Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)141009-CDC-1296 over de “aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia System Operator betreffende het algemene model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de transportbetrouwbaarheidsmarge; methode van toepassing op de Belgische grenzen voor dagcapaciteiten” genomen met toepassing van artikel 15.2 van Verordening (EG) nr. 714/2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1228/2003, van artikel 23, §2, 38° van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de artikelen 176, §2 en 180, §2, van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe 9 oktober 2014 INHOUDSOPGAVE I. WETTELIJK KADER .................................................................................................... 5 I.1 Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 13 juli 2009 houdende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG ......................................................................... 5 I.2 Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van verordening (EG) Nr. 1228/2003 .......................................................................................................... 6 I.3 Richtsnoeren voor congestiebeheer en toewijzing van beschikbare overdrachtcapaciteit op interconnecties tussen nationale systemen ........................ 7 I.4 De elektriciteitswet ..................................................................................................13 I.5 Het technisch reglement .........................................................................................14 II. Antecedenten ..............................................................................................................17 III. Beoordeling van de voorgestelde methode .................................................................25 III.1 Discriminatie ...........................................................................................................25 III.2 Doeltreffend gebruik van het transportnet ...............................................................26 III.3 Geen toewijzing gebaseerd op de markt .................................................................28 III.4 Publicatie van het algemene plan voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de betrouwbaarheidsmarge ...............................................29 III.5 Totale invoer en onderlinge afhankelijkheid van grenzen ........................................30 III.6 Berekening « intraday » capaciteit ..........................................................................32 IV. BESLISSING ...............................................................................................................34 2/36 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op basis van artikel 15, §2 van Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad (hierna "de Verordening") van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit, van artikel 23, §2, 38° van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: de elektriciteitswet) en van artikelen 176, §2 en 180, §2 van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het technisch reglement), het voorstel van de NV Elia System Operator (hierna "Elia") betreffende het algemeen model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de transportbetrouwbaarheidsmarge; methode van toepassing op de Belgische grenzen voor dagcapaciteiten (hierna "voorstel van Elia"). Artikel 23, §2, 38° van de elektriciteitswet bepaalt dat de CREG de volgende taak heeft: « keurt het algemeen plan goed voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en van de betrouwbaarheidsmarge van de transmissie vanuit elektrische en fysische kenmerken van het net dat gepubliceerd wordt door de netbeheerder met toepassing van artikel 8, § 1, derde lid, 11°» Artikel 176, §2 van het technisch reglement bepaalt dat de door de netbeheerder toegepaste methodes voor de evaluatie van de overdrachtcapaciteit worden gepubliceerd en ter kennis van de CREG gebracht. Artikel 180, §2 van het technisch reglement bepaalt dat de methoden voor congestiebeheer en de veiligheidsregels door de netbeheerder voor goedkeuring ter kennis worden gebracht aan de CREG. Artikel 15, §2 van de Verordening bepaalt dat de door de transmissienetbeheerders gehanteerde veiligheids-, operationele en planningsnormen worden openbaar gemaakt. De gepubliceerde informatie omvat een algemeen model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de transportbetrouwbaarheidsmarge, een en ander gebaseerd op de elektrische en fysieke eigenschappen van het net. Dergelijke modellen moeten door de regulerende instanties worden goedgekeurd. Het voorstel betreffende het algemeen model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de transportbetrouwbaarheidsmarge, dat aan de Belgische grenzen 3/36 van toepassing is voor dagcapaciteiten, werd door Elia ter kennis gebracht bij brief ontvangen op 24 oktober 2013. Onderhavige beslissing steunt grotendeels op dezelfde argumentatie als deze van beslissing (B) 101026-CDC-997 van de CREG van 26 oktober 2010. Deze beslissing is opgesplitst in vier delen. Het eerste deel is gewijd aan het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de beslissing toegelicht. Het derde deel gaat over de beoordeling van de voorgestelde berekeningsmethode. Het vierde deel ten slotte bevat de eigenlijke beslissing. Een kopie van het voorstel van Elia betreffende het algemeen model voor de totale overdrachtcapaciteit en de transportbetrouwbaarheidsmarge van de jaar- en maandcapaciteiten wordt als bijlage bij deze beslissing gevoegd. Op 9 oktober 2014 keurde het Directiecomité van de CREG onderhavige beslissing goed. 4/36 I. WETTELIJK KADER I.1 Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 13 juli 2009 houdende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG 1. Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 houdende de gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 2003/54/EG (hierna "richtlijn 2009/72/EG") legt in haar artikel 12.
- f)een algemene verplichting op volgens dewelke de netbeheerder de niet-discriminatie tussen gebruikers of categorieën van gebruikers van het net, meer bepaald ten gunste van zijn gelieerde maatschappijen, moet waarborgen. Richtlijn 2009/72/EG benadrukt in het bijzonder het principe van de niet-discriminerende toegang tot het transmissiesysteem in artikel 32.1, dat bepaalt dat de Lidstaten erop dienen toe te zien dat voor alle in aanmerking komende afnemers een systeem voor toegang van derden tot de transmissie- en distributienetten wordt ingevoerd. Dit systeem, gebaseerd op bekendgemaakte tarieven, moet objectief worden toegepast, zonder onderscheid te maken tussen systeemgebruikers. Artikel 32.2 van richtlijn 2009/72/EG bepaalt onder meer dat de transmissienetbeheerder de toegang kan weigeren wanneer hij niet over de nodige capaciteit beschikt. 2. Artikel 37.6.
- c)van richtlijn 2009/72/EG heeft betrekking op de taken en bevoegdheden van de regulerende instanties en bepaalt dat ze bevoegd zijn voor de vaststelling of de voldoende ruim aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. 3. Artikel 37.9 van richtlijn 2009/72/EG bepaalt dat de regulerende instanties het congestiebeheer van de nationale elektriciteitssystemen, inclusief interconnectoren, en de uitvoering van de regels inzake congestiebeheer transmissiesysteembeheerders of monitoren en dat hiertoe de marktdeelnemers hun congestiebeheersprocedures, inclusief de toewijzing van capaciteit, aan de nationale regulerende instanties ter 5/36 goedkeuring voorleggen. De nationale regulerende instanties mogen verzoeken om wijzigingen in deze procedures. 4. Artikel 37. 10. bepaalt het volgende: « De regulerende instanties zijn bevoegd om zo nodig van de transmissie- en distributiesysteembeheerders te verlangen dat zij de voorwaarden wijzigen, met inbegrip van de in dit artikel bedoelde tarieven of methoden, om ervoor te zorgen dat deze evenredig zijn en op niet-discriminerende wijze worden toegepast. » 5. Artikel 38.2.
- c)van richtlijn 2009/72/EG bepaalt dat de regulerende instanties ten minste samenwerken op regionaal niveau om de ontwikkeling van de regels inzake congestiebeheer te coördineren. I.2 Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van verordening (EG) Nr. 1228/2003 6. De CREG herinnert eraan dat, krachtens de bepalingen van artikel 249 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, de Verordening een algemene draagwijdte heeft, in al zijn elementen bindend is en rechtstreeks van toepassing is in iedere Lidstaat. 7. Artikel 15.2 bepaalt dat « de door de transmissiesysteembeheerders gehanteerde veiligheids-, operationele en planningsnormen worden openbaar gemaakt. Dit omvat tevens een algemeen model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de transmissiebetrouwbaarheidsmarge, een en ander gebaseerd op de elektrische en fysieke eigenschappen van het netwerk. Dergelijke modellen moeten door de regulerende instanties worden goedgekeurd ». 8. Artikel 16.1 preciseert dat de congestieproblemen van het netwerk worden aangepakt met niet-discriminerende, aan de markt gerelateerde oplossingen waarvan voor de marktspelers en de betrokken transmissiesysteembeheerders efficiënte economische signalen uitgaan. Bovendien bepaalt dit artikel dat de netcongestieproblemen bij voorkeur moeten worden opgelost met van transacties losstaande methodes, d.w.z. methodes waarbij geen keuze moet worden gemaakt tussen de contracten van afzonderlijke marktspelers. 6/36 9. Artikel 16.3 bepaalt dat marktspelers de beschikking krijgen over de maximale capaciteit van de interconnecties en/of de maximale capaciteit van de transmissiesystemen waarmee grensoverschrijdende stromen worden verzorgd, in overeenstemming met de voor een bedrijfszekere exploitatie van het netwerk geldende veiligheidsnormen. 10. Artikel 16.4 betreft het tijdschema van de nomineringen en de herverdeling van de ongebruikte capaciteiten. Het bepaalt dat de marktspelers de betrokken transmissiesysteembeheerders voldoende lang vóór de aanvang van de betrokken exploitatieperiode in kennis moeten stellen van hun voornemen om de toegekende capaciteit al dan niet te gebruiken. Eventueel toegewezen capaciteit die niet gaat worden benut, wordt op een open, transparante en niet-discriminerende wijze weer op de markt gebracht. 11. Artikel 16.5 van de Verordening bepaalt dat de transmissiesysteembeheerders, voor zover dit technisch mogelijk is, de behoeften aan capaciteit voor elektriciteitsstromen in tegengestelde richting over de overbelaste koppellijn vereffenen, teneinde de capaciteit van deze lijn maximaal te benutten. I.3 Richtsnoeren voor congestiebeheer en toewijzing van beschikbare overdrachtcapaciteit op interconnecties tussen nationale systemen 12. De bijlage van de Verordening bevat richtsnoeren voor congestiebeheer en toewijzing van beschikbare overdrachtcapaciteit op interconnecties (koppelverbindingen) tussen nationale systemen (hierna "Richtsnoeren"). De bepalingen van deze Richtsnoeren, die relevant zijn voor onderhavige beslissing, worden hierna weergegeven. 1. ALGEMEEN […] 1.6. Bij congestiebeheer wordt geen onderscheid gemaakt op basis van de transactie. Een specifiek verzoek voor een transmissiedienst wordt enkel afgewezen wanneer aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
- a)de extra fysieke elektriciteitsstromen die voortvloeien uit de aanvaarding van dit verzoek hebben tot gevolg dat de veilige exploitatie van het elektriciteitssysteem niet langer kan worden gegarandeerd, en
- b)het met dat verzoek gemoeide bedrag aan geld in de congestiebeheerprocedure is lager dan alle andere voor aanvaarding bedoelde verzoeken om dezelfde dienst en voorwaarden. 7/36 1.7. Bij het definiëren van passende netwerkgebieden waarop en waartussen congestiebeheer van toepassing is, moeten de transmissiesysteembeheerders zich laten leiden door de beginselen van rendabiliteit en minimalisering van de negatieve gevolgen voor de interne markt voor elektriciteit. Met name mogen transmissiesysteembeheerders de interconnectiecapaciteit niet beperken om congestie binnen hun eigen controlegebied op te lossen, behalve om de hierboven vermelde redenen en redenen van operationele veiligheid
(1). Indien een dergelijke situatie zich voordoet, moeten de transmissiesysteembeheerders ze beschrijven en alle systeemgebruikers hiervan op transparante wijze in kennis stellen. Een dergelijke situatie wordt alleen getolereerd zolang geen oplossing op lange termijn is gevonden. De methoden en projecten waarmee zo’n oplossing kan worden bereikt, worden door de transmissiesysteembeheerders beschreven en op transparante wijze aan de systeemgebruikers gepresenteerd. 1.8. Wanneer het netwerk in het controlegebied in evenwicht wordt gebracht via operationele maatregelen in het netwerk en via redispatching, moet de transmissiesysteembeheerder rekening houden met het effect van deze maatregelen op naburige controlegebieden. […] 1.10. De nationale regulerende instanties zullen regelmatig de methoden voor congestiebeheer evalueren, waarbij zij met name aandacht zullen besteden aan de naleving van de beginselen en regels die in deze verordening en deze richtsnoeren zijn vastgelegd en aan de voorwaarden die de regulerende instanties zelf hebben vastgesteld op basis van die beginselen en regels. In het kader van een dergelijke evaluatie moeten alle marktspelers worden geraadpleegd en moeten gerichte studies worden uitgevoerd. 2. METHODEN VOOR CONGESTIEBEHEER 2.1 Methoden voor congestiebeheer moeten op de markt gebaseerd zijn, zodat een efficiënte grensoverschrijdende handel wordt gefaciliteerd. Daarom zal capaciteit alleen worden toegewezen door expliciete (capaciteit) of impliciete (capaciteit en energie) veilingen. Beide methoden mogen worden gebruikt voor een en dezelfde interconnectie. Met betrekking tot intradaghandel is continuhandel mogelijk. […] 2.6. De transmissiesysteembeheerders stellen een passende structuur vast voor de toewijzing van capaciteit tussen verschillende tijdsbestekken. Hierin kan een optie zijn opgenomen om een minimumpercentage aan interconnectiecapaciteit te reserveren voor 8/36 dagelijkse of “intra-day”-toewijzing. Deze toewijzingsstructuur moet worden beoordeeld door de respectieve regulerende instanties. Bij het opstellen van hun voorstellen houden de transmissiesysteembeheerders rekening met:
- a)de kenmerken van de markten;
- b)de exploitatieomstandigheden, zoals de gevolgen van de vereffening van vaste programma’s;
- c)het niveau van harmonisering van de percentages en tijdsbestekken die zijn goedgekeurd voor de verschillende geldende mechanismen voor de toewijzing van capaciteit. 2.7. Bij de toewijzing van capaciteit wordt geen onderscheid gemaakt tussen marktspelers die gebruikmaken van hun recht om bilaterale leveringscontracten te sluiten en zij die een bod te doen op een energiebeurs. De capaciteit wordt toegewezen aan het hoogste bod, ongeacht of het een impliciet of expliciet bod binnen een gegeven tijdsbestek is. […] 3. COÖRDINATIE 3.1. De betrokken transmissiesysteembeheerders coördineren en implementeren de toewijzing van interconnectiecapaciteit aan de hand van gemeenschappelijke toewijzingsprocedures. Wanneer verwacht wordt dat de handel tussen twee landen (transmissiesysteembeheerders) een aanzienlijke invloed zal hebben op de fysieke stroom van elektriciteit in een derde land (transmissiesysteembeheerder), coördineren de betrokken transmissiesysteembeheerders hun congestiebeheermethoden via een gemeenschappelijke congestiebeheerprocedure. De nationale regulerende dat transmissiesysteembeheerders zien erop unilateraal die aanzienlijke wordt opgezet toe geen gevolgen instanties en de congestiebeheerprocedures heeft voor de fysieke elektriciteitsstromen in andere netwerken. 3.2. Uiterlijk op 1 januari 2007 moet tussen landen in de volgende gebieden een gemeenschappelijke gecoördineerde congestiebeheermethode en -procedure voor toewijzing van capaciteit aan de markt worden toegepast, en dit minstens voor de jaar-, maand- en “day-ahead”-toewijzing:
- a)Noord-Europa (Denemarken, Zweden, Finland, Duitsland en Polen);
- b)Noordwest-Europa (Benelux, Duitsland en Frankrijk);
- c)Italië (d.w.z. Italië, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Slovenië en Griekenland);
- d)Centraal Oost-Europa (Duitsland, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Oostenrijk en Slovenië); 9/36
- e)Zuidwest-Europa (Spanje, Portugal en Frankrijk);
- f)Verenigd Koninkrijk, Ierland en Frankrijk;
- g)de Baltische staten (Estland, Letland en Litouwen); In geval van een interconnectie waarbij tot meerdere gebieden behorende landen betrokken zijn mogen andere congestiebeheermethoden worden gebruikt ter verzekering van verenigbaarheid met de methoden die worden toegepast in de andere gebieden waartoe genoemde landen behoren. In dat geval stellen de betreffende transmissiesysteembeheerders de methode voor die ter beoordeling aan de betreffende regulerende instanties zal worden voorgelegd. […] 3.4. In de zeven bovenvermelde gebieden worden verenigbare congestiebeheerprocedures vastgesteld om een volledig geïntegreerde interne markt voor elektriciteit tot stand te brengen. De marktspelers mogen niet worden geconfronteerd met onverenigbare regionale systemen. 3.5. Ter bevordering van eerlijke en doeltreffende mededinging en grensoverschrijdende handel, dient de in punt 3.2 beschreven coördinatie tussen de transmissiesysteembeheerders binnen de gebieden alle stappen te bestrijken, gaande van capaciteitsberekening en optimalisering van toewijzing tot veilige exploitatie van het netwerk, en worden de verantwoordelijkheden duidelijk verdeeld. Deze coördinatie heeft met name betrekking op:
- a)het gebruik van een gemeenschappelijk transmissiemodel dat doeltreffend omspringt met fysieke loop-flows en rekening houdt met de verschillen tussen fysieke en commerciële stromen;
- b)de toewijzing en nominering van capaciteit om doeltreffend om te springen met onderling afhankelijke fysieke loop-flows;
- c)het gelijktrekken van de verplichtingen van capaciteithouders om informatie te verstrekken over het geplande gebruik van de capaciteit, d.w.z. de nominering van capaciteit (voor expliciete veilingen);
- d)identieke tijdsbestekken en sluitingstijden;
- e)identieke structuren voor de toewijzing van capaciteit tussen verschillende tijdsbestekken (bv. één dag, 3 uren, één week, enz.) en in termen van verkochte capaciteitsblokken (hoeveelheid elektriciteit in MW, MWh, enz.);
- f)consequentheid wat het kader voor contracten met marktspelers betreft;
- g)de verificatie van de stromen om te voldoen aan de eisen inzake netwerkbeveiliging voor operationele planning en realtime-exploitatie; 10/36
- h)de verrekening en de uitvoering van maatregelen inzake congestiebeheer. […] 4. TIJDSCHEMA VOOR MARKTOPERATIES 4.1. De toewijzing van de beschikbare transmissiecapaciteit dient voldoende lang van tevoren plaats te vinden. Vóór elke toewijzing maken de betrokken transmissiesysteembeheerders samen de toe te wijzen capaciteit bekend, indien nodig rekening houdend met de capaciteit die vrijkomt uit zekere transmissierechten en, voor zover relevant, de daarmee gepaard gaande vereffende nomineringen; ook het tijdsbestek waarbinnen beperkte of geen capaciteit beschikbaar zal zijn (bijvoorbeeld wegens onderhoud) wordt bekendgemaakt. 4.2. De nominering van transmissierechten dient, met volle aandacht voor de netwerkveiligheid, lang genoeg van tevoren plaats te vinden, en wel vóór de “day-ahead”sessies van alle relevante georganiseerde markten en vóór de bekendmaking van de capaciteit die zal worden toegewezen op basis van het “day-ahead”- of het “intra-day”toewijzingsmechanisme. Om doeltreffend gebruik te maken van de interconnectie, worden nomineringen van transmissierechten in de omgekeerde richting vereffend. […] 5. TRANSPARANTIE 5.1. Transmissiesysteembeheerders publiceren alle relevante gegevens met betrekking tot de beschikbaarheid van het netwerk, de netwerktoegang en het netwerkgebruik, inclusief een verslag waarin wordt nagegaan waar en waarom er sprake is van congestie, welke methoden worden toegepast om de congestie te beheren en welke plannen er bestaan voor congestiebeheer in de toekomst. 5.2. Transmissiesysteembeheerders publiceren een algemene beschrijving van de congestiebeheermethoden die in diverse omstandigheden worden toegepast om zoveel mogelijk capaciteit ter beschikking te stellen van de markt, alsook een algemeen systeem voor de berekening van de interconnectiecapaciteit voor de verschillende tijdsbestekken, gebaseerd op de werkelijke elektrische en fysieke toestand van het netwerk. Een dergelijk systeem moet door de regulerende instanties van de lidstaten worden beoordeeld. […] 5.5. De transmissiesysteembeheerders dienen alle relevante gegevens betreffende grensoverschrijdende handel te publiceren op basis van de best mogelijke voorspelling. De 11/36 betrokken marktspelers verschaffen de transmissiesysteembeheerders de nodige informatie, zodat die aan hun verplichting kunnen voldoen. De wijze waarop deze informatie wordt gepubliceerd, moet ter beoordeling aan de regulerende instanties worden voorgelegd. De transmissiesysteembeheerders moeten minstens de volgende gegevens publiceren:
- a)jaarlijks: informatie over de langetermijnevolutie van de transmissie-infrastructuur en het effect ervan op de grensoverschrijdende transmissiecapaciteit;
- b)maandelijks: maand- en jaarvoorspellingen van de voor de markt beschikbare transmissiecapaciteit, rekening houdend met alle relevante informatie waarover de transmissiesysteembeheerder beschikt op het ogenblik van de berekening van de voorspelling (bv. de gevolgen van zomer en winter op de capaciteit van de lijnen, onderhoud aan het net, beschikbaarheid van productie-eenheden, enz.);
- c)wekelijks: voorspellingen van de voor de markt beschikbare transmissiecapaciteit voor de komende week, rekening houdend met alle informatie waarover de transmissiesysteembeheerder beschikt op het ogenblik van de berekening van de voorspelling, zoals de weersvoorspelling, gepland onderhoud aan het net, beschikbaarheid van productie-eenheden, enz.;
- d)dagelijks: voor de markt beschikbare “day-ahead”- en “intra-day”-transmissiecapaciteit voor elke tijdseenheid van de markt, rekening houdend met alle vereffende “day-ahead”nomineringen, “day-ahead”-productieschema’s, vraagprognoses en gepland onderhoud aan het net;
- e)totale reeds toegewezen capaciteit per tijdseenheid van de markt en alle relevante omstandigheden waarin deze capaciteit kan worden gebruikt (bv. de toewijzingsprijs op de veiling, de verplichtingen inzake de wijze waarop de capaciteit moet worden gebruikt, enz.), teneinde alle resterende capaciteit te identificeren;
- f)de toegewezen capaciteit, zo snel mogelijk na elke toewijzing, en een indicatie van de betaalde prijs;
- g)de totale gebruikte capaciteit, per tijdseenheid van de markt, onmiddellijk na de nominering;
- h)zo dicht mogelijk bij de werkelijke tijd: verzamelde informatie over gerealiseerde commerciële en fysieke stromen, per tijdseenheid van de markt, inclusief een beschrijving van de effecten van eventuele corrigerende maatregelen (zoals beperking) die door de transmissiesysteembeheerders zijn genomen om problemen met het systeem of netwerk op te lossen;
- i)informatie vooraf over geplande uitval en verzamelde informatie achteraf over geplande en niet-geplande uitval die de vorige dag heeft plaatsgevonden in opwekkingseenheden van meer dan 100 MW. […] 12/36 I.4 De elektriciteitswet 13. Artikel 8, § 1, 11° van de wet bepaalt dat de netbeheerder onder meer met de volgende taak wordt belast: het publiceren van normen voor het plannen, uitbaten en de veiligheid die worden aangewend, met inbegrip van een algemeen plan voor de berekening van het totale transfertvermogen en de betrouwbaarheidsmarge van de transmissie op basis van de elektrische en fysische karakteristieken van het net. 14. Artikel 15, § 1 van dezelfde wet bepaalt dat de in aanmerking komende afnemers een recht van toegang tot het transmissienet hebben tegen de tarieven vastgesteld overeenkomstig artikel 12 en dat de netbeheerder de toegang alleen kan weigeren wanneer hij niet over de nodige capaciteit beschikt, of wanneer deze toegang de behoorlijke uitvoering van een openbare dienstverplichting in het algemeen economisch belang ten zijne laste zou verhinderen en voor zover de ontwikkeling van de uitwisselingen niet wordt beïnvloed in een mate die strijdig is met de belangen van de Europese Gemeenschap. De belangen van de Europese Gemeenschap omvatten, onder meer, de mededinging met betrekking tot de in aanmerking komende afnemers overeenkomstig Richtlijn 2009/72/EG en artikel 106 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. 15. Artikel 23, §2, 9° van de wet bepaalt dat de CREG de toepassing van het technisch reglement controleert en de documenten goedkeurt die door dit reglement worden beoogd, met name met betrekking tot de voorwaarden voor de aansluiting en de toegang tot het transmissienet. 16. Artikel 23, §2, 26° bepaalt dat de CREG moet « toezien op de implementering van de regels betreffende de functies en verantwoordelijkheden van de netbeheerder, van de leveranciers, de eindafnemers en de andere marktpartijen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 714/2009 »; 17. Artikel 23, §2, 35° bepaalt dat de CREG, op voorstel van de netbeheerder, de methoden goedkeurt die gebruikt zijn om de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuren mogelijk te maken, met inbegrip van de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. Deze methoden zijn transparant en niet-discriminerend. De commissie publiceert de goedgekeurde methoden op haar website; 13/36 18. Artikel 23, §2, 36° bepaalt dat de CREG moet « toezien op het congestiebeheer van het transmissienet, met inbegrip van de interconnecties, en de invoering van de regels voor het congestiebeheer. De commissie brengt de Algemene Directie Energie hiervan op de hoogte. De netbeheerder dient bij de commissie, ten behoeve van dit punt, zijn ontwerp van regels voor congestiebeheer in, met inbegrip van de toewijzing van capaciteit. De commissie kan hem op een met redenen omklede wijze verzoeken om zijn regels te wijzigen, met inachtneming van de congestieregels die werden vastgelegd door de buurlanden waarvan de interconnectie betrokken is en in samenspraak met het ACER »; 19. Artikel 23, §2, 38° bepaalt dat de CREG het algemeen plan goedkeurt voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en van de betrouwbaarheidsmarge van de transmissie vanuit elektrische en fysische kenmerken van het net dat gepubliceerd wordt door de netbeheerder met toepassing van artikel 8, § 1, derde lid, 11° »; I.5 Het technisch reglement 20. Artikel 176 van het technisch reglement bepaalt: "§1. De netbeheerder bepaalt de methodes die hij toepast tijdens de evaluatie van de transmissiecapaciteit die hij aan de toegangsverantwoordelijken voor hun energie-uitwisseling met de buitenlandse netten ter beschikking kan stellen. §2. De methodes bedoeld in §1 worden door de netbeheerder gepubliceerd overeenkomstig artikel 26 van dit besluit en ter kennis van de commissie gebracht ». 21. Artikel 177 bepaalt: "§1. De methodes, bedoeld in artikel 176, hebben tot doel, een zo groot mogelijke capaciteit van verbindingen ter beschikking te stellen en dit op een transparante en niet-discriminerende wijze, en waarbij de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net worden gewaarborgd. §2. Deze methodes zijn onder meer gebaseerd op de regels en de aanbevelingen die de wisselwerking van de Europese verbindingsnetten en de energie-uitwisselingen tussen de regelzones beheersen. §3. Deze methodes houden zoveel mogelijk rekening met de invloeden van de elektriciteitsstromen die, in voorkomend geval, ontstaan door energie-uitwisselingen tussen de regelzones. §4. Deze methodes houden zoveel mogelijk rekening met de invloeden van de elektriciteitsstromen op de buitenlandse netten die, in voorkomend geval, ontstaan door de energie-uitwisselingen tussen de regelzones en deze netten". 22. Artikel 180, §1 van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder op niet- discriminerende en transparante wijze de methodes voor het beheer van congestie die door hem zijn toegepast, moet bepalen. 14/36 Artikel 180, §2, preciseert dat de methodes voor congestiebeheer, alsook de veiligheidsregels, ter goedkeuring aan de CREG ter kennis gebracht moeten worden en gepubliceerd moeten worden overeenkomstig artikel 26. Overeenkomstig artikel 180, §3, van het technisch reglement moet de netbeheerder er, bij de uitvaardiging en de inwerkingstelling van deze methoden, inzonderheid op toezien om: 1° zoveel mogelijk rekening te houden met de richting van de elektriciteitsstromen en in het bijzonder wanneer de energie-uitwisselingen effectief de congestie doen verminderen; 2° zoveel mogelijk betekenisvolle invloeden te vermijden op de elektriciteitsstromen in andere netten; 3° problemen van congestie op het net op te lossen bij voorkeur met methoden die geen selectie tussen de energie-uitwisselingen van de verschillende toegangsverantwoordelijken inhouden; 4° geschikte economische signalen te geven aan de betrokken netgebruikers. Overeenkomstig artikel 180, §4, van het technisch reglement moeten deze methoden van congestiebeheer onder meer gebaseerd zijn op: 1° veilingen van de beschikbare capaciteit; 2° de coördinatie van de inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de regelzone en/of, middels akkoord met de buitenlandse netbeheerder(s), door de gecoördineerde inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de betrokken buitenlandse regelzone(s). 23. Krachtens artikel 181, §1, van het technische reglement hebben de methodes voor congestiebeheer onder meer als doel om: 1° elke beschikbare capaciteit aan de markt ter beschikking te stellen volgens transparante en niet-discriminerende methoden via, in voorkomend geval, veilingen waarin de capaciteiten kunnen worden verkocht met verschillende duurtijden en met verschillende karakteristieken (bijvoorbeeld wat betreft de verwachte betrouwbaarheid van de betreffende beschikbare capaciteit); 2° de beschikbare capaciteit in een serie verkopen aan te bieden die op een verschillende tijdsbasis gehouden kunnen worden; 3° bij elk van deze veilingen een bepaald gedeelte van de beschikbare capaciteit aan te bieden, met inbegrip van alle overblijvende capaciteiten die niet toegekend werden bij de vorige verkopen; 4° de commercialisering van de aangeboden capaciteit toe te laten. 15/36 Artikel 181, §2, bepaalt dat de methodes voor congestiebeheer, in noodsituaties, een beroep kunnen doen op de onderbreking van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen, overeenkomstig op voorhand vastgestelde prioriteitsregels. Deze prioriteitsregels worden ter kennis gegeven aan de commissie en gepubliceerd overeenkomstig artikel 26 van dit besluit. Paragraaf 3 preciseert dat, voor wat betreft de methodes voor congestiebeheer tussen de regelzones, de netbeheerder overleg dient te plegen met de netbeheerders van de betrokken buitenlandse regelzones. 24. Overeenkomstig artikel 184 van het technisch reglement beogen de methodes van toekenning van capaciteit onder meer: 1° in de mate van het mogelijke elk verschil in behandeling te minimaliseren bij het beheer van een congestie, tussen de verschillende soorten van grensoverschrijdende energieuitwisselingen door fysieke wederkerige overeenkomsten of aanbiedingen op georganiseerde buitenlandse markten; 2° elke ongebruikte capaciteit aan andere marktdeelnemers ter beschikking te stellen; 3° de precieze voorwaarden van de garantiegraad van de aan de marktdeelnemers ter beschikking gestelde capaciteit te bepalen. 16/36 II. Antecedenten 25. In 2001 publiceert ETSO verschillende documenten betreffende de definitie1 en de procedures2 inzake de evaluatie van de grensoverschrijdende overdrachtcapaciteiten die overeenkomen met de ATC-methode (“Available Transmission Capacity” of beschikbare overdrachtcapaciteit). Deze documenten worden vandaag door verschillende TNB’s, zoals ELIA3, nog steeds gebruikt als referentiedocumenten in het kader van een algemene beschrijving van hun methoden voor de berekening van capaciteit. 26. Eind 2005 richtten de Duitse, Belgische, Franse, Luxemburgse en Nederlandse regeringen het Pentalateraal Energieforum op (hierna "PLEF"). Dit forum bestaat uit drie ondersteunende groepen waarvan er één, Ondersteunende groep 1 (hierna "OG1"), belast is met de optimalisering van de beschikbare overdrachtcapaciteit van interconnecties en toewijzingsmechanismen. 27. Op 6 juni 2007 hebben de Ministers van Energie van de Benelux, Frankrijk en Duitsland, alsook de vertegenwoordigers van de netbeheerders, de elektriciteitsbeurzen, de regulatoren en de marktspelers een gemeenschappelijke intentieverklaring ondertekend (“Memorandum of Understanding” of “MoU”)4 inzake de koppeling van de elektriciteitsmarkten en de bevoorradingszekerheid in de CWE-regio. Deze MoU beoogt de invoering van een marktkoppeling gebaseerd op de stromen tussen de vijf landen van de regio, alsook bijkomende stappen op het vlak van bevoorradingszekerheid van elektriciteit. Indien de invoering van een op de stromen gebaseerde oplossing te moeilijk blijkt te zijn, kunnen de partners van het project een minder geavanceerd koppelingsmodel onderzoeken, als een eerste stap in de richting van een oplossing op lange termijn5. 1 ENTSO-E: “Definitions of Transfer Capacities in liberalised Electricity Markets”, april 2001, beschikbaar op: https://www.entsoe.eu/fileadmin/user_upload/_library/ntc/entsoe_transferCapacityDefinitions.pdf 2 ENTSO-E: “Procedures for Cross-border transmission capacity assessments”, oktober 2001, beschikbaar op: https://www.entsoe.eu/fileadmin/user_upload/_library/ntc/entsoe_proceduresCapacityAssessments.pdf 3 http://www.elia.be/en/products-and-services/cross-border-mechanisms/transmission-capacity-atborders/calculation-methods 4 http://www.benelux.int/pdf/pdf_nl/dos/dos14_PentalateralMoUMarketCouplingAndSecurityOfSupply.pdf 5 Memorandum Of Understanding of the Pentalateral Energy Forum on market coupling and security of supply in CWE, p. 7: “flow-based market coupling is the sole acceptable enduring solution, considering the neighbouring regions as stated. Only if a resolution of the associated issues proves to take too long may the parties examine a less sophisticated market coupling as a first step towards the 17/36 28. Op 25 juni 2008 kondigen de partijen die betrokken zijn bij de verwezenlijking van het project inzake de koppeling van de CWE-regio, de invoering van een koppeling aan gebaseerd op een ATC-berekening van de capaciteiten in plaats van een mechanisme gebaseerd op de stromen. De CREG heeft deze eenzijdige ontwikkeling sterk bekritiseerd en heeft op 11 juli 2008 een brief gestuurd naar het “Joint Steering Committee of the CWE market coupling project”. Hierin deelde ze aan het comité mee dat ze sterk twijfelde aan de voorgestelde methode. De CREG meldde in het bijzonder dat, op basis van de inlichtingen waarover zij beschikt, een ATC-berekening discriminerend kan zijn, een negatieve impact zal hebben op de voorgestelde capaciteiten, inzonderheid op de zuidelijke grens, en dat deze methode op het vlak van de behandeling van de loop flows niet verenigbaar is met de richtsnoeren. 29. Op 19 maart 2009 publiceren de Regulatoren en de TNB’s van de regio Centraal- West Europa een gemeenschappelijke mededeling, hierna “gemeenschappelijke mededeling”, ter attentie van Ondersteunende groep 1 van het PLEF6. Deze mededeling heeft onder andere betrekking op een gemeenschappelijk begrip over de tussenoplossing voor de berekening van de capaciteiten die zal worden voorgesteld in het kader van de koppeling, evenals op de door de TNB's voorgestelde gecoördineerde aanpassingsmethode. 30. Op 14 april 2010 publiceert de Commissie haar besluit inzake een procedure voor de toepassing van artikel 102 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en van artikel 54 van de EER-overeenkomst (Zaak nr. 39351 – Zweedse interconnecties)7. Dit besluit heeft betrekking op de beperking van de grensoverschrijdende elektriciteitsoverdrachtcapaciteit, uitgevoerd teneinde de interne congestie te verminderen, en omvat de verbintenis van de Zweedse onderneming Svenska Kraftnät om het Zweedse transmissienet op te splitsen in twee of meer prijsvormingszones en om dit net ten laatste vanaf 1 juli 2011 op basis hiervan uit te baten. 31. Op 24 juni 2010 vraagt de Europese Commissie aan 20 Lidstaten om de regels inzake de interne elektriciteitsmarkt8 onverwijld in te voeren en toe te passen. Wat België betreft, meldt de Europese Commissie dat haar voornaamste bekommernis inzake de Verordening betrekking heeft op het congestiebeheer en het gebrek aan een gecoördineerde 6 http://www.ceer.eu/portal/page/portal/EER_HOME/EER_ACTIVITIES/EER_INITIATIVES/ERI/CentralWest/Meetings1/RCC_meetings/14supthsup%20CW%20RCC/DD/common%20communication%20to%20SG1%2 0050209%20_3_.pdf0050209%20_3_.pdf 7 http://ec.europa.eu/competition/antitrust/cases/dec_docs/39351/39351_1223_2.pdf 8 http://europa.eu/rapid/pressReleasesAction.do?reference=MEMO/10/275&format=HTML&aged=0&language=EN &guiLanguage=fr 18/36 gemeenschappelijke methode. In haar argumentatie volgt de Europese Commissie de CREG met betrekking tot de voorgestelde methodologie van capaciteitsberekening9. 32. Op 7 juli 2010, tijdens de 22e vergadering van de Coördinatiegroep van de regio Centraal-West Europa (hierna "CWE RCC"), heeft de CREG uitgelegd waarom de huidige methoden voor de berekening van de capaciteiten discriminerend waren op het vlak van nationale transacties en grensoverschrijdende uitwisselingen. In de notulen van de vergadering staat dat “de CWE-regulatoren de vermoedelijke discriminatie tussen de interne en de grensoverschrijdende (handels)verrichtingen alsook de nood aan een oplossing op lange termijn erkenden”. Om deze kwestie op te lossen, werd voorgesteld om een studie uit te voeren over de invloed van de grootte van de zones op het sociaal-economische welzijn op het vlak van de CWE-regio. In de notulen van de vergadering wordt ook verduidelijkt dat “de lancering van een dergelijke studie en de algemene erkenning van het feit dat geschikte maatregelen moeten worden gezocht zodat de huidige methoden voor de berekening van de capaciteiten en het congestiebeheer zouden overeenstemmen met de huidige Europese wetgeving, een doorslaggevende factor vormen in de zoektocht naar een oplossing voor deze kwestie.” 33. Op 2 september 2010 ontvangt de CREG ter goedkeuring het voorstel van Elia inzake de implementatie van de marktkoppeling. Dit voorstel omvat onder andere een nieuwe versie van het algemene model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de transportbetrouwbaarheidsmarge, alsook een voorstel van modaliteiten betreffende de bepaling van de dagcapaciteiten als antwoord op de bezorgdheden van de CREG. 34. Op 26 oktober 2010 neemt de CREG beslissing (B) 101026-CDC-997 aan over de “aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia System Operator betreffende het algemeen model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de transportbetrouwbaarheidsmarge en betreffende de methodes voor congestiebeheer voor energie-uitwisselingen met het Franse en het Nederlandse net, zoals vastgelegd in het kader van de marktkoppeling van de Centraal West-Europese regio” (hierna "beslissing 997"). Met deze beslissing wijst de CREG het voorstel van Elia af. De CREG is namelijk van mening dat de voorgestelde methode in strijd is met de artikelen 6.1 en 6.3 van Verordening (EG) nr. 1228/2003 en met de artikelen 1.7, 1.8 en 3.5 van de richtsnoeren. Het document dat Elia heeft voorgelegd, voldoet ook inhoudelijk niet aan artikel 5, tweede lid van Verordening (EG) nr. 1228/2003 en aan artikel 5.2 van de richtsnoeren. Om de andere voordelen in verband 9 Zie onder andere deel 3 van de Richtsnoeren 19/36 met de uitvoering van een marktkoppeling binnen de Centraal West-Europese regio, uitgebreid naar de Scandinavische regio via de ITVC-koppeling, echter niet in het gedrang te brengen, en voor zover de CREG denkt dat de gecoördineerde reductiestrategieën geen negatieve impact op de markt zullen hebben gezien onder meer de verbintenissen van Elia, beslist de CREG om de toepassing van deze berekeningsmethode in het kader van de marktkoppeling toe te staan. 35. Op 15 september 2011 neemt de CREG beslissing (B)110915-CDC-1097 over de « aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia System Operator betreffende het algemeen model voor de berekening van de overdrachtcapaciteit voor jaar en maand en de transportbetrouwbaarheidsmarge en betreffende de methodes voor congestiebeheer voor energie-uitwisselingen met het Franse en het Nederlandse net, zoals vastgelegd in het kader van de Centraal West-Europese regio » (hierna « beslissing 1097 »). Met deze beslissing weigert de CREG om de voorgestelde berekeningsmethode goed te keuren en neemt uitsluitend akte van de toepassing ervan door Elia. Om die weigering te rechtvaardigen, baseert de CREG zich, mutatis mutandis, op dezelfde argumentatie als in beslissing 997 die werd genomen voor de overdrachtcapaciteit op D-1. 36. Tegen deze beslissing 1097 werd door Elia op 14 oktober 2011 beroep aangetekend bij het Hof van beroep van Brussel. In zijn arrest van 12 september 2012 wijst het Hof van beroep echter alle argumenten af die Elia in zijn verzoekschrift aanhaalt. Voor de CREG versterkt dit arrest, om dezelfde redenen, in aanzienlijke mate de argumentatie die het uiteenzet in beslissing 997. 37. Op 8 december 2011 keurt het directiecomité van de CREG studie (F)111208-CDC- 1129 goed over de relatie tussen de fysische en commerciële interconnectiecapaciteit op de Belgische elektriciteitsgrenzen (hierna « studie 1129 »). In deze studie benadrukt de CREG het ontbreken van een statistisch verband tussen de vastgestelde commerciële congesties aan de grenzen van België, in het bijzonder met Nederland, en het gebruiksniveau van het transmissienet. Deze studie bevestigt dat de door Elia toegepaste methode voor de noordelijke grens (België - Nederland) niet de mogelijkheid biedt om de aan de marktspelers geboden capaciteiten te maximaliseren. 38. In het najaar van 2012 vat de CREG gesprekken aan met de Nederlandse regulator NMa (nu Autoriteit Consument & Markt, ACM), om Elia en TenneT - de Nederlandse netbeheerder - aan te sporen om voor de berekeningsmethode een betere oplossing te vinden. 20/36 39. Op 10 oktober 2012 organiseert Elia voor de CREG een eerste werkvergadering waarop het de methoden en instrumenten voor de berekening van de grensoverschrijdende capaciteiten uiteenzet. Op 5 en 9 november 2012 nemen Elia en de CREG deel aan nieuwe bilaterale vergaderingen waarop de verschillende fasen van het proces ter sprake komen, en dan vooral de kwestie van de kringstromen (loop flows). Tijdens deze vergaderingen maakt de CREG aan Elia duidelijk dat een voorafgaande arbitraire beperking van de bilaterale capaciteit op de noordgrens in strijd is met de elektriciteitswet en Verordening 714/2009, dat een verhoging van deze capaciteit een positieve impact zou hebben op de invoer- en uitvoercapaciteit, en dat er voor een permanente arbitraire voorziening van 1000 tot 1200 MW voor de loop flows geen enkele economische rechtvaardiging bestaat. Tijdens deze vergaderingen heeft de CREG aan Elia gevraagd om een aanvaardbare definitie van loop flows te leveren die dicht bij de fysieke realiteit ligt. 40. Tijdens de laatste bilaterale vergadering tussen Elia en de CREG van 14 november 2012 deelt Elia aan de CREG onder meer mee dat het van plan is om over te gaan tot een stapsgewijze verhoging van de maximale bilaterale capaciteiten op D-1, aangeboden op de grens met Nederland, om te komen tot een maximum van 1501 MW voor de dagmarkt, verhoogd met een eventuele toekenning van nog eens 200 MW voor de intradaymarkt. De modaliteiten van deze capaciteitsverhogingen worden toegelicht in een schrijven van 30 november 2012 dat Elia richt aan de CREG. 41. Op 17 december 2012 wordt een vergadering georganiseerd tussen Elia, TenneT en de Nederlandse regulator NMa en de CREG. Er wordt van gedachten gewisseld over de noodzaak van de invoering van een verbeterde methode op de grens met Nederland, over de kwestie van de loop flows, over het seizoensgebonden karakter van de capaciteit en over eventuele beperkingen van invoercapaciteit ter wille van de stabiliteit. Op deze vergadering kunnen de regulatoren ook hun visie geven op het beheer van de interconnectie. 42. Op 18 december 2012 stuurt de Nederlandse regulator, Energiekamer NMa (nu: ACM) een e-mail naar Elia en TenneT, namens NMa en de CREG, waarin hij terugkomt op de vergadering van 17 december 2012. Dit bericht bevat de verzoeken van de NMa en de CREG ten aanzien van Elia en TenneT. 43. Op 19 december 2012 stuurt de CREG een brief aan Elia, waarin de verzoeken van de CREG worden toegelicht. Deze verzoeken worden gecoördineerd met de NMa. Deze brief stemt in grote lijnen overeen met het e-mailbericht van 18 december 2012. In deze brief vraagt de CREG aan Elia: om haar ter goedkeuring, binnen zes maanden, een voorstel van een berekeningsmethode voor de bilaterale grensoverschrijdende capaciteiten België21/36 44. Nederland te bezorgen die ten minste twee waarden van de capaciteit per dag levert, past in het gecoördineerde berekeningsproces van de CWE-regio en beantwoordt aan de hierna geformuleerde voorwaarden: 1. de bilaterale methode mag de interconnectiecapaciteit niet ex ante beperken tot een vooraf bepaalde arbitraire waarde; 2. de bilaterale methode moet de genomen marges voor de veiligheid van het net betreffende de loop flows moduleren, onder meer op basis van de prognoses voor beschikbare windenergieproductie; 3. de bilaterale methode zal rekening moeten houden met de verhoogde thermische grenswaarden van de beperkende elementen tijdens de winter om binnen zes maanden een gedetailleerde studie over de totale invoerlimieten ter wille van de stabiliteit van België te leveren, en de beoordeling ervan door een onafhankelijke adviseur te faciliteren. Deze studie zal onder meer de maatregelen beschrijven die eventueel nodig zijn om de situatie te verbeteren. De conclusies van deze studie zullen worden gedeeld met de Nederlandse netbeheerder TenneT; om met de overige netbeheerders van de CWE-regio actief gesprekken te voeren met het oog op het snel sluiten van akkoorden ter vermindering van de onzekerheid en het volume van de loop flows en de overeenstemmende veiligheidsmarges op D1. In die context vraagt de CREG aan Elia om haar een economische studie te bezorgen waarmee het de nieuwe voorzieningen kan rechtvaardigen die als veiligheidsmarge voor de loop flows zullen dienen. Elia zal de eerste resultaten van deze gesprekken binnen zes maanden na de ontvangst van deze beslissing voorstellen. om haar, in samenwerking met TenneT, een analyse van de loop flows in de regelzone van Elia, op beide grenzen, te bezorgen, en resultaten te leveren die vergeleken kunnen worden met die van TenneT; om haar, in samenwerking met TenneT, een overzicht te bezorgen van de inputs van Elia in het regionale coördinatieproces van de capaciteiten (resultaten van de bilaterale berekeningen aan de grenzen), vergeleken met de output van de gecoördineerde berekening, alsook een rechtvaardiging van de verschillen, met de bedoeling de schijnwerper te kunnen richten op de netbeheerder van wie de eisen dwingend zijn. Elia beantwoordt de vragen van de CREG en de NMa tijdens het eerste semester van 2013. Op 3 juli 2013 doet Elia ter goedkeuring een nieuw voorstel van algemeen model voor de berekening van de dagelijkse overdrachtcapaciteit en de transportbetrouwbaarheidsmarge, van toepassing op de Belgische grenzen (ontvangen op 4 juli 2013). Het dossier van 3 juli 2013 omvat ook een dossier met daarin de antwoorden van Elia op de verschillende door de CREG en NMa gestelde vragen. 45. De CREG reageert op 17 juli 2013 op het dossier van Elia in een eerste mail. Daarin herhaalt de CREG enkele belangrijke punten waarop Elia in zijn dossier niet lijkt te antwoorden, zoals: 1. De manier waarop met een eventuele (globale) beperking van de invoer rekening wordt gehouden in de berekening van de capaciteit aan de Noordgrens en de impact van die invoerbeperking in situaties van gematigde invoer (uitvoer) waarbij het land meer een transitfunctie heeft. 2. De manier waarop de veiligheidsmarges voor loop flows op D-2 worden aangepast op basis van de verwachte situatie voor dag D, en vooral op basis van de voorspelde 22/36 windkracht en zonneschijn en de overeenstemmende productie van wind- en zonneenergie. 3. De beschrijving van de gevolgen van de onderlinge afhankelijkheid tussen grenzen voor de berekende capaciteitswaarden voor beide grenzen, en van de manier waarop daarmee rekening wordt gehouden bij de berekening van de capaciteiten. 46. Op 10 september 2013 organiseren de CREG en Elia een werkvergadering over de berekening van de interconnectiecapaciteit en meer bepaald over het dossier dat Elia op 3 juli 2013 heeft ingediend. De CREG herhaalt het probleem dat het meest zichtbaar is, namelijk het vastleggen van een maximale waarde aan de grens België - Nederland, dezelfde in beide richtingen. De CREG vraagt duidelijk aan Elia om de waarden die worden berekend met dezelfde methode als voor de grens België - Frankrijk, als input te gebruiken bij de berekening van de capaciteit in de CWE-regio. De CREG wil de beperkingen kennen die Elia oplegt voor de berekening van de capaciteit. 47. Op 16 september 2013 stuurt de CREG Elia een brief met de belangrijkste punten van de verzoeken van de CREG die tijdens de vergadering van 10 september 2013 besproken werden. 48. vlak Op 10 oktober 2013 stuurt Elia de CREG een nota over de ontwikkelingen op het van het beheer van de congestie op de intradaymarkt: « Intraday uitwisselingscapaciteiten: van berekening tot toekenning ». Deze nota beschrijft de ontwikkeling van een « Intraday Congestion Forecast » (IDCF), de uitdagingen voor de capaciteitsberekening op de intradaymarkt en de evolutie naar een impliciet gekoppelde intradaymarkt. 49. Op 17 oktober 2013 ontvangt de CREG het rapport van de studie die ze had besteld bij een externe consultant, « Checking the computational procedure used by ELIA to determine the maximum power import by Belgium ensuring stability of the transmission system » genaamd. Deze studie heeft als doel de controle van de door Elia toegepaste procedure voor de bepaling van het maximale vermogen dat het Belgische net kan invoeren, rekening houdend met de door de veiligheid van het systeem opgelegde beperkingen, en meer bepaald het dynamische antwoord ervan op belangrijke storingen. Dit rapport stelt onder meer dat de exploitatie van het Belgische systeem niet in sterke mate wordt beperkt door kwesties van stabiliteit of zelfs dynamiek. Het blijkt namelijk dat door de exploitatievoorwaarden te “stresseren”, de veiligheidscriteria betreffende de “steady state” zullen worden geschonden voordat problemen van dynamische aard worden vastgesteld. Er wordt eveneens gezegd dat het niet redelijk lijkt om de hele complexiteit van de dynamiek van een elektrisch systeem te vatten in een enkel getal (bijvoorbeeld invoerlimiet) en dat 23/36 andere elementen, zoals een andere dispatch van productie-eenheden, kunnen leiden tot sterk verschillende reacties van het systeem op storingen. 50. Op 22 oktober 2013 doet Elia ter goedkeuring een voorstel van algemeen model voor de berekening van de dagelijkse overdrachtcapaciteit en de transportbetrouwbaarheidsmarge, van toepassing op de Belgische grenzen (ontvangen op 24 oktober 2013). Dit voorstel vervangt het voorstel dat werd verzonden op 3 juli 2013. 51. voor Op 28 april en 26 juni 2014 hebben de CREG en Elia overlegd over de methodes de berekening van de overdrachtcapaciteit en in het bijzonder over de ontwerpbeslissing van de CREG. 52. Op 22 mei 2014 nam de CREG haar ontwerpbeslissing (B)140522-CDC-1296 over de “aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia System Operator betreffende het algemene model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de transportbetrouwbaarheidsmarge; methode van toepassing op de Belgische grenzen voor dagcapaciteiten”. 53. De CREG heeft de marktactoren geconsulteerd over de ontwerpbeslissing van 22 mei 2014 van 11 tot 31 augustus 2014. 54. Tijdens deze consultatie heeft FEBEG aangegeven “uitdrukkelijk te bevestigen dat zij het eens is met de door de CREG voorgestelde voorwaarden en dat zij in het bijzonder de vraag van de CREG steunt om voldoende transparantie te verschaffen aan de marktpartijen zodat ze zelf de ATC’s kunnen berekenen”. 24/36 III. Beoordeling methode 55. van de voorgestelde De methode voor de berekening van de overdrachtcapaciteit omvat in totaal zes stappen. Onderhavige beslissing slaat vooral op de eerste stap van de voorgestelde methode voor de berekening van de capaciteit die aan het op D-1 uitgevoerde marktkoppelingsmechanisme wordt aangeboden. Deze stap heeft betrekking op de individuele berekening van de commerciële overdrachtcapaciteit (stap 1). De door Elia voorgestelde wijzigingen in de methode voor de berekening van de overdrachtcapaciteit hebben bijna uitsluitend betrekking op deze eerste stap10. 56. De CREG verwijst naar haar beslissing 997 voor wat betreft de stappen 2 tot 6 van het voorstel van Elia, die geen wijziging omvatten van het eerder voorgestelde algemene model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit. 57. De CREG is van oordeel dat onderhavige beslissing betrekking heeft op de capaciteitsberekening die wordt toegepast voor de marktkoppeling aan zowel de grens België-Nederland als de grens België-Frankrijk, ook al zou de door Elia ingediende brief verwarring kunnen scheppen. 58. De CREG gaat hieronder nader in op de elementen ter beoordeling van het voorstel van Elia. III.1 Discriminatie 59. De CREG meent dat wat betreft de discriminatie van uitwisselingen tussen biedzones ten voordele van uitwisselingen binnen biedzones, het voorstel van Elia helemaal niets verandert aan het vorige voorstel. 60. De voorgestelde methode voor de berekening van de capaciteit aan de Belgische grenzen geeft voorrang aan uitwisselingen die zijn begrepen in het basisscenario, namelijk uitwisselingen binnen een land (of een biedzone) die de facto aanvaard worden, in tegenstelling tot grensoverschrijdende (of zone-overschrijdende) uitwisselingen, die ex-ante 10 Elia specificeert dat de beschrijving van de stappen 2 tot 6 tekstuele wijzigingen bevat. 25/36 beperkt zijn tot de landsgrenzen (of zonegrenzen). Bijgevolg is de CREG van mening dat de voorgestelde methode grensoverschrijdende uitwisselingen binnen de CWE-regio discrimineert ten voordele van interne uitwisselingen. 61. De CREG vindt dan ook dat de methode in strijd is met artikel 16.1 van de Verordening, die onder andere bepaalt dat de congestieproblemen van het net moeten worden verholpen met niet-discriminerende oplossingen. Daarnaast is een methode die voorrang geeft aan interne uitwisselingen en datgene wat overblijft toekent aan de interconnectiecapaciteit, eveneens in strijd met artikel 1.7 van de Richtsnoeren over de methoden voor het congestiebeheer. Dit artikel stelt onder meer dat de TNB’s de interconnectiecapaciteit niet moeten beperken om een congestieprobleem op te lossen dat zich binnen hun eigen controlezone bevindt. 62. Voor een completere analyse van deze kwestie verwijst de CREG naar de argumentatie van haar beslissing 997, paragrafen 170 tot 177. 63. Ten slotte moet hier worden vermeld dat deze kwestie van discriminatie van grensoverschrijdende uitwisselingen ten voordele van interne uitwisselingen zal moeten worden behandeld in het kader van het geanticipeerde implementatieproject van de netwerkcode over capaciteitstoewijzing en congestiebeheer (« CACM NC ») betreffende de herziening van de biedzones in de regio's Centrum-West, Centrum-Oost, Noord-Italië en Zwitserland. 64. De CREG vraagt aan Elia om aan deze studie mee te werken en er vooral op toe te zien dat er geen discriminatie bestaat tussen interne uitwisselingen en uitwisselingen tussen landen of tussen zones. III.2 Doeltreffend gebruik van het transportnet 65. Het tweede criterium voor de beoordeling van de voorgestelde berekeningsmethode heeft betrekking op de doeltreffendheid van het gebruik van het transportnet dat voortvloeit uit de toepassing ervan (Artikel 16.3 van de Verordening en Artikel 1.2 van de Richtsnoeren). 66. Wat de grens met Nederland betreft, beperkte de methode voor de berekening van de grensoverschrijdende capaciteit deze tot een arbitraire waarde van 1.401 MW. Het spreekt dus voor zich dat deze methode de marktspelers niet de maximale capaciteit van het transportnet ter beschikking stelde. 26/36 67. De CREG begrijpt dat in het huidige voorstel van Elia de volgende elementen in aanmerking worden genomen bij de bepaling van de capaciteiten op Dag-2: de verwachtingen inzake wind- en zonne-energie, de belasting van de IFA-kabel, de geprogrammeerde uitwisselingen op de noord- en zuidgrenzen, de vraag, de loop flows, de temperatuur, de storingen en pannes en de relevante producties voor de CWE-regio. De CREG begrijpt meer bepaald dat de impact van deze verschillende factoren van uur tot uur zal variëren en niet meer zal overeenstemmen met constante en vooraf bepaalde waarden. De CREG begrijpt vooral dat het voorstel van Elia voorziet in een dynamische benadering van de loop flows. Voor de maandelijkse en jaarlijkse capaciteitsberekeningen wordt rekening gehouden met een « worst case ». Tegen Dag-2 voert de verantwoordelijke « system engineer » van Elia een optimaliseringsberekening uit op basis van de meest recente informatie. Hierdoor kan hij de in Week-1 genomen onzekerheidsmarge van 10001200 MW op Dag-2 verkleinen. De CREG begrijpt eveneens dat Elia rekening houdt met de thermische capaciteiten van de geleiders volgens de seizoenen. 68. De CREG is bijgevolg verheugd dat Elia een berekeningsmethode voorstelt die aan het « CWE common system » (stap 1) de maximale capaciteit van het transportnet levert. Deze overweging kan evenwel niet van toepassing zijn bij een beperking van de totale invoercapaciteit (zie § 92 hierna). 69. De CREG vindt echter ook dat de door Elia voorgestelde methode, en in het bijzonder de stappen 2 tot 6, die in het huidige voorstel ongewijzigd blijven, niet de mogelijkheid zal bieden om aan de marktspelers de maximale capaciteit van het transportnet toe te wijzen, als gevolg van de tekortkomingen van de methode (coördinatie van een ATCmethode) en ook wegens de beperkingen die door andere netbeheerders worden opgelegd. De door Elia voorgestelde methode voorziet met name in de andere stappen dat het « CWE common system » de kleinste van de twee NTC-waarden aan elke grens kiest en dat sommige NTC-waarden altijd beperkt zijn tot vooraf bepaalde waarden. De CREG verwijst voor deze andere stappen naar haar beslissing 997. 70. Volgens de CREG leidt de toepassing van de voorgestelde nieuwe methode, voor de uit stap 1 voortvloeiende capaciteit, waarschijnlijk tot wisselende waarden tussen de verschillende uren. De CREG verwacht eveneens dat de voorgestelde methode de genomen marges voor de loop flows moduleert, onder meer op basis van de beschikbare verwachtingen betreffende windenergieproductie. 71. De CREG vraagt bijgevolg aan Elia om haar, voor alle uren van 2013, voor de twee grenzen en de twee richtingen, de waarden van stap 1 mee te delen die Elia aan het « CWE 27/36 common system » voorstelt, evenals de waarden van de genomen veiligheidsmarges voor de loop flows. De waarden die voortvloeien uit stap 1, zullen worden afgebeeld naast (tegenover) de waarden die worden voorgesteld aan de markt. De CREG verwacht ook dat het op regelmatige basis diezelfde waarden voor 2014 zal krijgen, tot de inwerkingtreding van het mechanisme dat is gebaseerd op de stromen. 72. De CREG herhaalt ten slotte dat een methode van congestiebeheer die is gebaseerd op niet-geoptimaliseerde biedzones eveneens tot vragen leidt over het doeltreffende gebruik van het transportnet. In de eerste plaats worden de interne congesties systematisch naar de grenzen verschoven en wordt de maximale waarde van de interconnectiecapaciteit niet aangeboden op de markt. De aanwezigheid van grote zones vergt vervolgens ook ruimere veiligheidsmarges. III.3 Geen toewijzing gebaseerd op de markt 73. Het derde beoordelingscriterium dat op de door Elia voorgestelde methode wordt toegepast, bestaat erin na te gaan of de toewijzing van de transportcapaciteiten gebaseerd is op de markt. De grensoverschrijdende capaciteiten worden namelijk op beide grenzen berekend zonder rekening te houden met de economische waarde van de mogelijke uitwisselingen. De verdelingswijze van de capaciteit van het transmissienet tussen de grenzen en tussen de interne en de grensoverschrijdende uitwisselingen houdt geen rekening met de mogelijke welvaartsbaten die uit deze uitwisselingen voortvloeien. De op de stromen gebaseerde toewijzingsmethode die nu wordt ontwikkeld, biedt de mogelijkheid om rekening te houden met de relatieve economische waarden van de verschillende grenzen. De CREG stelt vast dat de voorgestelde methode niet gebaseerd is op de stromen en bijgevolg niet voldoet aan artikel 3.5 van de Richtsnoeren. 74. Om de hiervoor beschreven redenen is de CREG van mening dat de huidige methode voor de berekening van de capaciteit in strijd is met artikel 16.1 van de Verordening, dat stelt dat de congestieproblemen van het netwerk moeten worden behandeld aan de hand van oplossingen gebaseerd op de markt. 75. De CREG vraagt dan ook aan Elia om haar zo snel mogelijk een voorstel van berekening van de capaciteiten te bezorgen dat gebaseerd is op de stromen en in overeenstemming is met de Richtsnoeren. 28/36 III.4 Publicatie van het algemene plan voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de betrouwbaarheidsmarge 76. Artikel 15, 2e lid van de Verordening en artikel 5.2 van de Richtsnoeren verplichten de netbeheerders ertoe om een beschrijving van het algemene systeem voor de berekening van de interconnectiecapaciteit voor de verschillende vervaldata te publiceren. Teneinde overeen te stemmen met artikel 15, 2e lid van de Verordening en artikel 5.2 van de Richtsnoeren moet de beschrijving van het algemene model voldoende gedetailleerd zijn. 77. De in dit document gepubliceerde inlichtingen moeten de netgebruikers in principe toelaten om zelf de interconnectiecapaciteiten bij benadering te berekenen. 78. Wat het voorstel van Elia betreft, wil de CREG in de eerste plaats opmerken dat Elia verbeteringen heeft aangebracht aan de tekst en erin is geslaagd om een aantal onduidelijkheden of lacunes weg te werken. Vergeleken met de vorige versie zijn een aantal passages van de tekst veel duidelijker gemaakt. 79. De CREG betreurt echter dat Elia geen rekening heeft gehouden met alle opmerkingen die ze heeft geformuleerd in haar beslissing 997 en in haar brieven van 19 december 2012 en 17 juli 2013. 80. Vooral wat de brief van 17 juli 2013 betreft, merkt de CREG op dat een beschrijving ontbreekt van de toepassing van een eventuele globale beperking van de invoer en de verdeling ervan over beide grenzen, evenals een beschrijving van de modulatie van de veiligheidsmarges op D-2 voor de loop flows op basis van de verwachte situatie voor dag D, en vooral op basis van de voorspelde windkracht en zonneschijn en de overeenstemmende productie van wind- en zonne-energie. De CREG merkt eveneens het gebrek aan publicatie van de formule op voor het vaststellen van de loop flows evenals de waarden van alle variabelen van deze formule die nodig zijn om de markt de loop flows te laten vaststellen. Ten laatste merkt de CREG op dat de publicatie van de door Elia voorspelde loop flows ontbreekt. 81. De CREG is bijgevolg van oordeel dat het door Elia voorgelegde document niet duidelijk is en de lezer niet de mogelijkheid biedt om zelf de interconnectiecapaciteiten bij benadering te berekenen. Om deze reden voldoet het door Elia voorgelegde document inhoudelijk niet aan artikel 15, 2e lid van de Verordening en aan artikel 5.2 van de Richtsnoeren. 29/36 82. De CREG vraagt aan Elia om de beschrijving van de methode voor de berekening van de capaciteit te vervolledigen, rekening houdend met de opmerkingen uit bovenstaande paragraaf 80. III.5 Totale invoer en onderlinge afhankelijkheid van grenzen 83. In de punten 1.6.2. en 1.6.3. van het voorstel introduceert Elia het begrip totale invoercapaciteit. De CREG stelt vast dat dit begrip niet voorkwam in de vroegere versie van het model voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit en de transportbetrouwbaarheidsmarge. Elia verklaart dat studies aantonen dat een totale invoer van minder dan 3500 MW geen enkel probleem schept, maar dat bijkomende analyses nodig zijn voor waarden boven 3500 MW. 84. De op de stromen gebaseerde methode die nu wordt uitgewerkt, voorziet eveneens in een beperking van de totale invoer. In deze methode wordt deze beperking toegepast na de berekening van de capaciteiten (de beschikbare marges in een mechanisme dat gebaseerd is op de stromen), bij de toewijzing van de capaciteiten via een bijkomende, specifieke « ex-post » regel die pas in werking treedt wanneer de invoer heel groot is en die de andere situaties van het systeem, zoals bijvoorbeeld transitsituaties, niet belemmert. 85. Elia verklaart dat de invoerlimiet geen ex-ante limiet is en dat transitsituaties alleen zullen worden beperkt door de beperking op de grensoverschrijdende lijnen. De voorgestelde beschrijving verschaft evenwel geen inzicht in de werking van het gecoördineerde mechanisme ter vermindering van de capaciteiten dat kan voortvloeien uit een totale invoerlimiet en de onderlinge afhankelijkheid van de grenzen. 86. Aangezien er geen wijziging is van de stappen 2 tot 6 (en de noodzakelijke samenwerking met de overige netbeheerders ontbreekt), oordeelt de CREG dat de door Elia doorgevoerde beperking wordt toegepast in stap 1 en dus wel degelijk een ex-ante beperking van de capaciteiten aan de grenzen vormt. Deze beperking heeft een impact op alle uitwisselingen en dus ook op de transit door het land. 87. Elia de Bijgevolg meent de CREG, op basis van de hiervoor uiteengezette elementen, dat voorgestelde limiet niet gerechtvaardigd heeft en dat de voorgestelde berekeningsmethode niet de mogelijkheid biedt om aan de marktspelers de maximale capaciteit van het transportnet ter beschikking te stellen. 30/36 88. Voorts had de CREG aan Elia in haar brief van 19 december 2012 gevraagd om « een gedetailleerde studie over de totale invoerlimieten te leveren ter wille van de stabiliteit van België, en de beoordeling ervan door een onafhankelijke adviseur te vergemakkelijken. » 89. Om de gegrondheid van de argumenten van Elia te beoordelen, heeft de CREG een externe adviseur ingeschakeld. Op basis van dat advies begrijpt de CREG dat een beperking tot 3500 MW van de invoercapaciteit van België om redenen die te maken hebben met de dynamiek of de stabiliteit van het systeem, niet verantwoord is voor zover de veiligheidscriteria van de bij de NTC-berekening gebruikte « load-flow » berekening van de capaciteiten die Elia toepast, zullen worden overtreden voordat problemen van dynamische aard, of stabiliteitsproblemen, worden vastgesteld. De CREG begrijpt eveneens dat één getal (invoerlimiet) niet de hele complexiteit van de dynamiek van een elektrisch systeem kan vatten en dat de kwaliteit van de dynamische reactie ervan afhangt van een heleboel andere factoren. 90. In dat verband, en om de gegrondheid van de voorgestelde beperking (3500 MW) te onderzoeken, herhaalt de CREG dat, overeenkomstig het ontwikkelingsplan van het Belgische net 2003-2010 en 2005-2012 en de bijgevolg doorgevoerde investeringen (condensatorbanken), België vanaf 2008 in staat zou moeten zijn om in normale omstandigheden 3700 MW in te voeren. Er werden door Elia ook studies uitgevoerd om die invoercapaciteit op 4700 MW te brengen. 91. De in paragraaf 88 vermelde studie moest « onder meer de maatregelen die eventueel nodig zijn om de situatie te verbeteren » voorstellen. De CREG stelt vast dat Elia geen voorstel in die zin heeft gedaan. 92. Op basis van de hiervoor beschreven elementen meent de CREG dat Elia de voorgestelde beperking tot 3500 MW niet gerechtvaardigd heeft. 93. Gezien de nakende invoering van het op de stromen gebaseerde mechanisme tegen 31 maart 2015 beslist de CREG evenwel om de door Elia voorgestelde methode ter beperking van de invoer goed te keuren11, voor een periode van twaalf maanden, in afwachting van de invoering van het mechanisme dat is gebaseerd op de stromen, mits de onderstaande voorwaarden vervuld zijn. De eerste voorwaarde stemt overeen met een verbeterde beschrijving van het proces ter vermindering van de capaciteit, zoals reeds 11 Indien het op de stromen gebaseerde mechanisme niet snel zou zijn ingevoerd, zou de CREG een wijziging van het gecoördineerde proces hebben gevraagd -stappen 2 tot 6- zoals momenteel het geval is voor het op de stromen gebaseerde mechanisme. 31/36 gevraagd in §80 hiervoor. De tweede voorwaarde is een preventieve wekelijkse publicatie op haar website en op die van CASC CWE, van de eventuele beperkingen van de totale invoercapaciteit die zullen worden toegepast. Als derde voorwaarde vraagt de CREG aan Elia om systematisch, preventief en op wekelijkse basis de weken mee te delen waarin een invoerbeperking geldt en telkens de redenen aan te geven waarom deze waarde gehanteerd wordt. Ten slotte vraagt de CREG aan Elia om haar een plan te bezorgen (beschrijving van de bestaande middelen, technische oplossingen, planning en daaraan verbonden kosten) dat voorziet in de versterking van de invoercapaciteiten van België, en vooral van de nodige middelen voor de spanningsstabiliteit. 94. Ten slotte zal de CREG tijdens de weken waarin een vermindering wordt toegepast, veel aandacht schenken aan de door Elia voorgestelde NTC-waarden, evenals aan de impact van deze maatregel op de transits via België. III.6 Berekening « intraday » capaciteit 95. Elia heeft de CREG in een nota met als titel « Intraday uitwisselingscapaciteiten : van berekening tot toekenning » op de hoogte gebracht van veranderingen in de berekening van de « intraday » capaciteit. Deze nota schetst de situatie in het najaar van 2013 en de toekomstige ontwikkelingen. Ze beschrijft onder meer de veranderingen in het intraday netwerkmodel (Intra-Day Congestion Forecast of IDCF) en in de methoden voor de berekening van interconnectiecapaciteiten op de intradaymarkt, evenals de mechanismen voor de toekenning van de intradaycapaciteit . 96. De CREG heeft ook begrepen dat TenneT in Nederland de capaciteit berekent met een methode die de intradaycapaciteit in de loop van de dag bijwerkt. Hierdoor zou TenneT bijkomende intradaycapaciteit moeten kunnen bieden op basis van permanente updates (« rolling forecast »). De CREG verwacht dat Elia deze ontwikkelingen volgt en een updatemethode hanteert die ten minste compatibel is met die van TenneT. 97. De CREG vraagt ook aan Elia om haar een plan voor te leggen ter verbetering van de berekening van de intradaycapaciteit op de grens België-Nederland, dat onder meer voorziet in een herberekening van de intradaycapaciteit. Deze vraag zou Elia in staat moeten stellen om niet de beperkende factor te zijn voor de berekening van de capaciteit ten aanzien van deze interconnectie. 98. Wat de intradaymarkt betreft, herinnert de CREG er Elia ten slotte aan dat het haar zo snel mogelijk een voorstel van berekening van de intradaycapaciteiten moet voorleggen 32/36 dat voldoet aan de wettelijke en reglementaire bepalingen. Er werd immers nooit een voorstel van berekening en toekenning van de intradaycapaciteiten ingediend voor de grens Frankrijk-België. Daarnaast werd de verbeterde methode van toekenning pro rata die Elia heeft voorgesteld op de grens met Nederland, niet goedgekeurd net zo min als de momenteel door Elia toegepaste methode. 33/36 IV. BESLISSING Gelet op artikel 15.2 van Verordening (EG) nr. 714/2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1228/2003; Gelet op artikel 23, §2, 38° van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; Gelet op artikelen 176, §2 en 180, §2 van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe; Om de hiervoor uiteengezette redenen kan de CREG niet onvoorwaardelijk instemmen met het voorstel van Elia betreffende het algemene plan voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit voor jaar en maand en de transportbetrouwbaarheidsmarge met Frankrijk en Nederland, ingediend in het kader van de marktkoppeling van de CWE-regio. De CREG is van oordeel dat de voorgestelde methode niet volledig in overeenstemming is met de artikelen 16.1 en 16.3 van de voornoemde Verordening en met de artikelen 1.7 en 3.5 van de Richtsnoeren. Bovendien voldoet het door Elia voorgelegde document op inhoudelijk vlak niet aan artikel 15, 2de lid van de Verordening en aan artikel 5.2 van de Richtsnoeren. Rekening houdend met de doorgevoerde verbeteringen in het in rekening brengen van de loop flows (§ 67), in de beschrijving van de berekeningsmethode (§ 78) en de nakende invoering van een op de stromen gebaseerde berekeningsmethode tegen 31 maart 2015, beslist de CREG evenwel om het voornoemde voorstel goed te keuren, voor een periode van twaalf maanden, te tellen vanaf 9 oktober 2014, en mits de onderstaande voorwaarden vervuld zijn: 1) Verbetering van de beschrijving van het proces van algemene beperking van de capaciteiten en een beschrijving van de aanpassing van de veiligheidsmarges op D-2 voor de loop flows, zoals aangegeven in § 80 hiervoor. 2) Preventieve dagelijkse bekendmaking op haar website en op die van CASC CWE van de eventuele beperkingen van de totale invoercapaciteit die zullen worden toegepast. 34/36 3) Preventieve, maandelijkse en systematische melding aan de CREG van de weken waarin een invoerbeperking zal worden toegepast, en systematische toelichting van de redenen waarom deze waarde wordt toegepast. 4) Mededeling aan de CREG op maandelijkse basis voor alle uren van de afgelopen maand, voor de twee grenzen en de twee richtingen, van de waarden van stap 1 die Elia aan het « CWE common system » voorstelt, evenals de waarden van de genomen veiligheidsmarges voor de loop flows. De waarden die voortvloeien uit stap 1, zullen worden afgebeeld naast (tegenover) de waarden die worden voorgesteld aan de markt. 5) Mededeling aan de CREG van de waarden van stap 1 die Elia aan het « CWE common system » voorstelt voor de twee grenzen en de twee richtingen, voor alle uren van 2013 en voor de eerste maanden van 2014. Deze waarden zullen worden afgebeeld tegenover de waarden die aan de markt worden voorgesteld. 6) Ex-post transparantie betreffende de loop flows: op basis van een raming van de door de CREG aanvaarde impact van de uitwisselingen van België op de stromen aan de grenzen, bekendmaking op de website van Elia, op D+1, voor elke grens, elke richting en elk uur 1) van de mogelijke maximale stromen op die dag via de interconnectie in N-1, 2) van de waargenomen fysieke stromen 3) van een raming van de impact van de Belgische uitwisselingen op de interconnectie en 4) van het saldo van de stromen die toe te schrijven zijn aan de andere uitwisselingen; eveneens een publicatie, op de Elia website, van de formule voor het vaststellen van de loop flows evenals, op D+1, van de waarden van alle variabelen van deze formule die nodig zijn om de markt de loop flows te laten vaststellen, evenals de publicatie van de door Elia voorspelde loop flows. 7) Voorleggen van een plan (beschrijving van de huidige middelen, technische oplossingen, planning en daaraan verbonden kosten) dat voorziet in de versterking van de invoercapaciteit van België en vooral van de noodzakelijke middelen voor de spanningsstabiliteit. De CREG is van mening dat Elia voorwaarden 2, 3, 4, 5 en 7 tegen uiterlijk 1 november 2014 en de voorwaarden 1 en 6 tegen uiterlijk 1 december 2014 in de praktijk moet brengen. De CREG herhaalt haar vraag aan Elia om zo snel mogelijk een op de stromen gebaseerd model voor de berekening van de dagelijkse transportcapaciteit in te dienen dat in overeenstemming is met de Verordening en haar Richtsnoeren. Dit model moet onder meer een oplossing bieden voor de problemen inzake discriminatie van uitwisselingen tussen 35/36 landen (zones) ten voordele van uitwisselingen binnen de landen (zones), via een gepaste definitie van de biedzones. In verband met de intradaymarkt herinnert de CREG er Elia ten slotte aan dat het haar ook zo snel mogelijk een voorstel van berekening van de intradaycapaciteiten moet voorleggen dat voldoet aan de wettelijke en reglementaire bepalingen. In het bijzonder vraagt de CREG aan Elia om een plan ter verbetering van de berekening van de intradaycapaciteit op de grenzen België-Nederland en België-Frankrijk, dat onder meer voorziet in een herberekening van de intradaycapaciteit, voor te leggen tegen ten laatste 1 november 2014. De CREG herinnert Elia eraan dat het ontbreken van een goedgekeurde methode voor de berekening van de totale overdrachtcapaciteit Elia niet ontslaat van de wettelijke plicht om de maximale netveilige overdrachtcapaciteit aan de markt te geven. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Marie-Pierre FAUCONNIER Voorzitster van het Directiecomité 36/36