(B)1768 28 juni 2018 Beslissing over de vastlegging van de correctiefactor voor de 3de periode (03.10.2018 – 02.10.2019) ter bepaling van de minimumprijs voor de groenestroomcertificaten uitgereikt voor de elektriciteit geproduceerd door de installaties in de domeinconcessie van Rentel Artikel 14§1ter/1 van het koninklijk besluit van 14 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen Niet vertrouwelijke versie CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 1. INLEIDING ...................................................................................................................................... 3 2. WETTELIJKE BASIS ......................................................................................................................... 3 3. ANTECEDENTEN ............................................................................................................................ 4 3.1. ALGEMEEN ............................................................................................................................... 4 3.2. RAADPLEGING .......................................................................................................................... 5 4. ANALYSE VAN HET INGEDIENDE DOSSIER..................................................................................... 6 5. BESLISSING .................................................................................................................................... 7 Niet vertrouwelijke versie 2/7 1. INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op basis van artikel 14, §1ter/1 van het koninklijk besluit van 14 juli 2002, of er een verschil is tussen de gecontracteerde verkoopprijs voor elektriciteit en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90% van de elektriciteitsprijs. Op basis van haar onderzoek bepaalt de CREG de correctiefactor. Deze beslissing werd door het directiecomité van de CREG goedgekeurd tijdens zijn vergadering van 28 juni 2018. 2. 1. WETTELIJKE BASIS Artikel 14, §1, 2de lid, 1°ter van koninklijk besluit van 16 juli 2002 luidt als volgt: “1° ter voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close plaatsvindt vanaf 1 mei 2016, wordt een minimumprijs vastgelegd aan de hand van de volgende formule : minimumprijs = LCOE - [(elektriciteitsreferentieprijs x (1 - correctiefactor) + de waarde van de garanties van oorsprong) x (1-netverliesfactor)], waarin : - onverminderd § 1quater, de LCOE gelijk is aan :
- a)129,80 euro/MWh voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie toegekend aan de NV Rentel, voor de eerste keer bij ministerieel besluit van 4 juni 2009, zoals bepaald door de commissie bij beslissing (B)160719-CDC-1541 van 19 juli 2016;
- b)124,00 euro/MWh voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie toegekend aan de NV Norther, voor de eerste keer bij ministerieel besluit van 5 oktober 2009, zoals bepaald door de commissie bij beslissing (B)160901-CDC-1550 van 1 september 2016;
- c)een bedrag vast te stellen door gemotiveerd besluit van de minister op voorstel van de commissie voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie, niet bedoeld in
- a)en b), en die hun financial close nog niet hebben gerealiseerd op het tijdstip van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 9 februari 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Het voorstel van de commissie, geformuleerd na overleg met de houder van de betrokken domeinconcessie, is gemotiveerd en houdt rekening met de noodzaak om iedere oversubsidiëring te vermijden en met het belang van de eindconsument; dit voorstel wordt aan de minister bezorgd binnen een termijn die de aangekondigde datum van de financial close van deze houder respecteert. De minister neemt zijn beslissing binnen twintig dagen na ontvangst van het voorstel van de commissie; - onverminderd de mogelijkheid om overeenkomstig § 1ter/1 per domeinconcessie een aangepaste waarde vast te stellen, de correctiefactor gelijk is aan 0,10; - de waarde van de garanties van oorsprong overeenkomt met de werkelijke verkoopprijs verkregen door de domeinconcessiehouder voor de garanties van oorsprong die worden uitgereikt voor de geproduceerde elektriciteit; Niet vertrouwelijke versie 3/7 - de netverliesfactor wordt elke maand door de commissie, voor elke concessie, berekend op basis van het verschil tussen de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit en de hoeveelheid elektriciteit die in het net is geïnjecteerd” 2. Artikel 14, §1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 legt volgende procedure vast voor de aanpassing van de elementen die in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de minimumprijs per domeinconcessie: “Voor elke domeinconcessie bedoeld in §1, tweede lid, 1°ter, past de commissie, zonder retroactieve werking, de correctiefactor die in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de minimumprijs, aan. Daartoe maakt de houder van de domeinconcessie op volgende tijdstippen: 1° de eerste maal ten laatste vier maanden voor de voorziene datum van financial close; 2° later, ten laatste vier maanden voor het einde van elke periode van één jaar die ingaat op de datum van de financial close, alle informatie over aan de commissie, per drager met ontvangstbevestiging en elektronisch, met betrekking tot de gecontracteerde verkoop van de door de installaties opgewekte elektriciteit. Binnen één maand na de ontvangst van de gegevens, bevestigt de commissie aan de domeinconcessiehouder de volledigheid van de gegevens of bezorgt zij hem een lijst van bijkomende inlichtingen die hij moet verstrekken. De commissie onderzoekt binnen de 2 maanden na de bevestiging van de volledigheid van de gegevens of er een verschil is tussen de gecontracteerde verkoopprijs voor elektriciteit en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90% van de elektriciteitsreferentieprijs. Indien de commissie een verschil vaststelt past zij de correctiefactor voor de betrokken domeinconcessie aan. Onverminderd §1sexies berekent de commissie de overeenstemmende nieuwe minimumprijs voor de aankoop van groenestroomcertificaten, door toepassing van de formule in §1, tweede lid, 1°ter.” 3. ANTECEDENTEN 3.1. ALGEMEEN 3. Het koninklijk besluit van 16 juli 2002 werd aangepast door het koninklijk besluit van 4 april 2014 houdende de wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, waarbij een variabel ondersteuningsmechanisme op basis van de LCOE werd ingevoerd voor nieuwe offshore windmolenparken. 4. Op 15 april 2016 heeft Rentel een aanvraagdossier, dd. 14 april 2016, ingediend bij de CREG om de waarden vast te leggen die in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de minimumprijs per groenestroomcertificaat, overeenkomstig de bepalingen in artikel 14, §1ter van het koninklijk besluit van 16 juli 2002. Het aanvraagdossier bestaat uit enerzijds een dossier met betrekking tot de exploitatiekosten en anderzijds een dossier met betrekking tot het contract voor de verkoop van de geproduceerde elektriciteit en de bijhorende correctiefactor. Niet vertrouwelijke versie 4/7 5. In eindbeslissing (B)160719-CDC-1541 over het vastleggen van de elementen ter bepaling van de minimumprijs voor de groenestroomcertificaten uitgereikt voor de elektriciteit geproduceerd door de installaties in de domeinconcessie van Rentel heeft de CREG onderzocht of de PPA van Rentel marktconform is. Na analyse van de PPA van Statkraft, beslist de CREG dat de correctiefactor wordt vastgelegd op 17,65% van de elektriciteitsreferentieprijs voor de periode van één jaar vanaf de datum van financial close. 6. Het koninklijk besluit van 16 juli 2002 werd aangepast door het koninklijk besluit van 9 februari 2017 houdende de wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, waarbij het ondersteuningsmechanisme werd aangepast voor offshore windmolenparken waarvan de financial close plaatsvindt na 1 mei 2016. 7. In eindbeslissing (B)1660 over de vastlegging van de correctiefactor voor de 2de periode (03.10.2017 - 02.10.2018) ter bepaling van de minimumprijs voor de groenestroomcertificaten uitgereikt voor de elektriciteit geproduceerd door de installaties in de domeinconcessie van Rentel beslist de CREG dat de correctiefactor wordt vastgelegd op 13,674% voor de tweede periode. 8. Met haar schrijven van 23 mei 2018 (ontvangen op 28 mei 2018) heeft Rentel een dossier ingediend bij de CREG voor de goedkeuring van de correctiefactor voor de derde periode (die ingaat op 3 oktober 2018 en eindigt op 2 oktober 2019) conform de procedure zoals vastgelegd door het koninklijk besluit van 16 juli 2002. In bijlage bij het schrijven werd een schrijven van Statkraft toegevoegd waarin meegedeeld wordt dat de correctiefactor voor deze periode 9,939% bedraagt. 9. Ontwerpbeslissing (B)1768 over de vastlegging van de correctiefactor voor de 3de periode (03.10.2018 – 02.10.2019) ter bepaling van de minimumprijs voor de groenestroomcertificaten uitgereikt voor de elektriciteit geproduceerd door de installaties in de domeinconcessie van Rentel werd goedgekeurd door de CREG tijdens het directiecomité van 7 juni 2018. 3.2. RAADPLEGING 10. Overeenkomstig artikel 33, §1, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG1 moet het directiecomité, alvorens het een beslissing neemt, een openbare raadpleging organiseren, onverminderd de uitzonderingen bedoeld in afdeling 3 van hoofdstuk 4 van het huishoudelijk reglement. Een openbare raadpleging gebeurt door het lanceren van de raadpleging op de website van de CREG. Overeenkomstig artikel 41 van het huishoudelijk reglement kan het directiecomité beslissen om een niet-openbare raadpleging te organiseren indien de beslissing van het directiecomité slechts rechtsgevolgen zal hebben voor één persoon of voor een beperkt aantal identificeerbare personen door de raadpleging te beperken tot de betrokken personen. 11. Het directiecomité van de CREG besliste, op grond van artikel 23, § 1, van zijn huishoudelijk reglement, in het kader van de eindbeslissing over dit dossier, om, met toepassing van artikel 41 van zijn huishoudelijk reglement, geen openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing te organiseren gelet op het feit dat de beslissing slechts rechtsgevolgen zou hebben voor één persoon nl. Rentel, doch wel een niet-openbare raadpleging van Rentel. 12. De CREG heeft op 19 juni 2018 een schrijven van Rentel ontvangen waarin ze verklaart geen opmerkingen te hebben bij de ontwerpbeslissing. 1 Huishoudelijk reglement van het Directiecomité van de CREG, gepubliceerd op 14 december 2015 in het Belgisch Staatsblad en gewijzigd op 12 januari 2017. Niet vertrouwelijke versie 5/7 4. ANALYSE VAN HET INGEDIENDE DOSSIER 13. Op 28 mei 2018 heeft de CREG het dossier ontvangen voor de goedkeuring van de correctiefactor (9,939%) voor de derde periode die ingaat op 3 oktober 2018 en eindigt op 2 oktober 2019. Rentel heeft eveneens alle parameters alsook de berekening van de correctiefactor overgemaakt. 14. De correctiefactor wordt berekend conform clausule 3.2.2 van het contract voor de verkoop van elektriciteit dat afgesloten werd tussen Rentel NV en Statkraft Markets GmbH: [VERTROUWELIJK] 15. In eindbeslissing (B)160719-CDC-1541 heeft de CREG reeds geoordeeld dat deze PPA marktconform is. De berekening van de correctiefactor is eveneens een onderdeel van dit contract. 16. De CREG controleert hierna of de correctiefactor van 9,939%, die van toepassing is van 3 oktober 2018 tot en met 2 oktober 2019, correct berekend is. De CREG heeft eerst de correctheid van de brongegevens onderzocht. De CREG stelt vast de [VERTROUWELIJK] waarden die Rentel heeft gebruikt overeenstemmen met deze gepubliceerd op [VERTROUWELIJK]. Voor de berekening van de [VERTROUWELIJK] stelt de CREG vast dat Rentel gebruik heeft gemaakt van de gegevens die gepubliceerd zijn op de website2 van [VERTROUWELIJK]. De CREG heeft echter ook vastgesteld dat er voor 48 kwarturen ontbrekende data zijn voor [VERTROUWELIJK]. Aangezien er data van 35.040 kwarturen worden meegenomen in de berekening is de CREG van oordeel dat de impact van de 0,14% ontbrekende data het resultaat niet significatief zullen beïnvloeden. Vervolgens heeft de CREG de toepassing van de formule gecheckt. De CREG stelt vast dat de correctiefactor van 9,939% een correcte weergave is van de toepassing van de formule opgenomen in het contract voor de verkoop van elektriciteit dat afgesloten werd tussen Rentel NV en Statkraft Markets GmbH. 2 [VERTROUWELIJK] Niet vertrouwelijke versie 6/7 5. BESLISSING Gelet op artikel 14, §1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 waarin de procedure wordt bepaald voor de aanpassing van de elementen die in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de minimumprijs per domeinconcessie; Gelet op de rol van de CREG, zoals bepaald in artikel 14, §1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002, die onderzoekt of er een verschil is tussen de gecontracteerde verkoopprijs voor elektriciteit en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90% van de elektriciteitsreferentieprijs; Gelet op het aanvraagdossier van 23 mei 2018; Beslist de CREG dat de correctiefactor wordt vastgelegd op 9,939% van de elektriciteitsreferentieprijs voor de periode van 3 oktober 2018 tot met 2 oktober 2019. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet vertrouwelijke versie Marie-Pierre FAUCONNIER Voorzitster van het Directiecomité 7/7