← België

Beslissing houdende vastlegging van de criteria voor het toestaan van afwijkingen van bepalingen van de netcodes RfG, DCC en/of HVDC

(B)1602 20 april 2017 Beslissing houdende vastlegging van de criteria voor het toestaan van afwijkingen van bepalingen van de netcodes RfG, DCC en/of HVDC genomen met toepassing van artikel 61.1 van de verordening (EU) nr. 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net, artikel 51.1 van de verordening (EU) nr. 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers en artikel 78.1 van de verordening (EU) nr. 2016/1447 van de Commissie van 26 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting op het net van hoogspanningsgelijkstroomsystemen en op gelijkstroom aangesloten power park modules CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2

  1. INLEIDING ........................................................................................................................................ 3
  2. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4
  3. RAADPLEGING.................................................................................................................................. 6
  4. BEOORDELING ................................................................................................................................. 7 4.
  5. Inleiding.................................................................................................................................... 7 4.
  6. Voorwaarden met betrekking tot de indiening van het afwijkingsverzoek............................. 8 4.2.
  7. Indiening bij de regulatoren - taalwetgeving - harmonisatie van de beslissingen........... 8 4.2.
  8. Te vermelden referenties in het afwijkingsverzoek ....................................................... 12 4.
  9. 4.3.
  10. De inhoudelijke criteria .................................................................................................. 14 4.3.
  11. De duur van de afwijking................................................................................................ 21 4.
  12. Criteria met betrekking tot de onderbouwing van het afwijkingsverzoek en het bewijs van afwezigheid van een negatief effect op de grensoverschrijdende handel ............................ 14 Criteria met betrekking tot de kosten-batenanalyse............................................................. 23 4.4.
  13. Het ontwerp van criteria ................................................................................................ 23 4.4.
  14. De ontvangen opmerkingen ........................................................................................... 24 4.4.
  15. Behandeling van de opmerkingen ................................................................................. 26 CONCLUSIE..................................................................................................................................... 28 BIJLAGE .................................................................................................................................................. 29 CRITERIA VOOR HET TOESTAAN VAN AFWIJKINGEN VAN BEPALINGEN VAN DE NETCODES RFG, DCC EN/OF HVDC .................................................................................................................................. 29
  16. INLEIDING ...................................................................................................................................... 29
  17. Voorwaarden met betrekking tot de indiening van het afwijkingsverzoek .................................. 30
  18. Criteria met betrekking tot de onderbouwing van het afwijkingsverzoek en het bewijs van afwezigheid van een negatief effect op de grensoverschrijdende handel.................................... 31
  19. Criteria met betrekking tot de kosten-batenanalyse .................................................................... 32 2/33
  20. INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna de “CREG”) stelt, met toepassing van artikel 61.1 van de verordening (EU) nr. 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net, artikel 51.1 van de verordening (EU) nr. 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers en artikel 78.1 van de verordening (EU) nr. 2016/1447 van de Commissie van 26 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting op het net van hoogspanningsgelijkstroomsystemen en op gelijkstroom aangesloten power park modules, de criteria vast voor het toestaan van afwijkingen van bepalingen van de voornoemde netcodes. De CREG heeft een openbare raadpleging gehouden over een ontwerp van criteria voor het toestaan van afwijkingen van bepalingen van de voornoemde netcodes gedurende vier weken, eindigend op 20 februari
  21. De regionale regulatoren (CWaPE, VREG en Brugel) hielden gelijktijdig een openbare raadpleging over eenzelfde ontwerp van criteria. Dit ontwerp van criteria kwam tot stand door middel van samenwerking tussen de vier regulatoren. De ontvangen opmerkingen worden in deze beslissing behandeld. Naast de aanpassingen die naar aanleiding van de ontvangen opmerkingen worden doorgevoerd, worden er op een aantal plaatsen een aantal louter redactionele aanpassingen doorgevoerd in de criteria voor afwijkingen ten aanzien van het ontwerp ter raadpleging om beide taalversies ervan taalkundig beter op elkaar af te stemmen. Onderhavige beslissing bestaat uit vijf delen. Naast de huidige inleiding schetst het tweede deel het wettelijk kader. Het derde deel geeft toelichting bij de gevoerde openbare raadpleging. Het vierde deel bevat de bespreking van de criteria en behandelt de ontvangen opmerkingen. Het vijfde en laatste deel bevat de conclusie. De eigenlijke criteria voor het toestaan van afwijkingen van bepalingen van de voornoemde netcodes zijn opgenomen als bijlage bij deze beslissing. Deze beslissing werd door het Directiecomité van de CREG genomen op 20 april
  22. 3/33
  23. WETTELIJK KADER
  24. Op Europees niveau werden in april en augustus 2016 drie verordeningen tot vaststelling van netcodes met voorwaarden voor aansluiting op het elektriciteitsnet aangenomen. Het betreft meer bepaald: - de verordening (EU) nr. 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net (hierna, de netcode RfG); - de verordening (EU) nr. 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers (hierna, de netcode DCC); - de verordening (EU) nr. 2016/1447 van de Commissie van 26 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting op het net van hoogspanningsgelijkstroomsystemen en op gelijkstroom aangesloten power park modules (hierna, de netcode HVDC).
  25. Deze verordeningen zijn bindend voor alle betrokken partijen en rechtstreeks van toepassing in België zonder omzetting in nationaal recht. Een aantal specifieke bepalingen van deze verordeningen werden van toepassing in de loop van
  26. Het betreft artikel 4, lid 2, onder b), artikel 7, artikel 58, artikel 59, artikel 61 (afwijkingscriteria) en titel VI van de netcode RfG, artikel 4, lid 2, onder b), artikel 6, artikel 51 (afwijkingscriteria), artikel 56 en artikel 57 van de netcode DCC en artikel 4, lid 2, onder b), artikel 5, artikel 75, artikel 76 en artikel 78 (afwijkingscriteria) van de netcode HVDC. Het merendeel van de bepalingen van deze verordeningen wordt van toepassing in de loop van
  27. Deze verordeningen hebben tot doel geharmoniseerde regels vast te stellen voor de aansluiting van de daarin bedoelde installaties, netten of systemen op het net om een duidelijk juridisch kader voor dergelijke aansluiting(en) tot stand te brengen, de Uniebrede handel in elektriciteit te vergemakkelijken, de systeemveiligheid te waarborgen, de integratie van hernieuwbare energiebronnen te vergemakkelijken, de mededinging te versterken en een efficiënter gebruik van het netwerk en de hulpbronnen mogelijk te maken, in het belang van de consument.
  28. De bevoegde regulerende instantie kan respectievelijk met toepassing van de netcodes RfG, DCC en HVDC op verzoek van: - eigenaren of toekomstige eigenaren van elektriciteitsproductie-installaties, de relevante transmissiesysteembeheerder (TSB), distributiesysteembeheerder (DSB) of beheerder van een gesloten distributiesysteem (GDSB); - een eigenaar of toekomstige eigenaar van een verbruiksinstallatie, en een distributiesysteembeheerder/beheerder van een gesloten distributiesysteem of toekomstige beheerder, een relevante systeembeheerder of relevante transmissiesysteembeheerder; - een eigenaar of toekomstige eigenaar van een HVDC-systeem of van een via gelijkstroom aangesloten (“DC-aangesloten”) power park module, relevante systeembeheerder of relevante transmissiesysteembeheerder; 4/33 en in overeenstemming met dezelfde verordeningen afwijkingen van een of meerdere bepalingen van deze verordeningen toestaan voor de aansluiting van: - elektriciteitsproductie-eenheden binnen hun installaties; - transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties; transmissiegekoppelde distributieinstallaties; distributiesystemen, met inbegrip van gesloten distributiesystemen; verbruikseenheden die door een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem worden gebruikt om diensten voor vraagsturing aan een relevante systeembeheerder en een relevante transmissiesysteembeheerder te leveren; - een hoogspanningsgelijkstroom-systeem (“HVDC-systeem”) en een DC-aangesloten power park module op het net.
  29. De bevoegde regulerende instantie legt na raadpleging van alle belanghebbenden de criteria vast voor het toestaan van afwijkingen met toepassing van artikel 61.1 van de netcode RfG, artikel 51.1 van de netcode DCC en artikel 78.1 van de netcode HVDC. De bevoegde regulerende instantie publiceert de criteria op haar website en brengt deze uiterlijk negen maanden na de inwerkingtreding van de verordeningen ter kennis van de Europese Commissie in uitvoering van dezelfde artikelen uit de netcodes. 5/33
  30. RAADPLEGING
  31. Artikel 61.1 van de netcode RfG, artikel 51.1 van de netcode DCC en artikel 78.1 van de netcode HVDC voorzien samen dat elke regulerende instantie, na raadpleging van de relevante systeembeheerders, eigenaren van elektriciteitsproductie-installaties, eigenaren van verbruiksinstallaties, DSB's en GDSB's, eigenaren van HVDC- systemen, eigenaren van DC-aangesloten power park modules en van andere belanghebbenden op wie deze verordeningen invloed kunnen hebben, de criteria voor het toestaan van afwijkingen overeenkomstig deze verordeningen specificeert.
  32. Het directiecomité van de CREG besliste, op grond van artikel 23, §1, van zijn huishoudelijk reglement1, in het kader van de onderhavige beslissing, om, met toepassing van artikel 33, §1, van zijn huishoudelijk reglement en om tegemoet te komen aan de vereiste raadpleging in de voornoemde artikelen van de netcodes, een openbare raadpleging te organiseren op de website van de CREG gedurende 4 weken eindigend op 20 februari 2017 over een ontwerp van criteria voor het toestaan van afwijkingen van bepalingen van de netcodes RfG, DCC en/of HVDC
  33. De vier Belgische energieregulatoren (CREG, VREG, CWaPE en BRUGEL) hielden gelijktijdig een openbare raadpleging over een gezamenlijk ontwerp van vast te leggen criteria voor het toestaan van afwijkingen van bepalingen van de netcodes RfG, DCC en/of HVDC die door onderlinge samenwerking tot stand kwamen.
  34. De CREG (evenals de drie regionale regulatoren) ontving(en) opmerkingen van BGA (Belgian Generators Associations), Synergrid, Elia en Febeliec binnen de raadplegingsperiode. Deze opmerkingen alsook de behandeling ervan komen aan bod in deel 4 van deze beslissing van de CREG. De CREG en de drie regionale regulatoren hebben de ontvangen opmerkingen onderling besproken teneinde hun respectieve beslissingen tot vaststelling van de criteria voor het toestaan van afwijkingen van bepalingen van de netcodes RfG, DCC en/of HVDC zoveel als mogelijk te coördineren. Naast de aanpassingen die naar aanleiding van de ontvangen opmerkingen worden doorgevoerd, worden er op een aantal plaatsen een aantal louter redactionele aanpassingen doorgevoerd in de criteria voor afwijkingen ten aanzien van het ontwerp ter raadpleging om beide taalversies ervan taalkundig beter op elkaar af te stemmen. 1 B.S., 14 december 2015 met wijzigingen in B.S. 12 januari
  35. http://www.creg.be/nl/openbare-raadplegingen/ontwerp-van-vast-te-leggen-criteria-voor-het-toestaan-van-afwijkingenvan 2 6/33
  36. BEOORDELING
  37. Het ontwerp van criteria voor het toestaan van afwijkingen van bepalingen van de netcodes RfG, DCC en/of HVDC (hierna: “het ontwerp van criteria”), waarover een openbare raadpleging liep van 20 januari tot en met 20 februari 2017, bevatte vier delen, met name

(1)een inleiding,
(2)de voorwaarden met betrekking tot de indiening van het afwijkingsverzoek,
(3)de criteria met betrekking tot de onderbouwing van het afwijkingsverzoek en het bewijs van afwezigheid van een negatief effect op de grensoverschrijdende handel en
(4)de criteria met betrekking tot de kosten-batenanalyse. De criteria die door middel van de huidige beslissing worden vastgesteld, behouden dezelfde structuur. De hiernavolgende bespreking volgt dan ook deze structuur. 4.1. INLEIDING 11. De inleiding (punten 1 tot 4 van het ontwerp van criteria) bevat een beknopte weergave van het wettelijk kader, met name de verwijzing naar de relevante artikelen uit de netcodes RfG, DCC en HVDC. 12. Febeliec stelt de vraag of de vermelding dat de CREG de uiteindelijke criteria publiceert op haar website en deze ter kennis brengt van de Europese Commissie, betekent dat deze door deze laatste nog kunnen worden geweigerd of gewijzigd. Het antwoord op deze vraag kan worden gevonden in artikel 61 van de netcode RfG, artikel 51 van de netcode DCC en artikel 78 van de netcode HVDC. Daarin wordt bepaald dat de Europese Commissie een regulerende instantie kan verzoeken om criteria te wijzigen wanneer zij van oordeel is dat deze niet in overeenstemming zijn met deze verordeningen. Deze mogelijkheid om de criteria voor het toestaan van afwijkingen te evalueren en te wijzigen laat reeds toegestane afwijkingen onverlet; deze blijven geldig tot de geplande vervaldatum zoals vastgelegd in het besluit waarbij de afwijking wordt toegestaan. De netcodes bevatten eveneens bepalingen betreffende het wijzigen van de criteria voor het toestaan van afwijkingen op initiatief van de regulerende instantie. 13. Wat betreft de hoedanigheid van de aanvrager, stelt BGA dat het mogelijk zou moeten zijn dat een algemene afwijking ook kan worden aangevraagd door een fabrikant voor een specifiek type/model van productie-eenheden als verlengstuk op de regeling voor “opkomende technologieën”, die volgens BGA onvoldoende bekend was bij alle stakeholders. Zelfs buiten de regeling van opkomende technologieën, kan dit waardevol zijn voor kleinere productie-eenheden waarbij de eigenaars niet kunnen verondersteld worden om elk een afwijkingsverzoek in te dienen. BGA suggereert ook om een verzoek voor een algemene, of gegroepeerde, afwijking door eigenaars van installaties mogelijk te maken: wanneer een eigenaar van een installatie vergelijkbare installaties heeft op zijn site(s), kan een gegroepeerde afwijking veel efficiënter zijn in vergelijking met meerdere individuele afwijkingsverzoeken. Wat betreft de indiening van afwijkingsverzoeken door andere partijen dan deze uitdrukkelijk vermeld in artikel 62.1 van de netcode RfG, artikel 52.1 van de netcode DCC en artikel 79.1 van de netcode HVDC, worden in de netcodes volgende uitzonderingen voorzien: - artikel 62.12 van de netcode RfG: “Voor elektriciteitsproductie-eenheden van het type A kan een afwijkingsverzoek overeenkomstig dit artikel namens de eigenaar of toekomstige eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie door een derde partij worden opgesteld. Een dergelijk verzoek kan betrekking hebben op één elektriciteitsproductie-eenheid, dan wel op meerdere identieke elektriciteitsproductie-eenheden. In het laatste geval, en op 7/33 voorwaarde dat de geaggregeerde maximumcapaciteit is gespecificeerd, kan de derde partij de in lid 2, onder a), bedoelde gegevens vervangen door haar eigen gegevens.” - Artikel 52.11 van de netcode DCC: “Voor verbruikseenheden binnen een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem verbonden met een spanningsniveau van ten hoogste 1000 V, kan een afwijkingsverzoek overeenkomstig dit artikel namens de eigenaar of toekomstige eigenaar van de verbruiksinstallatie, of namens de GDSB of toekomstige beheerder door een derde partij worden opgesteld. Een dergelijk verzoek kan betrekking hebben op een afzonderlijke verbruikseenheid of meerdere verbruikseenheden binnen dezelfde verbruiksinstallatie of hetzelfde gesloten distributiesysteem. In het laatste geval, en op voorwaarde dat de geaggregeerde maximumcapaciteit is gespecificeerd, kan de derde partij de in lid 2, onder a), bedoelde gegevens vervangen door haar eigen gegevens.” Behalve deze uitzonderingen, lijken in de netcodes geen andere mogelijkheden te zijn voorzien voor derde partijen om afwijkingsverzoeken in te dienen. De CREG kan hierin niet afwijken van de bepalingen van de netcodes, maar meent dat de voornoemde bepalingen van de netcodes in grote mate tegemoet komen aan de bezorgdheid van BGA. De mogelijkheid voor de eigenaar om via een gegroepeerd afwijkingsverzoek een of meerdere afwijkingen aan te vragen voor vergelijkbare installaties op zijn sites lijkt alvast niet te worden uitgesloten door de netcode RfG. Zo bepaalt artikel 62.1 van de netcode RfG dat eigenaren of toekomstige eigenaren van elektriciteitsproductie-installaties een afwijkingsverzoek kunnen indienen voor één of meerdere eisen van deze verordening voor elektriciteitsproductie-eenheden (meervoud) binnen hun installaties (in meervoud althans in de Engelse en Nederlandse versies van de netcode RfG). Er is ook sprake van “-eenheid” en “-modules” in het meervoud in artikel 62.2, b), van de netcode RfG. De CREG is voorstander van administratieve eenvoud voor alle betrokken partijen en voegt volledigheidshalve het principe dat een gegroepeerde aanvraag kan worden ingediend door de (toekomstige) eigenaar voor zijn gelijkaardige eenheden uitdrukkelijk toe in punt 5 van de criteria; het groeperen van afwijkingsverzoeken voor meerdere eenheden in één aanvraag kan echter geen afbreuk doen aan de bevoegdheid voor de regulator om bepaalde gevraagde afwijkingen toe te staan en andere niet, indien hij dit gerechtvaardigd acht. 4.2. VOORWAARDEN MET BETREKKING TOT DE INDIENING VAN HET AFWIJKINGSVERZOEK 4.2.1. Indiening bij de regulatoren - taalwetgeving - harmonisatie van de beslissingen 4.2.1.1. Het ontwerp van criteria 14. Punt 5 van het ontwerp van criteria preciseert bij welke regulator(
  1. en)de aanvrager zijn afwijkingsverzoek precies moet indienen. De regulatoren hadden daarin de idee opgevat om te voorzien dat afwijkingsverzoeken steeds bij de vier regulatoren moeten worden ingediend, die dan zullen nagaan of het afwijkingsverzoek aspecten bevat die onder hun respectieve bevoegdheid vallen, en dat de regulatoren hun respectieve beslissingen zoveel mogelijk zullen coördineren. Dit uit zorg voor administratieve eenvoud voor de aanvrager, die zich zodoende niets dient aan te trekken van de bevoegdheidsvraag. 8/33 In punt 6 van het ontwerp van criteria wordt bepaald dat een afwijkingsverzoek per brief moet worden ingediend overeenkomstig de Belgische taalwetgeving, maar dat relevante ondersteunende documenten ook in het Engels mogen worden bezorgd en op een courante elektronische drager. 4.2.1.2. De ontvangen opmerkingen 15. Hoewel het gezamenlijk optreden van de regulatoren om eenzelfde pakket criteria voor te leggen voor het toestaan van afwijkingen van de drie netcodes wordt toegejuicht, wordt evenwel algemeen kritiek geuit op de voorgestelde aanpak wat betreft de indiening van afwijkingsverzoeken bij de vier regulatoren. 16. BGA stelt dat de procedure administratief zwaar is en bij wijze van voorbeeld stelt zij de vraag of de afwijkingsverzoeken daadwerkelijk aan de vier regulatoren in drie talen moeten worden gericht. BGA voegt toe dat de technische en commerciële informatie vereist voor een afwijkingsprocedure commercieel gevoelig kan zijn en derhalve vertrouwelijk zou moeten worden behandeld. 17. Synergrid voert aan dat het wat betreft de indiening van een individuele afwijkingsaanvraag bij de betrokken netbeheerder, onlogisch lijkt dat de aanvrager in een bepaald gewest zijn aanvraag eveneens dient in te dienen in de taal van een ander gewest. Dit vloeit volgens Synergrid voort uit de dubbele verplichting om de aanvraag in te dienen bij de vier regulatoren en om de taalwet na te leven. Dit geldt, aldus Synergrid, eveneens voor de indiening van een algemene afwijkingsaanvraag. Synergrid stelt daarom de volgende procedure voor: - De netbeheerder dient de individuele afwijkingsaanvraag in bij de regulator van het gewest waarin de betreffende installatie is aangesloten op het distributienet of het plaatselijk vervoernet en bij de federale regulator indien de installatie is aangesloten op het transmissienet. - De netbeheerder dient de algemene afwijkingsaanvraag in: -  voor DNB’s: bij de regulator van het gewest waarin de DNB actief is;  voor beheerder van het plaatselijk vervoernet: bij de betrokken regionale regulator;  voor beheerder van het transmissienet: bij de federale regulator. De regulatoren informeren elkaar over de ingediende afwijkingsaanvraag en gaan na of het aspecten bevat die onder hun respectieve bevoegdheid vallen. 18. Synergrid stelt zich verder nog de vraag, wat betreft de vermelding dat de bevoegde regulatoren zoveel mogelijk hun respectieve beslissingen zullen coördineren, hoe verder moet worden omgegaan met beslissingen van de verschillende regulatoren die niet dezelfde zouden zijn. Synergrid stelt de vraag of dit mogelijk kan leiden tot een niet-gelijke behandeling van dezelfde installaties in de verschillende gewesten. 19. BGA pleit daarnaast voor een coördinatie onder Europese regulatoren en een afstemming van de criteria voor afwijkingen. Aldus BGA moet worden vermeden dat sommige EU lidstaten flexibeler zijn dan andere; dit zou immers leiden tot absurde situaties zoals bv. de situatie waarbij innovatieve oplossingen kunnen worden geïnstalleerd in het Verenigd Koninkrijk en niet in België, dat fast peak units in Frankrijk kunnen worden geïnstalleerd en niet in België, … . 9/33 20. Elia vraagt zich af waarom een afwijkingsverzoek moet worden ingediend bij vier regulatoren en niet alleen bij de bevoegde regulator, die zich nadien afstemt met de andere regulatoren. Elia is van mening dat deze werkmethode de meest efficiënte en logische zou zijn. Bovendien is Elia van mening dat de verantwoordelijkheid om de taalwetgeving na te leven steeds moet toekomen aan de aanvrager van een afwijking en dat Elia, als betrokken systeembeheerder, niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de vertaling van de individuele afwijkingsaanvragen. De procedure voorziet dat Elia een aanbeveling moet schrijven voor elke afwijkingsaanvraag ingediend door een netgebruiker. Elia vertrekt van het principe dat deze aanbeveling moet worden beschouwd als een van de rechtvaardigingsstukken die de afwijkingsaanvraag vergezellen en dat deze derhalve in het Engels of in één van de twee landstalen kan worden ingediend. Elia stelt verder dat het mogelijk is dat een afwijkingsaanvraag meerdere netten betreft en dat bijgevolg meerdere regulatoren zich dienen uit te spreken. In een dergelijk geval, hoopt Elia dat de beslissingen van de regulatoren geharmoniseerd zullen zijn. Een coherente en consequente reglementering moet worden beoogd om Elia te blijven toelaten haar net uit te baten op de meest efficiënte en veilige manier. Onder de titel “algemeenheden” drukt Elia de hoop uit dat de vier regulatoren één en dezelfde beslissing zullen nemen betreffende de criteria voor het toestaan van afwijkingen van bepalingen van de Europese netcodes. 21. Febeliec stelt ook vast dat de aanvraag voor een derogatie moet worden ingediend bij de relevante netbeheerder of, in geval van een algemene derogatie, door Elia, welke deze dan bij de vier Belgische regulatoren moet indienen. Evenwel stelt de consultatienota ook dat een verzoek tot derogatie per brief moet worden ingediend overeenkomstig de Belgische taalwetgeving. Dit betekent een niet te verwaarlozen bijkomende administratieve en financiële last, vermits de relevante netbeheerder, maar waarschijnlijk ook de aanvragende partij, verplicht zal zijn haar aanvraag in minstens beide landstalen in te dienen, zelfs indien de aanvraag tot derogatie enkel betrekking heeft op een van de Belgische regio’s. Febeliec is verheugd vast te stellen dat de relevante ondersteunende documenten ook in het Engels mogen worden bezorgd, maar vraagt dat ook het andere criterium wordt aangepast. De vragende partij zou in deze het recht moeten hebben de aanvraag in te dienen in één taal bij de volgens haar relevante regulerende instantie. Deze zal dan beoordelen of zij voor de materie bevoegd is en indien dit niet het geval zou zijn, de aanvraag overmaken aan de bevoegde regulerende instantie en indien nodig, de vragende partij ervan op de hoogte brengen dat zij haar aanvraag in de andere landstaal zal moeten indienen, en dit teneinde onnodige kosten te vermijden. Febeliec drukt de hoop uit dat de samenwerking tussen de vier Belgische regulatoren zal leiden tot de goedkeuring van een geharmoniseerde implementatie van de te hanteren methodologie voor het toekennen van derogaties over het hele Belgische grondgebied, teneinde de administratieve overlast voor partijen met installaties in verschillende jurisdicties zoveel mogelijk te beperken. 4.2.1.3. 22. Behandeling van de opmerkingen Wat betreft de indiening bij de vier Belgische regulatoren en het respect van de taalwetgeving. De CREG noteert dat wat initieel bedoeld was om de marktpartijen te faciliteren (met name de indiening bij de vier Belgische energieregulatoren), niet als een vereenvoudiging wordt ervaren en gaat akkoord om de procedure aan te passen zoals algemeen door de respondenten gevraagd. De CREG kan echter niet ingaan op de suggestie van een respondent om de indiening van de afwijkingsverzoeken louter te laten afhangen van het aansluitingspunt op het net. De bevoegdheidsverdeling tussen het federale en regionale niveau inzake de productie van elektriciteit hangt immers niet louter af van het aansluitingspunt (transmissienet/distributienet/plaatselijk vervoernet) van de installatie, maar gebeurt volgens de bepalingen van artikel 6, §1, VII, van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980. 10/33 Om niettemin een eenduidig systeem te hanteren voor alle afwijkingsverzoeken, en de bevoegdheidsvraag terzelfdertijd niet af te schuiven op de aanvrager, wordt van elke aanvrager gevraagd het afwijkingsverzoek steeds bij de CREG in te dienen en indien de installatie aangesloten is op het elektriciteitsdistributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, eveneens bij de regulator van het gewest waar de installatie is aangesloten. De vier Belgische regulatoren zullen elkaar informeren over de ingediende afwijkingsaanvragen en zullen nagaan af het afwijkingsverzoek aspecten bevat die onder hun respectieve bevoegdheid vallen. De regulator(
  2. en)die zich bevoegd acht(en), zal/zullen (elk) een beslissing betreffende het afwijkingsverzoek nemen. Door deze aanpassing, met name het wegvallen van de vereiste om het aanvraagdossier bij de vier regulatoren in te dienen, wordt ook tegemoet gekomen aan de administratieve last verbonden aan het steeds indienen van de aanvraag in twee landstalen. Een aanvraag die terzelfdertijd dient te worden ingediend bij de CREG en de VREG of Brugel, kan in het Nederlands gebeuren; een aanvraag die terzelfdertijd dient te worden ingediend bij de CREG en de CwaPE of Brugel, kan in het Frans gebeuren. De opmerking van Elia dat de aanbeveling die zij met toepassing van de netcodes RfG, DCC en HVDC aan de regulator moet verstrekken, te beschouwen is als een rechtvaardigingsstuk dat vervolgens ook in het Engels kan worden bezorgd, kan de CREG niet bijtreden. De CREG beschouwt de in de netcodes bedoelde beoordeling door de systeembeheerder als een essentieel onderdeel van het afwijkingsverzoek en derhalve niet als een ondersteunend document. Bovendien is de netbeheerder in zijn relatie met de regulator gehouden tot de naleving van de Belgische taalwetgeving. Documenten, opgesteld door anderen, die de netbeheerder doorstuurt aan de CREG, dient de netbeheerder niet te vertalen. Elk afwijkingsverzoek (individuele en algemene) dient evenwel in een van de landstalen te zijn opgesteld (cf. punt 6 van de criteria); de netbeheerder wordt verwacht daarop toe te zien. Wat betreft de mogelijkheid tot het indienen van een gegroepeerde afwijkingsaanvraag verwijst de CREG naar wat uiteengezet wordt in paragraaf 13 van deze beslissing. 23. Rekening houdend met wat voorafgaat wordt punt 5 van de criteria geherformuleerd als volgt: “5. Een afwijkingsverzoek moet worden ingediend bij de relevante systeembeheerder of de regulerende instantie, naargelang het geval, als volgt: - een verzoek voor individuele afwijking, bedoeld in artikel 62 van de netcode RfG, artikel 52 van de netcode DCC en artikel 79 van de netcode HVDC, moet worden ingediend bij de betrokken netbeheerder (TSB, DSB of GDSB). Deze laatste stuurt de aanvraag door naar de CREG en desgevallend eveneens naar de regulator van het gewest waarin de betreffende installatie is aangesloten op het elektriciteitsdistributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit3 (VREG, CWaPE of BRUGEL); een gegroepeerd afwijkingsverzoek kan worden ingediend door een eigenaar of toekomstige eigenaar voor een geheel van gelijkaardige eenheden; - een verzoek voor algemene afwijking, bedoeld in artikel 63 van de netcode RfG, artikel 53 van de netcode DCC en artikel 80 van de netcode HVDC, wordt ingediend door de betrokken netbeheerder bij de CREG en indien de algemene afwijking betrekking heeft op installaties aangesloten op (een) elektriciteitsdistributienet(ten) of (een) plaatselijk(
  3. e)3 “het plaatselijk vervoernet” in het Vlaamse gewest, “le réseau de transport local” in het Waalse gewest en “het gewestelijke transportnet” in het Brussels hoofdstedelijke gewest; 11/33 vervoernet(ten)4, ook bij de betrokken regionale regulator(
  4. en)(VREG, CWaPE en/of BRUGEL). De vier Belgische regulatoren informeren elkaar over de ingediende afwijkingsaanvragen en zullen nagaan af het afwijkingsverzoek aspecten bevat die onder hun respectieve bevoegdheid vallen. De bevoegde regulatoren zullen zoveel mogelijk hun respectieve beslissingen coördineren. 6. Een afwijkingsverzoek moet per brief worden ingediend overeenkomstig de Belgische taalwetgeving. Relevante ondersteunende documenten mogen ook in het Engels worden bezorgd. De ondersteunende documenten mogen ook op een courante elektronische drager worden geleverd.” 24. Wat betreft de opmerkingen betreffende harmonisatie van de beslissingen op nationaal niveau en van de criteria op Europees niveau. De CREG is voorstander van zoveel mogelijk harmonisatie in het belang van een goede marktwerking, zonder evenwel te kunnen raken aan de Belgische bevoegdheidsverdeling en de autonomie die daaruit voortvloeit voor de verschillende bevoegdheidsniveaus. Aan deze bezorgdheid dat de regulatoren hun beslissingen harmoniseren, wordt reeds tegemoet gekomen door de bepaling in punt 6 van de criteria dat de regulatoren hun beslissingen zoveel mogelijk zullen coördineren. De CREG merkt op dat coördinatie onder Europese regulatoren en afstemming voor de criteria gebeurt binnen de SOGC taskforce van ACER. Het is wenselijk dat de criteria op Europees niveau gecoördineerd worden maar dit is op korte termijn niet haalbaar is omdat het een nieuwe materie betreft waarop een gemeenschappelijke visie op dit ogenblik onvoldoende rijp is. 25. Wat betreft de mogelijke vertrouwelijkheid van informatie vervat in het afwijkingsverzoek, verwijst de CREG naar artikel 47 van het huishoudelijk reglement van zijn directiecomité. Met het oog op de publicatie van de beslissingen betreffende de afwijkingsverzoeken zal de CREG de ingeroepen vertrouwelijkheid beoordelen op grond van deze bepaling. 4.2.2. Te vermelden referenties in het afwijkingsverzoek 4.2.2.1. Het ontwerp van criteria 26. Wat betreft de verwijzing naar artikelen in de afwijkingsaanvraag preciseert punt 7 van het ontwerp van criteria dat een afwijkingsverzoek, naast de gevraagde afwijkingen en de andere gegevens bedoeld in de respectieve artikelen van de netcodes, de artikelen van de netcodes waarvan gevraagd wordt af te wijken, moet aangeven op een nauwkeurige en ondubbelzinnige wijze. Het is immers van belang dat zekerheid bestaat over de precieze artikelen van de netcodes waarvan een afwijking wordt gevraagd. Tevens wordt in punt 7 van het ontwerp van criteria bepaald dat eenzelfde afwijkingsverzoek slechts betrekking mag hebben op afwijkingen van één van de hier bedoelde netcodes. 4 “het plaatselijk vervoernet” in het Vlaamse gewest, “le réseau de transport local” in het Waalse gewest en “het gewestelijke transportnet” in het Brussels hoofdstedelijke gewest; 12/33 4.2.2.2. De ontvangen opmerkingen 27. Synergrid merkt op dat het mogelijk is dat het betreffende artikel uit de netcodes ook al verdere uitwerking heeft gehad in de federale of regionale regelgeving (waaronder technische reglementen) of in de modelcontracten van de netbeheerder. In dat geval lijkt het Synergrid nuttig dat de aanvrager eveneens de relevante artikelen vermeldt in zijn afwijkingsverzoek. 28. Elia maakt eenzelfde opmerking: volgens Elia zou het afwijkingsverzoek aan waarde winnen indien dit enerzijds de relevante artikelen van de technische reglementen zou vermelden en, anderzijds, van de contracten en/of andere relevante regels, zoals deze van Synergrid of andere voorschriften. 29. Synergrid stelt dat mogelijks verder onderzoek aangewezen is om na te gaan of de technische reglementen zelf ook bepalingen over afwijkingen moeten bevatten. Deze zijn bij weten van Synergrid momenteel niet aanwezig, maar kunnen noodzakelijk zijn om te vermijden dat een afwijking op de netcodes onmogelijk wordt gemaakt door het gebrek aan mogelijkheid om af te wijken van artikelen uit het technisch reglement die zelf gebaseerd zijn op de bepalingen uit netcodes waarvoor een afwijking wordt gevraagd. 4.2.2.3. Behandeling van de ontvangen opmerkingen 30. De CREG kan zich vinden in de suggestie van Synergrid en Elia dat de aanvrager eveneens de relevante referenties naar de federale en/of regionale regelgeving, technische voorschriften en modelcontracten van de netbeheerder vermeldt in verband met het afwijkingsverzoek. De precisering van deze referenties hoeft evenwel volgens de CREG geen bijkomend verplicht criterium in te houden voor de aanvrager; de woorden “indien mogelijk” worden daarom toegevoegd. De vraag van Synergrid om te onderzoeken of de technische reglementen zelf ook bepalingen over afwijkingen moeten bevatten valt evenwel buiten het kader van de gevoerde openbare raadpleging (cf. artikel 38, §2, laatste streepje, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG5). Een dergelijk onderzoek is nuttig en kan eventueel aan bod komen in de geplande wijziging van de federale en regionale technische reglementen, doch valt buiten de scope van de hier bedoelde vaststelling van criteria voor het toestaan van afwijkingen. 31. Punt 7 van het ontwerp van criteria wordt derhalve als volgt aangepast: “7. Een afwijkingsverzoek bevat respectievelijk de gegevens bedoeld in: - de artikelen 62 en 63 van de netcode RfG; - de artikelen 52 en 53 van de netcode DCC; - de artikelen 79 en 80 van de netcode HVDC. Naast de aangevraagde afwijkingen dienen ook de artikelen van de netcode RfG, de netcode DCC en/of de netcode HVDC waarvan gevraagd wordt af te wijken op een nauwkeurige en ondubbelzinnige wijze te worden aangegeven in het afwijkingsverzoek. Eenzelfde afwijkingsverzoek mag slechts betrekking hebben op afwijkingen van één van de voornoemde netcodes. De aanvrager vermeldt indien mogelijk ook de relevante referenties naar federale 5 B.S., 14 december 2015 met wijzigingen in B.S. 12 januari 2017. 13/33 en/of regionale regelgeving, technische voorschriften en modelcontracten van de netbeheerder in verband met het afwijkingsverzoek.” 4.3. CRITERIA MET BETREKKING TOT DE ONDERBOUWING VAN HET AFWIJKINGSVERZOEK EN HET BEWIJS VAN AFWEZIGHEID VAN EEN NEGATIEF EFFECT OP DE GRENSOVERSCHRIJDENDE HANDEL 4.3.1. De inhoudelijke criteria 4.3.1.1. Het ontwerp van criteria 32. Met toepassing van de artikelen 62.2 en 63.2 van de netcode RfG, de artikelen 52.2 en 52.3 van de netcode DCC en de artikelen 79.2 en 80.2 van de netcode HVDC bevat een afwijkingsverzoek onder meer een gedetailleerde onderbouwing van de gevraagde afwijking, met de relevante ondersteunende documenten en de opgelegde kosten-batenanalyse en een bewijs dat de aangevraagde afwijking geen negatief effect heeft op de grensoverschrijdende handel. Punt 3 van het ontwerp van criteria bevat de inhoudelijke criteria waaraan deze onderbouwing moet beantwoorden. Vooreerst is de CREG van mening dat de problemen die volgens de aanvrager door de afwijking verholpen moeten worden en de oorzaken van deze problemen nauwkeurig beschreven moeten worden. Met toepassing van punt 9 van het ontwerp van criteria dient het te gaan om ten minste volgende elementen: - een duidelijke, met feiten onderbouwde beschrijving van de aard van de problemen; - een duidelijke toelichting van de omvang van de problemen; - de concrete oorzaken van de problemen; - de uitgangshypothesen en de risico’s waarop de probleemanalyse is gebaseerd. De aard en de omvang van de problemen moeten met bewijsstukken worden gestaafd. In punt 10 van het ontwerp van criteria wordt gepreciseerd dat de aanvrager de noodzaak van de afwijking met bewijsstukken zoals rapporten, technische documenten, studies en aan de hand van de kosten-batenanalyse dient te motiveren. Daarnaast voorziet punt 11 van het ontwerp van criteria dat de aanvrager eveneens motiveert dat de gevraagde afwijking: - geen relevante negatieve gevolgen heeft op onder meer:  andere netgebruikers,  de netveiligheid,  de marktwerking,  de bevoorradingszekerheid en  de grensoverschrijdende handel; 14/33 - geen nadelige gevolgen heeft voor het milieu of de gezondheid; - geen concurrentievoordelen oplevert voor de producent of eigenaar van de installaties; - redelijkerwijze niet kan worden vermeden; - de afwijking niet verder gaat dan strikt noodzakelijk is; - redelijkerwijze niet voor een kortere duur dan de gevraagde duur kan worden toegestaan. Daaraan wordt toegevoegd dat de motivering, afhankelijk van de aard van de gevraagde afwijking, dient te gebeuren aan de hand van relevante studies en rapporten. 4.3.1.2. Weergave en behandeling van de opmerkingen van Elia 33. In het algemeen is Elia van mening dat het ontwerp van criteria ter raadpleging een goede basis vormt voor het vaststellen van criteria om een afwijkingsverzoek te beoordelen; de criteria zijn voldoende precies, zonder al te verbindend te zijn. Elia heeft niettemin nog volgende opmerking bij de voorgestelde criteria. De Europese aansluitingscodes voorzien reeds in een omschrijving van de criteria voor de onderbouwing van het afwijkingsverzoek. Op vraag van de regulatoren moet de motivering van de afwijkingsaanvraag nog een aantal bijkomende elementen (bijvoorbeeld geen negatieve gevolgen op andere netgebruikers, netveiligheid, etc.) bevatten. Zo stellen de regulatoren ook dat de aanvrager moet motiveren dat de gevraagde afwijking “redelijkerwijze niet kan worden vermeden”. Elia is van mening dat deze vereiste veel verder gaat dan de verplichting om een kosten-batenanalyse te realiseren en dat het bijna onmogelijk zal zijn om te bewijzen dat een afwijking redelijkerwijze niet kan worden vermeden, zowel voor de systeembeheerders als voor de individuele netgebruiker. Deze vereiste is niet proportioneel. De CREG is van mening dat het feit dat een afwijking “redelijkerwijze niet kan worden vermeden” in principe al voldoende zal worden aangetoond door de motivering van de noodzaak van de afwijking die onder meer ondersteund wordt door een correct uitgevoerde kosten-batenanalyse waaruit moet blijken dat de kosten die de implementatie van de betrokken bepaling van de netcode met zich zouden meebrengen niet in een redelijke verhouding staan tot de verwachte baten. In die zin is dit criterium overbodig en wordt het geschrapt. 4.3.1.3. Weergave en behandeling van de opmerkingen van Febeliec 34. Febeliec stelt dat het belang van derogaties niet sterk genoeg kan worden benadrukt, omdat de Europese netcodes op verschillende onderwerpen praktische issues creëren voor verschillende partijen. Febeliec geeft een aantal niet-exhaustieve voorbeelden, waarvan een aantal reeds werden aangehaald binnen de werkgroepen die Elia omtrent de implementatie van de netcodes organiseert: - Het toekennen van een algemene derogatie voor een reeks productie-eenheden die aangesloten zijn in een gesloten distributienet (CDS) boven 110kV. Deze installaties moeten volgens de netcodes worden beschouwd als type “D”; vele van dergelijke installaties zouden indien niet aangesloten in een CDS dat zelf is aangesloten op een spanning boven de 110kV echter beschouwd worden als types “A”, “B” of “C” en dus aan andere (minder stringente) verplichtingen moeten voldoen. In sommige gevallen zou het voor dergelijke installaties zelfs quasi onmogelijk zijn om te voldoen aan bepaalde verplichtingen; Febeliec citeert bijvoorbeeld een zonnepaneel, windturbine of (micro)WKK aangesloten in een CDS boven 110kV. Dit zou leiden tot overmatige en onnuttige kosten of zelfs tot het niet investeren in 15/33 dergelijke installaties, wat bezwaarlijk de bedoeling kan zijn. Ook binnen de werkgroepen georganiseerd door Elia is deze derogatie ook door alle aanwezigen erkend als gerechtvaardigd en nuttig; - Het toekennen van (al dan niet individuele) derogaties voor installaties die een substantiële modificatie hebben ondergaan; vermits dit onderwerp nog steeds niet uitgediept is binnen het kader van een expertenwerkgroep, blijft dit een belangrijk aandachtspunt en een mogelijke reden tot het aanvragen van een derogatie. Het kan bezwaarlijk de bedoeling zijn dat indien een bestaande (transmissie-gekoppelde) verbruiksinstallatie of (transmissiegekoppelde) distributie-installatie een significante wijziging ondergaat, dit zou leiden tot het eveneens toepassen van alle (meer stringente) verplichtingen op het reeds historisch bestaande deel van dergelijke installaties. Dit zou mogelijks (en waarschijnlijk) leiden tot (aanzienlijke) meerkosten en dus leiden tot een verslechtering van het investeringsklimaat in België, zonder dat dit tegelijkertijd noodzakelijkerwijze zou leiden tot een toegevoegde waarde voor het beheer van het elektrische systeem. - Eenzelfde redenering kan worden gemaakt voor de bepaling van wat transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties en distributie-installaties zijn. In de huidige stand van de niet-afgesloten discussie binnen de werkgroepen hanteert Elia hiervoor het criterium dat dit alle installaties behelst die aangesloten zijn op het Elia-net, met inbegrip van het plaatselijk vervoersnet. Evenwel is deze keuze niet evident, omdat dit laatste net in de meeste andere Europese lidstaten niet onder transmissie valt. Bovendien heeft men ook in België beslist de technische regulering van deze netten toe te wijzen aan de regionale regulatoren, daarbij ook de keuze makend dat deze netten niet eenzelfde functionaliteit hebben als het federale transmissienet. Dit onderscheid is echter belangrijk, daar aan transmissie-gekoppelde installaties zwaardere verplichtingen worden opgelegd. Indien evenwel alle installaties aangesloten op de plaatselijke vervoersnetten zouden worden beschouwd als transmissiegekoppeld, zou dit leiden tot aanzienlijke meerkosten voor deze installaties. Dit kan leiden tot een verslechtering van het investeringsklimaat in België, wat op zijn beurt zou kunnen leiden tot de noodzaak voor derogaties op verschillende van deze verplichtingen voor dergelijke installaties. De CREG is op de hoogte van de aan de gang zijnde discussies binnen de werkgroepen die Elia omtrent de implementatie rond de netcodes organiseert. De door Febeliec aangehaalde issues houden evenwel geen concrete opmerkingen in op de criteria voor afwijkingen. De CREG kan bovendien niet vooruitlopen op de beslissingen die ze zal nemen betreffende de afwijkingsverzoeken of desgevallend met betrekking tot de uitbreiding van het toepassingsgebied van de netcodes tot bestaande installaties. 35. Verder meent Febeliec dat deze titel weinig concrete verduidelijking brengt ten aanzien van wat in de netwerkcodes wordt beschreven. Febeliec stelt vast dat de voorliggende nota een aantal voorwaarden met betrekking tot de indiening van een derogatie aanhaalt, zonder evenwel veel praktische verduidelijking te brengen over de precieze toepassing binnen een Belgische context. Febeliec is overtuigd van het nut om een zekere flexibiliteit te behouden om toekomstige situaties en gevallen niet te bemoeilijken, maar blijft toch op haar honger zitten wat betreft de concrete aanpak voor het aanvragen van een derogatie. Op het einde van haar opmerkingen wil Febeliec algemeen stellen dat het een goede stap is om naar een uniforme methodologie te gaan voor het aanvragen van derogaties op de RfG, DCC en HVDC netwerk codes, maar stelt zij toch een heleboel belangrijke barrières vast voor het aanvragen van dergelijke derogaties, en dit in het bijzonder voor het aanvragen van individuele derogaties. Febeliec vraagt zich af of dit de bedoeling is van de Belgische regulatoren en vraagt dat zij hun visie hieromtrent 16/33 en de wijze waarop zij de aanvragen (strikt) zullen beoordelen willen verduidelijken, teneinde een duidelijk signaal te geven aan alle marktspelers dat het investeringsklimaat in België hierdoor niet bijkomend zal worden gefnuikt. Wat betreft de openheid van de criteria, meent de CREG dat het wenselijk is om op dit ogenblik een zo groot mogelijke flexibiliteit te behouden. Het gaat hier immers om een nieuwe materie waarvoor op dit ogenblik zo goed als geen ervaring is. Indien de Europese Commissie verzoekt de criteria te wijzigen of de regulerende instantie meent dat dit ten gevolge van gewijzigde omstandigheden met betrekking tot de ontwikkeling van de systeemeisen noodzakelijk is, kunnen de criteria bijgestuurd en/of meer gedetailleerd worden. De CREG stelt ook vast dat de meeste regulatoren van andere lidstaten ook deze open benadering volgen en zelfs vaak nog meer open criteria hanteren. De CREG zal geen onredelijke eisen stellen aan de aanvrager en zal rekening houden met de mogelijke impact van de gevraagde afwijkingen en zal van de bewijslast verwachten dat die daarmee in verhouding staat. De CREG verwacht wel dat het dossier zorgzaam is opgesteld en dat de verschillende aspecten goed zijn uitgewerkt en passend gemotiveerd zijn. Indien de aanvrager meent dat bepaalde eisen die in de criteria worden gesteld voor de door hem aangevraagde afwijkingen buiten proportie of zinloos zijn dan dient hij dit eveneens goed te motiveren. 36. Febeliec stelt bovendien een belangrijk probleem te hebben met de impact van de ontworpen criteria voor het aanvragen van een individuele derogatie, zoals ook aangekaart binnen het kader van het Europese Stakeholder Committee voor deze connectiecodes: o Het ontwerp van criteria vraagt voor een duidelijke en met feiten onderbouwde beschrijving, een duidelijke toelichting van de omvang van de problemen, de concrete oorzaken van de problemen en de uitgangshypotheses en de risico’s waarop de probleemanalyse is gebaseerd. o Bovendien moet de aanvrager motiveren dat de gevraagde afwijking geen relevante negatieve gevolgen heeft voor een hele resem van domeinen, geen concurrentievoordelen oplevert, redelijkerwijze niet kan worden vermeden en redelijkerwijze niet voor een kortere duur dan de gevraagde duur kan worden toegestaan. o De motivering dient bovendien, afhankelijk van de aard van de gevraagde afwijking, te gebeuren aan de hand van relevante studies en rapporten. o Febeliec denkt dat dit reeds voor de TSO een moeilijke klus zal zijn, maar stelt de vraag hoe een individuele partij die een derogatie wil aanvragen aan al deze verplichtingen moet voldoen. De administratieve en financiële last hiervan zal volgens Febeliec enorm zijn, en bijgevolg quasi onmogelijk voor aanvragers, zeker indien zij zelf een kleine omvang hebben en niet de expertise in huis hebben om dit te doen. Bovendien zouden sommige van de bovenstaande elementen een diepgaande kennis vereisen van de specifieke topologie van bijvoorbeeld de bovenliggende netten, informatie die niet bekend is aan individuele partijen en het dus onmogelijk zou maken om aan bovenstaande verplichtingen te voldoen. En dit zeker indien dergelijke partij een derogatie zou aanvragen die indruist tegen de visie van de bovenliggende netbeheerder(
  5. s)en dus niet op hen zou kunnen rekenen om te helpen met informatie en het opstellen van de vereiste verantwoordingen. De facto maakt bovenstaande methodologie het quasi onmogelijk om een derogatie te verkrijgen aldus Febeliec. 17/33 Wat het eerste punt betreft is de CREG van mening dat het noodzakelijk is om het probleem duidelijk te stellen en te kaderen. Het lijkt haar vanzelfsprekend dat de aanvrager nauwkeurig moet kunnen aangeven wat de gevolgen van een bepaalde vereiste voor de installatie zouden zijn, wil men in aanmerking kunnen komen voor een afwijking. Wat de andere punten betreft? is de CREG van mening dat alles gezien moet worden in functie van en in een redelijke verhouding tot de mogelijke impact die de gevraagde afwijking op deze verschillende aspecten kan veroorzaken. Bovendien kan de aanvrager informatie, assistentie en/of bijdragen vragen aan de relevante systeembeheerder en TSB (cf. artikel 39 van de netcode RfG, artikel 49 van de netcode DCC en artikel 66 van de netcode HVDC). De CREG verwacht dat deze partijen in de mate van het mogelijke de nodige gegevens zullen aanleveren en dat ze op een constructieve wijze hun medewerking zullen verlenen. Indien de gevraagde informatie van vertrouwelijke aard is, kan de vertrouwelijke informatie rechtstreeks aan de CREG worden overgemaakt, samen met de vereiste beoordeling(en). Ten slotte kan het ook zijn dat voor afwijkingen met betrekking tot kleine installaties of voor geringe afwijkingen het quasi vanzelfsprekend is, dat bepaalde criteria voldaan zijn. Een goede motivering kan dan volstaan en uitgebreide rapporten en studies zijn dan niet nodig. 4.3.1.4. Weergave en behandeling van de opmerkingen van Synergrid 37. Synergrid voert aan dat het volgens haar belangrijk is dat de indiener exact weet op basis van welke criteria zijn aanvraag zal worden beoordeeld en niet dat er nog een bijkomend element opduikt waarvan hij niet op de hoogte was en waarvoor hij mogelijks wel informatie had kunnen aanleveren. Synergrid stelt daarom voor om de lijst in deel 3, paragraaf 11, van het ontwerp van criteria te behandelen als een exhaustieve lijst. De CREG gaat akkoord dat het geheel van in aanmerking genomen criteria transparant moet zijn en gaat akkoord om de criteria te definiëren als een exhaustieve lijst. De CREG schrapt om die reden de woorden “ten minste” in punt 9 en de woorden “onder meer” in punt 11 van de criteria voor afwijking. 38. Verder heeft Synergrid de volgende bedenkingen bij een aantal opgenomen criteria: o Geen relevante negatieve gevolgen heeft op … : Synergrid stelt de vraag hoe ‘relevant negatief’ op een praktische manier dient te worden geëvalueerd en waar de limiet ligt tussen relevant en niet-relevant. De gekozen bewoording vraag om verdere verduidelijking aldus Synergrid. o Geen nadelige gevolgen voor het milieu of de gezondheid: Synergrid stelt de vraag hoe de regulatoren de link zien tussen een afwijkingsaanvraag voor de aansluitingscodes en de mogelijke impact op het milieu en gezondheid. De gekozen bewoording vraagt om verdere verduidelijking stelt Synergrid. o Redelijkerwijze niet kan worden vermeden: dit lijkt aldus Synergrid een zeer moeilijk criterium om hiervoor de nodige ‘bewijsstukken’ te kunnen aanleveren. Synergrid is dan ook van mening dat dit criterium overbodig is en in feite reeds door de kostenbaten analyse wordt afgedekt. De CREG heeft er in het ontwerp van criteria voor geopteerd om de notie “geen negatieve gevolgen” af te zwakken tot “geen relevante negatieve gevolgen” zodat gevolgen die een geringe negatieve impact hebben op het bedoelde aspect die aanvaardbaar is, het bekomen van een afwijking niet in de weg staan. De CREG is echter bereid om het woord “relevante” duidelijkheidshalve te vervangen door “onaanvaardbare”. De CREG zal bij haar appreciatie van de aanvaardbaarheid zorgvuldig te werk gaan en zich onder meer baseren op de beoordeling(
  6. en)van de relevante systeembeheerder(s). 18/33 De CREG is zich ervan bewust dat het merendeel van de gevraagde afwijkingen hoogstwaarschijnlijk geen nadelige gevolgen voor het milieu of de gezondheid zullen hebben. Dit valt evenwel niet geheel uit te sluiten, zeker voor afwijkingen van meer algemene aard. Omdat de lijst van criteria een exhaustieve lijst is, werd dit criterium er volledigheidshalve aan toegevoegd. Indien het overduidelijk is dat er geen impact op het milieu of de gezondheid is, kan een beknopte motivering volstaan. Wel heeft de CREG het element “milieu en gezondheid” opgenomen in de lijst van zaken waarop de gevraagde afwijking geen “onaanvaardbare negatieve gevolgen” mag hebben, teneinde dit aspect op gelijke voet als de andere vermelde aspecten te behandelen. In dat kader zal de CREG zich mogelijks genoopt zien een advies te vragen aan de bevoegde overheidsinstantie(
  7. s)inzake milieu en gezondheid. Wat het derde punt betreft deelt de CREG de mening van Synergrid dat de vereiste dat een afwijking “redelijkerwijze niet kan worden vermeden” in principe al voldoende opgevangen wordt door de motivering van de noodzaak van de afwijking die onder meer ondersteund wordt door een correct uitgevoerde kosten-batenanalyse waaruit zal moeten blijken dat de kosten die de implementatie van de betrokken bepaling van de netcode met zich zou meebrengen niet in een redelijke verhouding staan tot de verwachte baten. In die zin is dit criterium overbodig en wordt het dus geschrapt. 4.3.1.5. Weergave en behandeling van de opmerkingen van BGA 39. BGA uit meerdere bezwaren ten aanzien van het raadplegingsdocument (het ontwerp van criteria), in het bijzonder de afwezigheid van concrete voorstellen betreffende de criteria om afwijkingen toe staan en de erg veeleisende procedure. BGA betreurt dat het raadplegingsdocument geen concrete voorstellen bevat betreffende welke verzoeken (niet exhaustief) zullen worden behandeld en welke criteria zullen worden gebruikt om een afwijking toe te kennen. BGA stelt dat de voorstellen van de Franse en Britse regulatoren veel beter zijn uitgewerkt en meer pragmatisch zijn. Deze regulatoren komen de bezorgdheden en het gebrek aan comfort van netgebruikers, ontwikkelaars en investeerders met de eisen van de netcodes en hun implementatie op correcte wijze tegemoet, in het bijzonder aangezien deze laatste bestaande internationale fabricagestandaarden en normen voor elektrische apparatuur lijken naast zich neer te leggen en innovatie kunnen schaden. BGA stelt dat minstens in een overgangsperiode een zeker comfort kan worden geboden door middel van een redelijk en pragmatisch afwijkingsproces. Om die reden stelt BGA voor dat de Belgische regulatoren een set van standaardcriteria of -situaties uitwerken waarbij afwijkingen kunnen worden toegekend voor bepaalde netgebruikers zonder dat zij door een (volledige) afwijkingsprocedure moeten gaan. BGA geeft als voorbeelden: - - De eigenaar van een productie-installatie ondervindt moeilijkheden om te voldoen aan een aantal bepalingen die verbonden zijn met:  de primaire energiebron (bijvoorbeeld: warmte of fatale hydraulische productie) waarbij een afwijking van de optimale instelling zwaarder kan doorwegen dan de energie-efficiëntiewinst;  het type synchrone of niet-synchrone eenheden (b.v. de “fault-ride-through” mogelijkheden, vooral voor kleine synchrone eenheden). Wanneer productie- en de verbruiksinstallaties een gemeenschappelijk aansluitingspunt, delen, kunnen de regels van de RfG en van de DCC leiden tot tegenstrijdige vereisten. Momenteel zou Elia nog een controle moeten uitvoeren om zich ervan te vergewissen dat de vereisten voor DCC en RFG onderling compatibel zijn. Een vereenvoudigd proces voor 19/33 afwijkingen zou beschikbaar moeten zijn om de situatie te verhelpen (althans totdat de compatibiliteit vaststaat). - In het geval dat de eigenaar van een (bestaande) productie-installatie kan aantonen dat de toepassing van de regels de veilige exploitatie van de installatie in gevaar brengt, zou er een vereenvoudigd proces voor afwijkingen beschikbaar moeten zijn. - Een vereenvoudigd proces voor afwijkingen zou ook mogelijk moeten zijn voor eenheden die niet rechtstreeks met het netwerk verbonden zijn (100% verbruik) of die niet beschikbaar zijn voor de markt (noodeenheden bijvoorbeeld). - De eigenaar heeft een productie-installatie die aangesloten is op een spanningsniveau dat hoger is dan de normale (beter aangepaste) aansluitspanning, waardoor hij de installatie moet overdimensioneren om aan de vereisten van een hogere categorie te voldoen. - De eigenaar van een productie-installatie kan fysisch of technisch niet voldoen aan een aantal technische vereisten bij de inwerkingtreding van de code, omdat de fabrikanten niet-conforme producten op de markt aanbieden; - De desbetreffende netbeheerder is van oordeel dat de strikte toepassing van één of meerdere bepalingen een nadelig effect kan hebben op de werking en de stabiliteit van het systeem, lokaal en nationaal. De CREG is van mening dat de netcodes niet de mogelijkheid voorzien om een verkorte procedure voor de behandeling van afwijkingsverzoeken toe te passen. Wat betreft de vraag naar meer eenvoud, meent de CREG, zoals hoger reeds gesteld, dat het wenselijk is om op dit ogenblik een zo groot mogelijke flexibiliteit te behouden wat betreft de criteria. Deze open benadering dekt alle mogelijke situaties waarvoor verzoeken zullen worden ingediend. Het gaat hier immers om een nieuwe materie waarvoor op dit ogenblik zo goed als geen ervaring is. Indien de Europese Commissie verzoekt de criteria te wijzigen of de regulerende instantie meent dat dit ten gevolge van gewijzigde omstandigheden met betrekking tot de ontwikkeling van de systeemeisen noodzakelijk is, kunnen de criteria bijgestuurd en/of meer gedetailleerd worden. De CREG stelt ook vast dat de meeste regulatoren van andere lidstaten ook deze open benadering volgen en zelfs vaak nog meer open criteria hanteren. 40. BGA stelt verder van mening te zijn dat de voorgestelde procedure administratief zwaar is (wat de eigenaars van kleinere installaties zou benadelen), lang, complex en onzeker is voor alle betrokken partijen waardoor er in laatste instantie gebruik moet worden van gemaakt, alle verantwoordelijkheid inzake rechtvaardiging en bewijslast lijkt af te schuiven op de aanvrager en veel ruimte voor interpretatie laat voor de evaluator (i.e. de regulatoren). BGA geeft volgende becommentarieerde voorbeelden: - Welk is de aanvaardbare marge voor de gevolgen van een afwijking? Bv. nu wordt gesteld dat de aanvrager moet motiveren dat er geen “relevante” negatieve gevolgen zijn voor andere netgebruikers, netveiligheid, marktfunctionering, … Voor BGA zijn de afwijkingscriteria te strikt geformuleerd: het is immers moeilijk om elke relevante impact uit te sluiten, de vraag moet eerder zijn welke impact aanvaardbaar is of niet. Voor bepaalde zeer relevante gevallen, zou een raadpleging van de stakeholders in feite moeten worden overwogen om de impact en zijn aanvaardbaarheid te evalueren. In het algemeen, zouden verschillende benaderingen kunnen worden beschouwd afhankelijk van het geval. - In het algemeen suggereert BGA dat een afwijkingsverzoek ondersteunende informatie zou moeten bevatten, geen bewijs. 20/33 - Sommige voorgestelde criteria zijn reeds voorzien in bestaande wetgeving en standaarden en zouden daarom niet mogen worden gebruikt als afwijkingscriteria. Bijvoorbeeld, het criterium dat bepaalt dat de afwijking geen negatieve impact mag hebben op milieu en gezondheid is niet relevant in deze context. - Het afwijkingsverzoek zou moeten bewijzen dat de afwijking geen impact heeft op de grensoverschrijdende handel; dit kan juridisch niet bewezen worden. De CREG heeft er in het ontwerp van criteria voor geopteerd om de notie “geen negatieve gevolgen” af te zwakken tot “geen relevante negatieve gevolgen” zodat gevolgen die een beperkte negatieve impact hebben op het bedoelde aspect aanvaardbaar zijn. De CREG gaat ervan uit dat negatieve gevolgen die aanvaardbaar worden geacht geen weigering van een afwijkingsverzoek kunnen rechtvaardigen. Zoals hoger gesteld vervangt de CREG het woord “relevante” duidelijkheidshalve door “onaanvaardbare”. De CREG zal bij haar appreciatie van de aanvaardbaarheid zorgvuldig te werk gaan en zich onder meer baseren op de beoordeling(
  8. en)van de relevante systeembeheerder(s). Wat het tweede punt betreft is de CREG van mening dat alles gezien moet worden in functie van de mogelijke impact die gevraagde afwijking op deze verschillende aspecten kan hebben. In geval van afwijkingen betreffende kleine installaties of in geval van geringe afwijkingen waarbij het quasi vanzelfsprekend is dat bepaalde criteria voldaan zijn, kan een beknopte motivering volstaan. Uitgebreide rapporten en studies als bewijslast zijn dan niet nodig. Wat betreft het derde punt is de CREG zich ervan bewust dat het merendeel van de gevraagde afwijkingen hoogstwaarschijnlijk geen nadelige gevolgen zullen hebben voor het milieu of de gezondheid. Dit valt evenwel niet geheel uit te sluiten, zeker voor afwijkingen van meer algemene aard. Omdat de lijst een exhaustieve lijst is, werd dit criterium er volledigheidshalve aan toegevoegd. Indien het overduidelijk is dat er geen impact op het milieu of de gezondheid is, kan een beknopte motivering volstaan. Bovendien is het niet omdat er milieuwetgeving bestaat dat een afwijkingsverzoek niet mede op deze aspecten mag beoordeeld worden. Wel heeft de CREG het element “milieu en gezondheid” opgenomen in de lijst van zaken waarop de gevraagde afwijking geen “onaanvaardbare negatieve gevolgen” mag hebben, teneinde dit aspect op gelijke voet als de andere vermelde aspecten te behandelen. In dat kader zal de CREG zich mogelijks genoopt zien een advies te vragen aan de bevoegde overheidsinstantie(
  9. s)inzake milieu en gezondheid. Wat het vierde punt betreft voorzien de netcodes uitdrukkelijk dat “een bewijs dat de aangevraagde afwijking geen negatief effect heeft op de grensoverschrijdende handel” deel moet uitmaken van het afwijkingsverzoek. De CREG begrijpt hieruit dat dit uit het geheel van de afwijkingsaanvraag overtuigend zal moeten blijken. In de Engelse versie van de netcodes is er trouwens sprake van “demonstration”. 4.3.2. De duur van de afwijking 4.3.2.1. Het ontwerp van criteria 41. Met betrekking tot de duur van de gewenste afwijking stelt punt 12 van het ontwerp van criteria dat de aanvrager deze in het afwijkingsverzoek dient op te geven en te motiveren. Artikel 62.9 en artikel 63.8 van de netcode RfG voorzien dat, wanneer de regulerende instantie de afwijking toestaat, zij de duur daarvan specificeert (de netcodes DCC en HVDC bevatten analoge bepalingen). Tevens wordt in punt 12 van het ontwerp van criteria voorzien dat de duur van een voor een concrete installatie aangevraagde afwijking in geen geval de technische levensduur van de installatie mag 21/33 overschrijden. Het spreekt immers voor zich dat een afwijking die geldig is voor een concrete installatie, zinloos wordt wanneer de installatie ophoudt te bestaan. Tot slot voorziet punt 12 van het ontwerp van criteria dat de aanvrager tevens een stappenplan voorlegt waarin de maatregelen en het tijdschema beschreven worden om na de vooropgestelde duur van de afwijking te voldoen aan alle vereisten van de netcodes RfG, DCC en HVDC. 4.3.2.2. De ontvangen opmerkingen 42. BGA betoogt dat het mogelijk zou moeten zijn om permanente afwijkingen toe te kennen, en dus niet alleen voor een specifieke periode. BGA geeft als voorbeeld een vereiste die lokaal niet nodig is en waardoor een netgebruiker investeringskosten om aan deze vereiste te voldoen, zou kunnen vermijden. Dit soort van afwijking zou voor de hele levensduur van de installaties moeten kunnen gelden, aldus BGA. Bovendien zou volgens BGA een netgebruiker, wiens afwijking werd geweigerd, de mogelijkheid moeten hebben om later opnieuw een afwijking aan te vragen: de beslissing betreffende een afwijking kan na verloop van tijd evolueren ingevolge marktveranderingen, beschikbaarheid van primaire energie, de exploitatiemethode en de situatie van bevoorradingszekerheid. Eens een afwijking is toegekend, zouden de modaliteiten om de afwijking toe te passen aldus BGA duidelijk moeten worden bepaald. Het zou ook duidelijk moeten zijn hoe de regulatoren en de systeembeheerders de afwijkingen zullen beheren en behandelen. 43. Febeliec stelt dat het feit dat de duur van de derogatie moet worden opgegeven en gemotiveerd een bijkomende barrière doet ontstaan voor vervangingsinvesteringen, en in het algemeen voor verlengingen van de levensduur van een installatie, waarvan de voorbeelden legio zijn waardoor installaties langer in dienst blijven dan de oorspronkelijk voorziene technische levensduur. Wederom mag het volgens Febeliec hier ook niet de bedoeling zijn het investeringsklimaat in België te bemoeilijken. 44. Elia merkt op dat de regulatoren eveneens vragen dat het afwijkingsverzoek een stappenplan bevat met duidelijke termijnen waarbinnen de netgebruiker zich engageert om te voldoen aan de bepalingen van de Europese netcode(s). Elia gelooft dat dit een gegronde vraag is voor afwijkingsaanvragen betreffende bestaande installaties omdat dit resulteert in een stimulans voor deze installaties om stapsgewijze te voldoen aan de vereisten van de aansluitingscodes. Elia meent dat deze vraag voor nieuwe installaties echter onlogisch lijkt aangezien een afwijking wordt aangevraagd om een bepaalde investeringen in de nieuwe installaties te vermijden. De introductie van het stappenplan zou moeten resulteren in een volledige naleving van de bepalingen van de netcodes en bijgevolg dus toch de investeringen vereisen die via de aanvraag tot afwijking hadden vermeden willen worden. Elia stelt zich dus de vraag wat het nut is van een dergelijk stappenplan voor nieuwe installaties. 4.3.2.3. Behandeling van de ontvangen opmerkingen 45. Wat betreft de opmerkingen van BGA merkt de CREG op dat de mogelijkheid om een afwijking toe te kennen voor de technische levensduur van de installatie is voorzien in het ontwerp van criteria (de aanvrager dient de levensduur van zijn installatie correct weer te geven). De CREG is bovendien van mening dat niets de netgebruiker belet om een afwijkingsaanvraag die voordien geweigerd werd, opnieuw in te dienen als de omstandigheden die vroeger aanleiding hebben gegeven tot de weigering, gewijzigd zijn. De CREG is het eens met de opmerking van BGA dat de modaliteiten om de afwijking 22/33 toe te passen, moeten worden bepaald in zoverre de toegekende afwijking dit noodzaakt. Dit kan best in dialoog met alle betrokken partijen gebeuren. Wat betreft het beheer en de behandeling van de afwijkingen door de regulatoren, zal dit gebeuren overeenkomstig de procedures bepaald in de netcodes waarbij een register van alle toegestane en geweigerde afwijkingen zal worden bijgehouden overeenkomstig artikel 64 van de netcode RfG, artikel 54 van de netcode DCC en artikel 82 van de netcode HVDC. 46. De CREG vindt de opmerking van Febeliec dat geen barrière mag worden opgeworpen voor vervangingsinvesteringen niet terecht omdat op het ogenblik dat men een vervangingsinvestering moet voorzien de technologie geëvolueerd kan zijn zodat de afwijking misschien niet meer nodig is. Indien de omstandigheden bij einde levensduur niet gewijzigd zijn en een verlenging van de levensduur of een vervangingsinvestering mogelijk is, is er in beginsel geen reden om niet opnieuw een afwijking toe te staan. 47. Wat betreft de vraag van Elia om de vereiste van een stappenplan te beperken tot afwijkingsaanvragen met betrekking tot bestaande installaties, meent de CREG dat het inderdaad vaak niet zinvol is om voor afwijkingsaanvragen een dergelijk stappenplan op te stellen. Ook voor bestaande installaties is het niet duidelijk of dit altijd zinvol is. Deze vereiste wordt dus geschrapt. Dit neemt echter niet weg dat voor afwijkingen waarvan men kan verwachten dat ze in de loop van de tijd kunnen worden weggewerkt, een dergelijk stappenplan aan de toekenning van de afwijking kan worden verbonden. 4.4. CRITERIA MET BETREKKING TOT DE KOSTEN-BATENANALYSE 4.4.1. Het ontwerp van criteria 48. Punt 13 van het ontwerp van criteria stelt dat de aanvrager een kosten-batenanalyse volgens de vereisten van de RfG-/DCC-/HVDC-verordeningen moet voorleggen. Deze vereisten zijn vastgelegd in artikel 39 van de netcode RfG, artikel 49 van de netcode DCC en artikel 66 van de netcode HVDC. Teneinde te verzekeren dat de aanvrager een kosten-batenanalyse voorlegt die met kennis van zaken is opgesteld en dat een bekwaam persoon beschikbaar is om antwoorden te kunnen geven op eventuele vragen van de regulatoren, preciseert punt 13 van het ontwerp van criteria dat deze kostenbatenanalyse moet worden opgesteld door (een) deskundige(
  10. n)die beschikbaar moet(
  11. en)zijn om de resultaten toe te lichten. Algemeen wordt in punt 13 van het ontwerp van criteria gesteld dat aan de hand van deze kostenbatenanalyse moet kunnen worden vastgesteld dat de baten van de voorgestelde afwijking hoger of lager zijn dan de kosten ervan. Indien de gevraagde afwijking betrekking heeft op meerdere bepalingen van een verordening dient de kosten-batenanalyse de kosten en baten van elke betrokken bepaling afzonderlijk te bevatten. Het ontwerp van criteria voorziet verder dat de kosten-batenanalyse uitgaat van een referentiescenario dat bepaalt hoe zich de huidige situatie zou ontwikkelen indien de aangevraagde afwijking niet verleend zou worden. Dit wordt het “no-change”-scenario genoemd. Dit referentiescenario vormt de basis voor de vergelijking met een scenario dat gebaseerd is op de aangevraagde afwijking en gaat dus uit van de volledige naleving van de eisen uit de RfG-/DCC-/HVDCverordeningen. De scenario’s gaan in principe uit van de assumpties van de Europese Commissie die opgenomen zijn in de finale versie van 15 juli 2016 van het document “EU Reference Scenario 2016 – Energy, transport 23/33 and GHG emissions - Trends to 2050”6. Het gebruik van afwijkende assumpties moet gemotiveerd worden en alle daarmee samenhangende basisgegevens moeten overgemaakt worden. 49. Punt 14 van het ontwerp van criteria stelt verder dat alle kosten en baten die het gevolg zijn van de voorgestelde afwijking, moeten geïdentificeerd worden, behoorlijk uiteengezet worden en financieel gekwantificeerd worden in euro in overeenstemming met de netcodes. Er wordt daarin voorzien dat de kosten-batenanalyse, in overeenstemming met artikel 39 van de netcode RfG, artikel 49 van de netcode DCC en artikel 66 van de netcode HVDC, op een of meer van de volgende berekeningsbeginselen gebaseerd moet zijn: i. de netto contante waarde – door verdiscontering naar het begin van de referentieperiode worden de kosten en de financieel gekwantificeerde baten die zich op verschillende tijdstippen voordoen, vergelijkbaar gemaakt; ii. het rendement op de investering (return on investment) – de methode om het rendement van een bedrijfsactiviteit te berekenen aan de hand van de opbrengst in verhouding tot het geïnvesteerde kapitaal; iii. de opbrengstvoet (rate of return) – de vaststelling van het (theoretische) gemiddelde, jaarlijkse rendement van een maatregel met onregelmatige en variabele kosten en de financieel gekwantificeerde baten; iv. de tijd vereist voor break-even (terugverdientijd). Het ontwerp van criteria vereist dat de keuze van de berekeningsmethode gemotiveerd wordt en geeft aan dat als referentieperiode bijvoorbeeld de afschrijvingstermijn of de technische levensduur van het kapitaalgoed in aanmerking komen. Om kosten en de financieel gekwantificeerde baten uit verschillende periodes vergelijkbaar te maken, voorziet het ontwerp van criteria dat een redelijke discontovoet gebruikt moet worden, die afdoende gerechtvaardigd moet worden. 4.4.2. De ontvangen opmerkingen 50. Febeliec maakt volgende opmerkingen specifiek met betrekking tot de criteria betreffende de kosten-batenanalyse (CBA): 6 - De nota stelt dat de CBA moet worden opgesteld door deskundigen die beschikbaar moeten zijn om de resultaten toe te lichten, en dat indien de gevraagde derogatie betrekking heeft op meerdere bepalingen van een verordening, deze de kosten en baten van elke betrokken bepaling afzonderlijk dient te bevatten. Net als hierboven ziet Febeliec dit als een belangrijke barrière voor het verkrijgen van een derogatie, en al helemaal voor individuele derogaties. Bovendien kan een stikte hantering van de Belgische taalwetgeving bijkomende problemen opleveren voor het aanstellen van deskundigen die de resultaten moeten komen toelichten. - Het gegeven dat een CBA moet uitgaan van meerdere scenario’s en vereist dat er ook een referentiescenario wordt opgesteld, betekent een belangrijke impact op de hoeveelheid werk en dus de kost hiervan, wederom een bijkomende barrière. - Bovendien verwijst de nota naar de assumpties van de Europese Commissie die opgenomen zijn in de finale versie van 15 juli 2016 van het document “EU Reference Scenario 2016 – Energy, transport and GHG emissions – Trends to 2050”. Febeliec stelt https://ec.europa.eu/energy/sites/ener/files/documents/ref2016_report_final-web.pdf 24/33 zich vragen bij deze aanpak, vermits dit bezwaarlijk een correcte basis kan zijn voor derogaties die mogelijkerwijze pas jaren in de toekomst zullen worden aangevraagd. - Bovendien stelt de nota ook dat alle kosten en baten die het gevolg zijn van de voorgestelde derogatie moet worden geïdentificeerd, behoorlijk uiteengezet en financieel gekwantificeerd. De keuze van de berekeningsmethode moet worden gemotiveerd, en ook de gebruikte discontovoet moet afdoende worden gerechtvaardigd. Dit blijft vrij vaag, maar lijkt wederom een bijkomende barrière met zich mee te brengen, wederom zeker voor het aanvragen van individuele derogaties. 51. Synergrid merkt op dat de consultatienota stelt dat de kosten-batenanalyse moet worden opgesteld door (een) deskundige(
  12. n)die beschikbaar moet zijn om de resultaten van de KBA toe te lichten. Synergrid stelt de vraag naar een definitie voor de term “deskundige”, met name wie hier als deskundige kan optreden. Volgens Synergrid is het de aanvrager die moet optreden als verantwoordelijke voor het verschaffen van toelichtingen bij de KBA. Het is aan de aanvrager zelf te beslissen of hij daar al of niet een derde partij (‘deskundige’) wil bij betrekken. De nota legt het gebruik van een redelijke discontovoet op, die moet worden gerechtvaardigd door de aanvrager. Synergrid acht het aangewezen om een discontovoet te definiëren die in basis gelijk is voor alle aanvragers om zodoende de verschillende afwijkingsaanvragen te kunnen vergelijken. Indien echter in dat geval een aanvrager een andere discontovoet wenst toe te passen, kan hem gevraagd worden die te rechtvaardigen, aldus Synergrid. 52. Elia maakt de volgende opmerkingen bij de analyse van de kosten en baten: - De regulatoren stellen voor om de kosten-batenanalyse te laten uitvoeren door een aangeduide deskundige. Elia stelt zich de vraag waarom de (verplichtende) rol van “deskundige” werd ingevoerd. De netgebruiker of relevante systembeheerder is verantwoordelijk voor de indiening van een afwijkingsaanvraag. Voor Elia is het logisch dat de aanvrager ook verantwoordelijk blijft voor de onderbouwing (onder meer door de kosten-batenanalyse) van deze aanvraag en dus het aanspreekpunt is gedurende de volledige procedure. Dit sluit echter niet uit dat de aanvrager de achterliggende analyses kan laten uitvoeren door een derde partij maar volgens Elia hoeft deze geen formele rol te krijgen in het proces. - Het consultatiedocument stelt dat per afwijking van een bepaling er een afzonderlijke kosten-batenanalyse moet worden uitgevoerd. Een afwijkingsaanvraag kan zo verschillende kosten-batenanalyses bevatten. Elia is van oordeel dat een bepaalde groepering van bepalingen mogelijk moet zijn wanneer de desbetreffende bepalingen overeenkomsten vertonen of wanneer het om functioneel samenhorende bepalingen gaat. - Volgens het consultatiedocument gaat het referentie-scenario voor de kostenbatenanalyse in principe uit van de assumpties van de Europese Commissie die opgenomen zijn in de finale versie van 15 juli 2016 van het document “EU Reference Scenario 2016 – Energy, transport and GHG emissions - Trends to 2050”. Refereren naar een specifiek scenario kan volgens Elia een consistente toepassing van de kosten-batenanalyse bevorderen. De expliciete vermelding van deze bron in het consultatiedocument kan echter leiden tot een regelmatige herziening van de criteria voor de toekenning van afwijking. Elia stelt zich dan ook de vraag of het niet efficiënter is om in de toekomst het exacte referentiescenario op een andere wijze (losstaand van een herziening van de toekenningscriteria) te communiceren aan de marktpartijen. 25/33 - 53. Als component van de kosten-batenanalyse, voorziet het consultatiedocument in de mogelijkheid om een ‘redelijke discontovoet’ te gebruiken, waarvan de keuze geargumenteerd moet worden. Volgens Elia is het echter beter om een vooraf gedefinieerde discontovoet te gebruiken wat de vergelijkbaarheid met andere toegekende of nog toe te kennen afwijkingen vergemakkelijkt. Indien de aanvrager een andere discontovoet wenst te gebruiken dan moet dit mogelijk zijn mits dit voldoende gemotiveerd wordt. BGA maakt de volgende opmerkingen bij de kosten-batenanalyse: - Hoe zal de asymmetrische eigendom van gegevens worden behandeld? Alleen de TSB kan kostengegevens over de impact op het netwerk leveren of kan de baten voor het systeem aangeven. In het algemeen hebben de meeste producenten geen toegang tot de nodige gegevens voor de kosten-batenanalyse. - De kosten-batenanalyse moet worden gemaakt door een of meer deskundigen. Wat is de definitie van een deskundige? Kan dit een bedrijfsinterne expert zijn? - Het referentiescenario van de kosten-batenanalyse is een volledige implementatie van de vereisten van de aansluitingscodes; we nemen aan (waar van toepassing) dat de Belgische implementatie van de vereisten het referentiescenario uitmaakt. 4.4.3. Behandeling van de opmerkingen 4.4.3.1. Wat betreft de definitie van “deskundige” 54. Het is hier enkel de bedoeling dat de aanvrager een kosten-batenanalyse voorlegt die met kennis van zaken is opgesteld en dat de aanvrager ervoor zorgt dat een bekwaam persoon beschikbaar is om antwoorden te geven op eventuele vragen van de bevoegde regulator(
  13. en)ook indien hij het opstellen van de kosten-batenanalyse heeft uitbesteed. De bewoordingen worden als volgt aangepast: “De aanvrager moet een kosten-batenanalyse volgens de vereisten van de RfG-/DCC-/HVDCverordeningen7 voorleggen. De aanvrager houdt zich beschikbaar om de resultaten met kennis van zaken toe te lichten. Aan de hand van deze kosten-batenanalyse moet kunnen worden vastgesteld dat de baten van de voorgestelde afwijking hoger of lager zijn dan de kosten ervan.” Op het taalregime van de persoon die toelichtingen bij de kosten-batenanalyse dient te verschaffen, wordt in de criteria niet ingegaan. De CREG zal hiervoor een pragmatische houding aannemen. 4.4.3.2. Wat betreft de scenario’s en inhoud van de analyse 55. Wat betreft de meerdere scenario’s die geanalyseerd dienen te worden, spreekt het voor zich dat de kosten en baten dienen te worden geanalyseerd in een referentiescenario waarbij de netcode volledig nageleefd wordt om ze te kunnen vergelijken met de kosten en baten van een scenario dat uitgaat van de gevraagde afwijking(en). Wat betreft de assumpties waarop de scenario’s dienen gebaseerd te zijn, is de CREG van mening dat het inderdaad niet flexibel is om de assumpties die opgenomen zijn in een bepaald document vast te 7 Artikel 39 van de verordening RfG, artikel 49 van de verordening DCC of artikel 66 van de verordening HVDC. 26/33 leggen en dat het beter is om met de mogelijke toekomstige evolutie van de assumpties rekening te houden. Hiertoe worden de bewoordingen als volgt aangepast: “De scenario’s gaan in principe uit van de meest recente assumpties van de Europese Commissie voor het referentiescenario wat energie betreft8, zoals van tijd tot tijd aangepast. Het gebruik van afwijkende assumpties moet gemotiveerd worden en alle daarmee samenhangende basisgegevens moeten overgemaakt worden.” Hierdoor wordt ook vermeden dat het referentiescenario telkens dit wijzigt, moet worden gecommuniceerd aan de marktpartijen. Wat het asymmetrisch gegevensbezit betreft, voorzien artikel 39 van de netcode RfG, artikel 49 van de netcode DCC en artikel 66 van de netcode HVDC in de verplichte medewerking (assistentie/inhoudelijke bijdrage/informatieverstrekking binnen gestelde termijn) vanwege de relevante systeembeheerder en TSB. De CREG verwacht dat deze partijen in de mate van het mogelijke de nodige gegevens zullen aanleveren en dat ze op een constructieve wijze hun medewerking zullen verlenen. Indien de gevraagde informatie van vertrouwelijke aard is, kan de vertrouwelijke informatie rechtstreeks aan de CREG worden overgemaakt, samen met de vereiste beoordeling(en). De regulatoren kunnen overigens alle informatie nodig voor hun beslissingen opvragen en houden toezicht op de naleving van de netcodes. Met de opmerking van BGA dat het referentiescenario zich moet baseren op de Belgische implementatie van de vereisten van netcodes (waar van toepassing), is de CREG het eens. 4.4.3.3. Wat betreft de kosten-batenanalyse per betrokken bepaling van de netcodes 56. De CREG is van mening dat de opmerking dat het samenvoegen van bepalingen mogelijk moet zijn wanneer ze overeenkomsten vertonen of wanneer ze functioneel samenhoren terecht is, en om hiermee rekening te houden wordt volgende aanpassing aangebracht: “Indien de gevraagde afwijking betrekking heeft op meerdere bepalingen van een verordening dient de kosten-batenanalyse de kosten en baten van elke betrokken bepaling afzonderlijk te bevatten tenzij kan worden aangetoond dat de bepalingen functioneel complementair zijn of niet afzonderlijk kunnen beschouwd worden. In dit geval mogen ze als één geheel behandeld worden.” 4.4.3.4. Wat betreft de discontovoet 57. Om tegemoet te komen aan de bezorgdheden wat betreft de te gebruiken discontovoet wordt de volgende aanpassing doorgevoerd: “De keuze van de berekeningsmethode moet gemotiveerd worden. Als referentieperiode komen bijvoorbeeld de afschrijvingstermijn of de technische levensduur van het kapitaalgoed in aanmerking. Om kosten en de financieel gekwantificeerde baten uit verschillende periodes vergelijkbaar te maken, wordt de reële discontovoet gebruikt vervat in de meest recente versie van het document “ENTSO-E Guidelines for Cost Benefit Analyses of Grid Development Projects”9 8 Op april 2017: “EU Reference Scenario 2016 – Energy, transport and GHG emissions - Trends to 2050, July 2016” Bron: https://ec.europa.eu/energy/en/data-analysis/energy-modelling 9 Op april 2017: 4% Bron: https://www.entsoe.eu/Documents/SDC%20documents/TYNDP/ENTSOE%20cost%20benefit%20analysis%20approved%20by%20the%20European%20Commission%20on%204%20February%2020 15.pdf 27/33 zoals van tijd tot tijd aangepast. Het gebruik van een andere discontovoet moet afdoende gerechtvaardigd worden.” 5. CONCLUSIE 58. Met toepassing van artikel 61.1 van de netcode RfG, artikel 51.1 van de netcode DCC en artikel 78.1 van de netcode HVDC en rekening houdend met wat voorafgaat, legt de CREG de hiernavolgende criteria, opgenomen in bijlage bij deze beslissing, vast voor het toestaan van afwijkingen van bepalingen van de voornoemde netcodes.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Koen LOCQUET Directeur Marie-Pierre FAUCONNIER Voorzitster van het Directiecomité 28/33 BIJLAGE CRITERIA VOOR HET TOESTAAN VAN AFWIJKINGEN VAN BEPALINGEN VAN DE NETCODES RFG, DCC EN/OF HVDC 1. INLEIDING 1. Op Europees niveau werden in april en augustus 2016 drie verordeningen tot vaststelling van netcodes met voorwaarden voor aansluiting op het elektriciteitsnet aangenomen. Het betreft meer bepaald: - de verordening (EU) nr. 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net (hierna, de netcode RfG); - de verordening (EU) nr. 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers (hierna, de netcode DCC); - de verordening (EU) nr. 2016/1447 van de Commissie van 26 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting op het net van hoogspanningsgelijkstroomsystemen en op gelijkstroom aangesloten power park modules (hierna, de netcode HVDC). Deze verordeningen zijn bindend voor alle betrokken partijen en rechtstreeks van toepassing in België zonder omzetting in nationaal recht. Een aantal specifieke bepalingen van deze verordeningen werden van toepassing in de loop van 2016. Het betreft artikel 4, lid 2, onder b), artikel 7, artikel 58, artikel 59, artikel 61 (afwijkingscriteria) en titel VI van de netcode RfG, artikel 4, lid 2, onder b), artikel 6, artikel 51 (afwijkingscriteria), artikel 56 en artikel 57 van de netcode DCC en artikel 4, lid 2, onder b), artikel 5, artikel 75, artikel 76 en artikel 78 (afwijkingscriteria) van de netcode HVDC. Het merendeel van de bepalingen van deze verordeningen wordt van toepassing in de loop van 2019. 2. Deze verordeningen hebben tot doel geharmoniseerde regels vast te stellen voor de aansluiting van de daarin bedoelde installaties, netten of systemen op het net om een duidelijk juridisch kader voor dergelijke aansluiting(
  14. en)tot stand te brengen, de Uniebrede handel in elektriciteit te vergemakkelijken, de systeemveiligheid te waarborgen, de integratie van hernieuwbare energiebronnen te vergemakkelijken, de mededinging te versterken en een efficiënter gebruik van het netwerk en de hulpbronnen mogelijk te maken, in het belang van de consument. 3. De bevoegde regulerende instantie kan respectievelijk met toepassing van de netcodes RfG, DCC en HVDC op verzoek van: - eigenaren of toekomstige eigenaren van elektriciteitsproductie-installaties, de relevante transmissiesysteembeheerder (TSB), distributiesysteembeheerder (DSB) of beheerder van een gesloten distributiesysteem (GDSB); 29/33 - een eigenaar of toekomstige eigenaar van een verbruiksinstallatie, en een distributiesysteembeheerder/beheerder van een gesloten distributiesysteem of toekomstige beheerder, een relevante systeembeheerder of relevante transmissiesysteembeheerder; - een eigenaar of toekomstige eigenaar van een HVDC-systeem of van een via gelijkstroom aangesloten (“DC-aangesloten”) power park module, relevante systeembeheerder of relevante transmissiesysteembeheerder; en in overeenstemming met dezelfde verordeningen afwijkingen van een of meerdere bepalingen van deze verordeningen toestaan voor de aansluiting van: - elektriciteitsproductie-eenheden binnen hun installaties; - transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties; transmissiegekoppelde distributie-installaties; distributiesystemen, met inbegrip van gesloten distributiesystemen; verbruikseenheden die door een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem worden gebruikt om diensten voor vraagsturing aan een relevante systeembeheerder en een relevante transmissiesysteembeheerder te leveren; - een hoogspanningsgelijkstroom-systeem (“HVDC-systeem”) en een DC-aangesloten power park module op het net. 4. De bevoegde regulerende instantie legt na raadpleging van alle betrokken partijen de criteria vast voor het toestaan van afwijkingen met toepassing van artikel 61 van de netcode RfG, artikel 51 van de netcode DCC en artikel 78 van de netcode HVDC. De bevoegde regulerende instantie publiceert de criteria op haar website en brengt deze uiterlijk negen maanden na de inwerkingtreding van de verordeningen ter kennis van de Europese Commissie. 2. VOORWAARDEN MET BETREKKING TOT INDIENING VAN HET AFWIJKINGSVERZOEK DE 5. Een afwijkingsverzoek moet worden ingediend bij de relevante systeembeheerder of de regulerende instantie, naargelang het geval, als volgt: - een verzoek voor individuele afwijking, bedoeld in artikel 62 van de netcode RfG, artikel 52 van de netcode DCC en artikel 79 van de netcode HVDC, moet worden ingediend bij de betrokken netbeheerder (TSB, DSB of GDSB). Deze laatste stuurt de aanvraag door naar de CREG en desgevallend eveneens naar de regulator van het gewest waarin de betreffende installatie is aangesloten op het elektriciteitsdistributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit1 (VREG, CWaPE of BRUGEL); een gegroepeerd afwijkingsverzoek kan worden ingediend door een eigenaar of toekomstige eigenaar voor een geheel van gelijkaardige eenheden; - een verzoek voor algemene afwijking, bedoeld in artikel 63 van de netcode RfG, artikel 53 van de netcode DCC en artikel 80 van de netcode HVDC, wordt ingediend door de betrokken netbeheerder bij de CREG en indien de algemene afwijking betrekking heeft op installaties 1 “het plaatselijk vervoernet” in het Vlaamse gewest, “le réseau de transport local” in het Waalse gewest en “het gewestelijke transportnet” in het Brussels hoofdstedelijke gewest; 30/33 aangesloten op (een) elektriciteitsdistributienet(ten) of (een) plaatselijk(
  15. e)vervoernet(ten) van elektriciteit2, ook bij de betrokken regionale regulator(
  16. en)(VREG, CWaPE en/of BRUGEL). De vier Belgische regulatoren informeren elkaar over de ingediende afwijkingsaanvragen en zullen nagaan af het afwijkingsverzoek aspecten bevat die onder hun respectieve bevoegdheid vallen. De bevoegde regulatoren zullen zoveel mogelijk hun respectieve beslissingen coördineren. 6. Een afwijkingsverzoek moet per brief worden ingediend overeenkomstig de Belgische taalwetgeving. Relevante ondersteunende documenten mogen ook in het Engels worden bezorgd. De ondersteunende documenten mogen ook op een courante elektronische drager worden geleverd. 7. Een afwijkingsverzoek bevat respectievelijk de gegevens bedoeld in: - de artikelen 62 en 63 van de netcode RfG; - de artikelen 52 en 53 van de netcode DCC; en - de artikelen 79 en 80 van de netcode HVDC. Naast de aangevraagde afwijkingen dienen ook de artikelen van de netcode RfG, de netcode DCC en/of de netcode HVDC waarvan gevraagd wordt af te wijken op een nauwkeurige en ondubbelzinnige wijze te worden aangegeven in het afwijkingsverzoek. Eenzelfde afwijkingsverzoek mag slechts betrekking hebben op afwijkingen van één van de voornoemde netcodes. De aanvrager vermeldt indien mogelijk ook de relevante referenties naar federale en/of regionale regelgeving, technische voorschriften en modelcontracten van de netbeheerder in verband met het afwijkingsverzoek. 3. CRITERIA MET BETREKKING TOT DE ONDERBOUWING VAN HET AFWIJKINGSVERZOEK EN HET BEWIJS VAN AFWEZIGHEID VAN EEN NEGATIEF EFFECT OP DE GRENSOVERSCHRIJDENDE HANDEL 8. Een afwijkingsverzoek omvat met toepassing van de artikelen 62.2 en 63.2 van de netcode RfG, de artikelen 52.2 en 53.2 van de netcode DCC en de artikelen 79.2 en 80.2 van de netcode HVDC onder meer een gedetailleerde onderbouwing van de gevraagde afwijking, met de relevante ondersteunende documenten en de opgelegde kosten-batenanalyse (zie infra) en een bewijs dat de aangevraagde afwijking geen negatief effect heeft op de grensoverschrijdende handel. 9. In dit kader dienen de problemen die door de afwijking verholpen moeten worden en de oorzaken van deze problemen nauwkeurig beschreven te worden. De afwijking bevat daarom volgende elementen: - een duidelijke, met feiten onderbouwde beschrijving van de aard van de problemen; - een duidelijke toelichting van de omvang van de problemen; - de concrete oorzaken van de problemen; 2 “het plaatselijk vervoernet” in het Vlaamse gewest, “le réseau de transport local” in het Waalse gewest en “het gewestelijke transportnet” in het Brussels hoofdstedelijke gewest; 31/33 de uitgangshypothesen en de risico’s waarop de probleemanalyse is gebaseerd. - De aard en de omvang van de problemen moeten met bewijsstukken worden gestaafd. 10. De aanvrager motiveert de noodzaak van de afwijking met bewijsstukken zoals rapporten, technische documenten, studies en aan de hand van de kosten-batenanalyse. 11. De aanvrager motiveert eveneens dat de gevraagde afwijking: - geen onaanvaardbare negatieve gevolgen heeft op:  andere netgebruikers,  de netveiligheid,  de marktwerking,  de bevoorradingszekerheid,  de grensoverschrijdende handel,  het milieu of de gezondheid, - geen concurrentievoordelen oplevert voor de producent of eigenaar van de installaties; - niet verder gaat dan strikt noodzakelijk is; - redelijkerwijze niet voor een kortere duur dan de gevraagde duur kan worden toegestaan. Afhankelijk van de aard van de gevraagde afwijking dient de motivering te gebeuren aan de hand van relevante studies en rapporten. 12. De aanvrager dient in het afwijkingsverzoek de duur van de gewenste afwijking op te geven en te motiveren. De duur van een voor een concrete installatie aangevraagde afwijking mag in geen geval de technische levensduur van de installatie overschrijden. 4. CRITERIA MET BETREKKING TOT DE KOSTENBATENANALYSE 13. De aanvrager moet een kosten-batenanalyse volgens de vereisten van de RfG-/DCC-/HVDCverordeningen3 voorleggen. De aanvrager houdt zich beschikbaar om de resultaten met kennis van zaken toe te lichten. Aan de hand van deze kosten-batenanalyse moet kunnen worden vastgesteld dat de baten van de voorgestelde afwijking hoger of lager zijn dan de kosten ervan. Indien de gevraagde afwijking betrekking heeft op meerdere bepalingen van een verordening dient de kosten-batenanalyse de kosten en baten van elke betrokken bepaling afzonderlijk te bevatten tenzij kan worden aangetoond dat de bepalingen functioneel complementair zijn of niet afzonderlijk kunnen beschouwd worden. In dit geval mogen ze als één geheel behandeld worden. De kosten-batenanalyse gaat uit van een referentiescenario dat bepaalt hoe zich de huidige situatie zou ontwikkelen indien de aangevraagde afwijking niet verleend zou worden. Dit wordt het “no- 3 Artikel 39 van de verordening RfG, artikel 49 van de verordening DCC of artikel 66 van de verordening HVDC. 32/33 change”-scenario genoemd. Dit referentiescenario vormt de basis voor de vergelijking met een scenario dat gebaseerd is op de aangevraagde afwijking en gaat dus uit van de volledige naleving van de eisen uit de RfG-/DCC-/HVDC-verordeningen. De scenario’s gaan in principe uit van de meest recente assumpties van de Europese Commissie voor het referentiescenario wat energie betreft4, zoals van tijd tot tijd aangepast. Het gebruik van afwijkende assumpties moet gemotiveerd worden en alle daarmee samenhangende basisgegevens moeten overgemaakt worden. 14. Alle kosten en baten die het gevolg zijn van de voorgestelde afwijking, moeten geïdentificeerd worden, behoorlijk uiteengezet worden en financieel gekwantificeerd worden in euro in overeenstemming met de netcodes. De kosten-batenanalyse moet in overeenstemming met de netcodes, op een of meer van de volgende berekeningsbeginselen gebaseerd zijn: v. de netto contante waarde – door verdiscontering naar het begin van de referentieperiode worden de kosten en de financieel gekwantificeerde baten die zich op verschillende tijdstippen voordoen, vergelijkbaar gemaakt; vi. het rendement op de investering (return on investment) – de methode om het rendement van een bedrijfsactiviteit te berekenen aan de hand van de opbrengst in verhouding tot het geïnvesteerde kapitaal; vii. de opbrengstvoet (rate of return) – de vaststelling van het (theoretische) gemiddelde, jaarlijkse rendement van een maatregel met onregelmatige en variabele kosten en de financieel gekwantificeerde baten; viii. de tijd vereist voor break-even (terugverdientijd). De keuze van de berekeningsmethode moet gemotiveerd worden. Als referentieperiode komen bijvoorbeeld de afschrijvingstermijn of de technische levensduur van het kapitaalgoed in aanmerking. Om kosten en de financieel gekwantificeerde baten uit verschillende periodes vergelijkbaar te maken, wordt de reële discontovoet gebruikt vervat in de meest recente versie van het document “ENTSO-E Guidelines for Cost Benefit Analyses of Grid Development Projects”5, zoals van tijd tot tijd aangepast. Het gebruik van een andere discontovoet moet afdoende gerechtvaardigd worden. 4 Op april 2017: “EU Reference Scenario 2016 – Energy, transport and GHG emissions - Trends to 2050, July 2016” Bron: https://ec.europa.eu/energy/en/data-analysis/energy-modelling 5 Op april 2017: 4% Bron: https://www.entsoe.eu/Documents/SDC%20documents/TYNDP/ENTSOE%20cost%20benefit%20analysis%20approved%20by%20the%20European%20Commission%20on%204%20February%2020 15.pdf 33/33

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.