parameters, waardoor de Injectie- en Uitzenddebieten op hun beurt ook gaan fluctueren. Fluxys volgt het verloop van deze parameters door simulaties uit te voeren op weekbasis en zo nodig op dagbasis, bij het einde van het seizoen en bij periodes van hoog debiet. Het verloop tijdens de Uitzend- en Injectieperioden resulteert in een reeks parameters die Fluxys aan de Opslaggebruikers meedeelt om zo nodig de Injectie- en/of Uitzenddebieten te beperken. 3.1.5.1 Simulatie van het ondergrondse Opslagreservoir Fluxys gebruikt een analytisch model om het drukgedrag van het Opslagreservoir en de putten te simuleren, uitgaande van de aan Fluxys voorgelegde scenario's van gasbewegingen. Deze IT-tool berust op het principe van de stofbalans en werd vastgelegd over de volledige exploitatiegeschiedenis van de Opslag (20 jaar). Deze tool integreert ook de kenmerken van elke productieput en de operationele randvoorwaarden en beperkingen (Pmin, Pmax, Qmin, Qmax…). Met dit model berekent Fluxys op elk ogenblik een drukevenwicht tussen de reservoirzone (gas) en de onderliggende watervoerende aardlaag (aquifer). 14 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys Op die manier kan Fluxys doorlopend nagaan welke gevolgen de prognoses van Opslaggebruikers hebben voor de druk in het Opslagreservoir en de druk aan elke productieputmond. Software: MBAL Version 9.1 (Material Balance) Fabrikant: Petroleum Experts (www.petex.com) 15 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys 3.2 Dudzele 3.2.1 Algemene beschrijving De LNG-Opslag van Dudzele is een stockage voor vloeibaar (gemaakt) aardgas (Liquefied Natural Gas of LNG). Deze Opslagplaats voor gas is een Opslaginstallatie van het type « Peak Shaving » (letterlijk: piekbesnoeiing), wat betekent dat deze installatie gedurende een uiterst beperkte tijdsperiode gas op hoog debiet kan Uitzenden naar het Vervoersnet. De installatie is speciaal ontworpen om te voldoen aan het piekverbruik in de winter. LNG wordt aangevoerd via tankwagens (LNG trucks) en opgeslagen in twee reservoirs van de installatie op een temperatuur van circa -160°C. Het vullen van de Opslagreservoirs via tankwagens is een tijdrovend proces: zo duurt het een negental maanden om de Opslag te vullen vóór de winter. Het LNG wordt onder druk weer gasvormig gemaakt ('hervergassing') om dit in gasvormige toestand in het Vervoersnet te injecteren. Met 1 m³ LNG krijgt men na hervergassing circa 568 m³(
- n)aardgas. 3.2.2 Bepalen van het volume en de Capaciteiten van het Opslagreservoir Het Totale volume in een LNG-Opslagreservoir van Dudzele komt overeen met het fysische volume van de Opslagtank. Het Nuttige Opslagvolume is het verschil tussen het Totale volume en • het Volume van de hiel, inclusief het “boil-off” volume dat nodig is om in geval van « emergency » steeds voldoende LNG in stock te hebben en de installatie gekoeld te houden (dit volume kan niet onder normale exploitatieomstandigheden afgenomen worden), en • het Dood volume dat niet onder normale exploitatieomstandigheden gevuld kan worden (volume boven het alarmniveau en volume dat niet gevuld kan worden om de LNG-circulatie tussen de verschillende LNG-Opslagtanks in stand te houden). De LNG-Opslag van Dudzele heeft twee Opslagreservoirs. De theoretische LNGOpslagcapaciteit in deze reservoirs bedraagt 1,8051 m³(LNG) per mm hoogte van de reservoirs. Bijgevolg komen de theoretische volumes uit op: • Totaal volume: 2 x 31 715 mm x 1,8051 m³(LNG)/mm x 568 m³(n)/m³(LNG) = 65 034 576 m³(
- n)• Dood volume: 2 x 215 mm x 1,8051 m³(LNG)/mm x 568 m³(n)/m³(LNG) = 440 877 m³(
- n)• Volume van de hiel (inclusief volume verdampingsverlies of boil-off): 2 x 2 500 mm x 1,8051 m³(LNG)/mm x 568 m³(n)/m³(LNG) = 5 126 484 m³(
- n)• Nuttig volume: 2 x 29 000 mm x 1,8051 m³(LNG)/mm x 568 m³(n)/m³(LNG) = 59 467 214 m³(
- n)16 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys In de onderstaande figuur staat een schematische doorsnede van een LNGOpslagreservoir, met aanduiding van de bovenvermelde soorten volumes. Opslagreservoir High High Alarm 215 mm Dood volume High Alarm 29 000 mm 31 715 mm 1 mm hoogte Opslagtank = 1,8051 m³(LNG) 2 500 mm Hiel 3.2.3 Ontvangstcapaciteit De Opslagreservoirs worden gevuld door de LNG-tankwagens te lossen tijdens de Injectieperiode die zich uitstrekt over meerdere maanden van het jaar. De Ontvangstcapaciteit hangt af van verschillende parameters: • de voorafgaande uitwisseling van de vereiste informatie tussen de vervoersonderneming van LNG-tankwagens en Fluxys; • de voorbereidende werkzaamheden vóór het lossen (dat wil zeggen op temperatuur brengen, aansluiten op vaste installaties enz.); • de veiligheidscontroles vóór en tijdens het lossen; • de losduur; • het loskoppelen van de tankwagen en de veiligheidsbewerkingen. De totale Ontvangstcapaciteit (Injectie) bedraagt 103 tankwagens per week, met een lading van 40,5 m³(LNG) per tankwagen. 17 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys De totale Ontvangstcapaciteit (Injectie) bedraagt 3 200 tankwagens per jaar, met een lading van 40,5 m³(LNG) per tankwagen, onder voorbehoud dat de vereiste vergunningen verkregen werden. 3.2.3.1 Laadcapaciteit Fluxys verhandelt bij Fluxys LNG een capaciteit van 3 200 ladingen per jaar en 103 ladingen per week voor de Injectie in de LNG-Opslag van Dudzele, onder voorbehoud dat de vereiste vergunningen verkregen werden. Nadere bijzonderheden over deze Dienst kunnen geraadpleegd worden op de website van Fluxys LNG (www.fluxyslng.net). 3.2.3.2 LNG-vervoerscapaciteit Fluxys biedt een LNG-vervoersdienst met tankwagens aan. De maximumcapaciteit van de op dit ogenblik gebruikte tankwagens bedraagt 40,5 m³(LNG). De maximale technische vervoerscapaciteit tussen de LNG-terminal van Zeebrugge en de LNGOpslag van Dudzele met twee tankwagens bedraagt 103 tankwagens per week. De maximumcapaciteit bedraagt 3 300 tankwagens per jaar, waarvan 3 200 onder voorbehoud dat de vereiste vergunningen verkregen werden. 3.2.4 Uitzendcapaciteit De totale hervergassingscapaciteit (Uitzending) van de LNG-Opslag van Dudzele bedraagt: • 5 LNG-verdampers (waarvan één als reserve) met een eenheidscapaciteit van 90 000 m³(n)/h = 450 000 m³(n)/h. Als het LNG-niveau tijdens een Uitzendperiode in beide Opslagreservoirs daalt beneden 6 m ten opzichte van de reservoirbodem, moet het Uitzendniveau in elk geval liggen tussen 60 000 m³(n)/h en 200 000 m³(n)/h (er zijn dan twee LNGpompen beschikbaar). Als de Uitzending wordt stopgezet, kan die niet meer hervat worden. 3.2.5 Boil-off Warmteverliezen met de omgeving doen de temperatuur van het in de reservoirs opgeslagen LNG stijgen. Gevolg daarvan is dat een bepaalde hoeveelheid LNG (de lichtste fracties van het opgeslagen LNG) voortdurend verdampt. Dit verschijnsel wordt « boil-off » of verdampingsverlies genoemd. In combinatie met de aanzuiging van deze LNG-dampen door compressoren maakt deze verdamping het mogelijk de druk in de Opslagreservoirs min of meer constant te houden. Dankzij dit verschijnsel worden de warmteverliezen aan de omgeving gecompenseerd door de koeling die nodig is als gevolg van de LNG-verdamping. Zo wordt de LNG-temperatuur gehandhaafd op circa -160°C. Het verdampte gas wordt in het Vervoersnet geïnjecteerd. Als gevolg van het verschijnsel van verdampingsverlies of boil-off neemt het volume Gas op voorraad doorlopend af tijdens de Injectieperiode. Om dit verschijnsel te 18 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys compenseren moet voortdurend LNG worden bijgevuld. Het verdampingsverlies is niet constant, maar varieert afhankelijk van de omgevingstemperatuur, de temperatuur van het uit de tankwagens geloste LNG en het LNG-niveau in de Opslagreservoirs. 19 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys 3.3 Virtuele Opslag 3.3.1 Algemene beschrijving Virtuele Opslag is een stockage voor rijk gas (hoogcalorisch of H-gas). De daarmee samenhangende capaciteiten resulteren uit het optimaliseren van verschillende balanceringsmiddelen waarover Fluxys in de Belgische Opslaginstallaties beschikt. Deze optimalisatie op korte termijn tussen de onderliggende fysische Opslag-, Injectie- en Uitzendmiddelen (die Fluxys gereserveerd heeft in de installaties van Loenhout, Dudzele en de LNG-terminal van Zeebrugge) maakt het mogelijk een onderbreekbare dienst op de markt aan te bieden. Deze optimalisatie doet geen afbreuk aan de basis dientsen van de onderliggende Opslaginstallaties. Het aanbod van Virtuele Opslag hangt niet alleen af van de optimalisatie van de Opslagmiddelen waarover Fluxys beschikt, maar eveneens van de temperatuur. De beschikbare hoeveelheden worden berekend op basis van de historische gegevens van de afgelopen twee jaar. 3.3.2 Verbindingen met het net Aangezien de fysische Opslaginstallaties verbonden zijn met het H-gasnet op 80 bar in Noord-België, kan de Virtuele Opslag alleen met het net in Zeebrugge en Eynatten verbonden worden. • De verbindingen met het doorvoersysteem worden uitgevoerd in de Oostkerkestraat te Dudzele, en in Berneau voor Eynatten. • De verbindingen met het Binnelands vervoerssysteem worden uitgevoerd met de BAP Zeebrugge te Zeebrugge, en met de BAP ’s Gravenvoeren te Eynatten. • Een Virtuele Opslaggebruiker mag alleen capaciteit onderschrijven in één van beide Virtuele Opslaginstallaties (VSI). Hoewel er twee locaties mogelijk zijn voor de Virtuele Opslag, worden de middelen geoptimaliseerd voor het volledige aanbod van Virtuele Opslag: de beschikbaarheden worden verdeeld pro rata de onderschrijvingen voor Virtuele Opslag op de verschillende locaties. 20 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys VSI ZBG Injectie Entry Exit segment transit OKS VSI EYN Uitzending Injectie Entry segment transport Entyr segment transport BAP ZBG BAP SGRA Uitzending Entry Exit segment transit BER Legende • OKS « Oostkerkestraat Dudzele » is de verbinding met het doorvoersysteem in de ingangszone Zeebrugge; • BER « Berneau » is de verbinding met het doorvoersysteem in de ingangszone Eynatten; • BAP ZBG is de balanceringszone van Zeebrugge in het Binnelands vervoerssysteem; • BAP SGRA is de balanceringszone van ’s Gravenvoeren in het Binnelands vervoerssysteem; • VSI ZBG is de Virtuele Opslaginstallatie in de ingangszone Zeebrugge; • VSI EYN is de Virtuele Opslaginstallatie in de ingangszone Eynatten; 21 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys 4 DIENSTENAANBOD Om het commerciële aanbod van zijn Opslagdiensten te bepalen houdt Fluxys rekening met de volgende elementen: • de ervaring die met het huidige Opslagmodel opgedaan werd; • het onderschrijvingsniveau van Diensten volgens het huidige Opslagmodel; • de ontwikkeling van de liquiditeit van de gasmarkt; • de opmerkingen die de Opslaggebruikers naar voren gebracht hebben tijdens ontmoetingen en op Shippers’ Meetings; • de tijd die nodig is om de Diensten te ontwikkelen (operationele regels, procedures, IT-tools…); • de ontwikkeling van de marktstructuur; • de mogelijkheden qua fysisch Opslagbeheer; • geplande nieuwe investeringen die tijdens de geldigheidsduur van dit Indicatieve Programma in gebruik genomen zullen worden; • de specifieke behoeften van de verschillende categorieën Opslaggebruikers, zoals die vastgelegd worden na toetsing aan objectieve en ter zake dienende criteria; • de interoperabiliteit met de Vervoersdiensten om de Opslaggebruiker in staat te stellen Vervoers- en Opslagdiensten efficiënt te onderschrijven. 22 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys 4.1 Loenhout 4.1.1 Contractueel Opslagmodel Het contractuele model dat voor de Opslagdiensten gebruikt wordt berust op de volgende elementen (zie onderstaande figuur): • Opslaginstallatie te Loenhout: fysische installatie waar de Opslagdiensten aangeboden worden aan de Opslaggebruikers; • Gasoverdrachtspunt (« Commodity Transfer Point » of CTP): virtueel punt waar de Opslaggebruikers Gas op voorraad kunnen uitwisselen; • Aansluitingspunt tussen de Opslaginstallatie van Loenhout en het Vervoersnet: het punt waar de Opslaggebruikers het van de Vervoersnetgebruikers komende gas ontvangen om dit te injecteren in de Opslag of, omgekeerd, het punt waar ze gas Uitzenden naar de Vervoersnetgebruikers; • Vervoersnet: het vervoersnet dat verbonden is met de Opslaginstallatie van Loenhout. Aansluitingspunt Rekening Gas op voorraad Vervoersnet CTP Rekening Gas op voorraad De Opslaginstallatie van Loenhout bevindt zich op een gegeven ogenblik in één van drie verschillende exploitatiemodi: • Injectie; • Uitzending; • stand-by (wachtstand). De exploitatiemodus van de installatie kan alleen omgeschakeld worden als gevolg van een nominatie die achtenveertig uur voordien gerealiseerd werd en waaruit een 23 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys omkering van de fysische gasstroom blijkt, mits deze nominatie acht uur na elkaar gehandhaafd blijft. 4.1.2 4.1.2.1 Capaciteiten Totale Injectie- en Uitzendcapaciteiten, nuttige Opslagcapaciteit De totale Injectie- en Uitzendcapaciteiten en de nuttige Opslagcapaciteit zijn de technische capaciteiten van de Opslag van Loenhout die bepaald worden door de kenmerken van het ondergrondse Opslagreservoir en door de technische kenmerken van de bovengrondse installaties. Het gaat om de volgende capaciteiten: 4.1.2.2 Totale of nuttige capaciteit Eenheid 01.01.201030.06.2010 01.07.201031.10.2010 01.11.201014.04.2011 15.04.201131.12.2011 Injectiecapaciteit m³(n)/h 250.000 325.000 3 325.000 325.000 Opslagcapaciteit m³(
- n)– – – – Vaste Opslagcapaciteit GWh 6.756,3 7.026,5 7.026,5 7.296,8 Conditionele Opslagcapaciteit bij Uitbreiding Conditionele Opslagcapaciteit op CBW 4 Uitzendcapaciteit GWh 270,3 270,3 270,3 270,3 GWh 572,0 594,0 594,0 616,0 m³(n)/h 500.000 500.000 625.000 5 625.000 6 Door Fluxys gereserveerde Diensten De Vervoersnetbeheerder Fluxys heeft Diensten gereserveerd voor zijn eigen operationele behoeften. Deze behoeften zijn nodig om: • het netevenwicht in stand te houden (balancering); • de OBA tussen de Opslag van Loenhout en het Vervoersnet toe te passen. De volgende Diensten worden door Fluxys gereserveerd: Door Fluxys gereserveerde Dienst Eenheid 01.01.201030.06.2010 01.07.201031.10.2010 01.11.201014.04.2011 15.04.201131.12.2011 Injectiedienst m³(n)/h 50 000 75 000 75 000 75 000 Vaste Opslagdienst GWh 216,2 216,2 216,2 216,2 3 Onder voorbehoud dat de nieuwe compressor in gebruik genomen wordt, zijnde omstreeks 1 juli 2010 4 De maximale Uitzenddienst mag slechts gebruikt worden gedurende zes opeenvolgende dagen, waarvan drie met “reasonable endeavours” 5 Onder voorbehoud dat de nieuwe Uitzendingsinstallatie in gebruik wordt genomen, zijnde omstreeks 1 november 2010 6 Onder voorbehoud dat de nieuwe Uitzendingsinstallatie in gebruik wordt genomen, zijnde omstreeks 1 november 2010 24 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys Conditionele Opslagdienst GWh 17,6 17,6 17,6 17,6 Uitzenddienst m³(n)/h 100 000 100 000 125 000 125 000 De voor Fluxys gereserveerde Injectie- en Uitzenddiensten worden ook op conditionele wijze aangeboden aan Opslaggebruikers. 4.1.2.3 Bruikbare Diensten De volgende Diensten zijn bruikbaar voor de Opslaggebruikers: 4.1.3 Bruikbare Dienst Eenheid 01.01.201030.06.2010 01.07.201031.10.2010 01.11.201014.04.2011 15.04.201131.12.2011 Vaste Injectiedienst m³(n)/h 200 000 250 000 250 000 250 000 Conditionele Injectiedienst m³(n)/h 50 000 75 000 75 000 75 000 Vaste Opslagdienst GWh 6 540,1 6 810,3 6 810,3 7 080,6 Conditionele Opslagdienst bij Uitbreiding GWh 270,3 270,3 270,3 270,3 Conditionele Opslagdienst op CBW GWh 554,4 576,4 576,4 598,4 Vaste Uitzenddienst3 m³(n)/h 400 000 400 000 500 000 500 000 Conditionele Uitzenddienst m³(n)/h 100 000 100 000 125 000 125 000 Dienstenaanbod Dankzij de jaarlijkse vaste Injectie- en Uitzenddiensten kan de Opslaggebruiker respectievelijk gas injecteren in of Uitzenden uit de Opslag. Het gedeelte van de Dienst dat de Opslaggebruiker daadwerkelijk kan gebruiken hangt af van de vulgraad (filling ratio) van Gas op voorraad en van de gasstromen die de vorige dagen geïnjecteerd en uitgezonden werden. Deze Diensten zijn bijgevolg slechts beschikbaar gedurende een bepaalde tijdspanne in de Injectie- en/of Uitzendperioden. De jaarlijkse vaste Diensten worden in standaardeenheden verkocht. Een standaardeenheid bestaat uit: • de vaste Injectiedienst; • de vaste Opslagdienst; • de conditionele Uitbreidingsdienst; • de conditionele Opslagdienst; • de vaste Uitzenddienst. Er worden alleen jaarlijkse Diensten aangeboden. De specifieke gebruiksregels van de Diensten staan in de Opslagcode van Loenhout. 25 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys Fluxys biedt de Opslaggebruiker de mogelijkheid om elke Opslagdienst afzonderlijk te verhandelen op de Secundaire Markt. De specifieke regels om Diensten op de Secundaire Markt uit te wisselen staan in de Opslagcode van Loenhout. 26 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys Vanaf 1 januari 2010 tot 14 april 2010 is een standaardeenheid als volgt samengesteld: Aard Injectie [m³(n)/h] Opslag [kWh] Uitzending [m³(n)/h] Vast 0,737 24 084 1,473 Uitbreiding Conditioneel 995 – 2 042 – Het aantal standaardeenheden is gelijk aan 271 552. Vanaf 15 april 2010 tot 30 juni 2010 is een standaardeenheid als volgt samengesteld: Aard Injectie [m³(n)/h] Opslag [kWh] Uitzending [m³(n)/h] Vast 0,708 24 122 1,417 Uitbreiding – 957 – Conditioneel – 2 042 – Het aantal standaardeenheden is gelijk aan 282 328. Vanaf 1 juli 2010 tot 31 oktober 2010 is een standaardeenheid als volgt samengesteld: Aard Injectie [m³(n)/h] Opslag [kWh] Uitzending [m³(n)/h] Vast 0,885 24 122 1,417 Uitbreiding – 957 – Conditioneel – 2 042 – Het aantal standaardeenheden is gelijk aan 282 328. Vanaf 1 november 2010 tot 14 april 2011 is een standaardeenheid als volgt samengesteld: Aard Injectie [m³(n)/h] Opslag [kWh] Uitzending [m³(n)/h] Vast 0,885 24 122 1,771 Uitbreiding – 957 – Conditioneel – 2 042 – Het aantal standaardeenheden is gelijk aan 282 328. 27 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys Vanaf 15 april 2011 tot 31 december 2011 is een standaardeenheid als volgt samengesteld: Aard Injectie [m³(n)/h] Opslag [kWh] Uitzending [m³(n)/h] Vast 0,853 24 157 1,706 Uitbreiding – 922 – Conditioneel – 2 042 – Het aantal standaardeenheden is gelijk aan 293 103. 4.1.3.1 Jaarlijkse conditionele Injectie- en Uitzenddiensten De jaarlijkse conditionele Injectie- en Uitzenddiensten zijn diensten die gebruikmaken van capaciteiten die Fluxys als beheerder van de Opslaginstallaties aanwendt, meer in het bijzonder om de OBA (Operating Balancing Agreement) uit te voeren op het interconnectiepunt met het Vervoersnet, en die Fluxys als operator van het Vervoersnet gebruikt om het Vervoersnet te balanceren en de OBA uit te voeren. Deze capaciteiten worden aan de Opslaggebruikers aangeboden als conditionele Diensten waarvan Fluxys zich het recht op vermindering en/of onderbreking voorbehoudt. Fluxys kan deze Diensten verminderen of onderbreken in het daaropvolgende uur + twee uur (H+2), met inachtneming van de van kracht zijnde operationele regels. Deze Diensten worden los van de vaste Diensten aangeboden. De toewijzingsregels zijn identiek aan die van de vaste diensten (zie punt 5.2). 4.1.3.2 Vaste Opslagdienst Dankzij de vaste Opslagdienst kan de Opslaggebruiker zijn gas opslaan tijdens de looptijd van zijn contract. De Opslagdienst staat altijd ter beschikking van de Opslaggebruikers die een Dienst van dit type gekocht hebben. De hoeveelheid Gas op voorraad moet op 15 februari van jaar N gelijk zijn aan of groter dan 30% van de reële vaste en conditionele Dienst. Dit niveau van 30% wordt verminderd met 0,085% voor elke graaddag boven 1942, startend op 1 oktober N-1. 4.1.3.3 Jaarlijkse conditionele Uitbreidingsdienst Dankzij de jaarlijkse conditionele Uitbreidingsdienst (in het geval van een geplande uitbreiding) kan de Opslaggebruiker zijn gas opslaan vanaf 1 juli gedurende de resterende looptijd van zijn contract. De beschikbaarheid van de dienst hangt af van de verwezenlijking van de uitbreiding. 4.1.3.4 Jaarlijkse conditionele Opslagdienst Dankzij de jaarlijkse conditionele Opslagdienst kan de Opslaggebruiker zijn gas opslaan gedurende de looptijd van zijn contract. De beschikbaarheid van deze Dienst 28 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys hangt echter af van de kwaliteit en hoeveelheid Gas op voorraad en van de mate waarin de uitbreiding van Opslagvolume beschikbaar is. 4.1.3.5 « Day-ahead » Injectie- en Uitzenddienst De « day-ahead » Injectiedienst wordt op onderbreekbare basis aangeboden voor de volgende dag. Deze Dienst wordt berekend op basis van de volgende informatie: • het verschil voor een gegeven dag tussen de reële Injectiecapaciteit van de Opslaginstallatie en de som van de reële Injectiediensten van alle Opslaggebruikers; • de som van de verschillen tussen de reële Injectiediensten en de Nominaties op deze Diensten voor alle Opslaggebruikers (deze waarde stelt de nietgenomineerde Injectiecapaciteit voor). De « day-ahead » Uitzenddienst wordt op onderbreekbare basis aangeboden voor de volgende dag. Deze Dienst wordt berekend op basis van de volgende informatie: 4.1.3.6 • het verschil voor een gegeven dag tussen de reële Uitzendcapaciteit van de Opslaginstallatie en de som van de reële Uitzenddiensten van alle Opslaggebruikers; • de som van de verschillen tussen de reële Uitzenddiensten en de Nominaties op deze Diensten voor alle Opslaggebruikers (deze waarde stelt de nietgenomineerde Uitzendcapaciteit voor). Gasoverdracht Fluxys biedt de mogelijkheid gas uit te wisselen tussen Opslaggebruikers op een overdrachtspunt (« commodity transfer point » of « CTP »). De Opslaggebruikers kunnen de hoeveelheden die ze op dit overdrachtspunt willen uitwisselen nomineren en deze hoeveelheden met elkaar in overeenstemming brengen (matching). De gasoverdracht kan op eender welk tijdstip plaatsvinden. De gasoverdracht wordt alleen aanvaard als Opslaggebruikers hun Opslagrechten in acht nemen. 4.1.4 de daaraan deelnemende Operationele regels Eén van de bijzondere kenmerken van de watervoerende aardlaag is dat de reële Injectie- en Uitzenddiensten variëren afhankelijk van de vulgraad (Gas op voorraad van elke Opslaggebruiker, samengevoegd ten opzichte van de totale Opslagcapaciteit) en naargelang van het Injectie- en Uitzendprofiel van de Opslag. De gevolgen van deze variaties worden samengevat in de volgende punten. Voor het overige: • wordt de reële Injectie- en Uitzenddienst ook beïnvloed door het onderhoud en de onderbrekingen; • worden de conditionele reële Injectie- en Uitzenddiensten niet aangetast door de vulgraad (filling ratio); 29 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys 4.1.4.1 • hangt de conditionele Opslagcapaciteit af van de CBW van het Gas op voorraad; • hangt de conditionele Uitbreidingscapaciteit af van de mate waarin de uitbreiding van het Opslagvolume beschikbaar is; • heeft de Opslaggebruiker de mogelijkheid om hoogstens vijfmaal in het contractuele Opslagjaar om te schakelen van Injectie op Uitzending of, omgekeerd, van Uitzending op Injectie. Fluxys zal echter al het redelijkerwijs mogelijke doen (reasonable endeavour) om toe te laten dat meer dan vijf keer omgeschakeld wordt van Injectie op Uitzending of omgekeerd. Reële Injectiedienst De reële Injectiedienst voor een Opslaggebruiker hangt af van verschillende parameters die hieronder nader toegelicht worden 7 , en wordt als volgt uitgedrukt: [ ] RCI u = SCI u , f × VFI u + SCI u , c × CFI × MFI waarbij: RCIu « Real Capacity Injection » of reële Injectiedienst van de Opslaggebruiker SCIu, f « Subscribed Capacity Injection – Firm » of door de Opslaggebruiker onderschreven vaste Injectiedienst SCIu, c « Subscribed Capacity Injection – Conditional » of Opslaggebruiker onderschreven conditionele Injectiedienst VFIu « Volume correction Factor Injection » of Volumecorrectiefactor voor Injectie eigen aan de Opslaggebruiker: in deze factor wordt rekening gehouden met de gevolgen van de vulgraad (filling ratio) van het Gas op voorraad van deze Opslaggebruiker en van het Injectieprofiel op de Injectiedienst. Deze factor varieert als volgt: door de • voor een vulgraad van het Gas op voorraad kleiner dan XI%, bedraagt de reële vaste Injectiedienst hoogstens 100% van de vaste Injectiedienst; • voor een vulgraad van het Gas op voorraad tussen XI% en YI% bedraagt de reële vaste Injectiedienst hoogstens 35% van de vaste Injectiedienst; • voor een vulgraad van het Gas op voorraad tussen YI% en 100% bedraagt de reële vaste Injectiedienst hoogstens 15% van de vaste Injectiedienst. 7 Deze parameters worden in algemene termen uitgedrukt voor alle Opslaginstallaties, maar moeten zo nodig beschouwd worden als functie van de installatie waarop dit van toepassing is. 30 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys VFIu 1 0,35 0,15 XI 0 YI 100 Vulgraad [%] De factoren XI en YI hangen af van het gedrag van het reservoir van de Opslaginstallatie na elke stap van het uitbreidingsprogramma. Dit zijn gemeenschappelijke factoren voor alle Opslaggebruikers die bij het begin van elke Injectieperiode bekendgemaakt worden. De richtwaarden van deze perioden voor 2010-2011 worden nauwkeurig aangegeven in de onderstaande tabel. Fluxys behoudt zich evenwel het recht voor deze parameters aan te passen in geval van buitengewoon gedrag van het Opslagreservoir. In dit geval stelt Fluxys de Opslaggebruikers in kennis van deze aangepaste parameters minstens twee weken vóór de inwerkingtreding van de nieuwe waarden. Vulgraad 01.01.201014.04.2010 15.04.201015.04.2011 15.04.201131.12.2011 XI 76% 76% 76% YI 85% 85% 85% CFI « Conditional Factor Injection » of conditionele Injectiefactor: in deze factor wordt rekening gehouden met de onderbrekingen ten gunste van Fluxys. MFI « Maintenance Factor Injection » of Onderhoudsfactor bij Injectie: in deze factor wordt rekening gehouden met het onderhoudsprogramma van de installaties. De standaardwaarde van deze factor bedraagt 1, behalve in de Uitzendperiode: dan is die gelijk aan 0,5. De waarde van de reële Injectiedienst wordt op dagbasis meegedeeld aan de Opslaggebruikers via de factoren VFIu, CFI en MFI. 31 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys 4.1.4.2 Reële Uitzenddienst De reële Uitzenddienst voor een Opslaggebruiker hangt af van verschillende parameters die hieronder nader toegelicht worden 8 , en wordt als volgt uitgedrukt: [ ] RCWu = SCWu , f × VFWu + SCWu , c × CFW × MFW waarbij: RCWu « Real Capacity Opslaggebruiker Withdrawal » of reële Uitzenddienst SCWu, f « Subscribed Capacity Withdrawal – Firm » of door de Opslaggebruiker onderschreven vaste Uitzenddienst SCWu, c « Subscribed Capacity Withdrawal – Conditional » Opslaggebruiker onderschreven conditionele Uitzenddienst VFWu « Volume correction Factor Withdrawal » of Volumecorrectiefactor voor Uitzending eigen aan de Opslaggebruiker: in deze factor wordt rekening gehouden met de gevolgen op de Uitzenddienst van de vulgraad van het Gas op voorraad. Deze factor varieert als volgt: of van door de de • voor een vulgraad van het Gas op voorraad tussen 0 en XW% bedraagt de reële vaste Uitzenddienst hoogstens 6% van de vaste Uitzenddienst. • voor een vulgraad van het Gas op voorraad tussen XW% en YW% bedraagt de reële vaste Uitzenddienst hoogstens 25% van de vaste Uitzenddienst; • voor een vulgraad van het Gas op voorraad groter dan YW% bedraagt de reële vaste Uitzenddienst hoogstens 100% van de vaste Uitzenddienst. VFWu 1 0,25 0,06 0 XW YW 100 Vulgraad [%] 8 Deze parameters worden in algemene termen uitgedrukt voor alle Opslaginstallaties, maar moeten zo nodig beschouwd worden als functie van de installatie waarop dit van toepassing is. 32 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys De factoren XW en YW hangen af van het gedrag van het reservoir van de Opslaginstallatie na elke stap van het uitbreidingsprogramma. Dit zijn gemeenschappelijke factoren voor alle Opslaggebruikers die bij het begin van elke Uitzendperiode bekendgemaakt worden. De richtwaarden van deze perioden voor 2010-2011 worden nauwkeurig aangegeven in de onderstaande tabel. Fluxys behoudt zich evenwel het recht voor deze parameters aan te passen in geval van buitengewoon gedrag van het Opslagreservoir. In dit geval stelt Fluxys de Opslaggebruikers in kennis van deze aangepaste parameters minstens twee weken vóór de inwerkingtreding van de nieuwe waarden. Factor 01.01.201014.04.2010 15.04.201015.04.2011 15.04.201131.12.2011 XW 10% 10% 10% YW 30% 30% 30% CFW « Conditional Factor Withdrawal » of conditionele Uitzendfactor: in deze factor wordt rekening gehouden met de onderbrekingen ten gunste van Fluxys. MFW « Maintenance Factor Withdrawal » of Onderhoudsfactor bij Uitzending: in deze factor wordt rekening gehouden met het onderhoudsprogramma van de installaties. De standaardwaarde van deze factor bedraagt 1, behalve in de Injectieperiode: dan is die gelijk aan 0,4. De waarde van de reële Uitzenddienst wordt op dagbasis meegedeeld aan de Opslaggebruikers via de factoren VFWu, CFW en MFW. 33 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys 4.1.4.3 Reële Opslagdienst De reële Opslagdienst voor een Opslaggebruiker hangt af van verschillende parameters die hieronder nader toegelicht worden 9 , en wordt als volgt uitgedrukt: RCS u = (SCS u , f + (SCE u , c × Ext % u ))× CSF waarbij: RCSu « Real Capacity Storage » of reële Opslagcapaciteit van de Opslaggebruiker SCSu, f « Subscribed Capacity Storage – Firm » of door de Opslaggebruiker onderschreven vaste Opslagcapaciteit SCEu, c « Subscribed Capacity Extension – Conditional » of door Opslaggebruiker onderschreven conditionele Uitbreidingscapaciteit Ext%u Het uitbreidingspercentage dat in het lopende Opslagjaar voor de Opslaggebruiker gerealiseerd kan worden CSF « Correction Storage Factor » of Correctiefactor voor Opslag gelijk aan de gemiddelde calorische bovenwaarde van de Opslag gedeeld door de CBW van 10,81 kWh/m³(
- n)de Bij het begin van het Opslagjaar wordt het uitbreidingspercentage ingesteld op 100%. De reële overschrijding van het uitbreidingsvolume wordt verwacht op 1 juli van het lopende Opslagjaar, voor zover de Opslaggebruiker zich ertoe verbindt te voorzien in zijn onderdeel van de uitbreiding. RSCu SCEu,c x Ext% x CSF 15/04 01/08 14/04 Datum 9 Deze parameters worden in algemene termen uitgedrukt voor alle Opslaginstallaties, maar moeten zo nodig beschouwd worden als functie van de installatie waarop dit van toepassing is. 34 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tegenover Fluxys 4.1.4.4 « Day-ahead » Injectie- en Uitzenddienst De « day-ahead » Injectie- en Uitzenddiensten worden op onderbreekbare basis aangeboden voor de volgende dag. De beschikbaarheid van deze Dienst hangt af van de Nominaties van alle Opslaggebruikers. Deze Dienst kan onderbroken worden overeenkomstig de operationele procedures die gelden voor onderbrekingen 35 / 64 Versie van 28/10/2009 Indicatief Opslagprogramma 2010-2011 Niet-bindende versie - Enkel de goedgekeurde Franse versie geldt tege