(B)1598 9 februari 2017 Beslissing over het voorstel van de NV ELIA SYSTEM OPERATOR betreffende de werkingsregels van de strategische reserve van toepassing vanaf 1 november 2017 genomen met toepassing van artikel 7septies, §1 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Niet-vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3
- CONTEXT EN WETTELIJK KADER ...................................................................................................... 4
- ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 5 2.
- Algemeen................................................................................................................................. 5 2.
- OPENBARE RAADPLEGING ....................................................................................................... 6 2.2.
- Reactie van ELIA .............................................................................................................. 6 2.2.
- Reactie van EPEXSPOT ..................................................................................................... 7 2.2.
- Reactie van FEBEG ........................................................................................................... 8 2.2.
- Reactie van FEBELIEC ....................................................................................................... 9 2.2.
- Reactie van FLUXYS ......................................................................................................... 9
- VOORAFGAANDE BESCHOUWINGEN ............................................................................................ 10
- ANALYSE VAN HET VOORSTEL ....................................................................................................... 10 4.
- Voorafgaande opmerkingen .................................................................................................. 10 4.
- Analyse .................................................................................................................................. 11 4.2.
- Verduidelijking van het toepassingsveld van de werkingsregels (hoofdstuk 4)............ 11 4.2.
- NEMO’s (hoofdstuk 2 - definities, hoofdstuk 6 - activatie van strategisch reservevermogen) ......................................................................................................................... 12 4.2.
- IV.2.3 Actualisering van de parameters in functie van de probabilistische analyse van de nood aan strategische reserve ...................................................................................................... 12 4.2.
- Aanpassing van de voorwaarden voor de deelname van de SDR-offertes ................... 14 4.2.
- Kenmerken van een activatie ........................................................................................ 15 4.2.
- Transparantie (hoofdstuk 7) .......................................................................................... 15 4.2.
- Implementatie van eindbeslissing 1494 van de CREG van 20 oktober 2016 ................ 15
- IMPACT van het MINISTERIEEL BESLUIT VAN 13 JANUARI 2017 ................................................... 17
- CONCLUSIE .................................................................................................................................... 20 BIJLAGE 1 : voorstel van werkingsregels ............................................................................................... 21 BIJLAGE 2 : Individuele Antwoorden op Raadpleging ........................................................................... 22 Niet-vertrouwelijk 2/22 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna “CREG”) onderzoekt in deze beslissing, met toepassing van artikel 7septies, §1 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna “de elektriciteitswet”) het voorstel van ELIA SYSTEM OPERATOR nv (hierna “Elia”) betreffende de werkingsregels van de strategische reserve van toepassing vanaf 1 november 2017 (hierna: voorstel van werkingsregels). Deze werkingsregels dienen, overeenkomstig artikel 7septies, §1 van de elektriciteitswet, door de netbeheerder ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de CREG. Op 2 december 2016 ontving de CREG een brief van Elia met de vraag tot goedkeuring van het voorstel van werkingsregels voor de strategische reserve van toepassing vanaf 1 november
- Bij deze brief waren de Franse en Nederlandse versie van de werkingsregels gevoegd alsook een versie in twee talen waarin de wijzigingen ten opzichte van de werkingsregels van de strategische reserve van toepassing vanaf 1 november 2016 in track changes werden weergegeven. Het Directiecomité van de CREG keurde op 22 december 2016 de ontwerpbeslissing (B)1598 over het voorstel van werkingsregels goed en besliste een openbare raadpleging te organiseren tussen 23 december 2016 en 18 januari
- Deze beslissing bestaat uit zes delen. Een eerste deel beschrijft kort de context en het wettelijk kader waarin de strategische reserve wordt aangelegd. Het tweede deel geeft de antecedenten weer en bespreekt de resultaten van de openbare raadpleging. Het derde deel geeft enkele voorafgaande beschouwingen weer alvorens in het vierde deel het voorstel van werkingsregels te analyseren. Het vijfde deel bespreekt de impact van sommige bepalingen van het Ministerieel besluit van 13 januari 2017 op de werkingsregels voor de strategische reserve en op de goede marktwerking. Het zesde deel bevat de conclusie. Het voorstel van Elia alsook de antwoorden die de CREG ontving tijdens de raadpleging worden als bijlagen bij deze beslissing gevoegd. Deze beslissing werd op 9 februari 2017 goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG. Niet-vertrouwelijk 3/22
- CONTEXT EN WETTELIJK KADER
- Als laatste stap in de uitvoering van het “Plan Wathelet” dat op 5 juli 2013 door de regering werd aangenomen, voorziet de wet van 26 maart 2014 tot wijziging van de elektriciteitswet1 de invoering van een mechanisme van strategische reserves. De strategische reserve heeft tot doel een bepaald niveau van bevoorradingszekerheid in elektriciteit te garanderen tijdens de winterperiodes.
- Artikel 7septies van de elektriciteitswet bepaalt met betrekking tot de werkingsregels het volgende: “§
- De netbeheerder maakt de werkingsregels van de strategische reserve aan de commissie voor goedkeuring over. In deze werkingsregels worden onder meer de indicatoren gepreciseerd die in overweging worden genomen om een tekortsituatie vast te stellen, alsook de beginselen met betrekking tot de activering door de netbeheerder van de strategische reserves. De netbeheerder publiceert de goedgekeurde regels op zijn website, ten laatste op de dag van aanvang van de procedure voorzien in artikel 7quinquies. §
- De werkingsregels van de strategische reserve garanderen het passend gedrag van de marktspelers, teneinde tekortsituaties te vermijden. Deze regels garanderen eveneens dat het deel van de gecontracteerde capaciteit in de strategische reserve dat betrekking heeft op de productie, enkel door de netbeheerder kan worden geactiveerd. De werkingsregels strekken ertoe de interferenties van de strategische reserve met de werking van de gekoppelde elektriciteitsmarkten zoveel mogelijk te beperken. Gedifferentieerde werkingsregels kunnen worden toegestaan teneinde de vaststelling van meerdere percelen toe te laten, voor zover omstandig gemotiveerde technische vereisten dit opleggen in het kader van de procedure bedoeld in artikel 7quinquies.” 1 Wet van 26 maart 2014 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, B.S. van 1 april 2014 Niet-vertrouwelijk 4/22
- ANTECEDENTEN 2.
- ALGEMEEN
- De CREG heeft in het verleden drie eindbeslissingen genomen ter goedkeuring van deze werkingsregels voor de winterperiodes 2014-2015, 2015-2016 en 2016-
- Binnen de Users’ Group van Elia werd in februari 2014 een “Implementation of Strategic Reserves Taskforce” opgericht (hierna “ISR-TF”). Het doel van de ISR-TF is om marktpartijen te informeren en te raadplegen over diverse aspecten van de strategische reserves. Alle informatie met betrekking tot de activiteiten die binnen de ISR-TF worden georganiseerd, wordt gepubliceerd op de website van Elia.
- In het kader van de aanleg van de strategische reserve voor de winterperiode 2017-2018 heeft Elia reeds vier ISR-TF-vergaderingen georganiseerd, namelijk op 29 april, 19 september en 1 december 2016 en op 7 februari
- Tijdens deze ISR-TF-vergaderingen werd, naast aspecten in verband met market design, product design en tender design, eveneens de analyse van Elia met het oog op de bepaling van de nodige volumes aan strategische reserves belicht. In het kader van de volumebepaling heeft Elia twee openbare raadplegingen georganiseerd, een over de berekeningsmethodologie en een over de gebruikte basisgegevens. De CREG beschouwt de uitgebreidere communicatie over de volumebepaling en de ontwikkeling van de methodologie als een gunstige evolutie en meent dat er volgend jaar nieuwe raadplegingen zouden moeten worden georganiseerd over de aanpassingen van de methodologie en de gegevens waarop de berekening gebaseerd is.
- Op 22 juni 2016 heeft de CREG aan Elia per brief een aantal vragen en opmerkingen overgemaakt over de methodologie voor de bepaling van de volumes en over de hypotheses die in juni 2016 ter consultatie zijn voorgelegd. Deze vragen en opmerkingen hadden onder meer betrekking op de toepassing van het LOLE-criterium voor een statistisch normaal jaar, de evolutie van de vraag, de evolutie van de gevoeligheid van de vraag voor de marktprijs, de invoercapaciteit van België en de methode voor de bepaling van de elektriciteitsprijs.
- Op 15 november 2016 maakte Elia de analyse met betrekking tot de bevoorradingszekerheid voor de winter 2017-2018 over aan de Algemene Directie Energie overeenkomstig artikel 7bis, §1 van de elektriciteitswet. Deze analyse werd op 1 december 2016 op de website van Elia gepubliceerd.
- Op 2 december 2016 heeft de CREG een brief van Elia ontvangen met als bijlage een Nederlandse en Franse versie van het voorstel van werkingsregels en een versie met waarin de wijzigingen ten opzichte van de werkingsregels voor de winter 2016-2017 in track changes werden weergegeven.
- Op 8 december 2016 heeft de CREG een vergadering met Elia over dit voorstel georganiseerd.
- Op 9 en 14 december 2016 heeft Elia aan de CREG per mail nieuwe Franse en Nederlandse versies, met en zonder track changes, gestuurd waarin taalkundige verbeteringen waren aangebracht. Deze versies werden op 14 december 2016 eveneens officieel per brief overgemaakt. Het zijn deze versies die ter openbare raadpleging werden voorgelegd. 2 Eindbeslissing (B)140605-CDC-1330 over de werkingsregels toepasbaar vanaf 1 november 2014 (winterperiode 2014-2015), eindbeslissing (B)150312-CDC-1403 over de werkingsregels toepasbaar vanaf 1 november 2015 (winterperiode 2015-2016) en eindbeslissing (B)161020-CDC-1494 over de werkingsregels toepasbaar vanaf 1 november 2016 (winterperiode 20162017). Niet-vertrouwelijk 5/22
- Op 13 januari 2017 gaf de Minister voor Energie bij Ministerieel Besluit (hierna “het MB”) aan ELIA de instructie om een strategische reserve aan te leggen voor een periode van 3 jaar vanaf 1 november 2017 en voor een volume van 900 MW per jaar (Artikel 2, §1, van het MB).
- Op 26 januari 2017 heeft de CREG geantwoord op de raadpleging die Elia heeft georganiseerd over de aanpassingen van de procedure voor aanleg van strategische reserve voor de winterperiode 2017-
- 2.
- OPENBARE RAADPLEGING
- Het directiecomité van de CREG besliste, op grond van artikel 33, §1, van zijn huishoudelijk reglement, in het kader van de ontwerpbeslissing over dit dossier, om, met toepassing van artikel 33, §1, van zijn huishoudelijk reglement, een openbare raadpleging te organiseren op de website van de CREG van 23 december 2016 tot 18 januari 2017 over zijn ontwerpbeslissing betreffende het voorstel van de NV ELIA SYSTEM OPERATOR over de werkingsregels van de strategische reserve toepasbaar vanaf 1 november
- Het voorstel van werkingsregels voor de winter 2017-2018 is gebaseerd op de werkingsregels die van toepassing waren voor de winterperiode 2016-
- De door Elia voorgestelde wijzigingen aan de werkingsregels voor de winter 2017-2018 werden op de vergaderingen van de ISR-TF voorgesteld. De voorgestelde aanpassingen werden hoofdzakelijk onder de vorm van slides gepresenteerd, zonder bijhorend tekstvoorstel. Volgens de CREG is het belangrijk dat de marktspelers hun mening kunnen geven over alle aanpassingen van de werkingsregels en dit op basis van een concreet tekstvoorstel van alle wijzigingen. Om deze reden meent de CREG dat een openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing noodzakelijk was.
- De CREG ontving in het kader van haar raadpleging reacties van vijf ondernemingen namelijk van ELIA, EPEX SPOT, FEBEG, FEBELIEC en FLUXYS. De individuele reacties worden in bijlage aan deze beslissing toegevoegd. Hierna wordt elke reactie individueel behandeld. 2.2.
- Reactie van ELIA
- In haar antwoord op de openbare raadpleging van de CREG gaat ELIA dieper in op de in de ontwerpbeslissing gevraagde aanpassingen ter verduidelijking of ter wijziging van het voorstel van werkingsregels dat door ELIA aan de CREG ter goedkeuring werd voorgelegd. De randnummers die hieronder vermeld staan komen overeen met het randnummer in de ontwerpbeslissing (B)1598 van de CREG. De reactie van de CREG op het antwoord van Elia wordt in hoofdstuk 4 “Analyse van het voorstel” hernomen.
- Randnummer 17 : Elia gaat akkoord met de aanbeveling van de CREG om de definities af te stemmen op deze uit de Verordening 2015/1222 van de Europese Commissie van 24 juli
- Elia verklaart verder dat zij ook andere definities met betrekking tot de NEMOs zal afstemmen op deze verordening.
- Randnummer 18 : Elia gaat in op de vraag van de CREG om meer transparantie te bekomen over de voorwaarden die minimaal dienen nageleefd te worden opdat een marktbeheerder een SRMsegment zou kunnen organiseren. Hiertoe geeft Elia een tekstvoorstel in haar antwoord toegevoegd. 3 http://www.creg.be/nl/publicaties/nota-z1607 Niet-vertrouwelijk 6/22
- Randnummer 19 : Elia komt tegemoet aan de opmerking van de CREG en geeft een bijkomende verduidelijking met betrekking tot de activatievoorwaarden voor SGR, de equivalentiefactor SDR en het aantal verwachte activaties.
- Randnummer 21 : Elia verduidelijkt hier de berekeningsmethodologie voor de bepaling van de beschikbaarheidspercentages voor SDR.
- Randnummer 22: Elia stelt voor om de tekst in de werkingsregels te verduidelijken.
- Randnummer 23 : Elia geeft een toelichting bij de drempelwaarde.
- Randnummer 24 : Elia komt tegemoet aan de vraag van de CREG om een derde criterium, namelijk de beschikbaarheid van SDR bij hoge onevenwichtsprijzen, toe te voegen.
- Randnummer 25 en 26 : Elia meent dat de opmerking van de CREG inzake de vereisten voor leveringspunten Submetering DNB enkel betrekking kan hebben op de procedure van aanleg en niet thuishoort in de werkingsregels.
- Randnummer 27 : Elia komt tegemoet aan de opmerking van de CREG.
- Randnummer 28 : De interpretatie van Elia met betrekking tot de opmerking van de CREG is correct en Elia komt tegemoet aan de opmerking van de CREG met een aanpassing van de tekst.
- Randnummer 30 : Elia komt tegemoet aan de opmerking van de CREG en stelt een nieuwe formulering voor.
- Randnummer 31 : Elia heeft in de procedure van aanleg dit punt verduidelijkt.
- Randnummer 32 : Elia stelt een nieuwe definitie voor en komt hiermee tegemoet aan de opmerking van de CREG.
- Randnummer 33 en 34 : Elia stelt voor om het “start en control”-criterium te splitsen in twee subcriteria, om de verwijzing naar ‘force majeur’ te schrappen en het verschil in behandeling inzake penaliteiten tussen SGR en SDR weg te werken.
- Randnummer 35 : Elia komt tegemoet aan de opmerking van de CREG en stelt voor de tekst aan te passen.
- Tenslotte reageert Elia op de verdere evoluties die door de CREG in haar ontwerpbeslissing werden voorgesteld. Met betrekking tot de aanbeveling inzake de correctie van de perimeter van de evenwichtsverantwoordelijken voor alle leveringspunten SDR, meent Elia dat deze mogelijke evoluties best dienen te worden onderzocht en besproken te worden met de marktpartijen. De CREG meent dat dit kan gebeuren binnen de ISR-TF. Met betrekking tot de verdere evolutie van de certificering van SDR, dient volgens de CREG rekening gehouden te worden met de impact van het Ministerieel Besluit van 13 januari 2017, zoals in hoofdstuk 5 van de huidige beslissing verder toegelicht. 2.2.
- Reactie van EPEXSPOT
- EPEXSPOT benadrukt in haar antwoord op de raadpleging dat ELIA de strategische reserve moet beheren en niet een elektriciteitsbeurs of een NEMO. De CREG wijst erop dat de huidige werkingsregels niet voorzien dat het beheer van de strategische reserve naar de beurzen of NEMO’s wordt overgedragen en dat zij momenteel ook geen enkele intentie heeft om dit in de toekomst in die richting te laten evolueren. Niet-vertrouwelijk 7/22
- Verder wijst EPEXSPOT in haar antwoord op het feit dat de verordening 2015/1222 geen regulering van de strategische reserve, en meer bepaald van het segment SRM, voorziet. EPEXSPOT stelt dan ook voor om het SRM-segment niet enkel open te stellen voor NEMO’s, maar ook voor elke elektriciteitsbeurs die voldoet aan de wettelijke en reglementaire vereisten. De CREG is van mening dat het segment SRM enkel kan worden opgericht door beurzen die actief zijn op de Belgische DAM, welke de facto ook NEMO zijn. De CREG ziet dan ook niet onmiddellijk de noodzaak of behoefte in om het segment SRM open te stellen aan partijen die geen NEMO zijn. 2.2.
- Reactie van FEBEG
- In haar reactie op de openbare raadpleging vraagt FEBEG een verduidelijking van de activatievoorwaarden en in het bijzonder het verband tussen deze activatievoorwaarden en de ‘Bevoorradingszekerheidsstudie voor België: de nood aan strategische reserve voor de winter 20172018’ van Elia. Deze vraag sluit aan op de vraag die de CREG stelde in randnummer 19 van de ontwerpbeslissing (B)
- De CREG verwijst dan ook naar het antwoord van ELIA op de openbare consultatie van de CREG (zie bijlage 2).
- FEBEG meent dat het gebruik van parameters bij de techno-economische selectie, die gebaseerd zijn op de base case, niet coherent is met de instructie van de Minister om 900 MW te contracteren voor de drie komende winterperiode. Verder stelt FEBEG in haar reactie dat de lage activatievoorwaarden een objectieve selectie van de offertes zal bemoeilijken en dat hierdoor de SDRaanbiedingen sterk bevoordeeld zullen zijn. De CREG meent dat er een onderscheid moet gemaakt worden tussen de activatievoorwaarden zoals bepaald in het hoofdstuk 5 ‘Reservatie van het strategisch reservevermogen’ en de parameters voor de selectie van de offertes. In het kader van de reservatie van het strategisch reservevermogen wordt er gekozen voor gebruik van de parameters uit het scenario “sensitivity with absence of 2 nuclear units in Belgium” waarbij de nood aan strategische reserve het hoogst is. Wat betreft de selectie van de offertes voor de strategische reserve, wordt gekozen voor het meest plausibele scenario, zijnde de base case, waardoor de selectie van de offertes ook de beste voorspelling is voor de werkelijke kost van de strategische reserve.
- Verder meent FEBEG dat tests op eigen initiatief niet moeten onderworpen worden aan penaliteiten. FEBEG motiveert dit standpunt door onder meer te wijzen op het feit dat een test op initiatief van de leverancier niet steeds de bedoeling heeft de beschikbaarheid van de eenheid aan te tonen. De CREG meent dat het door de leverancier bepaalde doel van de test geen excuus mag zijn om het door de leverancier voorgestelde programma niet te volgen. Indien uit testen blijkt dat de eenheid niet kan voldoen aan de contractuele verplichtingen, dan moeten hieraan gevolgen verbonden worden, onafhankelijk op wiens initiatief de test gebeurde.
- FEBEG maakt verder een aantal specifieke opmerkingen. De meeste van deze specifieke opmerkingen dienen volgens de CREG minstens het voorwerp uit te maken van een bespreking binnen de ISR-TF. De opmerking met betrekking tot punt 6.2.2.
(3)van het voorstel van werkingsregels waarbij FEBEG voorstelt dat een SGR-eenheid instaat moet zijn om zijn output te variëren tussen de Pmin_Available en de Pmax_Available in plaats van tussen de PminREF en de PmaxREF, wordt door de CREG wel weerhouden. Niet-vertrouwelijk 8/22 2.2.
- Reactie van FEBELIEC
- FEBELIEC ondersteunt de vraag van de CREG naar meer transparantie inzake het CIPU-contract. Dit contract werd inmiddels gepubliceerd op de Elia website (zie antwoord van Elia op de consultatie), waardoor de CREG meent dat er tegemoetgekomen is aan de vraag naar transparantie inzake het CIPUcontract.
- Met betrekking tot de reactie van FEBELIEC over de certificatie van SDR-vermogen op basis van historische gegevens, meent de CREG dat de argumentatie van FEBELIEC waardevol is en nodigt FEBELIEC uit om eventuele alternatieve methodes voor te stellen. Op het punt van FEBELIEC dat historische reacties op prijzen geen garantie vormen voor toekomstig gedrag, wenst de CREG toch te benadrukken dat het niet de bedoeling is om met de strategische reserve een aanzuigeffect te creëren voor de flexibele vraag. Enkel de vraag die zich buiten de markten bevindt zou in aanmerking mogen komen voor deelname aan strategische reserve.
- FEBELIEC is het verder niet eens met de argumentatie van de CREG die leidt tot de vraag van de CREG tot invoering van de SDR-certificatie afhankelijk te maken van de reactie op de prijs op de balancingmarkt. De CREG begrijpt dat er een fundamenteel verschil is tussen een productiecentrale (wiens enige doel is elektriciteit te produceren) en een industriële verbruiker (wiens doel is goederen te produceren), maar meent dat de redenering van de CREG leidt tot een beter level playing field tussen productie en vraagbeheer.
- FEBELIEC meent dat er een evenwicht moet gezocht worden tussen de openheid van de strategische reserve voor vraag (SDR) en de hoogte van de penaliteiten die de business case voor deelname aan strategische reserve kunnen ondermijnen. De CREG wenst de bedoeling van de strategische reserve te benadrukken, namelijk op momenten van schaarste bijdragen tot de bevoorradingszekerheid in elektriciteit. In dit opzicht is een gepaste reactie van de gecontracteerde strategische reserve op een activatiesignaal van Elia onontbeerlijk. De invoering en de hoogte van de penaliteiten moeten de betrouwbaarheid van de strategische reserve bevorderen. 2.2.
- Reactie van FLUXYS
- In haar reactie vestigt Fluxys de aandacht van de CREG op de mogelijkheid om de reservatie van aardgascapaciteit ex-ante voor de volledige periode van de duur van het contract van de strategische reserve op te leggen aan aardgascentrales. Fluxys vraagt om dit punt aldus te preciseren teneinde de beschikbaarheid van de strategische reserve niet te hypothekeren. Zoals reeds gesteld in de eindbeslissing (B) 1494 over de werkingsregels van toepassing vanaf 1 november 2016, is de CREG van mening dat de werkingsregels en de contracten moeten worden opgesteld om het hoofddoel van de strategische reserve te dienen, i.e. het garanderen van de bevoorradingszekerheid in elektriciteit tegen redelijke kosten. De CREG zal, in haar toekomstige adviezen over de al dan niet manifeste onredelijkheid van prijzen in de offertes, de Minister informeren over de formule voor de boeking van aardgascapaciteit die zij redelijk acht, teneinde de Minister toe te laten tussen te komen bij Elia om de ondertekening van het contract voor de strategische reserve te laten afhangen van de levering van het bewijs dat deze boeking van aardgascapaciteit daadwerkelijk gebeurd is. Niet-vertrouwelijk 9/22
- VOORAFGAANDE BESCHOUWINGEN
- Sedert de instelling van een mechanisme van strategische reserves in 2014 werden de werkingsregels elk jaar wat bijgestuurd omwille van diverse redenen (op basis van nieuwe inzichten, ervaring met de eerdere gecontracteerde reserve, etc.). De CREG heeft in haar eerdere eindbeslissingen en ook in de ontwerpbeslissing 1598 van 22 december 2016 steeds aanbevelingen geformuleerd naar Elia toe met het oog op een aanpassing van het voorstel van werkingsregels voor de volgende winterperiode. Een constante in deze aanbevelingen was de vraag om, weliswaar geleidelijk, te evolueren naar een level playing field tussen productie (SGR) en vraagreductie (SDR).
- De geleidelijke, stapsgewijze aanpak voor de evolutie van de strategische reserve wordt evenwel bemoeilijkt door de instructie van de Minister aan Elia om een strategische reserve voor een periode van drie jaar te contracteren. De CREG heeft immers reeds in het verleden kunnen vaststellen dat het naast elkaar bestaan van verschillende sets toepasbare werkingsregels (in functie van de periode waarin de SR-contracten werden afgesloten) tot onbedoelde situaties aanleiding geeft. Om deze reden wenst de CREG in deze voorafgaande beschouwingen reeds haar intentie te verduidelijken inzake de evolutie van de toelaatbaarheid van de combinatie van het leveren van SDR met andere ondersteunende diensten vanaf eenzelfde leveringspunt.
- Met het oog op het bevorderen van een level-playing field tussen productie en vraagreductie, meent de CREG dat de strategische reserve principieel buiten de markt moet worden gehouden om de interferenties met de gekoppelde elektriciteitsmarkten zo veel mogelijk te beperken (cfr E-wet artikel 7septies). De productie die deelneemt aan de strategische reserve wordt de facto buiten de markt gehouden, gezien enkel de netbeheerder deze productie-eenheden mag activeren. Wat betreft de vraagreductie (SDR) heeft de CREG, in de lijn van de aanbevelingen aan Elia voor de toekomstige werkingsregels, de intentie om vanaf 1 november 2017, leveringspunten die een SDR-contract hebben afgesloten, niet langer toe te laten om deel te nemen aan aanbestedingen van Elia voor de levering van ondersteunende diensten en dit gedurende een volledig jaar (van 1 november tot en met 31 oktober). De keuze om deze beperking te laten gelden gedurende een volledig jaar, en niet enkel gedurende de winterperiode, heeft tot doel de productie en vraagreductie, zoveel mogelijk gelijk te behandelen op de markt voor de ondersteunende diensten. Na beëindiging van het SDR-contract zijn de betrokken leveringspunten vrij om terug deel te nemen aan aanbestedingen van Elia voor de levering van ondersteunende diensten. Een beslissing hierover zal genomen worden in het kader van het voorstel van Elia inzake de balancingregels en na een openbare raadpleging. De CREG vraagt Elia om rekening te houden met deze beschouwing bij het indienen van haar voorstel inzake de balancingregels.
- ANALYSE VAN HET VOORSTEL 4.
- VOORAFGAANDE OPMERKINGEN
- In het voorstel van werkingsregels wordt regelmatig verwezen naar de CIPU-contracten
- Aangezien het CIPU-contract geen gereguleerd contract is, zal de CREG zich in onderhavige beslissing 4 CIPU-contract: contract voor de coördinatie van de inschakeling van productie-eenheden Niet-vertrouwelijk 10/22 niet uitspreken over de elementen in het voorstel van werkingsregels die verwijzen naar een CIPUcontract. Deze beslissing kan bijgevolg op geen enkele wijze worden beschouwd als een goedkeuring van de inhoud – geheel of gedeeltelijk – van het CIPU-contract. Wel is het zo dat er in bepaalde definities uitdrukkelijk wordt verwezen naar het “CIPU- contract”. Elia heeft, om tegemoet te komen aan randnummer 22 van de CREG-beslissing 1494 over de werkingsregels van de strategische reserve voor de winterperiode 2016-2017, het CIPU-contract gepubliceerd op haar website. De CREG meent dat met de publicatie van het CIPU-contract voldoende transparantie wordt gecreëerd.
- Het voorstel van werkingsregels voor de winter 2017-2018 is grotendeels gebaseerd op de werkingsregels voor de winter 2016-2017 die de CREG heeft goedgekeurd. Aangezien de strategische reserves die voor de winter 2014-2015, 2015-2016 en 2016-2017 werden gecontracteerd tot nu toe nooit geactiveerd werden naar aanleiding van een economic of technical trigger, konden mogelijke gebreken in de vroeger goedgekeurde werkingsregels niet aan het licht worden gebracht en blijft de evolutie van de werkingsregels hoofdzakelijk het resultaat van een theoretische denkoefening. De CREG meent evenwel dat voor verschillende aspecten van de strategische reserve een grotere transparantie nodig is naar de marktspelers toe. 4.
- ANALYSE De aanpassingen die aan de werkingsregels werden aangebracht hebben tot doel: - het toepassingsveld van de werkingsregels te verduidelijken; - de aanwezigheid van verschillende marktoperatoren met een SRM-segment mogelijk te maken; - de verschillende parameters te actualiseren in functie van de resultaten van de probabilistische analyse van de staat van de bevoorradingszekerheid van het land voor de winter 2017-2018 en de twee volgende winters die Elia op 15 november 20165 heeft gepubliceerd (hierna: toereikendheidsstudie); - de voorwaarden voor de deelname van de SDR-offertes (submetering op het distributienet en mogelijke combinaties van levering van SDR en ondersteunende diensten vanuit eenzelfde leveringspunt) aan te passen aan de nieuwe definitie van balanceringsproducten; - transparanter te zijn wat de informatie betreft die Elia op haar website publiceert over de activatiestatus van de strategische reserve en de indicatoren gebruikt voor de vorming van de prijs voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten. In haar analyse bespreekt de CREG deze verschillende thema’s in de volgorde waarin ze in de tekst van het voorstel van werkingsregels zijn opgenomen. De analyse van de CREG gaat ook over de implementatie van haar eindbeslissing 1494 van 20 oktober 2016 door Elia. 4.2.
- Verduidelijking van het toepassingsveld van de werkingsregels (hoofdstuk 4) 5 Zie http://www.elia.be/~/media/files/Elia/Products-and-services/Strategic-Reserve/20161201_Adequacy-Study_EN_20172018.pdf Niet-vertrouwelijk 11/22
- De CREG heeft geen opmerkingen over de verduidelijkingen die aan hoofdstuk 4 werden aangebracht. Wanneer Elia echter vermeldt dat de werkingsregels op 1 november 2017 in werking treden tot de inwerkingtreding van een nieuwe versie van de werkingsregels, wil de CREG wel verduidelijken dat gezien het ontbreken van enige ervaring inzake de activatie van de strategische reserve tot nu toe en gezien de noodzakelijke evolutie van het mechanisme van de strategische reserve, de werkingsregels enkel kunnen gelden voor de winterperiode 2017-
- De CREG vindt dan ook dat Elia in 2017 een nieuw voorstel van werkingsregels moet voorleggen dat vanaf 1 november 2018 van toepassing is. 4.2.
- NEMO’s (hoofdstuk 2 - definities, hoofdstuk 6 - activatie van strategisch reservevermogen)
- De definitie van de term NEMO en de aanverwante termen zijn niet de definities uit de verordening 2015/1222 van de commissie van 24 juli
- De CREG is van mening dat de definities, voor meer duidelijkheid, moeten afgestemd worden op die van de verordening. In haar antwoord op de raadpleging gaat ELIA akkoord om de definities af te stemmen op deze uit de verordening 2015/1222 van de commissie van 24 juli
- Dit komt tegemoet aan de opmerking van de CREG in de ontwerpbeslissing (B)1598).
- Elke marktbeheerder stelt zijn eigen marktreglement op; maar het reglement van het SRMmarktsegment is voor alle markbeheerders hetzelfde. De CREG vindt dat er transparantie moet zijn over de voorwaarden die minimaal moeten worden nageleefd opdat elke markbeheerder die het wenst een SRM-segment zou kunnen opstellen. De CREG vraagt Elia dan ook om het ontwerp van werkingsregels aan te vullen door er de lijst aan toe te voegen van de voorwaarden die een marktbeheerder moet vervullen om een SRM-segment te kunnen organiseren, met inbegrip van de gemeenschappelijke minimale voorwaarden van het SRMsegment. Hiertoe heeft Elia in haar antwoord op de openbare raadpleging een tekstvoorstel voorgesteld. Het tekstvoorstel verduidelijkt de bepalingen die van toepassing zijn op de marktbeheerder die een SRM-segment wenst in te richten. Het tekstvoorstel beantwoordt aan de verwachting van de CREG. 4.2.
- IV.2.3 Actualisering van de parameters in functie van de probabilistische analyse van de nood aan strategische reserve 4.2.3.
- Verband tussen de parameters en de scenario’s van de toereikendheidsstudie
- Vooraleer er een offerteaanvraag kan worden georganiseerd moeten er een aantal parameters worden gedefinieerd. Het gaat om het aantal activaties en de maximale duur van de activaties in het ondertekende contract tussen de leverancier van de strategische reserve en de netbeheerder, de equivalentiefactor die wordt gebruikt om het geboden SDR-volume te wegen rekening houdend met de vereiste beschikbaarheid van de strategische reserve en de parameters gebruikt in de formule voor de vergelijking van de prijs van de offertes. Er moet een duidelijk verband kunnen worden gelegd tussen de waarden van deze parameters en de resultaten van de toereikendheidsstudie. In haar voorstel van werkingsregels legt Elia de volgende verbanden; Niet-vertrouwelijk 12/22 - de “base case” dient als referentie om de parameters gebruikt in de formule voor de vergelijking van de offertes te bepalen aangezien het gaat om het meest waarschijnlijke scenario voor de activatie van de strategische reserve; - de andere parameters (aantal activaties en activatieduur voor de SGR-contracten, mate van beschikbaarheid van de SDR-eenheden, equivalentiefactor toegepast op de SDR-offertes) vloeien voort uit het scenario “Sensitivity with the absence of 2 nuclear units in Belgium” waardoor de waarde van de nood aan strategische reserve het hoogst is. Het gaat om een voorzichtige aanpak met als doel de beschikbaarheid van de gecontracteerde capaciteiten te verzekeren om te kunnen voldoen aan een waarde van de behoefte die als maximaal wordt beschouwd. In haar antwoord op de openbare raadpleging voegt Elia de resultaten toe van het scenario “Sensitivity with the absence of 2 nuclear units in Belgium”, waarop de activatievoorwaarden gebaseerd zijn. De CREG stelt vast dat er ten opzichte van de parameters die werden gekozen voor de offerteaanvraag van 2016 meer, maar kortere activaties waren zonder dat er een verband kan gelegd worden met de resultaten van de toereikendheidsstudie. In haar antwoord op de openbare raadpleging verduidelijkt Elia dat in minder extreme scenario’s lange activaties worden vervangen door meerdere korte activaties. 4.2.3.
- Criteria voor de beschikbaarheid van de SDR (hoofdstuk 5 - 5.3.1.)
- In het kader van het certificatieproces bepaalt Elia het “maximum toegestaan SDRreferentievermogen” van een SDR-portefeuille op basis van de afnamegegevens die tijdens de drie vorige winterperiodes werden gemeten. Om dit vermogen te bepalen gebruikt Elia twee criteria: - een beschikbaarheidscriterium tijdens verschillende dagdelen van de winterperiode; - een beschikbaarheidscriterium tijdens de uren waarop de day ahead-prijs hoog is.
- De CREG is van mening dat het fijner opsplitsen van de dagdelen een verbetering is van de werkingsregels in de richting van een betere afstemming van de definitie van het product op de nood aan strategische reserve. In haar ontwerpbeslissing (B)1598 vroeg de CREG aan ELIA meer transparantie over het verband tussen de resultaten van de bevoorradingszekerheidsstudie van Elia en de in tabel 1 vermelde beschikbaarheidspercentages. Elia heeft de berekeningsmethodologie voor de bepaling van de beschikbaarheidspercentages toegelicht in haar antwoord op de consultatie en komt aldus tegemoet aan de opmerking van de CREG.
- De eerste formule voor de berekening uit punt 4 van het punt 5.3.1 verwijst naar een ‘gespecificeerde periode in tabel 1’. Voor de duidelijkheid zou er best verduidelijkt worden naar welk deel van de tabel wordt verwezen (een vak, een lijn van de tabel,...). Elia heeft in haar antwoord op de raadpleging van de CREG een voorstel van aangepaste tekst voorgesteld. De CREG gaat akkoord met het tekstvoorstel.
- Wat het tweede criterium betreft, vindt Elia dat het aangeboden vermogen verminderd moet worden zodra er een verschil van 20% wordt vastgesteld tussen het referentieverbruik en het gemeten verbruik wanneer de prijs op de day ahead-markt hoger is dan 150 EUR/MWh. In haar ontwerpbeslissing (B)1598 vroeg de CREG aan Elia om een verantwoording van de drempel van 20% toe te voegen. Niet-vertrouwelijk 13/22 In haar antwoord op de raadpleging licht Elia de redenering toe die aanleiding heeft gegeven tot deze drempel van 20%. De waarde zelf is niet statistisch bepaald, gezien de beperkte ervaring met betrekking tot de beschikbaarheid van SDR tijdens periodes van hoge DAM-prijzen. De CREG stelt voor om dit verder op te volgen en in de toekomst deze drempelwaarde, indien nodig, bij te stellen.
- Zoals ze had aangegeven in punt 52 van haar beslissing 14946 is de CREG van mening dat deze twee criteria niet voldoende zijn en ze vraagt aan Elia om een derde criterium toe te voegen in verband met de beschikbaarheid van de aangeboden SDR wanneer de onevenwichtsprijs hoog is. De CREG motiveert haar beslissing door het feit dat het noodzakelijk is om zoveel mogelijk een level playing field te creëren met de productie, die buiten de markt wordt gehouden wanneer ze deel uitmaakt van de strategische reserve. De vraag die op een marktprijs reageert, is een capaciteit die actief is op de markt. Toelaten dat ze aan de strategische reserve deelneemt zou discriminerend zijn ten opzichte van de productiecapaciteiten die niet meer kunnen genieten van de marktopportuniteiten als ze deel uitmaken van de strategische reserve. Het zou ook gaan om oneerlijke concurrentie ten opzichte van de vraagflexibiliteit die niet van een capaciteitsvergoeding geniet die voortvloeit uit een contract voor strategische reserve of voor een ondersteunende dienst. De CREG vraagt Elia dan ook om in de finale versie van de werkingsregels het prijsniveau en de gevoeligheidsparameter te vermelden die werden toegepast bij de certificering om het gecertificeerde SDR-volume afhankelijk van de reactie op de prijs van de balancingmarkt te moduleren. In haar antwoord op de raadpleging over de ontwerpbeslissing heeft Elia voorgesteld om in te gaan op de vraag van de CREG en een gelijkaardige methode te hanteren als deze voor de DAM-prijs. Verder stelt Elia een tekstvoorstel voor om in sectie 5.3.
- van de werkingsregels te voorzien. De CREG gaat akkoord met dit voorstel van Elia. 4.2.
- Aanpassing van de voorwaarden voor de deelname van de SDR-offertes 4.2.4.
- Submetering op het distributienet (hoofdstuk 5 – 5.3.)
- Wanneer het principe van de deelname van de leveringspunten uitgerust met een submeter achter een toegangspunt op het distributienet in de werkingsregels wordt vermeld, verwijst Elia naar de procedure voor aanleg voor de precieze definitie van de voorwaarden die de kandidaten voor de levering van SDR moeten vervullen om een offerte in te dienen. In het ontwerp van regels voor de aanleg van de strategische reserve dat Elia in 2016 ter openbare raadpleging had voorgelegd, was de deelname onderworpen aan de naleving van de minimale technische vereisten die de DNB’s geformuleerd hadden en die werd beschreven in het ad-hoc document dat Synergrid zou publiceren en werd verduidelijkt dat de betrokken DNB een attest zou afleveren van de technische conformiteit van de submeteringsinstallaties. Sindsdien heeft Synergrid een technisch voorschrift C8-027 gepubliceerd. Deze norm heeft echter enkel betrekking op nieuwe submeters die geïnstalleerd en beheerd worden door de DNB’s en bestaande submeters waarvan de DNB de overeenstemming met het technisch reglement heeft gecontroleerd. Het ontwerp van de procedure van aanleg van strategische reserve waarover Elia een openbare raadpleging organiseerde, werd aangepast om de vereisten te specificeren waaraan een leveringspunt uitgerust met een submeter op het distributienet moet voldoen om deel te kunnen nemen aan de 6 7 http://www.creg.info/pdf/Beslissingen/B1494NL.pdf http://www.synergrid.be/download.cfm?fileId=C8_02_SpecifiekeMeters_20161129_FINAAL.pdf Niet-vertrouwelijk 14/22 strategische reserve. Elia aanvaardt de levering vanaf submeters op het distributienet voor zover zij voldoen aan de technische vereisten bepaald in het document C8/02 van Synergrid. Deze norm heeft echter enkel betrekking op nieuwe submeters die geïnstalleerd en beheerd worden door de DNB’s en bestaande submeters waarvan de DNB de overeenstemming met het technisch reglement heeft gecontroleerd. Elia rechtvaardigt deze beperking niet aan de hand van enige wettelijke, reglementaire of technische bepaling. Op die wijze beperkt Elia de deelname van leveringspunten met een submeter op het distributienetniveau hoewel er geen enkel wettelijke bepaling die beperking op legt. In het document C8/02 van 29 november 2016 kondigt Synergrid aan dat, na het advies van de VREG en de CWaPE over dit punt, de Waalse en Vlaamse DNB’s momenteel aan de ontwikkeling van alternatieve oplossingen werken om deze te integreren in het document C8/
- De bedoeling van de DNB’s is om een ontwerp tot herziening van de C8/02 voor te leggen aan een openbare raadpleging, in principe tijdens het eerste trimester van
- De CREG vraagt ELIA om in die zin verder te werken teneinde deze beperking op te heffen. 4.2.4.
- Combinatie met andere producten van Elia
- De voetnoot nr. 18 gaat over de mogelijke evolutie van het ICH-product in 2018, terwijl dit product dan niet meer zal bestaan, bevat nog steeds de benaming R3DP terwijl de producten R3 standaard en R3 flex vanaf 1 januari 2017 operationeel zullen zijn en bevat geen verwijzing naar de bidladder. De CREG vraagt Elia dan ook om haar tekst te herformuleren om die aan te passen aan de laatste evolutie van haar producten. In haar antwoord op de consultatie van de CREG stelt Elia een nieuwe tekst voor de voetnoot voor, waarmee de CREG akkoord kan gaan.
- Punt 5.3.
- nr. 3 vermeldt de mogelijke combinaties voor de levering van de SDR-dienst en andere ondersteunende diensten vanuit eenzelfde leveringspunt. De formulering van punt a. is dubbelzinnig. Voor de duidelijkheid zou ‘Elk leveringspunt’ moeten vervangen worden door ‘Geen enkel leveringspunt’. Elia heeft in haar reactie op de consultatie een aanpassing van de tekst voorgesteld, wat de duidelijkheid verbetert. De CREG gaat akkoord met deze verduidelijking. 4.2.
- Kenmerken van een activatie
- Met betrekking tot punt 6.2.2.
(3)van het voorstel van werkingsregels volgt de CREG de opmerking van FEBEG in haar antwoord op de raadpleging. Punt 6.2.2.
(3)stelt dat een SGR-eenheid instaat moet zijn om zijn output te variëren tussen de Pmin_Available en de Pmax_Available in plaats van tussen de PminREF en de PmaxREF. De CREG vraagt aan Elia om deze benamingen aan te passen. 4.2.
- 4.2.
- Transparantie (hoofdstuk 7) De CREG heeft geen opmerkingen bij de aangebrachte wijzigingen. Implementatie van eindbeslissing 1494 van de CREG van 20 oktober 2016 Niet-vertrouwelijk 15/22 Hoofdstuk 2 - Definities
- De CREG stelt vast dat Elia naar aanleiding van haar opmerking in paragraaf 33 van beslissing 1494 ‘(reële activatie of test)’ heeft toegevoegd bij het begrip activatie in paragraaf 6.2.4 en 6.3.4 over de controle en penaliteiten van de SGR- en SDR-eenheden. Deze wijzigingen zijn echter niet optimaal. Het gebruik van haakjes leidt tot verwarring. In punt 6.2.4 worden deze haakjes immers gevolgd door ‘op vraag van Elia of om een test op vraag van de SGR-leverancier’ waardoor men kan veronderstellen dat een reële activatie kan gebeuren op vraag van de SGR-leverancier en, in punt 6.3.4., door de termen ‘op initiatief van Elia’ terwijl dit enkel betrekking heeft op de testen. De CREG vroeg in haar ontwerpbeslissing aan ELIA om deze zaken anders te formuleren. In haar antwoord op de consultatie stelt Elia een nieuwe formulering voor, waarmee de CREG akkoord gaat.
- In paragraaf 34 van haar beslissing 1494 schreef de CREG dat er uit de werkingsregels van Elia moeilijk kon afgeleid worden hoe Elia de effectieve levering van SDR vanuit een leveringspunt binnen een CDS zal kunnen verifiëren. De CREG vroeg in haar ontwerpbeslissing (B) 1598 aan Elia om dit punt te verduidelijken. Dit gebeurde inmiddels in de procedure van aanleg.
- In paragraaf 38 van beslissing 1494 vroeg de CREG Elia om de definitie van de term ‘productieeenheid’ te verduidelijken. De nieuwe definitie in het voorstel van werkingsregels is onvolledig. Daarnaast vroeg de CREG in haar ontwerpbeslissing (B)1598 om te verantwoorden waarom de pompcentrale wordt vermeld. In haar antwoord op de consultatie stelt Elia een nieuwe definitie voor die werd overgenomen uit de Verordening 1348/2014 (REMIT). De CREG gaat akkoord met dit voorstel. Hoofdstuk 6 – 6.3.
- Controle en penaliteit betreffende de activatie van de SDR
- In beslissing 1494 vermeldde de CREG dat ze vond dat de voorwaarden voor een sanctie niet duidelijk waren. Met de aangebrachte wijzigingen is er nog altijd niet voldoende duidelijkheid. Momenteel is een penaliteit onderworpen aan een analyse van Elia en een bespreking met de leverancier en wordt overmacht uitgesloten. De CREG vindt dat enkel het feit dat er niet geleverd wordt al voldoende zou moeten zijn om een sanctie toe te passen en vraagt Elia om de procedure af te stemmen op de procedure die voor de SGR wordt toegepast. In haar antwoord op de consultatie van de CREG gaat Elia grotendeels in op de vraag van de CREG (schrappen van ‘force majeur’ en van de bespreking met de leverancier), maar stelt voor om het “start and control”-criterium op te splitsen in 2 subcriteria. Dit werd door Elia verder toegelicht tijdens de ISR-TF van 7 februari
- De CREG aanvaardt het voorstel van Elia maar zal de effectiviteit van de testcriteria en bijhorende penaliteiten blijven opvolgen.
- Voetnoot 52 verduidelijkt bovendien dat testen op initiatief van de SDR-leverancier niet onderworpen zijn aan penaliteiten. De CREG vraagt Elia om het verschil in behandeling tussen SDR en SGR weg te werken, zoals ook voorgesteld door Elia in haar reactie op de ontwerpbeslissing (B)
- In de Franse versie dient de term ‘rémuréation de la disponibilité’ na het tweede streepje te worden vervangen door ‘rémunération de la réservation’ zodat er steeds dezelfde termen worden gebruikt. Elia heeft in haar antwoord op de raadpleging aangegeven om de tekst in die zin aan te passen. Elia komt dus tegemoet aan de opmerking van de CREG.
- De vierde paragraaf gaat over het effect van een activatie van een SDR-eenheid op de perimeter van de ARP overeenkomende met de toegangspunten die aan deze SDR-eenheid zijn gelinkt. Met uitzondering van de leveringspunten die toegangspunten van het Elia-net zijn, wordt de perimeter niet gecorrigeerd. De CREG is echter van mening dat de correctie van de perimeter van de ARP de te verkiezen oplossing is. Ze vraagt Elia dan ook om deze correctie op te nemen in haar voorstel van werkingsregels dat ze zal opstellen na de aanneming van het wettelijk kader voor de organisatie van de energie-overdracht. Niet-vertrouwelijk 16/22
- IMPACT VAN HET MINISTERIEEL BESLUIT VAN 13 JANUARI 2017
- Het Ministerieel Besluit van 13 januari 2017 geeft aan ELIA de instructie om een strategische reserve aan te leggen voor een periode van 3 jaar vanaf 1 november 2017 en voor een volume van 900 MW (Artikel 2, §1, van het MB). De instructie van de Minister om strategische reserve aan te leggen voor drie jaar betekent dat ELIA zal genoodzaakt zijn om driejarige contracten af te sluiten. Artikel 7sexies, §3 van de elektriciteitswet stelt immers dat de netbeheerder overeenkomsten sluit vanaf 1 november van het lopende jaar. Artikel 3 van het MB stelt dat het volgende: “het afsluiten van een overeenkomst met de netbeheerder in het raam van de strategische reserve doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de commissie om de werkingsregels aan te passen.” Een gedeelte van de werkingsregels is van toepassing op alle marktactoren, en/of op alle gecontracteerde eenheden van de strategische reserve (hierna het “algemeen geldend gedeelte”). Een ander gedeelte van de werkingsregels (met onder meer de penaliteiten, de activatievoorwaarden, etc.) is enkel van toepassing op de contracten die worden afgesloten bij de aanbesteding in 2017 (hierna het “specifiek contractueel gedeelte”). De bepalingen in dit “specifiek contractueel” gedeelte impacteren rechtstreeks de bieding van de kandidaat-leverancier van strategische reserve, waardoor elke toekomstige wijziging van deze bepalingen in principe niet toepasbaar mogen zijn op de reeds afgesloten contracten. In hoofdstuk 4 “Inwerkingtreding en duur” van het voorstel van werkingsregels heeft Elia duidelijk aangegeven welke secties op wie van toepassing zijn. Elke wijziging van het “algemeen geldend” gedeelte van de werkingsregels, zal op iedereen van toepassing zijn voor de volgende winterperiode.
- De CREG heeft in de aanbevelingen van de ontwerpbeslissing aangegeven dat Elia in het voorstel van werkingsregels voor de winterperiode 2018-2019 een wijziging moet aanbrengen met betrekking tot het feit dat er geen certificering is van de capaciteiten die aan de leveringspunten geleverd worden vanuit de actieve vraag in andere marken (day ahead, reactieve balancering, door Elia gecontracteerde balanceringsproducten). De CREG behoudt haar positie op dit vlak, waarover trouwens geen reacties werden ontvangen tijdens de publieke raadpleging. Het feit dat de Minister geopteerd heeft om instructie te geven aan Elia voor het aanleggen van een strategische reserve voor een periode van drie jaar, maakt dat een dergelijke aanpassing in de werkingsregels toepasbaar vanaf 1 november 2018 (m.a.w. in het volgende voorstel van werkingsregels) geen effect zou hebben op de SDR die in de aanbesteding van 2017 gecontracteerd wordt. De CREG meent dat het stappenplan met een geleidelijke verstrenging inzake de toelaatbaarheid van combinaties tussen SDR met marktgerelateerde inkomsten, moet uitgevoerd worden in het belang van een goede marktwerking.
- De CREG vraagt dan ook aan Elia om in de tender en in de contracten voor SDR duidelijk aan te geven dat vanaf 1 november 2018 de certificatie van SDR zal aangepast worden voor alle leveringspunten, ook voor deze die gecertificeerd werden in het kader van de aanbesteding in 2017 voor de strategische reserve vanaf 1 november
- Vanaf 1 november 2018 kunnen enkel nog leveringspunten gecertificeerd worden die sedert 1 november 2015 geen deel uitmaakten van offertes die werden ingediend in het kader van offerte-aanvragen door de transmissienetbeheerder voor de levering van ondersteunende diensten, noch gereageerd hebben op prijsprikkels (day-ahead of reactieve balancering) zoals voorzien in de werkingsregels van toepassing vanaf 1 november
- Niet-vertrouwelijk 17/22 Bijgevolg zullen SDR-leveranciers hun leveringspunten voor SDR die niet voldoen aan deze nieuwe regel die ingaat op 1 november 2018, dienen te vervangen door een of meerdere leveringspunten die wel voldoen aan deze regel. Deze regel maakt dat sommige SDR-leveranciers een extra wijziging van bepaalde leveringspunten zullen moeten voorzien. Tot op heden werden er in de SDR-contracten 2 wijzigingen van leveringspunten toegelaten, waarbij dient te worden opgemerkt dat de SDRcontracten een maximale duur van 1 jaar hadden, wat in concreto betekent dat er 2 wijzigingen per jaar mogelijk waren voor SDR-contracten. De CREG stelt voor dat Elia twee wijzigingen per jaar overweegt in plaats van 2 wijzigingen per contractperiode.
- Artikel 4 van het MB voorziet in een bepaling voor de aanpassing van het volume dat de netbeheerder dient te contracteren in het geval dat productie-eenheden die een definitieve of tijdelijke buitendienststelling hebben aangekondigd overeenkomstig artikel 4bis van de elektriciteitswet herintreden in de markt. De bepaling van artikel 4 van het MB luidt als volgt : “Art.
- In afwijking van paragraaf 1 en 2 van artikel 2, in de veronderstelling dat productieeenheid(en), die de definitieve of tijdelijke niet geprogrammeerde buiten bedrijf stelling van een installatie aangekondigd hebt/hebben overeenkomstig artikel 4bis van de wet herintreden op de markt, kan het volume bedoeld in § 2 van artikel 2 pro rata voor de winters 2018-2019 en 2019-2020 aangepast worden.” Het MB specifieert niet welke eenheden mogen herintreden in de markt, noch de eventuele voorwaarden die daaraan moeten gekoppeld worden. De CREG meent dat er drie mogelijke scenario’s kunnen worden onderscheiden : - Een eenheid wenst af te zien van de aangekondigde buitendienststelling vóór de einddatum van de indiening van de offertes voor de strategische reserve (midden april 2017) : het volume voor de winterperiodes 2018-2019 en 2019-2020 kan worden aangepast. De CREG stelt vast dat er geen mogelijkheid tot aanpassing voor de komende winterperiode 2017-2018 voorzien is. - Een eenheid die niet werd weerhouden in de strategische reserve wenst af te zien van haar aangekondigde buitendienststelling (nadat de contracten voor de strategische reserve afgesloten zijn) : hier heeft een aanpassing van het volume nog weinig zin, gezien de 900 MW reeds gecontracteerd werd. Het Ministerieel Besluit kan dus niet bedoeld zijn voor deze eenheden. - Eenheden die gecontracteerd werden in de strategische reserve wensen terug te keren naar de markt. In principe meent de CREG dat een contract dat voor een bepaalde duur wordt afgesloten ook dient te worden nageleefd en er moet uitgegaan worden dat deze bepaling in het MB niet de eenheden viseert die door Elia gecontracteerd werden in de strategische reserve. Uit een toelichting van de Minister aan Elia over het ministerieel besluit (die de CREG ontving op 6 februari 2017 en die een antwoord vormt op een vraag van Elia aan de Minister van 30 januari 2017) blijkt echter dat de Minister de bedoeling heeft om ook de productieeenheden die gecontracteerd werden in de strategische reserve toe te laten op eigen initiatief uit het (in principe driejarig) contract te treden. Een dergelijke mogelijkheid wordt niet voorzien voor de vraagreductie.
- Indien ELIA wenst uitvoering te geven aan de bedoeling van de Minister zoals uiteengezet in de haar brief van 6 februari 2017, dan meent de CREG dat voor het verlaten van de productie-eenheden uit de strategische reserve vóór de afloop van het contract een duidelijk en transparant kader dient te worden gecreëerd. De CREG meent dat het uitwerken van dit kader onder de beslissingsbevoegdheid van de CREG valt, gezien de impact op de marktwerking. Vooreerst dient de mogelijkheid tot uittreding voorzien te worden in de contracten die met aanbieders van SGR worden afgesloten. De CREG meent Niet-vertrouwelijk 18/22 dat de uittreding uit de strategische reserve best op een vooraf bepaald tijdstip gebeurt, waarbij De CREG voorstelt om jaarlijks op 31 oktober de mogelijke uittreding toe te laten. Gezien de terugkeer van eenheden naar de markt een invloed kan hebben op beslissingen van andere marktactoren, meent de CREG dat het wenselijk is dat uittreding uit de strategische reserve, en bijgevolg de terugkeer in de markt, wordt aangekondigd bij Elia vóór 1 juli om effectief uit de strategische reserve te treden op 31 oktober volgend op deze aankondiging. Nadat Elia hier de lijst van terugkeer naar de markt bekend heeft gemaakt op haar website, kunnen andere actoren nog tijdig (vóór 31 juli) beslissen of ze al dan niet een uitdienstneming overeenkomstig artikel 4bis, van de elektriciteitswet aankondigen. Verder meent de CREG dat er in bepaalde gevallen begeleidende maatregelen nodig zijn om concurrentieverstoring te vermijden (bijvoorbeeld gedeeltelijke terugbetaling van investeringen die in de strategische reserve gefinancierd werden). Deze maatregelen moeten opgenomen worden in de contracten die Elia afsluit ten gevolge van de terugkeer naar de markt van deze eenheden.
- De CREG meent dat deze modaliteiten uitgewerkt dienen te worden in een afzonderlijk hoofdstuk van de werkingsregels van de strategische reserve toepasbaar vanaf 1 november 2017 en het voorwerp dienen te vormen van een afzonderlijke beslissing van de CREG. Deze modaliteiten dienen onder meer in lijn te liggen met de criteria inzake het al dan niet manifest onredelijk karakter van de offertes voor productie bepaald door de CREG. De CREG vraagt Elia om zo snel mogelijk een dergelijk voorstel in te dienen bij de CREG. Niet-vertrouwelijk 19/22
- CONCLUSIE Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en in het bijzonder artikel 7septies, §1; Gelet op het voorstel van werkingsregels ontvangen van Elia op 9 en 14 december 2016; Gelet op de analyse van het voorstel van werkingsregels; Gelet op het antwoord van Elia op de openbare raadpleging en de daarin hernomen voorstellen tot wijziging van de tekst van het voorstel van werkingsregels meer bepaald met betrekking tot randnummers 51, 52, 56, 58, 60, 61, 64, 66, 67, 68 en
- Beslist de CREG om het voorstel van werkingsregels van toepassing voor de winter 2017-2018 goed te keuren rekening houdend met de voorgestelde wijzigingen door Elia en op voorwaarde dat Elia deze regels aanpast en daarbij ten volle rekening houdt met de opmerking van de CREG in paragraaf 62 en
- Tevens vraagt de CREG aan ELIA om een nieuw voorstel van werkingsregels in te dienen dat rekening houdt met paragrafen 74 tot
- De CREG vraagt Elia om voor het voorstel van werkingsregels van toepassing voor de winter 2018-2019 te wijzigen, in het bijzonder op het vlak van: - de correctie van de perimeter van de evenwichtsverantwoordelijken voor alle leveringspunten van SDR (paragraaf 70). - het feit dat er geen certificering is van de capaciteiten die aan de leveringspunten geleverd worden vanuit de actieve vraag in andere marken (day ahead, reactieve balancering, door Elia gecontracteerde balanceringsproducten) zoals omschreven in hoofdstuk
- Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas Tirez Directeur Niet-vertrouwelijk Marie-Pierre FAUCONNIER Voorzitster van het Directiecomité 20/22 BIJLAGE 1 : VOORSTEL VAN WERKINGSREGELS Voorstel van ELIA SYSTEM OPERATOR nv betreffende de werkingsregels van de strategische reserve van toepassing vanaf 1 november 2017, alsook een versie met aanduiding van de wijzigingen ten opzichte van de werkingsregels van toepassing vanaf 1 november
- Niet-vertrouwelijk 21/22 BIJLAGE 2 : INDIVIDUELE ANTWOORDEN OP RAADPLEGING Deze bijlage bevat de individuele antwoorden op de openbare raadpleging die de CREG organiseerde over de ontwerpbeslissing (B)1598, namelijk van ELIA, EPEXSPOT, FEBEG, FEBELIEC en FLUXYS. Niet-vertrouwelijk 22/22