← België

Beslissing over de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia System Operator betreffende de methodes voor congestiebeheer en de methode

Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02 289 76 11 Fax: 02 289 76 09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)101028-CDC-998 over ‘de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia System Operator betreffende de methodes voor congestiebeheer en de methodes voor het toekennen, aan de toegangsverantwoordelijken, van de beschikbare dagcapaciteit op de koppelverbindingen België-Frankrijk en BelgiëNederland via impliciete veilingen, gedaan in het kader van de marktkoppeling van de regio Centraal West-Europa’ genomen met toepassing van artikelen 180, §2, en 183, §2, van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe 28 oktober 2010 INLEIDING DE COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op basis van artikelen 180, §2, en 183, §2, van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het technisch reglement), het voorstel van de NV Elia System Operator (hierna: Elia) betreffende de koppeling van de markten in de regio « Centraal West-Europa » (hierna: CWE) als mechanisme voor congestiebeheer en impliciete toekenning van de dagcapaciteit op de koppelverbindingen Frankrijk-België en België-Nederland. Artikel 180, §2, van het technisch reglement bepaalt dat de methodes voor congestiebeheer, alsook de veiligheidsregels, aan de CREG ter goedkeuring ter kennis worden gebracht door de netbeheerder en overeenkomstig artikel 26 van dat reglement worden gepubliceerd. Artikel 183, §2, van het technisch reglement bepaalt dat de methodes voor de toekenning, aan de toegangsverantwoordelijken, van de capaciteit die beschikbaar is voor energieuitwisselingen met de buitenlandse netten, aan de CREG ter goedkeuring ter kennis worden gebracht overeenkomstig artikel 26 van dat reglement. Het voorstel van methodes voor congestiebeheer en voor de toekenning van de beschikbare dagcapaciteit aan de toegangsverantwoordelijken voor de energie-uitwisselingen in de regio CWE via het mechanisme van marktkoppeling werd bij de CREG ingediend per brief van 1 september 2010 (hierna : « Dossier van 1 september 2010 » ) die de volgende dag werd ontvangen. Het door Elia ingediende dossier bevat, voor wat deze beslissing betreft, de verklarende nota betreffende de vastheid (« firmness ») toegekend aan de nominaties ingediend door de « clearing houses » van de beurzen (« Explanatory note on financial firmness of cross-border nominations related to Market Coupling »), het addendum aan het ontwerpdocument voorgelegd op 31 maart 2010 (« Addendum to the Project Document for the regulators of the Central West European region updating the design of the market coupling solution in the CWE region, with the Interim Tight Volume Coupling (ITVC) linking the CWE markets with the Nordic markets, by the CWE MC Project »), de voorstelling van het Framework Agreement (FA) – « General principles », de operationele procedures – « CWE/ITVC Package » en de operationele procedures – « CWE Only Package ». 2/39 Het project beoogt tevens de implementering van een marktkoppeling tussen de regio CWE en de Scandinavische landen via het mechanisme genaamd « Interim Tight Volume Coupling » ( hierna: ITVC). De onderhavige beslissing is in vier delen opgesplitst. Het eerste deel gaat over het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de beslissing uiteengezet. In het derde deel worden de door Elia voorgestelde methodes voor toekenning van de dagcapaciteiten en voor het congestiebeheer geanalyseerd. Het vierde deel, ten slotte, bevat de eigenlijke beslissing. Een kopie van het ontwerpdocument voorgelegd op 31 maart 2010 (“A report for the regulators of the Central West European (CWE) region on the final design of the market coupling solution in the region, by the CWE MC Project”) en van het addendum aan het ontwerpdocument voorgelegd op 31 maart 2010 (« Addendum to the Project Document for the regulators of the Central West European region updating the design of the market coupling solution in the CWE region, with the Interim Tight Volume Coupling (ITVC) linking the CWE markets with the Nordic markets, by the CWE MC Project »), ingesloten bij de post van 1 september 2010 worden toegevoegd aan deze beslissing. Deze beslissing werd door het Directiecomité van de CREG aangenomen tijdens zijn zitting van 28 oktober 2010. I. WETTELIJK KADER I.1. Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van richtlijn 96/92/EG. 1. Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van richtlijn 96/92/EG (hierna: richtlijn 2003/54/EG), legt in haar artikel 9.

  1. e)een algemene verplichting op volgens dewelke de netbeheerder de niet-discriminatie tussen gebruikers of categorieën gebruikers van het net, met name ten gunste van verwante bedrijven, moet waarborgen. Richtlijn 2003/54/EG benadrukt meer bepaald het principe van de niet-discriminerende toegang tot het transmissienet in artikel 20.1, dat bepaalt dat de Lidstaten ervoor moeten 3/39 zorgen dat voor alle in aanmerking komende klanten een systeem voor toegang van derden tot de transmissie- en distributienetten wordt ingevoerd. Dit systeem, gebaseerd op gepubliceerde tarieven, moet objectief en zonder discriminatie tussen de gebruikers van het net worden toegepast. Artikel 23.1.
  2. a)van richtlijn 2003/54/EG heeft betrekking op de regelgevende instanties en voorziet dat ze, ten minste, verantwoordelijk moeten zijn voor het garanderen van nondiscriminatie, daadwerkelijke mededinging en een doeltreffende marktwerking ten aanzien van de voorschriften inzake het beheer en de toekenning van koppelingscapaciteit, in overleg met de regelgevende instanties van de Lidstaten waarmee een koppeling bestaat. Overeenkomstig artikel 23.4. van de richtlijn 2003/54/EG zijn de regelgevende instanties bevoegd om zo nodig van de beheerders van transport- en distributienetten te verlangen dat zij de in de leden 1, 2 en 3 (van hetzelfde artikel) bedoelde voorwaarden, tarieven, regels, mechanismen en methoden wijzigen om ervoor te zorgen dat deze evenredig zijn en op nietdiscriminerende wijze worden toegepast. I.2. Verordening (EG) Nr. 1228/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit 2. De CREG herinnert eraan dat, krachtens de bepalingen van artikel 249 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, verordening nr. 1228/2003 een algemene draagwijdte heeft, in al zijn elementen bindend is en rechtstreeks van toepassing is in iedere Lidstaat. 3. Artikel 5 van de verordening (EG) nr. 1228/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit (hierna: de verordening) bepaalt de informatie over koppelingscapaciteit. Punt 3 bepaalt dat de transmissiesysteembeheerders ramingen moeten publiceren van de beschikbare overdrachtcapaciteit voor elke dag, met vermelding van eventuele reeds gereserveerde capaciteit. Deze publicaties vinden plaats op bepaalde tijdstippen vóór de dag van het transport, en omvatten in elk geval ramingen voor de 4/39 komende week en de komende maand, alsook een kwantitatieve aanduiding van de verwachte betrouwbaarheid van de beschikbare capaciteit. 4. Artikel 6 van verordening nr. 1228/2003 omschrijft de algemene principes inzake congestiebeheer. Artikel 6.1 preciseert dat congestieproblemen op het net moeten worden aangepakt met nietdiscriminerende, aan de markt gerelateerde oplossingen waarvan voor de marktdeelnemers en de betrokken transmissiesysteembeheerders doeltreffende economische signalen uitgaan. Bovendien bepaalt dit artikel dat netcongestieproblemen bij voorkeur moeten worden opgelost met van transacties losstaande methodes, d.w.z. methodes waarbij geen keuze moet worden gemaakt tussen de contracten van afzonderlijke marktdeelnemers. Artikel 6.2 van verordening nr. 1228/2003 bepaalt dat de procedures om transacties te beperken slechts mogen worden toegepast in noodsituaties wanneer de transmissiesysteembeheerder snel moet optreden en redispatching of compensatiehandel niet mogelijk is, en dat, behoudens in geval van overmacht, de marktdeelnemers aan wie een capaciteit werd toegekend, moeten worden vergoed voor elke beperking. Artikel 6.3 bepaalt dat marktdeelnemers de beschikking over de maximale capaciteit van de koppelverbindingen en/of de maximale capaciteit van de transmissiesystemen waarmee grensoverschrijdende stromen worden verzorgd, krijgen, zulks in overeenstemming met de voor een bedrijfszekere exploitatie van het net geldende veiligheidsnormen. Artikel 6.4 betreft het tijdschema van de nominaties en de herverdeling van de ongebruikte capaciteiten. Het bepaalt dat de marktdeelnemers de betrokken transmissiesysteembeheerders voldoende lang vóór de aanvang van de betrokken exploitatieperiode in kennis moeten stellen van hun voornemen om de toegekende capaciteit al dan niet te gebruiken. Elke ongebruikte toegekende capaciteit wordt opnieuw aan de markt toegekend volgens een open, transparante en niet-discriminerende procedure. 5/39 Artikel 6.5 van verordening nr. 1228/2003 bepaalt dat, voor zover dit technisch mogelijk is, de transmissiesysteembeheerders de behoeften aan capaciteit voor elektriciteitsstromen in tegengestelde richting over de overbelaste koppellijn moeten vereffenen, teneinde de capaciteit van deze lijn maximaal te benutten. Artikel 6.6 van verordening nr. 1228/2003 betreft de ontvangsten uit de toewijzing van koppelingscapaciteit. In het artikel wordt gepreciseerd: “Eventuele ontvangsten uit de toewijzing van koppelingscapaciteit worden gebruikt voor een of meer van de volgende doelen:
  3. a)het garanderen dat de toegewezen capaciteit daadwerkelijk beschikbaar is;
  4. b)investeringen in het net die de koppelingscapaciteit handhaven of vergroten;
  5. c)alle inkomsten waarmee de regelgevende instanties rekening houden bij de goedkeuring van de methode voor de berekening van de nettarieven en/of bij de toetsing of de tarieven gewijzigd moeten worden.” 5. Artikel 9 van verordening nr. 1228/2003 bepaalt dat de regelgevende instanties ervoor moeten zorgen dat deze verordening en de krachtens artikel 8 vastgestelde richtsnoeren in acht worden genomen, en in voorkomend geval met elkaar en met de Commissie moeten samenwerken om te voldoen aan de doelstellingen van deze verordening. 6. De bijlage van deze verordening nr.1288/2003 (hierna: bijlage van de verordening) preciseert de richtsnoeren voor het beheer en de toekenning van beschikbare overdrachtcapaciteit op koppelverbindingen tussen nationale systemen. De bijlage van de verordening werd gewijzigd door Besluit 2006/770/EG van de Europese Commissie van 9 november 2006. Deze bijlage wordt behandelt in sectie I.3. I.3. Besluit 2006/770/EG van de Europese Commissie van 9 november 2006 tot wijziging van de bijlage bij Verordening (EG) 1228/2003 betreffende de voorwaarden 6/39 voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit 7. De Europese Commissie heeft, met toepassing van artikel 8

(4)van verordening nr. 1228/2003, een begin gemaakt met de wijziging van de bijlage van diezelfde verordening nr. 1228/2003 betreffende de richtsnoeren voor het beheer en de toewijzing van beschikbare overdrachtcapaciteit op interconnecties tussen nationale systemen1. Zo werd een nieuwe versie van de bijlage van kracht op 1 december 2006 (hierna: de richtsnoeren). De bepalingen van deze richtsnoeren die relevant zijn voor onderhavige beslissing worden hierna weergegeven. 1. ALGEMENE BEPALINGEN 1.1. Transmissiesysteembeheerders moeten alle commerciële transacties trachten te aanvaarden, inclusief transacties die grensoverschrijdende handel omvatten. 1.2. Wanneer er geen congestie is, wordt de toegang tot de interconnectie niet beperkt. Waar dit gewoonlijk het geval is, is er geen behoefte aan een permanente algemene toewijzingsprocedure voor toegang tot een grensoverschrijdende transmissiedienst. 1.3. Wanneer de geplande commerciële transacties niet verenigbaar zijn met de veilige exploitatie van het netwerk, moeten de transmissiesysteembeheerders de congestie verlichten overeenkomstig de voorschriften voor veilige exploitatie van het netwerk en tegelijkertijd de daarmee gepaard gaande kosten op een economisch doeltreffend niveau trachten te houden. Redispatching of compensatiehandel moeten worden overwogen wanneer minder dure maatregelen niet kunnen worden toegepast. 1.4. In geval van structurele congestie passen de transmissiesysteembeheerders onmiddellijk de vooraf vastgestelde en overeengekomen regels en afspraken voor congestiebeheer toe. De congestiebeheermethoden moeten ervoor zorgen dat de fysieke elektriciteitsstromen die gepaard gaan met alle toegewezen transmissiecapaciteit voldoen aan de veiligheidsnormen van het netwerk. 1 Voir décision de la Commission du 9 novembre 2006 modifiant l’annexe du règlement (CE) n°1228/2003 concernant les conditions d’accès au réseau pour les échanges transfrontaliers d’électricité, J.O.C.E., n° L 312 du 11 novembre 2006, p.59. 7/39 1.5. De congestiebeheermethoden moeten doeltreffende economische signalen geven aan de marktdeelnemers en transmissiesysteembeheerders, de mededinging bevorderen en geschikt zijn om regionaal en gemeenschapsbreed te worden toegepast. 1.6. Bij congestiebeheer mag geen onderscheid worden gemaakt op basis van de transactie. Een specifiek verzoek voor een transmissiedienst wordt enkel afgewezen wanneer aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
  1. a)de extra fysieke elektriciteitsstromen die voortvloeien uit de aanvaarding van dit verzoek zouden tot gevolg hebben dat de veilige exploitatie van het elektriciteitssysteem niet langer kan worden gegarandeerd, en
  2. b)het met dat verzoek gemoeide bedrag aan geld in de congestiebeheer procedure is lager dan alle andere voor aanvaarding bedoelde verzoeken om dezelfde dienst en voorwaarden. 1.7. Bij het definiëren van passende netwerkgebieden waarop en waartussen congestiebeheer van toepassing is, moeten de transmissiesysteembeheerders zich laten leiden door de beginselen van rendabiliteit en minimalisering van de negatieve gevolgen voor de interne elektriciteitsmarkt. Concreet mogen transmissiesysteembeheerders de interconnectiecapaciteit niet beperken om congestie binnen hun eigen controlegebied op te lossen, behalve om de hierboven vermelde redenen en redenen van operationele veiligheid 2. Indien een dergelijke situatie zich voordoet, moeten de transmissiesysteembeheerders ze beschrijven en alle gebruikers hiervan op transparante wijze in kennis stellen. Een dergelijke situatie wordt alleen getolereerd zolang geen oplossing op lange termijn is gevonden. De methoden en projecten waarmee zo'n oplossing kan worden bereikt worden door de transmissiesysteembeheerders beschreven en op transparante wijze aan de gebruikers gepresenteerd. 1.8. Wanneer het netwerk in het controlegebied in evenwicht wordt gebracht via operationele maatregelen in het netwerk en via redispatching, moet de transmissiesysteembeheerder rekening houden met het effect van deze maatregelen op naburige controlegebieden. 1.9. Uiterlijk op 1 januari 2008 moeten op gecoördineerde wijze en onder veilige exploitatieomstandigheden mechanismen voor het intra-dagelijks beheer van congestie van de interconnectiecapaciteit worden opgesteld teneinde zoveel mogelijk handelsopportuniteiten te scheppen en een grensoverschrijdend evenwicht tot stand te brengen. 2 Met "operationele veiligheid" wordt bedoeld: "het transmissiesysteem wordt binnen de overeengekomen veiligheidsgrenzen gehouden". 8/39 1.10. De nationale regelgevende instanties zullen regelmatig de methoden voor congestiebeheer evalueren, waarbij zij met name aandacht zullen besteden aan de naleving van de beginselen en regels die in de verordening en de richtsnoeren zijn vastgelegd en aan de voorwaarden die de regelgevende instanties zelf hebben vastgesteld op basis van die beginselen en regels. In het kader van een dergelijke evaluatie moeten alle marktspelers worden geraadpleegd en moeten gerichte studies worden uitgevoerd. 2. METHODEN VOOR CONGESTIEBEHEER 2.1. Methoden voor congestiebeheer moeten op de markt gebaseerd zijn zodat een efficiënte grensoverschrijdende handel wordt gefaciliteerd. Daarom zal capaciteit alleen worden toegewezen door expliciete (capaciteit) of impliciete (capaciteit en energie) veilingen. Beide methoden mogen worden gebruikt voor een en dezelfde interconnectie. Met betrekking tot intra-day handel is continuhandel mogelijk. 2.2. Afhankelijk van de concurrentievoorwaarden moeten de mechanismen voor congestiebeheer zowel lange- als kortetermijntoewijzing van transmissiecapaciteit mogelijk maken. 2.3. Bij elke procedure voor capaciteitstoewijzing wordt een voorgeschreven gedeelte van de beschikbare interconnectiecapaciteit toegewezen, alsook de resterende capaciteit die niet eerder is toegewezen en alle capaciteit die is vrijgegeven door de begunstigden van eerdere toewijzingen. 2.4. Transmissiesysteembeheerders maken de door hen op de markt aangeboden transmissiecapaciteit zo zeker mogelijk, rekening houdend met de rechten en plichten van de betrokken transmissiesysteembeheerders en de marktdeelnemers, teneinde daadwerkelijke en doeltreffende mededinging te vergemakkelijken. Een redelijk deel van deze capaciteit mag als minder zeker op de markt worden gebracht, maar de marktdeelnemers worden te allen tijde op de hoogte gebracht van de precieze voorwaarden voor het transport via grensoverschrijdende lijnen. 2.5. De toegangsrechten voor toewijzingen op lange en middellange termijn moeten vaste transmissiecapaciteitsrechten zijn. Voor deze toegangsrechten gelden de beginselen "use-itor-lose-it" of "use-it-or-sell-it" op het ogenblik van de nominering. 2.6. De transmissiesysteembeheerders stellen een passende structuur vast voor de toewijzing van capaciteit tussen verschillende tijdsbestekken. Hierin kan een optie zijn opgenomen om een minimumpercentage aan interconnectiecapaciteit te reserveren voor dagelijkse of "intra-day"-toewijzing. Deze toewijzingsstructuur moet worden beoordeeld door 9/39 de respectievelijke regelgevende instanties. Bij het opstellen van hun voorstellen houden de transmissiesysteembeheerders rekening met:
  3. a)de kenmerken van de markten;
  4. b)de exploitatieomstandigheden, zoals de gevolgen van de vereffening van vaste programma's;
  5. c)het niveau van harmonisering van de percentages en tijdsbestekken die zijn goedgekeurd voor de verschillende geldende mechanismen voor de toewijzing van capaciteit. 2.7. Bij de toewijzing van capaciteit mag geen onderscheid worden gemaakt tussen marktdeelnemers die gebruik maken van hun recht om bilaterale leveringscontracten te sluiten en zij die een bod te doen op een energiebeurs. De capaciteit wordt toegewezen aan het hoogste bod, ongeacht of het een impliciet of expliciet bod binnen een gegeven tijdsbestek is. 2.8. In gebieden waar de financiële termijnmarkten voor elektriciteit goed ontwikkeld zijn en hun doeltreffendheid hebben bewezen, mag alle interconnectiecapaciteit via impliciete veilingen worden toegewezen. 2.9. Het is niet toegestaan reserveringsprijzen vast te stellen in het kader van methoden voor capaciteitstoewijzing; bij artikel 7 van de verordening wordt hierop een uitzondering gemaakt voor nieuwe interconnectoren. 2.10. In beginsel mogen alle potentiële marktdeelnemers zonder beperking deelnemen aan het toewijzingsproces. Om te vermijden dat problemen in verband met het mogelijk gebruik van een dominante positie door marktdeelnemers ontstaan of verergeren, mogen de bevoegde regelgevings- en/of mededingingsinstanties om redenen van marktdominantie algemene of ten aanzien van een bedrijf geldende beperkingen opleggen. 2.11. Voor elk tijdsbestek vindt er door de marktdeelnemers vaste nominatie plaats van hun capaciteitsgebruik bij de transmissiesysteembeheerders binnen een vastgestelde uiterste termijn. Deze uiterste termijn wordt zodanig vastgesteld dat de transmissiesysteembeheerders in staat zijn ongebruikte capaciteit opnieuw toe te wijzen voor gebruik in het volgende relevante tijdsbestek, zelfs binnen een en dezelfde dag. 2.12. Capaciteit mag vrij worden verhandeld op secundaire basis voorzover de transmissiesysteembeheerder lang genoeg van tevoren hiervan in kennis wordt gesteld. Wanneer een transmissiesysteembeheerder een secundaire transactie weigert, moet hij dit 10/39 op duidelijke en transparante wijze meedelen en uitleggen aan alle marktdeelnemers, en moet hij de regelgevende instantie daarvan in kennis stellen. 2.13. De financiële gevolgen van het niet naleven van verplichtingen in verband met de toewijzing van capaciteit komen ten laste van degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn. Wanneer marktdeelnemers geen gebruik maken van de capaciteit waartoe ze zich verbonden hebben of, in het geval van expliciet geveilde capaciteit, deze niet verhandelen op secundaire basis of tijdig teruggeven, verliezen ze de rechten op die capaciteit en zijn ze een op de kosten gebaseerde vergoeding verschuldigd. Deze op de kosten gebaseerde vergoedingen voor het niet gebruiken van capaciteit dienen gerechtvaardigd en proportioneel te zijn. Wanneer een transmissiesysteembeheerder zijn verplichting niet nakomt, dient hij de marktdeelnemer te vergoeden voor het verlies van de capaciteitsrechten. Met andere verliezen die het gevolg zijn van het verlies van capaciteitsrechten wordt geen rekening gehouden. De belangrijkste concepten en methoden voor het vaststellen van de aansprakelijkheid voor het niet naleven van de verplichtingen worden van tevoren uiteengezet voor wat de financiële gevolgen betreft, en dienen te worden beoordeeld door de relevante nationale regelgevende instantie(s). 3. COÖRDINATIE 3.1. De betrokken transmissiesysteembeheerders coördineren en implementeren de toewijzing van interconnectiecapaciteit aan de hand van gemeenschappelijke toewijzingsprocedures. Wanneer verwacht wordt dat de handel tussen twee landen (transmissiesysteembeheerders) een aanzienlijke invloed zal hebben op de fysieke stroom van elektriciteit in een derde land (transmissiesysteembeheerder), coördineren de betrokken transmissiesysteembeheerders hun congestiebeheermethodes via een gemeenschappelijke congestiebeheerprocedure. De nationale regelgevende instanties en de transmissiesysteembeheerders zien erop toe dat geen congestiebeheerprocedure unilateraal wordt opgezet die aanzienlijke gevolgen heeft voor de fysieke elektriciteitsstromen in andere netwerken. 3.2. Uiterlijk op 1 januari 2007 moet tussen landen in de volgende gebieden een gemeenschappelijke congestiebeheermethode en -procedure voor toewijzing van capaciteit aan de markt worden opgezet, en dit minstens voor de jaar-, maand- en "day-ahead"toewijzing:
  6. a)Noord-Europa (Denemarken, Zweden, Finland, Duitsland en Polen),
  7. b)Noordwest-Europa (Benelux, Duitsland en Frankrijk),
  8. c)Italië (d.w.z. Italië, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Slovenië en Griekenland), 11/39
  9. d)Centraal Oost-Europa (Duitsland, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Oostenrijk en Slovenië),
  10. e)Zuidwest-Europa (Spanje, Portugal en Frankrijk),
  11. f)VK, Ierland en Frankrijk,
  12. g)de Baltische staten (Estland, Letland en Litouwen). In geval van een interconnectie waarbij tot meerdere gebieden behorende landen betrokken zijn mag een andere congestiebeheermethode worden gebruikt ter verzekering van verenigbaarheid met de methoden die worden toegepast in de andere gebieden waartoe genoemde landen behoren. In dat geval stellen de betreffende transmissiesysteembeheerders de methode voor die ter beoordeling aan de betreffende regelgevende instanties zal worden voorgelegd. 3.3. De in punt 2.8. bedoelde gebieden mogen alle interconnectiecapaciteit via "day-ahead"toewijzing toewijzen. 3.4. In de zeven bovenvermelde gebieden worden verenigbare congestiebeheerprocedures vastgesteld om een volledig geïntegreerde interne Europese elektriciteitsmarkt tot stand te brengen. De marktpartijen mogen niet worden geconfronteerd met onverenigbare regionale systemen. 3.5. Ter bevordering van eerlijke en doeltreffende mededinging en grensoverschrijdende handel, dient de in punt 2 beschreven coördinatie tussen de transmissiesysteembeheerders binnen de gebieden alle stappen te bestrijken, gaande van capaciteitsberekening en optimalisering van toewijzing tot veilige exploitatie van het netwerk, en worden de verantwoordelijkheden duidelijk verdeeld. Deze coördinatie heeft met name betrekking op:
  13. a)het gebruik van een gemeenschappelijk transmissiemodel dat doeltreffend omspringt met fysieke loop-flows en rekening houdt met de verschillen tussen fysieke en commerciële stromen;
  14. b)de toewijzing en nominering van capaciteit om doeltreffend om te springen met onderling afhankelijke fysieke loop-flows;
  15. c)het gelijktrekken van de verplichtingen van capaciteithouders om informatie te verstrekken over het geplande gebruik van de capaciteit, d.w.z. de nominering van capaciteit (voor expliciete veilingen);
  16. d)identieke tijdsbestekken en sluitingstijden; 12/39
  17. e)identieke structuren voor de toewijzing van capaciteit tussen verschillende tijdsbestekken (bv. 1 dag, 3 uren, 1 week enz.) en in termen van verkochte capaciteitsblokken (hoeveelheid elektriciteit in MW, MWh enz.);
  18. f)consequentheid wat het kader voor contracten met marktdeelnemers betreft;
  19. g)de verificatie van de stromen om te voldoen aan de eisen inzake netwerkbeveiliging voor operationele planning en real-time exploitatie;
  20. h)de verrekening en de uitvoering van maatregelen inzake congestiebeheer. 3.6. De coördinatie omvat ook de uitwisseling van informatie tussen transmissiesysteembeheerders. De kenmerken, het tijdstip en de frequentie van de informatie-uitwisseling moet verenigbaar zijn met de activiteiten van punt 3.5 en met de werking van de elektriciteitsmarkten. Deze informatie-uitwisseling stelt de transmissiesysteembeheerders met name in staat de algemene situatie van het netwerk zo goed mogelijk te voorspellen, zodat ze de stromen in hun netwerk en de beschikbare interconnectiecapaciteiten kunnen beoordelen. Een transmissiesysteembeheerder die informatie verzamelt in naam van andere transmissiesysteembeheerders moet de resultaten van deze gegevensverzameling teruggeven aan de deelnemende transmissiesysteembeheerder. 4. TIJDSCHEMA VOOR MARKTOPERATIES 4.1. De toewijzing van de beschikbare transmissiecapaciteit dient voldoende lang van tevoren plaats te vinden. Vóór elke toewijzing maken de betrokken transmissiesysteembeheerders samen de toe te wijzen capaciteit bekend, indien nodig rekening houdend met de capaciteit die vrijkomt uit zekere transmissierechten en, voorzover relevant, de daarmee gepaard gaande vereffende nomineringen; ook het tijdsbestek waarbinnen beperkte of geen capaciteit beschikbaar zal zijn (bijvoorbeeld wegens onderhoud) wordt bekendgemaakt. 4.2. De nominering van transmissierechten dient, met volle aandacht voor de netwerkveiligheid, lang genoeg van tevoren plaats te vinden, en wel vóór de "day-ahead"sessies van alle relevante georganiseerde markten en vóór de bekendmaking van de capaciteit die zal worden toegewezen op basis van het "day-ahead"- of het "intra-day"toewijzingsmechanisme. Om doeltreffend gebruik te maken van de interconnectie worden nomineringen van transmissierechten in de omgekeerde richting vereffend. 13/39 4.3. Opeenvolgende "intra-day"-toewijzingen van beschikbare transmissiecapaciteit voor dag D vinden plaats op de dagen D-1 en D, na bekendmaking van de geraamde of werkelijke "day-ahead"-productieschema's. 4.4. Bij het voorbereiden van de "day-ahead"-netwerkexploitatie wisselen de transmissiesysteembeheerders informatie uit met naburige transmissiesysteembeheerders, zoals de topologie van de gridvoorspelling, de beschikbaarheid en voorspelde productie van opwekkingseenheden, en "load-flows", teneinde het gebruik van het algemene netwerk te optimaliseren via operationele maatregelen die beantwoorden aan de regels voor veilige exploitatie van het netwerk. 5. TRANSPARANTIE 5.1. Transmissiesysteembeheerders publiceren alle relevante gegevens met betrekking tot de beschikbaarheid van het netwerk, de netwerktoegang en het netwerkgebruik, inclusief een verslag waarin wordt nagegaan waar en waarom er sprake is van congestie, welke methoden worden toegepast om de congestie te beheren en welke plannen er bestaan voor congestiebeheer in de toekomst. 5.2. Transmissiesysteembeheerders publiceren een algemene beschrijving van de congestiebeheermethoden die in diverse omstandigheden worden toegepast om zoveel mogelijk capaciteit ter beschikking te stellen van de markt, alsook een algemeen systeem voor de berekening van de interconnectiecapaciteit voor de verschillende tijdsbestekken, gebaseerd op de werkelijke elektrische en fysieke toestand van het netwerk. Een dergelijk systeem moet door de regelgevende instanties van de betrokken lidstaat worden beoordeeld. 5.3. De toegepaste procedures voor congestiebeheer en capaciteitstoewijzing, de tijdstippen en procedures voor het aanvragen van capaciteit, een beschrijving van de aangeboden producten en de rechten en plichten van transmissiesysteembeheerders en van de partijen die de capaciteit verkrijgen, inclusief de aansprakelijkheid bij niet naleving van deze plichten, moeten nauwkeurig door de transmissiesysteembeheerders worden beschreven en op transparante wijze aan alle potentiële netwerkgebruikers worden meegedeeld. 5.4. De operationele normen en de normen voor de veiligheid van de planning vormen een integrerend onderdeel van de informatie die de transmissiesysteembeheerders moeten publiceren in een openbaar document. Ook dit document wordt ter beoordeling aan de nationale regelgevende instanties voorgelegd. 5.5. De transmissiesysteembeheerders dienen alle relevante gegevens betreffende grensoverschrijdende handel te publiceren op basis van de best mogelijke voorspelling. De 14/39 betrokken marktdeelnemers verschaffen de transmissiesysteembeheerders de nodige informatie, zodat die aan hun verplichting kunnen voldoen. De wijze waarop deze informatie wordt gepubliceerd moet ter beoordeling aan de regelgevende instanties worden voorgelegd. De transmissiesysteembeheerders moeten minstens de volgende gegevens publiceren:
  21. a)jaarlijks: informatie over de langetermijnevolutie van de transmissie-infrastructuur en het effect ervan op de grensoverschrijdende transmissiecapaciteit;
  22. b)maandelijks: maand- en jaarvoorspellingen van de voor de markt beschikbare transmissiecapaciteit, rekening houdend met alle relevante informatie waarover de transmissiesysteembeheerder beschikt op het ogenblik van de berekening van de voorspelling (bv. de gevolgen van zomer en winter op de capaciteit van de lijnen, onderhoud aan het net, beschikbaarheid van productie-eenheden enz.);
  23. c)wekelijks: voorspellingen van de voor de markt beschikbare transmissiecapaciteit voor de komende week, rekening houdend met alle informatie waarover de transmissiesysteembeheerder beschikt op het ogenblik van de berekening van de voorspelling, zoals de weersvoorspelling, gepland onderhoud aan het net, beschikbaarheid van productie-eenheden enz.;
  24. d)dagelijks: voor de markt beschikbare "day-ahead"- en "intra-day"- transmissiecapaciteit voor elke tijdseenheid van de markt, rekening houdend met alle vereffende "day-ahead"-nomineringen, "day-ahead"-productieschema's, vraagprognoses en gepland onderhoud aan het net;
  25. e)totale reeds toegewezen capaciteit per tijdseenheid van de markt en alle relevante omstandigheden waarin deze capaciteit kan worden gebruikt (bv. de toewijzingsprijs op de veiling, de verplichtingen inzake de wijze waarop de capaciteit moet worden gebruikt enz.), teneinde alle resterende capaciteit te identificeren;
  26. f)de toegewezen capaciteit, zo snel mogelijk na elke toewijzing, en een indicatie van de betaalde prijs;
  27. g)de totale gebruikte capaciteit, per tijdseenheid van de markt, onmiddellijk na de nominering;
  28. h)zo dicht mogelijk bij de werkelijke tijd: verzamelde informatie over gerealiseerde commerciële en fysieke stromen, per tijdseenheid van de markt, inclusief een beschrijving van de effecten van eventuele corrigerende maatregelen (zoals beperking) die door de transmissiesysteembeheerders zijn genomen om problemen met het systeem of netwerk op te lossen; 15/39
  29. i)informatie vooraf over geplande uitval en verzamelde informatie achteraf over geplande en niet-geplande uitval die de vorige dag heeft plaatsgevonden in opwekkingseenheden van meer dan 100 MW. 5.6. De markt moet tijdig over alle relevante informatie beschikken om over alle transacties te kunnen onderhandelen (industriële klanten moeten bijvoorbeeld tijdig kunnen onderhandelen over jaarcontracten en biedingen moeten tijdig naar georganiseerde markten worden gestuurd). 5.7. De transmissiesysteembeheerder moet de relevante informatie over de voorspelde vraag en opwekking publiceren volgens de in de punten 5.5 en 5.6 vermelde tijdschema's. De transmissiesysteembeheerder moet ook de relevante informatie publiceren die nodig is voor de grensoverschrijdende vereffeningsmarkt. 5.8. Wanneer de voorspellingen zijn gepubliceerd, moeten ook de ex-post gerealiseerde waarden voor de informatie over de voorspelling worden gepubliceerd in de tijdsperiode die volgt op die waarop de voorspelling betrekking heeft of ten laatste op de volgende dag (D+1). 5.9. Alle door de transmissiesysteembeheerders gepubliceerde informatie moet gratis ter beschikking worden gesteld in een gemakkelijk toegankelijk formaat. Het moet ook mogelijk zijn om via adequate en genormaliseerde middelen voor informatie-uitwisseling, die in nauwe samenwerking met de marktpartijen worden vastgesteld, toegang te krijgen tot alle gegevens. De gegevens omvatten informatie over voorbije tijdsperiodes, en minstens over de voorbije twee jaar, zodat nieuwe marktdeelnemers ook toegang hebben tot dergelijke gegevens. 5.10. Transmissiesysteembeheerders wisselen regelmatig een reeks voldoende accurate gegevens over het netwerk en de "load-flow" uit teneinde elke transmissiesysteembeheerder in staat te stellen in zijn gebied "load-flow" berekeningen uit te voeren. Op verzoek wordt dezelfde reeks gegevens ook ter beschikking van de regelgevende instanties en van de Europese Commissie gesteld. De regelgevende instanties en de Europese Commissie behandelen deze gegevens vertrouwelijk en zien erop toe dat alle consultants die op basis van deze gegevens analytisch werk voor hen uitvoeren, ze eveneens vertrouwelijk behandelen. 6. HET GEBRUIK VAN INKOMSTEN UIT CONGESTIE 6.1. Aan een vooraf gespecificeerd tijdsbestek gekoppelde congestiebeheerprocedures leveren alleen inkomsten op wanneer er voor dat tijdsbestek congestie ontstaat, behalve in het geval van nieuwe interconnectoren, die een vrijstelling krachtens artikel 7 van de verordening genieten. De procedure voor de verdeling van deze inkomsten wordt ter 16/39 beoordeling aan de regelgevende instanties voorgelegd; deze procedure mag het toewijzingsproces niet beïnvloeden ten gunste van een partij die capaciteit of energie aanvraagt en mag stimulansen voor de beperking van congestie niet ontmoedigen. 6.2. De nationale regelgevende instanties moeten transparantie aan de dag leggen met betrekking tot het gebruik van de inkomsten uit de toewijzing van interconnectiecapaciteit. 6.3. De inkomsten uit congestie worden onder de betrokken transmissiesysteembeheerders verdeeld overeenkomstig criteria die zijn overeengekomen tussen de betrokken transmissiesysteembeheerders en beoordeeld door de respectievelijke regelgevende instanties. 6.4. De transmissiesysteembeheerders stellen van tevoren duidelijk vast hoe ze eventueel verkregen inkomsten uit congestie zullen gebruiken en brengen verslag uit over het werkelijke gebruik van deze inkomsten. De regelgevende instanties gaan na of dit gebruik in overeenstemming is met de verordening en de richtsnoeren en of alle congestie-inkomsten uit de toewijzing van interconnectiecapaciteit aan een of meer van de drie in artikel 6, lid 6, van de verordening beschreven doelstellingen werden besteed. 6.5. Uiterlijk op 31 juli van elk jaar publiceren de regelgevende instanties een verslag waarin wordt uiteengezet hoeveel inkomsten tot en met 30 juni van dat jaar zijn gemaakt, hoe die inkomsten zijn gebruikt, of dat gebruik in overeenstemming is met de verordening en de richtsnoeren en of alle inkomsten uit congestie aan een of meer van de drie bovenvermelde doelstellingen zijn besteed. 6.6. Wanneer inkomsten uit congestie worden aangewend voor investeringen voor het behoud of de uitbreiding van interconnectiecapaciteit, moeten ze bij voorkeur worden gebruikt voor specifieke vooraf vastgestelde projecten die bijdragen tot de verlichting van de bestaande congestie en die binnen een redelijke termijn ten uitvoer kunnen worden gelegd, met name met betrekking tot de vergunningsprocedure. I.4. 8. De elektriciteitswet Het beginsel van het toegangsrecht dat bekrachtigd wordt in artikel 20 van richtlijn 2003/54/EG is omgezet bij artikel 15 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna “de elektriciteitswet”). 17/39 9. Overeenkomstig artikel 23, §2, tweede lid, 2°, van de elektriciteitswet kan de CREG op eigen initiatief of op verzoek van de minister of een gewestregering studies uitvoeren in verband met de elektriciteitsmarkt. Met toepassing van artikel 23, §2, tweede lid, 9°, van dezelfde wet oefent de CREG controle uit op de naleving van het technisch reglement. 10. Met toepassing van artikel 26, §2, van de elektriciteitswet mogen de leden van de organen en de personeelsleden van de CREG de vertrouwelijke gegevens die hun ter kennis zijn gekomen op grond van hun functie bij de CREG, aan niemand bekendmaken, behalve wanneer zij worden opgeroepen om in rechte te getuigen en onverminderd § 3 en de uitwisseling van informatie met de reguleringsinstanties voor elektriciteit en voor gas van de gewesten en van andere lidstaten van de Europese Unie. I.5. 11. Het technisch reglement Krachtens artikel 8 van het technisch reglement moet de netbeheerder zich onthouden van elke discriminatie tussen netgebruikers, toegangsverantwoordelijken, leveranciers van ondersteunende diensten of tussen elk andere persoon die op een of andere manier met het net verbonden is in het kader van zijn taken en verplichtingen, of uitgevoerde diensten. 12. Overeenkomstig artikel 142, §3, van het technisch reglement dienen vermogensuitwisselingen voor import of export conform te zijn met de bepalingen van Hoofdstuk V van deze Titel (met name “Verbindingen met buitenlandse netten”), dit zijn de artikelen 176 tot en met 184 van het technisch reglement. 13. Krachtens artikel 180, §1, van het technisch reglement moet de netbeheerder de methodes voor het beheer van congestie die door hem worden toegepast, op nietdiscriminerende en transparante wijze bepalen. 14. Artikel 180, §2, preciseert dat de methodes voor congestiebeheer, alsook de veiligheidsregels aan de CREG ter goedkeuring ter kennis worden gebracht en gepubliceerd worden overeenkomstig artikel 26. 18/39 15. Overeenkomstig artikel 180, §3, van het technisch reglement moet de netbeheerder er, bij de uitvaardiging en de inwerkingstelling van deze methodes van congestiebeheer, inzonderheid op toezien om, 1° zoveel mogelijk rekening te houden met de richting van de elektriciteitsstromen en in het bijzonder wanneer de energie-uitwisselingen effectief de congestie doen verminderen; 2° zoveel mogelijk betekenisvolle invloeden te vermijden op de elektriciteitsstromen in andere netten; 3° problemen van congestie op het net op te lossen bij voorkeur met methodes die geen selectie tussen de energie-uitwisselingen van de verschillende toegangsverantwoordelijken inhouden; 4° geschikte economische signalen te geven aan de betrokken netgebruikers. 16. Overeenkomstig artikel 180, §4 van het technisch reglement moeten deze methodes van congestiebeheer onder meer gebaseerd zijn op: 1° de veilingen van de beschikbare capaciteit; 2° de coördinatie van de inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de regelzone en/of, middels akkoord met de buitenlandse netbeheerder(s), door de gecoördineerde inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de betrokken buitenlandse regelzone(s). 17. Krachtens artikel 181, §1, van het technisch reglement, hebben de methodes voor congestiebeheer bepaald in artikel 180 onder meer tot doel om: 1° elke beschikbare capaciteit aan de markt ter beschikking te stellen volgens transparante en niet discriminerende methodes via, in voorkomend geval, veilingen waarin de capaciteiten kunnen worden verkocht met verschillende duurtijden en met verschillende karakteristieken (bijvoorbeeld wat betreft de verwachte betrouwbaarheid van de betreffende beschikbare capaciteit); 2° de beschikbare capaciteit in een serie verkopen aan te bieden die op verschillende tijdsbasis gehouden kunnen worden; 3° bij elk van deze veilingen een bepaald gedeelte van de beschikbare capaciteit aan te bieden, met inbegrip van alle overblijvende capaciteiten die niet toegekend werden bij de vorige verkopen; 19/39 4° de commercialisering van de aangeboden capaciteit toe te laten. 18. Artikel 181, §2, bepaalt dat de methodes voor congestiebeheer, in noodsituaties, een beroep kunnen doen op de onderbreking van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen, overeenkomstig vooraf vastgestelde prioriteitsregels die de CREG ter kennis zijn gebracht en gepubliceerd zijn overeenkomstig artikel 26 van dit besluit. Paragraaf 3 preciseert dat, voor wat de methodes voor congestiebeheer tussen de regelzones betreft, de netbeheerder overleg dient te plegen met de netbeheerders van de betrokken buitenlandse regelzones. 19. Artikel 183, §1, van het technisch reglement bepaalt bovendien dat de netbeheerder waakt over de uitvoering van één of meer methodes voor de toekenning van de beschikbare capaciteit aan de toegangsverantwoordelijken van energie-uitwisselingen met de buitenlandse netten. Volgens artikel 183, §2, van het technisch reglement zijn deze methodes transparant en nietdiscriminerend. Zij worden aan de CREG ter goedkeuring ter kennis gebracht en gepubliceerd overeenkomstig artikel 26 van het technisch reglement. Ten slotte, artikel 183, §3, van het technisch reglement preciseert dat deze methodes tot doel hebben het gebruik van de capaciteit van het net te optimaliseren, overeenkomstig artikel 179. 20. Overeenkomstig artikel 184 van het technisch reglement beogen de methodes van toekenning van capaciteit onder meer: 1° in de mate van het mogelijke elk verschil in behandeling te minimaliseren bij het congestiebeheer, tussen de verschillende soorten van grensoverschrijdende energieuitwisselingen door bilaterale fysieke overeenkomsten of aanbiedingen op georganiseerde buitenlandse markten; 2° elke ongebruikte capaciteit aan andere marktdeelnemers ter beschikking te stellen; 3° de precieze voorwaarden van de garantiegraad van de aan de marktdeelnemers ter beschikking gestelde capaciteit te bepalen. 20/39 I.6. 21. Het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 Met toepassing van artikel 5, §1, 2°, van het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 met betrekking tot de oprichting en de organisatie van een Belgische markt voor de uitwisseling van energieblokken (hierna: het koninklijk besluit van 20 oktober 2005) moet de marktbeheerder overeenkomstig artikel 8 marktregels en –procedures vaststellen met het oog op het verhogen van de transparantie wat de toegang tot de markt betreft, het vermijden van elke discriminatie tussen deelnemers en het waarborgen van de vertrouwelijkheid van de gegevens van de deelnemers. 22. Artikel 6 van het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 verduidelijkt dat « indien de markt gekoppeld wordt aan gelijkaardige markten in de buurlanden, mag, onverminderd de toepassing van de bepalingen inzake verbindingen met buitenlandse netten voorgeschreven door het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, en onverminderd de bevoegdheden van de CREG overeenkomstig voornoemd koninklijk besluit, de marktbeheerder in opdracht van de netbeheerder de methodes voor de toekenning van de beschikbare capaciteit, toegewezen aan de markt koppeling, voor de uitwisselingen met de buitenlandse netten uitvoeren, op voorwaarde dat dit op een transparante, nietdiscriminatoire wijze geschiedt ». 23. Met toepassing van artikel 7, §3, van het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 wordt het verbod tot mededeling van vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie waarvan de personen bedoeld in §§1 en 2 kennis hebben gekregen, opgeheven, onder meer wanneer het informatie betreft die zij moeten meedelen in hun verhouding met de CBFA of met de CREG (2°) of in geval van een voorafgaand schriftelijk akkoord van degene op wie de vertrouwelijke informatie betrekking heeft (6°). 24. Met toepassing van artikel 19 van het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 ziet de CREG in overeenstemming met de wet toe op de naleving van dit koninklijk besluit en kan zij daartoe van de marktbeheerder en de deelnemers alle noodzakelijke inlichtingen vorderen. Zij kan overgaan tot een controle van hun rekeningen ter plaatse. 21/39 I.7. Het ministerieel besluit van 19 februari 2010 en het marktreglement 25. Het ministerieel besluit van 19 februari 2010 tot goedkeuring van het marktreglement voor de uitwisseling van energieblokken (hierna: het marktreglement) trad in werking op 15 mei 2010. De inleiding van het marktreglement bepaalt onder andere het volgende: « Belpex heeft tot doel een transparante, niet-discriminatoire en professionele markt te organiseren voor het verhandelen van elektriciteitblokken. In een dergelijke markt worden de Levering- en Afnameorders van de Deelnemers op een optimale manier met elkaar gecombineerd. Het onderstaande Marktreglement biedt de noodzakelijke waarborgen voor de organisatie en de werking van deze markt en voor de bescherming van de belangen van de (Onrechtstreekse) Deelnemers.» Artikel 2 van het marktreglement bepaalt: « In overeenstemming met artikel 6 van het Koninklijk Besluit kan de Belpex Spot Market worden gekoppeld aan gelijkaardige markten actief in de buurlanden op basis van MC3. Deze koppeling kan enkel gelden voor bepaalde Marktsegmenten. » Andere bepalingen in het marktreglement waarin sprake is van marktkoppeling zijn de volgende : - artikel 20, laatste lid : « Belpex is niet aansprakelijk voor gelijk welke schade en/of verliezen in verband met of als gevolg van een volledige of gedeeltelijke ontkoppeling van de MC, een vertraging in het Fixing Proces en/of het wijzigen of intrekken van Orders of het indienen van nieuwe Orders in overeenstemming met artikel 35 »; 3 Artikel 1, 44 van het marktreglement definieert de term « MC » als volgt: « de marktkoppeling of de koppeling van een Marktsegment aan de markt van andere elektriciteitsbeurzen, zoals bepaald door de Werkingsprocedure d.i. het gecoördineerde samenbrengen van het betrokken Marktsegment en de overeenstemmende markt van deze elektriciteitsbeurzen, waarvoor het noodzakelijk is dat de TNB en de transmissienetwerkbeheerders van de Regelzone waarin het betrokken Marktsegment en de overeenstemmende markt van deze elektriciteitsbeurzen actief zijn, de beschikbare transmissiecapaciteit op de grenzen tussen de Regelzone van de TNB en van de transmissienetbeheerders waarin deze elektriciteitsbeurzen actief zijn, meedelen, met het oog op de (impliciete) toekenning van de capaciteit op een marktconforme wijze aan de Deelnemers en aan de Onrechtstreekse Deelnemers van het betrokken Marktsegment en de overeenstemmende markt van deze elektriciteitsbeurzen » 22/39 - artikel 35, tweede lid : « Wanneer MC in aanmerking wordt genomen overeenkomstig de Marktsegmentspecificaties kan Belpex, indien dit vereist is om de goede werking van de MC of van de Belpex Spot Market te verzekeren, beslissen de bijzondere maatregelen te nemen (zoals onder meer het uitstellen van het Fixing Proces of het toepassen van de procedure van verzoek tot orderindiening (« request for quotes »), zoals verder omschreven in de Marktsegmentspecificaties van het Marktsegment waarop de MC in aanmerking wordt genomen voor het Fixing Proces ». Met toepassing van artikel 5.4, laatste lid, van het marktreglement ontvangt de CREG een kopie van de beslissingen van Belpex om een aanvrager niet toe te laten tot de Belpex DAM en met toepassing van artikel 13.2.4 van het markreglement brengt Belpex de CREG op de hoogte van de maatregelen van schorsing, opheffing van schorsing of van beëindiging van een deelnemersovereenkomst en van de redenen daarvoor. Overeenkomstig artikel 42 van het marktreglement bezorgt Belpex de CREG elke transactiedag de volumes en de prijzen van de Orders en de Contracten van elke Deelnemer, die optreedt voor eigen rekening en/of als Tussenpersoon op de Belpex Spot Market. Belpex stelt jaarlijks, vóór 30 juni van elk jaar, een schriftelijk verslag op over de werking van de Belpex Spot Market tijdens het vorige jaar dat hij tegelijkertijd aan de Minister, de CBFA en de CREG overmaakt. Voor de Instrumenten die via Veiling worden verhandeld, publiceert Belpex dagelijks de geaggregeerde curven van vraag en aanbod, de MCP’s (market clearing price) en de MCV’s (market clearing volume). Voor de Instrumenten die via doorlopende handel worden verhandeld, publiceert Belpex dagelijks, op anonieme wijze, de prijs en het volume van de Contracten. Belpex kan beslissen enige andere anonieme informatie die van deze gegevens wordt afgeleid, te publiceren. 23/39 II. 26. ANTECEDENTEN Op 25 augustus 2006 keurt de CREG in haar beslissing (B)060825-CDC-552 de « aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de N.V. Elia System Operator betreffende de methodes voor congestiebeheer en de methodes voor het toekennen, aan de toegangsverantwoordelijken, van de beschikbare dagcapaciteit op de koppelverbindingen Frankrijk-België en België-Nederland via impliciete veilingen » goed. 27. In december 2006 worden de nieuwe richtsnoeren inzake congestiebeheer als bijlage toegevoegd aan Verordening (EG) n°1228/2003 van kracht. Deze richtsnoeren bepalen onder meer (artikel 3,5, (b)) dat de toewijzing van capaciteit moet gebeuren « om doeltreffend om te springen met onderling afhankelijke fysieke loop-flows », m.a.w. op basis van de stromen. 28. Op 6 juni 2007 ondertekenen de energieministers van de Benelux, Frankrijk en Duitsland, evenals de vertegenwoordigers van de netbeheerders, de elektriciteitsbeurzen, de regulatoren en de marktspelers een gemeenschappelijke intentieverklaring (« Memorandum of Understanding » of « MoU ») m.b.t. de invoering van een koppeling van de elektriciteitsmarkten op basis van de stromen en m.b.t. de bevoorradingszekerheid in de regio CWE. 29. Op 25 juni 2008 kondigt het « Joint Steering Committee » van het project CWE MC eenzijdig het opstarten aan van de marktkoppeling in de regio CWE met een ATC4 model in plaats van het koppelingsmodel op basis van de stromen (« flow based ») zoals oorspronkelijk gepland. In een brief van 11 juli 2008 gaf de CREG een antwoord aan het « Joint Steering Committee » en drukte zij haar ernstige bezorgdheid uit over de tussentijdse oplossing op basis van de ATC berekening. 30. Op 1 april 2010, ontvangt de CREG van Elia een dossier (hierna: « Dossier van 31 maart 2010 ») over de implementatie van de marktkoppeling in de regio CWE. Het dossier bevat onder andere, voor wat deze beslissing betreft, de aanvraag tot goedkeuring van de methodes voor congestiebeheer en voor het toekennen van de beschikbare capaciteit op 4 Available Transmission Capacity 24/39 dagbasis, overeenkomstig artikelen 180, §2 en 183, §2 van het technisch reglement. Dit dossier bevat tevens de « Project Documents » gedateerd januari 2010. 31. Op 8 april 2010 ontvangt de CREG van Elia een brief (verzonden op 7 april 2010) met een verklaring voor de vertraging in de geplande implementatie van de marktkoppeling in de regio CWE. Als nieuwe startdatum voor de CWE marktkoppeling wordt 7 september 2010 aangekondigd. 32. Op 12 april 2010 stuurt de CREG een brief naar Elia om deze laatste aan te sporen bepaalde gebreken in het dossier van 31 maart 2010 te verhelpen. 33. Op 24 juni 2010 beslist de Europese Commissie een vervolging in te stellen tegen de gevallen van overtreding in hoofde van verscheidene landen, waaronder België.5 Eén van de bekommernissen is het feit dat het congestiebeheer van het net niet overeenstemt met de vereisten van het reglement. Een tweede bekommernis houdt verband met het gebrek aan een gecoördineerde methode voor congestiebeheer. Ten derde neemt België de vereisten van het reglement inzake transparantie niet volkomen in acht, met een uitdrukkelijke verwijzing naar de gegevens met betrekking tot de grensoverschrijdende handel. 34. Op 2 september 2010 ontvangt de CREG van Elia een dossier gedateerd 1 september 2010 met daarin de laatste informatie voor goedkeuring door de CREG van de nuttige elementen voor de start van de marktkoppeling in de regio CWE. Volgens Elia werd deze informatie uitgewerkt in een context waarbij het project tevens de implementatie van een marktkoppelingsmechanisme tussen de regio CWE en de Scandinavische landen beoogt, via de oplossing van een « Interim Tight Volume Coupling » (ITVC). Het dossier van 1 september 2010 bevat onder meer een bevestiging door Elia van de elementen opgenomen in het dossier van 31 maart 2010 voor de goedkeuring van de methodes voor congestiebeheer en voor de toekenning van de beschikbare capaciteit op dagbasis overeenkomstig artikelen 180, §2 en 183, §2 van het technisch reglement. Voor wat betreft de vastheid toegekend aan de nominaties ingediend door de « clearing houses » van de beurzen, worden de hoofdprincipes samengevat in een verklarende nota als bijlage bij het dossier van 1 september 2010. Elia bevestigt dat het geen kennis heeft van elementen terzake die een invloed zouden kunnen hebben op de behandeling van de nominaties aan de Belgische grenzen. 5 MEMO/10/275. Energy: Commission requests 20 Member States to implement and apply Single Market rules without delay - country fact sheets. 25/39 26/39 III. ANALYSE VAN DE CAPACITEITSTOEKENNING METHODES OP DE VOOR KOPPEL- VERBINDINGEN BELGIË-FRANKRIJK EN BELGIËNEDERLAND DOOR MIDDEL VAN HET MECHANISME VOORGESTELD IN HET RAAM VAN DE KOPPELING VAN DE MARKTEN VAN DE REGIO CWE III.1. 35. Opmerkingen en voorbehoud vooraf In dit hoofdstuk wordt geanalyseerd in hoeverre het voorstel van Elia conform is met het wettelijke kader dat werd uiteengezet in het eerste deel van deze beslissing. 36. Artikel 6 van het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 bepaalt dat de marktbeheerder, indien de markt gekoppeld wordt aan gelijkaardige markten in de buurlanden, onverminderd de toepassing van de bepalingen inzake verbindingen met buitenlandse netten voorgeschreven door het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, en onverminderd de bevoegdheden van de CREG overeenkomstig voornoemd koninklijk besluit, in opdracht van de netbeheerder de methodes voor de toekenning van de beschikbare capaciteit, toegewezen aan de marktkoppeling, voor de uitwisselingen met de buitenlandse netten mag uitvoeren, op voorwaarde dat dit op transparante, niet-discriminatoire wijze geschiedt. Artikel 6 van het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 komt er met andere woorden op neer dat, ingeval van marktkoppeling, de marktbeheerder in opdracht van Elia de methodes voor de toekenning van de beschikbare capaciteit mag uitvoeren, rekening houdend weliswaar met de bepalingen inzake verbindingen met buitenlandse netten vervat in de artikelen 176184 van het technisch reglement en de bevoegdheden van de CREG overeenkomstig het technisch reglement (o.m. op grond van de artikelen 180, §2, en 183, §2, van het technisch reglement). 27/39 37. De CREG stelt vast dat het voorstel van Elia betrekking heeft op de toewijzing van 100% van de dagelijkse koppelingscapaciteit aan impliciete veilingen. In de mate dat de grensoverschrijdende uitwisselingen die op dagbasis gebeuren, via de beurs worden verricht, is de toegang tot die beurs bepalend voor de toegang tot het net. De CREG herinnert eraan dat zij bevoegd is op het punt van de toegangsvoorwaarden tot het net. De wetgever heeft overigens in artikel 6 van het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 uitdrukkelijk vermeld dat de CREG in geval van marktkoppeling alle door het technisch reglement toegewezen bevoegdheden behield. Bovendien bevatten het koninklijk besluit van 20 oktober 2005, het marktreglement en de marktprocedures onder meer de voorwaarden voor beursdeelname. Ten slotte herinnert de CREG eraan dat Belpex verplicht is de regelgeving met betrekking tot de beurs toe te passen in overeenstemming met artikel 15 van de elektriciteitswet, die hiërarchisch hoger staat, en volgens de CREG van openbare orde is. De CREG herinnert er ook aan dat Elia ondanks de aan Belpex toevertrouwde opdracht verantwoordelijk blijft voor de naleving van het in artikel 15 van de elektriciteitswet bepaalde recht van toegang tot het transmissienet. Bijgevolg, als de CREG vaststelt dat de toepassing van de regelgeving met betrekking tot de beurs het toegangsrecht tot het transmissienet, zoals bekrachtigd in artikel 20, §1 van richtlijn 2003/54/EG en in artikel 15 van de elektriciteitswet, rechtstreeks of onrechtstreeks beperkt of in feite op losse schroeven zet, zal de CREG Elia vragen om de CREG een voorstel ter goedkeuring voor te leggen ter uitvoering van artikel 6 van het technisch reglement, of de artikelen 180 en 183 van het technisch reglement en, indien nodig, zal de CREG alle middelen gebruiken waarover zij beschikt om het toegangsrecht tot het net te garanderen. 38. De CREG wenst te benadrukken dat deze beslissing uitsluitend betrekking heeft op de voorgestelde methodes voor congestiebeheer en toekenning van beschikbare dagcapaciteit aan ARP’s in geval van marktkoppeling via het systeem van impliciete veiling. De CREG doet met andere woorden met deze beslissing geenszins afbreuk aan de bevoegdheid van de CREG om op grond van dezelfde artikelen 180, §2, en 183, §2, van het technisch reglement de methodes voor congestiebeheer en toekenning van beschikbare capaciteit op maand-, jaar-, en intradagelijkse basis op de koppelverbindingen BelgiëFrankrijk en België-Nederland goed te keuren. In dat verband wijst de CREG erop dat ze op 28/39 7 oktober 20106 een beslissing heeft getroffen met betrekking tot de expliciete maandelijkse en jaarlijkse veilingen zoals die werden vastgelegd in het kader van het Centraal WestEuropees regionaal initiatief. 39. Indien de resultaten van de CWE marktkoppeling niet uiterlijk om 14 uur kunnen worden gepubliceerd, wordt een « Fallback » procedure opgestart. De algemene principes van deze Fallback procedure worden vermeld in bijlage 6 van het dossier van 1 september 2010. De veilingen (« shadow auctions ») die als basis dienen voor de Fallback procedure worden eveneens behandeld in de beslissing van 7 oktober 20107. De CREG is van mening dat situaties waarbij een beroep wordt gedaan op de Fallback procedure een uitzondering zullen zijn en zal elke gebeurtenis van die aard van nabij volgen. 40. Indien de inwerkingstelling van de CWE marktkoppeling mislukt, kan het Steering Committee beslissen om terug te vallen op een oplossing die « Rollback » heet. Deze oplossing steunt op het huidige Trilateral Market Coupling (TLC) systeem aan de grens tussen België en Nederland en die tussen België en Frankrijk en op een systeem van « shadow auctions » aan de Duitse grens. De CREG is van mening dat situaties waarbij een beroep wordt gedaan op de Rollback procedure een uitzondering zullen zijn en zal elke gebeurtenis van die aard van nabij volgen. 41. Deze beslissing spreekt zich verder niet uit over de tarifaire aspecten, hierin inbegrepen de kosten die voortkomen uit de toewijzing van de dagcapaciteit op de koppelverbindingen en de bestemming van de ontvangsten die daaruit voortkomen. Deze beslissing houdt op dit vlak geenszins een impliciete of expliciete goedkeuring in van deze aspecten. 42. Deze beslissing spreekt zich evenmin uit over de operationele procedures die van toepassing zullen zijn voor de CWE of ITVC MC die in het dossier zijn opgenomen. 43. Indien daarenboven de huidige beslissing, niettegenstaande het overleg dat plaatsvond tussen de netbeheerders, de CREG, de Duitse, de Franse, de Luxemburgse en de Nederlandse regulator, alsnog niet compatibel mocht blijken met de in Duitsland, Frankrijk, Luxemburg of Nederland genomen beslissingen of ingevoerde reglementering, behoudt de CREG zich het recht voor om geheel of gedeeltelijk terug te komen op haar beslissing na een nieuw voorstel vanwege Elia te hebben ontvangen. 6 Beslissing van de CREG (B)101007-CDC-993 over de « aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia System Operator tot wijziging van de methodes voor congestiebeheer en de methodes voor de toekenning aan de toegangsverantwoordelijken van de capaciteit die beschikbaar is voor energie-uitwisselingen met het Franse en het Nederlandse net, zoals vastgelegd in het kader van het Centraal West-Europees regionaal initiatief ». 7 Beslissing van de CREG (B)101007-CDC-993 29/39 III.2. 44. In aanmerking genomen beoordelingselementen Op basis van de wetteksten die in het eerste deel van deze beslissing werden uiteengezet, zijn bij het uitwerken van deze beslissing een aantal beoordelingselementen in aanmerking genomen. Die beoordelingselementen, die hierna één voor één worden geanalyseerd, zijn: niet-discriminatie in de methodes voor congestiebeheer en capaciteitstoekenning; de congestiebeheermethode moet op de markt gebaseerd zijn; de vastheid van de toegekende capaciteit; de transparantie van de toekenningsregels en de congestiebeheermethodes en van de informatie die rechtstreeks verband houdt met de capaciteitstoekenning evenals de transparantie van de algemene marktwerking; de (regionale) coördinatie van de methodes voor congestiebeheer en in het bijzonder de efficiënte aanpak, bij de toewijzing, van de fysieke loop-flows en de harmonisatie van de methodes voor congestiebeheer in de regio CWE; de economische rechtvaardiging van de methode; de monitoring door de CREG. 45. Een eerste beoordelingselement betreft de niet-discriminatie. De methodes voor congestiebeheer en voor capaciteitstoewijzing mogen niet discrimineren. Dat beoordelingselement steunt met name op artikel 6.1 van verordening nr. 1228/2003 en op artikelen 180, §1, en 183, §2, van het technisch reglement. 46. Een ander beoordelingselement heeft betrekking op het type van congestiebeheermethode: artikel 6.1 van verordening nr. 1228/2003 bepaalt dat de oplossingen voor congestieproblemen aan de markt gerelateerd moeten zijn. De interpretatie van die termen wordt met name gegeven door de richtsnoeren. Die preciseren in artikel 2.1 dat capaciteit alleen mag worden toegewezen door expliciete (capaciteit) of impliciete (capaciteit en energie) veilingen. 47. Het volgende beoordelingselement betreft de vastheid van de toegekende capaciteit. Wat betreft de graad van vastheid van de toegekende capaciteit wordt in artikel 6.2 van verordening nr. 1228/2003 verduidelijkt dat procedures om transacties te beperken slechts in 30/39 noodsituaties worden toegepast wanneer de transmissiesysteembeheerder snel moet optreden. Wat betreft de duidelijkheid van de definitie van de door de netbeheerder voorgestelde graad van vastheid, bepaalt artikel 184, 3°, van het technisch reglement dat de methodes van toekenning van capaciteit onder meer beogen de precieze voorwaarden van de garantiegraad van de aan de marktdeelnemers ter beschikking gestelde capaciteit te bepalen. De door de netbeheerder voorgestelde voorwaarden van betrouwbaarheid moeten dus duidelijk worden uiteengezet. Wat ten slotte de mogelijkheid betreft om een beroep te doen op de onderbreking van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen, een mogelijkheid waarin al was voorzien in artikel 181, §2, van het technisch reglement, wordt in artikel 6.2, tweede lid, van verordening nr. 1228/2003 gepreciseerd dat marktdeelnemers met een capaciteitstoewijzing, behoudens in geval van overmacht, worden vergoed voor een eventuele beperking. 48. Het volgende beoordelingselement betreft de transparantie van de toewijzingsregels en de congestiebeheermethodes, de transparantie van de informatie die rechtstreeks verband houdt met de capaciteitstoewijzing en de transparantie van de algemene marktwerking. Artikel 180 van het technisch reglement bepaalt onder meer dat de netbeheerder op transparante wijze de methodes voor het beheer van congestie die door hem worden toegepast, moet bepalen en dat die methodes voor congestiebeheer (overeenkomstig artikel 26) moeten worden gepubliceerd. Evenzo bepaalt artikel 183, §2, van het technisch reglement dat de methodes voor toekenning van de beschikbare capaciteit (overeenkomstig artikel 26) moet worden gepubliceerd. Artikel 5.3 van verordening nr. 1228/2003 en artikel 182, §1, van het technisch reglement bepalen dat de netbeheerder de informatie over de toekenning, onder meer de vooruitzichten van de beschikbare capaciteit, moet publiceren. Overwegende dat transparantie een conditio sine qua non vormt voor de goede werking van een markt, gaan de richtsnoeren nog verder op dat vlak, en wijden heel deel 5 aan de transparantie. Om alle marktpartijen in staat te stellen te beschikken over de beste informatie en ze op gelijke voet te plaatsen (“level playing field”), voorzien die richtsnoeren met name in de publicatie van relevante gegevens over het aanbod (productie: artikel 5.5 i)) en de vraag (verbruik: artikel 5.7) op de elektriciteitsmarkt. De raming van het toekomstige elektriciteitsaanbod en van de toekomstige vraag naar elektriciteit vormt immers een van de belangrijkste parameters om de prijs van de veilingen op de koppelverbindingen vast te stellen. Die richtsnoeren voorzien ook in de publicatie van de fysieke stromen (artikel 5.5.h)). 49. Een ander beoordelingselement heeft betrekking op de coördinatie van de congestiebeheermethodes wanneer handelsverkeer tussen twee landen (TNB) een 31/39 aanzienlijke invloed dreigt te hebben op de fysieke stromen in een derde land (TNB) (die definitie is ontleend aan artikel 3.1 van de richtsnoeren). In artikel 3.5 van de richtsnoeren wordt bepaald dat de methodes voor congestiebeheer moeten worden gecoördineerd, wat in het bijzonder volgens artikel 3.5
  30. b)de toekenning en reservering van capaciteit met het oog op een efficiënt beheer van de onderling afhankelijke fysieke loop-flows en
  31. f)een coherent kader voor contracten met marktdeelnemers betekent. 50. Een ander beoordelingselement betreft de (economische) verantwoording van het in het raam van de marktkoppeling van de regio CWE voorgestelde systeem van impliciete veiling van de dagcapaciteit op de koppelverbindingen. Dit beoordelingselement kadert in artikel 2.1 van de richtsnoeren dat vraagt naar marktmechanismen om een efficiënte grensoverschrijdende handel te bevorderen. De CREG is immers van mening dat de wijziging van bestaande systemen pas verantwoord is als redelijkerwijze kan worden aangenomen dat de voorgestelde wijziging een gunstige invloed zal hebben op de werking van de elektriciteitsmarkt in ruime zin. In het bijzonder dient aangetoond te worden dat het systeem van impliciete veiling door de CWE marktkoppeling tot een efficiënter gebruik van de dagcapaciteit op de koppelverbindingen leidt. Daarenboven dient Elia aan te tonen dat de voordelen van een CWE marktkoppeling opwegen tegen de kosten van de overschakeling naar dit systeem. 51. Een ander beoordelingselement betreft de controlebevoegdheden van de CREG die afhangen van de wetgeving waarnaar in het eerste deel van de onderhavige beslissing wordt verwezen. Het voorgestelde toekenningsmechanisme mag immers een doeltreffende controle door de CREG niet in de weg staan. III.3. Toepassing van het wettelijke kader en van de beoordelingselementen op het voorstel van Elia III.3.1. 52. Afwezigheid van discriminatie In bijlage 7 van het dossier van 1 september 2010 (voorstelling van de Framework Agreement (FA)) zet Elia het rechtvaardige en niet-discriminerende karakter van de toegang tot de marktkoppeling in de regio CWE uiteen. 32/39 53. De CREG stelt vast dat voor de marktspelers de algemene principes van de methodes voor capaciteitstoekenning en congestiebeheer ongewijzigd blijven ten opzichte van de huidige toestand. 54. Bijgevolg is de CREG van mening dat het voorstel van Elia beantwoordt aan het beoordelingselement inzake de niet discriminatie van de toegekende capaciteit. 55. De CREG brengt echter het voorbehoud in herinnering dat in paragraaf 37 van deze beslissing gemaakt werd, onder meer met betrekking tot de toegangsvoorwaarden tot de beurs. 56. De CREG is ook van mening dat het voorstel van methodes voor congestiebeheer, gedaan in het raam van de koppeling van de markten van de regio CWE kan leiden tot een discriminatie tussen interne en grensoverschrijdende handel via het mechanisme van capaciteitsberekening. Dit punt wordt behandeld in een afzonderlijke beslissing8 over de methodes voor de berekening van de grensoverschrijdende capaciteit. III.3.2. 57. Op de markt gebaseerde methodes Artikel 2.1. van de richtsnoeren definieert duidelijk wat onder “op de markt gebaseerde methodes” moet worden verstaan: capaciteit zal alleen worden toegewezen door expliciete (capaciteit) of impliciete (capaciteit en energie) veilingen. 58. Elia stelt een koppeling van de Belgische stroombeurs met de Duitse, Franse en Nederlandse beurzen voor toekenning van dagcapaciteit op de Belgisch-Franse en BelgischNederlandse grens voor. De door Elia voorgestelde methode is een impliciete veiling van de dagcapaciteit op de twee grenzen en beantwoordt dus aan een marktgebaseerde methode. 59. Bij afwezigheid van beperking op de koppelverbindingen wordt een zelfde prijs vastgesteld voor deze markten. Als er congestie is, wordt de prijs van de koppelingscapaciteit impliciet bepaald door het prijsverschil tussen de markten. Die prijs levert bijgevolg een economische signaal dat wijst op de waarde die de marktpartijen toekennen aan energie-uitwisselingen op korte termijn tussen de markten. 60. Gezien het voorgaande is de CREG van oordeel dat het voorstel van Elia beantwoordt aan de beoordelingselementen die bepalen dat de methodes op de markt gebaseerd moeten zijn. 8 Beslissing (B)101026-CDC997 betreffende het algemeen model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit van 26 oktober 2010 33/39 III.3.3. 61. Vastheid van de toegekende capaciteit De CREG begrijpt dat Elia voorstelt dat de koppelverbindingscapaciteit toegekend op basis van een mechanisme van impliciete veilingen fysiek vast dient te zijn. Elia deelt in zijn verklarende nota over de vastheid toegekend aan de nominaties ingediend door de « clearing houses » van de beurzen9 immers mee dat het de vastheid van de aan de marktkoppeling toegekende capaciteiten garandeert, behalve in geval van force majeure. Elia bevestigt dat het alle nodige operationele maatregelen, zoals « redispatching », zal nemen om de vastheid van de nominaties te verzekeren. In geval van overmacht waarbij, omwille van de veiligheid van het systeem, de vastheid van de nominaties wordt aangetast, zal Elia de dagcapaciteit en de langetermijncapaciteit beperken of de injecties en/of ladingen in de respectieve controlezones beperken. Elia bevestigt dat de « clearing houses » geen enkele financiële impact als gevolg van een beperking zullen ondervinden. Dit is tevens opgenomen in de Framework Agreement van de CWE MC. 62. In artikel 5.06 van de expliciete veilingregels voor capaciteitstoekenning in de regio CWE verduidelijken de netbeheerders van de regio CWE overigens wat zij onder overmacht verstaan. Deze definitie van overmacht lijkt in overeenstemming te zijn met het gemeen recht. 63. De voorwaarden van vastheid van de capaciteiten die aan de marktkoppeling ter beschikking worden gesteld zijn duidelijk uiteengezet in het voorstel en het niveau van deze vastheid is voldoende. Bijgevolg is de CREG van oordeel dat het voorstel van Elia beantwoordt aan het beoordelingselement met betrekking tot de vastheid van de toegekende capaciteiten. III.3.4. 64. Transparantie De CREG brengt Elia in herinnering dat het zich moet conformeren aan de vereisten qua transparantie gesteld door de richtsnoeren inzake congestiebeheer. Ze brengt Elia het geval in herinnering van de overtreding in hoofde van België voor wat betreft de transparantievereisten voor grensoverschrijdend handelsverkeer. 65. De CREG brengt Elia de verplichtingen inzake transparantie in herinnering, met name wat sectie 5 van de richtsnoeren betreft, die handelt over de publicatie van de ex-ante informatie over de voorziene onbeschikbaarheid en de ex-post informatie voor de vorige dag over de voorziene en onvoorziene onbeschikbaarheid van de productie-eenheden met een 9 Bijlage 3 van het dossier van 1 september 2010 34/39 capaciteit hoger dan 100 MW10. De CREG vraagt Elia dan ook zich daaraan zo snel mogelijk te conformeren. 66. De CREG wil erop wijzen dat, overeenkomstig artikel 42, derde lid, van het marktreglement, Belpex dagelijks de geaggregeerde curves van vraag en aanbod op de «day ahead market» van Belpex, de MCP («Market Clearing Price») en de MCV («Market Clearing Volume») dient te publiceren. III.3.5. Coördinatie tussen netbeheerders, met o.a. efficiënt beheer van de loop-flows en harmonisatie 67. Het MoU van 6 juni 2007 betreffende de koppeling van de elektriciteitsmarkten en de bevoorradingszekerheid in de regio CWE bepaalt als doelstelling een marktkoppeling tussen de vijf landen van de regio CWE op basis van de stromen (« flow based »). Dit MoU stelt eveneens dat een minder geperfectioneerd marktkoppelingssysteem dan een methode op basis van de stromen als tussenoplossing kan toegepast worden indien het de implementatie van de methode op basis van de stromen niet op ongeoorloofde wijze vertraagt. De CREG verstaat dat de voorgestelde methode voor toekenning van de beschikbare dagcapaciteit op de koppelverbindingen, op basis van ATC, als een tussenoplossing moet beschouwd worden en dat de methode op basis van de stromen de na te streven methode blijft. 68. Artikel 3.5
  32. b)van de richtsnoeren bepaalt dat de coördinatie tussen netbeheerders onder andere een efficiënt beheer van de onderling afhankelijke fysieke loop-flows moet inhouden. Bij de publicatie van Beslissing (B)060825-CDC-552 van 25 augustus 2006 van de CREG over « de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia System Operator betreffende de methodes voor congestiebeheer en de methodes voor het toekennen, aan de toegangsverantwoordelijken, van de beschikbare dagcapaciteit op de koppelverbindingen Frankrijk-België en België-Nederland via impliciete veilingen» (de beslissing van 25 augustus 2006) in verband met de totstandkoming van de trilaterale marktkoppeling, waren de richtsnoeren nog niet van toepassing. In de huidige beslissing moet de CREG voor het eerst toezien op een correcte toepassing van deze richtsnoeren. 69. Het voorstel tot marktkoppeling van de regio CWE draagt bij tot de integratie van de Duitse, Belgische, Franse, Luxemburgse en Nederlandse elektriciteitsmarkten. Dit initiatief stelt een gemeenschappelijke methode voor met betrekking tot de toekenning van de dagelijkse handelcapaciteiten tussen de landen die tot de regio CWE behoren. 10 Zie paragraaf 54 van Beslissing (B)060825-CDC-552 van 25 augustus 2006 van de CREG 35/39 70. Het voorstel tot marktkoppeling van de regio CWE past in het streefmodel voor capaciteitstoekenning in D-1 zoals dat werd voorgesteld tijdens het Forum van Firenze in december 2009. Dit streefmodel is gebaseerd op een koppelingsalgoritme dat tegelijk de prijzen en de hoeveelheden bepaalt (« single price coupling »). 71. Niettemin verstaat de CREG dat de toekenningsmethode die Elia voorstelt in het dossier van 1 september 2010 geen methode voor marktkoppeling tussen de vijf landen van de regio CWE op basis van de stromen is, ook al verhoogt ze op significante wijze de coördinatie en de harmonisatie van de methodes voor dagelijkse capaciteitstoekenning in de regio CWE. 72. Rekening houdend met het voorgaande is de CREG van oordeel dat het voorstel van Elia niet in overeenstemming is met de beoordelingselementen betreffende de harmonisatie, in het bijzonder wat de behandeling voorbehouden aan de loop-flows betreft. Bijgevolg vraagt de CREG aan Elia om zo vlug mogelijk een koppeling op basis van de stromen, conform de richtsnoeren, te implementeren. 73. Ten slotte is de CREG van oordeel dat de uitbreiding van de marktkoppeling tot de Scandinavische landen via de ITVC oplossing een positief punt in de integratie van de Europese elektriciteitsmarkten is. III.3.6. 74. Economische rechtvaardiging Elia stelt in zijn dossier van 31 maart 2010 een analyse voor (door middel van simulaties van de sociaaleconomische welvaart) van de vervanging van de TLC koppeling tussen Nederland, België en Frankrijk en van de expliciete veilingen aan de Duitse grenzen door een methode van impliciete veilingen (marktkoppeling) die de hele regio dekken. De winst aan sociaaleconomische welvaart door de implementatie van de CWE marktkoppeling wordt geraamd op 41,8 miljoen € per jaar voor de regio. 75. Rekening houdend met het voorgaande is de CREG van oordeel dat het voorstel terzake van Elia in overeenstemming is met het beoordelingselement betreffende de economische rechtvaardiging. 76. De CREG verzoekt Elia echter, in coördinatie met de andere netbeheerders van de regio, maandelijks een rapport te publiceren dat de door de impliciete veilingen gecreëerde sociaaleconomische welvaart aangeeft, daarbij een onderscheid makend tussen het surplus aan consumenten, het surplus aan producenten en de veilinginkomsten. De CREG vraagt om in dit rapport vergelijkingen op te nemen van de reële toestand en een toestand met 36/39 geïsoleerde dagmarkten en een toestand met een onbeperkte capaciteit op de koppelverbindingen tussen de uiteenlopende dagmarkten. III.3.7. 77. Monitoring door de CREG Artikel 42, eerste lid, van het marktreglement bepaalt dat Belpex de CREG dagelijks de volumes en de prijzen van de orders en de contracten van elke deelnemer op de dayahead market van Belpex moet bezorgen 78. De CREG zal toezien op de kwaliteit van de resultaten van de CWE marktkoppeling. 37/39 BESLISSING Krachtens artikelen 180, §2, en 183, §2, van het technisch reglement beslist de CREG, om de voorgaande redenen, het voorstel van Elia inzake de methodes voor congestiebeheer en de methodes voor toekenning van de beschikbare dagcapaciteit met Frankrijk en Nederland, ingediend in het kader van de totstandkoming van de koppeling van de markten van de regio CWE, af te wijzen. De CREG is immers van oordeel dat de voorgestelde methode niet in overeenstemming is met artikel 3.5 van de richtsnoeren, dat een koppeling op basis van de stromen beoogt. Om echter de andere voordelen verbonden aan de totstandkoming van een marktkoppeling op het vlak van de regio Centraal West-Europa, uitgebreid tot de Scandinavische regio via het ITVC mechanisme, niet in gevaar te brengen en in de mate dat de voorgestelde oplossing een tussenstap vormt die de verwezenlijking van de langdurige oplossing vergemakkelijkt, beslist de CREG, in het belang van de Belgische elektriciteitsmarkt, de inwerkingstelling van de voorgestelde marktkoppeling toe te laten. De CREG verzoekt ELIA : Overeenkomstig paragraaf 72 en 33 van deze beslissing, haar onverwijld (« without delay ») een voorstel tot koppeling van de markten van de regio CWE te doen dat gebaseerd is op de stromen en overeenstemt met de richtsnoeren. Overeenkomstig paragraaf 65 van deze beslissing, zich zo snel mogelijk te conformeren aan de vereisten bepaald in sectie 5 van de richtsnoeren, die met name de publicatie beoogt van de ex-ante informatie over de voorziene onbeschikbaarheid en de ex-post informatie voor de vorige dag over de voorziene en onvoorziene onbeschikbaarheid van de productie-eenheden met een capaciteit hoger dan 100 MW. Overeenkomstig paragraaf 76 van deze beslissing, in coördinatie met de andere netbeheerders van de regio, maandelijks een rapport te publiceren dat de door de 38/39 impliciete veilingen gecreëerde sociaaleconomische welvaart aangeeft, daarbij een onderscheid makend tussen het surplus aan consumenten, het surplus aan producenten en de veilinginkomsten. De CREG vraagt tevens in dit rapport vergelijkingen op te nemen van de reële toestand en een toestand met geïsoleerde dagmarkten en een toestand met een onbeperkte capaciteit op koppelverbindingen tussen de uiteenlopende dagmarkten.  Voor de Commissie voor Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Dominique WOITRIN Directeur François POSSEMIERS Voorzitter van het Directiecomité 39/39 de

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.