← België

Beslissing over de aanvraag tot goedkeuring van de door NV Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van het Standaard aardgasvervoerscontract, het Aard

Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)150917-CDC-1457 over “de aanvraag tot goedkeuring van de door NV Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van het Standaard aardgasvervoerscontract, het Aardgasvervoersprogramma en van de bijlagen A, B, C1, C3, E, G, H en de nieuwe bijlage C5 van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer” genomen met toepassing van artikel 15/1, §3, 7°, en artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, 29° en 30°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen en de artikelen 82, §1, en 107 van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas 17 september 2015 INHOUDSOPGAVE I. INLEIDING ................................................................................................................... 4 LEXICON .............................................................................................................................. 5 II. WETTELIJK KADER .................................................................................................... 6 II.1 – Algemeen................................................................................................................. 6 II.2 – Toetsingscriteria....................................................................................................... 7 II.3 – Raadpleging betrokken aardgasondernemingen .....................................................10 II.4 - Inwerkingtreding wijzigingen Aardgasvervoersprogramma en Standaard wijzigingen Aardgasvervoerscontract, Toegangsreglement voor Aardgasvervoer ......................................................................................................10 III. ANTECEDENTEN .......................................................................................................11 III.1 – Algemeen...............................................................................................................11 III.2 – Wijzigingen van het Standaard Aardgasvervoerscontract, Aardgasvervoersprogramma en van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer ...............................................................................................................................17 III.3 – Marktconsultatie .....................................................................................................19 IV. BEOORDELING ..........................................................................................................20 IV.1 – Onderzoek van de wijzigingen van het Standaard Aardgasvervoerscontract .........21 IV.1.1 Corpus ..............................................................................................................21 IV.1.2 Bijlage 2, algemene voorwaarden .....................................................................22 IV.1.3 Bijlage 3, definities ............................................................................................27 IV.2 – Onderzoek van de wijzigingen van bijlagen A, B, C1, C3, E, G, H en de nieuwe bijlage C5 van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer ............................................29 IV.2.1 – Toegangsreglement voor Aardgasvervoer......................................................29 IV.2.2 – Bijlage A: Vervoersmodel ...............................................................................29 IV.2.3 – Bijlage B: Onderschrijving en toewijzing van Diensten ...................................34 IV.2.4 – Bijlage C1: Operationele regels ......................................................................39 IV.2.5 – Bijlage C3: Operationele regels voor Kwaliteitsconversiediensten ..................41 2/54 IV.2.6 – Bijlage C5: Hubdiensten - Operationele regels ...............................................41 IV.2.7 – Bijlage E: Congestiebeheer ............................................................................47 IV.2.8 – Bijlage G: Formulieren....................................................................................48 IV.2.9 – Bijlage H: Elektronisch Data Platform .............................................................49 IV.3 – Onderzoek van de wijzigingen van het Aardgasvervoersprogramma .....................49 IV.4 – Inwerkingtreding van de goedgekeurde wijzigingen ...............................................51 V. BESLISSING ...............................................................................................................52 BIJLAGE 1 ...........................................................................................................................54 3/54 I. INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 15/1, §3, 7°, en artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, 29° en 30°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen (hierna : de gaswet) en van artikel 82, §1, van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallaties voor aardgas en de LNG-installaties en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas (hierna: de gedragscode), de aanvraag tot goedkeuring van de door de NV Fluxys Belgium (hierna: Fluxys Belgium) voorgestelde wijzigingen van het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Aardgasvervoersprogramma en van bijlagen A, B, C1, C3, E, G, H en de nieuwe bijlage C5 van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer. De wijzigingen werden aangebracht in de versie van de documenten die door de CREG in haar beslissing (B)150326-CDC-1414 van 26 maart 2015 werden goedgekeurd, aangevuld met de wijzigingen aangebracht in het kader van de overgangsmaatregelen zoals voorzien in het project voor de integratie van de aardgasmarkten van België en Luxemburg (Belux-project) en door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)150520-CDC-1420 van 20 mei 2015. Deze aanvraag werd door de NV Fluxys Belgium inclusief de begeleidende brief van 3 augustus 2015 bij de CREG per drager met ontvangstbewijs ingediend op 4 augustus 2015. Aan de aanvraag werd het consultatierapport toegevoegd. Deze beslissing bestaat, naast het lexicon, uit vijf delen, meer bepaald de huidige inleiding, het wettelijk kader van de onderhavige beslissing, de antecedenten ervan, de beoordeling van de vraag tot goedkeuring en het besluit. Deze beslissing werd genomen door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 17 september 2015.  4/54 LEXICON ‘gaswet’: wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen ‘gedragscode’: koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallaties voor aardgas en de LNGinstallaties en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas ‘gasverordening’: verordening 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot de aardgastransmissienetten en tot intrekking van de Verordening 1775/2005 ‘NC BAL’: verordening 312/2014 van de Commissie van 26 maart 2014 tot vaststelling van een netcode inzake gasbalancering van transmissienetten ‘NC CAM’: verordening 984/2013 van de Commissie van 14 oktober 2013 tot vaststelling van een netcode met betrekking tot capaciteitstoewijzingsmechanismen in gastransmissiesystemen en tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad 5/54 II. WETTELIJK KADER II.1 – Algemeen 1. Voor het algemeen wettelijk kader verwijst de CREG naar haar beslissingen 11491 en 11552 van respectievelijk 19 april 2012 en 10 mei 2012. 2. Artikel 108, van de gedragscode bepaalt dat de voorstellen van Standaard Aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgas en het Aardgasvervoersprogramma alsook de wijzigingen ervan tot stand komen na raadpleging door Fluxys Belgium van de betrokken netgebruikers in een overlegstructuur bedoeld in artikel 108, van de gedragscode. 3. Wijzigingen zijn onderworpen aan de goedkeuring van de CREG alvorens zij bekend kunnen worden gemaakt op de website van Fluxys Belgium overeenkomstig artikel 107, van de gedragscode. 4. Tot slot, treden de goedgekeurde wijzigingen pas in werking op de datum bepaald door de CREG in haar beslissing. 5. Overeenkomstig artikel 12.2 van de Verordening 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot de aardgastransmissienetten en tot intrekking van de Verordening 1775/2005 (hierna: de gasverordening) bevorderen de transmissiesysteembeheerders het treffen van operationele regelingen om een optimaal beheer van het netwerk te garanderen en bevorderen tevens de ontwikkeling van energiebeurzen, de gecoördineerde toewijzing van grensoverschrijdende capaciteit via non-discriminerende marktgeoriënteerde oplossingen met voldoende aandacht voor de specifieke verdiensten van impliciete veilingen voor korte termijn toewijzingen en de integratie van balanceringsmechanismen. 6. Verder worden in de artikelen 16, 18 en 20, van de gasverordening algemene beginselen uiteengezet inzake respectievelijk mechanismen voor capaciteitsallocatie en 1 Beslissing 1149 van 19 april 2012 over de aanvraag tot goedkeuring van het Aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer Aardgasvervoersprogramma van de N.V. Fluxys. 2 Beslissing 1155 van 10 mei 2012 over de aanvraag tot goedkeuring van het Aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer Aardgasvervoersprogramma van de N.V. Fluxys. Standaard en het Standaard en het 6/54 procedures bij congestiebeheer bij transmissiesysteembeheerders, de transparantievereisten voor transmissiesysteembeheerders en het bijhouden van gegevens door systeembeheerders. 7. Deze beginselen voortvloeiende uit de gasverordening, welke een rechtstreekse toepassing genieten, hebben voorrang op de bepalingen van de gedragscode voor zover deze bepalingen van de gedragscode hiermee strijdig zouden zijn. 8. Verder vloeit uit het derde energiepakket voort dat om tot een betere samenwerking en coördinatie te komen tussen transmissiesysteembeheerders het vereist is om netcodes in te voeren voor het verlenen van een daadwerkelijke en transparante toegang tot de transmissienetwerken over de grenzen heen. 9. In dit kader zijn volgende netwerkcodes reeds van kracht geworden:

  1. a)NC BAL, treedt in werking op 1 oktober 2015;
  2. b)NC CAM, treedt in werking op 1 november 2015;
  3. c)Congestion Management Procedures (hierna CMP), van bijlage I, van de Verordening 2009/715, trad in werking op 17 september 2012. 10. De netwerkcodes zijn aangenomen onder de vorm van een verordening en vinden bijgevolg rechtstreeks toepassing waardoor zij voorrang genieten op nationale wetgeving inzake grensoverschrijdende kwesties voor zover zij hiermee strijdig zouden zijn. II.2 – Toetsingscriteria 11. In geval van een goedkeuringsbevoegdheid gaat de goedkeurende overheid na of de goed te keuren akte niet strijdig is met enige rechtsregel en conform is met het algemeen belang3. 12. Een akte is niet strijdig is met enige rechtsregel indien zij overeenstemt met de Europese en nationale wetgeving. Zodoende is de CREG via haar goedkeuringsbevoegdheid ermee belast erop toe te zien dat de voorgestelde wijzigingen van het Standaard 3 Zie onder meer VAN MENSEL, A., CLOECKAERT, I., ONDERDONCK, W. en WYCKAERT, S., De administratieve rechtshandeling – Een Proeve, Mys &Breesch, Gent, 1997, p. 101; DEMBOUR, J., Les actes de la tutelle administrative en droit belge, Maison Ferdinand Larcier, Bruxelles, 1955, p. 98, nr. 58. 7/54 Aardgasvervoerscontract, het Aardgasvervoersprogramma en het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer in overeenstemming zijn met de wetgeving, in de eerste plaats met de (hogere) sectorspecifieke wetgeving, en ervoor te zorgen dat het recht van toegang tot het vervoersnet en de wettelijke regels die dit recht van toegang reguleren, worden aangevuld op een manier dat aan elke netgebruiker zijn recht van toegang tot het vervoersnet effectief gegarandeerd wordt. 13. De CREG zal hierbij in het bijzonder nagaan of de voorgestelde wijzigingen de toegang tot het vervoersnet niet belemmeren en zodoende artikel 15/7 van de gaswet respecteren, alsook of de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het vervoersnet niet in gevaar wordt gebracht en zodoende de voorgestelde wijzigingen in overeenstemming zijn met de verplichtingen voorzien voor de beheerder in artikel 15/1, §1, 1° en 2°, van de gaswet, volgens hetwelk de respectieve beheerders de vervoersinstallaties dienen te exploiteren, te onderhouden en te ontwikkelen op economisch aanvaardbare, veilige, betrouwbare en efficiënte wijze. 14. De vrije toegang tot het vervoersnet is essentieel voor de vrijmaking van de aardgasmarkt en derhalve van openbare orde. Het recht van toegang tot de vervoersnetten, bedoeld in de artikelen 15/5, 15/6 en 15/7, van de gaswet, is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de aardgasmarkt4. Opdat er concurrentie op de aardgasmarkt zou kunnen komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van aardgas zouden kunnen kiezen, is het essentieel dat de eindafnemers en hun leveranciers gegarandeerd toegang tot de vervoersnetten hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een niet-discriminatoire wijze. Het is immers via de vervoersnetten dat nagenoeg elke ingevoerde en verbruikte of opnieuw uitgevoerde aardgasmolecule passeert. Een leverancier kan maar het door hem verkochte aardgas effectief aan zijn klant leveren indien hij en zijn klant elk toegang hebben tot de vervoersnetten. Daarbij komt dat het beheer van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie wordt verzekerd respectievelijk en alleen door de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie, aangewezen overeenkomstig artikel 8, van de gaswet. Het recht van toegang tot het vervoersnet is dan ook een basisprincipe en principieel recht dat niet beperkend mag worden geïnterpreteerd. Elke uitzondering op of beperking van dit recht moet uitdrukkelijk voorzien zijn en beperkend 4 Zie ook considerans 7 van de tweede gasrichtlijn waarin ook uitdrukkelijk gesteld werd dat het voor een goed werkende concurrentie is vereist dat de toegang tot het netwerk niet-discriminerend en transparant is en tegen redelijke prijzen kan geschieden en considerans 4 van de derde gasrichtlijn waarin gesteld wordt dat er nog steeds geen sprake is van een niet-discriminerende nettoegang. Tot slot kan ook verwezen worden naar de considerans 11 van de gasverordening. 8/54 geïnterpreteerd worden. Zo bepaalt artikel 15/7 van de gaswet dat de beheerders de toegang tot het vervoersnet enkel geldig kunnen weigeren indien: 1° het net niet over de nodige capaciteit beschikt om het vervoer te verzekeren, 2° de toegang tot het net de goede uitvoering van een openbare dienstverplichting door de betrokken vervoeronderneming zou verhinderen en 3° de toegang tot het net voor de betrokken vervoersonderneming economische en financiële moeilijkheden meebrengt of zou meebrengen wegens “take-or-pay” verbintenissen die zij in het kader van een of meer gasaankoopcontracten heeft aanvaard overeenkomstig de in artikel 15/7, §3, van de gaswet vastgelegde procedure. Bovendien moet de weigering met redenen omkleed zijn. 15. De CREG meent dan ook dat niet kan worden toegelaten dat de beheerder op enige wijze het recht van toegang tot het vervoersnet zou bemoeilijken, beperken of belemmeren door het opleggen van onbillijke, onevenwichtige, onredelijke of disproportionele voorwaarden, wat eveneens strijdig zou zijn met het algemeen belang. 16. Uit artikel 15/5, van de gaswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot de vervoersnetten onlosmakelijk gekoppeld is aan de gedragscode en de tarieven vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 15/5bis, van de gaswet en goedgekeurd door de CREG. De gedragscode en de tarieven beogen het recht van toegang tot de vervoersnetten in de feiten te realiseren. 17. Overeenkomstig artikel 15/5undecies, van de gaswet regelt de gedragscode de toegang tot de vervoersnetten. Met de gedragscode beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou kunnen ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, niet-pertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar zijn wegens hun gebrek aan de nodige gespecialiseerde kennis inzake het beheer van de vervoersnetten. Met deze gedragscode beoogt de wetgever ook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de beheerders anderzijds. 18. Met toepassing van artikel 2, §1, 2° en 3°, van de gedragscode bieden de beheerders toegang tot het vervoersnet en vervoersdiensten aan op niet-discriminerende en transparante wijze en dit op basis van de door de CREG goedgekeurde belangrijkste voorwaarden. Verder, beantwoorden de beheerders de marktvraag en de redelijke behoeften van de netgebruikers op een niet-discriminerende wijze. De beheerders weerhouden zich van het creëren of handhaven van drempels voor de toegang tot vervoersdiensten. Deze vervoersdiensten worden op een efficiënte en aan competitieve voorwaarden aangeboden. Elke vorm van discriminatie tussen netgebruikers of categorieën van netgebruikers is verboden. 9/54 II.3 – Raadpleging betrokken aardgasondernemingen 19. Met toepassing van artikel 108 van de gedragscode komen de voorstellen van toegangsreglementen en dienstenprogramma’s en de wijzigingen ervan tot stand na raadpleging door de beheerders van de betrokken netgebruikers. 20. Fluxys Belgium heeft een marktconsultatie met nummer 15 georganiseerd van 13 mei 2015 tot en met 5 juni 2015. De belangrijkste voorwaarden5 die aan de consultatie werden voorgelegd door Fluxys Belgium betreft de versie van belangrijkste voorwaarden zoals goedgekeurd door de CREG bij beslissing (B)150326-CDC-1414 van 26 maart 2015, aangevuld met de aanpassingen aan de belangrijkste voorwaarden nodig voor de integratie van de bepalingen die voortvloeien uit de implementatie van de NC CAM enerzijds en aangevuld met de contractuele en operationele bepalingen van toepassing op hubdiensten in het kader van de integratie van de activiteiten van hubbeheerder door Fluxys Belgium, anderzijds. Met toepassing van artikel 8, §2, 5°, van het huishoudelijk reglement van de CREG, bekend gemaakt op haar website (www.creg.be), dient de CREG niet te raadplegen op grond van een ontwerp van beslissing indien de gaswet of een uitvoeringsbesluit specifiek een voorafgaande raadpleging organiseert, zoals in voorliggend geval met toepassing van artikel 108 van de gedragscode. II.4 Inwerkingtreding wijzigingen Standaard Aardgasvervoerscontract, Aardgasvervoersprogramma en wijzigingen Toegangsreglement voor Aardgasvervoer 21. Artikel 107, van de gedragscode bepaalt dat het goedgekeurde Standaard Aardgasvervoerscontract, Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en Aardgasvervoersprogramma, alsook de wijzigingen ervan, samen met de datum van inwerkingtreding, onverwijld bekend gemaakt worden op de website van de betrokken beheerder. 22. De CREG bepaalt in haar goedkeuringsbeslissing de datum waarop voormelde documenten of wijzigingen in voormelde documenten in werking treden. 5 Belangrijkste voorwaarden is een verzamelnaam voor het Standaard aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma 10/54 III. ANTECEDENTEN III.1 – Algemeen 23. Op 1 oktober 2012 werd door Fluxys Belgium een nieuw vervoersmodel geïmplementeerd. Ter voorbereiding van dit belangrijk project werd door de CREG eind 2010 een voorstel van basisprincipes voor een nieuw vervoersmodel ter consultatie6 voorgelegd aan de marktpartijen. De CREG heeft in de loop van deze consultatieronde talrijke belangrijke en nuttige suggesties, voorstellen, opmerkingen, bedenkingen en informatie ontvangen van de deelnemende marktpartijen7. Deze informatie werd nuttig gebruikt om het nieuwe Entry/Exit vervoersmodel in samenspraak met Fluxys Belgium te ontwerpen. In haar beslissing (B)120510-CDC-1155 van Aardgasvervoerscontract, 10 het mei 2012 heeft Toegangsreglement de voor CREG het Standaard Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma van Fluxys Belgium goedgekeurd. Dit zijn de basisdocumenten van het nieuwe Entry/Exit vervoersmodel. Deze documenten garanderen een eenvoudige toegang tot het aardgasvervoersnet voor alle marktspelers, de creatie van een handelsplaats waarbij, naast de mogelijkheid tot bilaterale handel (OTC), een anonieme beurs (exchange) diensten aanbiedt aan de marktspelers en van een marktgestuurd balanceringssysteem. Het Entry/Exit model dat Fluxys Belgium heeft ontwikkeld en dat operationeel is sinds 1 oktober 2012 heeft volgende kenmerken: - Het vervoersnet is in twee ingangs-/uitgangszones ingedeeld: de H-zone en de Lzone. De H-zone stemt overeen met het fysieke H-calorisch vervoerssysteem en de L-zone met het fysieke L-calorisch vervoerssysteem. - Een netgebruiker kan ingangs- en uitgangsdiensten contracteren. De ingangsdiensten verlenen hem het recht een hoeveelheid aardgas op een interconnectiepunt in het vervoersnet te injecteren a rato van de gecontracteerde injectiecapaciteit. Via de uitgangsdiensten kan hij een hoeveelheid aardgas uit het net uitzenden. - Een 'interconnectiepunt' verbindt het vervoersnet van Fluxys Belgium met het vervoersnet van een aangrenzende TSO, of met een vervoersinstallatie onder het beheer van Fluxys Belgium, zoals bijv. de opslaginstallatie te Loenhout. 6 Zie website CREG: http://www.creg.info/pdf/Opinions/2010/T082010/consultatienota.pdf : consultatienota nieuw vervoersmodel; 7 Zie website CREG: http://www.creg.info/pdf/Studies/F1035NL.pdf : studie over de ontwikkeling van een nieuw vervoersmodel voor transmissie van aardgas; 11/54 - Een 'afnamepunt' verbindt het vervoersnet van Fluxys Belgium met een eindklant of met een afnamepunt ten behoeve van het distributienet. In een systeem van marktbalancering is het basisprincipe dat de netgebruikers (marktpartijen) er zelf voor zorgen dat per tijdseenheid de hoeveelheden aardgas die zij in het systeem injecteren gelijk zijn aan de hoeveelheid die zij eraan onttrekken. Tijdens de gasdag voert Fluxys Belgium, zoals gezegd, geen interventies uit zolang de markt balancing positie (dwz de balancing positie voor de totale markt) zich binnen de vooraf bepaalde bovenste en onderste markt limietwaarden bevindt. Indien de markt balancing positie de bovenste (of onderste) markt limietwaarde overschrijdt, komt Fluxys Belgium tussenbeide met een verkoop- (of aankoop-)transactie op de aardgasmarkt (commodity) voor de hoeveelheid van de marktoverschot (of tekort). De overschotten, resp tekorten worden per netgebruiker verrekend in contanten. De verrekening gebeurt met elke netgebruiker die bijdroeg aan de onbalans in verhouding tot zijn individuele bijdrage tot het onevenwicht op het moment van de (uur)overschrijding. Er is enkel een tussenkomst van de netbeheerder voor de netgebruikers die veroorzaker zijn van respectievelijk een overschot of een tekort. Voor alle veroorzakers is er een correctie van de individuele positie. Op het einde van iedere gasdag wordt het verschil tussen de totale hoeveelheden die in de beschouwde zone zijn binnengekomen en de totale hoeveelheden die door de eindklanten van de netgebruikers werden verbruikt of die de beschouwde zone naar een aangrenzend vervoersnet verlieten, op nul gesteld. De verrekening gebeurt in contanten en is van toepassing op iedere netgebruiker, zowel voor degenen die en overschot hadden (de ‘helpers’), als voor degenen die een tekort hadden. 24. De openstelling van de energiemarkt voor aardgas brengt met zich mee dat het aanbieden van energie en energiediensten evolueert naar een competitieve activiteit. Dit is eveneens een uitdaging voor de faciliterende marktpartijen, waaronder de beheerder van het aardgasvervoersnet en de regulerende instantie, die gestimuleerd worden tot het voeren van een pro-actief beleid wat betreft het aanbieden van nieuwe diensten en het verbeteren van de dienstverlening. Zowel Fluxys Belgium als de CREG beschouwen het als hun taak een voortrekkersrol te spelen op de West-Europese aardgasmarkt. Dit houdt in dat het regulatoir kader dat de spelregels voor de aardgasmarkt bepaalt aan een continue evaluatie onderworpen is. Ook het vervoersmodel, waarvan de krachtlijnen in paragraaf 9 geschetst werden, is in voortdurende evolutie. Ten einde de aantrekkingskracht van de Belgische aardgasmarkt verder te verbeteren heeft Fluxys Belgium na de implementatie van het nieuwe vervoersmodel in overleg met de marktpartijen een aantal voorstellen voor verbetering 12/54 voorgelegd aan de markt. Deze voorstellen werden na raadpleging van de markt ter goedkeuring ingediend bij de CREG. Sinds de voornoemde beslissing van de CREG tot goedkeuring van het nieuwe vervoersmodel op 10 mei 2012 heeft Fluxys Belgium volgende voorstellen ter goedkeuring aan de CREG voorgelegd:
  4. a)voorstel tot wijziging van Bijlage A “Vervoersmodel” van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer met het oog op het vermijden van mogelijk opportunistisch gedrag door de netgebruikers en de mogelijks daaruit voortvloeiende marktverstoring van het marktgebaseerd balanceringssysteem. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)121122-CDC-1205 van 22 november 2012.
  5. b)voorstel tot wijziging van het Standaard Aardgasvervoerscontract, de bijlagen A en B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma met het oog op het aanbieden van Day Ahead vervoerscapaciteit via het gemeenschappelijk platform voor veiling van vervoerscapaciteit op de interconnectiepunten dat wordt beheerd door PRISMA. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)130411CDC-1242 van 11 april 2013.
  6. c)voorstel tot wijziging van bijlagen C3 van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer met de aanpassingen aan de kwaliteitsconversiediensten evenals de kleine wijzigingen aan het Aardgasvervoersprogramma en aan bijlagen A en B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, bij de CREG ingediend op 10 september 2013. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)131010-CDC-1283 van 10 oktober 2013.
  7. d)voorstel tot wijziging van het Aardgasvervoersprogramma en van bijlagen A, B, E en G van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer in het bijzonder met het oog op het bepalen van bijkomende modaliteiten voor de implementering van drie procedures voor het beheer van contractuele congestie bedoeld in bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 715/20098. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)131024-CDC-1281 van 24 oktober 2013.
  8. e)voorstel tot wijziging van bijlagen A en B en Appendix 1 bij bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer in het bijzonder met het oog op de aanpassing van de prijsreferentie voor de “gasprijs” ten gevolge van de stopzetting 8 Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005; 13/54 van de vorige prijsreferentie, de verbetering van de capaciteitsallocatie voor S32 eindafnemers aangesloten op het distributienet en de aanpassing van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het PRISMA Capaciteitsplatform. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B) 140123CDC-1300 van 23 januari 2014.
  9. f)Voorstel tot wijziging van het Aardgasvervoersprogramma en van bijlagen A, B, C1, C3 en G van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, in het bijzonder tot toevoeging van een “reshuffling” dienst die het mogelijk maakt voor netgebruikers om hun contracten aan te passen en hun portefeuilles voor te bereiden in het kader van de toekomstige toepassing van de NC CAM, tot wijziging van de balanceringsregels om H-gas te kunnen aan- of verkopen waar er geen tegenprestatie op de L-markt wordt gevonden, tot overgang voor de secundaire markt van het capsquare platform naar het Europese capaciteitsplatform PRISMA en tot wijziging van de (her)nominatie procedures om compatibel te zijn met de nieuwe regels opgenomen in de Europese Netwerk Code “Balancing”. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing(B)140515-CDC1326 van 15 mei 2014.
  10. g)Voorstel tot wijziging van van het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Aardgasvervoersprogramma en van bijlagen A, B, C1 en G van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, in het bijzonder de introductie van twee nieuwe kwaliteitsconversiediensten, “Base Load” en “Seasonal Load”, waarmee netgebruikers het ganse jaar H-gas naar L-gas kunnen converteren, de introductie van een nieuwe “Peak Load” H->L kwaliteitsconversiedienst, waarmee netgebruikers H-gas naar L-gas enkel in het transfo seizoen kunnen converteren en de aanpassing van de PRISMA General terms & Conditions (GT&C’
  11. s)met betrekking tot de toegangsregels tot het PRISMA European Capacity Platform zoals vervat in Bijlage B van het Toegangsreglement voor Vervoer. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing(B)140918-CDC-1362 van 18 september 2014.
  12. h)Voorstel tot wijziging van het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Aardgasvervoersprogramma en van bijlagen A, B, C1 en G van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer betrekking hebben op:  de introductie van nieuwe interconnectiepunten tussen Frankrijk en België door de toekomstige ingebruiknemening van de nieuwe pijpleiding die de terminal van Duinkerke met het Belgische netwerk zal verbinden; 14/54  de invoering van een nieuwe dienstverlening “Cross Border Delivery Dienst” die de directe verbinding tussen de terminal van Duinkerke en het Belgische vervoersnet mogelijk maakt. Er werd een marktconsultatie georganiseerd van 2 februari 2015 tot en met 20 februari 2015. In het consultatierapport, bevestigd door haar e-mail bericht van 11 maart 2015 werden bovendien de volgende kleine aanpassingen verwerkt:  “Verbonden” voor “associated”  “Capaciteit” overal ipv “Capacity” en “Dienst” ipv “Service”  Vereenvoudiging van de definitie “Installatiepunt”  “Transmissienet” vervangen door “Vervoersnet”  Definities van “Dienst” en “Vervoerdienst” zijn nu gealigneerd  Fluxys Belgium overal (behalve in het Standaard Aardgasvervoerscontract waar op de eerste pagina wordt verklaard, Fluxys Belgium hierna “Fluxys” genoemd)  “OCUC” toegevoegd op Ingangs- en Uitgangsdienst in bijlagen A en C  “Capaciteitstype” toegevoegd in bijlage A p. 33  Verbetering van de laatste paragraph bijlage A 9.2.1.5  Schrappen van de laatste zin van 4.7.1 in bijlage B  Wording verbetering in de Aardgasvervoersprogramma (pagina 6)  “Installatiepunten” in de tabel van de Aardgasvervoersprogramma  kleine aanpassingen aan de tekst om de leesbaarheid van de documenten te verhogen. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing(B)150326CDC-1414 van 26 maart 2015.
  13. i)Voorstel tot wijziging van het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma met als doel de aardgasmarkten van België en Luxemburg te integreren onder de naam BeLux-project. De wijzigingen hebben betrekking op: 15/54  De verwijdering van alle bepalingen met betrekking tot balancering met het vooruitzicht op de integratie ervan in de documenten die de toekomstige balanceringsbeheerder van de geplande geïntegreerde markt ter goedkeuring zal indienen bij de CREG. De betreffende documenten zijn: het Balaceringscontract, het Toegangsreglement voor Balancering en het Balanceringsprogramma;  De verwijdering van de interconnectiepunten tussen België en Luxemburg uit de lijst van interconnectiepunten voor de commercialisering van capaciteit;  De introductie van enkele beperkte textuele aanpassingen aan de bepalingen met betrekking tot de dienst kwaliteitsconversie;  De verwijdering van de dienst reshuffling vermits deze voor de laatste keer aan de markt wordt aangeboden in juni 2015;  De aanpassing van het facturatieproces door de introductie van “Self Billing”, waardoor kan voldaan worden aan de BTW boekhoudwetgeving en de facturatieverplichting;  De herziening van bijlage F van het Toegangsreglement voor Vervoer met betrekking tot het plan voor incidentenbeheer met het oog op het verzekeren van overeenstemming met de bijlage van het Ministerieel Besluit van 18 december 2013 dat het Federaal Noodplan voor de aardgasbevoorrading vastlegt Aanvullend heeft Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel van wijziging van het door de CREG op 26 maart 2015 (beslissing (B)150326-CDC-1414) goedgekeurde Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en Aardgasvervoersprogramma ingediend, samen met het daarbij horende consultatierapport. Deze wijzigingen waren noodzakelijk om vanaf 1 oktober 2015, in afwachting van de in werking treding van het vereiste wettelijk kader voor de integratie van de balanceringsregimes van de aardgasmarkten van België en Luxemburg, verder het netevenwicht te kunnen waarborgen door het implementeren van overgangsmaatregelen waarbij Fluxys Belgium alle verplichtingen en taken die verband houden met betrekking tot balancering blijft behartigen. Fluxys Belgium heeft hierbij ook een nieuw voorstel van wijzigingen van het Standaard Aardgasvervoerscontract ingediend bij de CREG ter vervanging van dat het oorspronkelijk ingediende voorstel van wijzigingen van het Standaard Aardgasvervoerscontract. 16/54 Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)150520CDC-1420 van 20 mei 2015 III.2 – Wijzigingen van het Standaard Aardgasvervoerscontract, Aardgasvervoersprogramma en van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer 25. De vraag van Fluxys Belgium tot goedkeuring van wijzigingen van het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Aardgasvervoersprogramma en van wijzigingen van bijlagen A, B, C1, C3, E, G, H en de nieuwe bijlage C5 van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, ingediend per drager op 4 augustus 2015 werd door Fluxys Belgium uitgewerkt en voorgesteld met als doel het vervoersmodel aan te passen. De belangrijkste voorwaarden, ingediend per drager op 4 augustus 2015, betreffen de versie van belangrijkste voorwaarden zoals geconsulteerd (zie paragraaf 21 van onderhavige beslissing) enerzijds en aangevuld met de overgangsmaatregelen nodig voor de realisatie van de geïntegreerde aardgasmarkten van België en Luxemburg (Belux project) en zoals goedgekeurd door de CREG bij beslissing (B)150520-CDC-1420 van 20 mei 2015, anderzijds. 26. In haar begeleidende brief van meldt Fluxys Belgium dat de belangrijkste wijzigingen van het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Aardgasvervoersprogramma en van bijlagen A, B, C1, C3, E, G, H en de nieuwe bijlage C5 van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer betrekking hebben op:
  14. a)De invoering van binnen-de-dag (within-day) veilingen en de toepassing van de onderschrijvings- en toewijzingsregels via veiling voor alle interconnectiepunten die onder de toepassing van de NC CAM vallen
  15. b)De invoering van een gezamenlijke nominatieprocedure voor gebundelde capaciteit (single sided nomination)
  16. c)De mogelijkheid om voor bepaalde diensten de keuze te kunnen maken om deze om te zetten tot OCUCs en wheelings, en dit voor jaarlijkse, driemaandelijkse en maandelijkse diensten
  17. d)De hubdiensten worden in het dienstenaanbod geïntegreerd als gereguleerde dienst
  18. e)De opheffing van de verschillende niveaus van onderbreekbaarheid, waardoor slechts één niveau van onderbreekbaarheid behouden blijft 17/54
  19. f)Het uitdrukken van de tarieven in euro per kWh/h (€/kWh/
  20. h)in plaats van euro per m³(n)/h en het invoeren van een kortetermijncoëfficiënt voor capaciteitsdiensten waardoor het dienstenaanbod in lijn gebracht wordt met het tariefvoorstel Fluxys Belgium stelt in haar begeleidende brief voor, onder voorbehoud van goedkeuring door de CREG, de wijzigingen te laten ingaan op 1 november 2015 teneinde te voldoen aan de bepalingen vastgelegd in de NC CAM. Tevens meldt Fluxys Belgium dat voor de PRISMA GT&Cs, die opgenomen zijn in bijlage B van het Toegangsreglement voor aardgasvervoer, een aantal wijzigingen worden voorgesteld die op het ogenblik van de indiening aan de markt voorgelegd werden. Deze wijzigingen zullen in overleg met de CREG al dan niet het voorwerp uitmaken van een nieuwe aanvraag tot wijziging van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer. Tot slot, meldt Fluxys Belgium, verwijzend naar de beslissing (B)150520-CDC-1420 van 20 mei 2015 van de CREG en onder voorbehoud van een goedkeuring van de voorgelegde documenten, dat aangaande het Belux project de voorgelegde documenten zullen aangepast worden aan het definitief reglementair kader, zoals bepaald in genoemde beslissing. Het reglementair kader zal in zijn finale vorm van toepassing zijn op de startdatum van het Belux project. Fluxys Belgium zal de aangepaste documenten aan de CREG bezorgen alvorens deze te publiceren op haar website en vooraleer de documenten van kracht worden. 27. De CREG laat dienaangaande opmerken dat Fluxys Belgium per brief van 14 augustus 2015, ingediend bij de CREG per drager op 18 augustus 2015, goedkeuring vraagt aan de CREG omtrent de artikelen 16.2.3, 16.2.4 en 20.3 van de algemene voorwaarden van het Standaard Aardgasvervoerscontract, artikelen die door de CREG niet werden goedgekeurd in de beslissing (B)150520-CDC-1420 van 20 mei 2015. Met andere woorden, de CREG zal in een aparte beslissing zich over deze aanvraag uitspreken. De goedkeuring door de CREG aangaande de artikelen 16.2.3, 16.2.4 en 20.3 van de algemene voorwaarden van het Standaard Aardgasvervoerscontract is bijgevolg ook vereist opdat Fluxys Belgium over een volledig regulatoir kader in zijn finale vorm beschikt op de startdatum van het Belux-project. 18/54 III.3 – Marktconsultatie 28. Fluxys Belgium verklaart dat de aangebrachte wijzigingen rekening houden met de feedback die werd ontvangen van de netgebruikers naar aanleiding van de marktconsultatie nr. 15 georganiseerd van 13 mei 2015 tot en met 5 juni 2015. 29. In dit verband kan opgemerkt worden dat het initieel voorstel dat ter consultatie werd aangeboden ook een wijziging voorzag met betrekking tot de invoering van one-off facturatie voor veilingpremies die het resultaat zijn van veilingen via PRISMA. Tijdens de consultatie is gebleken dat de markt geen voorstander was van de door Fluxys Belgium voorgestelde werkwijze. Gevolg gevend aan de reactie van de markt heeft Fluxys Belgium de wijzigingen met betrekking tot de one-off facturatie voor veilingpremies niet weerhouden in het voorstel ingediend op 4 augustus 2015. 30. Fluxys Belgium voegt aanvullend bij de aanvraag tot goedkeuring het consultatierapport met bijlagen toe. 19/54 IV. BEOORDELING 31. Hierna wordt, verwijzend naar wat uiteengezet wordt in paragrafen 11 tot 18 van deze beslissing, nagegaan of de op 4 augustus 2015 door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen van het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Aardgasvervoersprogramma en van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer (meer bepaald van de bijlagen A, B, C1, C3, E, G, H en de nieuwe bijlage C5) in overeenstemming zijn met de wet en het algemeen belang. 32. Het ontbreken van opmerkingen over door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen, of het aanvaardbaar achten ervan, doet geenszins afbreuk aan een toekomstig (gemotiveerd) gebruik van de goedkeuringsbevoegdheid van de CREG, zelfs indien het punt opnieuw op identieke wijze wordt voorgesteld op een later tijdstip voor dezelfde activiteit. 33. Tenzij anders vermeld, is de hiernavolgende analyse opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende delen, bijlagen, hoofdstukken en titels van het voorstel. 34. Indien het geval zich voordoet dat verschillende elementen van het voorstel betrekking hebben op een overkoepelend onderwerp, dan behoudt de CREG zich het recht voor deze elementen gezamenlijk te bespreken, in plaats van punt per punt. Waar nodig houdt de CREG rekening met het bijzonder karakter van de voorgestelde wijzigingen en geeft zij puntsgewijze commentaar. 35. De CREG herneemt de opmerking van de paragraaf 29 en herinnert eraan dat het initieel voorstel dat ter consultatie werd aangeboden ook een wijziging voorzag met betrekking tot de invoering van one-off facturatie voor veilingpremies die het resultaat zijn van veilingen via PRISMA. Tijdens de consultatie hebben enkele marktpartijen te kennen gegeven geen voorstander te zijn van de werkwijze zoals voorgesteld door Fluxys Belgium. Gevolg gevend aan de reactie van de markt heeft Fluxys Belgium zoals reeds vermeld in de betreffende paragraaf de wijzigingen met betrekking tot de one-off facturatie voor veilingpremies niet weerhouden in het voorstel ingediend op 4 augustus 2015. De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. 20/54 IV.1 – Onderzoek van de wijzigingen van het Standaard Aardgasvervoerscontract 36. De wijzigingen aan het Standaard Aardgasvervoercontract die door Fluxys Belgium voor raadpleging aan de betrokken netgebruikers werd voorgelegd zijn terug te vinden in: a. Corpus; b. Bijlage 2 van het Standaard Aardgasvervoerscontract, algemene voorwaarden; c. Bijlage 3 van het Standaard Aardgasvervoerscontract, definities. 37. Na raadpleging en voor indiening bij de CREG van de wijzigingen van de belangrijkste voorwaarden door Fluxys Belgium, hebben ontmoetingen plaatsgevonden tussen Fluxys Belgium en de CREG. Uit deze besprekingen is gebleken dat zowel in de Corpus van het Standaard Aardgasvervoerscontract, bijlage 2 van het Standaard Aardgasvervoerscontract, algemene voorwaarden als in bijlage 3 van het Standaard Aardgasvervoerscontract definities aanpassingen zijn aangebracht. 38. Dit deel bevat het onderzoek van de wijzigingen van de Corpus van het Standaard Aardgasvervoerscontract, bijlage 2 van het Standaard Aardgasvervoerscontract, algemene voorwaarden en bijlage 3 van het Standaard Aardgasvervoerscontract. IV.1.1 Corpus 39. De Corpus bestaat uit 5 bladzijden en is het document dat door Fluxys Belgium en de netgebruiker getekend wordt. Het is voor de netgebruiker het toegangsticket om diensten te kunnen aankopen bij Fluxys Belgium. 40. Bijlage 2, algemene voorwaarden en bijlage 3, definities van het Standaard Aardgasvervoerscontract alsmede het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer vormen samen met de Corpus het volledige contractuele en reglementaire kader dat de netgebruiker de mogelijkheid biedt om diensten bij Fluxys Belgium aan te kopen. Al deze documenten moeten beschouwd worden als één geheel, met dien verstande dat toekomstige wijzigingen aan bijlage 2, algemene voorwaarden en bijlage 3, definities van het Standaard Aardgasvervoerscontract en het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer geen nieuwe ondertekening vereisen van de Corpus door beide partijen. 21/54 41. De CREG merkt op dat in tegenstelling tot wat ter consultatie werd voorgelegd ‘Overweging C’ van de Corpus, zoals ingediend bij de CREG, niet is gewijzigd. De CREG stelt de vraag of ‘Overweging C’ van de Corpus wel in overeenstemming is het voorwerp van het Standaard Aardgasvervoerscontract aangezien het woord ‘diensten’ met een kleine letter is geschreven terwijl dit met een hoofdletter geschreven zou moeten worden omdat naast vervoersdiensten Fluxys Belgium voortaan ook hubdiensten aanbiedt9. Fluxys Belgium wordt verzocht om hierover duidelijkheid te scheppen alvorens de CREG haar goedkeuring hierover kan geven. IV.1.2 Bijlage 2, algemene voorwaarden 42. Naast kleine tekstuele verbeteringen wordt in de artikelen 1 tot 6.9 het woord ‘Vervoersdiensten’ vervangen door ‘Diensten’. De CREG heeft met betrekking tot deze wijziging geen opmerkingen. Deze bepalingen kunnen door de CREG worden goedgekeurd. 43. De CREG stelt vast dat door de woorden ‘van het vervoersnet’ in de titel van artikel 2 ‘Exploitatie en onderhoud van het vervoersnet’ niet zijn geschrapt. Daarnaast stelt de CREG vast dat inhoudelijk artikel 2 het toepassingsgebied beperkt is tot vervoersdiensten aangeboden op het vervoersnet. Aldus stelt de CREG volgende vragen. Wat moet verstaan worden onder vervoersnet? Maakt de hub hiervan voortaan deel uit? Indien ja, is dit dan wel in overeenstemming met artikel 1, 10°, van de gaswet en met de definitie vervoersnet, bijlage 3 van de Standaard Aardgasvervoersovereenkomst? Artikel 1, 10° van de gaswet definieert het vervoersnet als volgt: “elk geheel van vervoersinstallaties dat geëxploiteerd wordt door één van de beheerders of door eenzelfde vervoersonderneming, met uitsluiting van de upstreaminstallaties en directe leidingen. “ In bijlage 3, van de Standaard Aardgasvervoersovereenkomst wordt vervoersnet gedefinieerd als volgt: “Vervoersnet of Vervoerssysteem”: betekent het hogedrukvervoersnet dat nodig is om Vervoersdiensten te verlenen op het Vervoersnet dat door de TSO wordt beheerd.” De CREG stelt vast dat conform de definitie van bijlage 3, van de Standaard Aardgasvervoersovereenkomst “hubdiensten” niet verleend worden op het vervoersnet dat 9 In de Engelse versie is diensten wel met een hoofdletter geschreven ‘Services’. 22/54 door de TSO wordt beheerd. Hieruit volgt dat conform deze definitie en volgens artikel 2, bijlage 2 van de Standaard Aardgasvervoersovereenkomst, Fluxys Belgium de hub niet zal exploiteren en onderhouden. Fluxys Belgium gaat wel ‘hubdiensten’ aanbieden. Exploitatie en onderhoud van de hub valt dan ook onder de verantwoordelijkheid van Fluxus Belgium (artikel 21, van de gedragscode). Zowel de titel als de inhoud van artikel 2 van bijlage 2, van de Standaard Aardgasvervoersovereenkomst moet bijgevolg aangepast worden. 44. De CREG stelt vast dat het voorstel van artikel 6.10 ‘audit’ dat aan de netgebruikers werd voorgelegd voor raadpleging geschrapt is in de versie die door Fluxys Belgium is ingediend bij de CREG per drager op 4 augustus 2015 voor goedkeuring. De CREG stelt de vraag waarom deze bepaling wel werd weggelaten in het door de CREG ontvangen voorstel.. Deze vraag geldt des te meer aangezien tijdens de marktconsultatie een netgebruiker een vraag heeft gesteld over artikel 6.10 en Fluxys Belgium in het meegedeelde consultatierapport hierop geen antwoord heeft gegeven. Principe is dat op iedere vraag die door een netgebruiker gesteld wordt tijdens de raadpleging, Fluxys Belgium hierop een antwoord geeft. 45. De CREG stelt met betrekking tot artikel 8 ‘Operationele voorwaarden en kwaliteitsspecificaties’ dat Fluxys Belgium nog steeds geen gevolg heeft gegeven aan de beslissingen van de CREG (B) 120419-1149 van 19 april 2012 en (B)120510-CDC-1155 van 10 mei 2012. In de beslissing van 19 april 2012 kan verwezen worden naar de paragrafen 120 en 281 die zeggen: “Rekening houdende met het feit dat de gedragscode sinds geruime tijd in werking is getreden, rekening houdende met het nieuwe vervoersmodel dringt de CREG erop aan dat de N.V. Fluxys gesprekken opstart met de aangrenzende netbeheerders teneinde te streven naar het sluiten van interconnectie-overeenkomsten overeenkomstig artikel 166, van de gedragscode.” “Rekening houdende met de respectievelijke verantwoordelijkheden van de N.V. Fluxys en de bevrachters inzake gaskwaliteit en aangezien de gedragscode sinds geruime tijd in werking is getreden, wordt de N.V. Fluxys uitgenodigd om met toepassing van artikel 166, van de gedragscode tegen uiterlijk 1 mei 2012 onderhandelingen op te starten met de andere en de aangrenzende netbeheerders teneinde te streven naar het afsluiten van interconnectie- 23/54 overeenkomsten. De N.V. Fluxys wordt verzocht de CREG op regelmatig tijdstip op de hoogte te houden van het verloop van deze onderhandelingen.” In de beslissing van 10 mei 2012 kan verwezen worden naar de paragraaf 289: “Rekening houdende met de respectievelijke verantwoordelijkheden van de N.V. Fluxys en de bevrachters inzake gaskwaliteit en aangezien de gedragscode sinds geruime tijd in werking is getreden, wordt de N.V. Fluxys uitgenodigd om met toepassing van artikel 166, van de gedragscode tegen uiterlijk 1 mei 2012 onderhandelingen op te starten met de andere en de aangrenzende netbeheerders teneinde te streven naar het afsluiten van interconnectieovereenkomsten. De N.V. Fluxys wordt verzocht de CREG op regelmatig tijdstip op de hoogte te houden van het verloop van deze onderhandelingen.” Rekening houdende met het feit dat de Interconnector (UK) Limited vanaf 1 januari 2018 volledig gereguleerd zal zijn, geeft de CREG met toepassing van artikel 107, van de gedragscode de opdracht aan Fluxys Belgium om met betrekking tot artikel 8 een voorstel tot wijziging ter goedkeuring aan de CREG in te dienen. Het principe inzake kwaliteitsspecificaties is dat de TSO de verantwoordelijkheid draagt en niet de netgebruiker. 46. Met betrekking tot artikel 9.2
  21. a)stelt de CREG de vraag in welke mate de verplichting in hoofde van de netgebruiker om eigenaar te zijn van het aardgas en/of hierop alle rechten te hebben, alsook te waarborgen dat het aardgas vrij is van alle retentierechten, vorderingen, aanslagen en lasten, van toepassing verklaard kan worden op alle hubdiensten (notionele trading en fysiek). 47. Artikel 10.2,
  22. b)begroot de schadevergoeding inzake aansprakelijkheid dat verband houdt met de hubdiensten wegens grove fout begaan door Fluxys Belgium. De CREG stelt vast dat voor Fluxys Belgium er een beperking weerhouden is van maximaal 5 keer de vergoedingen voor de hubdiensten dewelke door de netgebruiker werden betaald tijdens het laatste kalenderjaar voorafgaand het schadegeval. De CREG stelt de vraag waarom artikel 10.2,
  23. b)eenzijdig is en het maximumbedrag inzake schadevergoeding niet geldt voor een netgebruiker inzake zijn aansprakelijkheid die verband houdt met hubdiensten wegens grove fout. 48. Verder stelt de CREG vast dat in artikel 10 tekstuele verbeteringen zijn aangebracht waarover de CREG geen opmerkingen heeft. Met uitzondering van de opmerking gegeven in paragraaf47, kan de CREG artikel 10 goedkeuren. 24/54 49. Artikel 11.4 somt een aantal gebeurtenissen op die als overmacht in aanmerking kunnen komen. De laatste zin van de eerste alinea voegt hieraan toe dat deze gebeurtenissen gevallen van overmacht zijn met betrekking tot vervoersdiensten, gebeurtenissen die op hun beurt een impact kunnen hebben op leveringen onder de notionele tradingdiensten. De CREG stelt de vraag waarom artikel 11.4 enkel toepasbaar is op vervoersdiensten en niet op fysieke hubdiensten. Bijkomend stelt de CREG de vraag of de logistieke ondersteuning van Fluxys Belgium voor de hubdiensten het voorwerp kunnen uitmaken van overmacht. 50. Met betrekking tot de artikelen 12 ‘Incidenten’ en 13 ‘Noodsituatie’ stelt de CREG vast dat het toepassingsgebied beperkt is tot het vervoersnet. Dienaangaande verwijst de CREG naar paragraaf 43 van onderhavige beslissing. Verder, wordt in artikel 12 verwezen naar een onderbreking van de vervoersdienst in geval van een incident. Betekent dit dat de hubdiensten nooit onderbroken kunnen worden zelfs wanneer zich een incident op het vervoersnet voordoet? Minstens heeft onderbreking van de vervoersdiensten op het vervoersnet een impact op de fysieke trading diensten. Hetzelfde geldt voor artikel 12, inzake noodsituaties. De CREG verwijst hiervoor onder meer naar de artikelen 144 en 145, van de gedragscode. Dit heeft mogelijks ook gevolgen voor de bepalingen van bijlage F van het Toegangsreglement voor aardgasvervoer. Deze bijlage F is vandaag enkel van toepassing op vervoersdiensten. Met toepassing van artikel 107, van de gedragscode geeft de CREG de opdracht aan Fluxys Belgium om met betrekking tot bijlage F van het Toegangsreglement voor aardgasvervoer te onderzoeken welke de impact is van de integratie van de hubdiensten en desgevallend een voorstel tot wijziging ter goedkeuring aan de CREG in te dienen. 51. Artikel 14 van bijlage 2 zoals ingediend door Fluxys Belgium bij de CREG voor goedkeuring verschilt met wat ter consultatie werd voorgelegd aan de netgebruikers, zonder dat Fluxys Belgium hier een reden voor geeft dat deze wijziging zou voortvloeien uit opmerkingen tijdens de consultatie. 52. Artikel 14.1 is van toepassing op zowel vervoersdiensten als op hubdiensten. Met andere woorden, voor hubdiensten bestaat ook de keuze tussen
  24. a)een onderpand onder de vorm van een bankgarantie of onder de vorm van een storting in contanten conform artikel 14.2, of
  25. b)een aanvaardbare kredietrating van de netgebruiker of een onvoorwaardelijke en onherroepelijke garantie van de moedermaatschappij die over een aanvaardbare kredietrating 25/54 beschikt, of
  26. c)een kredietgarantie in functie van de gemiddelde totale maandelijkse vergoeding voor de komende 12 maanden en het eigen vermogen. Inzake onderpand geldt artikel 14.2. Voor de hoogte maakt artikel 14.2.2 een onderscheid tussen het type van dienst dat onderschreven wordt. Artikel 14.2.3 beschrijft de vorm waarin het onderpand gegeven kan worden, hetzij door een storting in contanten hetzij een onvoorwaardelijke en onherroepelijke bankgarantie. 53. De CREG stelt vast dat het voorwerp van de artikelen 16.2.2 en 16.3 zoals voorgelegd ter consultatie verschillend is van de versie ingediend door Fluxys Belgium bij de CREG voor goedkeuring. In de versie voorgelegd ter consultatie zijn de artikelen 16.2.2 en 16.3 enkel van toepassing op vervoersdiensten, terwijl in de versie ingediend door Fluxys Belgium bij de CREG voor goedkeuring het voorwerp van voornoemde artikelen is uitgebreid is tot alle diensten, zijnde inclusief de hubdiensten. De CREG stelt de vraag aan Fluxys Belgium naar de reden hiervoor temeer dat uit het consultatierapport volgt dat een netgebruiker de beëindigingsvoorwaarden in vraag stelt en hierop door Fluxys Belgium in het consultatierapport geen antwoord is gegeven. 54. Artikel 16.2.2 laat Fluxys Belgium toe om de diensten die zijn opgeschort toe te wijzen aan een andere netgebruiker. De CREG stelt de vraag hoe Fluxys Belgium opgeschorte hubdiensten kan toewijzen en dus realloceren aan een andere netgebruiker. Inzake hubdiensten betaalt een netgebruiker een jaarlijkse vergoeding –lidgeld- ongeacht het gebruik. De CREG stelt de vraag of in de diensttoewijzingsregels van het Toegangsreglement voor aardgasvervoer operationele regels zijn voorzien inzake reallocatie van hubdiensten. De CREG stelt deze vragen omdat in het kader van de reallocatie van de diensten, inclusief hubdiensten, de link gelegd wordt met de relevante capaciteitsrechten. Geldt dit eveneens voor notionele tradingdiensten? Tot slot, merkt de CREG op dat in artikel 16.2.2 het woord ‘capaciteitsrechten’ met een hoofdletter is geschreven, doch dit begrip niet gedefinieerd werd in bijlage 3, van de Standaard Aardgasvervoersovereenkomst. 55. Inzake de artikelen 16.3
  27. a)(i), tweede alinea en (ii), tweede alinea stelt de CREG de vraag wat het verband is tussen hubdiensten en binnenlandse afnamepunten. Daarnaast geldt ook hier bijkomend de opmerking verwoord voor artikel 16.2.2, zijnde reallocatie van vroegtijdige beëindigde diensten, inclusief hubdiensten. 26/54 Verder stelt de CREG de vraag waarom voor hubdiensten een opzegvergoeding van 100% of van 95% is voorzien terwijl dergelijke opzeggingsvergoedingen onder de Hub Services Agreement niet bestaan. Een netgebruiker stelt de beëindigingsvoorwaarden in vraag doch Fluxys Belgium heeft hierop in het consultatierapport niet geantwoord. 56. Inzake artikel 16.3,
  28. b)stelt de CREG andermaal de vraag naar het verband tussen tussen hubdiensten, binnenlandse afnamepunten en eindklanten. 57. Met betrekking tot artikel 16.3,
  29. c)merkt de CREG op dat dit van toepassing is op diensten –vervoersdiensten en hubdiensten- met een resterende looptijd van meer dan 1 jaar. Vooreerst merkt de CREG op dat voor hubdiensten jaarlijks een vergoeding betaald wordt en dus artikel 16.3,
  30. c)geen toepassing vindt niettegenstaande dienst met een hoofdletter is geschreven. Verder stelt de CREG de vraag naar het verband tussen hubdiensten en het gereguleerd tarief voor vervoersdiensten. Om artikel 16.3,
  31. c)te kunnen inroepen moet het gereguleerd tarief voor vervoersdiensten met meer dan 10% gemiddeld per jaar zijn gestegen. De CREG stelt de vraag of dit artikel ook geldt hubdiensten. Zo ja, wat gebeurt er indien enkel het gereguleerd tarief voor hubdiensten met meer dan 10% gemiddeld per jaar stijgt? Kan een netgebruiker die enkel notionele tradingdiensten bij Fluxys Belgium onderschrijft beroep doen op artikel 16.3, c)? Tot slot, stelt de CREG vast dat het woord ‘Gereguleerd Tarief voor Vervoersdiensten’ niet is opgenomen in de definitielijst van bijlage 3. 58. Met betrekking tot de artikelen 17 en 18 stelt de CREG vast dat een aantal tekstuele verbeteringen zijn aangebracht waarover de CREG geen opmerkingen heeft. Deze bepalingen kunnen door de CREG worden goedgekeurd. IV.1.3 Bijlage 3, definities 59. Inzake de definities ‘Gasdag’, ‘Gasjaar’, ‘Gaskwartaal, ‘Gasmaand’, ‘Maand’ stelt de CREG de vraag of de beschrijving hiervan in overeenstemming is met de dienstperiodes van de NC CAM. Wat is de relatie van deze tijdsbepaling met de diensten en met het begrip dienstperiode? 60. Inzake de definities:

(1)‘Binnenlands Afnamepunt naar Distributie’ of ‘Gos’ of ‘Geaggregeerd Ontvangstation’, 27/54
(2)‘Geaggregeerd Ontvangstation’ of ‘GOS’ of ‘Afnamepunt van de Distributie’ en
(3)‘Gos’ of ‘Geaggregeerd Ontvangstation’ of ‘Binnenlands Afnamepunt naar Distributie’, merkt de CREG op dat deze drie definities die in principe hetzelfde betekenen niet identiek zijn aan elkaar. Verder wordt in de definiëring soms het begrip transmissienet gebruikt met hoofdletter alhoewel dit begrip niet in de definitielijst van bijlage 3 is opgenomen. Tot slot, ‘Afnamepunt van de Distributie’ is evenmin in de definitielijst van bijlage 3 opgenomen. 61. De CREG merkt op dat in de beschrijving van ‘Hubbeheerder’ nog steeds verwezen wordt naar een aparte rechtspersoon terwijl deze activiteit door Fluxys Belgium wordt uitgeoefend. De CREG verzoekt Fluxys Belgium de definitie in die zin aan te passen. 62. De vraag stelt zich in welke mate er een verband bestaat tussen ‘Kwaliteitsconversiedienst’ met dienst geschreven met een hoofdletter 63. Gelet op de opmerking geformuleerd in paragraaf 42 van onderhavige beslissing, stelt de CREG de vraag of de definitie ‘vervoersdienst’ en ‘vervoersnet’ hiermee wel in overeenstemming is. 64. In de beschrijving van de definitie ‘Notionele Trading Diensten’ wordt dienst met een hoofdletter geschreven. De CREG stelt de vraag of dit wel correct is. 65. In de definitie ‘Onderbreekbaar’ wordt onderbreking uitgevoerd ‘naar mening van de TSO’. Dergelijke beschrijving is strijdig met de NC CAM. 66. Het begrip en de beschrijving ‘Redelijk and Voorzichtige Beheer’ is vanuit spelling en grammaticaal oogpunt niet juist. 67. Aangaande de definitie ‘Tarieftype’ laat de CREG opmerken dat het gereguleerd tarief geldt voor een tariefperiode, terwijl tarieftype in het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer wordt gekoppeld aan een dienstperiode. Het tarieftype en de dienstperiode zijn twee aparte begrippen die onafhankelijk van elkaar dienen gedefinieerd en toegepast te worden. Bijkomend stelt de CREG de vraag waarom in de beschrijving van het begrip tarieftype het gereguleerd tarief voor de hubdienst niet is opgenomen. 68. In de definitie vervoersdienst wordt dienst met een hoofdletter geschreven, hetgeen betekent dat onder vervoersdienst ook hubdiensten begrepen moeten worden. 69. De CREG merkt op dat het begrip ‘Vervoerssysteem’ is niet opgenomen in de definitielijst van bijlage 3 . 28/54 IV.2 – Onderzoek van de wijzigingen van bijlagen A, B, C1, C3, E, G, H en de nieuwe bijlage C5 van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer IV.2.1 – Toegangsreglement voor Aardgasvervoer 70. De CREG stelt vast dat bij de ingediende documenten geen melding gemaakt wordt van een wijziging van het hoofddocument van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer. De CREG merkt op dat dit hoofddocument nochtans gewijzigd is door onder meer de toevoeging van een bijlage C5: Hubdiensten - Operationele regels. De CREG vraagt Fluxys Belgium het hoofddocument aan te passen waar nodig rekening houdend met de uitbreiding van het toepassingsgebied van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer door de introductie van de hubdiensten in het dienstenaanbod als gereguleerde dienst. IV.2.2 – Bijlage A: Vervoersmodel 71. De definitielijst wordt bijgewerkt en aangevuld met het oog op een aanvulling van de door Fluxys Belgium aangeboden diensten. 72. In sectie 3.1 Entry en Exit Diensten geeft Fluxys Belgium aan dat wat betreft capaciteitstypes de onderbreekbare capaciteit door de TSO naar zijn goeddunken kan onderbroken worden. De CREG merkt op dat deze regel niet in overeenstemming is met de bepalingen voorzien in NC CAM (art 22 t.e.m 25), die de beheerders onder meer verplichtingen opleggen wat betreft de minimale aanlooptijd tot de afschakeling, de coördinatie van het afschakelingsproces, de vastgestelde afschakelingsvolgorde en de redenen voor de afschakeling. 73. In dezelfde sectie worden een definitie ingevoerd van tarieftypes. In de subsectie 3.1.1 worden de kenmerken van de MTSR onderschreven op een interconnectiepunt gedefinieerd. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen tarieftype en dienstperiode. De CREG stelt vast dat de gebruikte typering niet consistent is en tot verwarring kan leiden. Zij vraagt dat Fluxys Belgium de begrippen herdefinieert teneinde de mogelijke verwarring uit te sluiten. Algemeen is de CREG van oordeel dat de terminologie gebruikt in de NC CAM aan de basis zou moeten liggen van een indeling van de capaciteitsdiensten die Fluxys Belgium aanbiedt voor het vervoer van aardgas. Deze opmerking heeft betrekking op de volledige sectie 3.1 inclusief alle bijhorende subsecties. De CREG vraagt Fluxys Belgium het dienstenaanbod in overeenstemming te brengen met NC CAM en dit in de beschrijving toe te lichten. Zij zal deze opmerking niet herhalen bij de bespreking van de betreffende subsecties, 29/54 maar wijst erop dat dit enkel gebeurt om redactionele redenen. Zij dringt er bij Fluxys Belgium op aan dat haar opmerking ter harte wordt genomen. Wat sectie 3.1.1.4 betreft merkt de CREG op dat het niet duidelijk is wat bedoeld wordt. Zij vraagt aan Fluxys Belgium om de tekst te herformuleren. 74. De CREG merkt op dat in sectie 3.1.2 geen melding wordt gemaakt van de dienstperiode. Zij stelt voor dat Fluxys Belgium naar analogie met sectie 3.1.1 aanvult. De CREG verwijst in dit verband tevens naar haar beslissing (B) 140515-CDC-1326 van 15 mei 201410 meer bepaald naar paragraaf 20. Het aanbod van kortetermijn diensten voor binnenlandse afnamepunten moet duidelijker worden beschreven. Wat het overzicht van de diensten betreft in de tabellen in sectie 3.1.3 merkt de CREG op dat de gebruikte indeling, in het licht van de invoering van het begrip dienstperiode in sectie 3.1.1, voor verwarring kan zorgen. I.h.b. het begrip ‘korte termijn’ is in dit verband verwarrend. De definitie van korte termijn is terug te vinden in de definitielijst horend bij het Standaard aardgasvervoerscontract (bijlage 3). De definitie verwijst op haar beurt naar bijlage B van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, waar bepaald wordt dat korte termijn betrekking heeft op het tarieftype (en niet op de dienstperiode) van toepassing op aangevraagde diensten met een dienstperiode minder dan 1 kalendermaand. Het korte termijn tarieftype is bovendien enkel van toepassing op binnenlandse afnamepunten en niet op interconnectiepunten waar men in uitvoering van de NC CAM diensten aanbiedt met een looptijd van minder dan 1 maand namelijk dag en binnen-de-dag capaciteit. De CREG vraagt aan Fluxys Belgium om de tabellen te herwerken en de indeling af te stemmen op de terminologie zoals toegepast in de NC CAM. Hierbij moet duidelijk worden aangegeven wat de verschillende diensten zijn die worden aangeboden (capaciteitstype en dienstperiode) en de daarbij horende tarieven. Deze opmerking geldt eveneens voor wat betreft de beschrijving van de diensten opgenomen in het Aardgasvervoersprogramma. 75. De Nederlandse zin in paragraaf 3 van sectie 3.2 is onleesbaar. De CREG vraagt een herformulering. 76. De formulering van paragraaf 2 van sectie 3.3 is onleesbaar. De CREG vraagt een herformulering en een verbetering van de tikfouten. Wat de indeling van de tabel in sectie 3.3 betreft verwijst de CREG naar haar opmerking in verband met sectie 3.1.3. 10 Zie website CREG : http://www.creg.info/pdf/Beslissingen/B1326NL.pdf 30/54 77. In sectie 3.5 die de kwaliteitsconversiediensten behandelt wordt voor de beschikbaarheid van base load en seasonal load verwezen naar bijlage C3. De CREG merkt op dat de seizoensfactor die in C3 gedefinieerd wordt niet tot de operationele kenmerken van de dienst kan gerekend worden, maar integraal deel uitmaakt van de definitie van de dienst zelf. Daarom vraagt de CREG dat de kenmerken van de aangeboden kwaliteitsdiensten zouden opgenomen worden in de dienstbeschrijving zelf. 78. In Sectie 3.7 worden capaciteitspooling diensten beschreven. De beschrijving verwijst ook naar een toewijzingsregel, zoals opgenomen in bijlage G. De CREG merkt op dat alle bepalingen aangaande toewijzing van diensten inhoudelijk thuishoren in bijlage B. De CREG vraagt aan Fluxys Belgium om de verwijzing naar de toewijzing ook op te nemen in bijlage B. 79. In sectie 3.8 wordt vermeld welke diensten beschreven worden in bijlage C5. Op inhoudelijk vlak wijst de CREG erop dat de beschrijving van het dienstenaanbod thuishoort in bijlage A. De bijlage C5 bevat de operationele regels voor de hubdiensten. Een beschrijving van de dienst hoort niet thuis in een bijlage met operationele regels. De CREG vraagt dat de beschrijving van de hubdiensten zou opgenomen worden in bijlage A. Hierbij dient een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen diensten op de virtuele tradingpunten ZTP en ZTPL en diensten op het fysieke trading punt Zeebeach. Hierbij moet tevens onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds diensten waarbij er aardgas wordt verhandeld tussen netgebruikers en anderzijds operationele diensten waarbij de hubbeheerder en/of de vervoersnetbeheerder betrokken is. Indien er voor deze diensten tarieven worden toegepast moet dit vermeld worden met verwijzing naar het tariefblad. Dit moet de leesbaarheid en de transparantie van het dienstenaanbod verbeteren. Een meer algemene en toegankelijke beschrijving van deze nieuwe diensten moet tevens worden opgenomen in het Aardgasvervoersprogramma. Terloops weze opgemerkt dat bijlage 5 in de tekst wordt aangeduid als attachment. Hoewel de betekenis duidelijk is dringt de CREG toch aan op consistentie in het taalgebruik en vraagt zij het begrip attachment in de tekst te vervangen door bijlage, zoals het titelblad van bijlage C5 aangeeft. 80. Wat betreft sectie 3.9 vraagt de CREG het woord Exitsdienst te verbeteren en te vervangen door Exitdienst. 81. Wat betreft sectie 4.4 merkt de CREG op dat geen melding gemaakt wordt van de respectieve fases in het toewijzingsproces, nl eerste, laatste en gemeten/gevalideerde toewijzing. Deze termen zijn essentieel voor een eenduidig begrip van het toewijzingsproces en de CREG vraagt de tekst overeenkomstig aan te passen. De CREG merkt op dat het 31/54 onderscheid tussen de verschillende stappen van het toewijzingsproces evenmin opgenomen is in bijlage B. Zij komt hierop nog terug bij de bespreking van bijlage B. In paragraaf 1 dient op de vierde regel het lidwoord ‘het’ vervangen te worden door ‘de’. In paragraaf 2 wordt verwezen naar de Ih,g,voor toewijzing GDLux . De CREG stelt vast dat deze term niet opgenomen is in de definitielijst. 82. Sectie 4.5 behandelt Scheduling Fees. De CREG merkt op dat dit begrip weergegeven wordt met hoofdletters, maar niet opgenomen is in de definitielijsten van STA of bijlage A. De CREG vraagt dit aan te passen. 83. In sectie 6.2 wordt bij herhaling het sommatieteken gebruikt in de formules. De CREG merkt op dat de tekst onder het sommatieteken niet steeds consequent vertaald is en tikfouten bevat. De CREG vraagt te zorgen voor een eenduidig Nederlands taalgebruik en om de tikfouten te remediëren. In sectie 6.2.1.1 dient het woord veilingsprimies vervangen te worden door veilingpremies. In sectie 6.2.1.4 dient het woord Entrys- en Exitsdiensten vervangen te worden door Entry- en Exitdiensten. 84. In het consultatieproces waren er wat de de definitielijst betreft opmerkingen in verband met het opnemen in de lijst van een tarief TFixHub als vaste vergoeding voor het gebruik van hubdiensten, waarbij verwezen werd naar het ontbreken van een gelijkaardige vergoeding op TTF. Fluxys Belgium heeft geantwoord dat deze opmerking terecht is voor wat betreft TTF, maar dat voor de toegang tot de hubs van de andere ons omringende markten ook een vaste vergoeding wordt aangerekend. Omdat meerdere marktpartijen deze opmerking gemaakt hebben en om enigszins tegemoet te komen aan de vraag van de markt heeft Fluxys Belgium voorgesteld de bedragen naar beneden te herzien. De CREG verwijst hiervoor naar de beslissingen met betrekking tot de tarieven die zij hierover genomen zal nemen. 85. Er was verder een opmerking over het aanrekenen van de vergoeding voor OCUC en wheelingdiensten via een tarief uitgedrukt in m³(n)/hr, met de vraag deze uit te drukken in kWh/hr. Fluxys Belgium heeft, rekening houdend met het aantal partijen dat een aanpassing vroeg in deze zin, voorgesteld alle vervoerstarieven uit te drukken in kWh/hr. De CREG verwijst hiervoor naar de beslissingen met betrekking tot de tarieven die zij hierover zal nemen. 86. Enkele netgebruikers hebben bij het consultatieproces vragen geformuleerd met betrekking tot de tarieven en de wijze waarop deze voor kwaliteitsconversiediensten worden 32/54 toegepast. De CREG verwijst hiervoor naar de beslissingen (B)111124-CDC-656G/15 van 24 november 2011 en 111222-CDC-656G/16 van 22 december 2011 met betrekking tot de tarieven die zij hierover genomen heeft. 87. Enkele netgebruikers hadden opmerkingen en vragen betreffende de Maandelijkse Capaciteitsvergoedingen op Binnenlandse Afnamepunten, en meer specifiek aangaande de toepassing door Fluxys Belgium van een korte termijn coëfficiënt (STM) voor korte termijn vervoersdiensten. Ook blijkt meer recentelijk dat er een probleem zou zijn door een verschil van definitie van de gasdag (van 6u tot 6u volgende dag) en de elektriciteitsdag (van 0 u tot 24 u). Fluxys Belgium onderzoekt, in samenwerking met de stakeholders, hoe zij de dienst of de reservering ervan zou kunnen verbeteren. De CREG verwijst hiervoor naar de beslissingen met betrekking tot de tarieven die zij hierover zal nemen. 88. Er waren ook opmerkingen aangaande de tarificatie van binnen-de-dag (WD) capaciteit. Fluxys Belgium heeft hierop geantwoord dat zij dit voorstelt op basis van de kostreflectiviteit van de aangeboden diensten. WD diensten maken gebruik van dezelfde onderliggende infrastructuur en de investeringen in het netwerk worden beslist op basis van lange termijn vooruitzichten. De CREG verwijst voor dit punt naar de beslissingen met betrekking tot de tarieven die zij hierover zal nemen. 89. Aangaande het niet meer aanbieden van de reshuffling dienst was er het uitdrukkelijke verzoek van de marktpartijen om de dienst te blijven aanbieden omdat het een nuttig instrument is in het kader van het beheren van een portfolio en specifiek het beheren van niet-gebundelde capaciteit die niet meer kan gebruikt worden. In het algemeen wordt gevraagd, in het kader van de geest van NC CAM, oplossingen te zoeken zodat netgebruikers enkel betalen voor capaciteiten die ze nodig hebben en effectief gebruiken. Fluxys Belgium heeft hierop geantwoord dat, zoals aangekondigd, het reshuffling venster dat betrekking had op toegewezen diensten op bepaalde interconnectiepunten, gesloten werd op 29 juni 2015 en dat een herschikking van de portfolio best gebeurt via veilingen vanaf 1 november 2015. Bovendien wordt er naast gebundelde capaciteit ook niet-gebundelde capaciteit aangeboden waar mogelijk. Dit biedt de netgebruiker de mogelijkheid om de eventuele resterende nietgebundelde capaciteit in zijn portfolio te bundelen. De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. 90. De CREG heeft geen verdere opmerkingen bij bijlage A. 33/54 IV.2.3 – Bijlage B: Onderschrijving en toewijzing van Diensten 91. De formulering van sectie 3.2 is onleesbaar. Deze sectie dient geherformuleerd te worden. 92. In sectie 4.1, paragraaf 1 stelt de CREG voor om ‘op’ te vervangen door ‘via’ 93. Sectie 4.2 handelt over tarieftypes. Opnieuw geeft het gebruik van de woorden tarieftype en dienstperiode aanleiding tot onduidelijkheid in de voorgestelde procedure. De CREG verwijst naar haar opmerking in paragrafen 73 en 74. De CREG is van oordeel dat het begrip tarieftype niet geschikt is als criterium voor het bepalen van de procedure voor het vastleggen van diensten en vraagt aan Fluxys Belgium om sectie 4.2 af te stemmen op de formulering van bijlage A teneinde onduidelijkheid te vermijden. Aanvullend is het voor de CREG niet duidelijk op welke wijze Fluxys Belgium de procedure voor de toewijzing van WD capaciteit heeft opgenomen in het voorstel. Zij verwijst specifiek naar slide 35 uit de uiteenzetting die Fluxys Belgium heeft gegeven op de infosessie11 van 19 mei 2015. 94. In sectie 4.3.1 wordt voor de onderschrijving van diensten via PRISMA verwezen naar tijdsvensters. De CREG wijst erop dat in NC CAM het begrip veilingkalender gebruikt wordt met een vastgelegde agenda voor de verschillende types veilingen. De formulering ’zoals jaarlijks afgesproken’ is in dit verband onduidelijk. De verwijzing naar de ENTSOG website wordt best weggelaten. 95. De formulering van sectie 4.3.2 is onduidelijk. Deze sectie wordt best herwerkt. 96. De Nederlandse tekst van sectie 4.4 dient herwerkt te worden. 97. In sectie 4.4.1.1 wordt beschreven dat de aanvraag bindend is voor de netgebruiker indien ze volledig is ingevuld. Dit dient, via wederkerigheid, ook te gelden voor de beheerder. De CREG merkt op dat dit een contractuele bepaling is, die deel uitmaakt van de wederzijdse rechten en plichten van enerzijds de netgebruikers en anderzijds de beheerder. Dergelijke bepalingen horen thuis in de STA. De CREG dringt erop aan de documenten in deze zin aan te passen. 98. Sectie 4.4.1.3 handelt over de dienstbevestiging van diensten op Interconnectiepunten. De CREG merkt op dat er een wezenlijk verschil is met de procedure 11http://www.fluxys.com/belgium/nl- BE/Services/Transmission/MarketConsultations/~/media/Files/Services/Transmission/ConsultationPlat form/Consultation15/Fluxys_InfoSession_19May2015_presentation.ashx 34/54 voorzien in het geval van een onderschrijving via PRISMA. Daar waar de procedure schriftelijk verloopt is de voorgestelde timing conform met de gedragscode. Daar waar de procedure verloopt via het Electronisch Boekingsysteem EBS lijkt het aangewezen dat de timing afgestemd wordt op de gevraagde dienstperiode. De CREG verwijst in dit verband naar artikel 73 §1 en artikel 74 §1 van de gedragscode. De CREG vraagt Fluxys Belgium de toewijzingsregels in deze zin aan te passen. 99. Sectie 4.4.2.3 handelt over de dienstbevestiging van diensten op Binnenlandse Afnamepunten. De CREG verwijst in dit verband naar haar beslissing (B) 140515-CDC-1326 van 15 mei 201412 meer bepaald naar paragraaf 20. Daar waar de procedure schriftelijk verloopt is de timing zoals voorgesteld conform met de gedragscode aanvaardbaar. Daar waar de procedure verloopt via het Electronisch Boekingsysteem EBS is een maximale periode om te bevestigen binnen de twee of de vijf dagen al naargelang de aanvraag zoals vermeld in deze sectie aanvaardbaar bij een eerste aanvraag. Van zodra voor het desbetreffende binnenlands afnamepunt de onderschrijvingsprocedure een eerste keer werd doorlopen is het aangewezen de dienstbevestiging te automatiseren teneinde de aanvragende netgebruiker de mogelijkheid te geven om via het EBS op elke dag van het jaar op day-ahead basis vervoerscapaciteit op het Binnnenlands Afnamepunt te reserveren. De CREG verwijst in dit verband naar artikel 73 §1 en artikel 74 §1 van de gedragscode. Vanaf 1 januari 2016 zal het boeken van day-ahead exitcapaciteit op binnenlandse afnamepunten voor dag D, op elke dag tot 24h00 dag D-1, via het EBS volledig automatisch verlopen. De CREG vraagt Fluxys Belgium de toewijzingsregels via het EBS in deze zin toe te voegen. De CREG verwijst verder naar paragraaf 87 van deze beslissing en vraagt Fluxys Belgium om in overleg met de stakeholders de haalbaarheid na te gaan van within-day reservaties voor exitcapaciteit op binnenlandse afnamepunten. 100. In de eerste zin van de eerste paragraaf van sectie 4.4.2.4 wordt ‘door’ best vervangen door ‘via’. In de voorlaatste zin dient ‘de’ vervangen te worden door ‘het’. De voorlaatste paragraaf is een contractuele bepaling die niet thuishoort in het Toegangsreglement. De CREG vraagt dat deze zou opgenomen worden in de Standaard Vervoersovereenkomst. 101. In sectie 4.5.1.1 wordt de term ‘geschikt’ gebruikt. De CREG vraagt dat deze zou vervangen worden door de uitdrukking ‘die in aanmerking komen’. 12 Zie website CREG : http://www.creg.info/pdf/Beslissingen/B1326NL.pdf 35/54 In het tweede bullet van deze sectie wordt de procedure beschreven in geval van boeking van diensten via PRISMA. De CREG vraagt welke procedure van toepassing is in het geval van boeking via EBS of schriftelijk. Zij vraagt aan Fluxys Belgium de procedure te vervolledigen. In paragraaf 4 van dezelfde sectie is eerst sprake van de ‘beheerder van het vervoersnet’ en in de volgende zin wordt ‘TSO’ gebruikt. De CREG vraagt een meer coherent taalgebruik. Voor sectie 4.5.6.1 geldt dezelfde opmerking. 102. In sectie 4.5.2.2 dient ‘jaarlijks’ vervangen te worden door ‘jaarlijkse’. 103. In sectie 4.5.2.3 vraagt de CREG ‘gekregen na de’ vervangen te worden door ‘ingediend na het’. 104. In sectie 4.5.2.4 dient ‘de’ vervangen te worden door ‘het’. 105. In de titel van sectie 4.5.5 dient ‘ingansdienst’ verbeterd te worden tot ‘ingangsdienst’, net zoals in sectie 4.5.5.2. in deze laatste dient ‘uitgansdienst’ eveneens vervangen te worden door ‘uitgangsdienst’ 106. Sectie 4.5.6.1 bevat de regels voor de onderschrijving van Hubdiensten. Er wordt verwezen naar het Dienst Aanvraag Formulier in bijlage G. Dit document maakt melding van drie diensten terwijl in bijlage A onder punt 3.8 14 diensten worden beschreven. De CREG verwijst in dit verband naar opmerkingen in paragraaf 37 van deze beslissing. In sectie 4.5.6.2 wordt voor de toewijzing van hubdiensten verwezen naar Bijlage A. De CREG is van oordeel dat deze werkwijze bijzonder verwarrend is en kan aanleiding geven tot misverstanden. Alle bepalingen van het vervoersmodel die betrekking hebben op het toewijzen van diensten dienen deel uit te maken van bijlage B, zoals bepaald conform de indeling van het Toegangsreglement in het hoofddocument. 107. In sectie 4.5.6.3 wordt ‘was’ best vervangen door ‘is’. 108. In sectie 4.5.6.4 wordt ‘Hub Dienst’ gebruikt. Dit begrip is niet gedefinieerd. Elders wordt Hubdienst gebruikt, terwijl in de STA het begrip hubdiensten gedefinieerd wordt in het meervoud. Consistent gebruik van namen en begrippen is absoluut wenselijk, rekening houdend met het openbaar karakter van de regulatoire documenten. Daarom stelt de CREG voor ‘hubdienst’ te definiëren. 109. De CREG stelt vast dat er een sectie 4.6.1 is, maar geen sectie 4.6.2. Dit is verwarrend. De CREG vraagt een rechtzetting. 36/54 110. De CREG stelt vast dat in de tabel in sectie 4.1 vermeld wordt dat voor interconnectiepunt Loenhout de onderschrijving en toewijzing impliciet gebeurt. De CREG stelt vast dat in de tekst een uiteenzetting over de toewijzingsprocedure voor Loenhout ontbreekt en zij vraagt aan Fluxys Belgium om het document te vervolledigen. 111. In sectie 5.1 dient in de laatste zin ‘beschikt’ vervangen te worden door ‘beschikken’. De CREG vraagt dat deze zin zou geherformuleerd worden als ‘een geldig Standaard Vervoerscontract met de TSO afgesloten hebben’. 112. De eerste zin van sectie 5.2.2 is onleesbaar en dient geherformuleerd te worden. Eenzelfde opmerking geldt voor de eerste zin van sectie 5.2.3. 113. Bij de consultatie was er een vraag waarom Fluxys Belgium enkel onderbreekbare capaciteit aanbiedt nadat alle vaste capaciteit werd toegewezen. Fluxys Belgium heeft hierop geantwoord dat vaste capaciteit voor de netgebruiker een meerwaarde biedt ten opzichte van onderbreekbare capaciteit vermits voor deze laatste geldt dat er een risico is op onderbreking. Indien onderbreekbare capaciteit wordt toegewezen vooraleer alle vaste capaciteit werd toegewezen, dan is het risico op onderbreking onbestaande, waardoor de onderbreekbare capaciteit de waarde zou krijgen van vaste capaciteit. Dit zou een belangrijke discriminatie zijn voor de netgebruikers die wel vaste capaciteit onderschreven hebben. De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. 114. Er was een vraag betreffende het faciliteren van de reservering van korte termijn diensten voor binnenlandse exitpunten via het EBS. Aansluitend werd gevraagd om voor exitpunten naar elektrische centrales de mogelijkheid te voorzien om ex-post capaciteit toe te wijzen. Fluxys Belgium heeft geantwoord dat ex-post toewijzing van diensten niet consistent is met het principe van kostreflectiviteit en dat deze werkwijze een belangrijke kruissubsidiëring tussen diensten zou inhouden. Zoals hoger vermeld onderzoekt Fluxys Belgium hoe zij de dienst of de reservering ervan zou kunnen verbeteren. Wat het aspect tarieven betreft verwijst de CREG naar de beslissingen met betrekking tot de tarieven die zij hierover zal nemen. Wat het aanbieden van diensten via het EBS betreft, verwijst de CREG naar haar beslissing (B)140515-CDC-1326 van 15 mei 2015 waarin zij Fluxys Belgium gewezen heeft op artikel 14, 1.
  1. c)van de verordening (EU) 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten (hierna: de gasverordening) en op artikel 4, 2°, van de gedragscode, waarin bepaald wordt dat de beheerders zowel vaste als onderbreekbare vervoersdiensten moeten aanbieden en dit zowel op lange als op korte termijn. Netgebruikers hebben bijgevolg het recht om korte termijndiensten aan te vragen via de daartoe in Bijlage B van het Toegangsreglement voor 37/54 Aardgasvervoer bestaande procedures. Fluxys Belgium heeft in haar consultatierapport meegedeeld dat de beperking om op korte termijn afnamecapaciteit te boeken voor elektrische centrales werd opgeheven en dat ze een aangepast voorstel zou uitwerken voor het einde van 2014. De CREG nodigt Fluxys Belgium uit elke nog bestaande beperking aangaande de reservering van korte termijn capaciteit, alsmede de wijze waarop deze onderschreven wordt op te heffen en dit via een bepaling in het Toegangsreglement op te nemen. 115. Er was een vraag om de lead time van FH+3 zoals toegepast voor WD veilingen te verminderen ten einde de flexibiliteit van het dienstenaanbod te vergroten en de optimalisatie van de assets te verhogen. Deze oproep beperkt zich niet tot Fluxys Belgium, maar is gericht aan ENTSOG in het algemeen. Fluxys Belgium heeft geantwoord dat de toegepast lead time reeds kort is en dat een mogelijke verkorting in ieder geval beperkt is tot FH+2. De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. 116. Er was een vraag betreffende de facilitering van de secundaire markt en in het bijzonder het afstemmen van transacties van gebundelde capaciteit die via PRISMA werd verworven. Fluxys Belgium heeft hierop geantwoord dat gesprekken met aangrenzende netbeheerders lopende zijn aangaande de organisatie van de secundaire markt maar dat de partij die de meest restrictieve voorwaarden hanteert de bepalende factor is. De CREG steunt Fluxys Belgium in haar streven naar overleg met aangrenzende netbeheerders. Zij zal een harmonisering van de wijze waarop secundaire markten zijn georganiseerd aankaarten binnen de Europese overlegstructuren. Zij heeft hierover verder geen opmerkingen. 117. Verschillende netgebruikers hebben vragen gesteld betreffende de conversie van vervoersdiensten in OCUC diensten. De vragen hebben, algemeen gesteld, betrekking op het toepassingsveld van de aangeboden dienst: de beperking van de dienst tot nieuw aangeboden capaciteit, de beperking om gebruik te maken van de dienst binnen de week na de toewijzing van de capaciteit, de verplichting de volledige dienstperiode om te zetten, het verder aanbieden van de betreffende diensten via het elektronisch boekingssysteem, het aanbieden van de dienst voor maand, dag en binnen-de-dag diensten, de mogelijkheid bestaande contracten te kunnen beëindigen zonder verbrekingsvergoeding. Fluxys Belgium heeft hierop geantwoord dat omzetting naar OCUC diensten enkel mogelijk is voor nieuwe capaciteit omdat anders een hypotheek gelegd wordt op de inkomsten van bestaande langetermijncontracten. Fluxys Belgium heeft verder geantwoord dat de beperking van de mogelijke omzetting tot één week na de toewijzing van de capaciteit gebeurt in het kader van een optimalisering van het aanbod aan beschikbare capaciteit op het betreffende interconnectiepunt. Een OCUC of wheeling dienst houdt namelijk een lagere belasting in van het capaciteitsgebruik op dit punt. Tenslotte heeft Fluxys Belgium gesteld dat het omzetten van de volledige serviceperiode 38/54 gebeurt om de looptijd van de dienst te laten corresponderen met de veilingkalender voor het toewijzen van de diensten. De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. 118. De CREG heeft geen bijkomende opmerkingen bij bijlage B. IV.2.4 – Bijlage C1: Operationele regels 119. De CREG is van oordeel dat sectie 4.2.1 beter als aparte sectie vooraf zou geformuleerd worden. In sectie 4.2.1 dient ‘gematched’ vervangen te worden door ‘gematcht’. In de tweede paragraaf dient ‘verstuurd’ vervangen te worden door ‘verstuurt’. ‘respectievelijke’ is niet de correcte term voor eenzijdig nomineren en kan beter vervangen worden door ‘betreffende’. Het Engels in deze sectie wordt best vervangen door het Nederlandse equivalent. De CREG is van oordeel dat het begrip ‘gedeclareerd’ in sectie 4.2.1.1 onduidelijk is en zij vraagt een herformulering van de tekst. 120. Wat betreft sectie 4.2.2 is de CREG van oordeel dat het verkieslijk is om een voorafgaande algemene toelichting betreffende het nominatieproces te voorzien in verband met de mogelijkheden om diensten te onderschrijven en de specifieke wijze waarop de dienst werd onderschreven (PRISMA, EBS, schriftelijk). Op analoge wijze wordt best verduidelijking toegevoegd over de mogelijkheden en beperkingen van hernominatie. Aanvullend is het voor de CREG niet duidelijk op welke wijze Fluxys Belgium de nominatieprocedure voor de WD capaciteit heeft opgenomen in het voorstel. Zij verwijst specifiek naar slides 35 en 36 uit de uiteenzetting die Fluxys Belgium heeft gegeven op de infosessie van 19 mei 2015. Deze opmerking sluit aan bij wat de CREG heeft aangestipt bij de beoordeling over de toewijzing van diensten in de paragraaf met randnummer 93. Zij vraagt aan Fluxys Belgium een voorstel in die zin uit te werken en aan het document toe te voegen. 121. In sectie 4.2.5 wordt het begrip ‘Behandelingstijd’ gebruikt met hoofdletter. De CREG stelt vast dat dit begrip ontbreekt in de definitielijst en zij vraagt aan Fluxys Belgium een aanpassing. 122. Betreffende de secties 4.2.8, 5.1.2 en 5.1.4 is de CREG van oordeel dat de beschreven procedure niet conform is met artikels 22 en 24 van de NC CAM. De CREG verwijst in dit verband eveneens naar slide 43 van de uiteenzetting gegeven door 39/54 Fluxys Belgium tijdens de infosessie van 19 mei 2015. Zij is van oordeel dat de informatie die op deze slide wordt verstrekt onvoldoende werd overgenomen in de regulatoire documenten. Verder wordt in sectie 5.1.2 het begrip ‘Onderbreking’ gebruikt met hoofdletter, hoewel dit niet opgenomen is in de definitielijst van de STA. Zij vraagt aan Fluxys Belgium haar voorstel in die zin aan te passen 123. In sectie 5.2 wordt het begrip ‘Beperking’ gebruikt, terwijl in de definitielijst geen definitie voorkomt van dit begrip. 124. Wat sectie 5.3.1 betreft is de CREG van oordeel dat het, in het kader van een beter begrip van het proces, wenselijk zou zijn een algemene sectie toe te voegen in verband met de matchingregels voor interconnectiepunten met impliciete allocatie. Zij vraagt aan Fluxys Belgium haar voorstel in die zin aan te passen. 125. In de titel van sectie 6 dient ‘fysiek’ vervangen te worden door ‘fysieke’. In de tweede paragraaf dient ‘de Netgebruiker zal’ vervangen te worden door ‘zal de Netgebruiker’. 126. Wat sectie 8 betreft merkt de CREG op dat de gaskwaliteit op een Binnenlandse Afnamepunt uitsluitend een zaak is van de beheerder van het vervoersnet. Zij vraagt Fluxys Belgium de procedure hieraan aan te passen. In dezelfde sectie wordt ‘Kennisgeving van Ontoereikende Gaskwaliteit’ gebruikt met hoofdletter, terwijl dit begrip niet voorkomt in de definitielijst. De CREG vraagt een rechtzetting. 127. Bij het consultatieproces was er een opmerking betreffende de mogelijkheid tot renominatie, met het uitdrukkelijke verzoek dat hernominatie mogelijk zou zijn voor de capaciteit die binnen-de-dag (WD) gekocht wordt. Tijdens de informatiesessie (shippers’ meeting op 19 mei 2015) heeft Fluxys Belgium hierop geantwoord dat er blijkbaar een misverstand was aangaande de wijze waarop het voorstel geïnterpreteerd werd. Fluxys Belgium heeft uitgelegd dat er enkel sprake was van beperking van de hernominatierechten tot wanneer de aanvullende capaciteit door de netgebruiker verworven is. De CREG heeft hierover geen opmerkingen. 128. Enkele netgebruikers hadden opmerkingen bij het voorstel aangaande single sided nomination (SSN). Er was de uitdrukkelijke vraag double sided nomination te behouden (DSN) zowel voor gebundelde als voor niet-gebundelde diensten. SSN kan behouden blijven indien diensten gebundeld zijn of ontvlecht indien de houder van de capaciteit aan beide zijden van het interconncetiepunt dezelfde partij is. Algemeen is de markt voorstander van SSN, zolang het een bijkomende optie is die aan de markt wordt aangeboden en niet een verplichting. Fluxys Belgium heeft geantwoord dat zij de implementatie van SSN zal verderzetten, maar dat 40/54 zij beide mogelijkheden (SSN en DSN) zal aanbieden aan de markt. De CREG heeft hierover geen opmerkingen. 129. De CREG heeft geen bijkomende opmerkingen bij de operationele regels. IV.2.5 – Bijlage C3: Operationele regels voor Kwaliteitsconversiediensten 130. De CREG heeft geen opmerkingen bij de operationele regels voor kwaliteitsconversiediensten en zij kan akkoord gaan met de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen. IV.2.6 – Bijlage C5: Hubdiensten - Operationele regels 131. Wat sectie 1 betreft merkt de CREG op dat de eerste twee paragrafen betrekking hebben op regels van algemene aard die van toepassing zijn op alle bijlagen. De CREG is daarom van oordeel dat deze sectie thuishoort in het hoofddocument van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en dat deze niet in de bijlagen herhaald dient te worden. Zij vraagt daarom aan Fluxys Belgium na te gaan of zij deze bepalingen wenst te behouden en desgevallend te integreren in het hoofddocument van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer. De laatste paragraaf van deze sectie verwijst naar de bepalingen van sectie 7. De CREG is van oordeel dat deze bepaling daarom niet als een algemene bepaling kan beschouwd worden, maar thuishoort in sectie 7. Zij vraagt aan Fluxys Belgium de tekst aan te passen. 132. De CREG merkt op dat de lijst met definities, zoals weergegeven in sectie 2, niet alfabetisch is opgesteld. Zij vraagt Fluxys Belgium de lijst te herwerken zodat de begrippen in alfabetische volgorde weergegeven worden. De CREG merkt eveneens op dat voor de definitie van nogal wat begrippen eenvoudig verwezen wordt naar de sectie waarin dit begrip gebruikt wordt. De CREG vraagt zich af wat in dergelijk geval de toegevoegde waarde is van een definitielijst. Zij vraagt aan Fluxys Belgium de lijst met opgenomen begrippen en de relevantie van hun opname in de definitielijst te onderzoeken. Op basis hiervan kan dan een herwerkte definitielijst uitgewerkt worden. Bepaalde begrippen uit de lijst worden gedefinieerd in documenten die een wettelijk karakter hebben en bijgevolg van openbare orde zijn. De CREG vraagt dat een toetsing zou gebeuren van de gedefinieerde begrippen zodat vermeden wordt dat dergelijke begrippen in de lijst 41/54 voorkomen, wat zou kunnen aanleiding geven tot verwarring en tot fouten. Als voorbeeld noemt de CREG het begrip ‘onevenwicht’, dat gedefinieerd is in de gedragscode. Een volgende opmerking aangaande de definitielijst betreft het voorkomen van begrippen die een algemeen karakter hebben. Zo wordt bijvoorbeeld EUR gedefinieerd als ‘de euro’. De CREG is van oordeel dat dergelijke definities algemeen bekend zijn. Het is hoogst wenselijk dat dergelijke begrippen uit de lijst gefilterd worden. De lijst bevat eveneens begrippen die reeds in andere bijlagen gedefinieerd worden. Zo wordt bijvoorbeeld ‘Gasprijs’ gedefinieerd in bijlage A. De CREG vraagt dat een systematische toetsing zou gebeuren van de gedefinieerde begrippen zodat dubbele definities vermeden worden. De CREG stelt eveneens vast dat de definitie van bepaalde begrippen fouten bevat. Als eerste voorbeeld verwijst de CREG naar het begrip ‘Effectieve Uurlijkse Levering’. In deze definitie wordt verwezen naar het gebruik van een TMN. De CREG merkt op dat een van de voorstellen opgenomen in de aanvraag van Fluxys Belgium, op 11 april 2014 bij de CREG per drager met ontvangstbewijs ingediend, betrekking had op ‘de veranderingen in de (her)nominatie procedures die verplicht zijn om compatibel te zijn met de nieuwe regels opgenomen in de Europese Netwerk Code “Balancing”’. Een van de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen was het afschaffen van de TMN. In haar beslissing (B)140515-CDC-1326 van 15 mei 2014 werd deze aanvraag door de CREG goedgekeurd. Een tweede voorbeeld betreft de definitie van ‘Vervoerssysteem van Fluxys’ De CREG stelt vast dat de gaswet reeds verschillende begrippen definieert met betrekking tot een vervoersnet en zij vraagt zich af wat de toegevoegde waarde is van het begrip ‘vervoerssysteem’. Tevens merkt de CREG op dat niet Fluxys beheerder is noch eigenaar van het Belgisch vervoersnet, doch Fluxys Belgium. Trouwens, enkel Fluxys Belgium is gecertificeerd, niet Fluxys. De aangehaalde begrippen werden slechts bij wijze van voorbeeld aangehaald. De opsomming kan in geen geval als limitatief beschouwd worden. Een grondige evaluatie is vereist. De CREG is bereid, op eventueel verzoek van Fluxys Belgium, de definitielijst te overlopen en mondelinge toelicht te verstrekken. In het licht van wat voorafgaat vraagt de CREG aan Fluxys Belgium de begrippen zorgvuldig te controleren en de definitielijst te herzien. 133. In sectie 3.1 wordt verwezen naar een ‘Tradingplatform voor Zeebrugge Beach Fysieke Trading Diensten’. De CREG begrijpt onvoldoende wat bedoeld wordt. Zij vraagt aan 42/54 Fluxys Belgium de nodige toelicht te verstrekken. Een Tradingplatform wordt gedefinieerd als de tegenpartij van een netgebruiker. De netgebruiker kan dus rechtstreeks met de Hubbeheerder handelen of via het Tradingplatform. De rol van het Tradingplatform als tussenpersoon en zijn verhouding tot de Hubbeheerder en de netgebruiker dient te worden verduidelijkt. Dezelfde vraag dient te worden gesteld naar de rol van het Tradingplatform op ZTP en/of ZTPL en het eventueel gebruik van een bijkomende hubplatformcode in dit geval waardoor ook de bepalingen onder sectie 3.2 zouden moeten worden aangepast (zie verder). In dit verband is het aangewezen om naast een aanpassing van sectie 3.1 van deze bijlage ook de nodige bijkomende bepalingen in te voeren onder punt 3.8 van bijlage A van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer. 134. Sectie 3.2 handelt over nominaties. De CREG is van oordeel dat het vollediger is ook hernominaties op te nemen in de titel. Een algemene opmerking aangaande sectie 3.2 heeft betrekking op het uitwerken van de begrippen SDT en TDT. Deze werden reeds beschreven in bijlage C1 ‘Operationele Regels’ van het Toegangsreglement. De CREG is van mening dat het hernemen van de procedures betreffende SDT en TDT niet gewenst is. Enkel eventuele afwijkingen van de beschrijving uit bijlage C1 kunnen opgenomen worden in onderhavige bijlage. De CREG merkt in dit verband op dat wat betreft bijlage C3 ‘Operationele Regels voor Kwaliteitsconversiediensten’ ook bepalingen aangaande nominaties van toepassing zijn. In bijlage C3 wordt voor dergelijke bepalingen verwezen naar de regels zoals uitgelegd en geëxpliciteerd in bijlage C1. De CREG vraagt zich af waarom voor bijlage C5 niet eenzelfde werkwijze gevolgd werd. Zij vraagt Fluxys Belgium document C5 in deze zin te herwerken. In de eerste zin van sectie 3.2.1
  2. a)is er sprake van Zeebrugge Beach Trading Diensten. Dit begrip is niet gedefinieerd. In de laatste bullet van sectie 3.2.1
  3. a)is sprake van ‘indien de Netgebruiker, als lid van een Tradingplatform voor Zeebrugge Beach Fysieke Trading Diensten, gas levert aan het Tradingplatform of Gas ontvangt van het Tradingplatform’. De CREG merkt op dat de formulering verwarrend is. Zij vraagt een herwerking van de tekst. 135. In de titel van sectie 3.3 dient ‘een’ vervangen te worden door ‘het’. De tekst ‘gebalanceerd door een levering van Gas aan het Tradingplatform of een herlevering van Gas vanuit het Tradingplatform’ is onzorgvuldig gedefinieerd en dient herwerkt te worden. 136. In de titel van sectie 3.4 dient ‘een’ vervangen te worden door ‘het’. In de tekst is sprake van ‘Tradingplatformbeheerder’. De CREG stelt vast dat dit begrip, ondanks de hoofdletter, niet voorkomt in de definitielijst. Het is voor de CREG onduidelijk wie bedoeld wordt. De CREG vraagt Fluxys Belgium om verduidelijking. 43/54 137. In sectie 3.5.1 wordt er verwezen naar de niet bestaande sectie 2.4. De CREG vraagt Fluxys Belgium de verwijzingen nauwkeurig te controleren en aan te passen waar nodig. 138. Sectie 4 handelt over evenwichtscontrole. De CREG merkt op dat bijlage C1 ‘Operationele Regels’ eveneens operationele regels bevat voor balancering voor verschillende diensten. Zij vraagt Fluxys Belgium na te gaan in welke mate de beschrijving van de evenwichtcontrole samenvalt met de regels opgenomen in bijlage C1. De CREG is van oordeel dat de documenten, best zo eenvoudig mogelijk gehouden worden en dat hernemingen en herhalingen best vermeden worden. 139. In de titel van sectie 5 wordt ‘Balancingpositie’ gebruikt met hoofdletter, hoewel dit begrip niet is opgenomen in de definitielijst. In de tekst wordt verwezen naar het Toegangsreglement voor Vervoer. De CREG merkt op dat deze verwijzing niet correct is. Bijlage C5 maakt zelf deel uit van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer. Zij vraagt Fluxys Belgium om een herwerking. 140. Sectie 6 handelt over de matchingprocedure. Algemeen merkt de CREG op dat het matchingproces beschreven wordt in bijlage C1 ‘Operationele Regels’. Zij vraagt Fluxys Belgium na te gaan in welke mate de beschrijving van het matchingproces samenvalt met de regels opgenomen in bijlage C1. De CREG is van oordeel dat de documenten, best zo eenvoudig mogelijk gehouden worden en dat hernemingen en herhalingen best vermeden worden. In sectie 6.1.1.1 is sprake van ‘bepaald in de respectieve overeenkomsten van de Netgebruiker en de Tegenpartijen’. Voor de CREG is het niet duidelijk welke overeenkomsten bedoeld worden. Alle contractuele bepalingen dienen deel uit te maken van de Standaard Vervoersovereenkomst. In dezelfde sectie wordt gesproken over informatieuitwisseling ‘van de TSO aan de Hubbeheerder’ en ‘van de Tradingplatformbeheerder aan de Hubbeheerder voor Notionele Trading Diensten’. Voor de CREG is de formulering verwarrend. De CREG vraagt Fluxys Belgium sectie 6.1 te herwerken met oog voor een correct gebruik van begrippen en waarbij contractuele en operationele relaties worden uitgewerkt conform het vigerend wettelijk en regulatoir kader met onderscheid tussen activiteiten op Zeebrugge Beach en ZTP/ZTPL. Tot slot dient de nummering van sectie 6 te worden aangepast aangezien sectie 6.1 de indruk geeft dat er ook een sectie 6.2 zou zijn wat niet het geval is. 141. Sectie 7 behandelt afrondingsdiensten. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘levering’ en ‘herlevering’. Voor de CREG is deze opsplitsing in het licht van de openstelling van de markt conform het derde wetgevend pakket achterhaald. Een herziening van de tekst is niet enkel wenselijk, doch noodzakelijk. 44/54 In sectie 7.3.1 stelt de CREG voor om het woord ‘bedragen’ te vervangen door ‘worden berekend als’. In de tekst wordt het begrip ‘Klant’ gebruikt. Dit komt niet voor in de definitielijst. De CREG stelt dat er geen behoefte is aan een nieuwe definitie en stelt het begrip ‘Netgebruiker’ voor. Wat sectie 7.3.2 betreft meldt de CREG dat zij akkoord gaat met het tariefvoorstel voor hubdiensten maar zij zal het tariefblad pas na de definitieve beslissing publiceren. De CREG merkt hierbij op dat het betreffende tarief enkel de kosten dekt en geen billijke vergoeding. 142. Sectie 8 draagt als titel ‘Vastlegging van de Effectieve Uurlijkse Leveringen en de Effectieve Uurlijkse Herleveringen van de Netgebruiker’. Aansluitend wordt in sectie 8.1 gesteld dat ‘De Hubbeheerder legt de Effectieve Uurlijkse Leveringen en de Effectieve Uurlijkse Herleveringen vast voor elk uur van de relevante Gasdag en brengt de Netgebruiker daarvan op de hoogte door een TDT te sturen overeenkomstig sectie 3.5’. Voor de CREG is het niet duidelijk wat bedoeld wordt met ‘vastleggen’. De CREG is van oordeel dat het niet wenselijk is voor hubdiensten een werkwijze in te voeren die afwijkt van de basisprincipes om de evenwichtspositie van de netgebruiker te bepalen. Hierbij kunnen bijzondere bepalingen nodig zijn wat betreft de transacties op Zeebrugge Beach. De CREG vraagt aan Fluxys Belgium de tekst in die zin te herwerken. Wat het sturen van de TDT betreft vraagt de CREG deze bepaling op te nemen in bijlage C1, zoals uitgewerkt voor de andere diensten die door Fluxys Belgium worden aangeboden. Als voorbeeld verwijst de CREG naar bijlage C3. De formulering van sectie 8.2 is onduidelijk. Zo vraagt de CREG wat bedoeld wordt met ‘levering met de betrokken tegenpartij’. In de tweede paragraaf van deze sectie dienen de woorden ‘aan’ en ‘vanuit’ aangepast te worden. De verwijzing naar sectie 2.5.2 is foutief, een fout die ook voorkomt in sectie 8.3. Sectie 8.4 handelt over de ‘Beperkingsregels en bepalingen voor Back-up en Afname voor Zeebrugge Beach Fysieke Trading Diensten’. Voor de CREG is deze sectie onduidelijk. Zo is er sprake van ‘de leveringen aan een Netgebruiker of de Netgebruiker op Zeebrugge Beach’. De CREG is van oordeel dat alle partijen actief op Zeebrugge Beach vallen onder de categorie ‘Netgebruiker op Zeebrugge Beach’. De CREG is algemeen van oordeel dat de formulering van deze sectie onduidelijk is en vereenvoudigd kan worden. Zo vraagt de CREG te onderzoeken of de operationele regels in verband met berichtenverkeer niet kunnen geïntegreerd worden in bijlage C1. De CREG vraagt eveneens of het nodig is een aparte benaming en procedure voor ‘afname’ te behouden. Daarnaast meent zij dat back-up zowel de betekenis kan hebben van het aanvullen van tekorten als het wegwerken van overschotten. 45/54 Een aanpassing in die zin zou een wezenlijke vereenvoudiging betekenen van het document en in het bijzonder van sectie 8.4. Subsectie 8.4.3 handelt over de ‘Kosten voor Automatische Back-up en Afname’. De CREG stelt vast dat het begrip ‘vergoeding’ foutief gebruikt wordt. Een vergoeding is een bedrag, uitgedrukt in een munteenheid, bijv EUR. Het in de tekst gebruikte begrip vergoeding wordt uitgedrukt in EUR/MWh en is dus een prijs. Verder wordt in de tekst het begrip ‘Commodityleverancier’ gebruikt. De CREG vraagt wie bedoeld wordt en of er nood is om een bijkomende aparte partij te definiëren. De CREG neemt kennis van subsectie c), maar zij is van mening dat de inhoud van het voorstel niet beantwoordt aan de criteria die aan de basis liggen van de openstelling van de markt, namelijk toegankelijkheid, transparantie en ‘level playing field’. In het licht van wat voorafgaat vraagt de CREG een herformulering van sectie 8.4 143. Sectie 9 handelt over het transmissieprotocol. De CREG is verwonderd dat deze sectie is opgenomen in bijlage C5. Zij is van mening dat het transmissieprotocol voor hubdiensten conform moet zijn met het protocol voor andere diensten. Zij verwijst naar bijlage C3, waarin voor wat betreft het protocol verwezen wordt naar bijlage C1. 144. Sectie 11 handelt over de toewijzingsprocedure. De CREG stelt vast dat ook in deze sectie van bijlage C5 het berichtenverkeer uitgebreid behandeld wordt. De CREG is van oordeel dat dit thuishoort in bijlage C1, zoals dit ook is toegepast in bijlage C3. Verder stelt de CREG vast dat een, wat het toegangsreglement betreft althans, nieuw begrippenkader gehanteerd wordt. Zo noteert de CREG het begrip ‘Staat van voltooiing’. De CREG vraagt zich af wat bedoeld wordt. Zij vraagt of de procedure niet kan vereenvoudigd worden, rekening houdend met de werkwijze die toegepast wordt voor andere diensten. Verder vraagt de CREG verduidelijking over het ‘Formulier voor dagelijkse toewijzing’ en over het begrip ‘hertoewijzing’. Zij vraagt ook opheldering over ‘een dergelijke tabel’ en over ‘tabellen bijgehouden door de Hubbeheerder’. De CREG vraagt wat bedoeld wordt met ‘Een Maandelijks Toewijzingsformulier wordt uiterlijk de tiende van de volgende maand naar de Netgebruiker gestuurd. Een Maandelijks Toewijzingsformulier wordt niet meer herzien na die tiende dag.’ De CREG stelt vast dat ‘Maandelijks Toewijzingsformulier’ niet opgenomen is in de definitielijst, ondanks het gebruik van hoofdletters. De CREG vraagt of de procedure behouden blijft zoals beschreven in sectie 11. 145. De CREG heeft geen verdere opmerkingen bij de operationele regels voor hubdiensten. 46/54 IV.2.7 – Bijlage E: Congestiebeheer 146. De CREG merkt op dat bijlage E nog steeds de sectie ‘Interpretatie van bijlage E’ bevat. De CREG is van mening dat deze sectie algemeen van toepassing is en betrekking heeft op de structuur van de regulatoire documenten. De CREG is daarom van oordeel dat deze sectie thuishoort in het hoofddocument van het Toegangsreglement en dat deze niet in elke bijlage herhaald dient te worden. De CREG vraagt Fluxys Belgium gevolg te geven aan haar oproep en de betreffende sectie te verplaatsen. 147. In sectie 3.1.3 worden de afkortingen MTSRd,i en MTSRd,io gebruikt. De CREG stelt vast dat deze termen niet opgenomen zijn in de definitielijst, en evenmin gedefinieerd werden in bijlage A. De CREG vraagt Fluxys Belgium de definitielijst aan te passen. 148. De formulering van de laatste paragraaf van sectie 3.2.1 is onleesbaar. De CREG vraagt Fluxys Belgium de betreffende paragraaf te herwerken. 149. In sectie 3.2.3 ontbreekt het werkwoord. De CREG stelt Fluxys Belgium voor na ‘Diensttoewijzingsregel’ het werkwoord ‘voorleggen’ in te voegen. 150. In sectie 3.3.1 dient ‘voor de andere Netgebruiker(s)’ vervangen te worden door ‘door de andere Netgebruiker(s)’ 151. In sectie 3.3.2 wordt ‘bevestigt’ gebruikt om zowel de actie van de Netgebruiker als de TSO aan te duiden. De CREG vraagt of dit dezelfde operationele en juridische verantwoordelijkheid inhoudt en zij vraagt Fluxys Belgium de tekst aan te passen. 152. In sectie 4.1.1 dient de laatste zin van de tweede paragraaf van subsectie 1 verwijderd te worden, vermits op het ogenblik dat de voorgestelde wijzigingen van kracht worden NC CAM van toepassing zal zijn. De CREG vraagt Fluxys Belgium de tekst aan te passen. 153. In de figuur in sectie 4.1.2 dient ‘vastgelegd’ vervangen te worden door ‘vastgesteld’. De CREG vraagt Fluxys Belgium de figuur aan te passen. 154. De laatste zin van paragraaf 4 van sectie 4.1.2.5 stelt als voorwaarde dat er capaciteit wordt aangevraagd door de netgebruikers. De CREG wijst erop dat zulks zeker het geval is, vermits de eerste voorwaarde voor het opstarten van de procedure precies inhoudt dat er congestie werd vastgesteld. De CREG vraagt Fluxys Belgium de tekst in die zin aan te passen. 155. In paragraaf 3 van sectie 4.1.2.6 dient een spatie gevoegd na het einde van de eerste zin. De CREG vraagt Fluxys Belgium de tekst aan te passen. 47/54 156. In de titel van sectie 4.2 dient ‘Binnenlands’ vervangen te worden door ‘Binnenlandse’. De CREG vraagt Fluxys Belgium de tekst aan te passen. In de figuur in sectie 4.2 dient ‘vastgelegd’ vervangen te worden door ‘vastgesteld’. De CREG vraagt Fluxys Belgium de figuur aan te passen. In sectie 4.2.1.3 is het onduidelijk wat bedoeld wordt met ‘standaard verhandelen’. De CREG vraagt Fluxys Belgium ‘standaard verhandelen’ te vervangen door ‘OTC verhandelen’. In de tweede paragraaf van sectie 4.2.1.6 is het onduidelijk wat bedoeld wordt met ‘uitgebracht’. De CREG vraagt Fluxys Belgium ‘standaard verhandelen’ te vervangen door ‘aangeboden’. 157. De CREG heeft geen verdere opmerkingen bij de bepalingen aangaande congestiebeheer. IV.2.8 – Bijlage G: Formulieren 158. Aan bijlage G werd - het Formulier voor aanvraag van diensten voor verbintenissen m.b.t. operationeel capaciteitsgebruik aangepast - het Formulier voor aanvraag van wheelingdiensten aangepast - een Formulier voor aanvraag van Hub Diensten toegevoegd. De CREG merkt op dat het formulier de titel Hub Dienst draagt, terwijl enkel het begrip Hubdiensten gedefinieerd is. - het Formulier voor bevestiging van diensten werd aangepast 159. Verder is het niet duidelijk of alle Hubdiensten zoals vervat onder punt 3.8 van bijlage A van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer worden vermeld op het formulier dat de hubdiensten omvat. De CREG vraagt een rechtzetting. 160. Algemeen is het voor de CREG onduidelijk of in bijlage G alle formulieren worden vermeld die van toepassing zijn voor de respectieve processtappen van alle door Fluxys Belgium aangeboden diensten. 161. De CREG heeft geen verdere opmerkingen bij de bepalingen van bijlage G. 48/54 IV.2.9 – Bijlage H: Elektronisch Data Platform 162. De CREG merkt op dat in de definitielijst de formulering van Elektronisch Data Platform onzorgvuldig is. Zij is tevens van oordeel dat de definitie een zelfreferentie omvat. Daarom vraagt de CREG dat Fluxys Belgium de formulering zou herwerken. Verder heeft de CREG geen opmerkingen bij bijlage H. IV.3 – Onderzoek van de Aardgasvervoersprogramma 163. wijzigingen van het In het aardgasvervoersprogramma dat een vereenvoudigde beschrijving geeft van het dienstenaanbod, worden in het voorstel geen nieuwe of bijkomende elementen geïntroduceerd ten aanzien van wat reeds besproken werd in deel IV.2. Er is bijgevolg ook geen specifieke bespreking nodig van de aanpassingen van het aardgasvervoersprogramma. Uit het consultatierapport blijkt dat de netgebruikers geen opmerkingen gegeven hebben die specifiek op het aardgasvervoersprogramma van toepassing zijn. Wel geeft de CREG waar nodig commentaar, zowel algemeen als punctueel. 164. De CREG merkt op dat vanaf 1 oktober 2015 de vervoersdiensten van Fluxys Belgium worden aangeboden in de Belux aardgasmarkt ontstaan als gevolg van de integratie van de aardgasmarkten van België en Luxemburg. Meer bepaald, rekening houdend met de noodzaak een aangepast wetgevend kader te creëren en implementeren, worden op 1 oktober 2015 de overgangsmaatregelen in het kader van het Belux project (‘plan C’) van kracht. De CREG is van oordeel dat een uitgebreide beschrijving van de functies en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen noodzakelijk is. In het bijzonder dient duidelijk gemaakt te worden dat Fluxys Belgium vanaf 1 oktober 2015 zal optreden als balancing operator voor de geïntegreerde zone Belux. Een meer gedetailleerde uitwerking van de werking van het balancing regime dient opgenomen te worden in sectie 2.3, waar de respectieve verantwoordelijkheden van balancing worden beschreven. De CREG vraagt aan Fluxys Belgium de beschrijving van het aardgasmodel in die zin te vervolledigen. 165. Sectie 2.2 handelt over de organisatie van de Belgische gasmarkt. De CREG merkt op dat de beschrijving van de verantwoordelijkheden van de respectieve partijen niet accuraat is. In het bijzonder de beschrijving van de functie van ‘netgebruiker’, ‘distributienetbeheerder’ en ‘trader’ zijn onduidelijk, onvolledig of niet conform het vigerend wetgevend kader. De CREG vraagt aan Fluxys Belgium de beschrijving aan te passen. 49/54 166. De figuur in sectie 2.3 geeft aan dat er een interconnectiepunt is met het Luxemburgs vervoersnet, GD Lux. De CREG merkt op dat dit interconnectiepunt is opgeheven bij de realisatie van het integratieproject Belux, waarvan de overgangsfase in werking treedt op 1 oktober 2015. De CREG vraagt aan Fluxys Belgium de figuur in die zin aan te passen. In de tweede bullet in dezelfde sectie dient het woord ‘het’ toegevoegd te worden voor de woorden ‘Fluxys Belgium vervoersnet’. 167. In de tabel met aansluitingspunten is het interconnectiepunt GD Lux nog opgenomen. De CREG verwijst naar haar opmerking hierboven en vraagt een correctie. 168. In de beschrijving van de tradingdiensten dient in de tweede alinea ‘rol van’ vervangen te worden door ‘als’. In de derde alinea dient ‘kunnen’ vervangen te worden door ‘kan’. De formulering van de laatste alinea is onduidelijk en dient te worden verbeterd. De CREG vraagt aan Fluxys Belgium deze wijzigingen door te voeren. 169. De beschrijving van onderbreekbare capaciteit in sectie 3 is niet in overeenstemming met de bepalingen dienaangaande in de NC CAM. De CREG vraagt dat de betreffende bepalingen zouden afgestemd worden op de bepalingen zoals voorzien in NC CAM. 170. In sectie 3.1.3 worden de begrippen tarieftype en dienstperiode door elkaar gebruikt. Dit zorgt voor verwarring. De CREG verwijst hiervoor naar haar inhoudelijke opmerkingen in de paragraaf met randnummer 72. Verder dient de Nederlandse formulering van deze sectie verbeterd te worden. De CREG vraagt aan Fluxys Belgium deze aanpassingen door te voeren. Voor sectie 3.2.3 geldt een analoge opmerking als voor sectie 3.1.3. 171. Sectie 3.9 beschrijft de hubdiensten. Rekening houdend met de integratie van het dienstenpakket beheerd en aangeboden door Huberator, is de CREG van oordeel dat de beschrijving van de diensten te beknopt is en onvoldoende de nadruk legt op de onderlinge verschillen en parallellen tussen ZTP/ZTPL enerzijds en Zeebeach anderzijds. Een duidelijke beschrijving van de rol van de hubbeheerder als schakel tussen de OTC en de anonieme markt enerzijds en de vervoersnetbeheerder anderzijds ontbreekt, met verwijzing naar transacties waarbij gas verhandeld wordt en diensten die thuishoren bij het operationeel beheer. De formulering van sectie 3.9 is verder gebrekkig en onduidelijk. De CREG is eveneens van oordeel dat duidelijker moet gecommuniceerd worden dat de hubdiensten niet zullen aangeboden worden vóór 1 januari 2016. De CREG vraagt Fluxys Belgium deze sectie te herformuleren. 50/54 172. In de tabel in sectie 4.1 wordt GD Lux vermeld als interconnectiepunt. De CREG verwijst naar haar opmerking in paragraaf met randnummer 163 en zij vraagt een rechtzetting. 173. De derde laatste en paragraaf van sectie 4.1.1 is onduidelijk geformuleerd en zij vraagt een herwerking. De terminologie in de voorlaatste paragraaf laat te wensen over in het licht van de begrippen die in voege komen ingevolge de inwerkingtreding van NC CAM. De CREG is van mening dat de indeling van de diensten prioritair moet gealigneerd zijn met de indeling zoals deze volgt uit de toepassing van NC CAM. De CREG vraagt daarom een herziening van deze paragraaf. 174. De laatste zin van paragraaf 1 van sectie 5.2 is onduidelijk en dient geherformuleerd te worden. 175. De CREG heeft geen verdere opmerkingen aangaande het aardgasvervoersprogramma. IV.4 – Inwerkingtreding van de goedgekeurde wijzigingen 176. Wat betreft de voorgestelde wijzigingen heeft Fluxys Belgium in haar brief van 3 augustus 2015 vermeld dat onder voorbehoud van goedkeuring door de CREG het de bedoeling is van Fluxys Belgium om de documenten in werking te laten treden op 1 november 2015. De CREG heeft hierop geen opmerkingen. Van zodra de documenten zullen zijn goedgekeurd, doet Fluxys Belgium overeenkomstig artikel 107 van de gedragscode het nodige om onverwijld (en vanzelfsprekend voor de inwerkingtreding) de goedgekeurde wijzigingen bekend te maken op haar website samen met de datum van inwerkingtreding beslist door de CREG. 51/54 V. BESLISSING 177. Met toepassing van de artikelen 15/1, §3, 7°, 15/14, §2, tweede lid, 6°, 29° en 30°, van de gaswet en van artikel 82, §1, van de gedragscode en gezien de voorgaande analyse, in het bijzonder de toetsingscriteria in deel II en het onderzoek in deel III van deze beslissing, beslist de CREG de aanvraag door Fluxys Belgium tot goedkeuring van de voorgestelde wijzigingen van : 1) het standaard aardgasvervoerscontract, 2) bijlagen A, B, C1, C3, E, G, H en de nieuwe bijlage C5 van het toegangsreglement voor aardgasvervoer en 3) het aardgasvervoersprogramma ingediend bij de CREG per drager met ontvangstbewijs ingediend op 4 augustus 2015, niet in haar geheel goed te keuren. De CREG stelt vast dat dit voorstel van wijzigingen van de belangrijkste voorwaarden, nodig voor de integratie van de bepalingen die voortvloeien uit de implementatie van de NC CAM en de contractuele en operationele bepalingen van toepassing op hubdiensten in het kader van de integratie van de activiteiten van hubbeheerder door Fluxys Belgium, niet beantwoordt aan de toetsingscriteria enerzijds en dat de overgangsmaatregelen, zoals reeds goedgekeurd door de CREG bij beslissing (B)150520-CDC-1420 van 20 mei 2015, niet correct zijn geïntegreerd in het voorstel van wijzigingen aan de belangrijkste voorwaarden zoals ingediend bij de CREG per drager met ontvangstbewijs op 4 augustus 2015, anderzijds. 178. De CREG nodigt Fluxys Belgium uit op basis van de elementen vermeld in voorliggende beslissing een nieuw voorstel van wijzigingen aan het Standaard Aardgasvervoerscontract, Aardgasvervoersprogramma en van bijlagen A, B, C1, C3, E, G, H en de nieuwe bijlage C5 van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer uit te werken, samen met een herwerkte versie van het hoofddocument van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer, en haar ter goedkeuring voor te leggen. 52/54 Met toepassing van artikel 107, tweede lid, van de gedragscode wordt Fluxys Belgium de opdracht gegeven met betrekking tot artikel 8 van bijlage 2 van de Standaard Aardgasvervoersovereenkomst en bijlage F van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer een voorstel tot wijziging ter goedkeuring aan de CREG in te dienen.  Voor de Commissie voor de Regulering van

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.