Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: +32 2 289 76 11 Fax: +32 2 289 76 09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS EINDBESLISSING (B)160609-CDC-1525 betreffende "het voorstel van NV ELIA SYSTEM OPERATOR betreffende de aanpassing van de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten Gedeeltelijke inwerkingtreding op 1 augustus 2016 en volledige inwerkingtreding op 1 januari 2017" genomen met toepassing van artikel 159, §1, van het technisch reglement van 19 december 2002 voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe 9 juni 2016 INHOUDSOPGAVE INLEIDING ............................................................................................................................ 3 I. Wettelijk kader.............................................................................................................. 5 II. Consultatie ..................................................................................................................10 III. Analyse van het voorstel .............................................................................................19 III.1 Voorafgaande opmerkingen en voorbehouden .......................................................19 III.2 In overweging genomen beoordelingselementen ....................................................20 III.3 Beschrijving van de voorgestelde evoluties.............................................................22 III.4 Toepassing van het wettelijke kader en van de beoordelingselementen op het voorstel ...............................................................................................................................22 III.4.1 Onderwerp 1 – Invoering van de reservering van het primaire regelvermogen in het buitenland vanaf 1 augustus 2016 ................................................................22 III.4.2 Onderwerp 2 – Werking van de secundaire intraday-markt in geval van defect ..23 III.4.3 Onderwerp 3 – Evoluties met betrekking tot het tertiaire reservevermogen ........24 III.4.4 Onderwerp 4 – Evoluties met betrekking tot de IGCC ........................................25 III.5 Aanvullende overwegingen van de CREG ..............................................................25 III.5.1 Uitbreiding van de secundaire markt ..................................................................25 III.5.2 Informatie over de onevenwichtspositie van de ARP's .......................................26 III.5.3 Definitie van granulariteit ....................................................................................26 IV. Beslissing ....................................................................................................................27 2/28 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt in deze beslissing, met toepassing van artikel 159, §1, van het Koninklijk Besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het technisch reglement), het voorstel van de NV ELIA SYSTEM OPERATOR (hierna: ELIA) betreffende de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten. De CREG ontving dit voorstel van ELIA per schrijven van 13 april 2016. ELIA heeft aan haar brief verschillende documenten toegevoegd: - de vertrouwelijke versie van een document van ELIA "Règles de fonctionnement du marché relatif à la compensation des déséquilibres quart-horaires – Entrée en vigueur partiellement au 1er août 2016 et intégralement à partir du 1er janvier 2017"; - hetzelfde document in een versie met de aanduiding van de punten die verschillend zijn van het voorstel van ELIA over de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten dat werd goedgekeurd door de beslissing (B)150717-CDC-1424 van de CREG van 17 juli 2015; - de publieke (niet-vertrouwelijke) versie van een document van ELIA "Règles de fonctionnement du marché relatif à la compensation des déséquilibres quarthoraires – Entrée en vigueur partiellement au 1er août 2016 et intégralement à partir du 1er janvier 2017"; - hetzelfde document in een versie met de aanduiding van de punten die verschillend zijn. Het voorstel van ELIA bestaat uit de brief van 13 april 2016 en de vier hierboven genoemde documenten. De onderhavige beslissing bestaat uit vier delen. Het eerste deel vat het wettelijk kader samen. Het tweede deel gaat over de resultaten van de consultatie en het derde deel bevat een analyse van het voorstel. Het vierde deel omvat de eigenlijke beslissing. De brief van ELIA van 13 april 2016 en de vier bijlagen ervan zijn als bijlage bij deze beslissing gevoegd. 3/28 Op 9 juni 2016 keurde het Directiecomité van de CREG de onderhavige beslissing goed. 4/28 I. Wettelijk kader 1. Artikel 37
(6),
- b)van de richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van de richtlijn 2003/54/EG, waarvan de omzettingstermijn op 3 maart 2011 verstreek, bepaalt: "de regulerende instanties zijn bevoegd voor de vaststelling of de voldoende ruim aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake:
- a)[…];
- b)de verstrekking van balanceringsdiensten, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen. De balanceringsdiensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria [...]. " 2. Volgens artikel 11 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: “elektriciteitswet”) stelt de Koning, na advies van de CREG en in overleg met de netbeheerder, een technisch reglement op voor het beheer van het transmissienet en de toegang ertoe. Krachtens deze bepaling bepaalt het technisch reglement inzonderheid: “1° de technische minimumeisen voor de aansluiting op het transmissienet van productie-installaties, distributienetten, uitrusting van direct aangesloten afnemers, koppellijnencircuits en directe lijnen, de aansluitingstermijnen evenals de technische modaliteiten die de netbeheerder toelaten toegang te hebben tot de installaties van de gebruikers en maatregelen te nemen of te laten nemen met betrekking hiertoe indien de veiligheid of de technische betrouwbaarheid van het net dit vereist, alsook de termijnen voor aansluiting; 2° de operationele regels waaraan de netbeheerder onderworpen is bij zijn technisch beheer van de elektriciteitsstromen en bij de maatregelen die hij dient te treffen om het hoofd te bieden aan problemen van overbelasting, technische mankementen en defecten van productie-eenheden; 3° in voorkomend geval, de prioriteit die in de mate van het mogelijke, rekening houdend met de noodzakelijke continuïteit van de voorziening, moet worden gegeven 5/28 aan de productie-installaties die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen, of aan eenheden van warmtekrachtkoppeling; 4° de ondersteunende diensten die de netbeheerder moet inrichten; 5° de gegevens die de netgebruikers aan de netbeheerder (de gegevens van het ontwikkelingsplan inbegrepen) moeten verstrekken; 6° de informatie die door de netbeheerder moet worden verstrekt aan de beheerders van andere elektriciteitsnetten waaraan het transmissienet is gekoppeld, teneinde een veilige en efficiënte exploitatie, een gecoördineerde ontwikkeling en de interoperabiliteit van het koppelnet te waarborgen; 7° de bepalingen op het gebied van informatie of van voorafgaande goedkeuring door de commissie van operationele regels, algemene voorwaarden, type- overeenkomsten, formulieren of procedures toepasbaar op de netbeheerder en, in voorkomend geval, op de gebruikers”. 3. Op grond van artikel 11 van de elektriciteitswet werd het Koninklijk Besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, genomen. 4. Artikel 159, §1, van het technisch reglement bepaalt dat, op voorstel van de netbeheerder, de werkingsregels van de markt bestemd voor de compensatie van de kwartieronevenwichten worden goedgekeurd door de CREG en gepubliceerd door de netbeheerder. 5. Artikel 2 van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder de taken en verplichtingen uitvoert die hij dient uit te voeren krachtens de elektriciteitswet teneinde de elektriciteitsuitwisselingen tussen de verschillende op het net aangesloten personen te behouden en te ontwikkelen en de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net te bewaken, te handhaven dan wel te herstellen. 6. Artikel 3, §1, van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder het technisch beheer van de elektriciteitsstromen op het transmissienet organiseert en zijn taken waarneemt teneinde met de hem ter beschikking staande middelen een permanent evenwicht tussen de vraag en het aanbod van elektriciteit te bewaken, te handhaven dan wel te herstellen overeenkomstig artikel 8 van de elektriciteitswet. De netbeheerder waakt over de compensatie van het globale onevenwicht van de regelzone, dat voortvloeit uit de eventuele individuele onevenwichten van de verschillende toegangsverantwoordelijken. 6/28 7. Krachtens artikel 8 van het technisch reglement moet de netbeheerder zich onthouden van elke discriminatie tussen netgebruikers, toegangsverantwoordelijken, leveranciers van ondersteunende diensten of tussen elke andere persoon die op een of andere manier met het net verbonden is in het kader van zijn taken en verplichtingen of uitgevoerde diensten. 8. Krachtens artikel 157, §2, van het technisch reglement bewaakt, handhaaft dan wel herstelt de netbeheerder op elk moment het evenwicht tussen aanbod en vraag van elektrisch vermogen in de regelzone, onder meer veroorzaakt door de eventuele individuele onevenwichten van de verschillende toegangsverantwoordelijken. Te dien einde schakelt de netbeheerder tijdens de uitbating van het net, in volgorde de hem ter beschikking zijnde middelen in, met name: 1° de primaire regeling van de frequentie; 2° de secundaire regeling van het evenwicht in de regelzone; 3° het vermogen ter beschikking gesteld door de producenten conform art. 159, §2; en 4° de aanpassingen aan de dagelijkse toegangsprogramma's van belastingen die door de toegangsverantwoordelijken aan de netbeheerder worden aangeboden. §3 van ditzelfde artikel voegt eraan toe dat indien de modaliteiten, bedoeld in §2, niet volstaan om tot het herstel te leiden van het evenwicht tussen de vraag en het aanbod van actief vermogen in de regelzone, de netbeheerder opdraagt om het tertiaire reservevermogen dat door derden ter beschikking wordt gesteld overeenkomstig de bepalingen bedoeld in Hoofdstuk XIII van Titel IV van het technisch reglement, te activeren. 9. Artikel 158 van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder de hem ter beschikking staande middelen activeert overeenkomstig artikel 157, § 2, met name volgens het criterium van de laagste prijs. 10. Krachtens artikel 159, §2, van het technisch reglement houden alle producenten van de regelzone waarvan het nominale vermogen voor de toegang tot het net hoger dan of gelijk is aan 75 MW, hun beschikbare vermogen ter beschikking van de netbeheerder overeenkomstig artikelen 222 en 223. De inschrijving voor dit reservevermogen gaat vergezeld met een prijsofferte. De producenten waarvan het nominale vermogen voor de toegang tot het net lager is dan 75 MW, alsook de producenten actief in een andere regelzone voor zover de operationele regels tussen de betrokken regelzones het toelaten, kunnen eveneens, 7/28 overeenkomstig door de netbeheerder bepaalde objectieve en transparante modaliteiten, hun beschikbare kwartiervermogen ter beschikking stellen. 11. Hoofdstuk XIII van Titel IV van het technisch reglement heeft betrekking op de ondersteunende diensten. Artikel 233 van het technisch reglement bepaalt dat de netbeheerder het primair, secundair en tertiair reservevermogen dat bijdraagt tot het waarborgen van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net in de regelzone evalueert en bepaalt. Hij deelt zijn evaluatiemethode en het resultaat aan de commissie mee ter goedkeuring. Artikel 243 van het technisch reglement bepaalt in §1 dat de netbeheerder het reservevermogen voor de secundaire regeling koopt via een mededingingsprocedure en/of aanbesteding. De netbeheerder bepaalt de technische specificaties betreffende de terbeschikkingstelling en de levering van dit vermogen. §2 van dit artikel bepaalt dat de leverancier van deze dienst het tertiaire reservevermogen activeert op aanvraag van de netbeheerder. Krachtens artikel 249, §1, van het technisch reglement koopt de netbeheerder het reservevermogen voor de tertiaire regeling via een mededingingsprocedure en/of aanbesteding. De netbeheerder bepaalt de technische specificaties betreffende de terbeschikkingstelling en de levering van dit vermogen. §2 van dit artikel bepaalt dat de leverancier van deze dienst het tertiaire reservevermogen activeert op aanvraag van de netbeheerder. Tot slot bepaalt artikel 256 van het technisch reglement dat de netbeheerder de middelen waarover hij beschikt, aanwendt overeenkomstig het technisch reglement, teneinde de afwijkingen tussen het daadwerkelijk uitgewisseld actief vermogen en het geprogrammeerd actief vermogen met de buitenlandse regelzones te beperken. Deze afwijkingen worden eveneens kwartieronevenwichten genoemd. 12. Krachtens artikel 159, §4, van het technisch reglement publiceert de netbeheerder ten minste elke dag de prijzen voor de onevenwichten van de voorgaande dag. Artikel 244, §1, van het technisch reglement stelt dat de netbeheerder, overeenkomstig artikel 26, de benodigde hoeveelheden alsmede de technische specificaties betreffende de beschikbaarheid en levering van actief vermogen aan het net voor de secundaire regeling bepaalt en publiceert. 8/28 Artikel 250, §1, van het technisch reglement voegt eraan toe dat de netbeheerder, overeenkomstig artikel 26, de benodigde hoeveelheden alsmede de technische specificaties betreffende de beschikbaarheid en levering van actief vermogen aan het net voor de tertiaire regeling bepaalt en publiceert. 9/28 II. Consultatie 13. Tijdens de vergadering van het Directiecomité van de CREG van 29 april 2016 heeft de CREG deze beslissing genomen als een ontwerpbeslissing. Conform haar huishoudelijk reglement heeft de CREG de ontwerpbeslissing met alle nuttige documenten aan een openbare raadpleging onderworpen die liep van 4 mei tot 26 mei 2016. 14. In die periode heeft de CREG drie antwoorden ontvangen: op 13 mei 2016 heeft ze het antwoord van Energy Pool ontvangen en op 26 mei 2016 van Febeliec en Febeg. Na afloop van de consultatieperiode heeft ze nog een vierde antwoord ontvangen. In overeenstemming met het huishoudelijk reglement aanvaardt het Directiecomité van de CREG de opmerkingen uit het vierde antwoord niet. 15. In zijn eerste antwoord vermeldt Energy Pool dat het akkoord gaat met de evoluties die Elia heeft voorgesteld in het voorstel betreffende de aanpassing van de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten. Ze formuleert echter enkele bijkomende wensen over de twee volgende onderwerpen: enerzijds de overschakeling naar een pay as cleared vergoeding voor de contractualisering van de R1 en de R3 of maatregelen waardoor de transparantie van de prijzen op de markten kan worden verhoogd en anderzijds het behoud van het raamcontract tussen ELIA en RTE voor de R1, minstens tot Frankrijk het gemeenschappelijk regionaal platform ook gebruikt. De CREG wenst net zoals Energy Pool dat de transparantie van de biedprijzen tijdens veilingen betreffende primaire, secundaire en tertiaire reserves verbetert. Ze is er echter niet van overtuigd dat dat moet gebeuren door over te schakelen naar een pay as clearedvergoeding van de gecontracteerde biedingen. Men moet dit immers zien in de internationale context van het gemeenschappelijk platform voor de R1/FCR, waarvoor er een pay as bidvergoeding is. In deze context is het niet wenselijk een pay as bid-vergoeding op een internationaal platform en een pay as cleared-vergoeding (momenteel pay as bid) op lokaal niveau naast elkaar te plaatsen. De onderliggende processen en het naar de markt verstuurde signaal zouden daardoor niet duidelijker worden. Bovendien heeft ELIA aan de CREG bevestigd dat ze in onderling akkoord met RTE heeft beslist dat de raamovereenkomst tussen ELIA en RTE over de aankoop door ELIA van R1 200 mHz op middelen die aangesloten zijn op het net van RTE loopt tot eind 2016. Vanaf 2017 zal RTE waarschijnlijk eveneens deelnemen aan de samenwerking tussen TSO's voor de R1. 10/28 Vanaf dan zullen de biedingen van R1 200 mHz vanuit middelen aangesloten op het net van RTE rechtstreeks via het proces voor de regionale samenwerking kunnen worden opgenomen. Ten slotte vindt Energy Pool het goed dat de CREG aan ELIA vraagt om de secundaire markt van de primaire, secundaire en tertiaire regelvermogens open te stellen voor de opslag- en vraagmiddelen. 16. Febeliec heeft haar antwoord opgesplitst in drie delen. In een eerste deel deelt Febeliec mee dat ze het met de CREG eens is over verschillende aspecten m.b.t. de beoordelingselementen van de CREG zoals het belang om voor de markt van de reserveproducten zo veel mogelijk marktspelers aan te trekken en te activeren om de concurrentie te verhogen, het belang van transparantie ten aanzien van marktspelers om misbruik te vermijden en prijssignalen te geven en het belang om de markt van de compensatie van de kwartieronevenwichten niet te beschouwen als middelen waarmee de markspelers hun portefeuille in evenwicht kunnen brengen. De verwijzing naar de commentaar die Febeliec heeft gegeven in het kader van de studie van de CREG over de deelname van de vraag1 is te indirect om een gerichte behandeling in het kader van deze beslissing mogelijk te maken. In een tweede deel bespreekt Febeliec drie van de vier belangrijkste principes die in het voorstel van ELIA worden gewijzigd. - Met betrekking tot de deelname aan het gemeenschappelijk regionaal platform benadrukt ze het nut van de opvolging van twee elementen. Febeliec wenst enerzijds dat dit wordt opgevolgd om te controleren dat de deelname aan het gemeenschappelijk platform voor het enige symmetische product 200 mHz voor een aandeel van het totale volume van de Belgische regelzone dat tot 70% kan bedragen, niet leidt tot kosten voor ELIA die hoger zijn dan die van de lokale veiling die voor het hele volume openstaat voor de vier huidige producten. Febeliec vraagt anderzijds om een opvolging te organiseren om te controleren of de proxy van de prijs voor de aanschaffing van de symmetrische R1 200 mHz op het gemeenschappelijk regionaal platform die als ex ante benadering zal worden 1 Studie van de CREG (F)160503-CDC-1459 van 3 mei 2016 over de middelen die moeten worden toegepast om de deelname aan de flexibiliteit van de vraag op de elektriciteitsmarkten in België te faciliteren. 11/28 gebruikt in de lokale veiling, voldoende representatief zal zijn voor deze aanschaffingsprijs zodat de lokale optimalisering effectief gebeurt. De CREG vindt dat deze vragen gegrond zijn en in de lijn liggen van de vraag van de CREG om informatie te ontvangen over de resultaten van de veilingen, waardoor de resultaten en de deelname van de Belgische middelen aan het regionaal gemeenschappelijk platform en van het regionaal gemeenschappelijk platform aan de Belgische lokale veilingen kunnen opgevolgd worden. - Febeliec heeft dezelfde mening als de CREG over de werking van de secundaire markt in geval van een defect: door het risicoprofiel van de leveranciers2 te verminderen, kan dit alleen maar gunstig zijn voor de Belgische regelzone. - Wat de evolutie van de R3-producten betreft, neemt Febeliec akte van het principe van ELIA dat de producten die op jaarbasis worden verworven, worden gescheiden van de producten die op maandbasis worden verworven. Ze geeft aan dat ze verwonderd is dat ELIA daaruit besluit dat ze bij maandelijkse veilingen van de biedingen, aangeboden middelen die verbonden zijn met middelen geselecteerd bij de jaarlijkse veiling van R3 ICH, niet zal toelaten, anders gezegd: ze zal niet toelaten dat er zich op eenzelfde toegangspunt geselecteerde middelen voor R3 ICH en geselecteerde middelen voor R3 standaard of R3 flex bevinden. Febeliec beweert dat deze manier van werken het systeem een deel van het flexibiliteitsvolume ontneemt dat beschikbaar is op de industriële sites met een tijdens de jaarlijkse veiling geselecteerd laag volume. De CREG stelt vast dat het product ICH gebaseerd is op het "DROP BY"-principe3, terwijl het product R3 DP en het toekomstige product R3 flex producten zijn die gebaseerd zijn op het "DROP TO"-principe4. De twee activeringsmodi op eenzelfde afnamepunt gebruiken is technisch gezien niet mogelijk voor de tertiaire reserve. De CREG kan dus geen oplossing voorstellen die tegen dit principe ingaat. In een derde deel geeft Febeliec aan dat ze het eens is met de CREG over het belang van het level playing field tussen de productie en de vraag in de secundaire markt. Ze geeft aan dat deze opmerking ook geldt voor alle gereguleerde producten, ook buiten de balancingmarkt, en ook voor de aanpassingen die ELIA nog niet heeft voorgesteld. 2 De tekst van de CREG vermeldt "leveranciers van deze dienst". 3 De activeringsvolgorde heeft betrekking op het feit dat de afname van de site kan verminderd worden met een contractueel vastgelegde waarde. 4 De activeringsvolgorde heeft betrekking op het feit dat de afname van de site teruggebracht kan worden naar een contractueel vastgelegde waarde. 12/28 De CREG neemt akte van deze opmerking, maar kan er geen rekening mee houden wanneer ze buiten het kader van de consultatie en deze beslissing valt. 17. Het antwoord van Febeg bevat twee soorten opmerkingen, namelijk algemene opmerkingen over de ontwerpbeslissing en voorstellen m.b.t. de aanpassingen aan de werkingregels van de markt voor de compensatie van kwartieronevenwichten die ELIA heeft voorgesteld. 18. De algemene opmerkingen over de ontwerpbeslissing van de CREG gaan over de volgende elementen. - Febeg ondersteunt de doelstelling van de CREG om nieuwe spelers op de markt aan te trekken. Ze wenst echter de volgende elementen te benadrukken: o De creatie van een level playing field tussen technologieën, marktspelers (BRP’s en BSP’
- s)en netten voor de verbinding van middelen. o De aankoop van ondersteunende diensten via marktmechanismen. o Een stabiel wettelijk kader en een reglementair kader met de vereenvoudiging en de standaardisering van de commercialisering van de producten tussen marktspelers dat voldoende ruimte en flexibiliteit biedt om niet te moeten worden gewijzigd wanneer de principes en de basisregels moeten worden aangepast. De CREG neemt akte van deze opmerkingen en wenst er de volgende nuances in aan te brengen. Het level playing field kan niet per definitie conceptueel van toepassing zijn op de BRP's en BSP's zoals bij de productie- en vraagmiddelen, aangezien de BRP en de BSP geen marktspelers zijn maar functies uitoefenen met specifieke kenmerken. Voor elke marktspeler dient dan ook een duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen de titel waarmee hij over het algemeen wordt aangeduid (ARP, aggregator, ...) en de functie of functies die hij op zich moet nemen (enkel BRP, BRP en BSP, enkel BSP). Wat de aankoop van ondersteunende diensten via marktmechanismen betreft, kan de CREG een dergelijke opmerking maar onderschrijven vanaf er een markt bestaat waarvan de voorwaarden (qua timing) verenigbaar zijn met het aanschaffingsschema van de middelen, anders gezegd, zonder dat dat leidt tot buitensporige winsten en een concentratie van de marktmacht. 13/28 Met betrekking tot de stabiliteit van het wettelijk en reglementair kader is de CREG van mening dat er een evenwicht moet worden gevonden tussen: o gelijklopende evoluties van de regelgeving en de marktkarakteristieken aangezien de marktkarakteristieken gewoonlijk sneller evolueren dan de regelgeving en o een wettelijke en reglementaire stabiliteit waardoor een efficiënt beheer van de middelen op korte, middellange en lange termijn mogelijk is. - Febeg pleit er ook voor om de ARP volledig haar rol van evenwichtsverantwoordelijke te laten spelen waardoor die enerzijds tijdig moet worden geïnformeerd over elke interventie van derden in haar evenwichtsperimeter en anderzijds dat het resultaat van de berekening van de evenwichtsposities van de ARP’s snel na de reële tijd wordt gepubliceerd. De CREG kan er bij ELIA enkel op aandringen om alle nodige inspanningen te doen om tot dergelijke overdracht van informatie te komen, wat een goede werking van de markt voor de compensatie van kwartieronevenwichten enkel kan bevorderen. - Febeg beweert dat de door ELIA voorgestelde evolutie om aan het gemeenschappelijk regionaal platform te kunnen deelnemen, d.w.z. het feit dat de evenwichtsperimeter van de BRP's niet werd gecorrigeerd als gevolg van de activering van de R1 het principe van het level playing field tussen leveranciers van R1 schendt. Daarnaast voert Febeg aan dat de regels betreffende de R1 de vraag bevoordeelt in vergelijking met de productie, enerzijds door de injectietarieven toegepast op de geproduceerde energie die in het net wordt geïnjecteerd en anderzijds omdat de BSP's niet met hetzelfde risico geconfronteerd worden als de BRP's die rekening moeten houden met de onevenwichtsrisico's. Zoals hierboven reeds werd vermeld inzake level playing field kan de CREG omwille van de volgende redenen niet akkoord gaan met de argumenten van Febeg. De evenwichtsperimeter wordt niet gecorrigeerd voor alle BRP's die geconfronteerd worden met activeringen van R1 door derde BSP's in hun portefeuille. Zoals hierboven wordt vermeld, mag een commerciële speler tegelijkertijd verschillende functies op zich nemen, waaronder de functie van BRP en BSP. Als hij de functie van BRP op zich neemt, zal hij zoals alle BRP's worden 14/28 behandeld en als hij de functie van BSP opneemt, zal hij zoals alle BSP's worden behandeld. De CREG is van mening dat het begrip level playing field slaat op de functies en de technologieën en niet op de commerciële spelers. Daarnaast moet het injectietarief niet worden toegepast volgens de regels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten, maar volgens de tariefstructuur, een dossier waarvoor de CREG bovendien ruim heeft geconsulteerd. Ten slotte, met betrekking tot de risico’s van de onevenwichten die in het nadeel van de BRP’s zouden zijn, kan de CREG enkel herhalen wat ze twee alinea's hierboven al heeft gesteld, namelijk dat ze van mening is dat het level playing field slaat op de functies en technologieën en niet op de commerciële spelers en dat alle BRP's5 op die manier op gelijke voet behandeld worden als ze de functie van BRP uitoefenen. Ook de BSP's worden op gelijke voet behandeld, of ze nu de functie van BRP al dan niet uitoefenen. - Febeg steunt het standpunt van de CREG dat de deelname aan het gemeenschappelijk regionaal platform voor de R1 de verhoging van de marktliquiditeit van de R1 en de openstelling van een nieuwe markt voor de in België verbonden middelen tot voordeel heeft. Om van deze voordelen te genieten moet er volgens Febeg een level playing field met het buitenland bestaan, wat niet het geval is zolang de Franse middelen aan de Belgische R1-markt kunnen deelnemen wat omgekeerd niet het geval is en sommige elementen van het markmodel in het nadeel zijn van de Belgische marktspelers in vergelijking met de spelers aangesloten op de buitenlandse netwerken zoals het injectietarief en de compensatie van verliezen in natura. Wat de deelname van de Franse R1-middelen aan de Belgische markt zonder dat de Belgische R1-middelen aan aan de Franse markt kunnen deelnemen betreft, heeft ELIA aan de CREG bevestigd dat het contract met RTE voor de R1 200 mHz tot eind 2016 loopt en dat het contract na deze datum waarschijnlijk niet meer van toepassing zal zijn en dat RTE eveneens deelneemt aan de regionale samenwerking TSO-TSO voor de R1. De CREG is van mening dat de regels voor een zo korte periode wijzigen, gelet op het belang van andere zaken waarmee ELIA geconfronteerd wordt, niet gegrond is. 5 In tegenstelling tot de BSP's bieden de BRP's geen reservediensten aan de TSO aan als ze de functie van BRP uitoefenen. 15/28 Wat de toepassing van het injectietarief betreft, kan de CREG enkel opnieuw bevestigen dat dit element afhangt van de tariefstructuur en niet van de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten. De CREG is van mening dat het onderwerp van de verliezen moet worden bestudeerd en verduidelijkt en stelt vast dat het daarbij zowel om het technische reglement als de tariefstructuur en de tarieven kan gaan. - Wat de IGCC betreft, legt Febeg de nadruk op transparantie en algemene efficiëntie van het mechanisme, gelet op de diversiteit van de nationale mechanismen. Ze voert aan dat de TNB een nadeel kan ondervinden, dat trouwens weggewerkt kan worden door de globale winst kunstmatig te doen dalen, terwijl de ARP's niet de mogelijkheid hebben om hun kosten als gevolg van de IGCC te doen dalen, aangezien ze nog moeten betalen voor vergelijkbare kosten voor een activatie in België. De CREG neemt akte van de vraag van Febeg met betrekking tot de transparantie van het mechanisme. De argumentatie van Febeg lijkt haar echter niet echt duidelijk. Ze is echter van mening dat de IGCC eerst en vooral een technisch mechanisme voor netting van de onevenwichten is waarin de economische winst wordt gezien als een optimalisering onder randvoorwaarden van de gecompenseerde volumes en niet als de rechtstreekse doelstelling van het mechanisme. De economische winst is niet gegarandeerd voor elk kwartier en elke regelzone, maar over een langere periode is de winst voor elke regelzone positief, op enkele (zeldzame) uitzonderingen na. Als gevolg van deze uitzonderingen moeten er verbeteringen worden aangebracht. Zoals Febeg benadrukt, laat de IGCC zoals die vandaag is ontworpen een netting toe van de onevenwichten van de regelzones waarvan de marktmechanismen (soms vrij sterk) kunnen verschillen. De CREG is zich ervan bewust dat het enerzijds een voordeel is dat de toepassing geen harmonisatie van de marktmechanismen van verschillende regelzones vereist, maar dat het anderzijds ook een zekere opvolging van het mechanisme vereist. Bovendien merkt de CREG op dat dit voor de regelzone en dus de eindgebruiker over het algemeen positief is. - In verband met de uitbreiding van de secundaire markt met de intraday stelt Febeg eveneens voor om te onderzoeken of de secundaire markt kan worden uitgebreid met middelen in het buitenland. 16/28 De CREG neemt akte van dit voorstel. Ze denkt ook dat deze uitbreiding grondig zou moeten worden bestudeerd voor ze kan worden toegepast. Er zullen waarschijnlijk ook prioriteiten in de studie moeten worden opgenomen en grensoverschrijdende uitwisselingsmechanismen moeten worden ingesteld. 19. De voorstellen over de door ELIA voorgestelde aanpassingen gaan over de zes volgende onderwerpen. - Febeg stelt voor een definitie van de granulariteit op te nemen om de onduidelijkheid over de interpretatie weg te werken waarbij de granulariteit wordt beschouwd als een verplichting om verschillende biedingen per schijf van 1 MW in te dienen. De CREG is het eens met het feit dat deze onduidelijkheid met een dergelijke definitie zou kunnen worden weggenomen, maar stelt daarbij vast dat in de vorige voorstellen van ELIA die de CREG heeft goedgekeurd reeds het begrip granulariteit werd opgenomen zonder dat daar tijdens vorige raadplegingen vragen om verduidelijking over zijn gesteld. - Febeg verwijst naar de zin van deel 5.2.4 van het voorstel van ELIA "les clients s’engagent contractuellement à ne pas concentrer plus de 25MW de puissance de réserve primaire offerte par site industriel". Ze vraagt om te verduidelijken dat deze beperking niet van toepassing is op de productie-eenheden. De CREG vindt dat de tekst van ELIA in dit deel voldoende duidelijk is aangezien er enerzijds een onderscheid wordt gemaakt tussen de middelen "R1 CIPU" die toegang hebben tot de secundaire markt zonder dat de beperking van een maximum van 25 MW R1 per industriële site vermeld wordt en de middelen die momenteel geen toegang hebben tot de secundaire markt waarop deze beperking van toepassing is. Ze is bovendien van mening dat het behoud van de beperking voor de middelen die geen toegang tot de secundaire markt gegrond is. - Febeg merkt eveneens op dat de beperkte liquiditeit van de secundaire markt een risico van hoge boetes inhoudt voor spelers die biedingen indienen. De CREG neemt akte van deze opmerking. Ze merkt echter op dat de meeste spelers die op de huidige secundaire markt actief zijn of mogelijk actief zijn, leden van Febeg zijn en dat de liquiditeit van deze markt dan ook voornamelijk van hen afhangt. Door de openstelling voor andere spelers en in het bijzonder voor spelers 17/28 die "niet-CIPU reserve" voorstellen, zou de liquiditeit van deze markt waarschijnlijk kunnen worden verhoogd. - Wat het bedrag van de boetes betreft, vindt Febeg het onaanvaardbaar dat de leveranciers al hun inkomsten als gevolg van de boetes kunnen verliezen. Ze is van mening dat de dienstenleverancier zijn kosten minstens zou moeten kunnen recupereren, des te meer als hij verplicht is de dienst te leveren. De CREG is van mening dat de toepassing van boetes niet kan beschouwd worden als het gevolg van een normale situatie. Bij een normale situatie wordt de dienst correct geleverd en het feit dat een dienst die een impact heeft op de veiligheid van het net al dan niet wordt geleverd, zou geen voorwerp mogen uitmaken van economische optimalisering of gaming. Het inkomstenverlies door de toepassing van boetes zou dan ook echt uitzonderlijk moeten zijn en daardoor zou dit geen aanzienlijk risico voor de dienstenleverancier mogen inhouden. - Febeg vestigt de aandacht op een zin uit deel 5.2.6 van het voorstel: "Pour la R1 à l’étranger, un système de contrôle et de pénalités est appliqué par le GRT étranger" en benadrukt het belang van een gelijke behandeling van de Belgische en buitenlandse leveranciers. De CREG neemt akte van deze opmerking. Ze wenst echter uit te gaan van de context van de contractualisering van de R1 op het gemeenschappelijk regionaal platform met een overdracht van verplichtingen tussen regelzones. De "basisverplichting" van een regelzone inzake R16 wordt verhoogd met het totaalvolume R1 verkocht op het regionaal gemeenschappelijk platform via middelen aangesloten op het net van deze regelzone en verminderd met het volume aangekocht op het gemeenschappelijk regionaal platform en aangesloten op het net van andere regelzones die toegang tot het platform hebben. Op die manier worden de lokale regels van de regelzone toegepast op alle lokale middelen die aan de R1 deelnemen, of het nu gaat om lokale veilingen of veilingen met betrekking het gemeenschappelijk regionaal platform. De CREG stelt vast dat de regels op niet-discriminerende wijze worden toegepast op alle middelen aangesloten op de Belgische regelzone en toelaten om de nieuwe verplichting van ELIA inzake R1-volume te dekken, na correctie met de op het regionaal gemeenschappelijk platform aangekochte en verkochte volumes. Uit het feit dat men een gelijke behandeling van de leveranciers van de verschillende regelzones 6 Wordt elk jaar door ENTSO-E berekend voor elke regelzone. 18/28 wil, blijkt dat men niet uitgaat van het subsidiariteitsbeginsel dat op Europees niveau wordt toegepast en waardoor elk land/elke regelzone regels toepast, door sommige regels hebben de lokale leveranciers een voordeel ten opzichte van de leveranciers van andere regelzones en door andere een nadeel. - Febeg heeft een opmerking bij deel 5.3.4 en 5.5.4 van het voorstel van ELIA, namelijk "Elia s’est dotée d’un système de suivi de la réserve globale de la zone de réglage en temps réel permettant, le cas échéant de mobiliser auprès des producteurs (via des actions ad hoc telles que le démarrage d’unités lentes ou le refus de modifications de programmes) la réserve nécessaire". Ze merkt op dat er een beschrijving ontbreekt van de modaliteiten en de vergoedingen en boetes m.b.t. de procedure voor de mobilisatie van de nodige reserve. De CREG neemt akte van deze opmerking die buiten het domein van de consultatie valt aangezien ze geen wijziging betreft die ELIA in haar voorstel heeft ingediend. III. Analyse van het voorstel III.1 Voorafgaande opmerkingen en voorbehouden 20. In overeenstemming met wat in deel I “Wettelijk kader” werd aangehaald, herhaalt de CREG dat er over de regels die ELIA had voorgesteld en die door de CREG werden goedgekeurd, zowel in de beslissing over de reservevolumes voor 2016 als in onderhavige beslissing, niet meer kan worden onderhandeld en dat ze ook niet kunnen worden gewijzigd door een andere administratieve overheid, aangezien ze het voorwerp uitmaakten van een beslissing van de CREG. 21. Deze beslissing heeft, overeenkomstig artikel 159, §1, van het technisch reglement, enkel betrekking op het voorstel van werkingsregels van de markt bestemd voor de in de inleiding vermelde compensatie van de kwartieronevenwichten, en meer in het bijzonder op de aanpassingen die ELIA heeft voorgesteld ten opzichte van het vorige voorstel waarover beslissing (B)150717-CDC-1424 van de CREG van 17 juli 2015 ging. Ze vormt op geen enkele manier een expliciete of impliciete goedkeuring van de overeenkomsten waarnaar in het voorstel van ELIA wordt verwezen. ELIA dient zo nodig deze overeenkomsten in overeenstemming te brengen met de marktregels die de onderhavige beslissing inhoudt. 19/28 Zo spreekt deze beslissing zich ook niet uit over de tariefaspecten. III.2 In overweging genomen beoordelingselementen 22. Op grond van de wetteksten weergegeven in deel I werden een aantal beoordelingselementen in overweging genomen voor het uitwerken van deze beslissing. Deze beoordelingselementen worden hierna ontleed. 23. Het mechanisme voor de compensatie van kwartieronevenwichten is voor de netbeheerder een belangrijk middel om het evenwicht van de Belgische regelzone te verzekeren. De regeling van het evenwicht van de regelzones is voor ENTSO-E een belangrijke schakel voor de veiligheid van het hele elektriciteitsnet in continentaal Europa. Het is dus uiterst belangrijk dat het mechanisme voor de compensatie van de onevenwichten in de regelzone de netbeheerder de middelen biedt om de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net te behouden dan wel te herstellen. 24. Het mechanisme voor de compensatie van de kwartieronevenwichten vormt een belangrijk element voor de werking van de Belgische elektriciteitsmarkt. Het is dus van essentieel belang om rekening te houden met de structuur en de opbouw van de markt waarop het een beroep doet. Zo moet het rekening houden met de volgende elementen: - het aantal lokale producenten dat diensten voor de compensatie van de kwartieronevenwichten kan aanbieden, is beperkt, - de flexibiliteit van de vraagmiddelen heeft haar echte potentieel voor de levering van diensten voor de compensatie van de kwartieronevenwichten nog niet getoond, - om nieuwe marktspelers aan te trekken die in staat zijn op de Belgische markt diensten voor de compensatie van de kwartieronevenwichten aan te bieden, dient een evenwicht gevonden te worden tussen een redelijke vergoeding van deze diensten en een regulering van de aanbiedingen, die gezien de beperkte mededinging noodzakelijk is. 25. Zo is het belangrijk dat het mechanisme voldoende flexibel is om de deelneming toe te laten van een zo groot mogelijk aantal spelers op de markt van de levering van diensten bestemd voor de compensatie van de kwartieronevenwichten. Met het oog hierop mag de structuur van het mechanisme niet de deur sluiten voor toekomstige evoluties die het mogelijk maken deze richting uit te gaan. 20/28 26. Verder is het ook noodzakelijk dat het mechanisme een adequate transparantie biedt op het vlak van de aanbiedingen en hun activering. Deze transparantie brengt een merkbare zichtbaarheid mee in termen van informatie aan de marktspelers over de aanbiedingen met betrekking tot de compensatie van de kwartieronevenwichten en draagt er aldus toe bij om potentieel abusief gedrag te ontmoedigen. Bovendien is het belangrijk dat het mechanisme de producenten die wensen deel te nemen aan de levering van diensten voor de compensatie van de kwartieronevenwichten, duidelijke signalen geeft met betrekking tot de kosten en inkomsten die zij van hun deelneming aan deze diensten kunnen verwachten. 27. Omwille van de reservevolumes waarover ELIA beschikt, zou het echter gevaarlijk zijn mochten de toegangsverantwoordelijken (Acces Responsible Parties, hierna: ARP) de compensatie van de kwartieronevenwichten in België kunnen beschouwen als een hulpmiddel dat hen ter beschikking staat om hun verplichting tot evenwicht na te komen. Het mechanisme voor de compensatie van de kwartieronevenwichten moet onder de huidige omstandigheden een hulpmiddel blijven dat ter beschikking van de TNB wordt gesteld om het evenwicht van de Belgische regelzone te verzekeren, en het is belangrijk dat het een hulpmiddel als laatste toevlucht voor de ARP in onevenwicht blijft. Het mechanisme moet gebaseerd zijn op de marktregels en tevens toch zoveel mogelijk gaming door arbitrage met de spotmarkt of met de intraday markt voorkomen. Dit aspect wordt hoofdzakelijk verzekerd via het tarief voor de compensatie van de kwartieronevenwichten. De goedkeuring ervan hoort bij de goedkeuring van de tarieven van de netbeheerder en valt buiten het kader van deze beslissing. 28. Bovendien moeten het mechanisme voor de compensatie van de kwartieronevenwichten en het eraan verbonden tarief een minimalisering van de kosten voor de compensatie van de kwartieronevenwichten voor de ARP beogen en hen toereikende prijssignalen geven op kritieke momenten. 29. Tot slot is het van primordiaal belang dat het mechanisme voor de compensatie van de kwartieronevenwichten geen hinderpaal vormt voor de oprichting van een Europese regionale markt. De integratie van de nationale markten is immers noodzakelijk om tot mededinging op nationaal niveau te komen. Het is dus belangrijk dat het mechanisme voor de compensatie van de kwartieronevenwichten zonder al te grote moeilijkheden met die van nabijgelegen landen kan geïntegreerd worden. 21/28 III.3 Beschrijving van de voorgestelde evoluties 30. Naast enkele formelere aanpassingen, hebben de ontwikkelingen die Elia heeft voorgesteld, hoofdzakelijk betrekking op vier onderwerpen: 1) Invoering van de reservering van het primaire regelvermogen in het buitenland vanaf 1 augustus 2016. 2) Werking van de secundaire intraday-markt in geval van defect. 3) Evoluties betreffende het tertiaire reservevermogen. 4) Evoluties met betrekking tot de IGCC. III.4 Toepassing van het wettelijke kader en van de beoordelingselementen op het voorstel 31. Aangezien de basis van de werkingsregels van de markt voor de compensatie van de kwartieronevenwichten die momenteel van toepassing zijn, werd goedgekeurd in het kader van vroegere beslissingen van de CREG, richt de onderhavige analyse zich op de evoluties van deze regels overeenkomstig de vier onderwerpen die hierboven werden beschreven. III.4.1 Onderwerp 1 – Invoering van de reservering van het primaire regelvermogen in het buitenland vanaf 1 augustus 2016 32. In het voorstel heeft ELIA een aantal regels geïntroduceerd betreffende het gebruik van een gemeenschappelijk regionaal platform7 voor de reservering van een deel van het primaire reservevermogen vanaf 1 augustus 2016. Ze stelt voor om vanaf dan primaire reservevermogens in twee fasen te reserveren, in een eerste fase op het lokale platform dat nu al in dienst is en in een tweede fase op het gemeenschappelijk regionaal platform. De bedoeling van de eerste fase is al het volume voor het primaire regelvermogen te reserveren, maar in de biedingen een deelbare fictieve bieding op te nemen aan een prijs die gelijk is aan de gemiddelde reserveringsprijs op het gemeenschappelijk regionaal platform van de laatste veiling die op dat platform werd georganiseerd en voor een volume dat beperkt is tot maximum 70% van het minimumvolume dat België moet reserveren. 7 In de Europese betekenis 22/28 De bedoeling van de tweede fase is op het gemeenschappelijk regionaal platform het volume dat aan de fictieve bieding werd toegekend tijdens de veiling op het lokaal platform tegen elke prijs te verwerven. De middelen in de Belgische regelzone die op het lokale platform niet werden geselecteerd zullen eveneens een nieuwe bieding kunnen doen via het gemeenschappelijk regionaal platform volgens de regels die op dat platform van toepassing zijn. De selectie op het lokale platform zal, zoals nu reeds het geval is, gebeuren op basis van een economische optimalisering van de reserveringskost voor het primaire en secundaire regelvermogen. Als gevolg van hetgeen voorafgaat zal de frequentie van deze lokale gemeenschappelijke veiling voor de primaire en secundaire regelvermogens worden afgestemd op de frequentie, (momenteel is de frequentie wekelijks) van de veiling voor het primaire regelvermogen op het gemeenschappelijke regionale platform vanuit de veiling met betrekking tot de leveringsperiode vanaf 1 augustus 2016. 33. De CREG stelt vast dat de evoluties die ELIA heeft voorgesteld, door open te staan voor biedingen vanuit het gemeenschappelijk regionaal platform, twee voordelen bieden: de liquiditeit van de Belgische markt voor de primaire reserve wordt verhoogd terwijl ze andere afzetmogelijkheden voor de op de markt beschikbare biedingen voor symmetrische primaire reserves 200 mHz (standaardproduct) bieden. Ze liggen bovendien in de lijn van het perspectief van de creatie van een regionale Europese markt voor het primaire regelvermogen. 34. De CREG is dan ook van mening dat het gedeelte van dit voorstel betreffende het primaire reservevermogen voldoet aan de beoordelingselementen die er rechtstreeks op van toepassing zijn. III.4.2 Onderwerp 2 – Werking van de secundaire intraday-markt in geval van defect 35. Tot nu toe was het enkel in day-ahead mogelijk om de levering van op CIPU- eenheden gecontracteerde primaire reserve, van gecontracteerde secundaire reserve of van op productie-eenheden gecontracteerde tertiaire reserve naar een andere leverancier over te dragen. ELIA stelt voor om deze mogelijkheid uit te breiden naar de intraday indien de productie-eenheid die het regelvermogen levert defect raakt. 23/28 Voor de R1 en de R2 op de CIPU-productie-eenheden kan deze uitbreiding ervoor zorgen dat de bovengrens van 50 MW op het regelvermogen die kon worden toegewezen aan één centrale als het niet mogelijk was te garanderen dat deze reserve binnen 6 uur na een defect van deze centrale terug zou kunnen worden aangelegd, kan worden afgeschaft. Deze evoluties zouden op 1 januari 2017 in werking moeten treden. 36. De CREG stelt vast dat met het voorstel van ELIA, dat een uitbreiding van de secundaire markt naar de intraday voorstelt wanneer een eenheid die regelvermogen levert defect raakt, het risico waarmee de leveranciers van deze dienst worden geconfronteerd beter kan worden gedekt. 37. De CREG beschouwt deze evolutie van de secundaire markt van de regelvermogens als een stap in de goede richting. Ze is dan ook van mening dat het gedeelte van dit voorstel voldoet aan de beoordelingselementen die er rechtstreeks op van toepassing zijn. III.4.3 Onderwerp 3 – reservevermogen 38. Voor 2016 heeft ELIA 700 MW van 770 MW tertiair regelvermogen gereserveerd Evoluties met betrekking tot het tertiaire tijdens jaarlijkse veilingen en de overige 70 MW reserveert ze tijdens kortetermijnveilingen voor de producten R3 productie ("R3 prod") en R3 dynamisch profiel ("R3 DP"). ELIA stelt een evolutie van de R3-producten voor en als eerste stap stelt ze voor om voor de leveringsperiode vanaf 1 januari 2017 al het tertiaire regelvermogen van de producten R3 prod en R3 DP te reserveren tijdens kortetermijnveilingen en tijdens jaarlijkse veilingen enkel de R3 op de onderbreekbare afnames ("R3 ICH") te reserveren. Als gevolg van de duidelijke scheiding tussen R3-producten die op jaarbasis en op korte termijn worden verworven, moet ELIA de volumes die bij jaarlijkse veilingen van R3 ICH niet zullen kunnen worden gereserveerd, overdragen naar kortetermijnveilingen van R3 DP. Bovendien zal ELIA niet toelaten dat een toegangspunt dat geselecteerd werd bij de jaarlijkse veiling eveneens zal worden aangeboden bij de producten tijdens kortetermijnveilingen. Deze evoluties zullen in werking moeten treden voor de leveringsperiode vanaf 1 januari 2017. 39. De CREG stelt vast dat het voorstel van ELIA een eerste luik is van de evolutie van de R3-producten, die onder andere tot doel heeft om een level playing field in te voeren tussen producten geleverd vanuit productie-eenheden en producten geleverd op basis van het vraagbeheer om de producten technologieneutraal te maken. 24/28 40. De CREG vindt dan ook dat deze evolutie een stap in de goede richting is. Ze is dan ook van mening dat het gedeelte van dit voorstel voldoet aan de beoordelingselementen die er rechtstreeks op van toepassing zijn. III.4.4 Onderwerp 4 – Evoluties met betrekking tot de IGCC 41. Tot nu toe kon een TSO die deelnam aan de IGCC er een negatieve winst uit halen terwijl de globale winst positief was. Dit voorstel heeft tot doel deze situatie te vermijden. Bij de gebruikte methode wordt de negatieve winst kunstmatig ongedaan gemaakt door de globale winst die tussen de andere TSO's moet worden verdeeld, te verminderen. 42. De CREG stelt vast dat deze methode, in een proces dat is gebaseerd op een fysische netting zonder economische optimalisering, als voordeel heeft dat de enkele gevallen die voor sommige TSO's financieel ongunstig zijn, worden vermeden en dat de deelname aan dit mechanisme aantrekkelijker wordt gemaakt door een bescherming tegen deze situaties in te bouwen. Door het volume waarvoor netting gebeurt te verhogen, zorgt de komst van nieuwe marktspelers voor meer liquiditeit en draagt ze bij tot de veralgemening van het proces voor de netting van de onevenwichten op Europees niveau. Deze ontwikkeling gaat dus in de richting van verder integratie van de Europese landen in het kader van de balancing. 43. De CREG is dan ook van mening dat het gedeelte van dit voorstel voldoet aan de beoordelingselementen die er rechtstreeks op van toepassing zijn. III.5 Aanvullende overwegingen van de CREG III.5.1 Uitbreiding van de secundaire markt 44. Met het oog op de implementatie van een level playing field tussen de biedingen voor regelvermogens op basis van de productiemiddelen en die op basis van de vraagmiddelen, moedigt de CREG ELIA aan om de toepassing van de secundaire markt van de primaire, secundaire en tertiaire regelvermogens uit te breiden naar de productiemiddelen waarvoor geen CIPU-contract is, de vraagmiddelen en de opslagmiddelen. Ze vraagt ELIA ook om een uitbreiding van de secundaire markt naar intraday die niet meer beperkt is tot de gevallen waarbij middelen defect raken, te bestuderen. In dit kader vraagt de CREG aan ELIA om haar tegen 31 maart 2017 een gemotiveerd verslag te bezorgen met een analyse van de voordelen en nadelen van deze uitbreiding, zowel voor CIPU-middelen als niet-CIPU-middelen. 25/28 Ten slotte vindt de CREG het idee om de secundaire markten open te stellen voor de middelen verbonden met de netten van andere regelzones interessant. Ze vraagt ELIA dan ook om te bestuderen in welke mate een dergelijke evolutie kan worden gerealiseerd en aanleiding geeft tot een kosten-batenverhouding die interessant is voor de R1-, R2- en R3-producten, zowel voor CIPU-middelen als niet-CIPU-middelen. 45. De CREG vraagt ELIA dan ook om, nadat ze het verslag heeft overgemaakt, haar toekomstige voorstellen daaraan aan te passen, met een implementatie in voorkomend geval tegen 1 januari 2018 ten laatste. III.5.2 Informatie over de onevenwichtspositie van de ARP's 46. Wat de responsabilisering van de ARP's in verband met het evenwicht van hun portefeuille betreft, is de CREG van mening dat het belangrijk is dat er zo vlug mogelijk correcte informatie naar de ARP's zal worden gestuurd over het onevenwicht van hun portefeuille. Dat blijkt al nuttig in quasi real time in "normale" gevallen. Informatie, indien mogelijk voorafgaand aan elke activering door derden in de portefeuille van een ARP of onmiddellijk erna, over het op die manier globale geactiveerde volume in zijn portefeuille is een noodzakelijke voorwaarde om te vermijden dat de ARP maatregelen neemt om een dergelijke activering te compenseren. De CREG vraagt ELIA dan ook om tegen eind 2017 de opties voor de berekening van het onevenwicht per ARP in quasi real time te bekijken en haar een ontwerp van de berekening van het volume van het onevenwicht van elke ARP en van de overmaking hiervan aan de betrokken ARP, over te maken samen met een implementatieplanning. Ze vraagt ELIA ook om in de marktregels voor de activering van de reserveproducten op te nemen dat het door derden geactiveerde volume in de portefeuille van elke ARP wordt overgemaakt aan de betrokken ARP kort bij het moment van activatie. III.5.3 Definitie van granulariteit 47. De CREG stelt vast dat door het ontbreken van een definitie van granulariteit de werkingsregels mogelijk onduidelijk kunnen zijn. Er dient onder meer verduidelijkt te worden of het begrip granulariteit al dan niet de verplichting inhoudt om verschillende biedingen per schijf van 1 MW in te dienen. De CREG vraagt ELIA om dit punt te verduidelijken in het volgende voorstel tot wijziging van de regels die ze bij de CREG ter goedkeuring zal indienen. 26/28 IV. Beslissing Gelet op het Koninklijk Besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, onder meer artikel 159, §1. Gelet op het voorstel "Règles de fonctionnement du marché relatif à la compensation des déséquilibres quart-horaires – Entrée en vigueur partiellement au 1er août 2016 et intégralement à partir du 1er janvier 2017", overgemaakt door de NV ELIA SYSTEM OPERATOR per schrijven van 13 april 2016. Overwegende dat de NV ELIA SYSTEM OPERATOR haar voorstel heeft ingediend voor inwerkingtreding gedeeltelijk op 1 augustus 2016 en volledig vanaf 1 januari 2017. Overwegende dat het voorstel de bepalingen naleeft van de relevante artikelen van het technisch reglement van 2002, hernomen in deel I van deze beslissing, en dat het voldoet aan de beoordelingselementen ontwikkeld in deel II.2. van deze beslissing. Overwegende de specifieke analyse gemaakt in deel III.4 van de onderhavige beslissing. Beslist de CREG, binnen het kader van de opdracht die haar wordt toevertrouwd door artikel 159, §1, van het technisch reglement, het voorstel van de NV ELIA SYSTEM OPERATOR goed te keuren. De CREG wil de aandacht van ELIA vestigen op de "aanvullende overwegingen" zoals beschreven in deel III.5 van het onderhavige besluit. De CREG bevestigt tevens dat de NV ELIA SYSTEM OPERATOR de contracten verbonden aan de compensatie van de kwartieronevenwichten in overeenstemming dient te brengen met de marktregels die de onderhavige beslissing inhoudt, zoals ze in de inleiding van haar voorstel heeft vermeld. 27/28 Verder behoudt de CREG zich het recht voor om op elk ogenblik bijkomende opmerkingen te formuleren, in voorkomend geval in een latere beslissing. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Marie-Pierre FAUCONNIER Voorzitster van het directiecomité 28/28