Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02 289 76 11 Fax: 02 289 76 09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING B)100114-CDC-938 over ‘de vraag tot goedkeuring van de wijziging van het indicatief vervoersprogramma van de NV FLUXYS, voor wat betreft haar overbrengingsactiviteiten voor de periode 2010-2011’ genomen met toepassing van artikel 9 van het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas 14 januari 2010 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 9 van het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas (hierna : de gedragscode), het voorstel tot wijziging van het indicatief vervoersprogramma 2010-2011 (IVP 2010-2011) van de NV FLUXYS voor wat betreft haar overbrengingsactiviteit, dat werd ingediend bij de CREG per drager met ontvangstbewijs op 23 december
- De onderstaande beslissing is ingedeeld in drie delen. Het eerste deel gaat over het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de onderhavige beslissing uiteengezet. Het derde deel, ten slotte, bevat het besluit. Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 14 januari
- 2/8 I.
- WETTELIJK KADER Overeenkomstig artikel 9, §2 en 3, van de gedragscode stelt de vervoersonderneming een indicatief vervoersprogramma op voor een periode van minstens twee jaar en stuurt ze dit indicatief vervoersprogramma jaarlijks bij, onder andere op basis van het door de vervoersonderneming gevoerde congestiebeleid bedoeld in artikel 45 van de gedragscode. Het indicatief vervoersprogramma wordt door de vervoersonderneming ter goedkeuring overgemaakt aan de CREG.
- Overeenkomstig artikel 9, §1, van de gedragscode moet het indicatief vervoersprogramma onder meer, voor de overbrenging en de opslag, het volgende bevatten: de aangeboden vaste, niet-vaste en onderbreekbare capaciteiten, de gehanteerde capaciteitstoewijzingsregels, de vooropgestelde tolerantiewaarden, de verschillende types van opslagcontracten en de looptijden van de standaardvervoerscontracten. Verder moeten zowel de looptijden van de vervoerscontracten als de verdeling van de beschikbare capaciteit over vaste, niet-vaste en onderbreekbare capaciteit en de toewijzingsregels de op de markt bestaande vraag weerspiegelen. De vervoersonderneming moet hierbij rekening houden met de specifieke kenmerken van de vervoersdiensten waarop het indicatief vervoersprogramma betrekking heeft en met de specifieke behoeften van de categorieën netgebruikers die volgens objectieve en relevante criteria gedefinieerd worden (artikel 9, §4, van de gedragscode).
- De CREG herinnert eraan (paragraaf 6 van de beslissing van 21 december 2006) dat het indicatief vervoersprogramma systematisch zal moeten gewijzigd en aangepast worden in functie van onder andere de door de vervoersonderneming aangeboden vervoersdiensten en de ontwikkeling van de secundaire markt. De eventuele wijzigingen en aanpassingen moeten door de CREG goedgekeurd worden. Het indicatief vervoersprogramma vormt in feite een catalogus van de door de vervoersonderneming aangeboden producten en diensten. Het is dan ook volkomen logisch dat het indicatief vervoersprogramma wordt bekend gemaakt aan de netgebruikers, zoals bepaald in artikel 28 van de gedragscode. Het indicatief vervoersprogramma moet onder andere de beschrijving bevatten van alle diensten die aan gereguleerde tarieven onderworpen zijn (paragraaf 7 van de beslissing van 21 december 2006). Zonder eensluidende definitie van de diensten zou de toepassing van gereguleerde tarieven het risico van discriminatie tussen netgebruikers niet uitsluiten. De 3/8 beheerder van het vervoersnet zou immers tegen hetzelfde tarief diensten met een verschillende inhoud kunnen aanbieden. Op 1 juni 20051 werd de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van
- gasachtige produkten en andere door middel van leidingen (hierna : de gaswet) gewijzigd door de wet tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen (Belgisch Staatsblad, 14 juni 2005). Artikel 24 van de wet van 1 juni 2005 vervangt artikel 15/5, §3 van de gaswet door een artikel 15/5undecies dat het wettelijk kader van de gedragscode wijzigt. Zoals vermeld in de voorbereidende werkzaamheden van deze wet2 « (werd) een aantal bepalingen (…) toegevoegd. Zo bepaalt de gedragscode ook : - de minimumvereisten met betrekking tot de juridische en operationele scheiding van vervoerfuncties en leveringsfuncties van aardgas binnen geïntegreerde beheerders van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie ; - de basisbeginselen met betrekking tot de rechten en verplichtingen van, enerzijds, de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie en, anderzijds, de gebruikers van het desbetreffende aardgasvervoersnet, van de opslaginstallatie voor aardgas of van de LNG-installatie inzake het gebruik ervan en meer bepaald, inzake onderhandelingen over de toegang tot vervoer, over het congestiebeheer en over de publicatie van informatie; - maatregelen die in het verbintenissenprogramma moeten worden opgenomen om te waarborgen dat ieder discriminerend gedrag is uitgesloten en om te voorzien in een adequaat toezicht op de naleving ervan.»
- Op 27 december 2006 werd voornoemd artikel 15/5undecies, §1 aangevuld door artikel 65 van de wet houdende diverse bepalingen (I) (Belgisch Staatsblad, 28 december 2006). Volgens deze nieuwe beschikking bepaalt de gedragscode bovendien : - de regels en de organisatie van de secundaire markt waarop netgebruikers onderling capaciteit en flexibiliteit verhandelen en waarop de beheerders eveneens capaciteit en flexibiliteit kunnen kopen ; 1 Artikel 24 van de wet van 1 juni 2005 tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (Belgisch Staatsblad, 14 juni 2005) 2 Parlementaire stukken, Kamer, zitting 2004-2005, nr. 1595/001, Memorie van toelichting, p.
- 4/8
- de basisprincipes betreffende de organisatie van de toegang tot de hubs. Als gevolg van deze wetswijzigingen zal de gedragscode dus moeten gewijzigd worden om de inhoud ervan aan te passen aan de wetten van 1 juni 2005 en 27 december
- In afwachting van deze wijziging blijft het huidige reglementaire kader van toepassing. Daaruit volgt onder meer dat in de huidige beslissing de CREG nog altijd de term « vervoersonderneming » blijft gebruiken, overeenkomstig voornoemd artikel 9 van de gedragscode, hoewel de gaswet voortaan de preciezere term « beheerder van het aardgasvervoersnet » gebruikt.
- De inhoud van het indicatief vervoersprogramma moet altijd verenigbaar zijn met de belangrijkste voorwaarden, op dit ogenblik opgesteld krachtens artikel 10 van de gedragscode. Sinds de wet van 27 december 2006 wordt het begrip « belangrijkste voorwaarden » in de gaswet omschreven als het standaardcontract voor de toegang tot het vervoersnet en de daarmee verbonden operationele regels. In afwachting van de goedkeuring door de CREG van met name de belangrijkste voorwaarden in de zin van artikel 1, 51° van de gaswet voor de overbrenging, blijven de belangrijkste voorwaarden voor de overbrenging, op dit ogenblik goedgekeurd krachtens artikel 10 van de gedragscode, van kracht. Een dergelijke benadering ligt overigens in de lijn van het voorstel voor een nieuwe gedragscode dat op 9 oktober 2008 werd opgesteld door de CREG (artikel 238, §1). 5/8 II.
- ANTECEDENTEN De CREG keurde het door de NV FLUXYS ingediende indicatief vervoersprogramma voor de periode 2010-2011 goed door haar beslissing (B)091029-CDC-919 van 29 oktober 2009 (hierna : de beslissing van 29 oktober 2009).
- De onderhavige beslissing neemt dus het document met betrekking tot de overbrengingsactiviteit in beschouwing dat werd voorgelegd per drager met ontvangstbewijs op 23 december
- 6/8 III.
- ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL De NV FLUXYS heeft een voorstel tot wijziging van het indicatief vervoersprogramma 2010-2011 van de NV FLUXYS voor wat betreft haar overbrengingsactiviteit op 23 december 2009 per drager met ontvangstbewijs bij de CREG ingediend .
- Dit voorstel voldoet aan het verzoek van de CREG om de dienst NDM af te schaffen. Het bewuste verzoek van de CREG volgt op de vraag van de NV FLUXYS tot aanpassing van de in het IVP 2010-2011 vastgelegde methodologie met betrekking tot de afnemers die als NDM afnemer gecategoriseerd worden (en die een verlaagd tarief genieten).
- De CREG is van oordeel dat het ogenblik gunstig is om deze dienst (en dus de eraan verbonden tariefkortingen) te beëindigen aangezien de nieuwe tarieven voor de vervoers- en opslagactiviteiten van de NV FLUXYS op 22 december 2009 door de CREG werden goedgekeurd voor de jaren 2010 en
- Deze tarieven zijn van toepassing op het geheel van de vervoers- en opslagactiviteiten met ingang van 1 januari
- Het voorstel tot wijziging van het indicatief vervoersprogramma van de NV FLUXYS stelt dus voor de tekstgedeelten met referentie 5.2.3.4 Afnemers NDM en 5.2.10 Afnamecapaciteit NDM te schrappen zonder ze te vervangen. 7/8 BESLUIT
- Met toepassing van artikel 9, §2, van de gedragscode, Beslist de CREG de wijziging van het indicatief vervoersprogramma 2010-2011 van de NV FLUXYS voor wat betreft haar overbrengingsactiviteit, dat bij de CREG werd ingediend per drager met ontvangstbewijs op 23 december 2009, goed te keuren.
- De CREG verzoekt de NV FLUXYS uiterlijk op 21 januari 2010 het gewijzigde vervoersprogramma 2010-2011 in het Frans en het Nederlands te publiceren. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas : Dominique WOITRIN Directeur Christine François VANDERVEEREN POSSEMIERS Voorzitter van het Directiecomité 8/8