Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02 289 76 11 Fax: 02 289 76 09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)100617-CDC-973 over ‘de vraag tot goedkeuring van de wijziging van het indicatief vervoersprogramma van de NV FLUXYS, voor wat betreft haar overbrengingsactiviteiten voor de periode 2010-2011’ genomen met toepassing van artikel 9 van het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas Tekst met geïntegreerd erratum goedgekeurd door het directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 15 juli 2010 17 juni 2010 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 9 van het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas (hierna : de gedragscode), het voorstel tot wijziging van het indicatief vervoersprogramma 2010-2011 (IVP 2010-2011) van de NV FLUXYS voor wat betreft haar overbrengingsactiviteit, dat op 25 maart 2010 per drager met ontvangstbewijs bij de CREG werd ingediend en dat werd gevolgd door een laatste verbetering die op 29 maart 2010 per e-mail werd overgemaakt. De onderstaande beslissing is ingedeeld in vier delen. Het eerste deel gaat over het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de onderhavige beslissing uiteengezet. Het derde deel onderzoekt het voorstel van wijziging van de PIT 2010-2011, Het vierde deel, ten slotte, bevat het besluit. Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG op de vergadering van 17 juni
- 2/9 I.
- WETTELIJK KADER Overeenkomstig artikel 9, §2 en 3, van de gedragscode stelt de vervoersonderneming een indicatief vervoersprogramma op voor een periode van minstens twee jaar en stuurt ze dit indicatief vervoersprogramma jaarlijks bij, onder andere op basis van het door de vervoersonderneming gevoerde congestiebeleid bedoeld in artikel 45 van de gedragscode. Het indicatief vervoersprogramma wordt door de vervoersonderneming ter goedkeuring overgemaakt aan de CREG.
- Overeenkomstig artikel 9, §1, van de gedragscode moet het indicatief vervoersprogramma onder meer, voor de overbrenging en de opslag, het volgende bevatten: de aangeboden vaste, niet-vaste en onderbreekbare capaciteiten, de gehanteerde capaciteitstoewijzingsregels, de vooropgestelde tolerantiewaarden, de verschillende types van opslagcontracten en de looptijden van de standaardvervoerscontracten. Verder moeten zowel de looptijden van de vervoerscontracten als de verdeling van de beschikbare capaciteit over vaste, niet-vaste en onderbreekbare capaciteit en de toewijzingsregels de op de markt bestaande vraag weerspiegelen. De vervoersonderneming moet hierbij rekening houden met de specifieke kenmerken van de vervoersdiensten waarop het indicatief vervoersprogramma betrekking heeft en met de specifieke behoeften van de categorieën netgebruikers die volgens objectieve en relevante criteria gedefinieerd worden (artikel 9, §4, van de gedragscode).
- De CREG herinnert eraan (paragraaf 6 van de beslissing van 21 december 2006) dat het indicatief vervoersprogramma systematisch zal moeten gewijzigd en aangepast worden in functie van onder andere de door de vervoersonderneming aangeboden vervoersdiensten en de ontwikkeling van de secundaire markt. De eventuele wijzigingen en aanpassingen moeten door de CREG goedgekeurd worden. Het indicatief vervoersprogramma vormt in feite een catalogus van de door de vervoersonderneming aangeboden producten en diensten. Het is dan ook volkomen logisch dat het indicatief vervoersprogramma wordt bekend gemaakt aan de netgebruikers, zoals bepaald in artikel 28 van de gedragscode. Het indicatief vervoersprogramma moet onder andere de beschrijving bevatten van alle diensten die aan gereguleerde tarieven onderworpen zijn (paragraaf 7 van de beslissing van 21 december 2006). Zonder eensluidende definitie van de diensten zou de toepassing van gereguleerde tarieven het risico van discriminatie tussen netgebruikers niet uitsluiten. De 3/9 beheerder van het vervoersnet zou immers tegen hetzelfde tarief diensten met een verschillende inhoud kunnen aanbieden. Op 1 juni 20051 werd de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van
- gasachtige producten en andere door middel van leidingen (hierna : de gaswet) gewijzigd door de wet tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (Belgisch Staatsblad, 14 juni 2005). Artikel 24 van de wet van 1 juni 2005 vervangt artikel 15/5, §3 van de gaswet door een artikel 15/5undecies dat het wettelijk kader van de gedragscode wijzigt. Zoals vermeld in de voorbereidende werkzaamheden van deze wet2 « (werd) een aantal bepalingen (…) toegevoegd. Zo bepaalt de gedragscode ook : - de minimumvereisten met betrekking tot de juridische en operationele scheiding van vervoerfuncties en leveringsfuncties van aardgas binnen geïntegreerde beheerders van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie ; - de basisbeginselen met betrekking tot de rechten en verplichtingen van, enerzijds, de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie en, anderzijds, de gebruikers van het desbetreffende aardgasvervoersnet, van de opslaginstallatie voor aardgas of van de LNG-installatie inzake het gebruik ervan en meer bepaald, inzake onderhandelingen over de toegang tot vervoer, over het congestiebeheer en over de publicatie van informatie; - maatregelen die in het verbintenissenprogramma moeten worden opgenomen om te waarborgen dat ieder discriminerend gedrag is uitgesloten en om te voorzien in een adequaat toezicht op de naleving ervan.»
- Op 27 december 2006 werd voornoemd artikel 15/5undecies, §1 aangevuld door artikel 65 van de wet houdende diverse bepalingen (I) (Belgisch Staatsblad, 28 december 2006). Volgens deze nieuwe beschikking bepaalt de gedragscode bovendien : - de regels en de organisatie van de secundaire markt waarop netgebruikers onderling capaciteit en flexibiliteit verhandelen en waarop de beheerders eveneens capaciteit en flexibiliteit kunnen kopen ; 1 Artikel 24 van de wet van 1 juni 2005 tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (Belgisch Staatsblad, 14 juni 2005) 2 Parlementaire stukken, Kamer, zitting 2004-2005, nr. 1595/001, Memorie van toelichting, p.
- 4/9
- de basisprincipes betreffende de organisatie van de toegang tot de hubs. Als gevolg van deze wetswijzigingen zal de gedragscode dus moeten gewijzigd worden om de inhoud ervan aan te passen aan de wetten van 1 juni 2005 en 27 december
- In afwachting van deze wijziging blijft het huidige reglementaire kader van toepassing. Daaruit volgt onder meer dat in de huidige beslissing de CREG nog altijd de term « vervoersonderneming » blijft gebruiken, overeenkomstig voornoemd artikel 9 van de gedragscode, hoewel de gaswet voortaan de preciezere term « beheerder van het aardgasvervoersnet » gebruikt.
- De inhoud van het indicatief vervoersprogramma moet altijd verenigbaar zijn met de belangrijkste voorwaarden, op dit ogenblik opgesteld krachtens artikel 10 van de gedragscode. Sinds de wet van 27 december 2006 wordt het begrip « belangrijkste voorwaarden » in de gaswet omschreven als het standaardcontract voor de toegang tot het vervoersnet en de daarmee verbonden operationele regels. In afwachting van de goedkeuring door de CREG van met name de belangrijkste voorwaarden in de zin van artikel 1, 51° van de gaswet voor de overbrenging, blijven de belangrijkste voorwaarden voor de overbrenging, op dit ogenblik goedgekeurd krachtens artikel 10 van de gedragscode, van kracht. Een dergelijke benadering ligt overigens in de lijn van het voorstel voor een nieuwe gedragscode dat op 9 oktober 2008 werd opgesteld door de CREG (artikel 238, §1). 5/9 II.
- ANTECEDENTEN De CREG keurde het door de NV FLUXYS ingediende indicatief vervoersprogramma voor de periode 2010-2011 goed door haar beslissing (B)091029-CDC-919 van 29 oktober 2009 (hierna : de beslissing van 29 oktober 2009).
- De CREG heeft de wijziging van het indicatief vervoersprogramma voorgelegd door de NV FLUXYS voor de periode 2010 – 2011, goedgekeurd door haar beslissing (B)100114CDC-938 van 14 januari 2010 (hierna: de beslissing van 14 januari 2010).
- De onderhavige beslissing neemt dus het document met betrekking tot de overbrengingsactiviteit in beschouwing dat op 25 maart 2010 per drager met ontvangstbewijs werd voorgelegd en werd gevolgd door een laatste verbetering die op 29 maart 2010 per email werd overgemaakt. 6/9 III.
- ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL De NV FLUXYS heeft op 25 maart 2010 per drager met ontvangstbewijs een voorstel tot wijziging van het indicatief vervoersprogramma 2010-2011 van de NV FLUXYS voor wat betreft haar overbrengingsactiviteit bij de CREG ingediend. Dit voorstel werd gevolgd door een laatste verbetering die op 29 maart 2010 per e-mail werd overgemaakt
- Dit voorstel verduidelijkt de beschrijving van de kenmerken van het Entry-Exit- systeem van Fluxys, verfijnt de toewijzingsregel van de flexibiliteitsdiensten (HIT, DIT, CIT) en voert de Capacity Pooling @ supply point in.
- Het Entry-Exit-systeem van Fluxys laat de Bevrachter toe om de onderschreven Ingangscapaciteit onafhankelijk van de onderschreven Afnamecapaciteit te gebruiken. In het kader van dit systeem kan de Bevrachter genieten van de grote flexibiliteit van het Entry-Exit-systeem en kan hij bijgevolg het gebruik van de onderschreven Ingangscapaciteiten vrij combineren met de Afnamecapaciteiten. Op het ogenblik waarop de Bevrachter zijn capaciteit onderschrijft, legt hij echter ook een band vast tussen één (of meerdere) ingangszone(s) en een gegeven afnamepunt. In uitzonderlijke gevallen waarin de Entry-Exit-stromen moeten worden beperkt, impliceert deze gewaarborgde band dat de Bevrachter kan rekenen op een netconfiguratie waarbij Fluxys op elk ogenblik het vaste karakter van de onderschreven capaciteiten kan waarborgen.
- Wat betreft basistoleranties de basisflexibiliteitsdiensten, automatisch toegewezen aan worden de de HIT-, Bevrachter die CIT- en DIT- een van de Afnamecapaciteitsdiensten onderschrijft. Wordt de onderbreekbare, conditionele of Switch H/L-Capaciteit die door de Bevrachter wordt onderschreven, verminderd en/of onderbroken, dan wordt de CIT-basistolerantie die aan de Bevrachter toegewezen werd, verminderd en/of onderbroken in verhouding met deze vermindering en/of onderbreking. Wat betreft de aanvullende flexibiliteitsdiensten (CIT), worden de limieten voor de aanvragen met betrekking tot een onderschrijving in de loop van het kalenderjaar 2010, toegepast tot op de datum die door Fluxys zal worden meegedeeld (voorlopig 1 mei 2010, maar dit moet door Fluxys worden bevestigd). Na deze datum kan de Bevrachter bijkomende niet-SLP CIT 7/9 onderschrijven voor zover de beschikbaarheid van de gevraagde hoeveelheid door een simulatie wordt bevestigd voor een bepaalde duur met als uiterste datum 31 december
- Naar aanleiding van een aankondiging op de website van de NV FLUXYS waarin wordt gemeld dat “Vanaf 18 mei 2010 wordt alle beschikbare maar niet gevraagde flexibiliteit voor 2010 opnieuw op de markt aangeboden. Voor de rest van het jaar kunnen systeemgebruikers om het even hoeveel aanvullende tolerantie voor het cumulatieve onevenwicht (ACIT) aanvragen die ze nodig hebben. De aanvragen worden verwerkt volgens het principe First Committed, First Served en worden geëvalueerd op basis van een netsimulatie.”, heeft de CREG aan de NV FLUXYS gevraagd om te bewijzen dat het huidige boekingsniveau van ACIT zo was dat men zich eraan kon verwachten dat er genoeg beschikbare ACIT was om voormelde bijkomende aanvragen te dekken. De CREG heeft de gevraagde inlichtingen van de NV FLUXYS ontvangen. Uit deze blijkt dat het niveau van de huidige boekingen zo is dat men zich eraan kan verwachten dat er beschikbare ACIT is om voormelde bijkomende aanvragen te dekken. Na 2010 zullen de aanvragen voor aanvullende tolerantie voor het cumulatieve onevenwicht (ACIT) opnieuw worden behandeld volgens het systeem van de toepasselijke maximumrechten.
- De dienst Capacity Pooling @ supply point bestaat hierin dat afnamecapaciteiten die door meerdere actieve bevrachters op eenzelfde afnamepunt werden onderschreven, gemeenschappelijk gebruikt kunnen worden. Deze dienst is beschikbaar voor industriële klanten of voor elektriciteitscentrales die rechtstreeks aangesloten zijn op het aardgasvervoersnet, met uitzondering van de GOS-afnamepunten. Door de dienst Capacity Pooling @ supply point te onderschrijven, kunnen de Bevrachters die een gegeven afnamepunt bevoorraden het geheel van hun individuele afnamecapaciteiten voor dit punt samenvoegen, met inbegrip van de onderschreven rate flexibility en bijkomende rate flexibility. Elke bevrachter kan dus het geheel of een deel van de onderschreven capaciteiten die op dit afnamepunt samengevoegd worden, gebruiken.
- Het voorstel tot wijziging van het indicatief vervoersprogramma van de NV FLUXYS stelt dus voor om de Artikelen 4.2, 5.2 en 5.4 te herzien. 8/9 IV. BESLUIT
- Met toepassing van artikel 9, §2, van de gedragscode, Beslist de CREG de wijziging van het indicatief vervoersprogramma 2010-2011 van de NV FLUXYS voor wat betreft haar overbrengingsactiviteit, die op 25 maart 2010 per drager met ontvangstbewijs bij de CREG werd ingediend en die werd gevolgd door een laatste verbetering die op 29 maart 2010 per e-mail werd overgemaakt, goed te keuren.
- De CREG verzoekt de NV FLUXYS uiterlijk op 30 juin 2010 het gewijzigde vervoersprogramma 2010-2011 in het Frans en het Nederlands te publiceren. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas : Dominique WOITRIN Directeur Christine François VANDERVEEREN POSSEMIERS Voorzitter van het Directiecomité 9/9