← België

Eindbeslissing over het voorstel van NV ELIA SYSTEM OPERATOR betreffende de aanpassing van de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de k

Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: +32 2 289 76 11 Fax: +32 2 289 76 09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS EINDBESLISSING (B)150717-CDC-1424 over "het voorstel van NV ELIA SYSTEM OPERATOR betreffende de aanpassing van de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten" genomen met toepassing van artikel 159, §1, van het technisch reglement van 19 december 2002 voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe 17 juli 2015 INHOUDSOPGAVE INLEIDING ............................................................................................................................ 3 I. Wettelijk kader.............................................................................................................. 5 II. RAADPLEGING ..........................................................................................................10 III. Analyse van het voorstel .............................................................................................13 III.1 Voorafgaande opmerkingen en voorbehouden .......................................................13 III.2 In overweging genomen beoordelingselementen ....................................................14 III.3 Beschrijving van de voorgestelde evoluties.............................................................15 III.4 Toepassing van het wettelijke kader en van de beoordelingselementen op het voorstel ...................................................................................................................16 III.4.1 Onderwerp 1 – De invoering van regels betreffende het primair reservevermogen ...........................................................................................................................16 III.4.2 Onderwerp 2 – Evoluties betreffende het tertiaire reservevermogen ..................16 III.5 Aanvullende overwegingen van de CREG ..............................................................18 III.5.1 Controle van de activatie van het primaire reservevermogen .............................18 III.5.2 Transparantie .....................................................................................................19 III.5.3 De CREG is van mening dat deze publicatie momenteel bevredigend is in de zin van transparantie betreffende de R1.Monitoring .................................................19 IV. Beslissing ....................................................................................................................20 Raadpleging .........................................................................................................................22 2/22 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt in deze eindbeslissing, met toepassing van artikel 159, §1, van het Koninklijk Besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het technisch reglement), het voorstel van de NV ELIA SYSTEM OPERATOR (hierna: ELIA) betreffende de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten. De CREG ontving dit voorstel van ELIA bij brief van 27 mei 2015. ELIA heeft aan haar brief verschillende documenten toegevoegd: - de vertrouwelijke versie van een document van ELIA "Règles de fonctionnement du marché relatif à la compensation des déséquilibres quart-horaires – Entrée en vigueur partiellement en 2015 et intégralement à partir du 1er janvier 2016"; - hetzelfde document in een versie met de aanduiding van de punten die verschillend zijn van het voorstel van ELIA over de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten dat werd goedgekeurd door de beslissing (B)141023-CDC-1372 van de CREG van 23 oktober 2014; - de publieke (niet-vertrouwelijke) versie van een document van ELIA "Règles de fonctionnement du marché relatif à la compensation des déséquilibres quarthoraires – Entrée en vigueur partiellement en 2015 et intégralement à partir du 1er janvier 2016"; - hetzelfde document in een versie met de aanduiding van de punten die verschillend zijn. Het voorstel van ELIA bestaat uit de brief van 27 mei 2015 en de vier hierboven genoemde documenten. De onderhavige eindbeslissing bestaat uit vier delen. Het eerste deel vat het wettelijk kader samen. Het tweede deel behandelt de resultaten van de raadpleging en het derde deel analyseert het voorstel. Het vierde deel bevat de eigenlijke beslissing. De brief van ELIA van 27 mei 2015 en de vier documenten worden bij de onderhavige eindbeslissing gevoegd. 3/22 Op 17 juli 2015 keurde het Directiecomité van de CREG de onderhavige eindbeslissing goed.  4/22 I. Wettelijk kader 1. Artikel 37

(6),
  1. b)van de richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van de richtlijn 2003/54/EG, waarvan de omzettingstermijn op 3 maart 2011 verstreek, bepaalt: "de regulerende instanties zijn bevoegd voor de vaststelling of de voldoende ruim aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake:
  2. a)[…];
  3. b)de verstrekking van balanceringsdiensten, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen. De balanceringsdiensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria [...]. " 2. Volgens artikel 11 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: “elektriciteitswet”) stelt de Koning, na advies van de CREG en in overleg met de netbeheerder, een technisch reglement op voor het beheer van het transmissienet en de toegang ertoe. Krachtens deze bepaling bepaalt het technisch reglement inzonderheid: “1° de technische minimumeisen voor de aansluiting op het transmissienet van productie-installaties, distributienetten, uitrusting van direct aangesloten afnemers, koppellijnencircuits en directe lijnen, de aansluitingstermijnen evenals de technische modaliteiten die de netbeheerder toelaten toegang te hebben tot de installaties van de gebruikers en maatregelen te nemen of te laten nemen met betrekking hiertoe indien de veiligheid of de technische betrouwbaarheid van het net dit vereist, alsook de termijnen voor aansluiting; 2° de operationele regels waaraan de netbeheerder onderworpen is bij zijn technisch beheer van de elektriciteitsstromen en bij de maatregelen die hij dient te treffen om het hoofd te bieden aan problemen van overbelasting, technische mankementen en defecten van productie-eenheden; 5/22 3° in voorkomend geval, de prioriteit die in de mate van het mogelijke, rekening houdend met de noodzakelijke continuïteit van de voorziening, moet worden gegeven aan de productie-installaties die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen, of aan eenheden van warmtekrachtkoppeling; 4° de ondersteunende diensten die de netbeheerder moet inrichten; 5° de gegevens die de netgebruikers aan de netbeheerder(, de gegevens van het ontwikkelingsplan inbegrepen) moeten verstrekken; 6° de informatie die door de netbeheerder moet worden verstrekt aan de beheerders van andere elektriciteitsnetten waaraan het transmissienet is gekoppeld, teneinde een veilige en efficiënte exploitatie, een gecoördineerde ontwikkeling en de interoperabiliteit van het koppelnet te waarborgen; 7° de bepalingen op het gebied van informatie of van voorafgaande goedkeuring door de commissie van operationele regels, algemene voorwaarden, typeovereenkomsten, formulieren of procedures toepasbaar op de netbeheerder en, in voorkomend geval, op de gebruikers”. 3. Op grond van artikel 11 van de elektriciteitswet werd het Koninklijk Besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, genomen. 4. Artikel 159, §1, van het technisch reglement bepaalt dat, op voorstel van de netbeheerder, de werkingsregels van de markt bestemd voor de compensatie van de kwartieronevenwichten worden goedgekeurd door de CREG en gepubliceerd door de netbeheerder. 5. Artikel 2 van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder de taken en verplichtingen uitvoert die hij dient uit te voeren krachtens de elektriciteitswet teneinde de elektriciteitsuitwisselingen tussen de verschillende op het net aangesloten personen te behouden en te ontwikkelen en de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net te bewaken, te handhaven dan wel te herstellen. 6. Artikel 3, §1, van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder het technisch beheer van de elektriciteitsstromen op het transmissienet organiseert en zijn taken waarneemt teneinde met de hem ter beschikking staande middelen een permanent evenwicht tussen de vraag en het aanbod van elektriciteit te bewaken, te handhaven dan wel te herstellen overeenkomstig artikel 8 van de elektriciteitswet. De netbeheerder waakt over 6/22 de compensatie van het globale onevenwicht van de regelzone, dat voortvloeit uit de eventuele individuele onevenwichten van de verschillende toegangsverantwoordelijken. 7. Krachtens artikel 8 van het technisch reglement moet de netbeheerder zich onthouden van elke discriminatie tussen netgebruikers, toegangsverantwoordelijken, leveranciers van ondersteunende diensten of tussen elke andere persoon die op een of andere manier met het net verbonden is in het kader van zijn taken en verplichtingen of uitgevoerde diensten. 8. Krachtens artikel 157, §2, van het technisch reglement bewaakt, handhaaft dan wel herstelt de netbeheerder op elk moment het evenwicht tussen aanbod en vraag van elektrisch vermogen in de regelzone, onder meer veroorzaakt door de eventuele individuele onevenwichten van de verschillende toegangsverantwoordelijken. Ten dien einde schakelt de netbeheerder tijdens de uitbating van het net, in volgorde de hem ter beschikking zijnde middelen in, met name: 1° de primaire regeling van de frequentie; 2° de secundaire regeling van het evenwicht in de regelzone; 3° het vermogen ter beschikking gesteld door de producenten conform art. 159, §2; en 4° de aanpassingen aan de dagelijkse toegangsprogramma's van belastingen die door de toegangsverantwoordelijken aan de netbeheerder worden aangeboden. §3 van ditzelfde artikel voegt eraan toe dat indien de modaliteiten, bedoeld in §2, niet volstaan om tot het herstel te leiden van het evenwicht tussen de vraag en het aanbod van actief vermogen in de regelzone, de netbeheerder opdraagt om het tertiaire reservevermogen dat door derden ter beschikking wordt gesteld overeenkomstig de bepalingen bedoeld in Hoofdstuk XIII van Titel IV van het technisch reglement, te activeren. 9. Artikel 158 van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder de hem ter beschikking staande middelen activeert overeenkomstig artikel 157, § 2, met name volgens het criterium van de laagste prijs. 10. Krachtens artikel 159, §2, van het technisch reglement houden alle producenten van de regelzone waarvan het nominale vermogen voor de toegang tot het net hoger dan of gelijk is aan 75 MW, hun beschikbare vermogen ter beschikking van de netbeheerder overeenkomstig artikelen 222 en 223. De inschrijving voor dit reservevermogen gaat vergezeld met een prijsofferte. De producenten waarvan het nominale vermogen voor de 7/22 toegang tot het net lager is dan 75 MW, alsook de producenten actief in een andere regelzone voor zover de operationele regels tussen de betrokken regelzones het toelaten, kunnen eveneens, overeenkomstig door de netbeheerder bepaalde objectieve en transparante modaliteiten, hun beschikbare kwartiervermogen ter beschikking stellen. 11. Hoofdstuk XIII van Titel IV van het technisch reglement heeft betrekking op de ondersteunende diensten. Artikel 233 van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder het primair, secundair en tertiair reservevermogen dat bijdraagt tot het waarborgen van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net in de regelzone evalueert en bepaalt. Hij deelt zijn evaluatiemethode en het resultaat aan de commissie mee ter goedkeuring. Artikel 243 van het technisch reglement bepaalt in §1 dat de netbeheerder het reservevermogen voor de secundaire regeling koopt via een mededingingsprocedure en/of aanbesteding. De netbeheerder bepaalt de technische specificaties betreffende de terbeschikkingstelling en de levering van dit vermogen. §2 van dit artikel bepaalt dat de leverancier van deze dienst het tertiaire reservevermogen activeert op aanvraag van de netbeheerder. Krachtens artikel 249, §1, van het technisch reglement koopt de netbeheerder het reservevermogen voor de tertiaire regeling via een mededingingsprocedure en/of aanbesteding. De netbeheerder bepaalt de technische specificaties betreffende de terbeschikkingstelling en de levering van dit vermogen. §2 van dit artikel bepaalt dat de leverancier van deze dienst het tertiaire reservevermogen activeert op aanvraag van de netbeheerder. Tot slot bepaalt artikel 256 van het technisch reglement dat de netbeheerder de middelen waarover hij beschikt, aanwendt overeenkomstig het technisch reglement, teneinde de afwijkingen tussen het daadwerkelijk uitgewisseld actief vermogen en het geprogrammeerd actief vermogen met de buitenlandse regelzones te beperken. Deze afwijkingen worden eveneens kwartieronevenwichten genoemd. 12. Krachtens artikel 159, §4, van het technisch reglement publiceert de netbeheerder ten minste elke dag de prijzen voor de onevenwichten van de voorgaande dag. Artikel 244, §1, van het technisch reglement stelt dat de netbeheerder, overeenkomstig artikel 26, de benodigde hoeveelheden alsmede de technische specificaties betreffende de 8/22 beschikbaarheid en levering van actief vermogen aan het net voor de secundaire regeling bepaalt en publiceert. Artikel 250, §1, van het technisch reglement voegt eraan toe dat de netbeheerder, overeenkomstig artikel 26, de benodigde hoeveelheden alsmede de technische specificaties betreffende de beschikbaarheid en levering van actief vermogen aan het net voor de tertiaire regeling bepaalt en publiceert. 9/22 II. RAADPLEGING 13. Deze beslissing werd tijdens de vergadering van het Directiecomité van de CREG van donderdag 11 juni 2015 genomen in de vorm van een ontwerp. Conform haar huishoudelijk reglement heeft de CREG de ontwerpbeslissing met alle nuttige documenten aan een openbare raadpleging onderworpen die liep van 15 juni tot 6 juli 2015. 14. De CREG heeft drie reacties ontvangen: op 18 juni 2015 van Anode en op 6 juli 2015 van FEBEG en van Elia. De CREG wenst te benadrukken dat er op de webpagina toegewijd aan de raadpleging expliciet verzocht wordt, overeenkomstig wettelijke vereisten, de reacties in het Frans of in het Nederlands te ontvangen. Het door FEBEG bij het antwoord gevoegde Engelstalige document kan daarom als zodanig niet in behandeling worden genomen. De CREG neemt echter wel nota van het bestaan van dit document en zal ervan gebruik maken bij haar reflectie betreffende het design van de markt, met name in het kader van een verdergaande integratie van vraagrespons. 15. In de eerste reactie verklaart Anode geen opmerkingen te hebben betreffende de voorgestelde wijzigingen. 16. De reactie van FEBEG betreft twee onderwerpen: informeren van evenwichtsverantwoordelijken en het product tertiair reservevermogen dynamisch profiel (R3 DP). Wat betreft het laatste onderwerp betreft de reactie van FEBEG de aspecten van de activeringsregels, de valorisatie van de capaciteit, het informeren van de evenwichtsverantwoordelijken en de kortetermijnveilingen. Alleen dit laatste onderwerp maakt deel uit van de onderwerpen van de raadpleging van de CREG, namelijk de aanpassingen van de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten (hierna: "regels van de balancingmarkt") en de ontwerpbeslissing van de CREG. Desalniettemin neemt de CREG nota van het geheel van opmerkingen van FEBEG. De CREG zal deze in overweging nemen bij zowel het analyseren van de productevoluties en de regels van de balancingmarkt in de komende jaren als in het kader van nieuwe opdrachten die sinds kort worden toevertrouwd krachtens het nieuwe artikel 23, §1, alinea 2, 5°bis van de elektriciteitswet. 17. Wat betreft de kortetermijnveilingen pleit FEBEG voor een evaluatie van de behoeften aan een tweede veilingronde en, indien van toepassing, het opheffen ervan. 10/22 FEBEG beargumenteert dat gezien de flexibiliteit van de regels ten aanzien van de R1 een dergelijke tweede ronde niet meer nodig zou moeten zijn. Het leidt meer tot een kostenverhoging voor Elia aangezien de marktspelers het risico verbonden aan deze tweede ronde moeten afdekken. Zonder dit te beschouwen als een grondige evaluatie, merkt de CREG op dat van de acht maandelijkse veilingen in de acht eerste maanden van 2015 zeven veilingen in twee rondes verliepen. Zes van deze zeven tweede veilingrondes resulteerden in een daling van de totaalprijs in vergelijking met de resultaten van de eerste ronde. Doordat de oorzaak van de prijstoename door het afdekken van het marktrisico moeilijk nauwkeurig te evalueren is en gezien de hiervoor vermelde observaties, is de CREG op dit moment van mening de mogelijkheid tot een tweede veilingronde te behouden. De CREG zal wat dit betreft echter waakzaam blijven en doorgaan met het regelmatig evalueren van de behoefte om een tweede veilingronde te behouden. 18. De reactie van Elia betreft de controle van de activatie van de primaire reserve (hierna: R1), de transparantie van de gegevens omtrent de primaire reserve en het monitoren van deze gegevens. 19. Wat betreft de controle van de activatie van de R1, waarover de CREG in het ontwerpbesluit opmerkte dat het wenselijk is over te gaan op een continue controle in plaats van een steekproefsgewijze controle, brengt Elia twee argumenten naar voren: het risico op minder betrouwbare resultaten en het risico op een flinke stijging van de operationele belasting en geschillen. Het eerste argument stelt dat voor de frequentieafwijkingen van minder dan 20 mHz, die het meest voorkomen, de R1-activatie overeen komt met een volume van minder dan 8,3 MW voor het geheel van R1-bronnen (gegevens van 2015). Dit volume moet nog worden verdeeld over de verschillende bronnen die de dienst verlenen en de controle impliceert het meten van een volume, per bron, dat voldoende laag is om zich in de buurt van de nauwkeurigheidsfout van de meetapparatuur te bevinden. Daarentegen is Elia van mening dat de betrouwbaarheid van de controleresultaten beter is voor de frequentieafwijkingen van meer dan 40 mHz. Het tweede argument betreft de belasting van de huidige processen en dientengevolge ook die van de uitbreiding naar een continue controle. Ook wordt de moeilijkheid van het isoleren van de invloed van de R1 op de productieafwijking van de eenheden benadrukt, in het bijzonder van deze die ook bijdragen aan de secundaire reserve R2. 11/22 20. De CREG neemt nota van deze opmerking en maakt de volgende analyse. Wat betreft het eerste argument begrijpt de CREG dat het illusoir is met precisie de activatie van de primaire reserve voor de kleine frequentieafwijkingen te willen controleren. Het lijkt de CREG echter wel belangrijk te controleren dat de bronnen die deze dienst leveren op elke frequentieafwijking reageren, inclusief de minimale. Door de moeilijkheid van het precies controleren van de reactie van deze bronnen op de minimale frequentieafwijkingen, blijft de CREG bij haar verzoek tot een continue controle, maar is zij van mening dat deze moet bestaan uit twee typen controles: een controle in het geval van een frequentieafwijking dat in absolute waarde hoger is dan een drempelwaarde, en de controle in het geval van een frequentieafwijking dat in absolute waarde kleiner is dan deze drempelwaarde. In het eerste geval (grote frequentieafwijkingen) moet een volledige en nauwkeurige controle worden uitgevoerd. Een eenvoudigere controle zou kunnen worden uitgevoerd in het tweede geval, bijvoorbeeld een controle of de betreffende bronnen reageren en of ze in de juiste richting reageren, zonder meer nauwkeurig de amplitude van de reactie te controleren. De drempelwaarde zou kunnen worden vastgesteld tussen de 30 en 40 mHz. Wat betreft het tweede argument is de CREG van mening dat de werkbelasting zou kunnen worden verminderd door de volgende twee verbeterpunten door te voeren: het nauwkeurig en gedetailleerd definiëren van een controlemethode, en het automatiseren van deze procedure. Het formaliseren van de controleprocedure, bijvoorbeeld door het bijvoegen van een bijlage bij het “General Framework R1”, zou ervoor kunnen zorgen dat geschillen beperkt worden tot fouten in de toepassing van de procedure en niet tot de procedure zelf. Automatisering van de controleprocedure draagt tevens bij aan een vermindering van de werklast. 21. De CREG is van mening dat de controle van continue aard moet zijn door, zoals hiervoor beschreven, onderscheid te maken tussen grote en kleine afwijkingen. 22. Wat betreft de transparantie van de gegevens van de R1 oppert Elia dat het voor eind 2015 op haar website publiceren van een overzicht met de "10 seconden"-gegevens betreffende de frequentie, het daaruit voortvloeiende volume van gevraagde R1 en het totale volume gecontracteerde R1 de vraag van de CREG beantwoordt. Zij voegt hieraan toe dat zij voornemens is om op deze zelfde pagina een overzicht te plaatsen van de activatie van gevraagde R1 per gecontracteerde MW voor elk R1-product afhankelijk van de frequentie 12/22 van het net, alsook een link naar de pagina op haar website waar de gecontracteerde volumes R1 per product voor elke kortetermijnveiling zijn weergegeven. 23. De CREG is van mening dat deze publicaties inderdaad voldoen aan de vraag in het ontwerpbesluit. 24. Wat betreft de monitoring stelt Elia dat de combinatie van de frequentiegegevens zoals hiervoor vermeld, de monitoringgegevens die reeds maandelijks aan de CREG overgemaakt worden betreffende de activatie op kwartierbasis van de primaire regeling per ARP en betreffende de gecontroleerde R1-nominatie, alsook de formuleringen in het "General Framework R1" voldoet aan de vraag de CREG. 25. De CREG is van mening dat deze publicaties inderdaad voldoen aan de vraag in het ontwerpbesluit. III. Analyse van het voorstel III.1 Voorafgaande opmerkingen en voorbehouden 26. In overeenstemming met wat in deel I “Wettelijk kader” werd aangehaald, herhaalt de CREG dat er over de regels die ELIA had voorgesteld en die door de CREG werden goedgekeurd, zowel in de beslissing over de reservevolumes voor 2016 als in onderhavige beslissing, niet meer kan worden onderhandeld en dat ze ook niet kunnen worden gewijzigd door een andere administratieve overheid, aangezien ze het voorwerp uitmaakten van een beslissing van de CREG. 27. Deze eindbeslissing heeft, overeenkomstig artikel 159, §1, van het technisch reglement, enkel betrekking op het voorstel van werkingsregels van de markt bestemd voor de in de inleiding vermelde compensatie van de kwartieronevenwichten, en meer in het bijzonder op de aanpassingen die ELIA heeft voorgesteld ten opzichte van het vorige voorstel waarover beslissing (B)141023-CDC-1372 van de CREG van 23 oktober 2014 ging. Ze vormt op geen enkele manier een expliciete of impliciete goedkeuring van de overeenkomsten waarnaar in het voorstel van ELIA wordt verwezen. ELIA dient zo nodig deze overeenkomsten in overeenstemming te brengen met de marktregels die de onderhavige beslissing inhoudt. Zo spreekt de onderhavige eindbeslissing zich ook niet uit over de tariefaspecten. 13/22 III.2 In overweging genomen beoordelingselementen 28. Op grond van de wetteksten weergegeven in deel I werden een aantal beoordelingselementen in overweging genomen voor het uitwerken van deze beslissing. Deze beoordelingselementen worden hierna ontleed. 29. Het mechanisme voor de compensatie van kwartieronevenwichten is voor de netbeheerder een belangrijk middel om het evenwicht van de Belgische regelzone te verzekeren. De regeling van het evenwicht van de regelzones is voor ENTSO-E een belangrijke schakel voor de veiligheid van het hele elektriciteitsnet in continentaal Europa. Het is dus uiterst belangrijk dat het mechanisme voor de compensatie van de onevenwichten in de regelzone de netbeheerder de middelen biedt om de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net te behouden dan wel te herstellen. 30. Het mechanisme voor de compensatie van de kwartieronevenwichten vormt een belangrijk element voor de werking van de Belgische elektriciteitsmarkt. Het is dus van essentieel belang om rekening te houden met de structuur en de opbouw van de markt waarop het een beroep doet. Zo moet het rekening houden met de volgende elementen: - het aantal lokale producenten dat diensten voor de compensatie van de kwartieronevenwichten kan aanbieden, is beperkt, - om nieuwe marktspelers aan te trekken die in staat zijn op de Belgische markt diensten voor de compensatie van de kwartieronevenwichten aan te bieden, dient een evenwicht gevonden te worden tussen een redelijke vergoeding van deze diensten en een regulering van de aanbiedingen, die gezien de beperkte mededinging noodzakelijk is. 31. Zo is het belangrijk dat het mechanisme voldoende flexibel is om de deelneming toe te laten van een zo groot mogelijk aantal spelers op de markt van de levering van diensten bestemd voor de compensatie van de kwartieronevenwichten. Met het oog hierop mag de structuur van het mechanisme niet de deur sluiten voor toekomstige evoluties die het mogelijk maken deze richting uit te gaan. 32. Verder is het ook noodzakelijk dat het mechanisme een adequate transparantie biedt op het vlak van de aanbiedingen en hun activering. Deze transparantie brengt een merkbare zichtbaarheid mee in termen van informatie aan de marktspelers over de aanbiedingen met betrekking tot de compensatie van de kwartieronevenwichten en draagt er aldus toe bij om potentieel abusief gedrag te ontmoedigen. 14/22 Bovendien is het belangrijk dat het mechanisme de producenten die wensen deel te nemen aan de levering van diensten voor de compensatie van de kwartieronevenwichten, duidelijke signalen geeft met betrekking tot de kosten en inkomsten die zij van hun deelneming aan deze diensten kunnen verwachten. 33. Omwille van de reservevolumes waarover ELIA beschikt, zou het echter gevaarlijk zijn mochten de toegangsverantwoordelijken (Acces Responsible Parties, hierna: ARP) de compensatie van de kwartieronevenwichten in België kunnen beschouwen als een hulpmiddel dat hen ter beschikking staat om hun verplichting tot evenwicht na te komen. Het mechanisme voor de compensatie van de kwartieronevenwichten moet onder de huidige omstandigheden een hulpmiddel blijven dat ter beschikking van de TNB wordt gesteld om het evenwicht van de Belgische regelzone te verzekeren, en het is belangrijk dat het een hulpmiddel als laatste toevlucht voor de ARP in onevenwicht blijft. Het mechanisme moet gebaseerd zijn op de marktregels en tevens toch zoveel mogelijk gaming door arbitrage met de spotmarkt of met de intraday markt voorkomen. Dit aspect wordt hoofdzakelijk verzekerd via het tarief voor de compensatie van de kwartieronevenwichten. De goedkeuring ervan hoort bij de goedkeuring van de tarieven van de netbeheerder en valt buiten het kader van deze beslissing. 34. Bovendien moeten het mechanisme voor de compensatie van de kwartieronevenwichten en het eraan verbonden tarief een minimalisering van de kosten voor de compensatie van de kwartieronevenwichten voor de ARP beogen en hen toereikende prijssignalen geven op kritieke momenten. 35. Tot slot is het van primordiaal belang dat het mechanisme voor de compensatie van de kwartieronevenwichten geen hinderpaal vormt voor de oprichting van een centraal-WestEuropese regionale markt. De integratie van de nationale markten is immers noodzakelijk om tot mededinging op nationaal niveau te komen. Het is dus belangrijk dat het mechanisme voor de compensatie van de kwartieronevenwichten zonder al te grote moeilijkheden met die van de buurlanden kan geïntegreerd worden. III.3 Beschrijving van de voorgestelde evoluties 36. De evoluties die ELIA heeft voorgesteld, hebben betrekking op twee onderwerpen: 1) De invoering van regels betreffende het primair reservevermogen. 2) Evoluties betreffende het tertiaire reservevermogen. 15/22 III.4 Toepassing van het wettelijke kader en van de beoordelingselementen op het voorstel 37. Aangezien de basis van de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten die momenteel van toepassing zijn, werd goedgekeurd in het kader van vroegere beslissingen van de CREG, richt de onderhavige analyse zich op de evoluties van deze regels overeenkomstig de twee onderwerpen die hierboven werden beschreven. III.4.1 Onderwerp 1 – De invoering van regels betreffende het primair reservevermogen 38. In het voorstel heeft ELIA een reglement geïntroduceerd betreffende de reservatie en de activatie van het primaire reservevermogen, overeenkomstig de structuur van de richtlijnen betreffende het secundaire en tertiaire reservevermogen. Voorheen was een deel van deze regels aangaande het primaire reserve opgenomen in het voorstel betreffende de reservevolumes en een ander deel in het voorstel betreffende de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten. 39. De CREG stelt vast dat de regels betreffende het primaire reservevermogen, zoals beschreven in de sectie 5.2 en 7.2 van het voorstel, reeds sinds 2015 van toepassing zijn en dat, met het oog op de consistentie tussen de soorten reservevermogen en het vereenvoudigen van de documenten, ELIA heeft besloten deze te verenigen in dit document. Er zijn dus geen nieuwe regels gevormd, maar de reeds van toepassing zijnde regels zijn geformaliseerd. Daarnaast neemt de CREG waar dat, in het kader van de specificiteiten van de verschillende soorten reservevermogens, de principes die de basis vormen van deze regels overeenkomen met de regels betreffende het secundaire en tertiaire reservevermogen. 40. Tot slot is de CREG van mening dat het deel van dit voorstel betreffende het primaire reservevermogen voldoet aan de beoordelingselementen die rechtstreeks hierop van toepassing zijn. III.4.2 Onderwerp 2 – Evoluties betreffende het tertiaire reservevermogen Invoering van kortetermijnaanbestedingen voor de reservatie van een deel van het tertiaire reservevolume 16/22 41. Tot nu toe werden de behoeften betreffende het tertiaire reservevermogen gedekt door de jaarcontracten. In het voorstel van ELIA worden vanaf 2016 de te contracteren tertiaire reservevolumes verdeeld in twee delen: een eerste deel van minimum 700 MW op jaarcontractbasis en een tweede deel van minimum 70 MW op maandcontractbasis. Het eerste deel (jaarcontracten) betreft zowel de tertiaire productiereserve (R3-productie) als het R3-product voor diensten tot profielaanpassing (R3DP) en de tertiaire reserve op onderbreekbare afnames (R3 ICH). Het tweede deel (maandcontracten) betreft de R3productie en R3DP. De aanvullende eisen vermelden de beperkingen die in verband staan met de contractuele volumes voor de producten “R3-productie”, “R3DP” en “R3 ICH”, zoals gedefinieerd in het voorstel van ELIA betreffende de reservevolumes voor 2016, voorwerp van de eindbeslissing (B)20150717-CDC-1423 van de CREG. Het weergeven van de volumes als contractminimum is bedoeld om de flexibiliteit te behouden, zodat zowel op de jaarlijkse en maandelijkse veiling economische optimalisatie bereikt wordt zonder vast te houden aan een exclusief volume waarbij strikte naleving zou kunnen leiden tot niet-optimale economische oplossingen. Het geheel van deze volumes dekt de door ELIA voorgestelde behoeften en zijn voorwerp van de eindbeslissing (B)20150717-CDC-1423 van de CREG. 42. De CREG stelt vast dat na de geleidelijke overgang tussen 2013 en 2015 van de jaarlijkse 100 % contractualisering van de primaire reserve en secundaire reserves naar een 100 % contractualisering op korte termijn van de primaire en secundaire reserves ELIA een soortgelijk proces in gang zet aangaande de tertiaire reserves. De eerste fase van deze overgang betreft ongeveer 15 % van het minimumvolume van de R3-productie en R3DP. De CREG stelt tevens vast dat deze evolutie voor ELIA voor R1 en R2 kostenefficiënt was. De CREG merkt verder op dat de kortetermijncontractualisering van R3 correspondeert met een huidige Europese trend en reeds wordt toegepast in bepaalde West-Europese landen. De limiet van 15 % kortetermijncontractualisering van de volumes R3 op korte termijn zou er ook voor kunnen zorgen dat middelen met een lager beschikbaarvolume R3 toe kunnen treden tot de markt, wat de liquiditeit in deze markt bevordert. 43. De CREG is dus van mening dat deze evolutie van contractualisering voor de R3 een stap in de goede richting is, zowel inzake prijs, liquiditeit als integratie in de West- 17/22 Europese markt. Dienovereenkomstig is de CREG van mening dat dit deel van het voorstel voldoet aan de beoordelingselementen die er rechtstreeks op van toepassing zijn. Voorwaarden met betrekking tot de tertiaire reserve-biedingen 44. Elia stelt voor om naast deelbare of ondeelbare biedingen ook gedeeltelijk deelbare biedingen toe te staan. Deze evolutie is bedoeld om voor Elia meer flexibiliteit te creëren in de definiëring van "bidding instructions", teneinde de praktijken betreffende de definitie van biedingen door de deelnemers te kaderen. 45. De CREG is van mening dat dit voorstel de concurrentie op de markt bevordert. 46. Bovendien stelt Elia voor de tariefperiodes voor het product ICH te standaardiseren van de drie periodes "peak", "off-peak" en "weekend" naar de twee tariefperiodes "peak" en "off-peak". 47. De CREG is van mening dat deze standaardisering van de tariefperiodes met betrekking tot het product ICH bijdraagt tot het vergroten van de aantrekkelijkheid van het product voor de spelers die dit willen afdekken. 48. Dientengevolge is de CREG van mening dat het deel van dit voorstel voldoet aan de beoordelingselementen die rechtstreeks hierop van toepassing zijn. III.5 Aanvullende overwegingen van de CREG III.5.1 Controle van de activatie van het primaire reservevermogen 49. De CREG merkt op dat de controle van de activatie van het primaire reservevermogen gebeurt op basis van een steekproef van zes frequentieafwijkingen. Gezien de technologische evoluties, en in het bijzonder door de beschikbaarheid van computerapparatuur, is de CREG van mening dat het wenselijk is om, evenals bij het monitoren van het secundaire en tertiaire reservevermogen, over te stappen op een continue controle van de activatie van het primaire reservevermogen en dienovereenkomstig een penaliteitsregeling te implementeren. De principes zoals uiteengezet in paragraaf 20 kunnen dienen als richtsnoer bij de implementatie. 18/22 Teneinde Elia voldoende tijd te geven dit te toe te passen, vraagt de CREG dit te verwezenlijken per 1 januari 2017. III.5.2 Transparantie 50. Deel 8 van het voorstel beschrijft de regels omtrent de publicatie van marktgegevens in het kader van transparantie. 51. De CREG stelt vast dat wel gegevens omtrent activatie van de secundaire en tertiaire reserves op de site van ELIA zijn gepubliceerd, maar geen gegevens omtrent de activatie van primaire reserves. Ze is van mening dat transparantie hieromtrent noodzakelijk is. In het antwoord op de raadpleging (zie paragraaf 22), verduidelijkt ELIA dat de preciseringen betreffende de publicaties die zij van plan is ten uitvoer te leggen tegen eind 2015 op haar site zal plaatsen, ten gunste van de transparantie van de gegevens betreffende de frequentie van het systeem en de R1. III.5.3 De CREG is van mening dat deze publicatie momenteel bevredigend is in de zin van transparantie betreffende de R1.Monitoring 52. Deel 9 van het voorstel beschrijft de regels omtrent de overdracht van de gegevens door ELIA aan de CREG, waardoor controle kan worden uitgeoefend over de marktwerking. 53. Gezien de overwegingen die zijn geformuleerd in het deel hiervoor betreffende de transparantie van de gegevens omtrent de primaire regeling, de gegevens die reeds aan de CREG worden verstrekt in het kader van de monitoring van de R1 alsook de formuleringen in het "General Framework R1", is de CREG van mening dat van zodra ELIA de gegevens op haar website publiceert, zij de basisgegevens ter beschikking heeft voor de monitoring van het primaire reservevermogen. 19/22 IV. Beslissing Gelet op het Koninklijk Besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, onder meer artikel 159, §1. Gelet op het voorstel "Règles de fonctionnement du marché relatif à la compensation des déséquilibres quart-horaires – Entrée en vigueur partiellement en 2015 et intégralement à partir du 1er janvier 2016", overgemaakt door de NV ELIA SYSTEM OPERATOR per schrijven van 27 mei 2015. Gelet op de raadpleging die de CREG tussen 15 juni en 6 juli 2015 heeft georganiseerd over haar ontwerpbeslissing. Overwegende de analyse van de reacties op de raadpleging, uitgevoerd onder deel II van onderhavige beslissing. Overwegende dat de NV ELIA SYSTEM OPERATOR haar voorstel heeft ingediend voor inwerkingtreding gedeeltelijk in 2015 en volledig vanaf 1 januari 2016. Overwegende dat het voorstel de bepalingen naleeft van de relevante artikelen van het technisch reglement weergegeven in deel I van deze beslissing, en dat het voldoet aan de beoordelingselementen ontwikkeld in deel II.2. van deze beslissing. Overwegende de specifieke analyse gemaakt in deel III.4 van de onderhavige beslissing. De CREG beslist, binnen het kader van de opdracht die haar wordt toevertrouwd door artikel 159, §1, van het technisch reglement, het voorstel van de NV ELIA SYSTEM OPERATOR goed te keuren. De CREG wil de aandacht van ELIA vestigen op de "aanvullende overwegingen" zoals beschreven in deel III.5 van het onderhavige besluit. De CREG herinnert er tevens aan dat de NV ELIA SYSTEM OPERATOR de overeenkomsten verbonden aan de compensatie van de kwartieronevenwichten in overeenstemming dient te brengen met de marktregels die de onderhavige beslissing inhoudt. 20/22 Verder behoudt de CREG zich het recht voor om op elk ogenblik bijkomende opmerkingen te formuleren, in voorkomend geval in een latere beslissing.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Marie-Pierre FAUCONNIER Voorzitster van het Directiecomité 21/22 Raadpleging Overeenkomstig haar huishoudelijk reglement, heeft de CREG een raadpleging over een ontwerpbeslissing van de CREG georganiseerd met betrekking tot een voorstel van Elia. Deze ontwerpbeslissing betreft de vraag tot goedkeuring van de aanpassing van de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten. Teksten van de ontwerpbeslissing waarop de raadpleging betrekking had : - Ontwerpbeslissing Het voorstel van Elia waarop de ontwerpbeslissing betrekking heeft : - Brief van Elia van 27 mei 2015 - Voorstel van ELIA in normale versie (enkel in het Frans) Aanvullend document : - Voorstel van ELIA in track changes versie in vergelijking met de momenteel toegepaste regels (enkel in het Frans) Ontvangen antwoord: - van Anode - van FEBEG - van ELIA 22/22

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.