← België

Eindbeslissing over de aanvraag van Northwind voor toekenning van groenestroomcertificaten voor de elektriciteit opgewekt door de windmolens A01, A02,

Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS EINDBESLISSING (B)140213-CDC-1302 over ‘de aanvraag van Northwind voor toekenning van groenestroomcertificaten voor de elektriciteit opgewekt door de windmolens A01, A02, A03, A04, A05, A06, A07, A08, A09, C01, C02, C03, C04, C05, C06, C07, C08, C09 en C10’ genomen met toepassing van artikel 10 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen 13 februari 2014 EXECUTIVE SUMMARY In de voorliggende akte neemt de CREG een eindbeslissing over de aanvraag van Northwind voor toekenning van groenestroomcertificaten voor de windmolens A01, A02, A03, A04, A05, A06, A07, A08, A09, C01, C02, C03, C04, C05, C06, C07, C08, C09 en C10 op de Lodewijkbank. De CREG heeft de aanvraagdossiers onderzocht en vastgesteld dat de 19 betrokken windmolens voldoen aan de voorwaarden voor toekenning van groenestroomcertificaten vermeld in artikel 9 van het koninklijk besluit van 16 juli

  1. Bijgevolg neemt de CREG een positieve eindbeslissing voor toekenning van groenestroomcertificaten voor de windmolens A01, A02, A03, A04, A05, A06, A07, A08, A09, C01, C02, C03, C04, C05, C06, C07, C08, C09 en C10 op de Lodewijkbank. 2/12 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) neemt hierna, op basis van artikel 10 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen (hierna : het koninklijk besluit van 16 juli 2002), een beslissing over de aanvraag van de N.V. Northwind (hierna : Northwind) voor toekenning van groenestroomcertificaten voor de elektriciteit opgewekt door windmolens A01, A02, A03, A04, A05, A06, A07, A08, A09, C01, C02, C03, C04, C05, C06, C07, C08, C09 en C
  2. Deze negentien windmolens, elk met een vermogen van 3 MW, vormen de eerste stap in de realisatie van het windmolenpark van Northwind, waarvan het geïnstalleerd vermogen na volledige realisatie 216 MW zal bedragen (totaal 72 windmolens van elk 3 MW). De voorliggende beslissing is de eindbeslissing betreffende de aanvraag van Northwind voor de toekenning van de groenestroomcertificaten voor de windmolens A01, A02, A03, A04, A05, A06, A07, A08, A09, C01, C02, C03, C04, C05, C06, C07, C08, C09 en C10 en bestaat uit vier delen. Het eerste deel licht het wettelijk kader toe dat aan de basis van deze beslissing ligt. Het tweede deel zet de antecedenten uiteen die tot deze beslissing hebben geleid. Het derde deel bevat de analyse van het ingediende dossier. De beslissing wordt geformuleerd in het vierde deel. Deze beslissing werd door het Directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 13 februari 2014 goedgekeurd.  3/12 I. WETTELIJK KADER
  3. Artikel 8 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 bepaalt dat de aanvraag voor toekenning van groenestroomcertificaten aan de CREG wordt gericht. Deze aanvraag gebeurt door middel van een formulier opgesteld door de CREG en volgens de door haar bepaalde modaliteiten. De aanvrager voegt bij dit formulier een door de officieel erkende instelling voor eensluidend verklaarde kopie van het certificaat van oorsprongsgarantie dat hem werd toegekend overeenkomstig artikel 4 van het voornoemde koninklijk besluit.
  4. Overeenkomstig artikel 9 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 gaat de CREG vervolgens na of het aanvraagformulier correct en volledig is ingevuld. Indien zij vaststelt dat de aanvraag onvolledig is informeert zij de aanvrager hiervan binnen een termijn van maximum vijftien dagen na ontvangst van het aanvraagformulier. Zij preciseert waarom het formulier onvolledig is en stelt een termijn vast van maximum drie weken waarbinnen de aanvrager verzocht wordt zijn aanvraag te vervolledigen.
  5. Artikel 10 van het voornoemde koninklijk besluit bepaalt dat de CREG, binnen een termijn van één maand na ontvangst van het correcte en volledige formulier, nagaat of de aanvrager aan de voorwaarden voor toekenning van groenestroomcertificaten beantwoordt en haar beslissing aan hem bekendmaakt. De commissie is verplicht de aanvrager die haar daarom verzoekt te horen.
  6. Artikel 11 van het voornoemde koninklijk besluit stelt dat de groenestroomcertificaten minstens één keer per kwartaal, in gedematerialiseerde vorm, worden toegekend door de CREG, na aanvaarding van de aanvraag. De CREG verstuurt, minstens één keer per kwartaal, een document met het aantal groenestroomcertificaten, de code van de oorsprongsgarantie en de productieperiode aan de houder van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6 van de wet die het certificaat van oorsprongsgarantie bezit.
  7. In de onderhavige beslissing gaat de CREG na of de aanvrager beantwoordt aan de voorwaarden voor toekenning van groenestroomcertificaten voor elektriciteit 4/12 opgewekt door de windmolens A01, A02, A03, A04, A05, A06, A07, A08, A09, C01, C02, C03, C04, C05, C06, C07, C08, C09 en C
  8. De onderhavige beslissing dient bijgevolg als een principebeslissing beschouwd te worden. Het effectief toekennen van groenestroomcertificaten zal gebeuren overeenkomstig artikel 11 van het voornoemde koninklijk besluit van 16 juli
  9. 5/12 II. ANTECEDENTEN
  10. Op 27 november 2013 ontving de CREG een aanvraag van Northwind voor toekenning van groenestroomcertificaten voor elektriciteit opgewekt door de windmolens A01, A02, A03, A04, A05, A06, A07, A08 en A09, geïnstalleerd op de Lodewijkbank in de Belgische Exclusieve Economische zone. De aanvraagdossiers omvatten elk :
  11.  het ingevulde aanvraagformulier voor de betrokken windmolen;  het certificaat van oorsprongsgarantie voor de betrokken windmolen;  bijlagen bij het aanvraagdossier. Op 16 december 2013 heeft de CREG per e-mail aan AIB-Vinçotte en Northwind gemeld dat er zich een materiële fout bevond in het certificaat van oorsprongsgarantie van windmolen A
  12. Op 18 december 2013 ontving de CREG van AIB-Vinçotte een revisie van het certificaat van oorsprongsgarantie van windmolen C04 (omwille van een materiële fout) alsook het verslag betreffende de wijziging van de stroomtransformatoren op windmolen A06 en de correctie van de materiële fout die de CREG op 16 december vastgesteld had.
  13. Op 18 december 2013 ontving de CREG een aanvraag van Northwind voor toekenning van groenestroomcertificaten voor elektriciteit opgewekt door de windmolens C01, C02, C03, C04, C05, C06, C07, C08, C09 en C10, geïnstalleerd op de Lodewijkbank in de Belgische Exclusieve Economische zone. De aanvraagdossiers omvatten elk :  het ingevulde aanvraagformulier voor de betrokken windmolen;  het certificaat van oorsprongsgarantie voor de betrokken windmolen;  bijlagen bij het aanvraagdossier.
  14. Op 23 januari 2014 nam de CREG een ontwerpbeslissing over de vraag van Northwind voor toekenning van groenestroomcertificaten voor elektriciteit opgewekt door de windmolens A01, A02, A03, A04, A05, A06, A07, A08, A09, C01, C02, C03, C04, C05, C06, C07, C08, C09 en C10, geïnstalleerd op de Lodewijkbank in de 6/12 Belgische Exclusieve Economische zone
  15. Deze ontwerpbeslissing werd op 23 januari 2014 aan Northwind overgemaakt voor eventuele opmerkingen en aanduiding van de vertrouwelijke passages.
  16. Op 3 februari 2014 ontving de CREG een schrijven van Northwind, gedateerd op 27 januari 2014, waarin Northwind zich akkoord verklaart met de ontwerpbeslissing 1302 zonder opmerkingen. III. ANALYSE VAN DE AANVRAAG
  17. Overeenkomstig artikel 7, §1, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 kunnen groenestroomcertificaten enkel toegekend worden aan producenten die houder zijn van een concessie bedoeld in artikel 6 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, evenals van een certificaat van oorsprongsgarantie zoals bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 16 juli
  18. De CREG stelt vast dat Northwind inderdaad houder is van een domeinconcessie die aan de tijdelijke handelsvennootschap Eldepasco bij ministerieel besluit van 15 mei 2006 toegekend werd2, gewijzigd bij ministerieel besluit van 24 maart 20103 en bij ministerieel besluit van 1 maart
  19. Op 11 december 2007 werd de NV Eldepasco opgericht die de activiteiten van de t.h.v. Eldepasco overnam. De NV Eldepasco werd op 8 april 2011 omgedoopt tot de NV Northwind. De CREG stelt verder ook vast dat de aanvrager houder is van certificaten van oorsprongsgarantie voor de betrokken windmolens die uitgereikt werden door AIB-Vinçotte Belgium.
  20. Hieronder worden de belangrijkste elementen uit de aanvraagformulieren, de certificaten van oorsprongsgarantie en de bijlagen besproken. 1 Ontwerpbeslissing (B)140123-CDC-1302 Belgisch Staatsblad van 8 juni
  21. 3 Belgisch Staatsblad van 6 april
  22. 4 Belgisch Staatsblad van 14 maart
  23. 2 7/12 De aanvragen voor de toekenning van groenestroomcertificaten werden ingediend voor de windmolens A01, A02, A03, A04, A05, A06, A07, A08, A09, C01, C02, C03, C04, C05, C06, C07, C08, C09 en C
  24. De voornaamste gegevens van de aanvraagformulieren (benaming van de windmolen, datum van de aanvraag, coördinaten van de betrokken windmolen, nominaal vermogen, datum van indienstneming van de windmolen en de startdatum voor toekenning van groenestroomcertificaten) worden samen met de datum van ondertekening van het respectievelijke certificaat van oorsprongsgarantie (hierna “COG”) in onderstaande tabel hernomen. tabel 1 Benaming A01 Datum Aanvraag Coördinaten WGS 84 NoorderOosterbreedte lengte 02°55.424' Nominaal vermogen (MW) 3 Plaatsbezoek Datum keuringsondertekening instelling COG 24/10/2013 18/11/2013 02°55.646' 3 27/09/2013 14/11/2013 02°55.870' 3 1/10/2013 23/11/2013 A03 27/11/2013 51°37.181' 27/11/2013 51°37.411' 27/11/2013 51°37.641' A04 27/11/2013 51°37.867' 02°56.087' 3 27/09/2013 16/11/2013 A05 27/11/2013 51°37.708' 02°56.350' 3 27/09/2013 18/11/2013 A06 27/11/2013 02°56.606' 3 25/09/2013 14/11/2013 A07 27/11/2013 02°56.133' 3 8/10/2013 18/11/2013 A08 27/11/2013 02°56.096' 3 25/09/2013 20/11/2013 A09 27/11/2013 02°55.746' 3 25/09/2013 17/11/2013 02°54.897' 11/12/2013 12/12/2013 02°54.856' 3 11/12/2013 12/12/2013 C03 18/12/2013 51°37.498' 18/12/2013 51°37.887' 18/12/2013 51°38.117' 3 02°55.079' 3 11/12/2013 12/12/2013 C04 18/12/2013 02°55.295' 3 3/10/2013 4/12/2013 C05 18/12/2013 02°55.032' 3 11/12/2013 12/12/2013 C06 18/12/2013 02°54.815' 3 16/10/2013 12/12/2013 C07 18/12/2013 02°54.592' 3 10/12/2013 12/12/2013 C08 18/12/2013 02°54.201' 3 16/10/2013 11/12/2013 C09 18/12/2013 02°54.552' 3 10/12/2013 11/12/2013 C10 18/12/2013 02°54.723' 3 24/10/2013 12/12/2013 A02 C01 C02
  25. 51°37.554' 51°37.483' 51°37.256' 51°37.055' 51°38.342' 51°38.501' 51°38.275' 51°38.045' 51°38.259' 51°38.461' 51°38.686' De certificaten van oorsprongsgarantie voor de betrokken windmolens werden als bijlage bij elk aanvraagformulier gevoegd.
  26. De certificaten van oorsprongsgarantie werden afgeleverd door AIB-Vinçotte Belgium, die als keuringsinstelling, zoals bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit, door de Minister van Klimaat en Energie werd erkend op 4 november 2008 8/12 (brief met referentie PM/HP/A3/EH/BC0131-3/03031-03741/3517). Deze erkenning werd verlengd voor een periode van drie jaar vanaf 4/11/
  27. Overeenkomstig artikel 4, §2, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 dient het certificaat van oorsprongsgarantie aan te tonen dat de effectief geproduceerde elektriciteit groene stroom is en dat de geproduceerde elektriciteit berekend wordt volgens de geldende meetnormen. De CREG stelt vast dat de door AIB-Vinçotte Belgium toegekende certificaten van oorsprongsgarantie voor de betrokken windmolens ondermeer de volgende elementen attesteren:  dat de geproduceerde elektriciteit afkomstig is van windenergie;  de inventarisatie van de verschillende elementen die deel uitmaken van de meetketen;  dat de elektrische teller en de klemmenstroken verzegeld werden;  de meterstanden op het moment van de opstelling van het certificaat van oorsprongsgarantie;  dat de meteropname en het meetalgoritme het mogelijk maken om de netto elektrische energie vast te stellen overeenkomstig het koninklijk besluit van 16 juli
  28. Overeenkomstig artikel 7, §1, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 kunnen groenestroomcertificaten enkel toegekend worden aan producenten die houder zijn van een domeinconcessie en van een certificaat van oorsprongsgarantie.
  29. Groenestroomcertificaten worden overeenkomstig artikel 7, §2, van het koninklijk besluit toegekend op basis van de nettoproductie van groene stroom, gemeten vóór transformatie. De nettoproductie wordt gedefinieerd als de geproduceerde elektriciteit verminderd met de elektriciteit verbruikt door de functionele installaties. De meting van de geproduceerde elektriciteit gebeurt overeenkomstig het koninklijk besluit van 16 juli 2002 vóór transformatie en na de voeding van de functionele installaties van de windmolen. 5 Ministerieel besluit van 19 maart 2012 houdende hernieuwing van de erkenning van de keuringsinstelling AIB-Vinçotte Belgium VZW, voor de controle van productie-installaties van elektriciteit, opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, Belgisch Staatsblad 3 april
  30. 9/12
  31. De CREG stelt vast dat het maximaal realiseerbaar vermogen per windmolen begrensd is op 3 MW. De CREG merkt op dat iedere eventuele wijziging van deze begrensde waarde onverwijld moet gemeld worden aan de CREG. 10/12 IV. BESLISSING Gelet op de aanvraagdossiers voor de toekenning tot groenestroomcertificaten voor de windmolens A01, A02, A03, A04, A05, A06, A07, A08 en A09 ontvangen van Northwind op 27 november
  32. Gelet op de aanvraagdossiers voor de toekenning tot groenestroomcertificaten voor de windmolens C01, C02, C03, C04, C05, C06, C07, C08, C09 en C10 ontvangen van Northwind op 18 december
  33. Gelet op de aanvullende informatie die de CREG ontving van AIB-Vinçotte op 18 december 2013 betreffende windmolens A06 en C
  34. Gelet op voorgaande analyse van de CREG. Overwegende dat Northwind houder is van een domeinconcessie toegekend bij ministerieel besluit van 15 mei 2006, gewijzigd bij ministerieel besluit van 24 maart 2010 en bij ministerieel besluit van 1 maart
  35. Overwegende dat AIB-Vinçotte Belgium werd erkend als keuringsinstelling. Overwegende dat AIB-Vinçotte Belgium voor de betrokken windmolens certificaten van oorsprongsgarantie heeft toegekend op de data vermeld in de laatste kolom van tabel
  36. 11/12 Beslist de CREG de windmolens A01, A02, A03, A04, A05, A06, A07, A08, A09, C01, C02, C03, C04, C05, C06, C07, C08, C09 en C10 van het windmolenpark van Northwind beantwoorden aan de voorwaarden voor toekenning van groenestroomcertificaten voor de netto geproduceerde elektriciteit uit windenergie door de betrokken windmolens vanaf de data vermeld in de laatste kolom van tabel
  37.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas : Andreas TIREZ Directeur Marie-Pierre FAUCONNIER Voorzitster van het Directiecomité 12/12

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.