← België

Eindbeslissing over de vraag tot goedkeuring van het voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten tussen de N.V. ELIA SYSTEM O

Niet-vertrouwelijke versie Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS EINDBESLISSING (B)160922-CDC-1563 over “de vraag tot goedkeuring van het voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten tussen de N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR en de N.V. NORTHER” genomen met toepassing van artikel 14, §1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen 22 september 2016 INHOUDSOPGAVE I. INLEIDING ................................................................................................................... 3 II. WETTELIJK KADER .................................................................................................... 4 III. II.1 Nationale Wetgeving ................................................................................................ 4 II.2 Europese Wetgeving ............................................................................................... 5 ANTECEDENTEN ........................................................................................................ 6 III.1 Algemeen ................................................................................................................ 6 III.2 Raadpleging ............................................................................................................ 6 IV. ANALYSE VAN HET VOORSTEL VAN CONTRACT ................................................... 9 V. OPSCHORTENDE VOORWAARDE ...........................................................................12 VI. CONCLUSIE ...............................................................................................................14 BIJLAGE 1 ...........................................................................................................................16 BIJLAGE 2 ...........................................................................................................................17 BIJLAGE 3 ...........................................................................................................................18 Niet-vertrouwelijke versie 2/18 I. INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna “CREG”) onderzoekt hierna, met toepassing van artikel 14, §1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen (hierna “het koninklijk besluit van 16 juli 2002”), het voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten (hierna “Voorstel van Contract”) tussen de netbeheerder, de N.V. Elia System Operator (hierna “ELIA”), en de N.V. NORTHER (hierna “NORTHER”). Met toepassing van artikel 14, §1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 maakt “de aankoopverplichting van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd via windenergie, zoals omschreven onder 1° (van artikel 14, §1)1, op voorstel van de netbeheerder, het voorwerp uit van een contract tussen de domeinconcessiehouder en de netbeheerder, dat ter goedkeuring voorgelegd wordt” aan de CREG. Met toepassing van artikel 14, §2, in fine, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 controleert de CREG de verplichtingen van de netbeheerder die uit dit besluit voortvloeien. Op zijn vergadering van 22 september 2016 keurde het Directiecomité van de CREG deze eindbeslissing goed. 1 Eigen toevoeging Niet-vertrouwelijke versie 3/18 II. WETTELIJK KADER II.1 Nationale Wetgeving

  1. Artikel 7, § 1, 1ste lid van de elektriciteitswet bepaalt het volgende: “Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, kan de Koning : 1° maatregelen van marktorganisatie vaststellen, waaronder de instelling van een door de commissie beheerd systeem voor de toekenning van certificaten van oorsprongsgarantie en van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd overeenkomstig artikel 6, evenals het opleggen van een verplichting aan de netbeheerder om groenestroomcertificaten afgeleverd door de federale en gewestelijke overheden aan te kopen tegen een minimumprijs en te verkopen, teneinde de afzet op de markt te verzekeren, tegen een minimumprijs, van een minimumvolume elektriciteit geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen. […]"
  2. Artikel 7, §1, van de elektriciteitswet werd uitgevoerd door het koninklijk besluit van 16 juli
  3. Dit koninklijk besluit werd laatst gewijzigd door het koninklijk besluit van 4 april
  4. Artikel 14, §1, van koninklijk besluit van 16 juli 2002 luidt als volgt: “Om de afzet van een minimaal volume groene stroom tegen een minimale prijs, op de markt te verzekeren, wordt een systeem van minimumaankoopprijzen voorzien volgens onderstaande voorwaarden. In het kader van zijn taak van openbare dienstverlening is de netbeheerder is verplicht, van de groenestroomproducent die daarom verzoekt, de groenestroomcertificaten aan te kopen die zijn afgeleverd krachtens dit besluit en krachtens de elektriciteitsdecreten en -ordonnantie, tegen een minimumprijs die bepaald is in functie van de gebruikte productie-technologie, namelijk : (…) Deze aankoopverplichting van groenestroomcertificaten begint bij de inwerkingstelling van de productie-installatie voor een periode van tien jaar. In afwijking van het voorgaande geldt bij de inwerkingstelling per productie-eenheid van off-shore windenergie een periode van twintig jaar. De aankoopverplichting van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd via windenergie, zoals omschreven onder 1°, maakt, op voorstel van de netbeheerder, het voorwerp uit van een contract tussen de domeinconcessiehouder en de netbeheerder, voorstel dat ter goedkeuring voorgelegd wordt aan de commissie.” Niet-vertrouwelijke versie 4/18 II.2 Europese Wetgeving
  5. Artikel 107, §1, van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna "het VWEU”) bepaalt het volgende: "Behoudens de afwijkingen waarin de Verdragen voorzien, zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de interne markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt." Artikel 108, §3, van het VWEU bepaalt dan weer het volgende: "De Commissie wordt van elk voornemen tot invoering of wijziging van steunmaatregelen tijdig op de hoogte gebracht, om haar opmerkingen te kunnen maken. Indien zij meent dat zulk voornemen volgens artikel 107 onverenigbaar is met de interne markt, vangt zij onverwijld de in het vorige lid bedoelde procedure aan. De betrokken lidstaat kan de voorgenomen maatregelen niet tot uitvoering brengen voordat die procedure tot een eindbeslissing heeft geleid." Deze bepaling bevat de regel die meestal de “standstill verplichting” wordt genoemd. Onder "inwerkingtreding" moet niet enkel de effectieve betaling van de steun worden verstaan, maar ook het moment waarop het recht op de steun wordt toegekend krachtens de nationale wetgeving. Als de lidstaat deze verplichting niet nakomt, zal de toegekende steun namelijk de beslissing om steun toe te kennen - als onwettig worden beschouwd. Elke overheid van de lidstaat dient deze verplichting na te leven. De CREG dient als administratieve overheid – ook al is ze onafhankelijk – de standstill regel na te leven. Niet-vertrouwelijke versie 5/18 III. ANTECEDENTEN III.1 Algemeen
  6. Op 3 mei 2016 ontving de CREG per e-mail een eerste voorstel van NORTHER met betrekking tot de methode van de groenestroommeting.
  7. De CREG heeft op 6 juni 2016 per e-mail haar opmerkingen en vragen overgemaakt aan NORTHER.
  8. In de periode tussen 9 juni en 28 juni 2016 heeft NORTHER verdere toelichtingen en antwoorden verschaft aan de CREG over de meetmethode.
  9. Op 29 juli 2016 ontving de CREG van ELIA per drager een aanvraag tot goedkeuring van een voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten tussen ELIA en NORTHER.
  10. Op 1 september 2016 nam de CREG de ontwerpbeslissing 1563 over het Voorstel van Contract2 (hierna “de Ontwerpbeslissing 1563”) waarover de betrokken partijen (ELIA en NORTHER) werden geraadpleegd (zie hoofdstuk III.
  11. Raadpleging). Op 9 september 2016 ontving de CREG een reactie per e-mail van ELIA op de raadpleging over de Ontwerpbeslissing
  12. Op 12 september 2016 ontving de CREG een reactie per e-mail van NORTHER op de raadpleging over de Ontwerpbeslissing
  13. III.2 Raadpleging
  14. Overeenkomstig artikel 33, §1, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité moet de CREG alvorens het een beslissing neemt, een openbare raadpleging organiseren, onverminderd de uitzonderingen bedoeld in afdeling 3 van dit hoofdstuk. Een 2 Ontwerpbeslissing (B)160901-CDC-1563 van 1 september 2016 over "de vraag tot goedkeuring van het voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten tussen de N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR en de N.V. NORTHER”. Niet-vertrouwelijke versie 6/18 openbare raadpleging gebeurt door het lanceren van de raadpleging op de website van de CREG. Dienaangaande stelt artikel 47, §1, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité dat in het kader van elke publicatie het directiecomité erop toeziet dat geen vertrouwelijke informatie wordt verspreid.
  15. Artikel 41 van het huishoudelijk reglement van het Directiecomité bepaalt echter dat het Directiecomité kan beslissen om een niet-openbare raadpleging te organiseren indien de beslissing slechts rechtsgevolgen zal hebben voor één persoon of een beperkt aantal identificeerbare personen door de raadpleging te beperken tot de betrokken personen. Het Directiecomité stelde vast dat dat het geval is voor de Ontwerpbeslissing 1563: aangezien het Directiecomité het Voorstel van Contract voor de aankoop, door de netbeheerder, van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd uit windenergie goedkeurt, had de ontwerpbeslissing strikt gezien enkel rechtsgevolgen voor de contractpartijen, namelijk ELIA en NORTHER. Het Directiecomité merkte in casu bovendien op dat de keuze voor een raadpleging beperkt tot ELIA en NORTHER werd verantwoord door het feit dat NORTHER haar financial close in de eerstvolgende weken wenst te realiseren en door het feit dat het Voorstel van Contract en deze daarmee verband houdende beslissing - enkel gaat over de implementatie, voor de betrokken partijen, namelijk ELIA en NORTHER, van vroegere beslissingen en door het feit dat deze beslissing enkel onderzoekt of het Voorstel van Contract in overeenstemming is met de elektriciteitswet en het koninklijk besluit van 16 juli
  16. Bijgevolg besliste het Directiecomité, met toepassing van artikel 41 van het huishoudelijk reglement, om een raadpleging over deze ontwerpbeslissing te organiseren die beperkt is tot ELIA en NORTHER De raadplegingstermijn was voorzien van 05/09/2016 (middernacht CET) tot en met 19/09/2016 (middernacht CET). In haar reactie van 9 september 2016 (zie bijlage 2 bij deze beslissing) formuleert ELIA twee opmerkingen : “- Met betrekking tot de opschortende voorwaarde in de beslissing (het positieve antwoord van de Europese Commissie), acht Elia deze voorwaarde niet als een hinderpaal voor de ondertekening en finalisatie van het contract gezien het feit dat het contract reeds een bijzondere bepaling bevat die ook een link maakt naar een positieve goedkeuring van de Europese Commissie. Niet-vertrouwelijke versie 7/18 - Met betrekking tot de opmerking rond bijlagen 3 en 4, erkent Elia de analyse van de CREG. Elia zal in afstemming met Norther de aangepaste bijlagen ter goedkeuring aan de CREG voorleggen. “ In haar reactie van 12 september 2016 (zie bijlage 3 bij deze beslissing) stelt NORTHER dat zij geen bemerkingen heeft op de ontwerpbeslissing. Wel verzoekt Norther in haar reactie de CREG om bijlage 2 en bijlage 5 aan het contract als vertrouwelijk te willen behandelen : “ Wij willen u verzoeken de bijlage 2 aan het contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten en de bijlage 5 met de zgn. verzakingsbrief vertrouwelijk te willen markeren en behandelen. Deze gegevens betreffen onder meer gevoelige commerciële informatie. Wij dienen onder meer een contractuele vertrouwelijkheidsverplichting na te leven ten aanzien van de partijen met wie we in onderhandeling zijn geweest.” Alvorens over te gaan tot publicatie van deze eindbeslissing zal de CREG, overeenkomstig artikel 47 van haar huishoudelijk reglement, alle betrokken partijen contacteren om te bepalen welke informatie al dan niet als vertrouwelijk dient te worden beschouwd. Deze opmerkingen zijn niet van aard om tot een wijziging aan de beslissing van de CREG over het Voorstel van Contract te leiden. Niet-vertrouwelijke versie 8/18 IV. ANALYSE VAN CONTRACT HET VOORSTEL VAN Het Voorstel van Contract wordt in bijlage 1 bij deze beslissing toegevoegd. Artikel 1 Definities
  17. Artikel 1 van de overeenkomst bevat de gebruikte definities.
  18. De term “Minimumprijs” wordt als volgt gedefinieerd : “de minimumprijs uitgedrukt per groenestroomcertificaat, zoals bepaald door de CREG op grond van het K.B. van 16 juli 2002 op basis van een LCOE die in een CREG beslissing wordt vastgelegd.” De CREG merkt op dat hier sprake is van “een CREG beslissing” terwijl eerder in de tekst (in de voorafgaande bepalingen) “de CREG beslissing” werd gedefinieerd als de eindbeslissing van de CREG waarbij de LCOE en de correctiefactor werd vastgelegd voor de domeinconcessie van NORTHER
  19. Het is de CREG niet duidelijk of hier dezelfde beslissing wordt bedoeld. De CREG merkt bovendien op dat de eindbeslissing (B)160901-CDC-1550 een opschortende voorwaarde bevat voor de inwerkingtreding van deze beslissing en dat, indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, er mogelijks een nieuwe beslissing over de LCOE en de correctiefactor zou kunnen genomen worden. De CREG meent dan ook dat de verwijzing naar “een CREG beslissing” aanvaardbaar is. Artikel 4 Verplichting tot aankoop van de groenestroomcertificaten
  20. De CREG merkt op dat in voetnoot bij artikel 4.2 van het voorstel van contract wordt vermeld dat bijgaand voorstel van modaliteiten dient afgestemd te zijn op het beheer van de databank en in functie daarvan kan aangepast worden. De CREG onderschrijft het nut van deze voorziene flexibiliteit aangezien de databank in ontwikkeling is en ten gepaste tijde samen met de betrokkenen zal moeten worden bekeken welke functionaliteiten de software in overeenstemming met het koninklijk besluit van 16 juli 2002 precies moet bevatten. De CREG is van mening dat de netbeheerder, in samenspraak met de CREG en met het akkoord van NORTHER, een wijziging van artikel 4 van het contract aan de CREG ter goedkeuring moet voorleggen indien dit noodzakelijk zou blijken ingevolge de ontwikkeling 3 De eindbeslissing (B)160901-CDC-1550 van de CREG van 1 september
  21. Niet-vertrouwelijke versie 9/18 van de databank voor groenestroomcertificaten door de CREG in overeenstemming met het koninklijk besluit van 16 juli
  22. De voorwaarde in artikel 4.2.1 dat de groenestroomcertificaten op het moment van de overdracht nog 6 maanden geldig zijn, is een voorwaarde die het koninklijk besluit van 16 juli 2002 strikt genomen niet aan de aankoopverplichting van Elia verbindt. Indien zou worden aangenomen dat Elia verplicht is groenestroomcertificaten aan te kopen, waarvan de geldingsduur de dag nadien verstrijkt, hetgeen volgt uit een strikt letterlijke interpretatie van artikel 14 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002, dan zou Elia niet meer in de mogelijkheid zijn om deze aangekochte groenestroomcertificaten te verkopen op de markt (die er momenteel weliswaar nog niet is). Op die manier zou de verplichting voor de netbeheerder om de aangekochte certificaten op regelmatige tijdstippen op de markt te brengen om de kosten verbonden aan de aankoopverplichting te recupereren haar voorwerp verliezen en zou de totale kost voor Elia systematisch in het tarief voor de openbare dienstverplichting voor de financiering van groenestroomcertificaten worden opgenomen, hetgeen volgens de CREG niet de bedoeling is geweest van de wetgever. Hierbij kan nog worden opgemerkt dat NORTHER, gelet op het ontbreken van een indexatie van de LCOE, geen incentive heeft om meerdere jaren te wachten alvorens de groenestroomcertificaten aan Elia te verkopen. Om voormelde redenen, is de CREG van mening dat de vereiste dat een groenestroomcertificaat na het moment van de overdracht nog enige tijd geldig blijft mogelijke discussies omtrent rechtsmisbruik uitsluit en de voorgestelde termijn van 6 maanden zodoende aanvaardbaar is. Artikel 6 Informatie-uitwisseling
  23. In artikel 6.
  24. van het Voorstel van Contract wordt de telling van de geproduceerde elektriciteit door de offshore windmolens beschreven. In de tweede alinea wordt “de netto geproduceerde energie” gedefinieerd als volgt: “De netto geproduceerde Offshore windenergie is de door de Offshore Productieinstallaties geproduceerde energie verminderd met de daarvan door de functionele installaties van de Offshore Productie-installaties verbruikte energie en wordt gemeten vóór eventuele transformatie.” Niet-vertrouwelijke versie 10/18 Deze meetmethode wordt eveneens bevestigd in de documentatie van Vestas in bijlage 2 van het Voorstel van Contract.
  25. Principieel kan de CREG zich hiermee akkoord verklaren, want deze meetopstelling laat toe de nettoproductie rechtstreeks te meten zonder de noodzaak aan bijkomende berekeningen. Wel merkt de CREG op dat deze meting, overeenkomstig artikel 7, §2, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 dient te gebeuren door middel van een elektriciteitsmeter afgescheiden van de rest van de installatie en dat het erkend organisme, bij het opmaken van het certificaat van oorsprongsgarantie naast de noodzakelijke validering van de meting in samenwerking met de CREG en certificatie van de meettoestellen, ook de nodige verzegelingen dient aan te brengen om een betrouwbare bepaling van de netto productie te garanderen.
  26. Bijlage 3 heeft als titel “Certificaat ter validatie van de meetmethodiek overeenkomstig artikel 6.
  27. van de overeenkomst” en bevat volgende tekst : “Dit certificaat zal worden aangeleverd door een onafhankelijk erkend organisme zodra het meetprincipe effectief zal kunnen worden gevalideerd in overeenstemming met artikel 6.1, en doet geen enkele afbreuk aan de verplichtingen van contractspartijen onder de Overeenkomst.” Het ontbreken van bijlage 3 dat het meetprincipe valideert in overeenstemming met artikel 6.1., zijnde de meting van de nettoproductie vóór transformatie, staat de goedkeuring van het contract niet in de weg. Wel kan de CREG geen uitspraak doen over de bijlage 3 die ontbreekt.
  28. Bijlage 4 heeft als titel “Goedkeuringsbeslissing CREG met betrekking tot de aanvraag groenestroommethodiek” en bevat volgende tekst : “Deze beslissing zal worden aangeleverd zodra beschikbaar, en doet geen enkele afbreuk aan de verplichtingen van contractpartijen onder de Overeenkomst” Gezien er enkel informele uitwisselingen gebeurd zijn tussen de NORTHER en de CREG en er geen officiële vraag tot goedkeuring van de groenestroommeting bij de CREG is ingediend, heeft de CREG ook geen goedkeuringsbeslissing hierover genomen. In ieder geval kan de uitreiking van groenestroomcertificaten pas gebeuren na goedkeuring van de aanvraag tot toekenning van groenestroomcertificaten overeenkomstig artikel 8 van het koninklijk besluit van 16 juli
  29. Bij het indienen van deze aanvraag is voor elke windmolen een certificaat van oorsprongsgarantie vereist, waarbij de kenmerken van de individuele elementen die van belang zijn voor de bepaling van de netto productie van groene stroom worden gevalideerd of gecertifieerd. Rekening houdend met de procedure die moet worden doorlopen alvorens groenestroomcertificaten kunnen worden uitgereikt, is een (principiële) Niet-vertrouwelijke versie 11/18 goedkeuringsbeslissing over de groenestroommethodiek voor de CREG niet noodzakelijk om het Voorstel van Contract te kunnen goedkeuren. Vanzelfsprekend kan de CREG geen uitspraak doen over de bijlage 4 die ontbreekt.
  30. De CREG vestigt de aandacht van ELIA en NORTHER op de noodzaak om elke toekomstige wijziging of toevoeging aan het Voorstel van Contract opnieuw voor te leggen ter goedkeuring aan de CREG. V. OPSCHORTENDE VOORWAARDE
  31. Op grond van artikel 108, §3, van het VWEU kan een lidstaat van de Europese Unie de geplande steunmaatregelen niet tot uitvoering brengen alvorens de aanmeldingsprocedure tot een eindbeslissing van de Europese Commissie heeft geleid. Deze bepaling bevat de regel die doorgaans de “standstill-verplichting” wordt genoemd. Onder “tenuitvoerlegging” verstaat men niet alleen de feitelijke betaling van de steun, maar eerder het moment waarop het recht op steun wordt toegekend krachtens de nationale wetgeving
  32. Indien deze verplichting niet wordt nageleefd door de lidstaat, zal de toegekende steun – d.w.z. de beslissing tot verlening van de steun – als onwettig worden beschouwd. Elke instantie van de lidstaat is gebonden aan deze verplichting. De CREG moet, in haar hoedanigheid als administratieve, onafhankelijke autoriteit, ook de standstill-verplichting eerbiedigen. In principe geldt de standstill-verplichting pas na kennisgeving van het ondersteuningsmechanisme aan de Europese Commissie.
  33. De notificatie van het steunmechanisme waarvan NORTHER zal genieten, gebeurde op 16 juni
  34. In casu dient de CREG een beslissing te nemen over de goedkeuring van het aankoopcontract van groenestroomcertificaten tussen NORTHER en ELIA. In die zin concretiseert onderhavige beslissing de verplichting van ELIA om de steun aan NORTHER te betalen. 4 Zie o.a. HvJ-EU, Magdeburger Mühlenwerke, zaak C-129/12, van 21 maart 2013, §
  35. Niet-vertrouwelijke versie 12/18 Uit het voorgaande blijkt dat de standstill-verplichting van toepassing is op deze beslissing. De CREG zou deze bepaling overtreden als zij aan de N.V. NORTHER onvoorwaardelijk het Voorstel van Contract voor de aankoop van groenestroomcertificaten tussen ELIA en NORTHER zou goedkeuren. Daarentegen is er niets tegen het koppelen van de inwerkingtreding van deze beslissing aan een positieve beslissing van de Europese Commissie over het steunmechanisme waarop deze beslissing betrekking heeft. Deze beslissing treedt derhalve alleen in werking op de datum waarop de Europese Commissie een beslissing neemt waaruit blijkt dat het steunmechanisme waarop deze beslissing is gebaseerd en de individuele toepassing ervan ten aanzien van de N.V. NORTHER in deze beslissing, geen staatssteun of met de interne markt verenigbare staatssteun is, dan wel op de datum waarop de Europese Commissie geacht wordt zulk besluit te hebben genomen. Indien de beslissing van de Europese Commissie voorwaarden bevat die betrekking hebben op essentiële elementen waarop de huidige beslissing gebaseerd is, dan treedt de huidige beslissing van de CREG in werking op het moment dat deze voorwaarden vervuld zijn. Niet-vertrouwelijke versie 13/18 VI. CONCLUSIE Gelet op artikel 14, §1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002, Gelet op het verzoek vanwege ELIA tot goedkeuring van het geparafeerd voorstel van contract, ontvangen op 19 juli 2016 aangevuld met de bijlagen op 29 juli 2016; Gelet op het akkoord van NORTHER met de inhoud van het voorstel van contract, Gelet op de analyse door de CREG van het voorstel van contract, Gelet op de aanmelding van het steunmechanisme bij de Europese Commissie; Beslist de CREG geen uitspraak te doen over de bijlagen 3 en 4 van het Voorstel van Contract; Beslist de CREG het Voorstel van Contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten tussen ELIA en NORTHER goed te keuren; Beslist de CREG dat de netbeheerder, in samenspraak met de CREG en met het akkoord van NORTHER, een wijziging van artikel 4 van het contract aan de CREG ter goedkeuring moet voorleggen indien dit noodzakelijk zou blijken ingevolge de ontwikkeling van de databank voor groenestroomcertificaten door de CREG in overeenstemming met het koninklijk besluit van 16 juli 2002, zoals uiteengezet in paragraaf 15 van deze beslissing. Niet-vertrouwelijke versie 14/18 Deze beslissing treedt derhalve alleen in werking op de datum waarop de Europese Commissie een besluit neemt waaruit blijkt dat het steunmechanisme waarop deze beslissing is gebaseerd en de individuele toepassing ervan ten aanzien van de N.V. NORTHER in deze beslissing, geen staatssteun of met de interne markt verenigbare staatssteun is, dan wel op de datum waarop de Europese Commissie geacht wordt zulk besluit te hebben genomen. Indien de beslissing van de Europese Commissie voorwaarden bevat die betrekking hebben op essentiële elementen waarop de huidige beslissing gebaseerd is, dan treedt de huidige beslissing van de CREG in werking op het moment dat deze voorwaarden vervuld zijn.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Niet-vertrouwelijke versie Marie-Pierre FAUCONNIER Voorzitster van het Directiecomité 15/18 BIJLAGE 1 Voorstel van Contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten tussen ELIA en NORTHER Niet-vertrouwelijke versie 16/18 BIJLAGE 2 Reactie van ELIA van 9 september 2016 op de ontwerpbeslissing (B)160901-CDC-1563 Niet-vertrouwelijke versie 17/18 RAADPLEGING OVER ONTWERPBESLISSING 1563 OVER DE VRAAG TOT GOEDKEURING VAN HET VOORSTEL VAN CONTRACT VOOR HET AAKOPEN VAN GROENESTROOMCERTIFICATEN TUSSEN N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR EN DE N.V. NORTHER 09/09/2016 BIJDRAGE Elia System Operator SA bevestigt de goede ontvangst van het Raadplegingsdocument (RD)160901-CDC-1563 te weten “ONTWERPBESLISSING (B)160901-CDC-1563 over de vraag tot goedkeuring van het voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten tussen de N.V. ELIA SYSTEM OPERATOR en de N.V. NORTHER”, welke ons per e-mail werd bezorgd op 2 september laatstleden. Wij hebben kennis genomen van deze ontwerpbeslissing en de er in opgenomen analyse. Elia wenst hierbij de volgende twee opmerkingen te formuleren: - - Met betrekking tot de opschortende voorwaarde in de beslissing (het positieve antwoord van de Europese Commissie), acht Elia deze voorwaarde niet als een hinderpaal voor de ondertekening en finalisatie van het contract gezien het feit dat het contract reeds een bijzondere bepaling bevat die ook een link maakt naar een positieve goedkeuring van de Europese Commissie. Met betrekking tot de opmerking rond bijlagen 3 en 4, erkent Elia de analyse van de CREG. Elia zal in afstemming met Norther de aangepaste bijlagen ter goedkeuring aan de CREG voorleggen. Waar het voorstel van contract voor het aankopen van de groenestroomcertificaten wordt goedgekeurd, kunnen we u bevestigen dat Elia verder geen bezwaren heeft of andere opmerkingen wenst te formuleren aangaande deze ontwerpbeslissing, waarmee rekening moet worden gehouden met het oog op het definitief maken van de goedkeuringsbeslissing aangaande voormeld voorstel van contract. De bovenstaande bijdrage is niet vertrouwelijk. 09/09/2016 Raadpelging Ontwerpbeslissing 1563 2/2 BIJLAGE 3 Reactie van NORTHER van 12 september 2016 op de ontwerpbeslissing (B)160901-CDC-1563 Niet-vertrouwelijke versie 18/18

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.