Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel. : 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)111222-CDC-1132 over ‘het voorstel van de N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR betreffende de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten voor 2012’ genomen met toepassing van artikel 159, §1, van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe 22 december 2011 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt in deze beslissing, met toepassing van artikel 159, §1, van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het technisch reglement)1, het voorstel van N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR (hierna: ELIA) betreffende een mechanisme voor de compensatie van de kwartieronevenwichten voor het jaar
- De CREG ontving dit voorstel van ELIA bij brief van 11 oktober
- Naar aanleiding van de vergadering tussen de CREG en ELIA op 5 december 2011, heeft de CREG van ELIA een document ontvangen bij brief van 9 december
- Het voorstel van ELIA bestaat uit documenten toegevoegd aan de brieven van 11 oktober 2011 en 9 december
- De onderhavige beslissing bestaat uit drie delen. Het eerste deel vat het wettelijke kader samen en het tweede deel geeft een analyse van het voorstel weer. Het derde deel omvat de eigenlijke beslissing. De begeleidende brief van ELIA van 11 oktober 2011 en het voorstel van ELIA als bijlage bij deze brief, evenals de begeleidende brief van ELIA van 9 december 2011 en het document als bijlage bij deze brief worden bij onderhavige beslissing gevoegd. Op 22 december 2011 keurde het Directiecomité van de CREG de onderhavige beslissing goed. 1 Onder voorbehoud van de elementen onder Titel I hieronder. 2/23 I.
- WETTELIJK KADER Artikel 37
(6), b) van de richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van de richtlijn 2003/54/EG (hierna: richtlijn 2009/72), dat op 3 maart 2011 had moeten omgezet zijn, bepaalt: "de regulerende instanties zijn bevoegd voor de vaststelling of de voldoende ruim aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van balanceringsdiensten, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen. De balanceringsdiensten worden op billijke en niet- discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria.” Tot op heden heeft de CREG geen technisch reglement uitgewerkt conform richtlijn 2009/72 en momenteel is het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe van toepassing. Dit houdt echter niet in dat het noodzakelijkerwijze moet worden toegepast. Er moet worden nagegaan of het technisch reglement conform richtlijn 2009/72 is en kan blijven worden toegepast. 2. Artikel 159, §1, van het technisch reglement, bepaalt dat, op voorstel van de netbeheerder, de werkingsregels van de markt bestemd voor de compensatie van de kwartieronevenwichten worden goedgekeurd door de CREG en gepubliceerd door de netbeheerder. Volgens deze bepaling is de CREG bevoegd voor de goedkeuring van de werkingsregels van de markt bestemd voor de compensatie van kwartieronevenwichten, dit is conform artikel 37
(6)van de richtlijn 2009/72, dat bepaalt dat de regulerende instantie bevoegd is om ten minste de methoden voor het vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van balanceringsdiensten goed te keuren. Artikel159, §1 van het technisch reglement moet dus blijven worden toegepast.
- Het technisch reglement druist daarentegen in tegen de richtlijn 2009/72 wat de methoden voor het vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van 3/23 balanceringsdiensten betreft. Krachtens het beginsel van voorrang van het recht van de Unie op het intern recht, is elke administratieve overheid verplicht de toepassing te weigeren van de nationale bepalingen die in strijd zijn met het recht van de Unie.2 Bijgevolg blijkt dat de CREG sinds 3 maart 2011 het technisch reglement niet meer kan toepassen in de mate dat het methodes bevat voor de opstelling van de voorwaarden voor de verstrekking van balanceringsdiensten. Toch verhindert dat niet om de methoden uit het technisch reglement te blijven toepassen.3 De CREG is van mening dat, in afwachting van de uitvaardiging van andere normen, het van algemeen belang is, onder meer omwille van de rechtszekerheid, om deze methoden verder toe te passen. Daarom werd bij deze beslissing niet het technisch reglement toegepast, maar wel de inhoud ervan, zonder dat dit inhoudt dat de CREG de conformiteit van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement erkent met richtlijn 2009/
- Conform artikel 37
(6), b) van richtlijn 2009/72, doet deze beslissing geen afbreuk aan de latere uitoefening door de CREG van de bevoegdheid die ze volgens dit artikel krijgt om een technisch reglement uit te vaardigen. 2 HJEG, arrest 103/88 van 22 juni 1989, Fratelli Costanzo, nr.
- 3 Zie het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State, nr. 49.570/3 van 31 mei 2011 over een voorontwerp van wet "houdende wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen", Parl. St. Kamer, 2010-2011, Doc. 53, 1725/001, § 38.1: "Het ontworpen artikel 12quater, §§ 2 en volgende, van de elektriciteitswet voorziet in een overgangsregeling die onverenigbaar is met de aangehaalde richtlijnbepaling, aangezien deze regeling, die uitgaat van de wetgever en niet van de regulerende instantie, betrekking heeft op een periode na de uiterste omzettingsdatum van richtlijn 2009/72/EG, zijnde 3 maart 2011.[...] Het gegeven dat er door de opheffing van de twee aangehaalde koninklijke besluiten een juridisch vacuüm ontstaat, neemt immers niet weg dat het sinds het verstrijken van de uiterste omzettingsdatum van richtlijn 2009/72/EG aan de CREG is om dit vacuüm op te vullen en om zelf de nodige voorlopige maatregelen vast te stellen indien het vaststellen van de tarieven vertraging oploopt, hetzij door te beslissen om (bepaalde aspecten van) de oude tariefmethodologie te handhaven, hetzij door meteen te voorzien in een tijdelijke regeling of in een overgangsregeling, in afwachting van een definitieve door haar vast te stellen regeling. 4/23 In die mate duiden de verwijzingen naar het "technisch reglement" in onderhavige beslissing op het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, en de verwijzingen naar de artikelen van het technisch reglement in onderhavige beslissing moeten worden opgevat als verwijzingen naar de methoden in deze bepalingen, rekening houdend met de hierboven ontwikkelde elementen.
- Artikel 2 van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder de taken en verplichtingen uitvoert die hij dient uit te voeren krachtens de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna, elektriciteitsmarkt) teneinde de elektriciteitsuitwisselingen tussen de verschillende op het net aangesloten personen te behouden en te ontwikkelen en het behoud van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net te bewaken, te handhaven dan wel te herstellen.
- Artikel 3, §1, van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder het technisch beheer van de elektriciteitsstromen op het transmissienet organiseert en zijn taken waarneemt teneinde met de hem ter beschikking staande middelen een permanent evenwicht tussen de vraag en het aanbod van elektriciteit te bewaken, te handhaven dan wel te herstellen overeenkomstig artikel 8 van de wet van 29 april
- De netbeheerder waakt over de compensatie van het globaal onevenwicht van de regelzone, dat voortvloeit uit de eventuele individuele onevenwichten van de verschillende toegangsverantwoordelijken.
- Krachtens artikel 8 van het technisch reglement moet de netbeheerder zich onthouden van elke discriminatie tussen netgebruikers, toegangsverantwoordelijken, leveranciers van ondersteunende diensten of tussen elk andere persoon die op een of andere manier met het net verbonden is in het kader van zijn taken en verplichtingen of uitgevoerde diensten.
- Krachtens artikel 157, §2, van het technisch reglement bewaakt, handhaaft dan wel herstelt de netbeheerder op elk moment het evenwicht tussen aanbod en vraag van elektrisch vermogen in de regelzone, onder meer veroorzaakt door de eventuele individuele onevenwichten van de verschillende toegangsverantwoordelijken. Ten dien einde schakelt de netbeheerder tijdens de uitbating van het net, in volgorde de hem ter beschikking zijnde middelen in, met name : 1° activering van de primaire regeling van de frequentie overeenkomstig de bepalingen bedoeld in Hoofdstuk XIII van Titel IV; 2° de secundaire regeling van het evenwicht in de regelzone overeenkomstig de bepalingen bedoeld in Hoofdstuk XIII van Titel IV; 5/23 3° het vermogen ter beschikking gesteld door de producenten conform art. 159, §2; en 4° de aanpassingen aan de dagelijkse toegangsprogramma's van belastingen die door de toegangsverantwoordelijken aan de netbeheerder worden aangeboden. §3 van ditzelfde artikel voegt eraan toe dat indien de modaliteiten, bedoeld in §2, niet volstaan om tot het herstel te leiden van het evenwicht tussen de vraag en het aanbod van actief vermogen in de regelzone, de netbeheerder opdraagt om het tertiaire reservevermogen dat door derden ter beschikking wordt gesteld overeenkomstig de bepalingen bedoeld in Hoofdstuk XIII van Titel IV, te activeren.
- Artikel 158 van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder de hem ter beschikking staande middelen activeert overeenkomstig artikel 157, § 2, met name volgens het criterium van de laagste prijs.
- Krachtens artikel 159, §2, van het technisch reglement houden alle producenten van de regelzone waarvan het nominale vermogen voor de toegang tot het net hoger of gelijk is aan 75 MW hun beschikbare vermogen ter overeenkomstig artikelen 222 en
- beschikking van de netbeheerder Deze inschrijving voor dit reservevermogen gaat vergezeld met een prijsofferte. De producenten waarvan het nominale vermogen voor de toegang tot het net lager is dan 75 MW, alsook de producenten actief in een andere regelzone voor zover de operationele regels tussen de betrokken regelzones het toelaten, kunnen eveneens, overeenkomstig door de netbeheerder bepaalde objectieve en transparante modaliteiten, hun beschikbaar kwartiervermogen ter beschikking stellen.
- Hoofdstuk XIII van Titel IV van het technisch reglement heeft betrekking op de ondersteunende diensten. Artikel 233 van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder het primair, secundair en tertiair reservevermogen dat bijdraagt tot het waarborgen van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net in de regelzone evalueert en bepaalt. Hij deelt zijn evaluatiemethode en het resultaat aan de commissie mee ter goedkeuring. Artikel 243 van het technisch reglement bepaalt in §1 dat de netbeheerder het reservevermogen voor de secundaire regeling koopt via een mededingingsprocedure en/of aanbesteding. De netbeheerder bepaalt de technische specificaties betreffende de terbeschikkingstelling en de levering van dit vermogen. §2 van dit artikel bepaalt dat de leverancier van deze dienst het secundaire reservevermogen activeert op aanvraag van de 6/23 netbeheerder. Krachtens artikel 249, §1, van het technisch reglement koopt de netbeheerder het reservevermogen voor de tertiaire regeling via een mededingingsprocedure en/of aanbesteding. De netbeheerder bepaalt de technische specificaties betreffende de terbeschikkingstelling en de levering van dit vermogen. §2 van dit artikel bepaalt dat de leverancier van deze dienst het tertiaire reservevermogen activeert op aanvraag van de netbeheerder. Tot slot bepaalt artikel 256 van het technisch reglement dat de netbeheerder de middelen waarover hij beschikt, aanwendt overeenkomstig het technisch reglement, teneinde de afwijkingen tussen het daadwerkelijk uitgewisseld actief vermogen en het geprogrammeerd actief vermogen met de buitenlandse regelzones te beperken. Deze afwijkingen worden eveneens kwartieronevenwichten genoemd.
- Krachtens artikel 159, §4, van het technisch reglement publiceert de netbeheerder ten minste elke dag de prijzen voor de onevenwichten van de voorgaande dag. Artikel 244, §1, van het technisch reglement stelt dat de netbeheerder, overeenkomstig artikel 26, de benodigde hoeveelheden alsmede de technische specificaties betreffende de beschikbaarheid en levering van actief vermogen aan het net voor de secundaire regeling bepaalt en publiceert. Artikel 250, §1, van het technisch reglement voegt eraan toe dat de netbeheerder, overeenkomstig artikel 26, de benodigde hoeveelheden alsmede de technische specificaties betreffende de beschikbaarheid en levering van actief vermogen aan het net voor de tertiaire regeling bepaalt en publiceert. 7/23 II. ANALYSE VAN HET VOORSTEL II.
- Voorafgaande voorbehouden
- opmerkingen en Zoals de inleiding ervan verduidelijkt, wordt het voorstel door ELIA ingediend voor het jaar
- Deze beslissing heeft dus uitsluitend betrekking op de toepassing van de marktregels voor de compensatie van de kwartieronevenwichten gedurende het jaar
- ELIA wordt verzocht later een voorstel van marktregels voor de compensatie van de kwartieronevenwichten toepasselijk na het jaar 2012 in te dienen.
- In de begeleidende brief van 11 oktober 2011 schrijft ELIA: "Elia benadrukt dat de procedure voor de aankoop van bepaalde vermogenreserves bestemd voor de compensatie van de onevenwichten nog in een onderhandelingsfase, of zelfs nog in een toekenningsfase zit, en dat dat element een impact kan hebben op de regels voorgesteld in bovenvermeld document". Conform wat werd aangehaald onder Titel I "Wettelijk kader", herhaalt de CREG dat er over de regels die door ELIA werden voorgesteld en door de CREG werden goedgekeurd, zowel in de beslissing over de reservevolumes voor 20124 als in onderhavige beslissing, niet meer kan worden onderhandeld en dat ze ook niet kunnen worden gewijzigd door een andere administratieve overheid, aangezien ze voorwerp uitmaakten van een beslissing van de CREG. Deze beslissing heeft, overeenkomstig artikel 159, §1, van het technisch reglement, enkel betrekking op het voorstel van werkingsregels van de markt bestemd voor de compensatie van de in de inleiding vermelde kwartieronevenwichten en vormt op geen enkele manier een expliciete of impliciete goedkeuring van de overeenkomsten waarnaar in het voorstel van ELIA wordt verwezen. ELIA dient zonodig deze overeenkomsten in overeenstemming te brengen met de marktregels die de onderhavige beslissing inhoudt. Zo spreekt het onderhavige voorstel zich ook niet uit over de tariefaspecten.
- 4 In haar voorstel verwijst ELIA naar een rapport over de ontvangen reserveoffertes dat Beslissing (B)110519-CDC-1056 van de CREG van 19 mei
- 8/23 de CREG zou moeten versturen volgens artikel 12quater van de elektriciteitswet. De CREG heeft zich sindsdien over dit punt uitgesproken in haar advies (A)111110-CDC-11165: "de CREG is van mening dat in tegenstelling tot wat ELIA vermeldt in zijn brief van 19 april 2011, artikel 12quater § 1, 1°, tweede lid van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: elektriciteitswet) in casu niet van toepassing is. De formulering, in het bijzonder de termen "het jaar voorafgaand aan het jaar dat voormelde kosten evolueren" laat veronderstellen dat het verslag dat erin wordt vermeld slechts in 2012 voor het eerst moet worden opgesteld door ELIA, het jaar voorafgaand aan het jaar dat voormelde kosten evolueren; voor de regulatoire periode 2012-2015, aangezien 2013 het eerste jaar is waarin de kosten evolueren . De CREG leidt daaruit af dat enkel artikel 4, § 2, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2002 in casu van toepassing is. Onderhavig advies wordt in dit kader gegeven.". II.
- In overweging genomen beoordelingselementen
- Op grond van de wetteksten weergegeven in deel I werden een aantal beoordelingselementen in overweging genomen voor het uitwerken van deze beslissing. Deze beoordelingselementen worden hierna ontleed.
- Het mechanisme voor de compensatie van de kwartieronevenwichten vormt een belangrijk element voor de werking van de Belgische markt. Het is dus van essentieel belang om rekening te houden met de structuur en de opbouw van de markt waarvoor het bestemd is. Zo moet het rekening houden met de volgende elementen: het aantal lokale producenten dat diensten voor de compensatie van de onevenwichten kan aanbieden, is beperkt, om nieuwe marktspelers aan te trekken die in staat zijn op de Belgische markt diensten voor de compensatie van de kwartieronevenwichten aan te bieden, dient een evenwicht gevonden te worden tussen een redelijke vergoeding van deze diensten en een regulering van de aanbiedingen, die gezien de beperkte mededinging noodzakelijk is. 5 Advies (A)111110-CDC-1116 van 10 november 2011 over de onmogelijkheid voor Elia System Operator N.V. om toe te zien op de beschikbaarheid en, in voorkomend geval, een of meerdere van de ondersteunende diensten aan een billijk tarief te implementeren tegen
- 9/23
- Zo is het belangrijk dat het mechanisme voldoende flexibel is om de deelneming toe te laten van een zo groot mogelijk aantal spelers op de markt van de levering van diensten bestemd voor de compensatie van de kwartieronevenwichten. Met het oog hierop mag de structuur van het mechanisme niet de deur sluiten voor toekomstige evoluties die het mogelijk maken deze richting uit te gaan.
- Verder is het ook noodzakelijk dat het mechanisme een adequate transparantie biedt op het vlak van de aanbiedingen en hun activering. Deze transparantie brengt een merkbare zichtbaarheid mee in termen van informatie aan de marktspelers over de aanbiedingen met betrekking tot de compensatie van de kwartieronevenwichten en draagt er aldus toe bij om potentieel abusief gedrag te ontmoedigen. Bovendien is het belangrijk dat het mechanisme de producenten die wensen deel te nemen aan de levering van diensten voor de compensatie van de kwartieronevenwichten duidelijke signalen geeft met betrekking tot de kosten en inkomsten die zij van hun deelneming aan deze diensten kunnen verwachten.
- Omwille van de reservevolumes waarover ELIA beschikt, zou het echter gevaarlijk zijn mochten de toegangsverantwoordelijken (Acces Responsible Parties, hierna: ARP) de compensatie van de kwartieronevenwichten in België kunnen beschouwen als een hulpmiddel dat hen ter beschikking staat om hun verplichting tot evenwicht na te komen. Het mechanisme voor de compensatie van de kwartieronevenwichten moet onder de huidige omstandigheden een hulpmiddel blijven dat ter beschikking van de TNB wordt gesteld om het evenwicht van de Belgische regelzone te verzekeren en het is belangrijk dat het een hulpmiddel als laatste toevlucht voor de ARP in onevenwicht blijft. Het mechanisme moet gebaseerd zijn op de marktregels en tevens toch zoveel mogelijk gaming door arbitrage met de spotmarkt of met de intraday markt verhinderen. Dit aspect wordt hoofdzakelijk verzekerd via het tarief voor de compensatie van de kwartieronevenwichten. De goedkeuring ervan behoort bij de goedkeuring van de tarieven van de netbeheerder en valt buiten het kader van deze beslissing.
- Bovendien moeten het mechanisme voor de compensatie van de kwartieronevenwichten en het eraan verbonden tarief een minimalisering van de kosten voor de compensatie van de kwartieronevenwichten voor de ARP beogen.
- Tot slot is het van primordiaal belang dat het mechanisme voor de compensatie van de 10/23 kwartieronevenwichten geen hinderpaal vormt voor de oprichting van een Centraal-WestEuropese regionale markt. De integratie van deze markten is immers noodzakelijk om tot mededinging op nationaal niveau te komen. Het is dus belangrijk dat het mechanisme voor de compensatie van de kwartieronevenwichten zonder al te grote moeilijkheden met die van de buurlanden kan geïntegreerd worden. II.
- Toepassing van het wettelijk kader en van de beoordelingselementen op het voorstel II.3.
- Openstelling van de markt van de levering van diensten bestemd voor de compensatie van de kwartieronevenwichten
- In het voorgestelde mechanisme staat de markt van de levering van de secundaire regeling open voor alle producenten, ongeacht of ze al dan niet reserveringscontracten in het kader van de secundaire regeling hebben getekend. Enerzijds, hebben de marktspelers bij wie ELIA geen secundair regelvermogen heeft gereserveerd wel de mogelijkheid om aan de secundaire regeling deel te nemen, maar zijn ze niet verplicht om dit te doen. Als ze beslissen om eraan deel te nemen, zijn de prijzen van hun offertes niet gelimiteerd. Anderzijds, is elke marktspeler bij wie ELIA secundair regelvermogen heeft gereserveerd, verplicht ELIA de dag voordien een offerte voor de activering te maken voor een vermogen dat minstens gelijk is aan het gereserveerde vermogen, zowel voor het opregelen als het afregelen, rekening houdend met de contractuele beschikbaarheid. De eenheidsprijs waartegen een dergelijke marktspeler een offerte doet, moet lager zijn dan een bepaalde limiet voor de offertes van opregelvermogen en hoger dan een andere limiet voor de offertes van afregelvermogen. Deze beide limieten worden weergegeven door formules die afhangen van de referentiemarktprijs op het beschouwde uur en van het deel brandstof in de productiekosten van het desbetreffende type van centrale. Bovendien blijft het verschil tussen deze beide limieten (spread) altijd onder een bepaald plafond. Naar aanleiding van besprekingen tussen ELIA en de CREG begin 2011, zijn de formules voor de vastlegging van de twee limieten en van het maximale verschil tussen deze twee limieten geëvolueerd tussen het meer complexere voorstel van ELIA voor 2011 en het 11/23 huidige voorstel van ELIA. Deze limieten werden aangepast om beter rekening te houden met de reële activeringtoestand van de secundaire regeling die nu eens door de referentiemarkprijzen, dan weer door de kosten van de gebruikte brandstof worden gestuurd. ELIA stelt in haar voorstel volgende formules voor: Als OBS k,i,j een bod k van ARP i voor de activering van opregelvermogen in het kader van de secundaire regeling voor een gegeven kwartier j voorstelt, als ABS l,i,j een bod l van ARP i voor de activering van afregelvermogen in het kader van de secundaire regeling voor een gegeven kwartier j voorstelt en als FC de kostprijs van de brandstof van de eenheid waarop OBS k,i,j en ABSl,i,j, betrekking hebben, voorstelt, dan moeten de biedprijzen aan volgende vergelijkingen voldoen: OBSk,i,j = < max(FC ; Belpex) + 5€ en ABSk,i,j > = OBSk,i,j - 10€ Als de marktreferentieprijs voor hetzelfde uur positief of nul is, dan zijn de prijzen OBSk,i,j en ABSl,i,j positief of nul. De kostprijs van de brandstof FC wordt bepaald op basis van het specifieke verbruik van het betrokken type productie-eenheid en van de verwachte marktprijs van de brandstof van deze eenheid. Het maximale verschil, namelijk 10 €/MWh, zie bovenstaande formule voor ABSk,i,j, vloeit voort uit een compromis tussen de dekking van de leverancierskosten voor de activatie, de wil om nieuwe leveranciers aan te trekken, en de noodzaak om een redelijk verschil te bereiken tussen de positieve en negatieve onevenwichtsprijzen opdat het systeem de ARP's voldoende zou stimuleren om een voortdurend evenwicht na te streven. In geval van onbeschikbaarheid van het offertesysteem stelt ELIA voor het te vervangen door een eenheidsprijs voor de offertes in stijgende zin en een andere eenheidsprijs voor de offertes in dalende zin. Deze twee prijzen worden zoals volgt bepaald door formules die slechts afhangen van de referentiemarktprijs op het beschouwde uur: OBSk,i,j = Belpex + 5€ en ABSk,i,j = Belpex - 5€ 12/23
- Het mechanisme voert flexibiliteit in door de markt van de secundaire regeling open te stellen voor marktspelers die geen contracten voor het reserveren van secundair regelvermogen met ELIA gesloten hebben. Daardoor kunnen naar deze markt spelers aangetrokken worden die over een kleiner park beschikken en die bijgevolg misschien niet het risico kunnen nemen om aan de secundaire regeling deel te nemen op zo’n regelmatige basis als de bepaling van de loten vereist. De CREG is van mening dat de voorgestelde werkingsregels voor de markt van de secundaire regeling momenteel een goed compromis vormen tussen het reguleren van de prijzen van de offertes en het aanmoedigen van de kleinere marktspelers om aan de secundaire regeling deel te nemen. Dat is des te belangrijker daar de geactiveerde secundaire regelingsvolumes een groot deel uitmaken6 van de geactiveerde volumes om de kwartieronevenwichten van de Belgische regelzone te compenseren.
- In het huidige systeem wordt de tertiaire reserve samengesteld uit vier soorten hulpmiddelen: niet-gereserveerd tertiair vermogen (CIPU-contracten), tertiair regelvermogen gecontracteerd langs de productiezijde, tertiair regelvermogen gecontracteerd op onderbreekbare belastingen en de bijstandsovereenkomsten tussen TNB’s. Het nietgereserveerd tertiair vermogen vloeit voort uit de toepassing van artikel 159, §2, van het technisch reglement. Tertiair regelvermogen gecontracteerd langs de productiezijde en op onderbreekbare belastingen is vermogen dat contractueel door de TNB werd gereserveerd op basis van de reacties op een internationale offerteaanvraag. Om de hulpmiddelen te selecteren, stelt ELIA voor de ontvangen offertes voor elk kwartier volgens stijgende prijs te klasseren. ELIA activeert de reserves in onderstaande volgorde, rekening houdend met de stapeling volgens stijgende prijs binnen elke groep hulpmiddelen: de niet-gereserveerde tertiaire reserves die voortvloeien uit de toepassing van artikel 159, §2, van het technisch reglement, met inbegrip van de niet-geselecteerde offertes voor secundaire regeling, de productie-eenheden die stilliggen en binnen een kwartier kunnen worden opgestart, andere tertiaire regelvermogens in België, hulpvermogen tussen naburige TNB's. 6 76% in
- 13/23 Voor de activering van de onderbreekbare belastingcontracten wordt voorzien dat het aantal activeringen per jaar dat contractueel mogelijk is voor deze contracten beperkt is. Verder kunnen deze hulpmiddelen ook gebruikt worden bij het opheffen van congesties. Teneinde de mogelijkheid te behouden om gedurende het hele jaar een beroep te doen op de onderbreekbare belasting, stelt ELIA een procedure voor die rekening houdt met de opgelegde beperking inzake het aantal activeringen en periodes waarin zich vaker congesties op het net voordoen. Deze procedure geeft voorrang aan de tertiaire reserve op de productie-eenheden in het eerste deel van het jaar en maakt in het tweede jaargedeelte een soepelere activering van de onderbreekbare belasting mogelijk volgens de economische stapeling. Gezien hun aard van laatste toevlucht, wordt er enkel gebruik gemaakt van de bijstandsovereenkomsten tussen TNB’s als alle andere mogelijkheden uitgeput zijn of wanneer de TNB voorziet dat hij niet over toereikende reserves in de regelzone zal beschikken. De CREG is van mening dat deze werkwijze artikelen 157 en 158 van het technisch reglement naleeft. Bovendien is de CREG van oordeel dat deze selectiemethode kleinere producenten die zich, gezien de structuur van hun park, niet noodzakelijk contractueel willen verbinden om deel te nemen aan de tertiaire regeling, toch de mogelijkheid biedt om deel te nemen aan de diensten voor compensatie van de kwartieronevenwichten op tertiair niveau.
- Het voorgestelde mechanisme voorziet in evoluties om de mededinging op de markt van de tertiaire reserve te versterken. Zo past ELIA sinds november 2009 een nieuwe methode voor het activeren van de tertiaire reserve toe met als doel het gebruik van de beschikbare regelingsmiddelen te verbeteren. Een document waarin het principe en de resultaten van deze nieuwe methode worden uitgelegd is als bijlage toegevoegd aan het op 30 juni 2010 verzonden voorstel van ELIA over de evaluatiemethode en de bepaling van het primaire, secundaire en tertiaire reservevermogen voor
- De CREG sprak zich over dit voorstel uit in haar beslissing (B)100826-CDC-982 over ‘de vraag tot goedkeuring van de evaluatiemethode voor en de bepaling van het primair, secundair en tertiair reservevermogen voor 2011’ van 26 augustus
- De CREG stelt vast dat men twee mogelijke maatregelen die in vorige voorstellen over de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten werden 14/23 naar voor gebracht heeft laten varen, namelijk een systeem waarbij de ARP op het vlak van onderbreekbare belasting blokken van regelvermogen tegen een vrij vastgestelde prijs zouden mogen aanbieden en een uitbreiding van het mechanisme voor offertes afkomstig uit het buitenland. Voor zover deze evoluties ertoe leiden de mededinging op de Belgische markt van de compensatie van de kwartieronevenwichten te versterken, moedigt de CREG ELIA aan ze te blijven bestuderen en, wanneer ze voldoende gerijpt zijn, ze in een nieuw voorstel van een mechanisme voor het compenseren van de kwartieronevenwichten in te dienen. II.3.
- Beschikbaarheid van de gecontracteerde secundair en tertiair regelvermogen.
- hulpbronnen van De reservatie van het secundair regelvermogen en van het tertiair regelvermogen heeft betrekking op hoeveelheden waarvan de grootte bepaald wordt in het voorstel van ELIA over de evaluatiemethode en de bepaling van het primaire, secundaire en tertiaire reservevermogen voor
- Dit voorstel vormde het onderwerp van beslissing (B)110519-CDC-1056 van de CREG van 19 mei
- Onderhavige beslissing komt dus niet terug op deze elementen.
- Op verschillende plaatsen in het voorstel, onder meer in afdelingen 4.1.1 en 4.2.1, vermeldt ELIA hetzij expliciet, hetzij impliciet, de mogelijkheid om hulpbronnen te contracteren die een beschikbaarheid lager dan 100% kunnen hebben. De CREG is van oordeel dat de toevlucht tot hulpbronnen die een beschikbaarheid lager dan 100% kunnen hebben, gunstig is voor de werking van de betrokken markten, omdat het producenten naar deze markten kan aantrekken die over een park beschikken waarvan de omvang de beschikbaarheid van de in reserve gehouden hulpbronnen niet altijd voor 100% kan waarborgen. Zoals ze steeds in het verleden heeft gedaan7, wil de CREG eraan herinneren dat de secundaire 7 regelvermogens die bijdragen tot het verzekeren van de veiligheid, Beslissing (B)051222-CDC-499 van 22 december 2005 betreffende het voorstel van de N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR betreffende werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten, en volgende: (B)061220-CDC-611 van 20 december 2006, (B)071213-CDC732 van 13 december 2007, (B)081222-CDC-817 van 22 december 2008, (B)091217-CDC-922 van 17 december 2009 en (B)101223-CDC-1028 van 23 december
- 15/23 betrouwbaarheid en efficiëntie van het net in de regelzone werden bepaald door ELIA. ELIA heeft ze meegedeeld onder de vorm van een voorstel aan de CREG, die ze in haar voornoemde beslissing (B)110519-CDC-1056 van 19 mei 2011 goedkeurde op basis van artikel 233 van het technisch reglement. Bijgevolg is de CREG van oordeel dat het aanvaarden door ELIA van offertes waaraan een beschikbaarheid lager dan 100% verbonden is, op zulke wijze dient te gebeuren dat de offertes van secundair regelvermogen die ELIA worden aangeboden, toelaten te voldoen aan de hoeveelheid die het onderwerp vormde van beslissing (B)110519-CDC-1056 van de CREG, in overeenstemming met de door ELIA voorgestelde methode voor de bepaling die door de CREG werd goedgekeurd. Om dezelfde reden is de CREG van oordeel dat het aanvaarden van offertes van tertiair regelvermogen gecontracteerd van de kant van de productie op zulke wijze dient te gebeuren dat de offertes voor de activering van tertiair regelvermogen van de kant van de productie die ELIA worden aangeboden toelaten te voldoen aan de hoeveelheid die het onderwerp vormde van beslissing (B)110519-CDC-1056 van de CREG, in overeenstemming met de door ELIA voorgestelde methode voor de bepaling die door de CREG werd goedgekeurd. II.3.
- Activering van de hulpbronnen voor de secundaire regeling
- In zijn voorstel selecteert ELIA op D-1 voor elk kwartier van dag D offertes voor een zo groot mogelijk volume in stijgende zin en in dalende zin, maar dat gelijk aan of lager blijft dan het maximumvolume dat kan worden aangeboden op basis van contractuele bepalingen, naar boven afgerond op 5 MW. Deze offertes kunnen zowel afkomstig zijn van het gereserveerd vermogen als van het niet-gereserveerd vermogen. De selectie van de offertes door ELIA gebeurt onafhankelijk voor de offertes in stijgende zin en de offertes in dalende zin, in stijgende volgorde van de eenheidsprijs van de offertes. De geselecteerde offertes nemen deel aan de secundaire regeling op dag D voor het beschouwde uur. Elke producent waarvan minstens één offerte geselecteerd werd voor het beschouwde uur ontvangt een signaal gebaseerd op het onevenwicht van de zone, in verhouding tot het vermogen van zijn geselecteerde offertes. Deze verhouding kan verschillend zijn voor de regeling in dalende zin en de regeling in stijgende zin. Het signaal wordt door ELIA naar elke producent verstuurd voor het geheel van de productie-eenheden die hij van plan is te laten deelnemen aan de tweede regeling. De niet-geselecteerde offertes worden door ELIA behandeld als toenemende en afnemende offertes, in het kader van het niet-gereserveerd tertiair vermogen (CIPU contracten). 16/23
- De CREG is van mening dat deze werkwijze conform artikelen 157, §2, 158 en 159, §2, van het technisch reglement is. II.3.
- Wijze van vergoeding van de leveranciers van de diensten voor de compensatie van de kwartieronevenwichten
- Al valt de goedkeuring van het tarief voor de compensatie van de kwartieronevenwichten buiten het kader van deze beslissing, toch heeft het voor de tarifering toegepaste principe gevolgen voor het mechanisme zelf, in de mate dat, om een goede werking hiervan te bekomen, de wijze van vergoeding van de producenten die diensten voor de compensatie van de kwartieronevenwichten aanbieden niet onafhankelijk mag zijn van de wijze van tarifering van de onevenwichten van de ARP. Deze vergoeding omvat twee luiken: de vergoeding voor het reserveren van de hulpbronnen en die voor het activeren van de hulpbronnen. Voor de reservatie van de hulpbronnen stelt ELIA voor de wijze van vergoeding “pay as bid” te gebruiken. Deze wijze van vergoeding genoot de voorkeur boven een vergoeding gebaseerd op de marginale offerteprijs om een lagere reservatiekost te verkrijgen. Voor het activeren van de hulpbronnen stelt ELIA eveneens een vergoeding van het type “pay as bid” voor. Deze wijze van vergoeding is aangewezen omwille van het geringe aantal marktspelers dat in staat is producten op de Belgische markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten aan te bieden. Bovendien beperkt ze de gevolgen van de prijspieken en tempert ze het belang dat de producenten erbij kunnen hebben om productievermogen aan de markt te onttrekken. Gezien de manier waarop de secundaire reserve wordt geactiveerd, wordt de “pay as bid” aanpak per marktspeler toegepast op de gewogen gemiddelde prijs van de geselecteerde offertes op dag D-
- Rekening houdend met de voornoemde elementen, is de CREG van mening dat deze vergoedingsmethode momenteel het best aangepast is aan de huidige structuur van de Belgische markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten.
- Voor de activering van het gecontracteerde tertiaire regelvermogen stelt ELIA voor om voor 2012, net zoals voor 2009, 2010 en 2011 de formule voor het bepalen van de prijslimiet van de offertes af te stemmen op die welke gebruikt wordt in de procedure “Nominatie” van het CIPU contract. 17/23 De CREG stemt met dit voorstel in, aangezien het de formules voor de berekening van de prijslimieten van de offertes voor de gecontracteerde tertiaire reserves en de nietgecontracteerde tertiaire reserves standaardiseert.
- Het activeren van de onderbreekbare belasting gebeurt volgens de principes vermeld in punt
- ELIA stelt voor om de activering van de onderbreekbare belasting te waarderen tegen 108% van de Belpex day ahead prijs, met een gewaarborgde bodemprijs van 75 €/MWh. De beschouwde Belpex prijs is de “peak hours” prijs indien de activering heeft plaatsgehad tijdens de piekuren en de “base load” prijs indien de activering heeft plaatsgehad buiten de piekuren of tijdens de weekends. Deze voorwaarden werden door ELIA bepaald na een overleg met de verstrekkers van deze dienst. De CREG is van oordeel dat de wijze van activering van de onderbreekbare belasting een noodzakelijk compromis vormt tussen de voorzichtigheid ingegeven door de bezorgdheid om de veiligheid van het systeem waartoe de netbeheerder gedwongen wordt en de wil om de dwingende regels verbonden aan de onderbreekbare ladingen te versoepelen en zo deze laatste tegen voordeligere prijzen te kunnen gebruiken als de omstandigheden het toelaten. Ze is tevens van oordeel dat het voorstel van ELIA over het waarderen van de activering van de onderbreekbare belasting beantwoordt aan de eis die ze in beslissing (B)081222-CDC817 van de CREG stelde. Bijgevolg keurt ze dit voorstel goed.
- Vermits het evenwel moeilijk is om alle mogelijke gevallen van gaming te voorzien, behoudt de CREG zich het recht voor om een jaarlijkse ex post controle te organiseren om na te gaan dat de toepassing van de in deze beslissing goedgekeurde regels betreffende de activering van de reserves, geen aanleiding tot gaming door marktpartijen heeft gegeven.
- Tot slot stelt de CREG vast dat piekuren, daluren en weekend voor ELIA niet hetzelfde betekent als piekuren voor Belpex. Bovendien stemt de toewijzing van de nacht van vrijdag op zaterdag en van de nacht van zondag op maandag aan de daluren niet noodzakelijk overeen met de economische logica van de exploitatie van het productiepark. Om de producten die beschikbaar zijn op de Belgische markt meer coherent te maken, vraagt de CREG aan ELIA om vanaf 2013 voor alle soorten reserves de definitie van piekuren, daluren en weekend homogener te maken en ze, zowel voor de reservering als de activering, toe te passen. Deze aanpassing moet zorgen voor compatibiliteit van de door 18/23 ELIA gebruikte definitie van piekuren, daluren en weekend met de definitie van Belpex en daarnaast ook voor een betere compatibiliteit van de definitie van weekend met de exploitatielogica van het productiepark in de nacht van vrijdag op zaterdag en van de nacht van zondag op maandag. II.3.
- Intraday markt
- Als gevolg van de mogelijkheid die de producenten hebben gekregen om, in het kader van de Intraday Productie, de dagelijkse toegangsprogramma's van hun productie-eenheden te wijzigen tot H-1, beschikt ELIA over een systeem voor de opvolging van de globale reserve van de regelzone in reële tijd, om de globale reserve in reële tijd beter te kunnen opvolgen. Bovendien is er een specifiek waarschuwingssignaal bij elke wijziging van het intradayprogramma voor een productie-eenheid die deel uitmaakt van de tertiaire reserve. Ten slotte wordt een monitoring van de Intraday markt door ELIA aan de CREG overgemaakt in het kader van de maandelijkse monitoring van de balancing. II.3.
- Transparantie en marktinformatie
- In hoofdstuk 6 van het voorstel stelt ELIA dat het op haar website inlichtingen verstrekt die moeten bijdragen tot de transparantie van het mechanisme voor de compensatie van de kwartieronevenwichten. De CREG stelt vast dat deze inlichtingen overeenstemmen met wat tussen ELIA en de CREG werd afgesproken naar aanleiding van de in het voorstel vermelde brief van ELIA en het antwoord van de CREG in haar brief met referentienummer 20060724124 van 24 juli
- Bovendien stelt de CREG een positieve evolutie vast in de informatie die ter beschikking wordt gesteld van de markt en de informatie over de offertes voor de geactiveerde regeling. Ze neemt ook kennis van het feit dat ELIA voortaan de bruto regelingsvolumes en de marginale activeringsprijzen per product zal publiceren.
- Verder, in punt 6.4 van haar voorstel, heeft ELIA het over de publicatie van een fiche waarin de werking wordt beschreven van het mechanisme voor het in evenwicht brengen van de marktwerking met betrekking tot de compensatie van de kwartieronevenwichten. 19/23 De CREG verzoekt ELIA zonodig het document en de productfiches vóór 31 januari 2012 bij te werken opdat het een getrouwe weergave zou vormen van onderhavige beslissing en van het voorstel waarop ze slaat. II.3.
- Monitoring
- Hoofdstuk 7 van het voorstel heeft betrekking op de monitoring. Na vijf jaar van gebruikmaking van de van ELIA ontvangen monitoringgegevens wenst de CREG de haar door ELIA bezorgde gegevens te consolideren om te kunnen overgaan tot een grondigere evaluatie van de markten voor de compensatie van de kwartieronevenwichten en het evenwicht van de portefeuille van de ARP's. In 2011 heeft ze met ELIA hiervoor al een aantal overleg- en werkvergaderingen gehouden. Ze wil dit proces in 2012 verderzetten met als doelstelling de kwaliteit te verbeteren en de monitoringgegevens te verduidelijken. De periodiciteit van de verzending van de monitoringverslagen en -gegevens evenals de termijn tussen het einde van de beschouwde periode en het ogenblik waarop ze worden overgemaakt aan de CREG vormen belangrijke elementen van het monitoringproces. Deze periodiciteit zal bijgesteld worden in het kader van de lopende besprekingen tijdens de hierboven vermelde vergaderingen.
- In haar beslissing (B)101223-CDC-1028 van 23 december 20108, was de CREG aan ELIA blijven vragen om aan de gegevens en aan de maandelijkse monitoringverslagen van de balancing de gegevens toe te voegen met betrekking tot de monitoring van de intraday productiemarkt. De CREG ontvangt deze gegevens sinds januari
- In haar voornoemde beslissing (B)101223-CDC-1028 van 23 december 2010, had de CREG meegedeeld dat de kwestie van de systematisering van de verzending van monitoringgegevens door ELIA naar de CREG in verband met de activering van de secundaire reserves, zoals deze die verstrekt werden op de cd-roms als bijlage bij het schrijven van ELIA van 11 juni 2009 met referentie 20100611-PP-CF-TRAN-JDA, ter studie lag bij de CREG. 8 Beslissing (B)101223-CDC-1028 van 23 december 2010 over ‘het voorstel van de N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR inzake werkingregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten voor 2011’. 20/23 In 2011 vond zo'n verzending plaats en de systematisering wordt op punt gesteld in het kader van de besprekingen in punt
- Tot nu toe lag bij de monitoring van de reserves de nadruk op het gebruik van reserves voor de compensatie van kwartieronevenwichten van de regelzone. De CREG vraagt ELIA om een monitoring te voorzien van alle andere aanwendingen van de reserves, onder andere voor het beheer van congesties. Ze vraagt dat het verslag van deze monitoring wordt ingevoegd in de reporting van de reserves, vanaf het verslag van 2013 over de reserves van 2012 en dat de overdracht van de gegevens van ELIA aan de CREG gebeurt samen met de verzending van de maandelijkse gegevens voor de monitoring van de balancing. De inwerkingtreding van deze monitoring zal op punt worden gesteld in het kader van de besprekingen in punt
- 21/23 III. BESLISSING Gelet op het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, onder meer artikel 159 § 1, onder voorbehoud van hetgeen geformuleerd werd in paragraaf 1 en 3 van onderhavige beslissing. Gelet op het voorstel “Proposition de règles de fonctionnement du marché relatif à la compensation des déséquilibres quart horaires pour l’année 2012”, overgemaakt door de N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR bij brieven van 11 oktober 2011 en 9 december
- Gelet op de beslissing van de CREG van 19 mei 2011 over de vraag tot goedkeuring van de evaluatiemethode voor en de bepaling van het primair, secundair en tertiair reservevermogen voor
- Overwegende dat de N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR zijn voorstel heeft ingediend voor het jaar
- Overwegende dat het voorstel de voorschriften naleeft van de artikelen van het technisch reglement weergegeven in deel I van deze beslissing, onder voorbehoud van hetgeen geformuleerd werd in paragraaf 1 tot 3 en dat het voldoet aan de beoordelingselementen ontwikkeld in deel II.
- van deze beslissing. Beslist de CREG, in het raam van de opdracht die haar wordt toevertrouwd door artikel 159, §1, van het technisch reglement, het voorstel van de N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR voor het jaar 2012 goed te keuren. De CREG beslist echter ook dat de N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR de nodige acties dient te ondernemen om te voldoen aan de opmerkingen die onder meer werden gemaakt in de paragrafen 26, 28, 35, 38 en 42 van deze beslissing en om de datums na te leven die voor het verwezenlijken van deze acties worden aangegeven. Verder herinnert de CREG aan de noodzaak voor de N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR om over de reserves te beschikken die het onderwerp vormen van de beslissing van de CREG van 19 mei 2011 over de vraag tot goedkeuring van de evaluatiemethode voor en de 22/23 bepaling van het primair, secundair en tertiair reservevermogen voor
- De CREG beslist tevens dat de N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR zonodig de overeenkomsten verbonden aan de compensatie van de kwartieronevenwichten in overeenstemming dient te brengen met de nieuwe marktregels die de onderhavige beslissing inhoudt. Verder behoudt de CREG zich het recht voor om op elk ogenblik bijkomende opmerkingen te formuleren, in voorkomend geval in een latere beslissing. Bovendien behoudt de CREG zich tevens het recht voor om een jaarlijkse ex post controle te organiseren om na te gaan dat de toepassing van de in onderhavige beslissing goedgekeurde regels met betrekking tot de activering van de reserves, geen aanleiding geeft tot gaming door de marktpartijen. Ten slotte vestigt de CREG de aandacht op het feit dat haar aanvaarding van het voorstel van de N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR voor 2012 geen afbreuk doet aan haar beslissing over de toepassing van een soortgelijk mechanisme na
- In dat verband herinnert de CREG ELIA eraan dat het nuttig is haar voorstellen voldoende tijd vóór de verhoopte datum van inwerkingtreding van de goedgekeurde voorstellen in te dienen om over een wettelijke basis te beschikken voor de acties die onder meer afhangen van de beslissing van de CREG hierover. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Dominique WOITRIN Directeur François POSSEMIERS Voorzitter van het Directiecomité 23/23