← België

Beslissing over de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de N.V. Elia System Operator betreffende de regels voor de toewijzing van intradaycap

Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)091222-CDC-933 over de „aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de N.V. Elia System Operator betreffende de regels voor de toewijzing van intradaycapaciteit op de interconnecties Nederland-België (INB regels) en Frankrijk-België (IFB-regels)‟ genomen met toepassing van artikelen 180, §2, en 183, §2, van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe 22 december 2009 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna: CREG) onderzoekt hierna, op basis van artikelen 180, § 2, en 183, §2, van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het technisch reglement), het voorstel van N.V. Elia System Operator (hierna: Elia) betreffende de regels voor intradaytoewijzing van capaciteit op de interconnectie (koppelverbinding) Nederland-België (hierna: de INB regels) en op de interconnectie Frankrijk-België (hierna: de IFB regels). Artikel 180, §2, van het technische reglement bepaalt dat de methoden voor congestiebeheer, alsook de veiligheidsregels, ter goedkeuring aan de CREG worden voorgelegd door de netbeheerder. Artikel 183, §2, van het technische reglement bepaalt dat de methoden voor de toekenning aan de toegangsverantwoordelijken van de capaciteit die beschikbaar is voor energieuitwisselingen met de buitenlandse netten, ter goedkeuring aan de CREG worden voorgelegd door de netbeheerder. Op 4 mei 2009 ontving de CREG een brief van Elia, gedateerd op 30 april 2009, met de aanvraag tot goedkeuring van de regels voor de toewijzing van intradaycapaciteit op de interconnecties Nederland-België en Frankrijk-België. De brief bevatte in bijlage de aangepaste INB-veilingregels in het Nederlands (versie met en zonder track changes) en de aangepaste IFB-veilingregels in het Frans (versie met en zonder track changes). Deze intraday regels hielden evenwel geen rekening met de ontwikkelingen en tekstuele aanpassingen in de geharmoniseerde CWE-veilingregels. Op 27 november 2009 ontving de CREG evenwel een brief van Elia, gedateerd op 25 november 2009, waarin een nieuw voorstel van INB regels en IFB regels werden ingediend. Elia melde in haar bijgevoegd schrijven dat, “mede op vraag van de CREG, de voorstellen werden aangepast in functie van de beslissing van de CREG ter goedkeuring van de geharmoniseerde CWE-veilingregels (beslissing (B)090917-CDC-899). Daarbij werd gestreefd naar een zo groot mogelijke harmonisatie”. 2/28 De teksten die bij de brief van Elia, gedateerd op 25 november 2009, werden gevoegd, vervangen deze zoals ingediend per brief van 30 april 2009. Het zijn dan ook deze regels die het voorwerp uitmaken van de huidige beslissing. Deze beslissing is opgesplitst in vier delen. Het eerste deel is gewijd aan het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de beslissing toegelicht. Het derde deel ontleedt het voorstel van de INB en IFB regels. Het vierde deel, ten slotte, bevat de eigenlijke beslissing. Een kopie van de voorgestelde gewijzigde INB en IFB regels wordt als bijlage bij deze beslissing gevoegd. Op zijn vergadering van 22 december 2009 nam het Directiecomité van de CREG onderhavige beslissing. 3/28 I. WETTELIJK KADER I.1. Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2003 houdende de gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 96/92/EG 1. Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 houdende de gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 96/92/EG (hierna: richtlijn 2003/54/EG) legt in haar artikel 9.

  1. e)een algemene verplichting op volgens dewelke de netbeheerder de niet-discriminatie tussen gebruikers of categorieën van gebruikers van het net, meer in het bijzonder ten gunste van zijn gelieerde maatschappijen, moet waarborgen. Richtlijn 2003/54/EG benadrukt meer bepaald het principe van de niet-discriminerende toegang tot het transmissiesysteem in artikel 20.1, dat bepaalt dat de Lidstaten erop dienen toe te zien dat voor alle in aanmerking komende klanten een systeem van toegang voor derden tot de transmissie- en distributienetten wordt ingevoerd. Dit systeem, gebaseerd op gepubliceerde tarieven, moet objectief en zonder discriminatie tussen de gebruikers van het net worden toegepast. Artikel 20.2 van richtlijn 2003/54/EG bepaalt onder meer dat de transmissienetbeheerder de toegang kan weigeren als hij niet over de nodige capaciteit beschikt. Artikel 23.1.
  2. a)van richtlijn 2003/54/EG heeft betrekking op de regelgevende instanties en bepaalt dat ze, ten minste, verantwoordelijk moeten zijn voor het garanderen van nondiscriminatie, daadwerkelijke mededinging en een doeltreffende marktwerking ten aanzien van de voorschriften inzake het beheer en de toekenning van koppelingscapaciteit, in overleg met de regelgevende instanties van de Lidstaten waarmee een koppeling bestaat. 4/28 I.2. Verordening (EG) Nr. 1228/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit 2. De CREG herinnert eraan dat, krachtens de bepalingen van artikel 249 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, verordening nr. 1228/2003 een algemene draagwijdte heeft, in al zijn elementen bindend is en rechtstreeks van toepassing is in iedere Lidstaat. 3. Artikel 5.2 bepaalt dat de door de transmissiesysteembeheerders gehanteerde veiligheids-, operationele en planningsnormen moeten worden goedgekeurd en openbaar gemaakt. De publicatie bevat ook een algemeen model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de transportbetrouwbaarheidsmarge, en is gebaseerd op de elektrische en fysieke eigenschappen van het net. 4. Artikel 6.1 preciseert dat de problemen inzake congestiebeheer worden aangepakt met niet-discriminerende oplossingen die op de markt zijn gebaseerd en de betrokken marktdeelnemers en transmissiesysteembeheerders doeltreffende economische signalen geven. 5. Artikel 6.2 van verordening nr. 1228/2003 bepaalt dat de procedures voor de beperking van de transacties alleen mogen worden gebruikt in noodsituaties waarbij de transmissienetbeheerder snel moet ingrijpen en waarbij redispatching of compensatiehandel niet mogelijk zijn, en dat, behoudens gevallen van overmacht, de marktdeelnemers aan wie een capaciteit werd toegekend, moeten worden vergoed voor elke beperking. 6. Artikel 6.3 bepaalt dat marktdeelnemers de beschikking krijgen over de maximale capaciteit van de koppelverbindingen en/of de maximale capaciteit van de transmissiesystemen waarmee grensoverschrijdende stromen worden verzorgd, met naleving van de voor een bedrijfszekere exploitatie van het net geldende veiligheidsnormen. 7. Artikel 6.4 betreft het tijdschema van de nominaties en de herverdeling van de ongebruikte capaciteiten. Het bepaalt dat de marktdeelnemers de betrokken 5/28 transmissienetbeheerders voldoende lang vóór de aanvang van de betrokken exploitatieperiode in kennis moeten stellen van hun voornemen om de toegekende capaciteit al dan niet te gebruiken. Elke ongebruikte toegekende capaciteit wordt opnieuw aan de markt toegekend volgens een open, transparante en niet-discriminerende procedure. 8. Artikel 6.5 van verordening nr. 1228/2003 bepaalt dat, voor zover dit technisch mogelijk is, de transmissienetbeheerders de behoeften aan capaciteit voor elektriciteitsstromen in tegengestelde richting over de overbelaste koppellijn moeten vereffenen, teneinde de capaciteit van deze lijn maximaal te benutten. De nieuwe “Richtsnoeren voor het beheer en de toewijzing van I.3. beschikbare overdrachtcapaciteit op interconnecties tussen nationale systemen” 9. Overeenkomstig artikel 8

(4)van verordening nr. 1228/2003, besliste de Europese Commissie de in de bijlage van deze verordening nr. 1228/2003 opgenomen richtsnoeren voor het beheer en de toekenning van beschikbare overdrachtscapaciteit op interconnecties (koppelverbindingen) tussen nationale systemen te wijzigen1. Aldus werd een nieuwe versie van de bijlage van kracht op 1 december 2006 (hierna: de nieuwe richtsnoeren). De bepalingen van deze nieuwe richtsnoeren die relevant zijn voor onderhavige beslissing, worden hierna weergegeven. 1. ALGEMEEN […] 1.5 De congestiebeheermethoden moeten doeltreffende economische signalen geven aan de marktdeelnemers en transmissiesysteembeheerders, de mededinging bevorderen en geschikt zijn om regionaal en gemeenschapsbreed te worden toegepast. […] 1.7. Bij het definiëren van passende netwerkgebieden waarop en waartussen 1 Zie beslissing van de Commissie van 9 november 2006 tot wijziging van de bijlage bij verordening (EG) Nr. 1228/2003 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit, Publicatieblad EG, nr. L 312 van 11 november 2006, p. 59 6/28 congestiebeheer van toepassing is, moeten de transmissiesysteembeheerders zich laten leiden door de beginselen van rendabiliteit en minimalisering van de negatieve gevolgen voor de interne elektriciteitsmarkt. Concreet mogen transmissiesysteembeheerders de interconnectiecapaciteit niet beperken om congestie binnen hun eigen controlegebied op te lossen, behalve om de hierboven vermelde redenen en redenen van operationele veiligheid. Indien een dergelijke situatie zich voordoet, moeten de transmissiesysteembeheerders ze beschrijven en alle gebruikers hiervan op transparante wijze in kennis stellen. Een dergelijke situatie wordt alleen getolereerd zolang geen oplossing op lange termijn is gevonden. De methoden en projecten waarmee zo'n oplossing kan worden bereikt worden door de transmissiesysteembeheerders beschreven en op transparante wijze aan de gebruikers gepresenteerd. […] 1.9. Uiterlijk op 1 januari 2008 moeten mechanismen voor het intra-day-congestiebeheer van de capaciteit voor koppelverbinding op een gecoördineerde wijze en volgens betrouwbare werkingsvoorwaarden worden ingevoerd, om de uitwisselingsmogelijkheden te maximaliseren en de grensoverschrijdende vereffening te verzekeren. 1.10. De nationale regelgevende instanties zullen regelmatig de methoden voor congestiebeheer evalueren, waarbij zij met name aandacht zullen besteden aan de naleving van de beginselen en regels die in de voorliggende verordening en in de onderhavige richtsnoeren zijn vastgelegd, en aan de modaliteiten en voorwaarden die de regelgevende instanties zelf hebben vastgelegd op basis van die beginselen en regels. In het kader van een dergelijke evaluatie moeten alle marktspelers worden geraadpleegd en moeten gerichte studies worden uitgevoerd. 2. METHODEN VOOR CONGESTIEBEHEER 2.1 De methoden voor congestiebeheer moeten op de markt gebaseerd zijn, zodat doeltreffende grensoverschrijdende handel wordt vergemakkelijkt. Daarom zal capaciteit alleen worden toegewezen door expliciete (capaciteit) of impliciete (capaciteit en energie) veilingen. Beide methoden mogen worden gebruikt voor een en dezelfde interconnectie. Met betrekking tot intra-day handel is continuhandel mogelijk. 2.2. Afhankelijk van de concurrentievoorwaarden moeten de mechanismen voor congestiebeheer zowel lange- als kortetermijntoewijzing van transmissiecapaciteit mogelijk maken. 2.3. Bij elke procedure van capaciteitstoewijzing wordt een voorgeschreven gedeelte van de 7/28 beschikbare interconnectiecapaciteit toegewezen, alsook de resterende capaciteit die niet eerder is toegewezen en alle capaciteit die is vrijgegeven door de begunstigden van eerdere toewijzingen. 2.4. Transmissiesysteembeheerders maken de door hen op de markt aangeboden transmissiecapaciteit zo zeker mogelijk, rekening houdend met de rechten en plichten van de betrokken transmissiesysteembeheerders en de marktdeelnemers, teneinde daadwerkelijke en doeltreffende mededinging te vergemakkelijken. Een redelijk deel van deze capaciteit mag als minder zeker op de markt worden gebracht, maar de marktdeelnemers worden te allen tijde op de hoogte gebracht van de precieze voorwaarden voor het transport via grensoverschrijdende lijnen. […] 2.6. De TNB‟s stellen een passende structuur vast voor de toewijzing van capaciteit tussen verschillende tijdsbestekken. Hierin kan een optie zijn opgenomen om een minimumpercentage aan interconnectiecapaciteit te reserveren voor dagelijkse of “intra-day”toewijzing. Deze toewijzingsstructuur moet worden beoordeeld door de respectievelijke regelgevende instanties. Bij het opstellen van hun voorstellen houden de TNB‟s rekening met:
  1. a)de kenmerken van de markten,
  2. b)de exploitatieomstandigheden, zoals de gevolgen van de vereffening van vaste programma‟s,
  3. c)het niveau van harmonisering van de percentages en tijdsbestekken die zijn goedgekeurd voor de verschillende geldende mechanismen voor toewijzing van capaciteit. 2.7. Bij de toewijzing van capaciteit mag geen onderscheid worden gemaakt tussen marktdeelnemers die gebruik maken van hun recht om bilaterale leveringscontracten te sluiten en zij die een bod te doen op een energiebeurs. De capaciteit wordt toegewezen aan het hoogste bod, ongeacht of het een impliciet of expliciet bod binnen een gegeven tijdsbestek is. 2.8. In gebieden waar de financiële termijnmarkten voor elektriciteit goed ontwikkeld zijn en hun doeltreffendheid hebben bewezen, mag alle interconnectiecapaciteit via impliciete veilingen worden toegewezen. […] 8/28 2.10. In beginsel mogen alle potentiële marktdeelnemers zonder beperking deelnemen aan het toewijzingsproces. Om te vermijden dat problemen in verband met het mogelijk gebruik van een dominante positie door marktdeelnemers ontstaan of verergeren, mogen de bevoegde regelgevings- en/of mededingingsinstanties om redenen van marktdominantie algemene of ten aanzien van een bedrijf geldende beperkingen opleggen. 2.11. De marktdeelnemers delen de TNB voldoende lang vóór een bepaalde datum voor iedere vervaldag hun vaste aanvragen tot reservering van capaciteit mee. De datum wordt zodanig vastgesteld dat de TNB‟s de mogelijkheid hebben de ongebruikte capaciteit opnieuw toe te wijzen, met het oog op een nieuwe toekenning op de volgende vervaldag, met inbegrip van de intraday-sessies. 2.12. Capaciteit mag worden verhandeld op secundaire basis voor zover de TNB lang genoeg van tevoren hiervan in kennis wordt gesteld. Wanneer een TNB een secundaire transactie weigert, moet hij dit op duidelijke en transparante wijze meedelen en uitleggen aan alle marktdeelnemers, en moet hij de regelgevende instantie daarvan in kennis stellen. 2.13. De financiële gevolgen van het niet naleven van verplichtingen in verband met de toewijzing van capaciteit komen ten laste van degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn. Wanneer marktdeelnemers geen gebruik maken van de capaciteit waartoe ze zich verbonden hebben, of, in het geval van expliciet geveilde capaciteit, deze niet verhandelen op secundaire basis of tijdig teruggeven, verliezen ze de rechten op die capaciteit en zijn ze een op de kosten gebaseerde vergoeding verschuldigd. Deze op de kosten gebaseerde vergoedingen voor het niet gebruiken van capaciteit dienen gerechtvaardigd en proportioneel te zijn. Ook wanneer een TNB zijn verplichting niet nakomt, dient hij de marktdeelnemer te vergoeden voor het verlies van de capaciteitsrechten. Met andere verliezen die het gevolg zijn van het verlies van capaciteitsrechten wordt geen rekening gehouden. De belangrijkste concepten en methoden voor het vaststellen van de aansprakelijkheid voor het niet naleven van de verplichtingen worden van tevoren uiteengezet voor wat de financiële gevolgen betreft, en dienen te worden beoordeeld door de relevante nationale regelgevende instantie(s). 3. COÖRDINATIE 3.1. De betrokken transmissiesysteembeheerders coördineren en implementeren de 9/28 toewijzing van interconnectiecapaciteit aan de hand van gemeenschappelijke toewijzingsprocedures. Wanneer verwacht wordt dat de handel tussen twee landen (transmissiesysteembeheerders) een aanzienlijke invloed zal hebben op de fysieke stroom van elektriciteit in een derde land (transmissiesysteembeheerder), coördineren de betrokken transmissiesysteembeheerders hun congestiebeheermethodes via een gemeenschappelijke congestiebeheerprocedure. De nationale regelgevende instanties en de transmissiesysteembeheerders zien erop toe dat geen congestiebeheerprocedure unilateraal wordt opgezet die aanzienlijke gevolgen heeft voor de fysieke elektriciteitsstromen in andere netwerken. 3.2. Uiterlijk op 1 januari 2007 moet tussen landen in de volgende gebieden een gemeenschappelijke congestiebeheermethode en –procedure voor toewijzing van capaciteit aan de markt worden opgezet, en dit minstens voor de jaar-, maand- en “day-ahead” toewijzing:
  4. a)Noord-Europa (Denemarken, Zweden, Finland, Duitsland en Polen),
  5. b)Noordwest-Europa (Benelux, Duitsland en Frankrijk),
  6. c)Italië (d.w.z. Italië, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Slovenië en Griekenland),
  7. d)Centraal Oost-Europa (Duitsland, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Oostenrijk en Slovenië),
  8. e)Zuidwest-Europa (Spanje, Portugal en Frankrijk),
  9. f)VK, Ierland en Frankrijk,
  10. g)de Baltische staten (Estland, Letland en Litouwen). In geval van een interconnectie waarbij tot meerdere gebieden behorende landen betrokken zijn mag een andere congestiebeheermethode worden gebruikt ter verzekering van verenigbaarheid met de methoden die worden toegepast in de andere gebieden waartoe genoemde landen behoren. In dat geval stellen de betreffende transmissiesysteembeheerders de methode voor die ter beoordeling aan de betreffende regelgevende instanties zal worden voorgelegd. […] 3.4. In de zeven bovenvermelde gebieden worden verenigbare congestiebeheerprocedures vastgesteld om een volledig geïntegreerde interne Europese elektriciteitsmarkt tot stand te brengen. De marktpartijen mogen niet worden geconfronteerd met onverenigbare regionale 10/28 systemen. 3.5. Ter bevordering van eerlijke en doeltreffende mededinging en grensoverschrijdende handel, dient de in punt 2 beschreven coördinatie tussen de transmissiesysteembeheerders binnen de gebieden alle stappen te bestrijken, gaande van capaciteitsberekening en optimalisering van toewijzing tot veilige exploitatie van het netwerk, en worden de verantwoordelijkheden duidelijk verdeeld. Deze coördinatie heeft met name betrekking op:
  11. a)het gebruik van een gemeenschappelijk transmissiemodel dat doeltreffend omspringt met fysieke loop-flows en rekening houdt met de verschillen tussen fysieke en commerciële stromen;
  12. b)de toewijzing en nominering van capaciteit om doeltreffend om te springen met onderling afhankelijke fysieke loop-flows;
  13. c)het gelijktrekken van de verplichtingen van capaciteitshouders om informatie te verstrekken over het geplande gebruik van de capaciteit, d.w.z. de nominering van capaciteit (voor expliciete veilingen);
  14. d)identieke tijdsbestekken en sluitingstijden;
  15. e)identieke structuren voor de toewijzing van capaciteit tussen verschillende tijdsbestekken (bv. 1 dag, 3 uren, 1 week enz.) en in termen van verkochte capaciteitsblokken (hoeveelheid elektriciteit in MW, MWh enz.);
  16. f)consequentheid wat het kader voor contracten met marktdeelnemers betreft;
  17. g)de verificatie van de stromen om te voldoen aan de eisen inzake netwerkbeveiliging voor operationele planning en real-time exploitatie;
  18. h)de verrekening en de uitvoering van maatregelen inzake congestiebeheer. […] 4. TIJDSCHEMA VOOR MARKTOPERATIES 4.1. De toewijzing van de beschikbare transmissiecapaciteit dient voldoende lang van tevoren plaats te vinden. Vóór elke toewijzing maken de betrokken transmissiesysteembeheerders samen de toe te wijzen capaciteit bekend, indien nodig rekening houdend met de capaciteit die vrijkomt uit zekere transmissierechten en, voorzover relevant, de daarmee gepaard gaande vereffende nomineringen; ook het tijdsbestek 11/28 waarbinnen beperkte of geen capaciteit beschikbaar zal zijn (bijvoorbeeld wegens onderhoud) wordt bekendgemaakt. 4.2. De nominering van transmissierechten dient, met volle aandacht voor de netwerkveiligheid, lang genoeg van tevoren plaats te vinden, en wel vóór de “day-ahead”sessies van alle relevante georganiseerde markten en vóór de bekendmaking van de capaciteit die zal worden toegewezen op basis van het “day-ahead”- of het “intra-day”toewijzingsmechanisme. Om doeltreffend gebruik te maken van de interconnectie worden nomineringen van transmissierechten in de omgekeerde richting vereffend. 4.3. Opeenvolgende “intra-day”- toewijzingen van beschikbare transmissiecapaciteit voor dag D vinden plaats op de dagen D-1 en D, na bekendmaking van de geraamde of werkelijke “day-ahead”-productieschema‟s. […] 5. TRANSPARANTIE 5.1. TNB‟S publiceren alle relevante gegevens met betrekking tot de beschikbaarheid van het netwerk, de netwerktoegang en het netwerkgebruik, inclusief een verslag waarin wordt nagegaan waar en waarom er sprake is van congestie, welke methoden worden toegepast om de congestie te beheren en welke plannen er bestaan voor congestiebeheer in de toekomst. 5.2. Transmissiesysteembeheerders publiceren een algemene beschrijving van de congestiebeheermethoden die in diverse omstandigheden worden toegepast om zoveel mogelijk capaciteit ter beschikking te stellen van de markt, alsook een algemeen systeem voor de berekening van de interconnectiecapaciteit voor de verschillende tijdsbestekken, gebaseerd op de werkelijke elektrische en fysieke toestand van het netwerk. Een dergelijk systeem moet door de regelgevende instanties van de betrokken lidstaat worden beoordeeld. 5.3. De toegepaste procedures voor congestiebeheer en capaciteitstoewijzing, de tijdstippen en procedures voor het aanvragen van capaciteit, een beschrijving van de aangeboden producten, en de rechten en plichten van de TNB‟s en van de partijen die de capaciteit verkrijgen, inclusief de aansprakelijkheid bij niet-naleving van deze plichten, moeten nauwkeurig door de TNB‟S worden beschreven en op transparante wijze aan alle potentiële netwerkgebruikers worden meegedeeld. […] 12/28 5.5. De TNB‟s dienen alle relevante gegevens betreffende de grensoverschrijdende handel te publiceren op basis van de best mogelijke voorspelling. De betrokken marktdeelnemers verschaffen de TNB‟s de nodige informatie, zodat die aan hun verplichting kunnen voldoen. De wijze waarop deze informatie wordt gepubliceerd moet ter beoordeling aan de regelgevende instanties worden voorgelegd. De TNB‟s moeten minstens de volgende gegevens publiceren:
  19. a)jaarlijks: Informatie over de langetermijnevolutie van de transmissie-infrastructuur en het effect ervan op de grensoverschrijdende transmissiecapaciteit,
  20. b)maandelijks: Maand- en jaarvoorspellingen van de voor de markt beschikbare transmissiecapaciteit, rekening houdend met alle relevante informatie waarover de TNB beschikt op het ogenblik van de berekening van de voorspelling (vb. de gevolgen van zomer en winter op de capaciteit van de lijnen, onderhoud aan het net, beschikbaarheid van productie-eenheden, enz.);
  21. c)wekelijks: Voorspellingen van de voor de markt beschikbare transmissiecapaciteit voor de komende week, rekening houdend met alle informatie waarover de TNB beschikt op het ogenblik van de berekening van de voorspelling, zoals de weersvoorspelling, gepland onderhoud aan het net, beschikbaarheid van productie-eenheden, enz.;
  22. d)dagelijks: Voor de markt beschikbare “day-ahead”- en “intra-day”-transmissiecapaciteit voor elke tijdseenheid van de markt, rekening houdend met alle vereffende “day-ahead”nomineringen, “day-ahead”-productieschema‟s, vraagprognoses en gepland onderhoud aan het net;
  23. e)totale reeds toegewezen capaciteit per tijdseenheid van de markt en alle relevante omstandigheden waarin deze capaciteit kan worden gebruikt (vb. de toewijzingsprijs op de veiling, de verplichtingen inzake de wijze waarop de capaciteit moet worden gebruikt, enz.) teneinde alle resterende capaciteit te identificeren;
  24. f)de toegewezen capaciteit, zo snel mogelijk na elke toewijzing, en een indicatie van de betaalde prijs;
  25. g)de totale gebruikte capaciteit, per tijdseenheid van de markt, onmiddellijk na de nominering;
  26. h)zo dicht mogelijk bij de werkelijke tijd: verzamelde informatie over gerealiseerde commerciële en fysieke stromen, per tijdseenheid van de markt, inclusief een beschrijving van de effecten van eventuele corrigerende maatregelen (zoals beperking) die door de TNB‟s zijn genomen om problemen met het systeem of netwerk op te lossen;
  27. i)informatie vooraf over geplande uitval en verzamelde informatie achteraf over geplande en 13/28 niet-geplande uitval die de vorige dag heeft plaatsgevonden in opwekkingseenheden van meer dan 100 MW. 5.6. De markt moet tijdig over alle relevante informatie beschikken om over alle transacties te kunnen onderhandelen (industriële klanten moeten bijvoorbeeld tijdig kunnen onderhandelen over jaarcontracten en biedingen moeten tijdig naar georganiseerde markten worden gestuurd). 5.7. De TNB moet de relevante informatie over de voorspelde vraag en opwekking publiceren volgens de in de punten 5.5 en 5.6 vermelde tijdschema‟s. De TNB moet ook de relevante informatie publiceren die nodig is voor de grensoverschrijdende vereffeningsmarkt. 5.8. Wanneer de voorspellingen zijn gepubliceerd, moeten ook de ex-post gerealiseerde waarden voor de informatie over de voorspelling worden gepubliceerd in de tijdsperiode die volgt op die waarop de voorspelling betrekking heeft of ten laatste op de volgende dag (D+1). 5.9. Alle door de TNB‟s gepubliceerde informatie moet gratis ter beschikking worden gesteld in een gemakkelijk toegankelijk formaat. Het moet ook mogelijk zijn om via adequate en genormaliseerde middelen voor informatie-uitwisseling, die in nauwe samenwerking met de marktpartijen worden vastgesteld, toegang te krijgen tot alle gegevens. De gegevens omvatten informatie over voorbije tijdsperiodes, en minstens over de voorbije twee jaar, zodat nieuwe marktdeelnemers ook toegang hebben tot dergelijke gegevens. […] I.4. 10. De elektriciteitswet Artikel 2, 7° van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: elektriciteitswet) verstaat onder “transmissienet” het nationaal transmissienet voor elektriciteit, dat de bovengrondse lijnen, ondergrondse kabels en installaties omvat die dienen voor het vervoer van elektriciteit van land tot land en naar rechtstreekse afnemers van de producenten en naar distributeurs gevestigd in België, alsook voor de koppeling tussen elektrische centrales en tussen elektriciteitsnetten. 11. Artikel 15 § 1 van dezelfde wet bepaalt dat de in aanmerking komende afnemers een recht van toegang tot het transmissienet hebben tegen de tarieven vastgesteld overeenkomstig artikel 12 en dat de netbeheerder de toegang alleen kan weigeren wanneer hij niet over de nodige capaciteit beschikt, of wanneer de aanvrager niet voldoet aan de technische voorschriften bepaald in het technisch reglement. 14/28 I.5. 12. Het technisch reglement Artikel 180, §1, van het technische reglement bepaalt dat de netbeheerder op niet- discriminerende en transparante wijze de door hem toegepaste congestiebeheermethoden moet bepalen. Artikel 180, §2, preciseert dat de methoden voor congestiebeheer en de veiligheidsregels ter goedkeuring aan de CREG ter kennis gebracht moeten worden en gepubliceerd moeten worden overeenkomstig artikel 26. Overeenkomstig artikel 180, §3, van het technisch reglement moet de netbeheerder er, bij de uitvaardiging en de inwerkingstelling van deze methoden, inzonderheid op toezien om, 1° zoveel mogelijk rekening te houden met de richting van de elektriciteitsstromen, en in het bijzonder wanneer de energie-uitwisselingen effectief de congestie doen verminderen; 2° zoveel mogelijk betekenisvolle invloeden te vermijden op de elektriciteitsstromen in andere netten; 3° problemen van congestie op het net op te lossen bij voorkeur met methoden die geen selectie tussen de energie-uitwisselingen van de verschillende toegangsverantwoordelijken inhouden; 4° geschikte economische signalen te geven aan de betrokken netgebruikers. Overeenkomstig artikel 180, §4, van het technisch reglement moeten deze methoden van congestiebeheer onder meer gebaseerd zijn op: 1° procedures voor het in mededinging stellen van de beschikbare capaciteit; 2° de coördinatie van de inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de regelzone en/of, middels akkoord met de buitenlandse netbeheerder(s), door de gecoördineerde inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de betrokken buitenlandse regelzone(s). Krachtens artikel 181, §1, van het technische reglement hebben de methoden voor congestiebeheer bepaald in artikel 180 onder meer tot doel: 15/28 1° elke beschikbare capaciteit aan de markt ter beschikking te stellen volgens transparante en niet-discriminerende methoden via, in voorkomend geval, veilingen waarin de capaciteiten kunnen worden verkocht met verschillende duurtijden en met verschillende karakteristieken (bijvoorbeeld wat betreft de verwachte betrouwbaarheid van de betreffende beschikbare capaciteit); 2° de beschikbare capaciteit in een serie verkopen aan te bieden die op verschillende tijdsbasis gehouden kunnen worden; 3° bij elk van deze veilingen een bepaald gedeelte van de beschikbare capaciteit aan te bieden, met inbegrip van alle overblijvende capaciteiten die niet toegekend werden bij de vorige verkopen. 4° de commercialisering van de aangeboden capaciteit toe te laten. Artikel 181, §2, bepaalt dat de methoden voor congestiebeheer, in noodsituaties, een beroep kunnen doen op de onderbreking van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen, overeenkomstig vooraf vastgestelde prioriteitsregels die de CREG ter kennis zijn gebracht en gepubliceerd zijn overeenkomstig artikel 26 van dit besluit. Zijn paragraaf 3 preciseert dat, wat de uitvaardiging en de inwerkingstelling van de methoden voor congestiebeheer betreft, de netbeheerder overleg dient te plegen met de netbeheerders van de betrokken buitenlandse regelzones. 13. Artikel 183, §1, van het technische reglement bepaalt dat de netbeheerder waakt over de uitvoering van een of meer methoden voor de toekenning van beschikbare capaciteit aan de toegangsverantwoordelijken van energie-uitwsselingen met buitenlandse netten. Volgens artikel 183, §2, van het technisch reglement, zijn deze methodes transparant en niet-discriminerend. Ze worden aan de CREG ter goedkeuring voorgelegd en gepubliceerd overeenkomstig artikel 26 van het technisch reglement. Ten slotte preciseert artikel 183, §3, van het technisch reglement dat deze methoden tot doel hebben het gebruik van de capaciteit van het net te optimaliseren overeenkomstig artikel 179. 16/28 14. Overeenkomstig artikel 184 van het technische reglement beogen de methoden van toekenning van capaciteit onder meer: 1° in de mate van het mogelijke elk verschil in behandeling te minimaliseren tussen de verschillende soorten van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen door fysieke wederkerige overeenkomsten of aanbiedingen op georganiseerde buitenlandse markten; 2° elke ongebruikte capaciteit aan andere marktdeelnemer ter beschikking te stellen; 3° de precieze voorwaarden van de garantiegraad van de aan de marktdeelnemers ter beschikking gestelde capaciteit te bepalen. 17/28 II. 15. ANTECEDENTEN Zoals beschreven in titel I van deze beslissing diende, luidens de Europese regelgeving, het intradaybeheer op de Nederlands-Belgische grens en de Frans-Belgische grens op 1 januari 2008 van start te zijn gegaan. Artikel 1.9 van de bijlage „Richtsnoeren voor congestiebeheer en toewijzing van beschikbare overdrachtcapaciteit van interconnecties tussen nationale systemen” bepaalt immers dat “uiterlijk op 1 januari 2008 op gecoördineerde wijze en onder veilige exploitatieomstandigheden mechanismen voor het intra-dagelijkse beheer van congestie van de interconnectiecapaciteit [moeten] worden opgesteld teneinde zoveel mogelijk handelsopportuniteiten te scheppen en een grensoverschrijdend evenwicht tot stand te brengen”. 16. De toewijzing van intradaycapaciteit werd voor het eerst ingevoerd aan de Frans- Belgische grens. Op 4 december 2006 verzochten de CRE en de CREG aan respectievelijk RTE en Elia om een voorstel over te maken voor de inwerkingstelling van een mechanisme van toewijzing van intradaycapaciteit. Op 1 maart 2007 ontving de CREG van Elia een aanvraag tot goedkeuring van de methoden voor de toekenning aan de toegangsverantwoordelijken van de beschikbare capaciteit voor de energie-uitwisselingen met het Franse net, dat essentieel werd gewijzigd met het oog op de invoering van een mechanisme van toekenning van intradaycapaciteit. Op 12 april 2007 weigerde de CREG om dit voorstel van Elia goed te keuren, maar stond het niettemin de voorlopige toepassing ervan toe om de invoering van het nieuwe mechanisme voor de toekenning van intradaycapaciteit niet te vertragen en de markt hierdoor niet te penaliseren 2 . De CREG volgde een gelijke benadering op 11 december 2007 3 . De verhandeling van intradaycapaciteit aan de zuidgrens was ondertussen al in mei 2007 van start gegaan. 17. De toewijzing van intradaycapaciteit aan de Nederlands-Belgische grens vond slechts recent plaats. Op de 4e Implementation Group Meeting van 21 januari 2008 meldde Elia dat Elia en Tennet een tijdelijk mechanisme wensten toe te passen voor het intra-dagelijkse beheer van congestie op de Nederlands-Belgische grens, dat zou gebaseerd zijn op een verbeterd pro-rata systeem, en dat van start zou gaan in juni 2008. 2 Beslissing (B)070412-CDC-678. 3 Beslissing (B)071211-CDC-733. 18/28 Wegens vertragingingen in het project, voornamelijk ten gevolge van IT-problemen, ging het intraday-project evenwel pas in mei 2009 van start. De regels voor de intradaytoewijzing van capaciteit op de interconnectie Nederland-België werden op 9 september 2008 aan de CREG ter goedkeuring voorgelegd. Op 18 december 2008 weigerde de CREG om dit voorstel van Elia goed te keuren, maar stond het de voorlopige toepassing ervan wel goed, om de invoering van een mechanisme voor de toekenning van intradaycapaciteit op deze grens niet verder te vertragen 4 . Daarnaast werd de beslissing genomen in de veronderstelling dat Elia ondertussen ook op een meer langere termijnbasis werkt aan een duurzame en regionale oplossing, die wel conform zou zijn met de Verordening en de nieuwe richtsnoeren, en dat het voorstel in casu bijgevolg slechts een relatief tijdelijk systeem van intraday beheer betrof. 18. Op 4 mei 2009 ontving de CREG van Elia haar aanvraag, gedateerd op 30 april 2009, ter goedkeuring van de veilingregels voor de toewijzing van de intradaycapciteit op de interconnecties tussen België-Nederland en Frankrijk-België. In haar schrijven motiveerde Elia dat de wijzigingen aan de INB en IFB regels noodzakelijk waren als gevolg van de harmonisatie van de veilingregels van de jaar-, maand- en dagcapaciteit op de grenzen in de CWE-regio (hierna : CWE veilingregels). Door de voorgestelde wijzigingen bevatten de INB en IFB regels uitsluitend bepalingen aangaande de toewijzingsmodaliteiten voor intradaycapaciteit. De regels dienen volgens het huidige voorstel evenmin te worden aangepast bij een eventuele marktkoppeling in de CWE regio. 19. Op 11 juni 2009 antwoordde de CREG dat zij haar beslissing aangaande het huidige voorstel zou uitstellen en voor coherentieredenen gelijktijdig met of kort na haar beslissing aangaande de geharmoniseerde CWE veilingregels zou nemen, aangezien het huidige voorstel een geheel vormt met en een logisch gevolg is van de geharmoniseerde CWE veilingregels. 20. Op 3 september 2009 keurde de CREG het voorstel van geharmoniseerde CWE veilingregels goed, met uitzondering van artikel 3.04 (
  28. a)en artikel 4.01 (b). Elia werd hierbij verzocht om zo snel mogelijk een nieuw voorstel van geharmoniseerde CWE veilingregels in te dienen dat tegemoet komt aan de in de beslissing vermelde bezwaren. 4 Beslissing (B)081218-CDC-819. 19/28 21. Op 27 november 2009 ontving de CREG een nieuwe set van intraday INB en IFB regels, die de teksten die werden ingediend per brief van 30 april 2009 vervingen. De in deze versie doorgevoerde wijzigingen hielden rekening met de recente aanpassingen in de geharmoniseerde CWE veilingregels. Het zijn deze regels die het voorwerp uitmaken van de huidige beslissing. 20/28 III. ANALYSE VAN DE DOOR ELIA VOORGESTELDE REGELS VOOR CAPACITEIT INTRADAY OP DE TOEWIJZING VAN KOPPELVERBINDING NEDERLAND-BELGIË EN DE KOPPELVERBINDING FRANKRIJK-BELGIË Hieronder wordt de conformiteit geanalyseerd van het voorstel van Elia met het wettelijke kader, omschreven in titel I van deze beslissing. Hoewel de voorgestelde INB en IFB regels formeel twee afzonderlijke sets van regels vormen, bevatten ze inhoudelijk vrijwel identieke bepalingen. De opmerkingen voor beide versies worden hieronder dan ook gezamenlijk en per onderwerp gebundeld. Artikelen 1.02, 1.05 en 6.01 INB en IFB: het verbeterd pro rata-systeem 22. De door Elia voorgestelde artikelen 1.02, 1.05 en 6.01 van de INB en IFB regels stellen een intraday mechanisme aan de grens Nederland-België en Frankrijk-België voor op basis van een op bilaterale wijze georganiseerd, verbeterd pro rata-systeem. Het voorgestelde verbeterd pro rata-systeem is evenwel problematisch in het licht van de artikelen 1.5, 1.9, 2.1, 2.7 en hoofdstuk 3 van de nieuwe richtsnoeren. 23. Volgens artikel 1.5 van de nieuwe richtsnoeren dient een intraday-systeem doeltreffende economische signalen te geven. Artikel 2.1 van de nieuwe richtsnoeren verduidelijkt hierbij dat de interconnectiecapaciteit via expliciete of impliciete veilingen moet toegewezen worden, maar laat voor de intra-day handel ook continuhandel toe. Artikel 2.7 van de nieuwe richtsnoeren bepaalt voorts dat de capaciteit moet worden toegewezen aan het hoogste bod, ongeacht of het een impliciet of expliciet bod binnen een gegeven tijdsbestek is. Het onderhavige voorstel voldoet evenwel niet aan de in deze artikelen bepaalde voorwaarden. De CREG stelt vast dat de door Elia voorgestelde methode van intradaycongestiebeheer geen expliciete of impliciete veilingen inhoudt, noch een continuhandel 21/28 betreft. In het voorgestelde verbeterd pro rata systeem wordt de capaciteit niet toegewezen aan de deelnemer die (expliciet, impliciet, of in de continuhandel) de hoogste prijs bood, maar wordt zij toewezen in verhouding tot enerzijds het aantal deelnemers die voor een bepaalde gate intra-day capaciteit hebben gevraagd, en anderzijds de vraag naar intra-day capaciteit, waarbij volgens een iteratief algoritme kleine aanvragen met voorrang worden behandeld. Een toewijzing van de intraday interconnectiecapaciteit op een verbeterd pro-rata basis geeft bijgevolg geen gepaste economische signalen aan de marktdeelnemers, en voldoet hierdoor niet aan de nieuwe richtsnoeren. 24. Daarnaast bepaalt artikel 1.9 van de nieuwe richtsnoeren dat de mechanismen voor het intra-dagelijks beheer van congestie van de interconnectiecapaciteit op gecoördineerde wijze en onder veilige exploitatieomstandigheden dienen te worden opgesteld. Dit houdt in dat Elia onder meer rekening moet houden met de coördinatieverplichtingen tussen de transmissiesysteembeheerders zoals beschreven in hoofdstuk 3 van de nieuwe richtsnoeren. In het huidige voorstel vindt een dergelijke coördinatie evenwel niet plaats. De verplichtingen die in hoofdstuk 3 van de nieuwe richtsnoeren zijn opgenomen, kunnen niet of slechts in erg beperkte mate teruggevonden worden in het onderhavige voorstel. Ofschoon de INB en IFB regels inhoudelijk weinig verschillen vertonen, blijft het onderhavige voorstel telkens een op bilaterale wijze georganiseerde toewijzing van capaciteit; het richt geen gemeenschappelijke en regionaal gecoördineerde congestiebeheermethode en –procedure voor toewijzing van capaciteit op, zoals vereist in hoofdstuk 3 van de nieuwe richtsnoeren. 25. Om de redenen aangehaald onder de voorgaande paragrafen 22 tot 24, kan de CREG de artikelen 1.02, 1.05 en 6.01 van de INB en IFB regels niet goedkeuren. 26. Hoewel de CREG deze artikelen niet kan goedkeuren, wordt de toepassing ervan in onderhavig geval uitzonderlijk toegestaan, om de overige verbeteringen van de veilingregels niet in gevaar te brengen. 27. Toch vraagt de CREG aan ELIA om haar zo vlug mogelijk een nieuw voorstel met betrekking tot de artikelen 1.02, 1.05 en 6.01 van de INB en IFB regels te doen dat rekening houdt met haar bezwaren. 22/28 Artikel 2.07 INB: vastheid van de uitwisselingsprogramma’s 28. Het huidige voorstel wijzigt de manier waarop de genomineerde uitwisselingsprogramma‟s worden verminderd in geval van overmacht. In een dergelijk geval verminderen de TNB‟s niet langer eerst de uitwisselingsprogramma‟s op intra-day basis (en vervolgens de dagelijkse, maandelijkse en jaarlijkse uitwisselingsprogramma‟s), maar worden alle uitwisselingsprogramma‟s (intra-day, dagelijks, maandelijks en jaarlijks) in rekening genomen en, in voorkomend geval, proportioneel verminderd. 29. Aangezien met dit voorstel de INB regel betreffende de vastheid van de uitwisselingsprogramma‟s geharmoniseerd wordt met de IFB regels, verwelkomt de CREG dit voorstel dan ook en keurt het artikel goed. Artikel 3.03 (
  29. a)INB en artikel 3.04 (
  30. a)IFB: voorwaarden voor opschorting 30. Artikel 3.03 (
  31. a)van de INB en artikel 3.04 (
  32. a)van de IFB regels beschrijven de voorwaarden voor schorsing van de deelnemer. Deze problematiek staat in rechtstreeks verband met het recht op toegang tot het netwerk. Zoals ze al de gelegenheid had om het in de vroegere beslissingen over de IFB en INB regels te signaleren, is de CREG van oordeel dat het toegangsrecht tot het net, dat een essentiële grondpijler van de vrijmaking van de elektriciteitsmarkt vormt, moet beschouwd worden als zijnde van openbare orde en dat elke uitzondering op dit recht op restrictieve wijze moet geïnterpreteerd worden. Ook het huidige voorstel mag daaraan geen afbreuk doen. Artikel 15, §1 van de elektriciteitswet is immers eveneens van toepassing op de toegang tot de koppelverbindingen. Artikel 2, 7°, van de elektriciteitswet definieert de term « transmissienet » door er duidelijk de koppelverbindingen met de buitenlandse netten bij in te sluiten. De koppelverbindingen maken dus integraal deel uit van het transmissienet. Daarbij dient gepreciseerd dat het toegangsrecht tot het net en in het bijzonder tot de koppelverbindingen die er integraal deel van uitmaken niet alleen impliceert dat men wordt toegelaten om deel te nemen aan de veilingen, maar ook dat men een in de tijd onbeperkte toegang tot de koppelverbindingen behoudt en dat de toegang enkel wordt onderbroken of opgeschort in uitdrukkelijk door de wetgeving bepaalde gevallen. Bijgevolg en krachtens artikel 15, §1, van de elektriciteitswet, kan de netbeheerder en dus 23/28 het Gezamenlijk Veilingbureau, hierna het GV, niet de toegang tot het transmissienet weigeren tenzij hij niet over de nodige capaciteit beschikt5 of tenzij de aanvrager niet voldoet aan de technische voorschriften bepaald in het technisch reglement. In alle andere gevallen is het gemeen recht van toepassing en moet het GV zich tot de rechter wenden om in voorkomend geval de ontbinding van het contract te eisen. 31. Artikel 3.03 (
  33. a)van de INB regels en artikel 3.04 (
  34. a)van de IFB regels gaan evenwel verder dan wat is toegelaten volgens artikel 15, § 1, van de elektriciteitswet en bepalen dat het GV de machtiging van de deelnemer kan opschorten “indien ten minste een van de voorwaarden opgesomd in [artikel 3.02 INB / artikel 3.03 IFB] niet meer is vervuld». Artikel 3.02 van de INB regels en artikel 3.03 van de IFB regels beschrijven aan welke voorwaarden de deelnemer moet voldoen om te mogen deelnemen aan de veilingen. De eerste voorwaarde vermeldt dat de deelnemer de voorwaarden moet vervullen van artikel 3.01. Artikel 3.01 (b), eerste lid, van de IFB en van de INB regels bepaalt dat de deelnemer, door zijn ondertekening van de deelnemingsovereenkomst, zich ertoe verbindt alle bepalingen van de INB/IFB regels na te leven. Een gezamenlijke lezing van de boven vermelde artikelen6 leert bijgevolg dat de participant kan worden geschorst zodra hij één van de bepalingen in de INB/IFB regels schendt. 32. In de in december 2007 ingediende versie van de IFB regels werd voorgesteld dat de deelnemer kan worden geschorst bij manifeste nalatigheid bij het naleven van de essentiële contractuele verplichtingen. De regeling die in casu door artikel 3.03 (
  35. a)van de INB regels en artikel 3.04 (
  36. a)van de IFB regels wordt voorgesteld, gaat evenwel veel verder, aangezien nu elke schending van de contractuele verplichtingen aanleiding kan geven tot schorsing. De meer restrictievere 5 Zie tevens artikel 20, §2 van richtlijn 2003/54/EG. 6 Voor de IFB regels: artikel 3.04 (
  37. a)jo. artikel 3.03 jo. artikel 3.01 (b); voor de INB regels: artikel 3.03 (
  38. a)jo. artikel 3.02 jo. artikel 3.01 (b). 24/28 benadering werd evenwel al destijds door de CREG afgekeurd 7 , en de aangehaalde motivering blijft ook nu nog onverminderd van toepassing. 33. De CREG herinnert eraan dat elke mogelijkheid tot opschorting van de machtiging door het GV zich moet beperken tot de uitdrukkelijk door de wet bepaalde gevallen. Het feit dat de machtiging van de deelnemer kan opgeschort worden op grond van het simpele feit dat een van de contractbepalingen niet vervuld is vormt een veel te ruime formulering. Deze formulering schendt artikel 15, §1, van de elektriciteitswet en kan om die reden niet door de CREG aanvaard worden. 34. Om de redenen vermeld in de paragrafen 30 tot en met 33, kan de CREG artikel 3.03 (
  39. a)van de INB regels en artikel 3.04(
  40. a)van de IFB regels niet goedkeuren. Hoewel de CREG artikel 3.04(
  41. a)niet kan goedkeuren, wordt de toepassing ervan in onderhavig geval uitzonderlijk toegestaan, om de overige verbeteringen van de veilingregels niet in gevaar te brengen. Toch vraagt de CREG aan ELIA om haar zo vlug mogelijk een nieuw voorstel met betrekking tot artikel 3.03 (
  42. a)van de INB regels en artikel 3.04(
  43. a)van de IFB regels te doen dat rekening houdt met haar bezwaren. Bovendien mag het GV geen misbruik maken van de mogelijkheden die dit artikel hem biedt. Artikel 4.02 INB en IFB: aansprakelijkheid 35. Artikel 4.02 van de INB en IFB regels werd op een aantal belangrijke punten aangepast en verbeterd, en grotendeels afgestemd op de ontwikkelingen bij de geharmoniseerde CWE veilingregels. Zo verwijst het artikel niet meer naar materiële en immateriële schade, en geldt de aansprakelijkheidsbeperking niet meer bij zware fout. Wel merkt de CREG op dat de formulering van de aansprakelijkheidsregeling niet overeenkomt met deze van de geharmoniseerde CWE veilingregels. Om tegenstrijdigheden 7 Zie beslissing (B)071211-CDC-733. 25/28 te vermijden en om de mogelijk toekomstige regionale harmonisatie van de intraday veilingregels te vergemakkelijken, verzoekt de CREG Elia dan ook om de veilingregels bij de volgende herziening op dit punt aan te passen. 36. Hoewel het artikel de beperking van de aansprakelijkheid tot een bedrag van 100.000 euro niet wijzigde, in tegenstelling tot de geharmoniseerde CWE veilingregels, lijkt het bedrag in casu wel aanvaardbaar, gelet op het feit dat de verhandeling van intraday capaciteit minder groot is dan de day-ahead markt. Artikel 4.08 INB en IFB: regeling van geschillen 37. Artikel 4.08 van de INB en IFB regels voegt een bepaling aan het artikel toe, dat de Partijen expliciet toelaat om een procedure in kort geding aanhangig te maken bij de Handelsrechtbank. De CREG verwelkomt deze toevoeging, die de verschillende mogelijkheden voor de Partijen om het geschil te regelen verduidelijkt. 26/28 BESLISSING Met toepassing van artikelen 180, §2, en 183, §2, van het technisch reglement beslist de CREG, omwille van de redenen beschreven in titel III van deze beslissing, het voorstel van Elia betreffende de regels voor intra-day toewijzing van capaciteit op de koppelverbinding Nederland-België goed te keuren, met uitzondering van de artikelen 1.02, 1.05, 3.03 (
  44. a)en 6.01. Om de redenen vermeld in de paragrafen 22 tot 24 en 30 tot 33, kan de CREG deze vier artikelen niet goedkeuren. Met toepassing van artikelen 180, §2, en 183, §2, van het technisch reglement, beslist de CREG eveneens, omwille van de redenen beschreven in titel III van deze beslissing, het voorstel van Elia betreffende de regels voor intra-day toewijzing van capaciteit op de interconnectie Frankrijk-België goed te keuren, met uitzondering van de artikelen 1.02, 1.05, 3.04 (
  45. a)en 6.01. Om de redenen vermeld in de paragrafen 22 tot 24 en 30 tot 33, kan de CREG deze vier artikelen niet goedkeuren. Hoewel de CREG deze artikelen niet kan goedkeuren, wordt de toepassing ervan uitzonderlijk toegestaan om de overige verbeteringen van de veilingregels niet in gevaar te brengen. Bovendien wordt de hierboven beschreven benadering aanvaard in de veronderstelling dat Elia de INB en IFB regels met de betrokken netbeheerders herziet in het licht van de in deze beslissing beschreven opmerkingen en ze bij voorrang behandelt. Bijgevolg vraagt de CREG aan ELIA om haar zo vlug mogelijk een voorstel van INB en IFB regels te doen dat rekening houdt met haar bezwaren. 27/28 Om eventuele onduidelijkheid weg te nemen, wenst de CREG te beklemtonen dat de hierboven beschreven benadering niet kan geïnterpreteerd worden als een volledige goedkeuring van de veilingregels. Mocht er over de huidige partiële goedkeuring van de veilingregels onenigheid rijzen en mocht men in dit opzicht pogen de beslissing als een volledige goedkeuring te interpreteren, dan wenst de CREG te benadrukken dat een dergelijke interpretatie niet correct is en dat de huidige beslissing in een dergelijk geval veeleer als een afkeuring moet geïnterpreteerd worden.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Dominique WOITRIN Directeur François POSSEMIERS Voorzitter van het Directiecomité 28/28

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.