← België

Beslissing over de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de N.V. Elia System Operator betreffende de intra-day toewijzing van capaciteit op de

Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02 289 76 11 Fax: 02 289 76 09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)110203-CDC-1034 over de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de N.V. Elia System Operator betreffende de intra-day toewijzing van capaciteit op de koppelverbinding Nederland-België genomen met toepassing van artikelen 180, §2, en 183, §2, van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe 3 februari 2011 INLEIDING DE COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna: de CREG) onderzoekt hierna, op basis van artikelen 180, §2 en 183, §2 van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het technisch reglement), het voorstel van de N.V. Elia System Operator (hierna: Elia) betreffende het mechanisme voor intra-day toewijzing van capaciteit op de koppelverbinding Nederland-België. Artikel 180, §2, van het technisch reglement bepaalt dat de methodes voor congestiebeheer, alsook de veiligheidsregels, aan de CREG ter goedkeuring ter kennis worden gebracht door de netbeheerder. Artikel 183, §2, van het technisch reglement bepaalt dat de methodes voor de toekenning, aan de toegangsverantwoordelijken, van de capaciteit die beschikbaar is voor energieuitwisselingen met de buitenlandse netten, aan de CREG ter goedkeuring ter kennis worden gebracht door de netbeheerder. Het voorstel betreffende het mechanisme voor intra-day toewijzing van capaciteit op de koppelverbinding Nederland-België werd door Elia aan de CREG overgemaakt bij brief van 27 oktober 2010. Het door Elia ingediende dossier bevat een beschrijving van het tijdelijke impliciete mechanisme voor intra-day toewijzing, voorgesteld voor de Belgisch-Nederlandse grens, evenals een nieuwe versie van het ARP-contract dat het onderwerp vormde van een afzonderlijke beslissing ((B)101125-CDC-1019). De onderhavige beslissing is in vier delen opgesplitst. Het eerste deel gaat over het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de beslissing uiteengezet. In het derde deel wordt het voorstel van INB-regels ontleed. Het vierde deel bevat de beslissing als zodanig. Een kopie van de beschrijving van het intra-day mechanisme dat Elia aan de CREG voorstelde bij brief van 27 oktober 2010 is als bijlage aan de onderhavige beslissing toegevoegd. 2/27 De onderhavige beslissing werd door het Directiecomité van de CREG goedgekeurd tijdens zijn vergadering van 3 februari 2011.  3/27 I. WETTELIJK KADER I.1. Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van richtlijn 96/92/EG. 1. Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van richtlijn 96/92/EG (hierna: richtlijn 2003/54/EG), legt in haar artikel 9.

  1. e)een algemene verplichting op volgens dewelke de netbeheerder de niet-discriminatie tussen gebruikers of categorieën gebruikers van het net, met name ten gunste van verwante bedrijven, moet waarborgen. Richtlijn 2003/54/EG benadrukt meer bepaald het principe van de niet-discriminerende toegang tot het transmissienet in artikel 20.1, dat bepaalt dat de Lidstaten ervoor moeten zorgen dat voor alle in aanmerking komende klanten een systeem voor toegang van derden tot de transmissie- en distributienetten wordt ingevoerd. Dit systeem, gebaseerd op gepubliceerde tarieven, moet objectief en zonder discriminatie tussen de gebruikers van het net worden toegepast. Artikel 20.2 van richtlijn 2003/54/CE bepaalt onder meer dat de transmissienetbeheerder de toegang kan weigeren als hij niet over de nodige capaciteit beschikt. Artikel 23.1.
  2. a)van richtlijn 2003/54/EG heeft betrekking op de regelgevende instanties en bepaalt dat ze, ten minste, verantwoordelijk moeten zijn voor het garanderen van nondiscriminatie, daadwerkelijke mededinging en een doeltreffende marktwerking ten aanzien van de voorschriften inzake het beheer en de toekenning van koppelingscapaciteit, in overleg met de regelgevende instanties van de Lidstaten waarmee een koppeling bestaat. 4/27 I.2. Verordening (EG) Nr. 1228/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit 2. De CREG herinnert eraan dat, krachtens de bepalingen van artikel 288 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, een verordening een algemene draagwijdte heeft, in al zijn elementen bindend is en rechtstreeks van toepassing is in iedere Lidstaat. 3. Artikel 6.1 van verordening nr. 1228/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit (hierna: verordening nr. 1228/2003) preciseert dat congestieproblemen op het net moeten worden aangepakt met niet-discriminerende, aan de markt gerelateerde oplossingen waarvan voor de marktdeelnemers en de betrokken transmissiesysteembeheerders doeltreffende economische signalen uitgaan. 4. Artikel 6.2 van verordening nr. 1228/2003 bepaalt dat de procedures om transacties te beperken slechts mogen worden toegepast in noodsituaties wanneer de transmissiesysteembeheerder snel moet optreden en redispatching of compensatiehandel niet mogelijk is, en dat, behoudens in geval van overmacht, de marktdeelnemers aan wie een capaciteit werd toegekend, moeten worden vergoed voor elke beperking. 5. Artikel 6.3 bepaalt dat marktdeelnemers de beschikking over de maximale capaciteit van de koppelverbindingen en/of de maximale capaciteit van de transmissiesystemen waarmee grensoverschrijdende stromen worden verzorgd, krijgen, zulks in overeenstemming met de voor een bedrijfszekere exploitatie van het net geldende veiligheidsnormen. 6. Artikel 6.4 betreft het tijdschema van de nomineringen en de herverdeling van de ongebruikte capaciteiten. Het bepaalt dat de marktdeelnemers de betrokken transmissiesysteembeheerders voldoende lang vóór de aanvang van de betrokken exploitatieperiode in kennis moeten stellen van hun voornemen om de toegekende capaciteit al dan niet te gebruiken. Elke ongebruikte toegekende capaciteit wordt opnieuw aan de markt toegekend volgens een open, transparante en niet-discriminerende procedure. 5/27 7. Artikel 6.5 van verordening nr. 1228/2003 bepaalt dat, voor zover dit technisch mogelijk is, de transmissiesysteembeheerders de behoeften aan capaciteit voor elektriciteitsstromen in tegengestelde richting over de overbelaste koppellijn moeten vereffenen, teneinde de capaciteit van deze lijn maximaal te benutten. I.3. De « Richtsnoeren voor congestiebeheer en toewijzing van beschikbare overdrachtcapaciteit van interconnecties tussen nationale systemen » 8. De Europese Commissie heeft, met toepassing van artikel 8.4 van verordening nr. 1228/2003, een begin gemaakt met de wijziging van de bijlage van diezelfde verordening nr. 1228/2003 betreffende de richtsnoeren voor het beheer en de toewijzing van beschikbare overdrachtcapaciteit van interconnecties tussen nationale systemen. Een nieuwe versie van de bijlage is aldus van kracht geworden op 1 december 2006 (hierna: de richtsnoeren). De voor onderhavige beslissing relevante bepalingen van die richtsnoeren worden hierna gegeven. 1. ALGEMENE BEPALINGEN […] 1.5. De congestiebeheermethoden moeten doeltreffende economische signalen geven aan de marktdeelnemers en transmissiesysteembeheerders, de mededinging bevorderen en geschikt zijn om regionaal en gemeenschapsbreed te worden toegepast. […] 1.9. Uiterlijk op 1 januari 2008 moeten op gecoördineerde wijze en onder veilige exploitatieomstandigheden mechanismen voor het intra-dagelijks beheer van congestie van de interconnectiecapaciteit worden opgesteld teneinde zoveel mogelijk handelsopportuniteiten te scheppen en een grensoverschrijdend evenwicht tot stand te brengen. 1.10. De nationale regelgevende instanties zullen regelmatig de methoden voor congestiebeheer evalueren, waarbij zij met name aandacht zullen besteden aan de naleving van de beginselen en regels die in de verordening en de richtsnoeren zijn vastgelegd en aan 6/27 de voorwaarden die de regelgevende instanties zelf hebben vastgesteld op basis van die beginselen en regels. In het kader van een dergelijke evaluatie moeten alle marktspelers worden geraadpleegd en moeten gerichte studies worden uitgevoerd. 2. METHODEN VOOR CONGESTIEBEHEER 2.1. Methoden voor congestiebeheer moeten op de markt gebaseerd zijn zodat een efficiënte grensoverschrijdende handel wordt gefaciliteerd. Daarom zal capaciteit alleen worden toegewezen door expliciete (capaciteit) of impliciete (capaciteit en energie) veilingen. Beide methoden mogen worden gebruikt voor een en dezelfde interconnectie. Met betrekking tot intra-day handel is continuhandel mogelijk. […] 2.3. Bij elke procedure voor capaciteitstoewijzing wordt een voorgeschreven gedeelte van de beschikbare interconnectiecapaciteit toegewezen, alsook de resterende capaciteit die niet eerder is toegewezen en alle capaciteit die is vrijgegeven door de begunstigden van eerdere toewijzingen. […] 2.5. De toegangsrechten voor toewijzingen op lange en middellange termijn moeten vaste transmissiecapaciteitsrechten zijn. Voor deze toegangsrechten gelden de beginselen "use-itor-lose-it" of "use-it-or-sell-it" op het ogenblik van de nominering. 2.6. De transmissiesysteembeheerders stellen een passende structuur vast voor de toewijzing van capaciteit tussen verschillende tijdsbestekken. Hierin kan een optie zijn opgenomen om een minimumpercentage aan interconnectiecapaciteit te reserveren voor dagelijkse of "intra-day"-toewijzing. Deze toewijzingsstructuur moet worden beoordeeld door de respectievelijke regelgevende instanties. Bij het opstellen van hun voorstellen houden de transmissiesysteembeheerders rekening met:
  3. a)de kenmerken van de markten;
  4. b)de exploitatieomstandigheden, zoals de gevolgen van de vereffening van vaste programma's;
  5. c)het niveau van harmonisering van de percentages en tijdsbestekken die zijn goedgekeurd 7/27 voor de verschillende geldende mechanismen voor de toewijzing van capaciteit. 2.7. Bij de toewijzing van capaciteit mag geen onderscheid worden gemaakt tussen marktdeelnemers die gebruik maken van hun recht om bilaterale leveringscontracten te sluiten en zij die een bod te doen op een energiebeurs. De capaciteit wordt toegewezen aan het hoogste bod, ongeacht of het een impliciet of expliciet bod binnen een gegeven tijdsbestek is. 2.8. In gebieden waar de financiële termijnmarkten voor elektriciteit goed ontwikkeld zijn en hun doeltreffendheid hebben bewezen, mag alle interconnectiecapaciteit via impliciete veilingen worden toegewezen. […] 2.10. In beginsel mogen alle potentiële marktdeelnemers zonder beperking deelnemen aan het toewijzingsproces. Om te vermijden dat problemen in verband met het mogelijk gebruik van een dominante positie door marktdeelnemers ontstaan of verergeren, mogen de bevoegde regelgevings- en/of mededingingsinstanties om redenen van marktdominantie algemene of ten aanzien van een bedrijf geldende beperkingen opleggen. 2.11. Voor elk tijdsbestek vindt er door de marktdeelnemers vaste nominatie plaats van hun capaciteitsgebruik bij de transmissiesysteembeheerders binnen een vastgestelde uiterste termijn. Deze uiterste termijn wordt zodanig vastgesteld dat de transmissiesysteembeheerders in staat zijn ongebruikte capaciteit opnieuw toe te wijzen voor gebruik in het volgende relevante tijdsbestek, zelfs binnen een en dezelfde dag. 2.12. Capaciteit mag vrij worden verhandeld op secundaire basis voorzover de transmissiesysteembeheerder lang genoeg van tevoren hiervan in kennis wordt gesteld. Wanneer een transmissiesysteembeheerder een secundaire transactie weigert, moet hij dit op duidelijke en transparante wijze meedelen en uitleggen aan alle marktdeelnemers, en moet hij de regelgevende instantie daarvan in kennis stellen. 2.13. De financiële gevolgen van het niet naleven van verplichtingen in verband met de toewijzing van capaciteit komen ten laste van degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn. 8/27 Wanneer marktdeelnemers geen gebruik maken van de capaciteit waartoe ze zich verbonden hebben of, in het geval van expliciet geveilde capaciteit, deze niet verhandelen op secundaire basis of tijdig teruggeven, verliezen ze de rechten op die capaciteit en zijn ze een op de kosten gebaseerde vergoeding verschuldigd. Deze op de kosten gebaseerde vergoedingen voor het niet gebruiken van capaciteit dienen gerechtvaardigd en proportioneel te zijn. Wanneer een transmissiesysteembeheerder zijn verplichting niet nakomt, dient hij de marktdeelnemer te vergoeden voor het verlies van de capaciteitsrechten. Met andere verliezen die het gevolg zijn van het verlies van capaciteitsrechten wordt geen rekening gehouden. De belangrijkste concepten en methoden voor het vaststellen van de aansprakelijkheid voor het niet naleven van de verplichtingen worden van tevoren uiteengezet voor wat de financiële gevolgen betreft, en dienen te worden beoordeeld door de relevante nationale regelgevende instantie(s). […] 3. COÖRDINATIE 3.1. De betrokken transmissiesysteembeheerders coördineren en implementeren de toewijzing van interconnectiecapaciteit aan de hand van gemeenschappelijke toewijzingsprocedures. Wanneer verwacht wordt dat de handel tussen twee landen (transmissiesysteembeheerders) een aanzienlijke invloed zal hebben op de fysieke stroom van elektriciteit in een derde land (transmissiesysteembeheerder), coördineren de betrokken transmissiesysteembeheerders hun congestiebeheermethodes via een gemeenschappelijke congestiebeheerprocedure. De nationale regelgevende instanties en de transmissiesysteembeheerders zien erop toe dat geen congestiebeheerprocedure unilateraal wordt opgezet die aanzienlijke gevolgen heeft voor de fysieke elektriciteitsstromen in andere netwerken. 3.2. Uiterlijk op 1 januari 2007 moet tussen landen in de volgende gebieden een gemeenschappelijke congestiebeheermethode en -procedure voor toewijzing van capaciteit aan de markt worden opgezet, en dit minstens voor de jaar-, maand- en "day-ahead"toewijzing:
  6. a)Noord-Europa (Denemarken, Zweden, Finland, Duitsland en Polen),
  7. b)Noordwest-Europa (Benelux, Duitsland en Frankrijk),
  8. c)Italië (d.w.z. Italië, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Slovenië en Griekenland),
  9. d)Centraal Oost-Europa (Duitsland, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Oostenrijk en 9/27 Slovenië),
  10. e)Zuidwest-Europa (Spanje, Portugal en Frankrijk),
  11. f)VK, Ierland en Frankrijk,
  12. g)de Baltische staten (Estland, Letland en Litouwen). In geval van een interconnectie waarbij tot meerdere gebieden behorende landen betrokken zijn mag een andere congestiebeheermethode worden gebruikt ter verzekering van verenigbaarheid met de methoden die worden toegepast in de andere gebieden waartoe genoemde landen behoren. In dat geval stellen de betreffende transmissiesysteembeheerders de methode voor die ter beoordeling aan de betreffende regelgevende instanties zal worden voorgelegd. […] 3.4. In de zeven bovenvermelde gebieden worden verenigbare congestiebeheerprocedures vastgesteld om een volledig geïntegreerde interne Europese elektriciteitsmarkt tot stand te brengen. De marktpartijen mogen niet worden geconfronteerd met onverenigbare regionale systemen. 3.5. Ter bevordering van eerlijke en doeltreffende mededinging en grensoverschrijdende handel, dient de in punt 2 beschreven coördinatie tussen de transmissiesysteembeheerders binnen de gebieden alle stappen te bestrijken, gaande van capaciteitsberekening en optimalisering van toewijzing tot veilige exploitatie van het netwerk, en worden de verantwoordelijkheden duidelijk verdeeld. Deze coördinatie heeft met name betrekking op:
  13. a)het gebruik van een gemeenschappelijk transmissiemodel dat doeltreffend omspringt met fysieke loop-flows en rekening houdt met de verschillen tussen fysieke en commerciële stromen;
  14. b)de toewijzing en nominering van capaciteit om doeltreffend om te springen met onderling afhankelijke fysieke loop-flows;
  15. c)het gelijktrekken van de verplichtingen van capaciteithouders om informatie te verstrekken over het geplande gebruik van de capaciteit, d.w.z. de nominering van capaciteit (voor expliciete veilingen);
  16. d)identieke tijdsbestekken en sluitingstijden;
  17. e)identieke structuren voor de toewijzing van capaciteit tussen verschillende tijdsbestekken 10/27 (bv. 1 dag, 3 uren, 1 week enz.) en in termen van verkochte capaciteitsblokken (hoeveelheid elektriciteit in MW, MWh enz.);
  18. f)consequentheid wat het kader voor contracten met marktdeelnemers betreft;
  19. g)de verificatie van de stromen om te voldoen aan de eisen inzake netwerkbeveiliging voor operationele planning en real-time exploitatie;
  20. h)de verrekening en de uitvoering van maatregelen inzake congestiebeheer. […] 4. TIJDSCHEMA VOOR MARKTOPERATIES […] 4.2. De nominering van transmissierechten dient, met volle aandacht voor de netwerkveiligheid, lang genoeg van tevoren plaats te vinden, en wel vóór de "day-ahead"sessies van alle relevante georganiseerde markten en vóór de bekendmaking van de capaciteit die zal worden toegewezen op basis van het "day-ahead"- of het "intra-day"toewijzingsmechanisme. Om doeltreffend gebruik te maken van de interconnectie worden nomineringen van transmissierechten in de omgekeerde richting vereffend. 4.3. Opeenvolgende "intra-day"-toewijzingen van beschikbare transmissiecapaciteit voor dag D vinden plaats op de dagen D-1 en D, na bekendmaking van de geraamde of werkelijke "day-ahead"-productieschema's. […] 5. TRANSPARANTIE 5.1. Transmissiesysteembeheerders publiceren alle relevante gegevens met betrekking tot de beschikbaarheid van het netwerk, de netwerktoegang en het netwerkgebruik, inclusief een verslag waarin wordt nagegaan waar en waarom er sprake is van congestie, welke methoden worden toegepast om de congestie te beheren en welke plannen er bestaan voor congestiebeheer in de toekomst. […] 5.3. De toegepaste procedures voor congestiebeheer en capaciteitstoewijzing, de tijdstippen 11/27 en procedures voor het aanvragen van capaciteit, een beschrijving van de aangeboden producten en de rechten en plichten van transmissiesysteembeheerders en van de partijen die de capaciteit verkrijgen, inclusief de aansprakelijkheid bij niet naleving van deze plichten, moeten nauwkeurig door de transmissiesysteembeheerders worden beschreven en op transparante wijze aan alle potentiële netwerkgebruikers worden meegedeeld. […] 5.5. De transmissiesysteembeheerders dienen alle relevante gegevens betreffende grensoverschrijdende handel te publiceren op basis van de best mogelijke voorspelling. De betrokken marktdeelnemers verschaffen de transmissiesysteembeheerders de nodige informatie, zodat die aan hun verplichting kunnen voldoen. De wijze waarop deze informatie wordt gepubliceerd moet ter beoordeling aan de regelgevende instanties worden voorgelegd. De transmissiesysteembeheerders moeten minstens de volgende gegevens publiceren:
  21. a)jaarlijks: informatie over de langetermijnevolutie van de transmissie-infrastructuur en het effect ervan op de grensoverschrijdende transmissiecapaciteit;
  22. b)maandelijks: maand- en jaarvoorspellingen van de voor de markt beschikbare transmissiecapaciteit, rekening houdend met alle relevante informatie waarover de transmissiesysteembeheerder beschikt op het ogenblik van de berekening van de voorspelling (bv. de gevolgen van zomer en winter op de capaciteit van de lijnen, onderhoud aan het net, beschikbaarheid van productie-eenheden enz.);
  23. c)wekelijks: voorspellingen van de voor de markt beschikbare transmissiecapaciteit voor de komende week, rekening houdend met alle informatie waarover de transmissiesysteembeheerder beschikt op het ogenblik van de berekening van de voorspelling, zoals de weersvoorspelling, gepland onderhoud aan het net, beschikbaarheid van productie-eenheden enz.;
  24. d)dagelijks: voor de markt beschikbare "day-ahead"- en "intra-day"-transmissiecapaciteit voor elke tijdseenheid van de markt, rekening houdend met alle vereffende "day-ahead"nomineringen, "day-ahead"-productieschema's, vraagprognoses en gepland onderhoud aan het net;
  25. e)totale reeds toegewezen capaciteit per tijdseenheid van de markt en alle relevante omstandigheden waarin deze capaciteit kan worden gebruikt (bv. de toewijzingsprijs op de veiling, de verplichtingen inzake de wijze waarop de capaciteit moet worden gebruikt enz.), teneinde alle resterende capaciteit te identificeren;
  26. f)de toegewezen capaciteit, zo snel mogelijk na elke toewijzing, en een indicatie van de 12/27 betaalde prijs;
  27. g)de totale gebruikte capaciteit, per tijdseenheid van de markt, onmiddellijk na de nominering;
  28. h)zo dicht mogelijk bij de werkelijke tijd: verzamelde informatie over gerealiseerde commerciële en fysieke stromen, per tijdseenheid van de markt, inclusief een beschrijving van de effecten van eventuele corrigerende maatregelen (zoals beperking) die door de transmissiesysteembeheerders zijn genomen om problemen met het systeem of netwerk op te lossen;
  29. i)informatie vooraf over geplande uitval en verzamelde informatie achteraf over geplande en niet-geplande uitval die de vorige dag heeft plaatsgevonden in opwekkingseenheden van meer dan 100 MW. 5.6. De markt moet tijdig over alle relevante informatie beschikken om over alle transacties te kunnen onderhandelen (industriële klanten moeten bijvoorbeeld tijdig kunnen onderhandelen over jaarcontracten en biedingen moeten tijdig naar georganiseerde markten worden gestuurd). 5.7. De transmissiesysteembeheerder moet de relevante informatie over de voorspelde vraag en opwekking publiceren volgens de in de punten 5.5 en 5.6 vermelde tijdschema's. De transmissiesysteembeheerder moet ook de relevante informatie publiceren die nodig is voor de grensoverschrijdende vereffeningsmarkt. 5.8. Wanneer de voorspellingen zijn gepubliceerd, moeten ook de ex-post gerealiseerde waarden voor de informatie over de voorspelling worden gepubliceerd in de tijdsperiode die volgt op die waarop de voorspelling betrekking heeft of ten laatste op de volgende dag (D+1). 5.9. Alle door de transmissiesysteembeheerders gepubliceerde informatie moet gratis ter beschikking worden gesteld in een gemakkelijk toegankelijk formaat. Het moet ook mogelijk zijn om via adequate en genormaliseerde middelen voor informatie-uitwisseling, die in nauwe samenwerking met de marktpartijen worden vastgesteld, toegang te krijgen tot alle gegevens. De gegevens omvatten informatie over voorbije tijdsperiodes, en minstens over de voorbije twee jaar, zodat nieuwe marktdeelnemers ook toegang hebben tot dergelijke gegevens. […] 13/27 I.4. 9. De elektriciteitswet Artikel 2, 7°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: de elektriciteitswet) definieert « transmissienet » als het nationaal transmissienet voor elektriciteit, dat de bovengrondse lijnen, ondergrondse kabels en installaties omvat die dienen voor het vervoer van elektriciteit van land tot land en naar rechtstreekse afnemers van de producenten en naar distributeurs gevestigd in België, alsook voor de koppeling tussen elektrische centrales en tussen elektriciteitsnetten. 10. Artikel 15, § 1 van dezelfde wet bepaalt dat de in aanmerking komende afnemers een recht van toegang tot het transmissienet hebben tegen de tarieven vastgesteld overeenkomstig artikel 12 en dat de netbeheerder de toegang alleen kan weigeren wanneer hij niet over de nodige capaciteit beschikt, of wanneer de aanvrager niet voldoet aan de technische voorschriften bepaald in het technisch reglement. I.5. 11. Het technisch reglement Krachtens artikel 180, §1, van het technisch reglement moet de netbeheerder de methodes voor het beheer van congestie die door hem worden toegepast, op nietdiscriminerende en transparante wijze bepalen. Artikel 180, §2, preciseert dat de methodes voor congestiebeheer, alsook de veiligheidsregels aan de CREG ter goedkeuring ter kennis worden gebracht en gepubliceerd worden overeenkomstig artikel 26. Overeenkomstig artikel 180, §3, van het technisch reglement moet de netbeheerder er, bij de uitvaardiging en de inwerkingstelling van deze methodes van congestiebeheer, inzonderheid op toezien om: 1° zoveel mogelijk rekening te houden met de richting van de elektriciteitsstromen en in het bijzonder wanneer de energie-uitwisselingen effectief de congestie doen verminderen; 2° zoveel mogelijk betekenisvolle invloeden te vermijden op de elektriciteitsstromen in andere netten; 3° problemen van congestie op het net op te lossen bij voorkeur met methodes die geen 14/27 selectie tussen de energie-uitwisselingen van de verschillende toegangsverantwoordelijken inhouden; 4° geschikte economische signalen te geven aan de betrokken netgebruikers. Overeenkomstig artikel 180, §4 van het technisch reglement moeten deze methodes van congestiebeheer onder meer gebaseerd zijn op: 1° de veilingen van de beschikbare capaciteit; 2° de coördinatie van de inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de regelzone en/of, middels akkoord met de buitenlandse netbeheerder(s), door de gecoördineerde inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de betrokken buitenlandse regelzone(s). Krachtens artikel 181, §1, van het technisch reglement, hebben de methodes voor congestiebeheer bepaald in artikel 180 onder meer tot doel om: 1° elke beschikbare capaciteit aan de markt ter beschikking te stellen volgens transparante en niet discriminerende methodes via, in voorkomend geval, veilingen waarin de capaciteiten kunnen worden verkocht met verschillende duurtijden en met verschillende karakteristieken (bijvoorbeeld wat betreft de verwachte betrouwbaarheid van de betreffende beschikbare capaciteit); 2° de beschikbare capaciteit in een serie verkopen aan te bieden die op verschillende tijdsbasis gehouden kunnen worden; 3° bij elk van deze veilingen een bepaald gedeelte van de beschikbare capaciteit aan te bieden, met inbegrip van alle overblijvende capaciteiten die niet toegekend werden bij de vorige verkopen; 4° de commercialisering van de aangeboden capaciteit toe te laten. Artikel 181, §2, bepaalt dat de methodes voor congestiebeheer, in noodsituaties, een beroep kunnen doen op de onderbreking van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen, overeenkomstig vooraf vastgestelde prioriteitsregels die de CREG ter kennis zijn gebracht en gepubliceerd zijn overeenkomstig artikel 26 van dit besluit. 15/27 Paragraaf 3 preciseert dat, voor wat de methodes voor congestiebeheer tussen de regelzones betreft, de netbeheerder overleg dient te plegen met de netbeheerders van de betrokken buitenlandse regelzones. 12. Volgens artikel 183, §1, van het technisch reglement waakt de netbeheerder over de uitvoering van één of meer methodes voor de toekenning van de beschikbare capaciteit aan de toegangsverantwoordelijken van energie-uitwisselingen met de buitenlandse netten. Volgens artikel 183, §2, van het technisch reglement zijn deze methodes transparant en nietdiscriminerend. Zij worden aan de CREG ter goedkeuring ter kennis gebracht en gepubliceerd overeenkomstig artikel 26 van het technisch reglement. Ten slotte voegt artikel 183, §3, van het technisch reglement eraan toe dat deze methodes tot doel hebben het gebruik van de capaciteit van het net te optimaliseren, overeenkomstig artikel 179. 13. Overeenkomstig artikel 184 van het technisch reglement beogen de methodes van toekenning van capaciteit onder meer: 1° in de mate van het mogelijke elk verschil in behandeling te minimaliseren bij het congestiebeheer, tussen de verschillende soorten van grensoverschrijdende energieuitwisselingen door bilaterale fysieke overeenkomsten of aanbiedingen op georganiseerde buitenlandse markten 2° elke ongebruikte capaciteit aan andere marktdeelnemers ter beschikking te stellen; 3° de precieze voorwaarden van de garantiegraad van de aan de marktdeelnemers ter beschikking gestelde capaciteit te bepalen. I.6. Het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 met betrekking tot de oprichting en de organisatie van een Belgische markt voor de uitwisseling van energieblokken 14. Met toepassing van artikel 5, §1, 2°, van het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 met betrekking tot de oprichting en de organisatie van een Belgische markt voor de uitwisseling van energieblokken (hierna: het koninklijk besluit van 20 oktober 2005) moet de marktbeheerder overeenkomstig artikel 8 marktregels en -procedures vaststellen met het 16/27 oog op het verhogen van de transparantie wat de toegang tot de markt betreft, het vermijden van elke discriminatie tussen deelnemers en het waarborgen van de vertrouwelijkheid van de gegevens van de deelnemers. 15. Overeenkomstig artikel 6 van het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 mag de marktbeheerder, indien de markt gekoppeld wordt aan gelijkaardige markten in de buurlanden, onverminderd de toepassing van de bepalingen inzake verbindingen met buitenlandse netten voorgeschreven door het technisch reglement en onverminderd de bevoegdheden van de CREG overeenkomstig voornoemd koninklijk besluit, in opdracht van de netbeheerder de methodes voor de toekenning van de beschikbare capaciteit, toegewezen aan de marktkoppeling, voor de uitwisselingen met de buitenlandse netten uitvoeren, op voorwaarde dat dit op een transparante, niet-discriminatoire wijze geschiedt. Met toepassing van artikel 19 van het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 ziet de CREG in overeenstemming met de wet toe op de naleving van dit koninklijk besluit en kan zij daartoe van de marktbeheerder en de deelnemers alle noodzakelijke inlichtingen vorderen. Zij kan overgaan tot een controle van hun rekeningen ter plaatse. 17/27 II. 16. ANTECEDENTEN Op 25 augustus 2006 keurt de CREG in haar beslissing (B)060825-CDC-552 het voorstel van de NV Elia System Operator betreffende de methodes voor congestiebeheer en de methodes voor het toekennen, aan de toegangsverantwoordelijken, van de beschikbare dagcapaciteit op de koppelverbindingen Frankrijk-België en België-Nederland via impliciete veilingen (hierna: beslissing 552) goed. 17. Zoals beschreven in hoofdstuk I van onderhavige beslissing, moest het intra-day beheer op de grens tussen Nederland en België volgens de Europese reglementering beginnen op 1 januari 2008. Artikel 1.9 van de richtsnoeren bepaalt immers: « uiterlijk op 1 januari 2008 moeten op gecoördineerde wijze en onder veilige exploitatieomstandigheden mechanismen voor het intra-dagelijks beheer van congestie van de interconnectiecapaciteit worden opgesteld teneinde zoveel mogelijk handelsopportuniteiten te scheppen en een grensoverschrijdend evenwicht tot stand te brengen». 18. Tijdens de 3de « Implementation Group Meeting » van 18 juli 2007 kondigde Tennet aan dat in augustus 2007 nadere informatie zou worden verschaft over een voorlopige oplossing tussen België en Nederland voor januari 2008. 19. Tijdens de 4de « Implementation Group Meeting » van 21 januari 2008 kondigde Elia aan dat zij en Tennet een voorlopig mechanisme voor intra-day congestiebeheer op de grens tussen Nederland en België wilden in werking stellen dat zou gebaseerd zijn op een verbeterd prorata systeem. Elia zou dit systeem beheren. Het systeem zelf zou in juni 2008 van start gaan. 20. Begin juni 2008 vernam de CREG dat de invoering van de voorlopige oplossing voor de intra-day markt met moeilijkheden kampte en dat het project vertraging zou kunnen oplopen. Hierover ondervraagd, antwoordde Elia bij e-mail van 10 juni 2008 dat het project inderdaad vertraging had opgelopen. In dat verband haalde Elia de IT-wijzigingen aan die bij TenneT waren doorgevoerd als gevolg van een probleem dat tijdens het project werd vastgesteld en dat verband hield met de wisselwerking tussen de intra-day nomineringen op de binnenlandse markt in Nederland en die op de grens tussen België en Nederland en de wijziging van de grid code in Nederland. Het intra-day project zou pas van start kunnen gaan in het eerste kwartaal 2009, hoofdzakelijk als gevolg van problemen in verband met de IT. 18/27 21. Op 25 augustus 2008 stelden de CREG en de « Energiekamer » (Nederlandse reguleringsoverheid) een gemeenschappelijke brief ter attentie van Elia en TenneT op waarin ze uiting gaven aan hun bezorgdheid over het gebrek aan vooruitgang op het gebied van de invoering van het intra-day project. In deze gemeenschappelijke brief toonden de regulatoren zich bereid een tussentijdse oplossing toe te staan in afwachting van een volledige en definitieve goedkeuring. Bovendien drongen beide regulatoren erop aan dat het project zo vlug mogelijk en uiterlijk op 1 oktober 2008 zou worden opgestart. 22. Op 9 september 2008 legde Elia de CREG, met toepassing van artikelen 180, § 2, en 183, § 2, van het technisch reglement, een voorstel van regels voor intra-day toewijzing van capaciteit op de koppelverbinding Nederland-België voor. Wat de timing voor het opstarten van het intra-day project en het toepassen van de voorgestelde regels betreft, werd de CREG meegedeeld dat de door de Belgische en de Nederlandse regulatoren gevraagde startdatum onmogelijk kon gehaald worden en dat de eerder door de netbeheerders aangekondigde startdatum van januari 2009 niet volkomen gegarandeerd kon worden. 23. Bij brief van 9 september 2008 (ontvangen op 10 september 2008), legde Elia de CREG tevens, met toepassing van artikel 6 van het technisch reglement, een gewijzigde versie van de contracten van toegangsverantwoordelijke ter goedkeuring voor. Deze wijzigingen werden goedgekeurd bij beslissing van de CREG (B)081009-CDC-796 van 9 oktober 2008, met uitzondering van twee ervan. De datum waarop de wijzigingen in verband met het intra-day mechanisme zouden van kracht worden, werd door Elia niet vermeld in zijn voorstel en werd de CREG tot op heden nog niet ter kennis gebracht. 24. Begin december 2008 vernam de CREG dat het intra-day project onmogelijk tegen einde januari 2009 kon verwezenlijkt worden en opnieuw moest uitgesteld worden. De uiterste startdatum van het intra-day beheer zou midden mei 2009 vallen. 25. De grensoverschrijdende toewijzing van transmissiecapaciteit op basis van een verbeterd prorata mechanisme werd in werking gesteld op 26 mei 2009. 19/27 26. In december 2009 gaf het Forum van Florence een gunstig onthaal aan het voorstel van een « Project Coordination Group » met het oog op de definitie, voor de intra-day toewijzing van transmissiecapaciteit, van een mechanisme op basis van een impliciete (transmissiecapaciteit en energie) en continu toewijzing. 27. Op 26 juli 2010 onderzochten de CREG, de Nederlandse regulator NMa, Elia, de Nederlandse netbeheerder Tennet, Belpex en de Nederlandse beurs APX tijdens een vergadering de voorwaarden voor het opstellen van een intra-day mechanisme op basis van continuhandel. Bij die gelegenheid gaf de CREG uiting aan haar bezorgdheid om het tot stand brengen van een adequaat toezicht op de blokorders die verscheidene uren dekken. Volgens de CREG vereiste dit toezicht het dagelijks doorspelen door Elia van informatie over het op gang brengen van de productie-eenheden. 28. Op 30 september 2010 verstrekte de CREG de minister die bevoegd is voor Energie een advies (nr. 100930-CDC-990) over « de aanvraag tot goedkeuring van de door Belpex voorgestelde wijzigingen aan het marktreglement van Belpex », wijzigingen die noodzakelijk waren voor het opstellen van een grensoverschrijdend mechanisme met Nederland op basis van continuhandel. In dat advies gaf de CREG aan dat het door Belpex bij de minister ingediende dossier geen problematische punten bevatte. 29. Op 27 oktober 2010 ontving de CREG het voorstel van Elia over het opstellen van een intra-day capaciteitstoewijzing tussen België en Nederland op basis van een impliciet mechanisme. 30. Op 24 december 2010 stuurde de CREG een e-mail naar Elia, als antwoord op diens verzoek, waarin ze de algemene voorwaarden verduidelijkte met betrekking tot het specifieke toezicht op de blokorders dat ze tot stand wou brengen. 31. Op 5 januari 2011 stuurt de CREG een brief naar Elia waarin ze deze vraagt haar uiterlijk vanaf 15 februari, op dagbasis, het de vorige dag vastgestelde uitvallen van de productie-eenheden te melden. 20/27 III. ANALYSE VAN DE VOORGESTELDE DOOR REGELS CAPACITEITSTOEWIJZING ELIA VOOR OP DE KOPPELVERBINDING NEDERLAND-BELGIË Hierna wordt het voorstel van Elia geanalyseerd en meer bepaald zijn overeenstemming met het wettelijk kader, beschreven in hoofdstuk I van onderhavige beslissing. Deze analyse wordt echter voorafgegaan door een herhaling van de overwegingen die al in beslissing 552 van de CREG geopperd werden met betrekking tot het opstellen van de trilaterale marktkoppeling tussen Frankrijk, België en Nederland en die volkomen relevant blijven voor onderhavige beslissing. III.1. 32. Impliciet mechanisme en nettoegang Het door Elia voorgestelde mechanisme voor grensoverschrijdende capaciteitstoewijzing in intra-day met Nederland is gebaseerd op een impliciete methode die gelijktijdig de energiehandel en de transmissiecapaciteit tussen beide landen beheert. Bovendien zal geen enkel ander mechanisme het meer mogelijk maken om in intra-day transmissiecapaciteit tussen beide landen uit te wisselen. Met andere woorden, het beheer van de totaliteit van de beschikbare interconnectie- of koppelverbindingscapaciteit in intraday met Nederland wordt door Elia toevertrouwd aan Belpex, de erkende beheerder van de Belgische markt voor uitwisseling van energieblokken. 33. Artikel 6 van het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 bepaalt dat de marktbeheerder, indien de markt gekoppeld wordt aan gelijkaardige markten in de buurlanden, onverminderd de toepassing van de bepalingen inzake verbindingen met buitenlandse netten voorgeschreven door het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, en onverminderd de bevoegdheden van de CREG overeenkomstig voornoemd koninklijk besluit, in opdracht van de netbeheerder de methodes voor de toekenning van de beschikbare capaciteit, toegewezen aan de marktkoppeling, voor de uitwisselingen met de buitenlandse netten mag uitvoeren, op voorwaarde dat dit op transparante, nietdiscriminatoire wijze geschiedt. 21/27 34. Artikel 6 van het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 komt er met andere woorden op neer dat, ingeval van marktkoppeling, de marktbeheerder in opdracht van Elia de methodes voor de toekenning van de beschikbare capaciteit mag uitvoeren, rekening houdend weliswaar met de bepalingen inzake verbindingen met buitenlandse netten vervat in de artikelen 176 tot 184 van het technisch reglement en de bevoegdheden van de CREG overeenkomstig het technisch reglement (onder meer op grond van de artikelen 180, §2, en 183, §2, van het technisch reglement). 35. De CREG stelt vast dat het voorstel van Elia betrekking heeft op de toewijzing van 100% van de intra-day interconnectiecapaciteit aan het mechanisme van continuhandel, en bijgevolg elke expliciete veiling voor de dagcapaciteit supprimeert. In de mate dat de grensoverschrijdende uitwisselingen die op dagbasis gebeuren, via de beurs worden verricht, is de toegang tot die beurs bepalend voor de toegang tot het net. 36. De CREG herhaalt hier haar bezorgdheid om een niet discriminatoire toegang tot de beurs te faciliteren en herhaalt het verzoek dat in 2006 aan Belpex werd gericht voor de dayaheadmarkt, namelijk om de deelnemers een naar hun activiteitsvolume gedifferentieerde tarifering te bieden. Die maatregel zou tot doel hebben een adequaat antwoord te bieden aan deelnemers die beperkte volumes behandelen. 37. De CREG herinnert eraan dat zij bevoegd is inzake de toegangsvoorwaarden tot het net. De wetgever heeft overigens in artikel 6 van het koninklijk besluit van 20 oktober 2005 uitdrukkelijk vermeld dat de CREG in geval van marktkoppeling alle door het technisch reglement toegewezen bevoegdheden behoudt. 38. Bovendien bevatten het koninklijk besluit van 20 oktober 2005, het marktreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit van 11 januari 2006 en de marktprocedures onder meer de voorwaarden voor beursdeelname. 39. Ten slotte herinnert de CREG eraan dat Belpex verplicht is de regelgeving met betrekking tot de beurs toe te passen in overeenstemming met artikel 15 van de elektriciteitswet, die hiërarchisch hoger staat, en volgens de CREG van openbare orde is. De CREG herinnert er ook aan dat Elia ondanks de aan Belpex toevertrouwde opdracht verantwoordelijk blijft voor de naleving van het in artikel 15 van de elektriciteitswet bepaalde recht van toegang tot het transmissienet. 22/27 40. De CREG stelt overigens vast dat de door Elia gegeven beschrijving van het voorgestelde impliciete mechanisme in § 6.2.1.1 duidelijk melding maakt van de door de beurs verstrekte dienst met betrekking tot de impliciete toewijzing van capaciteit voor rekening van de netbeheerders. 41. Bijgevolg, als de CREG zou vaststellen dat de toepassing van de regelgeving met betrekking tot de intra-day handel via de elektriciteitsbeurs het toegangsrecht tot het transmissienet, zoals bekrachtigd in artikel 20, §1 van richtlijn 2003/54/EG en in artikel 15 van de elektriciteitswet, rechtstreeks of onrechtstreeks beperkt of in feite op losse schroeven zet, zal ze Elia verzoeken haar een voorstel ter goedkeuring voor te leggen om het toegangsrecht tot het net te herstellen en, indien nodig, zal ze het recht hebben alle middelen te gebruiken waarover zij beschikt om dit toegangsrecht tot het net te garanderen, met uitvoering van de artikelen 180 en 183 van het technisch reglement. III.2. 42. Europees streefmechanisme in intra-day Het streefmechanisme voor grensoverschrijdende energiehandel in intra-day dat op Europees vlak wordt uitgewerkt is gebaseerd op een evolutie en een verbetering van het door Elia voorgestelde continu impliciet mechanisme. Dit Europese streefmodel, waarvan de uitwerking aan de gang is, is onder meer toegankelijk via documenten die ter raadpleging worden voorgelegd op de website van de Europese regulatoren van CEER/ERGEG in het raam van de uitwerking van de kaderrichtsnoeren (Framework Guidelines) inzake capaciteitstoewijzing en congestiebeheer (CACM). 43. Het voorstel van Elia wordt aangediend als een tijdelijke oplossing en Elia geeft in zijn beschrijving van het voorgestelde mechanisme duidelijk aan dat het nu bezig is met de uitwerking van een langdurige oplossing (« NWE Intraday project ») die heel de CWE regio, de Scandinavische landen en het Verenigd Koninkrijk zou omvatten en die conform de voorschriften van het Europese streefmechanisme zou zijn. 44. Om die reden vormt het voorstel van Elia en meer bepaald de overgang van een expliciet naar een impliciet mechanisme, evenals de continu capaciteitstoewijzing, een significante stap vooruit naar de verwezenlijking van een regionale oplossing conform het Europese streefmechanisme. 23/27 III.3. 45. Prijstransparantie Het door Elia voorgestelde continu impliciete mechanisme verhoogt op significante wijze de prijstransparantie voor intra-day capaciteit. Het verbeterde prorata mechanisme dat nu van kracht is biedt immers geen enkele informatie over de prijs van de intra-day capaciteit ; Bovendien verzekert de georganiseerde mededinging tussen uurproducten en de selectieregel van (aankoop- of verkoop-) orders volgens de beste prijs een bevredigende prijsvorming (bij afwezigheid aan congestie). III.4. 46. Capaciteitscompensatie Een van de belangrijkste voordelen van de impliciete mechanismen voor capaciteitstoewijzing is dat ze een automatische compensatie (« netting ») van de beschikbare interconnectiecapaciteit en dus een efficiënter gebruik ervan mogelijk maken. III.5. Blokproducten voor energiehandel en specifiek toezicht op de marktwerking 47. Het door Elia voorgestelde continu mechanisme behandelt blokproducten (die verscheidene opeenvolgende uren voor een globale prijs en een gegeven volume dekken) op een andere manier dan die welke op uurproducten van toepassing is. Uurproducten worden immers geklasseerd in stijgende (of dalende) volgorde van prijzen en enkel de goedkoopste verkoopaanbiedingen (of de duurste aankoopaanbiedingen) die op een gegeven ogenblik beschikbaar zijn en binnen de interconnectiecapaciteit liggen, kunnen door de marktspelers geselecteerd worden. Blokproducten, die geen bepaalde uurprijs hebben, kunnen niet volgens hetzelfde principe geklasseerd worden en mogen dus niet met de uurproducten « vermengd » worden. 48. Deze methode is dus strijdig met artikel 2.7 van de richtsnoeren, dat bepaalt dat de capaciteit moet worden toegewezen aan het hoogste bod. Bovendien brengt dit gebrek aan mededinging met betrekking tot de blokproducten de kwaliteit van het gegeven prijssignaal in het gedrang. 24/27 49. Deze blokorders zijn echter belangrijk om de liquiditeit in intra-day te verhogen door onder meer het opstarten van bijkomende productie-eenheden, bijvoorbeeld als gevolg van het uitvallen van een centrale, mogelijk te maken. Daarom heeft de CREG besloten een bijzonder toezicht op het gebruik van deze producten te houden en heeft ze Elia gevraagd haar dagelijks informatie over het op gang brengen van de aan het transmissienet aangesloten productie-eenheden te verstrekken (zie eerder, in hoofdstuk II, de verwijzing naar de brief van 5 januari 2011). III.6. 50. Overeenstemming van het voorstel met de richtsnoeren De door Elia voor de grens met Nederland voorgestelde intra-day toewijzing is gebaseerd op een impliciet (transmissiecapaciteit en energie) en continu mechanisme. Artikel 2.1 van de richtsnoeren bepaalt immers dat de interconnectiecapaciteit moet worden toegewezen door expliciete of impliciete veilingen, maar laat tevens continuhandel voor de intra-day handel toe. 51. De toepassing van het door Elia voorgestelde mechanisme wordt echter problematisch in het licht van artikelen 1.5, 1.9, 2.7 en hoofdstuk 3 van de richtsnoeren. Volgens artikel 1.5 van de richtsnoeren moet de voorgestelde congestiebeheermethode doeltreffende economische signalen geven. Artikel 1.9 bepaalt dat het voorgestelde systeem gecoördineerd moet zijn en hoofdstuk 3 preciseert de kenmerken van deze coördinatie. Meer bepaald moet deze coördinatie op het vlak van de regio gebeuren, de capaciteitsberekening omvatten en loop-flows op efficiënte wijze behandelen. Tot slot bepaalt artikel 2.7 van de richtsnoeren daarenboven dat de capaciteit moet worden toegewezen aan het hoogste bod, ongeacht of het een impliciet of expliciet bod binnen een gegeven tijdsbestek is. Het voorstel van Elia voldoet niet aan de in artikel 2.7 van de richtsnoeren gestelde voorwaarden in die zin dat, in het voorgestelde continusysteem, de capaciteit niet wordt toegewezen aan de marktspeler die (op expliciete of impliciete wijze of in continuhandel) de hoogste prijs biedt. De voorgestelde toewijzing van intra-day interconnectiecapaciteit geeft bijgevolg geen enkel economisch signaal aan de marktspelers en voldoet dus niet aan de richtsnoeren. 25/27 Bovendien bepaalt artikel 1.9 van de richtsnoeren dat de mechanismen voor het intradagelijks beheer van congestie van de interconnectiecapaciteit op gecoördineerde wijze en onder veilige exploitatieomstandigheden moeten opgesteld worden. Dit houdt in dat Elia onder meer moet rekening houden met de verplichtingen tot onderlinge coördinatie tussen de transmissienetbeheerders, zoals beschreven in hoofdstuk 3 van de richtsnoeren. Een dergelijke coördinatie ontbreekt echter in het huidige voorstel. De verplichtingen in hoofdstuk 3 van de richtsnoeren staan niet of slechts in zeer beperkte mate in het huidige voorstel. Het huidige voorstel betreft immers een op bilaterale wijze georganiseerde toewijzing van capaciteit; het voert geen enkele methode of procedure van communautair of op gewestelijk vlak gecoördineerd congestiebeheer voor de capaciteitstoewijzing, zoals hoofdstuk 3 van de richtsnoeren eist, in. 52. Om de redenen uiteengezet in de voorgaande paragrafen 47 tot 51, kan de CREG het huidige voorstel van Elia inzake een continu impliciet mechanisme voor intra-day toewijzing van capaciteit op de koppelverbinding Nederland-België niet goedkeuren. 26/27 BESLISSING Met toepassing van de artikelen 180, §2, en 183, §2, van het technisch reglement beslist de CREG, om de redenen beschreven in paragraaf 47 tot 51 van de onderhavige beslissing, het voorstel van Elia inzake de regels voor intra-day toewijzing van capaciteit op de koppelverbinding Nederland-België niet goed te keuren. De CREG stelt evenwel vast dat het huidige voorstel een merkelijke verbetering van de marktvoorwaarden en van het beheer van de koppelverbindingscapaciteit meebrengt, zoals aangegeven in de artikelen 42 tot 46 van de onderhavige beslissing. Bovendien, zoals aangestipt in paragraaf 43, verstaat de CREG dat Elia tevens op langere termijn een duurzame en panregionale oplossing uitwerkt die conform verordening nr.1228/2003 en de richtsnoeren zou zijn en dat bijgevolg in onderhavig geval enkel een voorlopig systeem van intra-dagelijks beheer wordt voorgesteld. Gezien het voorstel van Elia kan beschouwd worden als een significante vooruitgang, in het licht van de richtsnoeren, tegenover de huidige toestand en dat ze een positieve impuls op het vlak van de grensoverschrijdende elektriciteitshandel kan vormen, laat de CREG Elia toe het door deze laatste voorgestelde impliciete mechanisme in werking te stellen, in afwachting van een totale en definitieve goedkeuring. De CREG verzoekt Elia echter haar zo vlug mogelijk een nieuw voorstel voor te leggen dat volledig conform de vereisten van Verordening nr. 1228/2003, de richtsnoeren en, wanneer ze van kracht zal worden, Verordening (EG) nr. 714/2009 van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en houdende intrekking van Verordening nr. 1228/2003 zal zijn.   Voor de Commissie voor Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Dominique WOITRIN Directeur François POSSEMIERS Voorzitter van het Directiecomité 27/27

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.