(B)1605 30 maart 2017 Beslissing betreffende het voorstel van NV ELIA SYSTEM OPERATOR betreffende de aanpassing van de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten Inwerkingtreding gedeeltelijk op 1 mei 2017 en volledig op 1 juli 2017 genomen met toepassing van artikel 159, §1, van het technisch reglement van 19 december 2002 voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe Rechtsgrond Niet-verrtrouwelijke versie CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 Wettelijk kader ................................................................................................................................ 4 Analyse van het voorstel ................................................................................................................. 7 2.1. Voorafgaande opmerkingen en voorbehouden ...................................................................... 7 2.2. In overweging genomen beoordelingselementen .................................................................. 7 2.3. Openbare raadpleging ............................................................................................................. 9 2.4. Beschrijving van de voorgestelde evoluties .......................................................................... 14 2.4.1. Onderwerp 1 - Definitie van de referentieprijs van de Belgische day-aheadmarkt...... 15 2.4.2. Onderwerp 2 - Openstelling van de markt van de primaire reserve voor nieuwe technologieën ................................................................................................................................ 15 2.4.3. Onderwerp 3 - Openstelling van het niet-gereserveerde tertiaire regelvermogen op de technische niet-CIPU-eenheden. ................................................................................................... 17 2.5. Aanvullende overwegingen van de CREG.............................................................................. 19 2.5.1. Uitbreiding van de secundaire markt ............................................................................ 19 Beslissing ....................................................................................................................................... 20 Niet vertrouwelijke versie 2/20 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt in deze beslissing, met toepassing van artikel 159, §1, van het Koninklijk Besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het technisch reglement), het voorstel van de NV ELIA SYSTEM OPERATOR (hierna: ELIA) betreffende de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten. De CREG ontving dit voorstel van ELIA per brief van 22 december 2016. ELIA heeft aan haar brief verschillende documenten toegevoegd: 1) een document “Etude préparatoire à la mise en place du transfert d’énergie sur les marchés des réserves tertiaires et de la réserve stratégique”; dit maakt geen deel uit van het voorstel, 2) een document van ELIA “Règles de fonctionnement du marché relatif à la compensation des déséquilibres quart-horaires – Entrée en vigueur partiellement au 1er mai 2017 et entièrement au 1er juillet 2017”, 3) een document van ELIA “Marktwerkingsregels voor de compensatie van de kwartuuronevenwichten – Gedeeltelijke inwerkingtreding op 1 mei 2017 en volledige inwerkingtreding op 1 juli 2017”, 4) de twee hierboven vermelde documenten in een versie met de aanduiding van de punten die verschillend zijn van het voorstel van ELIA over de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten dat werd goedgekeurd door de beslissing (B)161013CDC-1556 van de CREG van 13 oktober 2016, 5) een aantal documenten over aanpassingen van het ARP-contract; deze documenten maken geen deel uit van het tariefvoorstel. De CREG heeft eveneens een tweede brief, gedateerd op 20 januari 2017, van ELIA ontvangen. ELIA heeft met deze brief nieuwe versies overgemaakt van de documenten die hierboven onder 2) tot 4) vermeld worden. Ten slotte, heeft de CREG een derde brief, gedateerd op 24 maart 2017, van ELIA ontvangen (hierna "de derde brief van ELIA") waarin ELIA verduidelijking geeft over de overgangsperiode voor de implementatie van nieuwe regels betreffende de primaire regeling en de controle van de activering van de bronnen van primaire regeling. Het voorstel van ELIA bestaat uit de brief van ELIA van 22 december 2016, de brief van 20 januari 2017 en de vier documenten die bij deze laatste brief gevoegd zijn. De onderhavige beslissing bestaat uit drie delen. Het eerste deel vat het wettelijk kader samen. Het tweede deel bevat een analyse van het voorstel en behandelt de antwoorden op de openbare raadpleging en het derde deel omvat de eigenlijke beslissing. De brief van ELIA van 22 december 2016, de brief van ELIA van 20 januari 2017, de vier documenten die bij deze laatste brief gevoegd zijn en de derde brief van ELIA, worden bij de onderhavige beslissing gevoegd. Op 30 maart 2017 keurde het Directiecomité van de CREG de onderhavige beslissing goed. Niet vertrouwelijke versie 3/20 WETTELIJK KADER 1. Artikel 37, lid 6, onder
- b)van Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG, waarvan de omzettingstermijn op 3 maart 2011 verstreek, bepaalt: "de regulerende instanties zijn bevoegd voor de vaststelling of de voldoende ruim aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake:
- a)[…];
- b)de verstrekking van balanceringsdiensten, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen. De balanceringsdiensten worden op billijke en nietdiscriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria [...]. " 2. Volgens artikel 11 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: “elektriciteitswet”) stelt de Koning, na advies van de CREG en in overleg met de netbeheerder, een technisch reglement op voor het beheer van het transmissienet en de toegang ertoe. Krachtens deze bepaling bepaalt het technisch reglement inzonderheid: “1° de technische minimumeisen voor de aansluiting op het transmissienet van productieinstallaties, distributienetten, uitrusting van direct aangesloten afnemers, koppellijnencircuits en directe lijnen, de aansluitingstermijnen evenals de technische modaliteiten die de netbeheerder toelaten toegang te hebben tot de installaties van de gebruikers en maatregelen te nemen of te laten nemen met betrekking hiertoe indien de veiligheid of de technische betrouwbaarheid van het net dit vereist, alsook de termijnen voor aansluiting; 2° de operationele regels waaraan de netbeheerder onderworpen is bij zijn technisch beheer van de elektriciteitsstromen en bij de maatregelen die hij dient te treffen om het hoofd te bieden aan problemen van overbelasting, technische mankementen en defecten van productie-eenheden; 3° in voorkomend geval, de prioriteit die in de mate van het mogelijke, rekening houdend met de noodzakelijke continuïteit van de voorziening, moet worden gegeven aan de productie-installaties die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen, of aan eenheden van warmtekrachtkoppeling; 4° de ondersteunende diensten die de netbeheerder moet inrichten; 5° de gegevens die de netgebruikers aan de netbeheerder, (de gegevens van het ontwikkelingsplan inbegrepen) moeten verstrekken; 6° de informatie die door de netbeheerder moet worden verstrekt aan de beheerders van andere elektriciteitsnetten waaraan het transmissienet is gekoppeld, teneinde een veilige en efficiënte exploitatie, een gecoördineerde ontwikkeling en de interoperabiliteit van het koppelnet te waarborgen; 7° de bepalingen op het gebied van informatie of van voorafgaande goedkeuring door de commissie van operationele regels, algemene voorwaarden, type-overeenkomsten, formulieren of procedures toepasbaar op de netbeheerder en, in voorkomend geval, op de gebruikers”. Niet vertrouwelijke versie 4/20 3. Op grond van artikel 11 van de elektriciteitswet werd het Koninklijk Besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, genomen. 4. Artikel 159, §1, van het technisch reglement bepaalt dat, op voorstel van de netbeheerder, de werkingsregels van de markt bestemd voor de compensatie van de kwartieronevenwichten worden goedgekeurd door de CREG en gepubliceerd door de netbeheerder. 5. Artikel 2 van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder de taken en verplichtingen uitvoert die hij dient uit te voeren krachtens de elektriciteitswet teneinde de elektriciteitsuitwisselingen tussen de verschillende op het net aangesloten personen te behouden en te ontwikkelen en de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net te bewaken, te handhaven dan wel te herstellen. 6. Artikel 3, §1, van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder het technisch beheer van de elektriciteitsstromen op het transmissienet organiseert en zijn taken waarneemt teneinde met de hem ter beschikking staande middelen een permanent evenwicht tussen de vraag en het aanbod van elektriciteit te bewaken, te handhaven dan wel te herstellen overeenkomstig artikel 8 van de elektriciteitswet. De netbeheerder waakt over de compensatie van het globale onevenwicht van de regelzone, dat voortvloeit uit de eventuele individuele onevenwichten van de verschillende toegangsverantwoordelijken. 7. Krachtens artikel 8 van het technisch reglement moet de netbeheerder zich onthouden van elke discriminatie tussen netgebruikers, toegangsverantwoordelijken, leveranciers van ondersteunende diensten of tussen elke andere persoon die op een of andere manier met het net verbonden is in het kader van zijn taken en verplichtingen of uitgevoerde diensten. 8. Krachtens artikel 157, §2, van het technisch reglement bewaakt, handhaaft dan wel herstelt de netbeheerder op elk moment het evenwicht tussen aanbod en vraag van elektrisch vermogen in de regelzone, onder meer veroorzaakt door de eventuele individuele onevenwichten van de verschillende toegangsverantwoordelijken. Te dien einde schakelt de netbeheerder tijdens de uitbating van het net, in volgorde de hem ter beschikking zijnde middelen in, met name: - de primaire regeling van de frequentie; - de secundaire regeling van het evenwicht in de regelzone; - het vermogen ter beschikking gesteld door de producenten conform art. 159, §2; en - de aanpassingen aan de dagelijkse toegangsprogramma's van belastingen die door de toegangsverantwoordelijken aan de netbeheerder worden aangeboden. §3 van ditzelfde artikel voegt eraan toe dat indien de modaliteiten, bedoeld in §2, niet volstaan om tot het herstel te leiden van het evenwicht tussen de vraag en het aanbod van actief vermogen in de regelzone, de netbeheerder opdraagt om het tertiaire reservevermogen dat door derden ter beschikking wordt gesteld overeenkomstig de bepalingen bedoeld in Hoofdstuk XIII van Titel IV van het technisch reglement, te activeren. 9. Artikel 158 van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder de hem ter beschikking staande middelen activeert overeenkomstig artikel 157, § 2, met name volgens het criterium van de laagste prijs. Niet vertrouwelijke versie 5/20 10. Krachtens artikel 159, §2, van het technisch reglement houden alle producenten van de regelzone waarvan het nominale vermogen voor de toegang tot het net hoger dan of gelijk is aan 75 MW, hun beschikbare vermogen ter beschikking van de netbeheerder overeenkomstig artikelen 222 en 223. De inschrijving voor dit reservevermogen gaat vergezeld met een prijsofferte. De producenten waarvan het nominale vermogen voor de toegang tot het net lager is dan 75 MW, alsook de producenten actief in een andere regelzone voor zover de operationele regels tussen de betrokken regelzones het toelaten, kunnen eveneens, overeenkomstig door de netbeheerder bepaalde objectieve en transparante modaliteiten, hun beschikbare kwartiervermogen ter beschikking stellen. 11. Hoofdstuk XIII van Titel IV van het technisch reglement heeft betrekking op de ondersteunende diensten. Artikel 233 van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder het primair, secundair en tertiair reservevermogen dat bijdraagt tot het waarborgen van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net in de regelzone evalueert en bepaalt. Hij deelt zijn evaluatiemethode en het resultaat aan de commissie mee ter goedkeuring. Artikel 243 van het technisch reglement bepaalt in §1 dat de netbeheerder het reservevermogen voor de secundaire regeling koopt via een mededingingsprocedure en/of aanbesteding. De netbeheerder bepaalt de technische specificaties betreffende de terbeschikkingstelling en de levering van dit vermogen. §2 van dit artikel bepaalt dat de leverancier van deze dienst het tertiaire reservevermogen activeert op aanvraag van de netbeheerder. Krachtens artikel 249, §1, van het technisch reglement koopt de netbeheerder het reservevermogen voor de tertiaire regeling via een mededingingsprocedure en/of aanbesteding. De netbeheerder bepaalt de technische specificaties betreffende de terbeschikkingstelling en de levering van dit vermogen. §2 van dit artikel bepaalt dat de leverancier van deze dienst het tertiaire reservevermogen activeert op aanvraag van de netbeheerder. Tot slot bepaalt artikel 256 van het technisch reglement dat de netbeheerder de middelen waarover hij beschikt, aanwendt overeenkomstig het technisch reglement, teneinde de afwijkingen tussen het daadwerkelijk uitgewisseld actief vermogen en het geprogrammeerd actief vermogen met de buitenlandse regelzones te beperken. Deze afwijkingen worden eveneens kwartieronevenwichten genoemd. 12. Krachtens artikel 159, §4, van het technisch reglement publiceert de netbeheerder ten minste elke dag de prijzen voor de onevenwichten van de voorgaande dag. Artikel 244, §1, van het technisch reglement stelt dat de netbeheerder, overeenkomstig artikel 26, de benodigde hoeveelheden alsmede de technische specificaties betreffende de beschikbaarheid en levering van actief vermogen aan het net voor de secundaire regeling bepaalt en publiceert. Artikel 250, §1, van het technisch reglement voegt eraan toe dat de netbeheerder, overeenkomstig artikel 26, de benodigde hoeveelheden alsmede de technische specificaties betreffende de beschikbaarheid en levering van actief vermogen aan het net voor de tertiaire regeling bepaalt en publiceert. Niet vertrouwelijke versie 6/20 ANALYSE VAN HET VOORSTEL 2.1. VOORAFGAANDE OPMERKINGEN EN VOORBEHOUDEN 13. In overeenstemming met wat in deel I “Wettelijk kader” werd aangehaald, herhaalt de CREG dat er over de regels die ELIA had voorgesteld en die door de CREG werden goedgekeurd, zowel in de beslissing over de reservevolumes voor 2017 als in onderhavige beslissing, niet meer kan worden onderhandeld en dat ze ook niet kunnen worden gewijzigd door een andere administratieve overheid, aangezien ze het voorwerp uitmaakten van een beslissing van de CREG. 14. Deze beslissing heeft, overeenkomstig artikel 159, §1, van het technisch reglement, enkel betrekking op het voorstel van werkingsregels van de markt bestemd voor de in de inleiding vermelde compensatie van de kwartieronevenwichten, en meer in het bijzonder op de aanpassingen die ELIA heeft voorgesteld ten opzichte van het vorige voorstel waarover beslissing (B) 161013-CDC-1556 van de CREG van 13 oktober 2016 ging. Ze vormt op geen enkele manier een expliciete of impliciete goedkeuring van de overeenkomsten waarnaar in het voorstel van ELIA wordt verwezen. ELIA dient zo nodig deze overeenkomsten in overeenstemming te brengen met de marktregels die de onderhavige beslissing inhoudt. Zo spreekt de onderhavige beslissing zich ook niet uit over de tariefaspecten. Om te vermijden dat er twee keer een beslissing genomen wordt over hetzelfde ter goedkeuring voorgelegde element, heeft de CREG aanvaard dat ELIA alles wat betrekking heeft op het al dan niet corrigeren van de evenwichtsperimeter van de ARP's als gevolg van de activering van de reservevermogens, opneemt in haar voorstel tot wijziging van het contract van toegangsverantwoordelijke dat ook bij wet aan de goedkeuring van de CREG is onderworpen. Dit houdt wel in dat de CREG erop zal moeten letten dat de twee voorstellen van ELIA coherent zijn, in het bijzonder wat de timing van de processen voor de goedkeuring ervan betreft. 2.2. IN OVERWEGING GENOMEN BEOORDELINGSELEMENTEN 15. Op grond van de wetteksten weergegeven in deel I werden een aantal beoordelingselementen in overweging genomen voor het uitwerken van deze beslissing. Deze beoordelingselementen worden hierna ontleed. 16. Het mechanisme voor de compensatie van kwartieronevenwichten is voor de netbeheerder een belangrijk middel om het evenwicht van de Belgische regelzone te verzekeren. De regeling van het evenwicht van de regelzones is voor ENTSO-E een belangrijke schakel voor de veiligheid van het hele elektriciteitsnet in continentaal Europa. Het is dus uiterst belangrijk dat het mechanisme voor de compensatie van de onevenwichten in de regelzone de netbeheerder de middelen biedt om de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net te behouden dan wel te herstellen. 17. Het mechanisme voor de compensatie van de kwartieronevenwichten vormt een belangrijk element voor de werking van de Belgische elektriciteitsmarkt. Het is dus van essentieel belang om rekening te houden met de structuur en de opbouw van de markt waarop het een beroep doet. Zo moet het rekening houden met de volgende elementen: - het aantal lokale producenten dat diensten voor de compensatie van de kwartieronevenwichten kan aanbieden, is beperkt, Niet vertrouwelijke versie 7/20 - de flexibiliteit van de vraagmiddelen neemt een steeds grotere plaats in bij de levering van diensten voor de compensatie van de kwartieronevenwichten, - om nieuwe marktspelers aan te trekken die in staat zijn op de Belgische markt diensten voor de compensatie van de kwartieronevenwichten aan te bieden, dient een evenwicht gevonden te worden tussen een redelijke vergoeding van deze diensten en een regulering van de aanbiedingen, die, aangezien de mededinging voor bepaalde producten beperkt blijft, noodzakelijk is. 18. Zo is het belangrijk dat het mechanisme voldoende flexibel is om de deelneming toe te laten van een zo groot mogelijk aantal spelers op de markt van de levering van diensten bestemd voor de compensatie van de kwartieronevenwichten. Met het oog hierop mag de structuur van het mechanisme niet de deur sluiten voor toekomstige evoluties die het mogelijk maken deze richting uit te gaan. 19. Bovendien is het belangrijk dat het mechanisme zoveel mogelijk technologieneutraal is om ervoor te zorgen dat de verschillende middelen zo gelijk mogelijk behandeld worden. 20. Verder is het ook noodzakelijk dat het mechanisme een adequate transparantie biedt op het vlak van de aanbiedingen en hun activering. Deze transparantie brengt een merkbare zichtbaarheid mee in termen van informatie aan de marktspelers over de aanbiedingen met betrekking tot de compensatie van de kwartieronevenwichten en draagt er aldus toe bij om potentieel abusief gedrag te ontmoedigen. Bovendien is het belangrijk dat het mechanisme de producenten die wensen deel te nemen aan de levering van diensten voor de compensatie van de kwartieronevenwichten, duidelijke signalen geeft met betrekking tot de kosten en inkomsten die zij van hun deelneming aan deze diensten kunnen verwachten. 21. Bovendien moeten het mechanisme voor de compensatie van de kwartieronevenwichten en het eraan verbonden tarief een minimalisering van de kosten voor de compensatie van de kwartieronevenwichten voor de ARP beogen en hen toereikende prijssignalen geven op kritieke momenten. 22. Tot slot is het van primordiaal belang dat het mechanisme voor de compensatie van de kwartieronevenwichten geen hinderpaal vormt voor de oprichting van een Europese regionale markt. De integratie van de nationale markten is immers noodzakelijk om tot mededinging op nationaal niveau te komen. Het is dus belangrijk dat het mechanisme voor de compensatie van de kwartieronevenwichten zonder al te grote moeilijkheden met die van nabijgelegen landen kan geïntegreerd worden. Niet vertrouwelijke versie 8/20 2.3. OPENBARE RAADPLEGING 23. Tijdens de vergadering van het Directiecomité van de CREG van 26 januari 2017 werd deze beslissing genomen als een ontwerpbeslissing. Conform haar huishoudelijk reglement heeft de CREG deze ontwerpbeslissing met alle nuttige documenten aan een openbare raadpleging onderworpen die liep van 30 januari tot 27 februari 2017. 24. De CREG heeft drie niet-vertrouwelijke antwoorden ontvangen: op 21 februari 2017 stuurde Anode een antwoord en op 27 februari 2017 stuurden EDF Luminus en FEBEG een antwoord, *** vertrouwelijk***. De CREG neemt akte van de antwoorden op de raadpleging. Het vervolg van dit deel behandelt de elementen van het antwoord die rechtstreeks betrekking hebben op de evoluties die ELIA heeft voorgesteld in haar voorstel dat ze aan de CREG ter goedkeuring heeft voorgelegd. 25. Zo zullen bijvoorbeeld verwijzingen naar andere documenten dan het document dat aan de CREG ter goedkeuring wordt voorgelegd in dit kader niet worden onderzocht, ook al neemt de CREG er akte van. 26. In haar antwoord pleit Anode om geen onderscheid meer te maken tussen bronnen van primaire regeling met beperkte energie en bronnen van primaire regeling zonder beperkte energie. Ze argumenteert dat dat discriminatie op basis van de technologie is en stelt dat de huidige internationale tendens, en in het bijzonder de Europese tendens, dit onderscheid verlaat. Anode vermeldt ook dat, als er toch een dergelijk onderscheid zou moeten gemaakt worden, dan lijkt het onderscheid in paragraaf 5.2.6 van het voorstel niet logisch aangezien alle testen, voor alle technologieën, geld kosten en overbodig zijn aangezien de werking van de primaire regeling van dag tot dag uit de resultaten kan worden afgeleid, zelfs zonder test. Anode stelt voor om de uiterste scenario's te behandelen op basis van een technische ondersteuning en over te gaan tot een controle via een audit, wat de laagste maatschappelijke kosten zal inhouden. Tot slot vraagt Anode het maximum aantal testen voor de twee types technologieën op hetzelfde niveau te brengen (hetzij 1, hetzij 3) of om het aantal om te draaien (1 voor de technologieën met beperkte energie en 3 voor de technologieën zonder beperkte energie) om de kosten van de testen voor elk type technologie nog meer te beperken. 27. De CREG merkt op dat de toekomstige netcode "System Operations" die officieel nog niet gepubliceerd is, het begrip reservoirs met beperkte energie invoert en de mogelijkheid om voor deze technologieën beroep te doen op bijzondere behandelingen. Bovendien is het doel van de testen voor Elia ervoor zorgen dat de FCR providing groups1 in staat zijn om de dienst te leveren en zijn de testen aangepast aan het risico eigen aan dit type technologie in dit domein; op die manier is er meer risico op gevallen waar de dienst niet kan worden geleverd met FCR providing groups met inbegrip van bronnen met beperkte energie dan met klassieke productiecentrales zoals STEG's. Tot slot zorgt de groepering van bepaalde bronnen binnen de FCR providing groups ervoor dat het bijna onmogelijk is om de capaciteit van de FCR providing groups om de dienst te leveren systematisch te controleren. Tot slot houdt het cijfer 3 (net zoals het cijfer 1) geen verplichting in om systematisch 3 (respectievelijk 1) test(
- en)uit te voeren, maar wel een mogelijkheid. Het cijfer 3 zou Elia de mogelijkheid moeten geven 1 Zie deel 2.4.2 hieronder. Niet vertrouwelijke versie 9/20 om altijd een extra test te doen zodat bepaalde strategische gedragingen in verband met de manier waarop de dienst wordt geleverd, worden ontmoedigd. 28. Met betrekking tot de berekening van de penaliteiten pleit Anode eerder voor een berekening per FCR providing group dan een berekening op basis van al het gecontracteerde volume van primaire regeling. 29. De CREG merkt op dat Elia het principe van willekeurige steekproeven heeft ingevoerd voor zijn activeringscontrole en dat momenteel uitbreidt naar de controle van de beschikbaarheid. Daarnaast heeft ELIA in haar derde brief bevestigd dat er een activeringstest wordt uitgevoerd vanuit alle voor het/de betreffende type(
- s)diensten voor primaire regeling genomineerde FCR providing groups waarop de geanalyseerde frequentieschommeling betrekking heeft. Om de financiële stimulans om de definitie en kenmerken van het product te respecteren berekent ELIA de boetes op basis van de vergoeding van het/de type(
- s)producten waarop de test betrekking heeft. 30. Tot slot stelt Anode ook de manier waarop de levering van tertiair reservevermogen werd opengesteld voor niet-CIPU-eenheden in vraag, in het bijzonder de beperkingen op spelers die eraan kunnen deelnemen. 31. De CREG is van mening dat dit overgangsmaatregelen zijn en al een zekere openstelling mogelijk maken in afwachting dat de Belgische wetgever de elektriciteitswet inzake deelname van de vraag aanpast. Als de wet aangepast is, zal de deelname aan deze dienst worden uitgebreid naar alle nietCIPU-middelen. 32. Gelet op deze overwegingen is de CREG van mening dat het voorstel van Elia niet moet worden aangepast zoals Anode vraagt. 33. In haar antwoord vermeldt Febeg dat de huidige merit order voor de activering van de ondersteunende diensten geen correct prijssignaal geeft. 34. De CREG erkent het argument van Febeg. Ze stelt vast dat de elementen waarop Febeg de aandacht heeft gevestigd, twee oorzaken hebben: - enerzijds het technisch reglement dat een activeringsorder oplegt waar men niet mag van afwijken; zolang het technisch reglement hiervoor niet is aangepast, zullen de vrije offertes van tertiair reservevermogen moeten worden geactiveerd vóór de offertes van contractueel tertiair reservevermogen; - anderzijds zal ELIA, zolang de elektriciteitswet inzake deelname van de vraag niet is aangepast, de voorlopige oplossing blijven toepassen die momenteel wordt geïmplementeerd en voorwerp uitmaakte van beslissing 1556 van de CREG waarbij offertes voor R3 standaard worden geactiveerd vóór de offertes van R3 flex en de CIPU-middelen voor al deze reservetypes vóór de niet-CIPU-middelen worden geactiveerd; wanneer de wet zal zijn aangepast, zal een activeringsprijs kunnen worden vastgelegd voor de activering van de niet-CIPU-reserves, of het nu gaat om vrije offertes of contractuele offertes en er zal een economische merit order op basis van de activeringsprijzen kunnen worden ingevoerd voor alle activeringen van tertiair reservevermogen. 35. Febeg vraagt eveneens om de tekst van het voorstel over de inwerkingtreding en de duur van nieuwe voorgestelde regels aan te passen om voor de primaire reserve het begrip overgangsperiode uitdrukkelijk in te voegen voor de middelen die nu al voorgeselecteerd zijn. 36. De CREG gaat akkoord met deze vraag. In haar derde brief verbindt ELIA zich ertoe om deze overgangsperiode uitdrukkelijk te vermelden in de volgende versie van de CIPU- en niet-CIPU- Niet vertrouwelijke versie 10/20 contracten voor de dienst voor primaire regeling waarvan de datum van inwerkingtreding voorzien is op 13 april 2017. Ze vraagt ELIA bovendien om hetzelfde te vermelden in de volgende versie van het voorstel betreffende de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten indien de overgangsperiode nog niet afgelopen is als dit voorstel naar de CREG wordt verstuurd. 37. Inzake primaire regeling pleit Febeg eveneens voor het behoud van de parameter alfa in de berekening van de penaliteiten voor kleine afwijkingen zoals nu het geval is. Ze argumenteert dat de aanwezigheid van de parameter alfa in de berekening leidt tot lagere penaliteiten, zelfs voor een kleine afwijking. 38. Uit inlichtingen van ELIA blijkt dat de evolutie van het ontwerp van de producten voor primaire regeling is ontworpen als een geheel van elementen die elkaar aanvullen. Een van die elementen is de afschaffing van de parameter alfa van de formule voor de berekening van penaliteiten en de methode voor de berekening van de baseline. De afschaffing van de parameter alfa heeft de neiging de toestand voor grote afwijkingen te verbeteren en de toestand voor kleine afwijkingen licht te verslechten. Verder houdt de analyse van de geselecteerde frequentieafwijkingen slechts rekening met de FCR providing groups en met de types van diensten betrokken bij de geanalyseerde frequentieafwijkingen, waardoor bepaalde elementen eruit zijn gefilterd die de evaluatie van de verschillen vervalsen. Bovendien stelt ELIA een verbetering van de methode voor de berekening van de baseline voor die geharmoniseerd werd aan de hand van opties die vroeger van toepassing waren door de optie te selecteren die het gunstigst is voor de leverancier. De CREG is van mening dat al deze elementen leiden tot een juistere evaluatie van de verschillen die aanleiding geven tot penaliteiten. Deze penaliteiten blijven nodig om de leveranciers aan te moedigen om de dienst te leveren in overeenstemming met de contractspecificaties. 39. De CREG is dan ook van mening dat het voorstel van ELIA een globale verbetering van het design van de producten voor de primaire regeling is en dat er geen rekening moet gehouden worden met de opmerking van Febeg. 40. Tot slot benadrukt Febeg dat het niet eerlijk is dat het systeem voor penaliteiten voor de primaire regeling dat ELIA voorstelt de penaliteiten tot het maandelijks inkomen beperkt, want dat heeft niet dezelfde impact voor een speler die één veiling2 wint in een maand als voor een speler die elke veiling van de maand wint. Ze pleit dan ook eerder voor een beperking van de penaliteiten voor de primaire regeling tot het inkomen per week dan per maand. 41. De CREG is van mening dat door de uitbreiding van de controle van de beschikbaarheid van het steekproefsysteem dat ELIA vroeger al had ingevoerd er een aanzienlijke financiële stimulans moet worden behouden zodat de leverancier van de dienst zijn financiële verbintenissen nakomt. Om het aantal uitgevoerde testen en dus de impact op de leverancier van de dienst te beperken, verkoos ELIA om eerder een beperking in te voeren op basis van de maandelijkse inkomsten dan op basis van de wekelijkse inkomsten. 42. Gelet op de analyse die voorafgaat, is de CREG van mening dat het voorstel van Elia niet moet worden aangepast aan de hand van de aanvragen van Febeg. 43. In haar antwoord heeft EDF Luminus enkele vragen aangebracht bovenop die van Febeg in het kader van de raadpleging. EDF Luminus voert aan dat haar centrales al verschillende jaren op een betrouwbare manier deelnemen aan de dienst voor de primaire regeling en dat de continue informatie-uitwisseling die 2 Ter herinnering, de veilingen gebeuren momenteel wekelijks. Niet vertrouwelijke versie 11/20 momenteel in het CIPU-contract is voorzien, het maximale vermogen en het werkingspunt van de eenheid een precieze en betrouwbare indicatie geven van de mogelijkheden om de dienst te leveren. 44. De CREG stelt vast dat Elia, om beter te controleren in welke mate de dienst correct wordt geleverd, een nieuw systeem voor de controle en penaliteiten voor de primaire regeling implementeert en dat dit nieuwe systeem, buiten de specificiteiten eigen aan de energiebeperkingen, van toepassing moet zijn op alle bronnen en alle leveranciers van de dienst. 45. Bovendien legt EDF Luminus de nadruk op het risico voor het materieel en het personeel als gevolg van de test die verplicht om de hele regelband in één minuut te doorlopen (van de maximale opwaartse tot de maximale neerwaartse regeling), los van de continue regeling van de frequentie. EDF Luminus stelt dat de overeenstemmende frequentieschommeling in de praktijk nooit voorkomt. 46. De CREG merkt op dat de overgang van een opwaartse activering naar een neerwaartse activering frequent voorkomt in de huidige primaire regeling en dat de capaciteitstest deze frequentieschommelingen eenvoudigweg reproduceert. Bovendien heeft ELIA haar testen zo ontworpen om de leverancier dubbel zo veel tijd te laten (twee minuten) als wat leidt tot de contractuele maximale looptijd (30 seconden van maximale opwaartse activering tot nul en dertig seconden van nul tot het maximale neerwaartse vermogen) met als gevolg dat de uitrusting minder wordt belast en dat het risico gevoelig wordt verminderd. De CREG is dan ook van mening dat de grens van de maximale belastbaarheid van de uitrusting niet wordt gereproduceerd en dat er bijgevolg geen gevolg kan worden gegeven aan de argumentatie van EDF Luminus. 47. EDF Luminus brengt eveneens een ander risico naar voren dat verband houdt met de directe injectie van een signaal in de uitrusting van de regulering en het beheer van de machine door een derde bij de testen. Ze stelt bovendien een vraag over de verantwoordelijkheden in geval van schade. 48. Uit inlichtingen die bij ELIA werden ingewonnen blijkt dat ELIA enkel vraagt om het signaal naar het controlecentrum3 van de leverancier van de dienst te mogen sturen en niet naar de machine zelf. Deze manier van werken is gelijkaardig aan wat er voor de secundaire regeling gebeurt. Daardoor kan moeilijk gesteld worden dat een signaal door een derde bij testen rechtstreeks naar een productieeenheid wordt verstuurd. 49. Tot slot vindt EDF Luminus dat de evoluties enkel noodzakelijk zijn voor nieuwe technologieën zoals batterijen maar dat deze testen door de investeringen die ze vereisen en de risico's die ze inhouden voor de installaties van EDF Luminus, niet technologieneutraal zijn. Ze vraagt om de centrales onder CIPU-contract vrij te stellen van capaciteitstesten. 50. De CREG vindt dat deze testen, buiten de specificiteiten verbonden met energiebeperkingen, op dezelfde manier van toepassing moeten zijn op alle leveranciers en alle technologieën. De testen worden op dezelfde manier, los van de respectievelijke technologieën, toegepast op alle middelen waarvoor geen energiebeperking geldt, op voorwaarde dat ze opgenomen zijn in de FCR providing groups zonder energiebeperking. 51. Gelet op de hierboven gemaakte analyse van de vragen en de argumenten van EDF Luminus, is de CREG van mening dat het niet nodig is om het voorstel van ELIA te wijzigen. 52. 3 *** Vertrouwelijk *** Dispatching. Niet vertrouwelijke versie 12/20 53. *** Vertrouwelijk *** 54. *** Vertrouwelijk *** 55. *** Vertrouwelijk *** 56. *** Vertrouwelijk *** 57. *** Vertrouwelijk *** 58. *** Vertrouwelijk *** 59. *** Vertrouwelijk *** 60. *** Vertrouwelijk *** 61. *** Vertrouwelijk *** Niet vertrouwelijke versie 13/20 62. *** Vertrouwelijk *** 63. *** Vertrouwelijk *** 64. *** Vertrouwelijk *** 65. *** Vertrouwelijk *** 66. *** Vertrouwelijk *** 67. *** Vertrouwelijk *** 68. *** Vertrouwelijk *** 69. *** Vertrouwelijk *** 2.4. BESCHRIJVING VAN DE VOORGESTELDE EVOLUTIES 70. Naast enkele aanpassingen met betrekking tot de definities en enkele andere formelere aanpassingen, hebben de ontwikkelingen die Elia heeft voorgesteld, hoofdzakelijk betrekking op de volgende onderwerpen: 1) de aanpassing van de definitie van de referentieprijs van de Belgische day-aheadmarkt, 2) de openstelling van de markt van de primaire reserve voor nieuwe technologieën, met inbegrip van de implementatie van nieuwe mechanismen voor de controle van de beschikbaarheid en de Niet vertrouwelijke versie 14/20 harmonisering van de controle van de activering van toepassing op de technische CIPU-eenheden en niet-CIPU-eenheden, 3) de openstelling van het niet-gereserveerde tertiaire regelvermogen voor de technische niet-CIPUeenheden. De evoluties die in het tweede punt worden voorgesteld, zouden op 1 mei 2017 in werking moeten treden en de evoluties uit het derde punt zouden op 1 juli 2017 in werking moeten treden. 71. Aangezien de basis van de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten die momenteel van toepassing zijn, werd goedgekeurd in het kader van vroegere beslissingen van de CREG, richt de onderhavige analyse zich op de evoluties van deze regels overeenkomstig de onderwerpen die hierboven werden vermeld. 2.4.1. Onderwerp 1 - Definitie van de referentieprijs van de Belgische day-aheadmarkt 72. De door Elia voorgestelde aanpassingen betreffen de aanpassing van de definitie van de referentieprijs van de Belgische day-aheadmarkt om rekening te houden met de invoering van het begrip NEMO door de CACM-verordening. 73. Een eerste aanpassing betreft de toevoeging van de definitie van een NEMO in het voorstel. 74. De CREG stelt vast dat deze definitie overgenomen werd uit de Europese CACM-verordening4. 75. Een tweede aanpassing gaat over de definitie van de referentieprijs van de Belgische dayaheadmarkt. 76. De CREG stelt vast dat deze definitie in overeenstemming is met beslissing 1575 van de CREG5. 77. De CREG is dan ook van mening dat de aanpassingen van de definitie van de referentieprijs van de Belgische day-aheadmarkt het resultaat zijn van elementen in verband met punten die al in andere akten werden beslist. Ze moet ze dan ook niet goedkeuren in het kader van deze beslissing. Bovendien wordt de datum van inwerkingtreding van deze beslissing ook vastgelegd in deze documenten. 2.4.2. Onderwerp 2 - Openstelling van de markt van de primaire reserve voor nieuwe technologieën 78. Door de opkomst van nieuwe technologieën en in het bijzonder bepaalde opslagtechnologieën, moest ELIA de regels van de offertes voor het primaire regelvermogen herzien. De reservering van vermogen en de activatie van gecontracteerde middelen ondervinden hier de gevolgen van. 79. ELIA heeft het begrip “FCR providing group” ingevoerd om middelen te kunnen groeperen in één groter equivalent middel en bijvoorbeeld een groep met een capaciteit van verschillende MW samen te stellen door middelen van minder dan 1 MW te groeperen of een symmetrisch product te kunnen samenstellen uit bronnen waarvan sommige enkel een asymmetrische dienst leveren. 4 Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer, artikel 2, definitie 23. 5 Beslissing (B)1575 van 22 december 2016 over het voorstel van de NV Elia System Operator voor de Regelingen voor meerdere NEMO’s (MNA) voor de Belgische biedzone Niet vertrouwelijke versie 15/20 Om de opslagmiddelen in overeenstemming met de Europese regels in aanmerking te kunnen nemen, heeft ELIA het begrip “FCR providing group met beperkte energie” gedefinieerd. 80. De CREG vindt dat het begrip “FCR providing group” bijzonder nuttig is om het potentieel van de deelname aan de dienst vanuit kleinere middelen mogelijk te maken of offertes voor een product volgens de Europese standaard te kunnen indienen vanuit geaggregeerde middelen die individueel geen dienst kunnen leveren die in overeenstemming is met dat product. Ze vindt eveneens dat het begrip “FCR providing group met beperkte energie” het toelaat om de opslagmiddelen in aanmerking te nemen in overeenstemming met de geest van de Europese regels, in het bijzonder het begrip “reserve providing group” dat in de richtsnoeren “system operation” werd ingevoegd 6. 81. Voor de reservering van de vermogens worden er verschillende aanpassingen voorgesteld: 1) de mogelijkheid om de informatie in intraday bij te werken over de vermogens die ter beschikking van ELIA worden gesteld en door de leverancier op dag D-1 worden overgemaakt, 2) een herdefiniëring van de controles die ELIA uitvoert; er zijn voortaan capaciteitstesten van korte duur om zich ervan te vergewissen dat de “FCR providing group” in staat is om alle genomineerde capaciteit te leveren en energietesten met een vastgelegde minimumduur om zich ervan te vergewissen dat de “FCR providing group “ in staat is om de genomineerde capaciteit minimum 25 minuten te leveren. ELIA heeft voor elk testtype het maximum aantal keer vastgelegd dat ze het recht heeft een dergelijke test te activeren (in aantal keer per leveringsperiode voor elk gecontracteerd diensttype voor de capaciteitstest en het aantal keer per jaar voor elke richting en elk gecontracteerd diensttype voor de energietest, veeleisender dan de capaciteitstest inzake geactiveerde energie); voor elke test op een “FCR providing group” controleert ELIA of de reactie die op elk leveringspunt wordt gemeten dat deel uitmaakt van deze “FCR providing group” overeenstemt met het volume van de primaire reserveverplichting die de leverancier aan ELIA heeft overgemaakt. 3) een herbepaling van de financiële penaliteiten die zullen worden toegepast als de resultaten van de controles niet conform zijn; de penaliteit wordt bepaald aan de hand van 3 factoren: de gemiddelde reserveringsprijs van de geselecteerde offertes van de leverancier tijdens de facturatieperiode voor alle types voor de dienst voor de primaire regeling waarop de test betrekking heeft, het faalpercentage dat anders gedefinieerd is voor de capaciteitstest dan voor de energietest, het aantal uren van de betrokken facturatieperiode. ELIA heeft een bijkomende penaliteit voorzien op het gecombineerde resultaat van verschillende opeenvolgende testen onder meer als de gemeten reactie systematisch lager is dan het minimale vereiste vermogen. In dat geval zal ELIA het maximumvolume dat de leverancier voor dit diensttype zal kunnen bieden voor de volgende veilingen verminderen. Het bedrag van de penaliteiten voor een leverancier wordt beperkt tot de totale inkomsten van de leverancier tijdens de facturatieperiode van de betreffende dienst. 82. De CREG is van mening dat het nieuwe voorgestelde systeem het voordeel heeft dat het meer technologieneutraal is, met uitzondering van de middelen met energiebeperkingen. Er wordt bovendien geen onderscheid meer gemaakt tussen CIPU-middelen en niet-CIPU-middelen. Op die manier richt ELIA zich, zoals de CREG had gevraagd, meer op technologieneutrale producten. 6 “Guidelines system operation”. Niet vertrouwelijke versie 16/20 Bovendien is de CREG van mening dat het onderscheid tussen capaciteitstest en energietest het mogelijk maakt om de strengste testen, voor de middelen waarvoor van nature geen energiebeperking geldt, zoveel mogelijk te beperken. 83. Voor de activering van de vermogens stelt ELIA een nieuw penaliteitensysteem voor. Bij de controles wordt er gecontroleerd of het geactiveerde volume overeenstemt met de contractvoorwaarden. Het resultaat van een controle waarbij een gebrek aan geactiveerd volume aan het licht komt, wordt uitgedrukt door een coëfficiënt die de graad van het ontbrekende volume weergeeft: de toegepaste penaliteit is gelijk aan 10% van de vergoeding van de leverancier voor de factureringsperiode voor een graad van minder dan 30%, en aan 20% van de vergoeding voor een graad van meer dan 30%. Het totaalbedrag van de penaliteiten die op een leverancier worden toegepast is beperkt zoals beschreven in paragraaf 81 hierboven. 84. De CREG stelt vast dat het nieuwe voorgestelde penaliteitensysteem op een eenvoudig principe gebaseerd is, technologieneutraal is en nog steeds evenredig is met het niveau van het gebrek aan geactiveerd volume. 85. Gezien de elementen die hierboven werden uiteengezet, is de CREG van mening dat het gedeelte van dit voorstel voldoet aan de beoordelingselementen die er rechtstreeks op van toepassing zijn. 2.4.3. Onderwerp 3 - Openstelling van het niet-gereserveerde tertiaire regelvermogen op de technische niet-CIPU-eenheden. 86. Nadat ze het gereserveerde tertiaire regelvermogen heeft opengesteld voor de technische nietCIPU-eenheden in haar vorige voorstel betreffende de aanpassing van de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten7, stelt ELIA voor om deze openstelling uit te breiden naar de niet-gereserveerde tertiaire reserve. 87. Aangezien het om niet-gereserveerd vermogen gaat, worden enkel de activeringsaspecten onderzocht. Er dient echter rekening te worden gehouden met de impact op de reservering van technische niet-CIPU-eenheden voor de eenheden die tegelijkertijd aan de gereserveerde en nietgereserveerde tertiaire regelvermogens deelnemen. Hiervoor doet ELIA een voorstel betreffende de controle van de beschikbaarheid van het op de niet-CIPU-eenheden gereserveerde tertiaire reservevermogen. Dit voorstel houdt in dat, tijdens de maandelijkse ex-postcontrole, niet enkel de netto minimumafname die noodzakelijk is voor de werking van de site van het gemeten vermogen wordt afgetrokken, maar ook het niet-geactiveerde deel van het niet-gereserveerde tertiaire opwaarts aangeboden regelvermogen van de technische niet-CIPU-eenheden (niet-geactiveerd deel van de free incremental bids van de technische niet-CIPU-eenheden). 88. De CREG is van mening dat de terbeschikkingstelling van het gereserveerde tertiaire regelvermogen op technische niet-CIPU-eenheden door deze manier van werken effectief kan worden gecontroleerd terwijl de leveranciers tegelijkertijd tertiair gereserveerd en niet gereserveerd regelvermogen op dezelfde site kunnen aanbieden, wat bijdraagt aan het mogelijk maken van de terbeschikkingstelling van alle effectief beschikbare middelen. 89. Offertes voor de activering van niet-gereserveerde R3 via technische niet-CIPU-eenheden indienen is enkel in de volgende twee gevallen mogelijk: 7 Zie beslissing (B)161013-CDC-1556 van de CREG van 13 oktober 2016 en het voorstel van ELIA waarop ze betrekking heeft. Niet vertrouwelijke versie 17/20 - wanneer de leverancier van het via technische niet-CIPU-eenheden niet-gereserveerde tertiaire regelvermogen zijn eigen ARP is, en zelf de ARP en elektriciteitsleverancier is van alle leveringspunten waarop de vermogensofferte betrekking heeft, - wanneer de leverancier over een akkoord met de verschillende betrokken partijen beschikt, d.w.z. met zijn eigen ARP en de elektriciteitsleverancier(
- s)en de ARP’s van alle leveringspunten waarop de vermogensofferte betrekking heeft. 90. De CREG is van mening dat het momenteel, ondanks de inspanningen van ELIA om meer technologieneutrale R3-producten te definiëren, niet mogelijk is om ze allemaal op dezelfde manier te behandelen zolang er geen wetswijzigingen met betrekking tot de energieoverdracht zijn aangenomen. Door de hierboven vermelde beperking kan dit product al voor de niet-CIPU-middelen worden uitgebreid, wat gunstig is voor de liquiditeit van de markt. 91. De voorwaarden voor de offertes voor technische niet-CIPU-eenheden zijn gebaseerd op de voorwaarden die werden gedefinieerd voor de technische CIPU-eenheden, met de volgende verschillen: - er is geen enkele verplichting om een offerte op D-1 in te dienen, - het aangeboden volume moet uitdrukkelijk worden vermeld als een veelvoud van 0,1 MW en de minimumwaarde ervan wordt vastgelegd op 1 MW, - de definitie van de offerte moet de lijst van de leveringspunten die zullen geactiveerd worden, bevatten. De CREG is de mening toegedaan dat deze verschillen een afspiegeling zijn van de huidige manier waarop de CIPU- en niet CIPU-middelen momenteel zijn gemodelleerd evenals de verschillen in de specifieke kenmerken van de CIPU- en niet-CIPU-producten terwijl de niet-CIPU-middelen aan de offertes voor niet-gereserveerde R3 kunnen deelnemen. 92. ELIA heeft een activatiecontrole ingevoerd om het effectief door de leverancier geactiveerde volume te vergelijken met het volume dat Elia heeft gevraagd, rekening houdend met de verschillende factoren zoals de toegelaten activatieduur en een redelijk toegelaten vork voor het verschil tussen deze volumes. Het volume dat werkelijk door de leverancier werd geactiveerd, wordt berekend als het verschil tussen het gemeten vermogen en het referentievermogen, het gemiddelde vermogen gemeten tijdens het kwartier voor de activeringsaanvraag. Het doel van deze controles is te verzekeren dat het gevraagde volume effectief werd geleverd. Van een leverancier die de toegelaten vork stelselmatig niet respecteert, zal de deelname aan het tertiaire niet-gereserveerde regelvermogen via niet-CIPU-eenheden worden opgeschort. 93. De CREG is van mening dat het inderdaad nodig is om te controleren of de gevraagde dienst wel degelijk werd geleverd en stelt vast dat de hierboven vermelde controles en penaliteiten bijdragen aan het behalen van deze doelstelling. 94. Inzake transparantie stelt ELIA voor om de publicaties op haar site over informatie met betrekking tot de offerte voor regelvermogen aan te passen. 95. De CREG vindt dat het voorstel van ELIA, de nieuwe openstelling van de niet-contractuele R3 en de informatie die al op de site is gepubliceerd, coherent zijn. 96. Gezien de elementen die hierboven werden uiteengezet, is de CREG van mening dat het gedeelte van dit voorstel voldoet aan de beoordelingselementen die er rechtstreeks op van toepassing zijn. Niet vertrouwelijke versie 18/20 2.5. AANVULLENDE OVERWEGINGEN VAN DE CREG 2.5.1. Uitbreiding van de secundaire markt 97. Met het oog op de implementatie van een level playing field tussen de biedingen voor regelvermogens op basis van de productiemiddelen en die op basis van de vraagmiddelen, moedigt de CREG ELIA aan om de toepassing van de secundaire markt van de primaire, secundaire en tertiaire regelvermogens uit te breiden naar de productiemiddelen waarvoor geen CIPU-contract is, de vraagmiddelen en de opslagmiddelen. Ze vraagt ELIA ook om een uitbreiding van de secundaire markt naar intraday die niet meer beperkt is tot de gevallen waarbij middelen defect raken, te bestuderen. In dit kader vraagt de CREG aan ELIA om haar tegen 31 maart 2017 een gemotiveerd verslag te bezorgen met een analyse van de voordelen en nadelen van deze uitbreiding. 98. De CREG vraagt ELIA dan ook om, nadat ze het verslag heeft overgemaakt, haar toekomstige voorstellen daaraan aan te passen, met een implementatie in voorkomend geval tegen 1 januari 2018 ten laatste. Deze vraag van de CREG werd al geformuleerd in de beslissingen 1525 en 1556 van de CREG, maar ze blijft actueel. Niet vertrouwelijke versie 19/20 BESLISSING Gelet op het Koninklijk Besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, onder meer artikel 159, §1. Gelet op het voorstel "Règles de fonctionnement du marché relatif à la compensation des déséquilibres quart-horaires – Entrée en vigueur partiellement au 1er mai 2017 et entièrement au 1er juillet 2017", overgemaakt door de NV ELIA SYSTEM OPERATOR per brieven van 22 december 2016 en van 20 januari 2017. Gelet op de brief van de NV ELIA SYSTEM OPERATOR van 24 maart 2017. Gelet op de raadpleging die de CREG tussen 30 januari en 27 februari 2017 heeft georganiseerd over haar ontwerpbeslissing. Overwegende de analyse van de antwoorden op de raadpleging opgenomen in deel 2.3 van deze beslissing. Overwegende dat de NV ELIA SYSTEM OPERATOR haar voorstel heeft ingediend voor gedeeltelijke inwerkingtreding op 1 mei 2017 en volledige inwerkingtreding op 1 juli 2017. Overwegende dat het voorstel de bepalingen naleeft van de relevante artikelen van het technisch reglement van 2002, hernomen in deel I van deze beslissing, en dat het voldoet aan de beoordelingselementen ontwikkeld in deel 2.2. van deze beslissing. Overwegende de specifieke analyse gemaakt in deel 2.4 van de onderhavige beslissing. Beslist de CREG, binnen het kader van de opdracht die haar wordt toevertrouwd door artikel 159, §1, van het technisch reglement, het voorstel van de NV ELIA SYSTEM OPERATOR goed te keuren. De CREG wil de aandacht van ELIA vestigen op de "aanvullende overwegingen" zoals beschreven in deel 2.5 van het onderhavige besluit en de vragen die ze in paragraaf 36, 63 en 66 van deze beslissing heeft geformuleerd. De CREG bevestigt tevens dat de NV ELIA SYSTEM OPERATOR de contracten verbonden aan de compensatie van de kwartieronevenwichten in overeenstemming dient te brengen met de marktregels die de onderhavige beslissing inhoudt, zoals ze in de inleiding van haar voorstel heeft vermeld. Verder behoudt de CREG zich het recht voor om op elk ogenblik bijkomende opmerkingen te formuleren, in voorkomend geval in een latere beslissing. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Niet vertrouwelijke versie Marie-Pierre FAUCONNIER Voorzitster van het Directiecomité 20/20