← België

Eindbeslissing over de aanvraag van C-Power voor toekenning van groenestroomcertificaten voor de elektriciteit opgewekt door de windmolen F2 op de Tho

Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS EINDBESLISSING (B)130228-CDC-1231 over ‘de aanvraag van C-Power voor toekenning van groenestroomcertificaten voor de elektriciteit opgewekt door de windmolen F2 op de Thorntonbank’ genomen met toepassing van artikel 10 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen 28 februari 2013 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) neemt hierna, op basis van artikel 10 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen (hierna : het koninklijk besluit van 16 juli 2002), een beslissing over de aanvraag van de N.V. C-Power (hierna : C-Power) voor toekenning van groenestroomcertificaten voor de elektriciteit opgewekt door windmolen F2 op de Thorntonbank. Deze windmolen, met een vermogen van 6,15 MW, is de laatste windmolen van de eerste uitbreiding met totaal 30 windmolens (over de aanvraagdossiers voor de overige 29 windmolens heeft de CREG op 18 oktober 2012 de eindbeslissing (B)121018-CDC-1181 genomen). Hierdoor is het geïnstalleerd vermogen van C-Power toegenomen met 184,50 MW (30 * 6,15 MW) tot in totaal 215,40 MW. Onderstaande beslissing bestaat uit vier delen. Het eerste deel licht het wettelijk kader toe dat aan de basis van deze beslissing ligt. Het tweede deel zet de antecedenten uiteen die tot deze beslissing hebben geleid. Het derde deel bevat de analyse van het ingediende dossier. De beslissing wordt geformuleerd in het vierde deel. Deze beslissing werd door het Directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 28 februari 2013 goedgekeurd.  2/8 I. WETTELIJK KADER

  1. Artikel 8 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 bepaalt dat de aanvraag voor toekenning van groenestroomcertificaten aan de CREG wordt gericht. Deze aanvraag gebeurt door middel van een formulier opgesteld door de CREG en volgens de door haar bepaalde modaliteiten. De aanvrager voegt bij dit formulier een door de officieel erkende instelling voor eensluidend verklaarde kopie van het certificaat van oorsprongsgarantie dat hem werd toegekend overeenkomstig artikel 4 van het voornoemde koninklijk besluit.
  2. Overeenkomstig artikel 9 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 gaat de CREG vervolgens na of het aanvraagformulier correct en volledig is ingevuld. Indien zij vaststelt dat de aanvraag onvolledig is informeert zij de aanvrager hiervan binnen een termijn van maximum vijftien dagen na ontvangst van het aanvraagformulier. Zij preciseert waarom het formulier onvolledig is en stelt een termijn vast van maximum drie weken waarbinnen de aanvrager verzocht wordt zijn aanvraag te vervolledigen.
  3. Artikel 10 van het voornoemde koninklijk besluit bepaalt dat de CREG, binnen een termijn van één maand na ontvangst van het correcte en volledige formulier, nagaat of de aanvrager aan de voorwaarden voor toekenning van groenestroomcertificaten beantwoordt en zij maakt haar beslissing aan hem bekend. De commissie is verplicht de aanvrager die haar daarom verzoekt te horen.
  4. Artikel 11 van het voornoemde koninklijk besluit stelt dat de groenestroomcertificaten minstens één keer per kwartaal, in gedematerialiseerde vorm, worden toegekend door de CREG, na aanvaarding van de aanvraag. De CREG verstuurt, minstens één keer per kwartaal, een document met het aantal groenestroomcertificaten, de code van de oorsprongsgarantie en de productieperiode aan de houder van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6 van de wet die de oorsprongsgarantie bezit. 3/8
  5. In de onderhavige beslissing gaat de CREG na of de aanvrager beantwoordt aan de voorwaarden voor toekenning van groenestroomcertificaten voor elektriciteit opgewekt door de windmolen F2 op de Thorntonbank. De onderhavige beslissing dient bijgevolg als een principebeslissing beschouwd te worden. Het effectief toekennen van groenestroomcertificaten zal gebeuren overeenkomstig artikel 11 van het voornoemde koninklijk besluit van 16 juli
  6. II. ANTECEDENTEN
  7. Op 4 januari 2013 ontving de CREG een aanvraag, gedateerd op 3 januari 2013, van C-Power voor toekenning van groenestroomcertificaten voor elektriciteit opgewekt door de windmolen F2, geïnstalleerd op de Thorntonbank in de Belgische Exclusieve Economische zone. De aanvraag van C-Power voor de windmolen F2 bestaat uit : het ingevulde aanvraagformulier voor F2; het certificaat van oorsprongsgarantie voor windmolen F2; bijlagen bij het aanvraagdossier. 4/8 III. ANALYSE VAN DE AANVRAAG
  8. Overeenkomstig artikel 7, §1, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 kunnen groenestroomcertificaten enkel toegekend worden aan producenten die houder zijn van een concessie bedoeld in artikel 6 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, evenals van een certificaat van oorsprongsgarantie zoals bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 16 juli
  9. De CREG stelt vast dat C-Power inderdaad houder is van een domeinconcessie die haar bij ministerieel besluit van 27 juni 2003 toegekend werd1 en uitgebreid werd bij ministerieel besluit van 3 februari
  10. De CREG stelt verder ook vast dat de aanvrager houder is van een certificaat van oorsprongsgarantie voor de betrokken windmolen dat uitgereikt werd door AIB-Vinçotte Belgium.
  11. Hieronder worden de belangrijkste elementen uit het aanvraagformulier, het certificaat van oorsprongsgarantie en de bijlagen besproken.
  12. De aanvraag voor de toekenning van groenestroomcertificaten werd ingediend voor de windmolen F
  13. De voornaamste gegevens van het aanvraagformulier (benaming van de windmolen, datum van de aanvraag, coördinaten van de betrokken windmolen, nominaal vermogen, datum van indienstneming van de windmolen en de gevraagde startdatum voor toekenning van groenestroomcertificaten) worden samen met de datum van ondertekening van het certificaat van oorsprongsgarantie in onderstaande tabel hernomen. 1 2 Belgisch Staatsblad van 29 juli
  14. Belgisch Staatsblad van 16 februari
  15. 5/8 tabel 1 Coördinaten WGS 84 Datum certificaat Startdatum van aanvraag GSC oorsprongsgarantie 14-12-2012 18-12-2012 20-12-2012 Benaming Datum Aanvraag Nominaal Indienstvermogen neming Oosterlengte Noorderbreedte (MW) F2 3-01-2013 51°33,288' 02°58,718' 6,150
  16. Het certificaat van oorsprongsgarantie voor de betrokken windmolen werd als bijlage bij het aanvraagformulier gevoegd.
  17. Het certificaat van oorsprongsgarantie voor windmolen F2 werd afgeleverd door AIB-Vinçotte Belgium, die als keuringsinstelling, zoals bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit, door de Minister van Klimaat en Energie werd erkend op 4 november 2008 (brief met referentie PM/HP/A3/EH/BC0131-3/03031-03741/3517). Deze erkenning werd verlengd voor een periode van drie jaar vanaf 4/11/
  18. Overeenkomstig artikel 4, §2, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 dient het certificaat van oorsprongsgarantie aan te tonen dat de effectief geproduceerde elektriciteit groene stroom is en dat de geproduceerde elektriciteit berekend wordt volgens de geldende meetnormen. De CREG stelt vast dat het door AIB-Vinçotte Belgium toegekende certificaat van oorsprongsgarantie voor de betrokken windmolen ondermeer de volgende elementen attesteert: dat de geproduceerde elektriciteit afkomstig is van windenergie; de inventarisatie van de verschillende elementen die deel uitmaken van de meetketen; dat de elektrische teller en de klemmenstroken verzegeld werden; de meterstanden op het moment van het plaatsbezoek; dat de meteropname en het meetalgoritme het mogelijk maken om de netto elektrische energie te bepalen vóór transformatie; dat er een generator geïnstalleerd is op het platform van elke windmolen, die op het moment van het bezoek ter plaatse niet meer in gebruik was en waarvan de aansluitingskabels afgekoppeld waren. 3 Ministerieel besluit van 19 maart 2012 houdende hernieuwing van de erkenning van de keuringsinstelling AIBVinçotte Belgium VZW, voor de controle van productie-installaties van elektriciteit, opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, Belgisch Staatsblad 3 april
  19. 6/8
  20. Overeenkomstig artikel 7, §1, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 kunnen groenestroomcertificaten enkel toegekend worden aan producenten die houder zijn van een domeinconcessie en van een certificaat van oorsprongsgarantie. De CREG stelt vast dat C-Power als startdatum voor de toekenning van groenestroomcertificaten een datum kiest ná de datum van het certificaat van oorsprongsgarantie (zie voorgaande tabel). In ieder geval stelt de CREG vast dat op de gevraagde startdatum voor toekenning van de groenestroomcertificaten de betrokken windmolen voldoet aan de voorwaarden voor toekenning van groenestroomcertificaten voor de netto geproduceerde elektriciteit door de betrokken windmolens zoals bepaald in het koninklijk besluit van 16 juli
  21. Groenestroomcertificaten worden overeenkomstig artikel 7, §2, van het koninklijk besluit toegekend op basis van de nettoproductie van groene stroom, gemeten vóór transformatie. De nettoproductie wordt gedefinieerd als de geproduceerde elektriciteit verminderd met de elektriciteit verbruikt door de functionele installaties. Gezien de meting van de geproduceerde elektriciteit ter hoogte van de voet van de windmolen en ná transformatie gebeurt, dient er een correctie te gebeuren om rekening te houden met de elektrische verliezen.
  22. De CREG stelt vast dat het maximaal realiseerbaar vermogen van de windmolen F2 begrensd is op 6,150 MW. De CREG merkt op dat iedere eventuele wijziging van deze begrensde waarde onverwijld moet gemeld worden aan de CREG. 7/8 IV. BESLISSING Gelet op het aanvraagdossier voor de toekenning tot groenestroomcertificaten voor de windmolen F2 ontvangen van C-Power op 4 januari
  23. Gelet op voorgaande analyse van de CREG. Overwegende dat C-Power houder is van een domeinconcessie toegekend bij ministerieel besluit van 27 juni 2003 en uitgebreid bij ministerieel besluit van 3 februari
  24. Overwegende dat AIB-Vinçotte Belgium werd erkend als keuringsinstelling. Overwegende dat AIB-Vinçotte Belgium voor de betrokken windmolen een certificaat van oorsprongsgarantie heeft toegekend op 18 december
  25. Beslist de CREG dat C-Power beantwoordt aan de voorwaarden voor toekenning van groenestroomcertificaten voor de netto geproduceerde elektriciteit uit windenergie door windmolen F2 vanaf de gevraagde startdatum vermeld in de tabel
  26.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas : Dominique WOITRIN Directeur François POSSEMIERS Voorzitter van het Directiecomité 8/8

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.