Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)110915-CDC-1097 over de „aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia System Operator betreffende het algemeen model voor de berekening van de overdrachtcapaciteit voor jaar en maand en de transportbetrouwbaarheidsmarge en betreffende de methodes voor congestiebeheer voor energie-uitwisselingen met het Franse en het Nederlandse net, zoals vastgelegd in het kader van de Centraal West-Europese regio‟ genomen met toepassing van artikel 15.2 van Verordening (EG) 714/2009 en van de artikelen 176, §2 en 180, §2 van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe 15 september 2011 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op basis van artikel 15, §2, van Verordening (EG) 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad (hierna: de Verordening) van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en van artikelen 176, §2 en 180, §2 van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het technisch reglement), het voorstel van de NV Elia System Operator (hierna: Elia) betreffende het algemeen plan voor de berekening van de overdrachtcapaciteit voor jaar en maand en de transportbetrouwbaarheidsmarge op basis van de elektrische en fysieke eigenschappen van het net. Artikel 176, §2, van het technisch reglement bepaalt dat de door de netbeheerder toegepaste methodes voor de evaluatie van de overdrachtcapaciteit worden gepubliceerd en ter kennis van de CREG gebracht. Artikel 180, §2, van het technisch reglement bepaalt dat de methodes voor congestiebeheer, alsook de veiligheidsregels, de CREG ter goedkeuring worden ter kennis gebracht door de netbeheerder. Artikel 15, §2, van de Verordening (EG) bepaalt dat de door de transmissienetbeheerders gehanteerde veiligheids-, operationele en planningsnormen worden openbaar gemaakt. De gepubliceerde informatie omvat een algemeen model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de transportbetrouwbaarheidsmarge, een en ander gebaseerd op de elektrische en fysieke eigenschappen van het net. Dergelijke modellen moeten door de regulerende instanties worden goedgekeurd. Het voorstel betreffende het algemeen model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de transportbetrouwbaarheidsmarge, dat aan de Belgische grenzen van toepassing is voor de jaar- en maandcapaciteit, zoals vastgesteld in het raam van het Centraal West-Europees (CWE) regionaal initiatief, werd door Elia ter kennis gebracht bij brief ontvangen op 13 november 2009. Onderhavige beslissing steunt grotendeels op dezelfde argumentatie als deze in de CREG beslissing (B) 101026-CDC-997 van 26 oktober 2010. De CREG wordt hierin gevolgd door de Europese Commissie (zie paragraaf 27). Deze beslissing is opgesplitst in vier delen. Het eerste deel is gewijd aan het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de beslissing toegelicht. Het derde 2/27 deel geeft de bezwaren van de CREG, de context van de beslissing en de afzwakkingsmaatregelen weer. Het vierde deel, ten slotte, bevat de eigenlijke beslissing. Een kopie van het voorstel van Elia betreffende het algemeen model voor de totale overdrachtcapaciteit en de transportbetrouwbaarheidsmarge van de jaar- en maandcapaciteiten worden als bijlage bij deze beslissing gevoegd. Deze beslissing werd op 15 september 2011 door het directiecomité van de CREG via schriftelijke procedure aangenomen. 3/27 I. Wettelijk kader ................................................................................................................ 5 I.1. Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 13 juli 2009 houdende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 2003/54/EG ..................................................................................... 5 I.2. Verordening (EG) Nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van verordening (EG) Nr. 1228/2003 ...................... 6 I.3. Richtsnoeren voor congestiebeheer en toewijzing van beschikbare overdrachtcapaciteit op interconnecties tussen nationale systemen .................................. 8 II. I.4. De elektriciteitswet .................................................................................................13 I.5. Het technisch reglement .........................................................................................14 Antecedenten ................................................................................................................17 III. Beoordeling van de voorgestelde methode en temperende maatregelen ......................22 III.1. Discriminatie...........................................................................................................22 III.2. Weinig doeltreffend gebruik van het transmissienet................................................23 III.3. Geen toewijzing gebaseerd op de markt ................................................................23 III.4. Publicatie van het algemene plan voor de berekening van de overdrachtscapaciteit voor jaar en maand en de betrouwbaarheidsmarge ..........................................................24 III.5. Context en temperende maatregelen .....................................................................24 BESLISSING .......................................................................................................................26 4/27 I. WETTELIJK KADER I.1. Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 13 juli 2009 houdende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 2003/54/EG 1. Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 houdende de gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 2003/54/EG (hierna: richtlijn 2009/72/EG) legt in haar artikel 12.
- f)een algemene verplichting op volgens dewelke de netbeheerder de niet-discriminatie tussen gebruikers of categorieën van gebruikers van het net, meer bepaald ten gunste van zijn gelieerde maatschappijen, moet waarborgen. Richtlijn 2009/72/EG benadrukt in het bijzonder het principe van de niet-discriminerende toegang tot het transmissiesysteem in artikel 32.1, dat bepaalt dat de Lidstaten erop dienen toe te zien dat voor alle in aanmerking komende klanten een systeem van toegang voor derden tot de transmissie- en distributienetten wordt ingevoerd. Dit systeem, gebaseerd op gepubliceerde tarieven, moet objectief en zonder discriminatie tussen de gebruikers van het net worden toegepast. Artikel 32.2 van richtlijn 2009/72/EG bepaalt onder meer dat de transmissienetbeheerder de toegang kan weigeren als hij niet over de nodige capaciteit beschikt. Artikel 37.6.
- c)van richtlijn 2009/72/EG heeft betrekking op de taken en bevoegdheden van de regulerende instanties en bepaalt dat ze bevoegd zijn voor de vaststelling of de voldoende ruim aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit 5/27 en congestiebeheer. Artikel 37.9 van richtlijn 2009/72/EG bepaalt dat de regulerende instanties het congestiebeheer van de nationale elektriciteitssystemen, inclusief interconnectoren, en de uitvoering van de regels inzake congestiebeheer transmissiesysteembeheerders of monitoren en dat hiertoe de marktdeelnemers hun congestiebeheersprocedures, inclusief de toewijzing van capaciteit, aan de nationale regulerende instanties ter goedkeuring voorleggen. De nationale regulerende instanties mogen verzoeken om wijzigingen in deze procedures. Artikel 38.2.c)van richtlijn 2009/72/EG bepaalt dat de regulerende instanties ten minste samenwerken op regionaal niveau om de ontwikkeling van de regels inzake congestiebeheer te coördineren. I.2. Verordening (EG) Nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van verordening (EG) Nr. 1228/2003 2. De CREG herinnert eraan dat, krachtens de bepalingen van artikel 249 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, verordening nr. 714/2009 een algemene draagwijdte heeft, in al zijn elementen bindend is en rechtstreeks van toepassing is in iedere Lidstaat. 3. Artikel 15.2 bepaalt dat « de door de transmissiesysteembeheerders gehanteerde veiligheids-, operationele en planningsnormen worden openbaar gemaakt. Dit omvat tevens een algemeen model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de transmissiebetrouwbaarheidsmarge, een en ander gebaseerd op de elektrische en fysieke eigenschappen van het netwerk. Dergelijke modellen moeten door de regulerende instanties 6/27 worden goedgekeurd». 4. Artikel 16.1 preciseert dat de problemen inzake congestiebeheer worden aangepakt met niet-discriminerende, aan de markt gerelateerde oplossingen waarvan voor de marktdeelnemers en de betrokken transmissiesysteembeheerders efficiënte economische signalen uitgaan. Bovendien bepaalt dit artikel dat de netcongestieproblemen bij voorkeur moeten worden opgelost met van transacties losstaande methodes, d.w.z. methodes waarbij geen keuze moet worden gemaakt tussen de contracten van afzonderlijke marktdeelnemers. 5. Artikel 16.3 bepaalt dat marktdeelnemers de beschikking krijgen over de maximale capaciteit van de koppelverbindingen en/of de maximale capaciteit van de transmissiesystemen waarmee grensoverschrijdende stromen worden verzorgd, met naleving van de voor een bedrijfszekere exploitatie van het net geldende veiligheidsnormen. 6. Artikel 16.4 betreft het tijdschema van de nomineringen en de herverdeling van de ongebruikte capaciteiten. transmissienetbeheerders Het bepaalt voldoende dat lang de vóór marktdeelnemers de aanvang van de betrokken de betrokken exploitatieperiode in kennis moeten stellen van hun voornemen om de toegekende capaciteit al dan niet te gebruiken. Elke ongebruikte toegekende capaciteit wordt opnieuw aan de markt toegekend volgens een open, transparante en niet-discriminerende procedure. 7. Artikel 16.5 van verordening nr. 714/2009 bepaalt dat, voor zover dit technisch mogelijk is, de transmissienetbeheerders de behoeften aan capaciteit voor elektriciteitsstromen in tegengestelde richting over de overbelaste koppellijn moeten vereffenen, teneinde de capaciteit van deze lijn maximaal te benutten. 7/27 I.3. Richtsnoeren voor toewijzing congestiebeheer van overdrachtcapaciteit en beschikbare op interconnecties tussen nationale systemen 8. De bijlage van verordening nr. 714/2009 bevat richtsnoeren voor congestiebeheer en toewijzing van beschikbare overdrachtscapaciteit op interconnecties (koppelverbindingen) tussen nationale systemen (hierna: richtsnoeren). De bepalingen van deze richtsnoeren die relevant zijn voor onderhavige beslissing worden hierna weergegeven. 1. ALGEMEEN […] 1.6. Bij congestiebeheer mag geen onderscheid worden gemaakt op basis van de transactie. Een specifiek verzoek voor een transmissiedienst wordt enkel afgewezen wanneer aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
- a)de extra fysieke elektriciteitsstromen die voortvloeien uit de aanvaarding van dit verzoek zouden tot gevolg hebben dat de veilige exploitatie van het elektriciteitssysteem niet langer kan worden gegarandeerd, en
- b)het met dat verzoek gemoeide bedrag aan geld in de congestiebeheer procedure is lager dan alle andere voor aanvaarding bedoelde verzoeken om dezelfde dienst en voorwaarden. 1.7. Bij het definiëren van passende netwerkgebieden waarop en waartussen congestiebeheer van toepassing is, moeten de transmissiesysteembeheerders zich laten leiden door de beginselen van rendabiliteit en minimalisering van de negatieve gevolgen voor de interne elektriciteitsmarkt. Concreet mogen transmissiesysteembeheerders de interconnectiecapaciteit niet beperken om congestie binnen hun eigen controlegebied op te lossen, behalve om de hierboven vermelde redenen en redenen van operationele veiligheid
(1). Indien een dergelijke situatie zich voordoet, moeten de transmissiesysteembeheerders ze beschrijven en alle gebruikers hiervan op transparante wijze in kennis stellen. Een dergelijke situatie wordt alleen getolereerd zolang geen oplossing op lange termijn is gevonden. De methoden en projecten waarmee zo‟n oplossing kan worden bereikt, worden door de transmissiesysteembeheerders beschreven en op transparante wijze aan de gebruikers gepresenteerd. 8/27 1.8. Wanneer het netwerk in het controlegebied in evenwicht wordt gebracht via operationele maatregelen in het netwerk en via redispatching, moet de transmissiesysteembeheerder rekening houden met het effect van deze maatregelen op naburige controlegebieden […] 1.10. De nationale regelgevende instanties zullen regelmatig de methoden voor congestiebeheer evalueren, waarbij zij met name aandacht zullen besteden aan de naleving van de beginselen en regels die in de verordening en de richtsnoeren zijn vastgelegd, en aan de voorwaarden die de regelgevende instanties zelf hebben vastgesteld op basis van die beginselen en regels. In het kader van een dergelijke evaluatie moeten alle marktspelers worden geraadpleegd en moeten gerichte studies worden uitgevoerd. 2. METHODEN VOOR CONGESTIEBEHEER 2.1 Methoden voor congestiebeheer moeten op de markt gebaseerd zijn, zodat een efficiënte grensoverschrijdende handel wordt gefaciliteerd. Daarom zal capaciteit alleen worden toegewezen door expliciete (capaciteit) of impliciete (capaciteit en energie) veilingen. Beide methoden mogen worden gebruikt voor een en dezelfde interconnectie. Met betrekking tot intra-day handel is continuhandel mogelijk. […] 2.6. De transmissiesysteembeheerders stellen een passende structuur vast voor de toewijzing van capaciteit tussen verschillende tijdsbestekken. Hierin kan een optie zijn opgenomen om een minimumpercentage aan interconnectiecapaciteit te reserveren voor dagelijkse of “intra-day”-toewijzing. Deze toewijzingsstructuur moet worden beoordeeld door de respectievelijke regelgevende instanties. Bij het opstellen van hun voorstellen houden de transmissiesysteembeheerders rekening met:
- a)de kenmerken van de markten;
- b)de exploitatieomstandigheden, zoals de gevolgen van de vereffening van vaste programma‟s;
- c)het niveau van harmonisering van de percentages en tijdsbestekken die zijn goedgekeurd voor de verschillende geldende mechanismen voor de toewijzing van capaciteit. 2.7. Bij de toewijzing van capaciteit mag geen onderscheid worden gemaakt tussen marktdeelnemers die gebruik maken van hun recht om bilaterale leveringscontracten te sluiten en zij die een bod te doen op een energiebeurs. De capaciteit wordt toegewezen aan het hoogste bod, ongeacht of het een impliciet of expliciet bod binnen een gegeven 9/27 tijdsbestek is. […] 3. COÖRDINATIE 3.1. De betrokken transmissiesysteembeheerders coördineren en implementeren de toewijzing van interconnectiecapaciteit aan de hand van gemeenschappelijke toewijzingsprocedures. Wanneer verwacht wordt dat de handel tussen twee landen (transmissiesysteembeheerders) een aanzienlijke invloed zal hebben op de fysieke stroom van elektriciteit in een derde land (transmissiesysteembeheerder), coördineren de betrokken transmissiesysteembeheerders hun congestiebeheermethodes via een gemeenschappelijke congestiebeheerprocedure. De nationale regelgevende instanties en de transmissiesysteembeheerders zien erop toe dat geen congestiebeheerprocedure unilateraal wordt opgezet die aanzienlijke gevolgen heeft voor de fysieke elektriciteitsstromen in andere netwerken. 3.2. Uiterlijk op 1 januari 2007 moet tussen landen in de volgende gebieden een gemeenschappelijke congestiebeheermethode en -procedure voor toewijzing van capaciteit aan de markt worden opgezet, en dit minstens voor de jaar-, maand- en “day-ahead”toewijzing:
- a)Noord-Europa (Denemarken, Zweden, Finland, Duitsland en Polen),
- b)Noordwest-Europa (Benelux, Duitsland en Frankrijk),
- c)Italië (d.w.z. Italië, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Slovenië en Griekenland),
- d)Centraal Oost-Europa (Duitsland, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Oostenrijk en Slovenië),
- e)Zuidwest-Europa (Spanje, Portugal en Frankrijk),
- f)VK, Ierland en Frankrijk,
- g)de Baltische staten (Estland, Letland en Litouwen). In geval van een interconnectie waarbij tot meerdere gebieden behorende landen betrokken zijn mag een andere congestiebeheermethode worden gebruikt ter verzekering van verenigbaarheid met de methoden die worden toegepast in de andere gebieden waartoe genoemde landen behoren. In dat geval stellen de betreffende transmissiesysteembeheerders de methode voor die ter beoordeling aan de betreffende regelgevende instanties zal worden voorgelegd. […] 3.4. In de zeven bovenvermelde gebieden worden verenigbare congestiebeheerprocedures 10/27 vastgesteld om een volledig geïntegreerde interne Europese elektriciteitsmarkt tot stand te brengen. De marktpartijen mogen niet worden geconfronteerd met onverenigbare regionale systemen. 3.5. Ter bevordering van eerlijke en doeltreffende mededinging en grensoverschrijdende handel, dient de in punt 2 beschreven coördinatie tussen de transmissiesysteembeheerders binnen de gebieden alle stappen te bestrijken, gaande van capaciteitsberekening en optimalisering van toewijzing tot veilige exploitatie van het netwerk, en worden de verantwoordelijkheden duidelijk verdeeld. Deze coördinatie heeft met name betrekking op:
- a)het gebruik van een gemeenschappelijk transmissiemodel dat doeltreffend omspringt met fysieke loop flows en rekening houdt met de verschillen tussen fysieke en commerciële stromen;
- b)de toewijzing en nominering van capaciteit om doeltreffend om te springen met onderling afhankelijke fysieke loop flows;
- c)het gelijktrekken van de verplichtingen van capaciteithouders om informatie te verstrekken over het geplande gebruik van de capaciteit, d.w.z. de nominering van capaciteit (voor expliciete veilingen);
- d)identieke tijdsbestekken en sluitingstijden;
- e)identieke structuren voor de toewijzing van capaciteit tussen verschillende tijdsbestekken (bv. 1 dag, 3 uren, 1 week, enz.) en in termen van verkochte capaciteitsblokken (hoeveelheid elektriciteit in MW, MWh, enz.);
- f)consequentheid wat het kader voor contracten met marktdeelnemers betreft;
- g)de verificatie van de stromen om te voldoen aan de eisen inzake netwerkbeveiliging voor operationele planning en real time exploitatie;
- h)de verrekening en de uitvoering van maatregelen inzake congestiebeheer. […] 4. TIJDSCHEMA VOOR MARKTOPERATIES 4.1. De toewijzing van de beschikbare transmissiecapaciteit dient voldoende lang van tevoren plaats te vinden. Vóór elke toewijzing maken de betrokken transmissiesysteembeheerders samen de toe te wijzen capaciteit bekend, indien nodig rekening houdend met de capaciteit die vrijkomt uit zekere transmissierechten en, voorzover relevant, de daarmee gepaard gaande vereffende nomineringen; ook het tijdsbestek waarbinnen beperkte of geen capaciteit beschikbaar zal zijn (bijvoorbeeld wegens onderhoud) wordt bekendgemaakt. 4.2. De nominering van transmissierechten dient, met volle aandacht voor de 11/27 netwerkveiligheid, lang genoeg van tevoren plaats te vinden, en wel vóór de “day-ahead”sessies van alle relevante georganiseerde markten en vóór de bekendmaking van de capaciteit die zal worden toegewezen op basis van het “day-ahead”- of het “intra-day”toewijzingsmechanisme. Om doeltreffend gebruik te maken van de interconnectie worden nomineringen van transmissierechten in de omgekeerde richting vereffend. […] 5. TRANSPARANTIE 5.1. Transmissiesysteembeheerders publiceren alle relevante gegevens met betrekking tot de beschikbaarheid van het netwerk, de netwerktoegang en het netwerkgebruik, inclusief een verslag waarin wordt nagegaan waar en waarom er sprake is van congestie, welke methoden worden toegepast om de congestie te beheren en welke plannen er bestaan voor congestiebeheer in de toekomst. 5.2. Transmissiesysteembeheerders publiceren een algemene beschrijving van de congestiebeheermethoden die in diverse omstandigheden worden toegepast om zoveel mogelijk capaciteit ter beschikking te stellen van de markt, alsook een algemeen systeem voor de berekening van de interconnectiecapaciteit voor de verschillende tijdsbestekken, gebaseerd op de werkelijke elektrische en fysieke toestand van het netwerk. Een dergelijk systeem moet door de regelgevende instanties van de betrokken lidstaat worden beoordeeld. […] 5.5. De transmissiesysteembeheerders dienen alle relevante gegevens betreffende de grensoverschrijdende handel te publiceren op basis van de best mogelijke voorspelling. De betrokken marktdeelnemers verschaffen de transmissiesysteembeheerders de nodige informatie, zodat die aan hun verplichting kunnen voldoen. De wijze waarop deze informatie wordt gepubliceerd moet ter beoordeling aan de regelgevende instanties worden voorgelegd. De transmissiesysteembeheerders moeten minstens de volgende gegevens publiceren:
- a)jaarlijks: informatie over de langetermijnevolutie van de transmissie-infrastructuur en het effect ervan op de grensoverschrijdende transmissiecapaciteit;
- b)maandelijks: maand- en jaarvoorspellingen van de voor de markt beschikbare transmissiecapaciteit, rekening houdend met alle relevante informatie waarover de transmissiesysteembeheerder beschikt op het ogenblik van de berekening van de voorspelling (vb. de gevolgen van zomer en winter op de capaciteit van de lijnen, onderhoud aan het net, beschikbaarheid van productie-eenheden, enz.);
- c)wekelijks: voorspellingen van de voor de markt beschikbare transmissiecapaciteit voor de 12/27 komende week, rekening houdend met alle informatie waarover de transmissiesysteembeheerder beschikt op het ogenblik van de berekening van de voorspelling, zoals de weersvoorspelling, gepland onderhoud aan het net, beschikbaarheid van productie-eenheden, enz.;
- d)dagelijks: voor de markt beschikbare “day-ahead”- en “intra-day”-transmissiecapaciteit voor elke tijdseenheid van de markt, rekening houdend met alle vereffende “day-ahead”nomineringen, “day-ahead”-productieschema‟s, vraagprognoses en gepland onderhoud aan het net;
- e)totale reeds toegewezen capaciteit per tijdseenheid van de markt en alle relevante omstandigheden waarin deze capaciteit kan worden gebruikt (bv. de toewijzingsprijs op de veiling, de verplichtingen inzake de wijze waarop de capaciteit moet worden gebruikt, enz.), teneinde alle resterende capaciteit te identificeren;
- f)de toegewezen capaciteit, zo snel mogelijk na elke toewijzing, en een indicatie van de betaalde prijs;
- g)de totale gebruikte capaciteit, per tijdseenheid van de markt, onmiddellijk na de nominering;
- h)zo dicht mogelijk bij de werkelijke tijd: verzamelde informatie over gerealiseerde commerciële en fysieke stromen, per tijdseenheid van de markt, inclusief een beschrijving van de effecten van eventuele corrigerende maatregelen (zoals beperking) die door de transmissiesysteembeheerders zijn genomen om problemen met het systeem of netwerk op te lossen;
- i)informatie vooraf over geplande uitval en verzamelde informatie achteraf over geplande en niet-geplande uitval die de vorige dag heeft plaatsgevonden in opwekkingseenheden van meer dan 100 MW. […] I.4. 9. De elektriciteitswet Artikel 2, 7° van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: elektriciteitswet) verstaat onder “transmissienet” het nationaal transmissienet voor elektriciteit, dat de bovengrondse lijnen, ondergrondse kabels en installaties omvat die dienen voor het vervoer van elektriciteit van land tot land en naar rechtstreekse afnemers van de producenten en naar distributeurs gevestigd in België, alsook voor de koppeling tussen elektrische centrales en tussen elektriciteitsnetten. 13/27 10. Artikel 15, §1 van dezelfde wet bepaalt dat de in aanmerking komende afnemers een recht van toegang tot het transmissienet hebben tegen de tarieven vastgesteld overeenkomstig artikel 12 en dat de netbeheerder de toegang alleen kan weigeren wanneer hij niet over de nodige capaciteit beschikt, of wanneer de aanvrager niet voldoet aan de technische voorschriften bepaald in het technisch reglement. I.5. 11. Het technisch reglement Artikel 176 van het technisch reglement bepaalt: « §1. De netbeheerder bepaalt de methodes die hij toepast tijdens de evaluatie van de overdrachtcapaciteit die hij aan de toegangsverantwoordelijken voor hun energie-uitwisseling met de buitenlandse netten ter beschikking kan stellen. §2. De methodes bedoeld in §1 worden door de netbeheerder gepubliceerd overeenkomstig artikel 26 van dit besluit en ter kennis van de commissie gebracht ». 12. Artikel 177 bepaalt: « §1. De methodes, bedoeld in artikel 176, hebben tot doel, een zo groot mogelijke capaciteit ter beschikking te stellen en dit op een transparante en nietdiscriminerende wijze, en waarbij de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net worden gewaarborgd. §2. Deze methodes zijn onder meer gebaseerd op de regels en de aanbevelingen die de wisselwerking van de Europese verbindingsnetten en de energieuitwisselingen tussen de regelzones beheersen. §3. Deze methodes houden zo veel mogelijk rekening met de invloeden van de elektriciteitsstromen die, in voorkomend geval, ontstaan door energie-uitwisselingen tussen de regelzones. §4. Deze methodes houden zo veel mogelijk rekening met de invloeden van de elektriciteitsstromen op de buitenlandse netten die, in voorkomend geval, ontstaan door de energie-uitwisselingen tussen de regelzones en deze netten ». 13. Artikel 180, §1, van het technische reglement bepaalt dat de netbeheerder op niet- discriminerende en transparante wijze de door hem toegepaste congestiebeheermethodes moet bepalen. Artikel 180, §2, preciseert dat de methodes voor congestiebeheer en de veiligheidsregels ter goedkeuring aan de CREG ter kennis gebracht moeten worden en gepubliceerd moeten 14/27 worden overeenkomstig artikel 26. Overeenkomstig artikel 180, §3, van het technisch reglement moet de netbeheerder er, bij de uitvaardiging en de inwerkingstelling van deze methodes, inzonderheid op toezien om, 1° zo veel mogelijk rekening te houden met de richting van de elektriciteitsstromen, en in het bijzonder wanneer de energie-uitwisselingen effectief de congestie doen verminderen; 2° zo veel mogelijk betekenisvolle invloeden te vermijden op de elektriciteitsstromen in andere netten; 3° problemen van congestie op het net op te lossen bij voorkeur met methodes die geen selectie tussen de energie-uitwisselingen van de verschillende toegangsverantwoordelijken inhouden; 4° geschikte economische signalen te geven aan de betrokken netgebruikers. Overeenkomstig artikel 180, §4, van het technisch reglement moeten deze methodes van congestiebeheer onder meer gebaseerd zijn op: 1° procedures voor het in mededinging stellen van de beschikbare capaciteit; 2° de coördinatie van de inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de regelzone en/of, middels akkoord met de buitenlandse netbeheerder(s), door de gecoördineerde inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de betrokken buitenlandse regelzone(s). 14. Krachtens artikel 181, §1, van het technische reglement hebben de methodes voor congestiebeheer bepaald in artikel 180 onder meer tot doel: 1° elke beschikbare capaciteit aan de markt ter beschikking te stellen volgens transparante en niet-discriminerende methodes via, in voorkomend geval, veilingen waarin de capaciteiten kunnen worden verkocht met verschillende duurtijden en met verschillende karakteristieken (bijvoorbeeld wat betreft de verwachte betrouwbaarheid van de betreffende beschikbare capaciteit); 2° de beschikbare capaciteit in een serie verkopen aan te bieden die op verschillende tijdsbasis gehouden kunnen worden; 3° bij elk van deze veilingen een bepaald gedeelte van de beschikbare capaciteit aan te bieden, met inbegrip van alle overblijvende capaciteiten die niet toegekend werden bij de vorige verkopen; 4° de commercialisering van de aangeboden capaciteit toe te laten. Artikel 181, §2, bepaalt dat de methodes voor congestiebeheer, in noodsituaties, een beroep kunnen doen op de onderbreking van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen, 15/27 overeenkomstig vooraf vastgestelde prioriteitsregels die de CREG ter kennis zijn gebracht en gepubliceerd zijn overeenkomstig artikel 26 van dit besluit. Zijn paragraaf 3 preciseert dat, wat de uitvaardiging en de inwerkingstelling van de methodes voor congestiebeheer betreft, de netbeheerder overleg dient te plegen met de netbeheerders van de betrokken buitenlandse regelzones. 15. Overeenkomstig artikel 184 van het technische reglement beogen de methodes van toewijzing van capaciteit onder meer: 1° in de mate van het mogelijke elk verschil in behandeling te minimaliseren tussen de verschillende soorten van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen door fysieke wederkerige overeenkomsten of aanbiedingen op georganiseerde buitenlandse markten; 2° elke ongebruikte capaciteit aan andere marktdeelnemers ter beschikking te stellen; 3° de precieze voorwaarden van de garantiegraad van de aan de marktdeelnemers ter beschikking gestelde capaciteit te bepalen. 16/27 II. 16. ANTECEDENTEN In 2001 publiceert de ETSO verschillende documenten betreffende de definitie1 en de procedures2 inzake de evaluatie van de grensoverschrijdende overdrachtcapaciteiten die overeenkomen met de ATC-methode (“Available Transmission Capacity” of beschikbare overdrachtcapaciteit). Deze documenten worden vandaag nog steeds gebruikt door verschillende TNB’s, zoals ELIA3, als referentiedocumenten in het kader van een algemene beschrijving van hun methoden voor de berekening van capaciteit. 17. Eind 2005 richten de Duitse, de Belgische, de Franse, de Luxemburgse en de Nederlandse regeringen het Pentalateraal Energieforum op (hierna PLEF). Dit forum omvat drie ondersteunende groepen waaronder één, de Ondersteunende groep 1 (hierna OG1), belast is met de optimalisering van de beschikbare overdrachtcapaciteit van interconnecties en toewijzingsmechanismen. 18. Op 11 november 2006 publiceert de Commissie haar besluit van 9 november 2006 tot wijziging van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1228/2003 betreffende de voorwaarden van toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit. Dit besluit voert belangrijke verduidelijkingen in op het vlak van congestiebeheer, onder andere wat betreft de niet-discriminatie tussen de verschillende soorten uitwisselingen, het beroep doen op marktgebaseerde methoden, de minimalisering van de negatieve gevolgen van deze methoden, de coördinatie die nodig is tussen de netbeheerders en het in rekening brengen van de “loop flows” (kringstromen). 19. In februari 2007 publiceren de regulatoren van de CWE-regio hun actieplan om de integratie van de markten van de regio Centraal-West Europa te versterken. Dit actieplan voorziet de uitvoering van een marktkoppeling gebaseerd op de stromen, vraagt een onderzoek naar minstens twee opties inzake het aantal zones (of “knopen” overeenkomstig de vroegere ETSO-terminologie) per land alsook een analyse van het nut van minimale 1 ENTSO-E: “Definitions of Transfer Capacities in liberalised Electricity Markets”, april 2001, beschikbaar op : https://www.entsoe.eu/fileadmin/user_upload/_library/ntc/entsoe_transferCapacityDefinitions.pdf 2 ENTSO-E: “Procedures for Cross-border transmission capacity assessments”, oktober 2001, beschikbaar op: https://www.entsoe.eu/fileadmin/user_upload/_library/ntc/entsoe_proceduresCapacityAssessments.pd f 3 http://www.elia.be/repository/pages/f92c55f1e8be40c3b5be1c440f2fc76a.aspx 17/27 capaciteiten. 20. Op 6 juni 2007 hebben de Ministers van Energie van de Benelux, Frankrijk en Duitsland alsook de vertegenwoordigers van de netbeheerders, de elektriciteitsbeurzen, de regulatoren en de marktspelers een gemeenschappelijke intentieverklaring ondertekend (“Memorandum of Understanding” of “MoU”)4 inzake de koppeling van de elektriciteitsmarkten en de bevoorradingszekerheid in de CWE-regio. Deze MoU beoogt de invoering van een marktkoppeling gebaseerd op de stromen tussen de vijf landen van de regio alsook bijkomende stappen op het vlak van bevoorradingszekerheid van elektriciteit. Indien de invoering van een oplossing gebaseerd op de stromen te moeilijk blijkt te zijn, kunnen de partners van het project een minder geavanceerd koppelingsmodel onderzoeken, als een eerste stap in de richting van een oplossing op lange termijn5. 21. Op 13 februari 2008 publiceren de netbeheerders en de beurzen van de CWE-regio betrokken in het project inzake marktkoppeling de oriëntatiestudie betreffende het design van een marktkoppeling gebaseerd op de stromen voor de CWE-regio (hierna oriëntatiestudie). Deze studie omvat onder meer een eerste beschrijving van de berekeningsmethode die zal worden ingevoerd en meldt de moeilijkheden waarmee men werd geconfronteerd in het kader van de uitwerking van de opbouw van het basisgeval (“base case”). 22. Op 25 juni 2008 kondigen de partijen betrokken bij de verwezenlijking van het project inzake de koppeling van de CWE-regio, de invoering van een koppeling aan gebaseerd op een ATC-berekening van de capaciteiten in plaats van een mechanisme gebaseerd op de stromen. De CREG heeft deze eenzijdige ontwikkeling sterk bekritiseerd en heeft op 11 juli 2008 een brief gestuurd naar het “Joint Steering Committee of the CWE market coupling project”. Hierin deelde ze het comité mee dat ze sterk twijfelde aan de voorgestelde methode. De CREG meldde in het bijzonder dat, op basis van de inlichtingen waarover zij beschikt, een ATC-berekening discriminerend kan zijn, een negatieve impact zal hebben op de voorgestelde capaciteiten, inzonderheid op de zuidelijke grens, en dat deze methode op het vlak van de behandeling van de loop flows niet verenigbaar is met de richtsnoeren. 4 http://www.benelux.be/pdf/pdf_nl/dos/dos14_PentalateralMoUMarketCouplingAndSecurityOfSupply.pd f 5 Memorandum Of Understanding of the Pentalateral Energy Forum on market coupling and security of supply in CWE, p. 7: “15. A flow-based market coupling is the sole acceptable enduring solution, considering the neighbouring regions as stated. Only if a resolution of the associated issues proves to take too long may the parties examine a less sophisticated market coupling as a first step towards the enduring solution”. 18/27 23. Op 19 maart 2009 publiceren de Regulatoren en de TNB’s van de regio Centraal- West Europa een gemeenschappelijke mededeling, hierna “gemeenschappelijke mededeling”, ter attentie van de Ondersteunende groep 1 van het PLEF6. Deze mededeling heeft onder andere betrekking op een gemeenschappelijk begrip van de tussenoplossing voor de berekening van de capaciteiten die zal worden voorgesteld in het kader van de koppeling, op de gecoördineerde aanpassingsmethode voorgesteld door de TNB’s. 24. Op 13 november 2009 ontvangt de CREG het voorstel van Elia in verband met het model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de transportbetrouwbaarheidsmarge voor de jaar- en maandcapaciteiten, die het onderwerp uitmaakt van onderhavige beslissing. 25. Op 1 april 2010 ontvangt de CREG van Elia een brief op datum van 31 maart in verband met een verzoek tot goedkeuring van de implementatie van de marktkoppeling van de regio Centraal-West Europa. Het dossier dat bij deze brief werd gevoegd, omvat onder andere een eerste beschrijving van het model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de transportbetrouwbaarheidsmarge, van toepassing op de Belgische grenzen voor Dag Capaciteiten, alsook het “Project Document” op datum van januari 2010. Dit laatste document bevat tevens een beschrijving van de berekeningsmethode voorgesteld in het kader van de marktkoppeling. 26. Op 14 april 2010 publiceert de Commissie haar besluit inzake een procedure voor de toepassing van artikel 102 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en van artikel 54 van de EER-overeenkomst (Zaak nr. COMP/39351 – Zweedse 7 interconnecties) . Dit besluit heeft betrekking op de beperking van de grensoverschrijdende elektriciteitsoverdrachtcapaciteit, uitgevoerd teneinde de interne congestie te verminderen, en omvat de verbintenis van de Zweedse onderneming Svenska Kraftnät om het Zweedse transmissienet op te splitsen in twee of meer prijsvormingszones en om dit net ten laatste vanaf 1 juli 2011 op basis hiervan uit te baten. 27. Op 24 juni 2010 vraagt de Europese Commissie aan 20 Lidstaten om de regels inzake de interne elektriciteitsmarkt8 onverwijld te implementeren en toe te passen. Wat 6 http://www.energy-regulators.eu/portal/page/portal/EER_HOME/EER_INITIATIVES/ERI/CentralWest/Meetings1/RCC_meetings/14supthsup%20CW%20RCC/DD/common%20communication%20to %20SG1%20050209%20_3_.pdf 7 8 http://ec.europa.eu/competition/antitrust/cases/dec_docs/39351/39351_1223_2.pdf http://europa.eu/rapid/pressReleasesAction.do?reference=MEMO/10/275&format=HTML&aged=0&lan 19/27 België betreft, meldt de Europese Commissie dat haar voornaamste bezorgdheden inzake de Verordening betrekking hebben op het congestiebeheer en het gebrek aan een gecoördineerde gemeenschappelijke methode9. In haar argumentatie volgt de Europese Commissie de CREG met betrekking tot de voorgestelde methodologie van capaciteitsberekening. 28. Op 25 juni 2010 kondigt Elia samen met RTE in een persbericht de versterking van de elektrische interconnectie tussen Frankrijk en België aan. In bijgevoegd persdossier 10 melden de netbeheerders een stijging van ongeveer 10 à 15 % van de uitwisselingscapaciteit tussen Frankrijk en België. 29. Op 7 juli 2010, tijdens de 22ste vergadering van de Coördinatiegroep van de regio Centraal-West Europa (hierna CWE RCC), heeft de CREG uitgelegd waarom de huidige methoden voor de berekening van de capaciteiten discriminerend waren op het vlak van nationale transacties en grensoverschrijdende uitwisselingen. In de notulen van de vergadering staat dat “de CWE-regulatoren de vermoedelijke discriminatie tussen de interne en de grensoverschrijdende (handels)verrichtingen alsook de nood aan een oplossing op lange termijn erkenden”. Om deze kwestie op te lossen, werd voorgesteld om een studie uit te voeren over de invloed van de grootte van de zones op het sociaal-economische welzijn op het vlak van de CWE-regio. In het verslag van de vergadering wordt ook verduidelijkt dat “de lancering van een dergelijke studie en de algemene erkenning van het feit dat geschikte maatregelen moeten worden gezocht zodat de huidige methoden voor de berekening van de capaciteiten en het congestiebeheer zouden overeenstemmen met de huidige Europese wetgeving, een doorslaggevende factor vormen in de zoektocht naar een oplossing voor deze kwestie.” 30. Op 16 juli 2010 heeft de CREG aan Elia haar opmerkingen overgemaakt in verband met de eerste versie van de beschrijving van de methode voor de berekening van de grensoverschrijdende capaciteit (“Algemeen model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de transportbetrouwbaarheidsmarge – Model van toepassing op de Belgische grenzen voor dagcapaciteiten”). guage=EN&guiLanguage=fr 9 Zie onder andere deel 3 van de richtsnoeren 10 http://www.elia.be/repository/Lists/Library/Attachments/900/2010_06_25_DP_RTE-ELIA_MoulaineAubange_FR.pdf 20/27 31. Op 2 september 2010 ontvangt de CREG ter goedkeuring het voorstel van Elia inzake de implementatie van de marktkoppeling. Dit voorstel omvat onder andere een nieuwe versie van het algemene model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit voor dagcapaciteiten en de transportbetrouwbaarheidsmarge alsook een voorstel van modaliteiten betreffende de bepaling van de dagcapaciteiten als antwoord op de bezorgdheden van de CREG (zie hoger paragraaf30). Deze modaliteiten omvatten een verbintenis van Elia om op het vlak van interconnectiecapaciteiten op de FransBelgische grens in 2011 doelstellingen te bereiken die minstens evenwaardig zijn aan die vastgelegd voor 2010. Dit voorstel van Elia vervangt het voorstel van 31 maart 2010. 32. Tijdens de vergadering van 17 september 2010 over de opvolging van de implementatie van de “Interim Tight Volume Coupling” (hierna ITVC), wordt aangekondigd dat de marktkoppeling van de CWE-regio en de koppeling van de noordelijke ITVC-regio op 9 november 2010 zal plaatsvinden, onder voorbehoud van de laatste testen en de beslissingen van de regulatoren. Tijdens deze vergadering melden de regulatoren van de CWE-regio in een gemeenschappelijke presentatie over de nog onopgeloste kwesties dat zij het niveau van de capaciteiten scherp in het oog zullen houden en dat de TNB’s de bereikte niveaus op een transparante en snelle manier zullen moeten rechtvaardigen indien deze zich onder de overeengekomen minimumwaarden zouden bevinden. De regulatoren van de CWE-regio vragen ook aan de netbeheerders om, in samenwerking met de andere betrokken partijen, een studie uit te voeren over de invloed van de grootte van de zones. 33. Op 26 oktober 2010 neemt de CREG beslissing (B) 101026-CDC-997 aan over de “aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia System Operator betreffende het algemeen model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de transportbetrouwbaarheidsmarge en betreffende de methodes voor congestiebeheer voor energie-uitwisselingen met het Franse en het Nederlandse net, zoals vastgelegd in het kader van de marktkoppeling van de Centraal West-Europese regio” (hierna: beslissing 997). 34. Op 3 maart 2011 treedt verordening (EG) nr. 714/2009 in werking. 21/27 III. BEOORDELING VAN DE VOORGESTELDE METHODE EN TEMPERENDE MAATREGELEN 35. Het model voor de berekening van de totale overdrachtscapaciteit en de transportbetrouwbaarhedismarge voor jaar-en maandcapaciteiten heeft dezelfde basis als het Algemeen model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de transportbetrouwbaarheidsmarge – Model van toepassing op de Belgische grenzen voor dagcapaciteiten, die het onderwerp vormt van beslissing 997 van de CREG. De verschillende bezwaren en hun onderliggende argumentatie betreffende de toegepaste methode voor de berekening van de jaar-en maandcapaciteit lopen daarom gelijk met deze die uitgebreid worden belicht in beslissing 997. De voornaamste elementen van de beoordeling van het voorgestelde model komen in dit hoofdstuk kort aan bod. Voor een uitgebreide analyse en extra achtergrond voor deze argumenten wordt verwezen naar beslissing 997. III.1. 36. Discriminatie Het eerste en ook het voornaamste bezwaar ten opzichte van de (bilaterale) berekening van de capaciteit is het verschil in behandeling tussen de nationale en de grensoverschrijdende uitwisselingen. De methode voor de berekening van capaciteit die vandaag op de Belgische grenzen wordt toegepast, geeft voorrang aan de uitwisselingen inbegrepen in het basisscenario, namelijk de uitwisselingen intern aan een land. Bijgevolg is de CREG van mening dat de voorgestelde methode discriminerend is ten opzichte van de grensoverschrijdende uitwisselingen binnen de CWE regio en ten voordele van de interne uitwisselingen. Zij vindt ook dat de methode niet overeenstemt met artikel 16.1 van de verordening (EG) nr. 714/2009, die onder andere bepaalt dat de congestieproblemen van het net moeten worden verholpen aan de hand van niet-discriminerende oplossingen. Daarnaast is een methode die voorrang geeft aan interne uitwisselingen en wat overblijft toekent aan interconnectiecapaciteit ook in strijd met artikel 1.7 over de methoden voor het congestiebeheer. Dit artikel stelt dat de TNB’s de interconnectiecapaciteit niet zouden moeten beperken om een congestieprobleem dat zich binnen hun eigen controlezone bevindt, op te lossen. Bovendien is er sprake van discriminatie ten opzichte van de 22/27 grensoverschrijdende uitwisselingen binnen de CWE-regio ten voordele andere grensoverschrijdende uitwisselingen buiten de regio. Sommige, zoals de IFA kabel, hebben een grote invloed op de capaciteit op de grens tussen Frankrijk en België. III.2. Weinig doeltreffend gebruik van het transmissienet 37. Het tweede bezwaar inzake de voorgestelde berekeningsmethode heeft betrekking op het weinig doeltreffende gebruik van het transmissienet dat voortvloeit uit de toepassing ervan. De technische capaciteiten van het transmissienet worden slecht gebruikt: in beslissing 997 toonden cijfers van 2009 aan dat de elementen van het transmissienet gemiddeld voor 19,7 % van hun nominale capaciteiten worden belast. Bovendien bestaat er geen significante correlatie tussen de reële gemiddelde belastingsgraad van het systeem en de congesties waargenomen op D-1. Wat betreft de grens met Nederland, waar de grensoverschrijdende capaciteit beperkt is tot een maximale arbitraire waarde van 1.401 MW, is het duidelijk dat dit soort methoden de maximale capaciteit van het transmissienet die betrekking heeft op de grensoverschrijdende stromen, niet ter beschikking stelt van de marktspelers. Om deze redenen is de CREG van mening dat de methoden voor de berekening van de capaciteit die door Elia worden toegepast, in strijd zijn met artikel 16.3 van de verordening dat bepaalt dat de maximale capaciteit van de interconnecties en/of van de transmissienetten die een weerslag heeft op de grensoverschrijdende stromen, ter beschikking moet worden gesteld van de marktspelers. III.3. 38. Geen toewijzing gebaseerd op de markt Het derde bezwaar tegen de voorgestelde methoden is hun onvermogen om een toewijzing van de transmissiecapaciteiten conform de markt toe te laten. De grensoverschrijdende capaciteiten worden namelijk berekend (zuidelijke grens) of vastgelegd (noordelijke grens) zonder rekening te houden met de economische waarde van de mogelijke uitwisselingen. De verdelingswijze van de capaciteit van het transmissienet tussen de grenzen en tussen de interne en de grensoverschrijdende uitwisselingen houdt geen rekening met de mogelijke welvaartsbaten die uit deze uitwisselingen voortvloeien. Om deze reden is de CREG van mening dat de huidige methode voor de berekening van de capaciteit in strijd is met artikel 16.1 van de verordening, dat bepaalt dat het congestiebeheer moeten worden behandeld aan de hand van oplossingen gebaseerd op de markt. 23/27 III.4. Publicatie van het algemene plan voor de berekening van de overdrachtscapaciteit voor jaar en maand en de betrouwbaarheidsmarge 39. Artikel 15, alinea 2 van de verordening en artikel 5.2 van de richtsnoeren verplichten de netbeheerders ertoe om een beschrijving van het algemene systeem voor de berekening van de interconnectiecapaciteit voor de verschillende vervaldata te publiceren. Teneinde overeen te stemmen met artikel 15, alinea 2 van de verordening en artikel 5.2 van de richtsnoeren moet de beschrijving van het algemene model voldoende gedetailleerd zijn. De inlichtingen gepubliceerd in dit document moeten de netgebruikers in principe toelaten zelf de interconnectiecapaciteiten bij benadering te berekenen. 40. Het document voorgelegd door Elia is wat betreft enkele essentiële stukken, zoals het in rekening brengen van loop flows, de opbouw van het basisscenario of het modeliseren van de hypotheses op dit basisscenario niet duidelijk en laat de lezer niet voldoende in staat om zelf de interconnectiecapaciteiten bij benadering te berekenen. Deze elementen komen overeen met de bezwaren die de CREG uitte in haar beslissing 997, waarin de bezwaren uitvoeriger besproken worden. Om deze reden voldoet het document voorgelegd door Elia inhoudelijk niet aan artikel 15, alinea 2 van de verordening en aan artikel 5.2 van de richtsnoeren. III.5. 41. Context en temperende maatregelen Voor 2011 verbindt Elia zich ertoe volgende doelstellingen te bereiken in de richting Frankrijk – België, namelijk 1.850 MW 100 % van de tijd, 2.000 MW 95 % van de tijd en 2.200 MW 90 % van de tijd en in de richting België – Frankrijk 800 MW gedurende het hele jaar. 42. Teneinde de bezorgdheden van de CREG inzake het niveau van de grensoverschrijdende capaciteiten te beantwoorden, werd tijdens de vergadering van de 22ste CWE RCC van 7 juli 2010 voorgesteld om op het niveau van de CWE-regio een studie uit te voeren betreffende de invloed van de grootte van de zones op de regionale sociaaleconomische welvaart. Deze studie zou moeten worden uitgevoerd door de netbeheerders en de beurzen van de CWE-regio. De verbintenis van de regulatoren werd bevestigd tijdens de vergadering inzake de monitoring van het ITVC-project van 17 september 2010. De CREG meent dat deze verbintenis een belangrijke stap vormt in het kader van de invoering 24/27 van methoden voor het congestiebeheer die overeenstemmen met de richtsnoeren binnen de CWE-regio, in het bijzonder met de artikelen 1.7 en 1.8 van de richtsnoeren. De CREG stelt dat zij het heel belangrijk vindt dat voor het congestiebeheer een langdurige oplossing wordt ingevoerd die overeenkomt met de richtsnoeren en die een doeltreffend gebruik van het net toelaat. Zo vraagt de CREG aan Elia om de werken die zij in die richting heeft ondernomen, verder te zetten en haar om de zes maanden de acties en de vooruitgang die zij hieromtrent zal hebben geboekt, mee te delen. III.6. 43. Conclusie beoordeling De CREG heeft hierboven aangetoond dat de door Elia voorgestelde methode in strijd is met de artikelen 16.1 en 16.3 van de Verordening (EG) n° 714/2009 en met de artikelen 1.7 en 1.8 van de richtsnoeren. Het document dat Elia heeft voorgelegd, voldoet inhoudelijk niet aan artikel 15.2 van de Verordening en aan artikel 5.2 van de richtsnoeren. De CREG, in haar hoedigheid van regulerende instantie, heeft geen keuze dan het volgen van de Verordening (EG) n° 714/2009 en haar richsnoeren en is bijgevolg gedwongen het voorstel van Elia te weigeren. De CREG wenst er bovendien aan te herinneren dat ze in haar beslissing 997 ook aandrong op een correcte toepassing door Elia van de Verordening en haar richtsnoeren. Tenslotte verwijst de CREG ook naar het feit dat de Europese Commissie op 24 juni 2010 twintig Lidstaten, waaronder België, gelast om de regels inzake de interne elektriciteitsmarkt onverwijld te implementeren en toe te passen. waarbij de Europese Commissie in haar argumentatie de CREG volgt met betrekking tot de voorgestelde methodologie van capaciteitsberekening. 25/27 BESLISSING In uitvoering van artikel 15, § 2 van de Verordening (EG) n° 714/2009 en van de artikelen 176, § 2 en 180, § 2 van het technisch reglement beslist de CREG, om de hierboven vermelde motieven, het voorstel van Elia betreffende het algemene plan voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit voor jaar en maand en de transportbetrouwbaarheidsmarge met Frankrijk en Nederland, ingediend in het kader van de CWE-regio, te weigeren. De CREG is namelijk van mening dat de voorgestelde methode in strijd is met de artikelen 16.1 en 16.3 van de Verordening en met de artikelen 1.7 en 1.8 van de richtsnoeren. Het document dat Elia heeft voorgelegd, voldoet inhoudelijk niet aan artikel 15, alinea 2 van de Verordening en aan artikel 5.2 van de richtsnoeren. Om deze redenen kan de CREG alleen maar akte nemen van het “voorstel van de NV Elia System Operator betreffende het algemeen model voor de berekening van de overdrachtcapaciteit voor jaar en maand en de transportbetrouwbaarheidsmarge en betreffende de methodes voor congestiebeheer voor energie-uitwisselingen met het Franse en het Nederlandse net, zoals vastgelegd in het kader van de Centraal West-Europese regio” en vraagt de CREG aan Elia zo snel mogelijk een model in te dienen die conform de Verordening en haar richtsnoeren is. Bovendien behoudt de CREG zich het recht voor om elke stap te ondernemen om te komen tot het naleven van de Verordening (EG) n° 714/2009 en haar richtsnoeren 26/27 De CREG herinnert Elia aan de vragen die de CREG reeds had overgemaakt in beslissing (B) 101026-CDC-997 van 26 oktober 2010, en meer in het bijzonder vraagt de CREG aan Elia voor de huidige beslissing: overeenkomstig paragraaf 42 inzake de studie betreffende de afbakening van de zones in de CWE-regio, alles in het werk te stellen om deze studie uit te voeren. Deze studie moet onder andere de mogelijkheid om één enkele uurprijs voor de verbruikers gevestigd in verschillende zones te bepalen, bestuderen; overeenkomstig paragraaf 40 van de onderhavige beslissing de tekst in verband met het model voor de berekening van de overdrachtcapaciteit verder te verduidelijken. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Dominique WOITRIN Directeur François POSSEMIERS Voorzitter van het Directiecomité 27/27