Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS EINDBESLISSING (B)160908-CDC-1508 over “het door de NV Fluxys Belgium voorgestelde standaard DNB-aansluitingscontract (d.w.z. voor de aansluiting van de distributienetbeheerders op het aardgasvervoersnet)” genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen en artikel 107 van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas 8 september 2016 INHOUDSOPGAVE I. INLEIDING ................................................................................................................... 3 II. FEDERAAL WETTELIJK KADER ................................................................................. 4 III. II.1 Het standaard DNB-aansluitingscontract ................................................................. 4 II.2 Toetsingscriteria ...................................................................................................... 6 II.3 Inwerkingtreding van het standaard DNB-aansluitingscontract ................................ 6 ANTECEDENTEN ........................................................................................................ 6 III.1 Algemeen ................................................................................................................ 6 III.2 Raadpleging ............................................................................................................ 7 IV. BEOORDELING ..........................................................................................................10 IV.1 Standaard DNB-aansluitingscontract ......................................................................10 IV.2 Inwerkingtreding van het standaard DNB-aansluitingscontract ...............................32 V. BESLISSING ...............................................................................................................33 VI. BIJLAGE 1 ..................................................................................................................36 I. INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen (hierna : de gaswet), de aanvraag tot goedkeuring van de NV Fluxys Belgium van het standaard aansluitingscontract Fluxys Belgium/DNB met zijn bijlagen. Deze aanvraag werd door de NV Fluxys Belgium (hierna: Fluxys Belgium) per brief van 9 november 2015 bij de CREG per drager met ontvangstbewijs ingediend. In de begeleidende brief van 9 november 2015, ontvangen op dezelfde datum, stelt Fluxys Belgium dat het huidige standaard DNB-aansluitingscontract, in het kader van de naleving van de gedragscode, tot doel heeft de Samenwerkingsovereenkomst ondertekend in 2006 tussen Fluxys en de distributienetbeheerders, die de contractuele relaties tussen de partijen behandelde, te vervangen. Fluxys Belgium verklaart verder dat dit standaard DNB-aansluitingscontract, gebaseerd op deze bestaande overeenkomst, het voorwerp heeft uitgemaakt van overleg tussen Fluxys Belgium, de distributienetbeheerders en de regionale regulatoren via Forbeg en de diensten van de CREG teneinde deze af te stemmen op de gedragscode. Fluxys Belgium meldt ten slotte dat dit contract het voorwerp uitmaakte van een raadpleging tussen 9 februari en 9 maart 2015 en voegt het consultatieraport toe als bijlage. Deze beslissing bestaat uit zes delen, meer bepaald deze inleiding, het federaal wettelijk kader van de beslissing, de antecedenten ervan, de beoordeling van de vraag tot goedkeuring, het besluit en de bijlage met name het voorstel ter goedkeuring. Deze beslissing werd genomen door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 8 september
- 3/36 II. FEDERAAL WETTELIJK KADER II.1 Het standaard DNB-aansluitingscontract
- Met toepassing van artikel 105, §1, van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallaties voor aardgas en de LNG-installaties en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas (hierna: de gedragscode) stelt de beheerder van het aardgasvervoersnet een standaard DNBaansluitingscontract op dat, evenals de eventuele wijzigingen ervan, onderworpen is aan de goedkeuring van de CREG met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de gaswet. Dit standaard DNB-aansluitingscontract omvat in elk geval de respectieve rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden van partijen, de procedures in verband met alle aspecten van de exploitatie die een invloed kunnen hebben op de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van de netten en van de aansluitingswerken alsook de procedures ter garantie van de vertrouwelijkheid van de uitgewisselde gegevens.
- Verder bepaalt artikel 105, §2, van de gedragscode dat het standaard DNB- aansluitingscontract geen uitdrukkelijk ontbindende bedingen in hoofde van de beheerder van het aardgasvervoersnet mag bevatten behalve in de gevallen waarin de beheerder de toegang kan weigeren overeenkomstig de gaswet. Ingevolge artikel 105, §3, van de gedragscode tenslotte kan het standaard DNBaansluitingscontract voorzien dat dit contract kan gewijzigd worden door de beheerder van het aardgasvervoersnet na de goedkeuring door de CREG conform artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de gaswet en in de mate dat deze wijzigingen identiek zijn voor het geheel van de in uitvoering zijnde contracten en dat deze allen op dezelfde kalenderdag ingaan. De wijzigingen bedoeld in het vorige lid worden van toepassing binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de teneur van de geplande wijzigingen en de imperatieven verbonden aan de betrouwbaarheid, de veiligheid en de efficiëntie van het vervoernet.
- De CREG keurt met toepassing van artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet 1 de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de vervoernetten goed. Sedert de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen2 wordt de term “belangrijkste voorwaarden” 1 Zie ook artikel 29, §1, van de gedragscode; 2 B.S., 28 december 2006; 4/36 in artikel 1, 51°, van de gaswet gedefinieerd als “het standaardcontract voor de toegang tot het vervoersnet en de daarmee verbonden operationele regels”. De belangrijkste voorwaarden vallen voor de toepassing van de gedragscode uiteen in de standaardcontracten (waaronder het standaard DNB-aansluitingscontract) en de toegangsreglementen voor aardgasvervoer, LNG en opslag (artikel 3 van de gedragscode).
- Volledigheidshalve worden de artikelen 93 tot 95 van de gedragscode, die specifiek betrekking hebben op de relatie tussen de distributienetbeheerder en de beheerder van het aardgasvervoersnet, vermeld: Art.
- §
- De distributienetbeheerder kan met het oog op het voldoen aan stijgende capaciteitsbehoeften op het distributienet, het garanderen van de bevoorradingszekerheid en het voldoen aan door de overheid opgelegde verplichtingen aan de beheerder van het aardgasvervoersnet de aanpassing van bestaande aardgasontvangststations en/of de oprichting van bijkomende aardgasontvangststations vragen. §
- Hiertoe stelt de distributienetbeheerder alle relevante informatie ter beschikking van de beheerder van het aardgasvervoersnet. Art.
- §
- De beheerder van het aardgasvervoersnet stelt voor de distributienetbeheerders die een verzoek bedoeld in artikel 93 aan hem richten een voorstel voor aansluiting of wijziging van de bestaande aansluiting op. Dit voorstel, dat rekening houdt met de criteria bedoeld in § 3, omvat een offerte voor aansluiting of wijziging van de aansluiting en de voorwaarden en het tijdsbestek voor de aansluiting of wijziging ervan. §
- Het standaard DNB-aansluitingscontract bedoeld in artikel 105 met inbegrip van het voorstel voor aansluiting wordt ter ondertekening aan de distributienetbeheerder overgemaakt binnen de termijnen voorzien in de aansluitingsprocedure bedoeld in artikel
- Het voorstel voor wijziging van de aansluiting wordt ter ondertekening aan de distributienetbeheerder overgemaakt binnen de termijnen voorzien in de aansluitingsprocedure bedoeld in artikel
- §
- Bij het opstellen van het voorstel voor aansluiting of wijziging van de aansluiting houdt de beheerder van het aardgasvervoersnet onder andere rekening met de volgende criteria : 1° technisch-economische criteria en de economische verantwoording van het investeringsproject; 2° de bijdrage van het investeringsproject in de globale ontwikkeling van het bestaande aardgasvervoersnet en van de bestaande distributienetten voor aardgas; 3° de invloed van het investeringsproject op de gereguleerde tarieven voor de vervoersdiensten rekening houdend met de gewenste toekomstige penetratiegraad in de respectieve distributiezones en de expansiepolitiek van regionale overheden. Art.
- De beheerder van het aardgasvervoersnet stelt de aansluitingsprocedure voor distributienetbeheerders op die de door de beheerder gevolgde procedure en indicatieve timing bevat vanaf het ogenblik van de indiening van aanvragen bedoeld in artikel 93 tot het opstellen en verzenden van een voorstel van aansluiting of wijziging ervan aan de distributienetbeheerders. De beheerder maakt deze procedure bekend op zijn website. 5/36
- Tot slot wordt gewezen op artikel 107, tweede lid, van de gedragscode, dat bepaalt dat de CREG, rekening houdend met gewijzigde marktomstandigheden, met inbegrip van nieuwe of gewijzigde wet- en regelgeving, en/of met haar evaluatie van de marktwerking, de beheerder de opdracht kan geven om onder meer de goedgekeurde standaardcontracten (met inbegrip van het standaard DNB-aansluitingscontract) aan te passen en daartoe een voorstel tot wijziging ter goedkeuring aan haar voor te leggen. II.2 Toetsingscriteria
- Uit de relevante bepalingen van de gaswet blijkt dat de goedkeuringsbevoegdheid van de CREG dient te worden gekaderd binnen haar “algemene taak van toezicht en controle op de toepassing van de betreffende wetten en reglementen”
- II.3 Inwerkingtreding van aansluitingscontract
- Artikel 107, eerste lid, het standaard van de gedragscode bepaalt DNB- dat goedgekeurde standaardcontracten en wijzigingen ervan, samen met de datum van inwerkingtreding, onverwijld bekend gemaakt worden op de website van de betrokken beheerder en dat de CREG in haar beslissing tot goedkeuring de datum bepaalt waarop zij in werking treden. III. ANTECEDENTEN III.1 Algemeen
- Fluxys Belgium organiseerde een raadpleging op haar website (www.fluxys.com) over het standaard DNB-aansluitingscontract, die toegankelijk was in de sectie “Diensten voor bedrijven aangesloten op ons net” onder de rubriek “Openbare distributie: aansluiting aanvragen of aanpassen”. De raadplegingsperiode liep van 9 februari 2015 tot 9 maart
- Fluxys Belgium maakte de documenten en informatie betreffende de raadpleging, het ontvangen antwoord van een marktpartij alsmede een reactie op dit antwoord, over aan de CREG per brief van 9 november
- 3 Zie artikel 15/14, §2, eerste lid, van de gaswet; 6/36 Fluxys Belgium gaf op haar website aan dat het ontwerp van standaard DNBaansluitingscontract op schriftelijk verzoek kon worden bekomen. Er werd een e-mail door Fluxys Belgium verstuurd in verband met het lanceren van de openbare raadpleging – volgens verklaring van Fluxys Belgium – aan de vertegenwoordigers van Eandis, Resa, Synergrid zelf, Sibelga, Interregies, Infrax en Ores. Fluxys Belgium heeft de consultatieprocedure afgerond en het DNB-aansluitingscontract aangepast in overleg met de vertegenwoordigers van de DNB’s binnen Synergrid, rekening houdend met de opmerkingen en suggesties ontvangen tijdens de consultatie. De finale documenten werden aan de CREG overgemaakt. De CREG heeft deze documenten voor commentaar eveneens overgemaakt aan de regionale regulatoren. De documenten, aangevuld met de voorgestelde aanpassingen, werden besproken tijdens werkgroepvergaderingen van de werkgroep gas binnen Forbeg. Finale input van de regionale regulatoren werd ontvangen eind augustus 2015 en door de werkgroep overgemaakt aan Fluxys Belgium. Aansluitend heeft Fluxys Belgium aanpassingen voorgesteld om aan deze opmerkingen tegemoet te komen. Deze werden mee geïntegreerd in het finale voorstel zoals ingediend op 9 november
- III.2 Raadpleging
- Het directiecomité van de CREG besliste, op grond van artikel 23, §1, van zijn huishoudelijk reglement, bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad op 14 december 2015 en op haar website (http://www.creg.be/nl/organisat.html), in het kader van de eindbeslissing over dit dossier, om, met toepassing van artikel 33, §1, van zijn huishoudelijk reglement, een openbare raadpleging te organiseren op de website van de CREG gedurende vier weken van 12 mei 2016 (middernacht CET) tot en met 9 juni 2016 (middernacht CET) over zijn ontwerpbeslissing met als bijlage het voorstel van standaard DNB-aansluitingscontract.4
- Met toepassing van artikel 40, 2°, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG organiseert de CREG geen openbare raadpleging in het kader van een beslissing wanneer de beheerder reeds een effectieve openbare raadpleging organiseerde over het voorwerp van de beslissing van het directiecomité van de CREG. In dat geval zorgt het directiecomité van de CREG ervoor dat het geheel van documenten en 4 Zie website CREG: http://www.creg.info/pdf/Opinions/2016/B1508/PRD1508NL.pdf 7/36 informatie betreffende de raadpleging, de antwoorden alsmede een verslag waarin geantwoord wordt op de ontvangen opmerkingen, aan hem worden overgemaakt. Er is sprake van een “effectieve openbare raadpleging” indien deze plaatsvond op de website van de organisator ervan, waarbij alle partijen die geregistreerd zijn op deze website onverwijld per nieuwsbrief of e-mailbericht geïnformeerd worden van het lanceren van de raadpleging, die gemakkelijk toegankelijk is vanuit de startpagina van deze website, die voldoende gedocumenteerd is en die een redelijke antwoordtermijn laat (artikel 40, laatste lid, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG). In voorliggend geval organiseerde Fluxys Belgium met toepassing van artikel 108 van de gedragscode een raadpleging op haar website (www.fluxys.com) van 9 februari 2015 tot 9 maart 2015, die toegankelijk was in de sectie “Diensten voor bedrijven aangesloten op ons net” onder de rubriek “Openbare distributie: aansluiting aanvragen of aanpassen” (niet in de rubriek “Aansluitingsovereenkomst - marktbevraging”), zonder aanduiding in de titel van deze rubriek of op een andere manier dat daarin een marktconsultatie lopende was. Fluxys Belgium stelde het ontwerp van standaard DNB-aansluitingscontract niet ter beschikking op haar website, maar gaf op haar website aan dat het ontwerp van standaard DNBaansluitingscontract op schriftelijk verzoek kon worden bekomen. Er werd verder geen e-mail of nieuwsbrief door Fluxys Belgium verstuurd in verband met het lanceren van de openbare raadpleging naar de partijen die geregistreerd zijn op deze website, doch enkel – volgens verklaring van Fluxys Belgium – aan de vertegenwoordigers van Eandis, Resa, Synergrid zelf, Sibelga, Interregies, Infrax en Ores. Deze laatste vereiste wordt nochtans uitdrukkelijk voorzien in artikel 40 van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG.
- Gelet op wat voorafgaat, maakte de door Fluxys Belgium uitgevoerde raadpleging geen effectieve openbare raadpleging uit als voorwaarde voor het directiecomité van de CREG om niet zelf een openbare raadpleging te houden voorafgaand aan zijn beslissing, zoals bedoeld in artikel 40, 2°, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG. De CREG besliste derhalve, met toepassing van artikel 33, §1, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG, om een openbare raadpleging te organiseren over haar ontwerpbeslissing, met als bijlage het voorstel van standaard DNB-aansluitingscontract van Fluxys Belgium. De CREG gaf de regionale regulatoren, zijnde VREG, CWaPE en BRUGEL, voordien reeds de gelegenheid bezwaren of opmerkingen bij het ontwerp van standaard DNBaansluitingscontract over te maken vanuit het oogpunt van de conformiteit ervan met de regionale wetgeving per brief van 25 juni 2015 (tot 17 augustus 2015). Het voorstel van standaard DNB-aansluitingscontract houdt rekening met hun opmerkingen. 8/36
- De CREG ontving per e-mail van 9 juni 2016 van FEBEG-opmerkingen en voorstellen met betrekking tot de door de CREG ter consultatie voorgelegde documenten. FEBEG meldt dat deze niet vertrouwelijk zijn. De door FEBEG geformuleerde opmerkingen en voorstellen worden behandeld in deel IV “BEOORDELING” van deze beslissing. 9/36 IV. BEOORDELING
- Hierna wordt eerst ingegaan op het op 9 november 2015 door Fluxys Belgium voorgestelde standaard DNB-aansluitingscontract (deel IV.1). Fluxys Belgium maakt zowel de Nederlandstalige als de Franstalige versie van het contract ter goedkeuring over. De CREG beoordeelt in deze beslissing beide taalversies. Deze beoordeling houdt echter geen verklaring van taalkundige eensluidendheid in van de CREG; zulks blijft de verantwoordelijkheid van Fluxys Belgium. Duidelijke taalkundige inconsistenties tussen beide tekstversies zal de CREG hierna weliswaar opmerken. Vervolgens wordt ingegaan op de datum van inwerkingtreding van dit standaard DNB-aansluitingscontract (deel IV.2). IV.1 Standaard DNB-aansluitingscontract Preambule
- In de preambule worden de contracterende partijen gepreciseerd, nl. enerzijds de DNB, zijnde de onderneming die is aangewezen als beheerder van een Aardgasdistributienet overeenkomstig het relevante decreet of de relevante ordonnantie, en anderzijds Fluxys Belgium, conform de Gaswet de aangewezen Beheerder van het aardgasvervoersnet en van de opslaginstallatie voor aardgas van wie het aardgasvervoersnet verbonden is met het betreffende Aardgasdistributienet van de DNB. Vervolgens wordt de beweegreden voor het sluiten van een standaard DNB- aansluitingscontract vermeld, meer bepaald de partijen bij dit contract in staat stellen hun taken uit te voeren overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen rekening houdend met het feit dat het aardgasdistributienet gekoppeld is aan het aardgasvervoersnet. Er wordt tevens aangegeven dat dit standaard DNB-aansluitingscontract ook “Samenwerkingsovereenkomst” genoemd wordt in de relevante regionale wetgeving. Wat betreft de verwijzingen in dit kader naar de regionale technische reglementen vallen een paar inconsistenties op tussen de Nederlandstalige en de Franstalige versie van het contract: - In de Nederlandstalige versie is ten onrechte sprake van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 mei 2014 voor het beheer van het aardgasdistributienet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de toegang ertoe; dit moet zijn “het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 23 mei 2014 tot vaststelling van het technisch reglement voor het beheer van het gasdistributienet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de toegang ertoe” (eigen nadruk); 10/36 - In de Nederlandstalige en de Franstalige versie is wat betreft de verwijzing naar het besluit van de Waalse Regering van 12 juli 2007 ten onrechte sprake van “aardgasdistributienetten”/”réseaux de distribution de gaz naturel”; deze woorden moeten worden vervangen door “gasdistributienetten” resp. “réseaux de distribution de gaz”; - Er bestaat geen Franstalige versie van het besluit van de Vlaamse regering van 25 mei 2012; ook in de Franstalige versie van het contract past het om de titel van dit besluit in het Nederlands weer te geven, met eventueel een vrije vertaling naar het Frans. - De woorden “ou par tout autre texte équivalent en vigueur” in de derde alinea (aangeduid met zwart bolletje) in de Franstalige versie van het contract komen niet voor in de Nederlandstalige versie van het contract. Medewerkers van Fluxys Belgium hebben verklaard dat van de Franstalige versie van het contract moet worden uitgegaan. Deze redactionele incoherenties moeten worden rechtgezet. Artikel
- VOORWERP
- In artikel 1 wordt bepaald dat dit Contract, inclusief de Bijlagen die integraal deel ervan uitmaken, onder meer als voorwerp hebben de respectievelijke rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden alsook de procedures met betrekking tot de uitwisseling van meetgegevens te definiëren en alle andere aspecten van de exploitatie die een directe of indirecte invloed kunnen hebben op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van de betrokken netten en aansluitingen, of op de vertrouwelijkheid van de uitgewisselde gegevens. Dit artikel is in overeenstemming met artikel 105, §1, van de gedragscode (zie paragraaf 1 van deze beslissing). Artikel
- DEFINITIES
- Fluxys Belgium heeft een lijst van begrippen gedefinieerd voor de toepassing van het standaard DNB-aansluitingscontract en de tussen de Partijen uitgewisselde documenten betreffende de toepassing van dit contract. Een aantal begrippen zijn ook reeds gedefinieerd in de gaswet en/of de gedragscode. Aangezien dit contract eveneens onderworpen is aan regionale wetgeving, heeft Fluxys Belgium ervoor geopteerd om de begrippen opnieuw te definiëren in het standaard DNBaansluitingscontract. Dit is bijvoorbeeld het geval voor de begrippen “Beheerder van het 11/36 Aardgasvervoersnet of VNB”, “Bevrachter”, “Aardgasvervoersnet”, “Leverancier” en “Ontvangstation”. Eénmaal wordt een ander begrip gehanteerd in het contract dan in de gedragscode, maar wordt wel de link gelegd met het overeenstemmende begrip gedefinieerd in de gedragscode. Dit is het geval wat betreft het begrip “VNB-Injectiepunt”. Dit begrip wordt in het contract gedefinieerd als “De fysische plaats van het punt waar het aardgas vanuit het Aardgasvervoersnet in het Aardgasdistributienet wordt geïnjecteerd en die bijgevolg de eigendoms- en verantwoordelijkheidsgrens uitmaakt tussen het Aardgasvervoersnet en het Aardgasdistributienet zoals bepaald in punt 5 « Bijzondere Voorwaarden ». Deze notie is eveneens hernomen in de Gedragscode onder de benaming “aansluitingspunt””. Het begrip “aansluitingspunt” wordt in artikel 1, §2, 49°, van de gedragscode gedefinieerd als “het fysieke punt van het aardgasvervoersnet nader bepaald op het inplantingsplan in bijlage bij het standaard (DNB-) aansluitingscontract, waar het aardgasontvangststation aangesloten is op het aardgasvervoersnet. Tenzij anders overeengekomen tussen de beheerder van het aardgasvervoersnet en respectievelijk de eindafnemer of de distributienetbeheerder, is het aansluitingspunt identiek met het afnamepunt”. De CREG heeft hiertegen, in het bijzonder gelet op het feit dat het huidige contract zowel aan bod komt in de federale als de regionale wetgeving, geen bezwaar doch benadrukt dat voor de toepassing van de gaswet en de gedragscode onverminderd de daarin gedefinieerde begrippen gelden.
- De definities van de begrippen “Gaswet”, “Gedragscode”, “Koninklijk besluit van 23 februari 1984”, “Richtlijn 2009/73” verwijzen naar de overeenkomstige reglementeringen en roepen derhalve geen vragen op.
- Het begrip “Voorzichtige en Redelijke Operator” wordt gedefinieerd als volgt: “Partij die zijn contractuele verplichtingen te goeder trouw vervult en die daarbij: - blijk geeft van een mate van voorzichtigheid, voorzorg, bekwaamheid en zorg die redelijkerwijs kan worden verwacht van een ervaren persoon die actief is in dezelfde soort activiteiten en zich in dezelfde of vergelijkbare omstandigheden bevindt ; - de van kracht zijnde regelgeving naleeft; - de regels van de kunst respecteert, en - rekening houdt met de belangen van de andere partijen.” 12/36 Deze definitie, waarbij uitgegaan wordt van het beginsel van de goede trouw en de toetsing gebeurt aan een ervaren persoon die actief is in dezelfde soort activiteiten en zich in dezelfde of vergelijkbare omstandigheden bevindt, is aanvaardbaar voor de CREG. Artikel
- ALGEMENE VOORWAARDEN Artikel 3.1 Uurcapaciteit ter beschikking gesteld van de DNB
- Fluxys Belgium verbindt zich ertoe om aan elk Ontvangstation een maximale uurcapaciteit in m³(n)/h ter beschikking te stellen van de DNB, die onder meer rekening houdt met de aardgasbehoeften van alle DNB-Eindafnemers op basis van zijn vooruitzichten bedoeld in artikel 3.17.
- Bij de uitwerking verwijst Fluxys Belgium expliciet naar de artikelen 93 en 94 van de gedragscode.
- Tijdens de openbare raadpleging georganiseerd door de CREG ontving de CREG van FEBEG de hiernavolgende opmerkingen en voorstellen met betrekking tot de artikelen 3.1 en 3.17.1 (zie ook deel III.
- “Raadpleging” van deze beslissing).
- Met betrekking tot de wijze waarop de uurcapaciteit ter beschikking wordt gesteld van de DNB stelt FEBEG het volgende: “De artikelen 3.1 en 3.17.1 van het voorstel van standaard DNB-aansluitingscontract hebben betrekking op het bepalen van de uurcapaciteit ter beschikking gesteld van de DNB. Bovenstaande artikelen beschrijven hoe de DNB de aardgasbehoeften van de eindafnemers in kaart brengen, hoe ze hierover in overleg treden met de transportnetbeheerder (TNB) en hoe zij dit dan samen vertalen in uurcapaciteit ter beschikking gesteld van de DNB. De TNB en de DNB overleggen ook over het afstemmen van hun investeringen om aan de piekvraag te kunnen voldoen. Het standaard DNB-aansluitingscontract geeft dan ook bijzonder veel vrijheid aan de netbeheerders voor het inschatten van de piekvraag en de gerelateerde investeringen. De kosten die het gevolg zijn van deze inschattingen zullen natuurlijk wel door de netgebruikers moeten gedragen worden: overschattingen en overbodige investeringen dienen dan ook vermeden te worden. Om deze reden stelt FEBEG voor om (i) het proces voor het inschatten van de piekvraag transparanter te maken, om (ii) de netgebruikers - bijvoorbeeld door marktconsultaties over bepaalde hypotheses - bij dit proces te betrekken en om (iii) op regelmatige tijdstippen - in overleg met de marktpartijen - een studie naar de piekvraag uit te voeren, naar analogie met de toereikendheidsstudies die Elia jaarlijks uitvoert. In het kader van een dergelijke studie zou 13/36 bijvoorbeeld het potentieel aan vraagbeheer in kaart kunnen gebracht worden: het afvlakken van pieken in het gasverbruik door middel van vraagbeheer kan de investeringskosten drukken.”
- Met betrekking tot de doorrekening van de kosten van de uurcapaciteit ter beschikking gesteld van de DNB stelt FEBEG het volgende: “FEBEG stelt ook vast dat de kosten van uurcapaciteit ter beschikking gesteld van de DNB worden meegenomen in de energieprijs terwijl de overige kosten van de DNB als distributietarieven worden doorgerekend aan de klant. Om tot een coherente en consistente aanpak van zowel de transport- als de distributietarieven te komen, stelt FEBEG voor om de manier waarop de transportkosten worden doorgerekend aan de distributienetgebruikers aan te passen. Het spreekt voor zich dat een wijziging van de doorrekening van de transportkosten eerst en vooral in het belang van de eindgebruiker moet gebeuren: de transportkosten moeten transparanter gemaakt worden naar de eindgebruiker toe, maar tegelijk streven de bevrachters naar standaardisatie en zijn ze bereid om de competitie op de transportkosten op te geven. Een transparant tarief dat rechtstreeks - één op één - wordt toegepast op de factuur naar de eindgebruiker heeft daarom veel voordelen: de transportkosten worden auditeerbaar, er is geen nood aan complexe processen voor monitoring, de aannames die elke bevrachter maakt (klimaat, conversie van kW naar kWh, ...) worden geharmoniseerd en transparant, de administratieve en operationele lasten voor de bevrachters worden beperkt, ... Aangezien de inherente risico's (klimaat, ...) hetzelfde blijven, zullen ook de totale kosten die aan de klant doorgerekend worden hetzelfde blijven. Het gaat er dus vooral om hoe de transportkosten op de meest transparante en controleerbare manier kunnen doorgerekend worden in het belang van de eindklant. Om deze redenen wenst FEBEG nogmaals te pleiten voor de invoering - zoals voor elektriciteit en zoals bijvoorbeeld in Duitsland - van het cascadesysteem, namelijk de TNB die de transportkosten factureert aan de DNB en de DNB die deze transportkosten integreert in de distributietarieven. FEBEG blijft ervan overtuigd dat dit het meest voordelige mechanisme is dat toelaat om de tarieven af te stemmen in functie de eindklant en dat maximale transparantie biedt naar de eindklant.”
- Wat betreft de opmerkingen en voorstellen van FEBEG betreffende de wijze waarop de uurcapaciteit ter beschikking wordt gesteld van de DNB verwijst de CREG naar het door 14/36 haar goedgekeurde Toegangsreglement voor aardgasvervoer5 van Fluxys Belgium dat onder Bijlage B - Onderschrijving en Toewijzing van diensten - punt 4.7.1, vermeldt dat de piekvraag om het distributienetwerk in België te bevoorraden wordt bepaald ieder jaar tegen 15 mei voor het komende jaar in functie van de winteranalyse (november jaar y-1 tot en met februari jaar y). Daarbij wordt de minste kwadratenmethodologie gebruikt om de vereiste hoeveelheden te berekenen bij een equivalente temperatuur van -11 °C met een risico van 1%, rekening houdend met de dagelijkse globale distributie capaciteit van de afgelopen 5 jaar en rekening houdend met een groeifactor. Deze methode werd door middel van ter beschikking gestelde presentaties tijdens infosessies (o.a. tijdens een vraag- en antwoordsessie op 14 november 2011) georganiseerd door Fluxys Belgium ter voorbereiding van de inwerkingtreding van het Entry-Exit model, aan de marktpartijen uitgelegd. Met betrekking tot de investeringsbeslissingen geldt de aansluitingsprocedure voor distributienetbeheerders6 die beschrijft hoe de DNB een verzoek om een nieuwe aansluiting te bouwen of een bestaande aansluiting te wijzigen moet indienen en de regels die Fluxys Belgium hierbij moet volgen om te beantwoorden aan bovenstaand verzoek. Bij het opstellen van het voorstel voor aansluiting of wijziging van de aansluiting houdt de beheerder van het aardgasvervoersnet zoals vastgelegd in artikel 94, §3, van de gedragscode rekening met onder andere volgende criteria: - technisch-economische criteria en de economische verantwoording van het investeringsproject; - de bijdrage van het investeringsproject in de globale ontwikkeling van het bestaande aardgasvervoersnet en van de bestaande distributienetten voor aardgas; - de invloed van het investeringsproject op de gereguleerde tarieven voor de vervoersdiensten rekening houdend met de gewenste toekomstige penetratiegraad in de respectieve distributiezones en de expansiepolitiek van regionale overheden.
- De CREG aanvaardt de voorgestelde artikelen 3.1 en 3.17.1 omdat ze in overeenstemming zijn met de geldende bepalingen van de gedragscode, maar vraagt Fluxys Belgium om de marktpartijen op regelmatige tijdstippen te informeren over de wijze waarop de 5 Zie website Fluxys Belgium : http://www.fluxys.com/belgium/nlBE/Services/Transmission/Contract/~/media/Files/Services/Transmission/TermsConditions/Version20 160519/ACT_NL_Approved_20160519.ashx 6 Zie website Fluxys Belgium : http://www.fluxys.com/belgium/nl- BE/services/servicesforconnectedcompanies/newconnectionpublicdistribution/stages.aspx 15/36 piekvraag wordt berekend en na te gaan wat het potentieel aan vraagbeheer is. Indien hieruit blijkt dat dit potentieel relevant is vraagt de CREG Fluxys Belgium tevens de mogelijke impact hiervan op het afvlakken van pieken in het gasverbruik en de daarmee samenhangende mogelijke kostreducties te evalueren.
- Wat betreft de opmerkingen en voorstellen van FEBEG betreffende de doorrekening van de kosten van de uurcapaciteit ter beschikking gesteld van de DNB verwijst de CREG naar wat ze reeds meldde in haar brief aan FEBEG van van 9 oktober 2015: “Hoewel het invoeren van een cascade-systeem (voor aardgas) ook voordelen kan hebben, meent de CREG dat dit systeem niet de volledige transparantie biedt omdat enkel de kosten van de uitgangspunten, en niet van de ingangspunten, daarin verwerkt zijn.” De CREG is dus geen voorstander van dit systeem. Bovendien is er in het kader van de werkgroep “Transparantie van de leveranciersfactuur” FEBEG/CREG een akkoord bereikt om een door Fluxys Belgium gepubliceerde indicatieve transportkost te gebruiken. Daardoor verschijnt de transportkost transparant op de factuur in het belang van de eindgebruiker. Het is ook geen complexe operatie voor de leveranciers en de methode van berekening is aanvaard als een beste benadering. Indien iedere DNB haar transportkost zou berekenen zou dit leiden tot verschillende bedragen per DNB hetgeen niet tegemoet komt aan de vraag naar harmonisering van de tarieven. Tot slot wenst de CREG erop te wijzen dat het invoeren van het cascade systeem veel tijd zal vergen omdat een akkoord tussen de gewestelijke en federale regulatoren eerst dient bereikt te worden. Artikel 3.2 Kenmerken van het aardgas
- In deze sectie behandelt Fluxys Belgium op zeer gedetailleerde wijze de kenmerken van het vervoerde aardgas. De kenmerken van het aardgas maken deel uit van wat algemeen kan omschreven worden als de ‘gaskwaliteit’. De CREG heeft in het verleden betoogd dat het beheer van het aspect gaskwaliteit de uitsluitende en volledige verantwoordelijkheid is van Fluxys Belgium. De CREG verwijst hiervoor onder meer naar haar beslissingen7 (B)1204191149 van 19 april 2012 en (B)120510-CDC-1155 van 10 mei 2012 en naar paragraaf 45 e.v. van haar beslissing (B)150917-CDC-1457 van 17 september 2015 betreffende Bijlage 2, algemene voorwaarden van het Standaard Vervoerscontract. De CREG is van mening dat de bepalingen van artikel 3.2 niet discriminerend zijn voor betrokken partijen en hen geen bovenmatige verplichtingen opleggen. Daarom aanvaardt de CREG de bepalingen van artikel 3.2 in hun huidige vorm. 7 De genoemde beslissingen zijn beschikbaar op www.creg.be, in de rubriek “Sector”-“Publicaties”. 16/36 Artikel 3.3
- Druk, gastemperatuur en capaciteit Dit artikel behandelt, net zoals artikel 3.2, bepaalde aspecten van de kwaliteit van het aardgas. De CREG aanvaardt de bepalingen van artikel 3.3 in hun huidige vorm. Artikel 3.4
- VNB-Injectiepunt Dit artikel geeft een beschrijving van het begrip VNB-injectiepunt. De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. Artikel 3.5
- Ontvangstation Dit artikel bepaalt de vereisten waaraan een Ontvangstation, gedefinieerd als een VNB-Injectiepunt dat het Aardgasdistributienet bevoorraadt uitgezonderd noodvoeding, dient te voldoen en beschrijft eveneens een procedure voor het versterken, uitbreiden van de capaciteit van een Ontvangstation of de oprichting van een bijkomend Ontvangstation. De CREG heeft geen opmerkingen bij de definitie van het begrip “Ontvangstation”. Wel is zij van oordeel dat de contractspartijen de CREG en de regionale regulatoren moeten betrekken in het voorziene onderling overleg over de versterking, uitbreiding of toevoeging van een Ontvangstation. De CREG is immers van mening dat deze problematiek niet los gezien kan worden van het investeringsplan van zowel Fluxys Belgium als van de DNB. De versterking, uitbreiding of oprichting van een Ontvangstation dient daarom beoordeeld te worden in samenspraak met de regionale regulatoren. Fluxys Belgium dient daarbij ten andere ook rekening te houden met artikel 94, §3, van de gedragscode dat bepaalt dat de beheerder van het aardgasvervoersnet, bij het opstellen van het voorstel voor aansluiting of wijziging van de aansluiting, onder andere rekening houdt met de volgende criteria: 1° technisch-economische criteria en de economische verantwoording van het investeringsproject; 2° de bijdrage van het investeringsproject in de globale ontwikkeling van het bestaande aardgasvervoersnet en van de bestaande distributienetten voor aardgas; 3° de invloed van het investeringsproject op de gereguleerde tarieven voor de vervoersdiensten rekening houdend met de gewenste toekomstige penetratiegraad in de respectieve distributiezones en de expansiepolitiek van regionale overheden. De CREG verzet zich niet tegen de tekst van het voorstel, maar zij wijst erop dat deze binnen een ruimer kader dient te worden geïnterpreteerd. 17/36 Artikel 3.6
- Noodvoeding In artikel 3.6 wordt noodvoeding omschreven als een VNB-Injectiepunt voor uitzonderlijke gevallen teneinde de bevoorradingscontinuïteit te verzekeren en die bij normale exploitatieomstandigheden in gesloten toestand staat. De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. Artikel 3.7
- Meting van het aardgas Artikel 3.7 behandelt achtereenvolgens de meetinstallaties waar het ontvangst- en hulpstation mee uitgerust zijn, het nazicht, de ijking van de meetinstallaties, de periodieke registraties en de verzegeling van de toestellen. Fluxys Belgium heeft de afdeling 3.7.2 “periodieke registraties” weggelaten op verzoek van een marktpartij daar deze als niet noodzakelijk werd bevonden. De CREG heeft hierover geen opmerkingen. Artikel 3.8
- Odorisatie Zoals beschreven in artikel 3.8 is de DNB overeenkomstig de wet verantwoordelijk voor het verdelen van het geodoriseerd aardgas en voor de controle van de reukintensiteit. De DNB is daarbij gehouden om alle nuttige schikkingen te treffen opdat de odorisatie van het aardgas aan de criteria zou voldoen. De DNB kan na overleg met Fluxys Belgium beslissen de odorisering toe te vertrouwen aan Fluxys Belgium. Fluxys Belgium staat hiervoor open in de mate dat de odorisatie gebeurt door toevoeging van de odorant THT (Tetrahydrothiofeen). De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. Artikel 3.9
- Facturatie en Betaling Artikel 3.9 beschrijft de modaliteiten die tussen partijen van toepassing zijn betreffende facturatie en betaling. De CREG stelt vast dat, wat de facturatie betreft, de eenheden niet zijn afgestemd op deze gebruikt op het tariefblad, zoals goedgekeurd door de CREG. Daarom vraagt de CREG in artikel 4.1 “m³(n)” te vervangen door “hoeveelheden” en in artikelen 4.2.a.ii, 4.2.c.i en 4.3.a.i “m³(n)” te vervangen door “kWh”. Artikel 3.10
- Belastingen en taksen Artikel 3.10 bevat enkele bepalingen aangaande taksen en belastingen. De CREG heeft hierover geen opmerkingen. Artikel 3.11 Gasschaarste 18/36
- Artikel 3.11 beschrijft bepalingen die van toepassing zijn wanneer in sommige delen van het land de levering van aardgas aan de verbruikers in gevaar komt. Er wordt onder meer verwezen naar de acties van de Minister van Binnenlandse Zaken en/of van de federale Minister die bevoegd is voor energie, overeenkomstig het Ministerieel Besluit van 18 december 2013 dat het federale noodplan voor de aardgasbevoorrading vastlegt (B.S. 14 februari 2014). Dit MB Noodplan is een gevolg van SOS Verordening 994/
- Het MB Noodplan definieert ‘beschermde afnemers’ (artikel 2
(1)SOS Verordening 994/2010) als alle klanten aangesloten op de distributienetwerken. Zij genieten dus de leveringsnorm zoals gedefinieerd in artikel 8 van de SOS Verordening 994/
- Verder wordt er jaarlijks een SOS-monitoring gemaakt (gaswet, artikel 15/13, § 1) en 2-jaarlijks(update) een risico-analyse, een preventief actieplan, een noodplan (gaswet, artikel 15/14, § 6) door de bevoegde instantie SOS en in overleg met de CREG en inachtneming van de bevoegdheden van elkeen. De CREG is van mening dat het wettelijk kader ter waarborging van beschermde afnemers voldoende duidelijkheid biedt. Zij heeft verder geen opmerkingen. Artikel 3.12 Overmacht – Noodsituatie 3.12.1 Overmacht
- Het begrip “overmacht” wordt gedefinieerd als elke gebeurtenis of omstandigheid die zich op onvoorzienbare wijze en buiten de wil of nalatigheid van de contractspartijen voordoet. Verder wordt bepaald dat, binnen de voorwaarden beschreven in artikel 3.12.1, in geval van overmacht de contractspartijen geheel of gedeeltelijk ontheven zijn van hun respectieve verplichting tot vervoer en distributie van aardgas en in het bijzonder in een aantal gevallen die worden opgesomd (zoals brand, explosie, terroristische daden, beslissingen van de burgerlijke, administratieve of militaire overheden of van rechtbanken, de buitenwerkstelling van aardgasinstallaties ten gevolge van een aantal opgesomde situaties en te wijten aan daden van derden en buiten de controle van Fluxys Belgium of de DNB handelend als Voorzichtige en Redelijke Operator, staking, oproer, staat van oorlog). Worden daarenboven ook beschouwd als gevallen van overmacht de situaties van overmacht zoals bepaald in de Gewestelijke Technische Reglementen. Ingevolge een vraag van een regionale regulator werd aan de term “staking” toegevoegd dat het moet gaan om stakingen die de onmiddellijke onbeschikbaarheid hebben veroorzaakt van het aardgasvervoersnet of het aardgasdistributienet of van de installaties die er functioneel deel van uitmaken. 8 Verordening (EU) Nr. 994/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gaslevering en houdende intrekking van Richtlijn 2004/67/EG van de Raad; 19/36 Verder wordt bepaald dat een oorzakelijk verband moet bestaan tussen de omstandigheid en de onmogelijkheid om de contractuele verplichtingen na te komen. Voorts wordt bepaald dat Partijen elkaar dienen te ondersteunen en alle redelijke inspanningen dienen te leveren om hun contractuele verplichtingen na te komen en de gevolgen van een overmachtsituatie tot een minimum te beperken. Er wordt uitdrukkelijk bepaald dat Fluxys Belgium met het oog op het verzekeren van de continuïteit van de bevoorrading, aardgas van het type L ter beschikking mag stellen van de DNB in de netten die normaliter aangepast zijn aan het aardgas van het type H. In een dergelijk geval verwittigt Fluxys Belgium zo vlug mogelijk de DNB. Tot slot wordt voorzien in een aantal informatie- en overlegverplichtingen in hoofde van de contractspartijen in geval van overmacht. De zin “In bovenvermelde gevallen of omstandigheden, heeft geen enkele Partij recht op enige schadevergoeding”, werd weggelaten ingevolge een opmerking van een regionale regulator, aangezien een dergelijke bepaling eerder thuishoort in artikel 3.13 “Aansprakelijkheden” en aldaar ten andere reeds op meer gepaste wijze wordt verwoord waardoor het hier overbodig is (cf. artikel 3.13.1.3).
- De CREG stelt vast dat overmacht wordt gedefinieerd als situaties die onvoorzienbaar zijn, onafhankelijk van de wil of nalatigheid van partijen plaatsvinden en moeten leiden tot een onmogelijkheid om de contractuele verplichtingen na te komen. Ook de specifieke situaties die worden opgesomd, blijven onderworpen aan de voorwaarden beschreven in artikel 3.12.1, teneinde overmacht uit te maken (“Binnen de voorwaarden beschreven in dit artikel”), zoals ook toegelicht door de diensten van Fluxys Belgium. Zodoende wordt in dit artikel uitgegaan van de gemeenrechtelijke voorwaarden om van overmacht te kunnen spreken. De verbintenissen in hoofde van de contractspartijen tot onderlinge ondersteuning, beperking van de gevolgen van overmacht, tot het (opnieuw) nakomen van de contractuele verplichtingen, tot informatie en overleg, komen de CREG bovendien redelijk voor. Artikel 3.12.1 is derhalve voor de CREG aanvaardbaar. 3.12.2 Noodsituatie
- In artikel 3.12.2 wordt het begrip “noodsituatie” gedefinieerd als elke toestand die dringende reacties van de Partijen, handelend als een Voorzichtige en Redelijke Operator, vereisen om de verplichtingen verbonden aan het Contract na te leven. De precisering “gekwalificeerd als Overmacht of niet” na het woord “noodsituatie” werd weggelaten op vraag van een regionale regulator, omdat er geen reden is om over te gaan tot een dergelijke 20/36 kwalificatie gelet op het feit dat een situatie die resulteert uit Overmacht meteen als een noodsituatie wordt beschouwd op grond van het contract.
- Het betreft met name: De situatie die voortvloeit uit Overmacht waarbij maatregelen dienen te worden genomen die uitzonderlijk en tijdelijk zijn om aan de gevolgen van de Overmacht het hoofd te kunnen bieden teneinde de veilige en betrouwbare werking van het Aardgasvervoersnet en Aardgasdistributienet te kunnen vrijwaren of herstellen; Een situatie ten gevolge van een handeling van een bevoegde overheid die het opleggen van uitzonderlijke en voorlopige maatregelen aan Fluxys Belgium, de DNB, de Bevrachters, de Aardgasdistributienetgebruikers en/of de Leveranciers beoogt teneinde de veilige en betrouwbare werking van het Aardgasvervoersnet en Aardgasdistributienet te kunnen bewerkstelligen; Een situatie die voortvloeit uit een gebeurtenis die, hoewel zij volgens de huidige toestand van rechtspraak en rechtsleer niet als Overmacht kan worden aangeduid, een dringend en gericht optreden van Fluxys Belgium of de DNB vereist teneinde de veilige en betrouwbare werking van het Aardgasvervoersnet en Aardgasdistributienet te kunnen vrijwaren of herstellen, of verdere schade te voorkomen. In de eerste categorie van situaties (cf. onder het eerste zwarte bolletje) in de Franstalige versie wordt niet bepaald dat de daarin bedoelde situatie moet kwalificeren als geval van “overmacht”, terwijl dit in de Nederlandstalige versie wel het geval is. De woorden “de huidige toestand van” worden bovendien niet weergegeven in de Franstalige versie (cf. onder het derde zwarte bolletje). De CREG vraagt derhalve dat deze inconsistenties worden weggewerkt. Medewerkers van Fluxys Belgium hebben verklaard dat van de Franstalige versie van het contract moet worden uitgegaan.
- Tot slot wordt in artikel 3.12.2 bepaald dat de Partijen er zich toe verbinden, onverminderd de artikelen 3.11, 3.12 en 3.13 van het contract, om conform het van kracht zijnde wettelijk kader, alle noodzakelijke maatregelen te nemen in geval van een noodsituatie. Deze bepaling werd ingevolge een vraag van een regionale regulator opgenomen op het einde van artikel 3.12.2 omdat deze hier beter thuishoort dan in het begin van dit artikel.
- De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. Wat betreft de beheerder van het aardgasvervoersnet dienen deze bepalingen te worden samen gelezen met de artikelen 143 tot 145 van de gedragscode met betrekking tot noodsituaties. De situatie bedoeld in artikel 21/36 3.12.2, tweede bolletje, van het standaard DNB-aansluitingscontract vormt een aanvaardbare aanvulling op de noodsituaties gedefinieerd in artikel 144 van de gedragscode. Artikel 3.13 Aansprakelijkheden 3.13.1 Aansprakelijkheid tussen Fluxys Belgium en de DNB
- Artikel 3.13.1.1 bevat een exoneratie van aansprakelijkheid (contractueel en buitencontractueel) tussen Partijen voor schade die voortvloeit uit gewone fouten en gewone nalatigheden. In geval van opzet en/of bedrog zijn Partijen aansprakelijk overeenkomstig het gemeen recht. In geval van een zware fout en/of een grove nalatigheid zijn Partijen aansprakelijk voor het herstel van de directe materiële schade ten belope van een maximumbedrag van EUR 500.000 per schadegeval en EUR 10.000.000 per Gasjaar voor alle schadegevallen samen die zich in hetzelfde Gasjaar voordoen, onverminderd de toepassing van artikel 3.13.1.4 (procedure voor het maken van een aanspraak op schadevergoeding). Door verder te bepalen dat de Partijen in geen geval aansprakelijk zijn voor verlies van inkomsten, verliezen wegens gebruiksderving, contractuele verliezen met derden of voor de goodwill noch alle andere indirecte schade, specifiek of bijkomend, wordt in feite indirect bepaald wat onder het begrip “directe materiële schade” moet worden verstaan, zijnde in de eerste plaats directe schade aan de installaties van de Partijen. Artikel 3.13.1.2 bevat een aansprakelijkheidsregeling voor lichamelijke schade aan personeelsleden van de Partijen. Er wordt bepaald dat Partijen, behalve in geval van zware fout, grove nalatigheid, opzet en/of bedrog, afzien van ieder verhaal dat de ene tegen de andere zou kunnen uitoefenen voor lichamelijke schade berokkend aan hun personeel. Partijen zullen elkaar vrijwaren in geval er desbetreffend een vordering tegen hen zou ingesteld worden door of ten voordele van een derde in verband met deze schade. Verder wordt bepaald dat het personeel van Partijen verzekerd dient te zijn conform de wettelijke bepalingen inzake arbeidsongevallen en ongevallen op weg van en naar het werk. Partijen verbinden zich ertoe om de afstand van verhaal voorzien onder artikel 3.13.1.2 alinea 1 ter kennis te brengen van hun respectievelijke verzekeraars en ervoor te zorgen dat deze afstand van verhaal ook in hun verzekeringspolissen wordt opgenomen. In artikel 3.13.1.3 wordt bepaald dat de Partijen in geen geval aansprakelijk zijn voor de schade voortvloeiend uit Overmacht zoals beschreven in artikel 3.12.1 en overeenkomstig de daarin vermelde voorwaarden. 22/36 Artikel 3.13.1.4 regelt de manier waarop Partijen een aanspraak op schadevergoeding ten aanzien van elkaar formuleren. Aanspraken moeten worden geformuleerd per aangetekend schrijven binnen een termijn van 15 werkdagen volgend op het tijdstip waarop de aanspraakmakende Partij kennis heeft genomen of redelijkerwijs heeft kunnen nemen van het schadeverwekkende feit. Bij gebreke daaraan wordt de betrokken Partij geacht af te zien van haar mogelijk verhaal. Een eerste niet bindende schatting van de schade moet binnen de dertig kalenderdagen worden overgemaakt, een meer nauwkeurige begroting binnen een termijn van zestig werkdagen. Artikel 3.13.1.5 verplicht Partijen tot het sluiten van een verzekeringsovereenkomst met hun respectieve verzekeraars om de risico’s waarvan sprake in artikel 3.13.1 te dekken en de aansprakelijkheidsbepalingen bedoeld in artikel 3.13.1 ter kennis te brengen van hun respectieve verzekeraars.
- De CREG is van oordeel dat er naar een voldoende en redelijk niveau van aansprakelijkheid van partijen moet worden gestreefd. Tegenover de verplichtingen van partijen bepaald in het standaard DNB-aansluitingscontract dient een redelijke en voldoende aansprakelijkheid te staan voor het geval van niet naleving van deze verplichtingen. Wat de aansprakelijkheid van de partijen in het kader van het DNB-aansluitingscontract betreft dient weliswaar ook rekening gehouden te worden met de economische en financiële aspecten (met name de verzekerbaarheid en bijgevolg betaalbaarheid van het netbeheer). Een beperking van de aansprakelijkheid is in die optiek aanvaardbaar, en zelfs aangewezen wanneer hierdoor de globale last (verzekeringspremies, risicomanagement, enz. gecumuleerd voor alle partijen) beperkt wordt. Daarbij wordt opgemerkt dat exoneratie- en/of aansprakelijkheidsbeperkende bedingen die de overeenkomst zouden “uithollen” (elke betekenis zouden ontnemen aan de verbintenissen) verboden zijn en –in de regel- leiden tot de nietigheid van een dergelijk beding. In het kader van het standaard DNB-aansluitingscontract moet er rekening mee gehouden worden dat de in het contract opgenomen verplichtingen van partijen in belangrijke mate de contractualisering inhouden van wettelijke verplichtingen die volgens de CREG van openbare orde zijn. Het contractualiseren van dergelijke wettelijke verplichtingen doet evenwel niets af aan de aard ervan.
- De CREG merkt op dat de voorgestelde aansprakelijkheidsregeling tussen partijen een volledige exoneratie van aansprakelijkheid inhoudt voor gewone fouten en nalatigheden, die nochtans wellicht het meest kunnen voorkomen in de praktijk. In geval van grove nalatigheden en zware fouten is de aansprakelijkheid beperkt tot directe materiële schade tot 23/36 een bepaald bedrag (maximumbedrag van EUR 500.000 per schadegeval en EUR 10.000.000 per Gasjaar voor alle schadegevallen samen die zich in hetzelfde Gasjaar voordoen). Gelet op de uitsluiting van inkomsten- en ander economisch verlies lijkt de aansprakelijkheid in geval van grove nalatigheden en zware fouten zodoende voornamelijk beperkt te zijn tot schade aan de installaties van de Partijen. De CREG stelt vast dat Fluxys Belgium in het kader van Synergrid met de DNB’s klaarblijkelijk een akkoord bereikte over deze aansprakelijkheidsbepalingen. Een regionale regulator wees erop dat er over het algemeen moet worden op toegezien dat de aansprakelijkheidsregeling niet in strijd komt met het regionaal bepaalde vergoedingsmechanisme. Na overleg met Fluxys Belgium en de regionale regulatoren is gebleken dat de voorgestelde regeling daaraan geen afbreuk doet. Aangezien de contractspartijen hierover een akkoord bereikten, waarbij kan worden aangenomen dat beide partijen zich in een gelijke of vergelijkbare onderhandelingspositie bevinden, en daarnaast ook rekening moet worden gehouden met de financiële aspecten, met name de verzekerbaarheid en bijgevolg betaalbaarheid van het netbeheer, kan de CREG de thans voorgestelde aansprakelijkheidsregeling tussen de partijen aanvaarden. Wel wenst de CREG hierbij een voorbehoud te formuleren. De CREG is van oordeel dat de betrokken bepalingen moeten worden geherevalueerd en desgevallend herzien moeten worden in het bijzonder indien er zich daadwerkelijke problemen zouden voordoen met de toepassing van deze bepalingen, indien zij onredelijk blijken en/of indien zij in strijd zouden blijken te komen met federale en/of regionale wetgeving. Desgevallend kan de CREG met toepassing van artikel 107, tweede lid, van de gedragscode, rekening houdend met gewijzigde marktomstandigheden, met inbegrip van nieuwe of gewijzigde wet- en regelgeving, en/of met haar evaluatie van de marktwerking, de beheerder de opdracht geven het goedgekeurde standaard DNB-aansluitingscontract aan te passen en daartoe een voorstel tot wijziging ter goedkeuring aan haar voor te leggen. 3.13.2 Aansprakelijkheid tegenover derden
- De principes bepaald in artikel 3.13.2 zijn in grote lijnen de volgende: - elke Partij is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt aan derden door haarzelf, haar personeel, haar agenten of personen waarvoor ze burgerrechtelijk aansprakelijk is binnen de volgende limieten en onverminderd artikel 3.13.1.2 (lichamelijke schade); 24/36 - in geval van een geschil tussen een Partij en een derde die de belangen van de andere Partij kan schaden, zullen de Partijen in de mate van het mogelijke en ter goeder trouw overleg plegen over de wijze van oplossing van dit geschil; - er zijn informatieverplichtingen van toepassing indien een Aardgasdistributienetgebruiker, Leverancier of Bevrachter schade zou lijden of een vordering of een aanvraag tot vergoeding gericht tot een Partij zou indienen; desgevallend ontmoeten Partijen elkaar om een afgestemde boodschap te bepalen naar het publiek. De Partijen dienen de Aardgasdistributienetgebruiker, de Leverancier of de Bevrachter uit te nodigen om hun vordering aan de Partij te richten met wie zij een contract hebben gesloten en/of waarop de reglementaire of wettelijke bepalingen van toepassing zijn. - Onverminderd de toepasselijke wettelijke bepalingen, zullen Partijen elkaar vrijwaren voor schade veroorzaakt door de Partijen aan derden als volgt: o In geval van vergoeding door een Partij van een derde op basis van een wettelijke, reglementaire en/of contractuele bepaling of relatie, verhaalt zij het betaalde bij de foutieve Partij binnen de perken van de toepasbare bepaling of relatie; o Behalve bij zware fout, grove nalatigheid, opzet en/of bedrog is het te betalen bedrag door de foutieve Partij niet hoger dan EUR 2.000.000 per schadegeval en EUR 10.000,000 per Gasjaar. - Er geldt een verplichting voor de Partijen om een verzekeringsovereenkomst te sluiten om de risico’s bedoeld in artikel 3.13.2 te dekken. De DNB brengt bovendien de vrijwaring bedoeld in artikel 3.13.2.4 ter kennis van zijn verzekeraars en zorgt ervoor dat deze vrijwaring in zijn polissen wordt opgenomen. In geval een Partij daarvan de bevestiging vraagt, legt de andere Partij een attest van zijn verzekeraars voor ter bevestiging.
- De CREG kan zich vinden in de basisprincipes van deze regeling, nl. dat elke Partij aansprakelijk is voor de schade die ze veroorzaakt bij derden, en dat een verhaalsmogelijkheid bestaat bij de foutieve Partij in geval een Partij een derde moet vergoeden op basis van een wet, reglement en/of contract. Of het plafond voor vergoeding in geval van vrijwaring redelijk is in de praktijk is moeilijk te beoordelen. De CREG stelt vast dat Fluxys Belgium daarover een akkoord heeft bereikt binnen Synergrid. 25/36 De CREG aanvaardt de voorgestelde regeling, maar verwijst naar het voorbehoud dat gemaakt wordt in paragraaf 44 van deze beslissing en dat hier als herhaald moet worden beschouwd.
- In de Nederlandstalige versie van artikel 3.13.2.3 is ten onrechte een spatie geslopen tussen “Aardgasdistributienet” en “gebruiker”; uit de Franstalige versie blijkt immers duidelijk dat een “Aardgasdistributienetgebruiker” wordt bedoeld (“Utilisateur de Réseau de Distribution de gaz naturel”). In de Franstalige versie van artikel 3.13.2.3, vierde lid, is sprake van “dont question à l’alinéa premier du présent article”, terwijl deze woorden ontbreken in de Nederlandstalige versie. In de Nederlandstalige versie van artikel 3.13.2.4 is sprake van “zullen de Partijen elkaar vrijwaren”, terwijl in de Franstalige versie sprake is van “les Parties interviendront volontairement en garantie”; de notie “vrijwillig” komt derhalve niet voor in de Nederlandstalige versie. Nog in artikel 3.13.2.4 komen de woorden “à l’autre Partie” in het tweede gedachtestreepje niet voor in de Nederlandstalige versie. Het betreft redactionele incoherenties die moeten worden rechtgezet. Medewerkers van Fluxys Belgium hebben verklaard dat van de Franstalige versie van het contract moet worden uitgegaan. Artikel 3.14 Vertrouwelijkheid
- Partijen komen overeen alle documenten en alle tussen de Partijen uitgewisselde informatie in het kader van of naar aanleiding van het Contract, als vertrouwelijk te beschouwen, behoudens voorafgaande toestemming van de andere Partij en behoudens in geval de informatie moet worden meegedeeld aan een publieke overheid overeenkomstig de wet, bv. met toepassing van artikel 15/16 van de Gaswet. Indien dit nodig of nuttig is voor de veiligheid, voor de betrouwbaarheid of voor de efficiëntie van hun net of van elk net waaraan het gekoppeld is, behouden de Partijen zich echter het recht voor om vertrouwelijke informatie uit te wisselen met andere DNBs of met elke andere persoon, op voorwaarde dat de betrokken Partij een gelijkaardige vertrouwelijkheidsverbintenis van de andere DNB’s of betrokken derde verkrijgt. Deze bepalingen komen de CREG redelijk voor. Zij acht deze aanvaardbaar. Artikel 3.15 Nietigheid van een clausule
- Dit artikel strekt ertoe te bepalen dat indien een van de bepalingen van onderhavig Contract geheel of gedeeltelijk nietig, onwettelijk of onuitvoerbaar is of wordt, deze bepaling wordt weggelaten uit het Contract en vervangen wordt door een geldige en toepasbare 26/36 bepaling na de formele goedkeuring door de CREG en in voorkomend geval door elke bevoegde overheid, overeenkomstig het reglementair kader, met inbegrip van, doch zonder hiertoe beperkt te zijn, de Gaswet en de Gedragscode. Een dergelijke bepaling is gebruikelijk in contracten en is aanvaardbaar voor de CREG. Er blijkt duidelijk uit de tekst dat wijzigingen van het standaard DNB-aansluitingscontract weliswaar de voorafgaande goedkeuring van de CREG vereisen overeenkomstig de wet en de gedragscode. Artikel 3.16 Overdracht
- Dit artikel komt erop neer dat de overdracht van de overeenkomst door de DNB verboden is behoudens voorafgaand schriftelijk akkoord van Fluxys Belgium, die haar toestemming niet weigert indien de overnemer zich uitdrukkelijk en schriftelijk verbindt het contract na te leven. De CREG heeft geen bezwaren bij deze bepalingen. De overnemer zal weliswaar tevens aan de toepasselijke wetgeving moeten voldoen. Artikel 3.17 Informatie-uitwisseling tussen de Partijen
- Artikel 3.17 behandelt de principes betreffende informatie-uitwisseling tussen Fluxys Belgium en de DNB. Algemeen merkt de CREG op dat in deze sectie geen melding gemaakt wordt van het Elektronisch Data Platform (EDP) dat door Fluxys Belgium werd ontwikkeld en geïmplementeerd ten behoeve van de uitwisseling van (in hoofdzaak) commerciële en operationele gegevens. Zonder zich te willen uitspreken over het operationeel beleid van Fluxys Belgium stelt de CREG de vraag of dit platform niet kan ingeschakeld worden om de uitwisseling van gegevens tussen Fluxys Belgium en de DNB te faciliteren.
- Verder omvat dit artikel de behandeling van de vooruitzichten. Hierin wordt specifiek ingegaan op de evolutie van de afnamevooruitzichten per ontvangstation. De CREG heeft hierover geen opmerkingen.
- De sectie betreffende de calorische waarde beschrijft de wijze waarop Fluxys Belgium aan de DNB gegevens meedeelt aangaande de calorische waarde van het aardgas. De CREG heeft hierover geen opmerkingen.
- De sectie betreffende de aardgasafnamen beschrijft de wijze waarop Fluxys Belgium aan de DNB gegevens meedeelt aangaande de uurmeetgegevens per meetlijn. De CREG heeft hierover geen opmerkingen. 27/36
- De sectie betreffende het operationeel evenwicht beschrijft de wijze waarop de DNB aan Fluxys Belgium gegevens meedeelt die van belang zijn in het kader van het bewaken van het operationeel evenwicht van het aardgasvervoersnet en het distributienet. Het Market Based Balancing vervoersmodel, zoals dat door de CREG werd goedgekeurd in haar beslissing (B)120510-CDC-1155 van 10 mei 20129 voorziet bepalingen ter waarborging van het operationeel evenwicht. De CREG is van mening dat voorliggende bepalingen hieraan geen afbreuk doen. Verder heeft de CREG hierbij geen opmerkingen.
- De sectie betreffende de allocatie omvat een beschrijving van de verdeling van de infeed voor een betrokken gasmaand. De CREG heeft hierover geen opmerkingen.
- FEBEG maakte opmerkingen bij de artikelen 3.1 en 3.17.
- De CREG verwijst voor de behandeling daarvan naar wat onder artikel 3.1 wordt uiteengezet (cf. supra). Artikel 3.18 Toepasselijk recht en bevoegde rechtbanken
- In dit artikel wordt bepaald dat dit contract en zijn uitvoering worden beheerst door het Belgisch recht en dat alleen de rechtbanken van Brussel bevoegd zijn in geval van geschillen. De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. Artikel 3.19 Herziening – Wijziging van het Contract
- Artikel 3.19 bevat een herzieningsclausule die erop neerkomt dat de Partijen overeenkomen om het standaard DNB-aansluitingscontract op het eerste schriftelijk verzoek van de Partij te onderzoeken teneinde te bekijken of het al dan niet aangewezen is dit contract te herzien en/of dit aan te vullen om zowel het doel van dit contract als de veiligheid, de betrouwbaarheid en/of de efficiëntie van de netten en hun uitbating te versterken, of nog om rekening te houden met nieuwe wetten en reglementen. Er wordt verder bepaald dat het contract pas gewijzigd kan worden na goedkeuring door de CREG overeenkomstig het geldend wettelijk kader en dat de wijzigingen zullen worden toegepast op alle met Fluxys Belgium lopende standaard DNB-aansluitingscontracten en van kracht worden op dezelfde datum. 9 Deze beslissing is beschikbaar op www.creg.be, onder de rubriek “Sector” – “Publicaties”. 28/36 Deze bepalingen zijn in overeenstemming met artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet en artikel 105, §3, van de gedragscode. Artikel 3.20 Opvolgingsorgaan
- Met toepassing van artikel 3.20 vormen Fluxys Belgium en de DNB, desgevallend binnen Synergrid, samen met de overige DNB’s die aangesloten zijn op het Aardgasvervoersnet een “Opvolgingsorgaan”, dat als opdracht heeft de evolutie van dit Contract op te volgen. Het is in het kader van dit Opvolgingsorgaan, nog aldus artikel 3.20, “dat de nodige consultaties voor alle wijzigingen van dit Contract zullen worden georganiseerd, onverminderd artikel 108 van de Gedragscode”. Artikel 108 van de gedragscode bepaalt het volgende: “De voorstellen van standaardcontracten, toegangsreglementen, dienstenprogramma's en wijzigingen ervan komen tot stand na raadpleging door de beheerders van de betrokken netgebruikers. De beheerders geven de nodige toelichting bij de goedgekeurde documenten en evalueren op regelmatige basis of de inhoud van deze documenten de toegang tot het net niet belemmert en de werking van de aardgasmarkt ten goede komt. Zij richten daartoe een overlegstructuur op binnen dewelke de betrokken beheerders en netgebruikers elkaar kunnen ontmoeten.” Artikel 3.20 stelt geen afbreuk te doen aan artikel 108 van de gedragscode (“onverminderd”) en is derhalve aanvaardbaar voor de CREG. Met toepassing van artikel 108 van de gedragscode is volgens de CREG een ruimere marktraadpleging door de beheerder vereist (dan met de DNB’s) omdat ook andere netgebruikers dan distributienetbeheerders in zekere zin betrokken zijn of kunnen zijn bij het standaard DNB-aansluitingscontract, al is het onrechtstreeks, bv. de eindafnemers van gas. Opdat het directiecomité van de CREG niet zelf (opnieuw) zou dienen te raadplegen alvorens het nemen van een beslissing over de standaardcontracten, de toegangsreglementen en de wijzigingen ervan, zal de openbare raadpleging georganiseerd door Fluxys Belgium bovendien moeten voldoen aan de criteria vervat in artikel 40 van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG om van een “effectieve openbare raadpleging” te spreken. 29/36 Artikel 3.21 Duur
- Dit artikel bepaalt dat het DNB-aansluitingscontract wordt gesloten voor een onbepaalde duur, doch van rechtswege eindigt wanneer hetzij Fluxys Belgium hetzij de DNB de hoedanigheid van beheerder resp. distributienetbeheerder verliest. Met toepassing van artikel 105, §2, van de gedragscode mag het standaard DNBaansluitingscontract geen uitdrukkelijk ontbindende bedingen in hoofde van de beheerder van het aardgasvervoersnet bevatten behalve in de gevallen waarin de beheerder de toegang kan weigeren overeenkomstig de gaswet. Wanneer Fluxys Belgium echter haar aanstelling verliest als beheerder, is zij niet langer gehouden aan de verplichtingen voor beheerders in de wet en de gedragscode. Deze bepaling is voor de CREG derhalve aanvaardbaar. Artikel 3.22 Algemene Voorwaarden 3.22.1 Bijlagen
- In dit artikel wordt bepaald dat de Bijlagen bij dit Contract integraal deel uitmaken van het Contract en elke verwijzing naar het Contract een verwijzing betekent naar het Contract en naar zijn Bijlagen. Er zijn vijf bijlagen bij het standaard DNB-aansluitingscontract, te weten:
- Bijzondere voorwaarden, 2.Controle van de gasmeters in de Ontvangstations,
- Message Interchange Agreement (“MIA”),
- Informatieuitwisseling met betrekking tot exploitatiegegevens en
- Algemene principes inzake exploitatie en onderhoud. Dit is een gebruikelijke bepaling die voor de CREG aanvaardbaar is. 3.22.2 Toelatingen
- In dit artikel wordt gesteld dat de Partijen erover waken om alle vergunningen, toelatingen of erkenningen van welke aard ook te bekomen, nodig voor de uitoefening van hun activiteiten en voor de uitvoering van de bepalingen van dit Contract. Zij zullen daarvan het bewijs leveren op eerste verzoek van de andere Partij. Verder wordt daarin bepaald dat de Partijen elke inbreuk op deze bepaling als een zware fout beschouwen in de zin van artikel 3.13.
- De CREG kan zich vinden in deze bepaling en het belangrijke karakter dat eraan wordt gegeven door te bepalen dat elke inbreuk daarop een zware fout uitmaakt. 30/36 Artikel
- TARIEFVOORWAARDEN
- Artikel 4 behandelt de tariefvoorwaarden. De CREG stelt vast dat, wat de facturatie betreft, de eenheden niet zijn afgestemd op deze gebruikt op het tariefblad, zoals goedgekeurd door de CREG. Daarom vraagt de CREG in artikel 4.1 “m³(n)” te vervangen door “hoeveelheden” en in artikelen 4.2.a.ii, 4.2.c.i en 4.3.a.i “m³(n)” te vervangen door “kWh”. De CREG heeft hierover verder geen opmerkingen. Artikel
- BIJZONDERE VOORWAARDEN
- Artikel 5 beschrijft de bijzondere voorwaarden en hebben tot doel voor elke DNB de specifieke elementen te verduidelijken die nodig zijn om de “Algemene Voorwaarden” en de “Tariefvoorwaarden” van het standaard DNB-aansluitingscontract te kunnen uitvoeren. De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. Bijlage 1 BIJZONDERE VOORWAARDEN
- Bijlage 1 behandelt de bijzondere voorwaarden. Dit is een verduidelijking van artikel 5 in tabelvorm. De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. Bijlage 2 CONTROLE VAN DE GASMETERS IN DE ONTVANGSTATIONS
- Bijlage 2 geeft een beschrijving van de procedure ter controle van de meterinstallaties in de ontvangstations. De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. Bijlage 3 MESSAGE INTERCHANGE AGREEMENT “ MIA ”
- Bijlage 3 is een beschrijving van de technische regels en methodes voor de verwerking van de gegevens en de uitwisseling van berichten. De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. Bijlage 4 INFORMATIEUITWISSELING MET BETREKKING TOT EXPLOITATIEGEGEVENS
- Deze bijlage heeft tot doel bepaalde elementen in het standaard DNB- aansluitingscontract te verduidelijken. Deze elementen hebben betrekking op : - Artikel 3.2 “Kenmerken van het aardgas” (alinea 6), - Artikel 3.4 “VNB-Injectiepunt”(alinea 3), - Artikel 3.5 “Ontvangstation” (alinea 5), 31/36 - Artikel 3.17 “Informatie-uitwisseling tussen de Partijen”, - Artikel 3.17.1 “Vooruitzichten”. De CREG heeft hierover geen opmerkingen. Bijlage 5 ALGEMENE PRINCIPES VAN EXPLOITATIE EN ONDERHOUD
- Deze bijlage heeft tot doel de algemene principes van toepassing tussen Fluxys Belgium en de DNB vast te leggen m.b.t. exploitatie van de installaties. De CREG heeft hierover geen opmerkingen. IV.2 Inwerkingtreding van aansluitingscontract
- het standaard DNB- Het komt redelijk voor te bepalen dat het standaard DNB-aansluitingscontract in werking treedt op datum van publicatie van deze beslissing. 32/36 V. BESLISSING
- Met toepassing van artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet, en rekening houdend met wat voorafgaat, keurt de CREG het standaard DNB-aansluitingscontract ingediend in het Nederlands en het Frans door Fluxys Belgium bij de CREG per drager met ontvangstbewijs op 9 november 2015, goed. De CREG vraagt niettemin de correctie van de volgende redactionele inconsistenties tussen beide taalversies (onder voorbehoud van wat uiteengezet wordt in paragraaf 13 van deze beslissing): In de preambule van het standaard DNB-aansluitingscontract (zie paragraaf 14 van deze beslissing): - In de Nederlandstalige versie van het contract “het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 mei 2014 voor het beheer van het aardgasdistributienet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de toegang ertoe” vervangen door “het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 23 mei 2014 tot vaststelling van het technisch reglement voor het beheer van het gasdistributienet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de toegang ertoe”; - In de Nederlandstalige en de Franstalige versie, wat betreft de verwijzing naar het besluit van de Waalse Regering van 12 juli 2007, de woorden “aardgasdistributienetten”/”réseaux de distribution de gaz naturel” vervangen door “gasdistributienetten” resp. “réseaux de distribution de gaz”; - Wat betreft de vermelding van het besluit van de Vlaamse regering van 25 mei 2012 in de Franstalige versie van het contract, de titel van dit besluit in het Nederlands weergeven, met een vrije vertaling naar het Frans. - de woorden “ou par tout autre texte équivalent en vigueur” in de derde alinea (aangeduid met zwart bolletje) van de Franstalige versie van het contract (in het Nederlands) toevoegen in de Nederlandstalige versie van het contract om de coherentie tussen beide versies te verzekeren. In artikel 3.12.2 van het standaard DNB-aansluitingscontract (zie paragraaf 39 van deze beslissing): 33/36 - In het eerste bolletje in de Nederlandstalige versie de woorden “die voortvloeit uit Overmacht” weglaten om consistent te zijn met de Franstalige versie; - In het derde bolletje in de Nederlandstalige versie de woorden “de huidige toestand van” vóór de woorden “rechtspraak en rechtsleer” weglaten om consistent te zijn met de Franstalige versie; In artikel 3.13.2 van het standaard DNB-aansluitingscontract (zie paragraaf 47 van deze beslissing): - In de Nederlandstalige versie van artikel 3.13.2.3 de spatie weglaten tussen “Aardgasdistributienet” en “gebruiker”; - De woorden “dont question à l’alinéa premier du présent article” in artikel 3.13.2.3, vierde lid, van de Franstalige versie, (in het Nederlands) toevoegen in de Nederlandstalige versie van het contract om de coherentie tussen beide versies te verzekeren; - De woorden “volontairement” en “à l’autre Partie” in de Franstalige versie van artikel 3.13.2.4 (in het Nederlands) toevoegen in de Nederlandstalige versie om de coherentie tussen beide versies te verzekeren. De CREG stelt vast dat, wat de facturatie betreft in artikel 3.9 en artikel 4, de eenheden niet zijn afgestemd op deze gebruikt op het tariefblad, zoals goedgekeurd door de CREG. Daarom vraagt de CREG in artikel 4.1 “m³(n)” te vervangen door “hoeveelheden” en in artikelen 4.2.a.ii, 4.2.c.i en 4.3.a.i “m³(n)” te vervangen door “kWh”. Verder vraagt de CREG aan Fluxys Belgium om de marktpartijen op regelmatige tijdstippen te informeren over de wijze waarop de piekvraag wordt berekend en na te gaan wat het potentieel aan vraagbeheer is. Indien hieruit blijkt dat dit potentieel relevant is vraagt de CREG Fluxys Belgium tevens de mogelijke impact hiervan op het afvlakken van pieken in het gasverbruik en de daarmee samenhangende mogelijke kostreducties te evalueren (zie paragraaf 24 van deze beslissing). De CREG is van oordeel dat de bepalingen van het goedgekeurde standaard DNBaansluitingscontract moeten worden geherevalueerd en desgevallend herzien moeten worden in het bijzonder indien er zich daadwerkelijke problemen zouden voordoen met de toepassing van deze bepalingen, indien zij onredelijk blijken en/of indien zij in strijd zouden blijken te komen met federale en/of regionale wetgeving (zie i.h.b. paragrafen 44 en 46 van deze 34/36 beslissing). De huidige goedkeuring door de CREG doet dan ook geen afbreuk aan een toekomstig gemotiveerd gebruik van haar goedkeuringsbevoegdheid. De CREG beslist bovendien, met toepassing van artikel 107, eerste lid, van de gedragscode, dat het standaard DNB-aansluitingscontract in werking treedt op datum van publicatie van deze beslissing. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Marie-Pierre FAUCONNIER Voorzitster van het Directiecomité 35/36 VI. BIJLAGE 1 STANDAARD DNB-AANSLUITINGSCONTRACT Ter goedkeuring ingediend op 9 november 2015 36/36