(B)1619 7 april 2017 Beslissing over het voorstel van de NV ELIA SYSTEM OPERATOR houdende een addendum aan de werkingsregels van de strategische reserve van toepassing vanaf 1 november 2017 genomen met toepassing van artikel 7septies, §1 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Niet vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 1. INLEIDING ........................................................................................................................................ 3 2. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 3. ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 5 4. 5. 3.1. Algemeen................................................................................................................................. 5 3.2. Raadpleging ............................................................................................................................. 5 3.2.1. Termijn van raadpleging .................................................................................................. 6 3.2.2. Beperkingen voor de terugkeer naar de markt. .............................................................. 6 3.2.3. Bepaling van de restwaarde .......................................................................................... 10 3.2.4. Overige opmerkingen .................................................................................................... 10 ANALYSE VAN het voorstel van Addendum .................................................................................. 13 4.1. Algemeen............................................................................................................................... 13 4.2. Analyse .................................................................................................................................. 14 CONCLUSIE .................................................................................................................................... 16 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 17 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 18 Niet vertrouwelijk 2/18 1. INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna “CREG”) onderzoekt in deze beslissing, met toepassing van artikel 7septies, §1 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna “de elektriciteitswet”) het voorstel van ELIA SYSTEM OPERATOR nv (hierna “Elia”) betreffende de werkingsregels van de strategische reserve van toepassing vanaf 1 november 2017 (hierna: voorstel van werkingsregels). De werkingsregels dienen, overeenkomstig artikel 7septies, §1 van de elektriciteitswet, door de netbeheerder ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de CREG. Op 2 december 2016 ontving de CREG een brief van Elia met de vraag tot goedkeuring van het voorstel van werkingsregels voor de strategische reserve van toepassing vanaf 1 november 2017. Het Directiecomité van de CREG keurde op 22 december 2016 de ontwerpbeslissing (B)1598 over het voorstel van werkingsregels goed en besliste een openbare raadpleging te organiseren tussen 23 december 2016 en 18 januari 2017. Op 9 februari 2017 keurde het Directiecomité van de CREG de beslissing (B)1598 goed, waarbij aan Elia gevraagd werd om een voorstel bij de CREG in te dienen inzake de modaliteiten voor de terugkeer naar de markt van productie-eenheden dat rekening houdt met randnummers 74 t.e.m. 76 van deze beslissing. Op 17 maart 2017 ontving de CREG een voorstel van Elia met de vraag tot goedkeuring van een voorstel van addendum bij de werkingsregels van de strategische reserve van toepassing vanaf 1 november 2017 (hierna “voorstel van addendum”). Op 23 maart 2017 keurde het Directiecomité van de CREG de ontwerpbeslissing (B)1619 goed. Tussen 23 maart 2017 en 31 maart 2017 werd een openbare raadpleging over deze ontwerpbeslissing georganiseerd. Deze beslissing bestaat uit vijf delen. Het eerste deel is deze Inleiding. Een tweede deel beschrijft kort het wettelijk kader waarin de strategische reserve wordt aangelegd. Het derde deel geeft de antecedenten weer en bespreekt de resultaten van de openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing. Het vierde deel omvat de analyse van het voorstel van addendum. Het vijfde deel bevat de conclusie. Het voorstel van addendum aan de werkingsregels, alsook de antwoorden die de CREG ontving in het kader van de openbare raadpleging worden als bijlagen bij deze beslissing gevoegd. Deze beslissing werd op 7 april 2017, na een schriftelijke procedure die aanving op 7 april 2017 en eindigde op 7 april 2017, goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG. Niet vertrouwelijk 3/18 2. WETTELIJK KADER 1. Als laatste stap in de uitvoering van het “Plan Wathelet” dat op 5 juli 2013 door de regering werd aangenomen, voorziet de wet van 26 maart 2014 tot wijziging van de elektriciteitswet1 de invoering van een mechanisme van strategische reserves. De strategische reserve heeft tot doel een bepaald niveau van bevoorradingszekerheid in elektriciteit te garanderen tijdens de winterperiodes. 2. Artikel 7septies van de elektriciteitswet bepaalt met betrekking tot de werkingsregels het volgende: “§ 1. De netbeheerder maakt de werkingsregels van de strategische reserve aan de commissie voor goedkeuring over. In deze werkingsregels worden onder meer de indicatoren gepreciseerd die in overweging worden genomen om een tekortsituatie vast te stellen, alsook de beginselen met betrekking tot de activering door de netbeheerder van de strategische reserves. De netbeheerder publiceert de goedgekeurde regels op zijn website, ten laatste op de dag van aanvang van de procedure voorzien in artikel 7quinquies. § 2. De werkingsregels van de strategische reserve garanderen het passend gedrag van de marktspelers, teneinde tekortsituaties te vermijden. Deze regels garanderen eveneens dat het deel van de gecontracteerde capaciteit in de strategische reserve dat betrekking heeft op de productie, enkel door de netbeheerder kan worden geactiveerd. De werkingsregels strekken ertoe de interferenties van de strategische reserve met de werking van de gekoppelde elektriciteitsmarkten zoveel mogelijk te beperken. Gedifferentieerde werkingsregels kunnen worden toegestaan teneinde de vaststelling van meerdere percelen toe te laten, voor zover omstandig gemotiveerde technische vereisten dit opleggen in het kader van de procedure bedoeld in artikel 7quinquies.” 1 Wet van 26 maart 2014 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, B.S. van 1 april 2014 Niet vertrouwelijk 4/18 3. ANTECEDENTEN 3.1. ALGEMEEN 3. Op 2 december 2016 heeft de CREG een brief van Elia ontvangen met als bijlage het voorstel van werkingsregels en een versie waarin de wijzigingen ten opzichte van de werkingsregels voor de winter 2016-2017 in track changes werden weergegeven. 4. Op 8 december 2016 heeft de CREG een vergadering met Elia over dit voorstel georganiseerd. 5. Op 9 en 14 december 2016 heeft Elia aan de CREG per mail nieuwe versies, met en zonder track changes, gestuurd waarin taalkundige verbeteringen waren aangebracht. Deze versies werden op 14 december 2016 eveneens officieel per brief overgemaakt. 6. Op 22 december 2016 keurde het Directiecomité van de CREG de ontwerpbeslissing (B)1598 goed en besliste om een openbare raadpleging te organiseren tussen 23 december 2016 en 18 januari 2017. 7. Op 13 januari 2017 gaf de Minister voor Energie bij Ministerieel Besluit (hierna “het MB”) aan ELIA de instructie om een strategische reserve aan te leggen voor een periode van 3 jaar vanaf 1 november 2017 en voor een volume van 900 MW per jaar (Artikel 2, §1, van het MB). 8. Op 9 februari 2017 keurde het Directiecomité van de CREG de beslissing (B)1598 goed, waarbij aan Elia gevraagd werd om een voorstel bij de CREG in te dienen inzake de modaliteiten voor de terugkeer naar de markt van productie-eenheden dat rekening houdt met randnummers 74 t.e.m. 76 van beslissing (B)1598. 9. Tussen 1 maart 2017 en 14 maart 2017 vonden enkele vergaderingen tussen Elia en de CREG plaats over de principes van de modaliteiten van terugkeer naar de markt. 10. Op 17 maart 2017 ontving de CREG een voorstel van Elia met de vraag tot goedkeuring van een addendum aan de werkingsregels voor de strategische reserve van toepassing vanaf 1 november 2017. Het addendum geeft gevolg aan de vraag van de CREG in haar beslissing (B)1598 en heeft betrekking op de modaliteiten voor SGR-centrales die terugkeren naar de elektriciteitsmarkt. 11. Op 23 maart 2017 keurde het Directiecomité van de CREG de ontwerpbeslissing (B)1619 goed. Tussen 23 maart 2017 en 31 maart 2017 werd een openbare raadpleging over deze ontwerpbeslissing georganiseerd. 12. Op 30 maart 2017 organiseerde Elia een ad hoc ISR-TF, waarbij Elia het voorstel van addendum en de CREG haar ontwerpbeslissing (B)1619 toelichtte. 3.2. RAADPLEGING 13. Gezien de wens van de CREG en van Elia om de marktactoren vóór de uiterste datum van indiening van de offertes voor strategische reserve in het kader van de aanbesteding in 2017, met name 18 april 2017, te informeren over de volledige set van werkingsregels en aldus voldoende rechtszekerheid te bieden, liet het korte tijdsbestek tussen de beslissing (B)1598 en de uiterste datum van indiening van de offertes, niet toe aan Elia om het voorstel van addendum voor te leggen en te Niet vertrouwelijk 5/18 bespreken in het kader van de ISR-TF2. Om deze reden meende de CREG dat een openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing (B)1619 noodzakelijk was. Met het oog op het nemen van een beslissing over de goedkeuring van het addendum vóór indiening van de offertes , besliste de CREG dat de duur van de openbare raadpleging om deze specifieke omstandigheden uitzonderlijk in te korten tot 8 dagen in plaats van de standaardtermijn van drie weken. Het directiecomité van de CREG besliste, op grond van artikel 23, §1, van zijn huishoudelijk reglement om, met toepassing van artikel 23, §2, van zijn huishoudelijk reglement, een openbare raadpleging te organiseren op de website van de CREG van 23 maart 2017 tot 31 maart 2017 over de ontwerpbeslissing (B)1619 en over het voorstel van addendum. 14. De CREG ontving 7 reacties in het kader van de openbare raadpleging, namelijk van EDFLUMINUS, ELIA, E.ON, ESSENSCIA, FEBEG, FEBELIEC en T-POWER. Enkel de reactie van Elia bevatte een gedeelte waarvoor de vertrouwelijkheid werd gevraagd. De individuele reacties worden in bijlage 2 hernomen. 15. Hierna volgt een reactie van de CREG per thema dat aanbod kwam in de individuele reacties van de respondenten, zonder evenwel afzonderlijk te reageren op elke individuele reactie. 3.2.1. Termijn van raadpleging 16. Bepaalde respondenten (ESSENSCIA en FEBELIEC) gaven aan dat de termijn van acht dagen om te antwoorden op de raadpleging te kort was. 17. De termijn van acht dagen was inderdaad uitzonderlijk kort en de motivering voor deze korte termijn werd ook toegelicht in de ontwerpbeslissing (B)1619. De CREG streeft er naar, om overeenkomstig de bepalingen van haar huishoudelijk reglement, een redelijke raadplegingsperiode tussen de drie en zes weken te voorzien, maar specifieke omstandigheden kunnen een kortere raadplegingstermijn vereisen, wat hier het geval was. 3.2.2. Beperkingen voor de terugkeer naar de markt. 18. De meningen met betrekking tot de mogelijke terugkeer naar de elektriciteitsmarkt van eenheden zijn verdeeld. EDF-LUMINUS, E.ON en FEBEG pleiten voor flexibele voorwaarden voor het herintreden van eenheden in de markt en gaan niet akkoord met het door de CREG voorgestelde onderscheid in behandeling tussen tijdelijke en definitieve buitenwerkingstellingen. ESSENSCIA, FEBELIEC en T-Power pleiten daarentegen voor het invoeren van regels die de mogelijke marktverstorende effecten bij terugkeer naar de markt compenseren. ELIA wijst op mogelijke juridische problemen bij het invoeren van bepaalde beperkingen en regels inzake de terugkeer van eenheden naar de markt. 19. Artikel 4bis van de elektriciteitswet bepaalt onder meer aan wie de (tijdelijke of definitieve) buitenwerkingstelling van eenheid dient gemeld te worden, vanaf wanneer deze buitenwerkingstelling ten vroegste uitwerking kan hebben en welke eenheden verplicht zijn een buitenwerkingstelling vooraf mee te delen. Paragraaf 2 van artikel 4bis bepaalt dat de Koning de modaliteiten en de vorm van de mededeling kan bepalen. De CREG stelt vast dat de Koning deze modaliteiten tot op heden niet bepaald heeft. Bij gebreke aan duidelijke bepalingen in de wet of in een uitvoeringsbesluit over de gevolgen en modaliteiten van een aankondiging van buitenwerkingstelling (of aanpassing ervan), meent de CREG dat zij, overeenkomstig artikel 7septies, §2, van de elektriciteitswet, in het kader van de goedkeuring van de werkingsregels voor de strategische reserve, modaliteiten kan specifiëren teneinde de 2 ISR-TF : “Implementation of Strategic Reserves Taskforce” : opgericht binnen de Users’ Group van Elia met als doel om marktpartijen te informeren en te raadplegen over diverse aspecten van de strategische reserve. Niet vertrouwelijk 6/18 interferenties van de strategische reserve met de gekoppelde elektriciteitsmarkten zoveel mogelijk te beperken. 20. Een aantal partijen (EDF-LUMINUS, FEBEG, E.ON) pleiten om voldoende flexibiliteit toe te laten bij de termijnen en criteria voor terugkeer naar de markt. Hierbij worden onder meer volgende argumenten aangehaald :
- a)De terugkeer naar de markt van SGR-eenheden zou volgende voordelen voor eindafnemers opleveren : Verlaging van de kost voor de strategische reserve; De beschikbaarheid van de eenheid in de markt heeft een prijsdrukkende effect. De CREG meent dat het frequent buitenwerkingstellen en terugkeren naar de markt van oudere minder efficiënte eenheden, in functie van de marktomstandigheden, geen stabiel kader schept voor mogelijke investeringen in nieuwe capaciteit die meer geschikt is om te voldoen aan de noden aan flexibiliteit en bevoorradingszekerheid. Een goede marktwerking waarbij de prijzen correct tot stand komen en waarbij desgevallend prijspieken een werkelijke schaarste in de markt weerspiegelen, is op lange termijn gunstiger voor de eindconsument dan de op kortetermijnwinsten gerichte reacties van oudere eenheden3. De CREG merkt trouwens op dat geen enkel van de organisaties die bepaalde categorieën van eindconsumenten vertegenwoordigen (ESSENSCIA en FEBELIEC), in reactie op de openbare raadpleging heeft gevraagd voor een versoepeling van de voorwaarden voor terugkeer naar de markt van eenheden, wel integendeel.
- b)De terugkeer naar de markt heeft altijd een netto voordelig effect vanuit het standpunt van de bevoorradingszekerheid van België. De CREG meent dat het effect op de bevoorradingszekerheid beperkt of zelfs onbestaande is, gezien een eenheid in de strategische reserve tijdens de winterperiode, behoudens opstartproblemen, evenzeer bijdraagt tot de bevoorradingszekerheid als een eenheid die nog in de markt is. Buiten de winterperiode is de bijdrage van een eenheid in de strategische reserve aan de bevoorradingszekerheid echter onbestaande, maar dan zijn de risico’s inzake bevoorradingszekerheid vooralsnog ook beperkter. 21. De CREG meent dat het onderscheid tussen een definitieve en tijdelijke buitenwerkingstelling behouden moet blijven om onder meer volgende redenen : - Vooreerst wordt in artikel 4bis van de elektriciteitswet duidelijk een onderscheid gemaakt tussen een definitieve en tijdelijke buitenwerkingstelling. De CREG meent dat de termen “definitief” en “tijdelijk” voldoende duidelijk zijn en geen verdere toelichting of definitie behoeven (over de betekenis van deze termen werden trouwens geen vragen gesteld). - De CREG meent verder dat de marktactoren bij de aankondiging van een buitenwerkingsstelling correcte informatie dienen te geven over hun intentie en dat ze het onderscheid tussen tijdelijk en definitief correct moeten weergeven. 22. Artikel 7septies, §2, 3de lid, van de elektriciteitswet bepaalt dat de werkingsregels ertoe strekken de interferenties van de strategische reserve met de werking van de gekoppelde elektriciteitsmarkten zoveel mogelijk te beperken. Dit impliceert dat de CREG erover moet waken dat de gedragsreacties van de marktspelers op het bestaan van de strategische reserve zo klein mogelijk moeten zijn. Daarbij 3 Op basis van hetzelfde principe van goede marktwerking heeft de CREG in paragraaf 46 van haar beslissing 1598 haar intentie geuit om de Strategic Demand Response (SDR) uit te sluiten van deelname aan de markt van de ondersteunende diensten wanneer de SDR nog onder contract is, ook al zou dit op korte termijn een prijsverhogend effect kunnen hebben. Niet vertrouwelijk 7/18 stelt de CREG zich de vraag wat het normale verloop/gedrag zou zijn indien het mechanisme van strategische reserve niet zou hebben bestaan. 23. De CREG meent dat, onverminderd de overige bepalingen in de werkingsregels, de productieeenheden waarvoor een tijdelijke buitenwerkingstelling werd aangemeld, na de aangekondigde datum van tijdelijke buitenwerkingstelling, kunnen terugkeren naar de elektriciteitsmarkt door het aankondigen van een terugkeer naar de markt. 24. Zonder het bestaan van het mechanisme van strategische reserve zouden eenheden voor dewelke een definitieve buitenwerkingsstelling werd aangekondigd en voor dewelke de aangekondigde datum van definitieve buitenwerkingsstelling verstreken is, definitief gesloten zijn vanaf deze aangekondigde datum van definitieve buitenwerkingstelling. 25. De CREG wenst onderscheid te maken tussen 2 mogelijke vormen van terugkeer naar de markt, namelijk door enerzijds het aankondigen van een terugkeer naar de markt (wat neerkomt op het herroepen van een eerdere aankondiging tot buitenwerkingstelling) en anderzijds door het aanvragen van een nieuwe individuele vergunning voor een buiten werking gestelde eenheid.
- a)Herroeping van de aankondiging van buitenwerkingstelling In principe meent de CREG dat, in de geest van de bepalingen van artikel 7septies, §2, 3de lid, van de elektriciteitswet (zoals geïnterpreteerd in randnummer 22), de eenheden na het verstrijken van deze aangekondigde datum van definitieve sluiting, niet meer kunnen afzien van hun aankondiging tot definitieve buitenwerkingstelling door het eenvoudigweg herroepen van deze aankondiging tot definitieve buitenwerkingstelling. De CREG beslist daarom dat eenheden die een definitieve buitenwerkingstelling hebben aangekondigd en die deelnemen aan de aanbesteding voor strategische reserve of een contract voor strategische reserve hebben afgesloten, na het verstrijken van de aangekondigde datum van definitieve buitenwerkingstelling, hun aankondiging tot definitieve buitenwerkingstelling niet meer kunnen herroepen. Gezien dit principe door bepaalde marktactoren in vraag gesteld werd tijdens de openbare raadpleging en dat dit principe in het verleden niet zo uitdrukkelijk werd beschreven in de werkingsregels, gaat de CREG akkoord om een overgangsregime4 toe te laten en dit principe pas te laten gelden vanaf 30 september 2017, onafhankelijk van de voorziene datum van definitieve buitenwerkingstelling en onverminderd de overige bepalingen van deze beslissing. De contractering in de strategische reserve van een eenheid, waarvoor een definitieve buitenwerkingstelling aangekondigd werd welke nog niet effectief is, creëert echter een risico op een gedragswijziging bij de operator van die eenheid (uitgaande van een rationeel gedrag van de operator). De operator die een definitieve buitenwerkingstelling aankondigt, neemt deze beslissing immers omdat hij meent dat de kosten voor het tijdelijk sluiten en nadien heropstarten van de eenheid niet opwegen tegen de verwachte opbrengsten na een toekomstige heropstart. De contractering in de strategische reserve maakt dat de vaste kosten die verbonden zijn aan het stand-by houden van de eenheid in de strategische reserve gedekt worden door het contract in de strategische reserve. Het wegvallen van deze kosten in hoofde van de operator van de eenheid, maakt dat er een incentive gecreëerd wordt om de geplande definitieve uitdienstneming uit te stellen tot op het einde van de contractuele termijn van de strategische reserve. 4 FEBEG had in haar reactie gevraagd een overgangsregime te voorzien. Niet vertrouwelijk 8/18 De contractering in de strategische reserve kan gezien worden als het verkrijgen van een optie, gefinancierd door de strategische reserve -dus gratis in hoofde van de operator-, om de beslissing tot definitieve buitenwerkingstelling uit te stellen met een termijn gelijk aan de contractduur van de strategische reserve. Een dergelijke wijziging van de aankondiging van buitenwerkingstelling, waarbij de datum van buitenwerkingstelling wordt uitgesteld tot het einde van het contract in de strategische reserve, dient beschouwd te worden als een interferentie van de strategische reserve met de elektriciteitsmarkt ten gevolge van de contractering in de strategische reserve. Om een dergelijke interferentie zoveel mogelijk te beperken, meent de CREG dat een wijziging van de datum van definitieve uitdienstneming niet kan worden toegestaan nadat de operator van de eenheid kennis heeft gekregen van de intentie van Elia om de betrokken eenheid te contracteren in de strategische reserve. Voor wat betreft de aanbesteding voor strategische reserve in 2017, beslist de CREG dat, rekening houdend met de voorziene kalender, waarbij de CREG haar advies met betrekking tot de al dan niet manifeste onredelijkheid van de offertes zal uitbrengen in juli 2017, het uitstellen van de datum van definitieve buitenwerkingstelling niet mag gebeuren : Tussen 1 juli 2017 en de afloop van het contract in de strategische reserve voor de eenheden die gecontracteerd worden in de strategische reserve; tussen 1 juli 2017 en het moment dat de eenheden bevestiging krijgen dat zij niet gecontracteerd worden in de strategische reserve, voor de eenheden die niet weerhouden worden in de strategische reserve. Een wijziging van status van definitieve uitdienstneming naar tijdelijke uitdienstneming, wat in feite neerkomt op het uitstellen van de beslissing om de eenheid definitief buitenwerking te stellen, dient om dezelfde redenen binnen hetzelfde tijdsvenster te gebeuren afhankelijk van de al dan niet contractering in de strategische reserve.
- b)Aanvraag van individuele vergunning voor een definitief buiten werking gestelde eenheid. Over de terugkeer naar de markt van een eenheid, waarvan de datum van definitieve buitenwerkingstelling verstreken is (en die m.a.w. als “definitief buiten werking gesteld” wordt beschouwd), door middel van het aanvragen van een individuele productievergunning, merkt de CREG op dat de regels hiervoor bepaald zijn in het koninklijk besluit van 11 oktober 2000, en dat de werkingsregels voor de strategische reserve geen invloed hebben op de bepalingen van dit koninklijk besluit. Desalniettemin zou het verlenen van een individuele vergunning aan een definitief gesloten eenheid die bovendien bepaalde investeringen heeft gerealiseerd welke door de strategische reserve werden gefinancierd, een ernstige concurrentieverstoring inhouden. In voorkomend geval dient eveneens de restwaarde van de investering te worden terugbetaald. 26. Een eenheid waarvoor een tijdelijke buitenwerkingstelling werd aangekondigd, heeft per definitie de mogelijkheid om terug naar de markt te keren. De gevolgen zoals beschreven voor een aangekondigde definitieve buitenwerkingstelling zijn hier dan ook niet op van toepassing. Wel wenst de CREG te benadrukken dat een eenheid waarvan de tijdelijke uitdienstneming effectief is (eenheden waarvan de aangekondigde datum voor tijdelijke buitenwerkingstelling verstreken is en die niet gecontracteerd zijn in de strategische reserve) moeten blijven voldoen aan de REMIT-regelgeving. Niet vertrouwelijk 9/18 3.2.3. Bepaling van de restwaarde 27. In haar ontwerpbeslissing (B) 1619 heeft de CREG voorgesteld om het deel van de investeringen en de kosten voor grote onderhoudswerkzaamheden dat dient terugbetaald te worden bij een terugkeer naar de elektriciteitsmarkt, te bepalen op de werkelijke restwaarde op het moment van terugkeer. 28. FEBEG meent dat dit voorstel van de CREG onvoorspelbaar is, tot onzekerheid leidt en dat ‘objectieve checks en balances’ ontbreken. FEBEG stelt dan ook voor dat de regels voor het bepalen van de restwaarde op voorhand dienen vastgesteld te worden. EDF -Luminus en FEBEG stellen voor om in hun offertes reeds afschrijvingstermijnen, levensduurverlenging, aantal bijkomende draaiuren, … te vermelden in de offertes voor de strategische reserve. Ze vragen de CREG om deze waarden vast te leggen in de SGR-contracten indien de CREG deze redelijk acht. 29. De CREG deelt de mening van de respondenten dat de regels voor de waardebepaling niet op voorhand duidelijk vastgelegd zijn. De CREG stelt evenwel vast dat de respondenten geen sluitend geheel van regels voorstellen die met voldoende zekerheid een correcte waardering in de toekomst van een eenheid kunnen voorspellen. De CREG vraagt zich af of het überhaupt mogelijk is om een dergelijke set van regels ex ante vast te leggen, die een correcte toekomstige waardering garanderen waarbij elke marktverstoring bij terugkeer van de eenheid naar de markt wordt vermeden. 30. De CREG blijft bij de voorgestelde aanpassingen zoals voorgesteld in de ontwerpbeslissing (B)1619. 3.2.4. Overige opmerkingen 3.2.4.1. Nood om het nodige volume correct in te schatten 31. ESSENSCIA stelt in haar reactie het volgende : “Verder is het noodzakelijk dat het volume van de strategische reserve niet wordt afgestemd op de financiële nood om overtollige installaties te ‘parkeren’ maar gebaseerd wordt op het werkelijk ingeschat risico op tekorten die na het vervullen van de verplichtingen in de markt ontstaan. Ook hier dient flankerend beleid te zorgen dat dit volume minimaal is en dat de verantwoordelijkheden in de markt op een juiste manier opgenomen worden en dat tegenover een gebrek aan verantwoordelijkheid een correcte penalisatie staat” 32. De CREG is het eens met de positie van ESSENSCIA dat het nodige volume moet overeenstemmen met de werkelijke nood aan strategische reserve, maar wijst er op dat de instructie aan Elia tot aanleggen van een hoeveelheid strategische reserve de bevoegdheid is van de Minister van Energie. 3.2.4.2. Mogelijkheid tot herintreden in de markt voor definitief buitenwerkinggestelde eenheden 33. Elia merkt op dat het standpunt in de ontwerpbeslissing van de CREG, dat stelt dat eenheden waarvoor een definitieve buitenwerkingstelling werd aangekondigd niet kunnen herintreden in de elektriciteitsmarkt, in tegenspraak is met het ministerieel besluit van 15 januari 2017, dat stelt dat in het geval tijdelijk of definitief uit dienst genomen eenheden herintreden in de elektriciteitsmarkt, de minister het volume voor de 2de en 3de winterperiode kan aanpassen. 34. De CREG is van mening dat de elektriciteitswet voldoende rechtsgrond biedt voor de bepalingen in de beslissing (B)1619 van de CREG. Niet vertrouwelijk 10/18 Artikel 7quater van de elektriciteitswet stelt dat de minister een instructie kan geven aan de netbeheerder om een strategische reserve aan te leggen voor een periode van één tot drie jaar, vanaf de eerste dag van de komende winterperiode en dat de minister de omvang van deze strategische reserve vastlegt. De Minister heeft, in uitvoering van artikel 7quater van de elektriciteitswet, instructie gegeven aan Elia om een strategische reserve aan te leggen voor een periode van drie jaar en voor een volume van 900 MW per jaar. De CREG meent dat de bepalingen in het ministerieel besluit die betrekking hebben op het herintreden van eenheden in de markt een rechtstreekse invloed kunnen hebben op de elektriciteitsmarkt (zie supra in hoofdstuk 3.2.2). In de mate dat artikel 7septies van de elektriciteitswet duidelijk bepaalt dat de werkingsregels van de strategische reserve ertoe strekken om interferenties met de gekoppelde elektriciteitsmarkten zoveel mogelijk te beperken en dat deze werkingsregels dienen goedgekeurd te worden door de CREG, meent de CREG dat de wetgever de bedoeling had om haar de bevoegdheid te geven om toezicht te houden op mogelijke verstoringen van een correcte marktwerking ten gevolge van de strategische reserve en deze verstoringen ook te voorkomen door middel van de werkingsregels. In onderhavige beslissing voorziet de CREG evenwel een overgangsregime, waarbij pas vanaf 30 september 2017 het principe wordt toegepast dat eenheden die een definitieve buitenwerkingstelling hadden aangekondigd na het verstrijken van de aangekondigde datum van buitenwerkingstelling (onafhankelijk van wanneer deze datum valt) niet meer kunnen terugkeren naar de elektriciteitsmarkt door het herroepen van hun aankondiging. 3.2.4.3. Vraag naar beperkte aankondigingstermijn voor teugkeer naar de markt 35. EDF-LUMINUS pleit om “voor de aankondigingstermijn voor de terugkeer ongeacht het moment in het jaar een beperkte tijd (enkele weken) te hanteren, voldoende om alle belanghebbende partijen correct te informeren (conform REMIT).” Verder acht EDF-LUMINUS het onwaarschijnlijk dat andere operatoren de sluiting van hun eenheid zullen willen aankondigen indien een SGR-eenheid terug zou keren naar de markt. 36. De CREG heeft in deze beslissing (onder meer in randnummer 25) reeds gewezen op mogelijke interferenties tussen de strategische reserve en de gekoppelde elektriciteitsmarkten, welke ertoe leiden dat er beperkingen moeten gesteld worden aan de wijzigingen van aankondiging van buitenwerkingstellingen. De terugkeer naar de markt van eenheden die een tijdelijke uitdienstneming hebben aangekondigd en die gecontracteerd zijn in de strategische reserve, kan niet op om het even welk moment in het jaar gebeuren, gezien de offerte gebaseerd is op een contractering gedurende een volledig jaar. 37. Verder meent de CREG dat de reactie van andere marktactoren op een terugkeer naar de markt van een SGR-eenheid toekomt aan deze actoren en er ex ante geen sluitende aannames kunnen gemaakt worden over de gedragingen van die actoren in bepaalde omstandigheden. 3.2.4.4. Firmness van de offertes voor de strategische reserve 38. FEBEG ziet geen reden voor de beperkingen die worden opgelegd aan eenheden die wensen terug te keren naar de markt nadat ze een offerte voor strategische reserve hebben ingediend. FEBEG meent dat de “normale marktwerking” de voorkeur zou moeten genieten. 39. De CREG meent dat het beperken van de interferenties van de strategische reserve op de gekoppelde elektriciteitsmarkten (zoals bepaald in artikel 7septies van de elektriciteitswet) niet Niet vertrouwelijk 11/18 hetzelfde is als de regels die gelden zonder strategische reserve ook laten gelden met strategische reserve. Verder merkt de CREG op dat een terugkeer van eenheden toelaten tijdens het aanbestedingsproces, naast de verstoring van het aanbestedingsproces zelf, mogelijks ook zou kunnen leiden tot de onmogelijkheid voor de netbeheerder om voor de start van de winterperiode het nodige volume aan strategische reserve gecontracteerd te hebben. Het toelaten om terug te keren naar de markt van eenheden die een offerte voor de strategische reserve hebben ingediend, kan een impact hebben op de selectie die aan de CREG wordt voorgesteld in het kader van de beoordeling van de al dan niet manifeste onredelijkheid van deze offertes. Hierdoor zouden capaciteiten dienen gecontracteerd te worden die initieel slechter gerangschikt waren in de selectie en die mogelijks door de CREG als manifest onredelijk werden beschouwd. Deze nieuwe selectie kan dan ook het koninklijk besluit impacteren zoals voorzien in artikel 7sexies, §3, van de elektriciteitswet, waardoor het nodige volume aan strategische reserve niet tijdig zou kunnen gecontracteerd worden. Niet vertrouwelijk 12/18 4. ANALYSE VAN HET VOORSTEL VAN ADDENDUM 4.1. ALGEMEEN 40. In hoofdstuk 5 (randnummers 71 t.e.m. 76) van de beslissing (B)1598 werd de impact van het ministerieel besluit van 13 januari 2017 geanalyseerd. Artikel 4 van het ministerieel besluit van 13 januari 2017 voorziet in een mogelijke aanpassing van het volume dat de netbeheerder dient te contracteren in het geval dat productie-eenheden die een definitieve of tijdelijke buitendienststelling hebben aangekondigd overeenkomstig artikel 4bis van de elektriciteitswet herintreden in de markt. Uit een toelichting van de Minister aan Elia over het ministerieel besluit (die de CREG ontving op 6 februari 2017 en die een antwoord vormt op een vraag van Elia aan de Minister van 30 januari 2017) blijkt echter dat de Minister de bedoeling had om ook de productie-eenheden die gecontracteerd werden in de strategische reserve toe te laten op eigen initiatief uit het (in principe driejarig) contract te treden. In randnummer 74 van beslissing (B)1598 stelde de CREG dat er een duidelijk en transparant kader diende gecreëerd te worden voor de eenheden die terugkeren naar de markt. 41. Het voorstel van addendum bij de werkingsregels bevat drie secties : - De aankondiging van terugkeer naar de elektriciteitsmarkt van productie-eenheden; - Modaliteiten en gevolgen van een (aankondiging van) terugkeer naar de elektriciteitsmarkt; - Terugbetaling van kosten die vergoed werden in het kader van een SGR-contract. 42. De CREG meent dat de goedgekeurde modaliteiten van terugkeer naar de markt integraal deel moeten uitmaken van de werkingsregels. De CREG vraagt dan ook om het goedgekeurde addendum te integreren in de werkingsregels en als één enkel document te publiceren. Dit impliceert ook de aanpassing van de inhoudstabel en de verwijzing naar het addendum in hoofdstuk 4 van de werkingsregels (“4. Inwerkingtreding en duur”). 43. Verder stelt de CREG vast sommige bepalingen van het addendum (p.e. randnummer 46) of van de onderhavige beslissing bedoeld zijn om van toepassing te zijn vóór 1 november 2017. De titel van de werkingsregels en hoofdstuk 4 van de werkingsregels bepalen dat de werkingsregels echter van toepassing zijn vanaf 1 november 2017. De CREG vraagt aan ELIA om de werkingsregels toepasbaar te maken vanaf de aanbesteding in 2017 door de titel en de bepalingen in hoofdstuk 4 van de werkingsregels in die zin aan te passen. 44. Het voorstel van addendum specifieert niet uitdrukkelijk welke eenheden mogen herintreden in de markt. De CREG meent dat eenheden waarvoor een tijdelijke buitenwerkingstelling werd aangekondigd binnen het kader van de werkingsregels kunnen terugkeren naar de markt. De eenheden waarvoor een definitieve buitenwerkingstelling werd aangekondigd, kunnen na de aangekondigde datum van buitenwerkingstelling niet meer terugkeren naar de markt door middel van het herroepen of intrekken van de eerdere aankondiging van buitenwerkingstelling. Hierbij wenst de CREG een overgangsregime zoals vermeld in randnummer 25a), eerste lid, te voorzien. Het indienen van nieuwe vergunningsaanvraag overeenkomstig het koninklijk besluit van 11 oktober 2000 voor een definitief buitenwerkinggestelde eenheid valt buiten de scope van deze beslissing. De contractering in de strategische reserve schort weliswaar de datum van effectieve buitenwerkingstelling op, maar annuleert geenszins de melding van definitieve buitenwerkingstelling. 45. De CREG meent dan ook dat de werkingsregels nader dienen te bepalen welke eenheden, binnen het kader van de voorwaarden vermeld in het addendum, in aanmerking komen om terug te keren Niet vertrouwelijk 13/18 naar de markt door toevoeging van een alinea na de hoofdtitel (“1. Modaliteiten voor Productieeenheden die terugkeren naar de elektriciteitsmarkt”) en vóór de titel van sectie 1.1. (“1.1. Aankondiging van terugkeer naar de elektriciteitsmarkt van productie-eenheden”). Deze alinea dient rekening te houden met de redenering in randnummers 23, 24 en 25 en dient de voorwaarden te specifiëren waaronder eenheden voor dewelke een tijdelijke buitenwerkingstelling werd aangemeld en eenheden voor dewelke een definitieve buitenwerkingstelling werd aangemeld, kunnen terugkeren naar de markt. 4.2. ANALYSE 46. Om interferenties tussen de strategische reserve en de gekoppelde elektriciteitsmarkten te beperken, meent de CREG dat er, zoals uiteengezet in randnummer 25a), vraagt de CREG aan Elia om een sectie in te voegen voorafgaand aan sectie 1.1. welke het tijdsvenster bepaalt waarin er geen wijzigingen van een melding van buitenwerkingstelling (status of uitstel van datum) kan gebeuren. 47. Sectie 1.1. van het voorstel van addendum stelt dat de terugkeer naar de elektriciteitsmarkt van productie-eenheden die een offerte hebben aangeboden in het kader van de aanbesteding die plaatsvindt in 2017, ten vroegste kan gebeuren vanaf de datum dat Elia meedeelt dat de productieeenheid niet weerhouden is in de strategische reserve. 48. De CREG meent dat de ingediende offertes voor de strategische reserve “firm” moeten zijn en gaat bijgevolg akkoord met dit principe in het voorstel van addendum. 49. Sectie 1.1. stelt verder dat eenheden die weerhouden zijn in de strategische reserve een terugkeer naar de elektriciteitsmarkt kunnen aankondigen. Indien deze aankondiging wordt gedaan vóór 1 juli, dan heeft deze aankondiging effect vanaf de eerstvolgende 1 november van het jaar waarin de aankondiging gebeurde. Gebeurt de aankondiging op 1 juli of later, dan heeft de aankondiging pas effect vanaf 1 november van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de aankondiging gebeurde. 50. Deze bepalingen liggen in lijn met de mening van de CREG in randnummer 75 van Beslissing (B)1598. 51. Sectie 1.2. van het voorstel van addendum bepaalt dat de aankondiging dient te worden overgemaakt aan de Minister , CREG en Elia en dat Elia deze publiceert op haar website. 52. De aankondiging van terugkeer naar de elektriciteitsmarkt gebeurt aan dezelfde instanties die de aankondiging van buitenwerkingstelling, in het kader van artikel 4bis van de elektriciteitswet, ontvangen. Wat betreft de publicatie op de website van Elia wordt in het voorstel van addendum geen termijn bepaalt. De CREG meent dat het belangrijk is dat de marktactoren tijdig ingelicht worden van deze aankondiging, in het bijzonder voor aankondigingen die vóór 1 juli gebeuren en die mogelijks aanleiding geven tot nieuwe aankondigingen van buitenwerkingstelling van productie-eenheden in het kader van artikel 4bis van de elektriciteitswet. 53. Om deze reden vraagt de CREG aan ELIA om de woorden “binnen de 5 werkdagen” toe te voegen op het eind van de tweede alinea van sectie 1.2. 54. Sectie 1.2. van het voorstel van addendum hecht verder 2 gevolgen aan de aankondiging van terugkeer naar de elektriciteitsmarkt : - De nietigverklaring van de initiële aankondiging van buitenwerkingstelling - De (vroegtijdige) beëindiging van het SGR-contract vanaf de datum dat deze aankondiging effect heeft. Niet vertrouwelijk 14/18 De CREG meent dat deze twee gevolgen logisch voortvloeien uit de aankondiging van terugkeer naar de markt. 55. Sectie 1.3. verduidelijkt de principes van terugbetaling van kosten die vergoed werden in het kader van een SGR-contract. De tweede alinea van 1.3. stelt dat de verplichting tot terugbetaling bij terugkeer naar de markt onafhankelijk is van het feit of deze terugkeer plaatsvindt tijdens de looptijd van een SGR-contract of na afloop ervan. De CREG is het eens met dit principe, gezien de terugbetaling als doel heeft concurrentieverstoring te vermijden. 56. Verder bepaalt sectie 1.3. dat de SGR-kandidaten bij indiening van hun offertes reeds een opsplitsing dienen te maken tussen enerzijds de investeringskosten en de kosten voor grote onderhoudswerkzaamheden en anderzijds de recurrente kosten. Verder dient het bewijs van de noodzaak van deze investering te worden aangetoond en dient de verwachte levensduur(verlenging) te worden opgegeven. Deze elementen maken deel uit van de beoordeling door de CREG van het al dan niet manifest onredelijk karakter van de offertes. In voorkomend geval worden de investeringskosten en kosten voor grote onderhoudswerkzaamheden en de levensduur (verlenging) opgenomen in het SGR contract. De CREG meent, rekening houdend met de hierna volgende randnummers, de woorden “en de levensduur (verlenging)” geschrapt dienen te worden. 57. De vierde alinea van sectie 1.4. bepaalt het principe van de terugbetaling waarbij de SGRcontractant bij terugkeer naar de elektriciteitsmarkt het niet-afgeschreven gedeelte van de investering of de kosten voor grote onderhoudswerkzaamheden terug moet betalen. 58. De vijfde alinea van sectie 1.4. stelt dat de terugbetalingsverplichting komt te vervallen bij het verlopen van de levensduur van de investering of de levensduurverlenging van de productie-eenheid bij grote onderhoudswerkzaamheden. De CREG is van mening dat de ex ante inschatting van de levensduur(verlenging) in bepaalde gevallen onmogelijk is (bij voorbeeld als de investering leidt tot een extra aantal draaiuren). Daarom stelt de CREG voor om het terug te betalen bedrag bij terugkeer naar de markt te laten afhangen van de werkelijke restwaarde op het moment van terugkeer naar de markt. Dit bedrag dient in voorkomend geval beslist te worden door de CREG. 59. De CREG stelt daarom voor om de vierde en vijfde alinea van het voorstel te vervangen door de volgende alinea: Het deel van de investeringskosten en kosten voor grote onderhoudswerkzaamheden dat dient terugbetaald te worden bij een terugkeer naar de elektriciteitsmarkt, wordt bepaald door de CREG op basis van de werkelijke restwaarde van de investering. 60. De zesde alinea van sectie 1.4. heeft betrekking op de garantie van de naleving van de terugbetalingsverplichting indien de productie-eenheid wordt verkocht of indien de controle erop wordt overgedragen aan een derde partij. De CREG meent dat in het geval van weigering of het uitblijven van de creatie van de nodige zekerheid, het terug te betalen bedrag onmiddellijk opeisbaar moet worden van de overdragende partij. In haar reactie op de openbare raadpleging reageerde Elia hierop dat deze bepaling reeds vastgelegd is in de SGR-contracten en stelt ze voor om deze bepalingen niet te dupliceren in de werkingsregels. De CREG meent dat deze bepaling minstens ook in de werkingsregels, die voor elke winterperiode beschikbaar blijven op de website van Elia, thuishoort. De CREG ziet geen onoverkomelijk probleem om de bepaling voorgesteld door Elia (namelijk ”In het geval van weigering of het uitblijven van de creatie van de zekerheid, zal het terug te betalen bedrag onmiddellijk opeisbaar worden van de overdragende Leverancier”) te dupliceren. Niet vertrouwelijk 15/18 5. CONCLUSIE Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en in het bijzonder artikel 7septies, §1; Gelet op het voorstel van werkingsregels ontvangen van Elia op 9 en 14 december 2016; Gelet op de beslissing (B)1598 van 9 februari 2017 van de CREG en in het bijzonder van randnummers 74 t.e.m. 76; Gelet op het voorstel van addendum ontvangen op 17 maart 2017; Gelet op de analyse van het voorstel van addendum; Gelet op de antwoorden van de marktpartijen op de openbare raadpleging en de analyse ervan in hoofdstuk 3.2.; Gelet op het antwoord van Elia op de openbare raadpleging en de daarin hernomen voorstellen tot wijziging van de tekst van het voorstel van werkingsregels meer bepaald met betrekking tot randnummers 15, 21, 24 en 27 van de ontwerpbeslissing (B)1619 (respectievelijk randnummers 42, 53, 56 en 59 van deze beslissing); Beslist de CREG om het voorstel van addendum aan de werkingsregels van de strategische reserve van toepassing vanaf 1 november 2017 goed te keuren op voorwaarde dat Elia deze regels aanpast en daarbij ten volle rekening houdt met de opmerkingen van de CREG in randnummers 42, 43, 45, 46, 53, 56, 59 en 60. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Marie-Pierre FAUCONNIER Voorzitster van het Directiecomité Niet vertrouwelijk 16/18 BIJLAGE 1 Voorstel van Addendum bij de werkingsregels van de strategische reserve van toepassing vanaf 1 november 2017 Niet vertrouwelijk 17/18 BIJLAGE 2 Individuele antwoorden op de raadpleging Deze bijlage bevat de individuele antwoorden op de openbare raadpleging Niet vertrouwelijk 18/18 STANDPUNT Datum: Publieke raadpleging van de CREG over haar ontwerpbeslissing van 23 maart 2017 over het voorstel van de NV Elia System Operator houdende een addendum aan de werkingsregels van de strategische reserve van toepassing vanaf 1 november 2017 31 maart 2017 Contact: Telefoon: Mail: Steven Harlem 0032 2 500 85 89 steven.harlem@febeg.be Onderwerp: Inleiding De CREG organiseert een publieke raadpleging over haar ‘ontwerpbeslissing ((PRD)1619) over het voorstel van de NV Elia System Operator houdende een addendum aan de werkingsregels van de strategische reserve van toepassing vanaf 1 november 2017’. De deadline van de consultatie is 31 maart 2017. FEBEG wenst de CREG te bedanken voor het organiseren van deze consultatie en om de stakeholders de mogelijkheid te bieden om hun opmerkingen en voorstellen over deze ontwerpbeslissing over te maken. De opmerkingen en voorstellen van FEBEG zijn niet vertrouwelijk. Principe van terugkeer naar de markt De strategische reserve vormt een uitzondering op de normale marktwerking die altijd de voorkeur zou moeten genieten, in het bijzonder wanneer dit ook de laagste maatschappelijke kost betekent: de kosten voor reservering van de capaciteit van de eenheden in de strategische reserve moeten niet meer gedragen worden door de transmissienetbeheerder en de beschikbaarheid van de eenheden in de markt heeft een prijsdrukkend effect. Terugkeer naar de markt moet te allen tijde mogelijk zijn aangezien het netto-effect op de Belgische regelzone altijd positief is vanuit het perspectief van bevoorradingszekerheid zodat er geen enkele verantwoording bestaat om dit te beperken. FEBEG is van dan ook mening dat productie-eenheden in de strategische reserve te allen tijde moeten kunnen terugkeren naar de markt, op voorwaarde dat de bepalingen van REMIT worden gerespecteerd, dat dit gebeurt volgens een duidelijk en transparant kader (nrs. 13 en 14) en dat de restwaarde van de investeringskosten die vergoed werden in het kader van een SGR-Contract, worden terugbetaald (nr. 23). Dit kader mag evenwel niet dermate beperkend zijn dat het een bijkomende inbreuk vormt op het eigendomsrecht en de vrijheid van ondernemen, m.a.w. de verplichting om deel te nemen aan de strategische reserve mag geen afbreuk doen aan de regels en procedures voor tijdelijke of definitieve buitenwerkingstelling zoals die van toepassing zouden zijn in het geval er geen strategische reserve zou zijn geweest. Artikel 4 bis van de Elektriciteitswet bepaalt de regels voor de aankondiging van een buitenwerkingstelling. De aankondiging van een tijdelijke of een definitieve buitenwerkingstelling wordt – volgens de Wet – gevolgd door een wachtperiode alvorens de tijdelijke of definitieve buitenwerkingstelling effectief kan plaatsvinden. Volgens FEBEG werden deze wettelijke bepalingen tot op heden als volgt geïnterpreteerd en toegepast: Ref: CEM 012-2017 1-3 STANDPUNT vóór de aangekondigde datum – met inachtneming van de wachtperiode zoals voorzien in de Wet – van de effectieve tijdelijke of definitieve buitenwerkingstelling kan de aankondiging nog steeds herroepen worden; vóór de aangekondigde datum – met inachtneming van de wachtperiode zoals voorzien in de Wet – van de effectieve tijdelijke of definitieve buitenwerkingstelling kan het karakter van de aangekondigde buitenwerkingstelling nog steeds veranderd worden, namelijk van tijdelijk naar definitief of omgekeerd: deze verandering van karakter van de buitenwerkingstelling is mogelijk zonder invloed op de wachttermijn en de initiële aangekondigde datum zodat de verplichting om aan te bieden in de strategische reserve onveranderd blijft. Specifieke opmerkingen Randnummer 16 en 17 De CREG argumenteert dat enkel eenheden waarvoor een tijdelijke buitenwerkingstelling werd aangekondigd mogelijks kunnen terugkeren naar de markt en dat eenheden waarvoor een definitieve buitenwerkingstelling werd aangekondigd, niet meer kunnen terugkeren naar de markt na de aangekondigde datum van buitenwerkingstelling. De CREG stelt dan ook voor om in het addendum het volgende toe te voegen: ‘Enkel productie-eenheden waarvoor een tijdelijke buitenwerkingstelling werd aangekondigd, kunnen terugkeren naar de markt’. FEBEG is het niet eens met deze nieuwe beperking – als het gevolg van het tussenkomen van de strategische reserve – in vergelijking met de normale toepassing van de regels en procedures voor tijdelijke of definitieve buitenwerkingstelling: zelfs bij een aankondiging van een definitieve buitenwerkingstelling kan de exploitant immers de aankondiging herroepen vóór de aangekondigde datum van buitenwerkingstelling; ook bij het verstrijken van de aangekondigde datum van buitenwerkingstelling, moet de eenheid opnieuw naar de markt kunnen terugkeren; in dit geval zal de exploitant zich wel opnieuw administratief in orde moeten stellen (bv. aanvragen nieuwe federale productievergunning, …). Indien echter het loutere feit van de aankondiging van een definitieve buitenwerkingstelling een terugkeer naar de markt überhaupt onmogelijk zou maken, wordt de bestaande regelgeving – door een addendum bij de werkingsregels - gevoelig verstrengd en vormt dit daarentegen wel een nieuwe beperking van het eigendomsrecht. In dit geval moet minstens – omwille van de rechtszekerheid – een overgangsregime uitgewerkt worden voor de reeds gedane aankondigingen van definitieve buitenwerkingstelling. Randnummer 18 en 19 De CREG meent verder dat de offertes voor de strategische reserve ‘firm’ moeten zijn en dat eenheden die een offerte hebben aangeboden pas kunnen terugkeren naar de markt wanneer Elia meedeelt dat de productie-eenheid niet is weerhouden in de strategische reserve. Bovendien bevat het voorstel strikte tijdsvensters voor de aankondigingen tot terugkeer naar de markt en hun uitwerking. FEBEG begrijpt de beweegredenen voor deze beperkingen niet. Aan de ene kant is het voor marktpartijen moeilijk om lang op voorhand een beslissing te nemen over een terugkeer naar de markt; aan de andere kant is het ook moeilijk te begrijpen waarom een terugkeer – eens de beslissing is genomen – zou moeten worden uitgesteld. FEBEG wenst hier opnieuw te herhalen (zie ‘principe van terugkeer naar de markt’) dat de normale marktwerking de voorkeur zou moeten genieten, in het bijzonder wanneer dit leidt tot de laagste maatschappelijke kost. FEBEG ziet dan ook geen enkele reden voor deze bijkomende beperkingen. Ref: CEM 012-2017 2-3 STANDPUNT Productie-eenheden in de strategische reserve zouden op elk moment moeten kunnen terugkeren naar de markt op voorwaarde dat dit gebeurt volgens een duidelijk en transparant kader en op voorwaarde dat de restwaarde van de investeringskosten die vergoed werden in het kader van een SGR-contract, worden terugbetaald. Randnummer 25 tot 27 De bepaling van het eventueel terug te betalen deel van de investering bij terugkeer naar de markt zou volgens de CREG dienen te gebeuren door de CREG op basis van de werkelijke restwaarde van de investering. FEBEG heeft ernstige bedenkingen bij het concrete voorstel: het is onvoorspelbaar, leidt tot onzekerheid en ‘objectieve checks en balances’ ontbreken. De regels voor het bepalen van de restwaarde van investeringen of revisies moeten op voorhand vastgesteld worden. Dit is niet alleen wenselijk vanuit het oogpunt van de rechtszekerheid; de voorwaarden voor terugkeer zijn immers ook een bepalende factor voor het nemen van de beslissing tot terugkeer. FEBEG is voorstander van een meer boekhoudkundige benadering die voor alle betrokken partijen gemakkelijk verifieerbaar is. Zo zouden kandidaten in de aanbesteding voor de strategische reserves in hun offertes reeds afschrijvingstermijnen, bijkomende levensduur, … kunnen aangeven. Deze waarden zouden dan – indien de CREG van oordeel is dat ze redelijk zijn – kunnen meegenomen worden in de contracten voor de strategische reserve. FEBEG is bezorgd dat andere mechanismen alleen maar aanleiding zullen geven tot betwistingen waarin uiteindelijk dan de CREG als partij en rechter zou moeten oordelen. ---------------- Ref: CEM 012-2017 3-3 From: Sent: To: Cc: Subject: Christian Vermeiren <Christian.Vermeiren@tpower.be> vendredi 31 mars 2017 16:47 consult.1619 Valérie Laame; Lieven Van De Keer; Christian Vermeiren Consultation 1619 / Return to market of plants in the Strategic Reserve Importance: High Dear, Consultation 1619 / Return to market of plants in the Strategic Reserve This is to inform you that T-Power fully supports Elia’s proposal of Addendum regarding the functioning rules of the Strategic Reserve applicable from 01/11/2017, and in particular regarding the return to the market of units in the strategic reserve. We fully support as well CREG’s proposed decision 1619. It is indeed essential for a good market functioning that no distortion of competition occurs towards the units that are not in the strategic reserve. In this respect, Elia’s rules (as approved by CREG ) are logical, including when referring to CREG’s comment 16 regarding the units that had announced permanent closure. It is indeed the case that if they had not been included in the SR, such units would have been permanently closed already by the effect of the definitive closure announcement at the beginning of the SR period, and not at its end. The plants having announced a definitive closure and that are under SR contract are not closed before the end of the SR contract by the sole effect of the payments under the SR contracts, including payments for investment / major overhaul and running payments. This implies that in order to avoid distortion of competition, should units having announced a definitive closure be allowed a return to the market at the end of the SR contract (against Elia’s and CREG’s advice), not only part of the paid investment / major overhaul cost needs to be repaid, but (part
- of)the running costs that allowed the unit to extend its lifetime for the duration of the SR contract. Kind regards – Vriendelijke groeten – Meilleures salutations Christian Vermeiren ° Managing Director Tel: 00 32 2 613 27 36 GSM: 00 32 478 490 889 Gulledelle 96 1200 Brussels Belgium ° permanent representative of Varioza bvba T-Power N.V., registered in Belgium with number 0875 650 771. Registered office Gulledelle 96, 1200 Brussels and production site located Fabrieksstraat 12, Industriezone Schoonhees 2, 3980 Tessenderlo (Belgium). Please note that neither T-Power N.V. nor the sender accepts any liability for any viruses that may be contained in this e-mail or its attachments. This message and any attachments are confidential. If you are not the intended recipient, please telephone or e-mail the sender, delete this message and any attachment from your system. If you are not the intended recipient you are not allowed to copy this message or attachment or disclose the contents to any other person without the consent of T-Power or the sender. Febeliec answer to the CREG consultation (PRD)1619 concerning the proposal of Elia on an addendum to the Functioning Rules for the strategic reserve applicable as from November 1 st 2017 Febeliec would like to thank the CREG for the opportunity to give its view on the CREG consultation (PRD)1619 concerning the proposal of Elia on an addendum to the Functioning Rules for the strategic reserve applicable as from November 1st 2017. In principle, Febeliec is of the opinion that a consultation periods of merely 8 days on topics that have a potentially important impact on the functioning of the electricity market is inacceptable. Nevertheless, Febeliec agrees with the CREG that it is important for any actor participating in a selection procedure to be fully aware of all the possible implications of decisions and that it is best from the perspective of regulatory certainty that these facts are known in advance to the closure of the tender procedure, even though the decision at hand only1 covers the conditions for return to the market of units in the SGR. Febeliec follows the reasoning of the CREG that in accordance to article 7 septies of the Electricity Law the Functioning Rules for the Strategic Reserve shall to the maximum extent limit the interferences of the strategic reserve with the functioning of the coupled electricity markets. Ideally, for Febeliec the constitution of a strategic reserve must not at all interfere with market functioning. The potential return as well as the uncertainty on the conditions for such return to the market of a substantial volume (in casu somewhere between 0 and 900 MW) of SGR at any moment, described by the Ministerial Decree of January 13th 2017, will have a detrimental impact on the investment climate for new generation facilities (and all other aspects of the Belgian electricity market, including the development of Demand Side Response and storage) and as such the conditions for such return must be clearly defined and nullify to the utmost extent any negative effect on the functioning of the market. Febeliec totally agrees with the CREG that generation assets that have announced for definitive decommissioning can under no circumstances return to the market. And that those generation assets that have announced a temporary decommissioning (mothballing) and have been selected for participation to the SGR, can be allowed to return to the market under strict conditions. This implies that any unit that has not been selected for the SGR should be closed, either mothballed (if announced as such) or definitively closed. Moreover, any unit that has been selected for participation to the strategic reserve and that has announced definite decommissioning must close down if applying to leave the SGR, and this to avoid as much as possible market distortions and gaming, while at the same time respecting the initial decision of the owners of the generation facility. Febeliec however observes, as does the CREG, that Elia has not included this aspect in its proposal for addendum. Febeliec hence asks the CREG to require Elia to specify this aspect in its addendum before a final acceptance of this addendum can be given, and this to be in line with the instruction given by aforementioned article 7 septies of the Electricity Law. Febeliec agrees with the CREG on side number 18, offers should indeed be firm. 1 Units in the SDR are explicitly excluded of a return to the market, a point that Febeliec still considers to be a discrimination and a further erosion of the level-playing field between SGR and SDR Febeliec also agrees that in case a generation asset that has been selected for SGR and had announced temporary decommissioning would announce a return to the market as described in the Ministerial Decree of January 13th 2017, there must be a reimbursement of all the received support, and this in order to avoid market distortions and a further deterioration of the investment climate in the electricity market already created by the addition of this possibility for return to the market of SGR units. Febeliec totally supports that the obligation for reimbursement in case of return to the market is independent from the fact whether this return takes place during the duration of the SGR contract or after, and this precisely again to avoid market distortions and the aforementioned further deterioration of the investment climate. Febeliec also agrees with the CREG that for the reimbursement of the received support the CREG should in any case at least take in to account the non-amortized and non-depreciated part of the required investment or costs for substantial maintenance work for participation to the SGR. Febeliec could accept the approach proposed by the CREG to only look at the real rest value of these costs at the moment of return to the market, insofar correct and market conform investment modalities (e.g. interest rates, WACCC, …) and depreciation periods have been applied. From: Sent: To: Cc: Subject: Stas S. <SStas@essenscia.be> vendredi 31 mars 2017 11:16 consult.1619 Brouwers E. Positie essenscia - consultatie addendum werkingsregels strategische reserve Beste, U kan hieronder onze positie vinden over de CREG consultatie (PRD)1619. essenscia verwelkomt de raadpleging van de CREG over de werkingsregels van de strategische reserve 2017-2020. Wij betreuren echter de beperking van de antwoordperiode tot 8 dagen. Principieel kan essenscia een terugkeer naar de markt niet ondersteunen. Productie-installatie die een definitieve sluiting hebben aangekondigd mogen in geen geval terugkeren naar de markt aan condities die het investeringsklimaat zouden schaden. essenscia kan het voorstel van de CREG echter deels volgen: - essenscia ondersteunt het voorstel om enkel productie-eenheden die aan de strategische reserve deelnemen of hebben deelgenomen en waarvoor een tijdelijke buitenwerkingstelling werd aangekondigd toe te laten om terug te keren naar de elektriciteitsmarkt. Dit laat echter nog steeds toe om productie-installaties tijdelijk te sluiten wanneer marktomstandigheden minder gunstig zijn en na voldoende steun te hebben geïnd terug te keren naar de markt. Daarom is het noodzakelijk de juiste flankerende maatregelen voor terugkeer te treffen die de juiste terugbetaling naar de consumenten voorziet voor het ‘parkeren’ van deze installaties. Verder is het noodzakelijk dat het volume van de strategische reserve niet wordt afgestemd op de financiële nood om overtollige installaties te ‘parkeren’ maar gebaseerd wordt op het werkelijk ingeschat risico op tekorten die na het vervullen van de verplichtingen in de markt ontstaan. Ook hier dient flankerend beleid te zorgen dat dit volume minimaal is en dat de verantwoordelijkheden in de markt op een juiste manier opgenomen worden en dat tegenover een gebrek aan verantwoordelijkheid een correcte penalisatie tegenover staat. - Voor terugkerende installaties voorziet de CREG een compensatieregeling, waarbij de terugkerende installatie een deel van de gekregen steun moet terugbetalen. Essenscia is echter van mening dat deze compensatie onvoldoende is om het “gamen” zoals hierboven vermeld te vermijden. Essenscia vraagt dan ook voor een competitieve terugbetaling van de investeringsen afschrijvingskosten waardoor terugkerende en nieuwe installaties op dezelfde voet concurreren. - Naast de regels voor terugkeer uit de strategische reserve dienen flankerende maatregelen genomen te worden om het vertrouwen in de markt te versterken voor wat betreft installaties die hun definitieve sluiting hebben aangekondigd. Voor deze installaties dient dan ook de vergunning te worden ingetrokken na aanvang van de sluiting. Daarnaast vraagt essenscia de CREG om de regels en criteria inzake het in of uit de markt kwalificeren van vraagcapaciteit verder uit te werken en duidelijker te stellen. Wij begrijpen de moeilijkheid van deze oefening en zijn dan ook bereid om hier verder aan te werken. Wij zijn steeds bereid dit verder toe te lichten. Met vriendelijke groeten, Sofie STAS Advisor in energy and climate essenscia where chemistry meets life sciences Diamant Building Boulevard Auguste Reyerslaan 80 B-1030 Brussel / Bruxelles T +32 2 238 97 11 M +32 497 81 55 94 sstas@essenscia.be www.essenscia.be From: Sent: To: Subject: Wyverkens, Herman <Herman.Wyverkens@eon-benelux.com> vendredi 31 mars 2017 15:44 consult.1619 Antwoord publieke raadpleging: addendum werkingsregels strategische reserve Geachte heer Tirez, Hieronder vindt u mijn bemerkingen in het kader van de door u georganiseerde publieke raadpleging. - - Het niet toelaten van een terugkeer naar de markt, tijdens de looptijd van het SR-contract, voor eenheden waarvoor eerder een definitieve sluiting werd aangekondigd, vormt een beperking van de vrijheid van ondernemen. Zolang een productie-eenheid over alle nodige vergunningen beschikt, zou deze moeten kunnen inspelen op positief evoluerende marktsignalen en desgewenst ongehinderd moeten kunnen terugkeren naar de markt. Het wel toelaten aan eenheden uit de strategische reserve om terug te keren naar de markt, onafhankelijk van de gemaakte sluitingsaankondiging hetzij “tijdelijk”, hetzij “definitief”, heeft positieve gevolgen voor de consumenten. In het geval van sterke prijsstijgingen en/of prijspieken, zal de terugkeer van een eenheid naar de markt zorgen voor een daling van het algemeen prijsniveau en dit als direct gevolg van het op de markt aanbieden van de capaciteit deze eenheid. Voor bijkomende toelichtingen, aarzel niet om contact met mij op te nemen. Met de meeste hoogachting, Herman Wyverkens Public & Regulatory Affairs Director Belgium tel: +32
(0)2 213 70 63 mobile: +32
(0)494 51 51 49 fax: +32
(0)2 743 33 39 herman.wyverkens@eon-benelux.com E.ON Belgium NV Jan Frans Willemsstraat, 200 1800 Vilvoorde From: De Wispelaere, Bram [mailto:Bram.Dewispelaere@edfluminus.be] Sent: vendredi 31 mars 2017 18:41 To: consult.1619 <consult.1619@creg.be> Cc: Schoonacker, Frank <Frank.Schoonacker@edfluminus.be>; Peperstraete, Filip <Filip.Peperstraete@edfluminus.be> Subject: openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing betreffende het voorstel van Elia over een addendum aan de werkingsregels van de strategische reserve Geachte heer Tirez Beste Andreas, We danken de CREG voor het openstellen voor commentaar van de ontwerpbeslissing op het addendum voor de werkingsregels voor strategische reserve zoals voorgesteld door Elia. Onderstaand antwoord is niet-confidentieel. Bij deze wensen we de CREG en Elia op te roepen tot pragmatisme. Immers, hoewel de middellange en lange termijn vooruitzichten voor STEG centrales bar zijn, kunnen zich steeds onverwachte maar aanhoudende problemen voordoen op de markt die leiden tot scherpe prijsstijgingen en bezorgdheden rond de Belgische bevoorradingszekerheid. De problemen met de beschikbaarheid van nucleaire centrales in België en Frankrijk in de afgelopen jaren bevestigen dit risico. Op zulke momenten moet er voldoende flexibiliteit bestaan voor alle marktpartijen en –instanties om de beste beslissingen in het belang van eindafnemers te kunnen nemen. Een terugkeer naar de markt van SGR eenheden heeft dan twee mogelijke voordelen voor eindafnemers: De kosten voor de reservering van de capaciteit moeten niet meer gedragen worden door de transmissienetbeheerder. De beschikbaarheid van de eenheid in de markt heeft een prijsdrukkende effect. We pleiten daarom om niet al te strikte voorwaarden en lange termijnen op te leggen aan de operatoren van SGR eenheden en dus: Voor de aankondigingstermijn voor de terugkeer ongeacht het moment in het jaar een beperkte tijd (enkele weken) te hanteren, voldoende om alle belanghebbende partijen correct te informeren (conform REMIT). Geen onderscheid te maken tussen eenheden waarvoor de sluiting als tijdelijk of definitief werd aangekondigd. We wijzen er ook op dat als een operator van een SGR eenheid zulk een beslissing zou nemen, en daarbij de zekerheid van de inkomsten van het SGR contract zou opgeven, marktcondities dusdanig opportuun moeten zijn dat het zeer onwaarschijnlijk zal zijn dat operatoren van andere eenheden toch de sluiting van hun eenheden zouden willen aankondigen. Een beslissing om terug te keren naar de markt hangt ook af van de voorwaarden daarvoor. Daarom zouden de regels die de CREG zou hanteren om de resterende waarde van de investeringen of de grote onderhoudswerken te bepalen op voorhand duidelijk moeten zijn. Omdat er te weinig tijd is om hierover nog uitgebreid de markt te raadplegen, stellen we voor dat de partijen die deelnemen aan de aanbesteding in hun offerte zouden aangeven welke afschrijvingstermijnen zij wensen te hanteren en/of het aantal bijkomende draaiuren zij bekomen met deze investeringen. Deze waarden kunnen dan vastgelegd worden in het SGR contract indien de CREG deze redelijk acht. Wij hopen dat de CREG onze voorstellen ten volle in rekening brengt bij het uitwerken van haar uiteindelijke beslissing en danken de CREG alvast om dit in overweging te nemen. Met vriendelijke groeten, Bram Bram De Wispelaere sr. Regulatory Manager Markets Regulatory Affairs Corporate Affairs Markiesstraat 1 1000 Brussels Belgium P +32
(0)2 229 19 56 M +32
(0)498 94 83 77 bram.dewispelaere@edfluminus.be www.edfluminus.be www.luminus.be edf-luminus awarded for customer service From: CREG Newsletter Bijdrage van Elia aan de publieke consultatie van de CREG op haar ontwerpbeslissing (B)1619 over het voorstel van Elia aangaande een addendum aan de werkingsregels voor de Strategische Reserve Inhoudsopgave 1 Inleiding ...................................................................................... 3 2 Randnummers 15, 21, 24 en 27 ................................................... 3 3 Randnummer 17 .......................................................................... 3 4 Randnummer 28 .......................................................................... 5 5 Confidentialiteit ........................................................................... 5 Pagina 2 van 5 1 Inleiding In navolging van Beslissing (B)1598 van 9 februari 2017 heeft Elia een voorstel ter goedkeuring bij de CREG ingediend dewelke de modaliteiten voor terugkeer van productieeenheden naar de markt uitwerkt. De ontwerpbeslissing (B)1619 van de CREG met betrekking tot dit voorstel van Elia betreft een goedkeuringsbeslissing mits enkele voorwaarden. Elia wenst aan de hand van deze bijdrage aan de publieke consultatie kort te reageren op de randnummers dewelke opgenomen worden door de CREG als voorwaarde bij de goedkeuring van het voorstel, met name randnummers 15, 17, 21, 24, 27 en 28. 2 Randnummers 15, 21, 24 en 27 Elia neemt akte van bovenvermelde opmerkingen en van de concrete tekstvoorstellen van de CREG om hieraan tegemoet te komen. Elia gaat akkoord met deze opmerkingen en zal de concrete tekstvoorstellen hernemen in de finale versie van de werkingsregels, indien deze hernomen blijven in de eindbeslissing van de CREG. 3 Randnummer 17 Elia wenst een aantal elementen met de CREG te delen met betrekking tot de rechtsgeldigheid van de uitsluiting voor de definitief buitendienstgenomen centrales (of deze waarvoor een dergelijke aankondiging werd gedaan) om terug te keren naar de markt. Deze hebben betrekking op de motivering van de beslissing en de bevoegdheid terzake. Een gebrekkige rechtsgeldigheid van de beslissing kan het risico verhogen dat deze met succes wordt aangevochten, wat een negatieve impact kan hebben op het verdere verloop van de aanleg en contractering van de strategische reserve. Het is vanuit die bekommernis van een fragilisering van de aanbesteding dat Elia onderstaande opmerkingen formuleert, waarmee de CREG desgevallend rekening kan houden bij het nemen van de eindbeslissing. De CREG stelt in de eerste plaats dat “De eenheden waarvoor een definitieve buitenwerkingstelling werd aangekondigd, kunnen na de aangekondigde datum van buitenwerkingstelling vanzelfsprekend niet meer terugkeren naar de markt.” Dit is in tegenspraak met het MB van 13 januari 2017, waarbij in artikel 4 het volgende wordt gesteld (eigen onderlijning): “In afwijking van paragraaf 1 en 2, in de veronderstelling dat productie-eenhe(i)d(
- en)die de definitieve of tijdelijke nietgeprogrammeerde buiten bedrijfstelling van een installatie aangekondigd heeft/hebben [...], kan het volume [...] pro rata voor de winters 2018-19 en 201920 aangepast worden.” Waar de Minister ook een aanpassing van het volume als een gevolg ziet van een terugkeer van, niet alleen tijdelijk buitenwerking gestelde productie-eenheden, maar ook definitieve, lijkt het niet ‘vanzelfsprekend’ om aan te nemen dat de productie-eenheden waarvoor een aankondiging van definitieve buitenwerkstelling werd gedaan, niet meer kunnen terugkeren naar de markt. De CREG baseert de uitsluiting voor de definitieve buitenwerkingstelling in wezen op volgende motivering: “De contractering in de strategische reserve schort weliswaar de datum van definitieve buitenwerkingstelling op, maar annuleert geenszins de melding van definitieve buitenwerkingstelling.” Deze logica is correct, maar lijkt evenzeer te gelden voor eenheden die een tijdelijke sluiting hebben aangekondigd; de gelijkenis tussen de tijdelijk en definitief gesloten centrales ligt hem er immers in dat de melding niet wordt geannuleerd. De terugkeer naar de markt voor tijdelijk buitendienst gestelde centrales zou dan logischerwijze ook slechts kunnen gebeuren nà het beëindigen van het SR contract. Als daarentegen wordt aangenomen dat deze ook tijdens het contract mogen terugkeren naar de markt, dan zou dit ook moeten opgaan voor de definitief gesloten centrales. Anders kan dit als discriminerend beschouwd worden. Pagina 3 van 5 Zoals reeds aangegeven, gaat de beslissing met hoger beschreven uitsluiting in tegen het Ministerieel besluit van 13 januari 2017. De vraag is dus wie bevoegd is waarvoor: - overeenkomstig art 7quater legt de minister het volume vast. (“De Minister kan binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van het advies van de Algemene Directie Energie bedoeld in artikel 7ter, instructie geven aan de netbeheerder om een strategische reserve aan te leggen voor een periode van één tot drie jaar, vanaf de eerste dag van de komende winterperiode, en legt de omvang van deze reserve in MW vast.”). De Minister heeft deze bepaling verder gemodaliseerd: “in de veronderstelling dat productie-eenhe(i)d(
- en)die de definitieve of tijdelijke niet-geprogrammeerde buiten bedrijfstelling van een installatie aangekondigd heeft/hebben [...], kan het volume [...] pro rata voor de winters 2018-19 en 2019-20 aangepast worden.” Het modaliseren van het volume, in functie van bepaalde uitgangspunten of omstandigheden, lijkt op zich geen probleem. Er kan in dit verband verwezen worden naar het algemeen beginsel van de veranderlijkheid van de openbare dienst. Dit werd reeds gedaan in het eerste Ministerieel Besluit van 2014, waarin werd beslist dat Elia bijkomende reserves kon aanleggen in functie van de verdere onbeschikbaarheid van bepaalde nucleaire eenheden. Anderzijds bevat de huidige elektriciteitswet geen verbod op een terugkeer naar de markt. Een andere lezing zou tegenstrijdig kunnen zijn met het grondwettelijk beschermd eigendomsrecht en het wettelijk recht op toegang tot het net. Het KB ter uitvoering van de verdere modaliteiten voor de notificatie is er ook nooit gekomen. - de CREG is anderzijds bevoegd door de werkingsregels: “Art. 7septies.§ 1. [...] In deze werkingsregels worden onder meer de indicatoren gepreciseerd die in overweging worden genomen om een tekortsituatie vast te stellen, alsook de beginselen met betrekking tot de activering door de netbeheerder van de strategische reserves. [...] § 2. De werkingsregels van de strategische reserve garanderen het passend gedrag van de marktspelers, teneinde tekortsituaties te vermijden. Deze regels garanderen eveneens dat het deel van de gecontracteerde capaciteit in de strategische reserve dat betrekking heeft op de productie, enkel door de netbeheerder kan worden geactiveerd. De werkingsregels strekken ertoe de interferenties van de strategische reserve met de werking van de gekoppelde elektriciteitsmarkten zoveel mogelijk te beperken. [...]” (wij onderlijnen) Art 7 septies vermeldt niets over het recht om naar de markt terug te keren. Uiteraard kan de CREG ingrijpen, waar het aankomt op het garanderen van het passend gedrag van de marktspelers, om tekortsituaties te voorkomen. De beslissing behandelt in dat verband zeer terecht de impact van een terugkeer op de andere marktspelers, door de terugkeer te koppelen aan een notificatie en de termijnen en modaliteiten terzake verder uit te werken. Art 7 septies reikt echter a priori geen rechtsgrond aan om ook het recht zelf op terugkeer te beperken of te verbieden, maar kan enkel – gelet op de gevolgen ervan - de uitoefening van deze rechten modaliseren. Tenslotte, hoewel Elia begrijpt dat de uitsluiting ertoe kan strekken om de interferenties van de strategische reserve met de werking van de gekoppelde elektriciteitsmarkten zoveel mogelijk te beperken, stelt zich toch de vraag of de werkingsregels van de strategische reserve de toegang van productie-eenheden tot de elektriciteitsmarkten kunnen verbieden. Pagina 4 van 5 Uit het bovenstaande volgt dat Elia een aantal vragen heeft met betrekking tot de rechtsgeldigheid en bevoegdheid om een dergelijke voorwaarde op te nemen voor de goedkeuring van de werkingsregels. Elia brengt deze elementen onder de aandacht van de CREG, uitsluitend vanuit een bezorgdheid inzake de juridische validiteit voor de vervolgacties die ondernomen moeten worden in navolging van de eindbeslissing van de CREG, met name de aanpassing van de werkingsregels, het afronden van de aanbesteding, het selectierapport, etc. 4 Randnummer 28 Elia neemt akte van deze opmerking, maar oordeelt dat deze bepaling eerder in de contracten voor de strategisch reserves dient opgenomen te worden. Inderdaad, dit principe staat reeds uitgewerkt in het ontwerp SGR-contract, opgesteld en verstuurd naar de betrokken marktpartijen in het kader van de aanbesteding van 2017. Om duplicatie te vermijden, stelt Elia voor om deze bepaling enkel te weerhouden in de SGR-contracten. Deze informatie is opgenomen in artikel 13 van het SGR-contract (eigen onderlijning): 13 Terugkeer naar de markt van een SGR-Centrale Volgens art. 4 van het ministerieel besluit van 13 januari 2017, kan een SGR-Centrale besluiten om terug te keren naar de markt. Zoals beschreven in de punten 74 tot 76 van de definitieve beslissing 159813 van de CREG, van 9 februari 2017, moeten de voorwaarden voor de terugkeer naar de markt vastgelegd worden in een extra hoofdstuk van de Werkingsregels van de strategische reserve, die door de CREG zijn of moeten worden goedgekeurd. De terugbetaling van de gemaakte kosten voor investeringen of grote renovatiewerken om de SGR-Centrale aan de technische eisen voor deelname aan de SGR-dienst te laten voldoen, moet conform zijn met de Werkingsregels van de strategische reserve, goedgekeurd of nog goed te keuren door de CREG. In voorkomend geval zullen de Partijen het Contract aanvullen met de detailmodaliteiten voor de terugbetaling. Onverminderd artikel 12.4 van de Algemene Voorwaarden, moet de LEVERANCIER ELIA vooraf in kennis stellen van zijn voornemen om de SGR-Centrale te verkopen of de controle van de SGRCentrale over te dragen aan een derde. Als de LEVERANCIER kosten heeft gemaakt voor investeringen of grote renovatiewerken, kan Elia eisen, van zodra ze in kennis werd gesteld van het voornemen om te verkopen of over te dragen, dat de zekerheden worden gesteld voorafgaand aan de verkoop of de overdracht, ter dekking van de uitvoering van de verplichtingen uit hoofde van het Contract voor de ganse verlengde duur van het Contract. In het geval van weigering of het uitblijven van de creatie van de zekerheid, zal het terug te betalen bedrag onmiddellijk opeisbaar worden van de overdragende LEVERANCIER. Bij afwezigheid van de zekerheid op het moment van de verkoop of de overdracht, is de koper of overnemer hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het terug te betalen bedrag. 5 Confidentialiteit Elia wil in de eerste plaats aangaande randnummer 17 van het ontwerp van beslissing een aantal bekommernissen delen met de CREG, doch is er zich bewust van dat verwoording ervan een aantal juridische problematieken zou kunnen brengen, welke de rechtsgeldigheid van de beslissing negatief kan beïnvloeden. De bedoeling van Elia is geenszins om argumenten publiek te maken, die andere spelers kunnen inroepen om de beslissing aan te vechten. Elia heeft immers geen belang bij de eruit voortvloeiende juridische onzekerheid (wel integendeel), welke misbruiken in het verder verloop van de procedure tot aanleg van de strategische reserve in de hand zou kunnen werken. Om die reden, en hoewel het de CREG toekomt om hierover te oordelen, verzoekt Elia om te overwegen om deel 3 van deze bijdrage als confidentieel te beschouwen en niet publiek te maken. Pagina 5 van 5