← België

Beslissing over de door de NV Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van de bijlagen A, B, E en G van het Toegang

Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tél. : 02/289.76.11 Fax : 02/289.76.39 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)131024-CDC-1281 over ‘de door de NV Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van de bijlagen A, B, E en G van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer’ genomen met toepassing van punten 2.2.2.1, 2.2.2.8, 2.2.4 en 2.2.5.1 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005, artikel 15/1, §3, 7° en artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, 29° en 30°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen en artikelen 82 en 107 van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas. 24 oktober 2013 INHOUDSTAFEL INHOUDSTAFEL SAMENVATTING INLEIDING I. WETTELIJK KADER I.1. I.2. I.3. Goedkeuringsbevoegdheid CREG Procedures voor congestiebeheer bij contractuele congestie in bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 Allocatie van grensoverschrijdende capaciteiten II. ANTECEDENTEN III. ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL III.1. Het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer III.1.1. Bijlage A: Vervoersmodel III.1.2. Bijlage B: Onderschrijving en Toewijzing van Diensten III.1.2.1. III.1.2.2. Bijlage B Appendix 1 bij Bijlage B III.1.3. Bijlage E: Congestiebeheer III.1.3.1. Artikel 4.1. Procedures voor het beheer van Contractuele Congestie op Interconnectiepunten III.1.3.1.1 III.1.3.1.2 III.1.3.1.3 III.1.3.2. Teruggave LT UIOLI OS en BB Artikel 4.2. Procedures voor het beheer van Contractuele Congestie op Binnenlandse Afnamepunten en Installatiepunten III.1.4. Bijlage G: Formulieren IV. III.2. Het Aardgasvervoersprogramma III.3. Inwerkingtreding van de goedgekeurde wijzigingen BESLUIT 2/46 SAMENVATTING VAN DE BESLISSING Op 29 augustus 2013 heeft de NV Fluxys Belgium een aanvraag tot goedkeuring van wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van de bijlagen A, B, E en G van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer ingediend bij de CREG. Op 30 september 2013 heeft Fluxys Belgium een nieuw voorstel van wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van bijlagen A, B, E en G van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer ter goedkeuring ingediend bij de CREG. In deze documenten werden een aantal kleine aanpassingen ter verduidelijking doorgevoerd. Dit voorstel tot wijziging van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en van het Aardgasvervoersprogramma heeft als doel de bijkomende modaliteiten te bepalen teneinde de procedures voor het beheer van contractuele congestie bepaald in bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005 te implementeren en om Appendix 1 bij Bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer aan te passen om deze in lijn te brengen met de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het primaire Capaciteitsplatform PRISMA van toepassing sinds 1 juli 2013. Met toepassing van punt 2.2.1.4 van bijlage I bij de voormelde Verordening (EG) nr. 715/2009 dienen immers de volgende procedures voor congestiebeheer geïmplementeerd te worden vanaf 1 oktober 2013: 1) capaciteitstoename door overboekings- en terugkoopregeling (punt 2.2.2), 2) teruggeven van gecontracteerde capaciteit (punt 2.2.4) en 3) het mechanisme voor lange termijn-“use-it-or-lose-it” (punt 2.2.5). De aanpassing van Appendix 1 bij Bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer om deze in lijn te brengen met de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het primaire Capaciteitsplatform PRISMA, van toepassing sinds 1 juli 2013, kadert binnen het pilootproject met betrekking tot de implementatie van de Verordening (EU) Nr. 984/2013 van de Commissie van 14 oktober 2013 tot vaststelling van een netcode met betrekking tot capaciteitstoewijzingsmechanismen in gastransmissiesystemen en tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad. Deze Netwerkcode CAM voorziet dat de vervoerscapaciteit op de interconnectiepunten tussen de Entry-Exit zones binnen de Europese Unie wordt toegewezen door middel van veilingen op basis van gestandaardiseerde looptijden (jaar, kwartaal, maand, dag en binnen 3/46 de dag) en bevat een gemeenschappelijke veilingkalender. De Netwerkcode CAM voorziet tevens de oprichting van elektronische platformen voor de veiling van capaciteiten onder het gemeenschappelijke beheer van de netwerkbeheerders. Op basis van hun ervaring met dergelijke platformen hebben een groot aantal netwerkbeheerders waaronder Fluxys Belgium het gemeenschappelijk platform voor veiling van vervoerscapaciteit op interconnectiepunten opgericht dat wordt beheerd door PRISMA. Dit veilingplatform is sinds 1 april 2013 operationeel en biedt op de interconnectiepunten tussen de Entry-Exit zones van de ondersteunende netwerkbeheerders, gefaseerd in de tijd, gebundelde vervoerscapaciteit aan conform de Netwerkcode CAM. Aangezien de Netwerkcode CAM nog niet was vastgesteld bij Verordening is dit initiatief een pilootproject. Om het aanbod van vervoerscapaciteit via Aardgasvervoerscontract, PRISMA het mogelijk te maken Toegangsreglement voor werden het Standaard Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma reeds eerder dit jaar op een aantal plaatsen gewijzigd. Fluxys Belgium heeft voorafgaand aan de indiening van huidig voorstel, na overleg met de CREG, een ontwerp van gewijzigd Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en Aardgasvervoersprogramma ter consultatie voorgelegd aan de marktspelers. Bijkomend heeft Fluxys Belgium een aantal workshops georganiseerd met als doel de marktpartijen uitgebreid te informeren over voornoemde aanpassingen. In het kader van de grensoverschrijdende samenwerking heeft de CREG de nodige discussies gevoerd met de regulatoren van de buurlanden. In deze beslissing keurt de CREG de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van de bijlagen A, B (uitgezonderd Appendix 1), E en G van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer ingediend op 30 september 2013 goed en beslist dat zij in werking treden vanaf 1 november 2013. De CREG vraagt dat Fluxys Belgium de CREG minstens jaarlijks en de eerste keer zes maanden na datum van deze beslissing verslag uitbrengt over de werking van de overboekings- en terugkoopregeling, in het bijzonder over de wijze waarop de hoeveelheid additionele capaciteit op de interconnectiepunten wordt berekend in uitvoering van punt 2.2.2.5 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009. 4/46 De CREG kan verder de voorlopige toepassing van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA dd. 1 juli 2013, bedoeld in Appendix 1 van Bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, aanvaarden in afwachting van de aangepaste versie ervan die rekening houdt met de raadpleging door PRISMA van de markt van 20 augustus 2013 tot 16 september 2013 en met het overleg met de Europese regulatoren die betrokken zijn bij het PRISMA piloot-project. De CREG vraagt echter dat deze nieuwe versie van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Capaciteitsplatform PRISMA, waarvan de toepassing wordt voorzien vanaf 1 januari 2014, wordt voorbereid met het oog op een ex ante goedkeuring ervan door de CREG. 5/46 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van de punten 2.2.2.1, 2.2.2.8, 2.2.4 en 2.2.5.1 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005, artikel 15/1, §3, 7°, en artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, 29° en 30°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen (hierna : de gaswet) en artikel 82 van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas (hierna: de gedragscode), de aanvraag tot goedkeuring van de door de NV Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van de bijlagen A, B, E en G van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer. Deze aanvraag werd door de NV Fluxys Belgium (hierna: Fluxys Belgium) op 29 augustus 2013 bij de CREG per drager met ontvangstbewijs ingediend in de vorm van zeven onderscheiden documenten, namelijk: - de begeleidende brief bij de aanvraag; - het consultatierapport (deel publiek en deel confidentieel) - de aangepaste bijlage A “Vervoersmodel” van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer; - de aangepaste bijlage B “Onderschrijving en Toewijzing van Diensten” van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer; - de aangepaste bijlage E “Congestiebeheer” van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer - de aangepaste bijlage G “Formulieren” van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer - het aangepaste Aardgasvervoersprogramma. Fluxys Belgium stelt in haar schrijven van 29 augustus 2013 onder meer dat de aanpassingen van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en van het Aardgasvervoersprogramma als doel hebben om de congestiebeheersmaatregelen zoals 6/46 beschreven in Bijlage I van de Verordening (EG) Nr. 715/2009 te implementeren in België tegen ten laatste 1 oktober 2013 en om Bijlage B van het toegangsreglement voor vervoer aan te passen om die in lijn te brengen met de algemene voorwaarden van PRISMA European Capacity Platform. Zij vermeldt in voetnoot dat het aangepaste Aardgasvervoersprogramma ook enkele aanpassingen bevat die aan PRISMA en ICE ENDEX gerelateerd zijn. Op 30 september 2013 heeft Fluxys Belgium een nieuw voorstel van wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van bijlagen A, B, E en G van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer ter goedkeuring ingediend bij de CREG. In deze documenten werden een aantal kleine aanpassingen doorgevoerd om de verschillende congestiebeheersmaatregelen verder te verduidelijken. Dit verzoek tot goedkeuring houdt verband met de vraag van Fluxys Belgium in de hoger genoemde brief van 29 augustus 2013 tot goedkeuring van de voorgestelde maximale terugkoopprijzen (MBBP) voor respectievelijk geveilde en niet-geveilde capaciteit in het kader van de stimuleringsregeling voor overboeking en terugkoop, die het voorwerp uitmaakt van een afzonderlijke beslissing. Deze beslissing bestaat uit vier delen. Het eerste deel gaat over het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de onderhavige beslissing uiteengezet. Het derde deel bevat de beoordeling van de aanvraag. Het vierde deel bevat het besluit. Deze beslissing werd genomen door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 24 oktober 2013.  7/46 I. WETTELIJK KADER I.1. 1. Goedkeuringsbevoegdheid CREG Een gedeelte van de thans voorgestelde wijzigingen van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma betreft de methodes voor het beheer van contractuele congestie op grensoverschrijdende infrastructuur. Deze wijzigingen betreffen meer bepaald de invoering van bijkomende modaliteiten voor de implementatie door de beheerder van het aardgasvervoersnet van drie procedures voor het beheer van contractuele congestie vervat in bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005 (hierna: de Verordening (EG) nr. 715/2009). Een ander gedeelte van de thans voorgestelde wijzigingen van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer betreft methodes voor de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuren. Het betreft meer bepaald een wijziging van de Algemene Voorwaarden waartegen de netgebruiker toegang bekomt tot het primaire capaciteitsplatform PRISMA en derhalve (onrechtstreeks) tot grensoverschrijdende capaciteit. Voor het overige betreffen de voorgestelde wijzigingen van het Toegangsreglement en het Aardgasvervoersprogramma een aantal wijzigingen met betrekking tot de congestiebeheersmaatregelen op de afnamepunten naar eindafnemers en op installatiepunten en met betrekking tot ICE-ENDEX. 2. De goedkeuringsbevoegdheid van de CREG met betrekking tot deze door Fluxys Belgium voorgestelde regelingen is gebaseerd op de volgende wettelijke en reglementaire bepalingen. 3. Met toepassing van punt 2.2.2.1 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 leggen de transmissiesysteembeheerders een stimuleringsregeling voor overboeking en terugkoop ten uitvoer na goedkeuring door de nationale regulerende instantie. Voordat tot uitvoering wordt overgegaan zal de relevante nationale regulerende instantie de voorgestelde regeling voorleggen aan nationale regulerende instanties van de aangrenzende lidstaten en rekening houden met hun opvattingen. Punt 2.2.2.8 van dezelfde bijlage I bepaalt verder onder meer dat de transmissiesysteembeheerder geregeld aan de nationale 8/46 regulerende instantie verslag uitbrengt over de werking van de overboekings- en terugkoopregeling en, op verzoek van de nationale regulerende instantie, alle relevante gegevens verstrekt. Met toepassing van punt 2.2.2.8 van dezelfde bijlage I kan de nationale regulerende instantie de transmissiesysteembeheerder bovendien verzoeken om de overboekings- en terugkoopregeling te herzien. Wat het teruggeven van gecontracteerde capaciteit betreft bepaalt punt 2.2.4 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 onder meer dat de specifieke voorwaarden voor het teruggeven van capaciteit, in het bijzonder in gevallen waarin meerdere netgebruikers hun capaciteit teruggeven, worden goedgekeurd door de nationale regulerende instantie. In verband met het mechanisme voor lange termijn-“use-it-or-lose-it” bepaalt punt 2.2.5.1 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 dat de nationale regulerende instanties van transmissiesysteembeheerders interconnectiepunt systematisch eisen dat zij door een onderbenutte gecontracteerde netgebruiker op een capaciteit geheel of gedeeltelijk intrekken in bepaalde gevallen. 4. Met toepassing van artikel 15/14, §2, tweede lid, 29°, van de gaswet keurt de CREG, op voorstel van de netbeheerder, de methoden goed die gebruikt zijn om de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuren mogelijk te maken, met inbegrip van de procedures voor de toewijzing van capaciteiten en congestiebeheer. Deze methoden zijn transparant en niet-discriminerend en worden door de CREG gepubliceerd op haar website. Met toepassing van artikel 15/1, §3, 7°, van de gaswet is de beheerder van het aardgasvervoersnet gehouden een ontwerp van regels voor het beheer van de congestie op te stellen dat hij onder meer aan de CREG betekent. De CREG keurt dit ontwerp goed en kan hem op gemotiveerde wijze verzoeken deze regels te wijzigen mits het naleven van de regels voor de congestie die bepaald zijn door de buurlanden waarvan de interconnectie betrokken is en in overleg met het ACER. De CREG ziet, met toepassing van artikel 15/14, §2, tweede lid, 30°, van de gaswet, toe op het congestiebeheer van het aardgasvervoersnet, met inbegrip van de interconnecties, en de invoering van de regels voor het congestiebeheer, in overeenstemming met artikel 15/1, §3, 7°, van de gaswet. 5. Aangezien de door Fluxys Belgium voorgestelde regelingen bovendien geïntegreerd worden in het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer bedoeld in artikel 111 van de gedragscode, vormt ook artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet een rechtsgrond voor deze beslissing1. Met toepassing van voornoemd artikel uit de gaswet keurt 1 Zie ook de artikelen 29, §1, en 77, §1, van de gedragscode; 9/46 de CREG immers de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de vervoernetten goed. Sedert de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen2 wordt de term “belangrijkste voorwaarden” in artikel 1, 51°, van de gaswet gedefinieerd als “het standaardcontract voor de toegang tot het vervoersnet en de daarmee verbonden operationele regels”. De belangrijkste voorwaarden vallen voor de toepassing van de gedragscode uiteen in de standaardcontracten en de toegangsreglementen voor aardgasvervoer, LNG en opslag (artikel 3 van de gedragscode). Met toepassing van artikel 82 van de gedragscode beoordeelt de CREG tenslotte de voorgestelde wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma. 6. Het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, het Aardgasvervoersprogramma en de wijzigingen ervan komen tot stand na raadpleging door de beheerder van het aardgasvervoersnet van de netgebruikers in het kader van de overlegstructuur bedoeld in artikel 108 van de gedragscode. Verder bepaalt artikel 107 van de gedragscode dat goedgekeurde standaardcontracten, toegangsreglementen en dienstenprogramma’s en wijzigingen ervan, samen met de datum van inwerkingtreding, onverwijld bekend gemaakt worden op de website van de betrokken beheerder en dat de CREG in haar beslissing tot goedkeuring de datum bepaalt waarop zij in werking treden. I.2. Procedures voor congestiebeheer bij contractuele congestie in bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 7. Een belangrijk gedeelte van de door Fluxys Belgium voorgestelde aanpassingen van de regulatoire documenten betreft, zoals reeds uiteengezet werd in paragraaf 1 van deze beslissing, de invoering van bijkomende modaliteiten voor de implementatie van drie procedures voor het beheer van contractuele congestie bedoeld in bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 vanaf 1 oktober 2013 op de interconnectiepunten met de buurlanden. 8. Bij Besluit van de Commissie van 24 augustus 20123 werd bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 geamendeerd en werden een aantal procedures voor het 2 B.S., 28 december 2006; Besluit van de Commissie van 24 augustus 2012 houdende wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten, PB L 231 van 28 augustus 2012, blz. 16-20. 3 10/46 beheer van contractuele congestie ingevoerd. Deze procedures zijn van toepassing op interconnectiepunten tussen aangrenzende entry-exit systemen, ongeacht of zij fysiek dan wel virtueel zijn, tussen twee of meer lidstaten of binnen dezelfde lidstaat voor zover die punten onderhevig zijn aan boekingsprocedures van gebruikers. De bepalingen kunnen ook van toepassing zijn op entrypunten van en exitpunten naar derde landen, dit naargelang van de beslissing van de relevante nationale regulerende instantie. 9. Met toepassing van punt 2.2.1.4 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 dienen de volgende procedures voor congestiebeheer geïmplementeerd te worden vanaf 1 oktober 2013: 1) capaciteitstoename door overboekings- en terugkoopregeling (punt 2.2.2), 2) teruggeven van gecontracteerde capaciteit (punt 2.2.4) en 3) het mechanisme voor lange termijn-“use-it-or-lose-it” (punt 2.2.5). De punten 2.2.2, 2.2.4 en 2.2.5 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 luiden als volgt: “2.2.2. Capaciteitstoename door overboekings- en terugkoopregeling 1. De transmissiesysteembeheerders stellen een stimuleringsregeling voor overboeking en terugkoop voor teneinde additionele capaciteit op vaste basis aan te bieden; zij leggen die regeling ten uitvoer na goedkeuring door de nationale regulerende instantie. Voordat tot uitvoering wordt overgegaan zal de relevante nationale regulerende instantie de voorgestelde regeling voorleggen aan nationale regulerende instanties van de aangrenzende lidstaten en rekening houden met hun opvattingen. Additionele capaciteit wordt gedefinieerd als de vaste capaciteit die wordt aangeboden bovenop de technische capaciteit van een interconnectiepunt, als berekend op basis van artikel 16, lid 1, van deze verordening. 2. De overboekingsen terugkoopregeling vormt een stimulans voor transmissiesysteembeheerders om additionele capaciteit beschikbaar te stellen, rekening houdend met de technische voorwaarden, zoals de calorische waarde, de temperatuur en het verwachte verbruik, van het desbetreffende entry-exitsysteem en de capaciteiten van aangrenzende netwerken. Voor de herberekening van de technische of additionele capaciteit van het entry- exitsysteem hanteren de transmissiesysteembeheerders een dynamische aanpak. 3. De aan de overboekings- en terugkoopregeling verbonden stimulans zal de risico’s weerspiegelen welke de transmissiesysteembeheerders lopen wanneer zij additionele capaciteit aanbieden. De regeling zal zodanig worden opgezet dat de inkomsten uit de verkoop van additionele capaciteit en de kosten die het gevolg zijn van de terugkoopregeling of van maatregelen overeenkomstig punt 6, worden gedeeld tussen de transmissiesysteembeheerders en de netgebruikers. De nationale regulerende instanties beslissen over de verdeling van de inkomsten en de kosten over de transmissiesysteembeheerder en de netgebruiker. 4. Met als doel de inkomsten van de transmissiesysteembeheerder te bepalen wordt de technische capaciteit, in het bijzonder de afgestane capaciteit, alsook, wanneer van toepassing, de capaciteit ten gevolge van de toepassing van vaste day-ahead-„use-it-or-lose-it”- en langetermijn-„use-it-or-lose-it”-mechanismen, geacht te zijn toegewezen vóór elke additionele capaciteit. 5. Bij de bepaling van de additionele capaciteit houdt de transmissiesysteembeheerder rekening met statistische scenario’s voor de op interconnectiepunten op enig moment verwachte hoeveelheid fysiek ongebruikte capaciteit. Daarbij wordt ook rekening gehouden met een risicoprofiel voor het aanbieden van additionele capaciteit die niet leidt tot een buitensporige terugkoopverplichting. In het kader van de overboekings- en terugkoopregeling wordt ook een raming gemaakt van de waarschijnlijkheid dat capaciteit moet worden teruggekocht op de markt en de daaraan verbonden kosten. Mede op basis daarvan wordt de hoeveelheid additioneel ter beschikking te stellen capaciteit bepaald. 6. Wanneer dat noodzakelijk is om de systeemintegriteit in stand te houden, passen de transmissiesysteembeheerders een marktgebaseerde terugkoopprocedure toe waarbij de 11/46 netgebruikers capaciteit kunnen aanbieden. De netgebruikers worden geïnformeerd over de van toepassing zijnde terugkoopprocedure. De toepassing van een terugkoopprocedure laat de voor noodsituaties geldende maatregelen onverlet. 7. Voordat zij een terugkoopprocedure toepassen, verifiëren de transmissiesysteembeheerders of alternatieve technische en commerciële maatregelen de systeemintegriteit op een meer kosteneffectieve wijze in stand kunnen houden. 8. Wanneer zij een overboekings- en terugkoopregeling voorstellen, verstrekt de transmissiesysteembeheerder alle relevante gegevens, ramingen en modellen aan de nationale regulerende instantie zodat die de regeling kan beoordelen. De transmissiesysteembeheerder brengt geregeld aan de nationale regulerende instantie verslag uit over de werking van de regeling en verstrekt, op verzoek van de nationale regulerende instantie, alle relevante gegevens. De nationale regulerende instantie kan de transmissiesysteembeheerder verzoeken de regeling te herzien. 2.2.4. Teruggeven van gecontracteerde capaciteit De transmissiesysteembeheerders aanvaarden elk teruggave van vaste capaciteit die door een netgebruiker op een interconnectiepunt gecontracteerd is, met uitzondering van capaciteitsproducten met een looptijd van een dag of korter. De netgebruiker behoudt zijn in het capaciteitscontract vastgelegde rechten en verplichtingen totdat de capaciteit door de transmissiesysteembeheerder geheralloceerd is en in de mate dat de capaciteit niet geheralloceerd is door de transmissiesysteembeheerder. Teruggegeven capaciteit wordt pas geacht te zijn geheralloceerd nadat alle beschikbare capaciteit gealloceerd is. De transmissiesysteembeheerder stelt de netgebruiker onverwijld in kennis van elke herallocatie van de door die gebruiker teruggegeven capaciteit. De specifieke voorwaarden voor het teruggeven van capaciteit, in het bijzonder in gevallen waarin meerdere netgebruikers hun capaciteit teruggeven, worden vastgesteld door de nationale regulerende instantie. 2.2.5. Mechanisme voor Lange termijn-„use-it-or-lose-it” 1. Nationale regulerende instanties eisen van transmissiesysteembeheerders dat zij door een netgebruiker op een interconnectiepunt systematisch onderbenutte gecontracteerde capaciteit geheel of gedeeltelijk intrekken wanneer die netgebruiker zijn ongebruikte capaciteit niet tegen redelijke voorwaarden heeft verkocht of aangeboden en wanneer andere netgebruikers om vaste capaciteit verzoeken. Gecontracteerde capaciteit wordt geacht systematisch onderbenut te zijn, met name wanneer:

  1. a)de netgebruiker tussen 1 april tot en met 30 september en 1 oktober tot en met 31 maart minder dan gemiddeld 80 % van zijn gecontracteerde capaciteit met een effectieve contractduur van meer dan één jaar gebruikt, waarvoor geen afdoende rechtvaardiging kan worden gegeven, of
  2. b)de netgebruiker systematisch bijna 100 % van zijn gecontracteerde capaciteit nomineert en naar beneden hernomineert met het doel de in punt 3 van punt 2.2.3 neergelegde regels te omzeilen. 2. De toepassing van een vast day-ahead-„use-it-or-lose-it”-mechanisme wordt niet beschouwd als een rechtvaardiging om de toepassing van punt 1 te voorkomen. 3. Intrekking heeft tot gevolg dat de netgebruiker zijn gecontracteerde capaciteit gedurende een bepaalde periode of tijdens de rest van de effectieve contractuele termijn geheel of gedeeltelijk verliest. De netgebruiker behoudt zijn rechten en verplichtingen overeenkomstig het capaciteitscontract totdat de capaciteit door de transmissiesysteembeheerders wordt geheralloceerd en in de mate dat de capaciteit door de transmissiesysteembeheerder niet is geheralloceerd. 4. De transmissiesysteembeheerders verstrekken de nationale regulerende instanties op gezette tijden alle gegevens die vereist zijn voor de monitoring van de mate waarin de gecontracteerde capaciteit met effectieve contractuele looptijd van meer dan één jaar of repeterende kwartalen die minimaal twee jaar bestrijken, wordt gebruikt.” 12/46 10. De bepalingen vervat in nummers 1 tot en met 5 van punt 2.2.3 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 (mechanisme voor vaste day-ahead-“use-it-or-lose-it”) worden slechts van toepassing met ingang van 1 juli 2016. De bepalingen vervat in nummers 6 en 7 van punt 2.2.3 (mechanisme van vaste day-ahead”use-it-or-lose-it”) zijn reeds van toepassing sinds 17 september 2012. De bepaling vervat in nummer 6 betreft interconnectiepunten waar reeds een mechanisme van vaste day-ahead“use-it-or-lose-it” overeenkomstig punt 2.2.3.3 wordt toegepast. Deze bepaling heeft geen relevantie voor België aangezien een dergelijk mechanisme niet bestaat op de Belgische interconnectiepunten. De bepaling vervat in nummer 7 biedt een nationale regulerende instantie de mogelijkheid ertoe te beslissen op een interconnectiepunt een mechanisme voor vaste day-ahead-“use-it-or-lose-it” overeenkomstig punt 2.2.3.3 toe te passen. In dat geval raadpleegt de nationale regulerende instantie eerst de nationale regulerende instanties van de omringende lidstaten en houdt zij rekening met hun adviezen. I.3. 11. Allocatie van grensoverschrijdende capaciteit Een ander gedeelte van de thans voorgestelde wijzigingen van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer betreft, zoals reeds werd uiteengezet in paragraaf 1 van deze beslissing, methodes voor de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuren. Het betreft meer bepaald een wijziging van de Algemene Voorwaarden waartegen de netgebruiker toegang bekomt tot het primaire capaciteitsplatform PRISMA en derhalve (onrechtstreeks) tot grensoverschrijdende capaciteit. Deze wijzigingen passen binnen het volgende kader. 12. Door middel van haar beslissing van 11 april 20134 heeft de CREG de toen door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma met het oog op de organisatie van veilingen voor grensoverschrijdende capaciteit in afwachting van de Europese netwerkcode voor de toewijzing van capaciteiten voor vervoer van aardgas, goedgekeurd. Met toepassing van de artikelen 6 en 8 van de Verordening (EG) Nr. 715/2009 heeft ENTSOG immers een netwerkcode voor de toewijzing van capaciteiten voor vervoer van aardgas 4 Beslissing(B)130411-CDC-1242 over ‘de door de N.V. Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van het Standaard Aardgasvervoerscontract, de bijlagen A en B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma’ van 11 april 2013; 13/46 ontwikkeld op basis van de kaderrichtlijn voor capaciteitsallocatie die werd voorgesteld door ACER op 3 augustus 2011. Op 9 november 2012 heeft ACER deze Netwerkcode CAM overgemaakt aan de Europese Commissie onder voorbehoud van een aantal wijzigingen. De Europese Commissie heeft in januari 2013 de comitologie-procedure gestart en op 15 oktober 2013 werd de Verordening (EU) Nr. 984/2013 van de Commissie van 14 oktober 2013 tot vaststelling van een netcode met betrekking tot capaciteitstoewijzingsmechanismen in gastransmissiesystemen en tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad bekend gemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (hierna: NC CAM).. 13. In haar beslissing van 11 april 2013 stelde de CREG verder dat de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA, bedoeld in Appendix 1 van Bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, in elk geval moeten worden geherevalueerd en herzien moeten worden: - wanneer de resultaten van de raadpleging (tijdens de zomer 2013) door PRISMA van de Shippers bekend zijn teneinde rekening te houden met de opmerkingen van de Shippers en de overblijvende opmerkingen van de CREG en de andere betrokken regulatoren. De CREG noteert de verklaring van Fluxys Belgium in haar brief van 6 maart 2013 dat zij de resterende opmerkingen die zij ontving op 27 februari 2013 ingevolge een eigen consultatie van de markt, in dit kader zal behandelen. - indien er zich in de praktijk daadwerkelijke problemen zouden voordoen met de toepassing van deze Algemene Voorwaarden. Fluxys Belgium stelt in haar begeleidend schrijven van 29 augustus 2013 dat de aangebrachte aanpassingen aan de Algemene Voorwaarden voor het Gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA rekening houden met de feedback die ze van de netgebruikers gekregen heeft via een consultatie die liep van 17 juni tot en met 30 juni 2013. 14/46 II. ANTECEDENTEN 14. Op 1 oktober 2012 werd door Fluxys Belgium een nieuw vervoersmodel geïmplementeerd. Ter voorbereiding van dit belangrijk project werd door de CREG eind 2010 een voorstel van basisprincipes voor een nieuw vervoersmodel ter consultatie5 voorgelegd aan de marktpartijen. De CREG heeft in de loop van deze consultatieronde talrijke belangrijke en nuttige suggesties, voorstellen, opmerkingen, bedenkingen en informatie ontvangen van de deelnemende marktpartijen6. Deze informatie werd nuttig gebruikt om het nieuwe Entry/Exit vervoersmodel in samenspraak met Fluxys Belgium te ontwerpen. In haar beslissing (B)120510-CDC-1155 van 10 mei 2012 heeft de CREG het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma van Fluxys Belgium goedgekeurd. Dit zijn de basisdocumenten van het nieuwe Entry/Exit vervoersmodel. Deze documenten garanderen een eenvoudige toegang tot het aardgasvervoersnet voor alle marktspelers, de creatie van een handelsplaats waarbij, naast de mogelijkheid tot bilaterale handel (OTC), een anonieme beurs (exchange) diensten aanbiedt aan de marktspelers en van een marktgestuurd balanceringssysteem waarbij de beheerder van het aardgasvervoersnet voor het in stand houden van het netevenwicht aardgas aankoopt of verkoopt op de anonieme beurs. 15. Met betrekking tot het congestiebeleid heeft de CREG er toen voor geopteerd om, in afwachting van het gebruik van veilingen als toewijzingsregel voor vervoersdiensten op de grenspunten van het vervoersnet, Fluxys Belgium aan te sporen tot een pro-actief commercieel beleid door het aanbieden van een waaier van vervoersdiensten, zowel vaste als onderbreekbare, op een transparante en niet-discriminerende wijze. Fluxys Belgium garandeert zodoende dat er voldoende ingangscapaciteit ter beschikking is om congestie te voorkomen rekening houdend met het voorgestelde congestiebeleid. Fluxys Belgium kan hierbij gebruik maken van de mogelijkheid om meer vaste capaciteit aan te bieden dan fysisch mogelijk kan worden vervoerd. Daarnaast zal de beheerder van het aardgasvervoersnet onderbreekbare vervoersdiensten aanbieden. Om overboeking door de netgebruikers te voorkomen heeft de CREG ervoor gekozen om de netgebruikers ertoe te verplichten ongebruikte vervoersdiensten aan te bieden op de secundaire markt. Verder wordt het gebruik van de gereserveerde en toegewezen vervoersdiensten permanent opgevolgd en worden de netgebruikers hierover geïnformeerd. Van zodra er zich congestie 5 Zie website CREG: http://www.creg.info/pdf/Opinions/2010/T082010/consultatienota.pdf : consultatienota nieuw vervoersmodel. 6 Zie website CREG: http://www.creg.info/pdf/Studies/F1035NL.pdf : studie over de ontwikkeling van een nieuw vervoersmodel voor transmissie van aardgas 15/46 dreigt voor te doen wordt de markt hierover uitgebreid geïnformeerd en worden de bij de congestie betrokken partijen aangeschreven. Niet-gebruikte vervoersdiensten van netgebruikers, die niet reageren op de schriftelijke aanmaning van Fluxys Belgium, worden door Fluxys Belgium voor een periode van 2 maanden en voor rekening van de netgebruiker aangeboden op de secundaire markt tegen het gereguleerd tarief. De CREG wordt hierover geïnformeerd en kan op basis van de gedragscode en de gaswet sanctionerend optreden. 16. In de periode aansluitend op de invoering van het Entry/Exit vervoersmodel heeft Fluxys Belgium vastgesteld dat de oorspronkelijk voorziene bepalingen aanleiding konden geven tot opportunistisch gedrag in hoofde van sommige netgebruikers met een einde-vande-dag overschot gaspositie en dit ten koste van alle netgebruikers met een einde-van-dedag tekort gaspositie en omgekeerd. Fluxys Belgium heeft daarom geoordeeld dat het aangewezen was om een aantal bepalingen van de Bijlage A “Vervoersmodel” van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer te wijzigen. Fluxys Belgium heeft een aantal maatregelen uitgewerkt om hieraan te verhelpen en zij heeft via een formele marktbevraging die liep tussen 13 oktober 2012 en 26 oktober 2012 alle marktpartijen uitgenodigd opmerkingen en/of suggesties omtrent de voorgestelde wijzigingen mee te delen. Fluxys Belgium heeft van de netgebruikers geen opmerkingen en/of suggesties ontvangen en zij heeft aansluitend op 31 oktober 2012 een voorstel tot aanpassing van de Bijlage A “Vervoersmodel” van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer bij de CREG ingediend. De CREG was van mening dat de door Fluxys Belgium voorgestelde aanpassing eventueel opportunistisch gedrag en de daaruit voortvloeiende marktverstoring zou voorkomen. Bijgevolg kwam deze wijziging tegemoet aan de bezorgdheid van de CREG dat de marktvoorwaarden billijk en evenwichtig moeten zijn en zij heeft in haar beslissing (B)121122-CDC-1205 van 22 november 2012 het voorstel tot aanpassing van de Bijlage A goedgekeurd. 17. Zoals reeds uiteengezet werd in paragraaf 12 van deze beslissing heeft ENTSO-G, met toepassing van de artikelen 6 en 8 van de Verordening (EG) nr. 715/2009, een NC CAM ontwikkeld op basis van de kaderrichtlijn voor capaciteitsallocatie die werd voorgesteld door ACER op 3 augustus 2011. Op 9 november 2012 heeft ACER de NC CAM overgemaakt aan de Europese Commissie onder voorbehoud van een aantal wijzigingen. De Europese Commissie heeft in januari 2013 de comitologie-procedure gestart en op 15 oktober 2013 werd de NC CAM bekend gemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. 18. De NC CAM voorziet dat de vervoerscapaciteit op de interconnectiepunten tussen de Entry-Exit zones binnen de Europese Unie wordt toegewezen door middel van veilingen 16/46 op basis van gestandaardiseerde looptijden (jaar, kwartaal, maand, dag en binnen de dag) en bevat een gemeenschappelijke veilingkalender. In de mate dat er op deze interconnectiepunten aan beide zijden vaste capaciteit ter beschikking is, wordt deze in de vorm van gebundelde producten aangeboden. De NC CAM voorziet tevens de oprichting van elektronische platformen voor de veiling van capaciteiten onder het gemeenschappelijke beheer van de netwerkbeheerders. Op basis van hun ervaring met dergelijke platformen hebben de respectieve beheerders van Capsquare, Link4Hubs en Trac-X eind april 2012 aangekondigd dat ze een gemeenschappelijk platform wensten op te richten voor de reservatie van vervoerscapaciteit op hun respectieve interconnectiepunten. Dit project dat initieel werd gestart voor Noord-West Europa (Denemarken, Nederland, Duitsland, Frankrijk en België) werd opengesteld voor andere netwerkbeheerders. Intussen zijn zowel de netwerkbeheerder van Oostenrijk als Italië toegetreden en hebben de netwerkbeheerders van het Verenigd Koninkrijk, Portugal en Spanje en Slovenië hun interesse betoond. 19. Het gemeenschappelijk platform voor veiling van vervoerscapaciteit op interconnectiepunten wordt beheerd door PRISMA, opgericht op 1 januari 2013, waarvan intussen 19 netwerkbeheerders lid zijn. Dit veilingplatform is sinds 1 april 2013 operationeel en biedt op de interconnectiepunten tussen de Entry-Exit zones van de ondersteunende netwerkbeheerders, gefaseerd in de tijd, gebundelde vervoerscapaciteit aan conform de NC CAM. Aangezien de NC CAM nog niet was vastgesteld bij Verordening (zie paragraaf 12 hierboven) is dit initiatief een pilootproject. Bedoeling is om, in het vooruitzicht van de definitieve implementatie van de NC CAM, ervaring op te bouwen met veilingsystemen, het bundelen van vervoerscapaciteit op interconnectiepunten en het harmoniseren van gegevensuitwisseling tussen naburige netwerkbeheerders. Fluxys Belgium is stichtend lid en een actieve partner van PRISMA. In overleg met de CREG werd afgesproken dat in een eerste fase vanaf 17 april 2013 Day-ahead vervoerscapaciteit via het PRISMA platform zal worden geveild. Om het aanbod van vervoerscapaciteit via PRISMA mogelijk te Aardgasvervoerscontract, maken het was het noodzakelijk Toegangsreglement voor om het Aardgasvervoer Standaard en het Aardgasvervoersprogramma op een aantal plaatsen te wijzigen. Fluxys Belgium heeft, na overleg met de CREG, een ontwerp van gewijzigd Standaard Aardgasvervoerscontract, Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en Aardgasvervoersprogramma ter consultatie voorgelegd aan de marktspelers. De consultatie werd gestart op 9 januari 2013 en liep af op 8 februari 2013. Er werden geen opmerkingen en commentaren van de netgebruikers ontvangen. Een tweede consultatieronde met betrekking tot de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA werd gestart op 19 februari 2013 17/46 en liep af op 27 februari 2013. Fluxys Belgium heeft toen een aantal commentaren ontvangen en stelde in haar brief van 6 maart 2013 dat de meeste daarvan niet meer van toepassing waren op de toen laatste versie van de de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA. Fluxys Belgium heeft op 6 maart 2013 de aanvraag tot goedkeuring van de wijziging van het Standaard Aardgasvervoerscontract, bijlagen A en B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma voorgelegd aan de CREG. De CREG besliste op 11 april 2013 de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van het aangepaste Standaardcontract voor Aardgasvervoer, de bijlagen A en B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma goed te keuren (zie paragraaf 14 van deze beslissing). 20. Zoals vermeld onder paragraaf 3 van deze beslissing werd bij Besluit van de Commissie van 24 augustus 2012 bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 geamendeerd en werden een aantal procedures voor het beheer van contractuele congestie ingevoerd. Bij de implementatie van het Entry/Exit vervoersmodel werd in samenspraak tussen de CREG en de marktpartijen een pro-actief congestiebeleid vastgelegd waarvan de regels werden opgenomen in Bijlage E van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer (zie paragraaf 15 van deze beslissing). Met toepassing van punt 2.2.1.4 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2009 dienen de volgende procedures voor congestiebeheer geïmplementeerd te worden vanaf 1 oktober 2013: 1) capaciteitstoename door overboekings- en terugkoopregeling (punt 2.2.2), 2) teruggeven van gecontracteerde capaciteit (punt 2.2.4) en 3) het mechanisme voor lang termijn-“use-it-or-lose-it” (punt 2.2.5). De implementatie van deze procedures vraagt een aanpassing van Bijlage E van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer. 21. Met het oog op de implementatie van deze procedures voor het beheer van contractuele congestie werd door Fluxys Belgium een uitgebreide marktconsultatie gestart op 22 mei 2013. Voorafgaand aan deze marktconsultatie organiseerde Fluxys Belgium op 7, 15 en 21 mei workshops waarbij een eerste evaluatie van het nieuwe Entry/Exit vervoersmodel werd voorgesteld en de mening van de marktpartijen gevraagd werd over de werking en het gebruik van het elektronisch data platform (EDP), de allocatie van vervoerscapaciteit op ontvangstations van de distributienetbeheerders en de reservatie van afnamecapaciteit bij eindafnemers rechtstreeks aangesloten op het aardgasvervoersnet. Verder werden de marktpartijen uitgebreid geïnformeerd over de geplande aanpassingen van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer met het oog op het bepalen van de noodzakelijke bijkomende modaliteiten ter implementatie van de verplichtingen opgelegd door bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009. Er werd tevens een overzicht gegeven 18/46 over de stand van zaken betreffende de NC CAM met aandacht voor de start van het PRISMA platform op 17 april 2013 en het aanbod van gebundelde day ahead capaciteit op de verschillende interconnectiepunten. Tot slot werd er gepeild naar de mening van de netgebruikers in verband met mogelijke aanpassingen en wijzigingen inzake de criteria betreffende kredietwaardigheid. 22. Op 2 juli 2013 organiseerde Fluxys Belgium een vierde workshop waarbij feedback werd gegeven over de resultaten van de marktconsultatie betreffende de door Fluxys Belgium voorgestelde congestieprocedures, criteria voor kredietwaardigheid en de reservatie van vervoerscapaciteit op afnamepunten van eindafnemers en distributienetbeheerders. Tevens werd een eerste feedback gegeven over de resultaten van het onderzoek naar het gebruik van het EDP en werd een stand van zaken gegeven over de netwerkcodes balanceren, interoperabiliteit en de regelgeving betreffende Remit. Speciale aandacht tenslotte ging naar de door PRISMA in het vierde trimester van 2013 aangekondigde consultatie van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Capaciteitsplatform PRISMA voor de primaire en de secundaire markt. Deze PRISMA consultatie komt er na herhaaldelijk aandringen van de CREG binnen de overleggroep van de TSO’s en de andere Europese regulatoren die deel uitmaken van het pilootproject NC CAM (zie ook paragraaf 18 van deze beslissing). PRISMA hield reeds een korte consultatie (van 17 juni 2013 tot 30 juni 2013) voorafgaand aan de inwerkingtreding van een aangepaste versie van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het capaciteitsplatform PRISMA op 1 juli 2013. Tot slot werd door Fluxys Belgium aan de netgebruikers gevraagd zich duidelijk te willen uitspreken over de gewenste kenmerken van de in overboeking aangeboden extra vervoerscapaciteit waarbij twee opties werden naar voor gebracht: aanbod van de bijkomende capaciteit in de vorm van de reeds bestaande vaste day ahead capaciteit (FDA) waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen bestaande en overboekte capaciteit of aanbod van de in overboeking extra gecreëerde capaciteit in de vorm van een apart product onder de naam additioneel vaste day ahead capaciteit (FADA). De kenmerken van beide producten werden uitvoerig toegelicht. Belangrijk hierbij is de overweging dat in geval van congestie en overboeking, door Fluxys Belgium een terugkoopprocedure zal worden gestart. Indien er onvoldoende capaciteit via de terugkoopprocedure door Fluxys Belgium kan worden teruggekocht en de noodzaak tot onderbreking zich voordoet, wordt in het geval van FADA enkel deze door overboeking gecreëerde capaciteit geheel of gedeeltelijk onderbroken. In het geval van aanbod onder de vorm van FDA wordt alle FDA pro rata onderbroken. Door Fluxys Belgium werd aan de netgebruikers gevraagd voor 5 juli 2013 hun voorkeur mee te delen. 19/46 23. Als bijlage bij de brief van Fluxys Belgium van 29 augustus 2013 werd het consultatierapport toegevoegd. Dit rapport beschrijft het consultatieproces en de door Fluxys Belgium gemaakte keuzes. Als bijlage bij dit consultatierapport wordt voor elk van de bovenvermelde workshops (shippers’ meeting) de uitnodiging, de agenda, de gegeven presentaties en een opsomming van de gestelde vragen met antwoorden (appendix 1) toegevoegd. Bij het consultatierapport wordt tevens een beschrijving van het consultatieproces gevoegd (appendix 2). Een laatste bijlage bij het consultatierapport (appendix 3) omvat de deelnemerslijst, de vragen en antwoorden met vermelding van de naam van de vraagstellers, kopie van de schriftelijke reacties van een aantal marktpartijen, mondelinge reacties gegeven tijdens en schriftelijke reactie gestuurd na de laatste workshop van 2 juli 2013 en een lijst van bilaterale vergaderingen tussen Fluxys Belgium met de marktpartijen die dit wensten. 24. De bijkomende modaliteiten voor de implementatie van de door bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 bepaalde procedures voor het beheer van contractuele congestie en de daartoe noodzakelijke aanpassingen van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma en de daarbij horende consultatie van de marktpartijen werden door de medewerkers van de CREG op 5 en 18 april, op 6, 21, 27 en 29 mei, op 11 en 21 juni en op 9 juli 2013 besproken met de medewerkers van Fluxys Belgium. 25. Complementair aan dit Belgisch intern overleg, werd door een veelvuldige regionale en Europese samenwerking gestreefd naar een doeltreffende implementatie van de richtsnoeren. Aangezien de toepassing ervan plaats vindt op de interconnectiepunten met al onze naburige transmissiesystemen, dient de maximalisering van de beschikbare capaciteit langs beide zijden steeds voor ogen gehouden te worden. 26. De CREG heeft op 10 juni 2013 het verschil in implementatie met de Duitse nationale energieregulator BNetzA besproken. Hierbij is vastgesteld dat enkel het teruggeven van gecontracteerde capaciteit (punt 2.2.4 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009) en het mechanisme voor lange termijn-“use-it-or-lose-it” (punt 2.2.5 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009) gemeenschappelijke raakpunten heeft. In Duitsland zal namelijk capaciteitstoename door overboekings- en terugkoopregeling overeenkomstig punt 2.2.2 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 niet worden toegepast, Momenteel wordt daar enkel ingezet op de toepassing van de korte termijn-“use-it-or-lose-it” of punt 2.2.3 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009. Een uitzonderlijke situatie die naar de toekomst verdere opvolging noodzaakt. 20/46 27. Op 14 juni 2013 heeft de CREG samen met Fluxys Belgium na een ontmoeting met de Franse nationale energieregulator CRE en transmissiebeheerder GRTGaz, haar initiële ideeën beter kunnen uitwerken, zodanig dat de implementatie van de Europese richtsnoeren maximaal op elkaar afgestemd zijn. Een analoge controle werd door de CREG uitgevoerd op 4 september 2013 met de Nederlandse nationale energieregulator ACM voor de interconnectiepunten tussen Fluxys Belgium en GTS in Nederland. 28. Een specifieke situatie betreft het interconnectiepunt van Fluxys Belgium in Zeebrugge met de Interconnector (UK) Limited. Interconnector (UK) Limited beheert de interconnector tussen het Engelse Bacton en het Belgische Zeebrugge en werd dit jaar zowel door de Engelse nationale energieregulator Ofgem en de CREG, elk afzonderlijk maar wel in volle samenwerking, als transmissiesysteembeheerder gecertificeerd. Sinds de inwerkingtreding van het derde Europese energiepakket, wordt deze grensoverschrijdende installatie namelijk door de beide nationale energieregulatoren gecontroleerd en gereguleerd, wat intense samenwerking en continue opvolging vereist. Zo ook met de implementatie van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009. De CREG waakt hierbij over de maximale afstemming met de geplogenheden die gelden voor Fluxys Belgium. 29. Overeenkomstig overweging nr. 7 in de aanhef van het Besluit van de Commissie van 24 augustus 20127, heeft de CREG meegeholpen aan de publicatie van de “issue paper on the need for coordinated decisions at EU level for the implementation of the Congestion Management Procedures Guidelines” op de website van ACER8. In de marge van de 2de EU Stakeholders Group Meeting9, die zich voornamelijk toelegt op de implementatie van de op komst zijnde Europese netwerkcode CAM, werd ook de status besproken van de implementatie van de congestiebeheerprincipes overeenkomstig bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009. ACER, in aanwezigheid van de EC, wil op deze wijze erover waken dat in het geheel van de Unie de efficiëntste procedures voor congestiebeheer ten uitvoer worden gelegd op de daarvoor in aanmerking komende entry- en exitpunten. 30. Fluxys Belgium heeft op 29 augustus 2013 de aanvraag tot goedkeuring van de door haar voorgestelde wijzigingen van de bijlagen A, B, E en G van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma voorgelegd aan de CREG. Op 30 7 Besluit van de Commissie van 24 augustus 2012 houdende wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten, PB L 231 van 28 augustus 2012, blz. 16-20. 8 http://www.acer.europa.eu/Official_documents/Acts_of_the_Agency/Publication/ACER_CMP_Guidance%20issue %20paper%20on%20CMP%20implementation_20130808.pdf. 9 http://www.acer.europa.eu/Gas/Regional_%20Intiatives/CAM_roadmap/2nd_EU_Stakeholders_Group_meeting/d efault.aspx 21/46 september 2013 heeft Fluxys Belgium een nieuw voorstel van wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van bijlagen A, B, E en G van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer ter goedkeuring ingediend bij de CREG. In deze documenten werden een aantal kleine aanpassingen doorgevoerd om de verschillende congestiebeheersmaatregelen verder te verduidelijken. De op 30 september 2013 ter goedkeuring voorgelegde documenten worden hierna onderzocht. 22/46 III. ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL III.1. Het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer III.1.1. Bijlage A: Vervoersmodel 31. De ter goedkeuring voorgelegde Bijlage A, getiteld “Vervoersmodel”, van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer omvat achtereenvolgens een definitielijst van de termen specifiek van toepassing voor deze bijlage, de operationele regels van toepassing voor het gebruik van de verschillende vervoersdiensten, de operationele regels betreffende het netevenwicht en de regels inzake facturatie. 32. Artikel 2.2 bevat de definities specifiek van toepassing voor deze bijlage en wordt aangevuld met de definities “MTSRBB” en “PBB”. Deze definities zijn nodig in het kader van de terugkoopprocedure (zie verder bij bijlage E paragraaf 72 van deze beslissing) en definiëren respectievelijk de hoeveelheid vervoerscapaciteit (MTSRBB) die door Fluxys Belgium wordt teruggekocht en de prijs (PBB) die daarvoor aan de netgebruiker wordt betaald. 33. Artikelen 4.4, 4.5.1 en 4.5.2 van deze bijlage werden aangepast om waar nodig de teruggekochte vervoerscapaciteit in rekening te brengen. 34. Artikelen 9.2.1 en 9.2.1.1 van deze bijlage werden aangepast om eventuele terugkoop van vervoerscapaciteit door Fluxys Belgium in rekening te brengen via de maandelijkse facturatie. 35. Artikel 9.2.7 van deze bijlage werd aangepast en regelt de maandelijkse administratieve vergoedingen bij teruggave en overdracht, via de secundaire markt of door tussenkomst van de netbeheerder, van vervoerscapaciteit door de netgebruiker (zie verder bij bijlage E paragraaf 55 tot en met 58 van deze beslissing). 36. De CREG heeft geen opmerkingen bij deze aanpassingen die ertoe strekken de bijkomende modaliteiten te bepalen voor de implementatie van de door bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 bepaalde procedures voor het beheer van contractuele congestie. Deze aanpassingen voldoen aan de vereisten inzake transparantie en nietdiscriminatie. 23/46 III.1.2. Bijlage B: Onderschrijving en Toewijzing van Diensten 37. De ter goedkeuring voorgelegde Bijlage B, getiteld “Onderschrijving en Toewijzing van Diensten”, van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer omvat achtereenvolgens een definitielijst van de termen specifiek van toepassing voor deze bijlage, de wijze waarop de netgebruikers zich dienen te registreren, de regels van toepassing op de primaire markt en de regels van toepassing op de secundaire markt. De Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA worden toegevoegd in appendix 1. III.1.2.1. Bijlage B 38. Artikel 2 bevat de definities specifiek van toepassing voor deze bijlage. Er werden geen nieuwe definities toegevoegd. In de definitielijst werd “Binnenlandse Uitgangspunt” vervangen door “Binnenlands Afnamepunt”. Deze aanpassing werd verderop in artikel 4.4. en 4.5. eveneens doorgevoerd. 39. In artikel 4.1.2. werd de verwijzing naar Bijlage A vervangen door de verwijzing naar Bijlage E. 40. Artikel 4.2. werd sterk vereenvoudigd. Voor de beschrijving van de veilingregels wordt verwezen naar de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA die zijn toegevoegd in appendix 1 bij deze bijlage. 41. Artikel 5.1. omvat de algemene regels voor de Secundaire Markt. Dit artikel werd vervolledigd zodat het in de toekomst voor netgebruikers mogelijk wordt om vervoerscapaciteit onderling te verhandelen via het secundaire marktplatform op PRISMA. Daartoe dienen de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Capaciteitsplatform PRISMA te worden aangepast en uitgebreid met de nodige bepalingen inzake de handel op de secundaire markt (zie in dit verband paragraaf 44 tot 50 van deze beslissing). 42. Artikelen 5.2.2. en 5.2.3. werden aangevuld met respectievelijk een punt 6 en een punt 5 waarbij de TSO verplicht wordt om informatie met betrekking tot de handel op de secundaire markt te publiceren. 43. De CREG heeft geen opmerkingen bij deze aanpassingen die ofwel redactionele 24/46 verbeteringen inhouden ofwel het mogelijk maken voor netgebruikers om in de toekomst vervoersdiensten te verhandelen via een secundair marktplatform op PRISMA. III.1.2.2. Appendix 1 bij Bijlage B 44. De Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA bevinden zich in Appendix 1 bij bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer. In haar beslissing van 11 april 201310 besliste de CREG dat zij de Algemene 45. Voorwaarden in Appendix 1 van Bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer kon aanvaarden, met dien verstande dat: - wanneer de resultaten van de raadpleging door PRISMA van de Shippers (tijdens de zomer 2013) bekend zijn, een herevaluatie van deze Algemene Voorwaarden dient te gebeuren in samenwerking met de betrokken transmissiesysteembeheerders en regulatoren, en deze voorwaarden moeten worden herzien om rekening te houden met de opmerkingen van de Shippers en de overblijvende opmerkingen van de CREG en de andere betrokken regulatoren. - indien er zich in de praktijk daadwerkelijke problemen zouden voordoen met de toepassing van deze Algemene Voorwaarden, in elk geval een herevaluatie van deze Algemene Voorwaarden dient te gebeuren, en deze bepalingen desgevallend moeten worden herzien in samenwerking met de betrokken transmissiesysteembeheerders en regulatoren. 46. De door PRISMA geplande consultatieronde in de zomer van 2013 over de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA blijkt enige vertraging te hebben opgelopen en pas recentelijk (op 16 september 2013) te zijn afgerond. Deze consultatie vond plaats op basis van een nieuwere versie van de Algemene Voorwaarden dan de versie die thans door Fluxys Belgium ter goedkeuring wordt voorgelegd. Deze nieuwere versie bevat ook de voorwaarden voor het gebruik van het Secundaire Capaciteitsplatform PRISMA. De inwerkingtreding van deze nieuwere versie wordt voorzien vanaf 1 januari 2014. 10 Beslissing (B)130411-CDC-1242 van 11 april 2013 over de door de N.V. FLUXYS BELGIUM voorgestelde wijzigingen van het Standaard Aardgasvervoerscontract, de bijlagen A en B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma; 25/46 47. Niettemin werd het klaarblijkelijk reeds eerder nodig geacht om de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA in bepaalde opzichten aan te passen met ingang vanaf 1 juli 2013. Het is deze versie die thans ter goedkeuring aan de CREG wordt voorgelegd. Zo werden wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot de mogelijkheid tot het boeken van primaire capaciteit via de allocatieregel first come first served (FCFS - artikelen 11, 19 en 20). Verder werd de mogelijkheid om vergoedingen te vragen voor de toegang tot het platform toegevoegd in artikel 4 (oud artikel 3) en werd de verplichting voor de netgebruiker en de platformgebruikers om de stamgegevens van het profiel van de netgebruiker te actualiseren toegevoegd in artikel 8 (oud artikel 7). Tevens werden de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA aangepast om het principe van de concurrerende veilingen te integreren (artikelen 14 en 15). Nieuwe artikelen werden ingevoegd in verband met de omzetting van onderbreekbare capaciteit (artikel 12) en de teruggave van capaciteit (artikel 13). Een verbod van manipulatie van de veilingen werd ingevoegd in artikel 21 (oud artikel 15). In artikel 30 (oud artikel 24) met betrekking tot de vertrouwelijkheid van gegevens werd de wederkerigheid geschrapt door het woord “de contractspartijen” te vervangen door de woorden “de Netgebruiker en zijn Platformgebruikers”. Een nieuwe bepaling met betrekking tot het verifiëren van de kredietwaardigheid van netgebruikers door TSO’s wordt toegevoegd in artikel 14. Fluxys Belgium heeft de vertaling naar het Nederlands van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA verbeterd. Zij heeft ervoor geopteerd om geen voor eensluidend verklaarde vertaling te leveren als gevraagd in de beslissing van de CREG van 11 april 2013 omdat zij ervan overtuigd is dat een eigen vertaling, gelet op het vereiste specialisme, minstens dezelfde kwaliteit zal garanderen. De CREG kan dit aanvaarden. 48. Fluxys Belgium stelt in haar schrijven dat een consultatie plaatsvond tussen 17 juni 2013 en 30 juni 2013 en met de ontvangen opmerkingen werd rekening gehouden in de voorgestelde aanpassingen van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA. Uit het consultatieverslag blijkt dat Fluxys Belgium heeft aangekondigd dat nog een raadpleging door PRISMA zou worden georganiseerd in het vierde trimester 2013, dat de netgebruikers hun eventuele opmerkingen dan aan PRISMA kunnen overmaken en dat er inmiddels sinds 1 juli 2013 een aangepaste versie van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA van toepassing was. 26/46 Tijdens de consultatie tussen 17 juni 2013 en 30 juni 2013 werd door een netgebruiker de relevantie van de opname van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA in het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer in vraag gesteld. Verder werd opgemerkt dat de terminologie van de bepalingen inzake concurrerende veilingen onduidelijk was en tevens onduidelijk was hoe dergelijke veilingen zouden werken. Wat de opname van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA in Bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer betreft, wenst de CREG op te merken dat dit gebeurt met toepassing van artikel 29, §2, van de gedragscode. Deze voorwaarden voor toegang tot het capaciteitsplatform PRISMA betreffen immers onrechtstreeks regels met betrekking tot de vraag naar toegang tot het net en onderschrijving van vervoersdiensten. Wat de bepalingen in verband met de concurrerende veilingen betreft werd ervoor gekozen om dezelfde operationele regels te behouden als deze die inmiddels voorzien zijn in de NC CAM. Capaciteitsproducten op interconnectiepunten die met elkaar in concurrentie staan worden via deze weg toegewezen. De toewijzing gebeurt in twee stappen zoals beschreven in de artikelen 15 en 16 van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Capaciteitsplatform PRISMA. De gedetailleerde regels van dit veilingproces in twee stappen zijn, net zoals deze met betrekking tot alle andere veilingprocessen, terug te vinden op het Capaciteitsplatform PRISMA. 49. Een goedkeuring gebeurt in de regel voorafgaandelijk aan de toepassing van wat ter goedkeuring wordt voorgelegd. Er wordt in dit verband gewezen op artikel 41.6.a van Richtlijn 2009/73/EG11, waaruit blijkt dat een goedkeuring voldoende ruim vóór de inwerkingtreding moet plaatsvinden. De thans ter goedkeuring voorgelegde versie van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA wordt echter reeds toegepast sinds 1 juli 2013. 50. Desalniettemin kan de CREG, gelet op het feit dat: - zowel netgebruikers als regulatoren de vrijwillige en proactieve implementatie van de NC CAM door de betrokken transmissiesysteembeheerders steunen, 11 Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG. 27/46 - de netgebruikers die capaciteit kopen via PRISMA de versie van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA dd. 1 juli 2013 reeds hebben aanvaard (via de webpagina van PRISMA) en de CREG geen klachten ontving van netgebruikers met betrekking tot deze versie van de Algemene Voorwaarden, - een aantal wijzigingen daarin niet de Belgische interconnectiepunten betreffen (bv. i.v.m. first come first served (FCFS), verifiëren kredietwaardigheid), - de meeste wijzigingen die mede de Belgische interconnectiepunten betreffen geen problemen stellen omdat ze de loutere formulering betreffen of de inhoud ervan aanvaardbaar is (principe concurrerende veilingen, teruggave van capaciteit), - de wijzigingen in deze versie van 1 juli 2013 die inhoudelijk wél bedenkingen oproepen bij de CREG (eenzijdige verplichting inzake vertrouwelijkheid, de mogelijkheid om vergoedingen te vragen voor toegang tot het platform, het ontbreken in de bepaling met betrekking tot de procedure tot wijziging van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Capaciteitsplatform PRISMA van de vereiste van een raadpleging van de markt, voorafgaand overleg met nationale regulatoren en aanvaarding ervan door hen volgens de toepasselijke modaliteiten), reeds in belangrijke mate worden meegenomen in de versie waarover PRISMA een consultatie heeft gehouden van 20 augustus 2013 tot 16 september 2013 met het oog op de toepassing ervan vanaf 1 januari 2014, de voorlopige toepassing van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA dd. 1 juli 2013 aanvaarden in afwachting van de aangepaste versie ervan die rekening houdt met de raadpleging door PRISMA van de markt van 20 augustus 2013 tot 16 september 2013 en met het overleg met de Europese regulatoren die betrokken zijn bij het PRISMA piloot-project. De CREG vraagt echter dat deze nieuwe versie van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Capaciteitsplatform PRISMA, waarvan de toepassing is voorzien vanaf 1 januari 2014, wordt voorbereid met het oog op een ex ante goedkeuring ervan door de CREG. III.1.3. Bijlage E: Congestiebeheer 51. Het congestiebeleid waarvan de operationele regels zijn vastgelegd in deze bijlage E 28/46 van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer legt de verplichtingen vast van zowel de beheerder van het aardgasvervoersnet als deze van de netgebruikers onverminderd de verplichtingen die bestaan op grond van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 en de daarmee verenigbare bepalingen van de gedragscode. Het gebruik van de vervoersdiensten door de netgebruikers wordt opgevolgd en de berekening van de benuttingsgraad wordt vastgelegd. De bijlage E omvat bepalingen betreffende het aanbod van onderbreekbare diensten, de aanwending van operationele akkoorden (OCUC), de regels om op vrijwillige basis gereserveerde vaste vervoersdiensten om te zetten naar onderbreekbare vervoersdiensten en onderbreekbare vervoersdiensten niveau 1 naar onderbreekbare vervoersdiensten niveau N, alsook de bepalingen inzake congestiebeleid voor afnamepunten direct verbonden aan het aardgasvervoersnet. Verder worden de regels met betrekking tot de procedures voor het beheer van contractuele congestie op interconnectiepunten vastgelegd en de congestiebeheersmaatregelen op binnenlandse afnamepunten naar eindafnemers en installatiepunten. 52. Artikel 2 bevat de definities specifiek van toepassing voor deze bijlage. Volgende definities nodig in het kader van de onder artikel 4 beschreven congestieprocedures werden toegevoegd: Verordening (EG) Nr 715/2009, Fysieke Congestie, Contractuele Congestie, Getroffen Netgebruiker, Cud (Benuttingsgraad), BBCT (Terugkoopsluitingstijd), MBBP (Maximale terugkoopprijs) en vier bijkomende definities MTSR met hun respectievelijke subscripten. 53. Artikel 3 bevat de regels van toepassing voor wat betreft het proactief congestiebeleid. Dit artikel bevat de verplichtingen van de vervoersnetbeheerder (artikel 3.1.1.), de verplichtingen van de netgebruiker (artikel 3.1.2.), de regels inzake monitoring van het gebruik van vervoersdiensten (artikel 3.1.3), een verwijzing naar de secundaire markt (artikel 3.1.4.), de proactieve maatregelen op interconnectiepunten en installatiepunten (artikel 3.2), het proactief congestiebeheer op de afnamepunten van de eindafnemer (artikel 3.3) en het proactief congestiebeheer op afnamepunten van de distributie (artikel 3.4). Artikel 3 werd aangepast waar nodig rekening houdend met de bepalingen betreffende de procedures voor congestiebeheer onder artikel 4 (zie paragraaf 55 tot en met 80 van deze beslissing) 54. Artikel 4.1 van deze bijlage E bevat de bijkomende modaliteiten voor de implementatie van de procedures voor het beheer van contractuele congestie op interconnectiepunten bepaald in bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009. Er zijn drie procedures van toepassing sinds 1 oktober 2013: het terug naar de markt brengen van 29/46 ongebruikte vervoerscapaciteit door de netgebruiker via teruggave aan de vervoersnetbeheerder (hierna: Teruggave), de procedure van langetermijn-“use-it-or-lose-it” (hierna: LT UIOLI) en de creatie van additionele capaciteit door een overboekings- en terugkoopregeling (hierna: OS en BB). Met toepassing van punt 2.2.1.1 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 zijn de daarin bedoelde procedures voor congestiebeheer bij contractuele congestie niet van toepassing op “exitpunten naar eindgebruikers en distributienetwerken, entrypunten vanuit LNG-terminals en productiefaciliteiten en entryexitpunten van en naar opslagfaciliteiten”. Voor wat betreft de binnenlandse Afnamepunten naar een Eindafnemer en Installatiepunten blijven derhalve de regels van de gedragscode van toepassing. III.1.3.1. Artikel 4.1. Procedures voor het beheer van Contractuele Congestie op Interconnectiepunten III.1.3.1.1 Teruggave 55. Het voorstel van artikel 4.1.1. van Bijlage E van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer bevat de bijkomende modaliteiten voor de implementatie van de procedure van toepassing bij Teruggave, bedoeld in punt 2.2.4. van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009: - de netgebruiker die capaciteit wenst terug te geven, informeert Fluxys Belgium (zie bijlage G Formulieren punt 8); - indien het Teruggave van capaciteit betreft die door Fluxys Belgium via PRISMA wordt aangeboden, moet de door de netgebruiker teruggegeven capaciteit conform zijn met de standaard capaciteitsproducten zoals bepaald door de NC CAM (jaar, kwartaal en maand); - indien het Teruggave van capaciteit betreft die door Fluxys Belgium in afwachting van de verdere implementatie van de NC CAM voorlopig niet via PRISMA wordt aangeboden moet de aanvraag minstens twee werkdagen voor de startdatum van de periode waarop de aanvraag betrekking heeft worden ingediend en moet de periode overeenkomen met een jaar, kwartaal of maand; - de netgebruiker mag de voor Teruggave aangeboden capaciteit niet langer aanbieden op de secundaire markt; - van zodra de netgebruiker door Fluxys Belgium is op de hoogte gebracht van de resultaten van het allocatieproces kan hij het niet-toegewezen deel van de voor Teruggave aangeboden hoeveelheid capaciteit opnieuw aanbieden op de secundaire markt; 30/46 - de voor Teruggave aangeboden capaciteit wordt aangeboden door Fluxys Belgium op de primaire markt samen met de nog beschikbare capaciteit en wordt toegewezen nadat alle nog beschikbare capaciteit is toegewezen; - indien meerdere netgebruikers capaciteit teruggeven zal de capaciteit die eerst werd teruggegeven eerst worden toegewezen; - de netgebruiker wiens teruggeven capaciteit wordt toegewezen blijft aan Fluxys Belgium de maandelijkse vergoeding betalen; - de netgebruiker wordt door Fluxys Belgium voor wat betreft de toegewezen teruggegeven capaciteit gecrediteerd aan het gereguleerd tarief plus de eventuele veilingpremie minus de administratieve vergoeding (zie bijlage A Vervoersmodel punt 9.2.7 (iii)). 56. Het voorstel van Fluxys Belgium gaf aanleiding tot een aantal commentaren vanwege netgebruikers samengevat door Fluxys Belgium als volgt: - de administratieve fee van 3% wordt in vraag gesteld met de bedenking dat deze de dienst minder aantrekkelijk zou maken voor de netgebruikers; - het feit dat de netgebruiker zijn wens tot Teruggave moet bekend maken bij Fluxys Belgium twee werkdagen vooraf wordt in vraag gesteld; - het feit dat de capaciteiten die voor Teruggave worden aangeboden conform moeten zijn aan de standaard capaciteitsproducten van de NC CAM wordt in vraag gesteld; - de regel dat in geval meerdere netgebruikers capaciteit teruggeven, de capaciteit die eerst werd teruggegeven eerst wordt toegewezen wordt door de meeste netgebruikers aanvaard maar een aantal netgebruikers zijn voorstander van een prorata regeling. 57. De CREG leest in punt 2.2.4. van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 geen verbod op het behouden van zekere verplichtingen in hoofde van de initiële netgebruiker na herallocatie van de door Fluxys Belgium aanvaarde teruggegeven capaciteit en is van oordeel dat een administratieve vergoeding wenselijk is gezien het hier om een extra dienst gaat die op vraag van de netgebruiker wordt verricht door Fluxys Belgium. De netgebruiker heeft immers de mogelijkheid om zijn geboekte capaciteit zonder tussenkomst van Fluxys Belgium vrij aan te bieden op de secundaire markt. Verder is de CREG van oordeel dat het feit dat de netgebruiker zijn wens tot Teruggave moet bekend maken bij Fluxys Belgium twee werkdagen voor de aankondiging van de veiling via dewelke deze capaciteit zal worden aangeboden aan de markt, een redelijke termijn is. Het feit dat de voor Teruggave aangeboden capaciteit zal worden geveild, impliceert dat deze capaciteiten de vorm moeten 31/46 hebben van de standaardproducten bedoeld in de NC CAM. Tot slot opteert de CREG voor de regel dat ingeval meerdere netgebruikers capaciteit teruggeven, de capaciteit die eerst werd teruggegeven eerst wordt toegewezen, aangezien deze regel ook door de naburige netbeheerders wordt gebruikt en dit het aanbod van gebundelde producten bedoeld in de NC CAM ten goede komt. Bovendien is de verwachting dat deze regel de netgebruikers aanspoort om hun wens tot Teruggave zo snel als mogelijk kenbaar te maken wat de transparantie naar de markt ten goede komt. De CREG wijst er nogmaals op dat netgebruikers die hun capaciteit wensen aan te bieden aan de markt ten allen tijde kunnen gebruik maken van de secundaire markt in de vorm en voor de periode die ze zelf vrij kunnen kiezen. Teruggave van capaciteit en aansluitend daarbij het aanbod van deze capaciteit door Fluxys Belgium op de markt, is een proces dat zich afspeelt op de primaire markt en onderworpen zal zijn aan de bepalingen van de NC CAM (en nu reeds aan de grensoverschrijdende afspraken inzake de pro-actieve implementatie van de NC CAM). In de context van gebundelde capaciteit, zal een vraag tot Teruggave door de netgebruiker moeten gebeuren aan de betrokken transmissiesysteembeheerders. Bij een Teruggave van gebundelde producten zullen de betrokken TSO’s in onderling overleg de teruggegeven capaciteit aanbieden als gebundelde capaciteit via het daartoe voorziene Capaciteitsplatform PRISMA. De netgebruiker zal via de daartoe voorziene procedures op de hoogte gebracht worden van de resultaten van het veilingproces. 58. De CREG is van mening dat het geheel van de voorgestelde regeling met betrekking tot Teruggave aanvaardbaar is in het licht van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009, voldoende rekening houdt met de opmerkingen van netgebruikers waarop de CREG in de voorgaande paragrafen heeft geantwoord, alsook met het grensoverschrijdende overleg dat plaatsvond met de naburige regulatoren (zie paragraaf 26 tot en met 28 van deze beslissing). III.1.3.1.2 LT UIOLI 59. Het voorstel van artikel 4.1.2. van Bijlage E van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer bevat de bijkomende modaliteiten voor de implementatie van het mechanisme voor LT UIOLI, bedoeld in punt 2.2.5. van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009. Het voorstel van Fluxys Belgium gaf aanleiding tot een aantal commentaren vanwege netgebruikers, samengevat door Fluxys Belgium als volgt: 32/46 - De administratieve boete van 3% wordt in vraag gesteld, aangezien het mechanisme voor LT UIOLI geen vrijwillig mechanisme betreft, - Het proces van intrekken en de voorwaarden daartoe worden in vraag gesteld: o Objectieve criteria voor de intrekking van capaciteit ontbreken, en de intrekking mag niet worden gebaseerd op de appreciatie van de CREG of van Fluxys Belgium, o De woorden “geen afdoende rechtvaardiging” moeten worden vervangen door “geen redelijke omstandigheden”, o Onder welke voorwaarden kan de CREG beslissen dat de prijs van de capaciteit voorgesteld op de secundaire markt geplafonneerd moet worden tot het gereguleerd tarief, o Er is geen procedure om de beslissingen van de CREG aan te vechten, o Het moet duidelijk zijn dat herallocatie alleen plaatsvindt indien en wanneer er effectief een vraag is, - De vrijgave van capaciteit naar de markt zou duidelijker moeten en zou meer consistent moeten zijn met PRISMA. Fluxys Belgium deelt aan de CREG mee dat zij, na zorgvuldige afweging, niet de intentie heeft om haar voorstel ingevolge deze opmerkingen te wijzigen aangezien het voorstel is afgeleid uit de tekst van de Verordening (EG) nr. 715/2009 en de gedragscode. Wel stelt zij dat de terminologie van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer werd aangepast om de voorwaarden en de aspecten inzake de intrekking van capaciteit te verduidelijken. Fluxys Belgium stelt ten slotte dat de toepasbaarheid van een administratieve vergoeding van 3% aan het oordeel van de CREG wordt overgelaten. 60. Punt 2.2.5 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 bevat rechtstreeks toepasselijke bepalingen inzake het mechanisme voor LT UIOLI. De gedragscode bevat reeds, sinds zijn inwerkingtreding op 5 januari 2011, een regeling voor “use-it-or-lose-it” in zijn artikelen 14 en 15. Het beginsel van de voorrang van het Unierecht houdt onder meer in dat de inwerkingtreding van rechtstreeks toepasselijke regels van de Europese Unie, zoals verordeningen12, alle strijdige nationale normen van rechtswege buiten werking stelt13. Nationale rechters14 en bestuursorganen15 zijn verplicht om internrechtelijke bepalingen die 12 Art. 288, tweede lid, VWEU. H.v.J. 9 maart 1978, Simmenthal, nr. 106/77, § 17. 14 H.v.J. 10 oktober 1973, Fratelli Variola Spa, nr. 34/73, § 8. 13 33/46 onverenigbaar zijn met verordeningen van de Europese Unie buiten toepassing te laten. Het uitgangspunt in het nieuwe artikel 4.1.2 van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer is derhalve, na overleg met de CREG, geweest om de bijkomende modaliteiten te bepalen voor de implementatie van het mechanisme van LT UIOLI vervat in punt 2.2.5 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 en daarbij de regels van de gedragscode die verenigbaar zijn met de regels van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 maximaal te blijven toepassen. Stappen 1 en 2: CREG en de getroffen Netgebruikers op de hoogte brengen 61. De informatiebepalingen in hoofde van Fluxys Belgium ten opzichte van de CREG en de netgebruikers die gevolgen ondervinden van de congestie blijven ongewijzigd van toepassing (artikelen 14 en 15 gedragscode). Wel is het zo dat Fluxys Belgium door middel van het reeds bestaande elektronische register van het effectieve gebruik van de vervoersdiensten tevens voor ieder interconnectiepunt de in punt 2.2.5.4 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 bedoelde gegevens moet opnemen (zie het gewijzigde artikel 3.1.3 van Bijlage E van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer). Het betreft meer bepaald alle gegevens die vereist zijn voor de monitoring door de CREG van de mate waarin de gecontracteerde capaciteit met effectieve contractuele looptijd van meer dan één jaar of repeterende kwartalen die minimaal twee jaar bestrijken, wordt gebruikt. 62. Ook de verplichting voor Fluxys Belgium om bij de netgebruikers met ongebruikte vervoersdiensten te vragen naar het beoogde gebruik van de vervoersdiensten blijft van toepassing (situatie in de toekomst – artikel 15, §1, gedragscode), met dien verstande dat de netgebruikers voortaan tevens worden gevraagd een rechtvaardiging te geven voor het feit dat capaciteiten desgevallend onderbenut bleven, rekening houdend met punt 2.2.5.1.
  3. a)van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 (situatie in het verleden). Fluxys Belgium voerde daartoe een aanpassing door in de artikelen 4.1.2.2 en 4.1.2.4 van bijlage E van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, mede teneinde tegemoet te komen aan een opmerking in dat verband van netgebruikers. In punt 2.2.5.1.
  4. a)van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 wordt gecontracteerde capaciteit geacht systematisch onderbenut te zijn wanneer de netgebruiker tussen 1 april tot en met 30 september en 1 oktober tot en met 31 maart minder dan gemiddeld 80% van zijn gecontracteerde capaciteit met een effectieve contractduur van meer dan één jaar gebruikt, waarvoor geen afdoende rechtvaardiging kan worden gegeven. Aangezien de termen “geen afdoende rechtvaardiging” rechtstreeks voortvloeien uit (de rechtstreeks toepasselijke) bijlage I bij de Verordening (EG) 15 H.v.J. 22 juni 1989, Fratelli Costanzo, nr. 103/88, § 31 en H.v.J. 28 juni 2001, Larsy, nr. C-118/00, §§ 50-53. 34/46 nr. 715/2009, kan echter geen gevolg worden gegeven aan de vraag van netgebruikers om deze te vervangen door “geen redelijke omstandigheden”. Stap 3: Verhandeling via Secundaire Markt Platform 63. Ook de verplichting voor netgebruikers op grond van de gedragscode om hun ongebruikte vervoersdiensten aan te bieden op de secundaire markt (artikel 11) en, in geval van contractuele congestie, op het secundaire marktplatform (artikel 20, §5 - “over-thecounter” overdrachten zijn niet langer toegelaten), zijn verenigbaar met bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 en blijven derhalve onverminderd van toepassing. Stap 4: Reactie van de Getroffen Netgebruiker(
  5. s)64. In lijn met wat uiteengezet werd in paragraaf 62 van deze beslissing dient de netgebruiker binnen een termijn van tien werkdagen na ontvangst van de vraag van Fluxys Belgium het beoogde gebruik van de vervoersdiensten aan te tonen, waarbij dit bewijs onder andere kan worden geleverd aan de hand van de historische gegevens inzake de benutting van de toegewezen vervoersdiensten. Daarmee wordt, zoals reeds uiteengezet werd in paragraaf 62 van deze beslissing, ook tegemoet gekomen aan een opmerking van netgebruikers. Stap 5: Intrekking systematisch onderbenutte capaciteit 65. Punt 2.2.5 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 voorziet het recht voor de nationale regulator om van de TSO te eisen dat hij door een netgebruiker op een interconnectiepunt systematisch onderbenutte gecontracteerde capaciteit geheel of gedeeltelijk intrekt wanneer die netgebruiker zijn ongebruikte capaciteit niet tegen redelijke voorwaarden heeft verkocht of aangeboden en wanneer andere netgebruikers om vaste capaciteit verzoeken. Punt 2.2.5 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 bevat derhalve objectieve criteria voor het nemen van dergelijke beslissingen: - Intrekking van “systematisch onderbenutte capaciteit”: door het definiëren van het begrip “systematisch onderbenutte capaciteit” is de Verordening (EG) nr. 715/2009 meer precies dan de artikelen 14 en 15 van de gedragscode, waarin sprake is van ongebruikte vervoersdiensten en bevat het een objectief criterium dat een belangrijke rol zal spelen bij een eventuele beslissing van de CREG inzake intrekking, - De ongebruikte capaciteit werd “niet tegen redelijke voorwaarden [heeft] verkocht of 35/46 aangeboden”: de beoordeling door de CREG van de vraag of de netgebruiker de ongebruikte capaciteit tegen redelijke voorwaarden heeft verkocht of aangeboden zal moeten gebeuren in het kader van de verplichtingen voor de netgebruiker vervat in de artikelen 11 en 14, §3, van de gedragscode om de toegewezen vervoersdiensten die hij tijdelijk of permanent niet meer nodig heeft op marktconforme wijze aan te bieden op de secundaire markt en in geval van vastgestelde contractuele congestie tegen het gereguleerd tarief. De bepaling inzake de plafonnering van de prijs tot het gereguleerd tarief werd ten andere geherformuleerd waardoor deze meer in overeenstemming is met artikel 14, §3, van de gedragscode. Deze plafonnering vergt immers geen beslissing van de CREG, maar vloeit rechtstreeks voort uit het voornoemde artikel van de gedragscode, gelezen in het licht van het Verslag aan de Koning bekend gemaakt samen met de gedragscode (B.S. 05/01/2011, p. 187), nl. dat deze bepaling is bedoeld om misbruiken te voorkomen. Dit laatste veronderstelt dat door de CREG werd vastgesteld dat er daadwerkelijk vervoersdiensten ongebruikt blijven (“hoarding”). - “Wanneer andere netgebruikers om vaste capaciteit verzoeken”: een intrekking (en herallocatie) vindt slechts plaats wanneer er een effectieve vraag is uit de markt, want een voorwaarde om van de TSO te vereisen dat hij systematisch onderbenutte capaciteit intrekt, is precies dat andere netgebruikers om vaste capaciteit vragen (punt 2.2.5.1 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009) en dat er contractuele congestie is (opschrift punt 2.2 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009). Dit blijkt ook uit de bewoordingen van het voorgestelde artikel 4.1.2.5, derde lid, van Bijlage E van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer. 66. De CREG zal desgevallend in haar beslissing de hoeveelheid en de duurtijd van de in te trekken capaciteit aangeven en de veiling waarin deze capaciteit door Fluxys Belgium moet aangeboden worden, rekening houdend onder meer met alle feiten en overwegingen eigen aan het dossier en met het beginsel van niet-discriminatie. 67. Het beroep tegen beslissingen van de CREG is geregeld in de gaswet en behoeft geen regeling in het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer. Elke belanghebbende partij die zich geschaad acht naar aanleiding van een door de CREG genomen beslissing kan, ten laatste binnen een termijn van vijftien dagen na de bekendmaking of de kennisgeving van de beslissing bij de CREG een klacht indienen teneinde de zaak opnieuw te laten onderzoeken overeenkomstig artikel 15/18bis van de gaswet. De andere beroepsmogelijkheden tegen de beslissingen genomen door de CREG worden geregeld in hoofdstuk IVsepties van de gaswet. 36/46 Stap 6: Herallocatie door de TSO 68. De verplichting voor Fluxys Belgium in de gedragscode om, bij gebrek aan enig antwoord van de netgebruiker binnen een termijn van tien werkdagen (zonder dat een beslissing van de CREG vereist
  6. is)de ongebruikte capaciteit opnieuw aan te bieden aan de markt voor een periode van minstens twee maanden, blijft behouden (artikel 15, §2), met dien verstande dat het moet gaan om “systematisch onderbenutte capaciteit” in de zin van punt 2.2.5.1.
  7. a)van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009. In de gedragscode is in de Franse versie van artikel 15, §1, sprake van een termijn van tien werkdagen (“dix jours ouvrables”) en in de Nederlandse versie van tien kalenderdagen. In Bijlage E van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer wordt uitgegaan van de Franse versie (tien werkdagen) in het voordeel van de netgebruiker. 69. Daar waar de gedragscode de verplichting voor de beheerder van het aardgasvervoersnet bevat om “ingetrokken” vervoersdiensten aan te bieden op de secundaire markt tegen het gereguleerde tarief (art. 15, §2), leidt Fluxys Belgium uit de verplichting bedoeld in punt 2.2.1.3 van de bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 terecht af dat elke herallocatie van capaciteit ingevolge het mechanisme van LT UIOLI vanaf 1 oktober 2013 moet gebeuren op de primaire markt. In voornoemd punt van de bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 wordt immers bepaald dat alle additionele capaciteit die beschikbaar komt met toepassing van één van de procedures van congestiebeheer door de respectieve transmissiesysteembeheerder(
  8. s)wordt aangeboden in het “gereguleerde allocatieproces”. Dit wordt thans ook duidelijk verwoord in artikel 4.1.2.6, eerste lid, van Bijlage E van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer. De herallocatie door Fluxys Belgium zal derhalve consistent zijn met PRISMA. 70. In punt 2.2.5.3 van Bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 wordt verder bepaald dat de initiële netgebruiker bij intrekking zijn gecontracteerde capaciteit verliest, maar zijn rechten en verplichtingen overeenkomstig het capaciteitscontract behoudt totdat de capaciteit door de transmissiesysteembeheerders wordt geheralloceerd en in de mate dat de capaciteit door de transmissiesysteembeheerder niet is geheralloceerd. Fluxys Belgium stelt voor dat de netgebruiker ná herallocatie gehouden blijft tot betaling van de Maandelijkse Capaciteitsvergoeding van geheralloceerde capaciteit, met dien verstande dat de netgebruiker door de TSO ten belope van de geheralloceerde capaciteit gecrediteerd wordt aan het gereguleerd tarief onder aftrek van een administratieve vergoeding bedoeld in 37/46 Bijlage A van het Toegangsreglement, Artikel 9.2.7 (iii). Punt 2.2.5 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 bevat naar de mening van de CREG strikt genomen geen verbod om te bepalen dat de initiële netgebruiker na herallocatie nog bepaalde verplichtingen behoudt. Bovendien is de CREG van oordeel dat een administratieve vergoeding wenselijk is gezien het hier om een dienst gaat die voor de netgebruiker moet worden verricht door Fluxys Belgium. Dergelijke vergoeding kan makkelijk worden vermeden door de netgebruiker die zich houdt aan de bepalingen zoals voorzien in bijlage E. 71. De CREG is van mening dat het geheel van de voorgestelde regeling met betrekking tot LT UIOLI aanvaardbaar is in het licht van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009, voldoende rekening houdt met de opmerkingen van netgebruikers waarop de CREG in de voorgaande paragrafen heeft geantwoord, alsook met het grensoverschrijdende overleg dat plaatsvond met de naburige regulatoren (zie paragraaf 26 tot en met 28 van deze beslissing). Desgevallend zal een beslissing inzake intrekking van gebundelde capaciteiten in overleg met de naburige TSO’s en regulatoren worden genomen. De CREG zal de overlegwerkzaamheden met de naburige regulatoren leiden met het oog op een éénvormige en gecoördineerde aanpak bij de toepassing van haar beslissingen. III.1.3.1.3 OS en BB 72. Het voorstel van artikel 4.1.3. van Bijlage E van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer bevat de bijkomende modaliteiten voor de implementatie van de procedure voor OS en BB, bedoeld in punt 2.2.2. van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009. Deze bijkomende modaliteiten zijn de volgende: - Fluxys Belgium zal in geval van contractuele congestie bovenop de technische capaciteit additionele capaciteit creëren en deze aanbieden aan de marktpartijen via de gebruikelijke toewijzingsmechanismen (zie bijlage B Onderschrijving en Toewijzing van Diensten); - de hoeveelheid additionele capaciteit die ter beschikking wordt gesteld van de marktpartijen wordt bepaald in overeenstemming met de daartoe voorziene bepalingen in punt 2.2.2. van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009; - de additionele capaciteit wordt aangeboden in de vorm van de reeds bestaande vaste day ahead capaciteit (FDA) waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen bestaande en overboekte capaciteit; 38/46 - aangezien voor de bepaling van de hoeveelheid additionele capaciteit in eerste instantie rekening wordt gehouden met de door de netgebruikers hoeveelheid nietgenomineerde vaste capaciteit en betrouwbare nominaties pas op day ahead basis beschikbaar zijn, wordt additionele capaciteit aangeboden onder de vorm van day ahead capaciteit; - om de systeemintegriteit in stand te houden past Fluxys Belgium een marktgebaseerde terugkoopprocedure toe waarbij de netgebruikers capaciteit kunnen aanbieden en waarvan de regels worden vastgelegd in artikel 4.1.3.2. van Bijlage E; - de terugkoopregeling wordt via de beschreven veilingprocedure uitgevoerd waarbij Fluxys Belgium de door de netgebruikers aangeboden vaste capaciteit in prijsvolgorde van klein naar groot zal terugkopen met een maximumprijs (MBBP); - indien Fluxys Belgium er niet in slaagt om voldoende capaciteit terug te kopen via de terugkoopregeling en er moet worden overgegaan tot onderbreking zal Fluxys Belgium de verkochte FDA capaciteit pro rata onderbreken. 73. Het door Fluxys Belgium ter consultatie voorgelegde voorstel van OS en BB gaf aanleiding tot een aantal commentaren vanwege de netgebruikers: - de toewijzing van de additionele capaciteit (OS), aangeboden als een apart product onder de naam additioneel vaste day ahead capaciteit (FADA), is niet duidelijk omschreven; - de terugkoopregeling (BB) bestaande uit twee fases nl. een vrijwillige terugkoop met maximale terugkoopprijs (MBBP) en een automatische terugkoop (de facto onderbreking) met vergoeding, is geen marktgebaseerde terugkoopregeling (market based BB); - additionele capaciteit aangeboden als een apart product onder de naam additioneel vaste day ahead capaciteit (FADA) door Fluxys Belgium heeft het voordeel dat in geval van onderbreking (via de procedure automatische terugkoop) enkel de capaciteit die in overboeking werd aangeboden zal worden onderbroken en de capaciteit die onder de benaming technische capaciteit werd verkocht niet getroffen wordt door een mogelijke onderbreking; - additionele capaciteit aangeboden als een apart product onder de naam additioneel vaste day ahead capaciteit (FADA) zorgt voor bijkomende complexiteit op de day ahead markt; - aangezien het hier over een product gaat dat via automatische terugkoop, na afloop van de procedure vrijwillige terugkoop met een maximale terugkoopprijs, kan worden onderbroken, is het de facto een onderbreekbaar product en is het wenselijk dat dit 39/46 product een specifiek gereguleerd tarief heeft; - additionele capaciteit moet worden aangeboden in de vorm van vaste day-ahead capaciteit en indien mogelijk ook als vaste maand en jaar capaciteit waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen technische capaciteit en capaciteit die gecreëerd wordt door overboeking; - 74. de terugkoopregeling moet marktgebaseerd zijn zonder beperkingen zoals MBBP. Naar aanleiding van de vragen en commentaren van de netgebruikers werd door Fluxys Belgium tijdens de workshop van 2 juli 2013 gevraagd zich duidelijk te willen uitspreken over de gewenste kenmerken van de in overboeking aangeboden extra vervoerscapaciteit waarbij twee opties werden naar voor gebracht: aanbod van de bijkomende capaciteit in de vorm van de reeds bestaande vaste day ahead capaciteit (FDA) waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen bestaande en overboekte capaciteit of aanbod van de in overboeking extra gecreëerde capaciteit in de vorm van een apart product onder de naam additioneel vaste day ahead capaciteit (FADA). De kenmerken van beide producten werden uitvoerig toegelicht. Belangrijk hierbij is de overweging dat in geval van congestie en overboeking, door Fluxys Belgium een terugkoopprocedure zal worden gestart. Indien er onvoldoende capaciteit via de terugkoopprocedure door Fluxys Belgium kan worden teruggekocht en de noodzaak tot onderbreking zich voordoet, wordt in het geval van FADA enkel deze door overboeking gecreëerde capaciteit geheel of gedeeltelijk onderbroken. In het geval van aanbod onder de vorm van FDA wordt alle FDA pro rata onderbroken. Door Fluxys Belgium werd aan de netgebruikers gevraagd voor 5 juli 2013 hun voorkeur mee te delen. Op 9 juli 2013 werden de resultaten van deze bijkomende consultatie aan de CREG meegedeeld. Hieruit bleek dat de netgebruikers met lange termijn vervoerscontracten de voorkeur uitspraken voor FADA en de netgebruikers met interesse in de korte termijnmarkt uitgesproken voorstander waren van FDA. 75. Uit het opschrift van punt 2.2 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 blijkt dat de overboekings- en terugkoopregeling een procedure voor congestiebeheer is bij contractuele congestie. De CREG is van oordeel dat het, gezien de eenvoud en de mogelijk gunstige impact ervan op de korte termijnmarkt, verkieslijk is de additionele capaciteit niet aan te bieden als een apart product onder de benaming vaste additionele day ahead capaciteit aangezien dit aanleiding zou geven tot een bijkomende aparte veilingronde en het allocatieproces met bijkomende toewijzings- en onderbrekingsregels complex en nodeloos ingewikkeld zou maken, maar deze aan te bieden in de vorm van de reeds bestaande vaste day ahead capaciteit (FDA) waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen bestaande en overboekte capaciteit. 40/46 76. Om de impact van een eventuele onderbreking op de capaciteit gereserveerd in de vorm van maand, kwartaal, jaar en meerjarencontracten tot een minimum te beperken, stelt Fluxys Belgium voor, indien zij er niet in slaagt om voldoende capaciteit terug te kopen via de vrijwillige terugkoopprocedure met een beperking inzake maximale terugkoopprijs (MBBP) en moet overgaan tot een onderbreking, deze onderbreking enkel toepassen pro rata op de verkochte day ahead capaciteit. 77. De maximale terugkoopprijzen (MBBP) respectievelijk voor geveilde en niet-geveilde capaciteit worden door de CREG goedgekeurd bij afzonderlijke beslissing van dezelfde datum (B) 131024-CDC-1288. Het aanvaarden van de maximale terugkoopprijzen (MBBP) heeft tot gevolg dat Fluxys Belgium zich genoodzaakt kan zien over te gaan tot onderbreking van vaste capaciteit onder de bestaande contractuele voorwaarden indien zij onvoldoende offertes ontvangt gelijk aan of lager dan de maximale terugkoopprijs. Er valt redelijkerwijze te verwachten dat de procedure van onderbreking in de praktijk zelden toepassing zal vinden gelet op het feit dat Fluxys Belgium tot op heden nog nooit vaste capaciteit heeft onderbroken. Fluxys Belgium stelt in het consultatieverslag dat de hoeveelheid additionele capaciteit zal worden bepaald teneinde het niveau van vastheid van capaciteit niet in het gedrang te brengen. Bovendien lijkt het in dat geval de meest redelijke oplossing dat het voorgestelde regime inzake onderbreking beperkt blijft tot netgebruikers die dagcapaciteit kochten en pro rata zal worden toegepast. 78. Rekening houdend met wat voorafgaat, is de CREG van mening dat de voorgestelde modaliteiten voor de procedure van OS en BB, nl. het aanbieden in geval van contractuele congestie van additionele capaciteit in de vorm van één product (nl. vaste dagcapaciteit), de vrijwillige terugkoopprocedure op basis van biedingen gerangschikt van laatste tot hoogste, de onderbreking pro rata de verkochte dagcapaciteit, aanvaardbaar is in het licht van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009, voldoende rekening houdt met de opmerkingen van netgebruikers waarop de CREG in de voorgaande paragrafen heeft geantwoord, alsook met het grensoverschrijdende overleg dat plaatsvond met de naburige regulatoren (zie paragraaf 26 tot en met 28 van deze beslissing). 79. De CREG vraagt Fluxys Belgium de laatste zin van artikel 4.1.3.2. van bijlage E van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer te verduidelijken door een verwijzing naar artikel 5.2.1. van bijlage C1 van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer toe te voegen. 41/46 80. De transmissiesysteembeheerders dienen, met toepassing van punt 2.2.2.8 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 geregeld aan de nationale regulerende instantie verslag uit te brengen over de werking van de overboekings- en terugkoopregeling en, op verzoek van de nationale regulerende instantie, alle relevante gegevens te verstrekken. De CREG vraagt dat Fluxys Belgium minstens jaarlijks en de eerste keer zes maanden na datum van deze beslissing verslag uitbrengt over de werking van de overboekings- en terugkoopregeling, in het bijzonder over de wijze waarop de hoeveelheid additionele capaciteit op de interconnectiepunten wordt berekend in uitvoering van punt 2.2.2.5 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009. III.1.3.2. Artikel 4.2. Procedures voor het beheer van Contractuele Congestie op binnenlandse Afnamepunten en Installatiepunten 81. Zoals reeds uiteengezet werd in paragraaf 54 van deze beslissing zijn de in bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009 bedoelde procedures voor het beheer van contractuele congestie met toepassing van punt 2.2.1.1 niet van toepassing op “exitpunten naar eindgebruikers en distributienetwerken, entrypunten vanuit LNG-terminals en productiefaciliteiten en entry-exitpunten van en naar opslagfaciliteiten”. Voor wat betreft de binnenlandse Afnamepunten naar een Eindafnemer en Installatiepunten blijven derhalve de regels van de gedragscode van toepassing. 82. Niettemin stelt Fluxys Belgium een aantal wijzigingen voor aan de bestaande regeling. De bepaling in artikel 4.2.1.5 van Bijlage E van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer met betrekking tot de plafonnering van de prijs van ongebruikte vervoersdiensten die in geval van contractuele congestie op het secundaire marktplatform moeten worden aangeboden (stap 5), werd aangepast naar analogie met de bepaling in dat verband voor interconnectiepunten en om dezelfde reden, d.i. het in overeenstemming brengen van deze bepaling met artikel 14, §3, van de gedragscode (zie paragraaf 65, tweede streepje, van deze beslissing). Er werd tevens in artikel 4.2.1.5, naar analogie met de bepaling voor interconnectiepunten (artikel 4.1.2.5), een informatieverplichting voorzien voor de CREG ten behoeve van de netgebruikers over het vrijgeven en het begrenzen van de prijs van de Vervoersdiensten op het Secundaire Marktplatform. Een dergelijke bepaling bevordert vanzelfsprekend de transparantie. 83. Rekening houdend met wat voorafgaat, is de CREG van mening dat de hier voorgestelde wijzigingen aanvaardbaar zijn. 42/46 III.1.4. Bijlage G: Formulieren 84. Deze bijlage bevat de verschillende documenten nodig bij de uitwisseling van informatie, aanvraag, bevestiging en overdracht van vervoersdiensten tussen netgebruiker, eindafnemer en de beheerder van het aardgasvervoersnet. 85. De bijlage werd aangevuld met de formulieren nodig voor de terugkoopprocedure (formulieren 8.1., 8.2. en 8.3.) en het formulier in geval van teruggave van capaciteit door de netgebruiker (zie paragraaf 55 en 58 van deze beslissing). 86. De CREG heeft geen opmerkingen bij de toevoeging van deze bijkomende formulieren. III.2. Het Aardgasvervoersprogramma 87. Het aardgasvervoersprogramma geeft een beschrijving van het gehanteerde vervoersmodel, de aangeboden vervoersdiensten samen met de link naar de tarieven, de gehanteerde toewijzingsregels op de primaire en secundaire markt en de werking ervan. Verder omvat het aardgasvervoersprogramma een beschrijving van de operationele regels inzake nominaties, meting en toewijzing, uitwisseling van gegevens tussen netgebruiker en beheerder van het aardgasvervoersnet en eisen inzake kwaliteit. Het marktgedreven balanceersysteem wordt uitgebreid toegelicht samen met het congestiebeleid en de wijze waarop Fluxys Belgium haar vervoersdiensten zal factureren aan de netgebruiker. 88. Het Aardgasvervoersprogramma werd door Fluxys Belgium op een aantal punten aangepast. Het hoofdstuk 4 Dienst Onderschrijving en Toewijzingsregels werd aangepast voor wat betreft de onderschrijving van vervoersdiensten en de verhandeling van vervoerscapaciteit op de ingangspunten via het boekingsplatform PRISMA. 89. In hoofdstuk 6 werd punt 6.3.3 aangepast voor wat betreft de wijze waarop Fluxys Belgium voor haar balanceringsbehoeften zowel binnen de dag (within-day) als op het eind van de gasdag (end-of-day) aankopen of verkopen zal verrichten op ZTP. Daar waar Fluxys Belgium bij de start van het Entry/Exit vervoersmodel voor haar balanceringsbehoeften gebruik maakte van een TSO-specifiek fysiek product waarbij de netgebruikers die dit product verhandelen met de vervoersnetbeheerder de verplichting hebben om hun levering van gas via een fysiek interconnectiepunt te verhogen (of te verlagen) of om hun afname van 43/46 gas op een fysiek interconnectiepunt of afnamepunt te verlagen (of te verhogen) zal Fluxys Belgium in de toekomst zoveel als mogelijk gebruik maken van notionele producten. Het gebruik van een TSO-specifiek fysiek product blijft evenwel mogelijk. Deze producten zullen verhandeld worden op de ICE-endex beurs op ZTP. In dit hoofdstuk werd verder de naam APX vervangen door ICE als gevolg van de splitsing van APX eind vorig jaar in een elektriciteits- en gastak. 90. In hoofdstuk 8 werd punt 8.2 aangepast. Hier worden kort de mogelijke procedures inzake congestiebeleid omschreven. 91. De CREG heeft geen opmerkingen bij deze aanpassingen die het gevolg zijn van wat reeds aan bod kwam in het kader van de reeds in deze beslissing besproken wijzigingen van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer. III.3. Inwerkingtreding van de goedgekeurde wijzigingen 92. Teneinde de netgebruikers toe te laten tijdig kennis te kunnen nemen van de thans goedgekeurde wijzigingen van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma beslist de CREG, met toepassing van artikel 107 van de gedragscode, dat deze in werking treden vanaf 1 november 2013. Vanaf die datum dient Fluxys Belgium derhalve punten 2.2.2, 2.2.4 en 2.2.5 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009, van toepassing sinds 1 oktober 2013 (cf. punt 2.2.1.4 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009), ten uitvoer te leggen volgens de bijkomende modaliteiten die thans goedgekeurd worden door de CREG. Fluxys Belgium dient vanzelfsprekend, overeenkomstig artikel 107 van de gedragscode, het nodige te doen om onverwijld (en vanzelfsprekend voor de inwerkingtreding) de goedgekeurde wijzigingen bekend te maken op haar website samen met de datum van inwerkingtreding beslist door de CREG. 44/46 IV. BESLUIT 93. Met toepassing van de punten 2.2.2.1, 2.2.2.8, 2.2.4 en 2.2.5.1 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009, artikel 15/1, §3, 7°, en artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, 29° en 30°, van de gaswet en artikel 82 van de gedragscode en rekening houdend met wat voorafgaat, beslist de CREG de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van de bijlagen A, B (uitgezonderd de wijzigingen van Appendix 1), E en G van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, ingediend bij de CREG per drager met ontvangstbewijs op 30 september 2013, goed te keuren. De CREG vraagt Fluxys Belgium de laatste zin van artikel 4.1.3.2. van bijlage E van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer te verduidelijken door een verwijzing naar artikel 5.2.1. van bijlage C1 van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer toe te voegen. De CREG vraagt, met toepassing van punt 2.2.2.8 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009, dat Fluxys Belgium de CREG minstens jaarlijks en de eerste keer zes maanden na datum van deze beslissing verslag uitbrengt over de werking van de overboekings- en terugkoopregeling, in het bijzonder over de wijze waarop de hoeveelheid additionele capaciteit op de interconnectiepunten wordt berekend in uitvoering van punt 2.2.2.5 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/2009. De CREG beslist bovendien, met toepassing van artikel 107 van de gedragscode en rekening houdend met wat uiteengezet wordt in paragraaf 92 van deze beslissing, dat de huidige door de CREG goedgekeurde wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van de bijlagen A, B (met uitzondering van Appendix 1), E en G van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer in werking treden op 1 november 2013. Volledigheidshalve wordt vermeld dat deze goedkeuring verband houdt met de vraag tot goedkeuring vanwege Fluxys Belgium van maximale terugkoopprijzen (MBBP) voor respectievelijk geveilde en niet-geveilde capaciteit in het kader van de overboekings- en terugkoopregeling, die per brief van 29 augustus 2013 bij de CREG per drager met ontvangstbewijs werd ingediend en die de CREG bij wege van afzonderlijke beslissing (B)131024-CDC-1288 van dezelfde datum goedkeurt. 94. Daarnaast, verwijzend naar wat uiteengezet wordt in paragrafen 49 en 50 van onderhavige beslissing, kan de CREG de voorlopige toepassing van de Algemene 45/46 Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA dd. 1 juli 2013, bedoeld in Appendix 1 van Bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, aanvaarden in afwachting van de aangepaste versie ervan die rekening houdt met de raadpleging door PRISMA van de markt van 20 augustus 2013 tot 16 september 2013 en met het overleg met de Europese regulatoren die betrokken zijn bij het PRISMA pilootproject. De CREG vraagt echter dat deze nieuwe versie van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Capaciteitsplatform PRISMA, waarvan de toepassing wordt voorzien vanaf 1 januari 2014, wordt voorbereid met het oog op een ex ante goedkeuring ervan door de CREG.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas : Andreas TIREZ Directeur Marie-Pierre Christine VANDERVEEREN FAUCONNIER Voorzitster van het Directiecomité 46/46

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.