(B)1750 17 mei 2018 Beslissing over “de aanvraag tot goedkeuring van het gewijzigde LNG Toegangsreglement voor de LNG Terminal van Zeebrugge, de gewijzigde LNG Terminalovereenkomst voor LNG Herleveringsdiensten en het gewijzigde LNG Terminalling Programma” genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, 6° van de wet van 12 april 1965, betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen. Niet vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 EXECUTIVE SUMMARY............................................................................................................................. 3 INLEIDING ........................................................................................................................................ 4 WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 5 2.
- Derde Energiepakket ............................................................................................................... 5 2.
- Belgisch intern recht................................................................................................................ 6 2.
- Goedkeuren van belangrijkste voorwaarden .......................................................................... 6 2.
- Recht van toegang tot de LNG-installaties .............................................................................. 8 2.
- De goedkeuringscriteria van de belangrijkste voorwaarden voor de LNG-installaties ......... 10 2.5.
- De sectorspecifieke wetgeving ...................................................................................... 13 ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 14 ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL ................................................................................................. 16 4.
- Algemeen............................................................................................................................... 16 4.
- Het LNG toegangsreglement voor de LNG Terminal van Zeebrugge .................................... 16 4.
- De gewijzigde LNG Terminalovereenkomst voor LNG Herleveringsdiensten ....................... 21 4.
- Het gewijzigde LNG Terminalling programma....................................................................... 22 BESLUIT .......................................................................................................................................... 24 Niet-vertrouwelijk 2/24 EXECUTIVE SUMMARY De N.V. Fluxys LNG heeft op 9 maart 2018 een marktconsultatie gelanceerd over het gewijzigde LNG toegangsreglement voor de LNG Terminal van Zeebrugge, de gewijzigde LNG Terminalovereenkomst voor LNG Herleveringsdiensten en het gewijzigde LNG Terminalling programma. Tot ten laatste 6 april 2018 konden de marktpartijen reageren. De voornaamste aanpassingen aan de documenten hebben betrekking op de toevoeging van twee nieuwe diensten inzake - Kleinschalige aanmeerrechten; - Residuele opslag. Naar aanleiding van de raadpleging van de marktpartijen en in overleg met de CREG werden door de N.V. Fluxys LNG op 25 april 2018 bij de CREG per drager tegen ontvangstbewijs drie onderscheiden documenten ingediend, te weten: - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het gewijzigde LNG Toegangsreglement voor de LNG Terminal van Zeebrugge; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van de gewijzigde LNG Terminalovereenkomst voor LNG Herleveringsdiensten; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het gewijzigde LNG Terminalling Programma. Met deze beslissing keurt de CREG deze wijzigingen van de belangrijkste voorwaarden goed. Zij worden uitvoerbaar tegenover de netgebruikers vanaf de datum van hun bekendmaking op de website van de N.V. Fluxys LNG. De N.V. Fluxys LNG deelt de datum van de publicatie mee aan de CREG. Niet-vertrouwelijk 3/24 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 15/14, § 2, 6° van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (hierna : de Gaswet), de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot het vervoersnet van de N.V. Fluxys LNG in België. De aanvraag tot goedkeuring van de gewijzigde belangrijkste voorwaarden voor LNG werd door de N.V. Fluxys LNG ingediend per drager tegen ontvangstbewijs bij de CREG op 25 april 2018 onder de vorm van drie onderscheiden documenten, namelijk: - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het gewijzigde LNG toegangsreglement voor de LNG Terminal van Zeebrugge; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van de gewijzigde LNG Terminalovereenkomst voor LNG Herleveringsdiensten; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het gewijzigde LNG Terminalling Programma. De onderstaande beslissing is ingedeeld in vier delen. Het eerste deel gaat over het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de onderhavige beslissing uiteengezet. In het derde deel wordt onderzocht of het voorstel de voorschriften van de Verordening (EG) 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van verordening (EG) 1775/2005, van artikel 15/11 van de Gaswet en van de artikelen 201, 202 en 203 van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de Gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas, naleeft. Het vierde deel, tenslotte, bevat het besluit. Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 17 mei
- Niet-vertrouwelijk 4/24 WETTELIJK KADER 2.
- DERDE ENERGIEPAKKET
- Onderhavige beslissing houdt rekening met de Europese wetgeving, het zogenaamde “derde energiepakket”, dat voor gas bestaat uit1: - richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van richtlijn 2003/55/EG (hierna: de derde gasrichtlijn); - verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (hierna: ACER-verordening); - Verordening 715/2009/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang aardgastransmissienetten tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005 (hierna: gasverordening 715/2009).
- Voor onderhavige beslissing zijn in het bijzonder van belang: de artikelen 15 (beginselen inzake derdentoegangsdiensten bij LNG-installaties), 17 (beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures voor congestie bij LNG-installaties) en 19 (transparantievereisten voor LNG-installaties), 20 (bijhouden van gegevens door systeembeheerders), 21 (balanceringsregels en tarieven voor onbalans) en 22 (verhandeling van capaciteitsrechten) van de gasverordening 715/
- Verder bepaalt artikel 41.6 van de derde gasrichtlijn dat de regulerende instanties bevoegd zijn om tenminste het tot stand komen van volgende voorwaarden vast te stellen of voldoende ruim voor hun inwerkingtreding goed te keuren: - de voorwaarden voor toegang tot LNG-installaties; - de verstrekking van balanceringsdiensten die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen. De balanceringsdiensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria, en - de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuren, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer.
- Artikel 41.10 derde gasrichtlijn bepaalt dat de regulerende instanties bevoegd zijn om zo nodig van de beheerders van transmissie-, opslag-, LNG- en distributiesystemen te verlangen dat zij de voorwaarden wijzigen om ervoor te zorgen dat deze evenredig zijn en op niet-discriminerende wijze worden toegepa 1 De twee andere teksten van het « derde energiepakket » zijn: - Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 2003/54/EG - Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/
- Niet-vertrouwelijk 5/24 2.
- BELGISCH INTERN RECHT
- Artikel 15/14, § 2, 6° van de Gaswet bepaalt dat de CREG bevoegd is om de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de vervoersnetten goed te keuren, met uitzondering van de tarieven bedoeld in de artikelen 15/5 tot 15/5decies en dat de CREG bevoegd is de toepassing ervan door de vervoerondernemingen in hun respectieve netten te controleren.
- De belangrijkste voorwaarden worden in artikel 1, 51° van de Gaswet gedefinieerd als volgt: “het standaardcontract voor de toegang tot het vervoersnet en de daarmee verbonden operationele regels”.
- Het vervoersnet bestaat uit een geheel van vervoersinstallaties dat geëxploiteerd wordt door één van de beheerders of door eenzelfde vervoersonderneming, met uitsluiting van de upstream-installaties en directe leidingen (artikel 1, 10° Gaswet). Onder vervoersinstallaties wordt verstaan: “alle leidingen, … en alle opslagmiddelen, LNG-installaties, gebouwen, machines en accessoire inrichtingen die bestemd zijn of gebruikt worden voor een van de in artikel 2, § 1, vermelde doeleinden” (artikel 1, 8° Gaswet).
- Uit wat voorafgaat, mag worden besloten dat de CREG aldus over de bevoegdheid beschikt om de belangrijkste voorwaarden voor de LNG-installaties van de N.V. Fluxys LNG goed te keuren.
- Verder zijn ook van belang artikel 15/1, §1, 6° en 7° van de Gaswet, waarbij zowel de N.V. Fluxys Belgium en in casu de N.V. Fluxys LNG, als de netgebruikers, verplicht zijn aan elkaar alle informatie te verstrekken om een veilige efficiënte werking van de geïnterconnecteerde netten en efficiënte toegang tot het net te verzekeren.
- In uitvoering van artikel 15/5undecies, § 1, van de Gaswet werd op voorstel van de CREG door de Koning op 4 april 2003 een Gedragscode vastgesteld met betrekking tot de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie. Het Koninklijk Besluit van 4 april 2003 werd recentelijk op voorstel van de CREG2 gewijzigd bij Koninklijk Besluit van 23 december 2013 betreffende de Gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas (hierna: de Gedragscode).
- De Gedragscode is van openbare orde aangezien zij de fundamentele regels bevat met betrekking tot de organisatie van de gasmarkt (verslag aan de Koning, punt 3.1). 2.
- GOEDKEUREN VAN BELANGRIJKSTE VOORWAARDEN
- De standaardcontracten worden ontworpen op een wijze dat ze de handel in aardgas niet belemmeren en de handel van de aardgasvervoersdiensten bevorderen. Artikel 77, § 2 van de Gedragscode vervolgt dat het standaard aardgasvervoers-, opslag- en LNG-contract in elk geval respectievelijk de elementen bedoeld in de artikelen 109, 169 en 201 van de Gedragscode bevatten. Overeenkomstig artikel 78, van de Gedragscode kunnen de standaardcontracten gewijzigd worden door de beheerder na raadpleging van de netgebruikers. Iedere wijziging dient door de CREG te worden goedgekeurd (artikel 107 van de Gedragscode). 2 3 Voorstel ©090716-CDC-882 B.S.: 05.01.2011 Niet-vertrouwelijk 6/24
- De standaardcontracten vormen dus het “toegangsticket” tot het vervoersnet. Het Standaard LNG-contract bevat op een gedetailleerde wijze de elementen opgesomd in artikel 201, §
- Artikel 79 van de Gedragscode bepaalt verder dat naast het ondertekenen van het standaardcontract een afzonderlijk dienstenformulier door partijen wordt ondertekend per onderschrijving van een vervoersdienst. De vervoersdiensten die de gebruiker onderschrijft, kunnen de einddatum van het met de beheerder afgesloten standaard aardgasvervoers-, opslag- en LNG-contract niet overschrijden.
- In artikel 29, § 1, van de Gedragscode wordt bepaald dat de beheerders voor hun respectieve activiteiten van aardgasvervoer-, opslag en LNG een toegangsreglement opstellen dat, evenals de eventuele wijzigingen ervan, onderworpen is aan de goedkeuring door de CREG met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6° van de Gaswet. Artikel 29, § 3 van de Gedragscode vervolgt dat het voorstel van toegangsreglement alsook de voorstellen tot wijziging ervan door de respectieve beheerders worden opgesteld na raadpleging door deze laatsten van de netgebruikers in het kader van de overlegstructuur bedoeld in artikel 108, van de Gedragscode. Tot slot, wordt in artikel 29, § 4 van de Gedragscode gesteld dat de beheerders de goedgekeurde toegangsreglementen en de goedgekeurde wijzigingen ervan bekend maken overeenkomstig artikel 107 van de Gedragscode en delen deze volledigheidshalve mee aan de partijen met wie zij een vervoerscontract hebben afgesloten. De goedgekeurde toegangsreglementen en de goedgekeurde wijzigingen hebben slechts uitwerking op de datum van inwerkingtreding ervan bepaald door de CREG met toepassing van artikel 107 van de Gedragscode.
- Het toegangsreglement voor LNG bevat een uitvoerige beschrijving van het LNG-model, alle operationele regels en procedures betreffende de toegang tot en de onderschrijving van LNG-diensten, regels en procedures betreffende aankomst, lossen, ligtijd, vertrek van de LNG-tankers en het goedkeuren van de LNG-tankers, de toewijzingsregels, de procedure voor nominatie en hernominatie, de bepalingen van toepassing bij reducties en onderbrekingen, de regels betreffende netevenwicht, de procedures betreffende congestiebeleid, de bepalingen van toepassing bij onderhoud, de regels betreffende druk en kwaliteit, de procedures voor wat betreft het meten van hoeveelheden en eigenschappen van het LNG en alle regels met betrekking tot de werking van de secundaire markt.
- Tot slot moet de LNG-beheerder overeenkomstig de artikelen 81 en 82 van de Gedragscode zijn dienstenprogramma opstellen voor de regulatoire periode en wordt dit eveneens ter goedkeuring voorgelegd aan de CREG.
- Het LNG-programma bevat een gebruiksvriendelijke beschrijving van het gehanteerde LNG-model en is in de eerste plaats de catalogus van de door de LNG-beheerder aangeboden LNG-diensten. Verder omschrijft het de wijze waarop de LNG-diensten kunnen worden gereserveerd op de primaire markt, met inbegrip van de procedure voor het elektronisch onderschrijven van LNG-diensten en geeft het informatie over de werking van de secundaire markt en de principes voor de berekening van het aardgas op voorraad en het aardgas in eigen gebruik van de LNG-beheerder.
- Zowel het standaard LNG-contract, als het Toegangsreglement voor LNG en het LNG-programma dienen door de LNG-beheerder ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de CREG. Deze sleuteldocumenten komen tot stand na raadpleging van de betrokken marktpartijen. Daartoe richt de LNG-beheerder een overlegstructuur op (artikel 108 van de Gedragscode) met als doel de netgebruikers op regelmatige en gestructureerde wijze te raadplegen.
- In de Gedragscode wordt nergens bepaald hoe de CREG de belangrijkste voorwaarden moet goed-, dan wel afkeuren. De goedkeuring houdt een verklaring in van een administratieve overheid hebbende voor effect dat de akte onderworpen aan deze goedkeuring haar effecten kan wegdragen vermits wordt vastgesteld dat deze akte geen enkele rechtsregel schendt en niet indruist tegen het algemeen belang. Niet-vertrouwelijk 7/24
- Wanneer door een wetgevende bepaling aan een administratieve overheid de bevoegdheid wordt toevertrouwd een akte goed te keuren, dan beschikt deze overheid niet enkel over de mogelijkheid om dit te doen, maar is zij daartoe verplicht, zoniet maakt deze administratieve overheid zich schuldig aan rechtsweigering. Hieruit volgt dat de akte onderworpen aan een goedkeuring van een administratieve overheid, tot stand is gekomen onder de opschortende voorwaarde van deze goedkeuring. Dit betekent concreet dat zolang deze akte geen goedkeuring geniet van de administratieve overheid deze akte ook geen rechtsgevolgen kent en niet ten uitvoer kan worden gebracht, laat staan tegenstelbaar is ten aanzien van derden. Hieruit mag evenwel niet besloten worden dat van zodra de akte door de administratieve overheid goedgekeurd wordt de goedkeuringsbeslissing integraal deel uit zou maken van de goedgekeurde akte. Beide akten blijven juridisch onderscheiden en versmelten met andere woorden niet.
- Een goedkeuringsbeslissing heeft ook terugwerkende kracht. Dit wil zeggen dat de goedkeuring van de akte geldt vanaf de datum waarop de akte werd uitgegeven en dus niet vanaf de datum van de goedkeuringsbeslissing. 2.
- RECHT VAN TOEGANG TOT DE LNG-INSTALLATIES
- De CREG is van oordeel dat het recht van toegang tot de vervoersnetten, waaronder de LNGinstallaties, bedoeld in de artikelen 15/5, 15/6 en 15/7 van de Gaswet van openbare orde is.
- Het recht van toegang tot de vervoersnetten is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de aardgasmarkt
- Opdat er concurrentie op de aardgasmarkt kan komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van aardgas zouden kunnen kiezen, is het essentieel dat de eindafnemers en hun leveranciers gegarandeerd toegang tot de vervoersnetten hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een niet-discriminatoire wijze. Het is immers via de vervoersnetten dat nagenoeg elke ingevoerde en verbruikte of opnieuw uitgevoerde aardgasmolecule passeert. Een leverancier kan maar het door hem verkochte aardgas effectief aan zijn klant leveren indien hij en zijn klant elk toegang hebben tot de vervoersnetten.
- Dat het recht van toegang tot de vervoersnetten een noodzakelijke basispijler van de liberalisering van de aardgasmarkt is, blijkt ook uit de analyse van de juridische situatie vóór de inwerkingtreding van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten (B.S., 11 mei 1999). Op het vlak van het vervoer van aardgas bestond er immers geen wetgeving die enig monopolie toekende aan de historische aardgasvervoersonderneming die ook actief was in de markt voor de levering van aardgas. Nochtans had deze onderneming de facto als enige leverancier toegang tot de vervoersnetten. Dat derden geen toegang tot de vervoersnetten hadden, volgde gewoon uit het feit dat deze aardgasvervoersonderneming de eigenaar was van nagenoeg alle vervoersinfrastructuur van aardgas in België. Het was precies omwille van dit eigendomsrecht van deze aardgasvervoersonderneming dat derden, met uitzondering van de eindafnemers die bevoorraad werden door deze aardgasvervoersonderneming, geen toegang tot de vervoersnetten hadden. Om de concurrentie in de gasmarkt te introduceren, heeft de Gaswet ervoor geopteerd om elke in aanmerking komende afnemer alsook de leveranciers van aardgas, voor zover deze laatste leveren aan in aanmerking komende afnemers, een recht van toegang te verlenen tot de vervoersnetten. Het is dan ook duidelijk dat een miskenning van dit essentiële recht van toegang tot de vervoersnetten de liberalisering van de gasmarkt op de helling zet. 4 Zie ook considerans 7 van de tweede gasrichtlijn waarin ook uitdrukkelijk gesteld wordt dat het voor een goed werkende concurrentie is vereist dat de toegang tot het netwerk niet-discriminerend en transparant is en tegen redelijke prijzen kan geschieden en considerans 4 van de derde gasrichtlijn waarin gesteld wordt dat er nog steeds geen sprake is van een nietdiscriminerende nettoegang. Niet-vertrouwelijk 8/24
- Uit artikel 15/5 van de Gaswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot de vervoersnetten onlosmakelijk gekoppeld is aan de Gedragscode en de regulering van de nettarieven bedoeld in de artikelen 15/5bis tot duodecies van de Gaswet. De Gedragscode en de regulering van de nettarieven beogen het recht van toegang tot de vervoersnetten in de feiten te realiseren.
- Overeenkomstig artikel 15/5undecies van de Gaswet regelt de Gedragscode de toegang tot de vervoersnetten. Met de Gedragscode beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, niet-pertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar zijn wegens hun gebrek aan de nodige gespecialiseerde kennis inzake het beheer van de vervoersnetten, alsook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de beheerders anderzijds. De belangen van de netgebruikers en de beheerders zijn immers niet altijd gelijklopend. Aldus bestaat het risico dat de beheerders de toegang tot hun vervoersnet weigeren om technische redenen die niet pertinent zijn. Anders dan een gewone privéonderneming hoeft de beheerder immers niet te streven naar een zo groot mogelijk aantal klanten om zijn kosten te dekken en een zo hoog mogelijke winst te maken. De regulering van de tarieven voor de toegang tot en het gebruik van de vervoersnetten en de ondersteunende diensten krachtens artikelen 15/5bis en ter van de Gaswet impliceert immers dat het totaal inkomen (en dus ook de tarieven) precies in elk geval het geheel van al zijn reële kosten en een billijke winstmarge dekken, ongeacht de gebruiksintensiteit van de vervoersnetten. Door deze garantie dat al haar kosten, samen met een billijke winstmarge, gedekt zijn, ontstaat immers het gevaar dat de beheerder netgebruikers aan wie de dienstverlening ingewikkelder is of die meer technische of financiële risico’s stellen zal trachten te weigeren en haar weigering zal trachten te motiveren met complexe, maar niet-pertinente argumenten. Doordat de Gedragscode de verplichtingen van de beheerders en de netgebruikers verduidelijkt, vormt ze de technische vertaling van het recht van toegang tot de vervoersnetten en raakt ze derhalve eveneens de openbare orde.
- Het recht van toegang wordt vertaald via de belangrijkste voorwaarden die bestaan uit enerzijds standaardcontracten voor de toegang tot het vervoersnet en anderzijds de daarmee verbonden operationele regels waarvan de gedetailleerde beschrijving is opgenomen in een toegangsreglement. Deze voorwaarden, die essentieel zijn voor een efficiënte en transparante marktwerking, regelen het recht van toegang tot het vervoersnet en zijn, omwille van het feit dat het recht van toegang van openbare orde is, van openbare orde. De goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden door de CREG wijzigt de aard van de belangrijkste voorwaarden niet. Integendeel, het belang van de belangrijkste voorwaarden wordt immers bevestigd door het feit dat een netgebruiker slechts toegang kan verkrijgen tot het vervoersnet van de beheerder indien hij zich heeft laten registreren als netgebruiker, hetgeen de ondertekening van een standaardcontract impliceert.
- Het standaardcontract mag dan wel van contractuele aard zijn, niettemin dient dit contract om ervoor te zorgen dat alle netgebruikers gelijk behandeld worden en aan dezelfde voorwaarden toegang hebben tot de vervoersnetten en gebruik kunnen maken van de vervoersdiensten.
- Het toegangsreglement bevat in detail de operationele regels voor toegang, de toewijzing van de diensten, congestiebeheer, secundaire markt en incidentenbeheer, welke op voorstel van de beheerder en na overleg met de netgebruikers door de CREG goedgekeurd worden. Ook deze goedkeuring doet geen afbreuk aan het reglementaire karakter van het toegangsreglement.
- Het dienstenprogramma, dat in grote mate het indicatief aardgasvervoersprogramma van de Gedragscode 2003 vervangt, is een soort van catalogus van vervoersdiensten die de beheerder aanbiedt met een overzicht wat deze diensten precies behelzen. Dit sluit nauw aan bij de transparantieeisen van artikel 19, van de gasverordening 715/
- Niet-vertrouwelijk 9/24 2.
- DE GOEDKEURINGSCRITERIA VAN DE BELANGRIJKSTE VOORWAARDEN VOOR DE LNG-INSTALLATIES
- Overeenkomstig artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6° van de Gaswet moet de CREG de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de LNG-installatie goedkeuren. Zoals hoger gemeld bestaan de belangrijkste voorwaarden uit een Standaard LNG-contract, een Toegangsreglement voor LNG en een LNG-programma.
- Overeenkomstig artikel 201, § 1 Gedragscode wordt in het Standaard LNG-contract inhoudelijk op een gedetailleerde wijze opgenomen: - 1° de definities van de in het standaard LNG-contract gebruikte terminologie; - 2° het voorwerp van het standaard LNG-contract; - 3°de voorwaarden waaraan de LNG-diensten door de beheerder van de LNG-installatie geleverd worden; - 4° de rechten en plichten verbonden aan de geleverde LNG-diensten; - 5° de facturatie en betaling modaliteiten; - 6° in voorkomend geval, de financiële garanties en andere waarborgen; - 7° de bepalingen inzake de aansprakelijkheid van de beheerder van de LNG-installatie en van de terminalgebruikers; - 8° de bepalingen inzake meten en het testen; - 9° de rechten en plichten van de partijen inzake aardgaskwaliteit en ingeval van afwijking van de kwaliteitsspecificaties van het LNG en van het aardgas; - 10° de bepalingen voor compensatie van niet-geleverde LNG-diensten; - 11° de bepalingen inzake gemengde opslag, bewaring, eigendomsrechten van het LNG; - 12° de rechten en verplichtingen inzake het operationele beheer en het onderhoud van de LNG-installatie; 13° de impact van noodsituaties en situaties van overmacht op de rechten en plichten van de partijen; 14° de impact van de regels inzake congestiebeheer op de rechten en plichten van de partijen; 15° de bepalingen in verband met de verhandelbaarheid en overdracht van LNG-diensten; - 16° de duur van het standaard LNG-contract; - 17° de bepalingen inzake opschorting en opzeg/beëindiging van het LNG-contract of toegewezen LNG-diensten, onverminderd artikel 80, 4°; - 18° aanvaarde vormen inzake kennisgeving tussen partijen; - 19° de bepalingen van toepassing wanneer de terminalgebruiker foutieve of onvolledige informatie geeft aan de beheerder van de LNG-installatie; - 20° de geschillenregeling; - 21° het toepasselijke recht. Niet-vertrouwelijk 10/24
- Artikel 201 van de Gedragscode bepaalt verder: - §
- De beheerder van de LNG-installatie kan aparte standaard LNG-contracten opstellen: 1° voor de onderschrijving van langetermijndiensten in het kader van een open season procedure.
- Het Toegangsreglement voor LNG bevat, onverminderd artikel 29, van de Gedragscode overeenkomstig artikel 202, van de Gedragscode: - 1° het type-dienstenformulier; - 2° de operationele regels en procedures voor het gebruik van de toegewezen LNG-diensten; - 3° de regels en procedures van kracht aan de lossingsplaats van de LNG-installatie; 4° de regels en procedures voor aankomst, lossen, ligtijd en vertrek van LNG-tankers aan de LNG-installatie; 5° de regels ingeval van late aankomst van LNG-tankers, de impact hiervan op het lossen van de LNG-tankers en op het operationeel herschikken van capaciteitsallocaties; - 6° de procedure voor het plannen en goedkeuren van LNG-tankers; - 7° de regels voor aardgas op voorraad, aardgas voor eigen gebruik, maandelijkse energiebalans, uitzenden van aardgas in voorraad en bundeling (pooling) van uitzendcapaciteit tussen de terminalgebruikers; - 8° de regels voor het lenen van LNG of aardgas tussen terminalgebruikers; - 9° de regels inzake de LNG kwaliteitsspecificaties aan het leveringspunt van de LNG-installatie en de aardgasspecificaties aan het interconnectiepunt van de LNG-installatie; - 10° de regels bij levering van LNG en uitzending van aardgas dat niet beantwoordt aan de specificaties inzake kwaliteit; - 11° de operationele procedures voor het testen en de metingen van het LNG (gemeten parameters en precisiegraad) aan het leveringspunt en de operationele procedures voor het testen en de metingen van aardgas (gemeten parameters en precisiegraad) aan het interconnectiepunt; 12° de operationele regels bij onderhoud; - 13° de procedure bij reducties en onderbrekingen; - 14° de operationele regels inzake nominaties en hernominaties; - 15° de regels inzake overschrijding van toegewezen capaciteiten; - 16° de regels voor de vrijgave van niet-gebruikte LNG-diensten; - 17° de regels en procedures voor het gebruik van de diensten bedoeld in artikel 201, § 2, 3°.
- Tot slot, stelt artikel 203, van de Gedragscode dat in het LNG-programma opgenomen moet worden: - 1° een uitvoerige beschrijving van het gehanteerde LNG-model; - 2° de verschillende gereguleerde LNG-diensten die aangeboden worden; - 3° voor wat betreft de onderbreekbare LNG-diensten, de kans op onderbreking en, in uitvoering van artikel 4, 3°, de voorwaarden die vervuld moeten zijn om tot onderbreking van voorwaardelijke LNG-diensten over te gaan en de daarbij gehanteerde criteria; Niet-vertrouwelijk 11/24 - 4° de verschillende duurtijden waaronder de LNG-diensten kunnen worden onderschreven; - 5° een gebruiksvriendelijke beschrijving van: - de toewijzingsregels voor de verschillende LNG-diensten op basis van de capaciteitstoewijzingsregels bedoeld in het toegangsreglement voor LNG; - de regels, voorwaarden en procedures voor het onderschrijven van LNG-diensten op de primaire markt, met inbegrip van de procedure voor het elektronisch onderschrijven van LNG-diensten, bedoeld in het toegangsreglement voor LNG; - de regels inzake de organisatie en werking van de secundaire markt bedoeld in het toegangsreglement voor LNG; - de principes voor de berekening van het aardgas op voorraad (in energie en volume) en het aardgas eigen gebruik van de beheerder van de LNG-installatie bedoeld in het toegangsreglement voor LNG.
- Wanneer de belangrijkste voorwaarden onvolledig en/of strijdig zijn met de regelgeving omdat zij slechts ten dele of niet de toegang tot de LNG-installatie uitwerken en bijgevolg de doelstellingen van het derde energiepakket niet verwezenlijken, kan de CREG haar goedkeuring niet verlenen.
- Nochtans is de bevoegdheid van de CREG hiertoe niet beperkt. Als administratieve overheid heeft de CREG naast het legaliteitstoezicht ook tot taak het algemeen belang te behartigen. Het algemeen belang is een essentieel toetsingscriterium voor de CREG om te bepalen of de voorgestelde belangrijkste voorwaarden LNG al dan niet haar goedkeuring kunnen wegdragen.
- Het algemeen belang is een ruim begrip. Elementen ervan kunnen door de regelgeving worden gefixeerd, bijvoorbeeld waar de steller van de Gedragscode vraagt dat standaardcontracten de handel in aardgas niet belemmeren en de handel van vervoersdiensten bevorderen (artikel 201). Niettemin overstijgt het algemeen belang de loutere legaliteit. In het kader van haar goedkeuringsbevoegdheid, zal de CREG er met name over waken dat een juist evenwicht wordt gevonden in de relatie tussen de LNG-beheerder en de LNG-gebruiker. Deze relatie, hoewel ten dele contractueel, is immers niet het resultaat van een onderhandeling, maar betreft voor de LNG-gebruiker een toetredingscontract. Niet-vertrouwelijk 12/24 2.5.
- De sectorspecifieke wetgeving
- De sectorspecifieke wetgeving waarop de CREG toeziet omvat het recht van toegang tot de vervoersnetten en de regulering van de tarieven, beide van openbare orde (zie hierboven).
- Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot de LNG-installatie en de Gedragscode, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake aardgas vormen (artikel 15/14, § 2 van de Gaswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, (enkel) het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 20/2 van de Gaswet). Dankzij artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6° van de Gaswet hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 20/2 van de Gaswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de contracten weren en de beheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen.
- Verder stelt artikel 15 van de gasverordening 715/2009 dat de LNG-systeembeheerders: - waarborgen dat zij op niet-discriminerende basis diensten aanbieden aan alle netgebruikers die aan de marktbehoeften voldoen en onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden; - diensten aanbieden die aansluiten bij het gebruik van het stelsel van onderling verbonden gastransportsystemen en de toegang vergemakkelijken door samenwerking met de transmissiesysteembeheerders; - relevante informatie publiceren over gebruik en beschikbaarheid van de diensten. Zo nodig kunnen derdetoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van de LNG-gebruikers wat hun kredietwaardigheid betreft. Zulke garanties mogen geen oneerlijke belemmering vormen en moeten niet-discriminerend, transparant en evenredig zijn. Deze toegangsregels vinden rechtstreeks toepassing op het Belgisch intern recht en reguleren de toegang tot de LNG-installaties, waardoor deze regels ook van openbare orde zijn. Hetzelfde geldt voor de beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures voor congestiebeheer bij LNG-installaties voorzien in artikel 17, de transparantievereisten voorzien in artikel 19 en de verhandeling van capaciteitsrechten bedoeld in artikel 22 van de gasverordening 715/
- Niet-vertrouwelijk 13/24 ANTECEDENTEN
- De LNG Terminal van Zeebrugge werd in 1987 in dienst genomen. De terminal bestaat uit ontvangstinstallaties, vier LNG opslagtanks (drie met een nuttige capaciteit van elk 80.000 m³ LNG en een met een nuttige capaciteit van 140.000 m³ LNG), verdampings- en uitzendinstallaties om het hervergaste LNG in het vervoersnet en bijbehorende installaties te injecteren (met een vaste uitzendcapaciteit van 1.700.000 m³ per uur). De LNG Terminal kan bijna alle soorten LNG schepen ontvangen van 7.500 m³ LNG tot de Q-max schepen met een capaciteit van 266.000 m³ LNG.
- Naar aanleiding van een marktbevraging in 2003 werd in 2004 de volledige primaire capaciteit toegewezen op basis van lange termijn ship-or-pay contracten.
- De LNG infrastructuur te Zeebrugge heeft een hervergassingscapaciteit van 9 miljard m³ aardgas per jaar die de N.V. Fluxys LNG ter beschikking stelt van de terminalgebruikers en die berekend wordt op basis van de technische capaciteit van de terminal installaties en wijzigingen daarvan, rekening houdend met in het bijzonder de eerste capaciteitsuitbreiding die op 1 april 2008 in gebruik werd genomen alsook het project van de tweede capaciteitsuitbreiding.
- Het bouwen van een vijfde tank met een capaciteit van 180.000 m³ LNG en de daarbij horende compressoren zullen aanleiding geven tot LNG overslagdiensten die aangeboden worden op markt en daarna onderschreven worden.
- De Gedragscode voorziet drie regulatoire documenten, namelijk: - Een toegangsreglement dat in detail de aangeboden producten/diensten beschrijft (artikel 201, van de Gedragscode) - Een standaard contract (LTA) van onbepaalde duur dat als ‘toegangsticket’ geldt voor elke gebruiker van de LNG terminal te Zeebrugge. Dankzij dit contract en aan de hand van de “confirmation form” kan een terminalgebruiker producten/diensten reserveren (onafhankelijk van de duur ervan) (artikel 202, van de Gedragscode). - Een LNG programma dat op een toegankelijke en “Users friendly” manier de grote lijnen van de aangeboden diensten/producten beschrijft (artikel 203 van de Gedragscode).
- De N.V. Fluxys LNG heeft op 9 maart 2018 een marktconsultatie gelanceerd over het gewijzigde LNG toegangsreglement voor de LNG Terminal van Zeebrugge, de gewijzigde LNG Terminalovereenkomst voor LNG Herleveringsdiensten en het gewijzigde LNG Terminalling programma. Tot ten laatste 6 april 2018 konden de marktpartijen reageren. De voornaamste aanpassingen aan de documenten hebben betrekking op de toevoeging van twee nieuwe diensten inzake: - Kleinschalige aanmeerrechten; - Residuele opslag.
- De N.V. Fluxys LNG heeft het consultatieverslag aan de CREG overgemaakt samen met de aanvraag tot goedkeuring van de gewijzigde documenten. De bemerkingen van de marktpartijen hielden hoofdzakelijk verband met kleinschalige aanmeerrechten.
- Een partij heeft vermeld dat Fluxys LNG de aanmeerrechten zou moeten ontwikkelen voor schepen tussen kleine en grote schalen (2.000 - 7.500 m³ LNG). Fluxys LNG heeft de definitie aangepast zodat de aangeboden kleinschalige aanmeerrechten gelden voor een LNG-volume t.e.m. 30.000 m³ LNG. Een ander commentaar had betrekking op het aanbod van een swapmogelijkheid. Een partij vroeg om dergelijke mogelijkheid elk jaar aan te bieden i.p.v. alleen maar een keer. Fluxys LNG zal Niet-vertrouwelijk 14/24 swapaanvragen evalueren in functie van de marktomstandigheden en de beschikbaarheid van capaciteit.
- Een andere commentaar werd door Fluxys LNG ontvangen maar had geen direct verband met het onderwerp van de consultatie.
- Naar aanleiding van de raadpleging van de marktpartijen en in overleg met de CREG werden door de N.V. Fluxys LNG op 25 april 2018 bij de CREG per drager tegen ontvangstbewijs drie onderscheiden documenten ingediend, te weten: - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het gewijzigde LNG toegangsreglement voor de LNG Terminal van Zeebrugge; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van Terminalovereenkomst voor LNG Herleveringsdiensten; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het gewijzigde LNG Terminalling Programma. Niet-vertrouwelijk de gewijzigde LNG 15/24 ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL 4.
- ALGEMEEN
- Hierna wordt nagegaan of de belangrijkste voorwaarden voor LNG, onder de vorm van het gewijzigde LNG toegangsreglement voor de LNG Terminal van Zeebrugge, de gewijzigde LNG Terminalovereenkomst voor LNG Herleveringsdiensten en het gewijzigde LNG Terminalling Programma in overeenstemming zijn met de wettelijke vooropgestelde criteria en het algemeen belang.
- Tenzij anders vermeld, is de hiernavolgende analyse opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende delen, bijlagen, hoofdstukken en titels van de drie bovenvermelde documenten. Het ontbreken van opmerkingen over een bepaald punt betekent dat de CREG er zich vandaag niet tegen verzet, maar houdt geenszins een voorafgaande goedkeuring in van dit punt indien het opnieuw op identieke wijze wordt ingediend op een later tijdstip voor dezelfde activiteit en dit met toepassing van de artikelen 29, 77 en 82 van de Gedragscode.
- Indien het geval zich voordoet dat verschillende elementen van het voorstel betrekking hebben op een overkoepelend onderwerp, dan zal de CREG waar nodig deze elementen gezamenlijk bespreken, in plaats van punt per punt. 4.
- HET LNG TOEGANGSREGLEMENT VOOR DE LNG TERMINAL VAN ZEEBRUGGE Algemeen
- Overeenkomstig de bepalingen van artikel 29, § 1 van de Gedragscode stellen de beheerders voor hun respectieve activiteiten van aardgasvervoer, opslag en LNG een toegangsreglement op dat, evenals de eventuele wijzigingen ervan, onderworpen is aan de goedkeuring door de Commissie met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6° van de Gaswet
- Overeenkomstig de bepalingen van artikel 29, § 2 en onverminderd de respectievelijk artikelen 111, 170 en 202 bevatten de toegangsreglementen: 1° de regels voor de behandeling van de aanvragen voor toegang en onderschrijving van vervoersdiensten met inbegrip van de procedure voor het elektronisch onderschrijven van vervoersdiensten op grond van de basisprincipes bepaald in hoofdstuk 3, afdeling 1 en 2; 2° de regels met betrekking tot het verloop van de open season procedure op grond van de basisprincipes bepaald in afdeling 1.2 van dit hoofdstuk; 3° de toewijzingsregels op grond van de basisprincipes bepaald in afdeling 1.3 van dit hoofdstuk, met inbegrip van de toepasselijke prioriteitsregels; 4° de regels inzake congestiebeheer op grond van de basisprincipes bepaald in afdeling 1.4 van dit hoofdstuk; 5° de regels inzake organisatie en werking van de secundaire markt op grond van de basisprincipes bepaald in afdeling 1.5 van dit hoofdstuk; 6° het plan voor incidentenbeheer. Niet-vertrouwelijk 16/24
- Overeenkomstig de bepalingen van artikel 29, § 3 worden het voorstel van toegangsreglement alsook de voorstellen tot wijziging ervan door de respectieve beheerders opgesteld na raadpleging door deze laatsten van de netgebruikers in het kader van de overlegstructuur bedoeld in artikel
- Overeenkomstig de bepalingen van artikel 29, § 4 maken de beheerders de goedgekeurde toegangsreglementen en de goedgekeurde wijzigingen ervan bekend overeenkomstig artikel 107 en delen deze volledigheidshalve mee aan de partijen met wie zij een vervoerscontract hebben afgesloten. De goedgekeurde toegangsreglementen en de goedgekeurde wijzigingen hebben slechts uitwerking op de datum van inwerkingtreding ervan bepaald door de Commissie met toepassing van artikel
- De CREG stelt vast dat het LNG-toegangsreglement alle diensten bevat die door de N.V. Fluxys LNG worden aangeboden (met de uitzondering van de operationele regels voor vrachtwagen laaddiensten). Dit betekent dat het toegangsreglement is van toepassing op alle bovenvermelde diensten. Toegangsreglement voor LNG Doel en toepassingsgebied
- De CREG heeft geen opmerkingen bij de onder punten 1.1 tot en met 1.5 opgenomen bepalingen. LNG Diensten
- Hoofdstuk 2 bevat de beschrijving van LNG-diensten, de toewijzing van LNG-diensten op de primaire markt en de werking van de secundaire markt.
- Wat betreft de beschrijving van de LNG-diensten is het hoofddoel van de LNG-Terminal LNG schepen te ontvangen en te lossen, het LNG tijdelijk op te slaan en te hervergassen. Daarvoor kunnen “slots” (pakket van aanlegrecht, basis opslag en basis uitzendcapaciteit) onderschreven worden, eventueel samen met additionele opslagcapaciteit en additionele uitzendcapaciteit. De CREG heeft hierop geen opmerkingen.
- Daarbovenop is het mogelijk aanmeerrechten en additionele aanmeerrechten te reserveren om een LNG-schip te lossen of te laden (en dit via LNG herleveringsdiensten). De CREG heeft hierop geen opmerkingen.
- Het wordt ook mogelijk overslagaanmeerechten te reserveren om een LNG schip aan te meren en te lossen of te laden en, naargelang het geval, binnen het kader van de verlening van LNG overslagdiensten, ondergasstellings- en/of afkoeldiensten te laten uitvoeren op de LNG terminal gekoppeld aan een laag getijde. De CREG heeft hierop geen opmerkingen.
- De CREG stelt vast dat diensten met betrekking tot kleinschalig aanmeerecht worden toegevoegd. De houder van een Kleinschalig Aanmeerrecht heeft het recht om een LNG Schip door de Terminal Operator te laten aanvaarden en met dit LNG schip aan te meren in de LNG Terminal binnen het kader van de verlening van LNG Herleveringsdiensten door de Terminal Operator voor dit LNG Schip gekoppeld aan een Getijde, zoals toegelaten volgens de scheepvaartregels die gelden voor de Haven, en in overeenstemming met dit LNG Toegangsreglement. De CREG gaat akkoord met de voorgestelde wijziging.
- Ook residuele opslagdiensten worden toegevoegd. Residuele Opslag betekent het recht om LNG op te slaan, uitgedrukt in Kubieke Meter (m³) LNG, in de LNG Terminal voor een of meerdere Maanden (met een minimum van één Maand en een maximum van zes Maanden) beschikbaar gesteld door de Terminal Operator op basis van een dagelijkse granulariteit. De CREG gaat akkoord met de voorgestelde wijziging. Niet-vertrouwelijk 17/24
- Daarna volgen de toewijzingsregels van toepassing voor het onderschrijven van LNG-diensten op de primaire markt en nadien de regels van toepassing voor de secundaire markt.
- De toewijzing van LNG diensten op de primaire markt maakt een onderscheid tussen langetermijncapaciteit en kortetermijncapaciteit.
- Wat betreft de primaire markt, worden de lange termijn capaciteiten aangeboden op basis van onderschrijvingsvenster of van open season voor capaciteiten waarvoor er nog een investeringsbeslissing moet worden genomen. Indien er nog langetermijncapaciteit beschikbaar is aan het einde van een bepaald onderschrijvingsvenster of open season, zullen dergelijke diensten worden toegewezen op een “First committed/First served” basis. De CREG stelt vast dat de open seasons plaats zullen vinden in overeenstemming met de Gedragscode en preciseert dat dit in overeenstemming is met afdeling 1.2 van de bovenvermelde Gedragscode.
- Wat de LNG Herleveringsdiensten betreft, verleent de Terminal Operator de LNG Herleveringsdiensten aan de Bevrachter op voorwaarde dat de Bevrachter een Aanvullend Aanmeerrecht of Kleinschalig Aanmeerrecht (of een Aanmeerrecht in voorkomend geval) heeft. Die wijziging reflecteert de mogelijkheid om herleveringsdiensten te mogen reserveren voor de indienststelling van de vijfde tank. De CREG gaat ermee akkoord.
- Tijdens het Onderschrijvingsvenster georganiseerd voor Kleinschalige Aanmeerrechten, kan de Terminal Operator aan alle Bevrachters die voorheen Aanvullende Aanmeerrecht(en) hebben onderschreven, en met inachtneming van de toepasselijke regels voor het toewijzen van beschikbare capaciteit onder een Onderschrijvingsvenster, de mogelijkheid bieden om hun resterende Aanvullend Aanmeerrecht(en) om te ruilen voor Kleinschalige Aanmeerrechten. De CREG gaat ermee akkoord.
- De diensten Kleinschalig Aanmeerrecht en Residuele Opslag worden toegevoegd in de toewijzing van kortetermijncapaciteit. Kleinschalige Aanmeerrechten die niet werden toegewezen bij een Procedure voor Lange Termijn Capaciteiten of die werden geïdentificeerd als beschikbaar overeenkomstig AC 3.1, worden toegewezen volgens het principe ‘first committed/first served’ vanaf het moment dat ze op de website van de Terminal Operator worden gepubliceerd. Residuele Opslag die werd geïdentificeerd als beschikbaar overeenkomstig AC 2.1, wordt toegewezen volgens het principe ‘first committed/first served’ volgend op de publicatie op de website van de Terminal Operator vanaf het begin van Maand M min één (M-1) tot twee Werkdagen vóór het begin van de Residuele Opslag in maand M. De CREG gaat ermee akkoord. Procedures
- Hoofdstuk 3 bevat de procedures die gevolgd moeten worden met betrekking tot de LNG diensten, overeenkomstig artikel 202 van de Gedragscode. Onderschreven Kleinschalige Aanmeerrechten worden toegevoegd in de sectie 3.1.1 die betrekking heeft op planning. De CREG gaat ermee akkoord.
- In dat kader wordt Sectie 3.1.1.7 “Onderschreven Kleinschalige Aanmeerrechten” ook toegevoegd. De CREG gaat ermee akkoord.
- De prioriteiten worden verder bepaald. Derde prioriteit wordt gegeven aan het LNG Schip van een Bevrachter of Andere Bevrachters dat zal worden gebruikt om LNG Herleveringsdiensten te ontvangen met betrekking tot een Gepland Aanvullend Aanmeerrecht of een Gepland Kleinschalig Aanmeerrecht. De CREG gaat ermee akkoord.
- Het Gepland Kleinschalig Aanmeerrecht wordt ook toegevoegd in de sectie 3.1.4.3 Aanmeervolgorde en in de sectie 3.1.4.4 LNG operaties; evenwel voor wat betreft de getijden. De CREG heeft hierop geen opmerkingen. Niet-vertrouwelijk 18/24
- Dit is ook het geval voor de sectie 3.1.5.2 Vertraging bij aankomst. De CREG heeft hierop geen opmerkingen. Operationele regels (artikel 202, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°, 11°, 12°, 13°, 14°, 15°, 16°, 17°, Gedragscode)
- Voor de berekening van de Maandelijkse energiebalans (sectie 3.1.6.3) worden de leveringen op het Leveringspunt en het Leveringspunt voor Overslag, het Herleveringspunt, het Herleveringspunt voor Overslag, het Herleveringspunt voor Laden, en het Herleveringspunt voor het Laden van Vrachtwagens over die Maand M telkens toegevoegd. De CREG heeft hierop geen opmerking.
- Hoofdstuk 3.9 bepaalt de operationele regels voor het laden van een LNG-schip.
- Afhankelijk van de algemene voorwaarden van de LNG Overeenkomst en het LNG Toegangsreglement, laadt de Terminal Operator een LNG Schip in het kader van Aanvullend Aanmeerrecht of Kleinschalig Aanmeerrecht (of een Aanmeerrecht in voorkomend geval) of een Overslagaanmeerrecht en/of biedt hij Afkoeldiensten en/of Ondergasstellingsdiensten aan de Bevrachter of de Overslagbevrachter aan, op voorwaarde “dat de Bevrachter beschikt over een Aanvullend Aanmeerrecht of Kleinschalig Aanmeerrecht (of een Aanmeerrecht in voorkomend geval), of in het geval van een Overslagbevrachter, dat de Overslagbevrachter over een Overslagaanmeerrecht beschikt.… en dat….. de referentie naar “Kleinschalig Aanmeerrecht” verder wordt telkens toegevoegd”. Het reflecteert de mogelijkheid voor een terminal user om gebruik te maken van een kleinschalig aanmeerrecht. De CREG gaat ermee akkoord. Woordenlijst van definities
- In de definitie van Andere Bevrachter worden de woorden Aanvullend en Aanmeerecht met hoofdletter geschreven want ze zijn gedefinieerd. De referentie naar Kleinschalig Aanmeerrecht wordt ook toegevoegd. De CREG gaat ermee akkoord.
- In de definities van Gepland Aanmeerrecht en Gepland Aanvullend Aanmeerrecht worden de termen Aanvullend en Aanmeerecht met hoofdletter geschreven, want ze zijn gedefinieerd. De CREG heeft daarop geen opmerking.
- De definitie van Gepland Kleinschalig Aanmeerrecht wordt ingevoerd als zijnde een Kleinschalig Aanmeerrecht dat werd toegewezen en gepland in overeenstemming met de RBS en dergelijke planning verwijst naar een specifiek Getijde voor zulk Kleinschalig Aanmeerrecht. De CREG gaat ermee akkoord.
- De definitie van Kleinschalig Aanmeerrecht wordt ingevoerd als zijnde het recht om een LNG Schip aan te meren op de Oostelijke Steiger of Westelijke Steiger met het doel om LNG Herleveringsdiensten in de LNG Terminal te ontvangen voor een maximaal volume van 30 000 m3 gebonden aan een Getijde, zoals toegelaten onder de scheepvaartregels die van toepassing zijn in de Haven, in overeenstemming met het LNG Toegangsreglement. De CREG gaat ermee akkoord.
- De definitie van Kosten Laaddiensten SSBR wordt ingevoerd als zijnde de kosten die verschuldigd zijn voor de Laaddiensten op voorwaarde dat de Bevrachter een Kleinschalig Aanmeerrecht (of een Aanmeerrecht in voorkomend geval) heeft, in overeenstemming met het Gereguleerde Tarief. De CREG gaat ermee akkoord.
- In de definitie “Laaddiensten” wordt een materiële fout verbeterd (schrappen van het woord “het” en Laden met hoofdletter schrijven) en er wordt toegevoegd “… op voorwaarde dat de bevrachter een Aanvullend Aanmeerrecht of Kleinschalig Aanmeerrecht (of een Aanmeerrecht in voorkomend geval) heeft”. Dit is een verduidelijking en de CREG gaat hiermee akkoord. Niet-vertrouwelijk 19/24
- De definitie van Onderschreven Kleinschalig Aanmeerrecht wordt ingevoerd als zijnde een Kleinschalig Aanmeerrecht dat contractueel werd vastgelegd onder een LTA, waarbij het aantal Onderschreven Kleinschalige Aanmeerrechten per Contractjaar in het Bevestigingsformulier Diensten wordt gespecificeerd. De CREG gaat ermee akkoord.
- In de definitie Opslagcapaciteit wordt de Residuele Opslag toegevoegd. De CREG gaat ermee akkoord.
- In de definitie van Residuele Opslag wordt een cross reference toegevoegd naar AC 2.1.10, zijnde het recht om LNG op te slaan, uitgedrukt in Kubieke Meter (m³) LNG, in de LNG Terminal voor een of meerdere Maanden (met een minimum van één Maand en een maximum van zes Maanden) beschikbaar gesteld door de Terminal Operator op basis van een dagelijkse granulariteit (cf. 74 supra). De CREG gaat ermee akkoord.
- In de definitie van Venster worden de woorden Gepland Kleinschalig Aanmeerrecht toegevoegd. De CREG gaat ermee akkoord. Niet-vertrouwelijk 20/24 4.
- DE GEWIJZIGDE LNG TERMINALOVEREENKOMST VOOR LNG HERLEVERINGSDIENSTEN Algemeen
- De LNG Terminalovereenkomst voor LNG Herleveringsdiensten valt onder de regeling van art. 77 e.v. van de Gedragscode. Ze mag de handel in aardgas niet belemmeren en moet de handel van de vervoersdiensten bevorderen. De minimale inhoud van het standaardcontract wordt nader omschreven in de artikelen 109, 169 en 201 van de Gedragscode.
- De CREG moet het standaardcontract en elke wijziging ervan goedkeuren met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6° van de Gaswet. Een vereiste is dat de wijzigingen identiek zijn voor het geheel van de geldende standaardcontracten en dat deze allen op dezelfde kalenderdag ingaan (art. 78 van de Gedragscode). Die bepaling voorziet voorts dat de wijzigingen binnen een redelijke termijn moeten in voege treden, rekening houdend met hun teneur en met de imperatieven verbonden aan de betrouwbaarheid, de veiligheid en de efficiëntie van het vervoernet. LNG terminalovereenkomst voor LNG Herleveringsdiensten
- De voorgestelde wijziging aan het LNG Terminalovereenkomst voor LNG Herleveringsdiensten is minimaal.
- Onder artikel 3.1 Verlening van LNG Herleveringsdiensten wordt een materiële fout verbeterd. Het woord aanlegrecht wordt vervangen door het woord Aanmeerrecht.
- In hetzelfde artikel worden de Kleinschalige Aanmeerrechten toegevoegd. De CREG gaat ermee akkoord.
- In Artikel 5 Kennisgevingen wordt toegevoegd dat alle operationele kennisgevingen ook in het Engels per e-mail verstuurd kunnen worden. De CREG gaat ermee akkoord.
- De woorden “voor LNG herleveringsdienstent” worden toegevoegd in de titel van Bijlage A. De CREG heeft hierop geen opmerkingen.
- De voorgestelde wijzigingen hebben enkel betrekking op het LNG Terminalovereenkomst voor LNG Herleveringsdiensten. De overige LNG-standaardcontracten blijven ongewijzigd. Bijgevolg moet niet worden gewaakt over de vereiste van artikel 78 Gedragscode dat identieke wijzigingen op dezelfde kalenderdag moeten ingaan. Daarmee is de ontworpen aanpassing ook formeel in orde en kan de CREG haar goedkeuring verlenen aan de wijziging van de LNG Terminalovereenkomst voor LNG Herleveringsdiensten.
- Onder Artikel 11.1.4 Beperking van aansprakelijkheid voor LNG Herleveringsdiensten, artikel 12.2 Kennisgevingen van Normale Prestaties, Artikel 12.3 Gevolgen van Overmacht, Artikel 15.2 Opschorting van LNG Herleveringsdiensten, wordt een materiële fout verbeterd. Het woord aanlegrecht wordt telkens vervangen door het woord Aanmeerrecht en de woorden de Kleinschalige Aanmeerrechten worden telkens toegevoegd. De CREG gaat ermee akkoord. Niet-vertrouwelijk 21/24 4.
- HET GEWIJZIGDE LNG TERMINALLING PROGRAMMA
- Op basis van en in overeenstemming met artikel 81, 82 en 203 van de Gedragscode heeft de N.V. Fluxys LNG haar LNG-programma gewijzigd en ingediend ter goedkeuring van de CREG.
- Met betrekking tot de uitgebreide terminalcapaciteit van de LNG-terminal van Zeebrugge zijn de lopende investeringen beschreven, waaronder de bouw van een vijfde opslagtank waarvan de indienststeling wordt verwacht tegen midden 2019 ter ondersteuning van de toekomstige ontwikkeling van LNG als brandstof voor industrie en zwaar vervoer via schepen en vrachtwagens.
- Het LNG terminalling model wordt beschreven onder hoofdstuk 3 van het LNG-programma onder andere op basis van een figuur en geeft de elementen waaruit dit model bestaat. Voor wat de capaciteit betreft bevat het LNG-programma twee figuren (voor en na indienststelling van de uitgebreide terminalcapaciteit) die de diensten en hun componenten beschrijven: aanmeerrechten, opslagcapaciteit en uitzendcapaciteit of schip laden (inclusief in het kader van overslag). Bovendien vindt men twee aangepaste tabellen met de capaciteiten en in het bijzonder het totaal aantal slots, het minimuminterval tussen de getijden dat de start van elk slot aangeeft, de basisopslagperiode, de basisopslag per slot, de basisuitzending per slot samen met de totale basisopslag, de aanvullende opslag, de totale basisuitzending, de aanvullende uitzending, het totaal aantal aanvullende aanmeerrechten, het totaal aantal kleinschalige aanmeerrechten, de residuele opslag, de totale LNG-truckladingen, het totaal aantal overslagaanmeerrechten en de overslagopslag. De CREG vindt dat de gebruikte figuren een goed en duidelijk overzicht van het LNG-terminalling model weergeven en dat die beschrijving beantwoordt aan de vereiste van artikel 203, 1°, van de Gedragscode.
- De CREG stelt vast dat de verschillende aangeboden diensten worden beschreven onder hoofdstukken 4 en 5, namelijk het basis dienstenaanbod (slots om LNG-schepen te lossen, LNG overslagdiensten, Kleinschalig Aanmeerrechten – een nieuwe toevoeging-, LNG Herleveringdiensten – met de toevoeging “op voorwaarde dat de bevrachter een aanvullend aanmeerrecht (of aanmeerrecht in voorkomend geval) heeft” –, en LNG trucklaaddiensten) en het aanvullende dienstenaanbod (transfer van LNG in opslag, elektronisch dataplatform…). Voor elke dienst vindt men een beschrijving van de dienst zelf en de bijbehorende toewijzingsregels. De volgende dienst wordt toegevoegd: “Residuele Opslag” (het recht om LNG op te slaan, uitgedrukt in kubieke meters, in de LNG-Terminal gedurende een of meerdere maanden (met een minimum van één maand en een maximum van zes maanden) beschikbaar gesteld door de terminal operator op basis van een dagelijkse granulariteit). Voor de CREG beantwoordt dit aan de vereiste van artikel 203, 2° en 4° van de Gedragscode.
- De regels, voorwaarden en procedures voor het onderschrijven van LNG-diensten op de primaire markt (samen met de regels inzake de werking van de secundaire markt), vindt men onder hoofdstuk 6 van het LNG-programma. De procedure voor het elektronisch onderschrijven van LNGdiensten vindt men terug onder hoofdstuk 5.2 van het LNG-programma. Dit beantwoordt aan de vereiste van artikel 203, 5° ii) en iii) van de Gedragscode
- De regels inzake organisatie en werking van de secundaire markt zijn beschreven onder hoofdstukken 6.3 en 5.3 van het LNG-programma. Dit beantwoordt aan de vereiste van artikel 203, 5° iii) van de Gedragscode. Niet-vertrouwelijk 22/24
- De CREG stelt vast dat de principes voor de berekening van het aardgas op voorraad (in energie en in volume) en het aardgas voor eigen gebruik van de beheerder van de LNG-installatie, zeer algemeen beschreven zijn in het LNG-programma maar wel in detail bepaald onder 3.1.6 “Gas op voorraad” van het toegangsreglement voor LNG. De CREG wijst erop dat bij de introductie van nieuwe LNG-diensten en/of de start van een nieuwe regulatoire periode, de beheerder van het LNG terminal na overleg met en consultatie van de marktpartijen, een aangepast LNG-programma voor LNG-diensten ter goedkeuring aan de CREG moet voorleggen op basis van en in overeenstemming met artikel 81, 82 en 203 van de Gedragscode. Niet-vertrouwelijk 23/24 BESLUIT
- Met toepassing van artikel 15/14, § 2, 6° van de Gaswet en van de artikelen 29, 77, 81, 201, 202 en 203 van de Gedragscode, gelet op de voorgaande analyse en in het bijzonder op de voorafgaande marktconsulatie door de N.V. Fluxys LNG zoals vermeld bij de antecedenten in deel II van deze beslissing, alsook op het onderzoek van de belangrijkste voorwaarden voor de LNG-installaties in deel III van deze beslissing, beslist de CREG de volgende aanvragen: - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het gewijzigde LNG Toegangsreglement voor de LNG Terminal van Zeebrugge; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van Terminalovereenkomst voor LNG Herleveringsdiensten; - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het gewijzigde LNG Terminalling programma. de gewijzigde LNG zoals ingediend bij de CREG per drager met ontvangstbewijs op 25 april 2018 goed te keuren.
- De huidige door de CREG goedgekeurde belangrijkste voorwaarden voor de LNG installaties, zijnde het gewijzigde LNG toegangsreglement voor de LNG Terminal van Zeebrugge, de gewijzigde LNG Terminalovereenkomst voor LNG Herleveringsdiensten, het gewijzigde LNG Terminalling programma treden overeenkomstig artikel 107 van de Gedragscode in werking vanaf de datum waarop de CREG de goedgekeurde belangrijkste voorwaarden voor de LNG installaties in hun geheel goedkeurt. Zij worden uitvoerbaar tegenover de netgebruikers vanaf de datum van hun bekendmaking op de website van de N.V. Fluxys LNG. De N.V. Fluxys LNG deelt de datum van de publicatie mee aan de CREG. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Niet-vertrouwelijk Marie-Pierre FAUCONNIER Voorzitster van het Directiecomité 24/24