Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING (B)151009-CDC-1465 over “het door Interconnector (UK) Limited ingediende voorstel van Toegangsovereenkomst met IUK, Toegangsreglement met IUK en Systeemgebruikersovereenkomst voor toegang tot de interconnector Zeebrugge - Bacton ” genomen met toepassing van artikel 41.6,
(2014)7337 final 5 Vrije vertaling uit het Frans van: “La loi gaz présente une lacune sur ce point et l’article 25 doit être adapté pour ne plus exclure Interconnector (UK) Limited de l'application du cadre régulatoire en matière d'accès au réseau et de tarifs. Les autorités belges ont informé la Commission européenne en date du 18 mars 2014 qu'elles examinaient avec la CREG le statut de l’IUK afin de voir dans quelle mesure une éventuelle modification de la Loi Gaz devait intervenir. Entretemps, des élections générales ont renouvelés les parlements fédéraux et régionaux ainsi que les Gouvernements. Le Gouvernement fédéral est entré en fonction le 11 octobre 2014. L’intention de modifier la loi gaz dans le sens indiqué ci-dessus demeure.” 12/51 maart 2014 ingelicht dat zij samen met de CREG het statuut van IUK onderzoeken om te zien hoe een eventuele wijziging van de Gaswet moet gebeuren. Inmiddels hebben algemene verkiezingen de federale en regionale parlementen en regeringen vernieuwd. De federale regering trad aan op 11 oktober 2014. Het voornemen om de Gaswet te wijzigen in de hierboven beschreven zin blijft.” 27. Volgens het voorrangsbeginsel staat het Europese recht boven het nationale recht van de lidstaten. Het beginsel geldt voor alle verbindende Europese rechtshandelingen. De lidstaten kunnen dan ook geen nationale voorschriften toepassen die strijdig zijn met het Europese recht. 28. IUK werd onder het model van eigendomsontvlechting door de CREG en Ofgem gecertificeerd en bijgevolg zijn alle verbindende Europese rechtshandelingen op IUK van toepassing. Artikel 15/14, §2, 2e lid, 6°, van de gaswet verleent aan de CREG uitdrukkelijk de bevoegdheid tot goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden voor toegang tot de vervoernetten en de toepassing ervan door de vervoerondernemingen te controleren. Elke hiermee strijdige bepaling van de nationale wetgeving, waaronder artikel 25, van de gaswet, dient bijgevolg van rechtswege buiten toepassing te worden verklaard. 29. Uit bovenstaande volgt dat de CREG artikel 25 van de gaswet buiten toepassing dient te laten. 30. In casu, is de CREG gevat door een mededeling door IUK van de IAA, het IAC en de SUA per brieven van 13 juli 2015, 14 en 21 augustus 2015. Met toepassing van artikel 15/14, §2, 2e lid, 6°, van de gaswet, zal de CREG haar goedkeuringsbevoegdheid van de gaswet uitoefenen ten aanzien van voormelde documenten. In dit kader kan de CREG – en moet ze zelfs – rekening houden met de regels uiteengezet in de Verordening 715/2009, de NCs BAL en CAM en de CMP richtsnoeren, welke voorrang genieten op het intern recht voor zover deze hiermee strijdig zouden zijn. Aangezien het hier om verordeningen gaat, zijn deze regels onmiddellijk van toepassing in het interne recht, zonder dat de Belgische wetgever ze moet (of zelfs kan) omzetten. 31. Impliciet erkent IUK de goedkeuringsbevoegdheid van de CREG vermits artikel 12.12 van bijlage A van de IAA uitdrukkelijk bepaalt dat wijzigingen aan de IAA en het IAC pas in werking treden na raadpleging en na goedkeuring door de CREG. Als wijzigingen goedgekeurd moeten worden, geldt dit evenzo voor de initiële versie van de IAA en het IAC. Dit geldt mutatis mutandis ook voor de SUA daar het ondertekenen van een SUA een noodzakelijke vereiste is om diensten bij IUK te kunnen reserveren. 13/51 32. De Verordening 715/2009, de NCs BAL en CAM en de CMP richtsnoeren vormen dus een aanvullende rechtsgrond op grond waarvan de CREG bevoegd is om een uitspraak te doen over de mededeling van de IAA, het IAC en de SUA. II.3 - Toetsingscriteria 33. In geval van een goedkeuringsbevoegdheid gaat de goedkeurende overheid na of de goed te keuren akte regelmatig is en conform is met het algemeen belang6. Een akte is niet strijdig met enige rechtsregel indien zij overeenstemt met de Europese en nationale wetgeving. Zodoende is de CREG via haar goedkeuringsbevoegdheid belast toe te zien dat de IAA, het IAC en de SUA in overeenstemming zijn met de wetgeving, in de eerste plaats met de (hogere) sectorspecifieke wetgeving, en ervoor te zorgen dat het recht van toegang tot het vervoersnet en de wettelijke regels die dit recht van toegang reguleren, worden aangevuld op een manier dat aan elke IAA-bevrachter zijn recht van toegang tot het vervoersnet effectief gegarandeerd wordt. 34. De CREG zal hierbij in het bijzonder nagaan of de IAA, het IAC en de SUA de toegang tot de interconnector niet belemmeren (en zodoende artikel 15/7 van de gaswet respecteren) en de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van de interconnector en de aangrenzende vervoersnetten niet in gevaar brengen (en zodoende naar analogie in overeenstemming zijn met de verplichtingen voorzien voor de beheerder in artikel 15/1, §1, 1° en 2°, van de gaswet volgens hetwelk de respectieve beheerders de vervoersinstallaties dienen te exploiteren, te onderhouden en te ontwikkelen op economisch aanvaardbare, veilige, betrouwbare en efficiënte wijze). 35. De vrije toegang tot het vervoersnet is essentieel voor de vrijmaking van de aardgasmarkt en derhalve van openbare orde. Het recht van toegang tot de vervoersnetten, is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de aardgasmarkt7. Opdat er concurrentie op de aardgasmarkt zou kunnen komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van aardgas zouden kunnen kiezen, is het essentieel dat de 6 Zie onder meer VAN MENSEL, A., CLOECKAERT, I., ONDERDONCK, W. en WYCKAERT, S., De administratieve rechtshandeling – Een Proeve, Mys &Breesch, Gent, 1997, p. 101; DEMBOUR, J., Les actes de la tutelle administrative en droit belge, Maison Ferdinand Larcier, Bruxelles, 1955, p. 98, nr. 58. 7 Zie ook considerans 7 van de Richtlijn 2009/73 waarin ook uitdrukkelijk gesteld werd dat het voor een goed werkende concurrentie is vereist dat de toegang tot het netwerk niet-discriminerend en transparant is en tegen redelijke prijzen kan geschieden en considerans 4 van de Richtlijn 2009/73 waarin gesteld wordt dat er nog steeds geen sprake is van een niet-discriminerende nettoegang. Tot slot, kan ook verwezen worden naar de considerans 11 van de Verordening 715/2009. 14/51 eindafnemers en hun leveranciers gegarandeerd toegang tot de vervoersnetten hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een niet-discriminatoire wijze. Het is immers via de vervoersnetten dat nagenoeg elke ingevoerde en verbruikte of opnieuw uitgevoerde aardgasmolecule passeert. Een leverancier kan maar het door hem verkochte aardgas effectief aan zijn klant leveren indien hij en zijn klant elk toegang hebben tot de vervoersnetten. Daarbij komt dat het beheer van de interconnector Zeebrugge-Bacton wordt verzekerd door IUK, gecertificeerd overeenkomstig de artikelen 9 en 10 van de Richtlijn 2009/73. Het recht van toegang tot de interconnector is dan ook een basisprincipe en principieel recht dat niet beperkend mag worden geïnterpreteerd opdat grensoverschrijdende uitwisseling van gas mogelijk wordt. Elke uitzondering op of beperking van dit recht moet uitdrukkelijk voorzien zijn en beperkend geïnterpreteerd worden. Zo bepaalt artikel 15/7 van de gaswet dat de beheerders de toegang tot het vervoersnet enkel geldig kunnen weigeren indien: 1° het net niet over de nodige capaciteit beschikt om het vervoer te verzekeren, 2° de toegang tot het net de goede uitvoering van een openbare dienstverplichting door de betrokken vervoeronderneming zou verhinderen en 3° de toegang tot het net voor de betrokken vervoersonderneming economische en financiële moeilijkheden meebrengt of zou meebrengen wegens “take-or-pay” verbintenissen die zij in het kader van een of meer gasaankoopcontracten heeft aanvaard overeenkomstig de in artikel 15/7, §3, van de gaswet vastgelegde procedure. Bovendien moet de weigering met redenen omkleed zijn. 36. De CREG meent dan ook dat niet kan worden toegelaten dat IUK op enige wijze het recht van toegang tot de interconnector zou bemoeilijken, beperken of belemmeren door het opleggen van onbillijke, onevenwichtige, onredelijke of disproportionele voorwaarden, wat eveneens strijdig zou zijn met het algemeen belang. II.4 - Raadpleging betrokken aardgasondernemingen 37. Bijlage 1, van de Verordening 715/2009, punt 2.1, 6, bepaalt dat de TSO’s de netgebruikers raadplegen over de procedures inzake de mechanismen voor capaciteitsallocatie en de procedures voor congestiebeheer bij TSOs’ en de toepassing van deze procedures bij contractuele congestie. 38. Zowel in de NC CAM als in de NC BAL zijn raadplegingsverplichtingen in hoofde van de TSO’s als in hoofde van de regulerende instanties voorzien. 39. Om het nieuwe vervoersmodel, van toepassing op de interconnector Zeebruge- Bacton, post 2018 af te toetsen met de netgebruikers heeft IUK over de voorstellen van de 15/51 IAA, het IAC samen met de dienstenprogramma’s, de SUA, een eerste marktconsultatie gehouden van 22 januari 2015 tot en met 18 februari 2015. 40. Wat betreft de introductie van de “reshuffling” dienst werd door IUK een bijkomende marktconsultatie gehouden van 25 juni tot en met 23 juli 2015. 41. Het Huishoudelijk Reglement van de CREG bepaalt in artikel 8, § 1 dat: “Vooraleer een beslissing wordt aangenomen, zorgt het directiecomité ervoor dat alle betrokken elektriciteits- en/of aardgasondernemingen de mogelijkheid hebben hun opmerkingen mee te delen. De verplichting bedoeld in het eerste lid wordt nageleefd door de betrokken ondernemingen te raadplegen over het ontwerp van beslissing overwogen door het directiecomité. Het directiecomité kan echter oordelen dat het niet meer nodig is om het ontwerp van beslissing aan een raadpleging te onderwerpen indien de betrokken ondernemingen de kans hebben gehad om hun standpunt op een doeltreffende manier in een vroeger stadium van de procedure te laten gelden. Indien deze raadpleging niet op initiatief van de CREG heeft plaats gevonden, dan zorgt het directiecomité ervoor dat alle documenten en inlichtingen betreffende de raadpleging aan hem worden overgemaakt.” 42. De CREG is van oordeel dat rekening houdende met de marktconsultaties georganiseerd door IUK het niet meer nodig is om het ontwerp van onderhavige beslissing aan een bijkomende raadpleging te onderwerpen. II.5 - Inwerkingtreding van de IAA, het IAC en de SUA 43. De IAA, het IAC en de SUA voor toegang tot de interconnector Zeebrugge-Bacton kunnen pas in werking treden nadat zowel de CREG als Ofgem hun goedkeuring hierover hebben verleend. 44. Met toepassing van de transparantievereisten van artikel 18 van de Verordening 715/2009, publiceert IUK de datum van inwerkingtreding samen met de door de CREG en Ofgem goedgekeurde IAA, IAC en SUA op haar website. 45. Zoals uiteengezet in paragraaf 15 van deze beslissing treedt de NC CAM in werking op 1 november 2015. Vanaf begin 2015 wordt door IUK capaciteit beschikbaar gesteld voor het gebruik ervan vanaf 1 oktober 2015 en vervolgens bij veilingen die vanaf 1 november 2015 worden gehouden op PRISMA. 46. De STA is een langetermijncontract op grond waarvan alle technische capaciteit is verkocht tot 30 september 2018. Deze capaciteit komt vrij op 1 oktober 2018. Verwacht wordt 16/51 dat vanaf 1 oktober 2018 alle niet verkochte technische capaciteit aangekocht kan worden in het kader van de IAA. Vanaf diezelfde datum mag IUK ook onderbreekbare capaciteit bovenop vaste capaciteit aanbieden uit hoofde van de IAA. 47. Hieruit volgt dat 2 data belangrijk zijn bij de inwerkingtreding van de IAA: 1 november 2015 datum waarop capaciteit vrijkomt ingevolge de inwerkingtreding van de NC CAM enerzijds en 1 oktober 2018 datum waarop capaciteit vrijkomt ingevolge de beëindiging van de langetermijncontracten STA op 30 september 2018 anderzijds. II.6 - Nietigheid 48. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen absolute en relatieve nietigheden. Absolute nietigheden sanctioneren een regel van algemeen belang, de openbare orde, of de goede zeden. Zij moeten desnoods ambtshalve worden ingeroepen. De absolute nietigheid kan, in tegenstelling tot een relatieve nietigheid, niet «gedekt» worden. Relatieve nietigheden betreffen niet de openbare orde en beschermen regels inzake private belangen en kunnen door de belanghebbende ingeroepen worden. Zij kunnen desnoods door partijen gedekt worden. De CREG als regulerende instantie kan de voorwaarden voor aansluiting op en toegang tot een vervoersnet, in casu de interconnector, enkel goedkeuren of afkeuren. Luidens paragraaf 33 van deze beslissing keurt de CREG goed wanneer de akte regelmatig is en conform is met het algemeen belang. Ingeval een bepaling van de akte of de akte in zijn geheel niet conform is aan het algemeen belang moet de CREG hiervan de nietigheid inroepen. De nietigheid waarop de CREG zich kan beroepen moet bijgevolg een absolute nietigheid zijn. De absolute nietigheid van een bepaling of een onderdeel van een bepaling heeft niet automatisch voor gevolg dat het geheel van de IAA, IAC of de SUA niet toegepast kan worden. 17/51 III. ANTECEDENTEN III.1 - Algemeen 49. IUK is eigenaar van en beheert de interconnector-gaspijpleiding die de gasmarkten van het Verenigd Koninkrijk en België rechtstreeks met elkaar verbindt en verleent aardgasvervoersdiensten in het kader van twee transportcontracten: - De STA is het lange termijn transportcontract op grond waarvan alle technische capaciteit gekoppeld aan de start van de uitbating van de interconnector-gaspijpleiding in oktober 1998 werd verkocht tot 30 september 2018; - De IAA dat samen met het IAC en de SUA het nieuw contractueel kader vormt op grond waarvan de IAA-bevrachters zowel lange als korte termijn capaciteit kunnen aankopen en gebruiken en dit voor wat betreft enerzijds het aanbod en het gebruik van capaciteit die vrijkomt als gevolg van de implementatie van artikel 2.2, van bijlage 1, van de Verordening 715/2009, met name de procedure voor congestiebeheer bij contractuele congestie en anderzijds alle capaciteit die vrijkomt vanaf 1 oktober 2018 in uitvoering van de NC CAM en aangeboden wordt op het handelsplatform Prisma vanaf 1 november 2015. 50. De IAA, het IAC en de SUA maken het voorwerp uit van deze beslissing. III.2 - Marktconsultatie 51. In uitvoering van de bepalingen vervat in de NC CAM, de NC BAL en de CMP richtlijnen heeft IUK zijn toegangsregels aangepast en een nieuw contractueel kader opgesteld waarvan de regels zijn vastgelegd in de door haar aan de CREG meegedeelde IAA, IAC en SUA. Dit contractueel kader werd op 22 januari 2015 door IUK ter consultatie voorgelegd aan alle marktpartijen met de vraag opmerkingen, suggesties en commentaar te geven. De openbare consultatie werd afgesloten op 18 februari 2015. 52. IUK ontving reacties van zes marktpartijen waarvan drie marktpartijen meedeelden dat hun reactie als vertrouwelijk moet worden behandeld. Het consultatierapport werd samen met de niet-vertrouwelijke reacties van de marktpartijen en de aangepaste IAA, IAC en SUA ingevolge de marktraadpleging gepubliceerd op de website van IUK. 18/51 53. IUK heeft op 8 mei 2015 per brief de Engelse versies IAA, IAC en SUA, samen met het consultatierapport en de bijlagen, overgemaakt aan de CREG en Ofgem. IUK deelde mee rekening te hebben gehouden met de feedback die werd ontvangen van de marktpartijen. 54. IUK heeft op 13 juli 2015 per brief de IAA en de IAC in het Nederlands overgemaakt aan de CREG en voegde aanvullend bij deze documenten het consultatierapport met bijlagen in het Engels toe. 55. Op 14 augustus 2015 werd per brief door IUK de SUA in het Nederlands aan de CREG overgemaakt. 56. Op 25 juni kondigde IUK per brief en via zijn website aan dat overwogen werd om een “reshuffling” dienst aan te bieden. Deze nieuwe dienst biedt de marktpartijen, die beschikken over lange-termijn capaciteit, meer flexibiliteit bij het beheer van hun capaciteitsportfolio en faciliteert de overgang in het vooruitzicht van de implementatie van de NC CAM, van toepassing vanaf 1 november 2015, 57. Op 21 augustus 2015 heeft IUK bij de CREG een gewijzigde versie van IAA en IAC ingediend. De wijzigingen zijn het gevolg van de invoeging van een nieuwe dienst voor “reshuffling”. Bij deze aanvraag werd ook het consultatierapport toegevoegd. IUK ontving reacties van drie marktpartijen die meedeelden dat hun reactie als niet-vertrouwelijk kan worden behandeld. Het consultatierapport werd samen met de niet-vertrouwelijke reacties van de marktpartijen en de gewijzigde IAA en IAC gepubliceerd op de website van IUK. 58. IUK verklaart dat er rekening werd gehouden met de feedback die werd ontvangen van de marktpartijen naar aanleiding van de marktconsultatie georganiseerd van 25 juni 2015 tot en met 23 juli 2015 over de gewijzigde versies van IAA en IAC. 19/51 IV. BEOORDELING IV.1 Algemeen 59. Hierna wordt nagegaan of de bepalingen en voorwaarden uiteengezet in de IAA, IAC en de SUA die IUK haar medecontractanten oplegt redelijk, billijk, evenwichtig en proportioneel zijn en dus overeenstemmen met de wetgeving en het algemeen belang. 60. Het ontbreken van opmerkingen over de door IUK ingediende documenten, of het aanvaardbaar achten ervan, doet geenszins afbreuk aan een toekomstig (gemotiveerd) gebruik van de goedkeuringsbevoegdheid van de CREG, zelfs indien het punt opnieuw op identieke wijze wordt ingediend op een later tijdstip voor dezelfde activiteit. 61. Tenzij anders vermeld, is de hiernavolgende analyse opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende delen, bijlagen, hoofdstukken en titels van de door IUK ingediende documenten. 62. Indien het geval zich voordoet dat verschillende elementen van de documenten betrekking hebben op een overkoepelend onderwerp, dan behoudt de CREG zich het recht voor deze elementen gezamenlijk te bespreken, in plaats van punt per punt. Waar nodig houdt de CREG rekening met het bijzonder karakter van de voorgestelde wijzigingen en geeft zij puntsgewijze commentaar. IV.2 - Onderzoek van de IAA 63. De IAA bestaat uit drie delen, met name: de corpus, bijlage A “algemene voorwaarden” en bijlage B “definities en interpretatie”. IV.2.1 Corpus 64. De Corpus bestaat uit 3 bladzijden en is het document dat door IUK en de IAA- bevrachter ondertekend wordt. Het is voor de IAA-bevrachter het toegangsticket om vervoersdiensten te kunnen aankopen bij IUK. Bijlagen A en B van de IAA, de IAC en de SUA vormen samen met de corpus het volledige contractuele en reglementaire kader dat aan de IAA-bevrachter de mogelijkheid biedt om vervoersdiensten bij IUK te kunnen aankopen. Al deze documenten moeten beschouwd worden als één geheel, met dien verstande dat toekomstige wijzigingen aan de bijlagen A en 20/51 B van de IAA en/of IAC geen nieuwe ondertekening vereisen van de Corpus van de IAA door beide partijen. Dezelfde redenering geldt voor toekomstige wijzigingen aan bijlage A van de SUA. Ook in dat geval moet de Corpus van de SUA niet opnieuw door beide partijen ondertekend worden. IUK beschouwt de SUA als een aparte overeenkomst, niettegenstaande zonder SUA de IAAbevrachter geen vervoersdiensten bij IUK kan onderschrijven. 65. Artikel 6 van de Corpus meldt dat het contractuele en reglementaire kader bestaat uit de IAA, de IAC en de Capaciteitstransacties. Zoals vermeld in paragraaf 30 moet de IAAbevrachter ook een SUA ondertekenen, zo niet kunnen geen vervoersdiensten geboekt worden bij IUK. 66. De CREG heeft geen opmerkingen met betrekking tot de Corpus en keurt dit goed. IV.2.2 - Bijlage A: Algemene voorwaarden Artikel 2: Facturerings-, betalings- en kredietvoorwaarden: 67. De CREG neemt aan dat de melding “op een andere wijze” dan via het informaticasysteem van IUK meegedeelde factuur zoals bepaald in artikel 2.1 verwijst naar de tabel van artikel 10.2, bijlage A, algemene voorwaarden. De CREG nodigt IUK uit om artikel 2.1 in die zin te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. 68. Artikel 2.4, (
- a)maakt geen melding van het feit dat het niet-betwiste gedeelte dat betaald wordt door de IAA-bevrachter inclusief BTW inhoudt. De CREG leidt hieruit af dat het niet-betwiste gedeelte exclusief BTW inhoudt. 69. Het onderscheid tussen artikel 2.5 en 2.6 bestaat erin dat artikel 2.5 de interestvoet begroot voor een betwist maar achteraf verschuldigd bedrag van de factuur terwijl artikel 2.6 de interestvoet begroot van een niet-betwist en verschuldigd (opeisbaar geworden) bedrag van de factuur. 70. De termijn van betwisting van de factuur en bijgevolg de bedragen die het voorwerp van de factuur uitmaken, bedraagt 90 dagen (artikel 2.7), terwijl de factuur betaald moet worden binnen de 14 dagen (artikel 2.2, b)). Aldus heeft de IAA-bevrachter er alle belang bij de betwisting van de factuur kenbaar te maken voor de vervaldatum (binnen de 14 dagen) om aldus het risico van een hogere interestvoet conform artikel 2.6 te vermijden. Betwisting 21/51 achteraf blijft uiteraard steeds mogelijk (na vervaldatum maar binnen de 90 dagen), maar met mogelijks toepassing van een hogere interestvoet conform artikel 2.6. De zogenaamde ‘Ratingtest’ vermeldt in artikel 2.9,
- a)laat IUK toe een andere rating te weerhouden die volgens haar, “handelend naar redelijkheid”, toereikend wordt geacht. Noch in het gegeven artikel, noch in bijlage B definities en interpretatie van de IAA wordt uitleg gegeven wat hieronder verstaan moet worden. “handelen naar redelijkheid” is een terminologie die de mogelijkheid biedt aan IUK om per IAAbevrachter een beslissing te treffen zonder dat op voorhand de objectieve criteria en/of methodologie, hoe IUK de ‘ratingtest’ zal uitvoeren, gekend zijn. Hierdoor ontstaat het risico dat zo’n kredietgarantie aanleiding kan geven tot oneerlijke marktbelemmering en discriminatie. Dit onderdeel van artikel 2.9,
- a)is dan ook strijdig met artikel 14, paragraaf 3, van de Verordening 715/2009 en beschouwt de CREG als nietig. Voor het overige keurt de CREG artikel 2.9,
- a)goed. 71. De ratingtest buiten beschouwing gelaten, wordt artikel 2.9,
- b)toegepast wanneer de IAA-bevrachter over geen rating beschikt conform artikel 2.9, a). Artikel 2.9,
- b)bepaalt dat de kredietondersteuning bestaat uit het hoogste bedrag dat ofwel 100.000 Pond sterling bedraagt ofwel gelijk is aan het totaal van de maandelijkse vergoedingen ten belope van de zes komende maanden. Met andere woorden, als de 100.000 Pond sterling een hoger is dan de som van de maandelijkse vergoedingen ten belope van de zes komende maanden, geldt de 100.000 Pond sterling en visa versa. 72. De vorm waaronder de kredietondersteuning verleend kan worden, bestaat uit vier mogelijkheden en wordt beschreven in artikel 2.9, b), (
- i)tot (iv). In artikel 2.9, b), (
- i)moet de vennootschap of de entiteit die de kredietondersteuning verleent over een rating beschiken dat minstens gelijk is aan de ‘ratingtest’. De CREG verwijst naar paragraaf 37 van onderhavige beslissing inzake haar opmerkingen over de ‘ratingtest’. Een tweede mogelijkheid is een onherroepelijke ‘standby-letter’ of credit opgemaakt en bevestigd door een internationale bank (artikel 2.9,
- b)(ii)). Ook hier wordt voor het aanvaarden van de internationale bank door IUK de ‘ratingtest’ toegepast. De CREG verwijst andermaal naar paragraaf 70 van onderhavige beslissing inzake haar opmerkingen over de ‘ratingtest’. Bij de derde mogelijkheid van kredietondersteuning stelt de CREG de vraag hoeveel het gereserveerd contant bedrag in Pond sterling bedraagt (artikel 2.9, b), iii)). De CREG vermoedt 22/51 dat het contant bedrag niet meer bedraagt dan hetzij 100.000 Pond sterling of het totaal van de maandelijkse vergoedingen ten belope van de zes komende maanden, zoals bepaald in artikel 2.9, b). De CREG nodigt IUK uit om artikel 2.9, b), (iii) in die zin te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. Tot slot, stelt de CREG de vraag wat verstaan moet worden onder ‘een andere vorm van kredietondersteuning die aanvaardbaar is voor IUK’ (artikel 2.9, b), iv)). Deze vierde mogelijkheid van kredietondersteuning beantwoordt niet aan de principes uiteengezet in artikel 14 paragraaf 3, van de Verordening 715/2009 en beschouwt de CREG als nietig. 73. Artikel 2.10 laat IUK toe om zonder kennisgeving aan de IAA-bevrachter het onderpand in contanten bedoeld in artikel 2.9,
- b)(iii) aan te wenden om eender welke betalingsverplichting van de IAA-bevrachter hiermee te voldoen. Vooreerst, stelt de CREG de vraag waarom dit onderpand niet op een geblokkeerde rekening wordt gestort maar op een rekening van IUK. Verder, kan IUK met toepassing van artikel 2.10 het onderpand in contanten opeisen om eender welke betalingsverplichting van de IAA-bevrachter die verschuldigd en opeisbaar is geworden in het kader van onderhavige overeenkomst te voldoen. Dit betekent concreet dat het onderpand van artikel 2.9,
- b)(iii) niet enkel aangewend kan worden voor verschuldigd en opeisbaar geworden facturen maar voor eender welk ander bedrag verschuldigd en opeisbaar geworden met toepassing van de overeenkomst. Met betrekking tot dit laatste stelt de CREG de vraag of in de IAA het wederkerigheidsprincipe werd gerespecteerd, met name wanneer IUK een bedrag verschuldigd is met toepassing van de overeenkomst, de IAA-bevrachter op dezelfde manier betaling kan bekomen? Artikel 2.10 bepaalt verder dat de IAA-bevrachter door IUK niet in kennis zal worden gesteld wanneer IUK het onderpand in contanten opeist. De CREG stelt de vraag of na het aanwenden van het onderpand in contanten door IUK het onderpand niet opnieuw op niveau gebracht moet worden conform artikel 2.9, b), op risico van een contractuele fout in hoofde van de IAAbevrachter. Hiervoor kan onder meer verwezen worden naar artikel 3.2,
- c)waarbij de IAAbevrachter ten allen tijde moet voldoen aan de kredietcriteria. Of past in dat geval IUK onmiddellijk artikel 2.12 toe waarbij de IAA-bevrachter schriftelijk in kennis wordt gesteld dat hij niet langer meer voldoet aan de kredietcriteria? De CREG nodigt IUK uit om artikel 2.10 in die zin te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. 23/51 74. Artikel 2.11 vindt toepassing zodra IUK oordeelt dat door een werkelijke of vermoedelijke gebeurtenis of een omstandigheid de IAA-bevrachter niet langer meer in staat is zijn verplichtingen die voortvloeien uit de IAA na te komen. Indien IUK daartoe besluit, zal de IAA-bevrachter over een kredietondersteuning moeten beschikken conform artikel 2.9, b), en dit in één van de vormvereisten voorzien in (
- i)tot (iv). Evenwel, de wijze waarop artikel 2.11 is geschreven, biedt aan IUK een grote beoordelingsvrijheid wanneer wel en wanneer geen toepassing gemaakt zal worden van artikel 2.9, b). Met toepassing van artikel 14 paragraaf .3, van de Verordening 715/2009, moeten kredietgaranties niet-discriminerend, transparant en evenredig zijn. Het moet met andere woorden vooraf voor iedere IAA-bevrachter duidelijk zijn op grond van welke objectieve criteria toepassing gemaakt zal worden van artikel 2.9, b). Evenmin, wordt duidelijk vermeld binnen welke termijn na kennisgeving door IUK de IAAbevrachter moet voldoen aan artikel 2.9, b), (
- i)tot (iv). Om deze redenen beschouwt de CREG artikel 2.11 als nietig daar strijdig met artikel 14 paragraaf 3, van de Verordening 715/2009. 75. Met betrekking tot de kredietondersteuning onder de vormvereiste van artikel 2.9,
- b)(
- i)moet de IAA-bevrachter overeenkomstig artikel 2.13 binnen de 5 werkdagen voor aanvangsdatum van de garantie een aantal documenten aan IUK bezorgen. Deze documenten zijn: - Een eensluidend afschrift van de oprichtingsdocumenten van de garantieverlener van de IAA-bevrachter: Onder garantieverlener wordt vermoedelijk verstaan de vennootschap of entiteit die een rating heeft conform artikel 2.9, a). Onder oprichtingsdocumenten meent de CREG te verstaan enkel die documenten die voor het publiek beschikbaar zijn, zoals bijvoorbeeld gepubliceerde statuten. De CREG nodigt IUK uit om artikel 2.13,
- a)in die zin te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA; - Een eensluidend afschrift van de beslissing van de raad van bestuur of van een comité van bestuurders van de garantieverlener (artikel 2.13, b)) dat inhoudelijk moet beantwoorden aan hetgeen in (
- i)tot (
- iv)is uiteengezet: De CREG stelt evenwel de vraag wat bedoeld wordt met ‘in voorkomend geval’? De CREG nodigt IUK uit om artikel 2.13,
- b)(
- iv)te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. 24/51 - Een juridische opinie over de afdwingbaarheid van de garantie en de hoedanigheid en bevoegdheid van de garantieverlener (artikel 2.13, c): De juridische opinie moet zijn opgesteld door een externe juridische raadgever die zijn activiteiten uitoefent in hetzelfde rechtsgebied als waar de garantieverlener is opgericht. Met betrekking tot artikel 2.13 stelt de CREG ook de algemene vraag hoe IUK inhoudelijk deze documenten zal beoordelen. Op grond van welke objectieve criteria zal dit gebeuren en welke gevolgen zal de IUK hieraan verbinden? De CREG nodigt IUK uit om artikel 2.13 te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. 76. De CREG keurt artikel 2 goed behoudens wat betreft de toepassing van de ‘ratingtes’t en artikel 2.11. Deze bepalingen beschouwt de CREG als nietig daar strijdig met het algemeen belang. De nietigheid heeft niet voor gevolg dat de overige bepalingen van artikel 2 niet toegepast zouden kunnen worden. Rekening houdende met de opmerkingen nodigt de CREG IUK uit om artikel 2 te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA Artikel 3: Verklaringen en waarborgen: 77. Artikel 3.2,
- a)geldt enkel voor het entrypunt en niet het exit-punt van de interconnector. 78. In artikel 3.2,
- e)wordt vermeld dat de IAA-bevrachter moet optreden als ‘principaal’ en niet als ‘agent’ van een andere persoon/entiteit. Concreet betekent dit dat de IAAbevrachter niet als opdrachtnemer van een andere persoon/entiteit mag optreden ten aanzien van IUK. 79. ‘Potentieel’ betekent ‘mogelijk aanwezig’, ‘denkbaar’. De CREG stelt de vraag hoe een IAA-bevrachter kan bewijzen dat hij mogelijks het voorwerp kan zijn van een insolventiegebeurtenis, zoals bepaald in artikel 3.2, f). Vanaf welk tijdstip geldt deze meldingsplicht? De CREG nodigt IUK uit om artikel 3.2,
- f)te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. 80. Artikel 3.3 stelt dat bij een inbreuk op artikel 3.2,
- a)of
- b)de IAA-bevrachter de schade die IUK lijdt, vergoedt. Er wordt niet bepaald welke soort van schade in overweging genomen wordt, noch hoe de schadevergoeding begroot zal worden. Evenmin, is een gelijkwaardige bepaling opgenomen voor inbreuken op artikel 3.1 gepleegd door IUK waardoor de IAA- 25/51 bevrachter schade zou lijden. De CREG stelt de vraag waarom op artikel 3 de bepaling van artikel 8 niet wordt toegepast. De CREG nodigt IUK uit om artikel 3.3 te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. 81. De CREG keurt artikel 3 goed en nodigt IUK uit om rekening houdende met de geformuleerde opmerkingen artikel 3 te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA . Artikel 4: Omkoperij en corruptiepraktijken: 82. De CREG stelt de vraag waarom artikel 4.2 niet wederkerig is, vermits conform artikel 4.1 zowel IUK als de IAA-bevrachter zich niet schuldig mogen maken aan omkoperij en corruptiepraktijken? 83. De CREG keurt artikel 4 goed en nodigt IUK uit om artikel 4.2 te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. Artikel 5: Overmacht: 84. Artikel 5.3,
- c)ontneemt de IAA-bevrachter de mogelijkheid om een gebeurtenis die zich voordoet buiten zijn wil om als ‘overmacht’ in te roepen, wanneer de gebeurtenis voor gevolg heeft dat hij de gasleveringen op een entrypunt (Bacton of Zeebrugge) niet ter beschikking kan stellen en hij bijgevolg zijn capaciteit niet gebruikt. De CREG stelt de vraag waarom artikel 5.3,
- c)in een zeer algemene betekenis is geschreven. Immers, het is niet uitgesloten dat de gaslevering niet is kunnen gebeuren omwille van een overmacht situatie op het aangrenzende TSO-vervoersnet van Fluxys Belgium of National Grid. Tijdens de raadpleging van de markt hebben sommige marktpartijen opmerkingen geformuleerd, meer bepaald inzake de gevolgen van overmacht. De CREG nodigt IUK uit om artikel 5.3,
- c)in die zin te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. 85. Met betrekking tot artikel 5.6, heeft de CREG volgende opmerking. Overmacht is een onvoorziene, plotse en oncontroleerbare gebeurtenis. Melden in artikel 5.6 dat zich ‘waarschijnlijk’ een situatie van overmacht zal voordoen, beantwoordt niet aan het begrip ‘overmacht’. Tijdens de raadpleging hebben sommige marktpartijen hierover opmerkingen geformuleerd, temeer IAA-bevrachters gehouden blijven om binnen de perken van artikel 5.5 hun betalingsverplichtingen na te komen. 26/51 86. Het is noodzakelijk dat in artikel 5.7, (
- c)een exacte tijdsbepaling wordt opgenomen die geldig is voor iedere IAA-bevrachter, binnen dewelke de vervoersdiensten opnieuw opgestart kunnen worden nadat de overmacht is afgelopen. 87. De CREG keurt artikel 5 goed en nodigt IUK uit om rekening houdende met de geformuleerde opmerkingen artikel 5 te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. Artikel 6: Opschorting en beëindiging: 88. De CREG stelt de vraag wat bedoeld wordt met ‘onverminderd de overige rechten of rechtsmiddelen’ die IUK toekomen’ zoals bepaald in artikel 6.1. In feite kan IUK enkel deze rechten of rechtsmiddelen putten die voortvloeien uit de overeenkomst. De CREG is ook van oordeel dat de duur van de opschorting gelijk moet zijn aan de duur van de gebeurtenis op grond waarvan de opschorting van de vervoersdiensten is gestart. Van zodra de oorzaak van de opschorting van de vervoersdienst ophoudt te bestaan, moet zonder discussie aan de opschorting van de vervoersdiensten onmiddellijk een einde worden gesteld. Het recht van toegang is van openbare orde en de toegang kan niet geweigerd worden wanneer hiervoor geen gegronde reden bestaat (artikel 35, Richtlijn 73/2009). IUK wordt uitgenodigd de eerste alinea van artikel 6.1 in die zin aan te passen bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA.. De zinsnede ‘gedurende een termijn die IUK naar geheel eigen goeddunken mag bepalen’, zet de deur open voor discriminatie tussen IAA-bevrachters, is niet objectief en niet transparant. 89. De CREG stelt de vraag wat verstaan moet worden onder een ‘wezenlijke inbreuk’. De toepassing van artikel 6.1,
- b)kan mogelijks leiden tot discriminatie daar het niet uitgesloten is dat IUK deze bepaling arbitrair toepast en met name voor de ene IAA-bevrachter strenger optreedt dan voor de andere IAA-bevrachter. IUK wordt uitgenodigd om artikel 6.1,
- b)aan te passen bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. Dezelfde opmerking geldt voor artikel 6.1, c). 90. Artikel 6.1,
- d)wordt beter in de bevestigende wijze geschreven, zijnde de verklaring of garantie ‘is’ onwaar of misleidend en niet ‘blijkt’ onwaardig of misleidend te zijn. De CREG nodigt IUK uit om artikel 6.1,
- d)in die zin te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. 27/51 91. De CREG stelt de vraag op basis van welke objectieve criteria IUK zal oordelen dat de verstrekker van de kredietondersteuning niet langer aanvaardbaar is (artikel 6.1, (f))? De CREG nodigt IUK uit om artikel 6.1,
- f)in die zin te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. 92. Artikel 6.2,
- d)betekent concreet dat zolang de vervoersdiensten zijn opgeschort de IAA-bevrachter verplicht blijft zijn capaciteitsvergoedingen te betalen ongeacht of intussen IUK de opgeschorte vervoersdiensten heeft geheralloceerd. De verrekening gebeurt pas nadat de reden van opschorting beëindigd is en dit overeenkomstig artikel 6.3, a). 93. De mogelijkheden voor partijen om aan de IAA, zijnde het contract, een einde te stellen zijn: - Zowel IUK als de IAA-bevrachter: in geval van een insolventiegebeurtenis of omkoperij of corruptiepraktijk in hoofde van een partij (artikel 6.4): De beëindiging treedt onmiddellijk in werking, geen opzegtermijn is voorzien en voor de begroting van de schadevergoeding is artikel 6.6 van toepassing. De schadevergoeding bedraagt alle nog verschuldigde en reeds opeisbare bedragen te vermeerderen met alle bedragen die de IAA-bevrachter in het kader van zijn gereserveerde vervoersdiensten nog verschuldigd is voor de resterende looptijd van de vervoersdiensten. Artikel 6.6 is evenwel eenzijdig opgesteld en is niet van toepassing wanneer een IAAbevrachter aan de IAA een einde stelt om redenen van insolventie, omkoperij of corruptiepraktijk in hoofde van IUK. De CREG stelt de vraag waarom de IAA geen schadevergoeding ten voordele van de IAA-bevrachter voorziet. De CREG nodigt IUK uit om artikel 6.6 in die zin te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. - Enkel IUK: indien de opschorting van de vervoersdiensten langer dan 3 maanden duurt en er redenen voorhanden zijn dat de opschorting zal voortduren (artikel 6.5): Met toepassing van artikel 6.5 beoordeelt IUK ‘naar eigen goeddunken’ om aan de IAA een einde te stellen. De einddatum van de IAA wordt door IUK vastgesteld. De toepassing van artikel 6.5 laat toe dat niet alle IAA-bevrachters op dezelfde manier worden beoordeeld. Bijgevolg, bestaat het risico dat het principe van niet-discriminatie niet gerespecteerd wordt. Naast het respecteren van een opzeggingstermijn moet de IAA-bevrachter ook een schadevergoeding betalen overeenkomstig artikel 6.6. De 28/51 CREG nodigt IUK uit om artikel 6.5 te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. - Zowel IUK als de IAA-bevrachter : op ieder ogenblik (artikel 6.7, a)): Met andere woorden IUK heeft het recht, mits akkoord van de andere partij, om zonder reden op ieder ogenblik een einde te stellen aan de IAA, zonder opzegtermijn of opzegvergoeding en zonder schadevergoeding voor de resterende looptijd van de gereserveerde vervoersdiensten. - Enkel de IAA-bevrachter: mits het respecteren van een opzegtermijn van ‘minstens’ 3 maanden op voorwaarde dat aan de looptijd van de gereserveerde vervoersdienst een einde is gekomen en er geen lopende verplichtingen meer zijn, noch de IAA-bevrachter verplichtingen heeft die pas vervallen na einddatum van de opzegtermijn (artikel 6.7, b), (
- i)tot (iii)): De CREG is van oordeel dat de opzegtermijn gelijk moet zijn voor iedere IAAbevrachter. Met het begrip ‘minstens’ wordt hieraan niet voldaan. De CREG nodigt IUK uit om artikel 6.7,
- b)in die zin te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA.. - Enkel IUK: wanneer IUK economisch niet langer meer in staat is zijn wettelijke verplichtingen voortvloeiende uit artikel 16, van de Verordening 715/2009 na te komen (artikel 6.8): Een opzegtermijn van minstens 12 maanden wordt door IUK ten aanzien van alle IAAbevrachters toegepast en IUK is geen schadevergoeding verschuldigd. Concreet komt dit neer op een sluiting van de bedrijfsactiviteiten van IUK waardoor een einde wordt gesteld aan alle op dat ogenblik lopende IAA-overeenkomsten. De CREG laat opmerken dat wanneer IUK een opzegtermijn van meer dan 12 maanden laat gelden, dit toegepast moet worden ten aanzien van alle IAA-bevrachters. 94. De CREG keurt artikel 6 goed en nodigt IUK uit om, rekening houdende met de opmerkingen, artikel 6 in die zin te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. Artikel 7: Kwaliteit 95. Inzake kwaliteit merkt de CREG op dat de terminologie en de formulering van het voorstel nauw aansluiten bij de bestaande contractuele situatie met name de STA 29/51 overeenkomst tussen een IUK-bevrachter en IUK. De CREG wijst erop dat IUK met haar voorstel precies als doel heeft het bestaande contractuele kader te vernieuwen en in lijn te brengen met de bepalingen van het derde wetgevend pakket. In die zin begrijpt de CREG niet waarom de oude formulering met betrekking tot kwaliteit behouden werd. De CREG neemt nota van het feit dat in het voorstel de bestaande vervoersovereenkomsten tussen IUKbevrachters en IUK buiten beschouwing blijven. Om die reden volgt de CREG bij haar beoordeling het onderscheid dat ook in het voorstel gemaakt wordt, namelijk tussen de periode vóór het beëindigen van de lopende vervoersovereenkomsten (de initiële periode) en de periode die daarop volgt (na de initiële periode). Bij de bespreking zal de CREG deels de terminologie van het voorstel overnemen en deels een formulering voorstellen die conform is met de taken, verplichtingen en verantwoordelijkheden zoals voorzien in het derde pakket. Toch wenst de CREG te verduidelijken dat bepaalde begrippen in ieder geval vervangen moeten worden. Zo dient de formulering ‘het gas dat de IAA-bevrachter aan IUK levert’ gelezen te worden als ‘het gas dat de IAA-bevrachter aan IUK ter beschikking stelt’. Deze vaststelling geldt mutatis mutandis eveneens voor het ‘gas dat IUK aan de IAA-bevrachter ter beschikking stelt’ 96. Algemeen merkt de CREG op dat het openstellen van de gasmarkt en meer bepaald de ontkoppeling van de activiteiten vervoer en levering de verantwoordelijkheden van de marktactoren wat betreft naleven van kwaliteitsvereisten radicaal heeft gewijzigd. De rol van de IAA-bevrachter wordt letterlijk herleid en beperkt tot het gebruik van het vervoersnet. Het operationeel beheer van het net is daarentegen de exclusieve bevoegdheid van de beheerder van het vervoersnet. Tot het operationeel beheer behoort ook het bewaken en beheren van de kwaliteit van het vervoerde gas. Concreet houdt dit in dat, eens het aardgas door de beheerder werd aanvaard en in het vervoersnet werd toegelaten, het waarborgen van de kwaliteitsvereisten van het betreffende aardgas de exclusieve verantwoordelijkheid is van de beheerder. Verder oordeelt de CREG dat een onderscheid dient gemaakt te worden tussen het interconnectiepunt tussen Interconnector en het Belgisch vervoersnet enerzijds, zijnde IZT, en tussen Interconnector en het Brits vervoerssysteem in Bacton. De CREG wenst zich enkel uit te spreken over de bepalingen die betrekking hebben de kwaliteit van het aardgas op het Interconnectiepunt te Zeebrugge (IZT). De initiële periode van 1 november 2015 tot en met 30 september 2018 97. Algemeen wordt in ‘de initiële periode’ de IAA-bevrachter verantwoordelijk gesteld voor het respecteren van de kwaliteitsvereisten voor het voor transport aangeboden aardgas. 30/51 Het is de IAA-bevrachter die, conform vroegere overeenkomsten, er zorg moet voor dragen dat het aangeleverde gas beantwoordt aan de verplichtingen opgelegd door IUK. Het naleven van deze vereisten houdt niet enkel verplichtingen in van technische aard, maar eveneens van contractuele aard. Deze laatste maken deel uit van de IAA (bijlage A, artikel 7). Verder wordt in de IAA een onderscheid gemaakt tussen: - Een entrypunt tijdens de initiële periode enerzijds en het entrypunt te Bacton na de initiële periode anderzijds. De initiële periode is gelijk aan de periode lopende van 1 november 2015 tot 30 september 2018. Wat de contractuele bepalingen na de initiële periode betreft (die wat de hier vermelde opmerkingen betreft enkel betrekking hebben op het entrypunt te Bacton), verwijst de CREG naar haar commentaar in de sectie “De periode ‘na de initiële periode’ “ verderop in de tekst. De CREG beschouwt conform haar opmerking in de tweede alinea van paragraaf 96 enkel het entrypunt Zeebrugge waar de IAA-bevrachter aan IUK aardgas levert8 (artikel 7.1). Wanneer de IAA-bevrachter op dit punt off-spec aardgas levert aan IUK is de IAA-bevrachter, naast zijn verplichtingen uiteengezet in deel H van de IAC, gehouden een schadevergoeding te betalen aan IUK. De begroting van de schadevergoeding is uiteengezet in artikel 7.4, a), (
- i)tot (vi). Op de te betalen schadevergoeding geldt het maximumbedrag van artikel 8.6 niet. Gevolgschade is uitgesloten behalve voor de schade vermeld in artikel 7.1, a), (vi), zijnde gevolgschade van de aangrenzende TSO’s (Fluxys Belgium, National Grid) en derden. - De exitpunten: dit betreft zowel het exitpunt te Bacton als te Zeebrugge waar IUK aan de IAA-bevrachter aardgas levert (artikelen 7.2 en 7.3). De CREG beschouwt conform haar opmerking in de tweede alinea van paragraaf 96 enkel het exitpunt Zeebrugge. Het betalen van een schadevergoeding door IUK aan de IAAbevrachter voor het leveren van off-spec aardgas op dit punt is slechts van toepassing wanneer volgende voorwaarden zijn vervuld: alle IAA-bevrachters hebben on-spec aardgas op het entrypunt geleverd; en de IAA-bevrachter aanvaardt het off-spec gas. 8 Zie bijlage B Definities en interpretatie : “Entrypunt” betekent een Connectiepunt dat het mogelijk maakt om Aardgas in het Vervoersysteem te leveren vanuit het betrokken AT-systeem (ongeacht of er op dat punt op een willekeurig ogenblik fysiek Aardgas stroomt); “AT-systeem” betekent het Nationale transmissiesysteem of het transmissiesysteem van Fluxys; 31/51 - De CREG stelt de vraag waarom de laatste alinea van artikel 7.2 niet analoog is met de laatste alinea van artikel 7.1. - Conform artikel 7.3 moet IUK geen schadevergoeding betalen aan de IAAbevrachter indien de oorzaak van vervuiling te wijten is aan een andere IAAbevrachter of in geval van overmacht. In dat geval heeft de benadeelde IAAbevrachter geen verhaal tegenover IUK maar moet hij zich richten tot de andere IAA-bevrachters. De CREG stelt de vraag wat er gebeurt indien IUK het off-spec aardgas op het entrypunt te Zeebrugge niet aanvaardt. De periode ‘na de initiële periode’ 98. De CREG herhaalt haar opmerking van paragraaf 95 betreffende de gebruikte terminologie en zij verduidelijkt in wat volgt de implicaties van het derde pakket op contractuele verantwoordelijkheid van partijen. In het geval van het Belgisch vervoersnet dient geen onderscheid gemaakt te worden tussen ‘de initiële periode’ en ‘na de initiële periode’. België beschikt niet over eigen gasproductie en het aardgas kan enkel België binnenkomen via de interconnectiepunten. Fluxys Belgium draagt de verantwoordelijkheid voor de aanvaarding van het aardgas en blijft verder exclusief verantwoordelijk voor het waarborgen van de kwaliteit ervan tijdens het vervoer. Wat betreft het entrypunt te Zeebrugge waar de IAA-bevrachter aan IUK aardgas levert na de initiële periode (artikel 7.4) wordt in artikel 7.4,
- a)verwezen naar de interconnectieovereenkomst afgesloten tussen IUK en Fluxys Belgium. De CREG heeft geen kennis van de inhoud van deze interconnectieovereenkomst. De IAA-bevrachters evenmin. Zij zijn bovendien geen contractuele partij in dezer. Partijen, zijnde IUK en Fluxys Belgium kunnen in deze overeenkomst vrij bepalen hoe zij hun aansprakelijkheid (contractueel en buitencontractueel) onderling geregeld willen zien. Zo is het niet uitgesloten dat IUK en Fluxys Belgium besluiten zich volledig te exonereren waardoor de IAA-bevrachters in de kou blijven staan voor off-spec gas dat door Fluxys Belgium aan IUK op het entrypunt Zeebrugge ter beschikking wordt gesteld. Omwille van deze onzekerheid acht de CREG het noodzakelijk dat dit aspect verduidelijkt wordt. De CREG stelt ook de vraag wat er gebeurt indien IUK het off-spec aardgas op het entrypunt te Zeebrugge niet aanvaardt. Artikel 7.4,
- b)(
- i)tot (iii) waarbij de IAA-bevrachter IUK vergoedt indien IUK geen vergoeding kan bekomen omwille van deel H, paragraaf 1.6 (
- d)IAC, of van Fluxys Belgium op basis van de interconnectieovereenkomst, of omdat Fluxys Belgium weigert te betalen, is niet 32/51 aanvaardbaar. Het aardgas dat via het entrypunt te Zeebrugge binnenkomt in de interconnector heeft reeds een hele weg afgelegd doorheen meerdere transmissiesystemen. De IAA-bevrachter kan hierop geen enkele invloed uitoefenen. Het transport van aardgas is een TSO-verantwoordelijkheid en dit geldt inclusief de kwaliteit van het aardgas. Hetzelfde geldt voor artikel 7.4, c).Door de laatste alinea van artikel 7.4 is het aansprakelijkheidsregime van een benadeelde IAA-bevrachter opnieuw strenger dan het aansprakelijkheidsregime van IUK. De CREG is van oordeel dat na de initiële periode (vanaf 1 oktober 2018) de IAA-bevrachter geen enkele verantwoordelijkheid treft als hij kan aantonen het aardgas on-spec heeft geleverd aan een entrypunt van een transmissiesysteem. Indien aan de IAA-bevrachter off-spec aardgas op het exitpunt Zeebrugge geleverd wordt, heeft hij steeds recht op een schadevergoeding, ongeacht wie aan de oorzaak ligt van de vervuiling van het aardgas, de andere IAA-bevrachters, de aangrenzende TSOs, dan wel IUK. 99. De CREG herhaalt dat, wat de bepalingen van toepassing ‘na de initiële periode’ betreft, het waarborgen van de kwaliteit van het aardgas de exclusieve maar gezamenlijke verantwoordelijkheid is van Fluxys Belgium en IUK. De CREG merkt op dat haar standpunt dienaangaande niet nieuw is. Meer algemeen verwijst de CREG naar art 166 §1 5° van de gedragscode betreffende het afsluiten van interconnectie-overeenkomsten met beheerders van aangrenzende vervoersnetten. Verder wijst de CREG erop dat zij in haar beslissing (B)120510-CDC-1155 van 10 mei 2012 die de basis vormt voor de goedkeuring door de CREG van het huidige marktgebaseerde vervoerssysteem van Fluxys Belgium, en meer specifiek in de paragraaf met randnummer 121, zij reeds heeft gesteld dat ‘In haar beslissing van 19 april 2012 heeft de CREG aan de N.V. Fluxys gevraagd om tegen uiterlijk 1 mei 2012 onderhandelingen op te starten met deze beheerders teneinde met hen interconnectieovereenkomsten af te sluiten. Per afzonderlijke brief zal de N.V. Fluxys uitgenodigd worden door de CREG haar de stand van zaken mede te delen’. De CREG is daarom van oordeel dat, wat het interconnectiepunt IZT betreft en met het oog op de voorbereiding van het contractueel kader van toepassing na de initiële periode, het voorstel zou moeten aangepast worden en dat de verantwoordelijkheid aangaande gaskwaliteit een gedeelde verantwoordelijkheid zou moeten zijn van IUK en Fluxys Belgium. 100. De CREG keurt artikel 7 goed en nodigt IUK uit om, rekening houdende met de opmerkingen, artikel 7 in die zin te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. Artikel 8 Aansprakelijkheid 33/51 101. De CREG stelt de vraag of het wel correct is dat de IAA-bevrachter wanneer hij aansprakelijk is hij aan IUK de schade van zijn eigen eigendom moet vergoeden (artikel 8.1, a). Dezelfde vraag geldt voor artikel 8.2, a). Daar gaat het over de aansprakelijkheid van IUK waarbij IUK de schade van haar eigendom vergoedt aan de IAA-bevrachter. De CREG nodigt IUK uit om artikel 8.1,
- a)en 8.2,
- a)in die zin te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. 102. Verder stelt de CREG de vraag waarom artikel 8.5 en 8.6 niet analoog zijn aan elkaar en voor de IAA-bevrachter een strenger aansprakelijkheidsregime geldt waarbij het maximumbedrag voor hem niet geldt inzake vergoedingen ten gevolge van off-spec gas aan het entrypunt (artikel 7.1 en 7.4,
- b)en c)) en ten gevolge van beëindiging van de IAA (artikel 6.6)? De CREG nodigt IUK uit om artikel 8.6 in die zin te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA.. 103. De CREG keurt artikel 8 goed en nodigt IUK uit om, rekening houdende met de opmerkingen, artikel 8 te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. Artikel 12: Algemeen 104. Wat bedoelt IUK met een “andere schriftelijke overeenkomst betreffende Vervoersdiensten te hebben gesloten of hierna zullen sluiten” zoals verwoord in artikel 12.1? Omtrent deze bepaling heeft een marktpartij tijdens de raadpleging een opmerking geformuleerd. De CREG nodigt IUK uit om artikel 12.1 in die zin te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. 105. Wijzigingen waarvan sprake in artikel 12.6 kunnen slechts rechtsgeldig tot stand komen na raadpleging en na goedkeuring door de CREG over de geraadpleegde wijziging. Artikel 12.12 bevestigt voorgaande. 106. Naast de IAA en de IAC maakt ook de SUA deel uit van de goed te keuren documenten door de CREG. Wijzigingen aan de SUA kunnen derhalve pas in werking treden na raadpleging en goedkeuring door de CREG. 107. De CREG keurt artikel 12 goed en nodigt IUK uit om, rekening houdende met de opmerking geformuleerd in paragraaf 70, artikel 12 te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. Artikel 13: Behandeling van vorderingen en geschillen 34/51 108. De CREG stelt de vraag waarom artikel 13.2, ‘aanstelling van een deskundige’ enkel toegepast kan worden door IUK en niet door de IAA-bevrachter? Verder stelt de CREG de vraag waarom slechts beroep gedaan kan worden op een deskundige wanneer het gaat om een geschil waar meerdere IAA-bevrachters bij betrokken zijn en een gemeenschappelijk belang hebben. 109. De CREG keurt artikel 13 goed en nodigt IUK uit om rekening houdende met de geformuleerde opmerkingen artikel 13 te verduidelijken bij de eerstkomende wijziging, aanpassing, aanvulling van de IAA, en/of IAC, en/of SUA. Artikel 14: Arbitrage 110. De CREG stelt vast dat de formulering van de laatste zin van artikel 14.1 niet echt duidelijk is en waarschijnlijk te wijten is aan een slechte vertaling van het Engels naar het Nederlands. 111. De CREG stelt de vraag wat bedoeld wordt ‘een vergoeding van een redelijk bedrag’ dat door IUK aan de IAA-bevrachter zal worden gevraagd (artikel 14.5, a)). Waarvoor dient deze vergoeding? Hoe begroot IUK deze vergoeding? 112. Wat wordt bedoeld in artikel 14.5,
- b)met het versturen van een exemplaar van de Samenvatting naar ‘alle’ andere IAA-bevrachters? Moet dit niet beperkt worden tot de IAAbevrachters die betrokken zijn bij het geschil? 113. Dezelfde opmerking geldt voor artikel 14.5, c). Bijkomend stelt de CREG de vraag waarom de IAA-bevrachter die wenst tussen te komen in een geschil zijn exemplaar van schriftelijke kennisgeving enkel moet toesturen naar IUK en niet naar de andere reeds in het geschil betrokken IAA-bevrachter(s). 114. Artikel 14.6,
- a)meldt dat zelfs indien een IAA-bevrachter geen partij is in een geschil dat door Arbitrage wordt beslecht, de IAA-bevrachter de arbitrale einduitspraak erkent. De vraag kan gesteld worden waarom dit enkel geldt voor de IAA-bevrachters en niet voor IUK. Bovendien kan gemeenverklaring van een arbitrale beslissing slechts geschieden nadat hiervoor een nieuwe procedure wordt opgestart tegen de derde-IAA-bevrachter ten aanzien van wie men de arbitrale einduitspraak wil laten gelden. 115. Artikel 192