Niet-vertrouwelijk Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS EINDBESLISSING (B)160630-CDC-1528 betreffende “de controle van de door de netbeheerder voor de financiering in aanmerking te nemen totale kosten voor de aankoop, de levering en de plaatsing van de onderzeese kabel alsmede de aansluitingsinstallaties, de uitrustingen en de aansluitingsverbindingen van de productieinstallaties van het offshore windturbinepark van Rentel” genomen met toepassing van artikel 7, § 2, eerste en tweede lid, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt 30 juni 2016 INHOUDSOPGAVE I. INLEIDING ................................................................................................................... 3 II. WETTELIJK KADER .................................................................................................... 4 III. ANTECEDENTEN ........................................................................................................ 6 IV. RAADPLEGING ........................................................................................................... 8 V. CONTROLE VAN DE OFFERTES EN BEPALING VAN HET DOOR DE NETBEHEEDER IN AANMERKING TE NEMEN BEDRAG VOOR DE FINANCIERING VAN DE ONDERZEESE KABEL .................................................................................10 V.1 In rekening genomen kosten ...................................................................................10 V.2 Toekenningproces via Europese aanbesteding ......................................................13 V.2.1 De levering en de plaatsing van de onderzeese hoogspanningskabel................14 V.2.2 De levering en de plaatsing van het offshore hoogspanningsstation ..................16 V.3 Conclusie na vergelijking offertes ...........................................................................18 VI. OPSCHORTENDE VOORWAARDE ...........................................................................19 VII. CONCLUSIE ...............................................................................................................21 Niet-vertrouwelijk 2/22 I. INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) neemt hierna, op basis van artikel 7, § 2, eerste en tweede lid, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: de elektriciteitswet) een beslissing over de controle van de door de netbeheerder voor de financiering in aanmerking te nemen totale kosten voor de aankoop, de levering en de plaatsing van de onderzeese kabel alsmede de aansluitingsinstallaties, de uitrustingen en de aansluitingsverbindingen van de productie-installaties van het offshore windturbinepark gelegen ten noordwesten van de Thorntonbank en ten zuidoosten van de Lodewijckbank. Het dossier in kwestie werd ingediend door Rentel N.V. (hierna: “Rentel”), die titularis is van de domeinconcessie, gelegen ten noordwesten van de Thorntonbank en ten zuidoosten van de Lodewijckbank, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, van de elektriciteitswet. Deze eindbeslissing werd door het Directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 30 juni 2016 goedgekeurd. Niet-vertrouwelijk 3/22 II. WETTELIJK KADER
- Artikel 7, §2, tweede lid, van de elektriciteitswet, bepaalt dat domeinconcessies, die verleend zijn na 1 juli 2007, kunnen verzoeken om niet aan te sluiten op een installatie noodzakelijk voor de transmissie van elektriciteit in de zeegebieden waarin België rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht. Indien de toestemming wordt verleend door de Koning, staat de netbeheerder in voor één derde van de kostprijs van de onderzeese kabel met een maximumbedrag van 25.000.000,00 EUR en wordt de minimumprijs voor de geproduceerde windenergie, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 16 juli 20021, verhoogd met 12,00 EUR/MWh.
- De modaliteiten voor de toekenning van de kabelsubsidie van 25.000.000,00 EUR worden bepaald in artikel 7, §2, eerste lid, van de elektriciteitswet, als volgt: “Voor nieuwe installaties voor de productie van elektriciteit uit wind in de zeegebieden waarin België zijn rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 bedoelde domeinconcessie […], staat de netbeheerder in voor één derde van de kostprijs van de onderzeese kabel met een maximumbedrag van 25 miljoen euro voor een project van 216 MW of meer. Deze financiering van 25 miljoen euro wordt naar rato verminderd, wanneer het project minder dan 216 MW bedraagt. In dit bedrag is begrepen de aankoop, de levering en de plaatsing van de onderzeese kabel alsmede de aansluitingsinstallaties, de uitrustingen en de aansluitingsverbindingen van voormelde productie-installaties. Deze financiering wordt over vijf jaar gespreid, a rato van één vijfde per jaar vanaf het begin van de werken. De commissie controleert de voor de financiering in aanmerking te nemen totale kosten op basis van de offerte of offertes die de titularis van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6, § 1, in aanmerking neemt bij toepassing van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten. De commissie voert deze controle uit binnen een periode van één maand na voorlegging van voornoemde offerte, of offertes, door de titularis van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6, §
- Deze bijdrage wordt gestort in vijf gelijke schijven vanaf de maand volgend op de aanvang van de eerste werken, en elk volgend jaar op dezelfde datum.”
- Artikel 7, §2, vierde lid, van de elektriciteitswet, bepaalt dat als de geplande 216 MW niet bereikt worden binnen de vijf jaren na het begin van de werken, een bedrag pro rata aan €25.000.000,00 wordt teruggevorderd op initiatief van de minister, na advies van de CREG. 1 Het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instellingen van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Niet-vertrouwelijk 4/22
- De financiering van 25.000.000,00 EUR wordt gestort in vijf gelijke schijven vanaf de maand volgend op de aanvang van de eerste werken en elk volgend jaar op dezelfde datum. De betaling van iedere schijf gebeurt na aanvraag van de titularis van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6, § 1, conform de procedure vastgelegd in artikel 7, §2, vijfde lid, van de elektriciteitswet. Deze aanvraag omvat: 1) het bewijs van het uitvoeren van het vergund investeringsprogramma dat de CREG kan controleren, hetzij op basis van de door de titularis overgezonden stukken, hetzij ter plaatse; 2) de overlegging van het bewijs van het naleven van de fiscale en sociale wetgevingen en reglementeringen tijdens het afgesloten boekjaar voorafgaand aan de aanvraag tot betaling.
- De nadere regels van deze financiering zullen worden bepaald in een overeenkomst tussen de netbeheerder en de titularis van de domeinconcessie, zoals vermeld in artikel 7, §2, 8ste lid. Niet-vertrouwelijk 5/22 III. ANTECEDENTEN
- Op 9 maart 2015 heeft Rentel een aanvraag ingediend voor de goedkeuring van een individuele aansluiting op het onshore transmissienetwerk.
- De Ministerraad van 27 juli 2015 heeft haar goedkeuring gegeven voor de individuele aansluiting van de domeinconcessie Rentel. Dit werd bevestigd bij het Koninklijk Besluit van 5 juli
- De Ministerraad heeft op 20 november 2015 een beslissing aangenomen ter herziening van het mechanisme voor de ondersteuning van de offshore elektriciteitsproductie. De wettelijke en reglementaire wijzigingen ten gevolge van deze beslissing zijn tot op heden niet van kracht noch doorgevoerd.
- Op 4 maart 2016 zond de Belgische Staat de Europese Commissie, in de vorm van een voorafgaande kennisgeving, het nieuwe beoogde mechanisme evenals de toepassing van dit mechanisme, met name op het toekomstige offshore park van Rentel, overeenkomstig artikel 108, §3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). De steunregeling voor de onderzeese kabel, en met name de financiering door de netbeheerder van één derde van de kostprijs van deze kabel voor een bedrag van 25.000.000,00 EUR, staat beschreven in het voorafgaande kennisgevingsdossier.
- Op 15 april 2016 diende Rentel de aanvraag in voor de controle van de door de netbeheerder voor de financiering in aanmerking te nemen totale kosten voor de onderzeese kabel van het offshore windturbinepark gelegen ten noordwesten van de Thorntonbank en ten zuidoosten van de Lodewijckbank.
- Op 27 april 2016 heeft de CREG, per mail, bijkomende informatie opgevraagd.
- Op 28 april 2016 en op 2 mei 2016 heeft Rentel, per mail, de gevraagde informatie opgeleverd. 2 Koninklijk besluit van 5 juli 2015 waarbij aan de NV Rentel de toestemming wordt verleend om niet aan te sluiten op een installatie noodzakelijk voor de transmissie van elektriciteit in de zeegebieden, bedoeld in artikel 13/1 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Niet-vertrouwelijk 6/22
- Ontwerpbeslissing (B)160616-CDC-1528 betreffende “de controle van de door de netbeheerder voor de financiering in aanmerking te nemen totale kosten voor de aankoop, de levering en de plaatsing van de onderzeese kabel alsmede de aansluitingsinstallaties, de uitrustingen en de aansluitingsverbindingen van de productie-installaties van het offshore windturbinepark Rentel” (hierna: de ontwerpbeslissing) werd goedgekeurd door de CREG tijdens het directiecomité van 16 juni
- Het directiecomité van de CREG besliste, op grond van artikel 23, §1, van zijn huishoudelijk reglement, in het kader van de eindbeslissing over dit dossier, om met toepassing van artikel 40, eerste lid, 1°, en tweede lid, van zijn huishoudelijk reglement, geen openbare raadpleging over deze ontwerpbeslissing te organiseren gelet op de hoeveelheid vertrouwelijke informatie die het dossier en de ontwerpbeslissing bevatten, doch wel een niet-openbare raadpleging van de Rentel vanaf 17 juni 2016 (middernacht) tot en met 24 juni 2016 (middernacht).
- De CREG heeft op 18 juni 2016 per e-mail en op 20 juni 2016 per drager de opmerkingen van Rentel ontvangen. Niet-vertrouwelijk 7/22 IV. RAADPLEGING
- Het directiecomité van de CREG besliste, op grond van artikel 23, §1, van zijn huishoudelijk reglement, in het kader van de eindbeslissing over dit dossier, om, met toepassing van artikel 40, eerste lid, 1°, en tweede lid, van zijn huishoudelijk reglement, geen openbare raadpleging over deze ontwerpbeslissing te organiseren gelet op de hoeveelheid vertrouwelijke informatie die het dossier en de ontwerpbeslissing bevatten, doch wel een niet-openbare raadpleging van Rentel vanaf 17 juni 2016 (middernacht) tot en met 24 juni 2016 (middernacht).
- Op 18 juni 2016 heeft de CREG de reactie van Rentel ontvangen. In haar reactie formuleert Rentel twee opmerkingen bij de ontwerpbeslissing.
- De eerste opmerking heeft betrekking op de formulering van het voorbehoud in randnummer 45 van de ontwerpbeslissing. Rentel stelt vast dat de tekst in randnummer 45 verwijst naar goedkeuring door de Europese Commissie van “de steunmaatregel voor de onderzeese kabel” en de elektriciteitswet. Volgens Rentel zal het beschikkende gedeelte van de beslissing misschien verwijzen naar het steunregime in zijn geheel en de juridische basis ervan wellicht niet vermelden. Om meer rechtszekerheid te hebben in het geval de beslissing van de Europese Commissie niet letterlijk zou verwijzen naar de kabelsubsidie en artikel 7, §2 van de Elektriciteitswet, stelt Rentel een alternatieve formulering voor. Dit tekstvoorstel houdt ook rekening met een scenario waarin de Europese Commissie vaststelt dat de subsidie geen staatssteun is of nalaat tijdig een besluit te nemen. De CREG gaat akkoord met de opmerking van Rentel en past de formulering van deze paragraaf in de eindbeslissing dan ook aan.
- Rentel merkt ook op dat de expliciete goedkeuring om de minimumprijs met 12,00 EUR/MWh te verhogen wordt vermeld in randnummer 39 van de ontwerpbeslissing, maar niet meer wordt hernomen in de conclusie. Ze vraagt dan ook dat deze goedkeuring wordt toegevoegd aan de conclusie. Niet-vertrouwelijk 8/22 Op basis van artikel 7, §2 van de elektriciteitswet is het de taak van de CREG om de offertes voorgelegd door de titularis van de domeinconcessie te controleren en op basis van haar controle het bedrag van de kabelsubsidie vast te leggen. Deze controle is het voorwerp van voorliggende beslissing. De verhoging van de minimumprijs met 12,00 EUR/MWh is een rechtstreeks gevolg van toepassing van artikel 7, §2, 2de lid en is dus geen beslissing van de CREG. Daarom wordt de verhoging van de minimumprijs met 12,00 EUR/MWh niet hernomen in de conclusie. De CREG weerhoudt deze opmerking dus niet. Niet-vertrouwelijk 9/22 V. CONTROLE VAN DE OFFERTES EN BEPALING VAN HET DOOR DE NETBEHEEDER IN AANMERKING TE NEMEN BEDRAG VOOR DE FINANCIERING VAN DE ONDERZEESE KABEL V.1 In rekening genomen kosten
- In het kader van deze beslissing is het de rol van de CREG om de door de netbeheerder voor de financiering in aanmerking te nemen totale kosten voor de onderzeese kabel te controleren. De CREG voert deze controle uit op basis van de offertes, in aanmerking genomen door de titularis van de domeinconcessie, die haar worden overhandigd. In het kader van deze beslissing heeft de rol van de CREG geen betrekking op de controle van de naleving van de reglementering inzake overheidsopdrachten waaraan Rentel onderworpen is in het kader van de aanbestedingsprocedure.
- In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van alle kosten voor “de aankoop, de levering en de plaatsing van de onderzeese kabel alsmede de aansluitingsinstallaties, de uitrustingen en de aansluitingsverbindingen van voormelde productie-installaties” zoals door Rentel ingediend. Niet-vertrouwelijk 10/22 Overzicht van alle kosten voor “de aankoop, de levering en de plaatsing van de Tabel 1: onderzeese kabel alsmede de aansluitingsinstallaties, de uitrustingen en de aansluitingsverbindingen van voormelde productie-installaties” Kosten met betrekking tot de productie en aankoop van de offshore hoogspanningskabel Kosten met betrekking tot de plaatsing van de offshore hoogspanningskabel Project management Totaal kosten offshore hoogspanningskabel Onshore aansluitingsuitrustingen onshore kabel shunt reactor fiber optic connection between Zeebrugge & Control room onshore station (control room) - Budget project management - engineering & development Offshore hoogspanningsstation Totaal 308,7 MW [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] procurement, installation & commission costs [vertrouwelijk] additional infrastructure costs (purchased separately) [vertrouwelijk] project managment - engeneering &development [vertrouwelijk] Inter array kabels (procurement, installation and commisioning) [vertrouwelijk] Totaal kosten elektrische uitrustingen Algemeen totaal elektrische infrastructuur [vertrouwelijk] [vertrouwelijk]
- Voor de bepaling van het door de netbeheerder in aanmerking te nemen bedrag voor de financiering van de onderzeese kabel, kan de CREG volgende kosten niet weerhouden: - de kosten voor de aankoop en plaatsing van de parkbekabeling of inter arrey kabels ([VERTROUWELIJK] EUR) aangezien deze kosten mee zijn genomen bij de bepaling van de Levelised Cost of Energy, en dus mee vergoed worden in de ondersteuning vastgelegd in het koninklijk besluit van 16 juli 2002; - de kosten die niet op basis van een aanbesteding of door een contract verantwoord worden ([VERTROUWELIJK] EUR voor project management, onshore aansluitingsuitrustingen en additional employer requirements)
- 3 Dit bedrag is samengesteld uit de volgende elementen : [VERTROUWELIJK] EUR (project management – engineering & development), [VERTROUWELIJK] EUR (onshore station), [VERTROUWELIJK] EUR (project management), [VERTROUWELIJK] EUR (additional infrastructure) en [VERTROUWELIJK] EUR (project management). Niet-vertrouwelijk 11/22
- Op basis van artikel 7, §2, eerste lid weerhoudt de CREG volgende kosten voor haar analyse: Tabel 2: Overzicht van alle weerhouden kosten voor de bepaling van het door de netbeheerder in aanmerking te nemen bedrag voor de financiering van de onderzeese kabel Kosten met betrekking tot de productie en aankoop van de offshore hoogspanningskabel Kosten met betrekking tot de plaatsing van de offshore hoogspanningskabel Totaal Gecontracteerde 308,7 MW partij [vertrouwelijk] ABB [vertrouwelijk] ABB Totaal kosten offshore hoogspanningskabel Onshore aansluitingsuitrustingen [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] onshore kabel [vertrouwelijk] ELIA shunt reactor [vertrouwelijk] ELIA fiber optic connection between Zeebrugge & Control room [vertrouwelijk] Jacobs Offshore hoogspanningsstation [vertrouwelijk] procurement, installation & commission costs [vertrouwelijk] STX Totaal kosten elektrische uitrustingen Algemeen totaal elektrische infrastructuur
- De kosten voor [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] de offshore hoogspanningskabel en het offshore hoogspanningstabel uit tabel 2 kunnen met de volgende contracten worden aangesloten: - contract met ABB “Plant and design build contract for the design, supply, installation and commissioning of a submarine export cable for the Rentel offshore wind farm” ([VERTROUWELIJK] EUR); - contract met STX “Plant and design build contract for the design, supply, installation and commissioning of the offshore substation for the Rentel offshore wind farm” ([VERTROUWELIJK] EUR). Het gecumuleerde bedrag van deze contracten is hoger dan het totaal van de kosten die in aanmerking komen voor een financiering door de netbeheerder (75.000.000,00 EUR). Beide contracten zijn op basis van een Europese aanbesteding tot stand gekomen.
- Naast de contracten heeft Rentel de gunningsprocedure en een overzicht van alle ontvangen offertes per kostenitem overgemaakt. Om de redelijkheid van de contractprijzen uit tabel 2 na te gaan, maakt de CREG gebruik van de offertes ontvangen door Rentel. Anderzijds is er een duidelijke incentive voor Rentel als projectontwikkelaar om de kostprijs voor de elektrische infrastructuur te drukken omdat dit direct een impact heeft op de winstmarge. Via een Europese aanbesteding en verdere onderhandelingen zijn de afgesloten contracten dan ook tot stand gekomen. Niet-vertrouwelijk 12/22 V.2 Toekenningproces via Europese aanbesteding
- Zoals vereist in de Elektriciteitswet, is er een Europese aanbestedingsprocedure gevolgd voor de toekenning van de contracten voor de levering en de plaatsing van het offshore hoogspanningsstation en de hoogspanningskabel.
- Op 19 november 2014 is de Invitation To tender (ITT) gepubliceerd in het Europees Journaal. In de Instructions To Tenderer werden de gunningscriteria en de procedure toegelicht.
- Kandidaten dienden voor 31 december 2014 hun interesse te uiten. Deze kandidaten werden vervolgens beoordeeld op economische en financiële draagkracht en technische bekwaamheid. Weerhouden partijen werden gevraagd voor 30 april 2015 een offerte in te dienen. Op basis van bijkomende vragenlijsten, bid clarification meetings en bijkomende inlichtingen werd een eerste shortlist gemaakt. De weerhouden partijen werd vervolgens gevraagd een aangepaste offerte in te dienen op basis van de finale en complete ITT package en de discussies van de voorgaande meetings. Op basis van de nieuwe offertes, een bezoek ter plaatse van de productiefaciliteiten en afspraken over de reservation fees werd de finale evaluatie gemaakt en de preferred supplier gekozen.
- Iedere offerte werd geëvalueerd op basis van de criteria vermeld in de volgende tabel. Tabel 3: Gunningscriteria Gewicht Criteria 50% Prijs en voorwaarden 30% 20% Beschrijving De prijs van de offerte, inclusief de rates, gecorrigeerd voor commerciële en contractuele uitsluitingen en aanpassingen Technische uitvoering Conformiteit, kwaliteit en volledigheid van de technische aspecten van het voorstel. Project uitvoerings plan Volledigheid, kwaliteit en robuustheid van het uitvoeringsprogramma met inbegrip van timing, veiligheid en milieu aspecten De prijs en voorwaarden werden geëvalueerd op basis van een vergelijkende basis, waarbij een score van 100 werd gegeven aan de beste prijs. De score voor de andere offertes is gelijk aan het percentage dat de prijs ten opzichte van deze beste prijs voorstelt. Op het tweede (technische uitvoering) en het derde criteria (project uitvoeringsplan) werd een score gegeven van 0 tot 10, waarbij 10 uitzonderlijk is en 0 wijst op een gebrek aan technische kennis. Tabel 4 geeft een overzicht van de verschillende scores voor criteria 2 en 3 weer. Niet-vertrouwelijk 13/22 Tabel 4: Score 0 2 4 5 6 8 10 Toekenning scores aan criteria 2 en 3 Kwaliteit Geen technisch voorstel ingediend Ontbrekende basis informatie en/of technisch onaanvaardbaar voorstel Ontbrekende informatie en/of technisch ondermaats voorstel Ontbrekende infomatie en/of technisch voorstel dat nauwelijks aan de standaarden en eisen voldoet Offerte is in lijn met de vooropgestelde eisen Offerte is naar kwaliteit en volledigheid boven de verwachtingen Uitzonderlijk gedetailleerde offerte conform de eisen, uitzonderlijke technische kwaliteit van offerte De scores voor het tweede en het derde criterium werden vervolgens relatief beoordeeld, waarbij een relatieve score van 100 werd gegeven aan de beste score en voor de andere offertes werd de relatieve score berekend op basis van het percentage dat de score ten opzichte van de beste score voorstelt.
- Hierna wordt de gunningsprocedure voor de hoogspanningskabel en het hoogspanningsstation gedetailleerd toegelicht. V.2.1 De levering en de plaatsing van de onderzeese hoogspanningskabel
- Voor de levering en de plaatsing van de 220 kV offshore kabel heeft Rentel een contract afgesloten met ABB. Het toekennen van het contract is gebeurd op basis van de volgende procedure.
- Acht partijen toonden hun interesse in de aanbesteding. Op basis van prekwalificatie criteria zoals economische en financiële draagkracht en technische bekwaamheid werden uiteindelijk vijf partijen weerhouden voor een offerte indiening. Deze vijf kandidaten dienden allemaal een offerte in. Tabel 5: Overzicht van kandidaten voor de offshore hoogspanningskabel Kandidaten onderzeese hoogspanningskabel ABB [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] Niet-vertrouwelijk Economische en financiële draagkracht Aanvaardbaar Aanvaardbaar Aanvaardbaar Aanvaardbaar Aanvaardbaar Aanvaardbaar Aanvaardbaar Aanvaardbaar Technische bekwaamheid Offerte ingediend Aanvaardbaar Ja Aanvaardbaar Ja Ontoereikend Nee Ontoereikend Nee Ontoereikend Nee Aanvaardbaar Ja Aanvaardbaar Ja Aanvaardbaar Ja 14/22
- Tabel 6: Tabel 6 geeft de evolutie van de ingediende offertes per ronde weer. Evolutie van de ingediende offertes Levering en plaatsing van de offshore hoogspanningskabel ABB [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] Participation Round 1 [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] Shortlisted for Round 2 [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] Preferred Bidder [vertrouwelijk]
- [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] Op basis van de gunningscriteria (zoals toegelicht in paragraaf 29) werd een eerste shortlist gemaakt. Hoewel de offerte van [VERTROUWELIJK] de laagste prijs had, was de door hen voorgestelde technische oplossing niet conform de vereisten van Rentel. Daarnaast leverde [VERTROUWELIJK] beperktere informatie aan ter staving van de gevraagde project management ervaring. Hierdoor was de totale score voor het geheel van de criteria van [VERTROUWELIJK] lager dan die van ABB, [VERTROUWELIJK] en [VERTROUWELIJK]. De technische oplossingen van de drie overgebleven kandidaten in ronde 2 waren allen conform de eisen van Rentel. Echter, het technische voorstel van ABB werd als beste en meest complete bevonden aangezien ABB de enige partij is die, voor de plaatsing van de kabel, het dichtst aan land kan komen met de vessel. Het ingraven van de kabel aan land is één van de meest kritische punten bij het plaatsen van een offshore hoogspanningskabel en hierdoor heeft de vooropgestelde oplossing van ABB een pluspunt ten opzichte van de andere partijen. Het algemene uitvoeringsplan was voor alle drie de partijen boven verwachting en daarom werd dezelfde score toegekend aan dit criteria voor de drie kandidaten. Op prijs scoorde ABB echter minder, maar dit is (volgens Rentel) een rechtstreeks gevolg van de voorgestelde technische oplossing. Zoals blijkt uit tabel 7, scoort ABB het beste op het geheel van de criteria. Tabel 7: Overzicht gunning ABB [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] Prijs en voorwaarden prijs [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] relatieve score 96 98 100 Technisch score 10 8 8 relatieve score 100 80 80 Project Uitvoerings Plan score 8 8 8 relatieve score 100 100 100 Totaal gewogen gemiddelse score 97,8 93,0 94,0 Niet-vertrouwelijk 15/22
- Bovendien heeft de CREG vastgesteld dat deze kosten in lijn zijn met de kosten van een 220 kV verbinding van andere Belgische offshore parken. De gedeelde aansluiting van de projecten Nobelwind en Northwind is de enige referentie in België voor een 220 kV offshore kabel. De kostprijs/km van Rentel ([VERTROUWELIJK]EUR/km) ligt in dezelfde grootteorde als deze van de gedeelde aansluiting van Nobelwind en Northwind ([VERTROUWELIJK] EUR/km).
- Op basis van het aanbestedingsproces en vergelijking met andere domeinconcessies, kan de CREG besluiten dat de kosten voor de levering en de plaatsing van de offshore hoogspanningskabel redelijk zijn. V.2.2 De levering en de plaatsing van het offshore hoogspanningsstation
- Net zoals voor de offshore hoogspanningskabel, werd een Europese aanbesteding toegepast voor de selectie en toewijzing van het offshore hoogspanningsstation. Het contract werd toegekend aan STX.
- Acht partijen toonden hun interesse in de aanbesteding. Op basis van prekwalificatie criteria zoals economische en financiële draagkracht en technische bekwaamheid werden alle partijen weerhouden op één na, maar niet alle weerhouden partijen dienden een offerte in. Tabel 8: Overzicht van kandidaten voor het offshore hoogspanningsstation Kandidaten hoogspanningsstation [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] STX France
- Economische en Technische Offerte financiële draagkracht bekwaamheid ingediend Aanvaardbaar Ontoereikend Neen Aanvaardbaar Aanvaardbaar Ja Aanvaardbaar Aanvaardbaar Ja Aanvaardbaar Aanvaardbaar Neen Aanvaardbaar Aanvaardbaar Ja Aanvaardbaar Aanvaardbaar Neen Aanvaardbaar Aanvaardbaar Neen Aanvaardbaar Aanvaardbaar Ja Vier kandidaten dienden in de eerste ronde een offerte in. Tabel 9 geeft de evolutie van de ingediende offertes per ronde weer. Niet-vertrouwelijk 16/22 Tabel 9: Evolutie van de ingediende offertes Levering en plaatsing van het offshore hoogspanningsstation [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] STX Participation Round 1 [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] Shortlisted for Round 2 [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] Preferred Bidder [vertrouwelijk]
- Op basis van de gunningscriteria werd een eerste shortlist gemaakt waarbij [VERTROUWELIJK] en [VERTROUWELIJK] afvielen. De technische oplossing van de twee overgebleven contracten waren conform de eisen van Rentel. Beide partijen onderscheiden zich van de andere contractanten uit ronde 1 door hun zeer uitgebreid en robuust project uitvoeringsplan. STX heeft qua prijs een competitief voordeel voor een vergelijkbare technische oplossing. Bij beide partijen werden er essentiële additionele vereiste werken en risico’s vastgesteld die niet in de initiële prijs werden aangeboden door de contracten. Het betreft elementen en risico’s die geacht werden door Rentel uitgevoerd of ten laste genomen te worden. De contractuele prijsverhoging die waarneembaar is tussen ronde 1 en 2 is dan ook het gevolg van het opnemen van deze risico’s in de scope van de contracten. STX heeft hierbij zijn competitieve positie behouden en werd dan ook geselecteerd als preferred supplier, zoals blijkt uit de volgende tabel. Tabel 10: Overzicht gunning hoogspanningsstation [vertrouwelijk] STX Prijs en voorwaarden prijs [vertrouwelijk] [vertrouwelijk] relatieve score 88 100 Technisch score 6 6 relatieve score 100 100 Project Uitvoerings Plan score 8 8 relatieve score 100 100 Totaal gewogen gemiddelse score 94,1 100,0
- De CREG stelt eveneens vast dat de kosten van het hoogspanningsstation Rentel vergelijkbaar zijn met andere Belgische domeinconcessies. In vergelijking met de laatste domeinconcessie die een financial close heeft gerealiseerd, is de prijs zelfs 7% lager. Op basis van het gevolgde aanbestedingsproces kan de CREG dus vaststellen dat de prijs redelijk is. Niet-vertrouwelijk 17/22 V.3 Conclusie na vergelijking offertes
- Na vergelijking van de afgesloten contracten met de offertes voor de levering en de plaatsing van de onderzeese hoogspanningskabel en het hoogspanningstation, stelt de CREG vast dat de kosten van de contracten af te sluiten met ABB en STX redelijk zijn. Bijgevolg moet hiermee volledig rekening worden gehouden voor de vaststelling van het bedrag voor de financiering van de onderzeese kabel door de netbeheerder.
- Conform het maximumscenario voorzien in artikel 7, §2 van de elektriciteitswet ontvangt Rentel een financiering van 25.000.000,00 EUR en wordt de minimumprijs voor de geproduceerde windenergie verhoogd met 12,00 EUR/MWh.
- Indien na deze beslissing zou blijken dat bepaalde assets worden doorverkocht aan de netbeheerder in kader van het Modular Offshore Grid, wordt de financiering van 25.000.000,00 EUR en de verhoging van de minimumprijs met 12,00 EUR/MWh door de CREG herzien op basis van de verkoopprijs. Niet-vertrouwelijk 18/22 VI. OPSCHORTENDE VOORWAARDE
- Op grond van artikel 108, §3, van het VWEU kan een lidstaat van de Europese Unie de geplande steunmaatregelen niet tot uitvoering brengen alvorens de procedure tot een eindbeslissing van de Europese Commissie heeft geleid. Deze bepaling bevat de regel die doorgaans de standstill-verplichting wordt genoemd. Onder “tenuitvoerlegging” verstaat men niet alleen de feitelijke betaling van de steun, maar eerder het moment waarop het recht op steun wordt toegekend krachtens de nationale wetgeving
- Indien deze verplichting niet wordt nageleefd door de lidstaat, zal de toegekende steun – d.w.z. de beslissing tot verlening van de steun – als onwettig worden beschouwd. Elke instantie van de lidstaat is gebonden aan deze verplichting. De CREG moet, in haar hoedanigheid als administratieve, onafhankelijke autoriteit, ook de standstill-bepaling eerbiedigen.
- In principe geldt de standstill-bepaling pas na kennisgeving van het steunproject aan de Europese Commissie. Op de dag van vaststelling van deze beslissing had deze kennisgeving, naar weten van de CREG, nog niet plaatsgevonden. Uit het aan de Europese Commissie voorgelegde voorafgaande kennisgevingsdossier blijkt dat de Belgische Staat heeft verzocht om toepassing, voor dit dossier, van de vereenvoudigde procedure bedoeld in artikel 4 van Verordening nr. 784/2004 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 659/1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag. In een dergelijk geval is de voorafgaande kennisgeving van het dossier verplicht. Onder deze omstandigheden, waarbij voorafgaande kennisgeving verplicht is, moet de stillstand-bepaling worden beschouwd als van toepassing zijnde vanaf de voorafgaande kennisgeving van het dossier, en deze bepaling geldt niet alleen voor de Belgische Staat, maar ook voor de CREG, vanaf het moment dat laatstgenoemde een beslissing moet nemen over een van de elementen van de steunregeling, zoals van tevoren meegedeeld aan de Europese Commissie. 4 Zie o.a. HvJ-EU, Magdeburger Mühlenwerke, zaak C-129/12, van 21 maart 2013, §
- Niet-vertrouwelijk 19/22
- De CREG moet in dit geval een beslissing nemen omtrent de toepassing, op de N.V. Rentel, van een tegemoetkoming in de kostprijs van de onderzeese kabel waarbij (i) de titularis van de offshore concessie, via de beheerder van het transmissienet voor elektriciteit, een financiering ontvangt ten bedrage van 25.000.000,00 EUR, en
(2)de minimumprijs voor de door Rentel geproduceerde windenergie wordt verhoogd met 12,00 EUR/MWh. Dit steunmechanisme voor de kosten van de onderzeese kabel is opgenomen in het toegezonden voorafgaande kennisgevingsdossier aan de Europese Commissie. Bovendien blijkt uit artikel 7, §2, leden 1 en 2, van de elektriciteitswet dat de beslissing van de CREG die is waarbij het recht op steun is toegekend. 48. Uit het voorgaande blijkt dat de standstill-bepaling van toepassing is op deze beslissing. De CREG zou deze bepaling overtreden als zij aan de N.V. Rentel onvoorwaardelijk het recht op de steunregeling voor de onderzeese kabel toekent. Daarentegen is er niets tegen het koppelen van de inwerkingtreding van deze beslissing aan een positieve beslissing van de Europese Commissie over het steunmechanisme waarop deze beslissing betrekking heeft. Deze beslissing treedt derhalve alleen in werking op de datum waarop de Europese Commissie een besluit neemt waaruit blijkt dat de steunmaatregel voor de onderzeese kabel waarop deze beslissing is gebaseerd en de individuele toepassing ervan ten aanzien van de N.V. Rentel in deze beslissing, geen staatssteun of met de interne markt verenigbare staatssteun is, dan wel op de datum waarop de Europese Commissie geacht wordt zulk besluit te hebben genomen. Niet-vertrouwelijk 20/22 VII. CONCLUSIE Gelet op artikel 7, § 2, tweede lid, van de elektriciteitswet waarin wordt bepaald dat de netbeheerder instaat voor één derde van de kostprijs van de onderzeese kabel (met inbegrip van de aansluitingsinstallaties, de uitrustingen en de aansluitingsverbindingen) met een maximumbedrag van €25.000.000,00 bij toestemming voor een rechtstreekse aansluiting; Gelet op de rol van de CREG, zoals bepaald in artikel 7, § 2, eerste lid, van de elektriciteitswet, die de controle inhoudt van de door de netbeheerder voor de financiering in aanmerking te nemen totale kosten; Gelet op het feit dat het vermogen van het door Rentel geplande windmolenpark 216 MW overschrijdt; Gelet op aanvraagdossier van 15 april 2016; Gelet op de aanvullende informatie ontvangen op 28 april en 2 mei 2016; Gelet op voorgaande analyse; Overwegende dat de rol van de CREG in deze beslissing geen betrekking heeft op de controle van de naleving van de reglementering betreffende de overheidsopdrachten waaraan Rentel in het kader van de aanbestedingsprocedure is onderworpen en zich beperkt tot de controle van de totale kosten in aanmerking te nemen voor de bijdrage op basis van de offertes opgeleverd door Rentel; Overwegende dat de contracten van ABB en STX betrekking hebben op kostenelementen bedoeld in artikel 7, § 2 van de elektriciteitswet, dat het totale bedrag ervan oploopt tot [VERTROUWELIJK] en dat dit, na controle door de CREG, als redelijk kan worden beschouwd; Onder voorbehoud van de naleving van de voorwaarden bedoeld in artikel 7, § 2, lid 4 en 5 van de elektriciteitswet; Op voorwaarde dat de CREG per aangetekende brief een exemplaar ontvangt van de overeenkomst die de netbeheerder en Rentel NV dienen te sluiten overeenkomstig artikel 7, §2, lid 8, van de elektriciteitswet; Niet-vertrouwelijk 21/22 Beslist de CREG dat het bedrag van de financiering van de onderzeese kabel door de netbeheerder 25.000.000,00 EUR bedraagt. Deze financiering wordt over vijf jaar gespreid, a rato van één vijfde per jaar te storten vanaf de maand volgend op de aanvang van de eerste werken en elk volgend jaar op dezelfde datum. Deze financiering wordt herbekeken wanneer Rentel niet de kosten draagt voor de onderzeese kabel (met inbegrip van de aansluitingsinstallaties, de uitrustingen en de aansluitingsverbindingen) tengevolge een verkoop van de assets aan de netbeheerder in kader van de realisatie van het Modular Offshore Grid. Deze beslissing treedt derhalve alleen in werking op de datum waarop de Europese Commissie een besluit neemt waaruit blijkt dat de steunmaatregel voor de onderzeese kabel waarop deze beslissing is gebaseerd en de individuele toepassing ervan ten aanzien van de N.V. Rentel in deze beslissing, geen staatssteun of met de interne markt verenigbare staatssteun is, dan wel op de datum waarop de Europese Commissie geacht wordt zulk besluit te hebben genomen. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijk Marie-Pierre FAUCONNIER Voorzitster van het Directiecomité 22/22