← België

Beslissing over de door ELIA SYSTEM OPERATOR NV voorgestelde wijzigingen van de algemene voorwaarden van het toegangscontract

Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)130328-CDC-1241 over ‘de door ELIA SYSTEM OPERATOR NV voorgestelde wijzigingen van de algemene voorwaarden van het toegangscontract’ genomen met toepassing van artikel 23, §2, tweede lid, 9°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt juncto artikel 6 van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe 28 maart 2013 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna de “CREG”) onderzoekt, met toepassing van artikel 23, §2, tweede lid, 9°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna de “elektriciteitswet”) juncto artikel 6 van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna het “technisch reglement”), de wijzigingen van de algemene voorwaarden van het toegangscontract dat de netbeheerder, Elia System Operator NV (hierna “Elia”), haar ter kennis brengt. Meer bepaald diende Elia per brief van 8 maart 2013, ontvangen op 11 maart 2013, bij de CREG een aanvraag in tot goedkeuring van wijzigingen van de algemene voorwaarden van het toegangscontract om de effectieve invoering van aansluitingen met flexibele toegang voor productie-eenheden mogelijk te maken. Een kopie van het gewijzigde contract waarvan de CREG op 11 maart 2013 in kennis werd gesteld, is als bijlage bij onderhavige beslissing gevoegd. Deze beslissing werd door het Directiecomité tijdens zijn zitting van 28 maart 2013 aangenomen. 2/21 I. WETTELIJK KADER I.1 M.b.t. de goedkeuringsbevoegdheid van de CREG 1. Met toepassing van artikel 23, §2, tweede lid, 9°, van de elektriciteitswet keurt de CREG onder meer de documenten goed die door het technisch reglement worden beoogd met name met betrekking tot de voorwaarden voor de aansluiting en de toegang tot het transmissienet. 2. Artikel 6, §1, van het technisch reglement bepaalt onder meer dat de algemene voorwaarden van de aansluitingscontracten, de contracten van toegangsverantwoordelijke en de toegangscontracten evenals alle wijzigingen die hieraan worden aangebracht, aan de goedkeuring van de CREG worden onderworpen volgens de procedure voorzien in §2 van dit artikel. In zijn onderzoek gaat de CREG na of deze algemene voorwaarden:

  1. a)de toegang tot het net niet belemmeren; en
  2. b)de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net niet in gevaar brengen; en
  3. c)conform het algemeen belang zijn. I.2 M.b.t. de ontwikkeling van en de toegang tot het transmissienet 3. In deze context kan onder meer melding worden gemaakt van volgende bepalingen. 4. Met toepassing van artikel 12, a), van Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG (hierna “Richtlijn 2009/72/EG”) dient elke transmissiesysteembeheerder er onder meer voor te zorgen dat het systeem op lange termijn kan voldoen aan een redelijke vraag naar transmissie van elektriciteit en dient hij te zorgen voor de exploitatie, het onderhoud en de ontwikkeling van veilige, betrouwbare en efficiënte transmissiesystemen, met inachtneming van het milieu. Artikel 15 van Richtlijn 2009/72/EG bevat een aantal bepalingen die de verantwoordelijkheid van de transmissiesysteembeheerder voor de inschakeling van de stroomproductieeenheden vastleggen. Artikel 32 van dezelfde richtlijn bevat onder meer het recht voor de 3/21 beheerder van een transmissiesysteem om de toegang te weigeren wanneer hij niet over de nodige capaciteit beschikt. 5. Artikel 16 van Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (hierna “Richtlijn 2009/28/EG”) bevat een aantal bepalingen ter bevordering van de transmissie en toegang tot het net van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen. 6. Met toepassing van artikel 8, §1, derde lid, 1°, van de elektriciteitswet is Elia verantwoordelijk voor het ontwikkelen, onder economisch aanvaardbare voorwaarden, van een zeker, betrouwbaar en doeltreffend transmissienet, waarbij het ontwikkelen van het transmissienet wordt bestudeerd in het kader van het uitwerken van het ontwikkelingsplan. Het ontwikkelingsplan bevat met toepassing van artikel 13 van de elektriciteitswet een gedetailleerde raming van de behoeften aan transmissiecapaciteit, met aanduiding van de onderliggende hypothesen, en bepaalt het investeringsprogramma dat de netbeheerder zich verbindt uit te voeren om aan deze behoeften te voldoen. Dit artikel bepaalt tevens dat indien de CREG, na raadpleging van de netbeheerder, vaststelt dat de investeringen voorzien in het ontwikkelingsplan de netbeheerder niet in de mogelijkheid stellen om op een adequate en doeltreffende wijze aan de capaciteitsbehoeften te voldoen, de minister de netbeheerder kan verplichten om het ontwikkelingsplan aan te passen teneinde aan deze situatie te verhelpen binnen een redelijke termijn. 7. Artikel 15 van de elektriciteitswet bepaalt onder meer dat de in aanmerking komende afnemers en de producenten een recht van toegang hebben tot het transmissienet tegen de tarieven vastgesteld overeenkomstig artikel 12. De netbeheerder kan de toegang tot het net alleen weigeren wanneer hij niet over de nodige capaciteit beschikt en wanneer deze toegang de behoorlijke uitvoering van een openbare dienstverplichting in het algemeen economisch belang ten zijne laste zou verhinderen en voor zover de ontwikkeling van de uitwisselingen niet wordt beïnvloed in een mate die strijdig is met de belangen van de Europese Gemeenschap. 8. Met toepassing van artikel 8, §1, derde lid, 5°, van de elektriciteitswet verzekert de netbeheerder de coördinatie van het beroep op de productie-installaties en de bepaling van het aanwenden van interconnecties op basis van objectieve criteria die door de CREG worden goedgekeurd. Deze criteria houden rekening met: 4/21
  4. a)de economische rangorde van de elektriciteit afkomstig van de beschikbare productie- installaties of overdrachten door middel van interconnecties, evenals met de voor het net geldende beperkingen;
  5. b)de voorrang die moet worden gegeven aan de productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen gebruiken, in de mate dat een veilig beheer van het transmissienet dit toelaat en op basis van transparante en niet-discriminerende criteria, evenals aan de installaties voor gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit. De Koning kan, na advies van de CREG en overleg met de Gewesten, de criteria preciseren die door een productie-installatie die hernieuwbare energiebronnen aanwendt moeten worden nageleefd om te kunnen genieten van deze voorrang en de technische en financiële voorwaarden bepalen die terzake moeten worden toegepast door de netbeheerder;
  6. c)het tot een minimum beperken van de belemmeringen voor uit hernieuwbare energiebronnen geproduceerde elektriciteit;
  7. d)de te geven voorrang, omwille van de bevoorradingszekerheid, aan productie-installaties die binnenlandse brandstofbronnen voor primaire energie gebruiken, met een beperking van 15% van de totale hoeveelheid primaire energie die nodig is om de in België in de loop van één kalenderjaar verbruikte energie te produceren. 9. Artikel 173 van het technisch reglement bepaalt dat het toegangscontract op objectieve en niet discriminerende wijze de regels bepaalt die de netbeheerder toelaten om de toegang tot het net geheel of gedeeltelijk te onderbreken, voor een tijdelijke periode die hij bepaalt, in geval van overbelasting van het net of in geval van een mogelijke overbelasting van het net, hierin begrepen het geval van de onbeschikbaarheid van het geheel of een deel van de capaciteit om redenen van veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net. I.3 Voorbehoud 10. De CREG acht het van belang op te merken dat de nationale bepalingen met betrekking tot het technisch reglement en de toepassing ervan (onder meer artikel 11 van de elektriciteitswet, alsook het technisch reglement en artikel 23, §2, tweede lid, 9°, van de elektriciteitswet) geen correcte omzetting inhouden van de Richtlijn 2009/72/EG en meer bepaald een inbreuk vormen op de exclusieve bevoegdheden van de CREG, onder meer op 5/21 deze tot vaststelling of goedkeuring van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot de nationale netten, bedoeld in artikel 37

(6)
  1. a)van de Richtlijn 2009/72/EG1. 11. De CREG is bovendien van mening dat de bevoegdheid voor de Koning, bedoeld in artikel 8, §1, derde lid, 5°, b), van de elektriciteitswet, in strijd is met de artikelen 15.2 en 37.6 van Richtlijn 2009/72/EG en artikel 16.2.c), van Richtlijn 2009/28/EG. De CREG heeft de richtlijnstrijdigheden die aan deze en aan andere nationale bepalingen kleven, aangeklaagd in het beroep tot vernietiging van een aantal bepalingen van de wet van 8 januari 20122 dat zij indiende bij het Grondwettelijk Hof en in de klacht wegens niet-nakoming die zij neerlegde bij de Europese Commissie3. Deze wettelijke bepalingen zouden met andere woorden in het gedrang kunnen komen in de mate van hun strijdigheid met de bepalingen van Europees recht. De toepassing ervan door de CREG doet geen afbreuk aan de toekomstige beslissing van een daarvoor bevoegde rechterlijke instantie. 1 “De regulerende instanties zijn bevoegd voor de vaststelling of de voldoende ruim aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake
  2. a)de aansluiting op en toegang tot nationale netten, inclusief de transmissie- en distributietarieven of de methode daarvoor; deze tarieven of methoden maken het mogelijk dat de noodzakelijke investeringen in de netten op een zodanige wijze worden uitgevoerd dat deze investeringen de levensvatbaarheid van de netten kunnen waarborgen;”. 2 Wet van 8 januari 2012 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen (B.S. 11 januari 2012). 3 http://www.creg.be/nl/jurisprud.html 6/21 II. DE AANVRAAG TOT WIJZIGING 12. In haar brief van 8 maart 2013, ontvangen op 11 maart 2013, stelt Elia het volgende met betrekking tot haar aanvraag tot goedkeuring van wijzigingen aan de algemene voorwaarden van het toegangscontract: “De gevraagde aanpassing aan het toegangscontract vormt het sluitstuk van een lang proces dat al gestart werd in het voorjaar van 2009 naar aanleiding van een aantal aanvragen voor aansluiting van decentrale productie-eenheden aan de kust en in de zogenaamde ‘Boucle de l’est’, waar een negatief antwoord op moest worden gegeven. Na een overlegvergadering tussen Elia en de CREG op 8 september 2010, heeft de CREG tenslotte per brief van 28 oktober 2010 gevraagd om een informeel overleg op te starten met het oog op het indienen van een goedkeuringsaanvraag van de algemene voorwaarden van de contracten, nodig voor de effectieve invoering van aansluitingen met een flexibele toegang. De start van dit informele overleg was een meeting tussen Elia, de CREG en de VREG waarbij een aanpassing van artikel 16 van het toegangscontract en de toevoeging van een nieuwe definitie werd voorgesteld. Daarna heeft Elia in verschillende meetings verder overleg gepleegd met de CREG, de regionale regulatoren VREG, CWaPE en Brugel en de Users Group van Elia. Het slot van dit traject was de organisatie door Elia van een consultatievergadering van de Users Group op 28 januari 2013 (de Users Group Plenair en de WG Belgian Grid), op eigen initiatief, en dit om geen bijkomende barrières op te werpen met het oog op een goedkeuring van de voorgestelde tekst door alle regulatoren. Een verslag van deze meeting en de reacties die door de Users na deze vergadering werden verstuurd, zijn bijgevoegd aan deze brief. De voorgestelde wijzigingen aan het toegangscontract hebben de bedoeling de invoering van aansluitingen met flexibele toegang mogelijk te maken op het contractuele niveau. Waar nodig wordt de referentie gemaakt naar de van kracht zijnde wetgeving, eventueel gepreciseerd door de regulator. De aanpassingen bestaan enerzijds uit het toevoegen van de definitie “Flexibele Toegang” in artikel 1 van het contract en anderzijds het toevoegen van een subartikel in artikel 16 van het Toegangscontract waarbij de modaliteiten betreffende de “Geheel of gedeeltelijke onderbreking van de Toegang tot het Elia-Net van een Productieeenheid” worden beschreven. Conform de verschillende bevoegdheidsverdelingen in België kan elk bevoegdheidsniveau de noodzakelijke beslissingen nemen tot instelling van eventuele vergoedingsmechanismen, waar het merendeel van de opmerkingen van de Users over handelen. Elia kan echter in de hoedanigheid van netbeheerder onmogelijk dergelijke mechanismen in een contract opnemen zonder wettelijke basis waarbij duidelijk wordt gemaakt wie in aanmerking komt voor een vergoeding, in welke gevallen deze wordt toegekend, op welke manier deze wordt berekend en hoe deze vergoeding wordt gefinancierd. Met het oog op een eenvormige tekst voor heel België en het bewaren van de uniciteit van onze gereguleerde contracten – evenals op de vraag van de netgebruikers zelf – hopen wij dat het uitgebreide overlegproces dat in de voorbije jaren werd georganiseerd en de laatste 7/21 initiatieven die werden ondernomen, kunnen leiden tot een goedkeuring van de gevraagde wijzigingen aan de algemene voorwaarden van het toegangscontract. Deze gevraagde aanpassing behandelt enkel de aanpassing in het kader van de invoering van een aansluiting met flexibele toegang, zonder rekening te houden met eventuele toekomstige wijzigingen die noodzakelijk zouden zijn naar aanleiding van het arrest van het hof van Beroep te Brussel met betrekking tot de beslissing (B) 111222-CDC-658E/19 en in afwachting van de definitieve vaststelling door de CREG van de voorlopige methoden voor het berekenen en vaststellen van de tarifaire voorwaarden inzake de aansluiting op en toegang tot het elektriciteitsnetwerk met een transmissiefunctie.” 8/21 III. BEOORDELING III.1 Effectieve raadpleging door Elia 13. Met toepassing van artikel 8, §1, van het huishoudelijk reglement van de CREG 4 zorgt het directiecomité van de CREG ervoor dat alle betrokken elektriciteits- en/of aardgasondernemingen de mogelijkheid hebben hun opmerkingen mee te delen vooraleer een beslissing wordt aangenomen. In de regel wordt deze verplichting nageleefd door de betrokken ondernemingen te raadplegen over het ontwerp van beslissing overwogen door het directiecomité. Wanneer de wetgeving echter aan de CREG oplegt om binnen een maximumtermijn van dertig kalenderdagen een uitspraak te doen, acht de CREG, rekening houdend met het feit dat het niet mogelijk is om binnen een dergelijke termijn een effectieve raadpleging te organiseren, het goed te keuren voorstel slechts ontvankelijk indien de auteur ervan aantoont dat hij, vooraleer hij het voorstel heeft ingediend, zelf de betrokken ondernemingen heeft geraadpleegd en hij alle documenten en informatie hieromtrent bij dit voorstel voegt (artikel 8, §1, vierde lid, tweede zin, van het huishoudelijk reglement van de CREG). In casu beschikt de CREG met toepassing van artikel 6, §2, van het technisch reglement over een maximumtermijn van dertig kalenderdagen om een uitspraak te doen. Elia heeft ten aanzien van de CREG aangetoond dat zij de betrokken elektriciteitsondernemingen heeft geraadpleegd over de thans voorgestelde wijzigingen tijdens een consultatievergadering van de Users’ Group gehouden op 28 januari 2013. Elia heeft tijdens deze vergadering de wijzigingen toegelicht en de netgebruikers hebben de mogelijkheid gehad om de voorgestelde wijzigingen met Elia te bespreken. Na de vergadering van de Users’ Group hebben de netgebruikers de mogelijkheid gehad hun opmerkingen schriftelijk aan Elia mee te delen. Elia heeft hiertoe de nodige documenten en informatie aan het huidige voorstel toegevoegd (per brief van 8 maart 2013 en aangevuld per e-mail van 20 maart 2013). Rekening houdend met deze elementen acht de CREG het huidige voorstel van Elia ontvankelijk. De CREG vraagt dat Elia de betrokken elektriciteitsbedrijven echter voor inhoudelijke wijzigingen voortaan in een eerder stadium betrekt en consulteert over voorstellen tot 4 http://www.creg.info/pdf/Diversen/Z1213NL.pdf 9/21 aanpassing van de algemene voorwaarden van de contracten die zij aanbiedt aan de netgebruikers. III.2 Evaluatie van de opmerkingen van de geconsulteerde partijen 14. De CREG verneemt uit het verslag van de Users’ Group d.d. 28 januari 2013 en de opmerkingen Post-Meeting dat twee partijen het huidige voorstel van Elia niet steunen. De belangrijkste opmerkingen zijn de volgende: - alle nieuwe productie-installaties moeten worden aangesloten op het net en Elia is op basis van de Europese richtlijnen verplicht om een prioritaire of gewaarborgde toegang te verlenen aan productie-eenheden op basis van hernieuwbare energiebronnen; - flexibiliteit moet op gepaste wijze worden vergoed op dezelfde basis als gebruikt in de CIPU-contracten; zij moet worden toegepast op het geheel van de productie-installaties en moet een effectieve voorrang voor groene elektriciteit toelaten. Een van de partijen voorziet als uitzondering op het principe van vergoeding de situaties waar de onvoorwaardelijke toegang werken vereist die door de regulator als onredelijk worden geacht; - het wettelijk kader m.b.t. de compensatie/vergoeding moet vastliggen vooraleer de notie “flexibele toegang” in de contracten wordt geïntroduceerd; dit kader moet gelden voor alle nieuwe installaties en mag geen discriminatie scheppen met bestaande installaties (met of zonder CIPU-contract); - bestaande productie-eenheden, waarvan slechts enkele een contract met flexibele toegang hebben, en de nieuwe installaties, die volgens hen contracten met flexibele toegang zullen hebben, worden duidelijk verschillend behandeld. Eén van de partijen vraagt hoe deze discriminatie zal kunnen worden opgelost. De andere partij maakt de opmerking dat de huidige flexibele contracten uitzonderingen zijn die de betrokken producenten hebben aanvaard in afwachting van netversterkingen (bv. Stevin) en dat dit geen precedent mag scheppen; - de invoering van het principe van flexibele toegang en het vastleggen van regels daarvoor moet gebeuren door een wetgevende overheid aangezien flexibele toegang op gelijke voet moet worden behandeld als een weigering van toegang tot het net. 10/21 Hieronder evalueert de CREG deze kritieken op het voorstel van Elia. 15. In artikel 23.2 van Richtlijn 2009/72/EG waarnaar wordt verwezen door de partijen is inderdaad sprake van omstandigheden waarin de transmissienetbeheerder niet het recht heeft de aansluiting van nieuwe elektriciteitscentrales te weigeren. Echter, dit artikel maakt deel uit van hoofdstuk V van Richtlijn 2009/72/EG dat de verplichtingen bevat waaraan enkel een onafhankelijke transmissienetbeheerder (ITO) moet voldoen (zie ook artikel 9.8 van Richtlijn 2009/72/EG). Elia werd inmiddels door de CREG gecertificeerd onder het regime van full ownership unbundling. 16. In artikel 16.2 van Richtlijn 2009/28/EG is inderdaad sprake van het garanderen van transmissie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen (HEB), prioritaire of gewaarborgde toegang voor elektriciteit uit HEB en voorrang voor productie-installaties die gebruik maken van HEB bij de dispatching van productie-eenheden. Artikelen 16.3 tot 16.6 van Richtlijn 2009/28/EG bevatten bepalingen met betrekking tot de aansluiting van nieuwe HEB-productie-eenheden. Niettemin wenst de CREG erop te wijzen dat in hetzelfde artikel 16.2 van Richtlijn 2009/28/EG wordt gesteld dat deze voorrang/garantie moet worden verleend “met inachtneming van de voorschriften inzake de instandhouding van de betrouwbaarheid en veiligheid van het net”, die bovendien “gebaseerd zijn op transparante, niet-discriminerende door de bevoegde nationale autoriteiten vastgelegde criteria”. Het ligt voor de hand dat het in bepaalde omstandigheden niet mogelijk is een onvoorwaardelijke toegang aan nieuwe productie-eenheden aan te bieden zonder de betrouwbaarheid en de veiligheid van het net te veranderen. 17. Indien men vervolgens de federale wetgeving bekijkt, moet worden vastgesteld dat Elia met toepassing van artikel 8, §1, derde lid, 1°, van de elektriciteitswet het transmissienet dient te ontwikkelen “onder economisch aanvaardbare voorwaarden”. De mate waarin Elia moet investeren wordt bestudeerd in het kader van het uitwerken van het ontwikkelingsplan en de aanpassingen van dit plan (artikel 13 van de elektriciteitswet). De opmerking van de eerder bedoelde partijen dat de notie “economisch aanvaardbaar” best wordt geëxpliciteerd aan de hand van duidelijke en eenvormige criteria hoort thuis in die context. 18. De elektriciteitswet bevat derhalve niet de plicht voor Elia om haar net altijd en overal te versterken. Wel kan uit artikel 13, §1, van de elektriciteitswet worden afgeleid dat het ontwikkelingsplan ook betrekking moet hebben op de noodzakelijke ontwikkelingen van het transmissienet die noodzakelijk zijn voor de aansluiting op het transmissienet van installaties 11/21 voor de productie van elektriciteit uit wind in de zeegebieden waarin België rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht. 19. Verder kan Elia met toepassing van artikel 15, §1, van de elektriciteitswet de toegang tot het net weigeren indien zij niet over de nodige capaciteit beschikt. Dit recht geldt niet alleen ten aanzien van de afnemers, maar ook ten aanzien van producenten en tussenpersonen bedoeld in artikel 15, §2, van de elektriciteitswet. Daarbij wordt het begrip “toegang” begrepen volgens de traditionele standaard. Hoewel Elia in 2011 nog argumenteerde dat de N-1 verplichting geldt voor afname, maar niet één op één kan worden getransponeerd op injectie, blijkt uit haar antwoord op de derde vraag gesteld door leden van de Users’ Group op 28 januari 2013, dat met “productie-eenheden die beschikken over een traditionele toegang” die eenheden worden bedoeld die op het Elia-net zijn aangesloten om permanent te kunnen injecteren, rekening houdend met het criterium N-15. 20. Hoewel voornoemd artikel 15 van de elektriciteitswet niet met zoveel woorden stelt dat Elia de aansluiting kan weigeren wanneer zij gerechtigd is de toegang tot het net te weigeren, is een aansluiting op het net niet zinvol indien geen toegang kan worden verstrekt. Het technisch reglement koppelt dan ook de beoordeling van een aansluitingsaanvraag aan de beschikbaarheid van het net voor injectie of afname. Met toepassing van artikel 100 van het technisch reglement6 onderzoekt de netbeheerder de aansluitingsaanvraag en beoordeelt deze op niet discriminerende wijze, onder meer in het licht van: 1° het behoud van de integriteit, de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net; 2° de goede werking van het net ten aanzien van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van de installaties van de andere netgebruikers; 5 Cf. Antwoord Elia op vraag 3 tijdens Users’Group Consultation Meeting dd. 28/01/2013, verslag p. 2 onderaan. 6 Volgens de Memorie van toelichting bij de wet van 8 januari 2012 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen (B.S. 11 januari 2012), die niet alleen het derde Europese energiepakket beoogt om te zetten, maar ook deels het Europese Pakket Klimaat en Energie, en in het bijzonder Richtlijn 2009/28/EG, bepaalde het technisch reglement op dat moment reeds de procedures voor de prioritaire aansluiting en toegang tot het elektriciteitstransmissienet voor de productie-eenheden die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen en voor de eenheden van kwalitatieve warmtekrachtkoppeling, met name in de artikelen 61, 64, 79, 94 en 100. Zie Parl.St., Kamer, 2010-2011, Doc 53, nr. 1725/001, pp. 5, 6, 15 en 16. 12/21 3° de noodzaak tot het bevorderen van een harmonieuze ontwikkeling van het net op niet discriminerende wijze; 4° de reeds bestaande aansluitingen en bestaande capaciteitsreserveringen voor injectie of afname; 5° de naleving van de bepalingen van de wet van 29 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten; 6° naleving van het milieurecht en het recht van ruimtelijke ordening; 7° het behoud van noodzakelijke transportcapaciteit voor de bevoorrading van toekomstige behoeften in verband met openbare dienstverplichtingen volgens de wettelijke bepalingen; 8° de voorrang in de mate van het mogelijke en rekening houdende met de noodzakelijke continuïteit van de voorziening, aan productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen of warmtekrachtkoppeling gebruiken. Met toepassing van artikel 100 van het technisch reglement is de aansluiting derhalve, ook van productie-eenheden die hernieuwbare energiebronnen gebruiken, onder meer afhankelijk van de beschikbare capaciteit voor injectie en de efficiëntie van de installaties van de andere netgebruikers. De plicht voor Elia tot aansluiting en het verlenen van toegang is derhalve niet zo absoluut als de partijen stellen. 21. Het feit dat Elia op grond van de federale wetgeving gerechtigd is de (traditionele) toegang (en aansluiting) te weigeren wanneer zij niet over de nodige capaciteit beschikt, sluit volgens de CREG echter niet uit dat Elia een (aansluiting met) minder gewaarborgde of flexibele toegang kan aanbieden. Onder een productie-eenheid met flexibele toegang begrijpt Elia een productie-eenheid die op het Elia-net wordt aangesloten zonder verzekerd criterium N-1 of zelfs N7. De producent hoeft hier vanzelfsprekend niet op in te gaan. Het alternatief is echter dat de producent helemaal geen toegang bekomt of toch niet meteen (in afwachting van netverzwaringen). 22. Hierbij is weliswaar van cruciaal belang dat elk aanbod van flexibele toegang gepaard gaat met een weigering van de “traditionele” toegang die moet gemotiveerd worden door Elia ten aanzien van de CREG overeenkomstig de artikelen 8, §1, derde lid, 10° en 15, §1, derde lid, van de elektriciteitswet. Met toepassing van artikel 23, §2, tweede lid, 34°, van de 7 Zie verslag van de consultatievergadering van 28 januari 2013 p. 3 bovenaan. 13/21 elektriciteitswet ziet de CREG erop toe dat de netbeheerder, zo nodig en in geval van weigering van toegang, de relevante informatie verstrekt over de nodige maatregelen om het net te versterken. Dit blijkt ook het uitgangspunt te zijn in de door Elia voorgestelde regeling. Uit de laatste zin van het voorgestelde artikel 16.1.2. en meer bepaald de bewoordingen “zonder hetwelk de Toegangshouder de Flexibele toegang tot het Elia-net geheel zou moeten worden ontzegd” en de toelichtingen die Elia aan de CREG heeft verstrekt, blijkt duidelijk dat een aanbod tot flexibele toegang op gelijke voet wordt behandeld als een weigering van toegang tot het net. Het staat een kandidaat-producent vanzelfsprekend vrij om slechts op het aanbod van flexibele toegang van Elia in te gaan nadat de regulator een standpunt heeft ingenomen over de weigering van toegang door Elia en vanaf het moment dat de beroepstermijnen of procedures zijn afgelopen. In die zin dient de door Elia uitgewerkte regeling inderdaad, zoals aangegeven door de eerder vermelde partijen, als een uitzonderingsregime worden beschouwd. Gelet op de verplichting van Elia om het net te ontwikkelen onder economisch aanvaardbare voorwaarden zal het bovendien vaak om een tijdelijke flexibele toegang gaan. Anderzijds gaat de CREG akkoord met Elia dat de regeling inzake flexibele toegang tot het transmissienet, ook al zal de effectieve toepassing ervan in de praktijk ongetwijfeld beperkt zijn tot enkele specifieke locaties, algemeen moet worden geformuleerd, precies met de bedoeling om deze regeling op niet-discriminatoire wijze toe te passen en niet reeds op voorhand te beperken tot bepaalde gedeelten van het transmissienet. 23. Aangezien een aanbod van flexibele toegang slechts gerechtvaardigd is indien Elia de toegang tot het net kan weigeren met toepassing van artikel 15, §1, van de elektriciteitswet (weigering waarop de CREG toeziet) en dit aanbod zodoende een bijkomende benutting van het net inhoudt ten opzichte van wat vandaag het geval is zonder evenwel de veilige werking van het net in het gedrang te brengen, acht de CREG de invoering van het principe van flexibele toegang aanvaardbaar in het licht van de criteria bedoeld in artikel 6, §1, van het technisch reglement. Het is een maatregel die de toegang tot het net van nieuwe productie-capaciteit bevordert, zonder de veilige werking van het net in het gedrang te brengen en zonder Elia te ontslaan van haar plicht om het transmissienet te ontwikkelen onder economisch aanvaardbare voorwaarden en aansluitingen uit te voeren binnen een redelijke termijn. Of Elia voldoende in haar net blijft investeren, is de verantwoordelijkheid van alle partijen die bij de totstandkoming van het ontwikkelingsplan zijn betrokken. 14/21 24. Bovendien is het om dezelfde reden, nl. omdat Elia alsnog een minder gewaarborgde toegang wil aanbieden wanneer zij strikt genomen gerechtigd is de toegang te weigeren, niet noodzakelijk dat de notie “flexibele toegang” bij wet wordt ingevoerd. De CREG is van mening dat het toegangscontract de aangewezen plaats is om de regeling inzake onderbreking van de flexibele toegang op te nemen. Met toepassing van artikel 173 van het technisch reglement bepaalt het toegangscontract immers op objectieve en niet discriminerende wijze de regels die de netbeheerder toelaten om de toegang tot het net geheel of gedeeltelijk te onderbreken, voor een tijdelijke periode die hij bepaalt, in geval van overbelasting van het net of in geval van een mogelijke overbelasting van het net, hierin begrepen het geval van de onbeschikbaarheid van het geheel of een deel van de capaciteit om redenen van veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net. Eveneens om dezelfde reden dient het reglementaire kader voor de (eventuele) vergoedingen volgens de CREG niet reeds te bestaan. De door Elia voorgestelde wijzigingen van de algemene voorwaarden van het toegangscontract bevatten inderdaad geen voorstellen tot vergoeding voor het beperken van de flexibele toegang. De bevoegdheid om dergelijke vergoedingen voor te stellen, komt niet toe aan Elia in geval van hernieuwbare productie-installaties. Uit artikel 8, §1, derde lid, 5°, van de elektriciteitswet blijkt dat de CREG de objectieve criteria waaronder ook financiële voor het verzekeren van de coördinatie van het beroep op de productie-installaties op voorstel van Elia moet goedkeuren. Deze bevoegdheid is veel ruimer dan het bepalen van de financiële criteria voor het afregelen van de flexibele toegang. Bovendien komt deze bevoegdheid voor wat de hernieuwbare productie-installaties betreft vooralsnog8 toe aan de Koning met toepassing van artikel 8, §1, derde lid, 5°, b), van de elektriciteitswet. Deze bepalingen horen dus niet thuis in het toegangscontract. Het bepalen van de financiële criteria voor het afregelen van de flexibele toegang zal derhalve in een ruimer kader moeten worden bekeken en wat hernieuwbare energie betreft door de Koning moeten gebeuren. Het spreekt voor zich dat deze bepalingen transparant en niet-discriminatoir zullen moeten zijn. De CREG vraagt Elia echter om werk te maken van objectieve criteria waaronder ook financiële voor het verzekeren van de coördinatie van het beroep op de productie-installaties en deze ter goedkeuring aan de CREG voor te leggen met toepassing van artikel 8, §1, derde lid, 5°, van de elektriciteitswet (onverminderd de bevoegdheid van de Koning). 8 Zie voorbehoud onder I.3. 15/21 25. Wat de beweerde discriminatie betreft tussen bestaande en nieuwe productie- installaties om reden dat slechts enkele bestaande installaties flexibele toegang zouden hebben, terwijl alle nieuwe installaties een flexibele toegang zouden bekomen, deelt de CREG de mening van de betrokken partijen niet. Met toepassing van het gelijkheidsbeginsel moeten gelijke gevallen gelijk worden behandeld en objectief verschillende categorieën een verschillende behandeling krijgen. Het criterium om flexibele toegang aan te bieden heeft geen betrekking op de aard van de installaties (bestaand of nieuw, hernieuwbaar of klassiek), maar heeft betrekking op de configuratie van het net op de plaats van de aansluiting. Aanvragen tot aansluiting van nieuwe productieinstallaties ingediend vooraleer de maximale transportcapaciteit van het net is bereikt, dienen een traditionele toegang te bekomen. Aanvragen tot aansluiting van nieuwe productieinstallaties ingediend nadat deze limiet is bereikt, kunnen mogelijks nog van een flexibele toegang genieten (al dan niet in afwachting van netversterkingen door Elia). De vergoedingsprincipes van het CIPU-contract zijn vooralsnog van toepassing op productieeenheden die over een traditionele toegang beschikken. Deze vergoedingsprincipes werden tot op heden door Elia en de producenten bepaald in de CIPU-contracten, maar zullen echter voortaan door de CREG, samen met de vergoedingsprincipes ten aanzien van productieeenheden die over een flexibele toegang beschikken, op voorstel van Elia moeten worden goedgekeurd (onverminderd de bevoegdheid voor de Koning wat de hernieuwbare productie-eenheden betreft). III.3 Voorgestelde wijzigingen van de algemene voorwaarden van het toegangscontract 26. Rekening houdend met voorgaande opmerkingen kan de CREG zich vinden in het principe van de flexibele toegang voor productie-installaties indien de traditionele toegang overeenkomstig artikel 15, §1, van de elektriciteitswet geweigerd moet worden wanneer de netbeheerder niet over de nodige capaciteit beschikt. De CREG is ook van mening dat de wijzigingen die Elia voorstelt aan het toegangscontract dienen om duidelijkheid te scheppen over de modaliteiten van flexibele toegang. Zoals eerder werd opgemerkt, dient de flexibele toegang in de eerste plaats gezien te worden als een mogelijkheid tot het verlenen van bijkomende toegang tot het net die een lagere beschikbaarheid heeft dan de traditionele toegang. Het is niet de bedoeling om het huidige beschikbaarheidsniveau van de toegang aan te tasten, maar om de mogelijkheid te voorzien 16/21 om toegangscapaciteit met een lagere beschikbaarheid, maar die toch interessant kan zijn voor netgebruikers, op een transparante en niet discriminatoire wijze beschikbaar te stellen. Tijdens het overleg heeft Elia benadrukt dat een aansluiting met flexibele toegang een uitwerking is van artikel 173 van het technisch reglement en dat ze met de voorgestelde aanpassing aan het toegangscontract op een objectieve en niet discriminerende wijze de regels wil vastleggen, die haar toelaten om de toegang tot het net geheel of gedeeltelijk te onderbreken, in geval van overbelasting of mogelijke overbelasting van elementen van het net. Een aansluiting met flexibele toegang wordt dus aangeboden als een mogelijke oplossing voor een lokaal congestieprobleem. 27. De CREG stelt evenwel vast dat de meeste dringende nood aan flexibiliteit voor de toegang van productie-installaties zich bevindt op netten met een nominale spanning van 70 kV of lager die op technisch vlak niet onder federale bevoegdheid vallen. De CREG behandelt dit dossier vanuit haar federale bevoegdheid en spreekt zich bijgevolg niet uit over de flexibele toegang tot de netten die niet onder haar bevoegdheid vallen. Toevoeging van de definitie “Flexibele Toegang” 28. Het voorstel tot wijziging van de algemene voorwaarden van het toegangscontract definieert het begrip “Flexibele Toegang” als volgt: “Flexibele Toegang”: het regime dat van toepassing is op een Productie-eenheid waarvan de aansluiting, die conform de standaard vigerende regel moet worden geweigerd door een gebrek aan capaciteit omwille van congestie, toch wordt verleend mits aangepaste capaciteitstoekenningscriteria en mits de Toegang van deze Productie-eenheid onder normale uitbatingsituatie beperkt kan worden in functie van de reeds aan één of meerdere andere Productie-eenheden toegewezen capaciteit of op netelementen beschikbare capaciteit. Het aansluitingscontract van de aansluitingsaanvrager legt deze capaciteits- toekenningscriteria vast.” 29. Zoals hiervoor al werd gezegd is het van cruciaal belang dat elk aanbod van flexibele toegang op het transmissienet gepaard gaat met een weigering van de traditionele toegang die geval per geval moet gemotiveerd worden door Elia. 17/21 In het overleg heeft Elia benadrukt dat een aanbod voor aansluiting met flexibele toegang, d.i. een weigering van de traditionele toegang steeds gemotiveerd zal worden ten aanzien van de aanvrager. Tijdens de consultatie van de netgebruikers heeft Elia ook verduidelijkt dat het aansluitingscontract voor een productie-eenheid met flexibele toegang het gewenste flexibiliteitsniveau zal vermelden, alsook specifieke gegevens zoals de planningssituatie waarin de behoefte zich voordoet (bv. N-1 of veel wind in de zomer) en de noodzakelijke duur van de flexibiliteit (bv. de door Elia beschouwde versterking van het net om de congestie op te lossen). Iedere netgebruiker zal dus over de nodige informatie beschikken om de hem gevraagde flexibiliteit te beoordelen. Indien nodig (bv. flexibiliteit op N) zal Elia een statistische studie van het congestierisico bezorgen. De rendabiliteit van ieder project zal dus individueel door de kandidaat toegangshouder kunnen worden geanalyseerd. Daarnaast herhaalt de CREG dat een weigering van de traditionele toegang door Elia ook ten aanzien van de CREG gemotiveerd moet worden overeenkomstig de artikelen 8, §1, derde lid, 10° en 15, §1, derde lid van de elektriciteitswet. De CREG zal derhalve toezicht houden op de redenen voor weigering van de toegang. Wijzigingen aan artikel 16.1.1. (voorheen artikel 16.1.) en toevoeging van artikel 16.1.2. 30. De voorgestelde wijzigingen in artikel 16.1.1. hebben enkel de bedoeling verduidelijkingen aan te brengen en de toepasbaarheid van het contract uit te breiden naar de delen van het Elia-net die onder de gewestelijke bevoegdheden vallen. De CREG spreekt zich hier enkel uit over de toepasbaarheid van het contract voor het net dat onder de federale bevoegdheid valt. De CREG kan akkoord gaan met de voorgestelde verduidelijkingen in artikel 16.1.1. 31. In verband met de toevoeging van artikel 16.1.2. merkt een geconsulteerde partij op dat hij uit de laatste alinea van dit artikel en de besprekingen afleidt dat dit artikel niet van toepassing kan zijn op elke productie-eenheid maar enkel en alleen op een productieeenheid die het voorwerp uitmaakt van een flexibele toegang en dat elke zin of elk woord in dit artikel dat hiermee in strijd zou kunnen zijn dan ook moet worden geweerd. Bovendien merkt deze partij op dat het niet duidelijk is op welke wijze de onderbreking zal gebeuren voor productie-eenheden met flexibele toegang die geen voorwerp uitmaken van het CIPUcontract. 18/21 32. Hoewel de vraag van de geconsulteerde partij tot het beperken van het toepassingsgebied van artikel 16.1.2 tot productie-eenheden met flexibele toegang niet nader werd gemotiveerd, veronderstelt de CREG dat zij is ingegeven door de vrees dat afbreuk zou worden gedaan aan de rechten van bestaande producenten. De CREG wenst hierbij op te merken dat artikel 16.1.2. wel degelijk geschreven is voor alle productie-eenheden. Elia motiveert de invoering van een nieuw artikel 16.1.2. naast het bestaande artikel 16.1 (dat artikel 16.1.1 wordt) als volgt. • Artikel 16.1.1. beoogt drie algemene schorsingsgronden voor de toegang uit te werken: de eerste heeft te maken met capaciteitsproblemen op het net; de twee andere met de niet conformiteit van de toegangshouder met de technische reglementen, waardoor deze acuut de veiligheid, betrouwbaarheid en/of efficiëntie van het net in gevaar brengt of dat doet door geen gevolg te geven aan een ingebrekestelling. • Het eerste geval geeft op algemene wijze uitvoering aan de in artikel 15 van de elektriciteitswet en artikel 173 van het technisch reglement bepaalde beperkingen op het toegangsrecht en is daardoor algemeen van strekking. • Artikel 16.1.1. ligt in het verlengde van artikel 15 van de elektriciteitswet, maar biedt voornamelijk een “reactief” regime aan (het is vooral in reactie op het in artikel 16.1.1. gestelde probleem dat Elia bovendien na aanzegging via aangetekend schrijven de toegang schorst), terwijl 16.1.2. een meer “operationeel” regime beoogt voor problemen, waarvan de noodzaak geïnspireerd is door het intermittente karakter van bepaalde vormen van injectie en de toenemende omvang daarvan, die vergen dat Elia niet voornoemde aanzegging kan afwachten alvorens de toegang te schorsen via een “louter bevel tot afregeling of afschakeling”. Aldus meent Elia een antwoord te bieden op de vraag hoe zij zeer snel en tijdelijk de toegang kan schorsen. Elia zou nog bijkomend in de subtitels kunnen aangeven dat 16.1.1. “met voorafgaand aangetekend schrijven” is en 16.1.2. “zonder voorafgaand aangetekend schrijven is”. • Een andere optie had volgens Elia kunnen zijn om artikel 16.1.1. §1 op te heffen ten voordele van artikel 16.1.2., maar Elia heeft ervoor gekozen om het onderscheid te behouden. Artikel 16.1.2. is immers enkel van toepassing is op injecties en niet op afnames terwijl Elia over de mogelijkheid moet kunnen blijven beschikken om ook de toegang van afnames te kunnen schorsen. Uit de tekst van 16.1.2. (en de titel) blijkt ook duidelijk dat dit nieuwe subartikel louter slaat op productie-eenheden en niet op afnemers, in tegenstelling tot 16.1.1. hetwelk op alle toegangshouders van toepassing is/kan zijn. De vraag kan echter gesteld worden in welke mate ook voor productie-eenheden het 19/21 algemeen regime overeind dient te blijven. Elia wenst ook nog op te merken dat de invoering in de toekomst van de smart grids inhoudt dat ook aan de afnamezijde de toegang sneller zal moeten kunnen worden geschorst, waardoor artikel 16.1.1. gebeurlijk te gepasten tijde zal moeten worden herbekeken. 33. Elia heeft ten aanzien van de CREG gesteld dat de rechten van de bestaande producenten door de loutere invoering van een aansluiting met flexibele toegang gevrijwaard blijven. Door de verwijzing in artikel 16.1.2. naar de technische modaliteiten bepaald in het aansluitingscontract en de procedures bepaald in het afgesloten CIPU-contract heeft het voorgestelde artikel 16.1.2. niet tot doel te raken aan de rechten van bestaande producenten. Wat de bestaande producenten betreft houdt artikel 16.1.2. derhalve de explicitering in van de rechten die Elia reeds heeft op basis van de aansluitingscontracten en de CIPU-contracten. De rechten van de bestaande producenten worden aldus Elia daarentegen wel geïmpacteerd door het toepassen van het principe van priority access, zoals beschreven in artikel 16.2 van Richtlijn 2009/28/EG en in verschillende artikelen in de nationale wetgeving, maar dus niet door het al of niet invoeren van het principe van een aansluiting met flexibele toegang. 34. Rekening houdend met het voorgaande acht de CREG het voorgestelde artikel 16.1.2. aanvaardbaar. 20/21 IV. BESLISSING 35. Gelet op de effectieve raadpleging door Elia van de betrokken elektriciteits- ondernemingen die plaatsvond in januari 2013, acht de CREG de aanvraag tot goedkeuring van de wijzigingen van de algemene voorwaarden van het toegangscontract, die Elia per brief van 8 maart 2013 aan de CREG overmaakte, ontvankelijk met toepassing van artikel 8, §1, vierde lid, tweede zin, van haar huishoudelijk reglement. 36. Gelet op de hiervoor uiteengezette redenen, beslist de CREG bovendien, met toepassing van artikel 23, §2, tweede lid, 9°, van de elektriciteitswet en van artikel 6 van het technisch reglement, deze voorgestelde wijzigingen van de algemene voorwaarden van het toegangscontract goed te keuren. 37. De CREG vraagt echter wel aan Elia om werk te maken van objectieve criteria waaronder ook financiële voor het verzekeren van de coördinatie van het beroep op de productie-installaties en deze ter goedkeuring aan de CREG voor te leggen met toepassing van artikel 8, §1, derde lid, 5°, van de elektriciteitswet (onverminderd de bevoegdheid van de Koning9).  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Dominique WOITRIN Directeur 9 François POSSEMIERS Voorzitter van het Directiecomité Zie voorbehoud onder I.3. 21/21 Meer gedetailleerde informatie met betrekking tot de voorbereidende akten en opmerkingen van de partijen die ermee samenhangen, vindt u hier: Verslag Users’ Group Consultation Meeting 28/01/2013 Opmerkingen Users volgend op de Users’ Group Consultation Meeting 28/01/2013  Bijlage 1: Opmerkingen Users  Bijlage 2: Opmerkingen Users  Bijlage 3: Opmerkingen Users  Bijlage 4: Opmerkingen Users

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.