(B)1829 17 september 2018 Beslissing over het gemeenschappelijk voorstel van de NV ELIA SYSTEM OPERATOR en alle transmissiesysteembeheerders voor een methodologie voor het opstellen en opslaan van de
ITEIT MET DE ALGEMENE BEGINSELEN VAN DE SO VERORDENING .................... 13 BESLISSING..................................................................................................................................... 14 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 15 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 16 Niet vertrouwelijk 2/16 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna: “CREG”) onderzoekt hierna de aanvraag tot goedkeuring van het gemeenschappelijk voorstel van de NV ELIA SYSTEM OPERATOR (hierna: “Elia”) en alle transmissiesysteembeheerders (hierna: “TSB’s”) voor een methodologie voor het het opstellen en opslaan van de gemeenschappelijke netwerkmodellen (hierna: het “CGMM Voorstel” voor Common Grid Model Methodology). ”). Dit gebeurt op basis van artikel 67
(1)en 70 van de Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen (hierna: “SO Verordening”). De CREG ontving het CGMM Voorstel van Elia per brief, in het Engels op 14 maart 2018. Het betrof een gemeenschappelijk voorstel van Elia en alle TSB’s dat bij alle Europese regulerende instanties (hierna: “EU regulatoren”) ter goedkeuring werd voorgelegd. Aan het CGMM Voorstel werden in bijlage een rechtvaardiging van de TSOs voor het al dan niet in het voorstel opnemen van de uit de raadpleging voorgekomen standpunten evenals alle ontvangen commentaren toegevoegd.
de afspraken tussen ACER en ENTSO-E enerzijds en tussen de CREG en Elia anderzijds, ontving de CREG op 4 april 2018 een Franstalige versie van het CGMM Voorstel. Het is deze Franstalige versie van het CGMM Voorstel waarop de onderhavige beslissing betrekking heeft en die als Bijlage 1 aan deze beslissing gevoegd wordt. Deze beslissing is opgesplitst in vier delen. Het eerste deel is gewijd aan het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van het CGMM Voorstel toegelicht. In het derde deel ontleedt de CREG het voorstel en het vierde deel, ten slotte, bevat de eigenlijke beslissing. De onderhavige beslissing werd door het Directiecomité van de CREG goedgekeurd op de vergadering van 17 september 2018. Niet vertrouwelijk 3/16 1. WETTELIJK KADER 1. Dit hoofdstuk bepaalt het wettelijke kader dat toepasselijk is op Elia’s CGMM Voorstel en dat de basis vormt van deze beslissing. Het wettelijk kader bestaat uit Europese wetgeving, met name de SO Verordening. 1.1. 2. VERORDENING (EU) 2017/1485 VAN DE COMMISSIE VAN 2 AUGUSTUS 2017 TOT VASTSTELLING VAN RICHTSNOEREN BETREFFENDE HET BEHEER VAN ELEKTRICITEITSTRANSMISSIESYSTEMEN De doelstellingen van de SO Verordening worden in artikel 4 vastgelegd: Met deze verordening worden de volgende doelstellingen nagestreefd:
- a)vaststellen van gemeenschappelijke eisen en beginselen ten aanzien van de operationele veiligheid;
- b)vaststellen van gemeenschappelijke beginselen inzake de planning van geïnterconnecteerde systemen;
- c)vaststellen van gemeenschappelijke belasting-frequentieregelprocessen en -structuren;
- d)voorzien in de voorwaarden voor het handhaven van de operationele veiligheid in de gehele Unie;
- e)voorzien in de voorwaarden voor het handhaven van een zeker frequentiekwaliteitsniveau in alle synchrone zones van de Unie;
- f)bevorderen van de coördinatie tussen systeembeheer en operationele planning;
- g)waarborgen en versterken van de transparantie en betrouwbaarheid van informatie over het beheer van transmissiesystemen;
- h)bijdragen tot de efficiënte exploitatie en ontwikkeling van het elektriciteitstransmissiesysteem en de elektriciteitssector in de Unie. 3. Artikel 6, tweede lid,
- b)van de SO Verordening verplicht alle EU TSB’s gezamenlijk tot het indienen van een methodologie voor de ontwikkeling van de gemeenschappelijke netwerkmodellen overeenkomstig artikel 67, eerste lid en artikel 70, eerste lid. De bepalingen betreffende de year ahead gemeenschappelijke netwerkmodellen, opgesomd in artikel 67, eerste lid, zijn: Uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening ontwikkelen alle TSB's een gezamenlijk voorstel voor de methodologie voor het opstellen en opslaan van de yearahead gemeenschappelijke netwerkmodellen op basis van de individuele netwerkmodellen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 66, lid 1. Bij die methodologie worden de operationele voorwaarden van de methodologie voor gemeenschappelijke netwerkmodellen zoals die zijn ontwikkeld overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) 2015/1222 en artikel 18 van Verordening (EU) 2016/1719 in aanmerking genomen, en zo nodig aangevuld, ten aanzien van de volgende elementen:
- a)termijnen voor het verzamelen van de year-ahead individuele netwerkmodellen, voor het samenvoegen daarvan tot een gemeenschappelijk netwerkmodel en voor het opslaan van de individuele en gemeenschappelijke netwerkmodellen; Niet vertrouwelijk 4/16
- b)een te implementeren kwaliteitscontrole van de individuele en gemeenschappelijke netwerkmodellen teneinde hun volledigheid en samenhang te waarborgen, en
- c)correctie en verbetering van individuele en gemeenschappelijke netwerkmodellen, ter implementatie van ten minste de onder
- b)genoemde kwaliteitscontroles. 4. De bepalingen van Artikel 70, eerste lid, aangaande de methodologie voor het opstellen van dayahead en intraday gemeenschappelijke netwerkmodellen zijn: 1.Uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening ontwikkelen alle TSB's een gezamenlijk voorstel voor de methodologie voor het opstellen en opslaan van de day-ahead en intraday gemeenschappelijke netwerkmodellen op basis van de individuele netwerkmodellen. Bij die methodologie worden de operationele voorwaarden van de methodologie voor de overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) 2015/1222 ontwikkelde gemeenschappelijke netwerkmodellen in aanmerking genomen, en zo nodig aangevuld, ten aanzien van de volgende elementen:
- a)de definitie van tijdstempels;
- b)termijnen voor het verzamelen van de individuele netwerkmodellen, voor het samenvoegen daarvan tot een gemeenschappelijk netwerkmodel en voor het opslaan van de individuele en gemeenschappelijke netwerkmodellen. De termijnen sluiten aan bij de regionale processen voor het opstellen en uitvoeren van remediërende maatregelen;
- c)te implementeren controle op de kwaliteit van de individuele netwerkmodellen en het gemeenschappelijke netwerkmodel, om hun volledigheid en onderlinge samenhang te waarborgen;
- d)correctie en verbetering van individuele en gemeenschappelijke netwerkmodellen, ter implementatie van ten minste de onder
- c)genoemde kwaliteitscontroles, en
- e)verwerken van aanvullende informatie in verband met operationele afspraken, zoals beveiligingsinstellingen of systeembeveiligingsregelingen, eenlijnsdiagrammen en de configuratie van onderstations voor het beheer van de operationele veiligheid Daarnaast definieert Artikel 70, tweede tot vierde lid, de volgende bepalingen met betrekking tot de methodologie voor het opstellen van de day-ahead en intraday netwerkmodellen: 2.Elke TSB stelt day-ahead en intraday individuele netwerkmodellen op overeenkomstig lid 1 en publiceert deze in de ENTSO-E — OPDE. 3.Bij het opstellen van de in lid 2 genoemde day-ahead of intraday individuele netwerkmodellen neemt elke TSB daarin op:
- a)actuele belastings- en productieprognoses;
- b)de beschikbare resultaten van de day-ahead- en intradaymarktprocessen;
- c)de beschikbare resultaten van de programmeringstaken zoals beschreven in deel III, titel 6;
- d)voor elektriciteitsproductie-installaties die zijn aangesloten op distributiesystemen, het geaggregeerde werkzame vermogen per type primaire-energiebron, op basis van de gegevens die zijn verstrekt overeenkomstig de artikelen 40, 43, 44, 48, 49 en 50;
- e)de actuele topologie van het transmissiesysteem. 25.8.2017 L 220/50 Publicatieblad van de Europese Unie NL 4. Alle remediërende maatregelen waartoe reeds besloten is, worden opgenomen in de day-ahead en intraday individuele netwerkmodellen en zijn duidelijk te onderscheiden van artikel 40, lid 4, vastgestelde injecties en opnamen en de netwerktypologie zonder toepassing van remediërende maatregelen. Niet vertrouwelijk 5/16 5.Elke TSB beoordeelt de juistheid van de variabelen in lid 3 door deze met de feitelijke waarden te vergelijken, rekening houdend met de beginselen zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 75, lid 1, onder c). 6.Indien een TSB na de beoordeling zoals genoemd in lid 5 van mening is dat de variabelen niet voldoende accuraat zijn voor het evalueren van de operationele veiligheid, stelt hij daarvan de oorzaken vast. Indien die oorzaken verband houden met de processen van de TSB voor het opstellen van de individuele netwerkmodellen, dient de TSB die processen te herzien teneinde meer accurate resultaten te verkrijgen. Indien de oorzaken verband houden met variabelen die door andere partijen worden aangeleverd, dient de TSB zich tezamen met die andere partijen in te spannen om te waarborgen dat die variabelen accuraat zijn. 5. Overeenkomstig artikel 5, eerste lid en artikel 6, tweede lid, wordt het CGMM Voorstel ter goedkeuring voorgelegd aan alle reguleringsinstanties instanties van de Unie binnen de bij deze verordening vastgestelde respectievelijke termijn. 6. Volgend op artikel 6, zesde lid moeten alle voorstellen en methodologieën, waaronder het LFCblok Voorstel, een tijdschema voor de tenuitvoerlegging en een beschrijving van hun verwacht effect op de doelstellingen van de SO Verordening (beschreven in artikel 4) omvatten: 6. Het voorstel voor de voorwaarden of methodologieën omvat een voorgesteld tijdschema voor de tenuitvoerlegging ervan en een beschrijving van het verwachte effect ervan op de doelstellingen van deze verordening. Voorstellen betreffende voorwaarden of methodologieën die ter goedkeuring aan verschillende of aan alle reguleringsinstanties moeten worden voorgelegd, worden bij het Agentschap ingediend op hetzelfde tijdstip als dat van indiening bij de reguleringsinstanties. Op verzoek van de bevoegde reguleringsinstanties brengt het Agentschap binnen een termijn van drie maanden advies uit over de voorstellen voor voorwaarden of methodologieën. 7. Artikel 6, zevende lid, bepaalt dat de betrokken regulerende instanties, in dit geval de CREG en alle regulerende instanties van de Unie, binnen een termijn van zes maanden na ontvangst van de voorwaarden of methodologieën een besluit nemen. 7.Wanneer de vaststelling van de voorwaarden of methodologieën een besluit van meer dan één reguleringsinstantie vergt, raadplegen de bevoegde reguleringsinstanties elkaar en werken zij in nauw overleg samen met het oog op het bereiken van overeenstemming. Wanneer het Agentschap advies uitbrengt, dienen de bevoegde reguleringsinstanties dat advies in aanmerking te nemen. De reguleringsinstanties nemen besluiten betreffende de ingediende voorwaarden of methodologieën overeenkomstig de leden 2 en 3 binnen een termijn van zes maanden na de ontvangst van de voorwaarden of methodologieën door de reguleringsinstantie of, indien van toepassing, door de laatste betrokken reguleringsinstantie. Niet vertrouwelijk 6/16 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 8. Op 2 augustus 2017 werd de SO Verordening gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie, voor inwerkingtreding op 22 augustus 2017. Deze verordening heeft tot doel het vaststellen van gedetailleerde en geharmoniseerde regels inzake het beheer van de elektriciteitstransmissiesystemen. Deze harmonisering dient plaats te vinden op Europees en regionaal niveau. 9. Binnen de zes maanden na inwerkingtreding, op 22 februari 2018, dienden alle EU TSB’s een gezamenlijk voorstel in te dienen voor het opstellen en opslaan van de gemeenschappelijke netwerkmodellen. 10. Voorafgaand het indienen van het CGMM Voorstel dienden alle EU TSB’s,
de bepalingen in artikel 11, eerste lid, van de SO Verordening, alle belanghebbenden te raadplegen, met inbegrip van de relevante autoriteiten gedurende ten minste één maand. Hiertoe werd door ENTSO-E in opdracht van alle EU TSB’s een publieke raadpleging georganiseerd die liep van 6 november 2017 tot en met 6 december
- De opmerkingen ontvangen in het kader van deze publieke raadpleging zijn opgenomen in bijlage van onderhavige beslissing, alsook de rechtvaardiging van de TSBs over het al dan niet in het voorstel opnemen van de ontvangen standpunten.
- Op 14 maart 2018 ontving de CREG van Elia de Engelstalige versies van het CGMM Voorstel, gedateerd 12 februari, en een verslag van de openbare raadpleging vermeld in randnummer
- Op 4 april 2018 ontving de CREG van Elia de Franstalige vertaling van het voorstel.
- De verschillende CGMM Voorstellen die door alle TSB’s ter goedkeuring werden voorgelegd, werden door de laatste regulerende instanties ontvangen op 21 maart
- Artikel 9, negende lid van de SO Verordening bepaalt dat de regulerende instanties binnen de zes maanden na ontvangst van het laatste voorstel een beslissing over de voorstellen voor voorwaarden en methodologieën moeten nemen. De uiterlijke datum voor het goedkeuren of verzoeken om wijzigingen aan de methodologie was aldus 21 september
- Op Europees niveau werd, volgend op de indiening van het voorstel door alle TSB’s, intensief overleg gepleegd met alle regulerende instanties met als doel het ontwikkelen van een gemeenschappelijk standpunt over het CGMM Voorstel. Dit gebeurde binnen de SO Task Force, waarin de implementatie en ontwikkeling van methodologieën volgend uit de SO Verordening, behandeld worden door de afgevaardigden van de Europese regulerende instanties. In parallel werden periodieke vergaderingen georganiseerd met ENTSO-E, waarin de voorstellen en de onderlinge afhankelijkheden met andere methodologieën besproken werden.
- Het onderling multilateraal overleg tussen de regulerende instanties leidde tot het goedkeuren door alle regulerende instanties van de gezamenlijke position paper met een voorstel tot goedkeuring van het CGMM Voorstel. Deze goedkeuring vond plaats via de unanieme beslissing van het Energy Regulator’s Forum (hierna: het “ERF”) op 11 juni
- De beslissing van het ERF werd, via brief op 12 juni 2018, door de voorzitter van het ERF gecommuniceerd aan ENTSO-E, ACER en de Europese Commissie. Deze brief, met de door alle regulerende instanties via het ERF goedgekeurde position paper in bijlage, wordt aan deze beslissing toegevoegd in Bijlage
- Niet vertrouwelijk 7/16 2.
- RAADPLEGING
- Artikel 11, eerste lid, van de SO Verordening verplichten Elia en alle TSB’s formeel tot het organiseren van een openbare raadpleging met betrekking tot het CGMM Voorstel. Hiertoe organiseerde ENTSO-E, in opdracht van alle TSB’s, een openbare raadpleging die liep van 6 november 2017 tot en met 6 december
- Elia informeerde de Belgische belanghebbenden van de mogelijkheid tot reageren op deze raadpleging, via een nieuwsbericht op 22 november
- De ontvangen antwoorden werden in het consultatieverslag besproken en door de TSB’s aan de regulerende instanties overgemaakt bij de indiening van het CGMM Voorstel.
- Artikel 40, tweede lid van het Huishoudelijk Reglement van de CREG bepaalt dat, wanneer de betrokken TSB’s reeds een effectieve openbare raadpleging organiseerde, de CREG geen openbare raadpleging dient te organiseren. Het Directiecomité van de CREG beslist dus, gezien de openbare raadpleging vermeld in randnummer 15, geen openbare raadpleging met betrekking tot de onderhavige beslissing te organiseren. Niet vertrouwelijk 8/16
- ANALYSE VAN HET VOORSTEL 3.
- DOEL VAN HET VOORSTEL
- Alle TSBs dienen gemeenschappelijke netwerkmodellen op te stellen die een efficiënt en gecoördineerd gebruik van hulpdiensten mogelijk maken, die nodig zijn om in reële tijd de operationele veiligheid en de spanningskwaliteit te garanderen, die een efficiënte Europese eenheidsmarkt ondersteunen en die de integratie naar hernieuwbare energiebronnen faciliteren. Bovendien vormen gemeenschappelijke netwerkmodellen de basis voor een gecoördineerde aanpak van de TSB’s, wat in een sterk gemaasd elektriciteitstransmissienet noodzakelijk is.
- Terwijl de CGMM volgens artikel 17 van de Verordening (EU) 2015/1222 (“CACM Verordening”) als doel heeft het bepalen van een gemeenschappelijk netwerkmodel voor de berekening van de zoneoverschrijdende capaciteit in day-ahead en intraday en de CGMM volgens artikel 18 van Verordening (EU) 2016/1719 (“FCA”) het bepalen van een gemeenschappelijk netwerkmodel voor de berekening van de zoneoverschrijdende capaciteit op lange-termijn, heeft het CGMM Voorstel volgens artikel 67
(1)en 70 van de SO Verordening als doel het bepalen van de methodologie voor het opstellen en opslaan van deze gemeenschappelijke netwerkmodellen. Hierbij worden de operationele voorwaarden van de methodologie voor gemeenschappelijke netwerkmodellen zoals die zijn ontwikkeld overeenkomstig artikel 17 van de CACM Verordening en artikel 18 van de FCA Verordening in aanmerking genomen, en zo nodig aangevuld (zie randnummers 3 en 4). Het CGMM Voorstel volgens de CACM Verordening en het CGMM Voorstel volgens de FCA Verordening werden reeds eerder door Elia en alle EU TSBs ingediend en door de CREG en alle regulatoren goedgekeurd1,
- Dit GCMM Voorstel bevat de methodologieën voor het opstellen en het opslaan van zowel de year-ahead als van de day-ahead en intraday gemeenschappelijke netwerkmodellen overeenkomstig respectievelijk artikel 67, eerste lid en artikel 70 van de SO verordening. De twee methodologieën zijn in eenzelfde CGMM Voorstel opgenomen omwille van de sterke link tussen beide. Het bevat de specificaties voor het opstellen van zowel de individuele als van de gemeenschappelijke netwerkmodellen.
- Het GCMM Voorstel bepaalt bijvoorbeeld welke variabelen en parameters bij het opstellen van de individuele netwerkmodellen door elke individuele TSB geïntegreerd dienen te worden. Dit houdt onder andere de voorspellingen in op niveau van netwerktopologie, productie, afname en uitwisseling met de onderliggende (distributie-)netten. 3.
- ANALYSE VAN HET CGMM VOORSTEL
- Het voorgelegde CGMM Voorstel legt zowel de algemene als specifieke principes vast, die TSB’s dienen toe te passen voor het opstellen en opslaan van de individuele en gemeenschappelijke netwerkmodellen. De
iteit van het CGMM Voorstel aan de specifieke bepalingen in Artikelen 67
(1)en 70 van de SO Verordening wordt hieronder geëvalueerd. 1 2 CREG Beslissing (B)1627, 18 mei 2017, https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b1627 CREG Beslissing (B) 1691, 21 juni 2018, https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b1691 Niet vertrouwelijk 9/16 22. Artikel 4 voorziet,
Artikel 70
(1)(a) van de SO Verordening, de definitie van tijdstempels voor de day-ahead en intraday netwerkmodellen. 23. Artikel 22 voorziet,
Artikel 70
(1)(
- b)en Artikel 67(
- a)van de SO Verordening, de termijnen voor het verzamelen van de individuele netwerkmodellen (year-ahead, day-ahead en intraday), voor het samenvoegen daarvan tot een gemeenschappelijk netwerkmodel en voor het opslaan van de individuele en gemeenschappelijke netwerkmodellen (year-ahead, day-ahead en intraday). Deze termijnen sluiten aan bij de regionale processen voor het opstellen en uitvoeren van remediërende maatregelen en beschouwen de termijnen uit de CGMM Voorstellen volgend uit Artikel 19 van de CACM Verordening en Artikel 18 van de FCA Verordening. 24. Artikel 4
(5)voorziet,
Artikel 70
(1)(c) en Artikel 67
(1)(b) van de SO Verordening, de bepaling van de te volgen procedures voor de kwaliteitscontrole van de individuele netwerkmodellen en gemeenschappelijke netwerkmodellen (year-ahead, day-ahead en intraday) om hun volledigheid en onderlinge samenhang te waarborgen. De verschillende stappen in de procedure worden telkens in de in Artikel 4
(5)gespecifieerde artikelen verder uitgewerkt. Artikel 23 voorziet dat TSB’s gezamenlijk de kwaliteitscriteria voor de individuele en gemeenschappelijke netwerkmodellen dienen te definiëren. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kwaliteitscriteria die gelden als voorwaarde voor de integratie in het gemeenschappelijk netwerkmodel en deze die gelden als voorwaarde voor opslag in de ENTSO-E — OPDE (ENTSO for Electricity operational planning data environment). Ook dienen TSB’s kwaliteitscriteria voor de initiële net posities en stromen op HVDC-lijnen te definiëren. Bovendien voorziet Artikel 23 dat TSBs gezamenlijk kwaliteitsindicatoren zullen definiëren die toelaten om alle stappen van het proces van het opstellen van het gemeenschappelijk netwerkmodel te evalueren. Deze indicatoren zullen gemonitord worden. Deze kwaliteitsindicatoren en het resultaat van de monitoring zullen
Artikel 31
(3)van de CACM Verordening en 26
(3)van de FCA Verordening, gepubliceerd worden. 25. Artikel 4
(5)voorziet eveneens,
Artikel 70
(1)(d) en Artikel 67
(1)(c) van de SO Verordening, een bepaling van de te volgen procedures voor de correctie en verbetering van individuele en gemeenschappelijke netwerkmodellen (year-ahead, day-ahead en intraday), ter implementatie van de
Artikel 70(1)(c) en 67(b) bepaalde kwaliteitscontroles.
De kwaliteitsverificatie en -correctiestappen zijn expliciet opgenomen In het CGM proces, beschreven in Artikel 22 van het CGMM Voorstel. Voor de year-ahead netwerkmodellen zijn dit onder meer de stappen vermeld onder Artikel 22, eerste lid, (b),(
- f)en (g), voor de day-ahead netwerkmodellen deze onder Artikel 22, vierde lid, (e), (
- f)en (g), en voor de intraday netwerkmodellen deze onder Artikel 22, zesde lid, (
- c)en (e). De door de TSB’s aangeduide regionale veiligheidscoördinatoren hebben een belangrijke rol bij de verificatie van de kwaliteit van de individuele netwerkmodellen en bij de verificatie en het garanderen van de kwaliteit van de gemeenschappelijke netwerkmodellen. Artikel 20 van het CGMM Voorstel geeft een lijst van de taken die, in naam van de TSB’s, door de regionale veiligheidscoördinatoren dienen te worden uitgevoerd om de kwaliteit van de gemeenschappelijke netwerkmodellen te controleren en te garanderen. 26. Artikel 3
(3)voorziet,
Artikel 70
(1)e) van de SO Verordening, procedures voor het verwerken van aanvullende informatie in de day-ahead en intraday scenario’s in verband met operationele afspraken voor het beheer van de operationele veiligheid. 27. Artikel 22 voorziet,
Artikel 70
(2), dat bij de procedure voor het vormen van de gemeenschappelijke netwerkmodellen de TSB’s hun individuele netwerkmodellen opstellen in lijn met Artikel 70
(1)en deze publiceren en beschikbaar stellen via het ENTSO-E OPDE data platform. Artikel 22 stipuleert deze vereiste voor zowel de day-ahead en intraday als voor de year-ahead individuele netwerkmodellen. Niet vertrouwelijk 10/16
- In Artikel 4, eerste lid, dat elke TSB voor elk van de ontwikkelde year-ahead scenario’s een yearahead netwerkmodel opstellen met gebruikmaking van zijn beste schattingen van de in Artikel 65, eerste lid, genoemde variabelen.
- In Artikel 4, tweede en vierde lid, dat de TSB’s day-ahead en intraday individuele netwerkmodellen opstellen,
Artikel 70, tweede lid, van de SO Verordening.
30. Om deze individuele netwerkmodellen tot een gemeenschappelijk netwerkmodel samen te voegen, voorziet de methodologie: - In Artikel 3, eerste lid, dat de TSB’s,
Artikel 65
van de SO Verordening, gezamenlijk een lijst van year-ahead scenario’s ontwikkelen, aan de hand waarvan zij het functioneren van het geïnterconnecteerde transmissiesysteem voor het volgende jaar beoordelen. Op basis van die scenario’s kan de invloed van de geïnterconnecteerde transmissiesystemen op de operationele veiligheid worden vastgesteld en beoordeeld. - In Artikel 3, tweede en derde lid, dat de TSB’s als algemeen principe de meest recente informatie of best beschikbare voorspelling gebruiken bij het opstellen van de day-ahead en intraday netwerkmodellen,
Artikel 70, derde lid van de SO Verordening.
Dit principe geldt zowel voor de voorspelling van de netwerktopologie, de voorspelling van de operationele limieten voor de netwerkelementen, de voorspelling van de hernieuwbare productie-eenheden, de programma’s van de aan/uitschakelbare productie-eenheden, de voorspelling van de vraag en de voorspelling van de netposities van iedere biedzone als ook de stromen op de HVDC lijnen.
- Het niveau van detail dat vereist is bij de opstelling van de individuele netwerkmodellen wordt in de Artikels 5 tot en 14 gedefinieerd en dit voor de verschillende types van inputvariabelen. Artikel 8, Artikel 9 en Artikel 13, handelend over de vereisten met betrekking tot de modellering van respectievelijk de productiezijde, de vraagzijde en het energie-injectie en -afname patroon in het algemeen, bevatten de voorzieningen om te voldoen aan Artikel 70, derde lid, van de SO Verordening. Dit houdt onder meer in dat beschreven is hoe en wanneer productie-eenheden aangesloten op het distributienetwerk dienen gemodelleerd te worden, hoe en wanneer vermogens geaggregeerd dienen te worden, dat productie en vraag duidelijk gescheiden dienen te zijn en dat de productie is opgesplitst per primaire energiebron.
- Artikel 4, vijfde lid, voorziet dat de day-ahead en intraday individuele netwerkmodellen alle remediërende maatregelen bevatten waartoe reeds besloten is en zijn duidelijk te onderscheiden van de artikel 40, lid 4, vastgestelde injecties en opnamen en de netwerktopologie zonder toepassing van remediërende maatregelen,
Artikel 70, vierde lid van de SO Verordening.
Deze remediërende acties zijn in overeenkomst met onder andere de methodologie voor de regionale coördinatie van de operationele veiligheid in lijn met Artikel 76, eerste lid,
- b)van de SO Verordening, opgesteld op een gecoördineerde wijze en volgens het algemene beginsel van niet-discriminatie in lijn met Artikel 4, tweede lid,
- b)van de SO Verordening. 33. In Artikel 4, vijfde lid, dat de TSB’s bij het opstellen van de individuele netwerkmodellen, de kwaliteit, volledigheid en onderlinge samenhang van de ingevoerde data controleren. TSB’s voeren een load-flow berekening uit en gaan na of de oplossing realistisch is en of ze voldoet aan de operationele veiligheidscriteria. Indien dit niet het geval is, worden de aannames herzien en de loadflow berekening opnieuw uitgevoerd totdat aan de operationele veiligheidscriteria is voldaan. De CREG gaat er op basis van de beschrijving in Artikel 4, vijfde lid, van het CGMM Voorstel ervan uit dat de gevolgde werkwijze aanleiding geeft tot congestievrije individuele netwerkmodellen. Niet vertrouwelijk 11/16 34. Op basis van deze analyse is de CREG van mening dat het CGMM Voorstel aan de wettelijke bepalingen van Artikel 67, eerste lid en Artikel 70, eerste tot vierde lid, van de SO Verordening voldoet. Wat betreft de implementatie van Artikel 70, vijfde lid, en Artikel 70, zesde lid, maakt de CREG de volgende opmerkingen: - Op basis van Artikel 70
(5)van de SO Verordening dient elke TSB de juistheid van de variabelen in Artikel 70
(3)van de SO Verordening te beoordelen door deze met de feitelijke waarden te vergelijken, rekening houdend met de beginselen zoals vastgelegd overeenkomstig artikel 75
(1)c. De CREG merkt op dat deze bepaling niet expliciet in het CGMM Voorstel is hernomen. TSB’s voorzien echter in Artikel 23 van het CGMM Voorstel gezamenlijk de kwaliteitsindicatoren te zullen opstellen. De CREG is van oordeel dat de TSB’s hierbij dienen toe te zien dat aan de voorwaarde gesteld in Artikel 70
(5)van de SO Verordening, is voldaan. De CREG vraagt Elia om de CREG de nodige informatie en data te bezorgen om de CREG in staat te stellen de
iteit van TSB’s, en Elia in het bijzonder, aan Artikel 70
(5)van de SO Verordening na te gaan. - Op basis van Artikel 70
(6)van de SO Verordening dient elke TSB vervolgens na te gaan of deze variabelen voldoende accuraat zijn voor het evalueren van de operationele veiligheid, en indien dit niet het geval zou zijn, de oorzaken hiervan vast te stellen. Indien die oorzaken verband houden met de processen van de TSB voor het opstellen van de individuele netwerkmodellen, dient de TSB die processen te herzien teneinde meer accurate resultaten te verkrijgen. Indien de oorzaken verband houden met variabelen die door andere partijen worden aangeleverd, dient de TSB zich tezamen met die andere partijen in te spannen om te waarborgen dat die variabelen accuraat zijn. De CREG is van mening dat een dergelijke feedback loop in een volgende versie van het CGMM Voorstel expliciet dient te worden opgenomen. Ondertussen dringt de CREG er bij Elia op aan dat Elia deze evaluatie uitvoert voor alle variabelen die de juistheid van de voorspellingen op het Elia netwerk beïnvloeden en/of de operationele veiligheid in het gedrang brengen. De CREG vraagt dat Elia het nodige bezorgt om de CREG in staat te stellen na te gaan dat Elia
is aan Artikel 70
(6)van de SO Verordening. Niet vertrouwelijk 12/16 3.3.
ITEIT MET DE ALGEMENE BEGINSELEN VAN DE SO VERORDENING
- Artikel 6, zesde lid van de SO Verordening verplicht Elia om in het CGMM Voorstel een overzicht te geven van de verwachte impact van dit voorstel op de doelstellingen, opgelijst in Artikel 4 van de SO Verordening. Daarenboven wordt Elia verplicht om een tijdlijn met de verwachte tenuitvoeringlegging aan het CGMM Voorstel toe te voegen.
- Het CGMM Voorstel omvat, in randnummers
(13)tot en met
(20)van de preambule, een duidelijke en ondubbelzinnige aanwijzing dat de ter goedkeuring voorliggende methodologie bijdraagt tot het bereiken van de algemene doelstellingen van de SO Verordening.
- Het CGMM Voorstel omvat bovendien, in Artikel 24, een implementatieplanning van de voorgaande regeling. Deze houdt onder meer een tijdsplan in voor het bepalen van het bestuursproces, de organisatie van het proces voor het indienen van de individuele netwerkmodellen en het samenvoegen tot gemeenschappelijk netwerkmodellen, en het operationeel en bedrijfsklaar dataplatform ENTSO-E- OPDE. Deze loopt van het moment van de goedkeuring door alle regulerende instanties tot ten laatste 6 maand na dit moment van goedkeuring. Dit is de uiterste datum waarop alle operationele aspecten van de implementatie van het gewijzigde CGMM Voorstel afgerond dienen te zijn.
- De CREG gaat akkoord met zowel randnummers
(14)tot en met
(23)van de preambule als met Artikel 24 van het CGMM Voorstel. De CREG is van mening dat door Elia en alle TSB’s op deze manier is voldaan aan de vereisten van artikel 6, zesde lid van de SO Verordening. Niet vertrouwelijk 13/16 4. BESLISSING Met toepassing van artikel 6, tweede lid, b) van Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen beslist de CREG, om de voorgaande redenen, het gemeenschappelijk voorstel van de NV ELIA SYSTEM OPERATOR en alle transmissiesysteembeheerders voor het opstellen en opslaan van de gemeenschappelijke netwerkmodellen goed te keuren. Zoals gemotiveerd in randnummer 29 van onderhavige beslissing, vraagt de CREG aan Elia om ten laatste tegen 31 december 2019 de CREG in staat te stellen om te evalueren dat Elia voldoet aan Artikel 70, vijfde en zesde lid van de SO Verordening. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het directiecomité Niet vertrouwelijk 14/16 BIJLAGE 1 Proposition de méthodologie relative au modèle de réseau commun élaborée par tous les GRT
ément aux articles 67
(1)et 70
(1)du règlement (UE) 2017/1485 établissant une ligne directive sur la gestion du réseau de transport de l’électricité Franstalige versie – 12 februari 2018 Niet vertrouwelijk 15/16 BIJLAGE 2 Approval by all regulatory authorities agreed at the Energy Regulators’ Forum on the all TSO proposal for a Common Grid Model Methodology (CGMM) in accordance with Article 67
(1)and Article 70 of Commission Regulation (EU) 2017/1485 establishing a Guideline on Electricity Transmission System Operation Engelstalige versie – 11 juni 2018 Niet vertrouwelijk 16/16