Niet-vertrouwelijk Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS EINDBESLISSING (B)151009-CDC-1429 over “het openen van een certificeringsprocedure ten aanzien van Interconnector (UK) Limited” genomen met toepassing van de artikelen 8, §4ter en 15/14, § 2, 26°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen 9 oktober 2015 INHOUDSTAFEL INLEIDING………………………………………………………………………………….. 3 I. WETTELIJK KADER………………………………………………………………… 4 II. ANTECEDENTEN…………………………………………………………………… 12 III. ANALYSE VAN DE NALEVING VAN DE ONTVLECHTINGSEISEN….19 IV. BESLUIT………………………………………………………………………………. 40 INVENTARIS……………………………………………………………………………… 41 Niet-vertrouwelijk 2/42 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna: de CREG) bestudeert hierna, op basis van de artikelen 8, § 4ter en 15/14, § 2, 26°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (hierna: de gaswet), de permanente naleving door Interconnector (UK) Limited van de vereisten voorzien in de gaswet. Het openen van de certificeringsprocedure ten aanzien van Interconnector (UK) Limited werd door de CREG aan de minister bevoegd voor energie en Interconnector (UK) Limited meegedeeld per brief van 26 februari 2015. De Europese Commissie werd hiervan eveneens per brief van 26 februari 2015 in kennis gesteld. De onderstaande beslissing bestaat uit vier delen. Het eerste deel is gewijd aan het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de onderhavige beslissing uiteengezet. In het derde deel bekijkt de CREG of Interconnector (UK) Limited de vereisten van de artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, van de gaswet naleeft. Tot slot, bevat het vierde deel de beslissing. De eindbeslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 9 oktober 2015. Niet-vertrouwelijk 3/42 I. WETTELIJK KADER I.1 Artikel 9 en 10 van de Gasrichtlijn 2009/73/EG, artikel 3 van de Gasverordening 2009/715 omgezet in artikel 8 van de gaswet, zoals gewijzigd bij wet van 8 januari 20121 1. Artikel 10 van de gasrichtlijn 2009/73/EG zegt in verband met aanwijzing en certificering van de transmissiesysteembeheerders (hierna: TSO): 10
(4)“De regulerende instanties zien erop toe dat of de transmissiesysteembeheerders de eisen van artikel 9 permanent naleven. Zij starten een certificeringsprocedure om bedoelde naleving te waarborgen: […] (b) op eigen initiatief wanneer zij er kennis van hebben dat een geplande wijziging van rechten of invloed ten aanzien van transmissiesysteemeigenaars of -beheerders kan leiden tot een inbreuk op artikel 9, of wanneer zij redenen hebben om aan te nemen dat een dergelijke inbreuk heeft plaatsgevonden, of […] 10
(5)De regulerende instanties nemen een besluit over de certificering van een transmissiesysteembeheerder binnen vier maanden na de datum van kennisgeving door de transmissiesysteembeheerder of de datum van het verzoek van de Commissie. Na het verstrijken van deze periode wordt de certificering geacht te zijn toegekend. Het expliciete of stilzwijgende besluit van de regulerende instantie wordt pas van kracht na de afronding van de procedure van lid
- Met deze bepaling wordt aan de regulerende instantie de bevoegdheid gegeven om de TSO te controleren inzake de permanente naleving van de eisen van artikel 9 van de gasrichtlijn 2009/73/EG en desnoods indien de regulerende instantie redenen heeft om aan te nemen dat een dergelijke inbreuk heeft plaatsgevonden een procedure van certificering te openen.
- Deze bepaling werd bij wet van 8 januari 2012 verspreid in de gaswet omgezet in artikel 8 van de gaswet, meer bepaald: 1 Belgisch Staatsblad 11 januari
- Niet-vertrouwelijk 4/42 § 4 ter […] “De commissie ziet erop toe dat de vereisten voorzien in de artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/, § 2 van deze wet steeds door de aardgasvervoersnetbeheerder worden nageleefd. Hiertoe opent zij een certificeringsprocedure: […] c) op eigen initiatief, wanneer zij kennis heeft van het feit dat een voorziene wijziging in de bevoegdheden of invloed uitgeoefend op de aardgasvervoersnetbeheerder mogelijk een overtreding zou kunnen uitmaken van de bepalingen van de artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, of wanneer zij redenen heeft om te geloven dat een dergelijke overtreding kan gepleegd zijn; of […] De commissie brengt de minister op de hoogte van het openen van een certificeringsprocedure evenals de aardgasvervoersnetbeheerder wanneer zij op eigen initiatief handelt of […]. […] Wanneer zij op eigen initiatief of […] handelt, vermeldt de commissie in haar schrijven de vermoede gebreken op de bepalingen voorzien bij artikel en 8/3 tot 8/6 en 15/1, § 2, […]. Na desgevallend de aardgasvervoersnetbeheerder ertoe te hebben uitgenodigd binnen een termijn van dertig werkdagen tegemoet te komen aan de tekortkomingen vermoedt of aan de motivering van de Europese Commissie, besluit de commissie tot een ontwerpbeslissing over de certificering van de aardgasvervoersnetbeheerder binnen vier maanden volgend op […] de datum waarop zij de minister op de hoogte heeft gebracht, wanneer zij op eigen initiatief handelt, […]. De certificering wordt geacht te zijn toegekend bij het verstrijken van deze periode. De uitdrukkelijke of stilzwijgende ontwerpbeslissing van de commissie wordt pas definitief na het afsluiten van de procedure die bepaald wordt in het zesde tot het negende lid. […]”.
- Artikel 3, van de Gasverordening 2009/715/EG vervolgt: 3
(1)“De Commissie onderzoekt kennisgevingen van besluiten betreffende de certificering van een transmissiesysteembeheerder als bepaald in artikel 10, lid 6, van Richtlijn 2009/73/EG onmiddellijk na ontvangst. Binnen twee maanden na ontvangst van deze kennisgeving deelt de Commissie zijn advies aan de betrokken nationale regulerende instantie mee of zij het besluit verenigbaar acht met artikel 10, lid 2, of artikel 11, en artikel 9 van Richtlijn 2009/73/EG. Bij de opstelling van het in de eerste alinea bedoelde advies kan de Commissie om het advies van het Agentschap over het besluit van de nationale regulerende instanties verzoeken. In dat geval wordt de in de eerste alinea genoemde termijn met twee verdere maanden verlengd. Als de Commissie niet binnen de in de eerste en tweede alinea bedoelde termijn advies uitbrengt, wordt zij geacht geen bezwaar te hebben tegen het besluit van de regulerende instantie.” 3
(2)“Binnen twee maanden na ontvangst van het advies van de Commissie stelt de nationale regulerende instantie het definitieve besluit betreffende de certificering van de transmissiesysteembeheerder vast, waarbij zij zo veel mogelijk rekening houdt met het advies van de Niet-vertrouwelijk 5/42 Commissie. Het besluit van de regulerende instantie en het advies van de Commissie worden samen bekendgemaakt.”
- Deze bepaling werd bij wet van 8 januari 2012 verspreid in de gaswet omgezet in artikel 8 van de gaswet, meer bepaald: “§4ter […] De commissie geeft onverwijld kennis aan de Europese Commissie van haar uitdrukkelijke of stilzwijgende ontwerpbeslissing betreffende de certificering van de aardgasvervoersnetbeheerder, vergezeld van alle nuttige informatie betreffende deze ontwerpbeslissing. De Europese Commissie geeft een advies overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 715/
- Nadat ze het uitdrukkelijk of stilzwijgend advies van de Europese Commissie heeft ontvangen, wijst de commissie en deelt deze aan de Minister onverwijld en ten laatste binnen de maand na het advies van de Europese Commissie, haar definitieve beslissing van certificering mede, met motivering met betrekking tot het naleven van de vereisten van artikelen 8/3 tot 8/6 en 15/1, §
- De commissie houdt bij haar beslissing zo veel mogelijk rekening met het advies van de Europese Commissie. De beslissing van de commissie en het advies van de Europese Commissie worden samen in het Belgisch staatsblad gepubliceerd. […] De commissie en de Europese Commissie kunnen bij de aardgasvervoersnetbeheerder en bij de bedrijven die werkzaam zijn in de productie en/of de levering van aardgas, alle nuttige informatie opvragen voor de vervulling van hun taken met toepassing van deze paragraaf. Zij zorgen voor de vertrouwelijke behandeling van de commercieel gevoelige informatie.”
- Inzake ontvlechting van eigendom werd artikel 9
(1)van de gasrichtlijn 2009/73/EG verspreid omgezet in de artikelen 8/3, 8/5 en 15/1, § 2, van de gaswet, meer bepaald: Artikel 8/3, § 1, vijfde lid : “De beheerders mogen, rechtstreeks of onrechtstreeks, geen vennootschapsrechten hebben, onder welke vorm dan ook, in een onderneming die gas of elektriciteit levert of produceert. De aardgasvervoersnetbeheerder kan een deelname voor zijn rekening nemen in een onderneming die een buitenlands aardgasvervoersnet beheert van een andere Lidstaat van de Europese Gemeenschap voor zover deze onderneming overeenstemt met een van de juridische vormen die bepaald is bij Richtlijn 2009/73/EG en een dergelijke participatie dezelfde waarborgen verschaft als de waarborgen die aanwezig zijn in de netbeheerder voor aardgas krachtens deze wet. De vervoersnetbeheerder deelt zulke participatie mee aan de commissie alsook iedere ermee verband houdende wijziging. § 1/1: “De ondernemingen die aardgas leveren, de ondernemingen die aardgas produceren, de producenten van elektriciteit, de leveranciers van elektriciteit of de tussenpersonen mogen, Niet-vertrouwelijk 6/42 alleen of gezamenlijk, rechtstreeks of onrechtstreeks, geen deel van het kapitaal van de maatschappij en geen aandelen van de maatschappij aanhouden. Aan de aandelen van deze ondernemingen kan geen stemrecht worden verbonden. “De rechtstreeks of onrechtstreeks in de productie en/of de levering van gas of elektriciteit actieve ondernemingen mogen de leden van de raad van bestuur, van de comités die binnen de raad van bestuur worden opgericht, van het directiecomité van de beheerder van het aardgasvervoersnet en van elke andere wettelijke vertegenwoordiger van de maatschappij, niet benoemen. Het is eenzelfde natuurlijke persoon niet toegelaten om lid te zijn van de raad van toezicht, de raad van bestuur of de organen die wettelijk de onderneming vertegenwoordigen en tegelijkertijd van een onderneming die werkzaam is in de productie of levering van aardgas en van de aardgasvervoersnetbeheerder. De statuten van de vennootschap en de aandeelhoudersovereenkomsten mogen geen bijzondere rechten toekennen aan producenten, houders van een leveringsvergunning of tussenpersonen of de met die ondernemingen verbonden ondernemingen. De CREG gaat na of de eventuele overeenkomst die tussen de aandeelhouders van de beheerder werd gesloten de, in artikel 8/5 bepaalde, minimumcriteria inzake onafhankelijkheid, en de in overeenstemming met artikel 15/5undecies, § 1, tweede lid, 3° en 5°, bepaalde maatregelen inzake vertrouwelijkheid en non-discriminatie in acht neemt. § 1/2. Dezelfde persoon of personen zijn niet gemachtigd om: rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap te hebben in een onderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks een van de volgende functies waarneemt: productie of levering van aardgas of van elektriciteit, en rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap of rechten te hebben op de aardgasvervoersnetbeheerder, beheerder van een opslaginstallatie van aardgas en/of beheerder van LNG-installatie;
- b)rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap te hebben op de beheerder van het aardgasvervoersnet, beheerder van een opslaginstallatie van aardgas en/of beheerder van LNG-installatie en rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap of rechten te hebben in een bedrijf dat rechtstreeks of onrechtstreeks een van de volgende functies uitoefent: productie of levering van aardgas en elektriciteit. De in het eerste lid, onder
- a)en
- b)bedoelde rechten omvatten met name: (
- i)het recht om stemrechten uit te oefenen, of (
- ii)de bevoegdheid om leden van de raad van bestuur, van het directiecomité of van wettelijke vertegenwoordigers van de onderneming aan te wijzen, of (iii) het bezitten van een meerderheidsaandeel.” Artikel 8/5 van de gaswet bepaalt: “Teneinde de onafhankelijkheid van de in artikel 8/4 bedoelde beheerder van het aardgasvervoersnet te waarborgen, gelden de volgende minimumcriteria : 1° De personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer mogen geen deel uitmaken van de Niet-vertrouwelijk 7/42 structuren van de geïntegreerde aardgasonderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks belast zijn met het dagelijks beheer van de productie-, de distributie- en de leveringsactiviteiten van aardgas. 2° Er worden passende maatregelen genomen om er voor te zorgen dat rekening wordt gehouden met de professionele belangen van de in 1 bedoelde personen, op zodanige wijze dat gewaarborgd is dat zij in alle onafhankelijkheid kunnen functioneren. 3° De beheerder van het aardgasvervoersnet beschikt over effectieve bevoegdheden om, onafhankelijk van zijn aandeelhouders, besluiten te nemen met betrekking tot de activa die nodig zijn voor de exploitatie, het onderhoud en de ontwikkeling van het vervoersnet. 4° De beheerder van het aardgasvervoersnet mag van zijn moedermaatschappij geen instructies ontvangen betreffende het dagelijks beheer, noch wat betreft de individuele beslissingen met betrekking tot de bouw of de modernisering van de aardgasvervoersleidingen die de grenzen van het jaarlijkse globale budget of van gelijk welk gelijkaardig document dat deze heeft goedgekeurd, niet overschrijden.” Artikel 15/1, § 2: “De beheerder van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNGinstallatie mag, noch rechtstreeks noch onrechtstreeks aan aandelen verbonden rechten hebben in ondernemingen voor de exploratie, de productie of de levering van aardgas of voor bemiddeling inzake aardgas.” 7. Door de wet van 8 januari 2012 wordt door de Belgische wetgever Interconnector Zeebrugge Terminal (hierna: IZT) niet langer meer aanzien als een upstream-installatie (artikel 15/1, § 4, van de gaswet). 8. Zoals hierna wordt uiteengezet (deel III van onderhavige beslissing), is IZT de rechtspersoon die de terminal te Zeebrugge in eigendom bezit. De terminals te Zeebrugge (IZT) en te Bacton (IBT) maken deel uit van de interconnector waarop Interconnector (UK) Limited als rechtpersoon zakelijke rechten uitoefent. 9. Een interconnector wordt in de gaswet gedefinieerd als een vervoersleiding die de grens tussen twee Lidstaten overschrijdt of overspant met uitsluitend als bedoeling de vervoersnetten van deze Lidstaten onderling te koppelen (artikel 1, 60°, van de gaswet, ingevoegd bij artikel 55, van de wet van 8 januari 2012). 10. Deze definitie vloeit voort uit een omzetting van artikel 2
(17), van de gasrichtlijn 2009/73/EG dat een interconnector eveneens omschrijft als een transmissieleiding die een grens tussen Lidstaten overschrijdt of overspant met uitsluitend als bedoeling de nationale transmissiesystemen van die Lidstaten onderling te koppelen. Niet-vertrouwelijk 8/42 11. Overeenkomstig artikel 2
(4), van de gasrichtlijn 2009/73/EG valt het onderhoud, de exploitatie en zo nodig de ontwikkeling van een interconnectie, waarop een transmissiefunctie wordt uitgevoerd, onder de verantwoordelijkheid van een TSO.
- Hieruit volgt dat Interconnector (UK) Limited die de functie van transmissie of vervoer van aardgas uitoefent via de interconnector, beide terminals en de gascompressiestations, aanzien moet worden als een TSO. Deze activiteit vloeit ook voort uit artikel 3 van de statuten van Interconnector (UK) Limited.
- De verantwoording van het amendement nr. 70 dat het artikel 15/1, §4, van de gaswet heeft gewijzigd bij wet van 8 januari 2012, bevestigt dit ook: “Door deze bepaling beoogt het wetsontwerp de omzetting van de artikelen 41.6 c), 41.9 en 42 van Richtlijn 2009/73/EG die aan de nationale reguleringsoverheden over de interconnecties een macht erkennen. De interconnecties zijn inderdaad onderworpen aan een gezamenlijke regulering vanwege de bevoegde nationale regulatoren. In geval van aanhoudende onenigheid tussen deze regulatoren, beslist het agentschap voor de samenwerking van de Europese regulatoren (artikel 8 van Verordening (EG) nr. 713/2009). De Interconnector overschrijdt de Noordzee en verbindt het aardgasvervoersnet van het Verenigd Koninkrijk (in handen van de National Grid) met het Belgische net voor het vervoer van aardgas (in handen van Fluxys). De Interconnector vormt dus een “onderlinge verbinding” in de betekenis van artikel 2.17 van Richtlijn 2009/73/EG: “transmissieleiding die een grens tussen lidstaten overschrijdt of overspant met uitsluitend als bedoeling de nationale transmissiesystemen van die lidstaten onderling te koppelen” en artikel 15/1, § 4 van de wet dient te worden gewijzigd om deze vervoersinstallatie aan de bevoegdheid van de CREG te onderwerpen.”2
- De verwijzing in het amendement nr. 70 naar de artikelen 41
(6), c), 41
(9)en 42, van de gasrichtlijn 2009/73/EG houdt een erkenning in van de Belgische wetgever dat Interconnector (UK) Limited, als rechtspersoon, onder de bevoegdheid valt van de CREG. De regulerende bevoegdheid van de CREG betreft onder meer: de toegang tot de infrastructuur te waarborgen, de goedkeuring van de procedures van toewijzing van capaciteit en congestiebeheer en een gecoördineerde toepassing van de Europese wetgeving, waaronder de Verordening 2009/715/EG en de netwerkcodes in samenwerking met Ofgem te verzekeren.
- Het feit dat in de verantwoording ook gezegd wordt dat de interconnector een vervoersinstallatie is en niet langer meer een upstream-installatie, heeft voor gevolg dat het beheer hiervan waargenomen moet worden door een beheerder. Dit vloeit ook impliciet voort 2 Parlementaire Stukken 53, 1725/00-7, bladzijde
- Niet-vertrouwelijk 9/42 uit de definities van de begrippen vervoersinstallaties en vervoernet (artikel 1, 8° en 10°, van de gaswet).
- Er bestaat bijgevolg geen twijfel dat de Belgische wetgever Interconnector (UK) Limited erkent als een TSO over wie de CREG een regulerende bevoegdheid uitoefent.
- Om deze redenen werd Interconnector (UK) Limited door de CREG bij eindbeslissing van 11 juli 2013 gecertificeerd onder opschortende voorwaarden
- Ook in de gasrichtlijn 2009/73/EG wordt de beheerder van een interconnector als een TSO beschouwd.
- Zo stelt de Europese Commissie in haar interpretatieve nota4: “Exemptions from the unbundling rules can furthermore be granted for a defined period of time in the case of major new gas infrastructure, i.e. interconnectors, Liquefied Natural Gas (LNG) and storage facilities, provided that the specific requirements of Article 36 Gas Directive are met. […] Exemptions for new infrastructure that have already been granted pursuant to Article 22 of Directive 2003/55/EC and Article 7 of Regulation (EC) 2003/1228 continue to apply until the expiry date stipulated in the exemption decision, also after entry into force of the Gas Directive and the Electricity Regulation (recital 35 Gas Directive and recital 23 Electricity Regulation).”
- Verder vervolgt de Europese Commissie in haar interpretatieve nota5 dat: “A TSO can only be approved and designated as a TSO following the certification procedure laid down in Article 10 Electricity and Gas Directives in combination with the provisions of Article 3 Electricity and Gas Regulations. These rules must be applied to all TSOs for their initial certification, and subsequently at any time when a reassessment of a TSO’s compliance with the unbundling rules is required. […] regulatory authorities must monitor compliance of TSOs with the rules on unbundling on a continuous basis, and must open a new certification procedure on their own initiative where according to their knowledge a planned change in rights or influence over transmission system owners or TSOs may lead to an infringement of unbundling rules, or where they have reason to believe that such an infringement may have occurred.
- Het feit dat nieuwe infrastructuur, zoals een interconnector, kan worden vrijgesteld van certificering, betekent a fortiori dat een bestaande infrastructuur, zoals een interconnector, die Eindbeslissing (B)130711-CDC-1236 over “de aanvraag tot certificering van Interconnector (UK) Limited”. 4 Commission staff working paper van 22 januari 2010, “The unbundling Regime”, p.
- 5 Commission staff working paper van 22 januari 2010, “The unbundling Regime”, p.
- 3 Niet-vertrouwelijk 10/42 geen vrijstelling geniet overeenkomstig het tweede energiepakket, onder de toepassing valt van certificering. Automatisch heeft dit voor gevolg dat de beheerder van een interconnector aanzien moet worden als een TSO en dat eens gecertificeerd de regulerende instantie de plicht heeft de permanente naleving van de ontvlechtingseisen door deze TSO te controleren. Wanneer de regulerende instantie weet heeft dat mogelijks hierop een inbreuk wordt gepleegd, moet zij een procedure van certificering openen.
- De CREG heeft met toepassing van de artikelen 8 en 15/14, § 2, 26°, van de gaswet Interconnector (UK) Limited bij eindbeslissing van 11 juli 20136 gecertificeerd onder opschortende voorwaarden.
- Met toepassing van artikel 10/4 van de richtlijn 2009/73/EG is de regulerende instantie verplicht erop toe te zien of de TSO’s de ontvlechtingseisen permanent naleven en een certificeringsprocedure te starten om de bedoelde naleving te waarborgen. Daartoe kan de regulerende instantie op eigen initiatief een certificeringsprocedure openen.
- De CREG heeft bijgevolg de bevoegdheid om de permanente naleving van de ontvlechtingseisen door Interconnector (UK) Limited te controleren en moet desgevallend een certificeringsprocedure openen indien de onafhankelijkheid van Interconnector (UK) Limited ten opzichte van bedrijven die rechtstreeks of onrechtstreeks actief zijn in de productie en/of de levering van aardgas en/of elektriciteit, in het gedrang komt.
- In casu, zoals wordt uiteengezet in deel II van onderhavige beslissing, is komen vast te staan dat op 3 maart 2015 Interconnector (UK) Limited op één voorwaarde na de opschortende voorwaarden verbonden aan de positieve certificeringsbeslissing van 11 juli 2013 niet heeft vervuld, waardoor Interconnector (UK) Limited als niet gecertificeerd moet worden beschouwd.
- De voorwaarden gesteld in de beslissing van 11 juli 2013 moeten aanzien worden als opschortende voorwaarden met een tijdsbepaling. 6 Zie voetnoot
- Niet-vertrouwelijk 11/42 II. ANTECEDENTEN
- Bij beslissing van 11 juli 20137 heeft de CREG met toepassing van artikel 10
(1)van de gasrichtlijn 2009/73/EG en met toepassing van artikel 15/14, § 2, 26°, van de gaswet een positieve beslissing getroffen met betrekking tot de aanvraag tot certificering van Interconnector (UK) Limited, ingediend bij de CREG op 3 december 2012 en dit mits de hiernavolgende voorwaarden worden uitgevoerd en aan de CREG de nodige informatie wordt verstrekt om de uitvoering ervan te controleren: (
- i)Interconnector (UK) Limited dient tegen 3 maart 2015 de nodige waarborgen voor te leggen aan de CREG dat zij na 1 oktober 2018 haar exclusief recht en controle wat betreft het beheer en onderhoud met betrekking tot de terminal te Zeebrugge zal kunnen blijven uitoefenen. Daarnaast moet Interconnector (UK) Limited ook de nodige waarborgen voorleggen aan de CREG dat zij vanaf 3 maart 2015 over een exclusief recht en controle zal genieten om met betrekking tot de terminal te Zeebrugge alle beslissingen te kunnen nemen ten gunste van de ontwikkeling van de pijpleidingencapaciteit. (
- ii)Interconnector (UK) Limited dient tegen 3 maart 2015 de nodige waarborgen voor te leggen aan de CREG dat zij na 1 oktober 2018 haar exclusief recht en controle wat betreft het beheer en onderhoud met betrekking tot de vier compressiestations te Zeebrugge zal kunnen blijven uitoefenen. Daarnaast moet Interconnector (UK) Limited ook de nodige waarborgen voorleggen aan de CREG dat zij vanaf 3 maart 2015 over een exclusief recht en controle zal genieten om met betrekking tot de vier compressiestations alle nodige beslissingen te kunnen nemen ten gunste van de ontwikkeling van de pijpleidingencapaciteit . (iii) De CREG verzoekt Interconnector (UK) Limited tegen ten laatste 3 maart 2015 meer uitleg te verschaffen wat betreft de consultatieopdrachten die de heer Henri Cattoor uitoefent voor Arrigas Comm.V. Indien uit deze informatie zou blijken dat het mandaat van de heer Henri Cattoor in Interconnector (UK) Limited niet verenigbaar zou zijn met zijn mandaat in het bedrijf Arrigas Comm.V. formuleert de CREG voorbehoud om hierop terug te komen en om indien nodig passende maatregelen te treffen. (
- iv)Interconnector (UK) Limited wordt uitgenodigd om tegen ten laatste 3 maart 2015 de vennootschapsdocumenten van Interconnector (UK) Limited, ILC, IZT en F.L. Zeebrugge N.V. en andere contracten in overeenstemming te brengen met de eisen 7 Zie voetnoot 3. Niet-vertrouwelijk 12/42 gesteld in artikel 9.1,
- b)tot en met
- d)en 9.2, van de gasrichtlijn 73/2009/EG en onderhavige beslissing. (
- v)Interconnector (UK) Limited dient de doorgevoerde aanpassingen en wijzigingen van de vennootschapsdocumenten en andere contracten zoals gevraagd in (
- iv)te hebben geïmplementeerd tegen ten laatste 3 maart 2015. (
- vi)Interconnector (UK) Limited dient driemaandelijks, te rekenen vanaf de kennisgeving van de definitieve certificeringbeslissing, de CREG schriftelijk verslag uit te brengen over de stand van uitvoering en implementatie van de hierboven vermelde voorwaarden. (vii) De CREG formuleert voorbehoud met betrekking tot de toepassing en implementatie van de in haar ontwerpbeslissing gestelde bijkomende voorwaarden inzake “corporate governance rules”. Deze voorwaarden moesten allen vervuld zijn op 3 maart 2015 ten laatste. 28. Op 28 januari 2015 heeft Interconnector (UK) Limited aan de CREG en aan Ofgem per brief meegedeeld dat de voorwaarden gesteld in de eindbeslissing van de CREG en van Ofgem niet vervuld zullen zijn op datum van 3 maart 2015 [VERTROUWELIJK]. 29. Daarnaast weigert Gazprom als aandeelhouder van Interconnector (UK) Limited de Wijziging en Aanpassing van de IUK aandeelhoudersovereenkomst te ondertekenen waardoor de vereiste aanpassingen van de aandeelhoudersovereenkomst en de statuten van Interconnector (UK) Limited om aan de ontvlechtingseisen van eigendom te beantwoorden, niet in werking kunnen treden op datum van 3 maart 2015. 30. [VERTROUWELIJK] verzoekt Interconnector (UK) Limited beide regulerende instanties om de datum van 3 maart 2015 te verlengen naar 1 juni 2015 en dit op grond van artikel 8, § 4ter, van de gaswet. 31. Op datum van 26 februari 2015 heeft de CREG per brief geantwoord stellende dat aangezien Interconnector (UK) Limited de rechtsgrond voor haar vraag tot verlenging van de datum van 3 maart 2015 naar 1 juni 2015 stoelt op een verwijzing naar artikel 8, § 4ter, van de gaswet in het algemeen, het voor de CREG niet duidelijk is op welke van de mogelijkheden voor het openen van een certificeringsprocedure Interconnector (UK) Limited zich beroept. 32. Rekening houdende met de uitdrukkelijke erkenning door Interconnector (UK) Limited in haar brief van 28 januari 2015 dat de voorwaarden vermeld in de eindbeslissing van 11 juli 2013 op datum van 3 maart 2015 niet vervuld zullen zijn [VERTROUWELIJK], heeft de CREG Niet-vertrouwelijk 13/42 de certificeringsprocedure ten aanzien van Interconnector (UK) Limited geopend op grond van artikel 8, § 4ter, c), van de gaswet, zijnde: “
- c)op eigen initiatief, […], of wanneer zij redenen heeft om te geloven dat een dergelijke overtreding kan gepleegd zijn;” 33. Per brief van 26 februari 2015 heeft de CREG aan Interconnector (UK) Limited meegedeeld dat de CREG haar analyse met betrekking tot de documenten inzake de vennootschappen die zakelijke rechten uitoefenen op de terminal te Zeebrugge en de vier gascompressiestations en dat zij van Interconnector (UK) Limited heeft ontvangen op 18 februari 2015, na 3 maart 2015 zal kenbaar maken gelet op de grote hoeveelheid aan informatie en de laattijdige ontvangst hiervan. 34. Verder werd in deze brief aan Interconnector (UK) Limited informatie gevraagd omtrent:
(1)een gedetailleerde analyse hoe Interconnector (UK) Limited denkt te zullen voldoen aan de in de eindbeslissing van 11 juli 2013 gestelde voorwaarden tegen ten laatste 1 juni 2015. Interconnector (UK) Limited wordt uitgenodigd de stappen en/of acties te beschrijven die het zal ondernemen om te voldoen aan deze voorwaarden;
(2)een bijgewerkt en gedetailleerd organigram van de structuur van Interconnector (UK) Limited / IZT en FL Zeebrugge en hun aandeelhouders vastgesteld op de datum van 3 maart 2015, met inbegrip van alle dochterondernemingen (inclusief % en klassen van aandelen);
(3)een overzicht van de wijzigingen in de groepsstructuur sinds 11 juli 2013, zowel betreffende de aandeelhouders als de dochterondernemingen, met name alle verrichtingen of deelnemingen en wijzigingen die sinds de eerste certificering gedateerd op 11 juli 2013 hebben plaatsgevonden en die een invloed hebben of kunnen hebben op de ontvlechtingsvoorschriften. In dit overzicht moet een bijgewerkte en volledige status worden weergegeven van stand van zaken met betrekking tot de mogelijke deelnemingen in bedrijven die een functie van productie of levering van elektriciteit en/of aardgas uitoefenen, die direct of indirect worden gehouden door de aandeelhouders van Interconnector (UK) Limited / IZT en FL Zeebrugge en van de bedrijven die controle uitoefenen over deze aandeelhouders;
(4)een volledige lijst van wijzigingen sinds 11 juli 2013 in de samenstelling van de raad van bestuur of andere organen van Interconnector (UK) Limited / IZT en FL Zeebrugge, evenals de verschillende comités binnen deze raad van bestuur of andere organen. Interconnector (UK)Limited dient ook aan te tonen dat er geen sprake is van belangenvermenging van de bestuursleden doordat dezelfde persoon lid is van de raad van bestuur van zowel een Niet-vertrouwelijk 14/42 leverancier / producent als van Interconnector (UK) Limited als TSO. In dit opzicht lijkt het passend dat de bestuursleden een verklaring op eer ondertekenen;
(5)een overzicht van de wijzigingen in de statuten en andere bedrijfsdocumenten die een impact kunnen hebben op de ontvlechtingsvoorschriften (sinds 11 juli 2013);
(6)een overzicht van de wijzigingen (sinds 11 juli 2013) betreffende de bestaande aandeelhoudersovereenkomsten van de aandeelhouders van Interconnector (UK) Limited / IZT en FL Zeebrugge, evenals elk andere aandeelhoudersovereenkomst die zij in de tussentijd zouden hebben gesloten, eventueel in het kader van transacties of deelnemingen;
(7)een kopie van Interconnector (UK) Limited statuten en huidige aandeelhoudersovereenkomst geldig op 3 maart 2015;
(8)indien Interconnector (UK) Limited niet voldoet aan de ontvlechtingeisen, stap voor stap in detail schetsen hoe Interconnector (UK) Limited overeenstemming zal bereiken en wat het stappenplan hiervan is;
(9)verklaren waarom de termijn is vastgesteld op 1 juni 2015 en bevestigen of de vervulling van de eerste stap van de “Purchase Agreement” (vóór afronding) uiterlijk op 1 juni 2015 voldoende zal zijn om volledig te beantwoorden op die datum aan de ontvlechtingseisen. Bijvoorbeeld, is een goedkeuring van de Europese Commissie en de nationale mededingingsautoriteit betreffende de verkoop van de aandelen met toepassing van de wetgeving inzake fusies en overnames een voorafgaande vereiste? Kan Interconnector (UK) Limited aanwijzingen geven over hoeveel tijd deze procedure in beslag zal nemen? Wat is het stappenplan in geval de Europese Commissie bezwaren heeft ten aanzien van de verkoop?
(10)hoeveel tijd er nodig is om op 1 juni uiterlijk de vennootschapsdocumenten van IZT en FL Zeebrugge aan te passen volgens de eindbeslissing van 11 juli 2013;
(11)wanneer en welke acties zal Interconnector (UK) Limited ondernemen tijdens de nieuwe overgangsperiode [VERTROUWELIJK]. Bijvoorbeeld, de verkoop van capaciteit op de interconnector na 2018, wordt door Interconnector (UK) Limited georganiseerd in 3 fasen: de informatiefase (open tot begin maart 2015), de niet-bindende fase (niet-bindend bod en feedback: open tot half maart 2015) en de bindende fase (handtekening vervoersovereenkomst en bindend bod: afgesloten op 28 april 2015). Wat zal de positie van Interconnector (UK) Limited zijn na 28 april 2015 betreffende Gazprom als aandeelhouder? Niet-vertrouwelijk 15/42
(12)Welke informatie zal Interconnector (UK) Limited communiceren op regelmatige basis aan de CREG [VERTROUWELIJK] ? Bijvoorbeeld tweewekelijkse updates (op geplande vergaderingen, herformuleren deadlines) lijken geschikt.
- In overeenstemming met artikel 8, § 4ter, van de gaswet werd Interconnector (UK) Limited gevraagd om deze informatie binnen 30 werkdagen aan de CREG voor te leggen.
- Op 25 maart 2015 ontving de CREG een eerste pakket aan informatie.
- Op 24 april 2015 heeft een vergadering plaatsgevonden in de kantoren van Interconnector (UK) Limited waarop naast vertegenwoordigers van de CREG ook vertegenwoordigers van Ofgem aanwezig waren.
- Tijdens deze vergadering werd tussen Interconnector (UK) Limited en beide regulerende instanties afgesproken dat
(1)Interconnector (UK) Limited een eerste nalevingsrapport eind april 2015 zal meedelen dat de periode tot eind 2014 dekt;
(2)bijkomende informatie aan beide regulerende instanties zal worden meegedeeld met betrekking tot [VERTROUWELIJK].
(3)bijkomende informatie bezorgd zal worden aan beide regulerende instanties inzake het resultaat van de bindende fase aangaande de reservering van capaciteit door shippers
(4)een overzicht gegeven zal worden van de Britse vennootschapswetgeving hoe de bestuurder van Gazprom verwijderd kan worden indien een [VERTROUWELIJK] wordt uitgestuurd. 39. Op 30 april 2015 hebben beide regulerende instantie een eerste nalevingsprogramma van Interconnector (UK) Limited ontvangen. Dit rapport behandelt de periode van 1 oktober 2014 tot 31 maart 2015. Op 20 juli 2015 ontvangen beide regulerende instanties een tweede nalevingsrapport dat de periode van 1 april tot 30 juni 2015 bespreekt. 40. Per mailbericht van 7 mei 2015 verschaft Interconnector (UK) Limited aan beide regulerende instanties uitleg hoe [VERTROUWELIJK] procedure zal worden toegepast en wat de gevolgen hiervan zijn ten aanzien van Gazprom. 41. Diezelfde dag wordt eveneens per mailbericht door Interconnector (UK) Limited informatie verstrekt aan beide regulerende instanties over de stand van zaken [VERTROUWELIJK]. 42. Op 21 mei 2015 wordt door Interconnector (UK) Limited een persbericht verspreid inzake de capaciteitsverkoop na 2018 (einde bindende fase). Niet-vertrouwelijk 16/42 43. Per mailbericht van 11 mei 2015 ontvangen beide regulerende instanties een update van de stand van zaken [VERTROUWELIJK]. 44. Per mailbericht van 29 mei 2015 ontvangt de CREG een tweede pakket van documenten ter informatie. 45. Met deze brief wenst Interconnector (UK) Limited aan te tonen dat zij beantwoorden aan de ontvlechtingseisen van eigendom. 46. Op vraag van de CREG ontvangen beide regulerende instanties per mailbericht van 29 mei 2015 kopie van [VERTROUWELIJK] verstuurd door Interconnector (UK) Limited naar Gazprom op datum van 22 mei 2015. 47. Daarnaast vermeldt Interconnector (UK) Limited in hetzelfde mailbericht met welke versie van aandeelhoudersovereenkomst en statuten rekening moet worden gehouden, zijnde de versie van maart 2015. 48. Op 2 juni 2015 heeft een vergadering plaatsgevonden in de kantoren van Interconnector (UK) Limited waarop naast vertegenwoordigers van de CREG ook vertegenwoordigers van Ofgem aanwezig waren. 49. Op 2 juni 2015 ontvangen beide regulerende instanties van Interconnector (UK) Limited een bevestiging van de beëindiging van het mandaat van [VERTROUWELIJK] op 22 mei 2015, bestuurder van Gazprom in Interconnector (UK) Limited. 50. Per mailbericht van 4 juni 2015 en van 16 juni 2015 ontvangt de CREG een tweede en derde aangepaste versie van de brief van 29 mei 2015 met bijlagen ingevolge de besprekingen die hebben plaatsgevonden tussen beide regulerende instanties en Interconnector (UK) Limited tijdens de vergadering van 2 juni 2015. 51. De CREG formuleert voorbehoud met betrekking tot de bijlagen gevoegd aan de derde aangepaste versie van de brief van 29 mei 2015, ontvangen per mailbericht op 16 juni 2015. Een analyse hiervan zal gebeuren in het kader van de eindbeslissing die de CREG zal nemen na ontvangst van het advies van de Europese Commissie. 52. Op datum van 18 juni 2015 heeft het Directiecomité van de CREG een ontwerpbeslissing goedgekeurd die voor advies aan de Europese Commissie werd overgemaakt op datum van 24 juni 2015. Niet-vertrouwelijk 17/42 53. Op 20 augustus 2015, ontvangen op 24 augustus 2015, heeft de Europese Commissie haar advies verleend op de ontwerpbeslissing van de CREG8. 54. Luidens dit advies deelt de Europese Commissie het standpunt van Ofgem en de CREG, zijnde dat door het effectief opheffen van de rechten van Gazprom in Interconnector (UK) Limited en voor zover dit weerhouden blijft, Interconnector (UK) Limited beantwoordt aan artikel 9 van de gasrichtlijn 2009/73/EG. 55. Evenwel, de Europese Commissie verzoekt beide regulerende instanties in hun eindbeslissing het risico dat Gazprom tegen de ‘Event Notice’ in beroep zou gaan te evalueren en de gevolgen hiervan op de eigendomsontvlechting te analyseren. 56. De CREG dient haar eindbeslissing mede te delen aan de Europese Commissie. 57. Per mail van 27 augustus 2015 wordt Interconnector (UK) Limited door de CREG uitgenodigd om op de vraag van de Europese Commissie te antwoorden. 58. Hierop heeft Interconnector (UK) Limited per brief van 14 september 2015 geantwoord. 8 Advies van de Commissie van 20 augustus 2015 met toepassing van artikel 3, par. 1, van het Reglement (EC) nr 715/2009 en van artikel 10, par. 6, van de richtlijn 2009/73/CE – België en GrootBrittannië - Certificering van Interconnector (UK) Limited Niet-vertrouwelijk 18/42 III. ANALYSE VAN DE NALEVING VAN DE ONTVLECHTINGSEISEN 59. Hieronder bestudeert de CREG de naleving door Interconnector (UK) Limited van de ontvlechtingseisen overeenkomstig het model van “full ownership unbundling”9. 60. Zoals uiteengezet in het deel “I. Wettelijk kader” werd de aanvraag tot certificering door Interconnector (UK) Limited bij eindbeslissing van 11 juli 2013 door de CREG positief beoordeeld onder opschortende voorwaarden10. 61. De CREG zal in haar analyse van de naleving van de ontvlechtingseisen van eigendom door Interconnector (UK) Limited rekening houden met de documenten waarop de eindbeslissing van de CREG van 11 juli 2013 is gesteund, de stukken die door Interconnector (UK) Limited in de periode van 11 juli 2013 tot 3 maart 2015 aan beide regulerende instanties zijn meegedeeld, alsook de stukken die de CREG heeft ontvangen sinds 3 maart 2015 tot op datum van onderhavige eindbeslissing. Een inventaris van de stukken waarop de CREG zich baseert voor onderhavige eindbeslissing is in bijlage gevoegd. 62. De gaswet zal toepassing vinden op Interconnector (UK) Limited naar analogie wat geldt voor de “aardgasvervoersnetbeheerder” of “beheerders” inzake certificering, voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met de gasrichtlijn 2009/73/EG. 63. De vier cumulatieve voorwaarden om aan de ontvlechtingseisen van full ownership unbundling te voldoen overeenkomstig de gasrichtlijn 2009/73/EG, hebben betrekking op : (
- a)de eigendom van het netwerk en handelen als transmissiesysteembeheerder; (
- b)verbodsmaatregelen inzake gekruiste zeggenschap over en rechten in een transmissiesysteembeheerder enerzijds, en bedrijven die productie- en/of leveringsactiviteiten verrichten (elektriciteit en/of aar dgas, met inbegrip van LNG) anderzijds; (
- c)verbodsmaatregelen inzake het recht om leden van de raad van bestuur van de netbeheerder of van de organen die de netbeheerder juridisch vertegenwoordigen te kunnen aanduiden en tegelijk zeggenschap uitoefenen over of enig recht hebben in bedrijven die één van de functies van productie of levering verrichten; 9 http://ec.europa.eu/energy/gas_electricity/interpretative_notes/doc/sec_2011_1095.pdf 10 Zie voetnoot 4 Niet-vertrouwelijk 19/42 (
- d)verbodsmaatregelen inzake het gelijktijdig lidmaatschap van de raad van bestuur of de organen die het bedrijf juridisch vertegenwoordigen van de netbeheerder en van dergelijke organen van bedrijven die productie- en/of leveringsactiviteiten verrichten. III.1 Eigenaar zijn van de interconnector en aanverwante installaties en handelen als TSO 64. De interpretatieve nota van de Europese Commissie met betrekking tot het ontvlechtingregime11 bepaalt op dit punt: “Under paragraph 1(a), each undertaking which owns a transmission system is required to act as a TSO. Compliance with ownership unbundling means that the undertaking which is the owner of the transmission system also acts as the TSO, and is as a consequence responsible among other things for granting and managing third-party access on a non-discriminatory basis to system users, collecting access charges, congestion charges, and payments under the inter-TSO compensation mechanism, and maintaining and developing the network system. As regards investments, the owner of the transmission system is responsible for ensuring the long-term ability of the system to meet reasonable demand through investment planning.” 65. Gelet op de ondubbelzinnige intentie van de Belgische wetgever om in België uitsluitend het model van “full ownership unbundling” toe te passen en de wettelijke verplichting van de CREG om de permanente naleving van de ontvlechtingseisen te controleren, dient de CREG in onderhavig geval te onderzoeken of Interconnector (UK) Limited voldoet aan de eigendomsvoorwaarden en of Interconnector (UK) Limited als eigenaar handelt als een TSO. 11 Commission staff working paper, Interpretative note on directive 2009/72/EC concerning common rules for the internal market in electricity and directive 2009/73/ concerning common rules for the internal market in natural gas, “the unbundling regime”, p. 8. Niet-vertrouwelijk 20/42 III.1.1 Onderzeese pijpleiding met aanverwante installaties te Bacton en de terminal te Bacton: 66. In haar eindbeslissing van 11 juli 2013 kwam de CREG tot volgende eindconclusie: “91. In haar brief van 7 juni 2013 verduidelijkt Interconnector (UK) Limited de zakelijke relaties tussen haarzelf en ILC aangaande de terminal te Bacton, de aanverwante installaties en de pijpleiding. 92. [VERTROUWELIJK] 93. Interconnector (UK) Limited motiveert dat deze vennootschapsrechtelijke en contractuele relatie tussen haarzelf en ILC destijds in leven werd geroepen omwille van fiscale redenen. 94. Zo bepaalt het hoofdcontract in artikel 2.1 dat Interconnector (UK) Limited met Abbey National June Leasing Limited, voorloper van ILC een hoofd-leasingcontract zal afsluiten en dat deze laatste gelijktijdig een sub-leasingcontract zal afsluiten met Interconnector (UK) Limited aangaande de terminal te Bacton, de aanverwante installaties en de pijpleiding. 95. [VERTROUWELIJK] 96. De eigendomstitel slaat in eerste instantie op het terrein te Bacton maar ook op de terminal te Bacton, de onderzeese pijpleiding en de aanverwante installaties al dan niet reeds gebouwd in 1996, ogenblik waarop voormelde overeenkomsten werden afgesloten. Dit vloeit voort uit de definitie “Equipment Lease”, bijlage 1 van de hoofdovereenkomst en Annexure 1. Interconnector (UK) Limited stelt dat met toepassing van het recht van natrekking zij automatisch ook eigenaar is van de gebouwen en installaties gebouwd op het terrein. 97. Uit het hoofd-leasingcontract volgt dat Interconnector (UK) Limited het terrein te Bacton samen met de daarop gebouwde of nog te bouwen Equipment Lease (terminal, onderzeese pijpleiding en aanverwante installaties) voor een periode van [VERTROUWELIJK] verhuurt aan Abbey National June Leasing Limited, voorloper van ILC (einde [VERTROUWELIJK]). Met het sub-leasingcontract wordt hetzelfde voorwerp door Abbey National June Leasing Limited, voorloper van ILC verhuurt aan Interconnector (UK) Limited, eveneens voor een periode van [VERTROUWELIJK]. Niet-vertrouwelijk 21/42 98. Dit sub-leasingcontract van 1996 verklaart ook de “Finance Lease Agreements” van 18 februari 2005 die door ILC in haar hoedanigheid van verhuurder werden afgesloten met Interconnector (UK) Limited, huurder (bijlagen 8 en 9, dossier Interconnector (UK) Limited). [VERTROUWELIJK]. 99. [VERTROUWELIJK] 100. Uit wat voorafgaat, blijkt dat Interconnector (UK) Limited eigenaar is van de terminal, de onderzeese pijpleiding en de aanverwante installaties. Deze vervoersinstallaties zijn in leasing gegeven aan ILC, die op haar beurt de vervoersinstallaties heeft teruggeleasd aan Interconnector (UK) Limited (bijlage 1, brief 7 juni 2013 Interconnector (UK) Limited). Het probleem geschetst met betrekking tot de dubbele structuur waarvan sprake in randnummer is dus niet bestaande: niet ILC is eigenaar maar wel Interconnector (UK) Limited.” 67. Voormelde contracten zijn sinds de eindbeslissing van 11 juli 2013 niet gewijzigd. Er mag dus worden aangenomen dat Interconnector (UK) Limited nog steeds eigenaar is van de terminal te Bacton, de onderzeese pijpleiding en de aanverwante installaties. 68. Interconnector (UK) Limited geniet conform de vennootschapsdocumenten de exclusieve bevoegdheid om het beheer en het onderhoud uit te oefenen over deze installaties en handelt als TSO overeenkomstig de vervoersvergunning. 69. De wijzigingen aangebracht aan de aandeelhoudersovereenkomst en de statuten versie maart 2015 zouden volgens uitleg van Interconnector (UK) Limited enkel aanpassingen zijn die noodzakelijk zijn om na 2018 de nieuwe transportcontracten te kunnen afsluiten met de netgebruikers. Deze aanpassingen werden door alle aandeelhouders, inclusief Gazprom, aanvaard en ondertekend. 70. Inzake de definitie ‘Core Business’ opgenomen in de aandeelhoudersovereenkomst stelt de CREG vast dat de taak ‘ontwikkeling’ uit de versie van maart 2015 is weggelaten, terwijl er tussen de regulerende instanties en Interconnector (UK) Limited er een akkoord bestond over de opname van de TSO-taak ‘ontwikkeling in de definitie ‘Core Business’ conform de versie van augustus 2014. De CREG is van oordeel dat naast beheer en onderhoud de TSO ook als hoofdtaak heeft ‘ontwikkeling’ van het transportsysteem. Niet-vertrouwelijk 22/42 71. De taak van ‘ontwikkeling’ vloeit ook rechtstreeks voort uit artikel 8
(3), b), van de gasverordening 2009/715/EG. De CREG is conform artikel 41
(1), van de gasrichtlijn 2009/73/EG gehouden toezicht te houden op de investeringsplannen van de TSOs.
- Interconnector (UK) Limited acht het evenwel niet nodig om onder ‘Core Business’ ook de TSO-taak ‘ontwikkeling van het transportsysteem’ op te nemen daar dit een evidentie is volgens haar en zij daartoe wel zal beslissen binnen haar raad van bestuur wanneer deze vraag aan bod zou komen. Doordat Gazprom omwille van [VERTROUWELIJK] over geen stemrechten meer beschikt, zij niet kan meer deelnemen aan de algemene vergadering van de aandeelhouders en zij geen vertegenwoordiger meer heeft in de raad van bestuur, kan de CREG zich hierbij aansluiten. III.1.2 Terminal te Zeebrugge en vier compressiestations
- In haar eindbeslissing van 11 juli 2013 kwam de CREG met betrekking tot het eigendomsstatuut van de terminal te Zeebrugge tot volgende eindconclusie: “
- In haar brief van 7 juli 2013 verantwoordt Interconnector (UK) Limited huidige vennootschapsstructuur – deelneming van Interconnector (UK) Limited in IZT12 – door te stellen dat destijds overeenkomstig de Belgische energiewetgeving enkel Distrigas N.V. wettelijk in aanmerking kon komen als vervoerder voor aardgas. Door de liberalisering van de energiemarkt werd de activiteit van vervoer van aardgas toevertrouwd aan Fluxys N.V., vandaag Fluxys Belgium N.V.. Deze laatste werd ook in het bezit gesteld van de vervoersvergunning met betrekking tot de terminal te Zeebrugge en aanverwante installaties. Nadien werd de vervoersvergunning bij ministerieel besluit van 30 september 2003 door Fluxys Belgium N.V. aan IZT overgedragen. [VERTROUWELIJK]
- Alhoewel Interconnector (UK) Limited in de strikte zin van het woord geen eigenaar is13 of eigenaar kan worden14 van de terminal te Zeebrugge, heeft de CREG in haar eindbeslissing van 11 juli 2013 de dubbele vennootschapsstructuur15 aanvaard. Binnen IZT geniet Interconnector (UK) Limited een doorslaggevend stemrecht wanneer geen unanimiteit bereikt kan worden in de raad van bestuur. 12 Aandeelhouders : Gasbridge 1 (26%), Gasbridge 2 (25%), Interconnector (UK) Limited (48%) en ICC (dochteronderneming Interconnector (UK) Limited) (1%). 13 [VERTROUWELIJK] 14 [VERTROUWELIJK] 15 Deelneming Interconnector (UK) Limited in IZT. Niet-vertrouwelijk 23/42
- Verder zijn de andere aandeelhouders16 van IZT ook aandeelhouder van Interconnector (UK) Limited. Deze aandeelhouders hebben geen rechtstreekse of onrechtstreekse banden met bedrijven die de functie van productie en/of levering van aardgas en/of elektriciteit uitoefenen (zie paragrafen 129 en 130).
- De vennootschapsdocumenten en het aandeelhouderschap van IZT zijn sinds de eindbeslissing van 11 juli 2013 tot op heden niet gewijzigd.
- Met betrekking tot het eigendomsstatuut van de vier compressiestations heeft de CREG in haar eindbeslissing van 11 juli 2013 vastgesteld dat: “
- Interconnector (UK) Limited heeft met haar brief van 7 juni 2013 bevestigd dat zij slechts over een deelneming beschikt van 25% in F.L. Zeebrugge N.V
- Vandaag is F.L. Zeebrugge N.V. eigenaar van de compressiestations, dat zij verhuurt aan IZT [VERTROUWELIJK].
- De vennootschapsdocumenten en het aandeelhouderschap van FL Zeebrugge zijn sinds de eindbeslissing van 11 juli 2013 tot op heden niet gewijzigd.
- [VERTROUWELIJK] geniet IZT een aankoopoptie, waardoor IZT [VERTROUWELIJK] eigenaar kan worden van de vier compressiestations. In haar aanvraag tot certificering heeft Interconnector (UK) Limited verklaard de aankoopoptie te zullen lichten, hetgeen de facto door IZT moet gebeuren. Binnen IZT geniet Interconnector (UK) Limited een doorslaggevend stemrecht wanneer geen unanimiteit bereikt kan worden in de raad van bestuur. Verder zijn de andere aandeelhouders van IZT ook aandeelhouder van Interconnector (UK) Limited. De CREG heeft om deze redenen in haar eindbeslissing van 11 juli 2013 ook voor deze vervoersinstallaties, zoals voor de terminal te Zeebrugge, de dubbele vennootschapsstructuur18 aanvaard.
- Naast het feit dat het bedrijf eigenaar moet zijn van de vervoersinstallaties (terminal te Zeebrugge en de vier compressiestations), moet het bedrijf ook handelen als TSO. 16 Zie voetnoot
- 17 Aandeelhouders : Fortis Lease (75%) en Interconnector (UK) Limited (25%). 18 Interconnector (UK) Limited beschikt over een deelneming in FL Zeebrugge en IZT van respectievelijk 25% en 46%. Niet-vertrouwelijk 24/42
- [VERTROUWELIJK] is IZT volgens deze overeenkomst gerechtigd om een beheerder aan te duiden voor de terminal en de compressiestations (zie definitie ‘Terminal’). Het beheer (artikel 3) en het onderhoud (artikel 5) gebeuren evenwel onder instructie en controle van Interconnector (UK) Limited.
- Fluxys Belgium biedt aan IZT zijn diensten aan voor het beheer van de terminal en de vier gascompressiestations [VERTROUWELIJK] dat Fluxys Belgium het beheer en onderhoud van de terminalfaciliteiten (terminal en gascompressiestations) te Zeebrugge verzorgt.
- De fysische controle van de dagelijkse operationele activiteiten van IZT19 worden gecontroleerd vanuit de terminal Bacton, dat, zoals hoger werd uiteengezet, toebehoort tot Interconnector (UK) Limited.
- Zo stelt de CREG ook vast dat voor de aanwerving van het personeel door Fluxys Belgium N.V.20 dit gebeurt met toezicht van Interconnector (UK) Limited. [VERTROUWELIJK] tonen aan dat de operationele en fysische controle onder leiding staat van een IUK Operation Manager.
- Ingevolge de eindbeslissing van 11 juli 2013 stelt Interconnector (UK) Limited voor om [VERTROUWELIJK] aan te passen in die zin dat het beheer en onderhoud van de terminalfaciliteiten te Zeebrugge geschieden onder instructie van Interconnector (UK) Limited.
- Op basis van beide contracten en de voorgestelde wijzigingen moet worden vastgesteld dat het beheer en het onderhoud van de terminalfaciliteiten te Zeebrugge onder instructie en controle gebeuren van Interconnector (UK) Limited. Beide contracten zijn afgesloten voor onbepaalde duur, hetgeen betekent dat zowel tijdens als na de leasingperiode de contractuele verplichtingen blijven voortbestaan, tenzij aan de overeenkomsten een einde wordt gesteld.
- Blijft de vraag en zoals werd vastgesteld in de eindbeslissing van 11 juli 2013, in welke mate Interconnector (UK) Limited ook exclusieve controle geniet inzake ontwikkeling van de terminalfaciliteiten te Zeebrugge.
- Interconnector (UK) Limited is van oordeel dat op basis van voornoemde overeenkomsten zij ook over een exclusieve controle geniet inzake ontwikkeling van de terminalfaciliteiten (terminal en gascompressiestations) te Zeebrugge en dat bijgevolg geen 19 Inzake de terminal te Zeebrugge. 20 Eigenaar terminal Zeebrugge. Niet-vertrouwelijk 25/42 wijzigingen aan de vennootschapsdocumenten van Interconnector (UK) Limited, IZT, Fl Zeebrugge in die zin zich opdringen, noch de contractuele documenten inzake leasing (Fluxys Belgium / FL Zeebrugge) en andere overeenkomsten, afgesloten in het kader van beheer en onderhoud.
- In de aandeelhoudersovereenkomst van Interconnector (UK) Limited wordt de hoofdactiviteit van Interconnector (UK) Limited beschreven als: “Het ontwerp, de bouw, de aanleg, het onderhoud en de exploitatie van de pijpleidingsinstallatie, met inbegrip van: (a) de gasdeodoriseringsinstallaties in Bacton en/of Zeebrugge; (b) de compressie-installaties en alle andere uitrusting verbonden met Bacton en/of Zeebrugge en/of elke andere installatie nodig voor de terugstroom; (c) elke andere maatregel die redelijkerwijze verbonden is met bovenvermelde punten (a) en (b). De commercialisering van diensten voor het vervoer van gas tussen Bacton en Zeebrugge; en elk ander onderwerp dat dient te voldoen aan de geldende wetten en reglementering van toepassing op de vennootschap en/of het ‘Métier’.” (vrije vertaling).
- Het begrip “Métier” wordt in de aandeelhoudersovereenkomst van Interconnector (UK) Limited omschreven als: de voornaamste activiteiten en elke andere activiteit van de vennootschap goedgekeurd in clausule 6.
- [VERTROUWELIJK];
- Op basis hiervan mag aangenomen worden dat Interconnector (UK) Limited de exclusieve controle heeft over minstens de vervoersinstallaties op Britse bodem en de onderzeese interconnector.
- [VERTROUWELIJK] IZT wordt het begrip ‘Activiteit’ gedefinieerd als: (vrije vertaling) “in eigendom of huren en het toezicht uitoefenen op de bouw van de terminal van Zeebrugge, het toezicht en de coördinatie uitoefenen van de werking en het onderhoud van de terminal van Zeebrugge en het ondersteunen van de uitbreiding, de exploitatie en het onderhoud van de terminal van Zeebrugge in overeenstemming met de wetten en het dienstencontract.”
- [VERTROUWELIJK] afgesloten tussen IZT (leasingnemer) en Distrigas (vandaag Fluxys) Belgium (leasinggever) met betrekking tot de terminal te Zeebrugge zegt uitdrukkelijk dat voor uitbreiding/ontwikkeling van de terminal van Zeebrugge [VERTROUWELIJK]. Niet-vertrouwelijk 26/42
- Interconnector (UK) Limited acht het onwaarschijnlijk dat Fluxys Belgium [VERTROUWELIJK] en dus besluit Interconnector (UK) Limited hieruit dat zij wel over een exclusieve controle inzake uitbreiding/ontwikkeling van de terminal van Zeebrugge geniet.
- De CREG acht een onwaarschijnlijkheid niet voldoende. Zij gaat ervan uit dat het exclusief beheer en het onderhoud van de terminal van Zeebrugge in hoofde van Interconnector (UK) Limited ook de exclusieve ontwikkeling door Interconnector (UK) Limited inhoudt zowel tijdens als na de leasingperiode.
- Hetzelfde geldt voor de uitbreiding/ontwikkeling van de compressiestations. Ook daar bleef Interconnector (UK) Limited bij haar standpunt [VERTROUWELIJK] afgesloten tussen FL Zeebrugge (leasinggever) en IZT de basis vormt op grond waarvan Interconnector (UK) Limited een exclusieve controle voor ontwikkeling geniet. [VERTROUWELIJK] geen belemmering kunnen zijn voor de exclusieve controle inzake ontwikkeling/uitbreiding tijdens de leasingsperiode.
- In haar brief van 29 mei 2015, ontvangen door de CREG per mailbericht van 16 juni 2015, verklaart Interconnector (UK) Limited éénzijdig dat zij op basis van deze documenten exclusieve controle geniet inzake ontwikkeling over de terminalfaciliteiten te Zeebrugge.
- De CREG blijft bij haar standpunt en zal in het kader van haar bevoegdheid voorzien in artikel 41
(1)g), van de gasrichtlijn 2009/73/EG, toezicht uitoefenen in welke mate Interconnector (UK) Limited in haar ontwikkelingsplan effectief ook rekening zal houden met de mogelijke ontwikkelingen van de terminalfaciliteiten op Belgische bodem. Niet-vertrouwelijk 27/42 III.2 Verbodsregels inzake gekruiste zeggenschap over en rechten in TSOs en bedrijven die één van de functies van productie of levering uitvoeren, verbodsregels inzake aanduiding van leden van organen van de TSO en gelijktijdig zeggenschap over, of enig recht uitoefenen in bedrijven die één van de functies van productie of levering uitvoeren 99. De artikelen 9
(1), b) t.e.m. d), van de gasrichtlijn 2009/73/EG bevatten verbodsregels waaraan de (kandidaat)netbeheerder cumulatief moet voldoen in het kader van het regime van volledige eigendomsontvlechting. 100. Artikel 9
(1), b), (i), van de gasrichtlijn 2009/73/EG bepaalt dat eenzelfde persoon (of personen) niet het recht heeft om gelijktijdig, rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap uit te oefenen over een bedrijf dat één van de functies van productie of levering verricht en, rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap of enig recht uit te oefenen over een TSO of een transmissiesysteem. 101. De Europese Commissie heeft in haar advies van 26 maart 201321 gesteld dat sommige aandeelhouders van Interconnector (UK) Limited wel degelijk gelijktijdig controle uitoefenen op een bedrijf dat activiteiten verricht in productie en levering en rechten uitoefenen in Interconnector (UK) Limited. Deze rechten zijn het aanduiden van leden van de raad van bestuur of de organen die het bedrijf juridisch vertegenwoordigen en het beschikken over stemrechten. De CREG beaamt dat het bezitten van zo’n rechten niet in overeenstemming is met artikel 9,
(1), b), i) en 9
(1), c), van de derde gasrichtlijn. 102. Artikel 9
(1), b), (ii), van de gasrichtlijn 2009/73/EG bevat eenzelfde verbodsregel maar in omgekeerde zin, zijnde eenzelfde persoon (of personen) niet het recht heeft om gelijktijdig, rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap uit te oefenen over een TSO of een transmissiesysteem, en rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap of enig recht uit te oefenen over een bedrijf dat één van de functies van productie of levering verricht. 103. In haar advies van 26 maart 2013 zegt de Europese Commissie verder dat Interconnector (UK) Limited geen verticaal geïntegreerd bedrijf is. Zij stelt dat geen enkele aandeelhouder van Interconnector (UK) Limited gelijktijdig rechtstreeks of onrechtstreeks controle uitoefent op Interconnector (UK) Limited en controle uitoefent op of rechten heeft in een bedrijf dat de functies verricht van productie of levering. Bijgevolg, zijn volgens de 21 Commission's Opinion on Ofgem's draft certification decision for I(UK) C
(2013)1872 Niet-vertrouwelijk 28/42 Europese Commissie de verbodsregels van artikel 9
(1), b), ii), van de gasrichtlijn 2009/73/EG niet geschonden. 104. Artikel 9
(1), c), van de gasrichtlijn 2009/73/EG bepaalt verder dat dezelfde persoon (of personen) niet het recht heeft om enerzijds leden aan te wijzen van de raad van toezicht, van de raad van bestuur of van de organen die het bedrijf juridisch vertegenwoordigen, van de TSO of het transmissiesysteem, en anderzijds rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap over of enig recht uit te oefenen in een bedrijf die één van de functies van productie of levering uitvoert22. 105. Conform het advies van de Europese Commissie van 26 maart 2013 pleegt Interconnector (UK) Limited hierop een inbreuk. 106. Tenslotte voorziet artikel 9
(1), d), van de gasrichtlijn 2009/73/EG als ontvlechtingvoorwaarde dat dezelfde persoon niet het recht heeft om lid te zijn van de raad van toezicht, de raad van bestuur of van organen die het bedrijf juridisch vertegenwoordigen, zowel in een bedrijf dat één van de functies van productie of levering uitvoert, als in een TSO of een transmissiesysteem.
- Het begrip ‘persoon’ wordt niet omschreven in de gaswet. Er kan alsdan worden verwezen naar de interpretatieve nota van de Europese Commissie over het Unbundling Regime23 (vrije vertaling): "elk individu of privé-onderneming of elke publieke of private entiteit". Er dient te worden opgemerkt dat het begrip “persoon” niet correct werd omgezet in de gaswet.
- Het begrip “rechten” wordt in de gasrichtlijn 2009/73/EG in artikel 9
(2)verduidelijkt en is in de gaswet omgezet via het begrip “bevoegdheden” (artikel 8/3, §1/2, laatste lid van de gaswet). 109. Artikel 9
(2), van de gasrichtlijn 2009/73/EG bepaalt wat de in artikel 9
(1),
- b)en
- c)bedoelde “rechten” omvatten, met name:
- a)de bevoegdheid om stemrechten uit te oefenen, 22 Deze voorwaarde wil met name behoeden voor de situatie waarin een moederbedrijf, zelf minimaal, enige invloed heeft op een producent of leverancier en daarnaast de leden van de organen die een TSO of het transmissiesysteem juridisch vertegenwoordigen kan benoemen. 23 Commission Staff Working Paper, Interpretative note on Directive 2009/72/EC Concerning common rules for the internal market in Electricity and Directive 2009/73/EC Concerning common rules for the internal market in natural gas “The Unbundling Regime” p 9. Niet-vertrouwelijk 29/42
- b)de bevoegdheid om leden aan te wijzen van de raad van toezicht, van de raad van bestuur of van organen die het bedrijf juridisch vertegenwoordigen, of
- c)het hebben van een meerderheidsaandeel. Deze opsomming is niet-exhaustief (zoals bevestigd in de interpretatieve nota van de Europese Commissie m.b.t. het ontvlechtingsregime). 110. Het in artikel 9
(1),
- b)en c), van de gasrichtlijn 2009/73/EG vermelde begrip “zeggenschap” wordt in artikel 2, 36°, van de gasrichtlijn 2009/73/EG gedefinieerd overeenkomstig de Verordening (EG), nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (hierna: EG- concentratieverordening). Onder artikel 3.2 van de EG-concentratieverordening wordt met “zeggenschap” bedoeld: rechten, overeenkomsten of andere middelen die, afzonderlijk of gezamenlijk, met inachtneming van alle feitelijke en juridische omstandigheden, het mogelijk maken een beslissende invloed uit te oefenen op de activiteiten van een onderneming, met name:
- a)eigendoms- of gebruiksrechten op alle vermogensbestanddelen van een onderneming of delen daarvan;
- b)rechten of overeenkomsten die een beslissende invloed verschaffen op de samenstelling, het stemgedrag of de besluiten van de organen van een onderneming. 111. Voorts wordt in artikel 9
(3), van de gasrichtlijn 2009/73/EG gepreciseerd dat het begrip “bedrijf dat één van de functies van productie of levering verricht”, voor de toepassing van het artikel 9
(1), b), van deze richtlijn niet alleen de productie en levering van aardgas (met inbegrip van LNG) omvat maar tevens, de productie en levering van elektriciteit, met verwijzing naar de derde elektriciteitsrichtlijn. Ook de begrippen “transmissiesysteem” en “TSO” omvatten voor de toepassing van dit artikel tevens transmissiesystemen en TSO’s in de zin van de derde elektriciteitsrichtlijn (zgn. “cross-sectorale” toepassing van deze verbodsregels).
- Het doel van deze verbodsregels zoals voorzien in de derde gasrichtlijn, is om een daadwerkelijke scheiding te bekomen tussen productie en leveringsactiviteiten enerzijds en activiteiten van netbeheer anderzijds. Dit wordt bewerkstelligd d.m.v. het opleggen van een aantal vereisten die het vermijden van belangenconflicten tussen beide beoogt, met name het wegnemen van de drijfveren voor de TSO tot discriminatie met betrekking tot nettoegang en netinvesteringen, i.h.b. voor nieuwkomers, en op die manier ook te komen tot (meer) transparantie op de markt. Niet-vertrouwelijk 30/42 III.2.1 Eenzelfde persoon heeft niet het recht om gelijktijdig, rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap uit te oefenen over een bedrijf dat één van de functies van productie of levering verricht en, rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap of enig recht uit te oefenen over een TSO of een transmissiesysteem
- De aandeelhouders van Interconnector (UK) Limited zijn : Gasbridge 1 (15,75%) Gasbridge 2 (15,75%), Gazprom (10%), Caisse de Dépôt et Placement du Québec (23,50%), CDP Groupe Infrastructures Inc. (10%) en Fluxys Europe BV (25%).
- De aandeelhouders van Gasbridge 1 en 2 zijn: Fluxys Europe BV24 (50%) en Snam S.p.A (50%). Fluxys Europe BV is een dochteronderneming van Fluxys holding
- Fluxys holding is ook de moedervennootschap van Fluxys Belgium N.V, Belgische TSO voor aardgas.26 Snam S.p.A (50%) is de moedervennootschap van Snam Rete Gas S.p.a.27, Stogit S.p.A. (opslag), GNL Italia S.p.A. en Italgas S.p.A. (distributie).
- Naar aanleiding van de certificering van Fluxys Belgium N.V. heeft de CREG Fluxys Europe BV doorlicht en vastgesteld dat zowel Fluxys Europe BV, 100% dochter van Fluxys holding, alsook de dochtervennootschappen van Fluxys Europe BV zelf rechtstreeks of onrechtstreeks geen deelname hebben in bedrijven die een activiteit uitoefenen in productie of levering van aardgas en elektriciteit
- Snam Rete Gas S.p.A. is de dochter van Snam S.p.A. en is gecertificeerd conform het OU-model
- Aandeelhouder Caisse de Dépôt et Placement du Québec is een financieel investeerder die tevens aandeelhouder is van Fluxys holding (20%). Naar aanleiding van de certificering van Fluxys Belgium N.V. heeft de CREG vastgesteld dat de aanwezigheid van Caisse de Dépôt et Placement du Québec als financieel investeerder in Fluxys holding en onrechtstreeks in Fluxys Belgium N.V. en in Fluxys Europe BV, geen probleem stelt omdat zijzelf rechtstreeks of onrechtstreeks geen deelnamen heeft in bedrijven die een activiteit uitoefenen in productie of levering van aardgas en elektriciteit. 24 Vennootschap naar Nederlands recht die de niet gereguleerde activiteiten in België en de gereguleerde en niet gereguleerde activiteiten in het buitenland uitoefent. 25 Aandeelhouders zijn: Publigas (80%) en Caisse de Dépôt et Placement du Québec (20%) 26 Gecertificeerd door de CREG bij beslissing van 27 september 2012 onder het OU-model 27 Commission opinion on AEEG’s draft decision for Snam Rete Gas S.p.A., C
(2012)5333, 025-2012IT 28 Eindbeslissing (B)120621-CDC-1166 van 27 september 2012 29 Beslissing Italiaanse regulator van 8 oktober 2012 : http://www.autorita.energia.it/it/inglese/press_note/12/121008.htm Niet-vertrouwelijk 31/42
- Sinds de eindbeslissing van 11 juli 2013 is Caisse de Dépôt et Placement du Québec aandeelhouder geworden van London Array offshore
- Hiervan werden beide regulerende instanties door Interconnector (UK) limited op de hoogte gebracht per mailbericht van 24 februari
- Publieke informatie hierover zegt : projectontwikkelaar is London Array Limited, met als aandeelhouders Dong Energy (25%), Caisse de Dépôt et Placement du Québec (25%), E.ON (30%), Masdar (20%); de beheerder is London Array Operation & Maintenance. Samen met Siemens oefent Dong Wind (UK) Limited het beheer uit; beheerder-Offshore transmissie wordt waargenomen door Dong Wind (UK) Limited.
- Caisse de Dépôt et Placement du Québec heeft via Interconnector (UK) Limited op 16 mei 2014 verklaart dat haar gelijktijdige aanwezigheid als aandeelhouder van Interconnector (UK) Limited en van London Array Offshore niet gezien kan worden als een inbreuk op artikel 9
(1), b), (i), (ii), van de derde gasrichtlijn.
- De CREG stelt inderdaad vast dat Caisse de Dépôt et Placement aandeelhouder is rechtstreeks van Interconnector (UK) Limited voor 23,50% en onrechtstreeks via Gasbridge 1 en 231, die elk op hun beurt voor 15,75% rechtstreeks aandeelhouder zijn van Interconnector (UK) Limited.
- Anderzijds is Caisse de Dépôt et Placement du Québec CDPQ 25% rechtstreeks aandeelhouder van London Array Limited.
- Hieruit volgt dat Caisse de Dépôt et Placement du Québec noch in Interconnector (UK) Limited als TSO, noch in London Array Limited over zeggenschap beschikt in de zin van EGconcentratieverordening.
- CDP Investissements is aandeelhouder geweest van Interconnector (UK) Limited tot 19 december 2014 en is een 100% dochteronderneming van Caisse de Dépôt et Placement du Québec. 30 http://www.4coffshore.com/windfarms/london-array-united-kingdom-uk14.html 31 50% behoort toe tot Fluxys Europe dat een 100% dochter is van Fluxys Holding waarin CDPQ voor 20% aandeelhouder is Niet-vertrouwelijk 32/42
- Op 19 december 2014 heeft CDP Investissement zijn aandelen overgedragen aan CDP Groupe Infrastructures Inc. Deze laatste is eveneens een 100% dochteronderneming van Caisse de Dépôt et Placement du Québec. Er wordt door Interconnector (UK) Limited verklaart dat deze dochteronderneming rechtstreeks of onrechtstreeks geen deelnamen heeft in bedrijven die actief zijn in productie of levering van aardgas en elektriciteit.
- De aandeelhouder Gazprom is een bedrijf dat actief is in productie of levering van aardgas. Daarnaast heeft Gazprom het recht om als aandeelhouder van Interconnector (UK) Limited een bestuurder aan te duiden in de raad van bestuur en andere organen die het bedrijf juridisch vertegenwoordigen.
- De aanwezigheid van Gazprom als aandeelhouder van Interconnector (UK) Limited houdt bijgevolg een inbreuk in op artikel 9
(1), b), (i), van de gasrichtlijn 2009/73/EG dat in de gaswet in artikel 8/3 als volgt omgezet is: “…De ondernemingen die aardgas leveren, ondernemingen die aardgas produceren, producenten van elektriciteit, leveranciers van elektriciteit of de tussenpersonen mogen, alleen of gezamenlijk, rechtstreeks of onrechtstreeks, geen deel van het kapitaal van de maatschappij en geen aandelen van de maatschappij aanhouden. Aan de aandelen van deze ondernemingen kan geen stemrecht worden verbonden. … “
- Om deze redenen werd Interconnector (UK) Limited uitgenodigd haar vennootschapsdocumenten aan te passen opdat zij tegen 3 maart 2015 zou kunnen beantwoorden aan de ontvlechtingseisen van eigendom.
- Interconnector (UK) Limited heeft op haar beurt een deelneming in IZT van 48%, naast Gasbridge 1 BV (26%), Gasbridge 2 BV (25%) en ICC (1%). IZT 26% 25% 48% 1% Gasbridge 1 Gasbridge 2 IUK LCI klasse B-aandelen voorheen Distrigas 51%: klasse A-aandelen Niet-vertrouwelijk voorheen UK SUB: klasse C-aandelen 33/42
- ICC is een dochtervennootschap van Interconnector (UK) Limited waarvan zij de enige aandeelhouder is. III.2.
- Eenzelfde persoon heeft niet het recht om gelijktijdig leden aan te wijzen van de organen van de TSO en op directe of indirecte wijze zeggenschap uit te oefenen of rechten uit te oefenen over een bedrijf dat één van de functie van productie en/of levering van aardgas uitvoeren
- De verbodsbepaling van artikel 9
(1), c), van de gasrichtlijn 2009/73/EG werd in de gaswet omgezet in artikel 8/3 als volgt: “ De in de productie en/of de levering van gas of elektriciteit, rechtstreeks of onrechtstreeks, actieve ondernemingen mogen de leden van de raad van bestuur, van de comités die binnen de raad van bestuur worden opgericht van het directiecomité van de beheerder van het aardgasvervoersnet en van elke andere wettelijke vertegenwoordiger van de maatschappij niet benoemen. … Het is eenzelfde natuurlijke persoon niet toegelaten om lid te zijn van de raad van toezicht, de raad van bestuur of de organen die wettelijk de onderneming vertegenwoordigen en tegelijkertijd van een onderneming die werkzaam is in de productie of levering van aardgas en van de aardgasvervoersnetbeheerder. …” 132. Rekening houdende met de samenstelling van de raad van bestuur van Interconnector (UK) Limited stelt de CREG vast dat sinds de eindbeslissing van 11 juli 2013 volgende wijzigingen hebben plaatsgevonden: 133. De voorzitter van de raad van bestuur van Interconnector (UK) Limited, de heer Roger Alan Cornish, werd op 1 april 2014 vervangen door de heer Paul Trimmer, die gelijktijdig ook directeur is geworden van Interconnector (UK) Limited. 134. Uit de verklaring op eer moet worden vastgesteld dat de heer Paul Trimmer als voorzitter van de raad van bestuur van Interconnector (UK) Limited verder geen enkel ander mandaat bekleedt in een onderneming die één van de functies van productie of levering van aardgas verricht. 135. Andere wijzigingen in de samenstelling van de raad van bestuur van Interconnector (UK) Limited zijn: - de heer Pascal De Buck werd op 15 december 2014 vervangen door de heer Erik Vennekens. Uit de verklaring op eer moet worden vastgesteld dat de heer Niet-vertrouwelijk 34/42 Vennekens geen enkel ander mandaat bekleedt in een onderneming die één van de functies van productie of levering van aardgas verricht; - de heer Olivier Renault werd op 29 januari 2014 vervangen door Eric Lachance. Uit de verklaring op eer moet worden vastgesteld dat de heer Eric Lachance geen enkel ander mandaat bekleedt in een onderneming die één van de functies van productie of levering van aardgas verricht. 136. Inzake het mandaat van de heer Henri Cattoor in Interconnector (UK) Limited heeft de heer Henri Cattoor op 17 januari 2015 verklaard enkel consultancy opdrachten te vervullen voor Caisse de Dépôt et Placement du Québec en Fluxys Belgium. Ook hij bekleedt geen enkel ander mandaat in een onderneming die één van de functies van productie of levering van aardgas verricht. 137. In paragraaf 126 tot 128 van onderhavige beslissing werd vastgesteld dat Gazprom zeggenschap uitoefent in een bedrijf die één van de functies van productie of levering van aardgas verricht. In Interconnector (UK) Limited wordt Gazprom vertegenwoordigd door [VERTROUWELIJK] en bijgevolg ook rechten uitoefent in Interconnector (UK) Limited als TSO. 138. Naar aanleiding van de certificering vastgesteld bij eindbeslissing van 11 juli 2013 heeft Interconnector (UK) Limited zelf aangegeven dat een aanpassing van de vennootschapsdocumenten noodzakelijk is voor wat betreft de corporate governance regels. 139. Interconnector (UK) Limited heeft een overgangsperiode voorgesteld dat haar moest toelaten om tegen 3 maart 2015 volledig in regel te zijn met de ontvlechtingsregels voorzien in artikel 9, van de gasrichtlijn 2009/73/EG en aldus tegen die datum de vennootschapsdocumenten te hebben aangepast en de nieuwe corporate governance regels te hebben geïmplementeerd. 140. De voorgestelde aanpassingen werden als volgt samengevat:
- a)opname van een definitie wie conflictaandeelhouder is;
- b)de mandaten van de personen die de conflictaandeelhouder vandaag vertegenwoordigen in de diverse bestuursorganen van Interconnector (UK) Limited worden herroepen en vervangen door onafhankelijke bestuurders tegen ten laatste 3 maart 2015;
- c)afschaffing van de stemrechten van de conflictaandeelhouder in de diverse bestuursorganen van Interconnector (UK) Limited; Niet-vertrouwelijk 35/42
- d)beperking van het informatierecht waarop de conflictaandeelhouder recht heeft overeenkomstig de vennootschapsdocumenten;
- e)afschaffing van de bevoegdheid van de conflictaandeelhouder om leden aan te duiden van de diverse bestuursorganen en comités die Interconnector (UK) Limited juridisch vertegenwoordigen. 141. Daarnaast liet Interconnector (UK) Limited ook nog gelden dat andere aanpassingen aan de vennootschapsdocumenten zich zouden kunnen opdringen teneinde volledig in lijn te zijn met de eisen van full ownership unbundling. 142. In haar eindbeslissing van 11 juli 2013 heeft de CREG gesteld dat het voorstel van Interconnector (UK) Limited evenwel niet beperkt mocht blijven tot Interconnector (UK) Limited maar dat dezelfde oefening gedaan moest worden ten aanzien van de dochtervennootschap ILC, ten aanzien van IZT en ten aanzien van F.L Zeebrugge N.V.. 143. Sinds de eindbeslissing van 11 juli 2013 werden beide regulatoren op regelmatige tijdstippen door Interconnector (UK) Limited ingelicht over de stand van zaken en werden volgende rapporten overgemaakt: 144. - op 9/10/2013, periode 23/8 tot 30/9/2013 - op 16/1/2014, periode 1/10 tot 31/12/2013 - op 4/4/2014, periode 1/1 tot 31/3/2014 - op 3/7/2014, periode 1/4 tot 30/6/2014 - op 3/10/2014, periode 1/7 tot 30/9/2014 - op 27/1/2015, periode 1/10 tot 31/12/2014 - op 16/4/2015, periode 1/1 tot 31/3/2015 - op 20/7/2015, periode 1/4 tot 30/6/2015 Aan de hand van deze rapporten kan worden vastgesteld dat een eerste ontwerp- voorstel van wijzigingen van de vennootschapsdocumenten van Interconnector (UK) Limited aan beide regulerende instanties werd overgemaakt op 27 november 2013 (rapport Q4 2013). Een aangepaste versie na commentaren van beide regulatoren werd door Interconnector (UK) Limited overgemaakt op 23 december 2013 (rapport Q1 2014). Een derde aangEpaste versie dateert van 3 april 2014, waarop beide regulerende instanties hun bemerkingen hebben meegedeeld. De besprekingen die nadien hebben plaatsgevonden, hebben voor gevolg gehad dat de CREG op 7 juli 2014 en Ofgem op 9 juli 2014 hun laatste bemerkingen schriftelijk aan Interconnector (UK) Limited hebben meegedeeld. Dit heeft geleid tot een aangepaste versie van de vennootschapsdocumenten van Interconnector (UK) Limited, gedateerd op Niet-vertrouwelijk 36/42 18 augustus 2014. Op datum van 1 september 2014 en op datum van 5 september 2014 hebben Ofgem en de CREG aan Interconnector (UK) Limited uitdrukkelijk laten weten geen verdere opmerkingen meer te hebben zodat de vennootschapsdocumenten van Interconnector (UK) Limited ter goedkeuring konden worden voorgelegd aan de raad van bestuur. De aangepaste versie van vennootschapsdocumenten had als doel de rechten van Gazprom als conflictaandeelhouder in Interconnector (UK) Limited aan te passen (rapport Q3 2014). 145. [VERTROUWELIJK] werden de vennootschapsdocumenten van Interconnector (UK) Limited in de raad van bestuur bij meerderheid goedgekeurd. De nieuwe vennootschapsdocumenten werden door alle aandeelhouders, behoudens Gazprom ondertekend. 146. Op 27 november 2014 richten beide regulerende instanties een gezamenlijke brief tot Interconnector (UK) Limited in antwoord op de brief van 3 november 2014 en het mailbericht van Interconnector (UK) Limited waarin aan beide regulerende instanties werd meegedeeld dat Gazprom de vennootschapsdocumenten niet heeft ondertekend en dat ingevolge dit feit [VERTROUWELIJK]. 147. Met deze gezamenlijke brief van 27 november 2014 vragen beide regulerende instanties een bijkomende rapportering over de beslissing(
- en)dat Interconnector (UK) Limited heeft genomen of zal nemen ten aanzien van Gazprom. 148. [VERTROUWELIJK]; Verder wordt ook meegedeeld dat CDP Investissements de intentie heeft om haar aandelen van Interconnector (UK) Limited over te dragen aan CDP Groupe Infrastructures Inc. Deze overdracht zou mogelijks tegen 19 december 2014 gerealiseerd kunnen zijn. Dit vereist dat de vennootschapsdocumenten van Interconnector (UK) Limited opnieuw ondertekend moeten worden door alle aandeel-houders, hetgeen door iedereen behoudens Gazprom werd gedaan op 15 januari 2015. 149. [VERTROUWELIJK] 150. [VERTROUWELIJK] heeft Interconnector (UK) Limited op 22 januari 2015 beslist om aan beide regulerende instanties te vragen naar een verlenging van de datum van 3 maart 2015 naar 1 juni 2015. 151. Op 28 januari 2015 ontvangen beide regulerende instanties dit verzoek. In reactie hierop heeft de CREG op 26 februari 2015 gereageerd. Hiervoor kan verwezen worden naar de paragrafen 30 tot 32 van onderhavige beslissing. Niet-vertrouwelijk 37/42 152. [VERTROUWELIJK] door te weigeren de vennootschapsdocumenten van Interconnector (UK) Limited te ondertekenen. Dit heeft voor gevolg dat [VERTROUWELIJK] de beperkingen uiteengezet in artikel 14 (a), van de statuten van Interconnector (UK) Limited van toepassing zijn op Gazprom. 153. [VERTROUWELIJK] 154. Op 22 mei 2015 werd door Interconnector (UK) Limited [VERTROUWELIJK] een notificatie tot beëindiging van zijn mandaat als bestuurder opgestuurd, hetgeen [VERTROUWELIJK] op 29 mei 2015 werd aanvaard. 155. Tot slot, blijkt uit het nalevingsprogramma van Interconnector (UK) Limited dat sinds 1 oktober 2014 een beperking geldt voor Gazprom inzake het recht op informatie. Zo ontvangt Gazprom sindsdien geen informatie meer inzake de capaciteitsverkoop post 2018, de toepassing van de netwerkcodes op Interconnector (UK) Limited en de bedrijfsstrategie en de organisatorische uitwerking ervan. Het tweede nalevingsrapport met betrekking tot de periode van 1 april 2015 tot 30 juni 2015 bevestigt voorgaande. 156. Ingevolge de notificatie aan Gazprom en de beëindiging van het mandaat om als bestuurder bepaalde rechten te kunnen uitoefenen in Interconnector (UK) Limited, zoals aanwezigheid, stemrechten, leden aan te wijzen van de organen die Interconnector (UK) Limited vertegenwoordigen, is Interconnector (UK) Limited van oordeel dat de aandeelhoudersovereenkomst en de statuten niet gewijzigd moeten worden, behoudens op een aantal plaatsen om deze in lijn te brengen met het nieuwe transportcontract dat verband houdt met de verkoop van capaciteit op de interconnector post 2018. 157. In haar brief [VERTROUWELIJK] verklaart Interconnector (UK) Limited dat ingevolge [VERTROUWELIJK] Gazprom: - de algemene vergadering niet meer bijwoont; - geen stemrechten kan uitoefenen; - geen bestuurder meer heeft in de raad van bestuur - geen bestuursleden kan aanduiden; - geen informatie meer ontvangt met betrekking tot de algemene vergadering en de raad van bestuur; - geen commerciële informatie ontvangt die aanleiding zouden kunnen geven tot discriminatie. Niet-vertrouwelijk 38/42 158. De CREG is van oordeel dat Interconnector (UK) Limited voldoende heeft aangetoond dat door het nemen van deze maatregelen ten aanzien van Gazprom de verbodsregel, waarbij eenzelfde persoon niet het recht heeft om gelijktijdig leden aan te wijzen van de organen van de TSO en op directe of indirecte wijze zeggenschap uit te oefenen of rechten uit te oefenen over een bedrijf dat één van de functie van productie en/of levering van aardgas uitvoeren, niet langer geschonden is. 159. [VERTROUWELIJK] deelt Fluxys holding aan de CREG mede dat [VERTROUWELIJK] een overeenkomst werd afgesloten tussen Gazprom en Fluxys Europe met betrekking tot de overname door deze laatste van de 10% aandelen van Gazprom in Interconnector (UK) Limited. [VERTROUWELIJK]. 160. In antwoord op het advies van de Europese Commissie van 20 augustus 2015 deelt Interconnector (UK) Limited per brief van 14 september 2015 aan de CREG mede dat de Belgische mededingingsautoriteit op 3 september 2015 heeft besloten de transactie als niet verboden te beschouwen, noch hieraan voorwaarden heeft verbonden. 161. [VERTROUWELIJK] 162. [VERTROUWELIJK] 163. [VERTROUWELIJK] 164. [VERTROUWELIJK] 165. De CREG treedt de analyse van Interconnector (UK) Limited bij en acht het antwoord van Interconnector (UK) Limited als voldoende overtuigend op de vraag gesteld door de Europese Commissie in haar advies van 20 augustus 2015. Niet-vertrouwelijk 39/42 IV. BESLUIT 166. Met toepassing van artikel 15/14, § 2, 26°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen en gelet op hetgeen uiteengezet werd in deel II en III van onderhavige beslissing, besluit de CREG dat Interconnector (UK) Limited voldoet aan de vereisten inzake eigendomsontvlechting, met dien verstande dat de CREG van oordeel is dat zowel voor de terminal te Zeebrugge als voor de vier compressiestations op Belgisch grondgebied Interconnector (UK) Limited hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks via IZT de exclusieve controle geniet over de ontwikkeling van voornoemde installaties en dit zowel tijdens als na afloop van de lease periode van beide voornoemde installaties. De CREG zal hierover toezicht uitoefenen in het kader van artikel 41.1,
- g)van de gasrichtlijn 2009/73/EG. 167. Derhalve meent de CREG dat, gelet op hetgeen uiteengezet werd in deel II en III van deze beslissing, een positieve beslissing kan getroffen worden met betrekking tot de procedure van certificering, geopend op initiatief van de CREG op 26 februari 2015. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas : Koen LOCQUET Directeur Marie-Pierre FAUCONNIER Voorzitster van het Directiecomité Niet-vertrouwelijk 40/42 INVENTARIS 1. Eindbeslissing (B) 130711-CDC-1236 over de aanvraag tot certificering van Interconnector (UK) Limited 2. Brief Interconnector (UK) Limited van 28 januari 2015 gericht aan de CREG met verzoek om de datum van 5 maart 2013 te verlengen naar 1 juni 2015 3. Brief CREG van 26 februari 2015 gericht aan Interconnector (UK) Limited in antwoord op de brief van 28 januari 2015 4. Brief Interconnector (UK) Limited van 25 maart 2015 met 19 bijlagen [VERTROUWELIJK] 5. [VERTROUWELIJK] 6. Mailbericht Interconnector (UK) Limited van 7 mei 2015 7. [VERTROUWELIJK] 8. Persbericht Interconnector (UK) Limited van 21 mei 2015 inzake capaciteitsverkoop post 2018 9. [VERTROUWELIJK] 10. Brief Interconnector (UK) Limited van 29 mei 2015 met 9 bijlagen [VERTROUWELIJK] 11. Mailbericht van Interconnector (UK) van 29 mei 2015 met 2 bijlagen [VERTROUWELIJK] 12. [VERTROUWELIJK] 13. Mailbericht van Interconnector (UK) van 4 juni 2015 met 2 bijlagen [VERTROUWELIJK] 14. [VERTROUWELIJK] 15. [VERTROUWELIJK] 16. [VERTROUWELIJK] 17. [VERTROUWELIJK] 18. [VERTROUWELIJK] 19. [VERTROUWELIJK] 20. [VERTROUWELIJK] 21. [VERTROUWELIJK] 22. Trimestriële rapporteringsverslagen Interconnector (UK) Limited [VERTROUWELIJK] 23. [VERTROUWELIJK] 24. [VERTROUWELIJK] 25. [VERTROUWELIJK] 26. [VERTROUWELIJK] Niet-vertrouwelijk 41/42 27. Mailbericht Interconnector (UK) Limited van 16 juni 2015 met 15 bijlagen [VERTROUWELIJK] 28. [VERTROUWELIJK] 29. Advies Europese Commissie van 20 augustus 2015 op de ontwerpbeslissing van de CREG van 18 juni 2015 30. [VERTROUWELIJK] Niet-vertrouwelijk 42/42