Commission de Régulation de l’Electricité et du Gaz rue de l’Industrie 26-38 1040 Bruxelles Tél. : 02/289.76.11 Fax : 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)130919-CDC-1277 over ‘de aanvraag tot goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden voor het laden van LNG vrachtwagens, bestaande uit het Standaard LNG-contract, het Toegangsreglement en het LNGprogramma van de N.V. Fluxys LNG’ genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, 6°, van de wet van 12 april 1965, betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen 19 September 2013 INHOUDSTAFEL INHOUDSTAFEL.............................................................................................................2 SAMENVATTING ............................................................................................................3 INLEIDING ......................................................................................................................4 I. WETTELIJK KADER ............................................................................................ 6 I.1. Derde Energiepakket ........................................................................................... 7 I.2. Belgisch intern recht............................................................................................. 8 I.3. Goedkeuren van belangrijkste voorwaarden ........................................................ 9 I.4. Recht van toegang tot de LNG-installaties ......................................................... 12 I.5. De goedkeuringscriteria van de belangrijkste voorwaarden voor de LNGinstallaties ........................................................................................................... 15 II. ANTECEDENTEN .............................................................................................. 24 III. ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL ................................................................ 27 III.1. Algemeen........................................................................................................... 27 III.2. Het voorstel van het Standaard LNG-contract voor het laden van LNGvrachtwagens ..................................................................................................... 28 III.3. Voorstel van Toegangsreglement voor het laden van LNG-vrachtwagens ......... 31 III.4. Het LNG-programma.......................................................................................... 37 IV. BESLUIT ............................................................................................................ 39 2/40 SAMENVATTING Deze beslissing betreft de goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden voor het laden van LNG vrachtwagens onder de vorm van drie onderscheiden documenten, te weten : - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het standaard LNG-contract voor het laden van LNG vrachtwagens in de LNG terminal te Zeebrugge; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het LNG toegangsreglement; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het aangepast LNG-programma. De N.V. Fluxys LNG, als commerciële bedrijf, heeft de vragen van verschillende marktpartijen beantwoord en heeft de gevraagde nieuwe LNG diensten voor het laden van LNG vrachtwagens ontwikkeld, rekening houdend met de bestaande LNG diensten waarvoor lange termijn contracten nog lopende zijn. In deze context heeft de N.V. Fluxys LNG een marktconsultatie op 27 mei 2013 gelanceerd over de regulatoire en contractuele documenten met betrekking tot het laden van LNG vrachtwagens. Naar aanleiding van de raadpleging van de marktpartijen en in overleg met de CREG werden door de N.V. Fluxys LNG op 2 juli 2013 en op 11 september 2013 bij de CREG per drager tegen ontvangstbewijs de bovenvermelde onderscheiden documenten ingediend ter goedkeuring: Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 19 september 2013. 3/40 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 15/14, § 2, 6°, van de wet van 12 april 1965, betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (hierna : de gaswet), de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot het vervoersnet van de N.V. Fluxys LNG in België. De aanvraag tot goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden voor het laden van LNG vrachtwagens werd door de N.V. Fluxys LNG ingediend per drager tegen ontvangstbewijs bij de CREG op 2 juli 2013 onder de vorm van drie onderscheiden documenten, namelijk : - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het standaard LNG-contract voor het laden van LNG vrachtwagens; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het LNG toegangsreglement voor het laden van LNG vrachtwagens; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het LNG-programma. Op 11 september 2013 werd door de N.V. Fluxys LNG een aangepaste aanvraag tot goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden voor het laden van LNG vrachtwagens ingediend bij de CREG, namelijk: - een aangepaste aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het standaard LNG-contract voor het laden van LNG vrachtwagens; - een aangepaste aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het LNG toegangsreglement voor het laden van LNG vrachtwagens. De onderstaande beslissing is ingedeeld in vier delen. Het eerste deel gaat over het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de onderhavige beslissing uiteengezet. In het derde deel wordt onderzocht of het voorstel de voorschriften van de Verordening (EG) 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van verordening (EG) 1775/2005, van artikel 15/11, van de gaswet en van de artikelen 201, 202 en 203 van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG- 4/40 installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas, naleeft. Het vierde deel, tenslotte, bevat het besluit. Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 19 september 2013. 5/40 I. WETTELIJK KADER I.1. Derde Energiepakket: 1. Onderhavige beslissing houdt rekening met de nieuwe Europese wetgeving, het zogenaamde “derde energiepakket”, dat voor gas bestaat uit1: - richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van richtlijn 2003/55/EG (hierna: de derde gasrichtlijn); - verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (hierna: ACER-verordening); - Verordening 715/2009/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang aardgastransmissienetten tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005 (hierna: gasverordening 715/2009). 2. Deze nieuwe Europese regels van het « derde energiepakket » beogen met name: - de onafhankelijkheid en de bevoegdheden van de nationale energieregulators op elkaar af te stemmen en te versterken om een efficiëntere regulering van de markten te bevorderen; - een Europees agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators op te richten, met als doel hen bij te staan bij het op Gemeenschapsniveau uitoefenen van de in de lidstaten vervulde reguleringstaken, en zo nodig hun optreden te coördineren; - de in het bijzonder regionale samenwerking tussen de transmissiesysteembeheerders te bevorderen door twee Europese netwerken op te richten voor transmissiesysteembeheerders; - de activiteiten verbonden aan de productie en de levering van energie verder te scheiden van de distributienetactiviteiten (unbundling) om voor homogene mededingingsvoorwaarden te zorgen terwijl het risico op belangenconflicten en 1 De twee andere teksten van het « derde energiepakket » zijn: - Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 2003/54/EG - Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/2003. 6/40 discriminerende praktijken bij de uitbating van de netten wordt vermeden, en investeringen in de infrastructuur van de netten worden gestimuleerd; - de transparantie van de markt te verbeteren inzake de net- en leveringsactiviteiten. Dit moet zorgen voor gelijkheid met betrekking tot toegang tot informatie, transparante prijzen, vertrouwen van de consumenten in de markt en het uitsluiten van marktmanipulatie; - de rechten van de consumenten te verstevigen door aan de lidstaten strenge verplichtingen op te leggen inzake de bescherming van kwetsbare consumenten; - de solidariteit tussen de lidstaten te bevorderen met betrekking tot bedreigingen voor de onderbreking van de voorziening. 3. Met ingang van 3 september 2009 is de derde gasrichtlijn en de gasverordening 715/2009 in werking getreden. De omzettingstermijn van de derde gasrichtlijn is verstreken op 3 maart 2011 en de gasverordening 715/2009 vindt vanaf 3 september 2009 rechtstreekse toepassing in de Belgische rechtsorde. 4. Voor onderhavige beslissing zijn in het bijzonder van belang: de artikelen 15 (beginselen inzake derdentoegangsdiensten bij LNG-installaties), 17 (beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures voor congestie bij LNG-installaties) en 19 (transparantievereisten voor LNG-installaties), 20 (bijhouden van gegevens door systeembeheerders), 21 (balanceringsregels en tarieven voor onbalans) en 22 (verhandeling van capaciteitsrechten) van de gasverordening 715/2009. 5. Verder bepaalt artikel 41.6, van de derde gasrichtlijn dat de regulerende instanties bevoegd zijn om tenminste het tot stand komen van volgende voorwaarden vast te stellen of voldoende ruim voor hun inwerkingtreding goed te keuren: - de voorwaarden voor toegang tot LNG-installaties; - de verstrekking van balanceringsdiensten, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen. De balanceringsdiensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria, en - de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuren, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. 6. Artikel 41.10, derde gasrichtlijn bepaalt dat de regulerende instanties bevoegd zijn om zo nodig van de beheerders van transmissie-, opslag-, LNG- en distributiesystemen te 7/40 verlangen dat zij de voorwaarden wijzigen om ervoor te zorgen dat deze evenredig zijn en op niet-discriminerende wijze worden toegepast. I.2. Belgisch intern recht: 7. Artikel 15/5 van de gaswet voorziet dat de toegang tot elk netwerk geschiedt op basis van tarieven welke goedgekeurd zijn door de CREG. Uitartikel 15/14, § 2, 6°, van de gaswet volgt dat de CREG bevoegd is om de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de vervoersnetten goed te keuren, met uitzondering van de tarieven bedoeld in de artikelen 15/5 tot 15/5decies en dat de CREG bevoegd is de toepassing ervan door de systeembeheerder en in hun respectieve netten te controleren. 8. De belangrijkste voorwaarden worden in artikel 1, 51°, van de gaswet gedefinieerd als volgt: “het standaardcontract voor de toegang tot het vervoersnet en de daarmee verbonden operationele regels”. Het vervoersnet bestaat uit een geheel van vervoersinstallaties dat geëxploiteerd wordt door één van de beheerders of door eenzelfde vervoersonderneming, met uitsluiting van de upstream-installaties en directe leidingen (artikel 1, 10°, gaswet). Onder vervoersinstallaties wordt verstaan: “alle leidingen, … en alle opslagmiddelen, LNG-installaties, gebouwen, machines en accessoire inrichtingen die bestemd zijn of gebruikt worden voor een van de in artikel 2, § 1, vermelde doeleinden” (artikel 1, 8°, gaswet). 9. Uit wat voorafgaat, mag worden besloten dat de CREG aldus over de bevoegdheid beschikt om de belangrijkste voorwaarden voor de LNG-installaties goed te keuren. 10. Verder zijn ook van belang artikel 15/1, §1, 6° en 7°, van de gaswet waarbij zowel de N.V. Fluxys Belgium en in casu de N.V. Fluxys LNG als de netgebruikers verplicht zijn elkaar alle informatie te verstrekken om een veilige efficiënte werking van de geïnterconnecteerde netten en efficiënte toegang tot het net te verzekeren. 11. Artikel 15/1, §1, 9°bis, van de gaswet verplicht de N.V. Fluxys LNG een secundaire markt te organiseren waarop netgebruikers capaciteit en flexibiliteit kunnen verhandelen en waarop de N.V. Fluxys LNG capaciteit en flexibiliteit kan kopen. De N.V. Fluxys LNG dient ook te beschikken over een elektronisch platform voor de organisatie van de toegang tot de LNG-installaties (artikel 15/1, §1, 12°, van de gaswet). 12. In uitvoering van artikel 15/5undecies, § 1, van de gaswet werd op voorstel van de 8/40 CREG door de Koning op 4 april 20032 een gedragscode vastgesteld met betrekking tot de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie. Het Koninklijk Besluit van 4 april 2003 werd recentelijk op voorstel van de CREG3 gewijzigd bij Koninklijk Besluit van 23 december 20104, betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas (hierna: de gedragscode). 13. Gelet op het derde energiepakket dat sinds 3 september 2009 in werking is getreden en ingevolge waarvan aan de nationale regulerende instanties een uitgebreider takenpakket werd toegekend, waaronder ook het vaststellen en/of goedkeuren van de voorwaarden voor de toegang tot de LNG-installaties, formuleert de CREG voorbehoud aangaande de formele rechtsgeldigheid van de gedragscode. Deze gedragscode, weliswaar tot stand gekomen op voorstel van de CREG, werd geformaliseerd bij Koninklijk Besluit op 23 december 2010, zijnde meer dan één jaar na de inwerkingtreding van het derde energiepakket. Daarnaast merkt de CREG ook op dat de wettelijke basis van de gedragscode in het gedrang zou kunnen komen door de strijdigheid ervan met de bepalingen van het derde energiepakket. De toepassing ervan door de CREG doet derhalve geen afbreuk aan de toekomstige beslissing van een daarvoor bevoegde rechterlijke instantie. I.3 Goedkeuren van belangrijkste voorwaarden 14. Artikel 77, §1, van de gedragscode bepaalt dat de beheerders voor hun respectieve activiteiten van aardgasvervoer, opslag en LNG een standaardcontract opstellen dat, evenals de eventuele wijzigingen ervan, onderworpen is aan de goedkeuring van de CREG met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de gaswet. Deze standaardcontracten worden ontworpen op een wijze dat ze de handel in aardgas niet belemmeren en de handel van de aardgasvervoersdiensten bevorderen. Artikel 77, §2, van de gedragscode vervolgt dat het standaard aardgasvervoers-, opslag- en LNG-contract in elk geval respectievelijk de elementen bedoeld in de artikelen 109, 169 en 201, van de gedragscode bevatten. In artikel 79 van de gedragscode wordt ook bepaald dat een afzonderlijk dienstenformulier door partijen wordt ondertekend per onderschrijving van een vervoersdienst. De 2 B.S.: 2 mei 2003 3 Voorstel ©090716-CDC-882 4 B.S.: 05.01.2011 9/40 vervoersdiensten die de gebruiker onderschrijft, kunnen de einddatum van het met de beheerder afgesloten standaard aardgasvervoers-, opslag- en LNG-contract niet overschrijden. 15. De standaardcontracten vormen het “toegangsticket” tot het vervoersnet, de vervoersdiensten en alle informatieplatformen aangeboden door de beheerder van de LNGinstallatie. Dit zowel voor de bevrachters (standaard aardgasvervoerscontract) als voor de afnemers (standaard aansluitingscontract). 16. In artikel 29, § 1, van de gedragscode wordt bepaald dat de beheerders voor hun respectieve activiteiten van aardgasvervoer-, opslag en LNG een toegangsreglement opstellen dat, evenals de eventuele wijzigingen ervan, onderworpen is aan de goedkeuring door de CREG met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de gaswet. Artikel 29, § 3, van de gedragscode vervolgt dat het voorstel van toegangsreglement alsook de voorstellen tot wijziging ervan door de respectieve beheerders worden opgesteld na raadpleging door deze laatsten van de netgebruikers in het kader van de overlegstructuur bedoeld in artikel 108, van de gedragscode. Tot slot, wordt in artikel 29, § 4, van de gedragscode gesteld dat de beheerders de goedgekeurde toegangsreglementen en de goedgekeurde wijzigingen ervan bekend maken overeenkomstig artikel 107, van de gedragscode en delen deze volledigheidshalve mee aan de partijen met wie zij een vervoerscontract hebben afgesloten. De goedgekeurde toegangsreglementen en de goedgekeurde wijzigingen hebben slechts uitwerking op de datum van inwerkingtreding ervan bepaald door de CREG met toepassing van artikel 107, van de gedragscode. 17. Het toegangsreglement voor LNG bevat een uitvoerige beschrijving van het LNG- model, alle operationele regels en procedures betreffende de toegang tot en de onderschrijving van LNG-diensten, regels en procedures betreffende aankomst, lossen, ligtijd, vertrek van de LNG-tankers en het goedkeuren van de LNG-tankers, de toewijzingsregels, de procedure voor nominatie en hernominatie, de bepalingen van toepassing bij reducties en onderbrekingen, de regels betreffende netevenwicht, de procedures betreffende congestiebeleid, de bepalingen van toepassing bij onderhoud, de regels betreffende druk en kwaliteit, de procedures voor wat betreft het meten van hoeveelheden en eigenschappen van het LNG en alle regels met betrekking tot de werking van de secundaire markt. 18. Tot slot moet de LNG-beheerder overeenkomstig de artikelen 81 en 82, van de gedragscode zijn dienstenprogramma opstellen voor de regulatoire periode en wordt dit 10/40 eveneens ter goedkeuring voorgelegd aan de CREG. 19. Het LNG-programma bevat een gebruiksvriendelijke beschrijving van het gehanteerde LNG-model en is in de eerste plaats de cataloog van de door de LNGbeheerder aangeboden LNG-diensten. Verder omschrijft het de wijze waarop de LNGdiensten kunnen worden gereserveerd op de primaire markt, met inbegrip van de procedure voor het elektronisch onderschrijven van LNG-diensten en geeft het informatie over de werking van de secundaire markt en de principes voor de berekening van het aardgas op voorraad en het aardgas in eigen gebruik van de LNG-beheerder. 20. Tot slot, bepaalt artikel 201, §2, 3°, van de gedragscode dat de beheerder van de LNG-installatie aparte standaard LNG-contracten kan opstellen voor LNG-diensten die de beheerder van de LNG-installatie aanbiedt, zoals het laden van LNG-vrachtwagens. Deze LNG-contracten mogen uitsluitend van elkaar verschillen om rekening te houden met de specifieke kenmerken van de respectieve LNG-diensten. 21. Zowel het standaard LNG-contract, als het toegangsreglement voor LNG en het LNG- programma dienen door de LNG-beheerder ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de CREG. Deze sleuteldocumenten komen tot stand na raadpleging van de betrokken marktpartijen. Daartoe richt de LNG-beheerder een overlegstructuur op (artikel 108 van de gedragscode) met als doel de netgebruikers op regelmatige en gestructureerde wijze te raadplegen. 22. In de gedragscode wordt nergens bepaald hoe de CREG de belangrijkste voorwaarden moet goed-, dan wel afkeuren. De goedkeuring houdt een verklaring in van een administratieve overheid hebbende voor effect dat de akte onderworpen aan deze goedkeuring haar effecten kan wegdragen vermits wordt vastgesteld dat deze akte geen enkele rechtsregel schendt en niet indruist tegen het algemeen belang. 23. Wanneer door een wetgevende bepaling aan een administratieve overheid de bevoegdheid wordt toevertrouwd een akte goed te keuren, dan beschikt deze overheid niet enkel over de mogelijkheid om dit te doen, maar is zij daartoe verplicht, zoniet maakt deze administratieve overheid zich schuldig aan rechtsweigering. Hieruit volgt dat de akte onderworpen aan een goedkeuring van een administratieve overheid, tot stand is gekomen onder de opschortende voorwaarde van deze goedkeuring. Dit betekent concreet dat zolang deze akte geen goedkeuring geniet van de administratieve overheid deze akte ook geen rechtsgevolgen kent en niet ten uitvoer kan worden gebracht, laat staan tegenstelbaar is ten 11/40 aanzien van derden. Hieruit mag evenwel niet besloten worden dat van zodra de akte door de administratieve overheid goedgekeurd wordt de goedkeuringsbeslissing integraal deel uit zou maken van de goedgekeurde akte. Beide akten blijven onderscheiden en fusioneren niet met elkaar of anders gezegd versmelten niet. 24. Een goedkeuringsbeslissing heeft ook een terugwerkende werking. Dit wil zeggen dat de goedkeuring van de akte geldt vanaf de datum waarop de akte werd uitgegeven en dus niet vanaf de datum van de goedkeuringsbeslissing. I.4. Recht van toegang tot de LNG-installaties 25. De CREG is de mening toegedaan dat het recht van toegang tot de vervoersnetten, waaronder de LNG-installaties, bedoeld in de artikelen 15/5, 15/6 en 15/7, van de gaswet van openbare orde is. 26. Het recht van toegang tot de vervoersnetten is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de aardgasmarkt5. Opdat er concurrentie op de aardgasmarkt kan komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van aardgas zouden kunnen kiezen, is het essentieel dat de eindafnemers en hun leveranciers gegarandeerd toegang tot de vervoersnetten hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een niet-discriminatoire wijze. Het is immers via de vervoersnetten dat nagenoeg elke ingevoerde en verbruikte of opnieuw uitgevoerde aardgasmolecule passeert. Een leverancier kan maar het door hem verkochte aardgas effectief aan zijn klant leveren indien hij en zijn klant elk toegang hebben tot de vervoersnetten. 27. Dat het recht van toegang tot de vervoersnetten een noodzakelijke basispijler van de liberalisering van de aardgasmarkt is, blijkt ook uit de analyse van de juridische situatie vóór de inwerkingtreding van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten (B.S., 11 mei 1999). Op het vlak van het vervoer van aardgas bestond er immers geen wetgeving die enig monopolie toekende aan de historische aardgasvervoersonderneming die ook actief was in de markt voor de levering van aardgas. Nochtans had alleen deze onderneming de facto als enige leverancier toegang tot de vervoersnetten. Dat derden geen toegang tot de vervoersnetten hadden, volgde gewoon uit het feit dat deze aardgasvervoersonderneming de eigenaar was van nagenoeg alle vervoersinfrastructuur van aardgas in België. Het was precies omwille van 5 Zie ook considerans 7 van de tweede gasrichtlijn waarin ook uitdrukkelijk gesteld wordt dat het voor een goed werkende concurrentie is vereist dat de toegang tot het netwerk niet-discriminerend en transparant is en tegen redelijke prijzen kan geschieden en considerans 4 van de derde gasrichtlijn waarin gesteld wordt dat er nog steeds geen sprake is van een niet-discriminerende nettoegang. 12/40 dit eigendomsrecht van deze aardgasvervoersonderneming dat derden, met uitzondering van de eindafnemers die bevoorraad werden door deze aardgasvervoersonderneming, geen toegang tot de vervoersnetten hadden. Om de concurrentie in de gasmarkt te introduceren, heeft de gaswet ervoor geopteerd om elke in aanmerking komende afnemer alsook de leveranciers van aardgas, voor zover deze laatste leveren aan in aanmerking komende afnemers, een recht van toegang te verlenen tot de vervoersnetten. Het is dan ook duidelijk dat een miskenning van dit essentiële recht van toegang tot de vervoersnetten de liberalisering van de gasmarkt op de helling zet. 28. Uit artikel 15/5 van de gaswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot de vervoersnetten onlosmakelijk gekoppeld is aan de gedragscode en de regulering van de nettarieven bedoeld in de artikelen 15/5bis tot duodecies, van de gaswet. De gedragscode en de regulering van de nettarieven beogen het recht van toegang tot de vervoersnetten in de feiten te realiseren. 29. Overeenkomstig artikel 15/5undecies, van de gaswet regelt de gedragscode de toegang tot de vervoersnetten. Met de gedragscode beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, niet-pertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar zijn wegens hun gebrek aan de nodige gespecialiseerde kennis inzake het beheer van de vervoersnetten, alsook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de beheerders anderzijds. De belangen van de netgebruikers en de beheerders zijn immers niet altijd gelijklopend. Aldus bestaat het risico dat de beheerders de toegang tot hun vervoersnet weigeren om technische redenen die niet pertinent zijn. Anders dan een gewone privéonderneming hoeft de beheerder immers niet te streven naar een zo groot mogelijk aantal klanten om zijn kosten te dekken en een zo hoog mogelijke winst te maken. De regulering van de tarieven voor de toegang tot en het gebruik van de vervoersnetten en de ondersteunende diensten krachtens artikelen 15/5bis en ter, van de gaswet impliceert immers dat het totaal inkomen (en dus ook de tarieven) precies in elk geval het geheel van al zijn reële kosten en een billijke winstmarge dekken, ongeacht de gebruiksintensiteit van de vervoersnetten. Door deze garantie dat al haar kosten, samen met een billijke winstmarge, gedekt zijn, ontstaat immers het gevaar dat de beheerder netgebruikers aan wie de dienstverlening ingewikkelder is of die meer technische of financiële risico’s stellen zal trachten te weigeren en haar weigering zal trachten te motiveren met complexe, maar nietpertinente argumenten. Doordat de gedragscode de verplichtingen van de beheerders en de netgebruikers verduidelijkt, is het derhalve de technische vertaling van het recht van toegang tot de vervoersnetten en derhalve eveneens van openbare orde. 13/40 30. De complexiteit van het beheer van het vervoersnet heeft ook een weerslag op de tarifering van de dienstverlening die de beheerders aanbieden. Het is voor een netgebruiker onmogelijk uit te maken of de prijzen die de beheerder autonoom zou bepalen, effectief correcte prijzen zijn. Hij kan dit niet uitmaken omdat hij zelf niet over de vereiste technische specialisatie noch over de nodige informatie beschikt. Bovendien kan hij de prijzen van de beheerder doorgaans niet met deze van andere netbeheerders vergelijken omdat de beheerder van het vervoersnet van een natuurlijk en wettelijk monopolie geniet en de diverse nationale vervoersnetten onderling sterk kunnen verschillen. Zonder regulering van de nettarieven wordt immers het recht van toegang tot het vervoersnet niet daadwerkelijk verzekerd. Het hoeft geen betoog dat discriminatoire of te hoge nettarieven het recht van toegang tot de vervoersnetten de facto uithollen/bemoeilijken. De regulering van de nettarieven is dan ook van openbare orde. 31. Het recht van toegang wordt vertaald via de belangrijkste voorwaarden die bestaan uit enerzijds standaardcontracten voor de toegang tot het vervoersnet en anderzijds de daarmee verbonden operationele regels waarvan de gedetailleerde beschrijving ervan is opgenomen in een toegangsreglement. Deze voorwaarden, die essentieel zijn voor een efficiënte en transparante marktwerking, regelen het recht van toegang tot het vervoersnet en zijn, omwille van het feit dat het recht van toegang van openbare orde is, van openbare orde. De goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden door de CREG wijzigt de aard van de belangrijkste voorwaarden niet. Integendeel, het belang van de belangrijkste voorwaarden wordt immers bevestigd door het feit dat een netgebruiker slechts toegang kan verkrijgen tot het vervoersnet van de beheerder indien hij zich heeft laten registreren als netgebruiker, hetgeen de ondertekening van een standaardcontract impliceert. Het standaardcontract mag dan wel van contractuele aard zijn, niettemin dient dit contract om ervoor te zorgen dat alle netgebruikers gelijk behandeld worden en aan dezelfde voorwaarden toegang hebben tot de vervoersnetten en gebruik kunnen maken van de vervoersdiensten. Het toegangsreglement bevat in detail de operationele regels voor toegang, de toewijzing van de diensten, congestiebeheer, secundaire markt en incidentenbeheer, welke op voorstel van de beheerder en na overleg met de netgebruikers door de CREG goedgekeurd worden. Ook deze goedkeuring doet geen afbreuk aan het reglementaire karakter van het toegangsreglement. Het dienstenprogramma, dat in grote mate het indicatief aardgasvervoersprogramma van de gedragscode 2003 vervangt is een soort van catalogus van vervoersdiensten die de beheerder aanbiedt met een overzicht wat deze diensten precies behelzen. Dit sluit nauw 14/40 aan bij de transparantie-eisen van artikel 19, van de gasverordening 715/2009. I.5. De goedkeuringscriteria van de belangrijkste voorwaarden voor de LNG-installaties 32. Overeenkomstig artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet moet de CREG de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de LNG-installatie goedkeuren. Zoals hoger gemeld bestaan de belangrijkste voorwaarden uit een standaard LNG-contract, een toegangsreglement voor LNG en een LNG-programma. 33. Overeenkomstig artikel 201, §1, gedragscode wordt in het standaard LNG-contract inhoudelijk op een gedetailleerde wijze opgenomen: 1° de definities van de in het standaard LNG-contract gebruikte terminologie; 2° het voorwerp van het standaard LNG-contract; 3°de voorwaarden waaraan de LNG-diensten door de beheerder van de LNG-installatie geleverd worden; 4° de rechten en plichten verbonden aan de geleverde LNG-diensten; 5° de facturatie en betalingmodaliteiten; 6° in voorkomend geval, de financiële garanties en andere waarborgen; 7° de bepalingen inzake de aansprakelijkheid van de beheerder van de LNG-installatie en van de terminalgebruikers; 8° de bepalingen inzake meten en het testen; 9° de rechten en plichten van de partijen inzake aardgaskwaliteit en ingeval van afwijking van de kwaliteitsspecificaties van het LNG en van het aardgas; 10° de bepalingen voor compensatie van niet-geleverde LNG-diensten; 11° de bepalingen inzake gemengde opslag, bewaring, eigendomsrechten van het LNG; 12° de rechten en verplichtingen inzake het operationele beheer en het onderhoud van de LNG-installatie; 13° de impact van noodsituaties en situaties van overmacht op de rechten en plichten van de partijen; 14° de impact van de regels inzake congestiebeheer op de rechten en plichten van de partijen; 15° de bepalingen in verband met de verhandelbaarheid en overdracht van LNG-diensten; 16° de duur van het standaard LNG-contract; 17° de bepalingen inzake opschorting en opzeg/beëindiging van het LNG-contract of toegewezen LNG-diensten, onverminderd artikel 80, 4°; 18° aanvaarde vormen inzake kennisgeving tussen partijen; 15/40 19° de bepalingen van toepassing wanneer de terminalgebruiker foutieve of onvolledige informatie geeft aan de beheerder van de LNG-installatie; 20° de geschillenregeling; 21° het toepasselijke recht. 34. Artikel 201 van de gedragscode bepaalt verder: § 2. De beheerder van de LNG-installatie kan aparte standaard LNG-contracten opstellen : … 3° voor LNG-diensten die de beheerder van de LNG-installatie aanbiedt naast het lossen van LNG-tankers zoals het laden van LNG-vrachtwagens en LNG-tankers, cool down van LNGtankers en kwaliteitsconversie. 35. Het toegangsreglement voor LNG bevat, onverminderd artikel 29, van de gedragscode overeenkomstig artikel 202, van de gedragscode: 1° het type-dienstenformulier; 2° de operationele regels en procedures voor het gebruik van de toegewezen LNG-diensten; 3° de regels en procedures van kracht aan de lossingsplaats van de LNG-installatie; 4° de regels en procedures voor aankomst, lossen, ligtijd en vertrek van LNG-tankers aan de LNG-installatie; 5° de regels ingeval van late aankomst van LNG-tankers, de impact hiervan op het lossen van de LNG-tankers en op het operationeel herschikken van capaciteitsallocaties; 6° de procedure voor het plannen en goedkeuren van LNG-tankers; 7° de regels voor aardgas op voorraad, aardgas voor eigen gebruik, maandelijkse energiebalans, uitzenden van aardgas in voorraad en bundeling (pooling) van uitzendcapaciteit tussen de terminalgebruikers; 8° de regels voor het lenen van LNG of aardgas tussen terminalgebruikers; 9° de regels inzake de LNG kwaliteitsspecificaties aan het leveringspunt van de LNGinstallatie en de aardgasspecificaties aan het interconnectiepunt van de LNG-installatie; 10° de regels bij levering van LNG en uitzending van aardgas dat niet beantwoordt aan de specificaties inzake kwaliteit; 11° de operationele procedures voor het testen en de metingen van het LNG (gemeten parameters en precisiegraad) aan het leveringspunt en de operationele procedures voor het testen en de metingen van aardgas (gemeten parameters en precisiegraad) aan het interconnectiepunt; 12° de operationele regels bij onderhoud; 16/40 13° de procedure bij reducties en onderbrekingen; 14° de operationele regels inzake nominaties en hernominaties; 15° de regels inzake overschrijding van toegewezen capaciteiten; 16° de regels voor de vrijgave van niet-gebruikte LNG-diensten; 17° de regels en procedures voor het gebruik van de diensten bedoeld in artikel 201, § 2, 3°. 36. Tot slot, stelt artikel 203, van de gedragscode dat in het LNG-programma opgenomen moet worden: 1° een uitvoerige beschrijving van het gehanteerde LNG-model; 2° de verschillende gereguleerde LNG-diensten die aangeboden worden; 3° voor wat betreft de onderbreekbare LNG-diensten, de kans op onderbreking en, in uitvoering van artikel 4, 3°, de voorwaarden die vervuld moeten zijn om tot onderbreking van voorwaardelijke LNG-diensten over te gaan en de daarbij gehanteerde criteria; 4° de verschillende duurtijden waaronder de LNG-diensten kunnen worden onderschreven; 5° een gebruiksvriendelijke beschrijving van :
- i)de toewijzingsregels voor de verschillende LNG-diensten op basis van de capaciteitstoewijzingsregels bedoeld in het toegangsreglement voor LNG;
- ii)de regels, voorwaarden en procedures voor het onderschrijven van LNG-diensten op de primaire markt, met inbegrip van de procedure voor het elektronisch onderschrijven van LNG-diensten, bedoeld in het toegangsreglement voor LNG; iii) de regels inzake de organisatie en werking van de secundaire markt bedoeld in het toegangsreglement voor LNG;
- iv)de principes voor de berekening van het aardgas op voorraad (in energie en volume) en het aardgas eigen gebruik van de beheerder van de LNG-installatie bedoeld in het toegangsreglement voor LNG. 37. Wanneer de belangrijkste voorwaarden onvolledig en/of strijdig zijn met de wet omdat zij slechts ten dele of niet de toegang tot de LNG-installatie uitwerken en bijgevolg de doelstellingen van het derde energiepakket niet verwezenlijken, kan de CREG haar goedkeuring niet verlenen. 38. Nochtans is de bevoegdheid van de CREG hiertoe niet beperkt. Als administratieve overheid heeft de CREG ook tot taak het algemeen belang te behartigen. Het algemeen belang is een essentieel toetsingscriterium voor de CREG om te bepalen of de voorgestelde belangrijkste voorwaarden LNG al dan niet haar goedkeuring kunnen wegdragen. 17/40 39. Het algemeen belang is een ruim begrip. Voor de toepassing hiervan interpreteert de CREG dit begrip als verwijzend naar ten minste alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving en het mededingingsrecht. Daarnaast moeten ook deze regels die louter contractueel van aard zijn in overeenstemming zijn met het algemeen belang door een juist evenwicht te vinden tussen de LNG-beheerder en de LNG-gebruiker in hun contractuele relatie. Deze contractuele relatie is immers geen resultaat van een onderhandeling, maar betreft voor de LNG-gebruiker een toetredingscontract. De sectorspecifieke wetgeving 40. De sectorspecifieke wetgeving die de CREG begrijpt onder het begrip “algemeen belang” omvat alle regels van openbare orde. Het betreft bijgevolg het recht van toegang tot de vervoersnetten en de regulering van de tarieven (zie hierboven). 41. Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot de LNG-installatie en de gedragscode, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake aardgas betreffen (artikel 15/14, §2, van de gaswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, (enkel) het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 20/2, van de gaswet). Dankzij artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 20/2, van de gaswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de contracten weren en de beheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen. 42. Verder, stelt artikel 15, van de gasverordening 715/2009 dat de LNG- systeembeheerders: - waarborgen dat zij op niet-discriminerende basis diensten aanbieden aan alle netgebruikers die aan de marktbehoeften voldoen en onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden; - diensten aanbieden die aansluiten bij het gebruik van het stelsel van onderling verbonden gastransportsystemen en de toegang vergemakkelijken door samenwerking met de transmissiesysteembeheerders; - relevante informatie publiceren over gebruik en beschikbaarheid van de diensten. 18/40 Zo nodig kunnen derdetoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van de LNG-gebruikers wat hun kredietwaardigheid betreft. Zulke garanties mogen geen oneerlijke belemmering vormen en moeten niet-discriminerend, transparant en evenredig zijn. Deze toegangsregels vinden rechtstreeks toepassing op het Belgisch intern recht en reguleren de toegang tot de LNG-installaties, waardoor deze regels ook van openbare orde zijn. Hetzelfde geldt voor de beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures voor congestiebeheer bij LNG-installaties voorzien in artikel 17, de transparantievereisten voorzien in artikel 19 en de verhandeling van capaciteitsrechten bedoeld in artikel 22, van de gasverordening 715/2009. Het mededingingsrecht 43. In het kader van de liberalisering van de gasmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging en het waken over het goed functioneren van de markt in (dit in het uiteindelijke belang van de particuliere consument en van de diverse concurrenten op de markt). Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een economische machtspositie bekleedt, geen inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen van onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang strekt verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot de vervoersnetten. De vrije toegang tot de vervoersnetten is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de gasmarkt. Er dient dan ook over gewaakt te worden dat geen enkele van de algemene voorwaarden die de systeembeheerder voorstelt, de normale werking van de mededinging zou verhinderen of beperken. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van aardgas aan klanten, maar alle markten van de gassector betreft (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de trading van aardgas). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de systeembeheerder onredelijke, 19/40 onbillijke, onevenwichtige of disproportionele algemene voorwaarden zou toepassen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken. 44. De CREG heeft zich bij het onderzoek van het voorstel van de belangrijkste voorwaarden voor de LNG-installatie dan ook geïnspireerd op het mededingingsrecht, in het bijzonder op artikel 3, tweede lid, 1°, van de wet tot bescherming van de economische mededinging, gecoördineerd op 15 september 2006, en artikel 82, tweede lid,
- a)van het verdrag tot oprichting van de Europese Unie, welke bepaalt dat het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden of prijzen door ondernemingen met een machtspositie een verboden misbruik van machtspositie kan uitmaken. Onbillijke contractsvoorwaarden zijn voorwaarden die de betrokken contractspartijen onder normale mededingingsvoorwaarden niet zouden aanvaarden. De wettelijke monopoliepositie die de N.V. Fluxys LNG heeft ingevolge de opdrachten die haar door de federale overheid toevertrouwd worden in het algemeen belang, samen met de bijzondere verantwoordelijkheid die overeenkomstig het mededingingsrecht rust op elke onderneming met een dominante of monopoliepositie, begrenzen de vrijheid van handel en nijverheid van de N.V. Fluxys LNG. Dit is nog des te meer het geval wanneer men hierbij ook artikel 15/7, van de gaswet (weigeren van recht van toegang) en van artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet (goedkeuren belangrijkste voorwaarden en de toepassing ervan controleren) in rekening brengt. 45. De NV Fluxys LNG heeft een wettelijk monopolie wat het beheer van de LNG- installatie in België betreft. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is van oordeel dat een onderneming die een wettelijk monopolie heeft, kan worden beschouwd als zijnde een onderneming met een dominante positie6. De potentiële cliënten van de N.V. Fluxys LNG hebben geen ander alternatief dan zich tot de N.V. Fluxys LNG te richten voor het laden van de LNG-vrachtwagens. De N.V. Fluxys LNG is bijgevolg een verplichte en onvermijdelijke medecontractant, waarmee zijn dominante positie op de Belgische markt wordt bevestigd. 46. Het opnemen van clausules in het voorstel van de belangrijkste voorwaarden voor de LNG-installatie door de N.V. Fluxys LNG kan worden beschouwd als zijnde onbillijk wanneer zou worden aangetoond dat de medecontractanten van de NV Fluxys LNG een dergelijke clausule niet zouden aanvaarden of niet bereid zouden zijn te aanvaarden wanneer normale concurrerende voorwaarden zouden gelden. 6 HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I01979. 20/40 In dit geval kunnen deze clausules worden beschouwd als zijnde misbruik van een dominante positie in hoofde van de N.V. Fluxys LNG en moeten deze ongeldig worden verklaard, en dit ten minste voor wat het deel betreft waarin de regels inzake de mededinging worden overtreden. Algemene verbintenisrechtelijke regels 47. Het openbare orde karakter van de hierna besproken algemene verbintenissenrechtelijke regels, zoals de gekwalificeerde benadeling, de bindende partijbeslissing, de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van het contract en het voorkomen van interpretatieproblemen of het streven naar duidelijke en transparante contractsbepalingen, is algemeen aanvaard. De gekwalificeerde benadeling 48. De cumulatieve voorwaarden van de gekwalificeerde benadeling zijn: - er bestaat een groot (kennelijk) onevenwicht tussen de wederzijdse prestaties; - de ene partij maakt misbruik van de concrete omstandigheden waarin de medecontractant zich ten aanzien van haar bevond, om zich bij de contractssluiting een disproportioneel voordeel toe te eigenen. Dit kan ondermeer het geval zijn wanneer er sprake is van economische superioriteit van de misbruikplegende partij, bijvoorbeeld als gevolg van een monopoliepositie; - het contract dan wel een of meerdere clausules zouden ofwel niet, ofwel tegen voor de zwakkere partij minder ongunstige voorwaarden zijn gesloten, indien er niet van misbruik sprake zou zijn geweest. Aangezien de LNG-beheerder van een wettelijk toegekende monopoliepositie geniet, dringt een toetsing aan het principe van de gekwalificeerde benadeling zich bijgevolg op. De taak van de CREG bestaat er hier in om preventief te werken, m.a.w. misbruiken te voorkomen. Zij beoogt hier niet het bewijs te leveren van een misbruik in een concreet geval: aangezien het hier om een voorstel van belangrijkste voorwaarden voor de LNG-installatie gaat voor het laden van LNG vrachtwagens dat de N.V. Fluxys LNG aan cliënten wenst aan te bieden, is het immers ook niet mogelijk dat er reeds een concreet misbruik heeft plaatsgevonden daar het standaard LNG-contract nog niet afgesloten werd. Door een 21/40 voorafgaande toetsing aan de desbetreffende verbintenisrechtelijke regel wordt vermeden dat achteraf inbreuken op deze verbintenisrechtelijke regel van openbare orde door de rechter zouden kunnen worden vastgesteld. De bindende partijbeslissing 49. Overeenkomstig artikel 1129 van het Burgerlijk Wetboek is één van de voorwaarden voor de geldigheid van een overeenkomst dat ze een bepaald of minstens bepaalbaar voorwerp heeft. Door aan overeenkomsten of beter aan de contractuele verbintenissen de vereiste van een bepaalbaar voorwerp te stellen, heeft de wetgever geoordeeld aan overeenkomsten alleen binnen welbepaalde grenzen rechtsgevolgen te willen verlenen. De wilsovereenstemming volstaat niet omdat er ook nog een zekere maatschappelijke controle op de inhoud van de overeenkomst moet worden uitgeoefend. Het principe van de bindende partijbeslissing vereist ten minste dat de overeenkomst op zijn minst de nodige objectieve gegevens moet bevatten om het voorwerp te kunnen bepalen, zonder dat nog een nieuwe wilsuiting van één van hen vereist is. De inhoud van de rechten en verplichtingen uit een overeenkomst mag niet aan een geheel arbitraire beslissing van een van de contractspartijen worden overgelaten. Bepaald/bepaalbaar voorwerp 50. De wetgever heeft in artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek duidelijk gemaakt dat elke verbintenis bij haar totstandkoming een voorwerp moet hebben dat bovendien bepaald moet zijn. Het voorwerp van de verbintenis is het concrete doel, het concrete resultaat waartoe de aangegane verbintenis –bij volmaakte uitvoering- moet leiden. Het voorwerp zal de inzet worden van alle latere aansprakelijkheid- en uitvoeringsincidenten. Daarom is de rechtspraak terughoudend m.b.t. bedingen, waardoor het (bestaand) voorwerp naderhand in zekere zin kan worden geneutraliseerd. Dergelijke bedingen woorden soms nietig verklaard om aldus het voorwerp van de verbintenis te kunnen vrijwaren.7 De geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak 51. Onder de miskenning van de algemeen verbintenissenrechtelijke regel van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van een overeenkomst verstaat de CREG ook de miskenning van een rechtsregel van openbare orde. Bijgevolg telkens de CREG van 7 CORNELIS, L., Algemene theorie van de verbintenis, Intersentia, Antwerpen-Groningen, 2000, p. 121 ev. 22/40 oordeel is dat het algemeen belang geschonden werd door een van de contractsvoorwaarden (die uiteraard het voorwerp of de oorzaak van dit contract betreffen), wordt het principe van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van contracten geschonden. Het voorkomen van interpretatieproblemen 52. Onduidelijke contractsclausules leiden tot interpretatieproblemen en dienen daarom te worden geweerd. In de mate dat zij niet behept zijn met een schending van de algemene verbintenissenrechtelijke regel van de bindende partijbeslissing, zou kunnen beweerd worden dat zulke clausules geen rechtsregel van openbare orde schenden. Nochtans dient verwezen te worden naar de vereiste van een zo groot mogelijke transparantie welke noodzakelijk is om de vrije toegang tot het aardgasvervoersnet te garanderen en welke valt onder het toetsingscriterium betreffende het niet belemmeren van de toegang tot het aardgasvervoersnet en daarom alleen al van openbare orde is. In de mate dat onduidelijke contractsclausules toch niet strijdig zouden zijn met enige rechtsregels van openbare orde – iets wat volgens de CREG niet mogelijk is gezien het toetsingscriterium betreffende het niet belemmeren van de toegang tot de LNG-installatie dan verhinderen zij in ieder geval dat de CREG haar taak naar behoren kan uitoefenen en is de LNG-beheerder in dat geval ten minste verplicht de nodige bijkomende toelichtingen te geven. 23/40 V. ANTECEDENTEN 53. De LNG Terminal van Zeebrugge werd in 1987 in dienst genomen. De terminal bestaat uit ontvangstinstallaties, vier LNG opslagtanks (drie met een nuttige capaciteit van elk 80.000 m³ LNG en een met een nuttige capaciteit van 140.000 m³ LNG), verdampingsen uitzendinstallaties om het hervergaste LNG in het vervoersnet en bijbehorende installaties te injecteren (met een vaste uitzendcapaciteit van 1.700.000 m³ per uur). De LNG Terminal kan bijna alle soorten LNG schepen ontvangen van 7.500 m³ LNG tot de Q-max schepen met een capaciteit van 266.000 m³ LNG. 54. Naar aanleiding van een marktbevraging in 2003 werd in 2004 de volledige primaire capaciteit toegewezen op basis van lange termijn ship-or-pay contracten. 55. De LNG infrastructuur te Zeebrugge heeft een hervergassingscapaciteit van 9 miljard m³ aardgas per jaar die de N.V. Fluxys LNG ter beschikking stelt van de terminalgebruikers en die berekend wordt op basis van de technische capaciteit van de terminal installaties en wijzigingen daarvan, rekening houdend met in het bijzonder de eerste capaciteitsuitbreiding die op 1 april 2008 in gebruik werd genomen alsook het project van de tweede capaciteitsuitbreiding. 56. De gedragscode voorziet drie regulatoire documenten, namelijk : 1. Een volledig toegangsreglement dat in detail de aangeboden producten/diensten beschrijft (artikel 201, van de gedragscode) 2. Een standaard contract (LTA) van onbepaalde duur dat als ‘toegangsticket’ geldt voor elke gebruiker van de LNG terminal te Zeebrugge. Dankzij dit contract en aan de hand van de “confirmation form” kan een terminalgebruiker producten/diensten reserveren (onafhankelijk van de duur ervan) (artikel 202, van de gedragscode). 3. Een LNG programma dat op een toegankelijke en “Users friendly” manier de grote lijnen van de aangeboden diensten/producten beschrijft (artikel 203, van de Gedragscode. 57. De N.V. Fluxys LNG heeft op 15 juni 2012 een marktconsultatie gelanceerd over het standaard contract voor LNG Herleveringsdiensten (het LTA), het toegangsreglement voor LNG en het LNG-programma. Tot ten laatste 29 juni 2012 konden de marktpartijen reageren. Wat betreft het lossen van LNG tankers, het laden van LNG vrachtwagens en eventuele 24/40 additionele opslag, zouden de regulatoire documenten in de loop van 2013 aangepast worden om dergelijke diensten te kunnen aanbieden. 58. Eind juni 2012 heeft de grote meerderheid van de betrokken marktpartijen uitstel gevraagd tot eind juli 2012 om hun opmerkingen aan de N.V. Fluxys LNG te overhandigen. De N.V. Fluxys LNG heeft hierop positief gereageerd en op 4 juli 2012 werden de marktpartijen geïnformeerd dat de deadline verlengd was tot 27 juli 2012. Op 27 juli 2012 heeft de N.V. Fluxys LNG belangrijke en nuttige voorstellen, opmerkingen, bedenkingen en informatie ontvangen van de deelnemende marktpartijen. De N.V. Fluxys LNG heeft bovenvermelde reacties aan de CREG overgemaakt. 59. De bemerkingen van de marktpartijen hielden hoofdzakelijk verband met hun bezorgdheid hoe de stabiliteit van de bestaande LNG diensten kon worden gewaarborgd naast de ontwikkeling van deze nieuwe LNG-diensten (namelijk het laden van LNG tankers en het laden van LNG vrachtwagens). 60. Aan deze bezorgdheid werd door de N.V. Fluxys LNG gevolg gegeven. Zij heeft erover gewaakt dat de nieuwe LNG diensten zo weinig mogelijk als geen impact hebben op de bestaande LNG diensten waarvan de lange termijn contracten nog lopende zijn. 61. In deze context heeft de N.V. Fluxys LNG op 27 mei 2013 een nieuwe marktconsultatie georganiseerd ditmaal met betrekking tot de regulatoire documenten voor het laden van LNG vrachtwagens. De marktpartijen konden reageren tot 21 juni 2013. 62. Slechts één marktpartij heeft gereageerd uiterlijk op 21 juni 2013. Een andere marktpartij heeft enkele dagen later haar opmerkingen aan de N.V. Fluxys LNG overgemaakt. Eind juni 2013 werden deze reacties door de N.V. Fluxys LNG aan de CREG overgemaakt. 63. Naar aanleiding van de raadpleging van de marktpartijen en in overleg met de CREG werden door de N.V. Fluxys LNG op 02 juli 2013 bij de CREG per drager tegen ontvangstbewijs drie onderscheiden documenten ingediend, te weten : - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het standaard contract voor het laden van LNG vrachtwagens; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het toegangsreglement voor het laden van LNG vrachtwagens; 25/40 - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het LNG programma, reeds goedgekeurd op 15 november 2012 maar nu aangevuld voor wat betreft het laden van LNG vrachtwagens. 64. Op 11 september 2013 werd na overleg tussen de N.V. Fluxys LNG en de CREG door de N.V. Fluxys LNG een aangepaste aanvraag tot goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden voor het laden van LNG vrachtwagens ingediend bij de CREG, te weten: - een aangepaste aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het standaard LNGcontract voor het laden van LNG vrachtwagens; - een aangepaste aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het LNG toegangsreglement voor het laden van LNG vrachtwagens 26/40 VI. ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL III.1. Algemeen 65. Hierna wordt nagegaan of de belangrijkste voorwaarden voor het laden van LNG- vrachtwagens, onder de vorm van een standaard LNG-contract, toegangsreglement voor LNG en LNG-programma en die de N.V. Fluxys LNG haar medecontractanten oplegt redelijk, billijk, evenwichtig en proportioneel zijn en dus overeenstemmen met het algemeen belang. 66. Tenzij anders vermeld, is de hiernavolgende analyse opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende delen, bijlagen, hoofdstukken en titels van het voorstel standaard LNG-contract, toegangsreglement voor LNG en LNG-programma. Het ontbreken van opmerkingen over een bepaald punt van het voorstel standaard LNGcontract, toegangsreglement voor LNG en LNG-programma betekent dat de CREG er zich vandaag niet tegen verzet, maar houdt geenszins een voorafgaande goedkeuring van dit punt in indien het opnieuw op identieke wijze wordt ingediend op een later tijdstip voor dezelfde activiteit en dit met toepassing van de artikelen 29, 77en 82, van de gedragscode. 67. Indien het geval zich voordoet dat verschillende elementen van het voorstel standaard LNG-contract, toegangsreglement voor LNG en LNG-programma betrekking hebben op een overkoepelend onderwerp, dan behoudt de CREG zich het recht voor deze elementen gezamenlijk te bespreken, in plaats van punt per punt. 68. Telkens wanneer de CREG over een bepaling haar goedkeuring niet kan geven, suggereert zij hoe de betreffende bepaling beter geformuleerd kan worden opdat het nieuwe voorstel de goedkeuring van de CREG zou kunnen wegdragen. Het formuleren van zo’n suggestie kan geenszins beschouwd worden als zijnde een belangrijkste voorwaarde die opgelegd wordt. 69. De CREG merkt op dat in de LTA overeenkomst voor het laden van LNG- vrachtwagens geen expliciete bepaling is opgenomen dat invulling geeft aan artikel 201, §1, 3°, 10° en 11°. 70. Wat betreft artikel 201, §1, 3°, van de gedragscode, stelt de CREG vast dat de voorwaarden waaraan de LNG-dienst voor het laden van LNG-vrachtwagens moet voldoen is opgenomen in het toegangsreglement. 27/40 71. Wat betreft artikel 201, §1, 10°, van de gedragscode stelt de CREG vast dat wanneer de N.V. Fluxys LNG geen LNG-diensten aanbiedt alsdan de N.V. Fluxys LNG een fout begaat (contractueel dan wel buitencontractueel), dat gecompenseerd wordt met toepassing van artikel 9 van de LTA overeenkomst. 72. Tot slot, wat betreft artikel 201, §1, 11°, van de gedragscode betreft moet opgemerkt worden dat voor het laden van LNG-vrachtwagens de cliënt de terminal Zeebrugge niet gebruikt. Met andere woorden, deze cliënt heeft beschikt over geen LNG opslagcapaciteiten en heeft dus geen LNG in opslag en/of bewaring bij de N.V. Fluxys LNG. Indien deze cliënt gelijktijdig ook bevrachter zou zijn dan is dit geregeld in zijn LTA-overeenkomst voor gebruik van de terminal Zeebrugge. III.2. Het voorstel van standaard LNG-contract voor het laden van LNG-vrachtwagens 73. Het voorstel van het standaard LNG-contract voor het laden van LNG-vrachtwagens bestaat uit vier delen, met name:
- a)corpus,
- b)bijlage A: “formulier bevestiging (van
- de)diensten,
- c)bijlage B: “algemene voorwaarden voor het laden van LNG-vrachtwagens en
- d)bijlage C: “definities”. Corpus Toepassingsgebied van deze LTL 74. Artikel 5.1 van de LTL stelt dat, tenzij anders uitdrukkelijk bepaald, alle kennisgevingen, vorderingen of vragen in verband met de LTL schriftelijk in het Engels moeten worden opgesteld. Overeenkomstig artikel 25.3 van de LTL wordt deze vereiste afgezwakt en heeft de cliënt de keuze om hetzij Engels, hetzij Nederlands, hetzij Frans als voertaal te gebruiken voor alle aanspraken, geschillen en kwesties die voortvloeien uit de LTL. Diensten 75. Wat betreft artikel 1.3.1 van de LTL merkt de CREG op dat aangezien de cliënt over geen opslagcapaciteit beschikt op de LNG terminal, de verplichting van de N.V. Fluxys LNG zoals voorzien in artikel 205, van de gedragscode, zijnde dat de beheerder van de LNGinstallatie voor elke terminalgebruiker op uurbasis een rekening aardgas op voorraad bepaalt, geen toepassing vindt. 76. Niet tegenstaande met wat hierboven wordt gesteld kan de N.V. Fluxys LNG naar 28/40 analogie met artikel 206, §2, van de gedragscode het leveren van LNG slechts weigeren wanneer de rekening aardgas op voorraad van de bevrachter negatief is of hierdoor negatief dreigt te worden. Slechts onder die omstandigheden mag de N.V. Fluxys LNG het laden van een LNG-vrachtwagen weigeren. Artikel 1.3.1, eerste alinea, van de LTL moet in die zin dan ook gelezen worden. 77. De CREG is van oordeel dat de termijn binnen dewelke de N.V. Fluxys LNG de cliënt zal informeren voor de situatie beschreven in artikel 1.3.2, van de LTL maximaal ook slechts 24 uur mag bedragen. Facturatie en Betaling 78. Het begrip kosten waarnaar verwezen wordt in artikel 6, van de LTL komt in feite overeen met het begrip ‘gereguleerd tarief’. Het is jammer dat de N.V. Fluxys LNG hiervoor een ander begrip gebruikt dan hetgeen gangbaar is in de praktijk. Overmacht 79. Wanneer een gebeurtenis als overmacht wordt aanvaard, dient de cliënt gedurende drie maanden de door overmacht opgeschorte LNG-dienst nog te betalen, dit onder aftrek van een korting van 5%. 80. Indien na het verstrijken van de drie maanden vastgesteld wordt dat de LNG-dienst onherstelbaar is, zijn beide partijen onmiddellijk bevrijd van al hun verplichtingen die voortvloeien uit de LTL en dit zonder enige vergoeding. 81. Indien daarentegen na drie maanden vastgesteld wordt dat de LNG-dienst wel nog herstelbaar is, doch dit nog enige tijd in beslag zal nemen, bepaalt de laatste zin van artikel 10.6, van de LTL dat de verplichtingen van beide partijen opgeschort zullen zijn tot het einde van de overmacht. 82. Als een gebeurtenis door de cliënt wordt ingeroepen als overmacht en deze gebeurtenis door partijen aanvaard wordt als overmacht, blijft de cliënt gehouden zijn verplichtingen voortvloeiende uit de overeenkomst na te leven. De cliënt kan alsdan wel toepassing maken van de mogelijkheid van opzeg of verkoop van de LNG-dienst op de secundaire markt. Ook de N.V. Fluxys LNG dient in dat geval zijn uiterste best te doen om de vrijgekomen LNG-diensten opnieuw ter beschikking te stellen van de primaire markt. De aldus verkochte LNG-diensten kunnen dan gecompenseerd worden met het tarief dat de cliënt, die zich beroept op overmacht, verschuldigd is. 29/40 Beheer van incidenten en noodsituaties 83. De CREG wenst te benadrukken dat de maatregelen die de N.V. Fluxys LNG moet nemen inzake incidenten en noodsituaties dienen te gebeuren in overeenstemming met wat hierover bepaald is in de gedragscode (artikel 208 en volgende, van de gedragscode). Congestie 84. Inzake congestie wil de CREG opmerken dat de N.V. Fluxys LNG overeenkomstig de gedragscode verantwoordelijk is voor de exploitatie en ontwikkeling van een elektronisch instrument zodat de cliënt als netgebruiker eenvoudig, snel en elke dag de diensten kan verhandelen op de secundaire markt. 85. In het toegangsreglement betreffende het laden van LNG-vrachtwagens is wel reeds voorzien dat er een continue monitoring door de N.V. Fluxys LNG zal worden uitgevoerd. Deze monitoring dient ook in te houden dat de N.V. Fluxys LNG haar cliënten zal moeten bevragen waarom zij hun diensten voor het laden van LNG-vrachtwagens niet gebruiken Op basis van de resultaten van de monitoring, dat ook aan de CREG moet worden meegedeeld, zal beslist worden wanneer een elektronisch platform (SMP) ontwikkeld moet worden. 30/40 III.3. Voorstel van Toegangsreglement voor het laden van LNGvrachtwagens. Algemeen 86. De CREG stelt vast dat de N.V. Fluxys LNG een apart LNG-toegangsreglement (het LNG Toegangsreglement voor het laden van vrachtwagens voor de LNG terminal van Zeebrugge) heeft ingediend voor wat betreft het laden van LNG-vrachtwagens terwijl het LNG-toegangsreglement alle andere diensten bevat die door de N.V. Fluxys LNG worden aangeboden. LNG- Toegangsreglement voor aardgasvervoer Doel en toepassingsgebied 87. De CREG heeft geen opmerkingen bij de bepalingen van 1.1 tot en met 1.5. LNG Diensten 88. Hoofdstuk 2 bevat de beschrijving van LNG-diensten, de toewijzing van LNG- diensten op de primaire markt en de werking van de secundaire markt. 89. Wat betreft de beschrijving van de LNG-diensten is het hoofddoel van het laadstation LNG-vrachtwagens te laden. Daarvoor kan de Dienst voor het laden van LNG-Vrachtwagens via “starturen” onderschreven worden, eventueel samen met LNG Truck afkoeldienst die als optie aan de cliënt wordt aangeboden. De CREG heeft hierop geen opmerkingen. 90. Daarbovenop is er een verplichte dienst (de dienst “Goedkeuring LNG Vrachtwagens”) die vereist is alvorens de Dienst voor het laden van LNG Vrachtwagens kan worden verleend. De CREG heeft hierop geen opmerkingen. 91. Daarna volgen de regels van toepassing voor het onderschrijven van LNG-diensten op de primaire markt en nadien de regels van toepassing voor de secundaire markt. 92. Wat de primaire markt betreft, worden de capaciteiten aangeboden op basis van onderschrijvingsvenster of van een ‘open season voor capaciteiten’ waarvoor er nog een investeringsbeslissing moet worden genomen door de N.V. Fluxys LNG. Indien uit de open season volgt dat er nog capaciteiten beschikbaar zijn aan het einde van een bepaalde onderschrijvingsvenster, zullen dergelijke diensten toegewezen worden op basis van het principe “First committed/First served”. De CREG stelt vast dat de open season plaats zal vinden in overeenstemming met de gedragscode en preciseert dat de voorgeschreven procedure om deze open season te organiseren in overeenstemming is met afdeling 1.2, van de gedragscode. 93. Wat betreft de secundaire markt worden de capaciteiten verhandeld ofwel via “over- the counter” (“OTC”) ofwel via een ‘bulletin board’ waarop de N.V. Fluxys LNG een bericht plaatst op vraag van de cliënt. In dit laatste geval worden ze toegewezen volgens het principe “First committed/First served”. De CREG stelt vast dat op vandaag door de N.V. Fluxys LNG geen echt secundair marktplatform (“SMP”) wordt georganiseerd zoals door de gedragscode vereist is en dat de cliënten toelaat om rechtstreeks en eenvoudig tussen elkaar capaciteiten te verhandelen. 94. Vandaag bestaat dus enkel het systeem van “bulletin board”. De CREG vraagt aan de N.V. Fluxys LNG om het secundaire platform (“SMP”) voor het laden van LNGvrachtwagens te ontwikkelen tegen eind 2014. 95. De cliënten van hun kant kunnen op de secundaire markt elke onderschreven LNG dienst voor het laden van LNG-vrachtwagens aanbieden wanneer zij tijdelijk of permanent deze dienst niet langer meer nodig hebben (UIOSI principe). Procedures 96. Hoofdstuk 3 bevat de procedures die gevolgd moeten worden met betrekking tot de diensten voor het laden van LNG vrachtwagens, conform artikel 202, van de gedragscode. Operationele regels (artikel 202, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°, 11°, 12°, 13°, 14°, 15°, 16°, 17°, van de gedragscode) 97. De planning van de onderschreven starturen gebeurt op basis van een aantal “Starturen” die vanaf 1 december van ieder contractjaar door de N.V. Fluxys LNG worden aangeboden. De totale beschikbare capaciteit voor een contractjaar bedraagt 4000 Starturen. Voor planningsdoeleinden is het aantal starturen die voor boeking beschikbaar zijn, groter dan de totaal aangeboden capaciteit. Dit bedraagt 1000 Starturen meer naast de bovenvermelde capaciteit van 4000 Starturen. De CREG is van mening dat dit op een bevredigende wijze uitvoering geeft aan artikel 202, 2°, van de gedragscode. 98. De cliënt beschikt steeds over de mogelijkheid om een Startuur tot 11.00 uur van de lopende gasdag, die de gasdag van het Startuur voorafgaat, te annuleren of te bewerken. 99. De CREG stelt vast dat de behandeling van LNG schepen voorrang heeft op de Dienst voor het Laden van LNG vrachtwagens en de LNG vrachtwagens afkoeldienst. 32/40 100. Rekening houdend met de opmerking van een bepaalde marktspeler tijdens de consultatie heeft de CREG aan de N.V. Fluxys LNG gevraagd wat de basis is van zo’n prioriteitsregeling. De NV. Fluxys LNG heeft daarop geantwoord dat de eerste prioriteit gegeven moet worden aan het lossen van LNG schepen zodat er voldoende LNG in de opslagtanken aanwezig is om LNG vrachtwagens te kunnen laden. De CREG vraagt dat de NV. Fluxys LNG een constante monitoring van deze prioriteitsregels doet, en dat zij tegen eind 2014 de resultaten van deze monitoring meedeelt aan de CREG. 101. De aankomsttiid van LNG vrachtwagens wordt in Hoofdstruk 3.1.2 beschreven. Na 11.00 uur van de gasdag die het Startuur van de cliënt van de gasdag voorafgaat, zoals bevestigd door een Bevrachter van de Cliënt, verstuurt de N.V. Fluxys LNG een melding voor het laden van de vrachtwagen naar de cliënt met daarin een door het systeem willekeurig gegenereerde unieke identificatiecode voor het Startuur. De CREG heeft hierop geen opmerkingen te melden. 102. Hoofdstuk 3.1.3 beschrijft wat er gebeurt in geval van vroege en late aankomst van een vrachtwagen. Alsdan wordt gebruik gemaakt van een periode van 30 minuten na het Startuur van de cliënt en van een bevriezingsperiode (de rollende periode na 11.00 uur ’s morgens tot het einde van de daaropvolgende Gasdag waarin de cliënt niet wordt toegestaan om de inhoud van het Startuur te wijzigen) opdat de N.V. Fluxys LNG de Dienst voor het laden van LNG Vrachtwagen en de LNG Vrachtwagen afkoeldienst kan uitvoeren na het Startuur van de cliënt. 103. Hoofdstuk 3.1.4 bepaalt de aankomst- en laadprocedure. De CREG heeft hierop geen opmerkingen. 104. Hoofdstuk 3.1.5 bepaalt de gegevens en de veiligheid van het laadstation voor LNG Vrachtwagens. Het maximale laaddebiet bedraagt 120 m³ LNG/uur. Het geladen gewicht wordt continu opgevolgd via een weegbrug. De klassieke laadtijd voor een LNG vrachtwagen in koude toestand wordt geschat op 45 minuten. De CREG heeft hierop geen opmerkingen. 105. De goedkeuringsprocedure LNG Vrachtwagens die de LNG Vrachtwagens moeten doorlopen om toestemming te krijgen om in de LNG terminal te kunnen laden wordt in Hoofdstuk 3.2 beschreven. In een eerste fase wordt alle nodige informatie verzameld. De informatiestromen van de cliënt naar de N.V. Fluxys LNG worden onder artikel 3.2.1.1 beschreven. Artikel 3.2.1.1 beschrijft de procedure voor de vereiste veiligheid impactstudie. Artikel 3.2.1.2 bevat de informatie van de N.V. Fluxys LNG naar de cliënt. Artikel 3.2.2 beschrijft de goedkeuringsstudie van een vrachtwagen en de voorafgaande 33/40 goedkeuringsvergadering. Artikel 3.2.3 bepaalt dat de eerste Dienst voor het laden van een LNG Vrachtwagen aan het laadstation wordt beschouwd als laadtest van de aanhangwagen van de Cliënt. Afhankelijk van het resultaat van voormelde studies en van de laadtest van de LNG vrachtwagen wordt de aanhangwagen van de cliënt goedgekeurd of eventueel toch toegelaten in afwachting van de uitvoering van de verbeterende maatregelen. De CREG stelt vast dat een verdere opvolging van de aanhangwagen van de cliënt na de goedkeuring is opgenomen in artikel 3.2.4 en dat een goedkeuring geldig is voor een periode van vijf jaar. De CREG heeft hierop geen verdere opmerkingen. 106. Artikel 3.3 bepaalt de specificatie van LNG op het herleveringspunt voor het Laden van Vrachtwagens. De CREG stelt vast dat de specificatie van het leveringspunt en voor het herleveringspunt van het Laden van LNG-Vrachtwagens dezelfde zijn. De CREG heeft geen verdere opmerkingen hierop. 107. Hoofdstuk 3.4 beschrijft de test- en meetmethoden. De CREG merkt op dat de methoden die beschreven zijn in overeenstemming zijn met deze die nu van toepassing zijn op de LNG-terminal. De CREG heeft hierop geen opmerkingen. 108. Hoofdstuk 3.5 beschrijft het onderhoud van de installaties op de LNG-terminal. Een verschil wordt gemaakt tussen gepland en ongepland onderhoud. Elke reductie van de LNGdiensten ten gevolge van onderhouds-, herstel- of vervangingswerken wordt door de N.V. Fluxys LNG toegewezen aan de cliënt en de andere cliënten en, naargelang het geval, aan andere terminalgebruikers, op een eerlijke en billijke wijze. In de mate van het mogelijke wordt pro rata hun respectievelijke LNG diensten voor de onderdelen van de dienst die niet beschikbaar zijn, verdeeld. De CREG verzoekt de N.V. Fluxys LNG de timing van aankondiging van onderhoud, zoals opgenomen in het voorliggend voorstel, beter af te stemmen op de timing van aankondiging van onderhoud, zoals bepaald in het toegangsreglement voor LNG die door de CREG goedgekeurd werd op 15 november 2012. De CREG heeft hierop geen verdere opmerkingen. 109. Onder Hoofdstuk 3.6 (congestiebeheer in de LNG terminal) refereert men naar hoofdstukken 2.3 (secundaire markt) en 3.1.9 (vrijgave van capaciteit) van dit LNG toegangsreglement die de procedures bevatten voor het beheer van congestie op de LNG terminal. Gelet op : 1. de specificiteit van een LNG terminal tegenover het aardgasvervoersnetwerk, 2. het beperkt aantal mogelijke bevrachters, 3. het feit dat het aanbod van diensten de vraag van de markt overschrijdt, is het moeilijk om nu reeds regels te definiëren in een markt waar het probleem zich niet stelt. Als gevolg daarvan gaat de CREG voorlopig akkoord met de door de N.V. Fluxys LNG 34/40 voorgestelde manier om congestie te beheren. De CREG verzoekt de N.V. Fluxys LNG weliswaar uitdrukkelijk om in dit kader de markt nauw op te volgen en om op een maandelijkse basis aan de CREG te rapporteren over het capaciteitsverbruik van de LNG terminal. De CREG vraagt de N.V. Fluxys LNG om hiervoor een continu monitoring op punt te stellen en, al dan niet op verzoek van de CREG, aangepaste procedures in te dienen ter goedkeuring via een amendement van het LNG-toegangsreglement. 110. De operationele regels voor incidentbeheer en noodgevallen worden onder Hoofdstuk 3.7 beschreven. Dergelijke regels worden door de N.V. Fluxys LNG onderworpen op basis van de bestaande regels van de N.V. Fluxys Belgium die van toepassing zijn op haar aargasvervoersnetwerk en haar opslag-installatie te Loenhout die door de CREG op 10 mei 2012 en op 24 oktober 2012, respectievelijk, werden goedgekeurd. De CREG heeft hierop geen opmerkingen. 111. De CREG wijst erop dat alle aanpassingen van de operationele regels conform afdeling 1.7, van de gedragscode moeten gebeuren, en in het bijzonder met toepassing van artikel 29, § 3, 6°, van de gedragscode. Verder stelt de CREG vast dat er geen formele overlegstructuur bestaat binnen dewelke de N.V. Fluxys LNG en de cliënten elkaar kunnen ontmoeten. De CREG gaat akkoord met het voorstel om deze contacten vandaag op een niet-regelmatige en informele wijze te laten doorgaan. De CREG verzoekt de N.V. Fluxys LNG om deze contacten te formaliseren via een overlegstructuur zoals voorzien in artikel 108, van de gedragscode) en dit tegen eind 2014 met als doel de netgebruikers op regelmatige en gestructureerde wijze te raadplegen. Formulieren (artikel 202, 1°, van de gedragscode) 112. Hoofdstuk 4.1 geeft de verschillende formulieren weer die gebruikt moeten worden in het kader van aanvragen van diensten en bevestigingen, namelijk : 1) Aanvraagsformulier Diensten voor het afsluiten van een contract (SRFC) 2) Bevestigingsformulier Diensten voor het afsluiten van een contract (SCFC) 3) Aanvraagsformulier Diensten voor overdracht (SRFA) 4) Bevestigingsformulier Diensten voor overdracht (SCFA) Hoewel artikel 202, § 1, van de gedragscode bepaalt dat het toegangsreglement voor LNG het type-dienstenformulier bevat, zijn de bovenvermelde formulieren type-formulieren die gebruikt worden om diensten te reserveren of over te dragen. De CREG heeft hierop geen opmerkingen. 35/40 113. Hoofdstuk 4.2 betreft het formulier bankgarantie dat de cliënt moet gebruiken om een bankgarantie op eerste verzoek aan de N.V. Fluxys LNG te bezorgen conform artikel 7 van de Algemene Voorwaarden voor het Laden van Vrachtwagens (Bijlage B van het LNG Overeenkomst voor het Laden van LNG Vrachtwagens). De CREG heeft hierop geen opmerkingen. Algemene voorwaarden voor toegang/gebruik van het elektronisch data platform (artikel 202, 17°, van de gedragscode) 114. In het kader van de uitvoering van LNG diensten biedt de N.V. Fluxys LNG de cliënten toegang tot en het gebruik van het elektronisch data platform. Hoofdstuk 4.3 bepaalt de algemene voorwaarden voor het toegang tot en gebruik van het bovenvermeld elektronisch data platform. De CREG heeft hierop geen opmerkingen. Templates 115. Hoofdstuk 4.4 bevat de Template Kennisgeving Goedkeuring LNG Vrachtwagens. De CREG heeft hierop geen opmerkingen. 116. Hoofdstuk 4.5 bevat de Template Kennisgeving Levering. De CREG heeft hierop geen opmerkingen. 117. Hoofdstuk 4.6 bevat de Template Kennisgeving Aanvraag voor het Laden van LNG Vrachtwagens. De CREG heeft hierop geen opmerkingen. 118. Hoofdstuk 4.7 bevat het Kwaliteits-en Hoeveelheidsdocument LNG Truck. De CREG heeft hierop geen opmerkingen. Woordenlijst van definities 119. De CREG heeft hierop geen opmerkingen. 36/40 III.4. Het LNG-programma 120. Het LNG terminalling model wordt beschreven onder hoofdstuk 3 van het LNG- programma onder andere op basis van een figuur. Het geeft de elementen weer waaruit dit model bestaat. Men kan het herleveringspunt voor het laden van vrachtwagens daarop terugvinden. De link met de Rekening Gas In Opslag van de terminalgebruikers is duidelijk. De CREG vindt dat de gebruikte figuren een goed en duidelijk overzicht weergeven van het LNG-terminalling model (inclusief de diensten voor het laden van Vrachtwagens) en dat die beschrijving beantwoordt aan de vereiste van artikel 203, 1°, van de gedragscode. 121. De CREG stelt vast dat de verschillende aangeboden diensten worden beschreven onder hoofdstukken 4 en 5, namelijk het basis dienstenaanbod en het additionele dienstenaanbod. Voor elke dienst wordt een beschrijving van de dienst gegeven alsook van de toebehorende toewijzingsregels. 122. Wat betreft de diensten voor het laden van Vrachtwagens heeft de N.V. Fluxys LNG artikel 4.4 van het LNG-programma aangepast om de bovenvermelde diensten te beschrijven. Voor de CREG beantwoordt dit aan de vereiste van de artikel 203, 2° en 4°, van de gedragscode. 123. De regels, voorwaarden en procedures voor het onderschrijven van LNG-diensten (waaronder LNG Truck laaddiensten) op de primaire markt (samen met de regels inzake de werking van de secundaire markt), vindt men onder hoofdstuk 6 van het LNG-programma. De procedure voor het elektronisch onderschrijven van LNG-diensten vindt men terug onder hoofdstuk 5.2 van het LNG-programma. Alhoewel, onder hoofdstuk 5.3 van het LNGprogramma het duidelijk vermeld is dat, gelet op het feit dat de markt voor de diensten voor het laden van LNG Vrachtwagens nog in ontwikkeling is, zal de secundaire markt in eerste instantie worden beperkt tot een “bulletin board”. De CREG vraagt aan de N.V. Fluxys LNG om, in functie van de ontwikkeling van de vraag voor dergelijke diensten het secundaire marktplatform te ontwikkelen conform de gedragscode en dit tegen eind 2014. 124. De regels inzake organisatie en werking van de secundaire markt (ook wat betreft de LNG Truck laaddiensten) zijn beschreven onder hoodstukken 5.3 en 6.3 van het LNGprogramma. Dit beantwoordt aan de vereiste van de artikel 203, 5° iii), van de gedragscode. 37/40 125. De CREG merkt dat de introductie van de nieuwe LNG-dienst, namelijk de LNG Truck laaddiensten door de N.V. Fluxys LNGis gebeurd na overleg met en consultatie van de marktpartijen, Als gevolg daarvan heeft de N.V. Fluxys LNG een aangepast LNG-programma voor LNG-diensten ter goedkeuring aan de CREG voorgelegd op basis van en in overeenstemming met de artikelen 81, 82 en 203, van de gedragscode. 126. De CREG wijst erop dat bij de introductie van de nieuwe LNG-diensten en/of de start van een nieuwe regulatoire periode, de N.V. Fluxys LNG na overleg met en consultatie van de marktpartijen, een aangepast LNG-programma voor LNG-diensten ter goedkeuring aan de CREG zal moeten voorleggen op basis van en in overeenstemming met de artikelen 81, 82 en 203 van de gedragscode. 38/40 BESLUIT 127. Met toepassing van artikel 15/14, §2, 6°, van de gaswet en artikelen 29, 77, 81, 201, 202 en 203 van de gedragscode, gezien de voorgaande analyse, gelet in het bijzonder op de voorafgaande uitgebreide marktconsulatie van de N.V. Fluxys LNG zoals vermeld bij de antecedenten in deel II van deze beslissing en het onderzoek van de belangrijkste voorwaarden voor het laden van LNG vrachtwagens in deel III van deze beslissing, beslist de CREG de aanvraag door de N.V. Fluxys LNG tot goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden voor het laden van LNG vrachtwagens, met name :
(1)het standaard LNG-contract voor het laden van LNG vrachtwagens,
(2)het LNG-toegangsreglement voor het laden van LNG vrachtwagens en
(3)het aangepast LNG-programma vrachtwagens zoals ingediend bij de CREG per drager met ontvangstbewijs op 11 september 2013 goed te keuren. De CREG verzoekt de N.V. Fluxys LNG om in het bijzonder rekening te houden met de opmerkingen geformuleerd in de paragrafen 94, 100, 109 en 111 van onderhavige beslissing. De CREG zal ten gepaste tijde de N.V. Fluxys LNG bevragen naar de stand van zaken, desnoods de gepaste maatregelen treffen, zoals het verzoek tot aanpassing van de belangrijkste voorwaarden voor het laden van LNG vrachtwagens. 128. De huidige door de CREG goedgekeurde belangrijkste voorwaarden voor het laden van LNG vrachtwagens, zijnde het standaard LNG-contract, het LNG-toegangsreglement en het LNG-programma treden overeenkomstig artikel 107, van de gedragscode in werking vanaf de datum waarop de CREG de goedgekeurde belangrijkste voorwaarden voor het laden van LNG vrachtwagens in haar geheel goedkeurt. Zij worden uitvoerbaar tegenover de netgebruikers vanaf de datum van hun bekendmaking op de website van de N.V. Fluxys LNG. De N.V. Fluxys LNG deelt de datum van de publicatie mede aan de CREG. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas : Andreas TIREZ Directeur Marie-Pierre Christine VANDERVEEREN FAUCONNIER Voorzitster van het Directiecomité 40/40