← België

Eindbeslissing over het voorstel van de NV Elia System Operator van de methode voor de toewijzing van de beschikbare jaar- en maandcapaciteiten voor e

Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS EINDBESLISSING (B)151009-CDC-1446 over “het voorstel van de NV Elia System Operator van de methode voor de toewijzing van de beschikbare jaar- en maandcapaciteiten voor energie-uitwisselingen met andere biedzones aan de toegangsverantwoordelijken alsook de toewijzingsregels van dagcapaciteit middels schaduwveilingen” genomen met toepassing van artikel 23, §2, tweede lid, 35°, en artikel 23, §2, tweede lid, 9° van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en artikelen 180, §2 en 183, §2 van het koninklijk besluit van 19 december 2002 tot bepaling van een technische verordening voor het transmissienetbeheer van elektriciteit en de toegang hiertoe 9 oktober 2015 INHOUDSOPGAVE I. WETTELIJK KADER .................................................................................................... 6 I.1 Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 13 juli 2009 houdende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 2003/54/EG ........................................................................... 6 I.2 Verordening (EG) Nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1228/2003 .......................................................................................................... 7 I.3 De wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt ....... 9 I.4 Het technisch reglement .........................................................................................10 I.5 Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer ........................12 II. ANTECEDENTEN .......................................................................................................15 III. Analyse van het wijzigingsvoorstel van de bestaande veilingregels .............................18 III.1 Afschaffing van de cap op de vergoedingen naar aanleiding van een vermindering na de langetermijnvastheidslimiet omwille van veiligheid van het systeem .............20 III.2 Hogere caps op de vergoedingen vóór de periode van langdurige vastheid ...........20 III.3 Langetermijnvastheidslimiet op D-1, 8u30 ..............................................................21 III.4 Verminderingen naar aanleiding van een noodsituatie ............................................22 III.5 Harmonisering van de langetermijnvastheidslimiet en van de deadline voor langetermijnnominaties ...........................................................................................23 III.6 Vermindering van de transmissierechten op lange termijn na de D-1 vastheidslimiet ...............................................................................................................................23 III.7 De invoering van FTR op de grenzen België–Frankrijk en België–Nederland .........23 III.8 Kredietrating op lange termijn voor de bank die een bankgarantie uitgeeft .............26 III.9 Toewijzingsregels van capaciteit middels schaduwveilingen ...................................26 III.10 Aanbevelingen inzake de toekomstige ontwikkelingen van de geharmoniseerde veilingregels............................................................................................................27 2/35 IV. Antwoorden op de commentaar van de openbare raadpleging van de CREG .............30 IV.1 Antwoord van EFET ................................................................................................30 IV.2 Antwoord van Febeg ...............................................................................................31 IV.3 Beoordeling van CREG op de antwoorden van de openbare raadpleging ..............31 V. BESLISSING ...............................................................................................................34 3/35 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op basis van artikel 23, § 2, tweede lid, 35° van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: de elektriciteitwet) en de artikelen 180, § 2, en 183, § 2 van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het technisch reglement), het voorstel van de NV Elia System Operator (hierna: Elia) van de methode voor de toewijzing van de beschikbare jaar- en maandcapaciteiten voor energieuitwisselingen met andere biedzones aan de toegangsverantwoordelijken alsook de toewijzingsregels van dagcapaciteit middels schaduwveilingen (hierna: voorstel van Elia). Elia heeft het voorstel op 15 juli 2015 ingediend. Het dossier (ontvangen door de CREG op 16 juli 2015) bevat drie documenten ter goedkeuring: de methode voor het toekennen van de jaarlijkse en maandelijkse capaciteit die beschikbaar is voor energie-uitwisselingen met andere biedzones voor toegangsverantwoordelijken (geharmoniseerde Europese veilingregels; European Harmonised Auction Rules of EU HAR) in het Engels, een bijlage met de EU HAR met betrekking tot de regio Centraal West-Europa (Central West Europe of CWE, met inbegrip van Duitsland, Frankrijk, België, Luxemburg en Nederland) in het Engels, een voorstel van toewijzingsregels van capaciteit middels schaduwveilingen (Shadow Auction Rules of SAR) in het Engels. Elia heeft ter informatie in het dossier van 15 juli 2015 tevens opgenomen: een template voor het akkoord tot deelname (Participation Agreement), een overzicht van de analyse van de opmerkingen van de marktspelers van de openbare raadpleging geleid door ENTSO-E over de EU HAR, een overzicht van de analyse van de opmerkingen van de marktspelers van de openbare raadpleging gehouden door ENTSO-E over de specifieke bijlagen van de regio Central West-Europa (Central West Europe of CWE), de versie van de EU HAR waarop de openbare raadpleging betrekking had, de versie van bijlage 2 (over de regio CWE) van de EU HAR waarop de openbare raadpleging betrekking had, de versie van bijlage 8 (over de Nederlandse grenzen) van de EU HAR waarop de openbare raadpleging betrekking had, een overzicht van de analyse van de opmerkingen van de marktspelers van de openbare raadpleging geleid door CASC.EU over de SAR en de versie van de SAR waarop de openbare raadpleging betrekking had. 4/35 Elia heeft op 29 juli 2015 aanvullingen op haar voorstel gedaan. Het dossier (ontvangen door de CREG op 31 juli 2015) bevat zes documenten: een corrigendum voor de EU HAR, een corrigendum voor bijlage 2, een corrigendum van de SAR, evenals de Franse versies van elk van deze documenten. Elia heeft op 1 oktober 2015 finale versies van de EU HAR en SAR, in het Engels en in het Frans opgestuurd. Het zijn deze versies waarop deze beslissing betrekking heeft en die als bijlage bij de beslissing gevoegd wordt. Het voorstel heeft tot doel om de versie van de geharmoniseerde veilingregels die het onderwerp vormde van een beslissing van de CREG van 7 november 2013 te vervangen. De beslissing van de CREG heeft betrekking op de veilingregels (EU HAR), inclusief bijlage 1 en 2 ervan, evenals op de toewijzingsregels van capaciteit door middel van schaduwveilingen (SAR). Deze eindbeslissing is opgesplitst in vijf delen. Het eerste deel is gewijd aan het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de beslissing toegelicht. Het derde deel ontleedt de voorgestelde methodes voor congestiebeheer en capaciteitstoekenning. Het vierde deel bevat de antwoorden op de commentaar van de openbare raadpleging. Het vijfde deel, ten slotte, bevat de eigenlijke beslissing. De onderhavige eindbeslissing werd door het Directiecomité van de CREG goedgekeurd op de vergadering van 9 oktober 2015.  5/35 I. WETTELIJK KADER I.1 Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 13 juli 2009 houdende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 2003/54/EG 1. Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 houdende de gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 2003/54/EG (hierna: richtlijn 2009/72/EG) bekrachtigt het principe van de nietdiscriminerende toegang tot het transmissiesysteem: zo bepaalt artikel 32.1 dat de Lidstaten erop dienen toe te zien dat voor alle in aanmerking komende klanten een systeem van toegang voor derden tot de transmissie- en distributienetten wordt ingevoerd. Dit systeem, gebaseerd op gepubliceerde tarieven, moet objectief en zonder discriminatie tussen de gebruikers van het net worden toegepast. 2. Artikel 32.2 van richtlijn 2009/72/EG bepaalt echter dat de transmissienetbeheerder (TNB) de toegang tot zijn net kan weigeren als hij niet over de nodige capaciteit beschikt. 3. Artikel 36 van richtlijn 2009/72/EG bepaalt dat de nationale regulerende instanties alle redelijke maatregelen treffen om een aantal algemene doelstellingen te bereiken, onder meer: - het opheffen van alle beperkingen voor handel in elektriciteit tussen de Lidstaten, inclusief de ontwikkeling van afdoende grensoverschrijdende transmissiecapaciteit om aan de vraag te voldoen en de integratie van nationale markten te versterken, hetgeen de elektriciteitsstromen in de Gemeenschap kan faciliteren; - bijdragen tot de ontwikkeling, op de meest kosteneffectieve manier, van veilige, betrouwbare en efficiënte niet-discriminerende systemen die klantgericht zijn en de adequaatheid van systemen bevorderen. 6/35 4. Artikel 37.1 van richtlijn 2009/72/EG bepaalt dat de regulerende instanties onder andere samenwerken in verband met grensoverschrijdende kwesties met de regulerende instantie of instanties van de betrokken lidstaten en met het Agentschap en toezicht houden op de uitvoering van regels betreffende de taken en verantwoordelijkheden van de transmissienetbeheerders overeenkomstig Verordening (EG) nr. 714/2009. 5. Artikel 37.6 van de richtlijn bepaalt verder dat de regulerende instanties bevoegd zijn voor de vaststelling of de voldoende ruim aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de methodes voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toekenning van capaciteit en congestiebeheer. 6. Artikel 37.9 bepaalt ten slotte dat de regulerende instanties het congestiebeheer van de nationale elektriciteitssystemen, inclusief interconnectoren, en de uitvoering van de regels inzake congestiebeheer monitoren en dat hiertoe de transmissiesysteembeheerders of marktdeelnemers hun congestiebeheerprocedures, inclusief de toekenning van capaciteit, aan de nationale regulerende instanties ter goedkeuring voorleggen. De nationale regulerende instanties mogen verzoeken om wijzigingen in deze procedures. I.2 Verordening (EG) Nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1228/2003 7. De CREG herinnert eraan dat, krachtens de bepalingen van artikel 249 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, verordening (EG) nr. 714/2009 een algemene draagwijdte heeft, in al zijn elementen bindend is en rechtstreeks van toepassing is in iedere Lidstaat. 8. Volgens artikel 2,

  1. c)van verordening (EG) 714/2009 is congestie een situatie waarin een interconnectie tussen nationale transmissienetwerken wegens onvoldoende capaciteit van de betrokken interconnectoren en/of nationale transmissiesystemen niet alle fysieke stromen die voortvloeien uit de internationale handel waar de marktpartijen om verzoeken, kan verwerken. 7/35 De methodes voor congestiebeheer beogen bijgevolg, in de zin van voormelde verordening (en van haar bijlage 1, zie verder) elke maatregel die tot doel heeft preventief of a posteriori een potentiële of erkende toestand van congestie te regelen. De methodes voor toekenning aan de toegangsverantwoordelijken van de jaarlijkse en maandelijkse capaciteit die beschikbaar is voor energie-uitwisselingen met het Franse en het Nederlandse hebben dus te maken met het congestiebeheer. 9. Artikel 16.1 van verordening (EG) nr. 714/2009 preciseert dat de problemen inzake congestiebeheer worden aangepakt met niet-discriminerende, aan de markt gerelateerde oplossingen waarvan voor de marktdeelnemers en de betrokken transmissiesysteembeheerders efficiënte economische signalen uitgaan. Bovendien bepaalt dit artikel dat de netcongestieproblemen bij voorkeur moeten worden opgelost met van transacties losstaande methodes, d.w.z. methodes waarbij geen keuze moet worden gemaakt tussen de contracten van afzonderlijke marktdeelnemers. 10. Artikel 16.2 van verordening (EG) nr. 714/2009 bepaalt dat de procedures om transacties te beperken slechts worden toegepast in noodsituaties, wanneer de transmissiesysteembeheerder snel moet optreden en redispatching of compensatiehandel niet mogelijk is en dat, behoudens in geval van overmacht, marktspelers met een capaciteitstoekenning voor een eventuele beperking worden vergoed. 11. Artikel 16.3 bepaalt dat marktdeelnemers de beschikking krijgen over de maximale capaciteit van de koppelverbindingen en/of de maximale capaciteit van de transmissiesystemen waarmee grensoverschrijdende stromen worden verzorgd, met naleving van de voor een bedrijfszekere exploitatie van het net geldende veiligheidsnormen. 12. Volgens artikel 16.4 van dezelfde verordening wordt elke ongebruikte toegekende capaciteit opnieuw aan de markt toegekend volgens een open, transparante en niet discriminerende procedure. 13. Artikel 19 van verordening (EG) nr. 714/2009 bepaalt dat de regulerende instanties ervoor zorgen dat deze verordening en haar Bijlage 1 in acht worden genomen. Waar nodig om te voldoen aan de doelstellingen van de verordening, werken de regulerende instanties overeenkomstig hoofdstuk IX van Richtlijn 2009/72/EG samen met elkaar, met de Commissie en met het Agentschap. 8/35 I.3 De wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt 14. Artikel 2, 7° van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: elektriciteitswet) verstaat onder “transmissienet” het nationaal transmissienet voor elektriciteit, dat de bovengrondse lijnen, ondergrondse kabels en installaties omvat die dienen voor het vervoer van elektriciteit van land tot land en naar rechtstreekse afnemers van de producenten en naar distributeurs gevestigd in België, alsook voor de koppeling tussen elektrische centrales en tussen elektriciteitsnetten. 15. Volgens artikel 11 van de elektriciteitswet bepaalt het technisch reglement voor het beheer van het transmissienet en de toegang ertoe in het bijzonder de operationele regels waaraan de netbeheerder is onderworpen bij zijn technisch beheer van de elektriciteitsstromen en bij de acties die hij moet ondernemen om, onder meer, de congestieproblemen te verhelpen. 16. Artikel 15, §1 van dezelfde wet bepaalt dat de in aanmerking komende afnemers een recht van toegang tot het transmissienet hebben tegen de tarieven vastgesteld overeenkomstig artikel 12 en dat de netbeheerder de toegang alleen kan weigeren wanneer hij niet over de nodige capaciteit beschikt, of wanneer de aanvrager niet voldoet aan de technische voorschriften bepaald in het technisch reglement. 17. Artikel 23, § 2, 9° van de wet voorziet dat de CREG de toepassing van het technisch reglement controleert en de documenten beoogt door dit reglement goedkeurt, met name de documenten met betrekking tot de voorwaarden voor de aansluiting en de toegang tot het vervoersnet. 18. Artikel 23, § 2, 35°, van de elektriciteitswet stelt dat, onder haar bevoegdheden, de CREG zal “op voorstel van de netbeheerder, de methoden goedkeuren die gebruikt zijn om de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuren mogelijk te maken, met inbegrip van de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. Deze methoden zijn transparant en niet-discriminerend. De commissie publiceert de goedgekeurde methoden op haar website;”. 19. Artikel 23, § 2, 36°, belast de CREG met het toezicht op “het congestiebeheer van het transmissienet, met inbegrip van de interconnecties, en de invoering van de regels voor het 9/35 congestiebeheer. De commissie brengt de Algemene Directie Energie hiervan op de hoogte. De netbeheerder dient bij de commissie, ten behoeve van dit punt, zijn ontwerp van regels voor congestiebeheer in, met inbegrip van de toewijzing van capaciteit. De commissie kan hem op een met redenen omklede wijze verzoeken om zijn regels te wijzigen, met inachtneming van de congestieregels die werden vastgelegd door de buurlanden waarvan de interconnectie betrokken is en in samenspraak met het ACER;”. I.4 20. Het technisch reglement Artikel 180, §1, van het technische reglement bepaalt dat de netbeheerder op niet- discriminerende en transparante wijze de door hem toegepaste congestiebeheermethodes moet bepalen. Artikel 180, §2, preciseert dat de methodes voor congestiebeheer en de veiligheidsregels ter goedkeuring aan de CREG ter kennis gebracht moeten worden en gepubliceerd moeten worden overeenkomstig artikel 26. 21. Overeenkomstig artikel 180, §3, van het technisch reglement moet de netbeheerder er, bij de uitvaardiging en de inwerkingstelling van deze methodes, inzonderheid op toezien om: 1° zoveel mogelijk rekening te houden met de richting van de elektriciteitsstromen, en in het bijzonder wanneer de energie-uitwisselingen effectief de congestie doen verminderen; 2° zoveel mogelijk betekenisvolle invloeden te vermijden op de elektriciteitsstromen in andere netten; 3° problemen van congestie op het net op te lossen bij voorkeur met methodes die geen selectie tussen de energie-uitwisselingen van de verschillende toegangsverantwoordelijken inhouden; 4° geschikte economische signalen te geven aan de betrokken netgebruikers. Overeenkomstig artikel 180, §4, van het technisch reglement moeten deze methodes van congestiebeheer onder meer gebaseerd zijn op: 1° procedures voor het in mededinging stellen van de beschikbare capaciteit; 2° de coördinatie van de inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de regelzone en/of, middels akkoord met de buitenlandse netbeheerder(s), door de gecoördineerde 10/35 inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de betrokken buitenlandse regelzone(s). 22. Krachtens artikel 181, §1, van het technische reglement hebben de methodes voor congestiebeheer bepaald in artikel 180 onder meer als doel om: 1° elke beschikbare capaciteit aan de markt ter beschikking te stellen volgens transparante en niet-discriminerende methodes via, in voorkomend geval, veilingen waarin de capaciteiten kunnen worden verkocht met verschillende duurtijden en met verschillende karakteristieken (bijvoorbeeld wat betreft de verwachte betrouwbaarheid van de betreffende beschikbare capaciteit); 2° de beschikbare capaciteit in een serie verkopen aan te bieden die op verschillende tijdsbasis gehouden kunnen worden; 3° bij elk van deze veilingen een bepaald gedeelte van de beschikbare capaciteit aan te bieden, met inbegrip van alle overblijvende capaciteiten die niet toegekend werden bij de vorige verkopen; 4° de commercialisering van de aangeboden capaciteit toe te laten. 23. Artikel 181, §2, bepaalt dat de methodes voor congestiebeheer, in noodsituaties, een beroep kunnen doen op de onderbreking van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen, overeenkomstig vooraf vastgestelde prioriteitsregels die de CREG ter kennis zijn gebracht en gepubliceerd zijn overeenkomstig artikel 26 van dit besluit. Zijn paragraaf 3 preciseert dat, wat de uitvaardiging en de inwerkingstelling van de methodes voor congestiebeheer betreft, de netbeheerder overleg dient te plegen met de netbeheerders van de betrokken buitenlandse regelzones. 24. Artikel 183, §1, van het technische reglement bepaalt dat de netbeheerder waakt over de uitvoering van een of meer methodes voor de toekenning van beschikbare capaciteit aan de toegangsverantwoordelijken van energie-uitwisselingen met buitenlandse netten. Volgens artikel 183, §2, van het technisch reglement, zijn deze methodes transparant en nietdiscriminerend. Ze worden aan de CREG ter goedkeuring voorgelegd en gepubliceerd overeenkomstig artikel 26 van het technisch reglement. Ten slotte preciseert artikel 183, §3, van het technisch reglement dat deze methodes tot doel 11/35 hebben het gebruik van de capaciteit van het net te optimaliseren overeenkomstig artikel 179. 25. Overeenkomstig artikel 184 van het technische reglement beogen de methodes van toekenning van capaciteit onder meer: 1° in de mate van het mogelijke elk verschil in behandeling te minimaliseren tussen de verschillende soorten van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen door fysieke wederkerige overeenkomsten of aanbiedingen op georganiseerde buitenlandse markten; 2° elke ongebruikte capaciteit aan andere marktdeelnemers ter beschikking te stellen; 3° de precieze voorwaarden van de garantiegraad van de aan de marktdeelnemers ter beschikking gestelde capaciteit te bepalen. I.5 Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer 26. De verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer (hierna Verordening 2015/1222) dekt voornamelijk de dagelijkse en intraday horizonten van het congestiebeheer. Toch zijn enkele van haar artikels relevant voor deze beslissing. 27. Artikel 14.3 van de Verordening 2015/1222 stelt dat “Voor het tijdsbestek van de day- aheadmarkt wordt de capaciteitsberekening gebaseerd op de laatste beschikbare informatie. De informatie-update voor het tijdsbestek van de day-aheadmarkt gaat niet van start vóór 15.00 uur markttijd, twee dagen voor de dag van levering”. 28. Artikel 69 voorziet dat “Binnen een termijn van 16 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening werken alle TSB1's een gemeenschappelijk voorstel uit voor een eenvormige uiterste termijn voor de day-aheadvastheid, die niet korter mag zijn dan een half uur vóór de gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt. Met betrekking tot dit voorstel wordt een raadpleging overeenkomstig artikel 12 gehouden”. 1 Transmissiesysteembeheerder 12/35 29. Artikel 72 definieert de vastheid (firmness) in het geval van overmacht of noodsituaties. Artikel 72.1 stelt dat “in het geval van overmacht of een noodsituatie als bedoeld in artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 714/2009, waarbij de TSB snel moet optreden en redispatching of compensatiehandel niet mogelijk is, heeft elke TSB het recht om de toegewezen zoneoverschrijdende capaciteit te verminderen. In alle gevallen wordt een dergelijke vermindering op gecoördineerde wijze ten uitvoer gelegd na contactopname met alle direct betrokken TSB's”. Artikel 72.2 voorziet dat “Een TSB die overmacht of een noodsituatie inroept, publiceert een notitie met een toelichting betreffende de aard van de overmacht of noodsituatie en de verwachte duur ervan. Deze notitie wordt via de NEMO's ter beschikking gesteld van de betrokken marktdeelnemers. Wanneer capaciteit op expliciete wijze aan marktdeelnemers is toegewezen, zendt de TSB die overmacht of een noodsituatie inroept, de notitie rechtstreeks toe aan de contractpartijen aan wie de zoneoverschrijdende capaciteit gedurende het relevante markttijdsbestek is toegewezen”. Artikel 72.3 bepaalt dat “Wanneer toegewezen capaciteit om redenen van een door een TSB ingeroepen overmachts- of noodsituatie wordt verminderd, betaalt die TSB de kosten terug of verstrekt hij een compensatie voor de periode van overmacht of noodsituatie, en wel met inachtneming van de volgende eisen:
  2. a)wanneer er impliciete toewijzing is, mogen de centrale tegenpartijen of de shipping agents geen financiële schade oplopen of financiële baten krijgen ten gevolge van een door een dergelijke vermindering veroorzaakte onbalans;
  3. b)in het geval van overmacht, wanneer de capaciteit is toegewezen via expliciete toewijzing, hebben de marktdeelnemers recht op terugbetaling van de prijs die tijdens het expliciete toewijzingsproces voor de capaciteit is betaald;
  4. c)in het geval van een noodsituatie, wanneer de capaciteit is toegewezen via expliciete toewijzing, hebben de marktdeelnemers recht op een compensatie die gelijk is aan het prijsverschil op de relevante markten tussen de betrokken biedzones in het relevante tijdsbestek, of
  5. d)in het geval van een noodsituatie, wanneer de capaciteit is toegewezen via expliciete toewijzing, maar de biedzoneprijs niet is berekend in ten minste één van de twee desbetreffende biedzones in het relevante tijdsbestek, hebben de marktdeelnemers recht op 13/35 terugbetaling van de prijs die tijdens het expliciete toewijzingsproces voor die capaciteit is betaald.” Artikel 72.4 voorziet dat “De TSB die overmacht of een noodsituatie inroept, beperkt de gevolgen en de duur van de overmachts- of noodsituatie”. Artikel 72.5 stelt dat “Wanneer een lidstaat dit zo heeft bepaald, evalueert de nationale regulerende instantie op verzoek van de betrokken TSB of een gebeurtenis als een overmachtssituatie kan worden gekwalificeerd”. 14/35 II. ANTECEDENTEN 30. De harmonisering en verbetering van de expliciete veilingregels in de CWE-regio was één van de prioritaire thema’s van het actieplan dat de CWE-regulatoren op 12 februari 2007 publiceerden: “Volgens het regionaal coördinatiecomité vormen een harmonisering en verbetering, in de hele CWE regio, van de regels inzake de veiling van grensoverschrijdende transmissiecapaciteit een belangrijke stap naar de regionale marktintegratie. De marktspelers onderstreepten het belang van de vastheid van de capaciteit, om in staat te zijn de transmissieprijs te bepalen in het kader van een grensoverschrijdende mededinging. Ze vroegen tevens een duidelijke en gemeenschappelijke definitie van overmacht. Een doeltreffende en praktische manier om tot geharmoniseerde veilingregels te komen zou erin kunnen bestaan van één enkel veilingplatform voor de regio op te richten.” 31. In december 2007 kondigden de TNB’s van de CWE-regio aan dat ze het eens geworden waren over de oprichting van een gemeenschappelijke vennootschap voor grensoverschrijdende diensten, de CASC-CWE (Capacity Allocation Service Company for Central Western Europe), hierna CASC genoemd. De CASC zou dienst doen als dienstenonderneming die voor rekening van de betrokken TNB’s de uitvoering en levering van diensten in verband met het in veiling brengen van grensoverschrijdende capaciteit binnen de CWE-regio en later de CSE-regio en Zwitserland zou centraliseren. 32. Eind juli 2009 legde Elia aan de CREG de veilingregels voor de CWE-regio ter goedkeuring voor. Op 3 september 2009 nam de CREG de beslissing (B)090903-CDC-896 waarin ze de veilingregels goedkeurde, met uitzondering van artikel 3.04 (
  6. a)en artikel 4.01 (b). In haar beslissing vermelde ze tevens dat een passage van artikel 4.01 (c), die betrekking had op de koppelverbindingen met Duitsland, door de betreffende regulatoren bekritiseerd werd. Op 8 september 2009 diende Elia een nieuwe versie in van de veilingregels, waarin een bepaald aantal artikelen aangepast werden. Op 17 september 2009 nam de CREG de beslissing (B)090917-CDC-899, waarin de licht gewijzigde versie van de veilingregels goedgekeurd werd, met uitzondering van artikel 3.04 (
  7. a)en artikel 4.01 (b). Op 17 september 2009, ten slotte, voegde de CREG nog een erratum aan deze beslissing toe. 15/35 33. Op 7 oktober 2010 nam de CREG de beslissing (B)101007-CDC-993 over de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia System Operator tot wijziging van de methodes voor congestiebeheer en de methodes voor de toekenning aan de toegangsverantwoordelijken van de capaciteit die beschikbaar is voor energie-uitwisselingen met het Franse en het Nederlandse net, zoals vastgelegd in het kader van het Centraal West-Europees regionaal initiatief. 34. Op 9 november 2010 werd de CWE-marktkoppeling ingehuldigd. 35. Op 10 november 2011 nam de CREG de beslissing (B)111110-CDC-1124 over de “aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia System Operator tot wijziging van de methodes voor toekenning aan de toegangsverantwoordelijken van de jaarlijkse en maandelijkse capaciteit die beschikbaar is voor energie-uitwisselingen met het Franse en het Nederlandse net, zoals vastgelegd in het kader van de regionale initiatieven CWE en CSE, evenals met Zwitserland” (hierna: beslissing 1124). 36. De CREG heeft op 7 november 2013 de beslissing (B)131010-CDC-1280 over de vraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia System Operator tot wijziging van de methodes voor toewijzing aan de toegangsverantwoordelijken van de jaarlijkse en maandelijkse capaciteit die beschikbaar is voor energie-uitwisselingen met het Franse en het Nederlandse net, zoals vastgelegd in het kader van de regionale initiatieven CWE en CSE, tussen Frankrijk en Spanje, evenals met Zwitserland, aangenomen. 37. Sinds 2014 waren de regulatoren op Europees niveau in continu overleg voor de nieuwe EU HAR. Dit gebeurde onder impuls van ACER en de Spaanse regulator. 38. ENTSO-E heeft van 2 tot 30 maart 2015 een openbare raadpleging georganiseerd over de EU HAR, inclusief diens bijlagen. ENTSO-E had in de loop van 2014 en 2015 contact met ACER en de betrokken nationale regulatoren. ENTSO-E heeft de opmerkingen van de markt en de regulatoren in aanmerking genomen voor de eindversie van de EU HAR, die het onderwerp vormen van deze beslissing. 39. CASC.EU heeft van 8 mei tot 8 juni 2015 een openbare raadpleging georganiseerd over de SAR. ENTSO-E heeft de opmerkingen van de markt en de regulatoren in aanmerking genomen voor de eindversie van de SAR, die het onderwerp vormen van deze beslissing. 16/35 40. De regulatoren en de netbeheerders (TNB) van de CWE regio hebben tussen maart en juli 2015 de veilingregels voor de CWE regio in detail besproken, meer specifiek met betrekking tot de vastheid en de impact van de marktkoppeling gebaseerd op de stromen. 41. Op 15 juni 2015 vergaderden de CREG en Elia over de veilingregels met specifieke aandacht voor de vastheid van de langetermijntransmissierechten en de Financiële Transmissierechten (Financial Transmission Rights of FTR). 42. Elia heeft op 15 juli 2015 het voorstel, dat de EU HAR en SAR omvat, ter goedkeuring ingediend. Elia heeft op 29 juli 2015 aanvullingen gedaan op dit voorstel. 43. De CREG nam op 27 augustus haar ontwerpbeslissing (B)150827-CDC-1446 over “het voorstel van de NV Elia System Operator van de methode voor de toewijzing van de beschikbare jaar- en maandcapaciteiten voor energie-uitwisselingen met andere biedzones aan de toegangsverantwoordelijken alsook de toewijzingsregels van dagcapaciteit middels schaduwveilingen. Van 28 augustus tot 18 september 2015 vond een openbare raadpleging plaats over deze ontwerpbeslissing. Febeg en EFET hebben op deze openbare raadpleging gereageerd. 44. De regulatoren van de CWE regio zijn tijdens de maand september in continu overleg gebleven voor het afhandelen van de respectievelijke beslissingen met het oog op de elementen in het voorstel die specifiek voor de CWE regio gelden. 45. Elia heeft op 1 oktober 2015 het finaal voorstel, dat de EU HAR en SAR omvat naar de CREG opgestuurd. Deze omvat de Engelstalige en Franstalige versies van de EU HAR, met de voor de CWE regio relevante bijlagen evenals de SAR. Deze dient als antwoord op de materiële fouten in de EU HAR die de CREG in haar ontwerpbeslissing had opgesomd. 17/35 III. Analyse van het wijzigingsvoorstel van de bestaande veilingregels 46. Het voorstel van Elia bevat een volledig nieuwe versie van de veilingregels voor de toekenning van de beschikbare jaar- en maandcapaciteiten die is voor energie-uitwisselingen met andere biedzones aan de toegangsverantwoordelijken (EU HAR) evenals van de toewijzingsregels van capaciteit middels schaduwveilingen (SAR). Het gaat thans om geharmoniseerde veilingregels op Europees niveau, in een gecoördineerd proces tussen 21 landen. De veilingregels voor de (jaarlijkse en maandelijkse) capaciteit op lange termijn en de toewijzingsregels van capaciteit middels schaduwveilingen zullen voortaan in twee afzonderlijke documenten worden behandeld. 47. In wezen veranderen de inhoud en de werking van de veilingregels en de toewijzingsregels van capaciteit middels schaduwveilingen echter niet. Deze beslissing van de CREG heeft om die reden uitsluitend betrekking op de belangrijkste voorgestelde wijzigingen in vergelijking tot de bestaande veilingregels (Rules for Capacity Allocation by Explicit Auctions, Version 2.0, within Central West Europe Region (CWE), Central South Europe Region (CSE), France – Spain and Switzerland). 48. De CREG wil graag verduidelijken dat de veilingen die het onderwerp uitmaken van het voorstel van Elia betrekking hebben op de jaarlijkse en maandelijkse tijdshorizonten wat betreft de EU HAR en op het dag-tijdsbestek (voor specifieke gevallen) voor de SAR. 49. De CREG wenst tevens op te merken dat haar beslissing betrekking heeft op de elementen van het voorstel van Elia die onderworpen zijn aan het wettelijk kader van hoofdstuk I. 50. De CREG wil daarnaast verduidelijken dat indien, ondanks het raadplegen van de markt in maart 2015 en ondanks het overleg dat tussen de betrokken netbeheerders en regulatoren heeft plaatsgevonden, de huidige beslissing niet verenigbaar blijkt met de beslissingen genomen of de reglementeringen goedgekeurd door de andere betrokken regulatoren, de CREG zich het recht voorbehoudt volledig of gedeeltelijk terug te komen op haar beslissing nadat zij van Elia een nieuw voorstel heeft gekregen. 18/35 51. De wijzigingen binnen de EU HAR vergeleken met de bestaande veilingregels bevinden zich hoofdzakelijk op het gebied van de vermindering (curtailment) van langetermijnrechten. Vijf veranderingen kunnen derhalve worden waargenomen: de afschaffing van de cap op de vergoedingen naar aanleiding van een vermindering, door de TNB uitgevoerd, na de langetermijnvastheidslimiet2 omwille van veiligheidsreden van het systeem; hogere caps op de vergoedingen vóór de langetermijnvastheidslimiet; een verlate langetermijnvastheidslimiet op D1, 8u30; de voorwaarden bij verminderingen naar aanleiding van een noodsituatie; de harmonisering van de langetermijnvastheidslimiet en van de deadline voor langetermijnnominaties. Deze wijzigingen worden op vereenvoudigde wijze weergegeven in de onderstaande figuur. De transmissierechten op lange termijn kunnen worden verminderd in geval van overmacht, noodsituaties of om de veiligheid van het systeem te waarborgen, overeenkomstig de geldende wetgeving. Lange Termijn Veiling Real Time Sturen Rechten Document Deadline LT nominaties Deadline dagmarkt D-2, 13:00 CET Compensatie voor vermindering t.g.v. veiligheid van het systeem Compensatie voor vermindering t.g.v. noodsituaties Compensatie voor vermindering t.g.v. overmacht Cap systeem veiligheid compensatie Noodsituatie compensatie Cap overmacht compensatie Intraday handel D-1, 12:00 CET Positieve spread op de dagmarkt op de betrokken grens niet toepasbaar Positieve spread op de dagmarkt op de betrokken grens Marginale prijs van de oorspronkelijke veiling langetermijn congestie-inkomsten voor de maand (van maand en jaar veilingen) op de betrokken grens voor beide richtingen geen cap langetermijn congestie-inkomsten voor de maand (van maand en jaar veilingen) op de betrokken grens voor beide richtingen niet toepasbaar geen cap geen cap Langetermijnvastheidslimiet (D-1, 8u30 CET) (= LT nominatie deadline voor CWE grenzen die PTR rechten met UIOSI toewijzen) Dag-1 vastheidslimiet (D-1, 11:30 CET) Figuur 1: Wijzigingen binnen de EU HAR vergeleken met de bestaande veilingregels op het gebied van de vermindering (curtailment) van langetermijnrechten 52. De andere elementen die zijn opgenomen in deze beslissing hebben betrekking op: de vermindering van de transmissierechten op lange termijn na de D-1 vastheidslimiet; de invoering 2 Met de langetermijnvastheidslimiet wordt bedoeld : de deadline voor de vastheid van de langetermijnrechten. 19/35 van financiële langetermijnrechten (Financial Transmission Rights of FTR) op de grenzen van België–Frankrijk en België–Nederland; de kredietrating op lange termijn voor de bank die een bankgarantie uitgeeft; de toewijzingsregels van capaciteit door middel van schaduwveilingen; de materiële fouten in het voorstel van Elia. 53. De CREG doet eveneens aanbevelingen in de laatste sectie van dit hoofdstuk. III.1 Afschaffing van de cap op de vergoedingen naar aanleiding van een vermindering na de langetermijnvastheidslimiet omwille van veiligheid van het systeem 54. In het voorstel van Elia bepaalt Bijlage 2 van de EU HAR, die van toepassing is voor de regio CWE, uitdrukkelijk dat de vergoedingen naar aanleiding van een vermindering na de langetermijnvastheidslimiet (curtailment after long term firmness deadline) om redenen van veiligheid van het systeem niet door een cap beperkt worden, in tegenstelling tot de bestaande veilingregels. Dit resulteert in een hogere vastheid van de langetermijnrechten in situaties van vermindering om redenen van veiligheid van het systeem na de langetermijnvastheidslimiet. 55. De CREG is van mening dat het voorstel tot afschaffing van de cap op de vergoedingen naar aanleiding van een vermindering na de langetermijnvastheidslimiet om redenen van veiligheid van het systeem kan worden goedgekeurd. III.2 Hogere caps op de vergoedingen vóór de periode van langdurige vastheid 56. De maandelijkse caps van toepassing op de verminderingen van capaciteit van een marktgrenszone vóór de langetermijnvastheidslimiet bestaan uit opbrengsten uit veilingen van de capaciteit op lange termijn (de maandelijkse capaciteit en 1/12 van de opbrengsten van de jaarlijkse capaciteit) in beide richtingen. Dit resulteert in hogere caps ten aanzien van de bestaande veilingregels, waarin de cap alleen opbrengsten omvat uit veilingen van de capaciteit op lange termijn in de richting van de vermindering. 57. De CREG is van mening dat het voorstel tot verhoging van de cap op de vergoedingen vóór de langetermijnvastheidslimiet kan worden goedgekeurd. 20/35 III.3 Langetermijnvastheidslimiet op D-1, 8u30 58. In het voorstel van Elia wordt de langetermijnvastheidslimiet verlaat naar Dag-1 (D-1) om 8u30. In de bestaande veilingregels wordt deze langetermijnvastheidslimiet gesteld op D-2, 14u00 (behalve op zondag en maandag waar het respectievelijk D-3, 14u00 en D-4, 14u00 is). Door de langetermijnvastheidslimiet dichter bij real time te stellen, is er pas later in het proces een vastheid zonder cap . Dit kan worden geïnterpreteerd als een vermindering van de vastheid over de tijd. Niettemin bestaan er meerdere redenen om het stellen van de langetermijnvastheidslimiet op D-1, 8u30 te rechtvaardigen. 59. Ten eerste is deze langetermijnvastheidslimiet in lijn met het proces van marktkoppeling gebaseerd op de stromen (flow-based market coupling). In de huidige context van koppeling van de dagmarkt gebaseerd op de stromen zijn de eerste berekeningsresultaten van de dagelijkse interconnectiecapaciteit beschikbaar op D-1, 4u10. Door de langetermijnvastheidslimiet na de eerste berekeningsresultaten van de capaciteit gebaseerd op de stromen te stellen, zal de informatie over de dagelijkse capaciteit in aanmerking genomen worden om de te verlagen hoeveelheid energie in een situatie van capaciteitsvermindering te bepalen. Dit is niet mogelijk door de langetermijnvastheidslimiet te zetten vóór D-1, 4u10: door de langetermijnvastheidslimiet op de huidige J-2, 13u00 te houden, zou de vermindering van langetermijnrechten worden losgekoppeld van de voorspellingen van de dagelijkse capaciteit. 60. Ten tweede is een langetermijnvastheidslimiet in lijn met het Reglement (EU) 2015/1222. Het artikel 14.3 ervan bepaalt: Voor het tijdsbestek van de day-aheadmarkt wordt de capaciteitsberekening gebaseerd op de laatste beschikbare informatie. De informatie-update voor het tijdsbestek van de day-aheadmarkt gaat niet van start vóór 15.00 uur markttijd, twee dagen voor de dag van levering. 61. Ten derde komt in het voorstel van Elia de langetermijnvastheidslimiet overeen met de deadline voor langetermijnnominaties (long term nomination deadline). Dit is in lijn met de huidige versie van de toekomstige richtlijn over de toewijzing van capaciteit op lange termijn (Forward Capacity Allocation Guideline). 62. Andere in aanmerking genomen elementen zijn het feit dat de totale cap voor verminderingen vóór de langetermijnvastheidslimiet hoger is dan in de bestaande veilingregels (zie sectie III.2) en de afwezigheid van opmerkingen over de wijziging van de 21/35 langetermijnvastheidslimiet bij de openbare raadpleging die in maart 2015 plaatsvond (zie paragraaf 37). 63. De CREG is van mening dat het voorstel om de langetermijnvastheidslimiet te zetten op D-1, 8u30, om de bovengenoemde redenen kan worden goedgekeurd. III.4 Verminderingen naar aanleiding van een noodsituatie 64. In het voorstel van Elia zijn er drie redenen om de transmissierechten op lange termijn te verminderen: in geval van overmacht, noodsituaties of om de veiligheid van het systeem te waarborgen. Het geval van capaciteitsvermindering naar aanleiding van een noodsituatie wordt aan de bestaande veilingregels toegevoegd. Dit sluit aan met de gebruikte terminologie in de Reglementen 714/2009 (artikel 16.2) en 2015/1222 (artikel 72). 65. Noodsituaties of situaties die de veiligheid van het systeem waarborgen, hebben hetzelfde niveau van vastheid: de vergoeding in geval van vermindering van langetermijnrechten wordt berekend op basis van het prijsverschil van de dagmarkt op de betreffende grens. Een cap is van toepassing op deze vergoeding wanneer zij vóór de langetermijnvastheidslimiet plaatsvindt (zie sectie III.2). Na de langetermijnvastheidslimiet is er in de door Elia voorgestelde veilingregels geen situatie voorzien voor het waarborgen van de veiligheid van het systeem. Na de langetermijnvastheidslimiet kunnen er zich derhalve alleen gevallen van overmacht of noodsituaties voordoen. De vermindering naar aanleiding van een noodsituatie na de langetermijnvastheidslimiet wordt terugbetaald tegen het prijsverschil, zonder cap. De vergoedingen voor het geval van overmacht blijven onveranderd ten opzichte van de bestaande veilingregels: de transmissierechten op lange termijn worden volgens de prijzen van deze tijdens het toewijzingsproces bepaalde rechten terugbetaald. 66. De CREG is van mening dat het voorstel van vermindering naar aanleiding van een noodsituatie kan worden goedgekeurd. 22/35 III.5 Harmonisering van de langetermijnvastheidslimiet en van de deadline voor langetermijnnominaties 67. Het voorstel van Elia voorziet dat de langetermijnvastheidslimiet voor alle soorten producten in de CWE regio wordt gezet op D-1, 8u30 (zie eveneens sectie III.3) en dat dit overeenkomt met de deadline voor langetermijnnominaties (nomination deadline). 68. Dit betekent dat alle fysieke (Physical Transmission Rights of PTR) en financiële (Financial Transmission Rights of FTR) langetermijnrechten zijn onderworpen aan dezelfde principes van vastheid met dezelfde deadline voor vastheid. Dit vormt een eerste stap richting een harmonisering van de deadlines voor nominaties op Europees niveau. 69. De CREG is van mening dat het voorstel tot harmonisering van de langetermijnvastheidslimiet en van de deadline voor langetermijnnominaties kan worden goedgekeurd. III.6 Vermindering van de transmissierechten op lange termijn na de D-1 vastheidslimiet 70. In het voorstel van Elia bepaalt Artikel 56.3 : De transmissierechten op lange termijn kunnen niet worden verminderd na de D-1 vastheidslimiet, behalve in geval van overmacht of noodsituaties. Dit is in overeenstemming met het Reglement 2015/1222. 71. De CREG is van mening dat het voorstel tot vermindering van de transmissierechten op lange termijn na de D-1 vastheidslimiet kan worden goedgekeurd. III.7 De invoering van FTR op de grenzen België–Frankrijk en België–Nederland 72. Het voorstel van Elia voorziet voor de grenzen België–Frankrijk en België-Nederland het gebruik van financiële transmissierechten-opties (FTR Options) in plaats van fysieke transmissierechten (PTR) met een "Use-It-Or-Sell-It" (UIOSI). 73. Het voorstel van Elia is in lijn met de beslissing van de CREG (B)150423-CDC-1410 van 23 april 2015 over de "aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia System 23/35 Operator betreffende de implementatie van de koppeling van de dagmarkten gebaseerd op de stromen in de regio CWE (Centraal-West Europa)". De CREG schreef daarin: “De implementatie van FTRs, reeds jaren geleden gevraagd door de CWE regulatoren, wordt beschouwd als de duurzame oplossing. De implementatie zou minstens op de grenzen België-Nederland en België-Frankrijk moeten gebeuren, voor het verzachten van de gevolgen van het verschil tussen de vorm van het FB domein en het domein van de langetermijnrechten die op de ATC methode gebaseerd zijn. De CWE regulatoren verwachten dat deze FTRs voor de leveringstermijn 2016 op de grenzen België-Nederland en België-Frankrijk worden geïmplementeerd […]”. 74. De vervanging van PTR met een “Use-It-Or-Sell-It” mechanisme door FTR met dezelfde voorwaarden voor vastheid biedt dezelfde lange termijn hedging mogelijkheden aan de marktactoren. Het laat de netwerkbeheerders toe om af te zien van een tussenstap die de haalbaarheid moet nagaan van langetermijnnominaties die kon leiden tot “valse” situaties waarbij het netwerk reeds verzadigd was voor de toewijzingsprocedure (pre-congested cases). Deze situaties kunnen leiden tot procedures van gecoördineerde verlaging van de toegewezen capaciteit (red flag) die achteraf overbodig kunnen blijken. Met het gebruik van FTR, verwerft de marktactor die beschikt over maandelijkse of jaarlijkse rechten de totaliteit van zijn noden voor grensoverschrijdende handel via de marktkoppeling in D-1 en zal hij automatisch gecompenseerd worden voor de congestiekosten (het prijsverschil tussen beurzen) voor de volumes van de langertermijnrechten waarover hij beschikt. De nominaties die worden uitgevoerd in het kader van de langertermijnrechten verdwijnen en met hen de voorrang op de toewijzing op de dagmarkt. 75. De CREG verwacht dat een positief effect van een dergelijke overgang is dat alle transmissierechten worden gebruikt op de dag-vooruitmarkt waardoor bij de prijsbepaling door het dagmarkt algoritme rekening wordt gehouden met de volledige vraag en het volledige aanbod van de beurzen aan beide zijden van de grens. De CREG verwacht dat dit een positieve invloed heeft op de mate waarin (
  8. i)een efficiënte marktuitkomst tot stand komt en (
  9. ii)een optimale inzet van productiecapaciteit door het algoritme wordt vastgesteld. Dit geldt des te meer in combinatie met de in CWE van kracht zijnde Flow-Based marktkoppeling. Dit zou de kans moeten verminderen dat extreme situaties, met bijvoorbeeld tekorten in een bepaalde biedzone, zich voordoen. De CREG zal dit van nabij blijven opvolgen. 76. De CREG begrijpt dat door het invoeren van FTR op de Belgische grenzen er geen stap terug wordt gezet in termen van vastheid en dat de hedging mogelijkheden voor PTR en 24/35 FTR dezelfde zijn. Deze hedging voor houders van FTR moet derhalve ook blijven gelden voor situaties waarbij strategische reserves worden geactiveerd in de Belgische markt en waarbij onbalanstarieven van 4500 €/MWh worden gehanteerd. 77. De CREG begrijpt eveneens dat de invoering van FTR op de Belgische grenzen geen negatieve impact zal hebben op de importmogelijkheden van België, in het bijzonder in gevallen van stroomschaarste of stroomtekort en bij het in werking treden van de aanpassingen aan het marktkoppelingsalgoritme in de CWE regio in geval van schaarste3. Indien dit niet het geval zou zijn, vraagt de CREG aan Elia om de nodige stappen te nemen zodat de aanpassingen aan het algoritme dit effect in rekening brengen. 78. De CREG verwacht eveneens dat de impact van de invoering van FTR op de marktwerking en de prijsvorming geen disproportionele invloed mag ondervinden van mogelijke concurrentie tussen de stroomparameters (Flow Factor Competition)4. 79. De CREG wenst op te merken dat, als gevolg van de harmonisering van de langetermijnvastheidslimiet en de deadline voor langetermijnnominaties, er geen discriminatie bestaat tussen de FTR en PTR (zie sectie III.5). 80. De CREG wenst eveneens op te merken dat de invoering van FTR de monopoliepositie van de beurzen versterkt. De mogelijkheid tot expliciete nominatie van langetermijncapaciteit verdwijnt immers, waardoor alle nominaties impliciet via de marktkoppeling, en dus via de beurzen verloopt; het fysisch importeren van energie uit het buitenland zal dus enkel via de beurzen kunnen verlopen. Wat betreft de versterking van de monopoliepositie van de beurzen en de eventuele sterkere regulering die dit vraagt, verwijst de CREG naar haar studie (F)140130-CDC-1289 over “het beheer van energiebeurzen: mededinging of regulering ?”. 81. De CREG is van mening dat het voorstel tot invoering van FTR op de grenzen België – Frankrijk en België – Nederland kan worden goedgekeurd. Zie sectie VI.1 in eindbeslissing (B)150423-CDC-1410 over “de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia System Operator betreffende de implementatie van de koppeling van de dagmarkten gebaseerd op de stromen in de regio CWE (Centraal-West Europa)” 3 4 Zie secties III.3 en VI.5 in eindbeslissing (B)150423-CDC-1410 over “de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia System Operator betreffende de implementatie van de koppeling van de dagmarkten gebaseerd op de stromen in de regio CWE (Centraal-West Europa)” 25/35 III.8 Kredietrating op lange termijn voor de bank die een bankgarantie uitgeeft 82. De EU HAR voorzien in het voorstel van Elia dat de financiële zekerheden in de vorm van een bankgarantie kunnen worden geboden. De bank (of de financiële groep waarvan zij deel uitmaakt) die de bankgarantie uitgeeft, moet overeenkomstig artikel 21 van de EU HAR een kredietrating op lange termijn hebben van BBB+ van Standard and Poor's Corporation, BBB+ van Fitch of Baa1 van Moody's Investors Service Inc. 83. Volgens de CREG is deze ratingaanvraag redelijk. 84. De CREG is van mening dat het voorstel van kredietrating op lange termijn voor de financiële groep die een bankgarantie uitgeeft, kan worden goedgekeurd. III.9 Toewijzingsregels schaduwveilingen van capaciteit middels 85. De toewijzingsregels van capaciteit middels schaduwveilingen (Shadow Auctions of SAR) zullen op de grenzen België – Nederland, België – Frankrijk en België – Luxemburg worden toegepast. De SAR worden gebruikt om expliciete veilingen te regelen die georganiseerd worden in geval van falen van de impliciete marktkoppeling. Wat betreft de huidige situatie, zoals beschreven in de huidige veilingregels, verandert er wezenlijk niets, afgezien van de invoering van de nieuwe grens België – Luxemburg en het feit dat de toewijzingsregels van capaciteit middels schaduwveilingen, zoals voorgesteld door Elia, een afzonderlijk document vormen. 86. De toewijzingsregels van capaciteit middels schaduwveilingen vormen in het voorstel van Elia een afzonderlijk document, in tegenstelling tot de huidige situatie waarin zij zijn opgenomen in de veilingregels. 87. De grens België – Luxemburg is opgenomen in de toewijzingsregels van capaciteit middels schaduwveilingen. Er wordt immers overwogen om deze grens te integreren in de impliciete marktkoppeling gebaseerd op de stromen, van toepassing in de CWE regio. Teneinde over een noodprocedure te beschikken, zoals voor de andere CWE-grenzen, is de grens België – Luxemburg opgenomen in de toewijzingsregels van capaciteit middels schaduwveilingen. Het is in eerste instantie niet voorzien om langetermijnveilingen te hebben op deze grens. 26/35 88. Het voorstel van de toewijzingsregels van capaciteit middels schaduwveilingen voldoet aan de financiële en contractuele aspecten overeenkomstig de EU HAR. Het niet voorzien van financiële zekerheden, zoals in de huidige veilingregels, wordt gehandhaafd. De kans om toewijzingen van capaciteit middels schaduwveilingen te hebben, is echter klein en zij vormt een kostenfactor voor de marktspelers. 89. De CREG merkt op dat er in de openbare raadpleging van maart 2015 geen negatieve opmerkingen waren over de goede werking van de toewijzingsregels van de capaciteit middels schaduwveilingen. 90. De CREG is van mening dat het voorstel van toewijzingsregels van capaciteit middels schaduwveilingen kan worden goedgekeurd. III.10 Aanbevelingen inzake de toekomstige ontwikkelingen van de geharmoniseerde veilingregels 91. De CREG verzoekt Elia om, in samenwerking met de transmissienetbeheerders van de andere Europese landen, de inspanningen ter verbetering en ter harmonisering van de mechanismen voor congestiebeheer voort te zetten, met het oog op: - de verbetering van de mechanismen voor de toewijzing van capaciteit in het raam van een eerstvolgende herziening van de regels, door met name de mogelijkheid na te gaan om meerjarenproducten in te voeren; - het in lijn brengen van de toewijzingsregels van capaciteit op lange termijn door middel van expliciete veilingen met de toekomstige richtlijn over de toewijzing van capaciteit op lange termijn (Forward Capacity Allocation Guideline); - de biedzones (bidding zones) op de meest adequate manier definiëren zodat de efficiëntie van de mechanismes voor het congestiebeheer kan stijgen, zodat de loop flows beter beheerd kunnen worden en zodat niet-gerechtvaardigde discriminaties tussen marktactoren vermeden kunnen worden. 92. De CREG wenst eveneens de aandacht te vestigen op artikel 45, paragraaf 5, van de EU HAR, die een uitzondering voorziet op het UIOSI-principe wanneer de houder van transmissierechten op lange termijn zijn fysieke transmissierechten reserveert voor 27/35 balanceringsdiensten. De veilingregels voorzien in dit geval een uitsluiting van de toepassing van het UIOSI-principe en derhalve een mogelijke terugtrekking van capaciteit uit de dagmarkt. Dit kan volgens de CREG leiden tot een capaciteitsreservering. De CREG meent dat de toepassing van deze uitzondering mogelijk niet in overeenstemming is met de Europese wetgeving in termen van congestiebeheer en in termen van de balanceringsregels: - Artikel 16.1 van het Reglement 714/2009 en artikel 1.5 inzake Richtsnoeren van het Reglement 714/2009 voorzien dat de congestieproblemen van het net moeten worden aangepakt door middel van op de markt gebaseerde oplossingen die doeltreffende economische signalen geven aan de marktspelers en die niet discrimineren. Door de capaciteit te reserveren voor balancing, concurreert deze capaciteit echter niet met de andere transmissierechten op lange termijn die niet zijn vrijgesteld van de toepassing van UIOSI. Bovendien kan de reservering van de capaciteit voor balancing echter, door de impact van de uitzondering op de UIOSI op de aan de dagmarkt toegekende capaciteit, het resultaat van de koppeling van de dagmarkt gebaseerd op de stromen beïnvloeden. Zij kan de welvaart verlagen en het congestierisico van de dagmarkt voor heel de regio CWE verhogen. - Artikel 2.5 inzake Richtsnoeren van het Reglement 714/2009 verplicht langetermijntransmissierechten onderworpen te zijn aan de Use-It-Or-Lose-It of Use-It-OrSell-It principes op het moment van nominatie. Dit betekent dat de toepassing van artikel 45, paragraaf 5 van de voorgestelde EU HAR enkel kan gaan om een verplicht gebruik (“Use It”) van het langetermijnrecht voor balancing, dat ten laatste op het moment van langetermijnnominatie wordt vastgelegd. - De richtlijnen over het evenwicht van elektriciteit (framework guidelines on electricity balancing) schrijven met betrekking tot de capaciteitsreservering voor het evenwicht het volgende voor (vrije vertaling): “De netcode balancing van elektriciteit moet de TNB verbieden om grensoverschrijdende capaciteit te reserveren met het oog op balancing, behoudens de gevallen waarin de TNB kunnen aantonen dat deze reservering leidt tot een verhoging van de algemene welvaart en een degelijke evaluatie van de kosten en voordelen verstrekken. De modaliteiten van de evaluatie van de reservering van grensoverschrijdende capaciteit moeten in de netcode balancing van elektriciteit worden bepaald, door onrechtmatige discriminatie te vermijden tussen de TNB en de marktdeelnemers die de grensoverschrijdende capaciteit gebruiken, in het bijzonder ten aanzien van de vastheid”. 28/35 De CREG vraagt Elia om te controleren of de toepassing van een dergelijke uitzondering op een grens nog steeds in overeenstemming is met de geldende wetgeving en, indien nodig, de EU HAR aan te passen om in overeenstemming te zijn met de huidige en toekomstige reglementen en andere Europese wetgevingen evenals de Belgische wetgeving (zoals de toekomstige balancing Verordening). 29/35 IV. Antwoorden op de commentaar van de openbare raadpleging van de CREG 93. Op de openbare raadpleging van de CREG, die liep van 28 augustus tot 18 september 2015 hebben EFET en Febeg gereageerd. In wat volgt wordt ingegaan op de antwoorden van beide marktactoren. Beide antwoorden zijn als bijlage aan deze beslissing gevoegd. IV.1 Antwoord van EFET 94. EFET haalt in haar antwoord de waarde van langetermijnrechten aan: het fungeert als hedging-instrument voor de markt en geeft op voorhand indicaties van de richting waarin mogelijke congesties kunnen optreden. EFET schrijft echter dat de voorgestelde EU HAR slechts gelimiteerde progressie vertonen ten opzichte van de huidige veilingregels. EFET schrijft dat het een hogere graad van harmonisatie en geboden vastheid had verwacht. De bedenkingen die EFET uit hebben vooral betrekking op de invoering van FTR. EFET vraagt om terug te komen op de beslissing om FTR toe te laten op de Belgische grenzen. 95. Een eerste bedenking over de FTR is dat marktactoren verplicht worden via de elektriciteitsbeurs te handelen. Dit zorgt, onder andere, voor hogere transactiekosten en een aanpassing van de posities die marktactoren aan twee kanten van een grens innemen. 96. Een tweede bedenking over FTR, die verband houdt met de FTR als hedging instrument, is dat, in geval van gedeeltelijke clearing op de dagmarkt, de marktactor een andere finale positie zal hebben met FTR dan met genomineerde PTR. Dit mag volgens EFET niet leiden tot een verminderde marktwerking of tot extra risico’s via onbalanstarieven. 97. EFET geeft ook bedenkingen over het gebruik van “caps” op de vergoeding bij verminderingen (curtailment). EFET argumenteert dat verminderingen naar aanleiding van een noodsituatie een cap zouden moeten voorzien die de congestie-inkomsten van de TNB over een heel jaar in rekening brengt. EFET wenst bovendien geen cap te hebben in geval van verminderingen omwille van veiligheid van het systeem. Het gaat ervan uit gaat dat de TNB te allen tijde de veiligheid van het systeem moet garanderen en dat de “veiligheid van het systeem” een te vaag concept is. 30/35 IV.2 Antwoord van Febeg 98. FEBEG staat in haar antwoord positief tegenover de verdere harmonisatie van langetermijntransmissierechten, ook al uit het haar bezorgdheid over de geringe ambitie bij het toepassen van deze harmonisatie. Concreet uit Febeg haar bedenkingen over de langetermijntransmissierechten als hedging instrument. Hierin haalt ze verschillende argumenten aan, die in lijn liggen met deze van EFET. 99. Net zoals EFET, verwacht Febeg dat de invoering van FTR’s niet mag leiden tot een groter risico op hoge onbalansprijzen die er niet zouden zijn met PTR’s. 100. Net zoals EFET, stelt Febeg zich vragen bij het bestaan van prijscaps. Febeg kant zich tegen het gebruik van caps op vergoedingen voor verminderingen. Febeg vraagt voor volledig vaste FTR. 101. Febeg gaat wel akkoord met het principe van beperkte vergoeding voor situaties van overmacht en steunt ook de vraag van de CREG voor meerjarenproducten. Voor wat betreft de discussie over de samenstelling van biedzones vraagt Febeg dat de globale marktefficiëntie in acht wordt genomen. IV.3 Beoordeling van CREG op de antwoorden van de openbare raadpleging 102. De CREG wijst er op dat de voorgestelde EU HAR en SAR onderhevig zijn aan de huidige wettelijke context. De Forward Capacity Allocation (FCA) Guideline, die momenteel wordt uitgewerkt door de Europese instellingen zal in de toekomst de invulling van de EU HAR verder bepalen. Indien blijkt dat sommige van de nu voorgestelde elementen in de EU HAR niet in lijn zijn met de FCA Guideline, zal de CREG, samen met de andere Europese regulatoren er op waken dat deze in lijn worden gebracht met de nieuwe wettelijke bepalingen. 103. Wat betreft de harmonisatie op Europees niveau verwijst de CREG naar de verdere ontwikkeling van de EU HAR. Het huidige voorstel kan nog niet gezien worden als een eindstation. Dit houdt ook verband met mogelijke aanpassingen ten gevolge van de FCA Guideline. 31/35 104. Wat betreft de hedging-mogelijkheden van FTR, wenst de CREG eraan te herinneren dat het primaire doel van een fysiek transmissierecht is om het risico op prijsverschillen tussen aangrenzende dag-vooruitmarkten af te dekken. Voor wat betreft mogelijke verschillen in vastheid tussen FTR en PTR verwijst de CREG naar haar paragrafen 76, 77 en 78. De CREG begrijpt dat na de langetermijnnominatiedeadline er sprake is van volledige vastheid, behalve in gevallen van overmacht. De CREG begrijpt dat dit geldt voor zowel PTR als FTR. Dit wordt tevens bevestigd door Elia zelf, bijvoorbeeld tijdens de Elia-CREG vergadering van 15 juni 2015. Elia beschrijft hierin het wegvallen van de nominatieprocedure bij FTR als zijnde het enige verschil tussen FTR en PTR. Dit stemt tevens overeen met de beschrijving van FTR door ENTSO-E. De CREG wenst ook te verduidelijken dat, indien blijkt dat de invoering van FTR toch blijkt belangrijke en disproportionele negatieve effecten te veroorzaken of indien een verdere harmonisatie binnen de CWE regio of Europa zich niet optimaal ontplooit, het terug invoeren van PTR overwogen kan worden. Om deze en andere redenen zal de CREG het gebruik van FTR van nabij monitoren en staat het open voor terugkoppeling van de marktactoren. 105. Wat betreft het hanteren van caps, wenst de CREG te wijzen op het feit dat deze in de huidige regels ook gehanteerd worden en dat het onderhavige voorstel deze caps over het algemeen verhoogt (zie secties III.1 en III.2), waardoor de vastheid voor de marktactoren in geval van verminderingen moet verhogen. De CREG is zich bewust van het ACER standpunt in haar aanbevelingen voor de FCA Guideline. De wettelijk bindende bepalingen met betrekking van het gebruik van cap zal normaalgezien duidelijk worden met de inwerkingtreding van deze FCA Guideline. Desgevallend, zal de EU HAR op dat moment moeten in lijn gebracht worden met de wettelijke bepalingen. De CREG wijst er tevens op dat elke vermindering van toegewezen langetermijnrechten steeds onderhevig zal zijn aan monitoring door de betrokken regulatoren. Samen met de vergoedingen die de TNB dient te betalen, is dit een belangrijke prikkel tot het enkel toepassen van verminderingen bij absolute noodzaak. 106. Wat betreft mogelijke hogere transactiekosten door het verplicht handelen via de elektriciteitsbeurs, verwijst de CREG naar haar studie (F)140130-CDC-1289 over “het beheer van energiebeurzen: mededinging of regulering ?”. De CREG is van mening dat in bepaalde gevallen, beurskosten moeten kunnen herzien worden en dat de toegang tot de Market Coupling Operator functie (MCO function) voor kleine marktactoren moet vergemakkelijkt worden. De transactiekosten van beurzen valt echter buiten de competenties van de CREG. 32/35 107. De CREG wil er verder op wijzen dat de waarde van de langetermijntransmissierechten niet vastliggen en door de marktactoren zelf bepaald worden via de uitkomst van veilingen. 33/35 V. BESLISSING Met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 35° en artikel 23, § 2, tweede lid, 9° van de elektriciteitswet en de artikelen 180, §2, en 183, §2, van het technisch reglement beslist de CREG, om de voorgaande redenen, het voorstel van Elia betreffende de methode voor de toekenning van de jaarlijkse en maandelijkse capaciteit die beschikbaar is voor energieuitwisselingen met andere biedzones voor toegangsverantwoordelijken goed te keuren, met uitzondering van bijlage 1 van de geharmoniseerde Europese veilingregels (European Harmonised Auction Rules of EU HAR). Bijlage 1 van de EU HAR wordt goedgekeurd voor een periode van één jaar of, indien de noodzaak zich vroeger voordoet, totdat een nieuw voorstel volgens de bepalingen van de Forward Capacity Allocation Guideline dient voorgelegd te worden. De beslissing heeft betrekking op de jaarlijkse en maandelijkse veilingregels evenals op de toewijzingsregels van capaciteit door middel van schaduwveilingen. Voor wat betreft bijlage 1 van de EU HAR, zijnde de invoering van financiële transmissierechten (Financial Transmission Rights), verwacht de CREG dat Elia toeziet dat deze rechten eenzelfde mate van vastheid blijven behouden als de fysieke transmissierechten (Physical Transmission Rights), zoals beschreven in paragrafen 76 en 77. De CREG vraagt eveneens dat de impact van de invoering van FTR op de marktwerking en de prijsvorming geen disproportionele invloed mag ondervinden van mogelijke concurrentie tussen de stroomparameters (Flow Factor Competition), zoals beschreven in paragraaf 78. De CREG verwacht dat, indien blijkt dat de invoering van financiële transmissierechten toch blijkt belangrijke en disproportionele effecten te veroorzaken of indien een verdere harmonisatie binnen de CWE regio of Europa zich niet optimaal ontplooit, het terug invoeren van fysieke transmissierechten overwogen kan worden. Om deze redenen vraagt de CREG aan Elia om binnen één jaar of, indien de noodzaak zich vroeger voordoet, wanneer een nieuw voorstel volgens de bepalingen van de Forward Capacity Allocation Guideline dient voorgelegd te worden, een nieuw voorstel in te dienen voor bijlage 1 van de EU HAR. De CREG verzoekt Elia om, in samenwerking met de transmissienetbeheerders van de andere Europese landen, de inspanningen ter verbetering en ter harmonisering van de mechanismen voor congestiebeheer voort te zetten, met het oog op: 34/35 - de verbetering van de mechanismen voor de toewijzing van capaciteit in het raam van een eerstvolgende herziening van de regels, door met name de mogelijkheid na te gaan om meerjarenproducten in te voeren; - het in lijn brengen van de toewijzingsregels van capaciteit op lange termijn door middel van expliciete veilingen met de toekomstige richtlijn over de toewijzing van capaciteit op lange termijn (Forward Capacity Allocation Guideline); - de biedzones (bidding zones) op de meest adequate manier definiëren zodat de efficiëntie van de mechanismes voor het congestiebeheer kan stijgen, zodat de loop flows beter beheerd kunnen worden en zodat niet-gerechtvaardigde discriminaties tussen marktactoren vermeden kunnen worden. De CREG vraagt Elia eveneens, zoals beschreven in paragraaf 92, om te controleren of de toepassing op een grens van een uitzondering op het UIOSI-principe wanneer de houder van transmissierechten op lange termijn zijn fysieke transmissierechten reserveert voor balanceringsdiensten nog steeds in overeenstemming is met de geldende wetgeving en, indien nodig, de EU HAR aan te passen om in overeenstemming te zijn met de huidige en toekomstige reglementen en andere Europese wetgeving evenals de Belgische wetgeving (zoals de toekomstige balancing Verordening).  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Marie-Pierre FAUCONNIER Voorzitster van het Directiecomité 35/35

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.