← België

Beslissing over de door de NV Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van de bijlagen A, B, C3 en Appendix 1 bij b

Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (A)140918-CDC-1362 over “de door de NV Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van de bijlagen A, B, C3 en Appendix 1 bij bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer” genomen met toepassing van artikel 15/1, §3, 7°, en artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, 29° en 30°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen en de artikelen 82, §1, en 107 van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas 18 september 2014 INHOUDSOPGAVE I. INLEIDING ................................................................................................................... 4 II. WETTELIJK KADER .................................................................................................... 6 II.1 – Wijzigingen van Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform .................................................................................................. 6 II.2 – Invoering van drie nieuwe kwaliteitsconversiediensten............................................. 8 II.3 – Toetsingscriteria......................................................................................................10 II.4 – Raadpleging betrokken aardgasondernemingen .....................................................12 II.5 – Inwerkingtreding wijzigingen Aardgasvervoersprogramma en wijzigingen Toegangsreglement voor Aardgasvervoer ..............................................................13 III. ANTECEDENTEN .......................................................................................................14 III.1 – Algemeen...............................................................................................................14 III.2 – Wijzigingen Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform .................................................................................................17 III.3 – Wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer betreffende kwaliteitsconversiediensten ................................22 III.4 – Marktconsultatie .....................................................................................................22 IV. BEOORDELING ..........................................................................................................23 IV.1 – Onderzoek van de wijzigingen van Appendix 1 bij bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer wat betreft de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform ............................................23 IV.1.1 – Algemene bepalingen.....................................................................................26 IV.1.2 – Specifieke bepalingen met betrekking tot de boeking van primaire capaciteit .32 IV.1.3 – Specifieke bepalingen betreffende de secundaire markt ................................35 IV.1.4 – Andere bepalingen .........................................................................................39 IV.1.5 – Glossarium van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform ............................................................................................50 2/59 IV.2 – Onderzoek van de wijzigingen van bijlagen A, B en C3 van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer wat betreft de gaskwaliteitsconversiediensten .......................52 IV.2.1 – Bijlage A: Vervoersmodel ...............................................................................53 IV.2.2 – Bijlage B: Onderschrijving en toewijzing van Diensten ...................................53 IV.2.3 – Bijlage C3: Operationele regels voor kwaliteitsconversiediensten ..................54 IV.3 – Onderzoek van de wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma wat betreft de gaskwaliteitsconversiediensten ...............................................................................55 IV.4 – Inwerkingtreding van de goedgekeurde wijzigingen ...............................................56 V. CONCLUSIE ...............................................................................................................57 BIJLAGE 1 ...........................................................................................................................59 3/59 I. INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 15/1, §3, 7°, en artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, 29° en 30°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen (hierna : de gaswet) en van artikel 82, §1, van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallaties voor aardgas en de LNG-installaties en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas, de aanvraag tot goedkeuring van de door de NV Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van bijlagen A, B, C3 en Appendix 1 bij bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer. Deze aanvraag werd door de NV Fluxys Belgium (hierna: Fluxys Belgium) inclusief de begeleidende brieven van 21 augustus 2014 en 1 september 2014 bij de CREG per drager met ontvangstbewijs ingediend. Aan de aanvraag werden twee consultatierapporten toegevoegd. In de begeleidende brief van 21 augustus 2014, ontvangen op 22 augustus 2014, stelt Fluxys Belgium dat de belangrijkste wijzigingen van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer betrekking hebben op: - de introductie van twee nieuwe kwaliteitsconversiediensten, “Base Load” en “Seasonal Load”, waarmee netgebruikers het ganse jaar H-gas naar L-gas kunnen converteren, ongeacht de temperatuur. Bijkomend voordeel van deze diensten is dat ze geen variabel tarief hebben en dat de operationele complexiteit door FluxysBelgium geïnternaliseerd wordt. - de introductie van een nieuwe “Peak Load” H->L kwaliteitsconversiedienst, waarmee netgebruikers H-gas naar L-gas enkel in het transfo seizoen kunnen converteren. Door de maandelijkse capaciteitsvergoeding en de varabele commoditeitsvergoeding is de “Peak Load” service geschikt voor een lage gebruiksintensiteit. Fluxys Belgium geeft aan dat zij de aangepaste tarieven voor de kwaliteitsconversiediensten zal integreren in het volgende in te dienen tariefvoorstel. - de aanpassing van de PRISMA General terms & Conditions (GT&C’

  1. s)met betrekking tot de toegangsregels tot het PRISMA European Capacity Platform zoals vervat in 4/59 Bijlage B van het Toegangsreglement voor Vervoer. De nieuwe GT&Cs zullen van kracht zijn vanaf 1 oktober 2014. Fluxys Belgium verklaart dat de aangebrachte wijzigingen rekening houden met de feedback die werd ontvangen van de netgebruikers naar aanleiding van de marktconsultaties georganiseerd respectievelijk: - voor wat betreft de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform, vervat in Appendix 1 van Bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, van 2 juni 2014 tot 24 juni 2014; - voor wat betreft de wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van bijlagen A, B en C3 van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer van 24 juli t.e.m. 6 augustus 2014. Tot slot vermeldt Fluxys Belgium in haar begeleidend schrijven van 21 augustus 2014 dat in de documenten die werden ingediend na de consultatie, in overleg met de CREG, de volgende aanpassingen werden verwerkt: - een verbeterde en onderschrijvingsvenster meer gedetailleerde beschrijving en allocatieregel voor de de van het verschillende kwaliteistconversiediensten; - een correctie aan de formule van de hernominatieband; - een correctie aan de tabel met de standaard seizoensfactoren; - kleine aanpassingen aan de tekst om de leesbaarheid van de documenten te verhogen. Per brief van 1 september 2014, ontvangen op dezelfde datum, dient Fluxys Belgium een nieuwe verbeterde versie van het gewijzigde Aardgasvervoersprogramma en van de gewijzigde bijlagen A, B, C3 en Appendix 1 bij bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer ter goedkeuring in, die de bijlagen bij de brief van 21 augustus 2014 vervangen. Deze beslissing bestaat uit vijf delen, meer bepaald de huidige inleiding, het wettelijk kader van de onderhavige beslissing, de antecedenten ervan, de beoordeling van de vraag tot goedkeuring (gebaseerd op de op 1 september 2014 ter goedkeuring ingediende documenten) en het besluit. 5/59 Deze beslissing werd genomen door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 18 september 2014.  II. WETTELIJK KADER II.1 – Wijzigingen van Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform 1. De door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van Appendix 1 bij bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer betreffen wijzigingen van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Capaciteitsplatform PRISMA en derhalve methodes voor de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuren. Het betreft meer bepaald een wijziging van de voorwaarden waartegen de netgebruiker toegang bekomt tot het primaire en secundaire capaciteitsplatform PRISMA en derhalve (onrechtstreeks) tot grensoverschrijdende capaciteit. 2. Met toepassing van artikel 27.1 van de Verordening (EU) Nr. 984/2013 van de Commissie van 14 oktober 2013 tot vaststelling van een netcode met betrekking tot capaciteitstoewijzingsmechanismen in gastransmissiesystemen en tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad (hierna “de NC CAM”) passen de transmissiesysteembeheerders deze verordening toe door capaciteit op interconnectiepunten aan te bieden via één of een beperkt aantal gezamenlijke webgebaseerde boekingsplatforms. De transmissiesysteembeheerders kunnen deze platforms zelf beheren, dan wel via een overeengekomen derde die, waar nodig, namens die beheerders handelt ten opzichte van de netwerkgebruikers. Artikel 27.2 van de NC CAM bepaalt dat er gezamenlijke boekingsplatforms opgericht worden overeenkomstig de volgende regels:
  2. a)
  3. a)de regels en procedures voor het aanbieden en toewijzen van alle capaciteit overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk III zijn van kracht;
  4. b)
  5. b)de vaststelling van een procedure om vaste gebundelde capaciteit aan te bieden in overeenstemming met hoofdstuk IV heeft prioriteit;
  6. c)
  7. c)er worden functionaliteiten voor netwerkgebruikers geboden om secundaire capaciteit aan te bieden en te verkrijgen; 6/59
  8. d)
  9. d)om de diensten van de boekingsplatforms te kunnen gebruiken, treden de netwerkgebruikers toe tot alle toepasselijke wettelijke en contractuele regelingen en nemen zij de desbetreffende eisen in acht, die het hen mogelijk maken in het kader van een transportcontract capaciteit te boeken en te gebruiken op het relevante netwerk van de transmissiesysteembeheerder;
  10. e)
  11. e)capaciteit in één interconnectiepunt of virtueel interconnectiepunt wordt uitsluitend in één enkel boekingsplatform aangeboden. De NC CAM trad in werking op de twintigste dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie dd. 15 oktober 2013, doch wordt onverlet het bepaalde in artikel 6, lid 1, onder a), van kracht met ingang van 1 november 2015. Het gemeenschappelijk platform voor veiling van vervoerscapaciteit op interconnectiepunten wordt beheerd door PRISMA, opgericht op 1 januari 2013, waarvan intussen 23, waaronder Fluxys Belgium, transmissiesysteembeheerders lid zijn. Dit veilingplatform is sinds 1 april 2013 operationeel en biedt op de interconnectiepunten tussen de Entry-Exit zones van de ondersteunende transmissiesysteembeheerders, gefaseerd in de tijd, gebundelde vervoerscapaciteit aan conform de NC CAM. Aangezien de NC CAM op 1 april 2013 nog niet was vastgesteld bij Verordening was dit initiatief een pilootproject. Bedoeling was om, in het vooruitzicht van de implementatie van de NC CAM, ervaring op te bouwen met veilingsystemen, het bundelen van vervoerscapaciteit op interconnectiepunten en het harmoniseren van gegevensuitwisseling tussen naburige transmissiesysteembeheerders. 3. De goedkeuringsbevoegdheid van de CREG met betrekking tot de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van Appendix 1 bij bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer is gebaseerd op de volgende wettelijke en reglementaire bepalingen. Met toepassing van artikel 15/14, §2, tweede lid, 29°, van de gaswet keurt de CREG, op voorstel van de beheerder, de methoden goed die gebruikt zijn om de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuren mogelijk te maken, met inbegrip van de procedures voor de toewijzing van capaciteiten en congestiebeheer. Deze methoden zijn transparant en niet-discriminerend en worden door de CREG gepubliceerd op haar website. Met toepassing van artikel 15/1, §3, 7°, van de gaswet is de beheerder van het aardgasvervoersnet gehouden een ontwerp van regels voor het beheer van de congestie op te stellen dat hij onder meer aan de CREG betekent. De CREG keurt dit ontwerp goed en kan hem op gemotiveerde wijze verzoeken deze regels te wijzigen mits het naleven van de regels voor de congestie die bepaald zijn door de buurlanden waarvan de interconnectie 7/59 betrokken is en in overleg met het ACER. De CREG ziet, met toepassing van artikel 15/14, §2, tweede lid, 30°, van de gaswet, toe op het congestiebeheer van het aardgasvervoersnet, met inbegrip van de interconnecties, en de invoering van de regels voor het congestiebeheer, in overeenstemming met artikel 15/1, §3, 7°, van de gaswet. Aangezien de voorwaarden om deel te nemen aan veilingen, de regels inzake de organisatie ervan, en de regels om secundaire capaciteit te verhandelen via het PRISMA-platform tevens bijdragen tot het beheer van congestie op de interconnectiepunten, vindt de goedkeuring door de CREG van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform (en de wijzigingen ervan) tevens rechtsgrond in voormelde artikelen van de gaswet. Aangezien de door Fluxys Belgium voorgestelde regelingen bovendien geïntegreerd worden in het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer bedoeld in de artikelen 29 en 111 van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallaties voor aardgas en de LNG-installaties en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas (hierna: de gedragscode), vormt ook artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet een rechtsgrond voor deze beslissing1. Met toepassing van voornoemd artikel uit de gaswet keurt de CREG immers de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de vervoernetten goed. Sedert de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen2 wordt de term “belangrijkste voorwaarden” in artikel 1, 51°, van de gaswet gedefinieerd als “het standaardcontract voor de toegang tot het vervoersnet en de daarmee verbonden operationele regels”. De belangrijkste voorwaarden vallen voor de toepassing van de gedragscode uiteen in de standaardcontracten en de toegangsreglementen voor aardgasvervoer, LNG en opslag (artikel 3). II.2 – Invoering van drie nieuwe kwaliteitsconversiediensten 4. De door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van bijlagen A, B en C3 van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer betreffen de invoering van drie nieuwe kwaliteitsconversiediensten, samen met de regels voor onderschrijving, toewijzing en nominatie van deze nieuwe diensten. 1 2 Zie ook artikel 29, §1, van de gedragscode; B.S., 28 december 2006; 8/59 5. Het aardgasvervoersprogramma bevat met toepassing van artikel 112 van de gedragscode onder meer een uitvoerige beschrijving van het gehanteerde aardgasvervoersmodel (1°) en van de verschillende gereguleerde aardgasvervoersdiensten die aangeboden worden (2°). Het bevat tevens een gebruiksvriendelijke beschrijving van onder meer
  12. i)de toewijzingsregels voor de verschillende aardgasvervoersdiensten op basis van de capaciteitstoewijzingsregels bedoeld in het toegangsreglement voor aardgasvervoer en
  13. ii)de regels, voorwaarden en procedures voor het onderschrijven van aardgasvervoersdiensten op de primaire markt, met inbegrip van de procedure voor het elektronisch onderschrijven van aardgasvervoersdiensten, bedoeld in het toegangsreglement voor aardgasvervoer (artikel 112, 6°, van de gedragscode). Ingevolge artikel 82, §3, van de gedragscode dringt een wijziging van het goedgekeurde dienstenprogramma zich op bij elke wijziging van een bestaande dienst of invoering van een nieuwe dienst tijdens de regulatoire periode. De beheerders dienen met toepassing van artikel 82, §1, van de gedragscode hun voorstellen van dienstenprogramma’s en tot wijziging ervan ter goedkeuring bij de CREG in. De voorgestelde wijzigingen van het aardgasvervoersprogramma voor de invoering van drie nieuwe kwaliteitsconversiediensten worden derhalve beoordeeld op grond van artikel 82, §1, van de gedragscode. 6. voor Met toepassing van artikel 29, §2, van de gedragscode maken onder meer de regels de behandeling van de aanvragen voor toegang en onderschrijving van vervoersdiensten (1°) en de toewijzingsregels (3°) deel uit van het toegangsreglement. Met toepassing van artikel 111 van de gedragscode bevat het toegangsreglement voor aardgasvervoer onder meer de operationele regels en procedures voor het gebruik van de toegewezen aardgasvervoersdiensten (1°) en de procedure voor nominatie, hernominatie en toewijzing (2°). Wijzigingen van het toegangsreglement zijn onderworpen aan de goedkeuring door de CREG met toepassing van artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet (artikel 29, §1, van de gedragscode). De door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van bijlagen A, B en C3 van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer wat betreft de drie nieuwe kwaliteitsconversiediensten worden zodoende beoordeeld op basis van artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet. 9/59 II.3 – Toetsingscriteria 7. In geval van een goedkeuringsbevoegdheid gaat de goedkeurende overheid na of de goed te keuren akte regelmatig is en conform is met het algemeen belang.3 Een akte is regelmatig indien zij overeenstemt met de wet. Zodoende is de CREG er via haar goedkeuringsbevoegdheid mee belast erop toe te zien dat de voorgestelde wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer in overeenstemming zijn met de wetgeving, in de eerste plaats met de (hogere) sectorspecifieke wetgeving, en ervoor zorgen dat het recht van toegang tot het vervoersnet en de wettelijke regels die dit recht van toegang reguleren, worden aangevuld op een manier dat aan elke netgebruiker zijn recht van toegang tot het vervoersnet effectief gegarandeerd wordt. De CREG zal hierbij in het bijzonder nagaan of de voorgestelde wijzigingen de toegang tot het vervoersnet niet belemmeren (en zodoende artikel 15/7 van de gaswet respecteren) en de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het vervoersnet niet in gevaar brengen (en zodoende in overeenstemming zijn met de verplichtingen voorzien voor de beheerder in artikel 15/1, §1, 1° en 2°, van de gaswet volgens hetwelk de respectieve beheerders de vervoersinstallaties dienen te exploiteren, te onderhouden en te ontwikkelen op economisch aanvaardbare, veilige, betrouwbare en efficiënte wijze). De vrije toegang tot het vervoersnet is essentieel voor de vrijmaking van de aardgasmarkt en derhalve van openbare orde. Het recht van toegang tot de vervoersnetten, bedoeld in de artikelen 15/5, 15/6 en 15/7 van de gaswet, is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de aardgasmarkt4. Opdat er concurrentie op de aardgasmarkt zou komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van aardgas kunnen kiezen, is het essentieel dat de eindafnemers en hun leveranciers gegarandeerd toegang tot de vervoersnetten hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een niet-discriminatoire wijze. Het is immers via de vervoersnetten dat nagenoeg elke ingevoerde en verbruikte of opnieuw uitgevoerde aardgasmolecule passeert. Een leverancier kan maar het door hem 3 Zie onder meer VAN MENSEL, A., CLOECKAERT, I., ONDERDONCK, W. en WYCKAERT, S., De administratieve rechtshandeling – Een Proeve, Mys &Breesch, Gent, 1997, p. 101; DEMBOUR, J., Les actes de la tutelle administrative en droit belge, Maison Ferdinand Larcier, Bruxelles, 1955, p. 98, nr. 58. 4 Zie ook considerans 7 van de tweede gasrichtlijn waarin ook uitdrukkelijk gesteld werd dat het voor een goed werkende concurrentie is vereist dat de toegang tot het netwerk niet-discriminerend en transparant is en tegen redelijke prijzen kan geschieden en considerans 4 van de derde gasrichtlijn waarin gesteld wordt dat er nog steeds geen sprake is van een niet-discriminerende nettoegang. 10/59 verkochte aardgas effectief aan zijn klant leveren indien hij en zijn klant elk toegang hebben tot de vervoersnetten. Daarbij komt dat het beheer van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie wordt verzekerd respectievelijk en alleen door de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie (artikel 8, §1, van de gaswet). Het recht van toegang tot het vervoersnet is dan ook een basisprincipe en principieel recht dat niet beperkend mag worden geïnterpreteerd. Elke uitzondering op of beperking van dit recht moet uitdrukkelijk voorzien zijn en beperkend geïnterpreteerd worden. Zo bepaalt artikel 15/7 van de gaswet dat de beheerders de toegang tot het vervoersnet enkel geldig kunnen weigeren indien 1° het net niet over de nodige capaciteit beschikt om het vervoer te verzekeren, 2° de toegang tot het net de goede uitvoering van een openbare dienstverplichting door de betrokken vervoeronderneming zou verhinderen en 3° de toegang tot het net voor de betrokken vervoersonderneming economische en financiële moeilijkheden meebrengt of zou meebrengen wegens “take-or-pay” verbintenissen die zij in het kader van een of meer gasaankoopcontracten heeft aanvaard overeenkomstig de in artikel 15/7, §3, van de gaswet vastgelegde procedure. Bovendien moet de weigering met redenen omkleed zijn. De CREG meent dan ook dat niet kan worden toegelaten dat de beheerder op enige wijze het recht van toegang tot het vervoersnet zou bemoeilijken, beperken of belemmeren door het opleggen van onbillijke, onevenwichtige, onredelijke of disproportionele voorwaarden, wat eveneens strijdig zou zijn met het algemeen belang. 8. Uit artikel 15/5 van de gaswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot de vervoersnetten onlosmakelijk gekoppeld is aan de gedragscode en de regulering van de vervoersnettarieven bedoeld in de artikelen 15/5bis-15/5quinquies van de gaswet. De gedragscode en de regulering van de vervoersnettarieven beogen het recht van toegang tot de vervoersnetten in de feiten te realiseren. Overeenkomstig artikel 15/5undecies van de gaswet regelt de gedragscode de toegang tot de vervoersnetten. Met de gedragscode beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, nietpertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar zijn wegens hun gebrek aan de nodige gespecialiseerde kennis inzake het beheer van de vervoersnetten. Met deze gedragscode beoogt de wetgever ook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de beheerders anderzijds. 11/59 Met toepassing van artikel 5 van de gedragscode voldoet de vervoersonderneming aan de eisen van transparantie, objectiviteit en redelijkheid en onthoudt zich van elke discriminatie tussen netgebruikers of categorieën van netgebruikers. Met toepassing van voormelde bepaling dient Fluxys Belgium in het algemeen, en dus ook wat betreft de door haar voorgestelde wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, te voldoen aan de eisen van transparantie en redelijkheid. De gedragscode laat bijgevolg expliciet toe de door Fluxys Belgium voorgestelde bepalingen aan een redelijkheidstoets te onderwerpen. II.4 – Raadpleging betrokken aardgasondernemingen 9. Met toepassing van artikel 108 van de gedragscode komen de voorstellen van toegangsreglementen en dienstenprogramma’s en de wijzigingen ervan tot stand na raadpleging door de beheerders van de betrokken netgebruikers. De volgende marktconsultaties werden georganiseerd: - voor wat betreft de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform, vervat in Appendix 1 van Bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, van 2 juni 2014 tot 24 juni 2014; - voor wat betreft de wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van bijlagen A, B en C3 van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer van 24 juli tot 6 augustus 2014. De marktconsultatie met betrekking tot het ontwerp van wijzigingen van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform werd, gelet op het Europese kader waarin deze passen, uitgevoerd door PRISMA in opdracht van de betrokken transmissiesysteembeheerders, waaronder Fluxys Belgium. Met toepassing van artikel 8, §2, 5°, van het huishoudelijk reglement van de CREG, bekend gemaakt op haar website (www.creg.be), dient de CREG niet te raadplegen op grond van een ontwerp van beslissing indien de gaswet of een uitvoeringsbesluit specifiek een voorafgaande raadpleging organiseert, zoals in voorliggend geval met toepassing van artikel 108 van de gedragscode. 12/59 II.5 – Inwerkingtreding Aardgasvervoersprogramma en Toegangsreglement voor Aardgasvervoer 10. wijzigingen wijzigingen Artikel 107 van de gedragscode bepaalt dat goedgekeurde standaardcontracten, toegangsreglementen en dienstenprogramma’s en wijzigingen ervan, samen met de datum van inwerkingtreding, onverwijld bekend gemaakt worden op de website van de betrokken beheerder en dat de CREG in haar beslissing tot goedkeuring de datum bepaalt waarop zij in werking treden. 13/59 III. ANTECEDENTEN III.1 – Algemeen 11. Op 1 oktober 2012 werd door Fluxys Belgium een nieuw vervoersmodel geïmplementeerd. Ter voorbereiding van dit belangrijk project werd door de CREG eind 2010 een voorstel van basisprincipes voor een nieuw vervoersmodel ter consultatie5 voorgelegd aan de marktpartijen. De CREG heeft in de loop van deze consultatieronde talrijke belangrijke en nuttige suggesties, voorstellen, opmerkingen, bedenkingen en informatie ontvangen van de deelnemende marktpartijen6. Deze informatie werd nuttig gebruikt om het nieuwe Entry/Exit vervoersmodel in samenspraak met Fluxys Belgium te ontwerpen. In haar beslissing (B)120510-CDC-1155 van 10 mei 2012 heeft de CREG het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma van Fluxys Belgium goedgekeurd. Dit zijn de basisdocumenten van het nieuwe Entry/Exit vervoersmodel. Deze documenten garanderen een eenvoudige toegang tot het aardgasvervoersnet voor alle marktspelers, de creatie van een handelsplaats waarbij, naast de mogelijkheid tot bilaterale handel (OTC), een anonieme beurs (exchange) diensten aanbiedt aan de marktspelers en van een marktgestuurd balanceringssysteem. Het Entry/Exit model dat Fluxys Belgium heeft ontwikkeld en dat operationeel is sinds 1 oktober 2012 heeft volgende kenmerken: - Het vervoersnet is in twee ingangs-/uitgangszones ingedeeld: de H-zone en de Lzone. De H-zone stemt overeen met het fysieke H-calorisch vervoerssysteem en de L-zone met het fysieke L-calorisch vervoerssysteem. - Een netgebruiker kan ingangs- en uitgangsdiensten contracteren. De ingangsdiensten verlenen hem het recht een hoeveelheid aardgas op een interconnectiepunt in het vervoersnet te injecteren a rato van de gecontracteerde injectiecapaciteit. Via de uitgangsdiensten kan hij een hoeveelheid aardgas uit het net uitzenden. - Een 'interconnectiepunt' verbindt het vervoersnet van Fluxys Belgium met het vervoersnet van een aangrenzende TSO, of met een vervoersinstallatie onder het beheer van Fluxys Belgium, zoals bijv. de opslaginstallatie te Loenhout. 5 Zie website CREG: http://www.creg.info/pdf/Opinions/2010/T082010/consultatienota.pdf : consultatienota nieuw vervoersmodel; 6 Zie website CREG: http://www.creg.info/pdf/Studies/F1035NL.pdf : studie over de ontwikkeling van een nieuw vervoersmodel voor transmissie van aardgas; 14/59 - Een 'afnamepunt' verbindt het vervoersnet van Fluxys Belgium met een eindklant of met een afnamepunt ten behoeve van het distributienet. In een systeem van marktbalancering is het basisprincipe dat de netgebruikers (marktpartijen) er zelf voor zorgen dat per tijdseenheid de hoeveelheden aardgas die zij in het systeem injecteren gelijk zijn aan de hoeveelheid die zij eraan onttrekken. Tijdens de gasdag voert Fluxys Belgium, zoals gezegd, geen interventies uit zolang de markt balancing positie (dwz de balancing positie voor de totale markt) zich binnen de vooraf bepaalde bovenste en onderste markt limietwaarden bevindt. Indien de markt balancing positie de bovenste (of onderste) markt limietwaarde overschrijdt, komt Fluxys Belgium tussenbeide met een verkoop- (of aankoop-)transactie op de aardgasmarkt (commodity) voor de hoeveelheid van de marktoverschot (of tekort). De overschotten, resp tekorten worden per netgebruiker verrekend in contanten. De verrekening gebeurt met elke netgebruiker die bijdroeg aan de onbalans in verhouding tot zijn individuele bijdrage tot het onevenwicht op het moment van de (uur)overschrijding. Er is enkel een tussenkomst van de netbeheerder voor de netgebruikers die veroorzaker zijn van resp een overschot of een tekort. Voor alle veroorzakers is er een correctie van de individuele positie. Op het einde van iedere gasdag wordt het verschil tussen de totale hoeveelheden die in de beschouwde zone zijn binnengekomen en de totale hoeveelheden die door de eindklanten van de netgebruikers werden verbruikt of die de beschouwde zone naar een aangrenzend vervoersnet verlieten, op nul gesteld. De verrekening gebeurt in contanten en is van toepassing op iedere netgebruiker, zowel voor degenen die en overschot hadden (de ‘helpers’), als voor degenen die een tekort hadden.. 12. De openstelling van de energiemarkt voor aardgas brengt met zich mee dat het aanbieden van energie en energiediensten evolueert naar een competitieve activiteit. Dit is eveneens een uitdaging voor de faciliterende marktpartijen, waaronder de beheerder van het aardgasvervoersnet en de regulerende instantie, die gestimuleerd worden tot het voeren van een pro-actief beleid wat betreft het aanbieden van nieuwe diensten en het verbeteren van de dienstverlening. Zowel Fluxys Belgium als de CREG beschouwen het als hun taak een voortrekkersrol te spelen op de West-Europese aardgasmarkt. Dit houdt in dat het regulatoir kader dat de spelregels voor de aardgasmarkt bepaalt aan een continue evaluatie onderworpen is. Ook het vervoersmodel, waarvan de krachtlijnen in paragraaf 9 geschetst werden, is in voortdurende evolutie. Ten einde de aantrekkingskracht van de Belgische aardgasmarkt verder te verbeteren heeft Fluxys Belgium na de implementatie van het nieuwe vervoersmodel in overleg met de marktpartijen een aantal voorstellen voor 15/59 verbetering voorgelegd aan de markt. Deze voorstellen werden na raadpleging van de markt ter goedkeuring ingediend bij de CREG. Sinds de voornoemde beslissing van de CREG tot goedkeuring van het nieuwe vervoersmodel op 10 mei 2012 heeft Fluxys Belgium volgende voorstellen ter goedkeuring aan de CREG voorgelegd:
  14. a)voorstel tot wijziging van Bijlage A “Vervoersmodel” van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer met het oog op het vermijden van mogelijk opportunistisch gedrag door de netgebruikers en de mogelijks daaruit voortvloeiende marktverstoring van het marktgebaseerd balanceringssysteem. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)121122-CDC-1205 van 22 november 2012.
  15. b)voorstel tot wijziging van het Standaard Aardgasvervoerscontract, de bijlagen A en B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma met het oog op het aanbieden van Day Ahead vervoerscapaciteit via het gemeenschappelijk platform voor veiling van vervoerscapaciteit op de interconnectiepunten dat wordt beheerd door PRISMA. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)130411CDC-1242 van 11 april 2013.
  16. c)voorstel tot wijziging van bijlagen C3 van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer met de aanpassingen aan de kwaliteitsconversiediensten evenals de kleine wijzigingen aan het Aardgasvervoersprogramma en aan bijlagen A en B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, bij de CREG ingediend op 10 september 2013. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)131010-CDC-1283 van 10 oktober 2013.
  17. d)voorstel tot wijziging van het Aardgasvervoersprogramma en van bijlagen A, B, E en G van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer in het bijzonder met het oog op het bepalen van bijkomende modaliteiten voor de implementering van drie procedures voor het beheer van contractuele congestie bedoeld in bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/20097. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)131024-CDC-1281 van 24 oktober 2013.
  18. e)voorstel tot wijziging van bijlagen A en B en Appendix 1 bij bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer in het bijzonder met het oog op de aanpassing van de prijsreferentie voor de “gasprijs” ten gevolge van de 7 Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005; 16/59 stopzetting van de vorige prijsreferentie, de verbetering van de capaciteitsallocatie voor S32 eindafnemers aangesloten op het distributienet en de aanpassing van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B) 140123-CDC-1300 van 23 januari 2014.
  19. f)Voorstel tot wijziging van het Aardgasvervoersprogramma en van bijlagen A, B, C1, C3 en G van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, in het bijzonder tot toevoeging van een “reshuffling” dienst die het mogelijk maakt voor netgebruikers om hun contracten aan te passen en hun portefeuilles voor te bereiden in het kader van de toekomstige toepassing van de NC CAM, tot wijziging van de balanceringsregels om H-gas te kunnen aan- of verkopen waar er geen tegenprestatie op de L-markt wordt gevonden, tot overgang voor de secundaire markt van het capsquare platform naar het Europese capaciteitsplatform PRISMA en tot wijziging van de (her)nominatie procedures om compatibel te zijn met de nieuwe regels opgenomen in de Europese Netwerk Code “Balancing”. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing(B)140515-CDC-1326 van 15 mei 2014. III.2 – Wijzigingen Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform 13. ENTSO-G heeft, met toepassing van de artikelen 6 en 8 van de Verordening (EG) nr. 715/20098, een netwerkcode met betrekking tot capaciteitstoewijzingsmechanismen ontwikkeld op basis van de kaderrichtlijn voor capaciteitsallocatie die werd voorgesteld door ACER op 3 augustus 2011. Op 9 november 2012 heeft ACER deze netwerkcode overgemaakt aan de Europese Commissie onder voorbehoud van een aantal wijzigingen. De Europese Commissie heeft in januari 2013 de comitologie-procedure gestart en op 15 oktober 2013 werd deze netwerkcode bij Verordening van de Europese Commissie van 14 oktober 2013 vastgesteld (zie paragraaf 2 van deze beslissing). 8 Zie voetnoot 7; 17/59 14. De NC CAM voorziet dat de vervoerscapaciteit op de interconnectiepunten tussen de Entry-Exit zones binnen de Europese Unie wordt toegewezen door middel van veilingen op basis van gestandaardiseerde looptijden (jaar, kwartaal, maand, dag en binnen de dag) en bevat een gemeenschappelijke veilingkalender. In de mate dat er op deze interconnectiepunten aan beide zijden vaste capaciteit ter beschikking is, wordt deze in de vorm van gebundelde producten aangeboden. De NC CAM voorziet tevens de oprichting van elektronische platformen voor de veiling van capaciteiten onder het gemeenschappelijke beheer van de transmissiesysteembeheerders. De NC CAM voorziet niet alleen in het aanbieden door deze gezamenlijke boekingsplatforms van capaciteit op de primaire markt, maar ook van functionaliteiten voor netgebruikers om secundaire capaciteit te verhandelen. Op basis van hun ervaring met dergelijke platformen hebben de respectieve beheerders van Capsquare, Link4Hubs en Trac-X eind april 2012 aangekondigd dat ze een gemeenschappelijk platform wensten op te richten voor de reservatie van vervoerscapaciteit op hun respectieve interconnectiepunten. Dit project dat initieel werd gestart voor NoordWest Europa (Denemarken, Nederland, Duitsland, Frankrijk en België) werd opengesteld voor andere transmissiesysteembeheerders. Intussen zijn de transmissiesysteembeheerders van Oostenrijk, Italië, het Verenigd Koninkrijk en Noord-Ierland toegetreden en hebben de transmissiesysteembeheerders van Portugal, Spanje en Slovenië hun interesse betoond. 15. Het gemeenschappelijk platform voor veiling van vervoerscapaciteit op interconnectiepunten wordt beheerd door PRISMA, opgericht op 1 januari 2013, waarvan intussen 23 transmissiesysteembeheerders lid zijn. Dit veilingplatform is sinds 1 april 2013 operationeel en biedt op de interconnectiepunten tussen de Entry-Exit zones van de ondersteunende transmissiesysteembeheerders, gefaseerd in de tijd, gebundelde vervoerscapaciteit aan conform de NC CAM. Aangezien de NC CAM op 1 april 2013 nog niet was vastgesteld bij Verordening (zie paragraaf 2 van deze beslissing) was dit initiatief een pilootproject. Bedoeling was om, in het vooruitzicht van de implementatie van de NC CAM, ervaring op te bouwen met veilingsystemen, het bundelen van vervoerscapaciteit op interconnectiepunten en het harmoniseren van gegevensuitwisseling tussen naburige transmissiesysteembeheerders. 16. Fluxys Belgium is stichtend lid en een actieve partner van PRISMA. In overleg met de CREG werd afgesproken dat in een eerste fase vanaf 17 april 2013 Day-ahead vervoerscapaciteit via het PRISMA platform zal worden geveild. 17. Om het aanbod van vervoerscapaciteit via PRISMA mogelijk te maken was het noodzakelijk om het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma op een aantal plaatsen te wijzigen. 18/59 18. Fluxys Belgium heeft op 6 maart 2013 de aanvraag tot goedkeuring van de wijziging van het Standaard Aardgasvervoerscontract, bijlagen A en B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma voorgelegd aan de CREG. De CREG besliste op 11 april 20139 de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van het aangepaste Standaardcontract voor Aardgasvervoer, de bijlagen A en B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma goed te keuren. Met betrekking tot de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform in Appendix 1 van Bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer stelde de CREG dat deze in elk geval geherevalueerd en herzien dienden te worden: - wanneer de resultaten van de raadpleging door PRISMA van de Shippers (tijdens de zomer 2013) bekend zijn, een herevaluatie van deze Algemene Voorwaarden dient te gebeuren in samenwerking met de betrokken transmissiesysteembeheerders en regulatoren, en deze voorwaarden moeten worden herzien om rekening te houden met de opmerkingen van de Shippers en de overblijvende opmerkingen van de CREG en de andere betrokken regulatoren. - indien er zich in de praktijk daadwerkelijke problemen zouden voordoen met de toepassing van deze Algemene Voorwaarden, in elk geval een herevaluatie van deze Algemene Voorwaarden dient te gebeuren, en deze bepalingen desgevallend moeten worden herzien in samenwerking met de betrokken transmissiesysteembeheerders en regulatoren. 19. Op 30 september 2013 diende Fluxys Belgium wijzigingen van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, onder meer van de Algemene Voorwaarden waartegen de netgebruiker toegang bekomt tot het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA, ter goedkeuring in om die in lijn te brengen met de algemene voorwaarden van toepassing op het PRISMA Capaciteitsplatform sinds 1 juli 2013. Zo werden wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot de mogelijkheid tot het boeken van primaire capaciteit via de allocatieregel first come first served. Verder werd de mogelijkheid om vergoedingen te vragen voor de toegang tot het platform toegevoegd alsook de verplichting voor de netgebruiker en de platformgebruikers om de stamgegevens van het 9 Beslissing (B)130411-CDC-1242 van 11 april 2013 over ‘de door de N.V. FLUXYS BELGIUM voorgestelde wijzigingen van het Standaard Aardgasvervoerscontract, de bijlagen A en B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma’; 19/59 profiel van de netgebruiker te actualiseren. Tevens werden de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA aangepast om het principe van de concurrerende veilingen te integreren. Nieuwe artikelen werden ingevoegd in verband met de omzetting van onderbreekbare capaciteit en de teruggave van capaciteit. Een verbod van manipulatie van de veilingen werd ingevoegd. In het artikel met betrekking tot de vertrouwelijkheid van gegevens werd de wederkerigheid geschrapt door het woord “de contractspartijen” te vervangen door de woorden “de Netgebruiker en zijn Platformgebruikers”. Een nieuwe bepaling met betrekking tot het verifiëren van de kredietwaardigheid van netgebruikers door transmissiesysteembeheerders wordt toegevoegd. Hoewel een goedkeuring in de regel voorafgaandelijk aan de toepassing van wat ter goedkeuring wordt voorgelegd, moet plaatsvinden, heeft de CREG op 24 oktober 2013 beslist10 dat ze de voorlopige toepassing van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA van toepassing sinds 1 juli 2013 kon aanvaarden in afwachting van de aangepaste versie ervan die rekening houdt met de raadpleging door PRISMA van de markt van 20 augustus 2013 tot 16 september 2013 en met het overleg met de Europese regulatoren die betrokken zijn bij het PRISMA pilootproject, gelet op het feit dat: - zowel netgebruikers als regulatoren de vrijwillige en proactieve implementatie van de NC CAM door de betrokken transmissiesysteembeheerders steunen, - de netgebruikers die capaciteit kopen via PRISMA de versie van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Primaire Capaciteitsplatform PRISMA dd. 1 juli 2013 reeds hebben aanvaard (via de webpagina van PRISMA) en de CREG geen klachten ontving van netgebruikers met betrekking tot deze versie van de Algemene Voorwaarden, - een aantal wijzigingen daarin niet de Belgische interconnectiepunten betreffen (bv. i.v.m. first come first served (FCFS), verifiëren kredietwaardigheid), - de meeste wijzigingen die mede de Belgische interconnectiepunten betreffen geen problemen stellen omdat ze de loutere formulering betreffen of de inhoud ervan aanvaardbaar is (principe concurrerende veilingen, teruggave van capaciteit), 10 Beslissing (B)131024-CDC-1281 van 24 oktober 2013 over ‘de door de NV FLUXYS BELGIUM voorgestelde wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van de bijlagen A, B, E en G van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer’; 20/59 - de wijzigingen in deze versie van 1 juli 2013 die inhoudelijk wél bedenkingen oproepen bij de CREG (eenzijdige verplichting inzake vertrouwelijkheid, de mogelijkheid om vergoedingen te vragen voor toegang tot het platform, het ontbreken in de bepaling met betrekking tot de procedure tot wijziging van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Capaciteitsplatform PRISMA van de vereiste van een raadpleging van de markt, voorafgaand overleg met nationale regulatoren en aanvaarding ervan door hen volgens de toepasselijke modaliteiten), reeds in belangrijke mate worden meegenomen in de versie waarover PRISMA een consultatie heeft gehouden van 20 augustus 2013 tot 16 september 2013 met het oog op de toepassing ervan vanaf 1 januari 2014. 20. Het toepassingsgebied van de Algemene Voorwaarden voor toegang tot het PRISMA platform werd inmiddels uitgebreid tot secundaire-markt-functionaliteiten, met het oog op de aanbieding van deze functionaliteiten door PRISMA vanaf 1 januari 2014, wat past binnen (een pro-actieve implementatie van) artikel 27.2,
  20. c)van de NC CAM (dat reeds in werking trad, maar pas van kracht wordt met ingang van 1 november 2015). Wat betreft de Belgische interconnectiepunten vervangt het PRISMA secundair capaciteitsplatform capsquare sinds 1 april 2014. Deze uitbreiding van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform tot secundaire-markt-functionaliteiten werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B) 140123-CDC-1300 van 23 januari 201411. Door middel van haar beslissing (B)140515-CDC-1326 van 15 mei 201412 heeft de CREG de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer goedgekeurd met als doel de procedure en de wijze van overdracht zowel voor de schriftelijke overdrachten als voor de overdrachten via het Secundaire Markt Platform Prisma te verduidelijken. 21. De wijzigingen van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform, die thans worden geïntegreerd in Appendix 1 van bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, werden besproken tijdens het structureel overleg 11 Beslissing (B)140123-CDC-1300 van 23 januari 2014 over ‘de door de NV Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van bijlagen A en B en Appendix 1 bij bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer’; 12 Beslissing (B)140515-CDC-1326 van 15 mei 2014 over ‘de door de NV Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van bijlagen A, B, C1, C3 en G van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer’; 21/59 dat op regelmatige tijdstippen plaatsvindt tussen PRISMA, de betrokken transmissiesysteembeheerders en de betrokken nationale regulatoren waaronder de CREG. III.3 – Wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer betreffende kwaliteitsconversiediensten 22. De vraag van Fluxys Belgium tot goedkeuring van wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van wijzigingen van bijlagen A, B en C3 van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, ingediend per drager op 22 augustus 2014, en na een laatste aanpassing vervangen door de versie ingediend per drager op 1 september 2014, werd specifiek door Fluxys Belgium uitgewerkt en voorgesteld met als doel de aardgasmarkt voor L-gas te stimuleren door deze markt aantrekkelijker te maken voor marktspelers en door de operationele complexiteit voor marktspelers verder te internaliseren. Via de aanvraag wil Fluxys Belgium volgende wijzigingen implementeren: - het vernieuwen van de bestaande gaskwaliteitsconversiedienst H -> L door het invoeren van een “Base Load/Seasonal Load” gaskwaliteitsconversiedienst en het verhogen van de beschikbare capaciteit voor netgebruikers gedurende het hele gasjaar tot 100.000 m³(n)/jaar; - het invoeren van een nieuwe “Peak Load” gaskwaliteitsconversiedienst H -> L die enkel beschikbaar is gedurende de wintermaanden vanaf 1 november tot en met 31 maart en die bestaat uit een vast en een onderbreekbaar deel. III.4 – Marktconsultatie 23. Fluxys Belgium verklaart dat de aangebrachte wijzigingen rekening houden met de feedback die werd ontvangen van de netgebruikers naar aanleiding van de marktconsultatie georganiseerd van 2 juni tot 24 juni 2014 wat betreft de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform en van 24 juli tot en met 6 augustus 2014 wat betreft de gaskwaliteitsconversiediensten. 24. Fluxys Belgium voegt in consultatierapporten met bijlagen toe. bijlage bij de aanvraag tot goedkeuring de 22/59 IV. BEOORDELING 25. Hierna wordt, verwijzend naar wat uiteengezet wordt in paragrafen 7 en 8 van deze beslissing, nagegaan of de op 1 september 2014 door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma en van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer (meer bepaald van de bijlagen A, B en C3 en van Appendix 1 van bijlage B) in overeenstemming zijn met de wet en het algemeen belang. 26. Het ontbreken van opmerkingen over door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen, of het aanvaardbaar achten ervan, doet geenszins afbreuk aan een toekomstig (gemotiveerd) gebruik van de goedkeuringsbevoegdheid van de CREG, zelfs indien het punt opnieuw op identieke wijze wordt voorgesteld op een later tijdstip voor dezelfde activiteit. IV.1 – Onderzoek van de wijzigingen van Appendix 1 bij bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer wat betreft de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform 27. Dit deel bevat het onderzoek van de wijzigingen van Appendix 1 bij bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer. 28. Bijlage B, getiteld “Onderschrijving en Toewijzing van Diensten”, van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer omvat achtereenvolgens een definitielijst van de termen specifiek van toepassing voor deze bijlage, de wijze waarop de netgebruikers zich dienen te registreren, de regels van toepassing op de primaire markt en de regels van toepassing op de secundaire markt. De Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform (hierna soms ook kortweg aangeduid als “Algemene Voorwaarden”) worden toegevoegd in Appendix 1. 29. De voorgestelde wijzigingen van Appendix 1 gebeuren op de volgende niveaus. Vooreerst wordt een alternatieve-munt-functionaliteit toegevoegd indien de betrokken transmissiesysteembeheerders (hierna ook aangeduid als “TSO’s”) dergelijke functionaliteit toelaten. 23/59 Bovendien wordt een uitdrukkelijk verbod voor de Bevrachters ingevoegd om financiële instrumenten te verhandelen op het PRISMA Capaciteitsplatform. Vervolgens worden een aantal artikelen op vraag van de betrokken nationale regulatoren overgeheveld naar een apart document dat de voorwaarden met betrekking tot het gebruik van TSO-specifieke functionaliteiten bevat (dit document wordt in het glossarium van definities gedefinieerd als “Toepasselijke Voorwaarden voor TSO’s of ATTs”), zonder de formulering van deze artikelen te veranderen. Dit document vormt geen onderdeel van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en maakt niet het voorwerp uit van de goedkeuring van de CREG, omdat de daarin opgenomen functionaliteiten en voorwaarden niet de toegang tot de Belgische interconnectiepunten betreffen (zie ook paragraaf 35 van deze beslissing). Daarnaast worden een aantal wijzigingen voorgesteld aan de reeds bestaande bepalingen vervat in de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform, om de tekst redactioneel te verbeteren of om rekening te houden met de opmerkingen ontvangen van marktpartijen en van de betrokken nationale regulatoren. 30. PRISMA en de betrokken transmissiesysteembeheerders ontvingen gedurende de marktconsultatie opmerkingen van een aantal marktpartijen. 31. Zo stelt een marktpartij dat het nodig is om in de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform regels op te nemen betreffende het beheer van rapportering van gegevens, inclusief met betrekking tot de bescherming van vertrouwelijke gegevens, voor het geval PRISMA moet worden beschouwd als een “georganiseerde markt” (organised market place) in de zin van de REMIT-Verordening13. Deze opmerking is interessant, maar de CREG is van mening dat de daarin bedoelde aanpassing van de genoemde Algemene Voorwaarden voorbarig is, aangezien nog zal moeten worden uitgemaakt of PRISMA een dergelijke “georganiseerde markt” is. Hiervoor wordt best op de definitieve versie van de uitvoeringshandelingen (implementing acts) van de Europese Commissie gewacht. In de huidige redactie zullen marktdeelnemers niet verplicht zijn om via PRISMA te passeren (alternatief kanaal via “handelsregistratiesystemen” (trade reporting systems)) en zullen hun bezorgdheden inzake data management en vertrouwelijkheid een plaats kunnen krijgen in het data reporting agreement dat de georganiseerde markt hen moet aanbieden. Indien de vraag tot aanpassing van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik 13 Verordening (EU) Nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie; 24/59 van het PRISMA Capaciteitsplatform na de uitvaardiging van de implementing acts zou blijven leven, past het deze te heroverwegen. 32. Een andere marktpartij formuleert een aantal opmerkingen met betrekking tot de operationele afwikkeling van Biedingen op het platform. Volgens haar kan de informatieverstrekking tijdens het elektronisch biedproces op een aantal punten worden verbeterd. Uit de toelichting gegeven door PRISMA blijkt dat deze opmerkingen niet zozeer de Algemene voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform betreffen, maar eerder de opmaak van de website en de daarop aangeboden functionaliteiten. Aangezien deze opmerkingen afkomstig zijn van één marktpartij, stelt PRISMA voor om deze te bespreken binnen de samenwerking met EFET, teneinde na te gaan of de gevraagde veranderingen gedragen worden door meerdere marktpartijen. De CREG verwelkomt dit initiatief van PRISMA; de CREG zal de resultaten van deze besprekingen met EFET opvolgen binnen het structureel overleg dat op regelmatige tijdstippen plaatsvindt tussen PRISMA en de bij PRISMA betrokken transmissiesysteembeheerders en nationale regulatoren. 33. Verder merkt een marktpartij op dat het nodig is om regels op te nemen in de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform met betrekking tot het proces van wijziging van boekingen in geval van fouten, bv. een fout in de balanceringscode. Deze marktpartij stelt dat een harmonisatie van de regels om wijzigingen van boekingen te beheren zeer welkom zou zijn. Uit overleg is gebleken dat PRISMA van mening is dat, zonder wijziging van de NC CAM, niet kan worden toegelaten dat Bevrachters Biedingen wijzigen nadat de boeking is gebeurd, omdat dit een belangrijke invloed zou hebben op het resultaat van de veiling en het enkel aan een TSO toekomt om een veiling ongeldig te verklaren. PRISMA aanvaardt wel dat Biedingen worden gewijzigd uiterlijk tot op het ogenblik van de start van een veiling. Deze vraag is gekend, doch er bestaat wat betreft deze problematiek vooralsnog geen gezamenlijke visie onder de betrokken nationale regulatoren. Het aanpassen van biedingen tijdens het veilingproces is niet voorzien in de huidige NC CAM. De besprekingen binnen de grensoverschrijdende samenwerking daaromtrent worden verdergezet. De CREG is derhalve van mening dat het voorbarig is om te besluiten tot de gevraagde aanpassing van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform. 34. De overige opmerkingen van marktpartijen komen aan bod in de hiernavolgende artikelsgewijze bespreking. Echter, enkel de artikelen van de Algemene Voorwaarden voor 25/59 het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform waaraan wijzigingen worden aangebracht en/of opmerkingen van marktpartijen worden gemaakt, worden hieronder besproken. IV.1.1 – Algemene bepalingen Algemeen 35. Zoals reeds aangegeven wordt in paragraaf 29 van deze beslissing, worden een aantal bestaande artikelen overgeheveld naar een apart document dat de voorwaarden met betrekking tot het gebruik van TSO-specifieke functionaliteiten bevat (gedefinieerd als: “Toepasselijke Voorwaarden voor TSO’s of ATTs”), zonder de formulering van deze artikelen te veranderen. Het betreft de volgende artikelen: - de toewijzing van een reeds bestaande balanceringsgroep of sub- balanceringsrekening aan een marktgebiedsbeheerder (oud art. 3.3) - registratie bij een zonebeheerder (oud art. 7) - “first come first serve” procedure (oud art. 15, 16 en 17) - conversie van onderbreekbare capaciteit naar vaste capaciteit (oud art. 18) Daarmee wordt tegemoet gekomen aan de vraag van de bij PRISMA betrokken nationale regulatoren en van marktpartijen om duidelijkheidshalve een onderscheid te maken tussen de voorwaarden verbonden aan functionaliteiten die voor alle transmissiesysteembeheerders gelden en de voorwaarden verbonden aan functionaliteiten die specifiek zijn voor bepaalde landen. Deze specifieke functionaliteiten en de daaraan verbonden voorwaarden (=ATTs) vinden geen toepassing op de Belgische interconnectiepunten; de ATTs hebben betrekking op functionaliteiten eigen aan Duitsland, Oostenrijk en Nederland. 36. Verder worden de woorden “nationale wetgeving of regelgeving”/”toepasselijke regelgeving”/”nationale vereisten” in de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform vervangen door de term “Toepasselijke Regelgeving”. De term “Toepasselijke Regelgeving” wordt voortaan gedefinieerd als “alle internationale, Europese of nationale wetten (ongeacht de vorm: grondwet, richtlijn, verordening, wet, reglement, wettelijk instrument of beslissing) rechtstreeks van toepassing op een entiteit met rechten of verplichtingen volgens deze AV’s, en die bepalen hoe haar rechten volgens deze AV’s kunnen worden uitgevoerd of hoe haar verplichtingen volgens deze AV’s kunnen worden ingelost”. 26/59 Deze definitie komt de duidelijkheid ten goede dankzij de uniformisering van de verschillende begrippen die bedoeld zijn om naar dwingende wetgeving te verwijzen en is derhalve aanvaardbaar. Artikel 2 – Toepassingsgebied 37. In artikel 2.2 wordt bepaald dat elke afwijkende en/of aanvullende bepaling bezorgd door de Bevrachter met betrekking tot het toepassingsgebied van de Algemene Voorwaarden, zoals bijvoorbeeld de Bevrachters algemene voorwaarden, worden verworpen. De bedoeling is te stellen dat de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform voorrang hebben op de voorwaarden van de Bevrachter met betrekking tot hetzelfde voorwerp. De formulering wordt door PRISMA thans licht aangepast om aan te geven dat ook strijdige bepalingen worden beoogd en niet alleen de algemene voorwaarden van de Bevrachter, doch ook diens bijzondere voorwaarden (waarbij bovendien gepreciseerd wordt dat “contractuele” voorwaarden worden bedoeld). Deze kleine aanpassingen wijzigen op zich niets aan de reeds bestaande voorrangsbepaling. Zij strekken ertoe de formulering aan te passen zodat zij haar doel niet voorbijschiet en zijn aanvaardbaar. Deze kleine wijzigingen werden echter niet correct vertaald naar het Nederlands. De CREG vraagt dan ook om in artikel 2.2 van Appendix 1 van bijlage B bij het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer de woorden “en/of bijzondere of algemene contractuele voorwaarden van de Bevrachters” te vervangen door “en/of bijkomende bepaling bezorgd door de Bevrachters” en de woorden “maar niet beperkt tot de speciale of contractuele algemene voorwaarden van de Bevrachter” door “maar niet beperkt tot de bijzondere of algemene contractuele voorwaarden van de Bevrachter”. Artikel 3 – PRISMA Capaciteitsplatform 38. Wat betreft de overheveling van artikel 3.3 naar de ATTs verwijst de CREG naar wat uiteengezet wordt in paragrafen 29 en 35 van deze beslissing. 39. In het oude artikel 3.4 (dat nu artikel 3.3 wordt) worden de woorden “in toepassing van” vervangen door “in overeenstemming met”. Dit is een loutere redactionele aanpassing die geen problemen stelt. 40. Een nieuw punt 4 wordt aan artikel 3 toegevoegd: “Het is Bevrachters en Platformgebruikers niet toegelaten om via PRISMA transacties van Financiële Instrumenten 27/59 uit te voeren en in dat geval kan elke Bieding worden verworpen of kan elke actie overeenkomstig Art. 25 worden ondernomen”. Deze bepaling bevat met andere woorden een verbod voor de Bevrachters om op het PRISMA Capaciteitsplatform financiële instrumenten, bedoeld in artikel 4.1

(17)van de MiFID-Richtlijn14, te verhandelen. PRISMA heeft ten aanzien van de betrokken nationale regulatoren toegelicht dat de achterliggende reden voor de invoering van dit verbod erin bestaat de mogelijkheid dat PRISMA zou worden beschouwd als een financiële markt en zodoende tevens zal worden gereguleerd door de Europese financiële wetgeving (wat niet de bedoeling was van de grondleggers van de NC CAM), te beperken. 41. Een marktpartij stelt dat hij akkoord gaat met het doel van de tekst teneinde te vermijden dat contracten verhandeld op PRISMA beschouwd zouden worden als afgeleide financiële instrumenten. Volgens deze markpartij is het echter betwistbaar of PRISMA in de positie is om contractuele regelingen tussen tegenpartijen die bv. capaciteit verhandelen via de secundaire marktfaciliteit, te reguleren. Deze marktpartij suggereerde dat PRISMA beter een verklaring zou verstrekken dat het geen multilaterale handelsfaciliteit in de zin van MiFID is. PRISMA licht toe dat de kwalificatie als multilaterale handelsfaciliteit als bedoeld in MiFID enkel afhangt van de contracten die worden verhandeld en een verklaring van PRISMA in die zin juridisch gezien niet terzake dienend is. 42. De CREG stelt vast dat geen enkele marktpartij bezwaren heeft geformuleerd met betrekking tot het doel dat met dit verbod wordt nagestreefd. De bij PRISMA betrokken nationale regulatoren hebben er bij PRISMA op aangedrongen om de juridische robuustheid van deze bepaling te (laten) evalueren. Klaarblijkelijk is uit deze evaluatie gebleken dat de thans voorgestelde bewoordingen van artikel 3.4 de juridisch meest robuuste formulering uitmaakt. De CREG stelt vast dat de schending van dit verbod voor de Bevrachter ernstige gevolgen kan hebben, aangezien PRISMA niet alleen elke Bieding kan verwerpen, maar in dat geval ook gerechtigd is om de Bevrachter onmiddellijk te deactiveren van het platform totdat PRISMA bepaalt dat de voorwaarden om capaciteiten te onderschrijven terug voldaan zijn 14 Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad; 28/59 en/of dat het aannemelijk is dat de Bevrachter terug zal voldoen aan het Gebruikscontract (zie artikel 25.1.
  1. c)en 25.3 van de Algemene Voorwaarden). Uit overleg is gebleken dat PRISMA de Bevrachters door middel van deze sanctiemaatregelen duidelijk wil wijzen op het belang dat zij acht aan de naleving van het verbod op het verhandelen van financiële instrumenten bedoeld in de MiFID-Richtlijn, aangezien het de goede werking van het platform in het gedrang brengt voor alle andere Bevrachters. Onder de voornoemde MiFID-Richtlijn worden de volgende energiecontracten beschouwd als financiële instrumenten (Bijlage I, Afdeling C, punt 6): “Opties, futures, swaps en andere derivatencontracten die betrekking hebben op grondstoffen en alleen kunnen worden afgewikkeld door middel van materiële levering, mits zij worden verhandeld op een gereglementeerde markt en/of een MTF”. Het risico op transacties in financiële instrumenten lijkt uitsluitend te bestaan op PRISMA “secundair” aangezien op PRISMA “primair” enkel capaciteit door de transmissiesysteembeheerders wordt aangeboden. De vraag kan bijgevolg worden gesteld of een redelijke uitoefening van het recht op deactivering (schorsing) niet veronderstelt dat de deactivering beperkt blijft tot de toegang tot PRISMA “secundair”. De CREG stelt vast dat marktpartijen hierbij geen opmerkingen hebben gemaakt, maar maakt voorbehoud om deze aangelegenheid verder te evalueren, in overleg met PRISMA en de bij PRISMA betrokken transmissiesysteembeheerders en nationale regulatoren, en hierop desgevallend terug te komen, in het bijzonder wanneer uit de toepassing van dit recht door PRISMA zou blijken dat de niet-naleving door de Bevrachter van dit verbod gevolgen heeft voor diens toegang tot primaire capaciteit en zulks niet kan worden gerechtvaardigd (zie o.m. ook paragraaf 86 van deze beslissing). Artikel 4 – Gebruikscontract voor het PRISMA Capaciteitsplatform In artikel 4.1 worden de woorden “als zijn Platformgebruiker(s)” toegevoegd om 43. duidelijk te maken dat ook de Platformgebruikers die namens een Bevrachter optreden op het PRISMA Capaciteitsplatform moeten zijn goedgekeurd door de TSO. De goedkeuring gebeurt uiteraard overeenkomstig de algemene voorwaarden van de transmissiesysteembeheerders overeenkomstig internationale, Europese en nationale direct toepasselijke wetgeving (cf. artikel 6 van de Algemene Voorwaarden). Wat betreft Fluxys Belgium gaat het over de toepassing van het standaard aardgasvervoerscontract en het toegangsreglement voor aardgasvervoer, goedgekeurd door 29/59 de CREG. Er kunnen geen andere voorwaarden aan de toegang van de Bevrachter (en zijn vertegenwoordigers) tot het net worden gesteld dan met toepassing van de wet en de voorwaarden goedgekeurd door de CREG. Artikel 5 – Registratie op het PRISMA Capaciteitsplatform 44. De lijst van de door de Bevrachter te bezorgen informatie aan PRISMA wordt vervolledigd met het huisnummer (bovenop de straatnaam) van de zetel van het bedrijf en de aanspreektitel van de Platformgebruiker. Deze kleine wijzigingen stellen geen problemen voor de CREG. 45. In artikel 5.3 worden de woorden “(
  2. ii)het privacybeleid van de PRISMA-website” toegevoegd. Dit privacybeleid geldt aldus PRISMA voor elke gebruiker van de website. Een marktpartij merkte op dat dit begrip “privacybeleid van PRISMA” nergens gedefinieerd wordt, noch in het glossarium van definities, noch in de downloadsectie van de PRISMA-website. Het hier bedoelde privacybeleid is terug te vinden onder “Privacy policy” via de volgende link op de startpagina van de website van PRISMA: https://platform.prisma-capacity.eu/footer/privacy.xhtml?conversationContext=1. 46. Verder wordt in artikel 5.3 het woord “inhoud” vervangen door “integraal onderdeel”. Ook het Glossarium van definities en de Toepasselijke Voorwaarden voor TSO’s (of ATTs), maken deel uit van de Algemene Voorwaarden (oftewel “AV’s”), zoals zal blijken uit de definitie van de term “AV’s” (zie paragraaf 97 van deze beslissing). De term “Toepasselijke Voorwaarden voor TSO’s of ATTs” wordt eveneens gedefinieerd in het Glossarium van definities (zie ook paragraaf 35 van deze beslissing). 47. In artikel 5.4 worden in de tweede zin de woorden “voor bevestiging” toegevoegd teneinde te preciseren dat de relevante transmissiesysteembeheerder de informatie van de Platformgebruiker, aan deze TSO doorgezonden door PRISMA, dient te bevestigen. Een derde zin wordt toegevoegd teneinde te bepalen dat de Bevrachter succesvol geregistreerd is van zodra de TSO op zijn beurt de bevestiging van PRISMA ontvangt dat deze laatste de bevestiging van de TSO goed heeft ontvangen. Deze aanpassingen stellen inhoudelijk geen problemen voor de CREG. 30/59 Artikel 6 – Goedkeuring van de Bevrachter door de TSO 48. In artikel 6.1 wordt de bepaling die erop neerkomt dat de TSO, indien dit in overeenstemming is met nationale wetgeving of regelgeving, een aparte goedkeuring kan voorzien voor de Bevrachter voor het gebruik van de primaire resp. secundaire-marktfunctionaliteiten, geherformuleerd zonder aan de inhoud te raken. Er wordt ook volledigheidshalve toegevoegd dat een reeds gegeven goedkeuring door de TSO opnieuw geschorst of teruggetrokken kan worden, weliswaar in overeenstemming met de algemene voorwaarden van de TSO (zijnde de “TSO TTCs”, cf. definitie in Glossarium van definities). De nationale regulatoren betrokken bij PRISMA hebben echter aangedrongen op een duidelijkere formulering van de derde zin (ten aanzien van deze opgenomen in het document onderworpen aan marktraadpleging). De thans voorgestelde formulering is aanvaardbaar voor de CREG. 49. De bepaling in artikel 6.3 met betrekking tot het verifiëren van de kredietwaardigheid, indien een dergelijke controle wordt gevraagd door de TSO, wordt aangepast teneinde aan te geven dat de daartoe vereiste documenten niet steeds via PRISMA zullen worden verkregen maar dat het ook mogelijk is dat zij rechtstreeks door de betrokken TSO aan de Bevrachter worden bezorgd. De CREG heeft hierbij geen bezwaren. Artikel 7 (oud) – Registratie bij een zonebeheerder 50. Wat betreft de overheveling van artikel 7 naar de ATTs (cf. Glossarium van definities) verwijst de CREG naar wat uiteengezet wordt in paragrafen 29 en 35 van deze beslissing. Artikel 7 (oud artikel 8) – Wijzigingen van de stamgegevens van het profiel van de Bevrachter 51. Artikel 7.3 wordt aangepast teneinde te bepalen dat de verplichtingen tot het updaten van gegevens, die voortvloeien uit dit artikel, de Bevrachter niet ontslaan van meldingen die moeten gebeuren op basis van de algemene voorwaarden van de TSOs (“TSO TTCs”). Deze bepaling komt de duidelijkheid ten goede en is om die reden aanvaardbaar. 31/59 Artikel 8 (oud artikel 9) – Deactivering van Platformgebruikers door de Bevrachter 52. Artikel 8.1 stelt dat de Bevrachter gerechtigd is om de accounts van zijn Platformgebruikers te deactiveren. Thans wordt toegevoegd dat PRISMA, wanneer de Bevrachter al zijn Platformgebruikers heeft gedeactiveerd, gerechtigd is om de account van deze Bevrachter te deactiveren. Een marktspeler merkt op dat deze nieuwe bepaling een tegenstrijdigheid bevat in het licht van artikel 22.3 waarin bepaald wordt dat bij deactivering van de laatste Platformgebruiker door de Bevrachter, het Gebruikscontract als opgezegd wordt beschouwd. Deze marktspeler suggereert om te voorzien dat de account van de Bevrachter slechts kan worden gedeactiveerd na raadpleging van de Bevrachter. PRISMA argumenteert dat ze daarin geen tegenstrijdigheid leest. De deactivering van de laatste Platformgebruiker van een Bevrachter zal resulteren in zowel:
  3. a)de deactivering van de account (art. 8) en
  4. b)de beëindiging van het Gebruikscontract (art. 22.3), waarbij een Bevrachter zonder een Platformgebruiker niet langer bekwaam is om te handelen op het platform en een voorafgaand overleg met de Bevrachter in dat geval geen effect zal hebben. Hoewel een betere formulering van deze bepalingen wellicht mogelijk is, kunnen beide bepalingen volgens de CREG worden samen gelezen op een manier dat zij onderling verenigbaar zijn. PRISMA zal de account van de Bevrachter redelijkerwijze moeten deactiveren, wil zij zich kunnen beroepen op de opzegging van de overeenkomst bedoeld in artikel 22.3. Het gaat hier bovendien over de deactivering door de Bevrachter van zijn Platformgebruikers; indien de Bevrachter actief wil blijven op het platform dient hij er eenvoudigweg voor te zorgen dat hij minstens de account van één Platformgebruiker behoudt. IV.1.2 – Specifieke bepalingen met betrekking tot de boeking van primaire capaciteit Artikel 10 (oud artikel 11) – Algemene regels en beginselen voor veilingen 32/59 53. Dit artikel beschrijft de algemene regels en beginselen van toepassing op de veilingen en werd op een paar plaatsen aangepast. 54. In artikel 10.2 worden de woorden “onverminderd artikel 12 paragraaf1” toegevoegd. Deze toevoeging is bedoeld om aan te geven dat beide artikelen samen moeten worden gelezen. Bevrachters kunnen met andere woorden meerdere Capaciteitsbiedingen per biedingsronde indienen (artikel 10.2), maar het recht om Biedingen in te dienen in geval van een uniforme prijsveiling is beperkt tot tien (artikel 12.1). Deze toevoeging komt de duidelijkheid ten goede. 55. Verder worden de termen “nationale wetgeving of regelgeving” vervangen door de woorden “Toepasselijke Regelgeving” in artikel 10.3 en 10.4 (zie paragraaf 36 van deze beslissing). Met betrekking tot artikel 10.3 suggereerde een marktpartij een alternatieve formulering voor de eerste zin, waarin expliciet zou worden gemaakt dat de daarin bedoelde mededeling gebeurt door PRISMA aan de Bevrachter. PRISMA licht toe dat de mededeling inzake afwijkingen van de minimum hoeveelheid voor Capaciteitsbiedingen door de TSO dient te gebeuren, reden waarom zij de initiële bewoordingen van artikel 10.3, eerste zin, heeft behouden. 56. De interne verwijzingen naar andere artikelen worden aangepast, teneinde rekening te houden met de gewijzigde nummering van de artikelen. 57. In artikel 10.7 tenslotte wordt de zin “Na het afsluiten van veilingen voor de volgende dag, wordt elke bieder tijdig via email door PRISMA op de hoogte gebracht van alle veilingen waarin hij die dag zonder succes heeft deelgenomen” vervangen door “Na het afsluiten van veilingen voor de volgende dag en indien dit wordt gevraagd, wordt een bieder tijdig via email door PRISMA op de hoogte gebracht van alle veilingen waarin hij die dag zonder succes heeft deelgenomen”. Deze wijziging heeft tot gevolg dat de bieder slechts automatisch na het sluiten van de day ahead-veiling wordt geïnformeerd over de veilingen waaraan hij onsuccesvol heeft deelgenomen, indien hij dit vraagt. Een marktpartij maakte de opmerking dat hij de vorige procedure verkoos. PRISMA licht toe dat elke Bevrachter voor zichzelf kan kiezen om de mededeling van dergelijke informatie te activeren in zijn instellingen op “My PRISMA”. Indien marktpartijen dergelijke informatie wensen te blijven ontvangen, vergt dit in de praktijk derhalve maar een kleine interventie vanwege de Bevrachter. 33/59 58. De CREG heeft geen bezwaren bij de voornoemde wijzigingen en is van mening dat de opmerkingen van de marktpartijen voldoende in rekening worden genomen. Artikel 11 (oud artikel 12) – Oplopende-klok-veilingen 59. In artikel 11.12 worden de woorden “de algemene voorwaarden van de TSO of in de netwerk code van de TSO” vervangen door “de TSO TTCs”. Deze laatste term wordt immers aldus gedefinieerd in het Glossarium van definities (zie paragraaf 97 van deze beslissing). Artikel 12 (oud artikel 13) – Eenvormige-prijs-veiling 60. Artikel 12.3 wordt aangepast om aan te geven dat de prijs van een Bieding steeds wordt uitgedrukt in een aangegeven coupure (bijvoorbeeld eurocent) van de Basismunteenheid. Deze formulering houdt een verbetering in ten opzichte van de wat vage bestaande formulering die luidt als volgt: “De prijs van een Bieding kan uitgedrukt worden in eurocent per capaciteitseenheid die gepubliceerd is op www.prisma-capacity.eu”. 61. De term “reserveringsprijs” wordt vervangen in artikel 12.3 en 12.7 door “Reserve Prijs” gelet op de definitie van dit begrip in het Glossarium van definities (zie paragraaf 97 van deze beslissing). De woorden “afhankelijk van nationale vereisten” in artikel 12.8 worden vervangen door “Overeenkomstig de Toepasselijke Regelgeving”, gelet op de invoeging van het begrip “Toepasselijke Regelgeving” in het Glossarium van definities (zie paragraaf 97 van deze beslissing). Artikelen 15 tot 18 (oud) 62. Wat betreft de overheveling van de artikelen 15 tot 18 naar de ATTs, verwijst de CREG naar wat uiteengezet wordt in paragrafen 29 en 35 van deze beslissing. Geen van deze artikelen is van toepassing op Bevrachters actief op de Belgische interconnectiepunten. Artikel 14 (oud artikel 19) – Teruggave van capaciteit 63. In artikel 14.1 worden de woorden “via de gebruikersinterfacefunctionaliteit” toegevoegd om aan te geven dat de Bevrachter de mogelijkheid heeft om een verzoek tot 34/59 teruggave van capaciteit in te dienen via de functionaliteit die daartoe is ontwikkeld op het PRISMA-platform. Het betreft hier de teruggave van capaciteit als bedoeld in punt 2.2.4 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/200915. Op vraag van de bij PRISMA betrokken nationale regulatoren wordt daaraan toegevoegd dat PRISMA het tijdstip van ontvangst van het ingediende verzoek tot teruggave zal registeren en dit onverwijld zal doorsturen naar de TSO. Aangezien de TSO’s, waaronder Fluxys Belgium, de verzoeken tot teruggave moeten behandelen volgens tijdstip van ontvangst, is het van groot belang dat het tijdstip van ontvangst duidelijk wordt geregistreerd (cf. artikel 4.1.1
(4)van bijlage E van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer in verband met congestiebeleid). 64. De bepaling met betrekking tot Tijdelijk Opgeschorte Bevrachters, tot op heden vervat in artikel 29.4, wordt thans gedeeltelijk ondergebracht in artikel 14.2 en artikel 15 (zie ook paragraaf 69 van deze beslissing). In artikel 14.2 wordt de bepaling hernomen dat Tijdelijk Opgeschorte Bevrachters capaciteit mogen teruggeven. De woorden “binnen de beperkingen van artikel 15” werden daarbij weggelaten gelet op de terechte opmerking van een marktpartij dat het verband tussen teruggave van capaciteit enerzijds en artikel 15 met betrekking tot de secundaire-markt-functionaliteiten anderzijds onduidelijk was. Onder “Tijdelijk Opgeschorte Bevrachter” wordt begrepen een Bevrachter die door één of meerdere TSO’s tijdelijk weerhouden wordt van het boeken of kopen van capaciteit. In dat geval is PRISMA gerechtigd om de Bevrachter en zijn Platformgebruiker(
  1. s)tijdelijk te schorsen van het platform met toepassing van artikel 25.1.
  2. a)wat betreft de betrokken TSO’s, omdat de initiële voorwaarde voor toegang tot het platform niet langer vervuld is. IV.1.3 – Specifieke bepalingen betreffende de secundaire markt 65. Deel C betreft de bepalingen met betrekking tot de secundaire-markt- functionaliteiten die op het PRISMA-platform worden aangeboden sedert 1 januari 2014. Artikel 15 (oud artikel 20) – Secundairemarktfunctionaliteit 66. In artikel 15.2 worden de woorden “beide Bevrachters, Aanbiedende en Vragende Bevrachter” vervangen door “zowel de Aanbiedende als de Vragende Bevrachter”. Dit betreft een louter redactionele wijziging. 15 Zie voetnoot 7; 35/59 67. Om capaciteit onderling te kunnen verhandelen, dienen de betrokken Bevrachters succesvol te zijn geregistreerd bij de betrokken TSO’s. De Bevrachters dienen daartoe de informatie bedoeld in artikel 5 aan PRISMA te bezorgen (artikel 15.3). In artikel 15.3 wordt thans volledigheidshalve ook een verwijzing naar artikel 6 toegevoegd, waarin gesteld wordt dat een goedkeuring door de TSO vereist kan zijn voor de toegang tot de secundaire-marktfunctionaliteit op het PRISMA Capaciteitsplatform overeenkomstig nationale wetgeving. 68. Een nieuw punt 4 wordt aan artikel 15 toegevoegd: “Indien vereist door de Toepasselijke Regelgeving zal de prijs voor transacties van capaciteitsrechten (volledige overdracht of overdracht van gebruik) – anoniem- worden gepubliceerd overeenkomstig Deel C”. Een aantal marktpartijen stellen onder meer verrast te zijn door de bepaling onderworpen aan marktraadpleging, nl. dat een TSO gerechtigd kan zijn om de prijs te publiceren waartegen capaciteitsrechten worden verhandeld via de secundaire marktfaciliteit. Ze stellen de vraag waarom de TSO deze prijs zou moeten publiceren en welke prijs zou kunnen worden gepubliceerd. Zij stellen dat het wenselijk is toe te voegen dat deze informatie anoniem wordt gepubliceerd en dient beperkt te worden tot interconnectiepunten waar meer dan twee Bevrachters actief zijn. Verder stelt een marktpartij de vraag waarom deze bepaling hier wordt hernomen, indien zij toch reeds voortvloeit uit Toepasselijke Regelgeving. PRISMA paste de formulering aan ingevolge de ontvangen opmerkingen die volgens haar de nodige duidelijkheid verschaft. Enkel indien dit vereist is door Toepasselijke Regelgeving zal de prijs van de transacties van capaciteitsrechten op anonieme wijze worden gepubliceerd in overeenstemming met deel C. De bewoordingen van deze bepaling vormen een compromistekst gelet op de verplichtingen inzake openbaarheid die terzake nogal verschillen van lidstaat tot lidstaat. Er is in het voorgestelde artikel 15.4 niet langer expliciet sprake van een publicatie door de TSO (ten opzichte van de bepaling onderworpen aan marktraadpleging), wat met zich meebrengt dat het (ook) kan gaan om publicaties door PRISMA. Van belang is de toepassing die in de praktijk van deze bepaling wordt gemaakt. De CREG merkt op dat met toepassing van artikel 20, §3, van de gedragscode de beheerders de prijzen moeten publiceren van de via het SMP (lees: secundaire marktplatform) verhandelde vervoersdiensten. De achterliggende idee voor een dergelijke publicatieplicht was en is nog steeds om hoarding van capaciteit tegen te gaan door capaciteit tegen dermate hoge prijzen aan te bieden op de secundaire markt dat er geen kopers opdagen en capaciteit onnodig (lang) kan worden bijgehouden. Daarbij mogen de 36/59 beheerders echter de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige informatie niet schenden (artikel 8/5bis van de gaswet). In dit kader wordt in punt 3.1.4 van de bijlage E, Congestiebeheer, van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer van Fluxys Belgium bepaald dat Fluxys Belgium minstens wekelijks en op een geaggregeerd niveau het totale volume en de gemiddelde prijs van de Vervoersdiensten die op de Secundaire Markt worden verhandeld (d.w.z. zowel transacties via het Secundaire Marktplatform als “over-the-counter” overdrachten als bedoeld in Bijlage B) publiceert. In voetnoot wordt bepaald dat deze regel geldt tenzij de vertrouwelijkheid van de informatie op het geaggregeerde niveau niet kan worden gegarandeerd. De publicatie door PRISMA van deze gegevens wordt niet vereist door de hierboven aangehaalde reglementering. In elk geval vraagt de CREG aan Fluxys Belgium om PRISMA te wijzen op deze verplichtingen voor Fluxys Belgium naar Belgisch recht en de voorzichtigheid die geboden is bij publicatie van dergelijke gegevens. Het uitgangspunt moet zijn dat PRISMA desgevallend niet méér informatie over prijzen inzake secundaire transacties publiceert dan Fluxys Belgium heeft publiek gemaakt met toepassing van en binnen de grenzen van de nationale wetgeving. De vereiste van anonimiteit veronderstelt dat de betrokken partijen, zelfs indien zij niet met name genoemd worden, niet identificeerbaar zijn, bv. omdat algemeen geweten is dat slechts een beperkt aantal marktpartijen op bepaalde interconnectiepunten actief zijn. 69. Wat betreft de Tijdelijk Opgeschorte Bevrachters wordt de huidige bepaling van artikel 29.4 hier gedeeltelijk hernomen, nl. dat zij capaciteit kunnen aanbieden door de secundaire functionaliteit te gebruiken (zie ook paragraaf 64 van deze beslissing). De reden hiervoor is dat deze bepaling meer op zijn plaats is in het artikel dat handelt over de secundaire-markt-faciliteit. Artikel 16 (oud artikel 21) – Transactie types: volledige overdracht of overdracht van gebruik 70. Capaciteiten kunnen op twee manieren worden verhandeld op het PRISMA secundair capaciteitsplatform, meer bepaald via een volledige overdracht of een overdracht van gebruik. Dit is wat wordt bepaald in artikel 16.1. In artikel 16.1 wordt de term “nomineren” 37/59 thans vervangen door de meer neutrale term “gebruiken”. Dit betreft een loutere redactionele aanpassing. 71. Artikel 16.2 wordt redactioneel geherformuleerd op vraag van een nationale regulator en een marktpartij en luidt voortaan als volgt: “Onverminderd de vereisten van Art. 16, paragraaf 3, wordt een door de respectieve TSO bevestigde transactie getoond op het PRISMA Capaciteitsplatform.” De term “nationale regelgeving” wordt vervangen door het gedefinieerde begrip 72. “Toepasselijke Regelgeving” in artikel 16.3 en 16.4. De woorden “algemene voorwaarden van de TSO” worden vervangen door het gedefinieerde begrip “TSO TTCs” in dezelfde artikelen. De woorden “bv. bij” worden duidelijkheidshalve vervangen door “met inbegrip van maar niet beperkt tot”. De CREG heeft geen bezwaren bij deze redactionele aanpassingen. Artikel 17 (oud artikel 22) – Beschikbare handelsprocedures 73. PRISMA ondersteunt drie procedures voor de verhandeling van capaciteit tussen Bevrachters: (
  3. i)OTC handel waarbij de Bevrachters bilateraal verhandelen en nadien het resultaat van hun overeenkomst meedelen aan de betrokken TSO’s; (
  4. ii)CFO waarbij een Bevrachter een voorstel tot verhandeling plaatst en vrij kan kiezen uit de tegenvoorstellen van de andere Bevrachters; (iii) FCFS waarbij een Bevrachter een voorstel tot verhandeling plaatst en de tegenvoorstellen van de Bevrachters in chronologische volgorde worden aanvaard. Wat betreft CFO worden de woorden “een voorstel tot verhandeling (Handelsvoorstel)” voor de eenvoud vervangen door de term “Handelsvoorstel”. Een nieuw lid wordt aan dit artikel toegevoegd: “Een bevrachter mag zijn Handelsvoorstel of Handelsantwoord enkel intrekken voordat het eerste overeenstemmende Handelsantwoord werd ontvangen door PRISMA of op een vroegere datum vastgelegd door PRISMA, naar redelijk goeddunken. PRISMA zal Bevrachters regelmatig via het PRISMA Capaciteitsplatform op de hoogte brengen van zulke vastgelegde data.” 38/59 Deze formulering verschilt van deze onderworpen aan marktraadpleging, teneinde rekening te houden met de ontvangen opmerkingen van marktpartijen. Deze opmerkingen hielden suggesties in tot een betere formulering, in het bijzonder wat betreft het uiterste tijdstip voor intrekking van een Handelsvoorstel en de mededeling door PRISMA van de toepasselijke deadlines. De CREG is heeft geen bezwaren bij deze nieuwe bepaling. Artikel 18 (oud artikel 23) – Handelaarslijsten 74. Bevrachters die op het PRISMA secundair capaciteitsplatform capaciteit wensen te verhandelen kunnen gebruik maken van handelaarslijsten. Dit was reeds het geval op Capsquare. De termen “anonieme transactie” in artikel 18.1 worden vervangen door het gedefinieerde begrip “Anonieme Transactie” (zie paragraaf 97 van deze beslissing). In artikel 18.2 worden de woorden “en/of welke Handelaarslijsten worden toegepast” vervangen door “en welke Handelaarslijsten worden toegepast”, wat inhoudt dat de Bevrachter steeds voor elke transactie kan beslissingen of én welke Handelaarslijst wordt gebruikt. Zoals reeds opgemerkt in haar beslissing van 23 januari 201416, zal de CREG de werking van de secundaire markt, die ze wenst te bevorderen, opvolgen en de toepassing van handelaarslijsten evalueren, mede in het licht van artikel 22 van Verordening (EG) nr. 715/200917 dat verplichtingen voor systeembeheerders bevat om de vrije verhandelbaarheid van capaciteitsrechten toe te laten en te faciliteren, en daarover overleg plegen met de andere betrokken nationale regulatoren. IV.1.4 – Andere bepalingen Artikel 19 (nieuw) – Weergave van Alternatieve Munteenheid 16 Beslissing (B) 140123-CDC-1300 van 23 januari 2014 over de door de NV Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van bijlagen A en B en Appendix 1 bij bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, § 72; 17 Zie voetnoot 7; 39/59 75. Een nieuw artikel 19 wordt ingevoegd teneinde de mogelijkheid te bieden aan de Bevrachters, ten minste indien deze functionaliteit door de TSO wordt ondersteund, om Biedingen ook in een andere munt dan in de Basismunteenheid in te dienen. Een marktpartij stelde de vraag of de Bieding in dat geval enkel in de Alternatieve Munteenheid wordt weergegeven. PRISMA licht toe dat, wanneer een Alternatieve Munteenheid door de TSO wordt toegelaten, de Biedingen in beide munteenheden worden weergegeven. Dit blijkt ook duidelijk uit de tekst: “De TSO kan toelaten dat Biedingen die werden ingediend in de Basismunteenheid, ook in een Alternatieve Munteenheid worden weergegeven, ook in het geval van gebundelde veilingen” (eigen onderlijning). Deze bepaling biedt een bijkomende functionaliteit aan de Bevrachters. De CREG verwelkomt dit initiatief. Artikel 20 (oud artikel 24) – Gedrag op het PRISMA Capaciteitsplatform 76. Artikel 20 bevatte reeds een verbod voor Bevrachters en hun Platformgebruikers om veilingen te manipuleren onder meer door meerdere rollen aan te nemen tijdens een veiling. Deze bepaling wordt thans genuanceerd door toe te voegen dat een TSO mogelijks eveneens als Bevrachter kan optreden, indien dit wordt toegestaan door Toepasselijke Regelgeving. PRISMA licht toe dat dit het geval kan zijn voor bv. TSOs die een terugkoopregeling (“buy back scheme”) hebben geïmplementeerd. Hoewel Fluxys Belgium, zelfs wanneer zij in het kader van een terugkoopregeling capaciteit terugkoopt, steeds als TSO blijft handelen (en niet als een Bevrachter), waardoor deze bepaling naar de mening van de CREG weinig pertinent voorkomt, is uit overleg met de andere nationale regulatoren gebleken dat deze bepaling nodig is om rekening te houden met andere nationale wetgevingen. Aangezien de CREG geen bezwaar heeft bij de achterliggende idee bij deze bepaling (in bepaalde gevallen voorzien in de wet kan het een TSO inderdaad toegelaten zijn om capaciteit te kopen, terwijl zijn normale taak is om capaciteit te verkopen), kan ze zich vinden in deze compromistekst. 77. Artikel 20 onderging verder een aantal redactionele aanpassingen (de paragrafen worden genummerd en de term “Netwerkgebruiker” wordt vervangen door “Bevrachter”). Op het einde (artikel 20.3) wordt toegevoegd dat in geval van inbreuken op artikel 20, de artikelen 24 en 25 van toepassing zijn. Deze bepaling lijkt overbodig te zijn, aangezien de artikelen 24 en 25 in het algemeen van toepassing zijn op het Gebruikscontract tussen de Bevrachter en PRISMA, doch stelt geen problemen. 40/59 Artikel 21 (oud artikel 25) – Beschikbaarheid van het PRISMA Capaciteitsplatform 78. Artikel 21 onderging de volgende wijzigingen:
  5. a)in artikel 21.1 wordt “beschikbaarheid” vervangen door “uptime” en “inclusief” door ”en”,
  6. b)in artikel 21.2 wordt “zo’n mogelijke onbeschikbaarheid” vervangen door “zo’n onbeschikbaarheid”,
  7. c)in artikel 21 worden de interne verwijzingen naar andere artikelen aangevuld en geactualiseerd. Een marktpartij stelt de vraag op welk moment de huidige status van de technologie wordt beoordeeld, aangezien dit een dynamisch gegeven is. PRISMA licht toe dat dit inderdaad een dynamische term is en wordt beoordeeld op het moment dat het platform wordt gebruikt, wat de CREG redelijk voorkomt. Tevens wordt door twee marktpartijen gevraagd of er een back-up/fall back systeem kan worden voorzien in geval van onvoorziene technische storingen van het PRISMA-platform, in het bijzonder in het kader van Day Ahead-veilingen (de dag voordien) en toekomstige Within Day-veilingen (binnen de dag). PRISMA licht toe dat fallback-oplossingen onderworpen zijn aan nationale regelgeving en de implementatie ervan door de respectieve TSO’s en dat het om die reden niet mogelijk is om alternatieve oplossingen op het PRISMA platform aan te bieden. Naar aanleiding van een eerdere opmerking van een representatieve organisatie in dit verband heeft Fluxys Belgium ten aanzien van de CREG verklaard dat PRISMA dit als een belangrijk aandachtspunt beschouwt, waarbij wordt bekeken of de risico’s voor het uitvallen van het systeem om technische redenen verder kunnen worden beperkt. Immers, zonder gemeenschappelijk platform is het volgens de bij PRISMA betrokken TSO’s moeilijk om oplossingen te bieden die in overeenstemming zijn met de NC CAM. De CREG heeft Fluxys Belgium in haar beslissing van 23 januari 201418 gevraagd de mogelijke verbeteringen inzake technische beschikbaarheid van het PRISMA platform en de impact van eventuele platformonderbrekingen op reeds ingediende Handelsvoorstellen, systemen en procedures te onderzoeken in samenwerking met de andere bij PRISMA betrokken transmissiesysteembeheerders en haar daarover te informeren. De CREG zal hierop 18 Beslissing (B)140123-CDC-1300 van 23 januari 2014 over ‘de door de NV Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van bijlagen A en B en Appendix 1 bij bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer’, §111; 41/59 terugkomen tijdens het structureel overleg dat op regelmatige tijdstippen plaatsvindt met PRISMA en de betrokken transmissiesysteembeheerders en nationale regulatoren. Artikel 22 (oud artikel 26) – Contractduur, opzeg door de Bevrachter 79. In artikel 22 worden de interne verwijzingen naar andere artikelen geactualiseerd ingevolge de nieuwe nummering van artikelen. Met betrekking tot artikel 22.3, laatste zin, stelt een marktpartij een alternatieve formulering voor (zonder te motiveren dat de huidige bepaling problemen zou stellen), nl. dat capaciteit geboekt voor de opzegging van het Gebruikscontract geldig blijft en kan worden gebruikt zelfs na opzegging. Aangezien deze bepaling niets toevoegt ten aanzien van de huidige bepaling, die inhoudt dat capaciteitsboekingen die plaatsvonden voor opzegging van het Gebruikscontract onaangeroerd blijven door de opzeg, heeft PRISMA de bestaande bepaling behouden. 80. In artikel 22.4 wordt de term “onmiddellijk” geschrapt ingevolge een opmerking van een marktpartij en vervangen door “zonder onnodig verwijl, maar in elk geval binnen de veertien
(14)kalenderdagen”. Het was inderdaad weinig consistent te bepalen dat de Toegangssleutel bij beëindiging van het Gebruikscontract van het Platform “onmiddellijk” moet worden terugbezorgd, maar niet later dan binnen de 14 dagen. Deze bepaling is zodoende ook in overeenstemming met artikel 8.2 dat een gelijkaardige bepaling bevat. Deze wijziging komt de duidelijkheid en coherentie van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform ten goede en is om die reden aanvaardbaar. Artikel 23 (oud artikel 27) – Bescherming van PRISMA’s veiligheidssysteem
  1. De manier van interne nummering van dit artikel wordt aangepast zonder wijziging van de inhoud. De CREG heeft hiertegen geen bezwaar. Artikel 24 (oud artikel 28) – Deactivering van Platformgebruikers door PRISMA
  2. In artikel 28.1 worden de woorden “een redelijke actie, maatregel of instructie van PRISMA onder dit Gebruikscontract tegenwerkt” toegevoegd. Daardoor zal PRISMA gerechtigd zijn om een Platformgebruiker te deactiveren indien er bewijs of een basis tot aanname bestaat dat deze laatste een redelijke actie, maatregel of instructie van PRISMA onder het Gebruikscontract niet nakomt. 42/59 De CREG is van mening dat deze bepaling ruime rechten aan PRISMA toekent, niettegenstaande de term “redelijke” werd toegevoegd vóór de woorden “actie, maatregel of instructie” ingevolge haar opmerking hieromtrent. De markpartijen hebben bij deze nieuwe bepaling geen bezwaren geuit, tenzij met betrekking tot de reeds bestaande term “basis tot aanname” in artikel 24.
  3. Een marktpartij acht de woorden “basis tot aanname” zeer ambigu en stelt voor deze te schrappen, omdat een basis tot aanname veronderstelt dat er bewijs voorhanden is.
  4. De deactivering van een Platformgebruiker houdt echter niet de deactivering van de Bevrachter in, tenzij de Bevrachter slechts vertegenwoordigd zou zijn door één Platformgebruiker. De Bevrachter kan weliswaar zoveel Platformgebruikers registreren op het platform als hij wil. De deactivering van een Bevrachter wordt geregeld in artikel 25 van de Algemene Voorwaarden van het PRISMA Capaciteitsplatform. De CREG heeft PRISMA reeds herhaaldelijk gewezen op de regulatoire context en de belangrijke verantwoordelijkheid die gepaard gaat met het deactiveren van Bevrachters op het platform omdat een deactivering van de Bevrachter meteen ook betekent dat de Bevrachter de toegang tot capaciteit op de interconnectiepunten wordt ontzegd. De CREG heeft belangrijke wijzigingen van artikel 25 met betrekking tot de deactivering van een Bevrachter bewerkstelligd in het voordeel van en ter bescherming van de Bevrachter (zie paragraaf 87 van deze beslissing). Met betrekking tot de door een marktpartij bekritiseerde woorden “basis tot aanname” licht PRISMA toe dat indien zij verplicht zou zijn uitsluitend op basis van harde bewijzen over te gaan tot deactivering van een Platformgebruiker, het wellicht te laat kan zijn om schade te verhinderen. Rekening houdend met wat voorafgaat, in het bijzonder met de bekomen wijzigingen van de tekst van artikel 25, en het feit dat de Bevrachter meerdere Platformgebruikers kan aanduiden onder de voorwaarden van de artikelen 5 en 6 van de Algemene Voorwaarden, kan de CREG de voorgestelde wijziging van artikel 24 aanvaarden. Indien er zich echter in de praktijk daadwerkelijk problemen zouden voordoen met deze bepaling, bv. omdat een Platformgebruiker zonder redelijke rechtvaardiging wordt gedeactiveerd, houdt de CREG zich weliswaar het recht voor om hierop terug te komen. De CREG vraagt aan Fluxys Belgium om haar in te lichten wanneer PRISMA gebruik maakt van dit deactiveringsrecht ten aanzien van een Platformgebruiker actief op Belgische interconnectiepunten.
  5. De laatste zin van artikel 24.1 wordt redactioneel geherformuleerd rekening houdend met een vraag tot verduidelijking van een marktpartij. Het was voor deze marktpartij 43/59 immers niet duidelijk waarop de term “goedgekeurd” in de laatste zin betrekking had. Deze zin luidt voortaan als volgt: “PRISMA zal de Platformgebruiker, de Bevrachter en ook de TSO die de Bevrachter hebben goedgekeurd overeenkomstig Artikel 6 onmiddellijk verwittigen zonder onnodig verwijl”. Het is thans duidelijk dat de in artikel 6 bedoelde goedkeuring door de TSO wordt bedoeld. De woorden “without undue delay” werden op vraag van de CREG voortaan vertaald door “zonder onnodig verwijl” in plaats van door “onmiddellijk” (d.i. de initiële vertaling), wat een correctere vertaling inhoudt. Artikel 25 - Deactivering van een Bevrachter door PRISMA (oud artikel 29)
  6. Met toepassing van artikel 29.1 (thans artikel 25.1) is PRISMA op heden slechts in twee gevallen gerechtigd de Bevrachter en zijn Platformgebruikers onmiddellijk te deactiveren (= schorsen) voor de desbetreffende TSO’s, nl. 1) in geval van deactivering of intrekking van de goedkeuring van de betrokken TSO’s die de Bevrachter reeds hadden goedgekeurd en 2) in dringende gevallen, wanneer de Bevrachter het goed functioneren van het PRISMA Capaciteitsplatform in gevaar brengt of in geval van gelijk welk gedrag dat aanzien kan worden als een aanval op het PRISMA Capaciteitsplatform. In alle andere gevallen van niet-naleving van het Gebruikscontract, kan PRISMA slechts overgaan tot deactivering van de Bevrachter nadat zij de procedure bedoeld in artikel 29.2 (thans artikel 25.2) heeft gevolgd.
  7. Met toepassing van artikel 15/7 van de gaswet kunnen de beheerders de toegang tot het vervoersnet enkel geldig weigeren indien 1° het net niet over de nodige capaciteit beschikt om het vervoer te verzekeren, 2° de toegang tot het net de goede uitvoering van een openbare dienstverplichting door de betrokken vervoeronderneming zou verhinderen en 3° de toegang tot het net voor de betrokken vervoersonderneming economische en financiële moeilijkheden meebrengt of zou meebrengen wegens “take-or-pay” verbintenissen die zij in het kader van een of meer gasaankoopcontracten heeft aanvaard overeenkomstig de in artikel 15/7, §3, van de gaswet vastgelegde procedure. Bovendien moet de weigering met redenen omkleed zijn. De CREG heeft steeds gesteld dat uit artikel 15/7 van de gaswet voortvloeit dat de beheerder enkel in de drie gevallen, limitatief opgesomd in artikel 15/7 van de gaswet, zelf (t.t.z. eenzijdig, zonder voorafgaande rechterlijke machtiging) kan overgaan tot het beëindigen van zijn contractuele relatie met een Bevrachter aangezien dit de facto neerkomt op een (al dan niet tijdelijke) weigering van de toegang tot het vervoersnet door de beheerder. Daarbij is zij steeds van mening geweest dat: 44/59 - de gemeenrechtelijke regel dat contracten van onbepaalde duur steeds eenzijdig kunnen opgezegd worden met eerbiediging van een redelijke opzeggingstermijn/vergoeding opgeheven wordt door de lex specialisregel van openbare orde vervat in artikel 15/7 van de gaswet. - wat betreft de ontbinding van een overeenkomst overeenkomstig het gemeen recht, de ontbinding van een contract voor een ernstige of zwaarwichtige wanprestatie krachtens artikel 1184 van het Burgerlijk wetboek in principe voor de rechter gevorderd dient te worden. De CREG heeft steeds gesteld dat de beheerder, wanneer hij in een concrete situatie meent dat de toegang om andere redenen dan een gebrek aan capaciteit of het verhinderen van de goede uitvoering van een openbare dienstverplichting, zou moeten beëindigd worden, hij een voorafgaande rechterlijke machtiging dient te krijgen voor de beëindiging van het contract. Het komt dan aan de rechter toe om in concreto en op tegenspraak te beoordelen of de door de beheerder opgeworpen redenen voldoende zwaarwichtig zijn om over te gaan tot een weigering van toegang. In haar beslissing van 11 april 201319 heeft de CREG met betrekking tot het deactiveren van een Bevrachter op het PRISMA veilingplatform onder meer uiteengezet dat: 19 Beslissing (B)130411-CDC-1242 van 11 april 2013 over ‘de door de N.V. Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van het Standaard Aardgasvervoerscontract, de bijlagen A en B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma’; 45/59 - de bepalingen met betrekking tot de toegang tot het PRISMA veilingplatform onrechtstreeks ook de toegang tot capaciteit, dus de toegang tot het net betreffen, - de toegang tot het net onderworpen is aan de bepalingen van de gaswet, i.h.b. artikel 15/7 van de gaswet, - hoewel zij van oordeel blijft dat een voorafgaand beroep op een rechter de meeste waarborgen inhoudt voor de Bevrachter en zij het niet wenselijk acht op dit standpunt terug te komen in een nationale context, zij deze schorsingsregeling in de context van grensoverschrijdende samenwerking kon aanvaarden, - de voorziene schorsingsprocedure zeer analoog is aan de regels die van toepassing zijn op het CASC veilingplatform in de elektriciteitssector, - de onmiddellijke schorsing van een Bevrachter op het veilingplatform slechts aanvaardbaar is indien hij niet langer aan de initiële voorwaarden om deel te nemen aan de veilingen voldoet (hij verliest zijn goedkeuring door de TSO) en indien hij werkelijk een bedreiging vormt voor de goede werking van de veilingen, aangezien een dergelijk incident veroorzaakt door een Bevrachter de toegang tot het net van alle andere Bevrachters in het gedrang zou brengen, - de voorziene procedure van artikel 29.2 (nu artikel 25.2) een belangrijk aantal waarborgen ter bescherming van de Bevrachters bevat, waaronder het recht om gehoord te worden binnen een redelijke termijn, het recht om de situatie recht te zetten binnen een redelijke termijn teneinde de schorsing te vermijden, de plicht voor PRISMA om een eventuele schorsing te motiveren en de mededeling van beslissingen aan de betrokken nationale regulator (zie paragraaf 40 van de beslissing van 11 april 2013).
  8. In de aangepaste versie van artikel 25.1 (oud artikel 29.1), onderworpen aan de marktraadpleging in juni 2014, werd het voornoemde recht voor PRISMA tot onmiddellijke schorsing van de Bevrachter uitgebreid met twee nieuwe gevallen, nl. het niet-naleven door de Bevrachter van acties, maatregelen of instructies van PRISMA en het niet-naleven door de Bevrachter van het verbod inzake handel in financiële instrumenten bedoeld in artikel 3.
  9. De CREG achtte de door PRISMA voorgestelde toevoeging inzake het niet-naleven door de Bevrachter van acties, maatregelen of instructies van PRISMA onaanvaardbaar omdat daardoor al te ruime rechten worden toegekend aan PRISMA om een Bevrachter met onmiddellijke ingang de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur te ontzeggen. Zij heeft dit aan PRISMA en de andere bij PRISMA betrokken nationale regulatoren meegedeeld waarbij zij opnieuw de principes inzake het recht op toegang tot het vervoersnet (cf. paragrafen 7, 8 en 86 van deze beslissing) in herinnering bracht. Ook een marktpartij 46/59 uitte een gelijkaardige kritiek met betrekking tot de voorgestelde toevoeging. Deze marktpartij stelde dat dit recht tot deactivering zeer ruim en om die reden onredelijk was; de niet nageleefde acties of maatregelen dienen volgens deze marktpartij cruciaal te zijn in het licht van het doel van het contract. Ingevolge deze opmerkingen en na overleg met PRISMA werden de woorden “indien een Bevrachter een redelijke actie, maatregel of instructie onder het Gebruikscontract niet opvolgt of erkent” geschrapt. In plaats daarvan werden de woorden “of een manipulatie van veilingen als bedoeld in artikel 20” toegevoegd in het bestaande artikel 25.1.b. De thans voorgestelde bewoordingen van het gewijzigde artikel 25.1 stroken met de achterliggende bedoeling van PRISMA die snel wenst te kunnen optreden, niet alleen in geval van een aanval op het platform, maar ook in geval van manipulatie van veilingen. Het verbod om een aanslag te plegen op het platform en op manipulatie van veilingen zijn beide voorzien in artikel 20 van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform. Deze nieuwe formulering van artikel 25.1.b dekt met andere woorden de lading en maakt het voor de Bevrachter duidelijk welke overtredingen aanleiding kunnen geven tot het (onmiddellijk doch tijdelijk) verlies van toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur. Zoals het geval is bij een aanslag op het platform, kan ook in geval van manipulatie van veilingen worden geargumenteerd dat de Bevrachter een bedreiging vormt voor de goede werking van de veilingen, aangezien een dergelijk incident veroorzaakt door een Bevrachter de toegang tot het net van alle andere Bevrachters in het gedrang brengt/kan brengen (zie paragraaf 86 van deze beslissing). Wat betreft een mogelijke deactivering van de Bevrachter wegens het niet-naleven door de Bevrachter van het verbod inzake handel in financiële instrumenten bedoeld in artikel 3.4 van de Algemene Voorwaarden, verwijst de CREG naar wat uiteengezet wordt in paragraaf 42 van deze beslissing.
  10. Een marktpartij stelt dat het onredelijk is een Bevrachter te deactiveren vooraleer hij daarvan bij brief of fax wordt verwittigd. In de gevallen van onmiddellijke deactivering gaat het weliswaar om zeer ernstige inbreuken, waarbij het redelijk voorkomt dat PRISMA onmiddellijk wenst te kunnen optreden om de toegang van de andere Bevrachters tot het platform (en tot capaciteit) te vrijwaren. De CREG vraagt Fluxys Belgium om de CREG onverwijld in te lichten wanneer PRISMA gebruik maakt van het in artikel 25 bedoelde deactiveringsrecht ten aanzien van een Bevrachter actief op Belgische interconnectiepunten en elke weigering van toegang tot het net te motiveren. De CREG herhaalt tenslotte dat zij van oordeel blijft dat een voorafgaand 47/59 beroep op een rechter de meeste waarborgen inhoudt voor de Bevrachter en zij het niet wenselijk acht op dit standpunt terug te komen in een nationale context.
  11. De procedure vervat in artikel 29.2 wordt voorafgegaan door een inleidende zin, nl. “PRISMA mag een Bevrachter en de respectievelijke Platformgebruikers ook deactiveren in het volgende geval:”. In artikel 29.3 wordt het woord “heeft vastgesteld” vervangen door “bepaalt”. De CREG heeft geen bezwaar tegen deze aanpassingen. Een marktpartij suggereert een alternatieve formulering voor artikel 25.3, waarbij de deactivering van de Bevrachter ongedaan wordt gemaakt wanneer er bewijs bestaat dat de Bevrachter het Gebruikscontract opnieuw zal naleven. Aangezien de huidige bepaling in het voordeel is van de Bevrachters (geen bewijs maar slechts een basis tot aanname is vereist) heeft PRISMA de formulering behouden. Verder stelt een marktpartij de vraag of met de term “deze communicatie” in de laatste zin van artikel 25.2.d) de communicatie van de deactivering wordt bedoeld. PRISMA heeft bevestigd dat dit het geval is. De term “deze” vóór “communicatie” verwijst inderdaad logischerwijze naar de communicatie waarvan sprake is in de vorige zin, d.i. de communicatie over de deactivering.
  12. Artikel 25.4 met betrekking tot de rechten van Tijdelijk Opgeschorte Bevrachters, d.w.z. Bevrachters die door één of meerdere TSO’s tijdelijk weerhouden worden van het boeken of kopen van capaciteit (zie Glossarium van definities), wordt verplaatst naar de artikelen 14 en 15 (zie paragrafen 64 en 69 van deze beslissing). Artikel 26 (oud artikel 30) – Beëindiging van het Gebruikscontract
  13. In artikel 26.2 worden de woorden “nationale wetgeving of regelgeving” vervangen door het gedefinieerde begrip “Toepasselijke Regelgeving”, wat de duidelijkheid ten goede komt. Een marktpartij suggereert om de woorden “voorzover toegestaan door de Toepasselijke Regelgeving” in artikel 26.2, eerste gedachtestreepje, te vervangen door “In overeenstemming met …”. PRISMA ziet hierin geen toegevoegde waarde. Een marktpartij stelt dat de bepaling dat PRISMA zich het recht voorbehoudt om de werking van het PRISMA Capaciteitsplatform op ieder moment stop te zetten behoudens een opzegperiode van minstens drie maanden tot het einde van de maand, verwarrend is 48/59 aangezien de einddatum wordt bepaald door het einde van de opzegperiode. PRISMA stelt dat wanneer de stopzetting van het platform voorzienbaar is, zij de Bevrachters zelfs moet informeren vooraleer zij de opzeggingsbrief met een opzegperiode van drie maanden verstuurt. Aangezien deze bepaling niet het voorwerp van de huidige marktraadpleging vormde, heeft ze de bepaling onveranderd gelaten. De CREG ziet evenmin een must in het doorvoeren van deze door één marktpartij gesuggereerde wijzigingen. De opzegperiode die PRISMA in acht moet nemen bij stopzetting van het platform moet minstens drie maanden bedragen, waarbij deze steeds tot het einde van een maand loopt. Deze formulering lijkt niet voor grote misverstanden vatbaar. Bovendien betreft het hier een hoogst uitzonderlijke situatie waarvan redelijkerwijze te verwachten valt dat de nationale regulatoren hiervan, rekening houdend met het structureel overleg dat op regelmatige tijdstippen plaatsvindt tussen PRISMA en de bij PRISMA betrokken transmissiesysteembeheerders en nationale regulatoren, tijdig op de hoogte zullen zijn. Artikel 29 (oud artikel 31) – Gebruik van gegevens
  14. De interne verwijzing naar artikel 34 wordt geactualiseerd ingevolge de gewijzigde nummering van de artikelen. Artikel 30 (oud artikel 34) – Vertrouwelijkheid
  15. De woorden “vraag van een regelgevend agentschap” in artikel 30.3.c), tweede gedachtestreepje, worden vervangen door “bindende beslissing van een overheid of rechtbank” wat de duidelijkheid ten goede komt, en in artikel 30.1 wordt de interne verwijzing naar artikel 33 geactualiseerd ingevolge de nieuwe nummering van de artikelen.
  16. Een marktpartij stelt dat er een uitzondering op de vertrouwelijkheidsplicht zou moeten bestaan ten aanzien van dienstenverstrekkers van de Bevrachter in de mate dat de bekendmaking van vertrouwelijke gegevens nodig is in het kader van de uitvoering van de door hen gecontracteerde diensten. PRISMA licht toe dat dit reeds mogelijk is met het schriftelijk akkoord van PRISMA. Een algemene uitzondering voorzien op de vertrouwelijkheidsplicht dreigt een belangrijk risico in te houden voor de vertrouwelijkheid, gelet op het feit dat tal van dienstenverstrekkers betrokken kunnen zijn bij de werkzaamheden van een Bevrachter. Anderzijds mag een partij zijn toestemming niet 49/59 redelijkerwijze onthouden. De CREG kan akkoord gaan dat de huidige bepaling wordt behouden, maar houdt zich het recht voor hierop terug te komen indien er zich in de praktijk daadwerkelijk problemen met deze bepaling zouden voordoen.
  17. Een andere marktpartij stelt voor om de woorden “bindende beslissing van een overheid of rechtbank” te vervangen door “wettelijk bindende vereiste”. PRISMA zag hierin geen toegevoegde waarde en behield de voornoemde uitdrukking. Een marktpartij suggereert om gewag te maken in artikel 30 van de “disclosing party” in plaats van de “affected parties”. PRISMA ziet hiervan evenmin de toegevoegde waarde in. De CREG kan zich vinden in deze beoordeling door PRISMA, aangezien zij evenmin overtuigd is van de meerwaarde van de gesuggereerde redactionele aanpassingen. Artikel 31 (oud artikel 35) - Aanpassingen aan dit Gebruikscontract
  18. In artikel 31.2 worden de woorden “toepasselijke wet- en regelgeving” vervangen door “Toepasselijke Regelgeving” wat de duidelijkheid ten goede komt, en in artikel 31.3 wordt de interne verwijzing naar artikel 26 geactualiseerd ingevolge de nieuwe nummering van de artikelen. IV.1.5 – Glossarium van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform
  19. De hiernavolgende definities zijn nieuw of worden gewijzigd. - het begrip “Algemene Voorwaarden of AV’s”: in deze definitie wordt toegevoegd: “Het Glossarium en de ATTs maken integraal deel uit van de Algemene Voorwaarden”; - de term “Alternatieve Munteenheid”: “een andere dan de Basismunteenheid die door een TSO wordt aanvaard om een Bevrachter of Platformgebruiker in staat te stellen Biedingen weer te geven in deze munteenheid en in de Basismunteenheid tijdens een veiling”; - de term “Anonieme Transactie”: “Dit betekent (i) in verband met alle niet-OTC tradingprocedures dat een capaciteitstransactie anoniem wordt gehouden tot die is afgesloten, en (ii) indien ondersteund door de relevante TSO en enkel in het geval van capaciteitstoewijzingen met nulwaarde, dat de transactie volledig anoniem blijft gedurende het hele contractueel proces”; 50/59 - de term “Banker’s Rounding”: “De waarde wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde even nummer na de komma, bijvoorbeeld: - >=5 wordt naar boven toe afgerond (bv. 2,55 wordt 2,6) - <5 wordt naar beneden toe afgerond (bv. 2,42 wordt 2,4)”; - de term “Basismunteenheid”: “De munteenheid waarin de TSO zijn capaciteitsen vervoersdiensten aanrekent, overeenkomstig de Toepasselijke Regelgeving of de TSO TTCs”; - de term “Bevrachter” wordt geherdefinieerd als volgt: “de huidige of potentiële netgebruiker van een TSO, en eventueel een TSO die handelt als netgebruiker om zijn functies met betrekking tot het vervoer uit te oefenen overeenkomstig de Toepasselijke Regelgeving”; - de term “Bieding”: “betekent het indienen van een aanvraag voor capaciteit overeenkomstig de Toepasselijke Regelgeving en de TSO TTCs om een boeking van primaire capaciteit te verkrijgen”; - de term “Capaciteitsbieding”: kleine redactionele aanpassingen worden aangebracht, eveneens om rekening te houden met een opmerking van een marktpartij; - de term “Financieel Instrument”: “Een instrument in de betekenis van sectie C van Bijlage 1, waarnaar wordt verwezen in art 4.1
(17)van Richtlijn 2004/39/EC van het Europees Parlement en van de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten (MiFID), zoals geïmplementeerd door om het even welke nationale wet (ongeacht de vorm: grondwet, richtlijn, verordening, wet, reglement, wettelijk instrument of beslissing) en om het even welke Europese of nationale wet die er een aanvulling of wijziging van is”; - de term “Gereguleerd Capaciteitstarief”: deze definitie wordt aangevuld met een derde alternatieve betekenis, nl. “een Reserve Prijs vastgesteld door de nationale reguleringsinstantie”; - de term “OTC”: de definitie wordt aangevuld als volgt: “Over The Counterprocedure, zoals verder beschreven in Artikel 17(i)”; - de term “Referentiewisselkoers”: “de wisselkoers tussen de Basismunteenheid en een Alternatieve Munteenheid, bepaald door PRISMA overeenkomstig Artikel 19
(3)”; 51/59 - de term “Reserve Prijs”: “de verkiesbare bodemprijs in de veiling, zoals bepaald overeenkomstig de respectieve Toepasselijke Regelgeving”; - de term “Toepasselijke Regelgeving”: “alle internationale, Europese of nationale wetten (ongeacht de vorm: grondwet, richtlijn, verordening, wet, reglement, wettelijk instrument of beslissing) rechtstreeks van toepassing op een entiteit met rechten of verplichtingen volgens deze AV’s, en die bepalen hoe haar rechten volgens deze AV’s kunnen worden uitgevoerd of hoe haar verplichtingen volgens deze AV’s kunnen worden ingelost”; - de term “Toepasselijke Voorwaarden voor TSO’s of ATTs”: “De TSO-specifieke bijkomende voorwaarden, toegevoegd aan deze AV’s, die TSO-specifieke vereisten weerspiegelen (bv. de verplichte vereisten volgens de Toepasselijke Regelgeving of de industriële praktijken in de jurisdictie van de TSO voor een relevante Bieding en een relevant capaciteitstoewijzingsproces) en die integraal deel uitmaken van de AV’s”; - de term “TSO TTCs”: “De algemene voorwaarden toegepast door een TSO voor de capaciteitstoewijzing en het vervoer van gas overeenkomstig de Toepasselijke Regelgeving”.
  1. Deze wijzigingen van het Glossarium zijn bedoeld om de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform te verduidelijken alsmede om de definities af te stemmen op de uitbreiding van het toepassingsgebied van de Algemene Voorwaarden tot de alternatieve-munt-functionaliteit en het verbod op transacties in financiële instrumenten en zijn derhalve aanvaardbaar. IV.2 – Onderzoek van de wijzigingen van bijlagen A, B en C3 van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer wat betreft de gaskwaliteitsconversiediensten
  2. Tenzij anders vermeld, is de hiernavolgende analyse opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende delen, bijlagen, hoofdstukken en titels van het voorstel.
  3. Indien het geval zich voordoet dat verschillende elementen van het voorstel betrekking hebben op een overkoepelend onderwerp, dan behoudt de CREG zich het recht voor deze elementen gezamenlijk te bespreken, in plaats van punt per punt. Waar nodig 52/59 houdt de CREG rekening met het bijzonder karakter van de voorgestelde wijzigingen en geeft zij puntsgewijze commentaar. IV.2.1 – Bijlage A: Vervoersmodel
  4. Behalve een aanpassing van de definitielijst wordt het dienstenaanbod voor de kwaliteitsconversiediensten Kwaliteitsconversiedienst aangepast enerzijds en door het invoeren de “Base Load” van en de de “Peak Load” “Seasonal Load” Kwaliteitsconversiediensten anderzijds. De CREG stelt vast dat de dienstverlening voor netgebruikers wordt uitgebreid. Zij gaat daarom akkoord met de voorgestelde aanpassingen. IV.2.2 – Bijlage B: Onderschrijving en toewijzing van Diensten
  5. De CREG merkt op dat sectie 4.6.1 Kwaliteitsconversie H->L een beschrijving geeft van de aangeboden kwaliteitsconversiediensten en inhoudelijk bijgevolg thuis hoort in Bijlage A. De CREG vraagt Fluxys Belgium rekening te houden met deze opmerking en deze bij de eerstvolgende aanpassing van het toegangsreglement mee op te nemen in de lijst met aanpassingen.
  6. Het invoeren van de diensten “Base Load” en “Seasonal Load” laat toe het volume van gaskwaliteitsconversiediensten H->L dat aan de netgebruikers gedurende het volledige gasjaar aangeboden wordt, te verhogen en dit onafhankelijk van de temperatuur. Een bijkomend voordeel voor de netgebruikers is dat er voor beide diensten enkel een vaste vergoeding gevraagd wordt. Uit de marktraadpleging blijkt dat de netgebruikers de uitbreiding van de dienstverlening voor kwaliteitsconversie positief onthalen. De nieuwe “Peak Load” kwaliteitsconversiedienst komt ter vervanging van de bestaande dienst en omvat zowel een vaste als een onderbreekbare component. De dienst

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.