Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)130516-CDC-1239 over “de nadere regels betreffende de berekening van de marge te berekenen voor de bepaling van de maximumprijzen elektriciteit toe te passen op niet-beschermde gedropte klanten” genomen met toepassing van artikel 3 van het ministerieel besluit van 1 juni 2004 tot vaststelling van maximumprijzen voor de levering van elektriciteit door de distributienetbeheerders aan de eindafnemers wiens leveringscontract werd opgezegd door hun leverancier en die niet als residentieel beschermde klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie 16 mei 2013 INLEIDING DE COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) keurt hierna nadere regels goed omtrent de berekening van de marge bedoeld in artikels 2 en 3 van het ministerieel besluit van 1 juni 2004 tot vaststelling van maximumprijzen voor de levering van elektriciteit door de distributienetbeheerders (hierna : DNB’s) aan de nietbeschermde eindafnemers wiens leveringscontract werd opgezegd door hun leverancier Deze beslissing is een wijziging van de beslissing (B)100429-CDC-964 van 29 april
- Deze actualisering wordt voornamelijk door twee elementen gerechtvaardigd : - de keuze van de tariefformule van de leveranciers met de bedoeling om dit tarief minder ontradend te maken; - de semestriële periode van toepassing van het maximumtarief gedropte klanten om enkel twee verschillende tarieven gedurende de loop van het jaar te krijgen. Het ministerieel besluit van 1 juni 2004
- Het ministerieel besluit van 1 juni 2004 bepaalt regels voor de vaststelling van de maximumprijzen toe te passen door de DNB’s voor die eindafnemers wiens leveringscontract werd opgezegd door hun leverancier en waarvoor de DNB’s, krachtens de verplichtingen hen opgelegd door de regionale regelgeving moeten instaan voor de levering van elektriciteit (supplier of last resort: SOLR), in die gevallen waarin deze eindafnemers niet voldoen aan de voorwaarden opgesomd in artikel 2 van het ministerieel besluit van 30 maart 2007, tot vaststelling van maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan de residentiële beschermde klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie (ministerieel besluit van 30 maart 2007), en daardoor niet in aanmerking komen voor de toepassing van de maximumprijzen (specifiek sociaal tarief) vastgelegd in dit ministerieel besluit.
- Artikel 2 van het ministerieel besluit van 1 juni 2004 bepaalt dat de DNB’s de bevoor- rading van de in aanmerking komende niet-beschermde afnemers, wiens leveringscontract werd opgezegd door hun leverancier, volgens de geldende gewestelijke wetgeving, verzekeren tegen maximumprijzen vastgesteld als volgt: Energieprijs + Transmissienettarief + Distributienettarief + Marge 2/11 De marge is hierbij een bedrag dat bij de som van de energieprijs, het transmissienettarief en het distributienettarief wordt geteld, indien deze som lager is dan het gemiddelde van de door de leveranciers in het verdelingsgebied van de DNB aangekondigde meest recente prijzen voor een soortgelijke categorie van klanten. Deze marge is in dit geval gelijk aan het verschil tussen voornoemd gemiddelde en de som van de eerste drie componenten van de hierboven weergegeven formule. In elk ander geval, dus indien de som gelijk is aan of groter dan het gemiddelde, is de marge gelijk aan nul. De maximumprijzen die in dit ministerieel besluit bedoeld worden, bevatten volgens artikel 5 van het ministerieel besluit van 1 juni 2004 geen belasting over de toegevoegde waarde, noch de extra belastingen en heffingen, gevestigd door de bevoegde overheden en van toepassing op deze niet-beschermde eindafnemers.
- Artikel 4 van het ministerieel besluit van 1 juni 2004 stelt dat de DNB’s ten laatste op 1 januari en op 1 juli van elk jaar de maximumprijzen publiceren die geldig zijn voor de zes daaropvolgende maanden1.. Om de overgang te maken zal de volgende periode eenmalig uitgestrekt worden over vijf maanden en zal lopen van 1 augustus 2013 tot 31 december
- Volgens het laatste lid van artikel 3 kan de CREG nadere regels vastleggen betreffende de berekening van de marge. Nadere regels betreffende de berekening van de marge
- Het ministerieel besluit van 1 juni 2004 zegt niet uitdrukkelijk wie de marge, en dus de gemiddelde prijs toegepast door de leveranciers en de maximumprijzen, moet berekenen. Uit de tekst blijkt enkel dat de maximumprijzen moeten worden gepubliceerd door de DNB’s. Uit de formulering van artikel 3, eerste lid, dat spreekt van de door de leveranciers in het verdelingsgebied van de DNB aangekondigde meest recente prijzen, kan ook worden afgeleid dat er een maximumprijs en een marge is per DNB. Het lijkt dan ook logisch dat elke DNB voor zijn eigen distributiegebied de berekening maakt, vooral ook omdat hij uiteindelijk zelf over de nodige gegevens beschikt. Om toch een zekere controle uit te kunnen voeren op de opvolging van de door de CREG in onderhavige beslissing opgelegde regels, moeten de DNB’s hun berekening en de gegevens 1 Van 1 januari tot en met 30 juni en van 1 juli tot en met 31 december. 3/11 waarop zij die hebben gebaseerd telkens, gelijktijdig met de publicatie van de maximumprijzen, aan de CREG overmaken.
- Voor de berekening van het gemiddelde dat als basis voor de berekening van de marge moet worden gebruikt, moeten volgens het ministerieel besluit van 1 juni 2004 de door de leveranciers aangekondigde meest recente prijzen worden gebruikt. Het gaat bijgevolg niet noodzakelijk om de prijzen die in het meest recente verleden in werkelijkheid werden gebruikt, maar wel om die prijzen die door de leveranciers werden aangekondigd of bevestigd voor de periode waarvoor de maximumprijzen voor SOLR-eindafnemers moeten worden gepubliceerd. Om de DNB de tijd te geven om de nodige berekeningen te maken en tot een tijdige publicatie te komen, meent de CREG dat de gegevens van toepassing in de eerste maand, voorafgaand aan de eerste maand van de nieuwe tariefperiode moeten worden gebruikt (in juni voor de maximumprijzen te publiceren op 1 juli en in december voor de maximumprijzen te publiceren op 1 januari).
- Een tweede vraag die moet worden beantwoord is welke leveranciers door de DNB moeten mee opgenomen worden in de berekening van het gemiddelde. Een eerste evident antwoord op deze vraag is dat enkel de gegevens van die leveranciers die actief zijn in het gebied van de betrokken DNB moeten worden gebruikt, voorzover het gaat om leveringen die deze leveranciers uitvoeren op residentiële LS-toegangspunten in het distributiegebied. De tariefgegevens van een leverancier die in het gebied van de betrokken DNB enkel levert aan HS-toegangspunten moeten niet opgenomen worden in de berekening. Daarnaast moet nog bepaald worden of de tariefgegevens van alle leveranciers die actief zijn bij de residentiële afnemers in het gebied van de betrokken DNB moeten worden opgenomen in de berekening, ongeacht hun procentueel aandeel in de totale belevering. Dit kan soms leiden tot het opnemen van de gegevens van heel wat leveranciers die slechts een minuscuul deel van de afnemers beleveren, wat de berekeningen moeilijker maakt zonder een merkbare invloed op het resultaat uit te oefenen. Daarom stelt de CREG dat enkel de tariefgegevens worden gebruikt van leveranciers die minstens een aandeel van 3% hebben in het totaal aantal niet-telegelezen residentiële toegangspunten in het betrokken distributiegebied, op voorwaarde dat alle in de berekening opgenomen leveranciers in totaal instaan voor minstens 90% van het totaal aantal niet-telegelezen residentiële toegangspunten in het betrokken distributiegebied. In gevallen waar één zeer grote leverancier actief is, die echter niet aan 90% van de residentiële afnemers levert, en alle andere leveranciers minder dan 3% aandeel hebben, moet bijgevolg toch rekening gehouden worden met de grootste van die kleine leveranciers, tot 90% van de residentiële afnemers in de berekening opgenomen zijn. 4/11 Bij de berekening van de marktaandelen van de verschillende leveranciers moet uiteraard geen rekening worden gehouden met niet-telegelezen residentiële toegangspunten die door de DNB zelf worden bevoorraad, in het kader van zijn opdracht als supplier of last resort. De gegevens nodig om de aandelen van de verschillende leveranciers te berekenen zijn beschikbaar bij de DNB’s zelf, vermits maandelijks de switch-gegevens, met afzonderlijke opgave van het aantal huishoudelijke niet-telegelezen toegangspunten aan de regionale regulator gerapporteerd worden. De CREG stelt dat voor elke berekening de gegevens met betrekking tot het marktaandeel van de verschillende leveranciers moeten worden gebruikt over de maand waarover aan de regionale regulator moet worden gerapporteerd in de maand voorafgaand aan die waarin de maximumprijzen moeten worden gepubliceerd, met name de maand mei van het jaar voor de publicatie op 1 juli en de maand november van het jaar voor de publicatie op 1 januari.
- Bij de berekening van het gemiddelde tarief, berekend op basis van de tarieven van de krachtens de vorige paragraaf in aanmerking komende leveranciers, moet ook rekening worden gehouden met het marktaandeel van de verschillende in de berekening opgenomen leveranciers, met andere woorden: er moet een gewogen gemiddelde berekend worden, waarbij het marktaandeel van de leverancier het gewicht bepaalt dat zijn tarief in het gemiddelde krijgt. De weging gebeurt op basis van diezelfde maandelijks aan de regionale regulator gerapporteerde gegevens met betrekking tot het aandeel van elke leverancier in het totaal aantal huishoudelijke niet-telegelezen toegangspunten.
- Voor de berekening van het gemiddelde moet de DNB kiezen voor de tariefformule die door de meeste klanten van de betrokken categorie gekozen wordt. Daar de DNB niet beschikt over de gegevens om uit te maken in welke mate de afnemers kiezen voor elk van de aangeboden formules, zullen die gegevens overgemaakt worden door de CREG uiterlijk op 15 december en op 15 juni. Bij de berekening moet uiteraard rekening worden gehouden met alle door de leveranciers toegepaste tariefelementen, dus ook met vaste vergoedingen en dergelijke.
- Het ministerieel besluit bepaalt ook dat de berekening moet worden gemaakt ‘voor een soortgelijke categorie van klanten’. Dit betekent automatisch dat er verschillende gemiddelden en marges en bijgevolg ook verschillende maximumprijzen zullen moeten worden toegepast, vermits die moeten aangepast zijn aan categorieën van klanten. Het ministerieel besluit van 1 juni 2004 geeft echter geen verdere uitleg over de interpretatie die aan het be5/11 grip ‘categorie klanten’ moet gegeven worden. Het lijkt aangewezen deze categorisering uit te voeren op basis van elementen die betrekking hebben op kenmerken van het elektriciteitsverbruik van de afnemers, zoals het vermogen en het verbruik. Op deze basis komt men dan tot de typeklanten.
- De CREG stelt daarom voor dat de DNB’s een gemiddelde prijs, en bijgevolg een marge zouden berekenen op basis van twee residentiële typeklanten. Het zijn ook deze typeklanten die de CREG gebruikt in haar rapporteringsmodel. Gelet op het feit dat een budgetmeter steeds een dubbel uurtariefmeter is, waarop dag- en nachtverbruik apart worden gemeten, is het echter nodig om typeklanten te gebruiken die een nachtverbruik hebben. Verder is het in het kader van eenvoud die moet betracht worden bij de berekening van de marge beter slechts twee typeklanten over te houden met een zeer verschillend profiel. Daarom beslist de CREG dat enkel de categorieën Dc en De moeten worden gebruikt, waarbij een aanpassing gebeurt om rekening te houden met de uitbreiding van de daluren naar het weekend : Dc: totaalverbruik: 3.500 kWh, waarvan 1.600 kWh dag en 1.900 kWh nacht De: totaalverbruik 20.000 kWh, waarvan 3.600 kWh dag, 3.900 kWh nacht en 12.500 kWh exclusief nacht
- De DNB’s moeten bijgevolg voor elk van de twee categorieën typeklanten een gewo- gen gemiddelde prijs over alle in aanmerking te nemen leveranciers berekenen voor zowel de dagprijs als de nachtprijs en voor typeklant De ook voor de exclusief nachtprijs, daaruit een marge afleiden voor elk van die drie componenten en de totale prijs die hieruit voortvloeit volgens de formule weergegeven in artikel 2 van het ministerieel besluit van 1 juni 2004 toepassen. Als voorbeeld worden op de volgende bladzijde formules gegeven voor de berekening van de marge. De CREG zal de DNB’s een gestandaardiseerd excelbestand opsturen. Dit zal gebruikt kunnen worden om de maximumprijzen gedropte klanten te berekenen en ze op een eenduidige manier te presenteren. De gemiddelde prijs voor daguren wordt berekend als volgt: 6/11 waarbij: PdagDc = de gewogen gemiddelde dagprijs voor typeklant Dc n= aantal leveranciers LevidagDc = dagprijs van leverancier i voor typeklant Dc ai = aantal huishoudelijke niet-telegelezen toegangspunten beleverd door de betrokken leverancier De prijs toe te passen door de DNB, vóór de berekening van de marge bedraagt: Pdnb = Energieprijs + Transmissienettarief + Distributienettarief (cfr. ministerieel besluit) De marge voor de dagprijs voor typeklant Dc wordt dan berekend als volgt: MdagDc = PdagDc - Pdnb Deze marge wordt uiteraard enkel toegepast wanneer zij positief is. Een gelijkaardige berekening wordt toegepast voor typeklant De en voor de andere tariefperiodes.
- Voor twee van de drie componenten van het verbruik (dag en nacht), wordt de marge berekend op basis van de gegevens voor typeklant Dc toegepast voor elk dagverbruik lager dan 5.000 kWh en elk nachtverbruik lager dan 2.500 kWh, terwijl de marge berekend op basis van de gegevens voor typeklant De wordt toegepast voor dagverbruik van 5.000 kWh en meer, voor nachtverbruik van 2.500 kWh en meer en voor alle exclusief nachtverbruik. Het enkelvoudig tarief (enkelvoudige meter) wordt niet berekend. Het is gelijk aan het tarief piekuren (tweevoudige meter). De verdelingsmethode van het vastrecht tussen dal- en piekuren zal gepreciseerd worden in het gestandaardiseerd excelbestand dat naar de DNB’s zal worden verstuurd. 7/11 BESLISSING Op basis van artikel 3, laatste lid van het ministerieel besluit van 1 juni 2004, keurt de CREG de nadere regels met betrekking tot de berekening van de marge goed, zoals die zijn opgenomen in deze beslissing. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas : Guido Camps François Possemiers Directeur Voorzitter van het Directiecomité 8/11 BIJLAGE – Verslag over de raadpleging Op 28 maart 2013 heeft de CREG een voorlopige versie van de beslissingen 1239 en 1240 ter consultatie voorgelegd aan de distributienetbeheerders (DNB's). Vier antwoorden van 88% van de DNB's elektriciteit en alle DNB's gas werden ontvangen en geanalyseerd. Er werd geen enkel belangrijk bezwaar geformuleerd. De DNB's hebben de volgende opmerkingen geformuleerd:
- Aantal jaarlijkse tariefaanpassingen De volgende passage van de tweede paragraaf van de inleiding kan verkeerd worden geïnterpreteerd. Deze actualisering wordt voornamelijk door twee elementen gerechtvaardigd : - … - de semestriële periode van toepassing van het maximumtarief gedropte klanten om enkel één tariefaanpassing gedurende een jaar te krijgen. Het gedeelte van de tekst in het vet zorgt voor verwarring bij sommige DNB's. Ze leiden eruit af dat er in de loop van het jaar één tarief wordt toegepast. Om die verwarring te vermijden, werd de zin als volgt geherformuleerd: - de semestriële periode van toepassing van het maximumtarief gedropte klanten om enkel twee verschillende tarieven gedurende de loop van het jaar te krijgen. 9/11
- Publicatie- en toepassingsdata Bepaalde DNB's zouden de publicatiedatum van de tarieven van 1 januari naar 1 februari willen verplaatsen. Aangezien deze data worden bepaald door artikel 4 van de ministeriële besluiten van 1 juni 20042 en 15 februari 20053, kan de CREG er niet van afwijken. De toepassing van de tarieven werd een maand uitgesteld zodat de datum zou samenvallen met de toepassingsperiode van de sociale tarieven met als doel de schuldvorderingen beschermde klanten gemakkelijker te kunnen berekenen. De Koninklijke Besluiten van 29 4 maart 2012 voeren een nieuwe methode voor de berekening van het referentietarief in die geen beroep meer doet op de tarieven gedropte klanten. De toepassing uitstellen heeft dus geen nut meer. De CREG is dus van mening dat de ontwerpbeslissingen niet dienen te worden aangepast als gevolg van deze opmerkingen.
- Basisgegevens van de berekening Sommige DNB's vragen in welke mate het bedrag van de federale bijdrage kan worden aangepast en of er rekening kan worden gehouden met ramingen van de prijs van de commodity. Hoewel het niet gaat om een wettelijke verplichting is het bedrag van de federale bijdrage vanaf 15 december beschikbaar op de site van de CREG. Indien het bedrag in de loop van het jaar verandert, kunnen de tarieven die op 1 juli worden gepubliceerd hiermee rekening houden. De prijs van de commodity mag geen geschatte prijs zijn. Het moet gaan om een werkelijke prijs door de DNB gedragen op het moment van de tariefberekening. 2 Ministerieel besluit van 1 juni 2004 tot vaststelling van maximumprijzen voor de levering van elektriciteit door de distributienetbeheerders aan de eindafnemers wiens leveringscontract werd opgezegd door hun leverancier en die niet als residentieel beschermde klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie kunnen beschouwd worden. 3 Ministerieel besluit van 15 februari 2005 tot vaststelling van maximumprijzen voor de levering van aardgas door de distributieondernemingen aan de eindafnemers wier leveringscontract werd opgezegd door hun leverancier en die niet als residentieel beschermde klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie kunnen beschouwd worden. 4 Koninklijke besluiten van 29 maart 2012 tot vaststelling van de regels voor het bepalen van de kosten van de toepassing van de sociale tarieven door de elektriciteitsbedrijven/aardgasondernemingen en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan. 10/11 De CREG is dus van mening dat de ontwerpbeslissingen niet dienen te worden aangepast als gevolg van deze opmerkingen.
- Datum voor de mededeling van de tariefformule door de CREG Bepaalde DNB’s wijzen erop dat in punt 8 van de ontwerpbeslissingen geen enkele termijn wordt vermeld voor de mededeling door de CREG van de tariefformule van elke leverancier die de meeste klanten hebben gekozen. De CREG heeft de ontwerpbeslissingen gewijzigd om ter verduidelijking het volgende toe te voegen: “…,die worden ten laatste op 15 december en 15 juni door de CREG meegedeeld".
- Impact van een daling van de compensatie op de saldi Bepaalde DNB's vestigen de aandacht op de impact van de ontwerpbeslissingen op hun regulatoire saldi. De bijkomende marge is het gevolg van het feit dat de tarieven van de leveranciers in de meeste distributiezones hoger zijn dan de kost van de aankoop van energie door de DNB. Indien men rekening zou houden met de tariefformule die de meeste klanten van de leveranciers hebben gekozen in plaats van de hoogste tariefformule, dan zou deze marge kunnen dalen. Toch garanderen de wijzigingen aangebracht aan de berekening van de marge de DNB's altijd dat al hun bevoorradingskosten van gedropte klanten worden gedekt. Bovendien was deze marge nooit een gegarandeerd inkomen voor de DNB's. De CREG is dus van mening dat de ontwerpbeslissingen niet dienen te worden aangepast als gevolg van deze opmerkingen. 11/11
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.