← België

Beslissing over de vraag tot goedkeuring van het indicatief terminallingprogramma 2011-2012 van de NV FLUXYS LNG

NIET VERTROUWELIJKE VERSIE Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02 289 76 11 Fax: 02 289 76 09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)100930-CDC-989 over ‘de vraag tot goedkeuring van het indicatief terminallingprogramma 20112012 van de NV FLUXYS LNG’ genomen met toepassing van artikel 9 van het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas 30 september 2010 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 9 van het koninklijk besluit van 4 april 2003 betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas (hierna : de gedragscode), het indicatief terminallingprogramma 2011-2012 van de NV FLUXYS LNG dat op 30 juni 2010 ter goedkeuring bij de CREG werd ingediend per drager met ontvangstbewijs. De onderstaande beslissing is ingedeeld in vier delen. Het eerste deel gaat over het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de onderhavige beslissing uiteengezet. In het derde deel wordt onderzocht of het voorstel de voorschriften van artikel 9 van de gedragscode naleeft. Het derde deel onderzoekt eveneens of het ter goedkeuring ingediende document verenigbaar is met de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de aardgasterminal van Zeebrugge van de NV FLUXYS LNG, goedgekeurd door de CREG op 17 juni 2004 (hierna : de belangrijkste toegangsvoorwaarden). Het vierde deel, ten slotte, bevat de eigenlijke beslissing. Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 30 september

  1.  NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 2/9 I. WETTELIJK KADER
  2. Overeenkomstig artikel 96 van de gedragscode legt de vervoersonderneming een indicatief terminallingprogramma ter goedkeuring voor aan de CREG uiterlijk twee maanden na de goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden.
  3. In artikel 9, §§1 en 3 van de gedragscode worden bepaalde elementen omschreven die het indicatief vervoersprogramma moet bevatten en wordt gestipuleerd dat dit programma moet worden opgesteld voor een periode van minstens twee jaar en jaarlijks moet worden bijgestuurd, onder andere op basis van het door de vervoersonderneming gevoerde congestiebeleid, bedoeld in artikel 45 van de gedragscode. Overeenkomstig artikel 9, §1, van de gedragscode moet het indicatief vervoersprogramma voor de overbrenging onder meer de volgende elementen bevatten: de aangeboden vaste, niet-vaste en onderbreekbare capaciteiten, de gehanteerde capaciteitstoewijzingsregels, de vooropgestelde tolerantiewaarden, de verschillende types van vervoerscontracten en de looptijden van de standaardvervoerscontracten. Verder moeten zowel de looptijden van de vervoerscontracten als de verdeling van de beschikbare capaciteit over vaste, niet-vaste en onderbreekbare capaciteit en de toewijzingsregels de in de markt bestaande vraag weerspiegelen. De vervoersonderneming moet hierbij rekening houden met de specifieke kenmerken van de vervoersdiensten waarop ze betrekking hebben en de specifieke behoeften van de categorieën netgebruikers die volgens objectieve en pertinente criteria worden gedefinieerd.
  4. Op 1 juni 2005 werd de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (hierna : de gaswet) gewijzigd door de wet tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (Belgisch Staatsblad, 14 juni 2005). Artikel 24 van deze wet vervangt artikel 15/5, §3 van de gaswet door een artikel 15/5undecies dat het wettelijk kader van de gedragscode wijzigt. Zoals vermeld in de voorbereidende werkzaamheden van deze wet1 « (werd) een aantal bepalingen (…) toegevoegd. Zo bepaalt de gedragscode ook : - de minimumvereisten met betrekking tot de juridische en operationele scheiding van de vervoers- en leveringsfuncties van aardgas binnen de geïntegreerde beheerders van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie; 1 Parlementaire stukken, Kamer, zitting 2004-2005, nr. 1595/001, Memorie van toelichting, p.
  5. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 3/9 - de basisbeginselen met betrekking tot de rechten en verplichtingen van, enerzijds, de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie en, anderzijds, de gebruikers van het desbetreffende aardgasvervoersnet, van de opslaginstallatie voor aardgas of van de LNG-installatie inzake het gebruik ervan en meer bepaald, inzake onderhandelingen over de toegang tot vervoer, over het congestiebeheer en over de publicatie van informatie; - de maatregelen die in het verbintenissenprogramma moeten worden opgenomen om te waarborgen dat ieder discriminerend gedrag is uitgesloten en om te voorzien in een adequaat toezicht op de naleving ervan.»
  6. Op 27 december 2006 werd voornoemd artikel 15/5undecies, §1 aangevuld door artikel 65 van de wet houdende diverse bepalingen (I) (Belgisch Staatsblad, 28 december 2006). Volgens deze nieuwe beschikking bepaalt de gedragscode bovendien : - de regels en de organisatie van de secundaire markt waarop netgebruikers onderling capaciteit en flexibiliteit verhandelen en waarop de beheerders eveneens capaciteit en flexibiliteit kunnen kopen ;
  7. de basisprincipes betreffende de organisatie van de toegang tot de hubs. Als gevolg van deze wetswijzigingen zal de gedragscode dus moeten gewijzigd worden om de inhoud ervan aan te passen aan de wetten van 1 juni 2005 en 27 december
  8. In afwachting van deze wijziging blijft het huidige reglementaire kader van toepassing. Daaruit volgt onder meer dat in de huidige beslissing de CREG nog altijd de term « vervoersonderneming » blijft gebruiken, overeenkomstig voornoemd artikel 9 van de gedragscode, hoewel de gaswet voortaan de preciezere term « beheerder van een LNGinstallatie » gebruikt.
  9. De inhoud van het indicatief vervoersprogramma moet altijd verenigbaar zijn met de belangrijkste voorwaarden, op dit ogenblik opgesteld krachtens artikel 10 van de gedragscode. Sinds de wet van 27 december 2006 wordt het begrip « belangrijkste voorwaarden » in de gaswet omschreven als zijnde de standaardovereenkomst voor toegang tot het vervoersnet en de eraan verbonden werkingsregels. In afwachting van de goedkeuring door de CREG van met name de belangrijkste voorwaarden in de zin van artikel 1, 51° van de gaswet voor NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 4/9 LNG, blijven de belangrijkste voorwaarden voor LNG , op dit ogenblik goedgekeurd krachtens artikel 10 van de gedragscode, van kracht. Een dergelijke benadering ligt overigens in de lijn van het voorstel voor een nieuwe gedragscode dat op 9 oktober 2008 werd opgesteld door de CREG (artikel 238, §1). II.
  10. ANTECEDENTEN Overeenkomstig artikel 96 van de gedragscode en zoals vermeld in paragraaf 1 van deze beslissing, is de NV FLUXYS LNG wettelijk verplicht haar indicatief vervoersprogramma ter goedkeuring aan de CREG voor te leggen binnen de twee maanden die volgen op de goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden. De belangrijkste toegangsvoorwaarden werden goedgekeurd door de beslissing van 17 juni
  11. De NV FLUXYS LNG diende op 30 juni 2010 per drager met ontvangstbewijs een nieuw voorstel van indicatief terminallingprogramma in dat de periode 2011-2012 dekt (hierna : het voorstel). NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 5/9 III.
  12. ANALYSE VAN HET VERVOERSPROGRAMMA NV FLUXYS LNG INDICATIEF VAN DE Tenzij anders vermeld, is de hiernavolgende analyse opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende hoofdstukken en titels van het nieuwe voorstel. De hierna geformuleerde opmerkingen drukken een zeker voorbehoud of specifieke eisen uit in verband met de toepassing van het indicatief vervoersprogramma 2011-2012 van de NV FLUXYS LNG of van de versies die zullen ingediend worden voor latere periodes. Het gebrek aan opmerkingen over een bepaald punt van het voorstel betekent dat de CREG er zich niet tegen verzet, maar houdt geenszins vooraf de goedkeuring van dit punt in indien het op identieke wijze wordt heringediend voor een latere periode. Hoofdstuk 1 – Definities
  13. De NV FLUXYS LNG verwijst in haar voorstel naar de definities die vervat zijn in het op haar website gepubliceerde glossarium van definities. De CREG aanvaardt en steunt zelfs het principe volgens hetwelk de definities worden verstrekt in een apart document los van het indicatief vervoersprogramma, op voorwaarde dat de definities van de in het indicatief vervoersprogramma gebruikte termen niet gewijzigd worden zonder de uitdrukkelijke instemming van de CREG. De CREG is immers van oordeel dat het glossarium van definities, zelfs al wordt het apart van het indicatief vervoersprogramma gepubliceerd, integraal deel ervan uitmaakt, althans wat de definities van de termen die er betrekking op hebben. Hoofdstuk 5 – Dienstenaanbod 5.1 Capaciteitsdiensten
  14. De NV FLUXYS LNG voorziet in punt 5.1.1.2 van het voorstel dat het aantal aangeboden slots 110 slots/jaar bedraagt. Dit aantal vloeit voort uit besprekingen tussen de NV FLUXYS LNG en de bevrachters die in 2004 langetermijncapaciteit hadden onderschreven en houdt rekening met de door deze laatsten gewenste flexibiliteit bij de werking van de terminal om het hoofd te kunnen bieden aan toevallige omstandigheden die bijvoorbeeld de programmering van de lossingen kunnen verstoren. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 6/9 De CREG gaat ermee akkoord dat dit aantal als referentie voor de periode 2011-2012 dient. Ze verzoekt de NV FLUXYS LNG echter om haar periodiek en minstens eenmaal per jaar op de hoogte te stellen van haar evaluatie van de werking van de LNG-terminal.
  15. De allocatieregels die in punt 5.1.2.6.1 van het voorstel uiteengezet worden bij de beschrijving van de pooling van emissiecapaciteit zijn onvolledig . Omdat deze bijkomende rechten op basisemissiecapaciteit enkel beschikbaar zijn voor terminalgebruikers die de terminallingcode ondertekend hebben en de volledige beschrijving van de allocatieregels terzake in de voornoemde code staat (cf. terminallingcode, Bijlage A, paragraaf 5 en Bijlage C, punt 5.2.4), aanvaardt de CREG de vereenvoudigde beschrijving van de dienst die de NV FLUXYS LNG in haar voorstel opneemt. 5.3 Aanvullende diensten
  16. De NV FLUXYS LNG meldt in punt 5.3 van het voorstel dat het systeem van automatische reservering niet toelaat capaciteitsdiensten te reserveren die op de secundaire markt worden aangeboden. De CREG aanvaardt voorlopig deze beperking maar verzoekt de NV FLUXYS LNG te overwegen om via dit systeem van automatische reservering de capaciteit aan te bieden die ze zelf onder mandaat verhandelt, met toepassing van artikel 31 van de belangrijkste voorwaarden. De CREG vraagt aan de NV FLUXYS LNG dat ze haar te gelegener tijd op de hoogte zou brengen van haar standpunt, opdat deze dienst eventueel zou kunnen toegevoegd worden in haar indicatief vervoersprogramma 2012-
  17. Zoals vermeld in punt 5.3.4.5 is de NV FLUXYS LNG wettelijk verplicht de secundaire markt te organiseren. De CREG hecht haar goedkeuring aan het ter beschikking stellen door de NV FLUXYS LNG van een Bulletin Board waarin de capaciteitsaanbiedingen gepubliceerd worden, maar behoudt zich het recht voor om een latere herziening van de organisatie van de secundaire markt te vragen als gevolg van een evolutie van het reglementair kader en/of haar evaluatie van de effectieve werking van het door de NV FLUXYS LNG ingevoerde systeem.
  18. De NV FLUXYS LNG bepaalt in punt 5.3.7 van het voorstel dat de laadcapaciteit van de LNG-vrachtwagens opnieuw wordt gecommercialiseerd door de NV FLUXYS en dit voor de hele beschikbare truck loading-capaciteit, namelijk 3.300 tankwagens van ongeveer 40,5 m³ LNG per jaar. De NV FLUXYS LNG bepaalt bovendien dat de toewijzing van de bruikbare truck loadingcapaciteit gedurende de looptijd van de overeenkomst gebeurt op basis van het principe First NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 7/9 Committed / First Served en dat, als de vraag groter is dan het aanbod, een allocatieregel zal opgesteld worden. Op verzoek van de CREG bezorgde de NV FLUXYS LNG haar op 7 september 2010 een schatting van het aanbod met betrekking tot de truck loading dienst in het kader van de voorziene toewijzing van de bruikbare truck loading-capaciteit. Daaruit blijkt dat de geschatte vraag veel kleiner is dan het aanbod (in een verhouding van ongeveer 1 op 10).
  19. De CREG staat gunstig tegenover de invoering door de NV FLUXYS LNG van de dienst Ship loading. De CREG verzoekt de NV FLUXYS LNG wel haar terminallingcode te vervolledigen opdat deze de werkingsregels verbonden aan deze nieuwe dienst zou beschrijven. Daarentegen werd de in het verleden aangeboden Topping Up dienst afgeschaft. De CREG heeft de NV FLUXYS naar de reden voor die afschaffing gevraagd. In haar e-mail van 16 september 2010 stelt de NV FLUXYS dat de "Topping up" dienst om redenen in verband met de operationele veiligheid uit het ITP werd geschrapt. Deze dienst, die bestond in het op peil brengen van de tanks van een gedeeltelijk geladen gastankschip door overpompen van LNG tussen de tanks en recuperatie van het verdampingsgas, houdt inderdaad een operationeel risico in als gevolg van het gevaar van stratificatie en roll over ten gevolge van deze operatie. Op de vraag van de CREG op welk document de NV FLUXYS LNG zich baseerde om tot een dergelijke conclusie te komen, verwees de NV FLUXYS LNG in haar e-mail van 20/09/2010 naar het LNG Custody Transfer Handbook Third Edition

(2010)(hoofdzakelijk pagina 87 en volgende) van de IGILNG (Internationale Groepering van Invoerders van LNG), dat aanbeveelt om niet aan « Topping up » te doen .
  1. De CREG stelt vast dat de dienst bunkering, waarnaar de terminallingcode herhaaldelijk verwijst, onder meer in punt 2.1.2 (h) van zijn bijlage C, niet in het voorstel wordt beschreven. Omdat de markt nooit geklaagd heeft over het gebrek aan precieze regels in verband met deze dienst, besluit de CREG niet van de NV FLUXYS LNG te eisen om hem te beschrijven. De CREG vraagt om er onverwijld van op de hoogte gebracht te worden indien een gebruiker of potentieel gebruiker van de LNG-terminal spontaan contact met de NV FLUXYS LNG zou opnemen in dit verband. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 8/9 IV. BESLUIT
  2. Met toepassing van artikel 9, §2, van de gedragscode, Gezien de voorgaande analyse, Beslist de CREG het indicatief terminallingprogramma van de NV FLUXYS LNG met betrekking tot de periode 2011-2012, dat op 30 juni 2010 ter goedkeuring bij de CREG werd ingediend per drager met ontvangstbewijs en waarvan de wijzigingen werden geëxpliciteerd per e-mail op 07, 16 en 20 september 2010, goed te keuren. Het goedgekeurde document wordt als bijlage bij deze beslissing gevoegd.
  3. De CREG verzoekt de NV FLUXYS LNG uiterlijk op 29 oktober 2010 zijn terminallingprogramma 2011-2012 minstens in het Nederlands en het Frans te publiceren.
  4. De CREG verzoekt de NV FLUXYS LNG uiterlijk op 30 juni 2011 een voorstel van indicatief terminallingprogramma 2012-2013 ter goedkeuring aan de CREG voor te leggen, voor zover de gedragscode zoals die vandaag bestaat nog altijd van toepassing is.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas : Dominique WOITRIN Directeur Christine François VANDERVEEREN POSSEMIERS Voorzitter van het Directiecomité NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 9/9

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.