Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel. 02/289.76.11 Fax 02/289.76.99 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLIS
considerans 7 van de tweede gasricthlijn waarin ook uitdrukkelijk gesteld wordt dat het voor een goed werkende concurrentie is vereist dat de toegang tot het netwerk niet-discriminerend en transparant is en tegen redelijke prijzen kan geschieden en considerans 4 van de derde gasrichtlijn waarin gesteld wordt dat er nog steeds geen sprake is van een niet-discriminerende nettoegang. 20/53 concurrerende vervoersnetten naast de bestaande. Het is dan ook niet realistisch te veronderstellen dat naast de bestaande vervoersnetten één of zelfs meerdere nieuwe vervoersnetten zullen worden gebouwd. Dit verklaart dan ook waarom het beheer van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie sedert de wet van 1 juni 2005 tot wijziging van de gaswet (B.S., 14 juni 2005) wordt verzekerd respectievelijk en alleen door de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie, dewelke elk de functie van gecombineerd netbeheerder kunnen vervullen.
- Dat het recht van toegang tot de vervoersnetten een noodzakelijke basispijler van de liberalisering van de aardgasmarkt is, blijkt ook uit de analyse van de juridische situatie vóór de inwerkingtreding van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten (B.S., 11 mei 1999). Op het vlak van het vervoer van aardgas bestond er immers geen wetgeving die enig monopolie toekende aan de historische vervoersonderneming die ook actief was in de markt voor de levering van aardgas. Nochtans had alleen deze onderneming de facto als enige leverancier toegang tot de vervoersnetten. Dat derden geen toegang tot de vervoersnetten hadden, volgde gewoon uit het feit dat deze vervoersonderneming de eigenaar was van nagenoeg alle vervoersinfrastructuur van aardgas in België. Het was precies omwille van dit eigendomsrecht van deze vervoersonderneming dat derden, met uitzondering van de eindafnemers die bevoorraad werden door deze vervoersonderneming, geen toegang tot de vervoersnetten hadden. Om de concurrentie in de gasmarkt te introduceren, heeft de gaswet ervoor geopteerd om elke in aanmerking komende afnemer alsook de leveranciers van aardgas, voor zover deze laatste leveren aan in aanmerking komende afnemers, een recht van toegang te verlenen tot de vervoersnetten. Het is dan ook duidelijk dat een miskenning van dit essentiële recht van toegang tot de vervoersnetten de liberalisering van de gasmarkt op de helling zet.
- Uit artikel 15/5 van de gaswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot de vervoersnetten onlosmakelijk gekoppeld is aan de gedragscode en de regulering van de vervoersnettarieven bedoeld in de artikelen 15/5bis-duodecies van de gaswet. De gedragscode en de regulering van de vervoersnettarieven beogen het recht van toegang tot de vervoersnetten in de feiten te realiseren. Overeenkomstig artikel 15/5undecies van de gaswet regelt de gedragscode de toegang tot de vervoersnetten. Met de gedragscode beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, niet- 21/53 pertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar zijn wegens hun gebrek aan de nodige gespecialiseerde kennis inzake het beheer van de vervoersnetten. Met deze gedragscode beoogt de wetgever ook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de beheerders anderzijds. De belangen van de netgebruikers en de beheerders zijn immers niet altijd gelijklopend. Aldus bestaat het risico dat de beheerders de toegang tot hun vervoersnet weigeren om technische redenen die niet pertinent zijn. Anders dan een gewone privé-onderneming hoeft de beheerder immers niet te streven naar een zo groot mogelijk aantal klanten om zijn kosten te dekken en een zo hoog mogelijke winst te maken. De regulering van de tarieven voor de toegang tot en het gebruik van de vervoersnetten en de ondersteunende diensten krachtens artikelen 15/5bis en ter van de gaswet impliceert immers dat het totaal inkomen (en dus ook de tarieven) precies in elk geval het geheel van al zijn reële kosten en een billijke winstmarge dekken, ongeacht de gebruiksintensiteit van de vervoersnetten. Door deze garantie dat al haar kosten, samen met een billijke winstmarge, gedekt zijn, ontstaat immers het gevaar dat de beheerder netgebruikers aan wie de dienstverlening ingewikkelder is of die meer technische of financiële risico‟s stellen zal trachten te weigeren en haar weigering zal trachten te motiveren met complexe, maar niet-pertinente argumenten. Doordat de gedragscode de verplichtingen van de beheerders en de netgebruikers verduidelijkt, is het derhalve de technische vertaling van het recht van toegang tot de vervoersnetten en derhalve eveneens van openbare orde.
- De complexiteit van het beheer van het vervoersnet heeft ook een weerslag op de tarifering van de dienstverlening die de beheerders aanbieden. Het is voor een netgebruiker onmogelijk uit te maken of de prijzen die de beheerder autonoom zou bepalen, effectief correcte prijzen zijn. Hij kan dit niet uitmaken omdat hij zelf niet over de vereiste technische specialisatie noch over de nodige informatie beschikt. Bovendien kan hij de prijzen van de beheerder doorgaans niet met deze van andere netbeheerders vergelijken omdat de beheerder van het aardgasvervoersnet van een natuurlijk en wettelijk monopolie geniet en de diverse nationale vervoersnetten onderling sterk kunnen verschillen. Daarom garandeert artikel 15/5bis van de gaswet niet-discriminatoire en transparante tarieven. Artikel 15/5bis garandeert dat het totaal inkomen dat nodig is voor de uitoefening van de respectievelijke wettelijke en reglementaire verplichtingen van de beheerders voornamelijk het geheel van reële kosten nodig voor de vervulling van de in artikel 15/1, §1, en 15/2 bedoelde taken en een billijke marge en afschrijvingen te dekken. Zonder deze regulering van de vervoersnettarieven wordt immers het recht van toegang tot het vervoersnet niet daadwerkelijk verzekerd. Niet alleen discriminatoire tarieven, maar ook te hoge tarieven beperken de toegang tot de vervoersnetten. Het hoeft geen betoog dat discriminatoire of te 22/53 hoge vervoersnettarieven het recht van toegang tot de vervoersnetten de facto uithollen. De regulering van de vervoersnettarieven is dan ook van openbare orde. D. Toetsingscriteria voor de CREG
- Krachtens artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet samen gelezen met artikel 1, 51°, van de gaswet is het standaard aansluitingscontract onderworpen aan de goedkeuring door de CREG en dient de beheerder van het aardgasvervoersnet een voorstel van standaard aansluitingscontract, evenals alle wijzigingen die hieraan worden aangebracht, aan de CREG ter kennis te geven zodat de CREG hierover een beslissing tot goed- of afkeuring kan nemen.
- In geval van een goedkeuringsbevoegdheid gaat de goedkeurende overheid na of de goed te keuren akte regelmatig is en conform is met het algemeen belang.6 D.
- Overeenstemming met de wet
- Een akte is regelmatig indien zij overeenstemt met de wet. Aldus wordt de CREG de opdracht gegeven ervoor te zorgen dat de bepalingen van het standaard aansluitingscontract in overeenstemming zijn met de wetgeving en dat het standaard aansluitingscontract en de wetgeving een sluitend geheel vormen. Typerend voor contracten is dat zij de regels van openbare orde of van dwingend recht verder uitwerken of aanvullen. Aldus is de CREG er via haar goedkeuringsbevoegdheid mee belast erop toe te zien dat het standaard aansluitingscontract in de eerste plaats de sectorspecifieke wetgeving niet schendt en ervoor zorgt dat het recht van toegang tot het vervoersnet en de wettelijke regels die dit recht van toegang reguleren, worden aangevuld op een manier dat aan elke netgebruiker zijn recht van toegang tot het vervoersnet effectief gegarandeerd wordt. De CREG zal hierbij in het bijzonder nagaan of het voorstel van standaard aansluitingscontract de toegang tot het vervoersnet niet belemmert (en zodoende artikel 15/7 van de gaswet respecteert), de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het vervoersnet niet in gevaar brengt (en zodoende in overeenstemming is met de verplichtingen voorzien 6 Zie onder meer VAN MENSEL, A., CLOECKAERT, I., ONDERDONCK, W. en WYCKAERT, S., De administratieve rechtshandeling – Een Proeve, Mys &Breesch, Gent, 1997, p. 101; DEMBOUR, J., Les actes de la tutelle administrative en droit belge, Maison Ferdinand Larcier, Bruxelles, 1955, p. 98, nr.
- 23/53 voor de beheerder in artikel 15/1, §1, 1° en 2°, van de gaswet volgens hetwelk de respectieve beheerders de vervoersinstallaties dienen te exploiteren, te onderhouden en te ontwikkelen op economisch aanvaardbare, veilige, betrouwbare en efficiënte wijze) en redelijk is (en zodoende artikel 5 van de gedragscode respecteert). Bovendien gaat de CREG na of het voorstel in overeenstemming is met het mededingingsrecht en de algemene verbintenissenrechtelijke regels. D.1.
- De sectorspecifieke wetgeving
- De sectorspecifieke wetgeving betreft het recht van toegang tot de vervoernetten, de regulering van de vervoernettarieven en de regels van de gedragscode (zie §§ 25-28 van deze beslissing).
- Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot de vervoersnetten en de gedragscode, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake aardgas betreffen (artikel 15/14, §2, van de gaswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, (enkel) het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 20/2 van de gaswet). Dankzij artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 20/2 van de gaswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de contracten weren en de beheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen. D.1.1.
- Geen belemmering van de toegang tot het vervoersnet Krachtens artikel 15/5 van de gaswet hebben de afnemers en de houders van leveringsvergunningen toegang tot elk netwerk voor het aardgasvervoer, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie op basis van de tarieven vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 15/5bis en goedgekeurd door de CREG. Paragraaf 25 van deze beslissing zet uiteen dat de vrije toegang tot het vervoersnet essentieel is voor de vrijmaking van de aardgasmarkt. Het recht van toegang tot het vervoersnet is dan ook een basisprincipe en principieel recht dat niet beperkend mag worden 24/53 geïnterpreteerd. Elke uitzondering op of beperking van dit recht moet uitdrukkelijk voorzien zijn en beperkend geïnterpreteerd worden. Zo bepaalt artikel 15/7 van de gaswet dat de beheerders de toegang tot het vervoersnet enkel geldig kunnen weigeren indien het net niet over de nodige capaciteit beschikt om het vervoer te verzekeren of de toegang tot het net de goede uitvoering van een openbare dienstverplichting door de betrokken beheerder zou verhinderen.7 Bovendien moet de weigering met redenen omkleed zijn.
- De CREG is van oordeel dat, in het kader van de liberalisering van de aardgasmarkt, de toetredingsdrempel tot de aardgasmarkt zo laag mogelijk dient te zijn teneinde het recht van toegang tot het vervoersnet te garanderen en de (vrije) toegang tot het vervoersnet op geen enkele wijze te belemmeren, dit uiteraard in zoverre de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het vervoersnet niet in gevaar gebracht wordt en de optimale ontwikkeling van het vervoersnet niet verhinderd wordt. De CREG meent dan ook dat het niet kan toegelaten worden dat de beheerder op enige wijze het recht van toegang tot het vervoersnet zou bemoeilijken, beperken of belemmeren door het opleggen van onbillijke, onevenwichtige, onredelijke of disproportionele contractsvoorwaarden.
- De CREG wijst er tevens op dat de beheerder van het aardgasvervoersnet het beheer van het aardgasvervoersnet niet enkel op een onpartijdige, onafhankelijke en nietdiscriminatoire wijze8 dient waar te nemen maar daarbij tevens een zo groot mogelijke transparantie dient na te streven. Dit is noodzakelijk voor de goede werking van de aardgasmarkt en een goede werking van de mededinging op deze markt.
- Verder is de CREG van oordeel dat de beheerder bij het uitvoeren van zijn wettelijke taken dient te zorgen voor een tijdige en zo duidelijk, accuraat en volledig mogelijke informatieverstrekking aan de netgebruikers. Dit geldt voor de pre-contractuele fase, het contract zelf en de toepassing van het contract. Dit is nodig met het oog op een transparant beheer en teneinde de toegang tot het vervoersnet op optimale wijze te verzekeren en op geen enkele wijze te belemmeren. Een dergelijke volledige, accurate, en tijdige informatieverstrekking houdt ondermeer in dat, wanneer de beheerder in uitvoering van zijn wettelijke taken een beslissing neemt die het 7 Artikel 15/7, §1, 3°, van de gaswet hield op uitwerking te hebben op 1 oktober 2006 (artikel 15/7, §2, tweede lid, van de gaswet); 8 Zie ondermeer artikel 15/1, §1, 5° en 7°, van de gaswet en artikel 8/3, §5, 3°, van de gaswet. 25/53 recht van toegang van een netgebruiker (rechtstreeks of onrechtstreeks) raakt, hij deze beslissing dan ook tijdig en duidelijk dient mee te delen aan de netgebruiker en de redenen voor deze beslissing steeds op duidelijke wijze dient te vermelden. Alzo kan de netgebruiker desgevallend zelf maatregelen nemen om zijn toegang tot het vervoersnet te vrijwaren of de kosten ervan te reduceren.
- Zoals reeds vermeld kunnen de beheerders krachtens artikel 15/7 van de gaswet de toegang tot het vervoersnet alleen weigeren wanneer het net niet over de nodige capaciteit beschikt om het vervoer te verzekeren of indien de toegang tot het net de goede uitvoering van een openbare dienstverplichting door de betrokken beheerder zou verhinderen. De beheerder kan bijgevolg de toegang tot het vervoersnet enkel en alleen weigeren in deze twee gevallen, limitatief opgesomd in artikel 15/7 van de gaswet, en niet wanneer de in aanmerking komende afnemer niet zou voldoen aan andere “voorschriften” of (contractuele) verplichtingen. De CREG meent dat hieruit dan ook voortvloeit dat de beheerder enkel in de twee gevallen, limitatief opgesomd in artikel 15/7 van de gaswet zelf (t.t.z. eenzijdig, zonder voorafgaande rechterlijke machtiging) kan overgaan tot het, al dan niet tijdelijk, buiten dienst stellen van een aansluiting en/of het, geheel of gedeeltelijk, schorsen of beëindigen van het aansluitingscontract aangezien dit de facto neerkomt op een (al dan niet tijdelijke) weigering van de toegang tot het vervoersnet door de beheerder. De gemeenrechtelijke regel dat contracten van onbepaalde duur steeds eenzijdig kunnen opgezegd worden met eerbiediging van een redelijke opzeggingstermijn/vergoeding wordt opgeheven door de lex specialisregel van openbare orde vervat in artikel 15/7 van de gaswet. Het kan immers niet volstaan om een redelijke opzeggingstermijn/vergoeding toe te kennen om het recht van toegang aan een netgebruiker te ontzeggen. Verder moet ook opgemerkt worden dat, wat betreft de ontbinding van een overeenkomst overeenkomstig het gemeen recht, de ontbinding van een contract voor een ernstige of zwaarwichtige wanprestatie krachtens artikel 1184 van het Burgerlijk wetboek in principe voor de rechter moet gevorderd worden. De CREG is dan ook van oordeel dat de beheerder, wanneer hij in een concrete situatie meent dat het aansluitingscontract om andere redenen dan een gebrek aan capaciteit of het verhinderen van de goede uitvoering van een openbare dienstverplichting, zou moeten beëindigd worden, hij een voorafgaande rechterlijke machtiging dient te krijgen voor de beëindiging van het contract. Het komt dan aan de rechter toe om in concreto en op tegenspraak te beoordelen of de door de beheerder 26/53 opgeworpen redenen voldoende zwaarwichtig zijn om over te gaan tot een ontbinding van het aansluitingscontract. Zoals reeds gezegd kan de beheerder immers enkel zelf (met andere woorden eenzijdig, zonder voorafgaande rechterlijke controle en machtiging) overgaan tot het beëindigen (of schorsen) van het aansluitingscontract in de twee gevallen, limitatief opgesomd in artikel 15/7 van de gaswet. De CREG is niettemin van mening dat artikel 15/7 van de gaswet niet zodanig kan worden uitgelegd dat Fluxys verplicht is de eindafnemer onbeperkt toe te laten aardgas af te nemen van het aardgasvervoersnet in geval geen afnamecapaciteit voor hem werd gereserveerd, terwijl die capaciteit nochtans beschikbaar is. Fluxys kan niet gehouden zijn capaciteit ter beschikking te stellen van de eindafnemer indien door of namens deze eindafnemer zelfs geen capaciteit werd gevraagd. Anders redeneren zou Fluxys ook verplichten aardgas te leveren in strijd met het verbod vervat in artikel 15/1, 8°, van de gaswet. D.1.1.
- Veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het vervoersnet De gaswet, doch vooral de gedragscode, voorzien in een heel aantal bepalingen teneinde de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het aardgasvervoersnet te waarborgen. Bij het onderzoek van het voorstel van standaard aansluitingscontract wordt dan ook geverifieerd of hieraan voldaan is. D.1.1.
- Redelijkheid en niet-discriminatie Met toepassing van artikel 5 van de gedragscode voldoet de vervoersonderneming aan de eisen van transparantie, objectiviteit en redelijkheid en onthoudt zich van elke discriminatie tussen netgebruikers of categorieën van netgebruikers. Met toepassing van voormelde bepaling dient Fluxys ook wat betreft de door haar voorgestelde contracten te voldoen aan de eisen van redelijkheid. De gedragscode laat bijgevolg expliciet toe de door Fluxys voorgestelde voorwaarden aan een redelijkheidstoets te onderwerpen. De omstandigheid dat het om een standaardcontract gaat, impliceert dat alle eindafnemers toegang kunnen krijgen tegen dezelfde voorwaarden, waardoor een niet-discriminatoire toegang tot het net wordt bewerkstelligd. Het spreekt voor zich dat de in artikel 5 van de gedragscode vermelde vereisten tevens een rol spelen na het afsluiten van een contract. Ook de uitoefening van de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten moet op een redelijke 27/53 en niet-discriminatoire wijze gebeuren. De wijze van uitoefening van de rechten voortvloeiend uit een overeenkomst wordt begrensd door de leer van het rechtsmisbruik. D.1.
- Het mededingingsrecht
- Naast de algemene verbintenissenrechtelijke regels (cfr. §45 ev.), inzonderheid het principe betreffende de gekwalificeerde benadeling, heeft de CREG zich bij het onderzoek van het voorstel van standaard aansluitingscontract ook geïnspireerd op het mededingingsrecht. Ondernemingen met een dominante positie of monopoliepositie hebben immers een “bijzondere verantwoordelijkheid” ten aanzien van het concurrentiemechanisme op de markt en hun gedragingen dienen in die optiek redelijk en proportioneel te zijn. In het bijzonder heeft de CREG zich daarbij geïnspireerd op artikel 3, tweede lid, 1°, van de wet tot bescherming van de economische mededinging, gecoördineerd op 15 september 2006, en artikel 82, tweede lid, a) van het verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschappen, welke bepaalt dat het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden of prijzen door ondernemingen met een machtspositie een verboden misbruik van machtspositie kan uitmaken. Onbillijke contractsvoorwaarden zijn voorwaarden die de betrokken contractspartijen onder normale mededingingsvoorwaarden niet zouden aanvaarden. De wettelijke monopoliepositie die Fluxys heeft ingevolge de opdrachten die haar door de federale overheid toevertrouwd werden in het algemeen belang, samen met de bijzondere verantwoordelijkheid die overeenkomstig het mededingingsrecht rust op elke onderneming met een dominante of monopoliepositie, begrenzen de vrijheid van handel en nijverheid van Fluxys. Dit is nog des te meer het geval wanneer men hierbij ook artikel 15/7 van de gaswet en artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet in rekening brengt.
- In haar administratieve praktijk maakt de Europese Commissie doorgaans een onderscheid tussen de volgende relevante markten in de gassector9 :
(1)de markt van de gasinfrastructuur (met name de vervoers- en distributienetten, de opslagsites en de LNGinstallaties),
(2)de levering (met een onderscheid naargelang van de desbetreffende categorie van afnemers) en
(3)de handel. 9 Zie, bijvoorbeeld, Commissie, zaak nr. COMP/M.4180 Gaz de France/Suez, §§ 56 en volgende. 28/53 In dit geval lijkt de relevante markt deze van de gasinfrastructuur te zijn, in het bijzonder dan de infrastructuur bestemd voor de activiteit van het vervoer van gas. Voor wat de geografische transportmarkt betreft, gaat de Commissie er vanuit dat ieder vervoersnet op zichzelf een geografische markt vormt
- De relevante geografische markt kan bijgevolg worden geïdentificeerd als zijnde de Belgische markt voor het vervoer van gas.
- Aangezien Fluxys een wettelijk monopolie heeft voor wat het beheer van het vervoersnet voor aardgas in België betreft, neemt Fluxys een dominante positie in op de relevante markt. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is van oordeel dat een onderneming die een wettelijk monopolie heeft, kan worden beschouwd als zijnde een onderneming met een dominante positie
- Voor wat de potentiële medecontractanten van Fluxys betreft, namelijk de industriële afnemers of distributeurs, zij hebben geen ander alternatief dan zich tot Fluxys te richten om respectievelijk gas geleverd te krijgen voor eigen gebruik of om gas geleverd te krijgen voor distributie. Fluxys is bijgevolg een verplichte en onvermijdelijke medecontractant, waarmee zijn dominante positie op de markt nogmaals wordt bevestigd.
- Het opnemen van de voorgestelde clausules in het voorstel van aansluitingscontract van Fluxys kan worden beschouwd als zijnde onbillijk wanneer zou worden aangetoond dat de medecontractanten van Fluxys een dergelijke clausule niet zouden aanvaarden of niet bereid zouden zijn te aanvaarden wanneer normale concurrerende voorwaarden zouden gelden. In dit geval kunnen deze clausules worden beschouwd als zijnde misbruik van een dominante positie in hoofde van Fluxys en moeten deze ongeldig worden verklaard, en dit ten minste voor wat het deel betreft waarin de regels inzake de mededinging worden overtreden. 10 Commissie, 9 december 2004, zaak nr.COMP/M.3440, ENI/EDP/GDP, § 75 (voor elektriciteit). HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I-
- 11 29/53 Meerdere netgebruikers hebben in het kader van de verscheidene raadplegingen gedaan door de CREG opmerkingen geformuleerd op het voorstel van aansluitingscontract dat door Fluxys wordt voorgesteld. Verscheidene opmerkingen en klachten werden genoteerd. D.1.
- Algemene verbintenissenrechtelijke regels
- Het openbare orde karakter van de hierna besproken algemene verbintenissenrechtelijke regels, zoals de gekwalificeerde benadeling, de bindende partijbeslissing, de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van het contract en het voorkomen van interpretatieproblemen of het streven naar duidelijke en transparante contractsbepalingen, is algemeen aanvaard. De gekwalificeerde benadeling
- De cumulatieve voorwaarden van de gekwalificeerde benadeling zijn: - er bestaat een groot (kennelijk) onevenwicht tussen de wederzijdse prestaties; - de ene partij maakt misbruik van de concrete omstandigheden waarin de medecontractant zich ten aanzien van haar bevond, om zich bij de contractssluiting een disproportioneel voordeel toe te eigenen. Dit kan ondermeer het geval zijn wanneer er sprake is van economische superioriteit van de misbruikplegende partij, bijvoorbeeld als gevolg van een monopoliepositie; - het contract dan wel een of meerdere clausules zouden ofwel niet, ofwel tegen voor de zwakkere partij minder ongunstige voorwaarden zijn gesloten, indien er niet van misbruik sprake zou zijn geweest. Aangezien de (voorlopige) beheerder van een wettelijk toegekende monopoliepositie geniet, dringt een toetsing aan het principe van de gekwalificeerde benadeling zich bijgevolg op. De taak van de CREG bestaat er hier in om preventief te werken, m.a.w. misbruiken te voorkomen. Zij beoogt hier niet het bewijs te leveren van een misbruik in een concreet geval; aangezien het hier om een voorstel van contract gaat dat Fluxys aan de netgebruikers wenst aan te bieden, is het immers ook niet mogelijk dat er reeds een concreet misbruik heeft plaatsgevonden daar het aansluitingscontract nog niet afgesloten werden. Door een voorafgaande toetsing aan de desbetreffende verbintenisrechtelijke regel wordt ook 30/53 vermeden dat achteraf inbreuken op deze verbintenisrechtelijke regel van openbare orde door de rechter moeten vastgesteld worden. De bindende partijbeslissing
- Overeenkomstig artikel 1129 van het Burgerlijk Wetboek is één van de voorwaarden voor de geldigheid van een overeenkomst dat ze een bepaald of minstens bepaalbaar voorwerp heeft. Door aan overeenkomsten of beter aan de contractuele verbintenissen de vereiste van een bepaalbaar voorwerp te stellen, heeft de wetgever geoordeeld aan overeenkomsten alleen binnen welbepaalde grenzen rechtsgevolgen te willen verlenen. De wilsovereenstemming volstaat niet omdat er ook nog een zekere maatschappelijke controle op de inhoud van de overeenkomst moet worden uitgeoefend. Het principe van de bindende partijbeslissing vereist ten minste dat de overeenkomst op zijn minst de nodige objectieve gegevens moet bevatten om het voorwerp te kunnen bepalen, zonder dat nog een nieuwe wilsuiting van één van hen vereist is. De inhoud van de rechten en verplichtingen uit een overeenkomst mag niet aan een geheel arbitraire beslissing van een van de contractspartijen worden overgelaten. Bepaald/bepaalbaar voorwerp
- De wetgever heeft in artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek duidelijk gemaakt dat elke verbintenis bij haar totstandkoming een voorwerp moet hebben dat bovendien bepaald moet zijn. Het voorwerp van de verbintenis is het concrete doel, het concrete resultaat waartoe de aangegane verbintenis –bij volmaakte uitvoering- moet leiden. Het voorwerp zal de inzet worden van alle latere aansprakelijkheids- en uitvoeringsincidenten. Daarom is de rechtspraak terughoudend m.b.t. bedingen, waardoor het (bestaand) voorwerp naderhand in zekere zin kan worden geneutraliseerd. Dergelijke bedingen woorden soms nietig verklaard om aldus het voorwerp van de verbintenis te kunnen vrijwaren.12 De geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak
- Onder de miskenning van de algemeen verbintenissenrechtelijke regel van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van een overeenkomst verstaat de CREG 12 CORNELIS, L., Algemene theorie van de verbintenis, Intersentia, Antwerpen-Groningen, 2000, p. 121 ev. 31/53 ook de miskenning van een rechtsregel van openbare orde. Bijgevolg telkens de CREG van oordeel is dat het algemeen belang geschonden werd door een van de voorwaarden van het aansluitingscontract (die uiteraard het voorwerp of de oorzaak van dit contract betreffen), wordt het principe van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van contracten geschonden. Het voorkomen van interpretatieproblemen
- Onduidelijke contractsclausules leiden tot interpretatieproblemen en dienen daarom te worden geweerd. In de mate dat zij niet behept zijn met een schending van de algemene verbintenissenrechtelijke regel van de bindende partijbeslissing, zou kunnen beweerd worden dat zulke clausules geen rechtsregel van openbare orde schenden. Nochtans dient verwezen te worden naar de vereiste van een zo groot mogelijke transparantie welke noodzakelijk is om de vrije toegang tot het aardgasvervoersnet te garanderen en welke valt onder het toetsingscriterium betreffende het niet belemmeren van de toegang tot het vervoersnet en daarom alleen al van openbare orde is. In de mate dat onduidelijke contractsclausules toch niet strijdig zouden zijn met enige rechtsregels van openbare orde – iets wat volgens de CREG niet mogelijk is gezien het toetsingscriterium betreffende het niet belemmeren van de toegang tot het aardgasvervoersnet -, dan verhinderen zij in ieder geval dat de CREG haar taak naar behoren kan uitoefenen en is de beheerder in dat geval ten minste verplicht de nodige bijkomende toelichtingen te geven. D.
- Conformiteit met het algemeen belang
- Als administratieve overheid heeft de CREG ook tot taak om het algemeen belang te behartigen. Het algemeen belang is dan ook een essentieel toetsingscriterium voor de CREG om te bepalen of het voorstel van aansluitingscontract hieraan voldoet.
- Het algemeen belang is een ruim begrip. Het feit dat dit begrip noch in de gaswet noch in de gedragscode gedefinieerd wordt, impliceert noodzakelijkerwijze dat de CREG de inhoud ervan op discretionaire wijze bepaalt. Dit begrip verwijst minstens naar alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving, het mededingingsrecht, de algemene verbintenissenrechtelijke regels. 32/53 Hierbij dient te worden opgemerkt dat sommige van deze rechtsregels in de praktijk dezelfde eisen stellen aan de contracten, zoals bijvoorbeeld de vereiste van redelijke, billijke, evenwichtige en proportionele contractsbepalingen. Het begrip algemeen belang verwijst evenwel niet uitsluitend naar alle rechtsregels die van openbare orde zijn, aangezien deze toetsing zodoende zou samenvallen met de toetsing inzake conformiteit met de wet die de CREG reeds uitvoert en op die manier geen enkele eigen inhoud biedt.
- De goedkeuring van het voorstel van aansluitingscontract betreft de goedkeuring van een standaardcontract, dit is een toetredingscontract. Er bestaat geen individuele onderhandelingsvrijheid meer omtrent het goedgekeurde standaardcontract. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de ongelijkwaardige positie van de contractspartijen. Fluxys heeft, als exclusief (voorlopig) beheerder van het aardgasvervoersnet, immers een wettelijke monopoliepositie. Het aardgasvervoersnet is voor de netgebruikers een essentiële infrastructuur waarvoor geen alternatief bestaat; voor de uitoefening van hun activiteiten zijn zij genoodzaakt met Fluxys overeenkomsten te sluiten om toegang tot en het gebruik van het vervoersnet te hebben. Daarom kennen de artikelen 15/5 en 15/6 van de gaswet dan ook een uitdrukkelijk recht van toegang toe aan de eindafnemers. De CREG is van oordeel dat, teneinde inhoud te geven aan het begrip “algemeen belang” in het kader van het goedkeuren van een standaardcontract, d.i. een toetredingscontract, in elk geval gewag gemaakt moet worden van de bescherming van de “zwakkere partij”, diegene wiens onderhandelingsvrijheid wordt ontnomen, d.i. de eindafnemer. Het gaat immers niet alleen over de vraag of de contractsbepalingen in overeenstemming zijn met het algemeen belang, maar ook of zij dit zijn rekening houdend met de bijzondere omstandigheid dat de onderhandelingsvrijheid terzake in hoofde van de eindafnemer wordt uitgesloten. “Het meest geschikte middel bestaat er echter in de zwakkere partij preventief te beschermen, door bijzondere wetsbepalingen, dan wel doordat over de inhoud van de overeenkomst voorafgaandelijk afspraken worden gemaakt tussen de sterkere partij en een vereniging of groepering (bv. Een consumentenvereniging), eventueel de overheid, die de belangen van de zwakkere contractpartijen waarneemt(…). Resultaat van die onderhandeling is dan een standaardovereenkomst waartoe individuele (zwakkere) partijen kunnen toetreden (in de 13 echte zin van het woord…)” . 13 VAN GERVEN, W. en COVEMAEKER, S., Verbintenissenrecht, Acco, Leuven, 2001, p.
- 33/53 Het algemeen belang vereist volgens de CREG evenwel meer dan dat. Bescherming van de zwakkere partij, nl. de eindafnemer, betekent weliswaar niet dat de eindafnemer geen enkele verantwoordelijkheid moet dragen in het kader van het goed beheer van het vervoersnet. Ook al rust de wettelijke verplichting voor beheer van het vervoersnet op Fluxys, de eindafnemer moet daartoe bijdragen. Zo is de CREG absoluut voorstander dat al het nodige wordt gedaan opdat de metingen van de afnames op het aardgasvervoersnet correct gebeuren. De bewustwording in hoofde van eindafnemers dat zij het nodige moeten doen om het vervoer te regelen van het aardgas dat zij aankopen is tevens van groot belang met het oog op de veilige exploitatie van het aardgasvervoersnet door Fluxys. Ook dat is in het algemeen belang.
- In het kader van de clausules vervat in het voorstel van standaard aansluitingscontract met betrekking tot de aansprakelijkheid tussen partijen vertaalt het algemeen belang zich onder meer in de noodzaak voldoende garanties in te bouwen opdat de voorziene verplichtingen ook daadwerkelijk worden nageleefd. E. Verhouding met de andere standaardcontracten voor de toegang tot de vervoersnetten
- De standaardisering van de verscheidene standaardcontracten voor de toegang tot het vervoersnet is wenselijk, maar geen doel op zich. Belangrijker dan de standaardisering van de verschillende standaardcontracten is de vereiste dat het contract moet aangepast zijn aan zijn precieze voorwerp en aan de behoeften van de partijen bij dit contract. In de praktijk blijkt dat de netgebruikers die met Fluxys een aansluitingscontract afsluiten heel vaak verschillen van de netgebruikers die met Fluxys een vervoerscontract afsluiten. Het is heel vaak zo dat een leverancier (of loutere bevrachter) het vervoerscontract met Fluxys afsluit, daar waar het de eindafnemer is die het aansluitingscontract met Fluxys afsluit.
- Waar de relevante markt voor de leveranciers van aardgas beperkt is tot de Belgische nationale markt, is dat niet zo voor de eindafnemers. De overgrote meerderheid van eindafnemers rechtstreeks aangesloten op het aardgasvervoersnet zijn immers grote industriële ondernemingen waarvan de relevante markt zich ten minste op Europees en veelal wereldniveau situeert. Waar het voor de leveranciers van aardgas vooral op aan komt, is het garanderen van een gelijke behandeling zodat de concurrentie onder de leveranciers van aardgas niet wordt scheefgetrokken. Het streven naar een zo laag mogelijke financiële last voortvloeiend uit het contract is voor hen ook belangrijk in die zin dat een te hoge 34/53 financiële last op hun schouders de marge beschikbaar voor concurrentie op de markt voor de levering van aardgas kan verkleinen en wel zo kan verkleinen dat nieuwkomers niet op de markt kunnen overleven. Toch speelt deze overweging minder bij hen dan bij de grote industriële ondernemingen omdat de leveranciers van aardgas deze kosten kunnen doorrekenen aan hun klanten voor zover deze kosten identiek zijn voor elke leverancier en voor zover ze niet zo hoog zijn dat zij de marge voor concurrentie al te zeer doen verkleinen. Bij de grote industriële eindafnemers is dit anders. Voor hen kan men stellen dat eerder het omgekeerde geldt: een gelijke behandeling is uiteraard belangrijk, maar waar het vooral op aan komt is het drukken van de financiële last op hun schouders voortvloeiend uit het contract. Zij staan immers in concurrentie met vooral ondernemingen gelokaliseerd in andere landen en om aan deze concurrentie het hoofd te bieden, dienen zij waar zij maar kunnen hun kosten te drukken. Aangezien de kosten voor de aansluiting op het vervoersnet per land verschillend gereguleerd zijn, zullen deze kosten van land tot land verschillen. Nietdiscriminatie op nationaal niveau is immers minder relevant wanneer de concurrentie in een ander land gevestigd is en dus onderworpen is aan andere kosten voor de aansluiting op het vervoersnet. Niet-discriminatie is voor hen dan ook enkel interessant in de zin van een meestbegunstigingsclausule, namelijk dat ze ook kunnen genieten van de gunstigste contractuele regeling die de nationale beheerder aan een andere onderneming heeft geboden.
- De CREG stelt vast dat de reacties van de partijen bij het aansluitingscontract uitgebreid en precies zijn. Elke clausule wordt op haar kosten en baten geanalyseerd, namelijk dat bij hen de financiële kost van elke contractuele bepaling veel zwaarder speelt dan een eerder algemene benadering die vooral een gelijke behandeling van alle netgebruikers en een niet al te grote aantasting door Fluxys van de concurrentiemarge op de markt voor de levering van aardgas beoogt.
- Tot besluit kan dus gesteld worden dat het standaard aansluitingscontract een afzonderlijk contract is dat eigen zeer specifieke technische kenmerken heeft, en dat in de overgrote meerderheid van de gevallen gesloten wordt met andere contractspartijen die geen leverancier/bevrachter zijn, waardoor andere contractsbepalingen dan deze gebruikt in het vervoerscontract meer gepast of noodzakelijk kunnen zijn. Niettemin zal de beheerder er moeten over waken dat het standaard aansluitingscontract en het standaardcontract voor binnenlands vervoer mekaar aanvullen en één sluitend geheel vormen. Afhankelijk van het uiteindelijk door de CREG goedgekeurde standaard aansluitingscontract, zal het standaardcontract voor binnenlands vervoer moeten opgesteld/aangepast worden. 35/53 F. Ontwikkelingen in het dossier van het aansluitingscontract
- Sinds de eerste versie van het aansluitingscontract die door Fluxys aan de CREG ter kennis werd gebracht is er een hele tijd, reeds ruim drie jaar, verlopen. Zoals uiteengezet in de inleiding van deze beslissing heeft het aansluitingscontract in deze periode een hele evolutie gekend: er werden door Fluxys meerdere ontwerpen van aansluitingscontract opgesteld, er waren verschillende informele overlegvergaderingen tussen de CREG en Fluxys, er werden raadplegingen - met inbegrip van schriftelijke consultaties - van de betrokken netgebruikers georganiseerd. Een heel aantal bepalingen van het aansluitingscontract werden in deze periode ook meermaals gewijzigd. Sinds de eerste consultatiedag georganiseerd door de CREG op 5 september 2006 heeft de CREG dan ook heel wat bijkomende ervaring in deze materie opgedaan en heeft zij nieuwe informatie van de eindafnemers ontvangen. Indien er in een dossier nieuwe elementen zijn zoals nieuwe informatie, bijvoorbeeld onder de vorm van nieuwe opmerkingen van de netgebruikers, dient de CREG hier op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel immers rekening mee te houden bij haar onderzoek en haar beslissing. De CREG heeft met andere woorden veel nieuwe informatie van de eindafnemers ontvangen waardoor zij bijkomende opmerkingen diende te formuleren bij een aantal contractsbepalingen of haar voorlopige inzichten besproken tijdens de consultatiedag of inzichten desgevallend vervat in de beslissingen met betrekking tot de belangrijkste voorwaarden uit het verleden (notie vervat in artikel 10 van de gedragscode) en in de beslissing van 1 september 2008 hier en daar moest bijsturen. De CREG ziet zich daartoe mogelijks opnieuw genoodzaakt in toekomstige beslissingen met betrekking tot het standaard aansluitingscontract om rekening te houden onder meer met relevante nieuwe opmerkingen vanwege Fluxys en/of eindafnemers en Febeliec.14
- In dit verband wijst de CREG er ook op dat de Europese Commissie intussen een studie is opgestart met betrekking tot de aansprakelijkheid van transmissienetbeheerders, weze het in de elektriciteitssector (zie onder meer punt 34 van de conclusies van het 16e European Electricity Regulatory Forum in Firenze op 4 en 5 juni 2009). Er valt niet uit te sluiten dat de resultaten van deze studie ook van belang kunnen zijn voor de transmissienetbeheerders in de aardgassector. 14
artikel 41.2, derde lid, van de derde gasrichtlijn: “Goedkeuringen die uit hoofde van deze richtlijn door een regulerende instantie (…) zijn verleend, doen geen afbreuk aan een naar behoren gemotiveerd toekomstig gebruik van de bevoegdheden waarover de regulerende instantie uit hoofde van dit artikel beschikt (…)” 36/53 (ANDERMAAL) AANGEPAST VOORSTEL VAN STANDAARD AANSLUITINGSCONTRACT
- Ook al maken de bijlagen integraal deel uit van het standaard aansluitingscontract, wordt hierna onder I. van “het eigenlijke contract” en onder II. van “de bijlagen” gesproken met het loutere oogmerk om de bespreking van de bijlagen te kunnen onderscheiden van de rest van het document. Zoals reeds uiteengezet werd in §20 van deze beslissing, herhaalt de CREG hieronder voor de goede orde de voorbehouden die zij in haar beslissing van 22 oktober 2009 bij bepaalde artikelen van het (aangepaste) voorstel van standaard aansluitingscontract heeft gemaakt. Zij onderzoekt tevens het aangepaste voorstel van artikel 4.6.2 en de rechtzetting van de vastgestelde materiële vergissingen. I. HET EIGENLIJKE CONTRACT TITEL
- Zoals reeds opgemerkt in haar eerdere beslissingen suggereert de CREG om op het titelblad in voorkomend geval te vermelden dat het standaard aansluitingscontract werd goedgekeurd door de CREG alsook de datum van goedkeuring door de CREG te vermelden. PREAMBULE
- Ingevolge de door de CREG geformuleerde opmerking in haar beslissing van 1 september 2008, heeft Fluxys gemotiveerd waarom zij het tweede lid van de preambule wenst te behouden. Zij wenst daarmee te benadrukken dat niettegenstaande het recht van de eindafnemer om aangesloten te worden op het aardgasvervoersnet, zulk een aansluiting telkens gerealiseerd wordt met het oog op de belevering van aardgas en dat het dan ook essentieel is deze algemene context en de relatie met het aardgasleveringscontract expliciet te vermelden in de preambule van het aansluitingscontract. 37/53 De CREG herhaalt haar opmerking, geformuleerd in haar beslissing van 22 oktober 2009, dat deze bepaling dan ook op die manier dient te worden begrepen en geenszins kan worden uitgelegd in strijd met artikel 85 van de gedragscode, nl. op zodanige wijze dat het behoud van de fysische aansluiting afhankelijk zou worden gesteld van een continue afname van aardgas door de afnemer.
- DEFINITIES Algemeen
- De CREG is van mening dat het ten zeerste aangewezen is de definities eigen aan het standaard aansluitingscontract op te nemen in het door Fluxys gepubliceerde glossarium van definities, van zodra zij door de CREG worden goedgekeurd. Met toepassing van artikel 3.1, c), van de bijlage bij de gasverordening publiceert de beheerder immers de definitie van kernbegrippen. Vanzelfsprekend zijn eenzijdig door Fluxys aangebrachte wijzigingen van de hier bedoelde definities via wijzigingen van het glossarium de eindafnemer niet tegenstelbaar. Definitie “Contrat d‟Allocation”
- Artikel 157, §1, van het voorstel van nieuwe gedragscode bepaalt dat tussen de beheerder van het aardgasvervoersnet en elke leveringsonderneming en, het geval, distributienetbeheerder, voor al elk naargelang afnamepunt binnen betrokken het de bevrachter eindafnemer en/of of de aardgasvervoersnet een toewijzingsovereenkomst voor aardgas wordt afgesloten. Indien er meerdere bevrachters en/of leveringsondernemingen actief zijn op eenzelfde afnamepunt preciseert voornoemd artikel dat er een toewijzingsovereenkomst per bevrachter en/of leveringsonderneming wordt opgesteld. Zoals reeds opgemerkt in haar beslissing van 22 oktober 2009 werd met de huidige formulering van de definitie van “Contrat d‟Allocation”, in afwachting van de nieuwe gedragscode, reeds bekomen dat de eindafnemer -op zijn uitdrukkelijk verzoek- het recht heeft op zoveel toewijzingsovereenkomsten als er bevrachters het afnamepunt van de eindafnemer bevoorraden. 38/53 De CREG herhaalt dat, hoewel de nieuwe gedragscode vanaf haar inwerkingtreding voorrang zal hebben vanwege haar openbare orde-karakter (cfr. §§23 en 27 van deze beslissing), het past het standaard aansluitingscontract daarmee in overeenstemming te brengen. Definitie “Installation du Gestionnaire”
- Ingevolge het verzoek daartoe van de CREG in haar beslissing van 1 september 2008 leverde Fluxys de bijlage, waarop melding wordt gemaakt van de installaties van de beheerder die zich standaard op elke Site kunnen bevinden. Partijen dienen deze lijst ter gelegenheid van de ondertekening van het aansluitingscontract aan te vullen met de eventuele bijkomende installaties van de beheerder die Site-specifiek zijn. Definitie “Vanne d‟isolement général d‟entrée” De term “Client final” wordt voortaan overal met twee hoofdletters geschreven (“Client
- Final”). De preambule werd dienovereenkomstig aangepast. Zodoende werd de materiële vergissing, opgemerkt in de beslissing van de CREG van 22 oktober 2009, rechtgezet. Definitie “Télémesure” De CREG stelt vast dat Fluxys de definitie van “Quantité, valeur ou information
- télémesurée” heeft vervangen door een definitie van de term “Télémesure”, doch dat dit geen inhoudelijke wijzigingen met zich meebrengt.
- VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN 3.
- Verplichtingen van de partijen Artikel 3.1.2
- De CREG herhaalt haar opmerking, vervat in haar beslissing van 22 oktober 2009, dat het voor zich spreekt dat partijen hun rechten die voortvloeien uit dit artikel op een voorzichtige en redelijke wijze zullen moeten uitoefenen en dat indien het sluiten van de 39/53 afsluiter en bijgevolg de schorsing van het contract achteraf niet gerechtvaardigd blijkt te zijn, partijen recht hebben op een schadevergoeding. Artikel 3.1.3
- Voor wat betreft de impact van het voorstel van nieuwe gedragscode op deze bepaling, verwijst de CREG naar hetgeen zij uiteenzette en het voorbehoud dat zij terzake maakte in §65 van deze beslissing. 3.
- Verplichtingen van de eindafnemer Artikel 3.2.2
- De volgende opmerkingen, reeds vervat in haar beslissing van 22 oktober 2009, weze hier herhaald. De bewoordingen van artikel 3.2.2 en hun draagwijdte zijn thans duidelijk, nl. dat er geen aardgasafname kan gebeuren indien geen vervoerscontract in uitvoering is op het ogenblik van de afname. Er weze ten overvloede herhaald dat deze bepaling in elk geval zo moet worden geïnterpreteerd dat, indien een vervoerscontract bestaat/in uitvoering is, maar bijvoorbeeld onvoldoende vervoerscapaciteit werd gereserveerd, de eindafnemer in geen geval verantwoordelijkheid draagt voor het onvoldoende onderschrijven van capaciteit (doch wel de bevrachter). De verplichting in hoofde van de bevrachter om voldoende vervoersdiensten te voorzien is met zoveel woorden opgenomen in het voorstel van nieuwe gedragscode (cfr. voorstel van nieuwe gedragscode van, artikelen 83 en 85).
- Het hoeft geen betoog dat de eindafnemer er alle belang bij zal hebben om in zijn contract met zijn leverancier vergaande informatieverplichtingen in hoofde van de leverancier op te nemen in verband met het vervoerscontract dat voor hem werd afgesloten. In het voorstel van nieuwe gedragscode (artikel 235) werd alvast voorgesteld om een artikel 22bis aan het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas toe te voegen dat als volgt luidt: “De leveringsonderneming die op vraag van de afnemer een vervoerscontract afsloot of liet afsluiten met de beheerder van het aardgasvervoersnet bezorgt deze afnemer onverwijld de 40/53 bevestiging van het feit dat een vervoerscontract voor zijn aardgasbehoeften werd afgesloten alsmede van de duurtijd van de toegewezen vervoersdiensten. De leveringsonderneming bezorgt op verzoek van de afnemer alle andere nuttige informatie met betrekking tot het vervoerscontract dat voor zijn aardgasbehoeften op het afnamepunt werd afgesloten.” Verder werd in het voorstel van nieuwe gedragscode (artikel 102) de verplichting opgenomen dat de beheerder van het aardgasvervoersnet de eindafnemer via de toewijzingsovereenkomst informeert over de looptijd van de voor hem door de bevrachter gecontracteerde vervoersdiensten op het afnamepunt (artikel 102, §1) en dat de beheerder van het aardgasvervoersnet de eindafnemer voldoende tijdig vooraf informeert over het verstrijken van de duurtijd van de voor hem door de bevrachter gecontracteerde aardgasvervoersdienst voor afnamecapaciteit op het afnamepunt (artikel 102, §2). “Art.
- §
- De beheerder van het aardgasvervoersnet legt de eindafnemer, onmiddellijk na ontvangst van elk ondertekend dienstenformulier met betrekking tot de aardgasafname van deze eindafnemer op het afnamepunt, een toewijzingsovereenkomst bedoeld in artikel 157 of wijziging ervan ter ondertekening voor, waarop de beheerder, onverminderd hoofdstuk 4, afdeling 4.6, de duur van deze overeenkomst aangeeft. §
- Ten minste dertig kalenderdagen voor het verstrijken van de duurtijd van de in uitvoering zijnde aardgasvervoersdienst voor afnamecapaciteit voor de eindafnemer of ten minste zeven kalenderdagen voordien indien deze dienst een duurtijd heeft van dertig kalenderdagen of minder, indien op dat ogenblik geen nieuwe aardgasvervoersdienst voor afnamecapaciteit voor de toekomstige afname van de betrokken eindafnemer werd onderschreven, verwittigt de beheerder van het aardgasvervoersnet de eindafnemer, per fax, die bevestigd wordt met een aangetekend schrijven met ontvangstbewijs, ervan dat hij bij gebrek aan onderschrijving van een nieuwe aardgasvervoersdienst voor afnamecapaciteit uiterlijk bij het verstrijken van de duurtijd van de in uitvoering zijnde aardgasvervoersdienst voor afnamecapaciteit zijn aardgasafname moet staken op dat ogenblik.” Ook in geval van de vroegtijdige beëindiging of opschorting door de bevrachter van de gecontracteerde aardgasvervoersdienst voor afnamecapaciteit is een tijdige verwittigingsplicht van de eindafnemer in hoofde van de bevrachter en de beheerder voorzien (voorstel van nieuwe gedragscode, artikelen 103 en 104). Artikel 3.2.3
- Met betrekking tot artikel 3.2.3 weze herhaald dat eenzelfde verplichting werd opgenomen in het voorstel van nieuwe gedragscode (artikel 101, §2) en in de toekomst van toepassing zal zijn op alle eindafnemers en dus ook zal gelden voor de achterliggende 41/53 eindafnemers die vandaag geen aansluitingscontract met Fluxys afsluiten omdat zij niet rechtstreeks op het aardgasvervoersnet zijn aangesloten: “Art. 101 §
- De eindafnemer informeert de beheerder van het aardgasvervoersnet onverwijld over de identiteit van zijn leveringsonderneming(en) en elke wijziging daarvan.” Artikel 3.2.
- Deze bepaling werd door de CREG aanvaard in haar beslissing van 22 oktober
- Niettemin formuleerde zij hierbij een aantal opmerkingen en een voorbehoud, die zij in deze beslissing wenst te herhalen. Om aan de voornaamste bezorgdheden van de CREG tegemoet te komen, heeft Fluxys tijdens de besprekingen met de CREG gemotiveerd dat wanneer de wet haar zou verplichten tot aansluiting van bepaalde vervoers- of distributie-installaties, deze bepaling daaraan vanzelfsprekend geen afbreuk doet en zij de aansluiting in deze gevallen inderdaad niet kan en zal weigeren. Een dergelijke weigering zou dan aldus Fluxys vanzelfsprekend onredelijk zijn. Tot op een zekere hoogte kan de CREG begrip opbrengen voor de bezorgdheid op basis waarvan de beheerder voorstelt om de aansluiting te laten afhangen van zijn voorafgaandelijk akkoord. Deze houdt verband met de mogelijke impact op de integriteit van het aardgasvervoersnet en de noodzaak voor de beheerder om uit oogpunt van veiligheid en operationeel beheer terdege op de hoogte te zijn van de installaties die op zijn aardgasvervoersnet zijn aangesloten. Evenwel kan niet worden aanvaard, zoals reeds betoogd werd in haar beslissing van 1 september 2008, dat Fluxys met de uitoefening van de rechten vervat in deze bepaling wettelijke bepalingen, zoals artikel 15/1, §1, 2°, van de gaswet, ontkracht door het akkoord van de beheerder als bijkomende voorwaarde toe te voegen. Opgemerkt weze nog dat artikel 3.2.6 enkel betrekking kan hebben op de eventuele toekomstige aansluiting van een aardgasontvangststation ná het afsluiten van het aansluitingscontract. De mogelijkheid voor de beheerder om zijn goedkeuring voor de aansluiting te weigeren mist immers elke grondslag ten aanzien van de aansluiting die voor ogen lag bij de ondertekening van het aansluitingscontract. 42/53 Bovendien, wat de aansluiting van een tweede aardgasontvangststation betreft, kan de ondertekening door de eindafnemer van een tweede aansluitingscontract (na aanvaarding van de offerte van Fluxys voor aansluiting) de enige voorwaarde voor aansluiting vormen. Deze bepaling kan met andere woorden niet tot gevolg hebben dat Fluxys langs deze weg in dergelijke gevallen bijkomende voorwaarden (niet goedgekeurd door de CREG) gaat opleggen. De manier waarop Fluxys de rechten vervat in artikel 3.2.
- zal uitoefenen, is derhalve van groot belang. Het spreekt voor zich dat Fluxys dit dient te doen met strikte naleving van de wet en dat bij betwisting het uiteindelijke oordeel zal toekomen aan de bevoegde rechter. Indien er zich in de praktijk daadwerkelijke problemen zouden voordoen met de toepassing van deze bepaling en/of de CREG naar aanleiding van de toepassing van dit artikel (gegronde) klachten van eindafnemers zou ontvangen, zal een herziening en desgevallend aanpassing van het standaard aansluitingscontract zich opdringen. Artikel 3.2.
- De CREG heeft deze bepaling in haar beslissing van 22 oktober 2009 aanvaard. Niettemin formuleerde zij het hiernavolgende voorbehoud dat zij in deze beslissing wenst te herhalen. Fluxys beoogt met de bewoordingen “pertinente contractuele voorwaarden” de reeds bestaande zogenaamde web-track agreement. Het spreekt voor zich dat een dergelijke overeenkomst louter praktische afspraken kan bevatten verbonden aan de terbeschikkingstelling van de telemeetgegevens, doch geen bepalingen die de toegang tot het net betreffen. Indien de CREG zou vaststellen dat deze contractuele voorwaarden bepalingen bevatten die de toegang tot het net betreffen, behoudt zij zich het recht voor deze overeenkomst of bepalingen alsnog te beschouwen als integraal deel uitmakend van de standaardcontracten voor de toegang tot het net onderworpen aan de goedkeuring van de CREG. 3.
- Verplichtingen van de Beheerder Artikel 3.3.3
- De CREG heeft deze regeling in haar beslissing van 22 oktober 2009 in afwachting van de nieuwe gedragscode voorlopig als overgangsregeling aanvaard. 43/53 In haar voorstel van nieuwe gedragscode (artikel 97, §3) is de CREG immers verder gegaan door, zowel voor kwaliteit als voor druk, de verplichting voor de beheerder te voorzien om de eindafnemer minstens de kwaliteit en gasdruk op het aansluitingspunt te leveren die overeengekomen werd in het aansluitingscontract ongeacht wat er geleverd wordt op de ingangspunten, doch onverminderd de gevallen waarin de beheerder gerechtigd is de aardgastoevoer met toepassing van de gedragscode en/of het aansluitingscontract te onderbreken of te reduceren. Het niet voorhanden zijn van de overeengekomen kwaliteit en druk op het aansluitingspunt geeft dan aanleiding tot aansprakelijkheid van Fluxys behoudens indien zij zich in een geval bevindt waarin de gedragscode en/of het aansluitingscontract haar toelaten de aardgastoevoer te reduceren of te onderbreken. “Art. 97, §
- De beheerder van het aardgasvervoersnet stelt op het aansluitingspunt aardgas ter beschikking dat voldoet aan de in het aansluitingscontract vermelde eisen inzake druk en kwaliteit behoudens indien hij met toepassing van dit besluit en/of het aansluitingscontract gerechtigd is de aardgastoevoer te onderbreken of te reduceren.” Er weze herhaald dat hoewel de nieuwe gedragscode vanaf haar inwerkingtreding voorrang zal hebben vanwege haar openbare orde-karakter (
§§23
en 27 van deze beslissing), het past het standaard aansluitingscontract daarmee in overeenstemming te brengen.
- AANSPRAKELIJKHEID
- De CREG is van oordeel dat er naar een voldoende en redelijk niveau van aansprakelijkheid van partijen moet worden gestreefd. Tegenover de verplichtingen van partijen bepaald in het standaard aansluitingscontract dient een redelijke en voldoende aansprakelijkheid te staan voor het geval van niet naleving van deze verplichtingen. Wat de aansprakelijkheid van de partijen in het kader van het aansluitingscontract betreft dient ook rekening gehouden te worden met de economische en financiële aspecten (met name de verzekerbaarheid en bijgevolg betaalbaarheid van het netbeheer, voor wat betreft de aansprakelijkheid van de beheerder). Een beperking van de aansprakelijkheid is in die optiek aanvaardbaar, en zelfs aangewezen wanneer hierdoor de globale last (verzekeringspremies, risicomanagement, enz. gecumuleerd voor alle partijen) beperkt wordt. Daarbij weze opgemerkt dat exoneratie- en/of aansprakelijkheidsbeperkende bedingen die de overeenkomst zouden “uithollen” (elke betekenis zouden ontnemen aan de 44/53 verbintenissen) verboden zijn en leiden –in de regel- tot de nietigheid van een dergelijk beding. In het kader van het standaard aansluitingscontract moet er rekening mee gehouden worden dat de in het contract opgenomen verplichtingen van partijen, en in het bijzonder voor de beheerder, in belangrijke mate de contractualisering inhouden van wettelijke verplichtingen die volgens de CREG van openbare orde zijn. Het contractualiseren van dergelijke wettelijke verplichtingen doet evenwel niets af aan de aard ervan.
- Hoewel de CREG in haar beslissing van 1 september 2008 en in herhaaldelijke besprekingen met Fluxys in het kader van het dossier van het standaard aansluitingscontract op verschillende punten geijverd heeft voor een nog ruimere aansprakelijkheid in hoofde van de beheerder, heeft de CREG in haar beslissing van 22 oktober 2009 beslist, gelet op: - de substantiële verbetering van de aansprakelijkheidsbepalingen en verhoging van de aansprakelijkheid zoals in de beslissing van 22 oktober 2009 werd uiteengezet; - de financiële aspecten waarmee rekening moet worden gehouden, met name de verzekerbaarheid en bijgevolg betaalbaarheid van het netbeheer; de aansprakelijkheidsbepalingen vervat in artikel 4 van het aangepaste voorstel van standaard aansluitingscontract, ingediend op 29 september 2009, te aanvaarden, op voorwaarde dat: - artikel 4.6.2 herzien wordt omwille van en rekening houdend met hetgeen uiteengezet wordt in §§108-110 van de beslissing van 22 oktober 2009; en met dien verstande dat: - Indien er zich in de praktijk daadwerkelijke problemen zouden voordoen met de toepassing van deze aansprakelijkheidsbepalingen en/of de CREG in dit verband (gegronde) klachten van eindafnemers zou ontvangen, er in elk geval een herevaluatie van de aansprakelijkheidsbepalingen van het standaard aansluitingscontract zal dienen te gebeuren, en deze bepalingen desgevallend zullen moeten herzien worden; 45/53 - Wanneer de resultaten van een recent opgestarte studie van de Europese Commissie met betrekking tot de aansprakelijkheid van de netbeheerders in de elektriciteitssector verschijnen en indien deze resultaten transponeerbaar aardgassector, een zijn naar de beheerders herevaluatie van in de de aansprakelijkheidsbepalingen van het standaard aansluitingscontract (en desgevallend ook de andere contracten voor de toegang tot het vervoersnet) in het licht van de resultaten van deze studie zal dienen te gebeuren, en desgevallend een herziening van de aansprakelijkheidsbepalingen van deze contracten.
- De CREG verwijst in deze context naar haar opmerkingen en motivering vervat in haar beslissing van 22 oktober 2009 onder het volledige artikel 4, met inbegrip van de opmerkingen onder artikel 4.4 in verband met situaties waarin eindafnemers aardgas afnemen via het aardgasontvangststation van de rechtstreeks op het aardgasvervoersnet aangesloten eindafnemers, dewelke hier als integraal herhaald moeten worden beschouwd. Hierna onderzoekt de CREG het aangepaste voorstel van artikel 4.6.2, waartoe Fluxys werd verzocht in de beslissing van 22 oktober
- Artikel 4.6.2 Ontworpen bepaling « En cas de manquement par l’Affréteur (ou les Affréteurs) à ses (leurs) obligations découlant de toute convention qu’il(s) a (ont) conclue pour la fourniture de Gaz Naturel aux installations du Client Final et le transport y afférent, le Gestionnaire n’est déchargé de son (ses) obligation(s) découlant du présent Contrat et de la responsabilité corrélative vis-à-vis du Client Final que pour autant que l’exécution de l’(les) obligation(s) précitée(s) du Gestionnaire a été empêchée par le manquement de l’Affréteur (des Affréteurs) et qu’en proportion de cet empêchement pour le Gestionnaire d’exécuter son (ses) obligation(s). » Beoordeling CREG
- Ingevolge de beslissing van de CREG van 22 oktober 2009 heeft Fluxys deze bepaling aangepast. 46/53 De noties “voorwaardelijk” en “proportioneel” worden thans duidelijk opgenomen in de tekst van artikel 4.6.
- Tevens wordt de draagwijdte van deze bepaling beperkt tot de verplichtingen die voor Fluxys voortvloeien uit het aansluitingscontract. De bewoordingen “n’est déchargé ….que” geven duidelijk aan dat deze bepaling restrictief moet worden geïnterpreteerd.
- Het artikel blijft evenwel, zoals eerder opgemerkt in de beslissing van 22 oktober 2009 van de CREG, onderworpen aan het voorbehoud gemaakt onder artikel 3.3.3, nl. dat een dergelijke regeling in afwachting van de nieuwe gedragscode voorlopig als overgangsregeling aanvaardbaar is. Van zodra de nieuwe gedragscode in werking treedt, zal het standaard aansluitingscontract daarmee in overeenstemming moeten worden gebracht.
- OVERMACHT
- De CREG heeft deze bepaling in haar beslissing van 22 oktober 2009 aanvaard. Zij maakte in dit verband het volgende voorbehoud, dat zij in deze beslissing wenst te herhalen. Indien in de praktijk zou blijken dat de opsomming van de gevallen van overmacht, hoewel nog steeds onderworpen aan de gemeenrechtelijke voorwaarden vereist om overmacht succesvol in te roepen, ertoe leidt dat rechters al te gemakkelijk besluiten tot het aannemen van een situatie van overmacht, vraagt de CREG dat deze bepaling in het standaard aansluitingscontract wordt herzien.
- ONTBINDING EN VERHAAL
- De CREG heeft deze bepaling in haar beslissing van 22 oktober 2009 aanvaard. Zij maakte in dit verband het volgende voorbehoud, dat zij in deze beslissing wenst te herhalen. In het voorstel van nieuwe gedragscode werd op vraag en in overleg met de betrokken marktpartijen een gedetailleerde procedure opgenomen voor het afsluiten van de eindafnemer wanneer geen vervoersdienst voor afnamecapaciteit bestaat of wanneer deze opgeschort of vroegtijdig beëindigd wordt. In deze procedure worden onder meer een systeem van voorafgaande tijdige verwittiging van de eindafnemer en de verplichting (niet 47/53 het recht zoals thans voorzien in artikel 7.4) voor de beheerder van het aardgasvervoersnet om de eindafnemer na verloop van een bepaalde procedure af te sluiten, voorzien. Gelet op het openbare orde karakter van de gedragscode (
§§23
en 27 van deze beslissing), zullen de bepalingen van de nieuwe gedragscode wanneer zij van kracht wordt voorrang hebben op daarmee strijdige bepalingen in dit contract. Desalniettemin zal een aanpassing van het standaardcontract aangewezen zijn om het met de regeling in de nieuwe gedragscode in overeenstemming te brengen. 84. Ingevolge de beslissing van de CREG van 22 oktober 2009 wordt in artikel 7.4 thans naar artikel 4.7 verwezen en werd zodoende een materiële vergissing rechtgezet.. II. DE BIJLAGEN 85. Met betrekking tot de bijlagen, die de CREG in haar beslissing van de CREG van 22 oktober 2009 aanvaardde, wenst de CREG volgende algemene bemerkingen vervat in voornoemde beslissing te herhalen. De operationele procedures toegevoegd in bijlage bij het aansluitingscontract bestaan al sinds 1966. Deze werden opgesteld op basis van bestaande regels en specificaties in de omringende landen, bij gebrek aan duidelijke wetgeving en normering. Er zijn in de loop der jaren aanpassingen geweest op basis van veranderende technologieën, het verschijnen van wettelijke bepalingen en internationale normeringen. Zo verschenen er achtereenvolgens in 1971, 1977, 1985, 1992, 1996, 1999 aangepaste versies. Voor wat betreft de drukreduceerlijn (filter, verwarming, regeling en veiligheden (waarvan minstens één een “afslagveiligheid (slam-shut valve)”
- is)is het basisprincipe weinig veranderd in de loop der jaren. De specificaties werden in de loop der jaren vooral duidelijker naar veiligheid toe. Ook voor de meetlijnen is het basisprincipe weinig veranderd: één rotormeter met by-pass of twee turbines in serie/parallel. In de Aardgascontracten vóór de splitsing van Distrigas in Distrigas en Fluxys werd er telkens op gewezen dat het Aardgasontvangstation moest gebouwd worden volgens de specificaties van de gasleverancier. De stations werden dan ook gebouwd volgens de opgegeven specificaties en pas in dienst genomen indien hieraan werd voldaan. Algemeen werd een Aardgasontvangstation gebouwd met het concept drukregeling gevolgd door meetlijn(en). Dit is historisch gegroeid om een zo juist mogelijke telling (en facturatie) te 48/53 bekomen. Door de telling na de reduceerstraten te plaatsen was de druk en de temperatuur in de meetlijn veel stabieler. Vandaag kan men met de moderne technologieën de druk en temperatuur bijna doorlopend registreren en is de volgorde reduceerlijn, meetlijn niet meer van groot belang. Wat nog steeds belangrijk is, is het feit dat de druk en temperatuurmeting zo goed mogelijk moet gebeuren en dat deze metingen geregeld dienen gecontroleerd te worden: druk en temperatuur worden vergeleken met referentiemetingen. Hiervoor zijn de nodige meetpunten nodig. De tellers worden gecontroleerd via een serieschakeling indien deze voorhanden is. Het materiaal dat Fluxys installeert in een Aardgasontvangstation is ook geëvolueerd door de jaren heen. Sinds de jaren ‟70 plaatst Fluxys bij de meeste eindafnemers registratieapparatuur die geleidelijk geëvolueerd is van plaatselijke registraties van volumes tot systemen die gebruik maken van hedendaagse communicatiemiddelen. De plaatsing van dit materiaal is altijd schriftelijk afgesproken met de eindafnemer en is altijd in het beheer/eigendom van Fluxys gebleven. Tot voor de liberalisering van de energiemarkt was het voldoende om de meetgegevens maandelijks te verzamelen om zodoende zo snel mogelijk vrij goede meetgegevens te hebben voor de facturatie en deze dan verder te verwerken en te controleren en te valideren zodanig dat de gegevens gefinaliseerd waren de maand later. Een groot deel van de eindafnemers gaven dagelijks hun meetgegevens door manueel opgenomen om 08:00 uur: index van de teller, index van het volumeherleidingsinstrument, de lijndruk en de lijntemperatuur. Na de liberalisering is men overgestapt naar een systeem van uurgegevens zodoende dat de accurate verzameling van meetgegevens in een stroomversnelling is gekomen en dat de eisen aan de meetapparatuur inzake betrouwbaarheid hoger dienen te liggen. Naar een betrouwbare meting toe is het aangewezen om de bestaande meetlijnen uit te rusten met druk- (P), temperatuurmeting (T) en een volumeherleidingsinstrument (VHI) zoals voorgeschreven in de gedragscode onder artikelen 77 en 79. Dit vraagt eenvoudige interventies die niet heel kostelijk hoeven te zijn. De meer ingrijpende aanpassingen, in feite alle aanpassingen waarbij laswerken noodzakelijk zijn, moeten gefaseerd worden uitgevoerd tegen 1/1/2010 en tegen 1/1/2017 (zie artikel 3.1.1 van het aansluitingscontract). Dit betekent dat tussen vandaag en deze 49/53 streefdatum de eindafnemers ongeveer 10 jaar hebben om een beperkt aantal aanpassingen te maken om op een veiligere en betrouwbaardere manier te werken. Een bijkomende verplichting t.o.v. de eindafnemers in het voorstel van Fluxys is dat een defecte of slecht werkende meting binnen de zeven dagen dient in orde gebracht te worden. Dit wil zeggen dat er reservemateriaal dient voorzien te worden. Eindafnemers die vandaag over slechts één teller beschikken hebben hiermee natuurlijk een probleem. Diegene die vroeger geïnvesteerd hebben in een dubbele telling hoeven zich geen zorgen te maken want aangezien ze over een tweede meter beschikken zijn ze in conformiteit met de gevraagde verplichting. In de geliberaliseerde markt is een betrouwbare meting van bijzonder groot belang om het gas te kunnen toewijzen naar de juiste vervoerder en/of leverancier. Daarom is deze verplichting verantwoord. Verder zijn er de nieuwe wetten (PED, ATEX, …) die de laatste jaren verschenen zijn en waaraan de meeste Aardgasontvangstations (gebouwd voor het verschijnen van deze wetgeving) niet voldoen en ook nooit zullen voldoen omdat deze certificatie niet retroactief is. Enkel gedeelten die vernieuwd of gewijzigd worden, zullen hier geleidelijk aan moeten aan voldoen. De huidige Belgische wetgeving is momenteel vrij vaag in hetgeen opgelegd wordt voor gasinstallaties (in tegenstelling met de wetgeving rond elektrische installaties (AREI)). Daarom zijn er verschillende belanghebbende partijen : gasmaatschappijen, constructeurs,… die samenkomen en op Europees en internationaal vlak normen vastleggen om hier aan bepaalde vragen te voldoen. Ook Fluxys werkt mee (als raadgever) aan verschillende werkgroepen rond normalisering. De wetgever heeft zelf ingezien dat men met de bestaande wetgeving geen kant en klare richtlijnen heeft om een aardgasontvangstation te bouwen. In het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas (B.S. 5 juli 2001) staat in afdeling 1 (Aansluitingspunten van afnemers op het vervoersnet) artikel 14 : “De afnemingsposten bevatten de nodige apparatuur voor de gasregeling en -meting. Deze apparatuur dient overeen te stemmen met de Europese normen en de specificaties van de vervoersonderneming.” 50/53 De operationele procedures in bijlage bij het aansluitinsgcontract van Fluxys zijn dan ook opgesteld op basis van bestaande normen en daar waar er wetgeving bestaat werd deze wetgeving mee opgenomen. Het eerste voorstel van operationele procedures (in bijlage bij het eerste voorstel van aansluitingscontract contract onder de benaming aansluitingsprocedures) dat Fluxys heeft voorgelegd bevatte heel wat aanbevelingen opgenomen op basis van de vele vragen die Fluxys in de loop van de jaren kreeg van de eindafnemers. Op vraag van de eindafnemers werden de Operationele procedures aangepast met als doel enkel nog de bepalingen te laten staan die als minimale verplichtingen moeten worden opgelegd namelijk datgene wat wettelijk verplicht is en noodzakelijk is omwille van veiligheidsredenen. (zie in dat verband het consultatieverslag van de Creg van 13 maart 2008, zie webiste Creg: http://www.creg.be/pdf/Opinions/2008/T032008/verslag.pdf) Daarnaast zal een complete niet-bindende tekst blijven bestaan in de vorm van een informatiedocument met aanbevelingen en/of richtlijnen. De minimale verplichtingen die Fluxys behouden heeft zijn gebaseerd op: - Bestaande wetteksten, - De veiligheid van de installatie - De nood aan een goede betrouwbare en controleerbare meting - De veiligheid van het aardgasvervoersnet Zoals vermeld in de inleiding van deze beslissing heeft Fluxys bijlage 1 aangepast teneinde consequent gebruik te maken van hoofdfletters voor de gedefinieerde termen. De bijlagen 2 tot en met 10 werden aldus Fluxys niet gewijzigd ten opzichte van het voorstel van standaard aansluitingscontract dat het voorwerp uitmaakte van de beslissing van de CREG van 22 oktober 2009. 51/53 BESLUIT 86. Gelet op de hiervoor uiteengezette redenen beslist de CREG, met toepassing van artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet, het (andermaal) aangepaste voorstel van standaardcontract voor de toegang van de eindafnemer tot het aardgasvervoersnet, het zgn. standaard aansluitingscontract, met bijlagen 1 tot en met 10, ingediend ter goedkeuring door Fluxys in het Frans op 8 januari 2010, goed te keuren. 87. Verwijzend naar wat uiteengezet wordt in ondermeer paragrafen 65, 70, 74, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82 en 83 van deze beslissing en, voor zoveel als nodig, ook reeds in paragrafen 70, 82, 88, 95, 105, 110, 114, 115 en 118 van de beslissing van de CREG van 22 oktober 2009 zal het standaard aansluitingscontract in elk geval: (
- i)voor wat betreft de bepalingen van het standaard aansluitingscontract die niet in overeenstemming zijn met de nieuwe gedragscode, waaronder in elk geval de definitie van “toewijzingsovereenkomst”, de bepalingen die betrekking hebben op druk en kwaliteit en de regeling inzake de onderbreking van de aardgastoevoer: - moeten worden aangepast aan de nieuwe gedragscode van zodra zij van toepassing wordt om het daarmee in overeenstemming te brengen. (
- ii)moeten worden geherevalueerd en desgevallend herzien moeten worden indien er zich in de praktijk daadwerkelijke problemen zouden voordoen met de toepassing van bepalingen en/of de CREG in dit verband (gegronde) klachten van eindafnemers zou ontvangen; (iii) voor wat betreft in het bijzonder de bepalingen van het aansluitingscontract die betrekking hebben op de aansprakelijkheid van partijen, inclusief de overmachtsregeling: - moeten worden geherevalueerd en desgevallend herzien moeten worden wanneer de resultaten van de recent opgestarte studie van de Europese Commissie m.b.t. de aansprakelijkheid van de netbeheerders in de elektriciteitssector verschijnen, in het licht van de resultaten van deze studie en voor zover transponeerbaar naar de beheerders in de aardgassector (
§60
van deze beslissing), 52/53 (iv) Voor wat betreft de bepalingen van het standaard aansluitingscontract die betrekking hebben op sites waar eindafnemers aardgas afnemen via het aardgasontvangststation van de rechtstreeks op het aardgasvervoersnet aangesloten eindafnemer, overeenkomstig een van de volgende situaties: - moeten worden geherevalueerd en desgevallend herzien moeten worden wanneer bij de omzetting van de derde gasrichtlijn, een specifieke regeling voor zgn. “gesloten distributiesystemen” zou voorzien worden in de Belgische wetgeving; of - moeten worden geherevalueerd en desgevallend herzien moeten worden wanneer bij het verstrijken van de termijn tot omzetting van de derde gasrichtlijn geen dergelijke specifieke regeling is opgenomen in de Belgische wetgeving.
- Indien de CREG zou vaststellen dat de contractuele voorwaarden bedoeld in artikel 3.2.7 bepalingen bevatten die de toegang tot het net betreffen, behoudt zij zich het recht voor deze overeenkomst of bepalingen alsnog te beschouwen als integraal deel uitmakend van de standaardcontracten voor de toegang tot het net onderworpen aan de goedkeuring van de CREG (cfr. §75 van deze beslissing).
- De CREG vraagt ten slotte om uit het titelblad van het standaard aansluitingscontract te laten blijken dat het standaard aansluitingscontract werd goedgekeurd door de CREG met vermelding van de datum van goedkeuring. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Dominique WOITRIN Directeur François POSSEMIERS Voorzitter van het Directiecomité 53/53