Commission de Régulation de l’Electricité et du Gaz rue de l’Industrie 26-38 1040 Bruxelles Tél. : 02/289.76.11 Fax : 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)121115-CDC-1202 over ‘de aanvraag tot goedkeuring van het Standaard LNG-contract, het Toegangsreglement voor LNG en het LNG-programma van de N.V. Fluxys LNG’ genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, 6°, van de wet van 12 april 1965, betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen 15 november 2012 INHOUDSTAFEL INHOUDSTAFEL...........................................................................................................2 INLEIDING ....................................................................................................................3 I. WETTELIJK KADER ..........................................................................................4 I.1. Derde Energiepakket ...................................................................................4 I.2. Belgisch intern recht .....................................................................................6 I.3. Goedkeuren van belangrijkste voorwaarden ................................................7 I.4. Recht van toegang tot de vervoersnetten ...................................................10 I.5. De goedkeuringscriteria van de belangrijkste voorwaarden voor de LNG-installaties................................................................................................12 II. ANTECEDENTEN ............................................................................................22 III. ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL ..............................................................26 III.1. Algemeen .................................................................................................26 III.2. Het voorstel van het Standaard LNG-contract ..........................................27 III.3. Voorstel van Toegangsreglement voor LNG ............................................47 III.4. Het LNG-programma ................................................................................56 IV. BESLUIT ..........................................................................................................59 2/60 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 15/14, § 2, 6°, van de wet van 12 april 1965, betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (hierna : de gaswet), de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot het vervoersnet van de N.V. Fluxys LNG in België. De aanvraag tot goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden voor de LNG-installatie werd door de N.V. Fluxys LNG ingediend per drager tegen ontvangstbewijs bij de CREG op 3 oktober 2012 onder de vorm van drie onderscheiden documenten, te weten : - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het standaard LNG-contract ; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het toegangsreglement voor LNG; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het LNG-programma. De onderstaande beslissing is ingedeeld in vier delen. Het eerste deel gaat over het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de onderhavige beslissing uiteengezet. In het derde deel wordt onderzocht of het voorstel de voorschriften van de Verordening (EG) 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van verordening (EG) 1775/2005, van artikel 15/11, van de gaswet en van de artikelen 201, 202 en 203 van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNGinstallatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas, naleeft. Het vierde deel, tenslotte, bevat het besluit. Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 15 november 2012. 3/60 I. WETTELIJK KADER I.1. Derde Energiepakket: 1. Onderhavige beslissing houdt rekening met de nieuwe Europese wetgeving, het zogenaamde “derde energiepakket”, dat voor gas bestaat uit1: - richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van richtlijn 2003/55/EG (hierna: de derde gasrichtlijn); - verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (hierna: ACER-verordening); - Verordening 715/2009/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang aardgastransmissienetten tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005 (hierna: gasverordening 715/2009). 2. Deze nieuwe Europese regels van het « derde energiepakket » beogen met name: - de onafhankelijkheid en de bevoegdheden van de nationale energieregulators op elkaar af te stemmen en te versterken om een efficiëntere regulering van de markten te bevorderen; - een Europees agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators op te richten, met als doel hen bij te staan bij het op Gemeenschapsniveau uitoefenen van de in de lidstaten vervulde reguleringstaken, en zo nodig hun optreden te coördineren; - de in het bijzonder regionale samenwerking tussen de transmissiesysteembeheerders te bevorderen door twee Europese netwerken op te richten voor transmissiesysteembeheerders; - de activiteiten verbonden aan de productie en de levering van energie verder te scheiden van de distributienetactiviteiten (unbundling) om voor homogene mededingingsvoorwaarden te zorgen terwijl het risico op belangenconflicten en 1 De twee andere teksten van het « derde energiepakket » zijn: - Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 2003/54/EG - Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/2003. 4/60 discriminerende praktijken bij de uitbating van de netten wordt vermeden, en investeringen in de infrastructuur van de netten worden gestimuleerd; - de transparantie van de markt te verbeteren inzake de net- en leveringsactiviteiten. Dit moet zorgen voor gelijkheid met betrekking tot toegang tot informatie, transparante prijzen, vertrouwen van de consumenten in de markt en het uitsluiten van marktmanipulatie; - de rechten van de consumenten te verstevigen door aan de lidstaten strenge verplichtingen op te leggen inzake de bescherming van kwetsbare consumenten; - de solidariteit tussen de lidstaten te bevorderen met betrekking tot bedreigingen voor de onderbreking van de voorziening. 3. Met ingang van 3 september 2009 is de derde gasrichtlijn en de gasverordening 715/2009 in werking getreden. De omzettingstermijn van de derde gasrichtlijn is verstreken op 3 maart 2011 en de gasverordening 715/2009 vindt vanaf 3 september 2009 rechtstreekse toepassing in de Belgische rechtsorde. 4. Voor onderhavige beslissing zijn in het bijzonder van belang: de artikelen 15 (beginselen inzake derdentoegangsdiensten bij LNG-installaties), 17 (beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures voor congestie bij LNG-installaties) en 19 (transparantievereisten voor LNG-installaties), 20 (bijhouden van gegevens door systeembeheerders) en 22 (verhandeling van capaciteitsrechten) van de gasverordening 715/2009. 5. Verder bepaalt artikel 41.6, van de derde gasrichtlijn dat de regulerende instanties bevoegd zijn om tenminste het tot stand komen van volgende voorwaarden vast te stellen of voldoende ruim voor hun inwerkingtreding goed te keuren: - de voorwaarden voor toegang tot LNG-installaties; - de verstrekking van balanceringsdiensten, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen. De balanceringsdiensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria, en - de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuren, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. 6. Artikel 41.10, derde gasrichtlijn bepaalt dat de regulerende instanties bevoegd zijn om zo nodig van de beheerders van transmissie-, opslag-, LNG- en distributiesystemen te 5/60 verlangen dat zij de voorwaarden wijzigen om ervoor te zorgen dat deze evenredig zijn en op niet-discriminerende wijze worden toegepast. I.2. Belgisch intern recht: 7. Artikel 15/5, van de gaswet voorziet dat de toegang tot elk netwerk geschiedt op basis van tarieven welke goedgekeurd zijn door de CREG en artikel 15/14, § 2, 6°, van de gaswet volgt dat de CREG bevoegd is om de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de vervoersnetten goed te keuren, met uitzondering van de tarieven bedoeld in de artikelen 15/5 tot 15/5decies en dat de CREG bevoegd is de toepassing ervan door de systeembeheerder en in hun respectieve netten te controleren. 8. De belangrijkste voorwaarden worden in artikel 1, 51°, van de gaswet gedefinieerd als volgt: “het standaardcontract voor de toegang tot het vervoersnet en de daarmee verbonden operationele regels”. Het vervoersnet bestaat uit een geheel van vervoersinstallaties dat geëxploiteerd wordt door één van de beheerders of door eenzelfde vervoersonderneming, met uitsluiting van de upstream-installaties en directe leidingen (artikel 1, 10°, gaswet). Onder vervoersinstallaties wordt verstaan: “alle leidingen, … en alle opslagmiddelen, LNG-installaties, gebouwen, machines en accessoire inrichtingen die bestemd zijn of gebruikt worden voor een van de in artikel 2, § 1, vermelde doeleinden” (artikel 1, 8°, gaswet). 9. Uit wat voorafgaat, mag worden besloten dat de CREG aldus over de bevoegdheid beschikt om de belangrijkste voorwaarden voor de LNG-installaties goed te keuren. 10. Verder zijn ook van belang artikel 15/1, §1, 6° en 7°, van de gaswet waarbij zowel de N.V. Fluxys Belgium en in casu de N.V. Fluxys LNG als de netgebruikers verplicht zijn elkaar alle informatie te verstrekken om een veilige efficiënte werking van de geïnterconnecteerde netten en efficiënte toegang tot het net te verzekeren. 11. Artikel 15/1, §1, 9°bis, van de gaswet verplicht de N.V. Fluxys LNG een secundaire markt te organiseren waarop netgebruikers capaciteit en flexibiliteit kunnen verhandelen en waarop de N.V. Fluxys LNG capaciteit en flexibiliteit kan kopen. De N.V. Fluxys LNG dient ook te beschikken over een elektronisch platform voor de organisatie van de toegang tot de LNG-installaties (artikel 15/1, §1, 12°, van de gaswet). 12. In uitvoering van artikel 15/5undecies, § 1, van de gaswet werd op voorstel van de 6/60 CREG door de Koning op 4 april 20032 een gedragscode vastgesteld met betrekking tot de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie. Het Koninklijk Besluit van 4 april 2003 werd recentelijk op voorstel van de CREG3 gewijzigd bij Koninklijk Besluit van 23 december 20104, betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas (hierna: de gedragscode). 13. Gelet op het derde energiepakket dat sinds 3 september 2009 in werking is getreden en ingevolge waarvan aan de nationale regulerende instanties een uitgebreider takenpakket werd toegekend, waaronder ook het vaststellen en/of goedkeuren van de voorwaarden voor de toegang tot de LNG-installaties, formuleert de CREG voorbehoud aangaande de formele rechtsgeldigheid van de gedragscode. Deze gedragscode, weliswaar tot stand gekomen op voorstel van de CREG, werd geformaliseerd bij Koninklijk Besluit op 23 december 2010, zijnde meer dan één jaar na de inwerkingtreding van het derde energiepakket. Daarnaast merkt de CREG ook op dat de wettelijke basis van de gedragscode in het gedrang zou kunnen komen door de strijdigheid ervan met de bepalingen van het derde energiepakket. De toepassing ervan door de CREG doet derhalve geen afbreuk aan de toekomstige beslissing van een daarvoor bevoegde rechterlijke instantie. I.3 Goedkeuren van belangrijkste voorwaarden 14. Artikel 77, §1, van de gedragscode bepaalt dat de beheerders voor hun respectieve activiteiten van aardgasvervoer, opslag en LNG een standaardcontract opstellen dat, evenals de eventuele wijzigingen ervan, onderworpen is aan de goedkeuring van de CREG met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de gaswet. Deze standaardcontracten worden ontworpen op een wijze dat ze de handel in aardgas niet belemmeren en de handel van de aardgasvervoersdiensten bevorderen. Artikel 77, §2, van de gedragscode vervolgt dat het standaard aardgasvervoers-, opslag- en LNG-contract in elk geval respectievelijk de elementen bedoeld in de artikelen 109, 169 en 201, van de gedragscode bevatten. In artikel 79, van de gedragscode wordt ook bepaald dat een afzonderlijk dienstenformulier door partijen wordt ondertekend per onderschrijving van een vervoersdienst. De 2 B.S.: 2 mei 2003 3 Voorstel ©090716-CDC-882 4 B.S.: 05.01.2011 7/60 vervoersdiensten die de gebruiker onderschrijft, kunnen de einddatum van het met de beheerder afgesloten standaard aardgasvervoers-, opslag- en LNG-contract niet overschrijden. 15. De standaardcontracten vormen het “toegangsticket” tot het vervoersnet, de vervoersdiensten en alle informatieplatformen aangeboden door de beheerder van de LNGinstallatie. 16. In artikel 29, § 1, van de gedragscode wordt bepaald dat de beheerders voor hun respectieve activiteiten van aardgasvervoer-, opslag en LNG een toegangsreglement opstellen dat, evenals de eventuele wijzigingen ervan, onderworpen is aan de goedkeuring door de CREG met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de gaswet. Artikel 29, § 3, van de gedragscode vervolgt dat het voorstel van toegangsreglement alsook de voorstellen tot wijziging ervan door de respectieve beheerders worden opgesteld na raadpleging door deze laatsten van de netgebruikers in het kader van de overlegstructuur bedoeld in artikel 108, van de gedragscode. Tot slot, wordt in artikel 29, § 4, van de gedragscode gesteld dat de beheerders de goedgekeurde toegangsreglementen en de goedgekeurde wijzigingen ervan bekend maken overeenkomstig artikel 107, van de gedragscode en delen deze volledigheidshalve mee aan de partijen met wie zij een vervoerscontract hebben afgesloten. De goedgekeurde toegangsreglementen en de goedgekeurde wijzigingen hebben slechts uitwerking op de datum van inwerkingtreding ervan bepaald door de CREG met toepassing van artikel 107, van de gedragscode. 17. Het toegangsreglement voor LNG bevat een uitvoerige beschrijving van het LNG- model, alle operationele regels en procedures betreffende de toegang tot en de onderschrijving van LNG-diensten, regels en procedures betreffende aankomst, lossen, ligtijd, vertrek van de LNG-tankers en het goedkeuren van de LNG-tankers, de toewijzingsregels, de procedure voor nominatie en hernominatie, de bepalingen van toepassing bij reducties en onderbrekingen, de procedures betreffende congestiebeleid, de bepalingen van toepassing bij onderhoud, de regels betreffende druk en kwaliteit, de procedures voor wat betreft het meten van hoeveelheden en eigenschappen van het LNG en alle regels met betrekking tot de werking van de secundaire markt. 18. Tot slot moet de LNG-beheerder overeenkomstig de artikelen 81 en 82, van de gedragscode zijn dienstenprogramma opstellen voor de regulatoire periode en wordt dit eveneens ter goedkeuring voorgelegd aan de CREG. 8/60 19. Het LNG-programma bevat een gebruiksvriendelijke beschrijving van het gehanteerde LNG-model en is in de eerste plaats de cataloog van de door de LNGbeheerder aangeboden LNG-diensten. Verder omschrijft het de wijze waarop de LNGdiensten kunnen worden gereserveerd op de primaire markt, met inbegrip van de procedure voor het elektronisch onderschrijven van LNG-diensten en geeft het informatie over de werking van de secundaire markt en de principes voor de berekening van het aardgas op voorraad en het aardgas in eigen gebruik van de LNG-beheerder. 20. Zowel het standaard LNG-contract, als het toegangsreglement voor LNG en het LNG- programma dienen door de LNG-beheerder ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de CREG. Deze sleuteldocumenten komen tot stand na raadpleging van de betrokken marktpartijen. Daartoe richt de LNG-beheerder een overlegstructuur op (artikel 108 van de gedragscode) met als doel de netgebruikers op regelmatige en gestructureerde wijze te raadplegen. 21. In de gedragscode wordt nergens bepaald hoe de CREG de belangrijkste voorwaarden moet goed- , dan wel afkeuren. De goedkeuring houdt een verklaring in van een administratieve overheid hebbende voor effect dat de akte onderworpen aan deze goedkeuring haar effecten kan wegdragen vermits wordt vastgesteld dat deze akte geen enkele rechtsregel schendt en niet indruist tegen het algemeen belang. 22. Wanneer door een wetgevende bepaling aan een administratieve overheid de bevoegdheid wordt toevertrouwd een akte goed te keuren, dan beschikt deze overheid niet enkel over de mogelijkheid om dit te doen, maar is zij daartoe verplicht, zoniet maakt deze administratieve overheid zich schuldig aan rechtsweigering. Hieruit volgt dat de akte onderworpen aan een goedkeuring van een administratieve overheid, tot stand is gekomen onder de opschortende voorwaarde van deze goedkeuring. Dit betekent concreet dat zolang deze akte geen goedkeuring geniet van de administratieve overheid deze akte ook geen rechtsgevolgen kent en niet ten uitvoer kan worden gebracht, laat staan tegenstelbaar is ten aanzien van derden. Hieruit mag evenwel niet besloten worden dat van zodra de akte door de administratieve overheid goedgekeurd wordt de goedkeuringsbeslissing integraal deel uit zou maken van de goedgekeurde akte. Beide akten blijven onderscheiden en fusioneren niet met elkaar of anders gezegd versmelten niet. 23. Een goedkeuringsbeslissing heeft ook een terugwerkende werking. Dit wil zeggen dat de goedkeuring van de akte geldt vanaf de datum waarop de akte werd uitgegeven en dus niet vanaf de datum van de goedkeuringsbeslissing. 9/60 I.4. Recht van toegang tot de LNG-installaties 24. De CREG is de mening toegedaan dat het recht van toegang tot de vervoersnetten, waaronder de LNG-installaties, bedoeld in de artikelen 15/5, 15/6 en 15/7, van de gaswet van openbare orde is. 25. Het recht van toegang tot de vervoersnetten is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de aardgasmarkt5. Opdat er concurrentie op de aardgasmarkt kan komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van aardgas zouden kunnen kiezen, is het essentieel dat de eindafnemers en hun leveranciers gegarandeerd toegang tot de vervoersnetten hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een niet-discriminatoire wijze. Het is immers via de vervoersnetten dat nagenoeg elke ingevoerde en verbruikte of opnieuw uitgevoerde aardgasmolecule passeert. Een leverancier kan maar het door hem verkochte aardgas effectief aan zijn klant leveren indien hij en zijn klant elk toegang hebben tot de vervoersnetten. 26. Dat het recht van toegang tot de vervoersnetten een noodzakelijke basispijler van de liberalisering van de aardgasmarkt is, blijkt ook uit de analyse van de juridische situatie vóór de inwerkingtreding van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten (B.S., 11 mei 1999). Op het vlak van het vervoer van aardgas bestond er immers geen wetgeving die enig monopolie toekende aan de historische aardgasvervoersonderneming die ook actief was in de markt voor de levering van aardgas. Nochtans had alleen deze onderneming de facto als enige leverancier toegang tot de vervoersnetten. Dat derden geen toegang tot de vervoersnetten hadden, volgde gewoon uit het feit dat deze aardgasvervoersonderneming de eigenaar was van nagenoeg alle vervoersinfrastructuur van aardgas in België. Het was precies omwille van dit eigendomsrecht van deze aardgasvervoersonderneming dat derden, met uitzondering van de eindafnemers die bevoorraad werden door deze aardgasvervoersonderneming, geen toegang tot de vervoersnetten hadden. Om de concurrentie in de gasmarkt te introduceren, heeft de gaswet ervoor geopteerd om elke in aanmerking komende afnemer alsook de leveranciers van aardgas, voor zover deze laatste leveren aan in aanmerking komende afnemers, een recht van toegang te verlenen tot de vervoersnetten. Het is dan ook duidelijk dat een miskenning van dit essentiële recht van toegang tot de vervoersnetten de liberalisering van de gasmarkt op de helling zet. 5 Zie ook considerans 7 van de tweede gasrichtlijn waarin ook uitdrukkelijk gesteld wordt dat het voor een goed werkende concurrentie is vereist dat de toegang tot het netwerk niet-discriminerend en transparant is en tegen redelijke prijzen kan geschieden en considerans 4 van de derde gasrichtlijn waarin gesteld wordt dat er nog steeds geen sprake is van een niet-discriminerende nettoegang. 10/60 27. Uit artikel 15/5, van de gaswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot de vervoersnetten onlosmakelijk gekoppeld is aan de gedragscode en de regulering van de nettarieven bedoeld in de artikelen 15/5bis tot duodecies, van de gaswet. De gedragscode en de regulering van de nettarieven beogen het recht van toegang tot de vervoersnetten in de feiten te realiseren. 28. Overeenkomstig artikel 15/5undecies, van de gaswet regelt de gedragscode de toegang tot de vervoersnetten. Met de gedragscode beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, niet-pertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar zijn wegens hun gebrek aan de nodige gespecialiseerde kennis inzake het beheer van de vervoersnetten, alsook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de beheerders anderzijds. De belangen van de netgebruikers en de beheerders zijn immers niet altijd gelijklopend. Aldus bestaat het risico dat de beheerders de toegang tot hun vervoersnet weigeren om technische redenen die niet pertinent zijn. Anders dan een gewone privéonderneming hoeft de beheerder immers niet te streven naar een zo groot mogelijk aantal klanten om zijn kosten te dekken en een zo hoog mogelijke winst te maken. De regulering van de tarieven voor de toegang tot en het gebruik van de vervoersnetten en de ondersteunende diensten krachtens artikelen 15/5bis en ter, van de gaswet impliceert immers dat het totaal inkomen (en dus ook de tarieven) precies in elk geval het geheel van al zijn reële kosten en een billijke winstmarge dekken, ongeacht de gebruiksintensiteit van de vervoersnetten. Door deze garantie dat al haar kosten, samen met een billijke winstmarge, gedekt zijn, ontstaat immers het gevaar dat de beheerder netgebruikers aan wie de dienstverlening ingewikkelder is of die meer technische of financiële risico’s stellen zal trachten te weigeren en haar weigering zal trachten te motiveren met complexe, maar nietpertinente argumenten. Doordat de gedragscode de verplichtingen van de beheerders en de netgebruikers verduidelijkt, is het derhalve de technische vertaling van het recht van toegang tot de vervoersnetten en derhalve eveneens van openbare orde. 29. De complexiteit van het beheer van het vervoersnet heeft ook een weerslag op de tarifering van de dienstverlening die de beheerders aanbieden. Het is voor een netgebruiker onmogelijk uit te maken of de prijzen die de beheerder autonoom zou bepalen, effectief correcte prijzen zijn. Hij kan dit niet uitmaken omdat hij zelf niet over de vereiste technische specialisatie noch over de nodige informatie beschikt. Bovendien kan hij de prijzen van de beheerder doorgaans niet met deze van andere netbeheerders vergelijken omdat de beheerder van het vervoersnet van een natuurlijk en wettelijk monopolie geniet en de diverse nationale vervoersnetten onderling sterk kunnen verschillen. Zonder regulering van de 11/60 nettarieven wordt immers het recht van toegang tot het vervoersnet niet daadwerkelijk verzekerd. Het hoeft geen betoog dat discriminatoire of te hoge nettarieven het recht van toegang tot de vervoersnetten de facto uithollen/bemoeilijken. De regulering van de nettarieven is dan ook van openbare orde. 30. Het recht van toegang wordt vertaald via de belangrijkste voorwaarden die bestaan uit enerzijds standaardcontracten voor de toegang tot het vervoersnet en anderzijds de daarmee verbonden operationele regels waarvan de gedetailleerde beschrijving ervan is opgenomen in een toegangsreglement. Deze voorwaarden, die essentieel zijn voor een efficiënte en transparante marktwerking, regelen het recht van toegang tot het vervoersnet en zijn, omwille van het feit dat het recht van toegang van openbare orde is, van openbare orde. De goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden door de CREG wijzigt de aard van de belangrijkste voorwaarden niet. In tegendeel, het belang van de belangrijkste voorwaarden wordt immers bevestigd door het feit dat een netgebruiker slechts toegang kan verkrijgen tot het vervoersnet van de beheerder indien hij zich heeft laten registreren als netgebruiker, hetgeen de ondertekening van een standaardcontract impliceert. Het standaardcontract mag dan wel van contractuele aard zijn, niettemin dient dit contract om ervoor te zorgen dat alle netgebruikers gelijk behandeld worden en aan dezelfde voorwaarden toegang hebben tot de vervoersnetten en gebruik kunnen maken van de vervoersdiensten. Het toegangsreglement bevat in detail de operationele regels voor toegang, de toewijzing van de diensten, congestiebeheer, secundaire markt en incidentenbeheer, welke op voorstel van de beheerder en na overleg met de netgebruikers door de CREG goedgekeurd worden. Ook deze goedkeuring doet geen afbreuk aan het reglementaire karakter van het toegangsreglement. Het dienstenprogramma, dat in grote mate het indicatief aardgasvervoersprogramma van de gedragscode 2003 vervangt is een soort van catalogus van vervoersdiensten die de beheerder aanbiedt met een overzicht wat deze diensten precies behelzen. Dit sluit nauw aan bij de transparantie-eisen van artikel 19, van de gasverordening 715/2009. I.5. De goedkeuringscriteria van de belangrijkste voorwaarden voor de LNG-installaties 31. Overeenkomstig artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet moet de CREG de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de LNG-installatie goedkeuren. Zoals hoger gemeld bestaan de belangrijkste voorwaarden uit een standaard LNG-contract, een 12/60 toegangsreglement voor LNG en een LNG-programma. 32. Overeenkomstig artikel 201, §1, gedragscode wordt in het standaard LNG-contract inhoudelijk op een gedetailleerde wijze opgenomen: 1° de definities van de in het standaard LNG-contract gebruikte terminologie; 2° het voorwerp van het standaard LNG-contract; 3°de voorwaarden waaraan de LNG-diensten door de beheerder van de LNG-installatie geleverd worden; 4° de rechten en plichten verbonden aan de geleverde LNG-diensten; 5° de facturatie en betalingmodaliteiten; 6° in voorkomend geval, de financiële garanties en andere waarborgen; 7° de bepalingen inzake de aansprakelijkheid van de beheerder van de LNG-installatie en van de terminalgebruikers; 8° de bepalingen inzake meten en het testen; 9° de rechten en plichten van de partijen inzake aardgaskwaliteit en ingeval van afwijking van de kwaliteitsspecificaties van het LNG en van het aardgas; 10° de bepalingen voor compensatie van niet-geleverde LNG-diensten; 11° de bepalingen inzake gemengde opslag, bewaring, eigendomsrechten van het LNG; 12° de rechten en verplichtingen inzake het operationele beheer en het onderhoud van de LNG-installatie; 13° de impact van noodsituaties en situaties van overmacht op de rechten en plichten van de partijen; 14° de impact van de regels inzake congestiebeheer op de rechten en plichten van de partijen; 15° de bepalingen in verband met de verhandelbaarheid en overdracht van LNG-diensten; 16° de duur van het standaard LNG-contract; 17° de bepalingen inzake opschorting en opzeg/beëindiging van het LNG-contract of toegewezen LNG-diensten, onverminderd artikel 80, 4°; 18° aanvaarde vormen inzake kennisgeving tussen partijen; 19° de bepalingen van toepassing wanneer de terminalgebruiker foutieve of onvolledige informatie geeft aan de beheerder van de LNG-installatie; 20° de geschillenregeling; 21° het toepasselijke recht. 33. Artikel 201, van de gedragscode bepaalt verder: § 2. De beheerder van de LNG-installatie kan aparte standaard LNG-contracten opstellen : 13/60 … 3° voor LNG-diensten die de beheerder van de LNG-installatie aanbiedt naast het lossen van LNG-tankers zoals het laden van LNG-trucks en LNG-tankers, cool down van LNG-tankers en kwaliteitsconversie. 34. Het toegangsreglement voor LNG bevat, onverminderd artikel 29, van de gedragscode overeenkomstig artikel 202, van de gedragscode: 1° het type-dienstenformulier; 2° de operationele regels en procedures voor het gebruik van de toegewezen LNG-diensten; 3° de regels en procedures van kracht aan de lossingsplaats van de LNG-installatie; 4° de regels en procedures voor aankomst, lossen, ligtijd en vertrek van LNG-tankers aan de LNG-installatie; 5° de regels ingeval van late aankomst van LNG-tankers, de impact hiervan op het lossen van de LNG-tankers en op het operationeel herschikken van capaciteitsallocaties; 6° de procedure voor het plannen en goedkeuren van LNG-tankers; 7° de regels voor aardgas op voorraad, aardgas voor eigen gebruik, maandelijkse energiebalans, uitzenden van aardgas in voorraad en bundeling (pooling) van uitzendcapaciteit tussen de terminalgebruikers; 8° de regels voor het lenen van LNG of aardgas tussen terminalgebruikers; 9° de regels inzake de LNG kwaliteitsspecificaties aan het leveringspunt van de LNGinstallatie en de aardgasspecificaties aan het interconnectiepunt van de LNG-installatie; 10° de regels bij levering van LNG en uitzending van aardgas dat niet beantwoordt aan de specificaties inzake kwaliteit; 11° de operationele procedures voor het testen en de metingen van het LNG (gemeten parameters en precisiegraad) aan het leveringspunt en de operationele procedures voor het testen en de metingen van aardgas (gemeten parameters en precisiegraad) aan het interconnectiepunt; 12° de operationele regels bij onderhoud; 13° de procedure bij reducties en onderbrekingen; 14° de operationele regels inzake nominaties en hernominaties; 15° de regels inzake overschrijding van toegewezen capaciteiten; 16° de regels voor de vrijgave van niet-gebruikte LNG-diensten; 17° de regels en procedures voor het gebruik van de diensten bedoeld in artikel 201, § 2, 3°. 35. Tot slot, stelt artikel 203, van de gedragscode dat in het LNG-programma opgenomen moet worden: 14/60 1° een uitvoerige beschrijving van het gehanteerde LNG-model; 2° de verschillende gereguleerde LNG-diensten die aangeboden worden; 3° voor wat betreft de onderbreekbare LNG-diensten, de kans op onderbreking en, in uitvoering van artikel 4, 3°, de voorwaarden die vervuld moeten zijn om tot onderbreking van voorwaardelijke LNG-diensten over te gaan en de daarbij gehanteerde criteria; 4° de verschillende duurtijden waaronder de LNG-diensten kunnen worden onderschreven; 5° een gebruiksvriendelijke beschrijving van :
- i)de toewijzingsregels voor de verschillende LNG-diensten op basis van de capaciteitstoewijzingsregels bedoeld in het toegangsreglement voor LNG;
- ii)de regels, voorwaarden en procedures voor het onderschrijven van LNG-diensten op de primaire markt, met inbegrip van de procedure voor het elektronisch onderschrijven van LNG-diensten, bedoeld in het toegangsreglement voor LNG; iii) de regels inzake de organisatie en werking van de secundaire markt bedoeld in het toegangsreglement voor LNG;
- iv)de principes voor de berekening van het aardgas op voorraad (in energie en volume) en het aardgas eigen gebruik van de beheerder van de LNG-installatie bedoeld in het toegangsreglement voor LNG. 36. Wanneer de belangrijkste voorwaarden onvolledig en/of strijdig zijn met de wet omdat zij slechts ten dele of niet de toegang tot de LNG-installatie uitwerken en bijgevolg de doelstellingen van het derde energiepakket niet verwezenlijken, kan de CREG haar goedkeuring niet verlenen. 37. Nochtans is de bevoegdheid van de CREG hiertoe niet beperkt. Als administratieve overheid heeft de CREG ook tot taak het algemeen belang te behartigen. Het algemeen belang is een essentieel toetsingscriterium voor de CREG om te bepalen of de voorgestelde belangrijkste voorwaarden LNG al dan niet haar goedkeuring kunnen wegdragen. 38. Het algemeen belang is een ruim begrip. Voor de toepassing hiervan interpreteert de CREG dit begrip als verwijzend naar ten minste alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving en het mededingingsrecht. Daarnaast moeten ook deze regels die louter contractueel van aard zijn in overeenstemming zijn met het algemeen belang door een juist evenwicht te vinden tussen de LNG-beheerder en de LNG-gebruiker in hun contractuele relatie. Deze contractuele relatie is immers geen resultaat van een onderhandeling, maar betreft voor de LNG-gebruiker een toetredingscontract. 15/60 De sectorspecifieke wetgeving 39. De sectorspecifieke wetgeving die de CREG begrijpt onder het begrip “algemeen belang” omvat alle regels van openbare orde. Het betreft bijgevolg het recht van toegang tot de vervoersnetten en de regulering van de tarieven (zie hierboven). 40. Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot de LNG-installatie en de gedragscode, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake aardgas betreffen (artikel 15/14, §2, van de gaswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, (enkel) het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 20/2, van de gaswet). Dankzij artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 20/2, van de gaswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de contracten weren en de beheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen. 41. Verder, stelt artikel 15, van de gasverordening 715/2009 dat de LNG- systeembeheerders: - waarborgen dat zij op niet-discriminerende basis diensten aanbieden aan alle netgebruikers die aan de marktbehoeften voldoen en onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden; - diensten aanbieden die aansluiten bij het gebruik van het stelsel van onderling verbonden gastransportsystemen en de toegang vergemakkelijken door samenwerking met de transmissiesysteembeheerders; - relevante informatie publiceren over gebruik en beschikbaarheid van de diensten. Zo nodig kunnen derdetoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van de LNG-gebruikers wat hun kredietwaardigheid betreft. Zulke garanties mogen geen oneerlijke belemmering vormen en moeten niet-discriminerend, transparant en evenredig zijn. Deze toegangsregels vinden rechtstreeks toepassing op het Belgisch intern recht en reguleren de toegang tot de LNG-installaties, waardoor deze regels ook van openbare orde zijn. 16/60 Hetzelfde geldt voor de beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures voor congestiebeheer bij LNG-installaties voorzien in artikel 17, de transparantievereisten voorzien in artikel 19 en de verhandeling van capaciteitsrechten bedoeld in artikel 22, van de gasverordening 715/2009. Het mededingingsrecht 42. In het kader van de liberalisering van de gasmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging en het waken over het goed functioneren van de markt in (dit in het uiteindelijke belang van de particuliere consument en van de diverse concurrenten op de markt). Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een economische machtspositie bekleedt, geen inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen van onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang strekt verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot de vervoersnetten. De vrije toegang tot de vervoersnetten is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de gasmarkt. Er dient dan ook over gewaakt te worden dat geen enkele van de algemene voorwaarden die de systeembeheerder voorstelt, de normale werking van de mededinging zou verhinderen of beperken. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van aardgas aan klanten, maar alle markten van de gassector betreft (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de trading van aardgas). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de systeembeheerder onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele algemene voorwaarden zou toepassen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken. 43. De CREG heeft zich bij het onderzoek van het voorstel van de belangrijkste voorwaarden voor de LNG-installatie dan ook geïnspireerd op het mededingingsrecht, in het bijzonder op artikel 3, tweede lid, 1°, van de wet tot bescherming van de economische mededinging, gecoördineerd op 15 september 2006, en artikel 82, tweede lid,
- a)van het verdrag tot oprichting van de Europese Unie, welke bepaalt dat het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden of prijzen door ondernemingen met een machtspositie een 17/60 verboden misbruik van machtspositie kan uitmaken. Onbillijke contractsvoorwaarden zijn voorwaarden die de betrokken contractspartijen onder normale mededingingsvoorwaarden niet zouden aanvaarden. De wettelijke monopoliepositie die de N.V. Fluxys LNG heeft ingevolge de opdrachten die haar door de federale overheid toevertrouwd worden in het algemeen belang, samen met de bijzondere verantwoordelijkheid die overeenkomstig het mededingingsrecht rust op elke onderneming met een dominante of monopoliepositie, begrenzen de vrijheid van handel en nijverheid van de N.V. Fluxys LNG. Dit is nog des te meer het geval wanneer men hierbij ook artikel 15/7, van de gaswet (weigeren van recht van toegang) en van artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet (goedkeuren belangrijkste voorwaarden en de toepassing ervan controleren) in rekening brengt. 44. De NV Fluxys LNG heeft een wettelijk monopolie wat het beheer van de LNG- installatie in België betreft. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is van oordeel dat een onderneming die een wettelijk monopolie heeft, kan worden beschouwd als zijnde een onderneming met een dominante positie6. De potentiële bevrachters van de N.V. Fluxys LNG hebben geen ander alternatief dan zich tot de N.V. Fluxys LNG te richten voor het laden, lossen van LNG-tankers en het uitzenden van hun aardgas in België. De N.V. Fluxys LNG is bijgevolg een verplichte en onvermijdelijke medecontractant. 45. Het opnemen van clausules in het voorstel van de belangrijkste voorwaarden voor de LNG-installatie door de N.V. Fluxys LNG kan worden beschouwd als zijnde onbillijk wanneer zou worden aangetoond dat de medecontractanten van de NV Fluxys LNG een dergelijke clausule niet zouden aanvaarden of niet bereid zouden zijn te aanvaarden wanneer normale concurrerende voorwaarden zouden gelden. In dit geval kunnen deze clausules worden beschouwd als zijnde misbruik van een dominante positie in hoofde van de N.V. Fluxys LNG en moeten deze ongeldig worden verklaard, en dit ten minste voor wat het deel betreft waarin de regels inzake de mededinging worden overtreden. Algemene verbintenisrechtelijke regels 6 HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I01979. 18/60 46. Het openbare orde karakter van de hierna besproken algemene verbintenissenrechtelijke regels, zoals de gekwalificeerde benadeling, de bindende partijbeslissing, de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van het contract en het voorkomen van interpretatieproblemen of het streven naar duidelijke en transparante contractsbepalingen, is algemeen aanvaard. De gekwalificeerde benadeling 47. De cumulatieve voorwaarden van de gekwalificeerde benadeling zijn: - er bestaat een groot (kennelijk) onevenwicht tussen de wederzijdse prestaties; - de ene partij maakt misbruik van de concrete omstandigheden waarin de medecontractant zich ten aanzien van haar bevond, om zich bij de contractssluiting een disproportioneel voordeel toe te eigenen. Dit kan ondermeer het geval zijn wanneer er sprake is van economische superioriteit van de misbruikplegende partij, bijvoorbeeld als gevolg van een monopoliepositie; - het contract dan wel een of meerdere clausules zouden ofwel niet, ofwel tegen voor de zwakkere partij minder ongunstige voorwaarden zijn gesloten, indien er niet van misbruik sprake zou zijn geweest. Aangezien de LNG-beheerder van een wettelijk toegekende monopoliepositie geniet, dringt een toetsing aan het principe van de gekwalificeerde benadeling zich bijgevolg op. De taak van de CREG bestaat er hier in om preventief te werken, m.a.w. misbruiken te voorkomen. Zij beoogt hier niet het bewijs te leveren van een misbruik in een concreet geval: aangezien het hier om een voorstel van belangrijkste voorwaarden voor de LNG-installatie gaat dat de N.V. Fluxys LNG aan de bevrachters wenst aan te bieden, is het immers ook niet mogelijk dat er reeds een concreet misbruik heeft plaatsgevonden daar het standaard LNGcontract nog niet afgesloten werd. Door een voorafgaande toetsing aan de desbetreffende verbintenisrechtelijke regel wordt vermeden dat achteraf inbreuken op deze verbintenisrechtelijke regel van openbare orde door de rechter zouden kunnen worden vastgesteld. De bindende partijbeslissing 48. Overeenkomstig artikel 1129 van het Burgerlijk Wetboek is één van de voorwaarden voor de geldigheid van een overeenkomst dat ze een bepaald of minstens bepaalbaar 19/60 voorwerp heeft. Door aan overeenkomsten of beter aan de contractuele verbintenissen de vereiste van een bepaalbaar voorwerp te stellen, heeft de wetgever geoordeeld aan overeenkomsten alleen binnen welbepaalde grenzen rechtsgevolgen te willen verlenen. De wilsovereenstemming volstaat niet omdat er ook nog een zekere maatschappelijke controle op de inhoud van de overeenkomst moet worden uitgeoefend. Het principe van de bindende partijbeslissing vereist ten minste dat de overeenkomst op zijn minst de nodige objectieve gegevens moet bevatten om het voorwerp te kunnen bepalen, zonder dat nog een nieuwe wilsuiting van één van hen vereist is. De inhoud van de rechten en verplichtingen uit een overeenkomst mag niet aan een geheel arbitraire beslissing van een van de contractspartijen worden overgelaten. Bepaald/bepaalbaar voorwerp 49. De wetgever heeft in artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek duidelijk gemaakt dat elke verbintenis bij haar totstandkoming een voorwerp moet hebben dat bovendien bepaald moet zijn. Het voorwerp van de verbintenis is het concrete doel, het concrete resultaat waartoe de aangegane verbintenis –bij volmaakte uitvoering- moet leiden. Het voorwerp zal de inzet worden van alle latere aansprakelijkheid- en uitvoeringsincidenten. Daarom is de rechtspraak terughoudend m.b.t. bedingen, waardoor het (bestaand) voorwerp naderhand in zekere zin kan worden geneutraliseerd. Dergelijke bedingen woorden soms nietig verklaard om aldus het voorwerp van de verbintenis te kunnen vrijwaren.7 De geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak 50. Onder de miskenning van de algemeen verbintenissenrechtelijke regel van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van een overeenkomst verstaat de CREG ook de miskenning van een rechtsregel van openbare orde. Bijgevolg telkens de CREG van oordeel is dat het algemeen belang geschonden werd door een van de contractsvoorwaarden (die uiteraard het voorwerp of de oorzaak van dit contract betreffen), wordt het principe van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van contracten geschonden. Het voorkomen van interpretatieproblemen 51. Onduidelijke contractsclausules leiden tot interpretatieproblemen en dienen daarom te worden geweerd. In de mate dat zij niet behept zijn met een schending van de algemene 7 CORNELIS, L., Algemene theorie van de verbintenis, Intersentia, Antwerpen-Groningen, 2000, p. 121 ev. 20/60 verbintenissenrechtelijke regel van de bindende partijbeslissing, zou kunnen beweerd worden dat zulke clausules geen rechtsregel van openbare orde schenden. Nochtans dient verwezen te worden naar de vereiste van een zo groot mogelijke transparantie welke noodzakelijk is om de vrije toegang tot het aardgasvervoersnet te garanderen en welke valt onder het toetsingscriterium betreffende het niet belemmeren van de toegang tot het aardgasvervoersnet en daarom alleen al van openbare orde is. In de mate dat onduidelijke contractsclausules toch niet strijdig zouden zijn met enige rechtsregels van openbare orde – iets wat volgens de CREG niet mogelijk is gezien het toetsingscriterium betreffende het niet belemmeren van de toegang tot de LNG-installatie dan verhinderen zij in ieder geval dat de CREG haar taak naar behoren kan uitoefenen en is de LNG-beheerder in dat geval ten minste verplicht de nodige bijkomende toelichtingen te geven. 21/60 V. ANTECEDENTEN 52. De LNG Terminal van Zeebrugge werd in 1987 in dienst genomen. De terminal bestaat uit ontvangstinstallaties, vier LNG opslagtanks (drie met een nuttige capaciteit van elk 80.000 m³ LNG en een met een nuttige capaciteit van 140.000 m³ LNG), verdampings-en uitzendinstallaties om het hervergaste LNG in het hoge-druk gasnet en bijbehorende installaties te injecteren (met een vaste uitzendcapaciteit van 1.700.000 m³ per uur). De LNG Terminal kan bijna alle soorten LNG schepen ontvangen van 7.500 m³ LNG tot de Q-max schepen met een capaciteit van 266.000 m³ LNG. 53. Naar aanleiding van een marktbevraging uit 2003 werd de volledige primaire capaciteit toegewezen op basis van lange termijn ship-or-pay contracten die in 2004 werden afgesloten. 54. De LNG infrastructuur in Zeebrugge heeft een hervergassingscapaciteit van 9 miljard m³ aardgas per jaar die de N.V. Fluxys LNG ter beschikking stelt van de terminalgebruikers en die berekend wordt op basis van de technische capaciteit van de terminal installaties en wijzigingen daarvan, rekening houdend met in het bijzonder de eerste capaciteitsuitbreiding die op 1 april 2008 in gebruik werd genomen alsook het project van de tweede capaciteitsuitbreiding. 55. Voor de indienststelling van de eerste capaciteitsuitbreiding, namelijk in december 2007, heeft de N.V. Fluxys LNG een marktconsultatie (open season) gelanceerd om het interesse van de markt voor additionele capaciteit in de LNG terminal te begroten. Meerdere bevrachters hebben op een niet-bindende manier hun belangstelling getoond voor verschillende diensten. Dit heeft niet geleid tot enige reservering van LNG-diensten door de bevrachters. 56. Op 5 januari 2011 werd het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas, in het belgisch Staatsblad gepubliceerd. Dit geeft de structuur van de regulatoire documenten, namelijk : 1. Een volledig toegangsreglement dat in detail de aangeboden producten/diensten beschrijft (artikel 201 van de gedragscode) 22/60 2. Een standaard contract (LTA) van onbepaalde duur dat als ‘toegangsticket’ dienst doet voor elke gebruiker van de LNG terminal te Zeebrugge, die dankzij dit contract en aan de hand van het “confirmation form” producten/diensten zal kunnen reserveren (onafhankelijk van de duur ervan) (artikel 202 van de Gedragscode). 3. Een LNG programma dat op een toegankelijke en “Users friendly” manier de grote lijnen van de aangeboden diensten/producten beschrijft (artikel 203 van de Gedragscode 57. In februari 2011 heeft de N.V. Fluxys LNG een bindende marktconsultatie gelanceerd over een tweede capaciteitsuitbreiding. 58. Deze consultatie heeft niet geleid tot enig engagement van de bevrachters om LNG- diensten te reserveren gelet op het feit dat de regulatoire documenten nog niet klaar waren en niet bijgevoegd aan het information memorandum met betrekking tot deze marktconsultatie. 59. Op 26 april 2011 heeft de CREG aan de N.V. Fluxys LNG gemeld dat de beschrijving van de aangeboden en toegewezen LNG diensten wordt opgenomen in het toegangsreglement voor LNG, overeenkomstig de artikelen 29 en 202 van de Gedragscode. 60. Op 15 juli 2011 heeft de N.V. Fluxys LNG een marktconsultatie gelanceerd over de regulatoire en contractuele documenten met betrekking tot de tweede uitbreiding van de LNG Terminal te Zeebrugge met als deadline 22 september 2011 om reacties van de markpartijen te ontvangen. 61. Dit voorstel voor de tweede capaciteitsuitbreiding van de LNG Terminal omvat de bouw van een tweede aanlegsteiger voor schepen van ongeveer 3.500 m³ LNG tot 217.000 m³ LNG. De investeringsbeslissing werd reeds op 26 januari 2011 genomen door de raad van bestuur van de N.V. Fluxys LNG en de indienststelling van die tweede steiger wordt verwacht voor begin 2015. 62. Eind september 2011 heeft de grote markt uitstel gevraagd tot eind oktober 2011 om hun commentaren aan de N.V. Fluxys LNG te overhandigen. De N.V. Fluxys LNG heeft positief gereageerd op deze vraag en heeft de deadline verlengd heeft tot 27 oktober 2011. Verschillende marktpartijen hebben op deze marktconsultatie gereageerd uiterlijk op 27 23/60 oktober 2011. Eind oktober 2011 heeft de N.V. Fluxys LNG de commentaren van de markt aan de CREG overgemaakt. 63. Uit analyse van de commentaren van bovenvermelde marktpartijen en de marktevolutie is gebleken dat er een vraag was voor bijkomende herleveringsdiensten in het bijzonder. 64. Op 29 februari 2012, rekening houdend met de ontvangen commentaren naar aanleiding van de bovenvermelde marktconsultatie wou de N.V. Fluxys LNG een volgende fase inleiden van de open season waarbij de geinteresseerde bevrachters, zowel bestaande als nieuwe, hun bindende interesse konden uitdrukken voor de beschreven laad-en loscapaciteiten alsook gerelateerde diensten. Daardoor wou de N.V. Fluxys LNG toetsen of het aangepast dienstenaanbod beantwoordde aan de marktvraag. 65. De CREG heeft op 29 maart 2012 aan de N.V. Fluxys LNG bevestigd dat de regulatoire documenten overeenkomstig de Artikelen 81 en 82 van het Koninklijk Besluit van 23 december 2010 met betrekking tot de gedragscode, ter goedkeuring aan de CREG moeten worden voorgelegd en dit ongeacht het feit of er al dan niet een Open Season georganiseerd wordt. 66. Bovendien, merkt de CREG op dat de bindende fase van de Open Season die de N.V. Fluxys LNG wou organiseren verschilt in die zin van de Open Season die in 2011 gelanceerd werd, dat de nieuwe producten/diensten uitsluitend zullen worden aangeboden aan een sterk geëvolueerde markt. 67. Rekening houdend met de feedback van de markt heeft de N.V. Fluxys LNG op 16 april 2012 aan de CREG laten weten dat ze de bindende fase van de bovenvermelde open season niet wensen te lanceren en prioriteit te geven aan de herleveringsdiensten. 68. De N.V. Fluxys LNG heeft de regulatoire documenten aangepast en zoals door de CREG gevraagd een nieuwe marktconsultatie gelanceerd over het standaard contract voor LNG Herleveringsdiensten (het LTA), het toegangsreglement voor LNG en het LNGprogramma op 15 juni 2012 met als deadline 29 juni 2012 om reacties van de markpartijen te ontvangen. Wat betreft het lossen van LNG tankers, het laden van LNG vrachtwagens en additionele opslag, zullen de regulatoire documenten in de loop van 2013 aangepast moeten worden om dergelijke diensten te omvatten. 24/60 69. Eind juni 2012 heeft de grote meerderheid van de betrokken marktpartijen uitstel gevraagd tot eind juli 2012 om hun commentaren aan de N.V. Fluxys LNG te overhandigen. De N.V. Fluxys LNG heeft positief gereageerd op deze vraag en op 4 juli 2012 de marktpartijen geïnformeerd dat de deadline verlengd was tot 27 juli 2012. Op 27 juli 2012 heeft de N.V. Fluxys LNG belangrijke en nuttige suggesties, voorstellen, opmerkingen, bedenkingen en informatie ontvangen van de deelnemende marktpartijen. De N.V. Fluxys LNG heeft bovenvermelde reacties aan de CREG overgemaakt. 70. In dit proces heeft de CREG herhaaldelijk de aandacht van de N.V. Fluxys LNG getrokken op de vereiste dat de regulatoire documenten in conformiteit moeten zijn met de gedragscode. 71. De vragen van de martkpartijen hielden verband met langs de ene kant aan de stabiliteit van de bestaande LNG diensten en langs de andere kant aan de ontwikkeling van nieuwe LNG-diensten (namelijk schip laden en vrachtwagens laden). 72. De N.V. Fluxys LNG, als commerciële bedrijf, heeft de vragen van de marktpartijen willen beantwoorden en heeft de gevraagde nieuwe LNG diensten ontwikkeld, rekening houdend met het behouden van de bestaande LNG diensten waarvoor lange termijn contracten nog lopend zijn. 73. Naar aanleiding van de raadpleging van de marktpartijen en in overleg met de CREG werden door de N.V. Fluxys LNG op 03 oktober 2012 bij de CREG per drager tegen ontvangstbewijs drie onderscheiden documenten ingediend, te weten : - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het standaard contract voor LNG Herleveringsdiensten ; 74. - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het toegangsreglement voor LNG; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het LNG Terminal programma. Op 13 november 2012 heeft de N.V. Fluxys LNG een brief per drager tegen ontvangstbewijs naar de CREG verstuurd met aanpassingen van het standaard contract voor LNG Herleveringsdiensten. 75. Artikel 108 van de gedragscode bepaalt dat de voorstellen van standaardcontracten, toegangsreglementen en dienstenprogramma’s tot stand komen na raadpleging door de beheerders van de betrokken gebruikers. In uitvoering van dit artikel werden door de N.V. Fluxys LNG twee consultatieprocessen gevolgd in 2011 en in 2012 (zie hierboven). 25/60 VI. ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL III.1. Algemeen 76. Hierna wordt nagegaan of de belangrijkste voorwaarden voor de LNG-installatie, onder de vorm van een standaard LNG-contract, toegangsreglement voor LNG en LNGprogramma die de N.V. Fluxys LNG haar medecontractanten oplegt redelijk, billijk, evenwichtig en proportioneel zijn en dus overeenstemmen met het algemeen belang. 77. Tenzij anders vermeld, is de hiernavolgende analyse opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende delen, bijlagen, hoofdstukken en titels van het voorstel standaard LNG-contract, toegangsreglement voor LNG en LNG-programma. Het ontbreken van opmerkingen over een bepaald punt van het voorstel standaard LNGcontract, toegangsreglement voor LNG en LNG-programma betekent dat de CREG er zich vandaag niet tegen verzet, maar houdt geenszins een voorafgaande goedkeuring van dit punt in indien het opnieuw op identieke wijze wordt ingediend op een later tijdstip voor dezelfde activiteit en dit met toepassing van de artikelen 29, 77en 82, van de gedragscode. 78. Indien het geval zich voordoet dat verschillende elementen van het voorstel standaard LNG-contract, toegangsreglement voor LNG en LNG-programma betrekking hebben op een overkoepelend onderwerp, dan behoudt de CREG zich het recht voor deze elementen gezamenlijk te bespreken, in plaats van punt per punt. 79. De CREG merkt op dat in de LTA overeenkomst geen uitdrukkelijk bepaling is opgenomen dat invulling geeft aan artikel 201, §1, 10°, van de gedragscode, dat verband houdt met bepalingen voor compensatie van niet-geleverde LNG-diensten. Bij brief van 13 november 2012 meldt de N.V. Fluxys LNG: “De overeenkomst voor LNG herleveringsdiensten doorheen de verschillende clausules (onder andere force majeure, onderhoud, etc …), bepaalt de mogelijkheden alsook de modaliteiten waarop de terminal operator LNG diensten niet kan leveren. Daarbuiten is de Terminal Operator gehouden tot het leveren van LNG diensten en worden de respectievelijke verantwoordelijkheden bepaald mits toepassing van de clausules 6.2 ‘Arbitrage’ en 6.3 ‘Expertise’ en aansprakelijkheid bepaald overeenkomstig artikel 11.1 “Aansprakelijkheden”. 80. De CREG aanvaardt deze uitleg in die zin dat geen compensatie voor het niet leveren van LNG herleveringsdiensten door de N.V. Fluxys LNG verschuldigd is voor zover het niet 26/60 leveren van LNG herleveringsdiensten niet te wijten is aan een fout in hoofde van de N.V. Fluxys LNG. In dat geval gelden de compensatieregels zoals gemeld in de LTA onder artikel 11 “Aansprakelijkheden”. III.2. Het voorstel van standaard LNG-contract voor herleveringsdiensten 81. Het voorstel van het standaard LNG-contract voor herleveringsdiensten bestaat uit vier delen, met name:
- a)corpus,
- b)bijlage A: “formulier bevestiging (van
- de)diensten,
- c)bijlage B: “algemene voorwaarden voor LNG herleveringsdiensten en
- d)bijlage C: “definities”. 82. Als algemene opmerking laat de CREG gelden dat door de vertaling van het LTA- contract van het Engels naar het Nederlands op verschillende plaatsen de zinnen grammaticaal niet in orde zijn. In eenzelfde zin worden zaken herhaald met als gevolg ellenlange zinnen waardoor de leesbaarheid in gedrang komt. Corpus 83. In de overweging A, bladzijde ii wordt het werkwoord “is” best verplaatst tussen de woorden “Operator” en “eigenaar”. De zin van de overweging D, bladzijde iii is grammaticaal niet juist en wordt best verbeterd. Toepassingsgebied (artikel 201, §1, 2°, van de gedragscode) 84. In artikel 2.1 tweede paragraaf, bladzijde iv werd het begrip “and” tweemaal niet vertaald naar het Nederlands. 85. In artikel 2.2, bladzijde v moeten de woorden “met inbegrip van, maar niet beperkt tot” gelezen worden in die zin dat hier uitsluitend verwezen wordt naar de bepalingen opgenomen in het toegangsreglement voor LNG en het LNG-programma. Buiten deze documenten zijn er geen andere documenten die door de CREG worden goedgekeurd. LNG herleveringsdiensten (artikel 201, §1, 2°, van de gedragscode) 86. De CREG verduidelijkt dat de contractperiode bedoeld in de artikelen 3.1 en 3.2, bladzijde v van onbepaalde duur is. 27/60 87. Artikel 2 en 3 beschrijven het voorwerp van het standaard LNG-contract voor herleveringsdiensten, wat beantwoordt aan de vereiste van artikel 201, §1, 2°, van de gedragscode. Termijn van de overeenkomst (artikel 201, §1, 16°, van de gedragscode) 88. Artikel 4 geeft invulling aan artikel 201, §1, 16°, van de gedragscode, zijnde de LTA wordt afgesloten voor onbepaalde duur. Kennisgevingen (artikel 201, §1, 18°, van de gedragscode) 89. De CREG laat opmerken dat de zinsconstructie van artikel 5.1, (iii), bladzijde vi veel eenvoudiger kan. De vraag kan gesteld worden of hiermee bedoeld wordt dat de verzender, naast het versturen van zijn fax, ook nog eens het verzendingsverslag moet opsturen naar de ontvanger. Indien dit zo is, is een dergelijke werkwijze administratief zeer omslachtig, meer gelet op de bepaling voorzien in artikel 5.2, bladzijde viii, dat de klemtoon legt op ontvangst en er misschien wel een tegenspraak is met hetgeen vermeld wordt tussen haakjes. Er wordt aan de N.V. Fluxys LNG gevraagd om beide bepalingen beter op elkaar af te stemmen en te verduidelijken. 90. In de artikelen 5.3 en 5.4 worden de woorden “werd” en “over” best respectievelijk vervangen door “wordt” en “van”. 91. Artikel 5 van het corpus geeft invulling aan artikel 201, §1, 18°, van de gedragscode. Toepasselijk recht en regeling van geschillen (artikel 201, §1, 20° en 21°, van de gedragscode) 92. Het is evident dat het toepasselijk recht voorzien in artikel 6.1, bladzijde viii niet beperkt is tot het Belgisch recht maar dat ook de vigerende Europese wetgeving, met in het bijzonder het derde energiepakket toepassing vindt op het standaard LNG-contract voor herleveringsdiensten. Artikel 6.1 wordt best in die zin aangevuld om volledig te beantwoorden aan de vereiste voorzien in artikel 201, “1, 21°, van de gedragscode. 93. Met het begrip “reglement” in artikel 6.2, bladzijde ix, derde paragraaf wordt bedoeld “ het arbitragereglement”. De laatste paragraaf is onduidelijk geformuleerd. In feite komt deze paragraaf erop neer dat voor de gedwongen uitvoerbaarheid van een arbitragebeslissing een exequatur aangevraagd moet worden door de meest belanghebbende partij voor de jurisdictie van de plaats waar de uitvoering moet gebeuren. 94. Met artikel 6.2 wordt invulling gegeven aan artikel 201, §1, 20°, van de gedragscode. 28/60 95. In artikel 6.3.3, laatste paragraaf, bladzijde xi wordt het begrip “beslissing” beste vervangen door “advies”. 96. In artikel 6.3.4, eerste paragraaf, bladzijde xi wordt gesteld dat de informatie en gegevens die door een partij aan de deskundige wordt meegedeeld niet alleen vertrouwelijk te behandelen zijn door de deskundige maar bovendien deze informatie en gegevens aan de andere partij niet mogen worden meegedeeld. Dit kan door de CREG niet aanvaard worden om redenen dat de expertise geschiedt in het kader van een tegensprekelijk debat waarbij partijen vooralsnog proberen een minnelijke schikking te treffen en bovendien het advies van de deskundige bindend is. Bijgevolg, in overeenstemming met het algemeen principe van een tegensprekelijk debat moeten partijen van elkaar weten welke informatie en gegevens zij aan de deskundige hebben meegedeeld opdat zij naar waarde het bindend advies van de deskundige kunnen inschatten en beoordelen. 97. Bij brief van 13 november 2012 zet de N.V. Fluxys LNG dit recht, stellende dat de desbetreffende zin gewijzigd wordt als volgt: “Alle informatie en gegevens die door één van de Partijen worden ingediend, zijn en blijven vertrouwelijk voor de expert. Behoudens andersluidend akkoord tussen partijen, behandelen partijen en de deskundige de tussen elkaar uitgewisselde informatie en gegevens als vertrouwelijk.” 98. De CREG aanvaardt enkel de tweede zin. De eerste zin moet geschrapt worden, want is in tegenspraak met de tweede zin. Zoals gemeld in randnummer 96 moet een deskundigenonderzoek een tegensprekelijk debat tussen partijen en de deskundige toelaten teneinde het geschil minnelijk op te lossen indien mogelijk. De tussen elkaar en aan de deskundige uitgewisselde informatie en gegevens is vertrouwelijk, tenzij partijen akkoord gaan om deze informatie en gegevens ook aan derden, niet gedingvoerende partijen willen meedelen. Enkel op die manier kunnen partijen nagaan op welke informatie en gegevens de deskundige zijn advies heeft gemotiveerd. 99. In de tweede paragraaf worden de woorden “een voorlopig schriftelijk advies op en geeft in dit voorlopig advies de redenen voor zijn voorlopig advies” best vervangen door “een voorlopig gemotiveerd advies op”. Deze bewoording kan in de daaropvolgende tekst best ook gebruikt worden. Met betrekking tot het definitief advies is het ook beter te schrijven “definitief gemotiveerd advies”. 100. De zinsconstructie van de eerste zin van de laatste paragraaf van artikel 6.3.4, bladzijde xii is niet correct en is vatbaar voor verbetering. Wat wordt bedoeld met het laatste deel van de derde zin: “behalve indien …. of het falen om een relevant belang of verplichting te onthullen overeenkomstig onderhavig artikel 6.3”? Deze zin toont ook aan dat opmerking 29/60 96 van de CREG terecht is. Hoe kan immers bedrog of vergissing van het bindend advies van de deskundige aangetoond worden indien partijen van elkaar niet weten welke informatie en gegevens zij aan de deskundige hebben meegedeeld? 101. Artikel 6.3 geeft bijkomende invulling aan artikel 201, §1, 20°, van de gedragscode. Bijlage A: Formulier bevestiging (van
- de)onderschreven diensten 102. Artikel 79 van de gedragscode bepaalt dat een afzonderlijk dienstenformulier door de partijen wordt ondertekend per onderschrijving van een vervoersdienst. Dit formulier is toegevoegd aan het toegangsreglement voor LNG. Bijlage B: algemene voorwaarden voor LNG herleveringsdiensten Definities (artikel 201, §1, 1°, gedragscode) 103. Voor de definities wordt best verwezen naar Bijlage C van de LTA-overeenkomst, waar verwezen wordt naar hoofdstuk 5 ‘definities’ toegangsreglement voor LNG. 104. Artikel 1 van bijlage B geeft invulling aan artikel 201, §1, 1°, van de gedragscode. LNG herleveringsdiensten (artikel 201, §1, 3°, 4°, gedragscode) 105. Artikel 2.1 van bijlage B geeft invulling aan artikel 201, §1, 3°, van de gedragscode. 106. Artikel 2.2 van bijlage B geeft invulling aan artikel 201, §1, 4°, van de gedragscode. 107. Het weze benadrukt dat een bevrachter die een LTA overeenkomst heeft ondertekend met de N.V. Fluxys LNG en een LNG-herleveringsdienst heeft onderschreven steeds het recht heeft om de hoeveelheid LNG dat hij geboekt heeft, ook geladen krijgt. Het onderbreken of reduceren van LNG-diensten door de N.V. Fluxys LNG is slechts onder strikte voorwaarden toegelaten. 108. Er zijn slechts 2 situaties waarin dit principieel recht geen of geen volle uitwerking kent. In deze gevallen is onderbreking of reductie door de N.V. Fluxys LNG toegelaten. Deze situaties zijn:
- a)de bevrachter heeft naast een LTA overeenkomst ook een CSA overeenkomst8 met de N.V. Fluxys LNG afgesloten, doch heeft onvoldoende LNG in voorraad op het ogenblik dat hij LNG komt laden. In dat geval is de N.V. Fluxys LNG gerechtigd om 8 Capacity Subscription Agreement 30/60 de gevraagde hoeveelheid LNG niet te laden en dus de LNG herleveringsdienst tijdelijk te weigeren naar analogie met wat is voorzien in artikel 206, §2, van de gedragscode wat betreft het uitzenden van hervergast LNG wanneer de rekening aardgas in voorraad negatief is of in negatief gaat.
- b)de bevrachter heeft geen CSA overeenkomst met de N.V. Fluxys LNG afgesloten en koopt een hoeveelheid LNG van een andere bevrachter die wel een CSA overeenkomst met de N.V. Fluxys LNG heeft afgesloten. Overeenkomstig artikel 221, van de gedragscode maakt de N.V. Fluxys LNG een planning van het lossen van de LNG-tankers, de opslag en de uitzending van het aardgas. Deze verplichting mag beschouwd worden als één van de kerntaken van een goed beheerd door de LNGbeheerder van zijn LNG-terminal. De N.V. Fluxys LNG heeft bovendien op uurbasis van iedere bevrachter met wie zij een CSA overeenkomst heeft afgesloten kennis van diens aardgas op voorraad op basis van de toewijzingen van LNG en aardgas op de LNG installatie, rekening houdende met het aardgas voor eigen gebruik en de hoeveelheden LNG die tussen terminalgebruikers overgedragen werden. Met andere woorden de N.V. Fluxys LNG heeft tijdig en op voorhand kennis van de hoeveelheden LNG die gelost, opgeslagen en uitgezonden worden alsook de hoeveelheid LNG dat tussen terminalgebruikers wordt overgedragen. Bijkomend kan ook verwezen worden naar de verplichtingen in hoofde van de N.V. Fluxys LNG verwoord in de artikelen 225 en 226 van de gedragscode. Met toepassing van artikel 206, §2, van de gedragscode kan de N.V. Fluxys LNG de nominaties voor de uitzending van het hervergaste LNG van een bevrachter met wie zij een CSA overeenkomst heeft afgesloten tijdelijk weigeren in de mate dat deze zijn rekening aardgas op voorraad negatief kan maken. De combinatie van deze regels houdt in dat van zodra de N.V. Fluxys LNG kennis heeft van de hoeveelheid overgedragen LNG deze hoeveelheid LNG onmiddellijk afgehouden moet worden van de rekening aardgas van de bevrachter met wie de N.V. Fluxys LNG een CSA overeenkomst heeft afgesloten. Indien op het ogenblik van de kennisgeving aan de N.V. Fluxys LNG van de overgedragen hoeveelheid LNG de bevrachter, met wie de N.V. Fluxys LNG een CSA overeenkomst heeft afgesloten, onvoldoende of geen LNG op voorraad zou hebben, stelt de N.V. Fluxys LNG hiervan beide partijen onmiddellijk op de hoogte. Als deze situatie zich aanhoudt tot op het ogenblik van het laden van de overgedragen maar niet op voorraad beschikbare LNG dan heeft de N.V. Fluxys LNG het recht over te gaan tot tijdelijk weigeren van de LNG herleveringsdienst naar analogie met wat is voorzien in artikel 206, §2, van de gedragscode wat betreft het uitzenden van hervergast LNG wanneer de rekening aardgas in voorraad negatief is of in negatief gaat. Dit recht tot tijdelijk weigeren van de LNG herleveringsdienst is gerechtvaardigd omdat huidige van kracht zijnde CSA overeenkomsten geen verplichting inhouden tot het lossen van LNG en dus deze bevrachter geen 31/60 verplichting heeft om LNG op voorraad te hebben. 109. Het tijdelijk weigeren van een LNG-herleveringsdienst betreft dus een andere situatie dan het onderbreken of reduceren van LNG-diensten dat slechts mogelijk is om een veilige en efficiënte werking van de LNG-installatie en/of systeemintegriteit te verzekeren, zoals voorzien in artikel 209, van de gedragscode. 110. De informatieplicht die beide partijen aan elkaar verschuldigd zijn vloeit enerzijds voort uit de gedragscode (zie onder meer artikel 234, van de gedragscode) en anderzijds uit artikel 19 van de verordening 715/2009. 111. Het komt toe aan de bevrachter die een LTA overeenkomst heeft afgesloten met de N.V. Fluxys LNG om het risico van tijdelijke weigering van de LNG herleveringsdienst in te dekken in zijn overeenkomst dat hij afsluit met de bevrachter van wie hij LNG op voorraad in de LNG-terminal koopt. 112. In artikel 2.2.2 van bijlage B is de verwijzing naar sectie 3.1.12 van het toegangsreglement voor LNG onbestaande.. In het kader van haar monitoringtaak zal de CREG dit verder opvolgen. 113. De verwijzing naar sectie 3.7 van het toegangsreglement voor LNG betreft de onderhoudswerken van de installaties voor de LNG-terminal. De zin van artikel 2.2.2 van bijlage B is zeer complex en kan sterk vereenvoudigd worden door eenvoudigweg te verwijzen naar artikel 3.7 van het toegangsreglement voor LNG waar de gevolgen voor de LNG-herleveringsdiensten beschreven zijn in geval van gepland onderhoud, gepland onderhoud op korte termijn en niet gepland onderhoud. Kwaliteitsvereisten (artikel 201, §1, 9°, gedragscode) 114. Het is aangeraden dat de bevrachter die geen CSA overeenkomst heeft afgesloten met de N.V. Fluxys LNG het risico van niet conform LNG of de veroudering van het LNG tracht in te dekken in zijn overeenkomst dat hij afsluit met de bevrachter van wie hij LNG in voorraad op de terminal koopt. Meting en tests (artikel 201, §1, 8°, gedragscode) 115. De CREG raadt de N.V. Fluxys LNG aan een correct taalgebruik te hanteren en te spreken over “meten en testen”. 32/60 116. De eerste paragraaf van artikel 4.1.2 houdt in feite ook verband met artikel 202, 6°, van de gedragscode. 117. De CREG gaat ervan uit dat de deskundige waarvan sprake in de artikelen 4.1.7, 4.1.8, 4.1.9 en 4.1.10 van bijlage B de deskundige is zoals deze wordt aangesteld in artikel 6.3 van het corpus van de LTA (zie randnummer 96). Vermenging (artikel 201, §1, 11°, gedragscode) 118. In casu is de goed te keuren LTA overeenkomst op dit ogenblik enkel van toepassing op de dienst “herleveren van LNG” of het laden van LNG-schepen van LNG in voorraad op de LNG-terminal. Met andere woorden, een bevrachter die enkel een LTA overeenkomst heeft afgesloten met de N.V. Fluxys LNG heeft uiteraard geen LNG in voorraad, noch in bewaring bij de N.V. Fluxys LNG. Het statuut van eigendomsrecht van het LNG speelt evenmin ten aanzien van de N.V. Fluxys LNG een rol. Daarentegen indien deze bevrachter gelijktijdig ook een CSA overeenkomst heeft afgesloten met de N.V. Fluxys LNG dan gelden voor wat betreft de gemengde opslag, bewaring en eigendomsrechten van het LNG de bepalingen van de CSA overeenkomst. 119. Artikel 5, bijlage B verleent met andere woorden aan de N.V. Fluxys LNG het recht het LNG ontvangen van bevrachters met wie de N.V. Fluxys LNG een CSA overeenkomst heeft afgesloten, gemengd mag bewaren. De bevrachter dat een LTA overeenkomst heeft afgesloten met de N.V. Fluxys LNG kan van de N.V. Fluxys LNG dan ook niet eisen slechts LNG te willen ontvangen afkomstig van een welbepaalde bevrachter van wie hij een hoeveelheid LNG in voorraad heeft gekocht. Exploitatie en onderhoud van de LNG terminal (artikel 201, §1, 12°, gedragscode) 120. De CREG heeft geen opmerkingen. Inzake onderhoud van de LNG-terminal verwijst de CREG naar artikel 207, van de gedragscode. Tarief en indexering 121. De CREG heeft geen opmerkingen. Facturatie en betaling (artikel 201, §1, 5°, gedragscode) 33/60 122. De N.V. Fluxys LNG stelt volgende betalingsmodaliteit voor: - De opmaak van de factuur gebeurt iedere 10de werkdag van de maand of de eerst volgende werkdag voor de diensten die in de loop van dezelfde maand gepresteerd zullen worden; - De facturen worden door de N.V. Fluxys LNG aan de bevrachter overgemaakt hetzij per email, hetzij per gewone brief, hetzij per fax; - Betaling geschiedt ten laatste op de vervaldatum, zijnde 30 dagen volgend op de ontvangst van de factuur. De factuur wordt geacht te zijn ontvangen de 5de werkdag volgend op de factuurdatum; - Betwisting van de factuur gebeurt als volgt: Indien het gaat om een rekenfout moet de betwisting door de bevrachter aan de N.V. Fluxys LNG betekend worden ten laatste op de vervaldatum van betaling. Alleen het niet betwistte gedeelte inclusief BTW van het factuurbedrag wordt ten laatste op de vervaldatum betaald. Indien binnen de 30 werkdagen na ontvangst van de klacht partijen het niet eens zijn geworden, kan de meest gerede partij hetzij beroep doen op artikel 6.2 (arbitrage), hetzij beroep doen op artikel 6.3 (aanstelling deskundige); Indien het gaat om een betwisting van een factuur dat geen rekenfout inhoudt, moet de betwisting door de bevrachter aan de N.V. Fluxys LNG betekend worden ten laatste op de vervaldatum van betaling. Alleen het niet betwistte gedeelte inclusief BTW van deze factuur wordt ten laatste op de vervaldatum betaald en het betwistte gedeelte van de factuur inclusief BTW wordt door de bevrachter binnen 2 werkdagen na betekening van de betwisting gestort op een geblokkeerde rekening van de N.V. Fluxys LNG. Indien binnen de 30 werkdagen na ontvangst van de klacht partijen het niet eens zijn geworden, kan de meest gerede partij hetzij beroep doen op artikel 6.2 (arbitrage), hetzij beroep doen op artikel 6.3 (aanstelling deskundige); - Partijen zijn gehouden elkaar de nodige informatie uit te wisselen opdat het opstellen en betalen van facturen kan gebeuren. - Een nalatigheidinterest is verschuldigd wanneer laattijdig betaald wordt of onterecht betaald werd. Deze nalatigheidinterest is gelijk aan de drie-maands EURIBOR verhoogd met 200 basispunten en geldig voor beide partijen. 123. De CREG heeft geen opmerkingen. 34/60 Kredietdekking (artikel 201, §1, 6°, van de gedragscode) 124. Inzake kredietwaardigheid wordt door de N.V. Fluxys LNG voorgesteld wat volgt: - 5 werkdagen voor de start van de LNG-herleveringsdienst moet door de bevrachter het bewijs kunnen worden voorgelegd van: o Ofwel een Financiële bankgarantie; o Ofwel dat de bevrachter over een volwaardige kredietrating beschikt die niet lager is dan A (S & P) of A3 (Moody’s); o Ofwel een onvoorwaardelijke en onherroepelijke garantie van de moedervennootschap die eenzelfde voornoemde kredietwaardigheid heeft: - Een Financiële bankgarantie moet steeds gesteld worden wanneer de bevrachter in gebreke is zijn facturen te betalen; - De Financiële bankgarantie is gelijk aan het bedrag van de capaciteitskosten voor de volgende maand met een minimum van 100.000 euro. De bankgarantie wordt afgerond naar boven op een afgerond bedrag van 1000 euro. - Het niet respecteren van de kredietwaardigheidregels houdt een contractbreuk in. Indien binnen de 15 werkdagen de bevrachter zich niet hersteld heeft, heeft de N.V. Fluxys LNG het recht de onderschreven LNG diensten op te schorten. - De N.V. Fluxys LNG kan slechts beroep doen op de bankgarantie indien na het verstrijken van 14 dagen sinds ontvangst van een ingebrekestelling de bevrachter nog steeds zijn openstaande factuur niet heeft betaald. Indien de N.V. Fluxys LNG de bankgarantie aanspreekt moet de bevrachter binnen de 15 werkdagen de bankgarantie herstellen, zoniet worden de LNG diensten automatisch opgeschort. 125. De CREG laat opmerken dat in artikel 9.1.2, tweede paragraaf, eerste zin het woord “met” in feite het werkwoord “moet” moet zijn. 126. In artikel 9.1.3 wordt verwezen naar een “parent company guarantee” terwijl in artikel 9.1.1, (
- ii)sprake is van een “onvoorwaardelijke en onherroepelijke garantie”. Beide begrippen worden best op elkaar afgestemd. 127. In artikel 9.2.3 mag het woord “een” weggelaten worden. In artikel 9.2.5 mag (
- i)weggelaten worden. 128. Verder heeft de CREG geen opmerkingen. 35/60 Garanties (artikel 201, §1, 6°, gedragscode) 129. De CREG heeft geen opmerkingen. Aansprakelijkheid en verzekering (artikel 201, §1, 7°, van de gedragscode) 130. In artikel 11.1.1 eerste paragraaf wordt gesteld dat na levering van het LNG de N.V. Fluxys LNG slechts aansprakelijk is voor zover de schade door de N.V. Fluxys LNG werd veroorzaakt. In de tweede paragraaf wordt gesteld dat de bevrachter voor de levering van het LNG slechts aansprakelijk is voor zover de schade door de bevrachter werd veroorzaakt. 131. In geval van opzettelijke fout geldt de aansprakelijkheidsregeling zoals uitgewerkt in de artikelen 11.1.1.2 tot 11.1.8 niet. 132. Gevolgschade wordt voor beide partijen uitgesloten. Enkel rechtstreekse kosten, rechtstreekse verliezen en rechtstreekse uitgaven, inclusief verlies van inkomsten wordt vergoed. 133. Artikel 11.1.1.2, (
- d)is niet wederkerig en geldt enkel ten gunste van de N.V. Fluxys LNG. Op de vraag om deze bepaling wederkerig te maken waardoor ook de bevrachter slechts gehouden is de schade van de N.V. Fluxys LNG te vergoeden nadat de bevrachter vooreerst betaling heeft ontvangen van een andere gebruiker of een andere bevrachter, stelde de N.V. Fluxys LNG dat zo’n schadegevallen in de praktijk niet zouden bestaan. 134. De CREG formuleert voorbehoud bij artikel 11.1.1.2, (d). Indien in de toekomst dergelijke schadegevallen zich toch zouden voordoen dan dringt een aanpassing van de LTA overeenkomst zich op, minstens moet de N.V. Fluxys LNG in afwachting van een aanpassing van de LTA overeenkomst deze bepaling wederkerig toepassen, teneinde geen inbreuk te plegen op het principe van wederkerigheid. In het kader van haar monitoringtaak zal de CREG dit verder opvolgen. 135. Met “derden” waarvan sprake in artikel 11.1.1, (
- e)wordt bedoeld: iedere derde die met de N.V. Fluxys LNG noch een LTA-, noch een CSA overeenkomst heeft afgesloten. 136. De begrenzing van 150.000.000 € per gebeurtenis is wederkerig. Deze begrenzing geldt uiteraard niet ten opzichte van derden, die geen contractspartij zijn van de N.V. Fluxys LNG via een LTA- of een CSA overeenkomst. In dergelijke gevallen vrijwaren partijen elkaar voor hetgeen de 150.000.000 € te boven gaat. 36/60 137. Het verlies aan LNG wordt vergoed met toepassing van de Zig Day-Ahead prijs van de dag van het verlies. 138. De CREG stelt zich de vraag waarom in artikel 11.1.4, eerste paragraaf in hoofde van de bevrachter verwezen wordt naar artikel 11.1.2, (b). Volgens de CREG kan deze verwijzing weggelaten worden. 139. Artikel 11.1.4 houdt bijkomende begrenzingen in, meer bepaald: - inzake aanlegrechten of aanvullende aanlegrechten: 5 keer het gereguleerd tarief per gebeurtenis, dat op jaarbasis niet meer mag bedragen dan ¼ van de gefactureerde en verschuldigde capaciteitskosten of niet meer mag bedragen dan het gereguleerd tarief voor 1 aanlegrecht of 1 aanvullend aanlegrecht. - inzake LNG herleveringsdienst: 2,5 keer het gereguleerd tarief van de het aanvullend aanlegrecht, dat op jaarbasis niet meer mag bedragen dan ¼ van de gefactureerde en verschuldigde capaciteitskosten of niet meer mag bedragen dan het gereguleerd tarief voor 1 aanlegrecht of 1 aanvullend aanlegrecht. 140. De CREG stelt zich de vraag of het begrip “en” in artikel 11.1.4, (
- d)tussen GC 11.1.4, (a), (
- b)en (
- c)niet “of” moet zijn? Hetzelfde geldt voor artikel 11.1.4, (e). 141. In artikel 11.1.5, (a), derde paragraaf worden de woorden “dan betaalt de partijen” best gewijzigd in “dan betalen partijen”. 142. De CREG stelt de vraag waarom in artikel 11.1.5, (b), tweede paragraaf verwezen wordt naar GC 8 “facturatie en betaling”. Immers, het betreft een vergoeding die de N.V. Fluxys LNG betaalt aan de bevrachter omdat de N.V. Fluxys LNG aan de oorzaak ligt van de vertraging bij het aanleggen, lossen of laden. Schadevergoedingen kunnen niet het voorwerp van een factuur uitmaken. 143. In haar brief van 13 november 2012 stelt de N.V. Fluxys voor om de tweede paragraaf te schrappen, waarmee de CREG zich akkoord kan verklaren. 144. Wanneer één van de partijen van oordeel is dat de schade te wijten is aan een fout van een andere bevrachter die met de N.V. Fluxys LNG een LTA- of een CSA overeenkomst heeft afgesloten of aan een fout van een andere gebruiker van de LNG terminal, zoals 37/60 bijvoorbeeld truck loading, gelden de bepalingen van artikel 11.2. In de artikelen 11.2.1 en 11.2.2 wordt de te volgen procedure beschreven. Met toepassing van deze procedure kunnen de N.V. Fluxys LNG of de bevrachter, na kennisgeving van het feit dat de contractspartij niet aan de oorzaak ligt van het geschil, beslissen om hetzij zelf, hetzij door de contractspartij de vordering te laten instellen tegen de andere bevrachter of andere gebruiker van de LNG-terminal. Op ieder ogenblik kan de schadelijdende partij hetzij zelf tussen komen, hetzij beslissen om zelf de procedure verder te zetten. In het laatste geval heeft de contractspartij die de vordering heeft ingesteld het recht om afstand te doen van het geding (in de mate dat dit mogelijk
- is)en zich terug te trekken uit de procedure. Diens gemaakte gerechtskosten zullen door de schadelijdende partij gedragen moeten worden. 145. De CREG heeft geen opmerkingen dan tenzij de verwijzing gemaakt in artikel 11.2.3. betreffende de “rechtbank” hetgeen de indruk wekt dat met toepassing van artikel 11.2 de arbitrageprocedure voorzien in artikel 6.2 geen toepassing vindt. Het betaamt dat de N.V. Fluxys LNG hierover duidelijkheid verschaft. Overmacht (artikel 201, §1, 13°, van de gedragscode) 146. Art. 1147, van het Burgerlijk Wetboek stelt dat de schuldenaar, indien daartoe grond bestaat, wordt veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding, hetzij wegens niet uitvoering van de verbintenis, hetzij wegens vertraging in de uitvoering, wanneer hij niet bewijst dat het niet nakomen het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend, en hoewel er zijnerzijds geen kwade trouw is. Art. 1148, van het Burgerlijk Wetboek vervolgt dat geen schadevergoeding verschuldigd is, wanneer de schuldenaar door overmacht of toeval verhinderd is geworden datgene te geven of te doen waartoe hij verbonden was, of datgene gedaan heeft wat hem verboden was. 147. Overmacht maakt dus een vreemde oorzaak uit waarbij de schuldenaar bevrijd wordt indien de uitvoering van de overeenkomst door een plotse onvoorzienbare omstandigheid onmogelijk wordt9. Toepassingsvoorwaarden van overmacht als bevrijdingsgrond zijn: - De schuldenaar dient te bewijzen dat het voorval waarop hij zich beroept niet te wijten is aan eigen fout of aan een derde voor wie hij instaat. Om dit te beoordelen wordt 9 Verdere detaillering van het onderscheid tussen “overmacht” en “vreemde oorzaak”: zie A. VAN OEVELEN, “Overmacht en imprevisie in het Belgische contractenrecht”, TBH 2008, afl. 2, 605 (603-641). 38/60 rekeninggehouden met de voorzienbaarheid van het voorval op het ogenblik van de contractsluiting. Een voorzienbaar voorval maakt geen overmacht uit. - Het voorval moet een plots karakter kennen (zie ook de eerste vereiste van het onvoorzienbaar karakter). - De schuldenaar moet bewijzen dat hij in de onmogelijkheid was in te grijpen om het voorval te vermijden of ondanks het voorval de overeenkomst onder het weze zwaardere omstandigheden uit te voeren. Aldus moet het voorval de nakoming van de overeenkomst volstrekt onmogelijk maken. Een plotse omstandigheid die de uitvoering onmogelijk maakt, zal geen overmacht uitmaken, wanneer de schuldenaar zich verbonden had een bepaalde overeenkomst uit te voeren binnen een bepaalde periode, hij verschillende weken getalmd heeft en het voorval zich op het einde van de uitvoeringsperiode voordoet. 148. Inzake overmacht wordt door de N.V. Fluxys LNG voorgesteld wat volgt: - Wanneer overmacht zich voordoet moet de partij die overmacht inroept dit onverwijld ter kennis brengen aan de andere partij en alle nodige informatie hierover meedelen alsook alle noodzakelijke en dringende maatregelen onmiddellijk nemen teneinde de gevolgen van overmacht zoveel als mogelijk te beperken; - Indien partijen het met elkaar eens zijn dat de periode van overmacht waarin de LNG herleveringsdiensten opgeschort of gereduceerd worden maximaal 24 maanden bedraagt dan wordt voor de gevolgen ervan toepassing gemaakt van artikel 12.3.2. Indien partijen het met elkaar eens zijn dat de periode van overmacht waarin de LNG herleveringsdiensten opgeschort of gereduceerd worden langer duurt dan 24 maanden duurt, geldt voor de gevolgen artikel 12.3.3. - Wanneer partijen het niet eens geraken dat een gebeurtenis gekwalificeerd dient te worden als overmacht en/of het niet eens geraken over de periode van overmacht (hetzij maximaal 24 maanden, hetzij meer dan 24 maanden) kunnen partijen toepassing maken van artikel 6.2 (arbitrage) of 6.3 (aanstelling van een deskundige); - Indien de gebeurtenis als overmacht wordt erkend en maximaal 24 maanden bedraagt, kunnen de gevolgen als volgt beschreven worden: (
- i)de bevrachter is verplicht de LNG-herleveringsdiensten die in hun geheel of gedeeltelijk nog verleend kunnen worden, te betalen (
- ii)voor de LNG-herleveringsdiensten die in hun geheel of gedeeltelijk niet meer verleend kunnen worden wegens overmacht betaalt de bevrachter 50% van de capaciteitskosten gedurende drie weken (iii) indien tijdens de totale duur van de onderschreven LNG-herleveringsdiensten deze diensten meermaals door overmacht worden getroffen, bedraagt de maximale periode dat de 39/60 bevrachter 50% van de capaciteitskosten moet betalen 15 weken (
- iv)indien de gebeurtenis dat initieel als overmacht werd erkend voor maximaal 24 maanden deze periode overtreft en dus langer duurt dan 24 maanden, treedt artikel 12.3.3 in werking; - Indien de gebeurtenis als overmacht wordt erkend en meer dan 24 maanden bedraagt, kunnen de gevolgen als volgt beschreven worden: (
- i)de N.V. Fluxys LNG stelt de bevrachter hiervan op de hoogte binnen de 90 dagen te rekenen vanaf de datum van de gebeurtenis (
- ii)de bevrachter heeft dan de keuze: hetzij de getroffen LNG-herleveringsdienst te beëindigen, hetzij op te schorten (iii) indien de bevrachter kiest voor beëindiging van de getroffen LNG-herleveringsdienst dient hij hiervan de N.V. Fluxys LNG binnen de 90 dagen op te hoogte te brengen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de kennisgeving door de N.V. Fluxys LNG dat de overmachtsperiode meer dan 24 maanden zal duren (
- iv)in beide gevallen (opschorting of beëindiging) blijft de bevrachter gehouden de LNG- herleveringsdiensten die in hun geheel of gedeeltelijk niet meer verleend kunnen worden wegens overmacht te betalen overeenkomstig de vergoedingen die gelden voor een overmacht dat minder dan 24 maanden duurt. - Indien overmacht geschiedt binnen de haven gelden dezelfde regels als voor overmacht op de LNG-terminal en Segment 1. In dat geval kunnen beide partijen beslissen tot beëindiging van de getroffen LNG-herleveringsdienst wanneer de overmachtsperiode meer dan 24 maanden bedraagt. 149. De CREG laat opmerken dat de vertaling van het Engels naar het Nederlands van artikel 12 niet echt geslaagd is, hetgeen aanleiding geeft tot verwarring en mogelijks interpretatieproblemen. De hele opzet van artikel 12 is zeker vatbaar voor verbetering. Dienaangaande moet minstens om grammaticale redenen volgende artikelen verbeterd worden: - Artikel 12.1.3; - Artikel 12.2.1, eerste paragraaf, eerste zin: tussen de woorden “ onmogelijk” en “gemaakt” het werkwoord “wordt” invoegen; - Artikel 12.2.1, (b): verduidelijken wat bedoeld wordt met “met inbegrip van de geschatte mate” - Artikel 12.2.1 (c): wat wordt bedoeld met “programma” - Artikel 12.2.1, (d): wie is “hij”? De gehele zin moet verduidelijkt worden. - Artikel 12.2.1 laatste paragraaf eerste zin is onvolledig. Deze paragraaf wordt best herschreven; - Artikel 12.3.2, tweede paragraaf bevat een aantal overbodige herhalingen. 40/60 - Artikel 12.3.3, tweede paragraaf: niet de LTA wordt opgezegd maar wel de getroffen LNG-herleveringsdienst. 150. De vraag kan gesteld worden of de 90 dagen waarvan sprake in artikel 12.3.3 al dan niet opschortend werkt wanneer partijen, indien ze het niet eens geraken over de kwalificatie van de gebeurtenis als overmacht en/of de duurtijd van overmacht, toepassing maken van artikel 6.2 of 6.3. Het weze aangeraden dat de N.V. Fluxys LNG hierover duidelijkheid verschaft. 151. Een gebeurtenis van overmacht op een LNG-schip valt niet onder toepassing van artikel 12. De LTA overeenkomst erkent enkel overmacht op de LNG-terminal, het Segment 1 en de haven. Incident- nood en congestiebeheer (artikel 201, §1 13° en 14°, van de gedragscode) 152. De CREG merkt op dat inzake incidentbeheer en noodsituaties conform de gedragscode twee onderscheiden situaties moeten voorzien worden in het standaard LNGcontract, met name: - Een incident zijnde een gebeurtenis veroorzaakt door een technisch probleem of een fout of nalatigheid van één of meerdere bevrachters waardoor zonder tussenkomst van de markt en/of bijstand van de netbeheerder, de systeemintegriteit niet langer gevrijwaard is en het gebruik van de LNG-installaties niet meer gegarandeerd wordt; - Een noodsituatie al dan niet voortvloeiende uit overmacht waarbij de netbeheerder dringend en gericht moet optreden en maatregelen moet treffen om de veilige en betrouwbare werking van de LNG-installaties te vrijwaren of te herstellen (artikelen 211, van de gedragscode); 153. Betreffende incidentenbeheer voorziet artikel 208, van de gedragscode uitdrukkelijk dat de N.V. Fluxys LNG haar plan voor incidentenbeheer opstelt na voorafgaandelijk overleg is gebeurd met de betrokken met de beheerder van het aardgasvervoersnet, in casu de N.V. Fluxys Belgium. 154. In geval van een noodsituatie dient de N.V. Fluxys LNG al dan niet pro-actief maatregelen te treffen en kan zij indien zij dit nodig acht het plan van incidentenbeheer activeren. Daartoe voorziet de N.V. Fluxys LNG de nodige bepalingen in het standaard LNGcontract (artikel 211, van de gedragscode). Het plan van incidentenbeheer over segment 1 is 41/60 opgesteld in overleg met de N.V. Fluxys Belgium. 155. In artikel 13.1.1 moet het lidwoord “de” vervangen worden door “het”. Er wordt best verwezen waar de maatregelen in het LNG-toegangsreglement beschreven staan. 156. De gedragscode spreekt over een “plan van incidentenbeheer” terwijl in artikel 13.1.2 sprake is van “de incident & noodprocedure”. Dit artikel herhaalt in feite wat reeds geschreven staat in artikel 13.1.1. 157. Voor het te voeren congestiebeleid verwijst de CREG naar artikel 10 en volgende, van de gedragscode, alsook naar artikel 227, van de gedragscode. Hiervoor verwijst de CREG naar randnummer 226. 158. In artikel 13.2.2, (
- i)wordt het woord “aanbieden” best vervangen door “aan te bieden”; in (
- ii)worden de woorden “een” en “aanbieden” best respectievelijk vervangen door “aan” en “aan te bieden”; in (iii) wordt best verwezen waar deze allocatieregels in het LNGtoegangsreglement terug te vinden zijn en in (
- iv)wordt het woord “aanmoedigen” best vervangen door “aan te moedigen”. 159. In artikel 13.2.3, (
- i)wordt “om de contractuele bepalingen” best vervangen door “om aan zijn contractuele bepalingen”, in (
- ii)wordt het woord “zij” best weggelaten en wordt het woord “aanbieden” best vervangen door “aan te bieden” en in (iii) tot slot, wordt het woord “onthouden” best vervangen door “te onthouden” en wordt aan het woord “limiteren” het woord “te” toegevoegd. Beëindiging van deze overeenkomst (artikel 201, §1, 16° en 17°, van de gedragscode) 160. De CREG merkt op dat de titel van artikel 14 best vervangen wordt door “Duurtijd en beëindiging van de LTA-overeenkomst”. Duurtijd, beëindiging en opschorting van de LNG-herleveringsdiensten (artikel 201, §1, 17°, gedragscode) 161. Artikel 15.2.2, eerste zin wordt best verduidelijkt wie de schriftelijke kennisgeving doet. 162. De N.V. Fluxys LNG stelt voor dat beëindiging door opzeg van een LNG- herleveringsdienst door de bevrachter te allen tijde kan mits voldaan is aan volgende 42/60 voorwaarden: - Voor LNG-herleveringsdiensten met een resterende looptijd van minder dan 2 jaar: een schriftelijke kennisgeving en een opzegvergoeding te betalen van 100% voor de resterende looptijd van de opgezegde LNG-herleveringsdienst. De N.V. Fluxys LNG heeft het recht om de opgezegde LNG-herleveringsdienst opnieuw aan te bieden op de primaire markt. De opbrengst hiervan wordt terugbetaald aan de bevrachter die heeft opgezegd; - Voor LNG-herleveringsdiensten met een resterende looptijd van meer dan 2 jaar: een opzegvergoeding te betalen van 95% voor de resterende looptijd van de opgezegde LNG-herleveringsdienst. De N.V. Fluxys LNG heeft het recht om de opgezegde LNG-herleveringsdienst opnieuw aan te bieden op de primaire markt. De opbrengst hiervan wordt terugbetaald aan de bevrachter die heeft opgezegd; 163. De CREG merkt op dat in artikel 15.3, (
- ii)de voorwaarde van een schriftelijke kennisgeving door de bevrachter niet vermeld wordt. De CREG acht deze voorwaarde noodzakelijk en vraagt de N.V. Fluxys LNG deze voorwaarde op te nemen in artikel 15.3, (ii). In het kader van haar monitoringtaak zal de CREG dit verder opvolgen. 164. Voor een LNG-dienst met een looptijd van meer dan 2 jaar en indien het gereguleerd tarief van de LNG-dienst met meer dan 10% zou stijgen bovenop de indexatie sinds de startdatum van de betreffende LNG-dienst kan de bevrachter ofwel de desbetreffende LNGdienst beëindigen zonder opzegvergoeding ofwel zijn LNG-dienst herzien in voorwerp en duur mits het geven van een schriftelijke kennisgeving binnen de 30 dagen na kennisgeving door de N.V. Fluxys LNG van het nieuw gereguleerd tarief. 165. De CREG laat opmerken dat in het merendeel van de artikelen melding gemaakt wordt van de LNG-herleveringsdienst. In sommige artikelen van de LTA overeenkomst is sprake van een LNG-dienst (zoals bijvoorbeeld in artikel 15.3, (iii), waaronder ook verstaan wordt een LNG-herleveringsdienst naast vele andere LNG-diensten. Het is aangewezen opdat in de LTA overeenkomst éénduidige begrippen gehanteerd worden, temeer het voorwerp van onderhavige LTA overeenkomst beperkt is tot LNG-herleveringsdiensten (zie onder meer artikel 2, bladzijde iv). In het kader van haar monitoringtaak zal de CREG dit verder opvolgen. 166. In artikel 15.3, (iii) wordt tweemaal melding gemaakt van de duurtijd LTA, terwijl deze van onbepaalde duur is. Het laatste deel van deze zin is grammaticaal evenmin correct Nederlands en moet verbeterd worden. Ook de voorwaarde dat bij beëindiging een 43/60 schriftelijke kennisgeving vereist is, wordt best opgenomen in artikel 15.3, (iii). In het kader van haar monitoringtaak zal de CREG dit verder opvolgen. Vertrouwelijkheid 167. In artikel 16.2, (
- c)wordt in het eerste deel van de zin verwezen naar een gerechtelijke instantie, een overheidsinstantie of andere bevoegde autoriteit terwijl in het tweede deel van de zin sprake is van een gerechtelijke instantie, een overheidsinstantie of agentschap. 168. De CREG stelt de vraag wat de bedoeling is van artikel 16.3 alsook wat het nut is van artikel 16.4 in het raam van onderhavige LTA overeenkomst. Tot slot, is het voor de CREG niet duidelijk wat bedoeld wordt met “welke ook het eerste is” dat geschreven staat tussen haakjes in artikel 16.5. Overdracht van deze overeenkomst (artikel 201, §1, 15°, van de gedragscode) 169. De titel van artikel 17 wordt best vervangen door “”verhandelbaarheid en overdracht van LNG-diensten” teneinde in overeenstemming te zijn met artikel 201, §1, 15°, van de gedragscode alsook in overeenstemming te zijn met de inhoud van artikel 17. 170. In geval van overdracht waarbij de betaling van de overgedragen LNG- herleveringsdiensten mede ten laste blijven van de overdrager, wordt het laatste deel van de zin in de tweede paragraaf best verduidelijkt. In dat geval blijft de overdrager “mede” betalingsplichtig. Met andere woorden, in dergelijk geval zijn overnemer en overdrager hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de overgedragen LNG-herleveringsdiensten. 171. De CREG stelt zich de vraag waar de algemene voorwaarden van het Secundair Markt Platform beschreven staan, zoals gemeld in artikel 17 laatste paragraaf. Voor het overige verwijst de CREG naar randnummer 198 van de onderhavige beslissing. Afstand 172. De CREG merkt op dat artikel 18 grammaticaal voor verbetering vatbaar is. Opvolgers 44/60 173. De CREG heeft geen opmerkingen. Verbreking 174. De CREG heeft geen opmerkingen. Informatie (artikel 201, §1, 19°, van de gedragscode) 175. De CREG heeft geen opmerkingen. Volledige overeenkomst 176. De CREG heeft geen opmerkingen. Geen tussenpersonen 177. De CREG heeft geen opmerkingen. Voortbestaan van rechten, plichten en verplichtingen 178. De CREG heeft geen opmerkingen. Verhaal 179. De CREG heeft geen opmerkingen. Geen partnerschap 180. De CREG heeft geen opmerkingen. Uitbreiding LNG terminal 181. De CREG heeft geen opmerkingen. Verandering van omstandigheden 182. De CREG merkt op dat zij geen bevoegdheid heeft om de datum van inwerkingtreding van wettelijke bepalingen te bepalen, zoals bepaald in de laatste zin van artikel 28. De CREG vraagt de N.V. Fluxys LNG deze bevoegdheid gegeven aan de CREG weg te laten. 45/60 Bijlage C – Definities 183. De CREG heeft geen opmerkingen. 46/60 III.3. Voorstel van Toegangsreglement voor LNG Algemeen 184. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 29 §1 van de gedragscode stellen de beheerders voor hun respectieve activiteiten van aardgasvervoer, opslag en LNG een toegangsreglement op dat, evenals de eventuele wijzigingen ervan, onderworpen is aan de goedkeuring door de Commissie met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de gaswet 185. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 29 § 2 en onverminderd de respectievelijk artikelen 111, 170 en 202 bevatten de toegangsreglementen: 1° de regels voor de behandeling van de aanvragen voor toegang en onderschrijving van vervoersdiensten met inbegrip van de procedure voor het elektronisch onderschrijven van vervoersdiensten op grond van de basisprincipes bepaald in hoofdstuk 3, afdeling 1 en 2; 2° de regels met betrekking tot het verloop van de open season procedure op grond van de basisprincipes bepaald in afdeling 1.2 van dit hoofdstuk; 3° de toewijzingsregels op grond van de basisprincipes bepaald in afdeling 1.3 van dit hoofdstuk, met inbegrip van de toepasselijke prioriteitsregels; 4° de regels inzake congestiebeheer op grond van de basisprincipes bepaald in afdeling 1.4 van dit hoofdstuk; 5° de regels inzake organisatie en werking van de secundaire markt op grond van de basisprincipes bepaald in afdeling 1.5 van dit hoofdstuk; 6° het plan voor incidentenbeheer. 186. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 29 § 3 worden het voorstel van toegangsreglement alsook de voorstellen tot wijziging ervan door de respectieve beheerders opgesteld na raadpleging door deze laatsten van de netgebruikers in het kader van de overlegstructuur bedoeld in artikel 108. 187. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 29 § 4 maken de beheerders de goedgekeurde toegangsreglementen en de goedgekeurde wijzigingen ervan bekend overeenkomstig artikel 107 en delen deze volledigheidshalve mee aan de partijen met wie zij een vervoerscontract hebben afgesloten. De goedgekeurde toegangsreglementen en de goedgekeurde wijzigingen hebben slechts uitwerking op de datum van inwerkingtreding ervan bepaald door de Commissie met toepassing van artikel 107. 188. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 202, van de gedragscode bevat het toegangsreglement voor LNG : 1° het type-dienstenformulier; 2° de operationele regels en procedures voor het gebruik van de toegewezen LNGdiensten; 3° de regels en procedures van kracht aan de lossingsplaats van de LNG-installatie; 4° de regels en procedures voor aankomst, lossen, ligtijd en vertrek van LNG-tankers aan de LNG-installatie; 5° de regels ingeval van late aankomst van LNG-tankers, de impact hiervan op het lossen van de LNG-tankers en op het operationeel herschikken van capaciteitsallocaties; 6° de procedure voor het plannen en goedkeuren van LNG-tankers; 7° de regels voor aardgas op voorraad, aardgas voor eigen gebruik, maandelijkse energiebalans, uitzenden van aardgas in voorraad en bundeling (pooling) van uitzendcapaciteit tussen de terminalgebruikers; 8° de regels voor het lenen van LNG of aardgas tussen terminalgebruikers; 9° de regels inzake de LNG kwaliteitsspecificaties aan het leveringspunt van de LNGinstallatie en de aardgasspecificaties aan het interconnectiepunt van de LNGinstallatie; 10° de regels bij levering van LNG en uitzending van aardgas dat niet beantwoordt aan de specificaties inzake kwaliteit; 11° de operationele procedures voor het testen en de metingen van het LNG (gemeten parameters en precisiegraad) aan het leveringspunt en de operationele procedures voor het testen en de metingen van aardgas (gemeten parameters en precisiegraad) aan het interconnectiepunt; 12° de operationele regels bij onderhoud; 13° de procedure bij reducties en onderbrekingen; 14° de operationele regels inzake nominaties en hernominaties; 15° de regels inzake overschrijding van toegewezen capaciteiten; 16° de regels voor de vrijgave van niet-gebruikte LNG-diensten; 17° de regels en procedures voor het gebruik van de diensten bedoeld in artikel 201, § 2, 3°. 48/60 189. De CREG stelt vast dat het LNG-toegangsreglement bevat alle diensten die door de N.V. Fluxys LNG worden aangeboden (met de uitzondering van de operationele regels voor vrachtwagen laaddiensten) terwijl het voorstel van het standaard LNG-contract enkel van toepassing is op herleveringsdiensten. Dit betekent dat het toegangsreglement is van toepassing op alle bovenvermelde diensten terwijl standaard contracten geschreven moeten worden voor de andere diensten dan herleveringsdiensten. LNG- Toegangsreglement Doel en toepassingsgebied 190. Met de uitzondering van de vaststelling onder 189 hierboven heeft de CREG geen opmerkingen bij de onder punten 1.1 tot en met 1.5 opgenomen bepalingen. LNG Diensten 191. Hoofdstuk 2 bevat de beschrijving van LNG-diensten, de toewijzing van LNG- diensten op de primaire markt en de werking van de secundaire markt. 192. Wat betreft de beschrijving van de LNG-diensten is het hoodfdoel van de LNG- Terminal LNG schepen te ontvangen en te lossen, het LNG tijdelijk op te slaan en te hervergassen. Daarvoor kunnen “slots” (pakket van aanlegrecht, basis opslag en basis uitzendcapaciteit) onderschreven worden, eventueel samen met additionele opslagcapaciteit en additionele uitzendcapaciteit. De CREG heeft hierop geen opmerking. 193. Daarbovenop is het mogelijk aanmeerrechten en additionele aanmeerrechten te reserveren om een LNG schip te lossen of te laden (en dit via LNG herleveringsdiensten). DE CREG heeft hierop geen opmerking. 194. Daarna volgen de regels van toepassing voor het onderschrijven van LNG-diensten op de primaire markt en nadien de regels van toepassing voor de secundaire markt. 195. De toewijzing van LNG dienste op de primaire markt maakt een verschil tussen lange termijn capaciteiten en korte termijn capaciteit. 196. Wat betreft de primaire markt worden de lange termijn capaciteiten aangeboden op basis van onderschrijvingsvenster of van open season voor capaciteiten waarvoor er nog een investeringsbeslissing moet worden genomen. Indien er nog lange termijn capaciteit beschikbaar zijn aan het einde van een bepaalde onderschrijvingsvenster of open season zullen dergelijke diensten toegewezen op een “First committed/First served” basis. De CREG stelt vast dat de open seasons plaats zullen vinden in overeenstemming met de gedragscode en preciseert dat het is in overeenstemming met afdeling 1.2 van de 49/60 bovenvermelde gedragscode. De CREG stelt vast dat de investeringsbeslissing m.b.t. de tweede aanlegsteiger al genomen werd en dat de daaraan verbonden herleveringsdienten het onderwerp maken van een onderschrijvingsvenster en niet van een open season. 197. De korte termijn capaciteiten worden toegewezen op basis van een procedure waarin gebruikers die geen gebruik heeft kunnen maken van een “slot” voorrang krijgen, dan de gebruikers met (eventuele) Make-Up rechten, en dan op een “First committed/First served basis”. De CREG stelt vast dat deze toewijzingsregels rekening houden met rechten die (eventueel) onder bestaande contracten van toepassing zijn. Verder worden de korte termijn capaciteiten op een niet-discriminatoire manier toegewezen. De CREG gaat daarmee akkoord. 198. Wat betreft de secundaire markt worden de capaciteiten verhandeld ofwel via “over- the counter” (“OTC”) ofwel via het secundaire marktplatform waarop de N.V. Fluxys LNG wordt gevraagd een bericht te plaatsen. In dit laatste geval worden ze toegewezen volgens het principe “First committed/First served”. De CREG stelt vast dat het secundaire marktplatform nog niet de bevrachters toelaat om rechtstreeks en eenvoudig tussen mekaar capaciteiten te verhandelen. De CREG vraagt aan de N.V. Fluxys LNG om het secundaire platform verder te ontwikkelen in die zin tegen einde 2013. 199. De gebruikers van het terminal bieden op de secundaire markt elk onderschreven LNG dienst aan dat hij tijdelijk of permanent niet langer is van plan te gebruiken (UIOSI principe). Procedures 200. Hoofdstuk 3 bevat de procedures die gevolgd moeten worden met betrekking tot de LNG diensten, conform Artikel 202 van de gedragscode. Operationele regels (artikel 202, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°, 11°, 12°, 13°, 14°, 15°, 16°, 17°, gedragscode) 201. De planning van onderschreven slots gebeurt op basis van beschikbare maandelijkse slots (AMS), indicatief aanlegplan (IBS) en rollend aanlegplan (RBS). Artikel 3.1.1.1 beschrijft het bepalen van de AMS, het opstellen van de IBS en het vastleggen van de RBS. De CREG is van mening dat dit op bevredigende wijze uitvoering geeft aan Artikel 202, 2 van de gedragscode. 202. Het aankomst van LNG schepen wordt in Artikel 3.1.3 beschreven. Kennisgeving van ETA en notificatie voor opereren (NOR) zijn conform de huidige manier van opereren. De CREG gaat ermee akkoord. 50/60 203. Een nieuw element is te vinden in de aanlegvolgorde (Hoofdstuk 3.1.3.3). De CREG stelt vast dat er drie aanlegprioriteiten zijn. De eerste aanlegprioriteit wordt gegeven aan het LNG schip dat een NOR heeft ontvangen beginnend binnen de 6 uur voor het betrokken geplande slot van de bevrachter en andere bevrachters en ten laatste 6 uur voor het relevante venster van de bevrachter en andere bevrachters. De tweede prioriteit wordt gegeven aan een LNG schip van de bevrachter of andere bevrachters dat een NOR heeft ontvangen later dan 6 uur voor het einde van het relevante venster van de bevrachter of andere bevrachters. Een derde prioriteit wordt gegeven aan het LNG schip van een bevrachter of andere bevrachters dat zal worden gebruikt om LNG herleveringsdiensten te ontvangen met betrekking tot een gepland aanvullend aanlegrecht. 204. De CREG heeft aan de N.V. Fluxys LNG gevraagd wat de basis was voor de derde aanlegprioriteit. De NV. Fluxys LNG heeft daarop beantwoord dat de tweede aanlegsteiger alleen maar dient voor additionele aanlegrechten met als doel het leveren van herleveringsdiensten. Een tweede element is dat de eerste prioriteit gegeven moet worden aan het lossen van LNG zodat er voldoende LNG in de tanken is om LNG schepen te kunnen laden. Additionele aanlegrechten zullen in de IBS toegevoegd om zicht op jaarlijkse basis te geven. De CREG vraagt de NV. Fluxys LNG een constant evaluatie van de prioriteitsregels te maken en tegen eind 2013 de resultaten van deze evaluatie aan de CREG mee te delen. 205. Er worden twee aanlegperiodes voorzien onder Hoofdstuk 3.1.3.5 De CREG stelt vast dat deze twee aanlegperiodes rekening houden met het technisch verschil tussen de diensten die door de N.V. Fluxys LNG aangeboden worden en gaat daarmee akkoord. 206. Artikel 3.1.4 bepaalt de procedures in geval van wachtrijen, vertragingen bij aankomst en operationele herplanning. De CREG stelt vast dat de N.V Fluxys LNG, zoals door de CREG gevraagd, heeft toegevoegd onder Hoofdstuk 3.1.4.3.4 dat de terminal operator alle bevrachters steeds op een niet-discriminerende en gelijke basis behandelt in geval van operationele herplanning door de toepassing van de bovenvermelde procedures. 207. Hoofdstuk 3.1.5 legt uit hoe het gas op voorraad wordt berekend, samen met het fuel gas, en beschrijft de uitzending van gas op voorraad. De berekening van het fuel gas is conform met de huidige praktijk (het verschil wordt fysisch op een maandelijkse basis teruggegeven). De CREG vraagt de N.V. Fluxys LNG de mogelijkheid te evalueren om dichterbij de realiteit van het effectieve fuel gas gebruik te komen op basis van een 51/60 continue monitoring en dit tegen eind 2013. De CREG heeft hierop geen verdere opmerking. 208. Hoofdstuk 3.1.6 beschrijft het kader en de gebeurtenissen waarin de terminal operator en de bevrachters onderling kunnen overeenkomen om gas aan elkaar te lenen. De CREG stelt vast dat een verkeerde referentie, namelijk “sectie 6” wordt gebruikt i.p.v. “Hoofdstuk 3.1.6. en “secties 6.2 tot 6.6 i.p.v; Hoofdstukken 3.6.2 tot 3.6.6. en vraagt de N.V. Fluxys LNG om deze materiële fout te verberen. Voor de CREG komt het lenen van gas tussen de bevrachters en de terminal operateur tegemoet aan de vraag van de markt en conform is met Artikel 202 § 8 van de gedragscode. De CREG heeft hierop geen verdere opmerking. 209. Hoofdstuk 3.1.7 “threat to heel”. De CREG heeft geen opmerking. 210. Hoofdstuk 3.1.8 bepaalt het minimaal uitzend debiet. De CREG heeft geen opmerking 211. Hoofdstuk 3.1.9 gaat over vrijgave van capaciteit. De CREG stelt vast dat de N.V. Fluxys LNG het woord bevrachter door terminal gebruiker heeft vervangen conform haar verzoek. De CREG heeft hierop geen verdere opmerking. 212. Hoofdstuk 3.1.10. De CREG wijst erop dat alle aanpassingen van de operationele regels conform afdeling 1.7 van de gedragscode moeten gebeuren, en in het bijzonder art 29, § 3, 6°. Verder stelt de CREG vast dat er geen formele overlegstructuur bestaat binnen dewelke de terminal operator en de bevrachters elkaar kunnen ontmoeten alhoewel de bevrachters regelmatige worden geraadpleegd ofwel via consultatie ofwel via contacten met de terminal operateur. De CREG gaat voorlopig akkoord met het voorstel en vraagt aan de N.V. Fluxys LNG om de verschillende overleggen tussen de bevrachters en de terminal operateur in een overlegstructuur te formaliseren (artikel 108 van de gedragscode) met als doel de netgebruikers op regelmatige en gestructureerde wijze te raadplegen. 213. De schip goedkeuringsprocedure die de procedure omvat die de LNG schepen moeten volgen om toestemming te krijgen om in de LNG terminal te lossen of te laden wordt in Hoofdstuk 3.2 beschreven. De CREG heeft daarover geen opmerking. 214. Artikel 3.3 bepaalt de specificatie voor LNG op het leveringspunt en aardgas op het herleveringspunt. De CREG stelt vast dat de specificatie voor het leveringspunt en voor het herleveringspunt voor het laden dezelfde zijn en gaat daarmee akkoord. 52/60 215. Hoofdstuk 3.4 beschrijft de test-en meetmethoden. De CREG merkt dat de methoden die beschreven zijn die nu van toepassing zijn op de LNG-terminal. De CREG heeft geen opmerking. 216. Hoofdstuk 3.5 bevat de terminalnominatie procedures die de uitwisseling van operationele informatie tussen de terminal operator en de terminal gebruikers behandelen, die nodig is om hoeveelheden aardgas te laten leveren door de terminal gebruikers aan de flens of op het commoditeitsoverdrachtspunt. De CREG stelt vast dat deze procedures niet van toepassing zijn voor heleverginsdiensten maar wel dezelfde zijn als de procedures die vandaag van toepassing zijn in het kader van schip lossen. Bovendien noteert de CREG dat er geen matchingprocedure is in het kader van herleveringsdiensten en gaat ermee akkoord. 217. Hoofdstuk 3.6 beschrijft de operationele regels voor meting en testing. Deze regels zijn al nu van toepassing op de LNG-terminal. Er wordt geen verandering aangebracht door de N.V. Fluxys LNG. De CREG heeft daarover geen opmerking. 218. Hoofdstuk 3.7 beschrijft de onderhoud van de installaties in de LNG-terminal. Een verschil wordt gemaakt tussen gepland onderhoud, gepland onderhoud op korte termijn en niet-gepland onderhoud. In alle gevallen elke vermindering van de LNG-diensten ten gevolge van onder andere onderhouds, herstel of vervangingswerken wordt door de terminal operator toegewezen tussen de bevrachter en de andere bevrachters en, naargelang het geval, de andere gebruikers, op een eerlijke basis, en in de mate van her mogelijke pro rata hun respectieve LNG dienst voor de delen van de dienst die niet beschikbaar zijn. De CREG heeft daarover geen opmerking. 219. Hoofdstuk 3.7.2 bepaalt de timing van aankondiging van de geplande onderhouden, met een verschil tussen gepland onderhoud op lange termijn (aangekondigd niet later dan 15 september voor het begin van ieder contractjaar) en een gepland onderhoud op middellange termijn (aangekondigd niet later dan 100 dagen voor het dergelijk gepland onderhoud). 220. Hoofdstuk 3.7.3 beschrijft de procedure voor gepland onderhoud op korte termijn (onmiddellijk vereist om de integriteit van de operaties van de LNG terminal en segment 1 te waarborgen) en niet-gepland onderhoud (bij een noodgeval). Ze zijn beperkt tot de beperking van LNG-diensten die strikt noodzakelijk is voor de terminal operator de oorzaak daarvan op te lossen. 221. Hoofdstuk 3.7.4 bepaalt het aantal beperkte dienstdagen in elk contractjaar. 53/60 222. Onder Hoofdstuk 3.7.5 zorgt de terminal operator daarvoor dat schepen veilig kunnen aanleggen in de haven. 223. Hoofdstuk 3.8 bevat de operationele regels voor kwaliteitsaanpassing. Die is enkel van toepassing voor aardgasleveringen aan het transmissie herleverinspunt (connectie met het aardgasvervoersnetwerk van de N.V. Fluxys Belgium). Dit is onveranderd ten opzichte van de bestaande diensten die door de N.V. Fluxys LNG worden aangeboden. De CREG heeft daarover geen opmerking. 224. Hoofdstuk 3.9 bepaalt de operationel regels voor het laden van een LNG schip. In het bijzonder gaat het over laaddiensten en/of afkoeldiensten en/of vergassingsdiensten. In de tweede paragraaf is er een referentie naar “deze overeenkomst” terwijl het gaat over “dit LNG toegangsreglement”. De N.V. Fluxys LNG worddt gevraagd om de nodige verbetering aan te brengen. 225. Hoofdstuk 3.10 gaat over de operationele regels voor LNG vrachtwagens laaddiensten. Dit Hoofdstuk is leeg. De CREG vraagt aan de N.V Fluxys LNG om dergelijke regels te ontwikkelen en een amendement aan dit LNG-toegangsreglement in te dienen ter goedkeuring voor 1 oktober 2013. 226. Onder Hoofdstuk 3.11 (congestiebeheer in de LNG terminal) refereert men naar hoofdsstukken 2.3 (secundaire markt) en 3.1.9 (vrijgave van capaciteit) van dit LNG toegangsreglement die de procedures bevatten voor het beheer van congestie op de LNG terminal. Gelet op : 1. de specificiteiten van een LNG terminal tegenover een aardgasvervoersnetwerk, 2. een beperkt aantal mogelijke bevrachters, 3. het feit dat het aanbod van diensten de vraag van de markt overschrijdt, is het moeilijk regels te definiëren in een markt waar het probleem zich niet stelt. Als gevolg daarvan gaat de CREG voorlopig akkoord met de door de N.V. Fluxys LNG voorgestelde manier van congestie te beheren. Echter vraagt de CREG aan de N.V. Fluxys LNG om de markt op te volgen en om op een maandelijkse basis aan de CREG te rapporteren over de capaciteitsverbruik van de LNG terminal. De CREG vraagt aan de N.V. Fluxys LNG om een continu monitoring daarvan te maken en, op verzoek van de CREG, aangepaste procedures in te dienen ter goedkeuring via een amendement van het LNG-toegangsreglement. 227. De operationele regels voor incidentbeheer en noodgevallen worden onder Hoofdstuk 3.12 beschreven. Dergelijke regels worden door de N.V. Fluxys LNG onderworpen op 54/60 basis van de bestaande regels van de N.V. Fluxys Belgium die van toepassing zijn op haar aargasvervoersnetwerk en haar stockage installatie te Loenhout degene door de CREG werden goedgekeurd. De CREG heeft daarover geen opmerking. Formulieren (artikel 202, 1°, gedragscode) 228. Hoofdstuk 4.1 geeft de verschillende formulieren weer die gebruikt moeten worden in het kader van diensten aanvragen en bevestigingen, namelijk : 1) Aanvraagsformulier Diensten voor het afsluiten van een contract (SRFC) 2) Bevestigingsformulier Diensten voor het afsluiten van een contract (SCFC) 3) Aanvraagsformulier Diensten voor overdracht (SRFA) 4) Bevestigingsformulier Diensten voor overdracht (SCFA) 5) Aanvraagsformulier Diensten voor overdracht door terminal operator (SRFATO) 6) Bevestigingsformulier Diensten voor overdracht door terminal operator (SCFATO) Hoewel artikel 202 § 1 van het gedragscode bepaalt dat het toegangsreglement voor LNG het type-dienstenformulier bevat, zijn de bovenvermelde formulieren type-formulieren die gebruikt worden om diensten te reserveren of over te dragen. De CREG heeft daarover geen opmerking. 229. Hoofdstuk 4.2 geeft het formulier bankgarantie dat de bevrachter moeten gebruiken om een bankgarantie op eerste verzoek aan de N.V. Fluxys LNG te bezorgen conform artikel 9 van het LNG-contract voor herleveringsdiensten. De CREG heeft daarover geen opmerking. Algemene voorwaarden voor toegang/gebruik van het elektronisch data platform (artikel 202, 17°, gedragscode) 230. In het kader van de uitvoering van LNG diensten biedt de N.V. Fluxys LNG de terminal gebruikers toegang tot en het gebruik van het elektronisch data platform. Hoofdstuk 4.3 bepaalt de algemene voorwaarden voor het toegang tot en gebruik van het bovenvermeld e