← België

Beslissing over de aanvraag tot goedkeuring van het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoer

Commission de Régulation de l’Electricité et du Gaz rue de l’Industrie 26-38 1040 Bruxelles Tél. : 02/289.76.11 Fax : 02/289.76.09 NIET VERTROUWELIJKE VERSIE COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)120510-CDC-1155 over ‘de aanvraag tot goedkeuring van het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma van de N.V. Fluxys’ genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, 6°, van de wet van 12 april 1965, betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen 10 mei 2012 INHOUDSTAFEL INHOUDSTAFEL…………………………………………………………………………………..2 INLEIDING………………………………………………………………………………................3 I. WETTELIJK KADER…………………………………………………………………… ..5 I.

  1. Derde Energiepakket…………………………………………………………………... ..5 I.
  2. Belgisch intern recht……………………………………………………………………. ..7 I.
  3. Goedkeuren van belangrijkste voorwaarden………………………………………… ..9 I.
  4. Recht van toegang tot de aardgasvervoersnetten…………………………………. 11 I.
  5. De goedkeuringscriteria van de belangrijkste voorwaarden voor aardgasvervoer….. 14 II. ANTECEDENTEN……………………………………………………………………… 23 III. ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL………………………………………………. 41 III.
  6. Algemeen……………………………………………………………………………….. 41 III.
  7. Het voorstel van Standaard aardgasvervoerscontract……………………… III.
  8. Voorstel van Toegangsreglement voor Aardgasvervoer………………………….. 69 III.
  9. Het Aardgasvervoersprogramma…………………………………………………….100 IV. BESLUIT…………………………………………………………………………………103 42 NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 2/105 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 15/14, § 2, 6°, van de wet van 12 april 1965, betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen (hierna : de gaswet), de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot het vervoersnet van de N.V. Fluxys in België. Een eerste versie van belangrijkste voorwaarden voor het aardgasvervoersnet werd door de N.V. Fluxys ingediend per drager tegen ontvangstbewijs bij de CREG op 15 maart
  10. Per brief van 5 april 2012 werd door de N.V. Fluxys een voorstel tot wijziging van een aantal bepalingen van het standaard aardgasvervoerscontract ingediend bij de CREG. Met toepassing van artikel 15/14, §2, 6°, van de gaswet en de artikelen 29, 77, 81, 109, 111 en 112 van het koninklijk besluit betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas1 (hierna: gedragscode) heeft de CREG op 19 april 2012 (zie beslissing (B)- 120419-CDC-1149) beslist de belangrijkste voorwaarden van de N.V. Fluxys ingediend op 15 maart en 5 april 2012 in hun geheel niet goed te keuren. De N.V. Fluxys werd uitgenodigd om binnen de 14 dagen na ontvangst van bovenvermelde beslissing een aangepast voorstel van belangrijkste voorwaarden in te dienen bij de CREG rekening houdend met de opmerkingen, suggesties en aanbevelingen zoals vastgelegd in het besluit van voornoemde beslissing van 19 april
  11. Door de N.V. Fluxys werd op 27 april 2012 bij de CREG per drager tegen ontvangstbewijs drie onderscheiden documenten ingediend, te weten : - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het standaard aardgasvervoerscontract ; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het toegangsreglement voor aardgasvervoer; - 1 de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het aardgasvervoersprogramma. B.S.: 05.01.2011 NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 3/105 De onderstaande beslissing is ingedeeld in vier delen. Het eerste deel gaat over het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de onderhavige beslissing uiteengezet. In het derde deel wordt onderzocht of het voorstel de voorschriften van de Verordening (EG) 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van verordening (EG) 1775/2005, van artikel 15/11, van de gaswet en van de artikelen 109, 111 en 112 van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNGinstallatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas, naleeft. Het vierde deel, tenslotte, bevat het besluit. Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 10 mei
  12.  NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 4/105 I. WETTELIJK KADER I.
  13. Derde Energiepakket:
  14. Onderhavige beslissing houdt rekening met de nieuwe Europese wetgeving, het zogenaamde “derde energiepakket”, dat voor gas bestaat uit2: - richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van richtlijn 2003/55/EG (hierna: de derde gasrichtlijn); - verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (hierna: ACER-verordening); - Verordening 715/2009/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang aardgastransmissienetten tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005 (hierna: gasverordening 715/2009).
  15. Deze nieuwe Europese regels van het « derde energiepakket » beogen met name: - de onafhankelijkheid en de bevoegdheden van de nationale energieregulators op elkaar af te stemmen en te versterken om een efficiëntere regulering van de markten te bevorderen; - een Europees agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators op te richten, met als doel hen bij te staan bij het op Gemeenschapsniveau uitoefenen van de in de lidstaten vervulde reguleringstaken, en zo nodig hun optreden te coördineren; - de in het bijzonder regionale samenwerking tussen de transmissiesysteembeheerders te bevorderen door twee Europese netwerken op te richten voor transmissiesysteembeheerders; - de activiteiten verbonden aan de productie en de levering van energie verder te scheiden van de distributienetactiviteiten (unbundling) om voor homogene mededingingsvoorwaarden te zorgen terwijl het risico op belangenconflicten en 2 De twee andere teksten van het « derde energiepakket » zijn: - Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 2003/54/EG - Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/
  16. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 5/105 discriminerende praktijken bij de uitbating van de netten wordt vermeden, en investeringen in de infrastructuur van de netten worden gestimuleerd; - de transparantie van de markt te verbeteren inzake de net- en leveringsactiviteiten. Dit moet zorgen voor gelijkheid met betrekking tot toegang tot informatie, transparante prijzen, vertrouwen van de consumenten in de markt en het uitsluiten van marktmanipulatie; - de rechten van de consumenten te verstevigen door aan de lidstaten strenge verplichtingen op te leggen inzake de bescherming van kwetsbare consumenten; - de solidariteit tussen de lidstaten te bevorderen met betrekking tot bedreigingen voor de onderbreking van de voorziening.
  17. Met ingang van 3 september 2009 is de derde gasrichtlijn en de gasverordening 715/2009 in werking getreden. De omzettingstermijn van de derde gasrichtlijn is verstreken op 3 maart 2011 en de gasverordening 715/2009 vindt vanaf 3 september 2009 rechtstreekse toepassing in de Belgische rechtsorde.
  18. Voor onderhavige beslissing zijn in het bijzonder van belang: de artikelen 16 (beginselen inzake congestiebeheer bij mechanismen voor capaciteitsallocatie transmissiesysteembeheerders), 18 en procedures voor (transparantievereisten voor transmissiesysteembeheerders) 21 (balanceringsregels en tarieven voor onbalans) en 22 (verhandeling van capaciteitsrechten) van de gasverordening 715/
  19. Verder bepaalt artikel 41.6, van de derde gasrichtlijn dat de regulerende instanties bevoegd zijn om tenminste het tot stand komen van volgende voorwaarden vast te stellen of voldoende ruim voor hun inwerkingtreding goed te keuren: - de aansluiting op en toegang tot nationale netten; - de verstrekking van balanceringsdiensten, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen. De balanceringsdiensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria, en - de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuren, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer.
  20. Artikel 41.8, van de derde gasrichtlijn bepaalt dat bij de vaststelling of goedkeuring van de balanceringsdiensten de regulerende instanties ervoor zorgen dat de transmissie- en distributiesysteembeheerders passende stimulansen krijgen, zowel op korte als op lange NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 6/105 termijn, om de efficiëntie te verbeteren, de marktintegratie en de levering- en voorzieningszekerheid te versterken en verwante onderzoeksactiviteiten te ondersteunen.
  21. Artikel 41.9, derde gasrichtlijn vervolgt dat de regulerende instanties het congestiebeheer van de nationale gastransmissienetwerken, inclusief interconnectoren, en de uitvoering van de regels inzake congestiebeheer monitoren. Hiertoe leggen de transmissiesysteembeheerders of marktdeelnemers hun congestiebeheersprocedures, inclusief de toewijzing van capaciteit, aan de nationale regulerende instanties ter goedkeuring voor. De nationale regulerende instanties mogen verzoeken om wijzigingen in deze procedures.
  22. Tot slot, bepaalt artikel 41.10, derde gasrichtlijn dat de regulerende instanties bevoegd zijn om zo nodig van de beheerders van transmissie-, opslag-, LNG- en distributiesystemen te verlangen dat zij de voorwaarden wijzigen om ervoor te zorgen dat deze evenredig zijn en op niet-discriminerende wijze worden toegepast.
  23. Daarnaast moet ook rekening gehouden worden met de werkzaamheden die op Europees niveau lopende zijn inzake de Framework Guidelines en de Network Codes die hieruit voortvloeien. I.
  24. Belgisch intern recht:
  25. Artikel 15/5, van de gaswet voorziet dat de toegang tot elk netwerk geschiedt op basis van tarieven welke goedgekeurd zijn door de CREG en artikel 15/14, § 2, 6°, van de gaswet volgt dat de CREG bevoegd is om de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de vervoersnetten goed te keuren, met uitzondering van de tarieven bedoeld in de artikelen 15/5 tot 15/5decies en dat de CREG bevoegd is de toepassing ervan door de systeembeheerder en in hun respectieve netten te controleren.
  26. De belangrijkste voorwaarden worden in artikel 1, 51°, van de gaswet gedefinieerd als volgt: “het standaardcontract voor de toegang tot het aardgasvervoersnet en de daarmee verbonden operationele regels”. Het aardgasvervoersnet bestaat uit een geheel van aardgasvervoersinstallaties dat geëxploiteerd wordt door één van de beheerders of door eenzelfde systeembeheerder, met uitsluiting van de upstream-installaties en directe leidingen (artikel 2, 10°, gaswet). Onder aardgasvervoersinstallaties wordt verstaan: “alle leidingen, … en alle opslagmiddelen, …, gebouwen, machines en accessoire inrichtingen die bestemd zijn of gebruikt worden voor een van de in artikel 2, § 1, vermelde doeleinden” (artikel 1, 8°, gaswet). NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 7/105
  27. Uit wat voorafgaat, mag worden besloten dat de CREG aldus over de bevoegdheid beschikt om de belangrijkste voorwaarden voor aardgasvervoer goed te keuren.
  28. Verder zijn ook van belang artikel 15/1, §1, 6° en 7°, van de gaswet waarbij zowel de N.V. Fluxys als de netgebruikers verplicht zijn elkaar alle informatie te verstrekken om een veilige efficiënte werking van de geïnterconnecteerde netten en efficiënte toegang tot het net te verzekeren.
  29. Artikel 15/1, §1, 9°bis, van de gaswet verplicht de N.V. Fluxys een secundaire markt te organiseren waarop netgebruikers capaciteit en flexibiliteit kunnen verhandelen en waarop de N.V. Fluxys capaciteit en flexibiliteit kan kopen. De N.V. Fluxys dient ook te beschikken over een elektronisch platform voor de organisatie van de toegang tot het aardgasvervoersnet (artikel 15/1, §1, 12°, van de gaswet).
  30. De regels en procedures inzake congestiebeheer moeten door de N.V. Fluxys aan de CREG ter goedkeuring worden voorgelegd (artikel 15/1, §3, 7°, van de gaswet).
  31. In uitvoering van artikel 15/5undecies, § 1, van de gaswet werd op voorstel van de CREG door de Koning op 4 april 20033 een gedragscode vastgesteld met betrekking tot de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie. Het Koninklijk Besluit van 4 april 2003 werd recentelijk op voorstel van de CREG4 gewijzigd bij Koninklijk Besluit van 23 december 20105, betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas (hierna: de gedragscode).
  32. Gelet op het derde energiepakket dat sinds 3 september 2009 in werking is getreden en ingevolge waarvan aan de nationale regulerende instanties een uitgebreider takenpakket werd toegekend, waaronder ook het vaststellen en/of goedkeuren van de voorwaarden voor aansluiting en toegang tot de nationale netten, formuleert de CREG voorbehoud aangaande de formele rechtsgeldigheid van de gedragscode. Deze gedragscode, weliswaar tot stand gekomen op voorstel van de CREG, werd geformaliseerd bij Koninklijk Besluit op 23 december 2010, zijnde meer dan één jaar na de inwerkingtreding van het derde energiepakket. 3 B.S.: 2 mei 2003 4 Voorstel ©090716-CDC-882 5 B.S.: 05.01.2011: NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 8/105 I.3 Goedkeuren van belangrijkste voorwaarden
  33. Artikel 77, §1, van de gedragscode bepaalt dat de beheerders voor hun respectieve activiteiten van aardgasvervoer, opslag en LNG een standaardcontract opstellen dat, evenals de eventuele wijzigingen ervan, onderworpen is aan de goedkeuring van de CREG met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de gaswet. Deze standaardcontracten worden ontworpen op een wijze dat ze de handel in aardgas niet belemmeren en de handel van de aardgasvervoersdiensten bevorderen. Artikel 77, §2, van de gedragscode vervolgt dat het standaard aardgasvervoers-, opslag- en LNG-contract in elk geval respectievelijk de elementen bedoeld in de artikelen 109, 169 en 201, van de gedragscode bevatten. In artikel 79, van de gedragscode wordt ook bepaald dat een afzonderlijk dienstenformulier door partijen wordt ondertekend per onderschrijving van een aardgasvervoersdienst. De aardgasvervoersdiensten die de gebruiker onderschrijft, kunnen de einddatum van het met de beheerder afgesloten standaard aardgasvervoers-, opslag- en LNG-contract niet overschrijden.
  34. De standaardcontracten vormen het “toegangsticket” tot het vervoersnet, de vervoersdiensten en alle informatieplatformen aangeboden door de beheerder van het aardgasvervoersnet. Dit zowel voor de bevrachters (standaard aardgasvervoerscontract) als voor de afnemers (standaard aansluitingscontract).
  35. In artikel 29, § 1, van de gedragscode wordt bepaald dat de beheerders voor hun respectieve activiteiten van aardgasvervoer-, opslag en LNG een toegangsreglement opstellen dat, evenals de eventuele wijzigingen ervan, onderworpen is aan de goedkeuring door de CREG met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de gaswet. Artikel 29, § 3, van de gedragscode vervolgt dat het voorstel van toegangsreglement alsook de voorstellen tot wijziging ervan door de respectieve beheerders worden opgesteld na raadpleging door deze laatsten van de netgebruikers in het kader van de overlegstructuur bedoeld in artikel 108, van de gedragscode. Tot slot, wordt in artikel 29, § 4, van de gedragscode gesteld dat de beheerders de goedgekeurde toegangsreglementen en de goedgekeurde wijzigingen ervan bekend maken overeenkomstig artikel 107, van de gedragscode en delen deze volledigheidshalve mee aan de partijen met wie zij een aardgasvervoerscontract hebben afgesloten. De goedgekeurde toegangsreglementen en de goedgekeurde wijzigingen hebben slechts uitwerking op de datum van inwerkingtreding ervan bepaald door de CREG met toepassing van artikel 107, van de gedragscode. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 9/105
  36. Het toegangsreglement voor aardgasvervoer bevat een uitvoerige beschrijving van het gehanteerde vervoersmodel, alle operationele regels en procedures betreffende de toegang tot en de onderschrijving van aardgasvervoersdiensten, de toewijzingsregels, de procedure voor nominatie en hernominatie, de bepalingen van toepassing bij reducties en onderbrekingen, de regels betreffende netevenwicht, de procedures betreffende congestiebeleid, de bepalingen van toepassing bij onderhoud, de regels betreffende druk en kwaliteit, de procedures voor wat betreft het meten van hoeveelheden en eigenschappen van het aardgas en alle regels met betrekking tot de werking van de secundaire markt en de toegang tot de hub.
  37. Tot slot moet de beheerder overeenkomstig de artikelen 81 en 82, van de gedragscode hun dienstenprogramma opstellen voor de regulatoire periode en wordt dit eveneens ter goedkeuring voorgelegd aan de CREG.
  38. Het aardgasvervoersprogramma bevat een gebruiksvriendelijke beschrijving van het vervoersmodel en is in de eerste plaats de cataloog van de door de beheerder aangeboden aardgasvervoersdiensten. Verder omschrijft het de wijze waarop de aardgasvervoersdiensten kunnen worden gereserveerd op de primaire markt en geeft het informatie over het gevoerde congestiebeleid en de werking van de secundaire markt.
  39. Zowel het standaard aardgasvervoerscontract, het standaard aansluitingscontract als het toegangsreglement voor aardgasvervoer en het aardgasvervoersprogramma dienen door de beheerder van het aardgasvervoersnet ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de CREG. Deze sleuteldocumenten komen tot stand na raadpleging van de betrokken marktpartijen. Daartoe richt de beheerder een overlegstructuur op (artikel 108 van de gedragscode) met als doel de netgebruikers op regelmatige en gestructureerde wijze te raadplegen.
  40. De basis voor het opstellen van voornoemde documenten is uiteraard het door de beheerder gehanteerde vervoersmodel. De gedragscode bepaalt dat de beheerder van het aardgasvervoersnet een vervoersmodel ontwerpt waarbij o.a. gestreefd wordt naar de onafhankelijke reservatie van ingangs- en afnamecapaciteit, het gebruik van één balanceringszone, het bevorderen van de werking van de secundaire markt voor aardgasvervoersdiensten en het bevorderen van de liquiditeit van de aardgasmarkt (artikel 113). De beheerder ontwikkelt daartoe de bijhorende aardgasvervoersdiensten. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 10/105
  41. In de gedragscode wordt nergens bepaald hoe de CREG de belangrijkste voorwaarden voor aardgasvervoer moet goed- , dan wel afkeuren. De goedkeuring houdt een verklaring in van een administratieve overheid hebbende voor effect dat de akte onderworpen aan deze goedkeuring haar effecten kan wegdragen vermits wordt vastgesteld dat deze akte geen enkele rechtsregel schendt en niet indruist tegen het algemeen belang.
  42. Wanneer door een wetgevende bepaling aan een administratieve overheid de bevoegdheid wordt toevertrouwd een akte goed te keuren, dan beschikt deze overheid niet enkel over de mogelijkheid om dit te doen, maar is zij daartoe verplicht, zoniet maakt deze administratieve overheid zich schuldig aan rechtsweigering. Hieruit volgt dat de akte onderworpen aan een goedkeuring van een administratieve overheid, tot stand is gekomen onder de opschortende voorwaarde van deze goedkeuring. Dit betekent concreet dat zolang deze akte geen goedkeuring geniet van de administratieve overheid deze akte ook geen rechtsgevolgen kent en niet ten uitvoer kan worden gebracht, laat staan tegenstelbaar is ten aanzien van derden. Hieruit mag evenwel niet besloten worden dat van zodra de akte door de administratieve overheid goedgekeurd wordt de goedkeuringsbeslissing integraal deel uit zou maken van de goedgekeurde akte. Beide akten blijven onderscheiden en fusioneren niet met elkaar of anders gezegd versmelten niet.
  43. Een goedkeuringsbeslissing heeft ook een terugwerkende werking. Dit wil zeggen dat de goedkeuring van de akte geldt vanaf de datum waarop de akte werd uitgegeven en dus niet vanaf de datum van de goedkeuringsbeslissing. I.
  44. Recht van toegang tot de aardgasvervoersnetten
  45. De CREG is de mening toegedaan dat het recht van toegang tot de aardgasvervoersnetten, bedoeld in de artikelen 15/5, 15/6 en 15/7, van de gaswet van openbare orde is.
  46. Het recht van toegang tot de aardgasvervoersnetten is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de aardgasmarkt
  47. Opdat er concurrentie op de aardgasmarkt kan komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van aardgas zouden kunnen kiezen, is het essentieel dat de eindafnemers en hun leveranciers gegarandeerd toegang tot de aardgasvervoersnetten hebben en dat zij van dit recht kunnen 6 Zie ook considerans 7 van de tweede gasrichtlijn waarin ook uitdrukkelijk gesteld wordt dat het voor een goed werkende concurrentie is vereist dat de toegang tot het netwerk niet-discriminerend en transparant is en tegen redelijke prijzen kan geschieden en considerans 4 van de derde gasrichtlijn waarin gesteld wordt dat er nog steeds geen sprake is van een niet-discriminerende nettoegang. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 11/105 genieten op een niet-discriminatoire wijze. Het is immers via de aardgasvervoersnetten dat nagenoeg elke ingevoerde en verbruikte of opnieuw uitgevoerde aardgasmolecule passeert. Een leverancier kan maar het door hem verkochte aardgas effectief aan zijn klant leveren indien hij en zijn klant elk toegang hebben tot de aardgasvervoersnetten.
  48. Dat het recht van toegang tot de aardgasvervoersnetten een noodzakelijke basispijler van de liberalisering van de aardgasmarkt is, blijkt ook uit de analyse van de juridische situatie vóór de inwerkingtreding van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten (B.S., 11 mei 1999). Op het vlak van het aardgasvervoer van aardgas bestond er immers geen wetgeving die enig monopolie toekende aan de historische aardgasvervoersonderneming die ook actief was in de markt voor de levering van aardgas. Nochtans had alleen deze onderneming de facto als enige leverancier toegang tot de aardgasvervoersnetten. Dat derden geen toegang tot de aardgasvervoersnetten hadden, aardgasvervoersonderneming volgde de gewoon eigenaar was uit het van feit dat deze nagenoeg alle aardgasvervoersinfrastructuur van aardgas in België. Het was precies omwille van dit eigendomsrecht van deze aardgasvervoersonderneming dat derden, met uitzondering van de eindafnemers die bevoorraad werden door deze aardgasvervoersonderneming, geen toegang tot de aardgasvervoersnetten hadden. Om de concurrentie in de gasmarkt te introduceren, heeft de gaswet ervoor geopteerd om elke in aanmerking komende afnemer alsook de leveranciers van aardgas, voor zover deze laatste leveren aan in aanmerking komende afnemers, een recht van toegang te verlenen tot de aardgasvervoersnetten. Het is dan ook duidelijk dat een miskenning van dit essentiële recht van toegang tot de aardgasvervoersnetten de liberalisering van de gasmarkt op de helling zet.
  49. Uit artikel 15/5, van de gaswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot de aardgasvervoersnetten onlosmakelijk gekoppeld is aan de gedragscode en de regulering van de nettarieven bedoeld in de artikelen 15/5bis tot duodecies, van de gaswet. De gedragscode en de regulering van de nettarieven beogen het recht van toegang tot de aardgasvervoersnetten in de feiten te realiseren.
  50. Overeenkomstig artikel 15/5undecies, van de gaswet regelt de gedragscode de toegang tot de aardgasvervoersnetten. Met de gedragscode beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, niet-pertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar zijn wegens hun gebrek aan de nodige gespecialiseerde kennis inzake het beheer van de aardgasvervoersnetten, alsook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de beheerders anderzijds. De belangen van de NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 12/105 netgebruikers en de beheerders zijn immers niet altijd gelijklopend. Aldus bestaat het risico dat de beheerders de toegang tot hun aardgasvervoersnet weigeren om technische redenen die niet pertinent zijn. Anders dan een gewone privéonderneming hoeft de beheerder immers niet te streven naar een zo groot mogelijk aantal klanten om zijn kosten te dekken en een zo hoog mogelijke winst te maken. De regulering van de tarieven voor de toegang tot en het gebruik van de aardgasvervoersnetten en de ondersteunende diensten krachtens artikelen 15/5bis en ter, van de gaswet impliceert immers dat het totaal inkomen (en dus ook de tarieven) precies in elk geval het geheel van al zijn reële kosten en een billijke winstmarge dekken, ongeacht de gebruiksintensiteit van de aardgasvervoersnetten. Door deze garantie dat al haar kosten, samen met een billijke winstmarge, gedekt zijn, ontstaat immers het gevaar dat de beheerder netgebruikers aan wie de dienstverlening ingewikkelder is of die meer technische of financiële risico’s stellen zal trachten te weigeren en haar weigering zal trachten te motiveren met complexe, maar niet-pertinente argumenten. Doordat de gedragscode de verplichtingen van de beheerders en de netgebruikers verduidelijkt, is het derhalve de technische vertaling van het recht van toegang tot de aardgasvervoersnetten en derhalve eveneens van openbare orde.
  51. De complexiteit van het beheer van het aardgasvervoersnet heeft ook een weerslag op de tarifering van de dienstverlening die de beheerders aanbieden. Het is voor een netgebruiker onmogelijk uit te maken of de prijzen die de beheerder autonoom zou bepalen, effectief correcte prijzen zijn. Hij kan dit niet uitmaken omdat hij zelf niet over de vereiste technische specialisatie noch over de nodige informatie beschikt. Bovendien kan hij de prijzen van de beheerder doorgaans niet met deze van andere netbeheerders vergelijken omdat de beheerder van het aardgasvervoersnet van een natuurlijk en wettelijk monopolie geniet en de diverse nationale aardgasvervoersnetten onderling sterk kunnen verschillen. Zonder regulering van de nettarieven wordt immers het recht van toegang tot het aardgasvervoersnet niet daadwerkelijk verzekerd. Het hoeft geen betoog dat discriminatoire of te hoge nettarieven het recht van toegang tot de aardgasvervoersnetten de facto uithollen/bemoeilijken. De regulering van de nettarieven is dan ook van openbare orde.
  52. Het recht van toegang wordt vertaald via de belangrijkste voorwaarden die bestaan uit enerzijds standaardcontracten voor de toegang tot het aardgasvervoersnet en anderzijds de daarmee verbonden operationele regels waarvan de gedetailleerde beschrijving ervan is opgenomen in een toegangsreglement. Deze voorwaarden, die essentieel zijn voor een efficiënte en transparante marktwerking, regelen het recht van toegang tot het aardgasvervoersnet en zijn, omwille van het feit dat het recht van toegang van openbare orde is, van openbare orde. De goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden door de NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 13/105 CREG wijzigt de aard van de belangrijkste voorwaarden niet. In tegendeel, het belang van de belangrijkste voorwaarden wordt immers bevestigd door het feit dat een netgebruiker slechts toegang kan verkrijgen tot het aardgasvervoersnet van de beheerder indien hij zich heeft laten registreren als netgebruiker, hetgeen de ondertekening van een standaardcontract impliceert. Het standaardcontract mag dan wel van contractuele aard zijn, niettemin dient dit contract om ervoor te zorgen dat alle netgebruikers gelijk behandeld worden en aan dezelfde voorwaarden toegang hebben tot de aardgasvervoersnetten en gebruik kunnen maken van de aardgasvervoersdiensten. Het toegangsreglement bevat in detail de operationele regels voor toegang, de toewijzing van de diensten, congestiebeheer, secundaire markt en incidentenbeheer, welke op voorstel van de beheerder en na overleg met de netgebruikers door de CREG goedgekeurd worden. Ook deze goedkeuring doet geen afbreuk aan het reglementaire karakter van het toegangsreglement. Het dienstenprogramma, dat in grote mate het indicatief aardgasvervoersprogramma van de gedragscode 2003 vervangt is een soort van catalogus van aardgasvervoersdiensten die de beheerder aanbiedt met een overzicht wat deze diensten precies behelzen. Dit sluit nauw aan bij de transparantie-eisen van artikel 19, van de gasverordening 715/
  53. I.
  54. De goedkeuringscriteria van de belangrijkste voorwaarden voor aardgasvervoer
  55. Overeenkomstig artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet moet de CREG de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot het aardgasvervoersnet goedkeuren. Zoals hoger gemeld bestaan de belangrijkste voorwaarden voor aardgasvervoer uit een standaard aardgasvervoerscontract, een toegangsreglement voor aardgasvervoer en een wordt standaard aardgasvervoersprogramma.
  56. Overeenkomstig artikel 109, §1, gedragscode in het aardgasvervoerscontract inhoudelijk op een gedetailleerde wijze opgenomen: 1° de definities van de in het standaard aardgasvervoerscontract gebruikte terminologie; 2° het voorwerp van het standaard aardgasvervoerscontract; 3° de voorwaarden waaraan de aardgasvervoersdiensten door de beheerder geleverd worden; 4° de rechten en plichten verbonden aan de geleverde aardgasvervoersdiensten; NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 14/105 5° In voorkomend geval, de specifieke bepalingen met betrekking tot de toegang tot de hubs; 6° de facturatie en betalingsmodaliteiten; 7° in voorkomend geval, de financiële garanties en andere waarborgen; 8° de bepalingen inzake de aansprakelijkheid van de beheerder en de bevrachters; 9° de bepalingen inzake meten en het testen; 10° de operationele verplichtingen van de partijen en de aardgaskwaliteitsspecificaties; 11° de rechten en verplichtingen inzake het operationele beheer en het onderhoud van de installaties; 12° de impact van noodsituaties en situaties van overmacht op de rechten en verplichtingen van partijen; 13° de impact van de regels inzake congestiebeheer op de rechten en plichten van partijen; 14° de bepalingen in verband met de verhandelbaarheid en overdracht van het van aardgasvervoersdiensten; 15° de duur van het standaard aardgasvervoerscontract; 16° de bepalingen inzake opschorting, opzeg/beëindiging standaard aardgasvervoerscontract of toegewezen aardgasvervoersdiensten, onverminderd artikel 80, 4°; 17° aanvaarde vormen inzake kennisgeving tussen partijen; 18° de bepalingen die van toepassing zijn wanneer de bevrachter foutieve of onvolledige informatie geeft over de leveringsondernemingen en nominaties aan het ingangspunt; 19° de geschillenregeling; 20° het toepasselijke recht.
  57. Het toegangsreglement voor aardgasvervoer bevat, onverminderd artikel 29, van de gedragscode overeenkomstig artikel 111, van de gedragscode: 1° het type-dienstenformulier; 2° de operationele regels en procedures voor het gebruik van de toegewezen aardgasvervoersdiensten; 3° de procedure van nominatie, hernominatie en toewijzing; 4° de procedure voor reducties en onderbrekingen van aardgasvervoersdiensten; 5° de procedure in geval van onderhoud van installaties; 6° de operationele procedures inzake het meten en het testen met vermelding van de gemeten parameters en de nauwkeurigheid; 7° de aardgasspecificaties aan de ingangspunten op het aardgasvervoersnet en aan de aansluitingspunten indien die verschillen met de aardgasspecificaties aan de ingangspunten op het aardgasvervoersnet; 8° de regels van toepassing inzake de overschrijding van de toegewezen NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 15/105 aardgasvervoersdiensten; 9° de regels inzake de organisatie en werking van de hubs op grond van de basisprincipes bedoeld in hoofdstuk 1.6 van dit hoofdstuk.
  58. Tot slot, stelt artikel 112, van de gedragscode dat in het aardgasvervoersprogramma opgenomen moet worden: 1° een uitvoerige beschrijving van het gehanteerde aardgasvervoersmodel; 2° de verschillende gereguleerde aardgasvervoersdiensten die aangeboden worden; 3° voor wat betreft de onderbreekbare aardgasvervoersdiensten, de kans op onderbreking en in uitvoering van artikel 4, 3°, de voorwaarden die vervuld moeten zijn om tot onderbreking van voorwaardelijke aardgasvervoersdiensten over te gaan en de daarbij gehanteerde criteria; 4° de gereguleerde verbonden aardgasvervoersdiensten die aangeboden worden; 5° de verschillende duurtijden waarvoor de aardgasvervoersdiensten onderschreven kunnen worden; 6° een gebruiksvriendelijke beschrijving van : i) de toewijzingsregels voor de verschillende aardgasvervoersdiensten op basis van de capaciteitstoewijzingsregels bedoeld in het toegangsreglement voor procedures voor het van aardgasvervoer ; ii) de regels, voorwaarden en onderschrijven aardgasvervoersdiensten op de primaire markt, met inbegrip van de procedure voor het elektronisch onderschrijven van aardgasvervoersdiensten, bedoeld in het toegangsreglement voor aardgasvervoer ; iii) de regels inzake congestie bedoeld in het toegangsreglement voor aardgasvervoer ; iv) de regels inzake de organisatie en werking van de secundaire markt bedoeld in het toegangsreglement voor aardgasvervoer.
  59. Wanneer de belangrijkste voorwaarden onvolledig en/of strijdig zijn met de wet omdat zij slechts ten dele of niet de toegang tot het aardgasvervoer net uitwerken en bijgevolg de doelstellingen van het derde energiepakket met inbegrip van de SOS-verordening 994/2010 niet verwezenlijken, kan de CREG haar goedkeuring niet verlenen.
  60. Nochtans is de bevoegdheid van de CREG hiertoe niet beperkt. Als administratieve overheid heeft de CREG ook tot taak het algemeen belang te behartigen. Het algemeen belang is een essentieel toetsingscriterium voor de CREG om te bepalen of de voorgestelde NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 16/105 belangrijkste voorwaarden voor aardgasvervoer al dan niet haar goedkeuring kunnen wegdragen.
  61. Het algemeen belang is een ruim begrip. Voor de toepassing hiervan interpreteert de CREG dit begrip als verwijzend naar ten minste alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving en het mededingingsrecht. Daarnaast moeten ook deze regels die louter contractueel van aard zijn in overeenstemming zijn met het algemeen belang door een juist evenwicht te vinden tussen de opslagsysteembeheerder en de opslaggebruiker in hun contractuele relatie. Deze contractuele relatie is immers geen resultaat van een onderhandeling, maar betreft voor de opslaggebruiker een toetredingscontract. De sectorspecifieke wetgeving
  62. De sectorspecifieke wetgeving die de CREG begrijpt onder het begrip “algemeen belang” omvat alle regels van openbare orde. Het betreft bijgevolg het recht van toegang tot de aardgasvervoersnetten en de regulering van de aardgasvervoerstarieven (zie hierboven).
  63. Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot de aardgasvervoersnetten en de gedragscode, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake aardgas betreffen (artikel 15/14, §2, van de gaswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, (enkel) het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 20/2, van de gaswet). Dankzij artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 20/2, van de gaswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de contracten weren en de beheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen.
  64. Verder, stelt artikel 14, van de gasverordening 715/2009 dat transmissiesysteembeheerders: - waarborgen dat zij op niet-discriminerende basis diensten aan alle netgebruikers aanbieden; - bieden zowel vaste als afschakelbare derdetoegangsdiensten aan. - dat zij de netgebruikers zowel lange- als kortetermijndiensten aanbieden. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 17/105 Wanneer zowel lange- als kortetermijndiensten worden aangeboden geschiedt dit onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden met gebruikmaking van geharmoniseerde transportcontracten of een door een bevoegde instantie volgens de procedure van artikel 41 van de derde gasrichtlijn goedgekeurde gemeenschappelijke netcode. Zo nodig kunnen derdetoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van netgebruikers wat hun kredietwaardigheid betreft. Zulke garanties mogen geen oneerlijke belemmering vormen en moeten niet-discriminerend, transparant en evenredig zijn. Deze toegangsregels vinden rechtstreeks toepassing op het Belgisch intern recht en reguleren de toegang tot de aardgasvervoersnetinstallaties, waardoor deze regels ook van openbare orde zijn. Hetzelfde geldt voor de beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures voor congestiebeheer bij transmissiesysteembeheerders voorzien in artikel 16, van de gasverordening 715/2009, alsmede de transparantievereisten voorzien in artikel 18, van de gasverordening 715/2009 en de verhandeling van capaciteitsrechten bedoeld in artikel 22, van de gasverordening 715/
  65. Het mededingingsrecht
  66. In het kader van de liberalisering van de gasmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging en het waken over het goed functioneren van de markt in (dit in het uiteindelijke belang van de particuliere consument en van de diverse concurrenten op de markt). Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een economische machtspositie bekleedt, geen inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen van onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang strekt verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot de aardgasvervoersnetten. De vrije toegang tot de aardgasvervoersnetten is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de gasmarkt. Er dient dan ook over gewaakt te worden dat geen enkele van de algemene voorwaarden die de systeembeheerder voorstelt, de normale werking van de mededinging NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 18/105 zou verhinderen of beperken. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van aardgas aan klanten, maar alle markten van de gassector betreft (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de trading van aardgas). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de systeembeheerder onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele algemene voorwaarden zou toepassen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken.
  67. De CREG heeft zich bij het onderzoek van het voorstel van de belangrijkste voorwaarden voor aardgasvervoer dan ook geïnspireerd op het mededingingsrecht, in het bijzonder op artikel 3, tweede lid, 1°, van de wet tot bescherming van de economische mededinging, gecoördineerd op 15 september 2006, en artikel 82, tweede lid, a) van het verdrag tot oprichting van de Europese Unie, welke bepaalt dat het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden of prijzen door ondernemingen met een machtspositie een verboden misbruik van machtspositie kan uitmaken. Onbillijke contractsvoorwaarden zijn voorwaarden die de betrokken contractspartijen onder normale mededingingsvoorwaarden niet zouden aanvaarden. De wettelijke monopoliepositie die de N.V. Fluxys heeft ingevolge de opdrachten die haar door de federale overheid toevertrouwd worden in het algemeen belang, samen met de bijzondere verantwoordelijkheid die overeenkomstig het mededingingsrecht rust op elke onderneming met een dominante of monopoliepositie, begrenzen de vrijheid van handel en nijverheid van de N.V. Fluxys. Dit is nog des te meer het geval wanneer men hierbij ook artikel 15/7, van de gaswet (weigeren van recht van toegang) en van artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet (goedkeuren belangrijkste voorwaarden en de toepassing ervan controleren) in rekening brengt.
  68. De NV Fluxys heeft een wettelijk monopolie wat het beheer van het aardgasvervoersnet in België betreft. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is van oordeel dat een onderneming die een wettelijk monopolie heeft, kan worden beschouwd als zijnde een onderneming met een dominante positie
  69. De potentiële bevrachters van de N.V. Fluxys hebben geen ander alternatief dan zich tot de N.V. Fluxys te richten voor het vervoer van hun aardgas in België. De N.V. Fluxys is bijgevolg een verplichte en onvermijdelijke medecontractant, waarmee zijn dominante positie op de Belgische markt wordt bevestigd. 7 HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I
  70. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 19/105
  71. Het opnemen van clausules in het voorstel van de belangrijkste voorwaarden voor aardgasvervoer door de N.V. Fluxys kan worden beschouwd als zijnde onbillijk wanneer zou worden aangetoond dat de medecontractanten van de NV Fluxys een dergelijke clausule niet zouden aanvaarden of niet bereid zouden zijn te aanvaarden wanneer normale concurrerende voorwaarden zouden gelden. In dit geval kunnen deze clausules worden beschouwd als zijnde misbruik van een dominante positie in hoofde van de N.V. Fluxys en moeten deze ongeldig worden verklaard, en dit ten minste voor wat het deel betreft waarin de regels inzake de mededinging worden overtreden. Algemene verbintenisrechtelijke regels
  72. Het openbare orde karakter van de hierna besproken algemene verbintenissenrechtelijke regels, zoals de gekwalificeerde benadeling, de bindende partijbeslissing, de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van het contract en het voorkomen van interpretatieproblemen of het streven naar duidelijke en transparante contractsbepalingen, is algemeen aanvaard. De gekwalificeerde benadeling
  73. De cumulatieve voorwaarden van de gekwalificeerde benadeling zijn: - er bestaat een groot (kennelijk) onevenwicht tussen de wederzijdse prestaties; - de ene partij maakt misbruik van de concrete omstandigheden waarin de medecontractant zich ten aanzien van haar bevond, om zich bij de contractssluiting een disproportioneel voordeel toe te eigenen. Dit kan ondermeer het geval zijn wanneer er sprake is van economische superioriteit van de misbruikplegende partij, bijvoorbeeld als gevolg van een monopoliepositie; - het contract dan wel een of meerdere clausules zouden ofwel niet, ofwel tegen voor de zwakkere partij minder ongunstige voorwaarden zijn gesloten, indien er niet van misbruik sprake zou zijn geweest. Aangezien de beheerder van het aardgasvervoersnet van een wettelijk toegekende monopoliepositie geniet, dringt een toetsing aan het principe van de gekwalificeerde benadeling zich bijgevolg op. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 20/105 De taak van de CREG bestaat er hier in om preventief te werken, m.a.w. misbruiken te voorkomen. Zij beoogt hier niet het bewijs te leveren van een misbruik in een concreet geval: aangezien het hier om een voorstel van belangrijkste voorwaarden voor aardgasvervoer gaat dat de N.V. Fluxys aan de bevrachters wenst aan te bieden, is het immers ook niet mogelijk dat er reeds een concreet misbruik heeft plaatsgevonden daar het Standaard aardgasvervoerscontract nog niet afgesloten werd. Door een voorafgaande toetsing aan de desbetreffende verbintenisrechtelijke regel wordt vermeden dat achteraf inbreuken op deze verbintenisrechtelijke regel van openbare orde door de rechter zouden kunnen worden vastgesteld. De bindende partijbeslissing
  74. Overeenkomstig artikel 1129 van het Burgerlijk Wetboek is één van de voorwaarden voor de geldigheid van een overeenkomst dat ze een bepaald of minstens bepaalbaar voorwerp heeft. Door aan overeenkomsten of beter aan de contractuele verbintenissen de vereiste van een bepaalbaar voorwerp te stellen, heeft de wetgever geoordeeld aan overeenkomsten alleen binnen welbepaalde grenzen rechtsgevolgen te willen verlenen. De wilsovereenstemming volstaat niet omdat er ook nog een zekere maatschappelijke controle op de inhoud van de overeenkomst moet worden uitgeoefend. Het principe van de bindende partijbeslissing vereist ten minste dat de overeenkomst op zijn minst de nodige objectieve gegevens moet bevatten om het voorwerp te kunnen bepalen, zonder dat nog een nieuwe wilsuiting van één van hen vereist is. De inhoud van de rechten en verplichtingen uit een overeenkomst mag niet aan een geheel arbitraire beslissing van een van de contractspartijen worden overgelaten. Bepaald/bepaalbaar voorwerp
  75. De wetgever heeft in artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek duidelijk gemaakt dat elke verbintenis bij haar totstandkoming een voorwerp moet hebben dat bovendien bepaald moet zijn. Het voorwerp van de verbintenis is het concrete doel, het concrete resultaat waartoe de aangegane verbintenis –bij volmaakte uitvoering- moet leiden. Het voorwerp zal de inzet worden van alle latere aansprakelijkheid- en uitvoeringsincidenten. Daarom is de rechtspraak terughoudend m.b.t. bedingen, waardoor het (bestaand) voorwerp naderhand in NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 21/105 zekere zin kan worden geneutraliseerd. Dergelijke bedingen woorden soms nietig verklaard om aldus het voorwerp van de verbintenis te kunnen vrijwaren.8 De geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak
  76. Onder de miskenning van de algemeen verbintenissenrechtelijke regel van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van een overeenkomst verstaat de CREG ook de miskenning van een rechtsregel van openbare orde. Bijgevolg telkens de CREG van oordeel is dat het algemeen belang geschonden werd door een van de contractsvoorwaarden (die uiteraard het voorwerp of de oorzaak van dit contract betreffen), wordt het principe van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van contracten geschonden. Het voorkomen van interpretatieproblemen
  77. Onduidelijke contractsclausules leiden tot interpretatieproblemen en dienen daarom te worden geweerd. In de mate dat zij niet behept zijn met een schending van de algemene verbintenissenrechtelijke regel van de bindende partijbeslissing, zou kunnen beweerd worden dat zulke clausules geen rechtsregel van openbare orde schenden. Nochtans dient verwezen te worden naar de vereiste van een zo groot mogelijke transparantie welke noodzakelijk is om de vrije toegang tot het aardgasvervoersnet te garanderen en welke valt onder het toetsingscriterium betreffende het niet belemmeren van de toegang tot het aardgasvervoersnet en daarom alleen al van openbare orde is. In de mate dat onduidelijke contractsclausules toch niet strijdig zouden zijn met enige rechtsregels van openbare orde – iets wat volgens de CREG niet mogelijk is gezien het toetsingscriterium betreffende het niet belemmeren van de toegang tot het aardgasvervoersnet dan verhinderen zij in ieder geval dat de CREG haar taak naar behoren kan uitoefenen en is de beheerder in dat geval ten minste verplicht de nodige bijkomende toelichtingen te geven. 8 CORNELIS, L., Algemene theorie van de verbintenis, Intersentia, Antwerpen-Groningen, 2000, p. 121 ev. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 22/105 II. ANTECEDENTEN
  78. Op 13 augustus 2010 startte de CREG een consultatieronde over haar voorstel van basisprincipes voor een nieuw vervoersmodel voor transmissie. Daartoe publiceerde de CREG op haar website een consultatienota en nodigde ze alle betrokken marktpartijen uit om aan de hand van een bondige nota hun bedenkingen, commentaar en suggesties bij dit voorstel van basisprincipes voor het nieuwe vervoersmodel, mondeling te komen toelichten.
  79. Verschillende marktpartijen reageerden positief op dit initiatief van de CREG. In totaal hadden er, van eind september tot halfweg december 2010, 43 overlegvergaderingen plaats met zowel individuele verbruikers

(2), bevrachters/leveranciers
(19), traders
(4), beursfacilitator
(2)en TSO’s
(3)als met de overkoepelende organisaties en/of de vertegenwoordigers van verbruikers
(1), van bevrachters/leveranciers
(1)en van distributienetbeheerders
(2). 57. De door de CREG in haar consultatienota voorgestelde basisprincipes voor een nieuw vervoersmodel voor transmissie werden tevens toegelicht en uitvoerig besproken tijdens verschillende werkvergaderingen met de regionale regulatoren
(3)en met de beheerder van het aardgasvervoersnet, d.i. de N.V. Fluxys. 58. Het huidige aardgasvervoersmodel dat in een eerste versie in april 2004 werd geïntroduceerd en in de loop der jaren een aantal keer werd bijgestuurd en aangepast, heeft een aantal specifieke kenmerken die door heel wat marktpartijen als beperkend zowel voor het vervoer als voor de handel van aardgas worden ervaren: - koppeling van ingangs- en afnamepunten bij de reservatie van vervoersdiensten; - set van complexe toewijzingsregels met bepalingen inzake matching en in geval van congestie toewijzing op basis van prioriteiten; - het bestaan van 4 balanceringszones; - inefficiënt gebruik van sommige ingangspunten; - ontbreken van een proactief en transparant congestiebeleid; - beperkte toegankelijkheid van de L-gas markt en onvoldoende koppeling tussen markt voor H-gas en L-gas; - kwaliteitsconversie met beperkingen zowel voor de reservatie van deze dienst als voor het gebruik ervan; NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 23/105 - beperkte secundaire markt voor doorvoer (Capsquare) en voor binnenlands vervoer enkel aanbod van informatie (Bulletin Board) zonder tussenkomst van de beheerder van het aardgasvervoersnet; - aardgashandel enkel mogelijk op fysieke handelsplaats via de Zeebrugge-Hub. 59. Deze beperkingen moeten worden weggewerkt om de verdere ontwikkeling van zowel de markt voor vervoersdiensten als de markt voor handel in aardgas te stimuleren. Het huidige vervoersmodel is niet langer geschikt om tegemoet te komen aan de wensen van zowel leveranciers, bevrachters als afnemers. Bovendien hebben deze beperkingen directe gevolgen voor de elektriciteitsmarkt. De snelle evolutie op vlak van gedecentraliseerde elektriciteitsproductie, het toenemend belang van zon- en windenergie en de rol van aardgas als back-up, maken dat een eenvoudige, gebruiksvriendelijke en vlotte toegankelijkheid tot de aardgasmarkt (zowel vervoer als handel) een absolute vereiste is. 60. Eén van de belangrijke te verwezenlijken zaken opgenomen in de gedragscode, is de verplichting te evolueren naar een aan de behoeften van de gasmarkt aangepast vervoersmodel. Het huidige vervoersmodel voor aardgas heeft zonder twijfel zijn nut bewezen maar is intussen door de evolutie van de markt voor aardgasvervoer en de gewijzigde Europese en Belgische regulatoire context niet meer werkbaar. De in de loop van de jaren doorgevoerde aanpassingen en verbeteringen aan het vervoersmodel, die hebben geresulteerd in de opeenvolgende Indicatieve Vervoersprogramma’s, volstaan niet langer om aan de gewijzigde marktomstandigheden tegemoet te komen. Wil België haar bevoorradingszekerheid blijvend garanderen en haar positie van belangrijke draaischijf van vervoer van en handel in aardgas binnen Noord-West Europa de komende jaren verder verzekeren, dan is een heroriëntering van de vervoersmarkt voor aardgas zonder twijfel een prioriteit9. De introductie en implementatie van een nieuw vervoersmodel is daarbij een sleutelelement en een absolute voorwaarde. 61. De CREG is er zich terdege van bewust dat de implementatie van een nieuw vervoersmodel een belangrijke impact zal hebben op de werking en organisatie van de beheerder van het aardgasvervoersnet. Dit is een veelomvattend project dat de nodige voorbereiding en overleg vraagt. 9 Zie website CREG: http://www.creg.info/pdf/Adviezen/ARCG100714-049NL.pdf Advies AR100714-049 van 14 juli 2010 van de Algemene raad van de CREG: NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 24/105 62. Ter voorbereiding van dit project heeft de CREG eind 2010 een voorstel van basisprincipes ter consultatie10 voorgelegd aan de marktpartijen. De CREG heeft in de loop van de consultatieronde talrijke belangrijke en nuttige suggesties, voorstellen, opmerkingen, bedenkingen en informatie ontvangen van de deelnemende marktpartijen11. De hierna opgesomde aandachtspunten werden door de CREG meegenomen in het overleg met de N.V. Fluxys over het ontwerp en de implementatie van het nieuwe vervoersmodel. 63. Aandachtspunten voor wat betreft het aanbod van vervoersdiensten: - De introductie van een nieuw vervoersmodel is een dringende noodzaak en moet de beperkingen, die in eerste instantie de toegang tot de aardgasmarkt voor nieuwkomers en eindafnemers moeilijk maakt, opheffen. - Alle marktpartijen zijn voorstander van een entry/exit systeem waarbij ingangs- en afnamecapaciteit onafhankelijk van elkaar kunnen worden onderschreven. - Het onderscheid tussen doorvoer en binnenlands vervoer moet worden opgeheven. - De overgang naar een nieuw vervoersmodel mag geen aanleiding zijn om de beschikbare vaste capaciteit te reduceren. Het aanbod van vaste capaciteit moet worden gegarandeerd door een doordachte combinatie van bijkomende investeringen en het aanbieden van nieuwe vervoersdiensten (o.a. operationele akkoorden) rekening houdend met de potentiële impact op de tarieven. - De introductie van het nieuwe vervoersmodel moet rekening houden met de evolutie inzake regelgeving op Europees niveau. - Het huidige productaanbod met de daaraan gekoppelde allocatieregels is een drempel voor nieuwkomers op de markt. Eenzelfde gestandaardiseerd productaanbod en transparante allocatieregels aan beide zijden van de grenspunten, zullen de toegang tot de markt vereenvoudigen. In dit opzicht kan de invoering van veilingen als allocatiesysteem gezien worden als een potentiële verbetering van het huidige systeem dat beperkend en niet transparant is. - Aardgasnetbeheerders moeten op hun entry- en exitpunten gecoördineerde veilingen op regelmatige tijdstippen organiseren (dagelijks voor day-ahead cap, wekelijks voor weekly, jaarlijks voor jaarcapaciteiten… ) en op deze veilingen aan beide zijden van de grens dezelfde gestandaardiseerde diensten (duur, vast, onderbreekbaar…) aanbieden. Dit zal de toegang tot de gasmarkt sterk verbeteren. Momenteel is dit nog niet geval en heeft elke aardgasnetbeheerder zijn eigen productaanbod en zijn eigen 10 Zie website CREG: http://www.creg.info/pdf/Opinions/2010/T082010/consultatienota.pdf : consultatienota nieuw vervoersmodel. 11 Zie website CREG: http://www.creg.info/pdf/Studies/F1035NL.pdf : studie over de ontwikkeling van een nieuw vervoersmodel voor transmissie van aardgas NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 25/105 systeem van toewijzing (FCFS, FBFS, pro rata, matching, veiling, open season…) Enkel grote marktspelers die de systemen kennen of mensen hebben om de systemen te bestuderen zien door het bos de bomen en slagen erin om aan beide zijden van het grenspunt diensten op elkaar af te stemmen en te reserveren. Veilingen dragen dus bij tot de creatie van een gelijk speelveld. - De introductie van veilingen moet op een weldoordachte wijze gebeuren. Het productaanbod moet worden afgestemd met de naburige aardgasnetbeheerder en rekening houden met de wijze waarop de markspelers aardgas aankopen, aanbieden, verhandelen en verkopen. - Veilingen veronderstellen veilingregels en deze moeten door de CREG worden goedgekeurd via de goedkeuring van het toegangsreglement. Veilingprocedures en – regels moeten mogelijke misbruiken voorkomen. - Een groot aantal marktpartijen zijn uitgesproken tegenstander van het opleggen van de verplichting om uitsluitend gebundelde vervoersdiensten aan te bieden op de grenspunten en de verplichting om de handel in aardgas te beperken tot de virtuele handelsplaats. - Alle marktpartijen zijn vragende partij voor een klantvriendelijk en makkelijk toegankelijk internetplatform dat zowel voor het onderschrijven van vervoerdiensten als voor het opvragen en verstrekken van informatie en de afhandeling van administratieve handelingen kan worden aangewend. 64. Aandachtspunten voor wat betreft de secundaire markt en het congestiebeleid: - Een belangrijke eerste voorwaarde voor het voorkomen van congestie en voor een goede werking van de secundaire markt is een goed functionerende transparante primaire markt. In de huidige context kan een marktpartij het ondoorzichtig aanbod van diensten en daarbij horende toewijzingsregels aanwenden om marktverstorende posities in te nemen. De werking van de secundaire markt kan niet los worden gezien van een goed functionerende primaire markt. - Een van de belangrijkste oorzaken van congestie is het ontbreken van op elkaar afgestemde producten en toewijzingsregels op de entry/exitpunten. Als op de grenspunten het aanbod van diensten niet afgestemd is op elkaar, kan dit aanleiding geven tot kunstmatige congestie ( “reserveringscongestie”) en belemmert dit in grote mate de toegang tot de aan beide zijden gelegen markten. Afstemmen van aanbod en aard van de diensten en timing van dit aanbod op elkaar, is van cruciaal belang om toegang tot de wederzijdse markten te stroomlijnen. Net zoals voor de goede NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 26/105 werking van de secundaire markt is voor het voorkomen van congestie een goed functionerende primaire markt conditio sine qua non. - Veilingen en veilingregels zullen een belangrijke rol spelen in het voorkomen van contractuele congestie. Door het afstemmen van productaanbod en de toewijzingsregels op de behoeften van de marktspelers, wordt congestie voorkomen. - Congestierentes die worden gerealiseerd bij de verkoop door middel van veilingen moeten worden aangewend voor investeringen en/of de verlaging van de vervoerstarieven. - Alle marktpartijen zijn voorstander van een secundaire markt georganiseerd door de aardgasnetbeheerder zeker als de marktspelers wettelijk verplicht worden door de bepalingen in de gedragscode om ongebruikte capaciteit aan te bieden op de secundaire markt (UIOSI). - Sommige marktpartijen zijn voorstander van de verplichting om alle handel te laten verlopen via dit secundaire marktplatform (SMP). Deze verplichting is nodig om te komen tot een liquide en transparante secundaire markt voor vervoersdiensten. Hierbij moet erover gewaakt worden dat de toetredingskosten minimaal zijn. - Andere marktpartijen vinden dat naast het SMP bilaterale handel (OTC) moet mogelijk blijven mits melding van de overeenkomsten aan aardgasnetbeheerder die op zijn beurt globale informatie omtrent verhandelde hoeveelheden en prijzen zal melden via het SMP aan alle marktspelers. - Nog andere marktpartijen zijn van mening dat de handel op de secundaire markt volledig vrij moet zijn zonder beperkingen. - Een marktpartij stelt voor om de herverkoop van reeds onderschreven vervoerscapaciteit mogelijk te maken door het aanbod ervan via de opeenvolgende veilingen op de primaire markt. - Bijna alle marktpartijen steunen de wettelijke verplichting om ongebruikte vervoersdiensten aan te bieden op de secundaire markt. - Iedereen is het er mee eens dat niet-genomineerde capaciteit door de aardgasnetbeheerder moet worden aangeboden op de primaire markt. - De dagcapaciteit die niet werd onderschreven, wordt aangeboden als een gebundeld product. - De aardgasnetbeheerder moet de mogelijkheid hebben om meer vaste capaciteit aan te bieden dan fysisch mogelijk kan worden vervoerd. Daarnaast zal de aardgasnetbeheerder onderbreekbare vervoersdiensten aanbieden. - Bijna alle deelnemers aan de consultatie zijn het erover eens dat er geen beperkingen op de hernominaties op dag D-1 en dag D mogen worden opgelegd. Beperkingen op hernominaties heeft negatieve gevolgen voor de handel en de NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 27/105 liquiditeit van de dagmarkt. Bovendien kunnen deze beperkingen ongewenste effecten hebben op het nominatiegedrag van de netgebruikers: de netgebruiker zal in functie van de opgelegde beperkingen zijn nominaties in de tijd sturen om maximale flexibiliteit te behouden. Nominaties verliezen op deze wijze hun signaalfunctie richting aardgasnetbeheerder. Bovendien kunnen dergelijke beperkingen indien ze al nodig zouden zijn, onmogelijk worden ingevoerd zonder voorafgaand overleg tussen de naburige aardgasnetbeheerders. Indien de nominatie- en hernominatieregels aan beide zijden van het interconnectiepunt verschillen kan dit leiden tot onaangepast gedrag van de netgebruikers. Beperkingen op hernominaties mogen in geen geval van toepassing zijn op door de bevrachters onderschreven dagcapaciteit. 65. Aandachtspunten voor wat betreft het netevenwicht - De hierna volgende basisprincipes voor het nieuwe marktgerichte balanceringsmodel worden door de de meerderheid van de marktpartijen onderschreven: dagbalancering met cash-out op einde van de dag; de rol van de aardgasnetbeheerder beperkt zich tot het handhaven van de systeemintegriteit en de restbalancering; de netgebruiker is verantwoordelijk voor het evenwicht tussen zijn ingaande en uitgaande gasstromen; geen (uur)beperkingen binnen de dag; één enkele balanceringszone; de aardgasnetbeheerder zorgt voor real-time informatie over de individuele positie van elke shipper en over de positie van het globale vervoersnet; de aardgasnetbeheerder beschikt over voldoende middelen om binnen de dag de onevenwichten op te vangen en stelt deze ter beschikking aan de netgebruikers in de vorm van flexibiliteitsdiensten al dan niet gekoppeld aan de afnamecapaciteit van de eindklant; de netgebruikers hebben toegang tot de within-day spotmarkt om op eenvoudige wijze de onevenwichten te kunnen bijsturen; de aardgasnetbeheerder koopt en verkoopt gas voor balanceerdoeleinden op de spotmarkt; de balanceeractiviteiten van de aardgasnetbeheerder zijn kosten neutraal; een transparant systeem van stimulansen dat de netgebruiker aanspoort om onevenwichten op het einde van de balanceerperiode te vermijden is noodzakelijk. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 28/105 - De samenvoeging van H-gas zone met L-gas zone wordt reeds overwogen en de CREG zal de aardgasnetbeheerder vragen om een kosten-baten analyse te maken en een stappenplan uit te werken. De creatie van één enkele balanceringszone is nodig indien men een liquide en eenvoudig toegankelijke gasmarkt wil ontwikkelen. - Ook voor balancering mag er in de toekomst geen onderscheid meer worden gemaakt tussen doorvoer en binnenlands vervoer. - Het huidige model legt uurbeperkingen (HIT) op binnen de dag en dit op niveau van de portfolio van de netgebruiker. Uit de consultatie blijkt dat de netgebruikers deze beperkingen niet langer wensen. Dit is een keuze die vanuit het oogpunt van eenvoud en drempelverlaging voor de toegang tot de markt gemakkelijk te begrijpen is en ook de voorkeur wegdraagt van de CREG. Om te vermijden dat de systeemintegriteit in het gedrang komt zullen via het aansluitingscontract beperkingen worden opgelegd aan de eindafnemers voor wie het mogelijk is het productieproces gedurende de dag op substantiële wijze bij te sturen (elektriciteitscentrales, grote afnemers die aardgas gebruiken als grondstof in hun productieproces, eindafnemers met bifuel…) Tevens zullen er een aantal regels noodzakelijk zijn voor wat betreft de gasstromen binnen de dag naar exitpunten gelegen op de grenzen van het vervoersnet. Op deze wijze worden beperkingen op portfolio niveau vermeden, en worden deze beperkingen opgelegd aan een welbepaalde groep van eindafnemers en/of exitpunten. - Eén van de sterke punten van het huidige balanceringsmodel is de informatieverstrekking naar de individuele netgebruiker. Deze ontvangt telkens na het uur de informatie van zijn ingaande en uitgaande gasstromen van het voorgaande uur. Zonder deze informatie is het invoeren van een dagbalanceringsmodel niet mogelijk. Het heeft immers geen enkele zin netgebruikers de verplichting op te leggen om op het einde van de dag in evenwicht te zijn als deze netgebruikers niet beschikken over de noodzakelijke informatie over hun evenwichtspositie binnen de dag. Zonder deze informatie kan de netgebruiker onmogelijk bijsturen door beroep te doen op zijn leveringscontracten, flexibiliteitsdiensten, within-day spotmarkt…Voor wat betreft informatieverstrekking naar de netgebruikers voldoet het huidige balanceringsmodel aan de noden van de netgebruikers. De CREG zal de aardgasnetbeheerder vragen om bijkomend informatie te verstrekken over de globale positie van het vervoersnet. - Om de systeemintegriteit en de onevenwichten van de netgebruikers binnen de dag op te vangen moet de aardgasnetbeheerder beschikken over voldoende middelen (leidingbuffer, opslag, LNG-diensten, kopen en/of verkopen van aardgas binnen de dag…). Deze middelen maken het de netgebruikers mogelijk om binnen de dag posities in te nemen die ze naar eigen inzicht kunnen bijsturen gedurende de dag met NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 29/105 als doel op einde van de gasdag het evenwicht te bereiken. Een aantal marktpartijen is van mening dat de kosten van de door de aardgasnetbeheerder daarvoor aangewende middelen moeten worden gesocialiseerd, en dus in rekening moeten worden gebracht bij het bepalen van het vervoerstarief (ingangs- en/of afnamecapaciteit). Andere marktpartijen zijn van mening dat deze kosten moeten worden toegerekend aan de veroorzaker. De CREG is van mening dat gezien het feit dat de aardgasnetbeheerder beschikt over de correcte informatie gedurende de dag, de aardgasnetbeheerder beschikt immers op uurbasis over de individuele positie van elke netgebruiker, het op eenvoudige wijze mogelijk is om de veroorzaker van de kosten te traceren. De netgebruiker die in de loop van de gasdag gebruik maakt van deze flexibiliteit om zijn netevenwicht in optimale omstandigheden te sturen, zal bijgevolg de kosten dragen. De aardgasnetbeheerder ontwikkelt hiervoor een flexibiliteitsdienst die door de netgebruiker kan worden aangekocht tegen een door de CREG goedgekeurd gereguleerd tarief. Indien de netgebruiker dit wenst (bvb de netgebruiker wenst aankoop van extra aardgas op de spotmarkt een paar uur uit te stellen), kan hij gedurende de dag bijkomende flexibiliteit kopen om op deze wijze zijn onevenwicht in optimale omstandigheden te beheren. - Bij het uitwerken van een transparant systeem van stimuleringsmaatregelen die er zullen voor zorgen dat de netgebruiker op het einde van de balanceringsperiode het evenwicht respecteert, moet vooraf een belangrijke keuze gemaakt worden: ofwel opteert men voor regels die het globale evenwicht van het vervoersnet ondersteunen ofwel kiest men voor het nastreven van het individuele evenwicht per netgebruiker. Indien bvb het vervoersnet short is en de netgebruiker long dan zal in het eerste geval de netgebruiker voor zijn aardgas op het einde van de dag de marginale gasprijs krijgen. Hij ondersteunt immers het systeem. In het tweede geval zal hij een gemiddelde gasprijs krijgen omdat hij niet in evenwicht is. Een aantal marktpartijen heeft in dit verband een aantal mogelijke goede basisregels voorgesteld. - De aardgasnetbeheerder koopt en verkoopt aardgas voor de balancering van het vervoersnet binnen de dag en indien nodig op het einde van de dag (cash-out) op de spotmarkt. De aardgasnetbeheerder draagt er zorg voor dat de kosten voor de balancering van het vervoersnet zo laag mogelijk zijn. 66. Aandachtspunten voor wat betreft het afnamecapaciteit voor SLP-klanten - De marktpartijen ondersteunen de volgende principes: NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 30/105 De aardgasnetbeheerder bepaalt in samenspraak met de distributienetbeheerder op basis van criteria inzake bevoorradingszekerheid de hoeveelheid te onderschrijven vervoersdiensten voor SLP-klanten; De aardgasnetbeheerder wijst deze diensten toe aan de bevrachters/leveranciers op basis van hun klantenportfolio; De aardgasnetbeheerder zal op basis van de informatie waarover hij beschikt en de kennis die hij heeft van de afnameprofielen nominaties overmaken aan de bevrachters/leveranciers. - Een aantal marktpartijen gaan nog een stap verder: ideaal zou zijn dat de aardgasnetbeheerder in samenspraak met de distributienetbeheerder alle afnamecapaciteit voor SLP-klanten op de verschillende GOS berekent en deze geaggregeerd toewijst. Hetzelfde principe kan dan ook worden gebruikt voor de toewijzing van gas. Door de aggregatie neemt de nauwkeurigheid toe. De opsplitsing per GOS is niet langer nodig aangezien het bestaan van meerdere balanceringszones wordt opgeheven. 67. Aandachtspunten voor wat betreft het afnamecapaciteit telegemeten klanten - De marktpartijen die deelnamen aan de consultatie ondersteunen volgende principes voor wat betreft de eindafnemers rechtsreeks verbonden aan het vervoersnet: de eindafnemer is eigenaar van zijn afnamecapaciteit; de eindafnemer onderschrijft deze afnamecapaciteit rechtstreeks bij de aardgasnetbeheerder; de eindafnemer wijst deze capaciteit toe aan de door hem gekozen bevrachter(s). - Een aantal marktpartijen voegt hieraan toe dat het mogelijk gemaakt wordt dat de eindafnemer zelf het vervoer van aardgas op zich neemt. Daartoe moet worden nagedacht over een eenvoudig en aangepast statuut van toepassing zolang deze eindafnemer zich beperkt tot de bevoorrading van zijn eigen site(s). 68. Aandachtspunten voor wat betreft het virtueel verhandelingspunt voor aardgas - De creatie van een virtuele handelsplaats een belangrijke voorwaarde is voor het goed functioneren van de aardgasmarkt. Het virtuele verhandelingspunt voor aardgas is de plaats waar de bevrachters, de leveranciers, de tussenpersonen en de NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 31/105 eindklanten elkaar vinden. In het huidige vervoersmodel is dit op het aardgasvervoersnet niet mogelijk. Dit is volgens een aantal marktpartijen een zeer ernstige beperking voor de verdere ontwikkeling van de aardgasmarkt in België en hypothekeert de rol van België als draaischijf in Europa. Aan volgende randvoorwaarden moet worden voldaan: de invoering van een entry/exit systeem met onafhankelijke reservatie van ingangs- en afnamecapaciteit; geen onderscheid tussen doorvoer en binnenlands vervoer; transparante en eenvoudige toewijzingsregels op basis van veilingen; de creatie van één balanceringszone en het gebruik van een marktgericht dagbalanceringssysteem de afnamecapaciteit is eigendom van de eindklant - Een aantal marktpartijen zijn voorstander van een virtueel overdrachtspunt ter vervanging van de fysieke Zeebrugge hub. Andere marktpartijen stellen dat de Zeebrugge hub moet worden gekoppeld met de binnenlandse markt om zo een echte handelsplaats te worden. Nog andere marktpartijen stellen dat het ontkoppelen van ingangs- en afnamecapaciteit kan worden bereikt door ze te verbinden via een hub. Het maakt daarbij niet uit of deze hub fysisch dan wel virtueel is. - Het virtueel verhandelingspunt geeft de bevrachter de mogelijkheid om deze markt ook te gebruiken voor het balanceren van zijn portfolio. Alle marktpartijen stellen dat het virtuele verhandelingspunt zowel voor aardgashandel (korte, middellange en lange termijn) als voor balancering (binnen de dag) moet kunnen worden aangewend. - Van zodra de virtuele hub en het ontkoppelde entry/exit model operationeel zijn moet dit verhandelingspunt worden gekoppeld met naburige hubs door middel van gezamenlijk aanbod door de naburige aardgasnetbeheerders van gecombineerde en/of gebundelde vervoersdiensten. - Een groot aantal marktpartijen wensen geen beperkingen mag voor wat betreft de keuze van de marktplaats. Beperkingen zullen er enkel toe leiden dat bepaalde marktspelers niet actief worden op de gasmarkt. Het ontkoppelen van ingangs- en afnamecapaciteit zal het verhandelen en/of de overdracht van aardgas mogelijk maken op drie plaatsen: op het ingangspunt: handel op de flens op de HUB via een gestructureerd en liquide handelsplatform: de hub kan virtueel (TTF, NGC, PEG…) of fysiek (Zeebrugge) zijn op het afnamepunt door verkoop aan de eindklant NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 32/105 - Verdere marktintegratie met naburige landen dringt zich op en zal ervoor zorgen dat de virtuele hub op langere termijn leefbaar en liquide blijft. Deze marktintegratie kan volgens een aantal marktpartijen door fusie, samenwerkingsakkoorden, beheer van de netwerken als één geheel, coöperatieve samenwerking tussen aardgasnetbeheerders… 69. Andere aandachtspunten: - Een gestructureerd overleg tussen de verschillende marktpartijen en de aardgasnetbeheerder is noodzakelijk. - Een groot aantal marktpartijen is vragende partij voor een klantvriendelijk internetplatform dat de afhandeling toelaat van alle administratieve procedures op een snelle, eenvoudige en milieuvriendelijke wijze. Dit platform wordt door de aardgasnetbeheerder gebruikt voor informatieverstrekking, onderschrijving van vervoersdiensten op de primaire markt en koppeling met de secundaire markt. - Heel wat marktpartijen wensen volgende punctuele zaken: omschakeling voor de vervoerscapaciteit van volume (m³/
  1. h)naar energie (MWh/h); een lijst van eindklanten rechtstreeks verbonden aan het vervoersnet; aanpassing van de responstijd voor hernominaties op vervoersinstallaties direct verbonden aan het vervoersnet (Opslag, LNG,…). - Bijna alle marktpartijen zijn voorstander van het samenvoegen van H-gas en L-gas zone en stelden een aantal te overwegen te nemen maatregelen voor. - Een aantal marktpartijen vragen een aanpassing van de toewijzingsregels voor opslagdiensten. - De eindafnemers stellen zich vragen inzake de problematiek en de concrete invulling van de nieuwe regelgeving inzake bevoorradingszekerheid. 70. Naar aanleiding van de raadpleging van de marktpartijen over een nieuw vervoersmodel voor transmissie heeft de CREG in januari 2011 de N.V. Fluxys gevraagd om een nieuw vervoersmodel te ontwikkelen dat rekening houdt met de door de marktpartijen hierboven vermelde aandachtspunten. Na overleg met de N.V. Fluxys werd beslist om tegen eind oktober 2012 voor alle aardgasvervoersdiensten een nieuw vervoersmodel in te voeren. 71. Voornoemde belangrijkste voorwaarden voor het aardgasvervoersnet werden door de N.V. Fluxys een eerste keer op 15 maart 2012 bij de CREG per drager tegen ontvangstbewijs ingediend. Per brief van 5 april 2012 werd door de N.V. Fluxys een voorstel NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 33/105 tot wijziging van een aantal bepalingen van het standaard aardgasvervoerscontract ingediend bij de CREG. Met toepassing van artikel 15/14, §2, 6°, van de gaswet en artikelen 29, 77, 81, 109, 111 en 112 van de gedragscode heeft de CREG op 19 april 2012 (zie beslissing (B)-120419-CDC-1149) beslist de belangrijkste voorwaarden in hun geheel niet goed te keuren en werd de N.V. Fluxys uitgenodigd om binnen de 14 dagen na ontvangst van bovenvermelde beslissing een aangepast voorstel van belangrijkste voorwaarden in te dienen bij de CREG rekening houdend met de opmerkingen, suggesties en aanbevelingen zoals vastgelegd in het besluit van voornoemde beslissing van 19 april 2012. Door de N.V. Fluxys werd op 27 april 2012 bij de CREG per drager tegen ontvangstbewijs drie onderscheiden documenten ingediend, te weten : - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het standaard aardgasvervoerscontract ; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het toegangsreglement voor aardgasvervoer; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het aardgasvervoersprogramma. 72. Per mailbericht van 9 mei 2012 deelt de N.V. Fluxys mede dat inzake overmacht de 5% korting behouden blijft en dat artikel 16.3,
  2. b)van bijlage twee van het standaard aardgasvervoerscontract het laatste deel van de zin als volgt gewijzigd moet worden: « …pour autant que l’Utilisateur du Réseau communique par écrit au GRT l’accord écrit entre le GRT et le Client Final que ce dernier a cessé définitivement, partiellement ou totalement, ses activités conformément aux dispositions du Contrat de Raccordement conclu entre le GRT et le Client Final. » 73. Artikel 108 van de gedragscode bepaalt dat de voorstellen van standaardcontracten, toegangsreglementen en dienstenprogramma’s tot stand komen na raadpleging door de beheerders van de betrokken netgebruikers. In uitvoering van dit artikel werd door de N.V. Fluxys een consultatieproces opgestart. Hierna volgt een beschrijving van het consultatieproces dat door de N.V. Fluxys werd gevolgd met de marktpartijen om de inhoud van het nieuwe Entry/Exit-vervoersmodel vorm te geven, te valideren en vast te leggen in het standaard aardgasvervoerscontract, het toegangsreglement voor aardgasvervoer en het aardgasvervoersprogramma. Daarna volgt een korte beschrijving van het door de N.V. Fluxys vooropgestelde implementatieproces. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 34/105 74. Onderstaand schema illustreert de verschillende fasen van interactie met de marktspelers, hun verloop in de tijd en hun reikwijdte. De periode beslaat zowel de ontwikkeling van het model als de noodzakelijke stappen die nog moeten worden gezet voor de definitieve implementatie ervan tegen oktober 2012, streefdatum overeengekomen in overleg tussen de CREG en de N.V. Fluxys. 2011 Apr May Jun Jul 2012 Aug Sep Oct Nov Dec Jan Feb Mar Formal Consult. STA Model design Informal Market Consultation on EE concepts May Formal Consult. ACT/TP Bi-lateral Meetings Portfolio Transition Jun Jul Aug Sep Oct Nov Dec C R E G & Regulatory Documents Apr Portfolio Transition Contracting in EE Implementation Discuss Roll-out Plan & Detail operational aspects Testing Support on ICT implementation & Testing Testing GO-Live commitment 75. Go Live Het consultatieproces werd opgesplitst in 3 fases. Een eerste fase in het consultatieproces liep van mei 2011 tot september 2011: Informal Market Consultation: EE Principles 4/5 25/5 20/6 General Principles First Follow-up Second Follow-up 29/6 Informal Market Consultation: Feedback 08/07 Third E-mail Follow-up EE principles Analysis of feedback 29/07 COB 14/09/2011 Deadline for Feedback Retained EE Principles Tijdens deze eerste fase werden er vier informatiesessies gehouden: - Algemene principes – 04 mei 2011 Volgende onderwerpen werden besproken: topologie van het Entry/Exit-model, vastheid van de capaciteit, regels voor de capaciteitstoewijzing en definitie van de rollen van de verschillende marktpartijen, overgang van capaciteit naar energie (per tijdseenheid) en het balanceringsmodel. - Opvolgingssessie – 25 mei 2011 NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 35/105 Volgende onderwerpen werden besproken: topologie van het Entry/Exit-model en balanceringsmodel. - Opvolgingssessie – 20 juni 2011 Volgende onderwerpen werden besproken: topologie van het Entry/Exit-model, tariefstructuur, balanceringsmodel, capaciteit in energie (per tijdseenheid) en regels voor de capaciteitstoewijzing. - Opvolgingssessie – 29 juni 2011 Volgende onderwerpen werden besproken: tariefstructuur, aangeboden Entry/Exitdiensten, gaskwaliteit en aanpassingsdienst UK en topologie van de L-zone. Gelijktijdig met deze informatiesessies werden de concepten van het voorgestelde model besproken tijdens vergaderingen met de verenigingen die dit wensten: FEBEG (29/04/2011, 09/06/2011 en 22/06/2011), Febeliec (12/04/2011). Bovendien werden de geïnteresseerde eindklanten uitgenodigd op twee voor hen georganiseerde informatiesessies (05/05/2011 en 26/05/2011). Op 8 juli ontvingen alle marktspelers via e-mail een samenvatting van het voorgestelde model in de vorm van een gedetailleerde presentatie. Geschreven feedback over deze voorstellen kon worden opgestuurd tot 29 juli 2011. Deze werd onderzocht en besproken met de CREG, die het detail van de opmerkingen heeft ontvangen. De opmerkingen en de voorstellen voor wijziging aan het model werden aan de marktspelers voorgelegd tijdens een informatiesessie op 14 september 2011, die volgende aspecten van wijziging behandelde: balancering (imbalance smoothing, rol en taken voor de TSO, settlement prijs), topologie van de L-zone en organisatie van de handelsmarkt voor aardgas in België. 76. Een tweede fase in het consultatieproces liep van mei 2011 tot juli 2011. Om het standaard aardgasvervoerscontract te ontwikkelen, werd er een formele consultatie gehouden tussen 31 mei en 15 juli 2011. Het ter consultatie voorgelegde document werd aan de marktspelers voorgesteld tijdens een informatiesessie voor de netgebruikers op 25 mei en voor de eindklanten op 26 mei. Tijdens deze twee informatiesessies, lag de nadruk vooral op de nieuwe maatregelen die in de gedragscode worden vermeld en op de overgang van twee afzonderlijke contracten voor binnenlands vervoer (MATRS) en grens-tot-grens vervoer (MTSA) naar één enkel standaard aardgasvervoerscontract alsook de transfer van de operationele regels, die voordien waren toegevoegd aan de bestaande overeenkomsten, naar het toegangsreglement voor aardgasvervoer. De datum om schriftelijke feedback in te dienen, werd vastgelegd op 15 juli 2011, zijnde het einde van de consultatieperiode. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 36/105 Na analyse van de ontvangen feedback en het identificeren van de aan te brengen wijzigingen aan het document, rekening houdend met de beslissing van de CREG op 24 november 2011, met betrekking tot de goedkeuring van het standaard opslagcontract, heeft de N.V. Fluxys een nieuw voorstel opgesteld waarover met de CREG is onderhandeld tijdens verschillende werkvergaderingen (24/01/2012, 27/02/2012 en 09/03/2012). In het bijzonder werd de tekst rond solvabiliteit, garanties, kwaliteitsspecificatie, verantwoordelijkheden, Force Majeure en ook de algemene structuur van het document verschillende keren herzien. De laatste wijzigingen werden aan de marktpartijen voorgesteld, tijdens een informatie sessie op 7 maart 2012, met de nadruk op de volgende elementen: facturatie en garanties, verantwoordelijkheden, Force Majeure, stopzetting van het contract, Step-out, solvabiliteit en kwaliteitsspecificaties. 77. Een derde fase in het consultatieproces liep van november 2011 tot maart 2012. November 2011 January 2012 Formal market consultation on EE Regulatory Documents 16/11 General Principles Rework 23/11 30/11 14/12 18/01 27/1 07/03 15/03 ACT/PT Publication Dedicated Session 1 Dedicated Session 2 Dedicated Session 3 Consultation Closing Feedback session Docs Publication De formele consultatie over het nieuwe model werd uitgevoerd door middel van een consultatie over het toegangsreglement van aardgasvervoer en het aardgasvervoersprogramma. Deze bevraging liep van 16 november 2011 tot 27 januari 2012, de uiterste datum voor het indienen van schriftelijke opmerkingen over de ter consultatie ingediende documenten. In de loop van deze periode werden er verschillende gerichte sessies georganiseerd om de inhoud ervan in detail uit te leggen: - Start van de consultatie – 16 november 2011 Volgende onderwerpen werden besproken: algemene structuur en inhoud van de documenten, samenvatting van de belangrijkste concepten van het balanceringsmodel (inclusief Imbalance Smoothing en de niveaus van de marktdrempels) en het tijdschema voor de implementatie van het model. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 37/105 - Vraag- en antwoordsessie – 30 november 2011 Volgende onderwerpen werden besproken: in de ACT gebruikte indexen en afkortingen, capaciteitsreservering (Bijlage B), facturatie (Bijlage A) en de kwaliteitsaanpassingsdienst UK (Bijlage A). - Vraag- en antwoordsessie – 14 december 2011 Volgende onderwerpen werden besproken: mechanisme voor de toewijzing van capaciteit voor de openbare distributie (Bijlage B), balancering (Bijlages A & C), imbalance smoothing, incentives, online Within-Day settlements met voorbeelden, online End-of-Day settlements met voorbeelden en offline settlements met voorbeelden. - Vraag- en antwoordsessie – 18 januari 2012 Volgende onderwerpen werden besproken: congestiebeheer (Bijlage E) , elektronisch reserveringsplatform en secundaire markt (Bijlage B en Bijlage H), de door de CREG goedgekeurde tarieven en de implementatieplanning. De geschreven feedback werd verzameld en geanalyseerd. Deze werd in zijn geheel voorgelegd aan de CREG en besproken tijdens een specifieke werkvergadering op 13 februari 2012. De voorstellen voor wijzigingen aan de documenten werden vervolgens besproken tijdens een tweede werkvergadering op 1 maart 2012. Op 7 maart 2012 werd er een laatste informatiesessie georganiseerd voor de marktspelers, om de algemene conclusies van de consultatie en de grote lijnen voor het wijzigen van de gereguleerde documenten voor te stellen. Tevens werd ook de operationele implementatie en de informatica ontwikkelingen behandeld. 78. Het geheel van aangepaste documenten werd ter goedkeuring voorgelegd aan de CREG. Op 15 maart 2012 heeft de N.V. Fluxys de aanvraag tot goedkeuring van het standaard aardgasvervoerscontract, het toegangsreglement voor aardgasvervoer en het aardgasvervoersprogramma bij de CREG ingediend per drager met ontvangstbewijs. 79. Na de drie grote fases in het consultatieproces volgen er nog twee grote fases waarbij de marktpartijen zullen begeleid worden bij de implementatie van het nieuwe vervoersmodel. Een eerste fase in het implementatieproces is reeds gestart en loopt van februari 2012 tot oktober 2012. De implementatie van het model gaat over alle stappen die noodzakelijk zijn voor de communicatie en voor de tests die moeten worden uitgevoerd met de marktspelers, met als richtdatum de lancering van het model in oktober 2012. De afbeelding hieronder illustreert de verschillende berichtgevingen die geleidelijk aan worden NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 38/105 en zullen worden gecommuniceerd, om de ontwikkelingen op het vlak van informatica, de koppeling met de systemen van de N.V. Fluxys en de uit te voeren tests mogelijk te maken. 2011 Oct Nov 2012 Dec Jan Feb Mar Apr RollOut Jun Jul Aug Sep Oct Nov Approx 6 months for Market Lead Time Today Discuss RollOut Plan and test phase May Detail operational aspects Organize testing Technical Tests Specific Tests End-toEnd Testing Support on ICT implementation & Testing – ee.implementation@fluxys.com Comm Info kit 1.0 IT Sesions Info kit 2.0 Info kit 3.0 Info kit 4.0 By 30/06 - URL & templates of web-based reporting (new reports: invoicing) Messaging (Nom, Alloc, Balancing) Link Model description and implemenation By 30/05 - Test Scenario & Test dates URL & templates of web-based reporting (new reports: cap portfolio) By 20/04 - URL & templates of web-based reporting (existing reports + balancing) Kick-off Market Consult GO-Live commitment Go Live Op 17 en 19 april 2012 zijn er informatiesessies georganiseerd voor de informaticateams van de netgebruikers, om het model in detail uit te leggen en om aan de hand van voorbeelden de link te leggen tussen de beschrijving ervan in de gereguleerde documenten en de operationele aspecten ervan, in het bijzonder voor de uitwisseling van berichten. Aangezien de voorbeelden van de operationele aspecten in de helft van februari ter beschikking van de netgebruikers werden gesteld, zullen deze sessies het ook mogelijk maken te antwoorden op vragen naar aanleiding van de implementatie ervan. De tests van de systemen die gekoppeld zijn aan het nieuwe model, zullen worden uitgevoerd in 4 stappen, zoals de onderstaande afbeelding illustreert. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 39/105 2011 Oct Nov 2012 Dec Jan Feb Mar Apr May RollOut Jul Aug Sep Oct Nov Approx 6 months for Market Lead Time Today Discuss RollOut Plan and test phase Jun Organize Technical Specific End-to- Detail operational End • 2 main scenarios will be aspects tested testing Tests Tests Testing • Sc 1 all shippers are independent from each other • Sc 2 all shippers are influencing each other • Each scenario will cover all possible situations over 1 gas day • Each scenario will be replayed 10 days, with &space in –between Support on ICT implementation Testing EE.implementation@fluxys.com Comm Info kit 1.0 Dedicated Session Info kit 2.0 Info kit 3.0 Detail test scenarios Ph 1 Test EDIG@S Testing Ph 2 • all messages can be tested • testing via e-mail (edifact, .xml) • focus on message structure & formatting Kick-off Market Consult • Connectivity to PRD Electronic Booking System • Connectivity to EEQUA Electronic Data Platform (reports from the test environment) GO-Live • AS2 connectivitycommitment testing with EEQUA through mail (1 by 1) Ph3 End-2-End testing Ph4 Go Live De eerste stap zal het mogelijk maken om de inhoud te valideren van de EDIG@S-berichten die tussen de systemen worden uitgewisseld. Tijdens de tweede stap zullen de testsystemen van de N.V. Fluxys en de ontwikkeling omgevingen van de netgebruikers met elkaar worden verbonden. De eigenlijke functionele tests zullen worden uitgevoerd tussen midden juli en midden september 2012 (de data moeten nog worden bevestigd) aan de hand van scenario’s die de typische situaties behandelen waarmee de netgebruikers te maken zullen krijgen. De scenario’s worden momenteel uitgewerkt en zullen ten laatste op 31 mei 2012 worden gecommuniceerd. De week voordat het model effectief van start gaat, zal worden gewijd aan het configureren van de productiesystemen en aan de geleidelijke omschakeling van de systemen en de processen naar het nieuwe model. 80. Een tweede fase in het implementatieproces behandelt de contractuele omschakeling van het oude naar het nieuwe model, is reeds gestart en loopt van februari 2012 tot oktober 2012. Er worden door de N.V. Fluxys bilaterale vergaderingen georganiseerd met elke netgebruiker om de omzetting van het dienstenportfolio te bepalen zoals die zal kunnen worden vastgelegd zodra het standaard aardgasvervoerscontract, het toegangsreglement voor aardgasvervoer en het aardgasvervoersprogramma is goedgekeurd door de CREG en de datum van indienststelling definitief bekend is. Zodra deze datum gekend is, zullen de netgebruikers de vervoersdiensten kunnen onderschrijven die van start gaan op de datum van ingebruikneming. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 40/105 III. ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL III.1. Algemeen 81. de Hierna wordt nagegaan of de belangrijkste voorwaarden voor aardgasvervoer, onder vorm van een standaard aardgasvervoerscontract, toegangsreglement voor aardgasvervoer en aardgasvervoersprogramma die de N.V. Fluxys haar medecontractanten oplegt redelijk, billijk, evenwichtig en proportioneel zijn en dus overeenstemmen met het algemeen belang. 82. Tenzij anders vermeld, is de hiernavolgende analyse opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende delen, bijlagen, hoofdstukken en titels van het voorstel. De hierna geformuleerde opmerkingen hebben betrekking op een bepaald voorbehoud of betreffen specifieke eisen met betrekking tot de toepassing van het toegangsreglement voor aardgasvervoer van de N.V. Fluxys of van de versies die zullen ingediend worden voor latere periodes. Het ontbreken van opmerkingen over een bepaald punt van het voorstel betekent dat de CREG er zich vandaag niet tegen verzet, maar houdt geenszins een voorafgaande goedkeuring van dit punt in indien het opnieuw op identieke wijze wordt ingediend op een later tijdstip voor dezelfde activiteit. 83. Indien het geval zich voordoet dat verschillende elementen van het voorstel betrekking hebben op een overkoepelend onderwerp, dan behoudt de CREG zich het recht voor deze elementen gezamenlijk te bespreken, in plaats van punt per punt. Waar nodig houdt de CREG rekening met het bijzonder karakter van de voorgestelde wijzigingen en geeft zij puntsgewijze commentaar. 84. Telkens wanneer de CREG over een bepaling haar goedkeuring niet kan geven, suggereert zij hoe de betreffende bepaling beter geformuleerd kan worden opdat het nieuwe voorstel de goedkeuring van de CREG zou kunnen wegdragen. Het formuleren van zo’n suggestie kan geenszins beschouwd worden als zijnde een belangrijkste voorwaarde die opgelegd wordt. Het staat de N.V. Fluxys vrij om een ander voorstel bij de CREG in te dienen voor goedkeuring ervan. 85. Conform de gedragscode worden de regels voor de toegang tot de vervoersinstallatie voor aardgas bepaald in het standaard aardgasvervoerscontract, het toegangsreglement NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 41/105 voor aardgasvervoer en het aardgasvervoersprogramma. De genoemde documenten vormen als zodanig één geheel, waarbij de documenten ook op inhoudelijk vlak elkaar aanvullen. Als gevolg hiervan verwijzen de documenten naar elkaar voor bepaalde onderwerpen. III.2. Het voorstel van Standaard aardgasvervoerscontract 86. Het voorstel voor standaard aardgasvervoerscontract bestaat uit vier delen, met name:
  3. a)de corpus,
  4. b)bijlage 1 “formulier ter bevestiging van onderschreven dienst(en),
  5. c)bijlage 2 “algemene voorwaarden en
  6. d)bijlage 3 “definities”. 87. Voor bijlage 1 kan verwezen worden naar het formulier opgenomen in bijlage G van het toegangsreglement voor aardgasvervoer. Corpus 88. De begrippen Partij / Partijen wordt beschreven wie dit zijn. De CREG stelt vast dat in het nieuwe voorstel van 27 april 2012 de N.V. Fluxys rekening gehouden heeft met haar opmerking en dat deze begrippen opgenomen zijn in de lijst van definities onder bijlage 3 van het standaard aardgasvervoerscontract. 89. Luidens de uitleg verkregen van de N.V. Fluxys houdt de index waarvan sprake in artikel 1.2.7 van het standaard aardgasvervoerscontract geen verband met de tarieven maar met andere technische parameters. 90. Artikel 2 van het standaard aardgasvervoerscontract beschrijft het voorwerp van het standaard aardgasvervoerscontract zoals bepaald in artikel 109, §1, 2°, van de gedragscode. 91. In artikel 3, (
  7. i)van het standaard aardgasvervoerscontract wordt best gepreciseerd dat het gaat om de algemene voorwaarden van bijlage 2 van het standaard aardgasvervoerscontract. Hetzelfde geldt voor de bevestiging van de dienst(en), bedoeld in bijlage 1. Deze preciseringen bieden meer duidelijkheid en vermijden interpretatieproblemen. De CREG stelt vast dat in het nieuwe voorstel van 27 april 2012 de N.V. Fluxys rekening gehouden heeft met haar opmerking. 92. In artikel 8.1 van het standaard aardgasvervoerscontract wordt best gepreciseerd over welke andere bepalingen van huidig contract het gaat. De CREG stelt vast dat in het nieuwe voorstel van 27 april 2012 de N.V. Fluxys dit nader heeft gepreciseerd en stelt dat met “andere bepalingen van huidig contract” bedoeld wordt “het toegangsreglement voor NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 42/105 aardgasvervoer”. Bijlage 1: Formulier ter bevestiging van de onderschreven diensten 93. Artikel 79 van de gedragscode bepaalt dat een afzonderlijk dienstenformulier door de partijen wordt ondertekend per onderschrijving van een vervoersdienst. Dit formulier is toegevoegd aan het toegangsreglement voor aardgasvervoer (zie bijlage G – G.2) Bijlage 2: algemene voorwaarden 94. De CREG laat opmerken dat in het standaard aardgasvervoerscontract geen vermelding is gemaakt van artikel 109, §1, 5°, van de gedragscode: specifieke bepalingen met betrekking tot de toegang tot de hubs. Dit is weliswaar terug te vinden in het toegangsreglement voor aardgasvervoer, bijlage A (zie verder §§ 210, 211 en 220 van deze beslissing) en het aardgasvervoersprogramma. De CREG nodigt de N.V. Fluxys uit om dit in het standaard aardgasvervoerscontract uitdrukkelijk op te nemen en hiervoor te verwijzen naar toegangsreglement voor aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma. 95. De CREG stelt vast dat in het nieuwe voorstel van 27 april 2012 de N.V. Fluxys in bijlage 2 van het standaard aardgasvervoerscontract een artikel 17.9 heeft opgenomen dat verwijst naar bijlage A van het toegangsreglement voor aardgasvervoer. Definities 96. Er moet worden benadrukt dat de definities opgenomen in artikel 1 van de gedragscode niet enkel van toepassing zijn op het standaard aardgasvervoerscontract maar ook van toepassing zijn op het toegangsreglement voor aardgasvervoer en het aardgasvervoersprogramma. Hieraan kan geen afbreuk gedaan worden. De CREG stelt vast dat in het nieuwe voorstel van 27 april 2012 de N.V. Fluxys hiermee rekening heeft gehouden. 97. Daarnaast blijkt uit artikel 1 van het standaard aardgasvervoerscontract niet duidelijk of de definities opgenomen in bijlage 3 van het standaard aardgasvervoerscontract enkel van toepassing zijn op het standaard aardgasvervoerscontract, dan wel ook op het toegangsreglement voor aardgasvervoer en het aardgasvervoersprogramma. Dit wordt best verduidelijkt. De CREG stelt vast dat in het nieuwe voorstel van 27 april 2012 de N.V. Fluxys hiermee rekening heeft gehouden. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 43/105 Exploitatie en onderhoud van het aardgasvervoersnet (artikel 109, §1, 11°, gedragscode): 98. Hiervoor wordt in het standaard aardgasvervoerscontract verwezen naar bijlage C1 van het toegangsreglement voor aardgasvervoer. 99. Naast het feit dat de gedragscode van toepassing is houdt de verwijzing naar de Europese wetgeving automatisch ook in dat de Europese Network Codes van zodra zij via Comitology bindend worden, de daarin opgenomen regels automatisch van toepassing zijn. Diensten (artikel 109, §1, 3°, gedragscode) 100. De CREG heeft geen opmerkingen. Rechten verbonden aan diensten (artikel 109, §1, 4°, gedragscode) 101. De vraag kan worden gesteld waar de plichten verbonden aan de geleverde aardgasvervoersdiensten zijn opgenomen, zoals bedoeld in artikel 109, §1, 4°, van de gedragscode. 102. Het is aangewezen dat de N.V. Fluxys dit verduidelijkt. De CREG stelt vast dat in het nieuwe voorstel van 27 april 2012 de N.V. Fluxys hiermee rekening heeft gehouden. Vergoeding voor Diensten (artikel 169, §1, 4°, gedragscode) 103. Voor een juist begrip, de term “indemnité totale” opgenomen in de tweede alinea van artikel 5.1 van het standaard aardgasvervoerscontract is beperkt tot een gereguleerd tarief zoals goedgekeurd door de CREG. Immers, het begrip totale vergoeding zou ruimer kunnen geïnterpreteerd worden, zijnde elke vorm van vergoeding zoals bijvoorbeeld een schadevergoeding. Dit moet uiteraard worden uitgesloten. 104. In artikel 5.2 van het standaard aardgasvervoerscontract wordt dit beter verwoord en spreekt men over “Indemnité Mensuelle Totale” waarover het in feite gaat. 105. De CREG stelt vast dat in het nieuwe voorstel van 27 april 2012 de N.V. Fluxys hiermee rekening heeft gehouden en in artikel 5.1 van het standaard aardgasvervoerscontract “indemnité totale” vervangen werd door “Indemnité Mensuelle Totale”. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 44/105 Facturatie en betalingsmodaliteiten (artikel 109, §1, 6°, gedragscode) 106. In artikel 6.1 van het standaard aardgasvervoerscontract wordt de term “Date” met hoofdletter geschreven terwijl dit begrip niet voorkomt in de definitielijst van bijlage 3 van het standaard aardgasvervoerscontract. Waarschijnlijk wordt bedoeld “Date de Début” en moet dus “début” met hoofdletter geschreven worden. De CREG stelt vast dat in het nieuwe voorstel van 27 april 2012 de N.V. Fluxys hiermee rekening heeft gehouden. 107. De N.V. Fluxys stelt volgend betalingsmodaliteit voor: - De opmaak van de factuur gebeurt iedere 10de dag van de maand of de eerst volgende werkdag voor de diensten die in de loop van dezelfde maand gepresteerd zullen worden; - De facturen worden door de N.V. Fluxys aan de bevrachter overgemaakt hetzij per email, hetzij per gewone brief, hetzij per fax; - Betaling geschiedt ten laatste op de vervaldatum, zijnde 30 dagen volgend op de ontvangst van de factuur; - Betwisting van de factuur gebeurt als volgt: Indien het gaat om een berekeningsfout moet de betwisting door de bevrachter aan de N.V. Fluxys betekend worden ten laatste op de vervaldatum van betaling. Alleen het niet betwistte gedeelte inclusief BTW van het factuurbedrag wordt ten laatste op de vervaldatum betaald. Indien binnen de 30 dagen na ontvangst van de klacht partijen het niet eens zijn geworden, kan de meest gerede partij hetzij beroep doen op artikel 19 (aanduiding van een expert), hetzij beroep doen op artikel 20 (geschillenregeling) van het standaard aardgasvervoerscontract; Indien het gaat om de betwisting van een factuur Mensuelle FIX of een factuur Mensuelle COM en de betwisting geen berekeningsfout inhoudt, moet deze betwisting door de bevrachter aan de N.V. Fluxys betekend worden ten laatste op de vervaldatum van betaling. Alleen het niet betwistte gedeelte inclusief BTW van deze facturen wordt ten laatste op de vervaldatum betaald. Indien binnen de 30 dagen na ontvangst van de klacht partijen het niet eens zijn geworden, kan de meest gerede partij hetzij beroep doen op artikel 19 (aanduiding van een expert), hetzij beroep doen op artikel 20 (geschillenregeling) van het standaard aardgasvervoerscontract. In haar brief van 27 april 2012 stelt de N.V. Fluxys dat ook het betwistte gedeelte, inclusief BTW betaald moet worden op de vervaldag. Dit stemt overeen met wat in NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 45/105 artikel 6.4,
  8. b)van het standaard aardgasvervoerscontract vermeld staat; Indien het gaat om de betwisting van een factuur Mensuelle VAR en de betwisting geen berekeningsfout inhoudt, moet deze betwisting door de bevrachter aan de N.V. Fluxys betekend worden ten laatste op de vervaldatum van betaling. Het niet betwistte gedeelte inclusief BTW van deze factuur wordt ten laatste op de vervaldatum betaald en het betwistte gedeelte van deze factuur inclusief BTW wordt door de bevrachter binnen 2 werkdagen na betekening van de betwisting gestort op een geblokkeerde rekening. Indien binnen de 30 dagen na ontvangst van de klacht partijen het niet eens zijn geworden, kan de meest gerede partij hetzij beroep doen op artikel 19 (aanduiding van een expert), hetzij beroep doen op artikel 20 (geschillenregeling) van het standaard aardgasvervoerscontract; - Partijen zijn gehouden elkaar de nodige informatie uit te wisselen opdat de N.V. Fluxys haar facturen kan opstellen. - Een nalatigheidinterest is verschuldigd wanneer laattijdig betaald wordt of onterecht betaald werd. Deze nalatigheidinterest is gelijk aan de EURIBOR verhoogd met 200 basispunten en geldig voor beide partijen. 108. De CREG laat aardgasvervoerscontract opmerken geschrapt dat artikel 6.1, (iii) van het moet worden. Hier wordt verwezen standaard naar de schadevergoedingen die verschuldigd zijn met toepassing van artikel 10 van het standaard aardgasvervoerscontract. Evenwel, schadevergoedingen ingevolge aansprakelijkheid kunnen nooit het voorwerp uitmaken van een factuur. Evenmin is hierop BTW verschuldigd. De CREG stelt vast dat in het nieuwe voorstel van 27 april 2012 de N.V. Fluxys hiermee rekening heeft gehouden. 109. In de laatste paragraaf van artikel 6.1 van het standaard aardgasvervoerscontract ontbreekt dat de factuur ook melding zal maken van de benuttigingsgraad bedoeld in artikel 13, van de gedragscode (artikel 87, 5°, van de gedragscode). De CREG stelt vast dat in het nieuwe voorstel van 27 april 2012 de N.V. Fluxys hiermee rekening heeft gehouden. 110. In de versie van 15 maart 2012 meldt artikel 6.2, (i), van het standaard aardgasvervoerscontract dat wanneer de factuur per gewone brief verstuurd wordt, de bevrachter geacht wordt de factuur te hebben ontvangen op datum dat de N.V. Fluxys de factuur heeft verstuurd. Evenwel, deze dag is niet gekend en valt moeilijk te bewijzen. Dit kan zijn hetzij de factuurdatum hetzij een andere datum dan de factuurdatum. Om betwisting te vermijden is het beter in het standaard aardgasvervoerscontract op te nemen dat de NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 46/105 verzenddatum de factuurdatum is en dat de factuur geacht wordt te zijn ontvangen door de bevrachter de derde werkdag volgend op de factuur- verzenddatum. Dit houdt in dat de N.V. Fluxys onverwijld haar facturen per post dient op te sturen. De factuurdatum is meestal ook de datum waarop de factuur in de facturenboeken wordt ingeschreven. Op die manier kan de N.V. Fluxys gemakkelijk het bewijs van verzending voorleggen en kan bijgevolg ook de ontvangstdatum van de factuur worden vastgesteld. 111. Verder moet de vraag gesteld worden wat de toegevoegde waarde is van hetgeen tussen haakjes in artikel 6.2, (
  9. ii)van het standaard aardgasvervoerscontract is opgenomen. Ook hier is het best te melden dat wanneer de factuur verstuurd wordt per fax, partijen ermee akkoord gaan dat de factuur geacht wordt te zijn ontvangen de derde werkdag volgend op de factuur- verzenddatum. Dit houdt in dat de N.V. Fluxys onverwijld haar facturen per fax dient op te sturen. In geval van betwisting van de ontvangstdatum door de bevrachter kan de N.V. Fluxys opnieuw haar factuurboek voorleggen. De CREG stelt vast dat in het nieuwe voorstel van 27 april 2012 de N.V. Fluxys artikel 6.2 (
  10. ii)van het standaard aardgasvervoerscontract heeft geschrapt, hetgeen de leesbaarheid van dit artikel ten goede komt. 112. In haar brief van 5 april 2012 vereenvoudigt de N.V. Fluxys artikel 6.2 van het standaard aardgasvervoerscontract stellende dat de factuur geacht wordt te zijn ontvangen de vijfde (5de) werkdag volgend op de factuurdatum. De CREG kan zich akkoord verklaren met deze vereenvoudiging. 113. In artikel 6.4,
  11. c)van het standaard aardgasvervoerscontract wordt het begrip “compte bloqué” best met een hoofdletter geschreven daar dit begrip in de definitielijst is opgenomen. De CREG stelt vast dat in het nieuwe voorstel van 27 april 2012 de N.V. Fluxys hiermee rekening heeft gehouden. 114. Artikel 6.5, derde paragraaf van het standaard aardgasvervoerscontract mag niet in verband gebracht worden met de voorgaande paragraaf van hetzelfde artikel. Immers, artikel 6.5, tweede paragraaf van het standaard aardgasvervoerscontract geldt zowel voor het initieel opstellen van een factuur (10de dag van iedere maand) als voor facturen die achteraf opgesteld moeten worden ter verbetering van de initiële facturen. Wanneer een initiële factuur niet opgesteld kan worden op de 10de dag van de maand bij gebreke aan informatie te geven door de bevrachter dient de termijn van betaling de vervaldatum te zijn, namelijk 30 dagen volgend op de ontvangst van de factuur. Wanneer het gaat om een verbeterde factuur kan de CREG erin komen dat 30 dagen vrij lang is, maar stelt zij zich de vraag hoe de 15 NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 47/105 werkdagen gelinieerd kunnen worden met de 10 kalenderdagen van artikel 6.3 van het standaard aardgasvervoerscontract. Dit wordt best verduidelijkt. 115. De CREG stelt vast dat het herwerken van artikel 6.5, tweede paragraaf, van het standaard aardgasvervoerscontract een verbetering inhoudt. De CREG kan zich hiermee akkoord verklaren. Deze wijzigingen hebben onvermijdelijk ook een gevolg voor artikel 6.3, van het standaard aardgasvervoerscontract dat gewijzigd werd ingevolge het nieuwe voorstel. De CREG heeft hierop geen opmerkingen. Meten en testen (artikel 109, §1, 9°, van de gedragscode) 116. De CREG heeft geen opmerkingen. Operationele voorwaarden en kwaliteitsspecificaties (artikel 109, §1, 10°, van de gedragscode) 117. Inzake aardgaskwaliteit wordt door de N.V. Fluxys voorgesteld wat volgt: - Het aardgas afgeleverd aan de interconnectiepunten en herleverd aan de interconnectiepunten en /of de afnamepunten van het vervoersnet moet voldoen aan de kwaliteitspecificaties zoals opgenomen in bijlage C.4 van het toegangsreglement voor aardgasvervoer; - De netgebruikers en de beheerder zijn gehouden elkaar elke informatie over mogelijke afwijkingen van de kwaliteitsspecificaties tijdig mee te delen via de daartoe in het toegangsreglement voorziene procedures (zie bijlage C.1 van het toegangsreglement voor aardgasvervoer) en/of via het elektronisch dataplatform (zie bijlage H); - Indien het aardgas niet voldoet aan de kwalititeitsspecificaties hebben de betrokken partijen het recht om het aardgas te weigeren via de daartoe in het toegangsreglement voorziene procedures inzake reductie en/of onderbreking (zie bijlage C.3 van het toegangsreglement voor aardgasvervoer). De partij die aardgas weigert kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld; - In geval de bevrachter onderbroken of gereduceerd wordt, wordt de vergoeding van zijn onderbroken of gereduceerd dienst pro rata verminderd; - De verplichtingen inzake het netevenwicht zoals beschreven in bijlage A van het toegangsreglement voor aardgasvervoer blijven van toepassing; - Indien de beheerder van het aardgasvervoersnet aardgas dat niet voldoet aan de kwaliteitsvereisten aanvaardt dan kan de netgebruiker niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die hiervan het gevolg zou kunnen zijn; NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 48/105 - De netgebruiker is in geen geval aansprakelijk voor eventuele afwijkingen van de kwaliteitsvereisten op installatiepunten; - Indien er aardgas dat niet voldoet aan de kwaliteitsspecificaties in het vervoersnet terechtkomt en de netgebruiker geen voorbehoud heeft gemaakt of de beheerder van het aardgasvervoersnet moet om redenen van systeemintegriteit dergelijk aardgas accepteren, dan is de betrokken netgebruiker aansprakelijk binnen de bepalingen van het standaardcontract indien er op het betrokken ingangspunt geen interconnectieovereenkomst tussen de beheerder van het aardgasvervoersnet en de naburige beheerder is afgesloten (zie § 125 van deze beslissing); - Indien de beheerder van het aardgasvervoersnet aan een interconnectiepunt aardgas aflevert dat niet voldoet aan de kwaliteitsvereisten dan is hij daarvoor aansprakelijk ten overstaan van de betrokken netgebruikers binnen de bepalingen van het standaard aardgasvervoerscontract. Eisen inzake schadevergoeding afkomstig van de naburige netbeheerder en de daarmee samenhangende aansprakelijkheidsregeling zijn onderworpen aan de bepalingen daartoe opgenomen in de interconnectie-overeenkomst; - Indien de beheerder van het aardgasvervoersnet aardgas aflevert aan een afnamepunt direct verbonden aan zijn vervoersnet dat niet voldoet aan de kwaliteitsvereisten dan is hij daarvoor aansprakelijk ten overstaan van de betrokken netgebruikers binnen de bepalingen van het standaard aardgasvervoerscontract en ten overstaan van de betrokken eindafnemers binnen de bepalingen van het standaard aansluitingscontract. 118. Artikel 8.1, tweede alinea van het standaard aardgasvervoerscontract bepaalt dat het elektronisch data platform ook gebruikt zal worden om alle informatie betreffende afwijkingen in de kwaliteitsspecificaties van het aardgas mee te delen aan de netgebruiker. De CREG gaat hiermee akkoord en vindt dit om redenen van transparantie een stap vooruit maar wijst erop dat de procedure voor het melden van afwijkingen in de kwaliteitsspecificaties gedetailleerd uitgewerkt is in bijlage C.1 van het toegangsreglement voor aardgasvervoer. Het gebruik van het elektronisch platform is dus informatief (zie bijlage H van het toegangsreglement voor aardgasvervoer). De toevoegingen in het nieuw voorstel van de N.V. Fluxys ingediend bij de CREG op 27 april 2012 verduidelijken wat voorafgaat. 119. In artikel 8.1, derde alinea van het standaard aardgasvervoerscontract moet de verwijzing naar C.3 vervangen worden door C.1. De CREG stelt vast dat in het nieuwe voorstel van 27 april 2012 de N.V. Fluxys hiermee rekening heeft gehouden. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 49/105 120. In artikel 8.1, laatste alinea van het standaard aardgasvervoerscontract moeten de woorden “de refus par l’Utilisateur du Réseau” geschrapt worden want de aanpassing van de vergoeding van de onderbroken of gereduceerde diensten geldt ook in het geval de N.V. Fluxys en/of diens verbonden ondernemingen en/of een aangrenzende netbeheerder off spec weigert. 121. In haar brief van 27 april 2012 verduidelijkt de N.V. Fluxys dat zij met de voorgaande opmerking van de CREG niet akkoord kan gaan. De reden is dat met de andere beheerders (opslag, LNG en distributienetbeheerders) en aangrenzende netbeheerders de N.V. Fluxys op dit ogenblik nog geen interconnectie-overeenkomsten zijn afgesloten, zoals dit is voorzien in de gedragscode. In haar beslissing van 19 april 2012 heeft de CREG aan de N.V. Fluxys gevraagd om tegen uiterlijk 1 mei 2012 onderhandelingen op te starten met deze beheerders teneinde met hen interconnectie-overeenkomsten af te sluiten. Per afzonderlijke brief zal de N.V. Fluxys uitgenodigd worden door de CREG haar de stand van zaken mede te delen. 122. In artikel 8.2, tweede alinea van het standaard aardgasvervoerscontract wordt best tussen de woorden “GRT” en “résultant de la non-conformité aux Exigences spécifiques” de woorden “ou une de ses Sociétés Liées” ingevoegd. Bijkomend laat de CREG opmerken dat “Exigences spécifiques” voorkomt in de definitielijst en dus “spécifiques” best ook met een hoofdletter wordt geschreven. De CREG stelt vast dat in het nieuwe voorstel van 27 april 2012 de N.V. Fluxys hiermee rekening heeft gehouden. 123. In de derde alinea van artikel 8.2 van het standaard aardgasvervoerscontract dient het begrip ‘intégrité du Réseau de Transport’ vervangen te worden door ‘intégrité du système’, conform de gedragscode. De CREG stelt vast dat in het nieuwe voorstel van 27 april 2012 de N.V. Fluxys hiermee rekening heeft gehouden. 124. In artikel 8.3 dient de eerste zin van de eerste alinea beëindigd te worden na ‘présente annexe’. De woorden ‘étant entendu que’ dienen verwijderd te worden. De tweede zin vangt dan aan met ‘La responsabilité’. In dezelfde alinea dient voor het begrip ‘contrat spécifique conclu entre les GRT’ verwezen te worden naar de interconnectie-overeenkomst. De laatste zin van deze alinea, beginnend met ‘Afin de lever tout doute’ wordt best weggelaten te worden. Behoudens de weglating van de laatste zin, stelt de CREG vast dat in het nieuwe voorstel van 27 april 2012 de N.V. Fluxys hiermee rekening heeft gehouden. In haar brief van 27 april 2012 motiveert de N.V. Fluxys het niet weglaten van de laatste zin door te zeggen dat deze laatste zin enkel verduidelijk van wat voorafgaat. In feite komt het dus neer op een herhaling en om die redenen kan de CREG dit dan ook aanvaarden. NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 50/105 125. Rekening houdende met het feit dat de gedragscode sinds geruime tijd in werking is getreden, rekening houdende met het nieuwe vervoersmodel dringt de CREG erop aan dat de N.V. Fluxys gesprekken opstart met de andere en aangrenzende netbeheerders teneinde te streven naar het sluiten van interconnectie-overeenkomsten overeenkomstig artikel 166, van de gedragscode. Garanties 126. In artikel 9.2, (
  12. b)van het standaard aardgasvervoerscontract wordt gezegd dat de bevrachter over alle vergunningen beschikt om transportdiensten te leveren. Het begrip transportdiensten zijn diensten die de N.V. Fluxys levert en niet de bevrachter. Deze verwijzing moet dan ook verbeterd worden. De CREG stelt vast dat in het nieuwe voorstel van 27 april 2012 de N.V. Fluxys hiermee rekening heeft gehouden. Aansprakelijkheid (artikel 109, §1, 8°, van de gedragscode) 127. Inzake aansprakelijkheid wordt door de N.V. Fluxys voorgesteld wat volgt: - Behalve voor opzettelijke fout zal de schadevergoeding van de N.V. Fluxys of de bevrachter gelimiteerd zijn zowel in geval van contractuele als buitencontractuele als samenloop van contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid; - Enkel direct materiële schade wordt vergoed; - De schade wordt gelimiteerd tot: In geval van grove fout tot 5% per schadegeval en 10% op jaarbasis voor alle schadegevallen in dat jaar, begroot op de Maandelijkse facturen FIX/COM/VAR voor de diensten die de bevrachter heeft geboekt gedurende de laatste 12 maanden. Dit plafond kan nooit minder bedragen dan 50.000 euro en nooit meer dan 2.5 miljoen euro; Voor alle andere fouten geldt hetzelfde plafond maar kan dit nooit minder bedragen dan 50.000 euro en nooit meer dan 1.5 miljoen euro; Indien er meerdere bevrachters schade lijden ten gevolgen van één en hetzelfde schadegeval dan is het plafond voor elk type van fout beperkt tot 5 miljoen euro, bedrag dat pro rata zal verdeeld worden tussen de bevrachters rekening houdende met de geïmpacteerde dienst geboekt over de laatste 12 maanden. - Partijen vrijwaren elkaar voor elke vorderingen van derden die geen standaard aardgasvervoerscontract hebben afgesloten. De N.V. Fluxys kan niet aansprakelijk NIET VERTROUWELIJKE VERSIE 51/105 worden gesteld ten aanzien van de bevrachter voor vorderingen van een eindklant van de bevrachter of vorderingen van andere en aangrenzende netbeheerders wanneer de eindklant of de andere en aangrenzende netbeheerders reeds vergoed is door de N.V. Fluxys. Het omgekeerde in hoofde van de bevrachter geldt evenzeer. - Behalve in geval van opzettelijke fout of grove fout vrijwaren partijen elkaar in geval van overlijden en/of lichamelijke schade of ziektes van hun personeelsleden. - Partijen stellen alles in werking opdat hun verzekeringsmaatschappij dit aansprakelijkheidsregime dekt. 128. Directe materiële schade van een partij betreft schade dat een economisch waardeerbaar verlies inhoudt en dat rechtstreeks en onmiddellijk voortvloeit uit de fout van de andere partij. Directe immateriële schade daarentegen is schade die een partij lijdt dat niet direct in geld uit te drukken is (bijvoorbeeld smartengeld, schending van goede naam) en dat rechtstreeks en onmiddellijk voortvloeit uit de fout van de andere partij. Deze vorm van schade wordt vandaag noch in de MATRS, noch in de MTSA vergoed. Hetzelfde geldt voor indirecte materiële of immateriële schade. Indirecte schade komt in feite neer op schade geleden ten gevolge van directe schade. Bijvoorbeeld het derven van huurinkomsten wegens vernietiging van de huurwoning. In huidige MATRS en MTSA zijn partijen jegens elkaar slechts gehouden tot het vergoeden van directe materiële schade, met inbegrip van gasverlies. Alle andere vormen van schade zijn uitgesloten. 129. Ingevolge het nieuwe vervoersmodel is gasverlies een schade die de bevrachter niet meer kan oplopen om redenen dat van zodra een bevrachter aardgas binnenbrengt op een ingangspunt van het aardgasvervoersnet van de N.V. Fluxys de hoeveelheid aardgas geregistreerd staat op zijn balanceringsrekening (zie bijlage A van het toegangsreglement voor aardgasvervoer). In het kader van het netbeheer is de N.V. Fluxys verplicht dezelfde hoeveelheid aardgas aan het uitgangspunt te leveren. 130. De CREG kan zich akkoord verklaren met de plafonds van schadevergoedingen: zijnde voor een opzettelijke fout geen plafond, voor een grove fout tussen minimum 50.000 euro en 2.5 miljoen euro en voor alle andere fouten tussen minimum 50.000 euro en 1.5 miljoen euro. Wanneer meerdere partijen schade lijden dat rechtstreeks voortvloeit uit dezelfde fout van de andere partij is de maximale schadevergoeding beperkt tot 5 miljoen euro dat pro rata tussen de schadelijdende partijen wordt verdeeld. 131. In het kader van het nieuw vervoersmodel waarvan de CREG op van

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.