Commission de Régulation de l’Electricité et du Gaz rue de l’Industrie 26-38 1040 Bruxelles Tél. : 02/289.76.11 Fax : 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)11124-CDC-1127 over ‘de aanvraag tot goedkeuring van het Standaard Opslagcontract, het Toegangsreglement voor Opslag en het Opslagprogramma van de N.V. Fluxys’ genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, 6°, van de wet van 12 april 1965, betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen Tekst met geïntegreerd erratum goedgekeurd door het directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 8 december 2011 24 november 2011 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 15/14, § 2, 6°, van de wet van 12 april 1965, betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (hierna : gaswet), de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot het vervoersnet van de N.V. Fluxys in België. Voornoemde belangrijkste voorwaarden voor opslag werden door de N.V. Fluxys op 8 november 2011 en bij erratum van 21 november 2011 bij de CREG per drager met ontvangstbewijs ingediend in de vorm van vijf onderscheiden documenten, te weten : - de begeleidende brief bij de aanvraag; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het Standaard Opslagcontract ; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het Toegangsreglement voor Opslag; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het Opslagprogramma; - het erratum bij het voorstel van Standaard Opslagcontract, Toegangsreglement voor Opslag en Opslagprogramma ingediend op 8 november 2011. De onderstaande beslissing is ingedeeld in vier delen. Het eerste deel gaat over het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de onderhavige beslissing uiteengezet. In het derde deel wordt onderzocht of de aanvraag de voorschriften van de Verordening (EG) 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van verordening (EG) 1775/2005, van artikel 15/11, van de gaswet en van de artikelen 169, 170 en 171 van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode van 23 december 2010 inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas (hierna: gedragscode) naleeft en of zij rekening houdt met de opmerkingen die de CREG maakte in haar beslissing (B)111027-CDC-1120 van 27 oktober 2011 over de aanvraag van de NV FLUXYS tot goedkeuring van het Standaard Opslagcontract, het Toegangsreglement voor Opslag en het Opslagprogramma (hierna : de beslissing van 27 oktober 2011). Het vierde deel, tenslotte, bevat het besluit. 2/57 Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 24 november 2011. 3/57 I. WETTELIJK KADER A. Derde Energiepakket: 1. Onderhavige beslissing houdt rekening met de nieuwe Europese wetgeving, het zogenaamde “derde energiepakket”, dat voor gas bestaat uit1: - richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van richtlijn 2003/55/EG (hierna: de derde gasrichtlijn); - verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (hierna: ACER-verordening); - Verordening 715/2009/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang aardgastransmissienetten tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005 (hierna: Verordening 715/2009). 2. Deze nieuwe Europese regels van het « derde energiepakket » beogen met name: - de onafhankelijkheid en de bevoegdheden van de nationale energieregulators op elkaar af te stemmen en te versterken om een efficiëntere regulering van de markten te bevorderen; - een Europees agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators op te richten, met als doel hen bij te staan bij het op Gemeenschapsniveau uitoefenen van de in de lidstaten vervulde reguleringstaken, en zo nodig hun optreden te coördineren; - de in het bijzonder regionale samenwerking tussen de transmissiesysteembeheerders te bevorderen door twee Europese netwerken op te richten voor transmissiesysteembeheerders; - de activiteiten verbonden aan de productie en de levering van energie verder te scheiden van de distributienetactiviteiten (unbundling) om voor homogene mededingingsvoorwaarden te zorgen terwijl het risico op belangenconflicten en discriminerende praktijken bij de uitbating van de netten wordt vermeden, 1 De twee andere teksten van het « derde energiepakket » zijn: - Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 2003/54/EG (hierna: de nieuwe elektriciteitsrichtlijn); - Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/2003. 4/57 en investeringen in de infrastructuur van de netten worden gestimuleerd; - de transparantie van de markt te verbeteren inzake de net- en leveringsactiviteiten. Dit moet zorgen voor gelijkheid met betrekking tot toegang tot informatie, transparante prijzen, vertrouwen van de consumenten in de markt en het uitsluiten van marktmanipulatie; - de rechten van de consumenten te verstevigen door aan de lidstaten strenge verplichtingen op te leggen inzake de bescherming van kwetsbare consumenten; - de solidariteit tussen de lidstaten te bevorderen met betrekking tot bedreigingen voor de onderbreking van de voorziening. 3. Voor onderhavige beslissing zijn in het bijzonder van toepassing: Artikel 33.4, derde gasrichtlijn: Toegang tot opslag “Bij gereguleerde toegang nemen de regulerende instanties,indien de lidstaten hierin voorzien, of de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat aardgasbedrijven en in aanmerking komende afnemers binnen en buiten het door het stelsel van systemen bestreken grondgebied een recht van toegang tot opslaginstallaties, leidingbuffer en andere ondersteunende diensten krijgen op basis van gepubliceerde tarieven of andere voorwaarden en verplichtingen voor het gebruik van die opslaginstallaties en leidingbuffer, wanneer dit technisch of economisch noodzakelijk is voor een efficiënte toegang tot het systeem, alsmede met het oog op de organisatie van de toegang tot andere ondersteunende diensten. De regulerende instanties, indien de lidstaten hierin voorzien, of de lidstaten raadplegen de systeem gebruikers bij het opstellen van de tarieven of de methodes voor de berekening hiervan. Dit recht van toegang voor in aanmerking komende afnemers kan worden verleend door hen in staat te stellenleveringscontracten te sluiten met andere concurrerende aardgasbedrijven dan de eigenaar en/of beheerder van het systeem of een verwant bedrijf.” Artikelen 15, Verordening 715/2009: Derdentoegangsdiensten bij opslag- en LNGinstallaties “2. Opslagsysteembeheerders
- a)bieden zowel vaste als afschakelbare derdentoegangsdiensten aan; de prijs van afschakelbare capaciteit is een afspiegeling van de waarschijnlijkheid van afschakeling;
- b)bieden opslaginstallatiegebruikers zowel lange- als kortetermijndiensten aan, en
- c)bieden opslaginstallatiegebruikers zowel gebundelde als ontvlochten diensten aan die verband houden met opslagruimte, injectiecapaciteit en levercapaciteit. 5/57 … 4. Zo nodig kunnen derdentoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van netgebruikers wat hun kredietwaardigheid betreft. Zulke garanties mogen als dusdanig geen oneerlijke marktbelemmering vormen en zijn niet-discriminerend, transparant en evenredig. 5. Contractuele grenzen met betrekking tot de vereiste minimumomvang van LNGinstallatiecapaciteit en opslagcapaciteit berusten op technische beperkingen en vormen voor kleinere Opslaggebruikers geen belemmering om toegang te verkrijgen tot opslagdiensten.” Artikel 17, Verordening 715/2009; Beginselen capaciteitsallocatieen procedures voor inzake mechanismen congestiebeheer bij opslag- voor en LNG- installaties: “1. Marktdeelnemers krijgen de beschikking over de maximale opslag- en LNGinstallatiecapaciteit, met inachtneming van systeemintegriteit en exploitatie. 2. LNG- en opslagsysteembeheerders implementeren en publiceren niet-discriminerende en transparante mechanismen voor capaciteitsallocatie welke: passende economische signalen geven voor een efficiënt en maximaal gebruik van de capaciteit en investeringen in nieuwe infrastructuur vergemakkelijken; zorgen voor compatibiliteit met het marktmechanisme, met inbegrip van spotmarkten en trading hubs, en tevens flexibel zijn en in staat zijn zich aan veranderende marktomstandigheden aan te passen, en compatibel zijn met de toegangssystemen van de netten die met de LNG-opslagsystemen verbonden zijn. 3. LNG- en opslaginstallatiecontracten bevatten mechanismen om het hamsteren van capaciteit te voorkomen, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende bij contractuele congestie geldende beginselen: de systeembeheerder moet ongebruikte LNG-installatie- en opslagcapaciteit zonder uitstel op de primaire markt aanbieden; dit geschiedt bij opslaginstallaties ten minste op „day-ahead”-basis en afschakelbaar; LNG- en opslaginstallatiegebruikers die hun gecontracteerde capaciteit op de secundaire markt willen wederverkopen, moeten daartoe het recht hebben.” Artikel 19, Verordening 715/2009: Transparantievereisten voor opslag- en LNGinstallaties “1. De LNG- en opslagsysteembeheerders publiceren gedetailleerde informatie over de diensten die zij aanbieden en de toegepaste relevante voorwaarden, alsook de technische informatie die nodig is opdat LNG- en opslaginstallatiegebruikers effectieve toegang tot deze installaties verkrijgen. 2. Met betrekking tot de aangeboden diensten publiceren de LNG- en opslagsysteembeheerders regelmatig, voortschrijdend en op een gebruikersvriendelijke 6/57 gestandaardiseerde wijze numerieke informatie over gecontracteerde en beschikbare opslag- enLNG-installatiecapaciteit. 3. LNG- en opslagsysteembeheerders publiceren de krachtens deze verordening vereiste informatie altijd op een zinvolle, duidelijk meetbare en goed toegankelijke manier en op nietdiscriminerende basis. 4. Alle LNG- en opslagsysteembeheerders publiceren de hoeveelheid gas in elke opslag- en LNG-installatie of — als dit overeenkomt met de manier waarop de gebruikers van het systeemtoegang wordt verleend — groep van opslaginstallaties, de in- en uitstroom en de beschikbare opslag- en LNG-installatiecapaciteit. Dit geldt ook voor de installaties die van derdentoegang vrijgesteld zijn. De informatie wordt ook verstrekt aan de transmissiesysteembeheerder, die deze in geaggregeerde vorm voor elk systeem of subsysteem op basis van de relevante punten publiceert. De informatie wordt ten minste dagelijks geactualiseerd. … Artikel 22, Verordening 715/2009: Verhandeling van capaciteitsrechten “Elke transmissie-, opslag- en LNG-systeembeheerder onderneemt redelijke stappen om mogelijk te maken en te bevorderen dat capaciteitsrechten vrij verhandelbaar zijn op een transparante en niet-discriminerende wijze. Ieder van deze beheerders werkt geharmoniseerde transport-, LNG-installatie- en opslagcontracten en -procedures op de primaire markt uit om de secundaire handel in capaciteit te bevorderen, en erkent de overdracht van primaire capaciteitsrechten voor zover daarvan door systeemgebruikers kennisgeving is gedaan. Van deze transport-, LNG-installatie- en opslagcontracten en- procedures wordt aan de regulerende instantie kennisgeving gedaan.” Artikel 24, Verordening 715/2009: Regulerende instanties “Bij de uitoefening van hun verantwoordelijkheden uit hoofde van deze verordening zorgen de regulerende instanties ervoor dat deze verordening …” 4. Verder is ook van belang de Verordening 994/2010/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gaslevering en houdende de intrekking van de richtlijn 2004/67/EG van de Raad (hierna: SOS-Verordening 994/2010). Het doel van de SOS-Verordening 994/2010 is de veiligstelling van de gaslevering te versterken, door maatregelen te introduceren om ervoor te zorgen dat alle lidstaten en 7/57 partijen op de gasmarkt van tevoren actie kunnen ondernemen om potentiële verstoringen van de gaslevering te voorkomen en mocht toch een verstoring optreden, de gevolgen daarvan zo goed mogelijk te ondervangen. Betere samenwerking en afstemming tussen de lidstaten speelt daarbij een belangrijke rol, naast het meer robuust maken van de nationale gassystemen voor het (tijdelijk) geheel of gedeeltelijk uitvallen van de gastoevoer. Uitgangspunt van de SOS-Verordening 994/2010 is dat eerst en vooral marktpartijen, waaronder de systeembeheerders aan zet zijn en hen de ruimte moet worden geboden om een verstoring in de gastoevoer te ondervangen. Met andere woorden, zelfs in noodsituaties moet, om de effecten van een verstoring van de levering te matigen, voorrang worden gegeven aan op de markt gebaseerde instrumenten. Pas als de markt hiertoe niet in staat blijkt te zijn, zijn de lidstaten op nationaal en regionaal niveau aan zet. Mocht ook nationale of regionale actie geen soelaas bieden, dan kan gebruik worden gemaakt van mechanismen op het niveau van de Europese Unie om tot een oplossing te komen. B. Belgisch intern recht: 5. Er geldt een basisprincipe waarbij het Unierecht voorrang geniet op bepalingen van nationaal recht wanneer zij hiermee strijdig zouden zijn ongeacht of de bepalingen van de richtlijn al dan niet rechtstreekse werking hebben. Voor overheidsinstanties en uiteraard in casu, ook voor de CREG als nationale regulerende instantie betekent dit dat in geval van niet tijdige of niet correcte omzetting van een richtlijn bepalingen van het nationaal recht buiten toepassing gelaten moeten worden2. Bovendien moeten alle overheidsinstanties binnen het kader van hun bevoegdheden alle algemene en bijzondere maatregelen treffen die nodig zijn om te verzekeren dat het door de richtlijn beoogde resultaat wordt bereikt3. 6. Met ingang van 3 september 2009 is de derde gasrichtlijn en de Verordening 715/2009 van in werking getreden. De omzettingstermijn van de derde gasrichtlijn is verstreken op 3 maart 2011 en de Verordening 715/2009 vindt vanaf 3 september 2009 rechtstreekse toepassing in de Belgische rechtsorde, behoudens de artikelen 5 tot 11. 7. Overeenkomstig artikel 15/14, § 2, 6°, van de gaswet is de CREG bevoegd om de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de vervoernetten goed te keuren, met uitzondering van de tarieven bedoeld in de artikelen 15/5 tot 15/5decies en de toepassing ervan door de systeembeheerder en in hun respectieve netten te controleren. 2 3 HvJ, 22 juni 1989, Fratelli Costanzo, 103/88, 33 HvJ, 24 oktober 1996, Kraaijeveld, C-72/95, 61 8/57 8. De belangrijkste voorwaarden worden in artikel 1, 51°, van de gaswet gedefinieerd als volgt: “het standaardcontract voor de toegang tot het vervoersnet en de daarmee verbonden operationele regels”. Het vervoersnet bestaat uit een geheel van vervoersinstallaties dat geëxploiteerd wordt door één van de beheerders of door eenzelfde systeembeheerder, met uitsluiting van de upstream-installaties en directe leidingen (artikel 2, 10°, gaswet). Onder vervoersinstallaties wordt verstaan: “alle leidingen, … en alle opslagmiddelen, …, gebouwen, machines en accessoire inrichtingen die bestemd zijn of gebruikt worden voor een van de in artikel 2, § 1, vermelde doeleinden” (artikel 1, 8°, gaswet). 9. Met toepassing van artikel 33.1, derde gasrichtlijn kunnen de lidstaten met het oog op de organisatie van de toegang tot opslaginstallaties en leidingbuffer de toegang hiertoe hetzij via onderhandelingen, hetzij gereguleerd organiseren. Voor beide procedures moeten objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria worden gehanteerd. 10. Sinds de liberalisering van de energiemarkt heeft België gekozen voor een gereguleerde toegang tot opslaginstallaties en werd de CREG aangeduid om hierover toezicht uit te oefenen alsmede de toegangsvoorwaarden ervan goed te keuren. Artikel 15/5, van de gaswet voorziet met name dat de toegang tot elk netwerk, waaronder ook de opslaginstallatie, geschiedt op basis van tarieven welke goedgekeurd zijn door de CREG en artikel 15/14, § 2, 6°, van de gaswet verleent aan de CREG een goedkeuringsbevoegdheid over de belangrijkste voorwaarden. 11. Anderzijds, voorzag artikel 15/11, §2, van de gaswet dat de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas de capaciteiten van de bestaande opslaginstallaties bij voorrang toewijst aan de houders van een leveringsvergunning die de gasdistributieinstallaties bevoorraden. Recentelijk werd artikel 15/11, §§2 en 3, van de gaswet gewijzigd bij wet van 11 juni 20114. Voortaan wordt de toegang tot de opslaginstallaties en leidingbuffer georganiseerd als volgt: " § 2. De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas wijst de capaciteiten van deze opslaginstallatie toe aan de hand van transparante en niet-discriminerende criteria toe, en op basis van door de commissie goedgekeurde toewijzingsregels en gereguleerde tarieven. Deze criteria houden rekening met de bepalingen van de gedragscode aanvaard in uitvoering van artikel 15/5undecies, en die van toepassing zijn voor de toewijzing op korte, middellange en lange termijn van de opslagcapaciteiten. Het 4 opgezette tariefmechanisme moet elke vorm van speculatie voorkomen. B.S.: 1 juli 2011 9/57 De derdentoegangsdiensten worden door de beheerder van de opslaginstallatie aan de Opslaggebruiker aangeboden overeenkomstig artikel 15 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De beheerder van de opslaginstallatie respecteert eveneens de transparantievereisten zoals bepaald in artikel 19 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De mechanismen inzake capaciteitsallocatie en de procedures inzake congestiebeheer geschieden in respect van artikel 17 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De commissie keurt de toegangsvoorwaarden voor opslag goed en houdt toezicht op de toepassing ervan. § 3. In uitvoering van artikel 8 van Verordening (EU) nr. 994/2010, kan de Bevoegde Instantie in uitvoering van dit reglement de gasondernemingen die beschermde klanten in de zin van deze Verordening (EU) nr. 994/2010 bevoorraden, de verplichting opleggen om aan te tonen dat zij over voldoende en snel beschikbare volumes aardgas, waaronder aardgas opgeslagen in opslaginstallaties, beschikken om bovenvermelde klanten te bevoorraden "; § 4. De gebruiker van een opslaginstallatie, die opslagcapaciteit gereserveerd heeft, dient capaciteiten en opgeslagen gasvolumes onmiddellijk en tijdelijk ter beschikking te stellen van de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas, in geval van onderbreking of verslechtering van de aardgaslevering op de Belgische markt hetgeen overeenkomt met een noodsituatie in de zin van artikel 10.3, c), van de Verordening (EU) nr. 994/2010 voor beschermde klanten in de zin van Verordening (EU) 994/2010. In dergelijke noodsituaties, zijn de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas evenals de beheerder van het aardgasvervoersnet gehouden tot de openbare dienstverplichting om bij voorrang dit gas toe te wijzen aan de bevoorrading van de beschermde klanten, in de zin van de Verordening (EU) nr. 994/2010. De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas vergoedt de betrokken gebruikers van de opslaginstallatie voor de gebruikte hoeveelheid gas of geeft aan deze gebruikers een hoeveelheid gas terug die overeenkomt met de hoeveelheid die is gebruikt in de noodsituatie. " Artikel 15/11, §§2, 3 en 4, van de gaswet is in werking getreden op 11 juli 2011, hetgeen betekent dat voor het komende opslagseizoen april 2012 – april 2013 de prioriteitsregel, zijnde door de beheerder van de opslaginstallatie de capaciteiten van de bestaande opslaginstallaties bij voorrang toegewezen worden aan de houders van een leveringsvergunning die distributieondernemingen bevoorraden, niet langer meer bestaat. 12. Deze recente wetswijziging ligt volledig in lijn met de procedure voorzien in artikel 33.4, derde gasrichtlijn: “Bij gereguleerde toegang nemen de regulerende instanties, indien de lidstaten hierin voorzien, of de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat aardgasbedrijven en in aanmerking komende afnemers binnen en buiten het door het stelsel 10/57 van systemen bestreken grondgebied een recht van toegang tot opslaginstallaties, leidingbuffer en andere ondersteunende diensten krijgen op basis van gepubliceerde tarieven of andere voorwaarden en verplichtingen voor het gebruik van die opslaginstallaties en leidingbuffer, wanneer dit technisch of economisch noodzakelijk is voor een efficiënte toegang tot het systeem, alsmede met het oog op de organisatie van de toegang tot andere ondersteunende diensten….” 13. Uit wat voorafgaat mag besloten worden dat de CREG aldus over de bevoegdheid geniet om de belangrijkste voorwaarden voor opslag goed te keuren. 14. In uitvoering van artikel 15/5undecies, § 1, gaswet werd op voorstel van de CREG door de Koning op 4 april 20035 een gedragscode vastgesteld met betrekking tot de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie. Het Koninklijk Besluit van 4 april 2003 werd recentelijk op voorstel van de CREG6 gewijzigd bij Koninklijk Besluit van 23 december 20107, betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgasmet (hierna: de gedragscode). 15. Gelet op het derde energiepakket dat sinds 3 september 2009 in werking is getreden en ingevolge waarvan aan de nationale regulerende instanties een uitgebreider takenpakket werd toegekend, waaronder ook het vaststellen en/of goedkeuren van de voorwaarden voor aansluiting en toegang tot de nationale netten, formuleert de CREG voorbehoud aangaande de formele rechtsgeldigheid van de gedragscode. Deze gedragscode, weliswaar tot stand gekomen op voorstel van de CREG, werd geformaliseerd bij Koninklijk Besluit op 23 december 2010, zijnde meer dan één jaar na de inwerkingtreding van het derde energiepakket. C. Goedkeuren van Belangrijkste voorwaarden 16. Artikel 77, §1, van de gedragscode bepaalt dat de beheerders voor hun respectieve activiteiten van aardgasvervoer, opslag en LNG een standaardcontract opstellen dat, evenals de eventuele wijzigingen ervan, onderworpen is aan de goedkeuring van de CREG met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de gaswet. Deze standaardcontracten worden ontworpen op een wijze dat ze de handel in aardgas niet 5 B.S.: 2 mei 2003 6 Voorstel ©090716-CDC-882 7 B.S.: 05.01.2011: 11/57 belemmeren en de handel van de vervoersdiensten bevorderen. Artikel 77, §2, van de gedragscode vervolgt dat het standaard aardgasvervoers-, opslag- en LNG-contract in elk geval respectievelijk de elementen bedoeld in de artikelen 109, 169 en 201, van de gedragscode bevatten. In artikel 79, van de gedragscode wordt ook bepaald dat een afzonderlijk dienstenformulier door partijen wordt ondertekend per onderschrijving van een vervoersdienst. De vervoersdiensten die de gebruiker onderschrijft, kunnen de einddatum van het met de beheerder afgesloten standaard aardgasvervoers-, opslag- en LNG-contract niet overschrijden. 17. In artikel 29, § 1, van de gedragscode wordt bepaald dat de beheerders voor hun respectieve activiteiten van aardgasvervoer, opslag en LNG een toegangsreglement opstellen dat, evenals de eventuele wijzigingen ervan, onderworpen is aan de goedkeuring door de CREG met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de gaswet. Artikel 29, § 3, van de gedragscode vervolgt dat het voorstel van toegangsreglement alsook de voorstellen tot wijziging ervan door de respectieve beheerders worden opgesteld na raadpleging door deze laatsten van de netgebruikers in het kader van de overlegstructuur bedoeld in artikel 108, van de gedragscode. Tot slot, wordt in artikel 29, § 4, van de gedragscode gesteld dat de beheerders de goedgekeurde toegangsreglementen en de goedgekeurde wijzigingen ervan bekend maken overeenkomstig artikel 107, van de gedragscode en delen deze volledigheidshalve mee aan de partijen met wie zij een vervoerscontract hebben afgesloten. De goedgekeurde toegangsreglementen en de goedgekeurde wijzigingen hebben slechts uitwerking op de datum van inwerkingtreding ervan bepaald door de CREG met toepassing van artikel 107, van de gedragscode. 18. Tot slot, moet de beheerder overeenkomstig de artikelen 81 en 82, van de gedragscode hun dienstenprogramma opstellen voor de regulatoire periode en wordt dit eveneens ter goedkeuring voorgelegd aan de CREG. 19. Nergens wordt in de gedragscode uitdrukkelijk bepaald hoe de CREG de belangrijkste voorwaarden voor opslag dient goed te keuren, dan wel af te keuren. 20. De goedkeuring houdt een verklaring in van een administratieve overheid dat de akte onderworpen aan deze goedkeuring, haar effecten kan wegdragen vermits wordt vastgesteld dat deze akte geen enkele rechtsregel schendt en niet indruist tegen het algemeen belang. 12/57 Wanneer door een wetgevende bepaling aan een administratieve overheid de bevoegdheid wordt toevertrouwd een akte goed te keuren, dan beschikt deze overheid niet enkel over de mogelijkheid om dit te doen, maar is zij daartoe verplicht, zoniet maakt deze administratieve overheid zich schuldig aan rechtsweigering. Hieruit volgt ook dat de akte onderworpen aan een goedkeuring van een administratieve overheid, tot stand is gekomen onder de opschortende voorwaarde van deze goedkeuring. Dit betekent concreet dat zolang deze akte geen goedkeuring geniet van de administratieve overheid deze akte ook geen rechtsgevolgen kent en niet ten uitvoer kan worden gebracht, laat staan tegenstelbaar is ten aanzien van derden. Hieruit mag evenwel niet besloten worden dat van zodra de akte door de administratieve overheid goedgekeurd wordt de goedkeuringsbeslissing integraal deel uit zou maken van de goedgekeurde akte. Beide akten blijven onderscheiden en fusioneren niet met elkaar of anders gezegd versmelten niet. Een goedkeuringsbeslissing heeft ook een terugwerkende werking. Dit wil zeggen dat de goedkeuring van de akte geldt vanaf de datum waarop de akte werd uitgegeven en dus niet vanaf de datum van de goedkeuringsbeslissing. Het feit dat de gedragscode uitdrukkelijk voorziet dat zowel het standaard opslagcontract, het toegangsreglement voor opslag als het opslagprogramma door de Beheerder van de opslaginstallatie wordt opgesteld en ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de CREG, betekent ook dat bij het afkeuren van de belangrijkste voorwaarden voor opslag de CREG zich niet in de plaats kan stellen van de Beheerder van de opslaginstallatie en voorwaarden kan gaan opleggen. Met andere woorden, de CREG kan slechts goedkeuren of afkeuren. Het is bijgevolg de CREG verboden de belangrijkste voorwaarden voor opslag goed te keuren in een door haar voorgestelde gewijzigde vorm. De goedkeuring of het afkeuren van de belangrijkste voorwaarden voor opsalg kan de CREG ook slechts wettelijk verantwoorden door zich te baseren op een wettelijke bepaling en het principe van het algemeen belang8. 21. Met toepassing van artikel 238 van de gedragscode blijven de belangrijkste voorwaarden goedgekeurd door de CREG in haar beslissing van 20 december 20049 van toepassing tot op het ogenblik dat ze vervangen worden door een regeling voorzien in de 8 Les actes de la tutelle administrative en droit belge, Jacques Dembour, Larcier, 1955 9 (B) 041220-CDC-244/3 Beslissing betreffende de vraag tot goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot het vervoersnet van de N.V. FLUXYS 13/57 gedragscode aan de hand van een goedgekeurd standaardcontract voor opslag of goedgekeurd toegangsreglement voor opslag met betrekking tot de daarin behandelde onderwerpen. De rechtskracht van de belangrijkste voorwaarden voor opslag doven dus uit naargelang de daarin respectievelijk vervatte materies worden overgenomen in een goedgekeurd standaardcontract voor opslag, een goedgekeurd toegangsreglement voor opslag en een goedgekeurd opslagprogramma. 22. Overeenkomstig artikel 107 van de gedragscode worden goedgekeurde standaardcontracten, toegangsreglementen en dienstenprogramma’s onverwijld bekend gemaakt samen met de datum waarop de CREG in haar beslissing stelt dat deze in werking treden. D. Recht van toegang tot de vervoersnetten 23. De CREG is de mening toegedaan dat het recht van toegang tot de vervoersnetten, bedoeld in de artikelen 15/5, 15/6 en 15/7, van de gaswet van openbare orde is. Het recht van toegang tot de vervoersnetten is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de aardgasmarkt10. Opdat er concurrentie op de aardgasmarkt zou komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van aardgas zouden kunnen kiezen, is het essentieel dat de eindafnemers en hun leveranciers gegarandeerd toegang tot de vervoersnetten hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een nietdiscriminatoire wijze. Het is immers via de vervoersnetten dat nagenoeg elke ingevoerde en verbruikte of opnieuw uitgevoerde aardgasmolecule passeert. Een leverancier kan maar het door hem verkochte aardgas effectief aan zijn klant leveren indien hij en zijn klant elk toegang hebben tot de vervoersnetten. Hierbij komt dat, enkele zeer lokale uitzonderingen daargelaten, de vervoersnetten een natuurlijk monopolie zijn, gelet op het feit dat de investeringen erin hoge sunk costs zijn: de investeringen vertegenwoordigen hoge bedragen en zijn moeilijk aanwendbaar voor een ander gebruik dan het vervoer van aardgas. Daarbij komt dat de bouw van vervoersinfrastructuur op groot verzet van de bevolking stuit waardoor het de facto uitgesloten is om de nodige bouw- en andere vergunningen te verkrijgen voor de aanleg van 10 Zie ook considerans 7 van de tweede gasrichtlijn waarin ook uitdrukkelijk gesteld wordt dat het voor een goed werkende concurrentie is vereist dat de toegang tot het netwerk niet-discriminerend en transparant is en tegen redelijke prijzen kan geschieden en considerans 4 van de derde gasrichtlijn waarin gesteld wordt dat er nog steeds geen sprake is van een niet-discriminerende nettoegang. 14/57 concurrerende vervoersnetten naast de bestaande. Het is dan ook niet realistisch te veronderstellen dat naast de bestaande vervoersnetten één of zelfs meerdere nieuwe vervoersnetten zullen worden gebouwd. Dit verklaart dan ook waarom het beheer van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie sedert de wet van 1 juni 2005 tot wijziging van de gaswet (B.S., 14 juni 2005) wordt verzekerd respectievelijk en alleen door de transmissiesysteembeheerder, de opslagsysteembeheerder en de LNG systeembeheerder, dewelke elk de functie van gecombineerd systeembeheerder kunnen vervullen. 24. Dat het recht van toegang tot de vervoersnetten een noodzakelijke basispijler van de liberalisering van de aardgasmarkt is, blijkt ook uit de analyse van de juridische situatie vóór de inwerkingtreding van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten (B.S., 11 mei 1999). Op het vlak van het vervoer van aardgas bestond er immers geen wetgeving die enig monopolie toekende aan de historische vervoersonderneming die ook actief was in de markt voor de levering van aardgas. Nochtans had alleen deze onderneming de facto als enige leverancier toegang tot de vervoersnetten. Dat derden geen toegang tot de vervoersnetten hadden, volgde gewoon uit het feit dat deze vervoersonderneming de eigenaar was van nagenoeg alle vervoersinfrastructuur van aardgas in België. Het was precies omwille van dit eigendomsrecht van deze vervoersonderneming dat derden, met uitzondering van de eindafnemers die bevoorraad werden door deze vervoersonderneming, geen toegang tot de vervoersnetten hadden. Om de concurrentie in de gasmarkt te introduceren, heeft de gaswet ervoor geopteerd om elke in aanmerking komende afnemer alsook de leveranciers van aardgas, voor zover deze laatste leveren aan in aanmerking komende afnemers, een recht van toegang te verlenen tot de vervoersnetten. Het is dan ook duidelijk dat een miskenning van dit essentiële recht van toegang tot de vervoersnetten de liberalisering van de gasmarkt op de helling zet. 25. Uit artikel 15/5, van de gaswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot de vervoersnetten onlosmakelijk gekoppeld is aan de gedragscode en de regulering van de vervoersnettarieven bedoeld in de artikelen 15/5bis-duodecies, van de gaswet. De gedragscode en de regulering van de vervoersnettarieven beogen het recht van toegang tot de vervoersnetten in de feiten te realiseren. Overeenkomstig artikel 15/5undecies, van de gaswet regelt de gedragscode de toegang tot de vervoersnetten. Met de gedragscode beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, niet- 15/57 pertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar zijn wegens hun gebrek aan de nodige gespecialiseerde kennis inzake het beheer van de vervoersnetten, alsook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de beheerders anderzijds. De belangen van de netgebruikers en de beheerders zijn immers niet altijd gelijklopend. Aldus bestaat het risico dat de beheerders de toegang tot hun vervoersnet weigeren om technische redenen die niet pertinent zijn. Anders dan een gewone privé-onderneming hoeft de beheerder immers niet te streven naar een zo groot mogelijk aantal klanten om zijn kosten te dekken en een zo hoog mogelijke winst te maken. De regulering van de tarieven voor de toegang tot en het gebruik van de vervoersnetten en de ondersteunende diensten krachtens artikelen 15/5bis en ter, van de gaswet impliceert immers dat het totaal inkomen (en dus ook de tarieven) precies in elk geval het geheel van al zijn reële kosten en een billijke winstmarge dekken, ongeacht de gebruiksintensiteit van de vervoersnetten. Door deze garantie dat al haar kosten, samen met een billijke winstmarge, gedekt zijn, ontstaat immers het gevaar dat de beheerder netgebruikers aan wie de dienstverlening ingewikkelder is of die meer technische of financiële risico’s stellen zal trachten te weigeren en haar weigering zal trachten te motiveren met complexe, maar nietpertinente argumenten. Doordat de gedragscode de verplichtingen van de beheerders en de netgebruikers verduidelijkt, is het derhalve de technische vertaling van het recht van toegang tot de vervoersnetten en derhalve eveneens van openbare orde. 26. De complexiteit van het beheer van het vervoersnet heeft ook een weerslag op de tarifering van de dienstverlening die de beheerders aanbieden. Het is voor een netgebruiker onmogelijk uit te maken of de prijzen die de beheerder autonoom zou bepalen, effectief correcte prijzen zijn. Hij kan dit niet uitmaken omdat hij zelf niet over de vereiste technische specialisatie noch over de nodige informatie beschikt. Bovendien kan hij de prijzen van de beheerder doorgaans niet met deze van andere netbeheerders vergelijken omdat de beheerder van het vervoersnet van een natuurlijk en wettelijk monopolie geniet en de diverse nationale vervoersnetten onderling sterk kunnen verschillen. Zonder regulering van de vervoersnettarieven wordt immers het recht van toegang tot het vervoersnet niet daadwerkelijk verzekerd. Het hoeft geen betoog dat discriminatoire of te hoge vervoersnettarieven het recht van toegang tot de vervoersnetten de facto uithollen. De regulering van de vervoersnettarieven is dan ook van openbare orde. 27. Het recht van toegang wordt vertaald via de belangrijkste voorwaarden die bestaan uit enerzijds standaardcontracten voor de toegang tot het vervoersnet en anderzijds de daarmee verbonden operationele regels waarvan de gedetailleerde beschrijving ervan is opgenomen in een toegangsreglement. Deze voorwaarden, die essentieel zijn voor een 16/57 efficiënte en transparante marktwerking, regelen het recht van toegang tot de vervoersnetten en zijn, omwille van het feit dat het recht van toegang van openbare orde is, ook van openbare orde. De goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden door de CREG wijzigt de aard van de belangrijkste voorwaarden niet. In tegendeel, het belang van de belangrijkste voorwaarden wordt immers bevestigd door het feit dat een netgebruiker slechts toegang kan verkrijgen tot het vervoersnet van de beheerder indien hij zich heeft laten registreren als netgebruiker, hetgeen de ondertekening van een standaardcontract impliceert. Het standaardcontract mag dan wel van contractuele aard zijn, niettemin dienen deze contracten om ervoor te zorgen dat alle netgebruikers gelijk behandeld worden en aan dezelfde voorwaarden toegang hebben tot de vervoersnetten en gebruik kunnen maken van de vervoersdiensten. Het toegangsreglement bevat in detail de operationele regels voor toegang, de toewijzing van de diensten, congestiebeheer, secundaire markt en incidentenbeheer, welke op voorstel van de beheerder en na overleg met de netgebruikers door de CREG goedgekeurd worden. Ook deze goedkeuring doet geen afbreuk aan het reglementaire karakter van het toegangsreglement. Het dienstenprogramma, dat in grote mate het indicatief vervoersprogramma van de gedragscode 2003 vervangt is een soort van catalogus van vervoersdiensten die de beheerder aanbiedt met een overzicht wat deze diensten precies behelzen. Dit sluit nauw aan bij de transparantie-eisen van artikel 19, Verordening 715/2009. Voor opslag betekent dit dat het opslagprogramma het opslagmodel en de opslagdiensten gebruiksvriendelijk beschrijven waardoor de netgebruiker een beter beeld krijgt over het aanbod. E. De goedkeuringscriteria van de belangrijkste voorwaarden voor opslag 28. Overeenkomstig artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet moet de CREG de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de vervoernetten goedkeuren. Zoals hoger gemeld bestaan de belangrijkste voorwaarden voor opslag uit een (standaard opslagcontract), een toegangsreglement voor opslag en een opslagprogramma. 29. Overeenkomstig artikel 169, §1, gedragscode wordt in het standaard opslagcontract inhoudelijk op een gedetailleerde wijze opgenomen: 17/57 1° de definities van de in het standaard opslagcontract gebruikte terminologie; 2° het voorwerp van het standaard opslagcontract; 3° de voorwaarden waaraan de opslagdiensten door de beheerder geleverd worden; 4° de rechten en plichten verbonden aan de geleverde opslagdiensten; 5° de facturatie en betalingsmodaliteiten; 6° in voorkomend geval, de financiële garanties en andere waarborgen; 7° de bepalingen inzake de aansprakelijkheid van de beheerder en de Opslaggebruikers; 8° de bepalingen inzake meten en testen; 9° de operationele verplichtingen van de partijen en de aardgaskwaliteitsspecificaties; 10° de rechten en verplichtingen inzake het operationele beheer en het onderhoud van de installaties; 11° de impact van noodsituaties en situaties van overmacht op de rechten en verplichtingen van partijen; 12° de impact van de regels inzake congestiebeheer op de rechten en plichten van partijen; 13° de bepalingen in verband met de verhandelbaarheid en overdracht van opslagdiensten; 14° de duur van het standaard opslagcontract; 15° de bepalingen inzake opschorting, opzeg/beëindiging van het opslagcontract of toegewezen opslagdiensten, onverminderd artikel 80, 4°; 16° aanvaarde vormen inzake kennisgeving tussen partijen; 17° de bepalingen die van toepassing zijn wanneer de opslaggebruiker foutieve of onvolledige informatie geeft aan de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas; 18° de geschillenregeling; 19° het toepasselijke recht. Het toegangsreglement voor opslag bevat, onverminderd artikel 29, van de gedragscode overeenkomstig artikel 170, van de gedragscode: 1° het type-dienstenformulier; 2° de operationele regels en procedures voor het gebruik van de toegewezen opslagdiensten; 3° de procedure van nominatie voor injectie en uitzending; 4° de procedure voor reducties en onderbrekingen van opslagdiensten; 5° de specificaties inzake aardgaskwaliteit en drukeisen; 6° de regels inzake de overschrijding van toegewezen capaciteiten; 7° de procedures bij injectie of uitzending van aardgas dat niet beantwoordt aan de specificaties inzake aardgaskwaliteit; 8° de procedures in geval van onderhoud van opslaginstallaties; 9° de operationele procedures voor het testen en meten, met vermelding van de gemeten 18/57 parameters en de nauwkeurigheidsgraad; 10° de procedure voor uitzend- en injectietesten; 11° de procedure voor de omschakeling van de operationele modus van de opslaginstallatie voor aardgas. Tot slot, stelt artikel 171, §1, van de gedragscode dat in het opslaprogramma opgenomen moet worden: 1° een uitvoerige beschrijving van het gehanteerde opslagmodel; 2° de gereguleerde (verbonden) opslagdiensten die aangeboden worden; 3° voor wat betreft de onderbreekbare opslagdiensten de kans op onderbreking en, in uitvoering van artikel 4, 3°, de voorwaarden die vervuld moeten zijn om tot onderbreking van voorwaardelijke opslagdiensten over te gaan en de daarbij gehanteerde criteria; 4° de verschillende soorten duurtijd waarvoor de opslagdiensten onderschreven kunnen worden; 5° een gebruiksvriendelijke beschrijving van :
- i)de toewijzingsregels voor de verschillende opslagdiensten op basis van de capaciteitstoewijzingsregels bedoeld in het toegangsreglement voor opslag;
- ii)de regels, voorwaarden en procedures voor het onderschrijven van opslagdiensten op de primaire markt, met inbegrip van de procedure voor het elektronisch onderschrijven van opslagdiensten, bedoeld in het toegangsreglement voor opslag. iii) de regels inzake de organisatie en werking van de secundaire markt bedoeld in het toegangsreglement voor opslag;
- iv)de principes voor de berekening van het aardgas op voorraad (in energie en volume) en het aardgas eigen gebruik van de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas bedoeld in het toegangsreglement voor opslag. 30. Het is duidelijk dat de CREG haar goedkeuring moet weigeren aan onvolledige en/of met de wet strijdige belangrijkste voorwaarden. Dit zijn voorwaarden die slechts ten dele of niet de toegang tot het vervoersnet uitwerken en bijgevolg de doelstellingen van het derde energiepakket met inbegrip van de Sos-Verordening 994/2010 niet verwezenlijken. 31. Nochtans is de bevoegdheid van de CREG hiertoe niet beperkt. Als administratieve overheid heeft de CREG ook tot taak om het algemeen belang te behartigen. Het algemeen belang is een essentieel toetsingscriterium voor de CREG om te bepalen of de voorgestelde belangrijkste voorwaarden voor opslag al dan niet haar goedkeuring kunnen wegdragen. 19/57 32. Het algemeen belang is een ruim begrip. Voor de toepassing hiervan interpreteert de CREG dit begrip als verwijzend naar ten minste alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving en het mededingingsrecht. Daarnaast moeten ook deze regels die louter contractueel van aard zijn in overeenstemming zijn met het algemeen belang door een juist evenwicht te vinden tussen de opslagsysteembeheerder en de opslaggebruiker in hun contractuele relatie. Deze contractuele relatie is immers geen resultaat van een onderhandeling, maar betreft voor de opslaggebruiker een toetredingscontract. De sectorspecifieke wetgeving 33. De sectorspecifieke wetgeving die de CREG begrijpt onder het begrip “algemeen belang” omvat alle regels van openbare orde. Het betreft bijgevolg het recht van toegang tot de vervoersnetten en de regulering van de vervoerstarieven (zie hierboven). 34. Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot de vervoersnetten en de gedragscode, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake aardgas betreffen (artikel 15/14, §2, van de gaswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, (enkel) het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 20/2 van de gaswet). Dankzij artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 20/2 van de gaswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de contracten weren en de beheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen. 35. Verder, stelt artikel 15, van de Verordening 715/2009 dat opslagsysteembeheerders:
(1)op niet-discriminerende basis aan alle netgebruikers diensten aanbieden die aan de marktbehoefte voldoen. Met name, wanneer een opslagsysteembeheerder dezelfde dienst aan meerdere afnemers aanbiedt, geschiedt dit onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden; 20/57
(2)diensten aanbieden die aansluiten bij het gebruik van het stelsel van onderling verbonden gastransportsystemen en de toegang vergemakkelijken door samenwerking met de transmissiesysteembeheerder, en
(3)relevante informatie publiceren, met name gegevens over het gebruik en de beschikbaarheid van diensten, binnen een tijdskader dat verenigbaar is met de redelijke commerciële behoeften van gebruikers van opslaginstallaties en onder toezicht van de nationale regulerende instantie. Tot slot, bieden opslagsysteembeheerders
(1)zowel vaste als afschakelbare derdentoegangsdiensten
(2)zowel lange- als kortetermijndiensten aan, en
(3)zowel gebundelde als ontvlochten diensten aan die verband houden met opslagruimte, injectiecapaciteit en levercapaciteit. Deze toegangsregels vinden rechtstreeks toepassing op het Belgisch intern recht en reguleren de toegang tot de opslaginstallatie, waardoor deze regels ook van openbare orde zijn. Hetzelfde geldt voor de beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures voor congestiebeheer bij opslag voorzien in artikel 17, van de Verordening 715/2009, alsmede de transparantievereisten voorzien in artikel 19, van de Verordening 715/2009 en de verhandeling van capaciteitsrechten bedoeld in artikel 22, van de Verordening 715/2009. Het mededingingsrecht 36. In het kader van de liberalisering van de gasmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging en het waken over het goed functioneren van de markt in (dit in het uiteindelijke belang van de particuliere consument en van de diverse concurrenten op de markt). Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een economische machtspositie bekleedt, geen inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen van onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang strekt verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot de vervoersnetten. De vrije toegang tot de vervoersnetten is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de gasmarkt. Er 21/57 dient dan ook over gewaakt te worden dat geen enkele van de algemene voorwaarden die de systeembeheerder voorstelt, de normale werking van de mededinging zou verhinderen of beperken. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van aardgas aan klanten, maar alle markten van de gassector betreft (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de trading van aardgas). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de systeembeheerder onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele algemene voorwaarden zou toepassen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken. 37. De CREG heeft zich bij het onderzoek van het voorstel van de belangrijkste voorwaarden voor opslag dan ook geïnspireerd op het mededingingsrecht, in het bijzonder op artikel 3, tweede lid, 1°, van de wet tot bescherming van de economische mededinging, gecoördineerd op 15 september 2006, en artikel 82, tweede lid,
- a)van het verdrag tot oprichting van de Europese Unie, welke bepaalt dat het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden of prijzen door ondernemingen met een machtspositie een verboden misbruik van machtspositie kan uitmaken. Onbillijke contractsvoorwaarden zijn voorwaarden die de betrokken contractspartijen onder normale mededingingsvoorwaarden niet zouden aanvaarden. De wettelijke monopoliepositie die de N.V. Fluxys heeft ingevolge de opdrachten die haar door de federale overheid toevertrouwd worden in het algemeen belang, samen met de bijzondere verantwoordelijkheid die overeenkomstig het mededingingsrecht rust op elke onderneming met een dominante of monopoliepositie, begrenzen de vrijheid van handel en nijverheid van de N.V. Fluxys. Dit is nog des te meer het geval wanneer men hierbij ook artikel 15/7, van de gaswet (weigeren van recht van toegang) en van artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet (goedkeuren belangrijkste voorwaarden en de toepassing ervan controleren) in rekening brengt. 38. De NV Fluxys heeft een wettelijk monopolie voor wat het beheer van de opslaginstallatie voor aardgas in België betreft. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is van oordeel dat een onderneming die een wettelijk monopolie heeft, kan worden beschouwd 22/57 als zijnde een onderneming met een dominante positie11. De potentiële Opslaggebruikers van de N.V. Fluxys hebben geen ander alternatief dan zich tot de N.V. Fluxys te richten voor de opslag van hun aardgas in België. De N.V. Fluxys is bijgevolg een verplichte en onvermijdelijke medecontractant, waarmee zijn dominante positie op de Belgische markt wordt bevestigd. 39. Het opnemen van clausules in het voorstel van de belangrijkste voorwaarden voor opslag door de N.V. Fluxys kan worden beschouwd als zijnde onbillijk wanneer zou worden aangetoond dat de medecontractanten van de NV Fluxys een dergelijke clausule niet zouden aanvaarden of niet bereid zouden zijn te aanvaarden wanneer normale concurrerende voorwaarden zouden gelden. In dit geval kunnen deze clausules worden beschouwd als zijnde misbruik van een dominante positie in hoofde van de N.V. Fluxys en moeten deze ongeldig worden verklaard, en dit ten minste voor wat het deel betreft waarin de regels inzake de mededinging worden overtreden. Algemene verbintenisrechtelijke regels 40. Het openbare orde karakter van de hierna besproken algemene verbintenissenrechtelijke regels, zoals de gekwalificeerde benadeling, de bindende partijbeslissing, de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van het contract en het voorkomen van interpretatieproblemen of het streven naar duidelijke en transparante contractsbepalingen, is algemeen aanvaard. De gekwalificeerde benadeling 41. De cumulatieve voorwaarden van de gekwalificeerde benadeling zijn: - er bestaat een groot (kennelijk) onevenwicht tussen de wederzijdse prestaties; - de ene partij maakt misbruik van de concrete omstandigheden waarin de medecontractant zich ten aanzien van haar bevond, om zich bij de contractssluiting een disproportioneel voordeel toe te eigenen. Dit kan 11 HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I01979. 23/57 ondermeer het geval zijn wanneer er sprake is van economische superioriteit van de misbruikplegende partij, bijvoorbeeld als gevolg van een monopoliepositie; - het contract dan wel een of meerdere clausules zouden ofwel niet, ofwel tegen voor de zwakkere partij minder ongunstige voorwaarden zijn gesloten, indien er niet van misbruik sprake zou zijn geweest. Aangezien de opslagsysteembeheerder van een wettelijk toegekende monopoliepositie geniet, dringt een toetsing aan het principe van de gekwalificeerde benadeling zich bijgevolg op. De taak van de CREG bestaat er hier in om preventief te werken, m.a.w. misbruiken te voorkomen. Zij beoogt hier niet het bewijs te leveren van een misbruik in een concreet geval: aangezien het hier om een voorstel van belangrijkste voorwaarden voor opslag gaat dat de N.V. Fluxys aan de Opslaggebruikers wenst aan te bieden, is het immers ook niet mogelijk dat er reeds een concreet misbruik heeft plaatsgevonden daar het Standaard opslagcontract nog niet afgesloten werd. Door een voorafgaande toetsing aan de desbetreffende verbintenisrechtelijke regel wordt vermeden dat achteraf inbreuken op deze verbintenisrechtelijke regel van openbare orde door de rechter zouden kunnen worden vastgesteld. De bindende partijbeslissing 42. Overeenkomstig artikel 1129 van het Burgerlijk Wetboek is één van de voorwaarden voor de geldigheid van een overeenkomst dat ze een bepaald of minstens bepaalbaar voorwerp heeft. Door aan overeenkomsten of beter aan de contractuele verbintenissen de vereiste van een bepaalbaar voorwerp te stellen, heeft de wetgever geoordeeld aan overeenkomsten alleen binnen welbepaalde grenzen rechtsgevolgen te willen verlenen. De wilsovereenstemming volstaat niet omdat er ook nog een zekere maatschappelijke controle op de inhoud van de overeenkomst moet worden uitgeoefend. Het principe van de bindende partijbeslissing vereist ten minste dat de overeenkomst op zijn minst de nodige objectieve gegevens moet bevatten om het voorwerp te kunnen bepalen, zonder dat nog een nieuwe wilsuiting van één van hen vereist is. De inhoud van de rechten en verplichtingen uit een overeenkomst mag niet aan een geheel arbitraire beslissing van een van de contractspartijen worden overgelaten. 24/57 Bepaald/bepaalbaar voorwerp 43. De wetgever heeft in artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek duidelijk gemaakt dat elke verbintenis bij haar totstandkoming een voorwerp moet hebben dat bovendien bepaald moet zijn. Het voorwerp van de verbintenis is het concrete doel, het concrete resultaat waartoe de aangegane verbintenis –bij volmaakte uitvoering- moet leiden. Het voorwerp zal de inzet worden van alle latere aansprakelijkheids- en uitvoeringsincidenten. Daarom is de rechtspraak terughoudend m.b.t. bedingen, waardoor het (bestaand) voorwerp naderhand in zekere zin kan worden geneutraliseerd. Dergelijke bedingen woorden soms nietig verklaard om aldus het voorwerp van de verbintenis te kunnen vrijwaren.12 De geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak 44. Onder de miskenning van de algemeen verbintenissenrechtelijke regel van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van een overeenkomst verstaat de CREG ook de miskenning van een rechtsregel van openbare orde. Bijgevolg telkens de CREG van oordeel is dat het algemeen belang geschonden werd door een van de contractsvoorwaarden (die uiteraard het voorwerp of de oorzaak van dit contract betreffen), wordt het principe van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van contracten geschonden. Het voorkomen van interpretatieproblemen 45. Onduidelijke contractsclausules leiden tot interpretatieproblemen en dienen daarom te worden geweerd. In de mate dat zij niet behept zijn met een schending van de algemene verbintenissenrechtelijke regel van de bindende partijbeslissing, zou kunnen beweerd worden dat zulke clausules geen rechtsregel van openbare orde schenden. Nochtans dient verwezen te worden naar de vereiste van een zo groot mogelijke transparantie welke noodzakelijk is om de vrije toegang tot het vervoersnet te garanderen en welke valt onder het toetsingscriterium betreffende het niet belemmeren van de toegang tot het vervoersnet en daarom alleen al van openbare orde is. In de mate dat onduidelijke contractsclausules toch niet strijdig zouden zijn met enige 12 CORNELIS, L., Algemene theorie van de verbintenis, Intersentia, Antwerpen-Groningen, 2000, p. 121 ev. 25/57 rechtsregels van openbare orde – iets wat volgens de CREG niet mogelijk is gezien het toetsingscriterium betreffende het niet belemmeren van de toegang tot het aardgasvervoersnet -, dan verhinderen zij in ieder geval dat de CREG haar taak naar behoren kan uitoefenen en is de beheerder in dat geval ten minste verplicht de nodige bijkomende toelichtingen te geven. 26/57 II. ANTECEDENTEN 46. Op 18 en 19 oktober 2010 werd tijdens een seminarie tussen de N.V. Fluxys en de CREG onder meer de toekomstige benuttiging van de ondergrondse opslaginstallatie voor aardgas te Loenhout onder de aandacht gebracht. De N.V. Fluxys heeft bij deze gelegenheid aan de CREG gemeld dat er contacten waren tussen Fluxys en de onderneming Gazprom Export LLC, filiaal van het Russische Gazprom in verband met mogelijke interesse van laatstgenoemde om actief te worden als gebruiker van de opslaginstallatie te Loenhout. 47. In haar brief van 25 november 2010 heeft de CREG aan de N.V. Fluxys gevraagd de stand van zaken mee te delen in verband met de contacten met Gazprom en of er engagementen waren aangegaan, hetzij als een intentieverklaring, hetzij als bindende contractuele afspraak. Aansluitend heeft de CREG aan de N.V. Fluxys gevraagd, indien zulks het geval was, een kopie van de betreffende documenten te mogen ontvangen, evenals een nauwkeurige toelichting dienaangaande. 48. Op 3 december 2010 heeft de CREG het antwoord van de N.V. Fluxys ontvangen samen met een kopie van het geparafeerde Memorandum Of Understanding (MOU) tussen Gazprom Export LLC en Fluxys betreffende langetermijnopslagdiensten in Loenhout (ten belope van 100 miljoen m³(
- n)voor 20 jaar). Tevens heeft de CREG via de persmededeling van 8 december 2010 vernomen dat voormeld MOU door Gazprom Export LLC en de N.V. Fluxys op dezelfde datum ondertekend werd. Het persbericht meldde dat gesprekken zouden opgestart worden met de CREG om te onderzoeken op welke wijze lange termijn capaciteit zou kunnen gereserveerd worden in het kader van een open en transparante procedure. 49. Op 16 december 2010 heeft de CREG per brief aan de N.V. Fluxys laten weten dat zij betreurde dat de bedoelde gesprekken niet opgestart waren vóór ondertekening van het genoemde MOU. De CREG heeft benadrukt dat opslag van aardgas in België een gereguleerd monopolie is, met gereguleerde toegang onder niet-discriminerende TPA. Elk bilateraal akkoord betreffende de toewijzing van capaciteit is derhalve bij voorbaat een inbreuk op het wettelijk kader. De CREG heeft erop gewezen dat onder het op dat ogenblik geldende wettelijk kader opslagcapaciteit voorbehouden was voor houders van een leveringsvergunning die gasdistributie-installaties bevoorraadden en dat Gazprom Export LLC tot op heden uitsluitend actief was geweest op het vlak van grens tot grens vervoer. De CREG heeft er verder op gewezen dat elk akkoord ook rekening diende te houden met de 27/57 wettelijke bepalingen vervat in de SoS-Verordening 994/2010,. Verder heeft de CREG benadrukt dat het Belgisch regulatoir kader inhoudt dat voor de opslag van aardgas gereguleerde tarieven van toepassing zijn en dat deze gereguleerde tarieven moeten worden goedgekeurd door de CREG conform de haar als NRA toekomende bevoegdheden op grond van Richtlijn 2009/73 en Verordening 715/2009 en zoals geïnterpreteerd door het Grondwettelijk Hof in zijn arrest 130/2010 van 18 november 2010. Tot slot heeft de CREG in haar brief aangedrongen op onverwijld overleg met de N.V. Fluxys om snel en adequaat uit te klaren hoe de genoemde MOU in overeenstemming kon gebracht worden met het op dat ogenblik bindend wettelijk en regulatoir kader op Belgisch en Europees vlak zonder discriminerend te zijn. Aansluitend heeft de CREG aan de N.V. Fluxys voorgesteld te onderzoeken hoe een marktbevraging kon georganiseerd worden in verband met lange termijn reservatie van opslagcapaciteit te Loenhout. 50. Op 21 december 2010 heeft de N.V. Fluxys per brief bevestigd dat de MOU tussen Gazprom Export LLc en de N.V. Fluxys op 8 december 2010 ondertekend werd onder opschortende voorwaarde van een wijziging van de gaswet wat betreft de prioriteitsregel. Aansluitend heeft Fluxys gemeld dat de MOU bevestigde dat het aanbieden van ondergrondse opslagdiensten te Loenhout een gereguleerde activiteit is die onderworpen is aan Third Party Access en dat deze enkel kan gecommercialiseerd worden in het kader van een transparante en niet-discriminerende Open Subscription procedure waarvan de modaliteiten door de CREG in ieder geval goedgekeurd dienen te worden. Daarnaast werd op 22 december 2010 een overleg voorzien tussen vertegenwoordigers van Fluxys en de CREG om de organisatie van de Open Subscription voor te bereiden. 51. In haar brief van 6 januari 2011 heeft de CREG haar steun bevestigd voor de verdere ontwikkeling van de site te Loenhout en van het daarbij horende dienstenaanbod en dit vanuit de behoeften van de markt. Daarom heeft de CREG aan de N.V. Fluxys gevraagd te onderzoeken welke de marktbehoeften waren en in welke mate de aankondiging in haar persmededeling van 8 december 2010 aan deze behoeften beantwoordde. In dit kader heeft de CREG gevraagd een uiteenzetting te krijgen van het nieuwe opslagmodel, inclusief de uitwerking van een nieuw dienstenaanbod, met zowel LT, KT en MT diensten, de wijze waarop deze diensten zouden aangeboden worden en de toewijzingsregels voor deze diensten. De CREG wenste ook te vernemen op welke wijze de opslaginstallatie van Loenhout geïntegreerd zou worden in het nieuwe Entry/Exit model voor het vervoersnet. Daarnaast heeft de CREG gewezen op de noodzaak om rekening te houden met de mogelijke impact van de SoS-Verordening 994/2010) op de aanwending van de 28/57 opslaginstallatie te Loenhout, zowel strategisch als operationeel. De CREG heeft eveneens haar steun bevestigd voor een wijziging van de toegangsregels, zoals bepaald in artikel 15/11 §2 van de gaswet, vóór de wetswijziging van 11 juni 2011, onder voorbehoud van het waarborgen van de gasleveringen aan beschermde afnemers zoals voorzien in de SoSVerordening 994/2010. De CREG heeft er verder op gewezen dat zij de bestaande prioriteitsregel niet behouden heeft in haar studie (F)101105-CDC-984 over de wijzigingen aan te brengen aan de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen voor het verbeteren van de werking en de opvolging van de aardgasmarkt en in overeenstemming met de Richtlijn 2009/73 van het Europees parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG. De CREG heeft laten weten dat zij graag actief betrokken zou worden bij de voorbereiding van de genoemde wetswijziging. Aansluitend heeft de CREG gewezen op de te verwachten publicatie van de nieuwe gedragscode (Koninklijk Besluit van 23 december 2010, gepubliceerd in BS op 5 januari 2011). In uitvoering van de bepalingen hiervan dient de beheerder van de opslaginstallatie namelijk volgende documenten ter goedkeuring voor te leggen aan de CREG: het standaard opslagcontract (artikel 169), het toegangsreglement voor opslag (artikel 170), het opslagprogramma (artikel 171). Zij heeft de N.V. Fluxys ook attent gemaakt op het feit dat, in uitvoering van artikel 108, van de gedragscode, alle standaardcontracten, toegangsreglementen en dienstenprogramma’s ter raadpleging dienen voorgelegd te worden aan de betrokken netgebruikers en dat daartoe onder meer een overlegstructuur dient opgericht te worden. Eveneens heeft de CREG aangedrongen op een zo spoedig mogelijk overleg voor de organisatie van een marktbevraging betreffende de reservering van opslagcapaciteit te Loenhout voor alle mogelijke geïnteresseerde marktpartijen. Ten slotte heeft de CREG aan de N.V. Fluxys gevraagd haar uiterlijk op 21 januari 2011 een stappenplan te bezorgen met een timing voor de realisatie van de geplande vernieuwingen. 52. Tijdens een overlegmeeting heeft de N.V. Fluxys op 20 januari 2011 haar actieplan voor het nieuwe opslagmodel toegelicht, dat inhoudelijk volgende aandachtspunten omvat: 1° Onderzoek haalbaarheid LT commercialisatie opslag samen met betrokken marktpartijen en CREG. 2° samen met de CREG voorbereiden van een wetsaanpassing in verband met de afschaffing van de prioriteitsregel. 29/57 3° Voorbereiden van de documenten aangaande opslagcontract, toegangsreglement en opslagprogramma samen met het uitwerken en implementeren van de procedures (inclusief consultatieplatform) conform de nieuwe gedragscode. 4° Finaliseren documenten, ter goedkeuring voorleggen aan CREG. 5° Lanceren OSP (open subscription period) en toewijzen capaciteiten. 53. Op 26 januari 2011 heeft de N.V. Fluxys schriftelijk bevestigd dat het de bedoeling was rekening te houden met de behoeften van de markt en dat de ontwikkeling van Loenhout ten goede moest komen aan de leveringszekerheid en dat zij de concurrentie en de liquiditeit van de Belgische aardgasmarkt moest verstevigen. De N.V. Fluxys heeft verder benadrukt dat er een marktvraag bestaat voor langetermijnopslagcapaciteit en zij heeft gemeld dat zij een Memorandum of Understanding had getekend met Statoil ASA om de onderschrijving van lagetermijnopslagcapaciteit in Loenhout te onderzoeken. Een kopie van deze MOU werd toegevoegd. Daarnaast heeft de N.V. Fluxys herhaald dat zij met de CREG overleg wou plegen over de organisatie van een marktbevraging. Tevens heeft de N.V. Fluxys voorgesteld om, rekening houdend met de in werking treding van de nieuwe gedragscode en in tegenstelling tot wat was voorzien in de MOU’s, de organisatie van een onderschrijvingsvenster voor langetermijnopslagdiensten niet te laten doorgaan voor het opslagseizoen 2011 – 2012, maar uit te stellen tot 2012 – 2013. Aansluitend werd gemeld dat de commerciële en regulatoire aspecten zouden toegelicht worden tijdens de daaropvolgende overlegvergaderingen. 54. Op 5 en 6 april 2011 heeft de N.V. Fluxys informatie sessies georganiseerd waar, voor respectievelijk eindklanten en voor shippers, een eerste voorstel werd toegelicht met betrekking tot het standaard opslagcontract, het toegangsreglement voor opslag en het opslagprogramma. De toelichting vormde tevens het begin van de marktraadpleging aangaande de voorgelegde documenten en deze werd afgesloten op 6 mei 2011. In haar e-mail bericht van 13 april 2011 heeft de CREG aan de N.V. Fluxys haar opmerkingen meegedeeld aangaande de opbouw en de inhoud van de betreffende documenten. Dit gebeurde op overzichtelijke en concrete wijze aan de hand van bestaande modelteksten. Tevens werden de referenties vermeld van de onderliggende wettelijke bepalingen en voorschriften (Verordening 715/2009, GDCII, GGPSSO, …). Voor het standaard opslagcontract heeft de CREG verwezen naar haar e-mailberichten van 6 en 7 april 2011 en in het bijzonder naar de e-mail van 12 april 2011. Tijdens een werkvergadering op 6 mei 2011 heeft de CREG vastgesteld dat op inhoudelijk vlak nog geen invulling gegeven was aan haar voordtellen van 13 april 2011, noch dat er nieuwe teksten beschikbaar waren voor bespreking. Door de N.V. Fluxys werd wel 30/57 andermaal de intentie bevestigd om de voorziene documenten ter goedkeuring bij de CREG in te dienen tegen 30 juni 2011. In het licht van deze deadline heeft de CREG per brief haar bezorgdheid uitgedrukt over de inhoudelijke vorderingen en de haalbaarheid van de voorgestelde datum. In de genoemde brief heeft de CREG ook verwezen naar de brief van FEBEG van 22 april 2011 aangaande de door de N.V. Fluxys georganiseerde marktbevraging voor opslag. In deze brief werd door de elektriciteits- en gasbedrijven het door de N.V. Fluxys voorgestelde model kritisch geëvalueerd, meer zelfs, fundamenteel in vraag gesteld. Gevolggevend aan het afsluiten op 6 mei 2011 van de consultatie van de N.V. Fluxys over de nieuwe regulatoire documenten voor opslag, heeft de CREG aan de N.V. Fluxys gevraagd zo spoedig mogelijk een overzicht te maken van de reacties van de verschillende marktpartijen, de relevante elementen uit de reacties te bundelen en de CREG hierover te informeren. Tevens heeft de CREG gevraagd dat de N.V. Fluxys deze opmerkingen zou meenemen bij de uitwerking van het nieuwe opslagmodel en opslagprogramma en zoniet zou aangeven waarom de reacties niet meegenomen werden. Tenslotte heeft de CREG aan de N.V. Fluxys gevraagd het projectverloop te bespoedigen en om zo snel mogelijk over een nieuw voorstel voor opslagmodel te kunnen beschikken. Aansluitend heeft zij gevraagd een aantal data vast te leggen voor projectmeetings om op gerichte wijze inhoudelijk verder vorm te geven aan de betreffende documenten rekening houdend met de ter zake geldende wettelijke bepalingen, de opmerkingen van de CREG en de bekommernissen van de markt. 55. In haar brief van 24 mei 2011 heeft de N.V. Fluxys geantwoord dat een terugkoppeling naar de markt voorzien was op respectievelijk 25 en 26 mei 2011. De N.V. Fluxys heeft bovendien gemeld dat zij haar initieel voorstel zou bijsturen, zowel wat betreft de verdeling van de hoeveelheden over de lange, de middellange en de korte termijn, de grootte van de minimaal te onderschrijven hoeveelheden en de allocatieregels voor de korte termijn. 56. Op 31 mei 2011 heeft de CREG aan de N.V. Fluxys gemeld dat zij van oordeel was dat, wat betreft de fundamentele vragen aangaande de huidige en toekomstige aanwending van de ondergrondse opslagsite te Loenhout, nog steeds een voldragen en uitgerijpt kader ontbrak. De CREG heeft er eveneens op gewezen dat deze bedenking niet geïsoleerd stond, en zij heeft aan de N.V. Fluxys de uitgebreide lijst van brieven en e-mails die hierover tussen de betrokkenen reeds waren uitgewisseld, in herinnering gebracht. Tevens heeft de CREG herhaald dat zij voorbehoud maakte bij de wijze waarop de uitwerking van het nieuwe opslagmodel door de N.V. Fluxys werd voorbereid en dat op inhoudelijk vlak nog belangrijke 31/57 aanvullingen noodzakelijk waren. Bij deze gelegenheid heeft de CREG ook gemeld dat zij de betrokken marktactoren zou uitnodigen voor een rondetafelgesprek op 24 juni 2011. 57. Op basis van dit rondetafelgesprek en op basis van de opmerkingen van zowel opslaggebruikers als eindklanten, heeft de N.V. Fluxys het voorstel voor een nieuw opslagmodel met bijhorende opslagovereenkomst, toegangsreglement voor opslag en opslagprogramma aangepast. Deze aanpassingen hielden onder meer rekening met de mogelijkheid opslagcapaciteit voor korte termijn toe te wijzen op basis van een veilingmechanisme. Bij middel van werkvergaderingen tussen de N.V. Fluxys en de CREG werd het voorstel verder uitgewerkt in de tweede helft van augustus en de eerste week van september. 58. Op 5 september 2011 heeft de N.V. Fluxys de markt geïnformeerd over de stand van zaken van het project en over de wijzigingen van het oorspronkelijke voorstel. Tevens werd het model aangevuld met een voorstel voor congestiemanagement, waarvoor een marktraadpleging gelanceerd werd op 8 september 2011 met voorzien einde op 21 september 2011. 59. Op 6 september 2011 heeft de N.V. Fluxys per e-mail de CREG geïnformeerd aangaande de verdere planning van het project. Deze planning voorzag onder meer de formele indiening van het dossier bij de CREG op 26 september 2011, met de bedoeling om tegen eind oktober 2011 lange termijn capaciteit aan de markt te kunnen aanbieden en toe te wijzen. Voor de korte termijn diensten werden de veilingsregels ter raadpleging aan de markt voorgelegd vanaf 19 september 2011 met voorzien einde op 3 oktober 2011. De definitieve versie van de veilingregels zouden dan door de N.V. Fluxys als amendement bij het dossier ingediend worden na half oktober (indicatief). Aanvullend zouden ook de details van het veilingverloop aan de opslaggebruikers meegedeeld worden, evenals data voor informatiesessies aangaande het veilingproces en een trainingssessie. Dit alles om het effectieve veilingsproces voor korte termijn diensten effectief te kunnen organiseren vóór eind november 2011. 60. Op 14 september 2011 heeft de N.V. Fluxys tijdens een informatiesessie voor de geïnteresseerde marktpartijen uitleg gegeven aangaande haar voorstel voor de organisatie van veilingen voor de toewijzing van jaarlijkse opslagdiensten. 61. In haar brief van 23 september 2011 heeft de CREG de N.V. Fluxys erop gewezen dat de projectplanning zeer krap was en dat de tijd die nog beschikbaar was voor het voorleggen van de finale documenten en voor de beoordeling en goedkeuring van het opslagmodel en de bijhorende documenten door de CREG nagenoeg onbestaande was. De 32/57 CREG heeft er eveneens op gewezen dat bij de opslaggebruikers die korte termijn capaciteit wensen te onderschrijven eenzelfde bezorgdheid leefde en dat zij amper of niet de gelegenheid zouden krijgen om de definitieve, door de CREG goedgekeurde documenten te analyseren en om zich vertrouwd te maken met het nieuwe model teneinde dit in de praktijk toe te passen. Wat de opslaggebruikers betreft, werd deze analyse bevestigd door een schrijven dat de CREG dienaangaande ontvangen heeft van FEBEG op 22 september 2011. De CREG heeft de N.V. Fluxys gevraagd haar standpunt hierover te mogen kennen. Bovendien heeft de CREG erop gewezen dat haar vraag tijdens de werkbespreking van 15 september 2011, en herhaald bij de bespreking op 20 september 2011, om te kunnen beschikken over een gedetailleerde planning van de implementatiefase van het nieuwe opslagmodel, met inbegrip van de interne deadlines voor oplevering van de nodige modules, op 23 september 2011 nog steeds niet beantwoord was. De CREG heeft bovendien gemeld dat er, ondanks de aanzienlijke inspanningen die geleverd werden, belangrijke hiaten bleven wat betreft het geheel van de documenten die haar ter goedkeuring moeten worden voorgelegd in het kader van de invoering van het nieuwe opslagmodel. De CREG heeft gewezen op belangrijke tekorten in het toegangsreglement wat betreft de uitwerking van het congestiebeleid, de uitwerking van de secundaire markt en de beschrijving van incident management. De uitwerking van de genoemde documenten beantwoordde niet aan de bepalingen van de gaswet (artikel 15/11 §2-4, van de gaswet). Ook werd geen rekening gehouden met de bepalingen van de SOS-Verordening 994/2010. Verder heeft de CREG aangestipt dat de documenten aangaande auctioning nog in de consultatiefase waren, wat twijfels deed rijzen betreffende de tijdige beschikbaarheid van een definitieve versie ervan. Ook aangaande de implementatie van een kader om de veilingen te organiseren was er onduidelijkheid aangaande de beschikbaarheid van een adequaat en getest informaticaplatform en de mogelijkheid voor de gebruikers om het systeem tijdig te leren kennen en gebruiken. Tevens heeft de CREG vastgesteld dat een nadere analyse van het standaard opslagcontract waarvan verschillende versies werden meegedeeld per e-mail van 30 augustus2011, 6 en 20 september 2011 aangetoond heeft dat met het merendeel van de tijdens de werkvergaderingen gemaakte opmerkingen geen rekening werd gehouden. 62. In het licht van wat voorafgaat, heeft de CREG daarom ernstige twijfels geuit over het welslagen van het project voor de invoering van een nieuw opslagmodel, zowel wat betreft de uitwerking van het regulatoir kader met de bijhorende documenten, als wat betreft de beschikbaarheid van een operationeel framework teneinde te kunnen waarborgen dat het model zou kunnen geïmplementeerd worden voor het opslagseizoen 2012 -2013. De CREG heeft daarom gemeld dat haar standpunt was dat uiterlijk op 3 oktober 2011 de definitieve versies van de vereiste documenten ter goedkeuring aan de CREG moesten worden 33/57 voorgelegd. Tijdens een vergadering op 27 september 2011 heeft de CREG haar opmerkingen bij alle documenten die haar tot op heden bezorgd werden aan Fluxys overgemaakt. De CREG heeft herhaald dat zij zoals steeds, haar verantwoordelijkheid zou nemen en zij heeft zich ertoe geëngageerd om tegen eind oktober 2011 een beslissing ter zake te nemen. 63. Op 30 september 2011 heeft de N.V. Fluxys per drager met ontvangstbewijs een aanvraag tot goedkeuring van het standaard opslagcontract, het toegangsreglement voor opslag en het opslagprogramma bij de CREG binnengebracht. De aanvraag vestigt de aandacht op het feit dat, naar aanleiding van de introductie van een veilingsysteem voor de jaarlijkse opslagdiensten, een aantal wijzigingen aan het toegangsreglement ter goedkeuring zouden opgestuurd worden in de loop van de maand oktober, na afloop van de consultatie over dit onderwerp. 64. De CREG heeft het dossier van 30 september 2011 geanalyseerd en zij heeft geoordeeld dat, rekening houdend met het feit dat de consultatie aangaande de organisatie van veilingen nog niet afgerond was op het ogenblik van indienen van het dossier en er bijgevolg nog aanvullingen nodig waren, In dit kader heeft de CREG tijdens een werkoverleg op 17 oktober 2011 aan de N.V. Fluxys haar laatste commentaar aangaande het toegangsreglement en het opslagcontract bezorgd. Op 21 oktober 2010 werd een aangepaste versie van de aanvraag tot goedkeuring van het standaard opslagcontract, het toegangsreglement voor opslag en het opslagprogramma bij de CREG ingediend per drager met ontvangstbewijs. 65. De CREG heeft het aangepaste dossier bestudeerd. In haar beslissing van 27 oktober 2011 heeft zij de resultaten van haar bevindingen meegedeeld en heeft zij beslist de aanvraag door de N.V. Fluxys tot goedkeuring van het Standaard Opslagcontract, het Toegangsreglement voor Opslag en het Opslagprogramma ingediend bij de CREG per drager met ontvangstbewijs op 30 september 2011 en 21 oktober 2011, in hun geheel af te keuren. De CREG heeft de N.V. Fluxys verzocht een nieuw voorstel van Standaard Opslagcontract, Toegangsreglement voor Opslag en Opslagprogramma in te dienen voor goedkeuring en daarbij rekening te houden met de opmerkingen beschreven in deel III van haar beslissing van 27 oktober 2011. Verder heeft zij de N.V. Fluxys gevraagd eventuele afw ijkingen t e motiveren. 34/57 66. Tijdens een werkvergadering tussen vertegenwoordigers van de N.V. Fluxys en de CREG op 4 november 2011 werden de opmerkingen, zoals geformuleerd in de beslissing van 27 oktober 2011, besproken. 67. Aansluitend heeft de N.V. Fluxys op 8 november 2011 per drager met ontvangstbewijs een aangepaste versie van de aanvraag tot goedkeuring van het standaard opslagcontract, het toegangsreglement voor opslag en het opslagprogramma bij de CREG ingediend. Deze versie van de aanvraag wordt hiernavolgend onderzocht. 68. Op 21 november 2011 tenslotte heeft de N.V. Fluxys een erratum bij het voorstel van Standaard Opslagcontract, Toegangsreglement voor Opslag en Opslagprogramma ingediend op 8 november 2011, bij de CREG ingediend per drager met ontvangstbewijs. Dit erratum maakt eveneens deeluit van onderhavige beslissing. 35/57 III. ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL III.
- a)Algemeen 69. Hierna wordt nagegaan of de belangrijkste voorwaarden voor opslag, onder de vorm van een standaard opslagcontract, toegangsreglement voor opslag en opslagprogramma die de N.V. Fluxys haar medecontractanten oplegt redelijk, billijk, evenwichtig en proportioneel zijn en dus overeenstemmen met het algemeen belang. 70. Tenzij anders vermeld, is de hiernavolgende analyse opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende delen, bijlagen, hoofdstukken en titels van het voorstel. Het ontbreken van opmerkingen over een bepaald punt van het voorstel betekent dat de CREG er zich vandaag niet tegen verzet, maar houdt geenszins een voorafgaande goedkeuring van dit punt in indien het opnieuw op identieke wijze wordt ingediend op een later tijdstip voor dezelfde activiteit. 71. Indien het geval zich voordoet dat verschillende elementen van het voorstel betrekking hebben op een overkoepelend onderwerp, dan behoudt de CREG zich het recht voor deze elementen gezamenlijk te bespreken, in plaats van punt per punt. Waar nodig houdt de CREG rekening met het bijzonder karakter van de voorgestelde wijzigingen en geeft zij puntsgewijze commentaar. 72. In haar opmerking onder randnummer 67 van de beslissing van 27 oktober 2011 heeft de CREG als voorafgaande algemene opmerking vastgesteld dat de belangrijkste voorwaarden voor opslag geen gebruik maken van een correcte terminologie overeenkomstig de gaswet zoals deze vandaag van kracht is en overeenkomstig het derde energiepakket. Het betrof onder meer volgende begrippen: - “Standaard Opslag Contract” te vervangen door “Standaard Opslagcontract”; - “Opslagoperator” te vervangen door “Beheerder van de Opslaginstallatie”. De CREG stelt een merkelijke verbetering vast in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag ingediend door de N.V. Fluxys bij de CREG op 8 november 2011. 36/57 73. Ook aan het door elkaar gebruiken van de termen Regulator en CREG als benaming voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas is verholpen. Enkel de term CREG wordt nog gebruikt. Kruisverwijzingen 74. Conform de gedragscode worden de regels voor de toegang tot de opslaginstallatie voor aardgas bepaald in het standaard opslagcontract, het toegangsreglement voor opslag en het opslagprogramma. De genoemde documenten vormen als zodanig een geheel, waarbij de documenten ook op inhoudelijk vlak elkaar aanvullen. Als gevolg hiervan verwijzen de documenten naar elkaar voor bepaalde onderwerpen. De CREG herhaalt haar opmerking dat de veelvuldige kruisverwijzingen de leesbaarheid van de documenten niet ten goede komen, en soms een goed begrip in de weg staan of het overzicht van het geheel verhinderen. Daarom herhaalt de CREG haar oproep aan de N.V. Fluxys om, bij de voorbereiding van latere versies, de structuur van de documenten aan een grondige evaluatie te onderwerpen en inhoudelijk te stroomlijnen. Taalkundige opmerkingen 75. De CREG stelt met genoegen vast dat, zoals zij had gevraagd in paragraaf 70 van de beslissing van 27 oktober 2011, een inspanning geleverd werd om de taalkundige kwaliteit van de ingediende documenten te verbeteren. Toch worden ook de nieuwe documenten ontsierd door onduidelijke of onzorgvuldige formuleringen. Daarom dringt de CREG er ook in deze beslissing bij de N.V. Fluxys op aan hiermee rekening te houden bij het voorbereiden van latere versies. III.
- b)Het voorstel van Standaard Opslagcontract 76. Het voorstel voor Standaard Opslagcontract wordt in de tekst aangeduid met het Engelse letterwoord standaard opslagcontract (Standard Storage Agreement). Het standaard opslagcontract bestaat uit: de Main met drie bijlagen, zijnde bijlage 1 “Bevestiging Diensten”, bijlage 2 “algemene voorwaarden” en bijlage 3 “definities”. Main 77. De CREG stelt vast dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden main aan de opmerkingen verwoord in de randnummers 73, 75, 76, 77, 78 en 79 van de beslissing van 27 oktober 2011 werd voldaan. 37/57 78. In randnummer 74 van de beslissing van 27 oktober 2011 was het voor de CREG aangaande punt 1.2.7 niet duidelijk wat bedoeld werd onder aanpassing, vervanging van “index”. De N.V. Fluxys heeft dit toegelicht als zijnde elke andere “index” dan de “index der consumptieprijzen”. Met deze uitleg kan de CREG punt 1.2.7 van het standaardcontract voor opslag aanvaarden. 79. In artikel 2.1 van het standaardcontract voor opslag verduidelijkt de N.V. Fluxys dat in geval van vermindering of onderbreking, de opslaggebruiker door de beheerder van de opslaginstallatie op de hoogte wordt gesteld van zijn reële Injectie- en uitzendcapaciteit tijdens deze vermindering of onderbreking. De CREG aanvaardt deze aanvulling. Bijlage 2: algemene voorwaarden Exploitatie en onderhoud van het opslagsysteem (artikel 169, §1, 10°, gedragscode): 80. De CREG stelt vast dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag van 8 november 2011 de N.V. Fluxys aan de opmerkingen van de CREG verwoord in de randnummers 80 tot 73 van haar beslissing van 27 oktober 2011 gevolg heeft gegeven. Artikel 2 wordt goedgekeurd. Diensten (artikel 169, §1, 3°, gedragscode) 81. De CREG stelt vast dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag van 8 november 2011 de N.V. Fluxys aan de opmerkingen van de CREG verwoord in de randnummers 74 tot 75 van haar beslissing van 27 oktober 2011 gevolg heeft gegeven. Artikel 3 wordt goedgekeurd. Rechten verbonden aan diensten (artikel 169, §1, 4°, gedragscode) 82. De CREG stelt vast dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag van 8 november 2011 de N.V. Fluxys aan de opmerkingen van de CREG verwoord in de randnummers 80 tot 73 van haar beslissing van 27 oktober 2011 gevolg heeft gegeven. Artikel 4 wordt goedgekeurd. Vergoeding voor Diensten (artikel 169, §1, 4°, gedragscode) 38/57 83. De CREG stelt vast dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag van 8 november 2011 de N.V. Fluxys aan de opmerkingen van de CREG verwoord op bladzijde 39/84 tussen randnummer 86 en 87 van haar beslissing van 27 oktober 2011 gevolg heeft gegeven. Artikel 5 wordt goedgekeurd. Facturatie en betaling (artikel 169, §1, 5°, gedragscode) 84. De CREG stelt vast dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag van 8 november 2011 de N.V. Fluxys grotendeels aan de opmerkingen van de CREG verwoord in de randnummers 87 en 97 van haar beslissing van 27 oktober 2011 gevolg heeft gegeven. 85. De N.V. Fluxys heeft ingevolge de beslissing van de CREG van 27 oktober 2011 aangaande facturatie verduidelijkt wat volgt: - De verzendingsdatum van de factuur wordt verstuurd in de maand M waarin de diensten geleverd worden, zijnde op de 10de dag van de maand M. Indien dit een zaterdag, zondag of feestdag is, is de verzendingsdatum de eerst daarop volgende werkdag; - De ontvangstdatum van de factuur is de derde werkdag volgend op de verzendingsdatum; - De vervaldag waarop de factuur betaald moet worden is 30 dagen na verzendingsdatum, conform de definitie 189, van bijlage 3 van het standaardcontract voor opslag; - Betwisting van de factuur moet ook gebeuren ten laatste op de vervaldag; - Afhandeling van deze betwisting gebeurt binnen de 30 werkdagen; - Ingeval van berekeningsfout moet enkel het niet-betwiste gedeelte van de factuur betaald worden. Het betwiste gedeelte blijft openstaan; - Ingeval van berekeningsfout en voor alle andere redenen van betwisting van een factuur, wordt het betwiste gedeelte van de factuur gestort op een geblokkeerde rekening van Fluxys. De CREG kan akkoord gaan met deze canvas daar de betalingstermijn in overeenstemming werd gebracht met de wet van 2 augustus 2002 betreffende de strijd tegen de 39/57 betaalachterstand bij commerciële transacties. De inkorting van de termijnen waarop een factuur verzonden wordt en geacht wordt te zijn ontvangen en het respecteren van een betalingstermijn van 30 dagen heeft dan wel voor gevolg dat de financiële garantie niet langer meer drie, maar slechts twee maanden bedraagt. De CREG neemt nota van het feit dat de N.V. Fluxys geen gebruik wil maken van een geblokkeerde rekening. Artikel 6 wordt goedgekeurd. Metingen en testen (artikel 169, §1, 8°, van de gedragscode) 86. De CREG stelt vast dat, naast aanpassing van een correcte terminologie, artikel 7.6 van het standaardcontract voor opslag door de N.V. Fluxys in de versie van 21 november 2011 werd gewijzigd. DE CREG heeft hierop geen opmerkingen. Artikel 7 wordt goedgekeurd. Operationele voorwaarden en kwaliteitsspecificaties (artikel 169, §1, 9°, van de gedragscode) 87. De CREG stelt vast dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag van 8 november 2011 de N.V. Fluxys aan de opmerkingen van de CREG verwoord in de paragraf 99 en 100 van haar beslissing van 27 oktober 2011 gevolg heeft gegeven. 88. De voorlaatste alinea van artikel 8.5 van het standaardcontract voor opslag werd gewijzigd. Deze zin kan op taalkundig vlak verbeterd worden door de woorden “Nochtans zal” te schrappen en de woorden “voor zover mogelijk” te vervangen door “zal”. 89. De CREG begrijpt de kritiek op het standpunt van de CREG verwoord in haar beslissing van 27 oktober 2011, randnummer 98, van de N.V. Fluxys niet dat de regeling van de kwaliteitsspecificaties via een interconnectie-overeenkomst tussen de beheerder van de opslaginstallatie en de beheerder van het aardgasvervoersnet moet plaatsvinden. De N.V. Fluxys stelt dat dit het risico voor de N.V. Fluxys zou verhogen, waardoor dit een potentiële degradatie van de kwaliteit van de aangeboden diensten (i.e. verhoogde kans op onderbreking alsook een restrictieve aanvaarding van gas dat niet beantwoordt aan de 40/57 specificaties) zou teweegbrengen. Zoals reeds aangehaald in randnummer 98 van haar beslissing van 27 oktober 2011 ligt fysisch het entry-punt van de opslaginstallatie Loenhout niet op de landsgrens maar is dit geïnterconnecteerd met het aardgasvervoersnet van de N.V. Fluxys. Alleen deze laatste kan dus de nodige maatregelen treffen om on spec binnengebracht aardgas in het vervoersnet, on spec af te leveren aan het entry-punt van de opslaginstallatie Loenhout. Het omgekeerde (uitzending opslaginstallatie Loenhout naar het aardgasvervoersnet) geldt ook. Rekening houdende met de opmerking gemaakt in randnummer 89 wordt artikel 8 goedgekeurd. Garanties 90. De CREG stelt vast dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag van 8 november 2011 de N.V. Fluxys aan de opmerkingen van de CREG verwoord in randnummer 98 van haar beslissing van 27 oktober 2011 gevolg heeft gegeven. Artikel 9 wordt goedgekeurd. Aansprakelijkheid (artikel 169, §1, 7°, van de gedragscode) 91. De CREG merkt op dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag artikel 10.1 handelt over de overgang van de risico’s verbonden aan aardgas op het ogenblik van de levering/herlevering van de opslaggebruiker naar de beheerder van de opslaginstallatie en omgekeerd. Artikel 10.1 is een gevolg van een door de CREG in randnummer 85 van haar beslissing van 27 oktober 2011 gemaakte opmerking. 92. Risico’s verbonden aan het aardgas kunnen zijn dat na levering er verlies van het aardgas optreedt of de kwaliteit van het aardgas degradeert. 93. Dienaangaande, wenst de CREG te benadrukken dat de combinatie van foutaansprakelijkheid - contractuele inbreuk of onrechtmatige daad - en risicoaansprakelijkheid - hetgeen de aanvaarding van een risico inhoudt – niet voor gevolg mag hebben dat er sprake zou kunnen zijn van een gedeelde aansprakelijkheid. Met de begrenzingen van de vergoedingen van de schade in geval van foutaansprakelijkheid of verlies van aardgas wordt reeds rekening gehouden in het standaardcontract voor opslag om 41/57 het gevaar dat de schade onverzekerbaar zou worden in te dijken. Deze begrenzing, indien de schade van de opslaggebruiker hierdoor niet volledig zou zijn vergoed, houdt reeds een gedeelde aansprakelijkheid in. 94. Bovendien dient de overdracht van het risico van aardgas gezien te worden in het kader van de rechtsfiguur van bewaargeving. De beheerder van de opslaginstallatie treedt op als bewaarnemer van het aardgas voor de volledige duur van de opslag en draagt bijgevolg het risico van verlies van het aardgas en/of het kwaliteitsrisico van het aardgas. 95. De CREG stelt vast dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag van 8 november 2011 de N.V. Fluxys aan de opmerkingen van de CREG verwoord in randnummers 101 tot 109 van haar beslissing van 27 oktober 2011 gevolg heeft gegeven. Artikel 10 wordt goedgekeurd. Overmacht (artikel 169, §1, 11°, van de gedragscode) 96. De N.V. Fluxys heeft ingevolge de beslissing van 27 oktober 2011 een aangepast voorstel inzake overmacht ingediend. Dit aangepast voorstel komt erop neer dat in geval overmacht meer dan zes maanden aanhoudt, geen toepassing gemaakt wordt van een geblokkeerde rekening waarop het tarief door de opslaggebruiker zou betaald moeten worden. Ongeacht de duur van de overmacht zal de opslaggebruiker slechts gehouden zijn het tarief van de dienst getroffen door overmacht te betalen gedurende de eerste negen maanden te rekenen vanaf de dag waarop de gebeurtenis zich heeft voorgedaan en als overmacht wordt aanvaard. 97. De CREG heeft geen enkel bezwaar aangaande dit tegenvoorstel. Het reduceert het blijven doorbetalen van de tarieven van twaalf maanden naar negen maanden. 98. De CREG stelt vast dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag van 8 november 2011 de N.V. Fluxys aan de opmerkingen van de CREG verwoord in randnummers 110 tot 114 van haar beslissing van 27 oktober 2011 gevolg heeft gegeven. Artikel 11 wordt goedgekeurd. 42/57 Noodsituatie (artikel 169, §1, 11°, van de gedragscode) 99. De CREG stelt vast dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag van 8 november 2011 de N.V. Fluxys aan de opmerkingen van de CREG verwoord in randnummer 115 tot 118 van haar beslissing van 27 oktober 2011 gevolg heeft gegeven. 100. De CREG wenst hierbij op te merken dat aangaande artikel 12.2 van het standaard contract voor opslag, bijlage 2, de CREG dit onder voorbehoud aanvaardt in afwachting van een verdere implementatie naar Belgisch recht van de Verordening 994/2010/EG. Van zodra de implementatie een feit zal zijn, zal de CREG aan de N.V. Fluxys verzoeken om haar belangrijkste voorwaarden voor opslag desgevallend aan te passen. Artikel 12 wordt goedgekeurd. Vergunningen 101. De CREG stelt vast dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag van 8 november 2011 de N.V. Fluxys aan de opmerkingen van de CREG verwoord in randnummers 119 tot 120 van haar beslissing van 27 oktober 2011 gevolg heeft gegeven. 102. De N.V. Fluxys laat hierbij opmerken dat artikel 65 van de gedragscode evenwel een verplichting zou opleggen in hoofde van de N.V. Fluxys om na te gaan of de opslaggebruiker wel voldoet aan alle wettelijke vergunningen. Dienaangaande, antwoordt de CREG hierop dat artikel 65 van de gedragscode van toepassing is op een bevrachter. Artikel 65, §1, 2°, van de gedragscode stelt dat indien de aanvraag tot registratie uitgaat van een vergunningspichtige leveringsonderneming, deze een kopie van haar leveringsvergunning meedeelt aan de beheerder van het aardgasvervoersnet. Artikel 65, §2, 3°, van de gedragscode vervolgt dat wanneer deze bevrachter zich daarnaast ook wil laten registreren als opslaggebruiker hij zijn leveringsvergunning voor aardgas, bekomen op grond van regionale wetgeving, meedeelt aan de beheerder van de opslaginstallatie. Uit deze artikelen kan niet worden afgeleid dat de opslaggebruiker verplichtend moet beschikken over een leveringsvergunning voor aardgas bekomen op grond van regionale wetgeving om als opslaggebruiker te kunnen worden geregistreerd. Als hij over zo’n vergunning beschikt moet hij inderdaad deze mededelen aan de beheerder van de 43/57 opslaginstallatie. Indien evenwel deze vergunning vervalt, bestaat er geen enkele wettelijke verplichting in hoofde van deze opslaggebruiker om deze vergunning tijdig te vernieuwen of te verlengen. Het niet verlenen of niet vernieuwen van zo’n vergunning kan met andere woorden niet aangegrepen worden door de N.V. Fluxys om een einde te stellen aan het standaardcontract voor opslag of een einde te stellen aan een opslagdienst. Daarentegen de wettelijke verplichting van mededeling van een leveringsvergunning voor aardgas bekomen op grond van regionale wetgeving, in zoverre de opslaggebruiker hierover beschikt, blijft wel bestaan. Artikel 13 wordt goedgekeurd. Kredietwaardigheid (artikel 169, §1, 6°, van de gedragscode) 103. De CREG stelt vast dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag van 8 november 2011 de N.V. Fluxys aan de opmerkingen van de CREG verwoord in randnummers 119 tot 120 van haar beslissing van 27 oktober 2011 grotendeels gevolg werd gegeven. 104. Verder geeft de N.V. Fluxys, zoals gevraagd door de CREG, een verantwoording waarom gasonderpand in handelsrelaties in de Belgische rechtsorde wel toegepast kan worden. 105. De CREG wenst dienaangaande te benadrukken dat in artikel 1 van de wet van 5 mei 1872 houdende herziening der beschikkingen betreffende het Pand en de Commissie (wetboek van koophandel, Boek I, Titel VI, De commissionairs) wordt gesteld dat pand tot zekerheid van een handelsverbintenis aan de schuldeiser het recht geeft om zich, bij voorrecht en voorrang boven de andere schuldeisers, uit de in pand gegeven zaak te doen betalen, wanneer de inpandgeving geschied is op een wijze die in de koophandel geldt voor de verkoop van zaken van dezelfde aard, en de in pand gegeven zaak in het bezit is gesteld en gebleven van de schuldeiser of van een derde omtrent wie partijen zijn overeengekomen. De last van het bewijs van de dagtekening der inpandgeving rust op de schuldeiser. Dit bewijs kan geleverd worden door alle wettelijke middelen. 44/57 106. Dit betekent dat naast het feit dat de opslaggebruiker-inpandgever eigenaar moet zijn van het aardgas er minstens een document tussen opslaggebruiker-pandgever en de N.V. Fluxys-pandnemer moet worden opgesteld waarin de hoeveelheid van het in onderpand gegeven aardgas wordt aangeduid en voor welke schuldvordering dit zal gelden. Het al dan niet laten registreren van zo’n document teneinde het gasonderpand aan derde-schuldeisers tegenstelbaar te maken, laat de CREG over aan het oordeel van de N.V. Fluxys. Uiteraard, indien de N.V. Fluxys de beslissing neemt om dit document niettemin te laten registreren dan geldt deze verplichting tegenover alle opslaggebruikers. Het is de N.V. Fluxys die zelf het risico moet inschatten in hoeverre zij registratie al dan niet noodzakelijk acht, met alle gevolgen vandien. Verder is het te gelde maken van aardgas in onderpand wegens niet betaling van een factuur onderworpen aan de procedure van artikel 4 van de wet van 5 mei 1872 houdende herziening der beschikkingen betreffende het Pand en de Commissie (wetboek van koophandel, Boek I, Titel VI, De commissionairs). Alleen de Voorzitter van de rechtbank van koophandel is bevoegd om kennis te nemen van deze vordering. Om redenen van objectiviteit, niet-discriminatie en transparantie, acht de CREG het noodzakelijk dat de N.V. Fluxys nu reeds aangeeft dat zij in haar verzoekschrift aan de Voorzitter zal vragen om de uitwinning van het aardgas te laten verlopen via openbare verkoop. 107. Rekening houdende met wat voorafgaat moet in artikel 14.1 van het standaardcontract voor opslag de opslaggebruiker duidelijk worden gemaakt hetzij te kiezen voor een financiële bankgarantie, hetzij voor gasonderpand mits aan de voorwaarde dat hij eigenaar is van het aardgas is voldaan. Ook hier geldt het principe dat indien de N.V. Fluxys aan één opslaggebruiker om een financiële garantie vraagt, dit geldt voor alle opslaggebruikers. De CREG stelt vast dat het erratum ingediend door de N.V. Fluxys op 21 november 2011 hieraan gevolg geeft. 108. In artikel 14.2.2 eerste alinea van het standaardcontract voor opslag stelt de CREG vast dat tussen de woorden “Bij gebreke aan betaling van de facturen op de Vervaldatum” en “door de Opslaggebruiker van een ingebrekestelling verstuurd” de woorden “en na het verstrijken van tien
(10)Werkdagen na ontvangst” mogelijks per vergetelheid niet werden opgenomen. De CREG heeft hierop geen opmerkingen ontvangen vanwege de N.V. Fluxys en dus acht de CREG het noodzakelijk dat slechts na het verstrijken van 10 werkdagen na ontvangst van de ingebrekestelling de financiële bankgarantie gelicht kan worden. 45/57 109. Tot slot, stelt de CREG vast dat het artikel aangaande Gasonderpand bij erratum van 21 november 2011 grondig werd herwerkt en in grote delen gelijk gesteld is met de voorwaarden die gelden wanneer door de opslaggebruiker voor een financiële bankgarantie wordt gekozen. Artikel 14 wordt goedgekeurd. Duurtijd, beëindiging en schorsing van het contract (artikel 169, §1, 14° en 15°, gedragscode 23 december 2010) 110. De CREG stelt vast dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag van 8 november 2011 de N.V. Fluxys aan de opmerkingen van de CREG verwoord in de randnummers 131 tot 140 van haar beslissing van 27 oktober 2011 gevolg heeft gegeven. Artikel 15 wordt goedgekeurd. Duurtijd, Beëindiging en schorsing van diensten (artikel 169, § 1, 14° en 15°, gedragscode 23 december 2010) 111. De CREG stelt vast dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag van 8 november 2011 de N.V. Fluxys aan de opmerkingen van de CREG verwoord in de randnummers 141 tot 145 van haar beslissing van 27 oktober 2011 gevolg heeft gegeven. Artikel 16 wordt goedgekeurd. Diverse bepalingen 112. De CREG stelt vast dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag van 8 november 2011 de N.V. Fluxys aan de opmerkingen van de CREG verwoord in de randnummers 146 tot 167 van haar beslissing van 27 oktober 2011 gevolg heeft gegeven. 113. De CREG stelt ook vast dat in artikel 17 van het standaardcontract voor opslag de N.V. Fluxys de verschillende thema’s heeft verduidelijkt met een titel. Aldus wordt onder meer een titel “regels inzake de verhandelbaarheid van en de overdracht van opslagdiensten” en een titel “congestiebeheer” voorzien. Dit is een verbetering, doch niettemin blijft de CREG betreuren dat deze thema’s gerangschikt blijven onder “diverse bepalingen”. 46/57 114. Met artikel 17.3 van het standaardcontract voor opslag geeft de N.V. Fluxys gevolg aan de opmerking van de CREG vermeld in randnummer 177 van haar beslissing van 27 oktober 2011. 115. Verder merkt de CREG inzake overdracht via OTC vast dat de N.V. Fluxys in artikel 17.9.1 van het standaardcontract voor opslag een overdracht met of zonder bevrijding “van aansprakelijkheid” hanteert. Dit betekent dus dat de bevrijding enkel geldt voor de verplichtingen voortvloeiende uit artikel 10 van het standaardcontract voor opslag en niet voor alle andere verplichtingen voortvloeiende uit het standaardcontract voor opslag. Als dit de bedoeling zou zijn van de N.V. Fluxys, dan is de CREG van oordeel dat er een derde casus van overdracht via OTC moet worden voorzien, zijnde met bevrijding van alle verplichtingen van de opslaggebruiker-overdrager voortvloeiende uit het standaardcontract voor opslag. Indien dit niet de bedoeling zou zijn van de N.V. Fluxys, betaamt het om de woorden “van aansprakelijkheid” weg te laten. 116. Verder stelt de CREG vast dat via het Secundair Markt Platform (hierna: SMP) de nv Fluxys geen sublet wenst toe te passen, doch slechts een overdracht zonder bevrijding van facturen. Dit betekent dat de opslaggebruiker-overdrager en de opslaggebruiker-overnemer hoofdelijk en solidair gehouden zijn tegenover de N.V. Fluxys voor betaling van de facturen die vervallen nadat de overdracht in voege is getreden. 117. Inzake de plichten van de opslaggebruiker-overdrager wenst de CREG op te merken dat artikel 17.9.2.2,
- d)van het standaardcontract voor opslag niet aanvaard kan worden. Dit verhindert de werking van het principe “use it or sell it” en vergroot het risico van de schuldenberg van de opslaggebruiker-overdrager en het risico van de N.V. Fluxys om betaald te worden. Met het erratum van 21 november 2011 komt de N.V. Fluxys tegemoet aan deze opmerking. De N.V. Fluxys schrapt artikel 17.9.2.2,
- d)van het standaardcontract voor opslag. 118. Inzake congestiebeheer (artikel 17.10) stelt de CREG vast dat voor de uitwerking van het congestiebeheer verwezen wordt naar bijlage F van het Toegangsreglement. Op deze wijze wordt de consistentie van de documenten gewaarborgd. Artikel 17 wordt goedgekeurd. 47/57 Wijziging van omstandigheden 119. De CREG stelt vast dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag van 8 november 2011 de N.V. Fluxys aan de opmerkingen van de CREG verwoord in de randnummers 168 tot 169 van haar beslissing van 27 oktober 2011 gevolg heeft gegeven. 120. De CREG stelt vast dat de N.V. Fluxys een tegenvoorstel heeft ingediend voor artikel 18.2 van het standaardcontract voor opslag. Dit tegenvoorstel luidt dat wanneer er zich wijzigingen voordoen in het regulatoir en/of wettelijk kader, de opslaggebruiker die LTdiensten heeft gereserveerd het standaardcontract voor opslag mag beëindigen mits het betekenen van een opzeg en het respecteren van een opzeggingstermijn van vier jaar. De opslaggebruiker kan van deze clausule slechts gebruik maken indien deze gewijzigde omstandigheid een negatieve impact heeft op het economisch evenwicht van het contract zoals dit bestond ten tijde van het ondertekenen van het contract en voor zover deze negatieve impact hem niet bekend was op datzelfde ogenblik. De CREG kan deze clausule aanvaarden gelet op de concurrentiële omgeving binnen dewelke opslagactiviteiten plaatsvinden en omdat in België toegang tot opslag gereguleerd is. Artikel 18 wordt goedgekeurd. Deskundigen 121. De CREG stelt vast dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag van 8 november 2011 de N.V. Fluxys aan de opmerkingen van de CREG verwoord in de randnummers 170 tot 174 van haar beslissing van 27 oktober 2011 gevolg heeft gegeven. Artikel 19 wordt goedgekeurd. Geschillen (artikel 169, §1, 18°, van de gedragscode) 122. De CREG stelt vast dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag van 8 november 2011 de N.V. Fluxys aan de opmerkingen van de CREG verwoord in de randnummers 175 tot 176 van haar beslissing van 27 oktober 2011 gevolg heeft gegeven. Artikel 20 wordt goedgekeurd. 48/57 Bijlage 3 – GLOSSARIUM VAN DEFINITIES 123. De CREG stelt vast dat in de aangepaste versie van belangrijkste voorwaarden voor opslag van 8 november 2011 de N.V. Fluxys aan de opmerkingen van de CREG verwoord in de randnummers 178 tot 181 van haar beslissing van 27 oktober 2011 gevolg heeft gegeven. De definities in bijlage 3 van het standaardcontract voor opslag worden goedgekeurd. III.
- c)Voorstel van Toegangsreglement voor Opslag Algemeen 124. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 170 van de gedragscode bevat het toegangsreglement voor opslag: 1° het type-dienstenformulier; 2° de operationele regels en procedures voor het gebruik van de toegewezen opslagdiensten; 3° de procedure van nominatie voor injectie en uitzending; 4° de procedure voor reducties en onderbrekingen van opslagdiensten; 5° de specificaties inzake aardgaskwaliteit en drukeisen 6° de regels inzake de overschrijding van toegewezen capaciteiten 7° de procedures bij injectie of uitzending van aardgas dat niet beantwoordt aan de specificaties inzake aardgaskwaliteit; 8° de procedures in geval van onderhoud van opslaginstallaties; 9° de operationele procedures voor het testen en meten, met vermelding van de gemeten parameters en de nauwkeurigheidsgraad; 10° de procedure voor uitzend- en injectietesten; 11° de procedure voor de omschakeling van de operationele modus van de opslaginstallatie voor aardgas. Daarnaast voorziet artikel 175 van de genoemde gedragscode dat de Beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas een plan voor incidentenbeheer opstelt en dit opneemt in het 49/57 toegangsreglement voor opslag. 125. De structuur die de N.V. Fluxys voor haar voorstel heeft voorgesteld is als volgt: TOEGANGSREGLEMENT Toegangsreglement voor Opslag VOOR OPSLAG BIJLAGE A Glossarium van definities BIJLAGE B Vergoeding voor diensten BIJLAGE C C1. Onderschrijving & Toewijzing van Diensten – Algemeen C2. Onderschrijving & Toewijzing van Diensten – Primaire Markt C3. Onderschrijving & Toewijzing van Diensten – Secundaire Markt BIJLAGE D D1. Operating Procedures D2. Specifieke Vereisten BIJLAGE E Meet- en Testprocedures BIJLAGE F Congestiebeleid BIJLAGE G Incidentenbeheer BIJLAGE H H1. Formulieren H2. Data Platformen Bijlage C1 – ONDERSCHRIJVING EN TOEWIJZING VAN DIENSTEN – algemeen Afdeling 2. Diensten 126. De CREG stelt vast bij de omschrijving van het dienstenaanbod geen melding gemaakt wordt van het feit dat de diensten aangeboden worden conform artikel 15.2, van Verordening 715/2009. De CREG vraagt dat de N.V. Fluxys duidelijk zou aangeven dat het dienstenprogramma in overeenstemming is met genoemd artikel en dat deze conformiteit ook zou vermeld worden bij de beschrijving van de betreffende diensten. 50/57 127. De CREG stelt vast dat de N.V. Fluxys in aanvraag van 8 november 2011 aangeeft dat het dienstenaanbod zowel gebundelde als ontbundelde diensten omvat. Op deze wijze komt zij tegemoet aan deze vraag. Bijlage C2 – ONDERSCHRIJVING EN TOEWIJZING VAN DIENSTEN – PRIMAIRE MARKT Afdeling 2. Toewijzing en Onderschrijving van Diensten op de Primaire Markt 2.1. Dienst toewijzingsproces en kalender 2.2. Regels en organisatie van een Onderschrijvingsvenster 128. De CREG stelt vast dat de transfer van niet toegewezen opslagdiensten van het LT onderschrijvingsvenster naar het MT onderschrijvingsvenster opgenomen is in punt 2.2. dat de regels voor het onderschrijvingsvenster vastlegt. Het principe van transfer van diensten geldt ook voor een transfer van het MT onderschrijvingsvenster naar een veilingvenster en daarom is de CREG van mening dat dit principe moet opgenomen worden in de beschrijving van de algemene principes. Slechts indien op het einde van het veilingvenster nog opslagcapaciteit beschikbaar is kan deze aangeboden worden op FCFS basis. Daarnaast is de CREG van mening dat de huidige beschrijving onvoldoende duidelijk is en zij vraagt aan Fluxys om het chronologisch verloop van de toewijzingskalender en het toewijzingsproces duidelijk en expliciet te beschrijven en op te nemen in de ACS. 129. De N.V. Fluxys heeft in de aanvraag van 8 november 2011 een aanvulling gegeven, waardoor duidelijk wordt dat de niet toegewezen diensten voor de LT termijn zullen toegevoegd worden aan het dienstenaanbod voor de MT. Evenzo zullen diensten voor de MT die niet werden toegewezen binnen het daarvoor voorziene onderschrijvingsvenster, toegewezen worden aan het dienstenaanbod voor de jaarlijks aangeboden diensten. Hiermee komt de N.V. Fluxys tegemoet aan hogerstaande vraag van de CREG Afdeling 2.1.1 Toewijzingskalender 130. De N.V. Fluxys meldt dat de Beheerder van de opslaginstallatie elk jaar ofwel Toewijzingsvensters voor de relevante komende Opslag diensttermijn(
- en)organiseert. De CREG meent dat de N.V. Fluxys elk jaar de kalender moet bekendmaken en dat de timing voor het aankondigen van de diensten deel moet uitmaken van het dienstenaanbod. 131. De CREG stelt vast dat de N.V. Fluxys in de aanvraag van 8 november 2011 de nodige aanvullingen en toevoegingen heeft gedaan, zodat aan deze vraag voldaan is. 51/57 Afdeling 2.3.3.5 Publicatie en notificatie 132. In de tekst wordt verwezen naar paragraaf 2.4.2. De CREG merkt op dat deze paragraaf niet bestaat en vraagt de correcte verwijzing op te geven. 133. De CREG stelt vast dat de de verwijzing werd gecorrigeerd. Bijlage C3 – ONDERSCHRIJVING EN TOEWIJZING VAN DIENSTEN – SECUNDAIRE MARKT Afdeling 2.4.2 Aanvaarding van de Overdracht door de Opslagoperator Afdeling 2.4.3 OTC Secundaire Markt (Overdrachtsprocedure 1) Afdeling 2.4.4 Secundair Markt Platform tussen deOpslaggebruikers (Overdrachtsprocedure 2) 134. De CREG merkt op dat het onderwerp overdracht ook behandeld wordt in afdeling 17.9 van het SSA en zij verwijst naar de bespreking terzake in de paragrafen 147 t.e.m. 161 van de beslissing van 27 oktober 2011. De CREG herhaalt kort dat de modaliteiten (termijnen, toewijzing) voor de verschillende wijzen van overdracht rekening dienen te houden met de respectieve rechtsfiguren die mogelijk zijn binnen het Belgisch recht. In het bijzonder wijst de CREG erop dat voor het geval van overdracht via sublet een overdracht moet mogelijk zijn op basis van een zogenaamd ‘click and book’ principe. 135. De CREG stelt vast dat de betreffende paragrafen van het voorstel in lijn werden gebracht met de corresponderende paragrafen van het SSA, zodat aan deze vraag voldaan is. Bijlage D2 – Kwaliteitsvereisten 136. De CREG stelt vast dat de kwaliteitsvereisten voor het aardgas op het vervoersnet ontbreken. De CREG vraagt dat deze zouden toegevoegd worden in Bijlage D2. 137. In de de aanvraag van 8 november 2011 werden de kwaliteitsspecificaties voor het uitzending op het vervoersnet toegevoegd, zodat aan deze vraag van de CREG voldaan is. Bijlage F – Congestiebeheer 138. De CREG verwijst hier naar haar bemerking aangaande de kwaliteit van de vertaling in paragraaf 70 van de beslissing van 27 oktober 2011. De daar gemaakt opmerkingen zijn in het bijzonder van toepassing in deze bijlage. De CREG dringt aan op een grondige nalezing van deze tekst. 52/57 139. In de aanvraag van 8 november 2011 heeft de N.V. Fluxys de bijlage F herwerkt, wat de leesbaarheid van de tekst ten goede komt. Alhoewel nog tekorten blijven bestaan is de CREG van oordeel dat de kans dat zij alsnog aanleiding zouden geven tot vergissingen of foute interpretaties sterk verminderd is en daarom aanvaardt zij de voorgestelde formulering. Bijlage I – Incidentmanagement 140. In overeenstemming met artikel 175 van de gedragscode heeft de N.V. Fluxys in haar voorstel voor toegangsreglement een plan voor incidentenbeheer uitgewerkt. Het voorstel heeft zowel betrekking op omstandigheden waarbij actie moet ondernomen worden om de systeemintegriteit van de opslaginstallatie te waarborgen als deze waarbij actie moet ondernomen worden om de leveringszekerheid aan eindafnemers veilig te stellen. De CREG erkent de noodzaak om beide onderwerpen te behandelen in het kader van het toegangsreglement, maar zij wijst op de inhoudelijke verschillen tussen beide. In het bijzonder wijst de CREG erop dat:
(1)systeemintegriteit en netevenwicht (individueel & collectief) geen synoniemen zijn;
(2)in de gedragscode het begrip incident gedefinieerd wordt op het niveau van de systeemintegriteit (SI);
(3)in Verordening 994/2010 incident gedefinieerd wordt op het niveau van netevenwicht. De verordening 994/2010 beoogt het veiligstellen van leveringszekerheid (met name individueel voor de beschermde afnemers). Leveringszekerheid aan beschermde eindklanten wordt bovendien opgelegd door de bepalingen voorzien in artikel 15/11 §4, van de gaswet;
(4)een SOS-incident en een SI-incident niet noodzakelijk samenvallen: de SI kan nog perfect in orde zijn, zelfs structureel , terwijl er een SOS-incident is (bepaalde beschermde afnemers worden niet meer voldoende beleverd). Dit onderscheid dat subtiel kan zijn, is evenwel essentieel in deze materie en hier moet dan ook expliciet rekening mee worden gehouden.
(5)de behandeling van een SOS-incident wordt geregeld door de Verordening terwijl de behandeling van een SI-incident geregeld wordt door de gedragscode.
(6)SOS is in essentie (maar niet uitsluitend) een leveranciersverantwoordelijkheid terwijl SI essentieel een SO aangelegenheid is.
(7)SOS legt aan de beheerder verplichtingen op (N-1 criterium, bidirectionaliteit) die een impact kunnen hebben op het incidentplan voor een SI-incident. Deze implicaties dienen aansluitend mee opgenomen te worden in bedoeld incidentenplan.
- De CREG stelt vast dat in de aanvraag van 8 november 2011 de N.V. Fluxys in bijlage G het onderscheid maakt tussen incidentenplan en noodsituaties zoals gedefinieerd in artikelen 175 en respectievelijk 178 en 144 van de gedragscode enerzijds en noodsituaties 53/57 in verband met bevoorradingszekerheid zoals in Verordening 994/2010 anderzijds. Aldus komt zij op voldoende wijze tegemoet aan de hoger geformuleerde bezorgdheid van de CREG. Afdeling 1.2 Noodsituatie zoals gedefinieerd in de Bevoorradingszekerheid regulering (“SoS Noodsituatie”)
- De CREG is van oordeel dat de formulering onvoldoende nauwkeurig is. Zij vraagt aan de N.V. Fluxys dat voor wat leveringszekerheid betreft, de N.V. Fluxys de formulering van de hoger genoemde bepaling van de gaswet zou respecteren en de tekst overeenkomstig zou formuleren.
- In de aanvraag van 8 november 2011 verwijst de N.V. Fluxys naar artikel 12.2 van het Standaard Opslagcontract. De formulering in vermeld artikel is voor de CREG aanvaardbaar. Bijlage H2 – Data Platformen
- Het begrip Valideerder in sectie 6.3 werd niet gedefinieerd en werd evenmin opgenomen in het glossarium van definities in het standaard opslagcontract. De CREG vraagt de N.V. Fluxys dit begrip op te nemen in de lijst met definities. De CREG dringt erop aan dat de N.V. Fluxys de contractuele relaties van genoemde partij zou duidelijk maken.
- De CREG stelt vast dat in de aanvraag van 8 november 2011 het begrip Valideerder opgenomen is. III. d) Het voorstel van Opslagprogramma Afdeling 3.1 Basisdiensten: standaardeenheid
- De CREG stelt vast dat geen melding gemaakt wordt van gebundelde en ontvlochten diensten, zoals vereist conform artikel 15.2, van Verordening 715/
- De CREG vraagt aan de N.V. Fluxys om bij de voorstelling van het dienstenaanbod expliciet te vermelden op welke wijze de verordening nageleefd wordt en de tekst overeenkomstig aan te passen.
- In de aanvraag van 8 november 2011 verduidelijkt de N.V. Fluxys dat zowel gebundelde als ontbundelde diensten aangeboden worden in overeenstemming met artikel 15.2 van Verordening 715/
- 54/57 Afdeling 6.3 Jaarlijkse opslagdiensten
- De CREG stelt vast dat de transfer van niet toegewezen opslagdiensten van het LT onderschrijvingsvenster naar het MT onderschrijvingsvenster niet expliciet opgenomen is in de beschrijving van de opslagdiensten. Het principe van transfer van diensten geldt ook van het MT onderschrijvingsvenster naar een veilingvenster. Slechts indien op het einde van het veilingvenster nog opslagcapaciteit beschikbaar is kan deze aangeboden worden op FCFS basis. De CREG is van mening dat de huidige beschrijving onvoldoende duidelijk is en zij vraagt aan Fluxys om het chronologisch verloop van de toewijzingskalender en het toewijzingsproces duidelijk en expliciet te beschrijven en op te nemen in het Opslagprogramma.
- In de aanvraag van 8 november 2011 geeft de N.V. Fluxys een duidelijke beschrijving van de overdracht van niet toegewezen LT diensten naar het MT onderschrijvingsvenster en van niet toegewezen MT diensten naar het jaarlijkse veilingvenster. Tevens heeft de N.V. Fluxys verduidelijking gegeven bij de toewijzingskalender, zodat aan hogerstaande opmerking voldaan is. 55/57 IV. BESLUIT
- Met toepassing van artikel 15/14, §2, 6°, van de gaswet en artikelen 169, 170 en 171, van de gedragscode, Gezien de voorgaande analyse, gelet in het bijzonder op de antecedenten in deel II van deze beslissing, het onderzoek van de belangrijkste voorwaarden voor opslag in deel III van deze beslissing, beslist de CREG de aanvraag door de N.V. Fluxys en het erratum tot goedkeuring van:
(1)het Standaard Opslagcontract,
(2)het Toegangsreglement voor Opslag en
(3)het Opslagprogramma ingediend bij de CREG per drager met ontvangstbewijs op respectievelijk 8 november 2011 en 21 november 2011, in haar geheel goed te keuren, met de opmerkingen vermeld in de randnummers 89, 100 en 115 van onderhavige beslissing 151. De huidige door de CREG goedgekeurde belangrijkste voorwaarden voor opslag treden overeenkomsti