Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS EINDBESLISSING (B)130926-CDC-1272 over ‘de aanvraag van C-POWER voor toekenning van groenestroomcertificaten voor de elektriciteit opgewekt door de windmolens B3, B4, B5, B6 en C7 op de Thorntonbank’ genomen met toepassing van artikel 10 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen 26 september 2013 EXECUTIVE SUMMARY In de voorliggende akte neemt de CREG een eindbeslissing over de aanvraag van C-POWER voor toekenning van groenestroomcertificaten voor de windmolens B3, B4, B5, B6 en C7 op de Thorntonbank. De CREG heeft de aanvraagdossiers onderzocht en vastgesteld dat de betrokken windmolens voldoen aan de voorwaarden voor toekenning van groenestroomcertificaten vermeld in artikel 9 van het koninklijk besluit van 16 juli
- Bijgevolg neemt de CREG een positieve eindbeslissing voor toekenning van groenestroomcertificaten voor de windmolens B3, B4, B5, B6 en C7 op de Thorntonbank. 2/11 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) neemt hierna, op basis van artikel 10 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen (hierna : het koninklijk besluit van 16 juli 2002), een beslissing over de aanvraag van de N.V. C-POWER (hierna : C-POWER) voor toekenning van groenestroomcertificaten voor de elektriciteit opgewekt door windmolens B3, B4, B5, B6 en C7 op de Thorntonbank. Deze vijf windmolens, elk met een vermogen van 6,15 MW, maken deel uit van de derde en laatste fase in de realisatie van het windmolenpark van C-POWER (deze laatste fase omvat de indienstneming van 18 windmolens). Hierdoor zal het geïnstalleerd vermogen van CPOWER toenemen met 110,70 MW (18 * 6,15 MW) tot in totaal 326,10 MW. In juli 2013 werd reeds de aanvraag voor groenestroomcertificaten voor de windmolens A1, A2, A3, B1 en C1, die eveneens deel uitmaken van de derde fase, goedgekeurd. Op 22 augustus 2013 werd de aanvraag voor de toekenning van de groenestroomcertificaten voor de windmolens B3, B4, B5, B6 en C7 bij ontwerpbeslissing goedgekeurd door de CREG. Op 5 september 2013 werd de aanvraag voor de toekenning van de groenestroomcertificaten voor de windmolens B7, C3, C4, C5, C6, D0, D7 en D8 bij ontwerpbeslissing goedgekeurd door de CREG. Het windmolenpark van C-POWER is op heden volledig gerealiseerd en bestaat uit zes windmolens van 5,15 MW (D1 t.e.m. D6 die in 2009 in dienst werden genomen) en 48 windmolens van 6,15 MW (die deels in 2012, deels in 2013 in dienst werden genomen). De voorliggende beslissing is de eindbeslissing betreffende de aanvraag van CPOWER voor de toekenning van de groenestroomcertificaten voor de windmolens B3, B4, B5, B6 en C
- Deze beslissing bestaat uit vier delen. Het eerste deel licht het wettelijk kader toe dat aan de basis van deze beslissing ligt. Het tweede deel zet de antecedenten uiteen die tot deze beslissing hebben geleid. Het derde deel bevat de 3/11 analyse van het ingediende dossier. De beslissing wordt geformuleerd in het vierde deel. Deze beslissing werd door het Directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 26 september 2013 goedgekeurd. 4/11 I. WETTELIJK KADER
- Artikel 8 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 bepaalt dat de aanvraag voor toekenning van groenestroomcertificaten aan de CREG wordt gericht. Deze aanvraag gebeurt door middel van een formulier opgesteld door de CREG en volgens de door haar bepaalde modaliteiten. De aanvrager voegt bij dit formulier een door de officieel erkende instelling voor eensluidend verklaarde kopie van het certificaat van oorsprongsgarantie dat hem werd toegekend overeenkomstig artikel 4 van het voornoemde koninklijk besluit.
- Overeenkomstig artikel 9 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 gaat de CREG vervolgens na of het aanvraagformulier correct en volledig is ingevuld. Indien zij vaststelt dat de aanvraag onvolledig is informeert zij de aanvrager hiervan binnen een termijn van maximum vijftien dagen na ontvangst van het aanvraagformulier. Zij preciseert waarom het formulier onvolledig is en stelt een termijn vast van maximum drie weken waarbinnen de aanvrager verzocht wordt zijn aanvraag te vervolledigen.
- Artikel 10 van het voornoemde koninklijk besluit bepaalt dat de CREG, binnen een termijn van één maand na ontvangst van het correcte en volledige formulier, nagaat of de aanvrager aan de voorwaarden voor toekenning van groenestroomcertificaten beantwoordt en haar beslissing aan hem bekend maakt. De commissie is verplicht de aanvrager die haar daarom verzoekt te horen.
- Artikel 11 van het voornoemde koninklijk besluit stelt dat de groenestroomcertificaten minstens één keer per kwartaal, in gedematerialiseerde vorm, worden toegekend door de CREG, na aanvaarding van de aanvraag. De CREG verstuurt, minstens één keer per kwartaal, een document met het aantal groenestroomcertificaten, de code van de oorsprongsgarantie en de productieperiode aan de houder van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6 van de wet die het certificaat van oorsprongsgarantie bezit. 5/11
- In de onderhavige beslissing gaat de CREG na of de aanvrager beantwoordt aan de voorwaarden voor toekenning van groenestroomcertificaten voor elektriciteit opgewekt door de windmolens B3, B4, B5, B6 en C7 op de Thorntonbank. De onderhavige beslissing dient bijgevolg als een principebeslissing beschouwd te worden. Het effectief toekennen van groenestroomcertificaten zal gebeuren overeenkomstig artikel 11 van het voornoemde koninklijk besluit van 16 juli
- II. ANTECEDENTEN
- Op 17 juli 2013 ontving de CREG een aanvraag, gedateerd op 15 juli 2013, van C-POWER voor toekenning van groenestroomcertificaten voor elektriciteit opgewekt door de windmolens B3, B4, B5, B6 en C7, geïnstalleerd op de Thorntonbank in de Belgische Exclusieve Economische zone. De aanvraagdossiers omvatten elk : het ingevulde aanvraagformulier voor de betrokken windmolen; het certificaat van oorsprongsgarantie voor de betrokken windmolen; bijlagen bij het aanvraagdossier.
- Op 1 augustus 2013 heeft de CREG per e-mail aan AIB-Vinçotte en C-POWER gemeld dat het certificaat van oorsprongsgarantie van windmolen C7 een incoherentie met betrekking tot de nullastverliezen van de transformator bevatte.
- Op 6 augustus 2013 ontving de CREG een schrijven van AIB-Vinçotte met een correctie voor het certificaat van oorsprongsgarantie van de windmolen C
- Op 22 augustus 2013 heeft de CREG de ontwerpbeslissing 1272 naar C- POWER gestuurd met de vraag om eventuele opmerkingen op de beslissing aan de CREG over te maken alsook de vertrouwelijke passages te identificeren.
- Op 3 september 2013 ontving de CREG een schrijven van C-POWER, gedateerd op 30 augustus 2013, waarin zij zich akkoord verklaart met de ontwerpbeslissing 1272 zonder opmerkingen. 6/11 III. ANALYSE VAN DE AANVRAAG
- Overeenkomstig artikel 7, §1, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 kunnen groenestroomcertificaten enkel toegekend worden aan producenten die houder zijn van een concessie bedoeld in artikel 6 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, evenals van een certificaat van oorsprongsgarantie zoals bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 16 juli
- De CREG stelt vast dat C-POWER inderdaad houder is van een domeinconcessie die haar bij ministerieel besluit van 27 juni 2003 toegekend werd1, gewijzigd bij ministerieel besluit van 3 februari 20102 en bij het ministerieel besluit van 6 mei
- De CREG stelt verder ook vast dat de aanvrager houder is van certificaten van oorsprongsgarantie voor de betrokken windmolens die uitgereikt werden door AIB-Vinçotte Belgium.
- Hieronder worden de belangrijkste elementen uit de aanvraagformulieren, de certificaten van oorsprongsgarantie en de bijlagen besproken.
- De aanvragen voor de toekenning van groenestroomcertificaten werden ingediend voor de windmolens B3, B4, B5, B6 en C
- De voornaamste gegevens van de aanvraagformulieren (benaming van de windmolen, datum van de aanvraag, coördinaten van de betrokken windmolen, nominaal vermogen, datum van indienstneming van de windmolen en de gevraagde startdatum voor toekenning van groenestroomcertificaten) worden samen met de datum van ondertekening van het respectievelijke certificaat van oorsprongsgarantie in onderstaande tabel hernomen. 1 Belgisch Staatsblad van 29 juli
- Belgisch Staatsblad van 16 februari
- 3 Belgisch Staatsblad van 21 mei
- 2 7/11 tabel 1 Coördinaten WGS 84 Benaming B3 B4 B5 B6 Datum Aanvraag Noorderbreedte Oosterlengte Nominaal vermogen (MW) 51°31,990' 51°32,243' 51°32,496' 51°32,749' 51°33,231' 02°55,451' 02°54,986' 02°54,521' 02°54,056' 02°54,039' 6,150 6,150 6,150 6,150 6,150 Indienstneming 3-06-2013 2-06-2013 5-06-2013 17-06-2013 18-06-2013 Datum Datum start certificaat van toekenning oorsprongsGSC garantie 5-06-2013 8-06-2013 5-06-2013 6-06-2013 5-06-2013 7-06-2013 18-06-2013 21-06-2013 18-06-2013 22-06-2013 C7 15/07/2013 15/07/2013 15/07/2013 15/07/2013 15/07/2013
- De certificaten van oorsprongsgarantie voor de betrokken windmolens werden als bijlage bij elk aanvraagformulier gevoegd.
- De certificaten van oorsprongsgarantie werden afgeleverd door AIB-Vinçotte Belgium, die als keuringsinstelling, zoals bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit, door de Minister van Klimaat en Energie werd erkend op 4 november 2008 (brief met referentie PM/HP/A3/EH/BC0131-3/03031-03741/3517). Deze erkenning werd verlengd voor een periode van drie jaar vanaf 4/11/
- Overeenkomstig artikel 4, §2, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 dient het certificaat van oorsprongsgarantie aan te tonen dat de effectief geproduceerde elektriciteit groene stroom is en dat de geproduceerde elektriciteit berekend wordt volgens de geldende meetnormen. De CREG stelt vast dat de door AIB-Vinçotte Belgium toegekende certificaten van oorsprongsgarantie voor de betrokken windmolens ondermeer de volgende elementen attesteren: dat de geproduceerde elektriciteit afkomstig is van windenergie; de inventarisatie van de verschillende elementen die deel uitmaken van de meetketen; dat de elektrische teller en de klemmenstroken verzegeld werden; de meterstanden op het moment van het plaatsbezoek; dat de meteropname en het meetalgoritme het mogelijk maken om de netto elektrische energie te bepalen vóór transformatie; 4 Ministerieel besluit van 19 maart 2012 houdende hernieuwing van de erkenning van de keuringsinstelling AIB-Vinçotte Belgium VZW, voor de controle van productie-installaties van elektriciteit, opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, Belgisch Staatsblad 3 april
- 8/11 dat er een generator geïnstalleerd is op het platform van elke windmolen, die op het moment van het bezoek ter plaatse niet meer in gebruik was en waarvan de aansluitingskabels afgekoppeld waren.
- Overeenkomstig artikel 7, §1, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 kunnen groenestroomcertificaten enkel toegekend worden aan producenten die houder zijn van een domeinconcessie en van een certificaat van oorsprongsgarantie. De CREG stelt vast dat C-POWER voor bepaalde windmolens als startdatum voor de toekenning van groenestroomcertificaten een datum kiest ná de datum van het certificaat van oorsprongsgarantie (zie voorgaande tabel). In ieder geval stelt de CREG vast dat op de gevraagde startdatums voor toekenning van de groenestroomcertificaten de betrokken windmolens voldoen aan de voorwaarden voor toekenning van groenestroomcertificaten voor de netto geproduceerde elektriciteit door de betrokken windmolens zoals bepaald in het koninklijk besluit van 16 juli
- Groenestroomcertificaten worden overeenkomstig artikel 7, §2, van het koninklijk besluit toegekend op basis van de nettoproductie van groene stroom, gemeten vóór transformatie. De nettoproductie wordt gedefinieerd als de geproduceerde elektriciteit verminderd met de elektriciteit verbruikt door de functionele installaties. Gezien de meting van de geproduceerde elektriciteit ter hoogte van de voet van de windmolen en ná transformatie gebeurt, dient er een correctie te gebeuren om rekening te houden met de elektrische verliezen.
- De CREG stelt vast dat het maximaal realiseerbaar vermogen per windmolen begrensd is op 6,150 MW. De CREG merkt op dat iedere eventuele wijziging van deze begrensde waarde onverwijld moet gemeld worden aan de CREG. 9/11 IV. BESLISSING Gelet op de aanvraagdossiers voor de toekenning tot groenestroomcertificaten voor de windmolens B3, B4, B5, B6 en C7 ontvangen van C-POWER op 15 juli
- Gelet op de correctie van het certificaat van oorsprongsgarantie van windmolen C7, ontvangen van AIB-Vinçotte op 6 augustus
- Gelet op voorgaande analyse van de CREG. Overwegende dat C-POWER houder is van een domeinconcessie toegekend bij ministerieel besluit van 27 juni 2003, gewijzigd bij ministerieel besluit van 3 februari 2010 en bij ministerieel besluit van 6 mei
- Overwegende dat AIB-Vinçotte Belgium werd erkend als keuringsinstelling. Overwegende dat AIB-Vinçotte Belgium voor de betrokken windmolens certificaten van oorsprongsgarantie heeft toegekend op de data vermeld in tabel
- 10/11 Beslist de CREG dat de windmolens B3, B4, B5, B6 en C7 van het windmolenpark van C-POWER beantwoorden aan de voorwaarden voor toekenning van groenestroomcertificaten voor de netto geproduceerde elektriciteit uit windenergie door de betrokken windmolens vanaf de gevraagde startdatum vermeld in de tabel
- Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas : Andreas TIREZ Directeur Marie-Pierre FAUCONNIER Voorzitster van het Directiecomité 11/11